20210202 Raadsbrief BALV VNG bijlage 1
Tekst van het document
Sturende gemeenten in woningbouw- en bereikbaarheidsopgave
Doelstelling 2024 In 2024 zijn gemeenten veel meer dan nu sturend in de woningbouw- en bereikbaarheidsopgave. Ze hebben, mede door de inzet van de VNG, de beschikking over passende informatie, instrumenten, ondersteuning en financiën om hun taken uit te voeren. Hiermee dragen we eraan bij dat gemeenten meer invloed hebben op voldoende en passende woningen en bereikbaarheid binnen de regio. Inzet 2021 -
-
-
Om te zorgen dat gemeenten meer sturend zijn in de woningbouwopgave, agenderen we richting het nieuwe kabinet een samenhangende inzet (ruimte, mobiliteit, milieu en klimaat ) voor het realiseren van woningen. We proberen met het kabinet tot goede afspraken te komen hierover. Eind 2021 zijn gemeenten door kennisdeling over grondbeleid en kwaliteitsborging in de bouw in staat hun taken bij bouwen en wonen binnen het kader van de Omgevingswet, de woningwet en de huisvestingswet uit te voeren. Eind 2021 zijn gemeenten beter in staat om de bereikbaarheid van woon- en werkplekken te versterken door een integrale rijksbenadering van mobiliteit in relatie tot wonen, economie, bereikbaarheidsaspecten stad-land en first en last mile. De VNG zet daarbij in op goede betrokkenheid van gemeenten bij MIRT programmering, bredere mogelijkheden voor verkeersverkeersveiligheid en duurzaam mobiliteitsbeleid.
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
12/23
3.4
Gemeenten werken regionaal samen aan duurzame economie
Doelstelling 2024 In 2024 werken gemeenten op regionale schaal samen aan een duurzame economie waardoor ze weerbaarder zijn in tijden van laagconjunctuur. Meer burgers en bedrijven kunnen goed wonen, werken en ondernemen door het vergroten van de werkgelegenheid (door middel van een humancapitalagenda) en de aanwezigheid van een goed vestigingsklimaat (sociaal en fysieke infrastructuur). Inzet 2021 -
-
3.5
Eind 2021 hebben alle gemeenten een economisch herstelplan gericht op het versterken en transformeren van economie en arbeidsmarkt. De VNG ondersteunt gemeenten hierbij met het VNG-programma Economie en arbeidsmarkt, en door kennis, innovatie, ervaringen en netwerken te verbinden bij de aanpak van de crisis op binnensteden en dorpskernen. Eind 2021 is samen met Rijk, IPO en Unie een plan van aanpak voor regionaal-economisch herstel opgesteld, opgebouwd vanuit regionale aanpakken. Bij het nieuwe kabinet agenderen we een samenhangende inzet (duurzaamheid, arbeidsmarkt, onderwijs en economisch potentieel) inzet voor duurzaam economisch herstel, en zetten we ons in om tot goede afspraken te komen over versterking van economische regio’s.
Strategische kennispositie gemeenten
Doelstelling 2024 In 2024 kunnen gemeenten toekomstgerichter beleid voeren op basis van wetenschappelijke kennis. Hierdoor zijn ze in staat hun werk effectiever uit te voeren. Gemeenten beschikken over de benodigde kennis voor strategische beleidsafwegingen, beleidsplannen en uitvoering op hun taakgebieden. Inzet 2021 -
De VNG zorgt ervoor dat gemeenten kunnen beschikken over de kennis die nodig is voor de strategische beleidsafwegingen, beleidsplannen en uitvoering op hun taakgebieden. Er komen regionale schakelpunten voor de interactie van gemeenten met regionale en landelijke kennisinstellingen. De VNG maakt in 2021 met nationale kennisinstellingen en hun departementale opdrachtgevers afspraken over hun inzet voor gemeenten.
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
13/23
4. Inclusieve samenleving Gemeenten 2024 Voor de oplossing van problemen in het sociaal domein, zoals het toenemende beroep op individuele ondersteuning, schuldhulpverlening en jeugdzorg, is de inzet van veel partijen nodig. Maar de gemeente heeft te weinig grip op deze ontwikkelingen en wordt meer en meer in de rol van zorgverstrekker gedwongen in plaats van verbinder en facilitator. Om het tij te kunnen keren en de transformatie een gezicht te geven, zullen gemeenten meer regie moeten (kunnen) voeren op het totale proces van zorg en ondersteuning. Dat begint bij een adequate financiering van het sociaal domein over de volledige breedte. Conform de afspraken die gelden voor taken die in medebewind worden uitgevoerd, zal het Rijk de tekorten moeten aanzuiveren. Vervolgens moet de rol en verantwoordelijkheid van alle partijen opnieuw worden vastgelegd. De oplossing ligt niet primair in nieuwe regelgeving, maar in de samenwerking tussen alle partijen in de keten: onderwijs, huisartsen, zorgverzekeraars, zorgaanbieders en werkgevers. Uiteindelijk moeten er ‘horizontaal’ en regionaal afspraken worden gemaakt die een nieuwe basis leggen voor een beter zorgsysteem. In dat systeem krijgen onze inwoners de ondersteuning die ze nodig hebben, is er aandacht voor preventie en vroege signalering en zijn de financiën beter beheersbaar.
Omdat de zorg voor inwoners alle gemeenten aangaat, zal de VNG hiertoe in eerste instantie het initiatief nemen.
Prioriteiten 2021 In 2021 wordt door gemeenten verder gewerkt aan het verzachten en voorkomen van de sociale en maatschappelijke gevolgen van de coronacrisis, op gebied van onder meer ontwikkeling jongeren, gezondheid, inkomensderving, eenzaamheid en kwetsbare wijken. Het rapport van de commissie Halsema is daarvoor de basis. De commissie Depla is opgericht om de aanbevelingen van het rapport een opvolging te geven. De VNG ondersteunt deze commissie. Doel is om met bestuurders en wetenschappers op lokaal- en rijksniveau te agenderen wat van belang is om de sociale gevolgen van de coronacrisis op te kunnen vangen. Daarvoor wordt met het kabinet een werkomgeving gecreëerd om problemen snel aan te pakken en doorbraken te forceren zodat inwoners snel en adequaat kunnen worden geholpen.
4.1
Helder zicht op preventie-inzet in sociaal domein
Doelstelling 2024 In 2024 hebben gemeenten helder hoe ze preventie kunnen aanwenden in het sociaal domein. We ontwerpen/ondersteunen sturings- en bekostigingssystemen die gemeenten in staat stellen om lonend te investeren in preventieve maatregelen. Uitgangspunt daarbij is de gedachte van normaliseren en ontzorgen en het doorbreken van gestapelde aanbodfinanciering, zodat gemeenten minder inzetten op zorg, medicalisatie en doelgroep-arrangementen in het geheel van de keten. Daarmee dragen we eraan bij dat gemeenten inwoners met (arbeids-)beperking of zorgbehoefte beter in de samenleving kunnen laten deelnemen.
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
14/23
Inzet 2021 -
-
-
-
-
4.2
Gemeenten hebben een sterkere rol om jongeren tot 27 jaar die dat nodig hebben passende hulp of ondersteuning te bieden en is het aantal thuiszitters teruggedrongen. Gemeenten hebben perspectieven op de juiste zorg op de juist plek door een strategische agenda voor preventieve sturings- en bekostigingssystemen (zoals preventiefonds) en ondersteuning bij lokale preventieakkoorden. De VNG heeft voor het volgende regeerakkoord een door de leden gedragen inzet geformuleerd over de financiële prikkels en bekostigingswijze die nodig is om de inzet op preventie te bevorderen. Door onze belangenbehartiging staat het thema ‘inkomenszekerheid/voorkomen armoede’ op de landelijke agenda, wordt er in de crisisaanpak gewerkt aan een van-werk-naar-werkaanpak en preventieve aanpak in toenemende schuldenproblematiek en is de aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt versterkt. Door het programma Zorg en veiligheid hebben gemeenten handreikingen om de problematiek sneller en adequater integraal aan te pakken, waardoor we draagvlak creëren bij partners en ketens in de integrale ondersteuningsstructuur verbinden. De gemeenten beschikken over een strategische visie op zorg en wonen die voorkomt dat woon-zorgproblemen escaleren.
Financieel en inhoudelijk grip op sociaal domein
Doelstelling 2024 In 2024 hebben gemeenten financieel en inhoudelijk grip op het sociaal domein. Vanuit een zelfgekozen en consequent toegepaste sturingsfilosofie zijn ze in staat te sturen op financiën, administratieve lasten te verminderen en kwaliteit te verbeteren in het sociaal domein. Adequate financiële en interbestuurlijke randvoorwaarden ondersteunen hen daarin, evenals een gedegen strategie van inkoop, organisatie en leermechanismen. De VNG helpt hen daarbij en draagt zo eraan bij dat gemeenten hun opgaven binnen de financiële kaders kunnen realiseren. Inzet 2021 -
-
-
-
De VNG heeft een door de leden gedragen visie geformuleerd op de financiële inrichting van het sociaal domein in relatie tot het bredere zorgstelsel, die ertoe leidt dat de juiste zorg op de juiste plek komt. Deze visie is onze inzet voor het volgende regeerakkoord. Gemeenten hebben grip gekregen op de uitgaven in het sociaal domein door visitatie van gemeenten, bundeling van inzichten die uit deze visitaties naar boven komen, en kennisuitwisseling op basis van die inzichten. Gemeenten hebben meer grip op hun uitgaven voor jeugdhulp, duidelijkheid over structurele extra middelen, ondersteuning bij passende (bovenregionale) jeugdhulp, en inhoudelijke coördinatie van landelijke contracten. De VNG heeft het onderzoek naar sturing en inkoop in het sociaal domein afgerond. Gemeenten worden ondersteund bij de implementatie van verdeelmodellen Maatschappelijke opvang en Beschermd wonen, de uitname Wet langdurige zorg en het abonnementstarief is technisch op orde maar wordt betrokken bij inzet kabinetsformatie.
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
15/23
-
4.3
De gemeenten beschikken over randvoorwaarden voor extra inzet in crisisdienstverlening voor schuldhulpverlening en re-integratie, over voldoende middelen voor de ambities bij reintegratie en de ondersteuning van arbeidsbeperkten, en over sturingsmogelijkheden voor schuldhulpverlening.
Democratisch draagvlak voor juiste voorzieningen op juiste plek
Doelstelling 2024 In 2024 hebben gemeenten doordacht en (democratisch) bepaald welke vraagstukken het beste op welk schaalniveau (lokaal, regionaal, bovenregionaal, landelijk of Europees) kunnen plaatsvinden. De VNG neemt hierin mede het initiatief zodat gemeenten van onderop (en niet van bovenaf door het Rijk) in staat zijn om passende vormen van (regionale) samenwerking, rolverdeling en ketensamenwerking op te zetten. Daarmee dragen we bij aan democratisch draagvlak voor de juiste voorzieningen op de juiste plek. Inzet 2021 -
-
-
-
De regionale samenwerking onderwijszorg is versterkt doordat gemeenten worden ondersteund bij de samenwerking regionale jeugdzorg, er is een samenwerkingsagenda kinderopvang en onderwijs, en er zijn randvoorwaarden voor toekomstige samenwerking in de jeugdbeschermingsketen. De norm voor opdrachtgeverschap wordt geïmplementeerd en biedt ketenpartners duidelijkheid. Gemeenten zijn in staat gesteld om ketens te vormen in basisvoorzieningen, medeopdrachtgevers (zorgverzekeraars) en zorgaanbieders. Door verbeteragenda's hulpmiddelen en toegang worden partners betrokken bij een goede inrichting van gemeentelijke dienstverlening. De samenwerking in arbeidsmarktregio's is versterkt doordat de VNG gemeenten ondersteunt bij de nieuwe inburgeringsketen en we samenwerken met landelijke partners bij de aanpak van schulden. Gemeenten hebben de (regionale) ketenaanpak zorg en veiligheid ontwikkeld. De strategische agenda wonen en zorg is met ketenpartners besproken.
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
16/23
5. Democratisch besturen Gemeenten 2024 Meer dan ooit zien bestuurders in dat beleid vaak beter wordt als inwoners bij de voorbereiding daarvan daadwerkelijk worden betrokken. Het draagvlak van inwoners vergroot ook de legitimiteit en acceptatie van beslissingen. Zeker nu is dat belangrijk: in de komende periode zullen op lokaal niveau besluiten genomen moeten worden over ingewikkelde vraagstukken zoals de energietransitie en verduurzaming van de gebouwde omgeving. De steun van inwoners daarbij is onmisbaar. De aandacht voor de participatieve democratie is essentieel maar kan en mag de rol van de raad niet uithollen. De representatieve en de participatieve democratie vullen elkaar wederzijds aan, hun samenspel is van wezenlijk belang. Daarom moet er ook aandacht zijn voor versterking van de rol van de raad.
Prioriteiten 2021 Lokale democratie Voor de ontwikkeling van de lokale democratie en lokaal bestuur wordt er prioriteit gegeven aan de twee volgende doelen. Wet op het decentraal bestuur: visie en perspectief op interbestuurlijke en regionale samenwerking De VNG heeft eerder al gepleit voor een wet op de decentrale overheden in reactie op het rapport van de Staatscommissie Parlementair Stelsel. In aanloop naar de verkiezingen gaat de VNG werken aan een wet op de decentrale overheden via een wetgevingsnotitie en een proeve van een wet. Interbestuurlijk samenwerken kent twee vormen: de samenwerking tussen de overheidslagen en de samenwerking horizontaal tussen gemeenten (regionale samenwerking). In 2021 is de ambitie om op beide vlakken visie, standpunten en (zicht op) handelingsperspectieven voor de leden te kunnen bieden. Dit zal onderdeel zijn van de in 2021 op te stellen Toekomstagenda Lokale Democratie. Democratie (blijft) in Actie Inmiddels is het programma Democratie in Actie - een samenwerking tussen BZK, beroeps- en belangenverenigingen en de VNG - in volle vaart en zijn de producten zichtbaar. Ook worden nog nieuwe producten opgeleverd. In 2021 worden de producten en resultaten verder met de leden gedeeld. Ook zorgen we ervoor dat de resultaten en producten die langdurig voordelig kunnen zijn voor onze leden, ook langer in uitvoering kunnen blijven.
Met het ministerie van BZK en andere partners bespreken we of na 2021 een vervolg op het programma kan komen en ontwerpen we dit met elkaar. Openbare Orde en Veiligheid Voor de ondersteuning van onze leden bij hun taken voor openbare orde en veiligheid, geven we in 2021 prioriteit aan de volgende twee doelen.
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
17/23
Aanpak ondermijning Vele partners zijn met en door onze leden betrokken bij de aanpak van ondermijning. De VNG beweegt zich in dit netwerk. De mogelijkheden voor een doorgaande aanpak zijn in de laatste jaren verbeterd. De VNG legt in 2021 focus op het verder lobbyen voor nog meer ondersteuning van een integrale aanpak. Daarbij focussen we op de verbetering van de informatiepositie van onze leden en verbetering van de mogelijkheden van gegevensuitwisseling binnen en tussen gemeenten. De wijkaanpak wordt verder ontwikkeld waar het met name gaat om de preventieve kant van de aanpak ondermijning – met een verbinding van de domeinen van zorg en veiligheid. Tenslotte blijven wij bijdragen aan het netwerk weerbaar bestuur. Buitengewoon opsporingsambtenaren (boa’s) De discussie over bevoegdheden en ondersteuningsmogelijkheden van boa’s komt voort uit de gemeentelijke taken op het gebied van toezicht en handhaving. In 2021 stellen wij een visie op toezicht en handhaving 2024 op, waarbinnen de rol van de boa en de visie daarop zijn beschreven. Daarnaast vinden alle activiteiten plaats om tot zo’n visie te komen en de partners, waaronder mede-overheden, te betrekken bij het opstellen en uitvoeren van de ambities die in de visie een plaats zullen hebben.
5.1
Gemeenten vullen hun taken in met de juiste interbestuurlijke, financiële en democratische randvoorwaarden
Doelstelling 2024 In 2024 beschikken gemeenten over de juiste interbestuurlijke, financiële en democratische randvoorwaarden om invulling te geven aan hun (toegenomen) taken. Met onze stakeholders werken we aan gelijkwaardigheid in de interbestuurlijke verhoudingen, aan structurele financiële waarborgen die passen bij de lokale verantwoordelijkheden en aan optimalisering van democratische besluitvorming. Gemeenten zijn - vanuit deskundigheid en legitimiteit - zelf in staat om te sturen op inkomsten, uitgaven en zo op het realiseren van de hun toebedeelde taken. Daarbij hoort dat de verantwoordelijkheid voor maatschappelijke opgaven enerzijds, en de beslissingen over en de sturing op inkomsten en uitgaven anderzijds in één hand liggen. Inzet 2021 -
-
In het nieuwe regeerakkoord landen afspraken voor een gezonde financiële positie van gemeenten en interbestuurlijke verhoudingen die de autonomie van gemeenten waarborgen. De kabinetsformatie is mede beïnvloed op basis van standpuntbepaling en reactie op het rapport van de Studiegroep Interbestuurlijke en Financiële verhoudingen (Ter Haar). Met het nieuwe kabinet zijn afspraken gemaakt over de samenwerking met gemeenten en over de uitwerking daarvan in een programma of gezamenlijk traject. De VNG heeft namens gemeenten gezorgd voor goede belangenbehartiging en voor financiële compensatie voor gemaakte kosten als gevolg van de coronacrisis. De VNG ondersteunt in 2021 kennisuitwisseling en standpuntbepaling over de herijking van het gemeentefonds, inclusief het sociaal domein, en bepaalt daarbij expliciet de rol die de VNG hierin kan spelen. Ook waar het gaat om het invulling geven aan het solidariteitsprincipe tussen gemeenten, zoals dat staat geformuleerd in de verenigingsstrategie Gemeenten 2024.
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
18/23
-
-
-
-
-
5.2
In 2021 stuurt de VNG aan op een normeringsafspraak met het nieuwe kabinet. Bij die afspraak worden aanvullende afspraken gemaakt hoe de normering in 2022 weer aan te zetten. Daarbij is de VNG inzet om de opschalingskorting 2022-2025 van tafel te krijgen. De VNG heeft een door de leden gedragen inzet geformuleerd voor het volgende regeerakkoord die gemeenten in een meer gelijkwaardige financiële verhouding met het Rijk brengt en de bestedingsvrijheid van gemeenten bevordert. De bestaande gemeentelijk "instituties" (gemeenteraad, college van B&W, burgemeester, griffier en gemeentenecretaris) zijn ondersteund en de kwaliteit van de daaraan verbonden bestuurlijke organisatie is verbeterd. Een Toekomstagenda Lokale Democratie en Lokaal Bestuur wordt opgesteld. Gemeentebesturen zijn geadviseerd over het versterken en vernieuwen van de lokale democratie en het lokaal bestuur door het vervolmaken van de toekomstscenario's en het maken van een ondersteuningsaanbod aan de gemeenten. Dat betreft onder meer de ondersteuning en verkleinen van de ongelijkheid van lokale politieke partijen. Er is bijgedragen aan de besluitvorming over de Code Interbestuurlijke Verhoudingen, en er zijn minimaal vier 'Raden op Zaterdag' georganiseerd. Het programma Democratie in Actie wordt in 2021 verder uitgevoerd, voltooid en geëvalueerd.
Voorts wordt de borging van succesvolle onderdelen onderzocht en ingeregeld, en een opvolger van Democratie in Actie vormgegeven.
Gemeenten hebben eigen visie op openbare orde en veiligheid geïmplementeerd
Doelstelling 2024 In 2024 zijn gemeenten voldoende ondersteund in hun visie op openbare orde en veiligheid, en de implementatie daarvan. De VNG zorgt voor een platformfunctie voor kennisdeling, houdt het netwerk van organisaties in beeld en voert mede namens gemeenten de lobby. Thema's die specifiek de aandacht krijgen zijn: ondermijning, cybercrime en informatieveiligheid, toezicht en handhaving, ontwikkeling en werking nationale politie, polarisatie en maatschappelijke onrust, informatie-uitwisseling en data-gestuurd werken. Daarnaast leveren we gerichte ondersteuning aan instituties binnen het domein van zorg en veiligheid. Inzet 2021 -
-
-
-
Eind 2021 is de visie op toezicht en handhaving 2024 gereed waarin aandacht voor de boa. Daarnaast zijn de evaluaties afgerond van de pilots domeinoverstijgend werken en de boauitrusting. Op het gebied van digitale criminaliteit is de Agenda Digitale Veiligheid verder uitgewerkt ten aanzien van het handelingsperspectief op bevoegdheden, de verantwoordelijkheden en de rollen. De organisatiekracht van het adviesteam bij de lokale aanpak van polarisatie en maatschappelijke onrust, is versterkt. Ook is er een bijdrage geleverd aan de uitwerking van het leer- en ondersteuningsaanbod. Het netwerk Mensenhandel is versterkt en is er een bijdrage geleverd aan de aanpak. Voorts is het programma zorg- en veiligheidshuizen hernieuwd met nieuwe regio-pilots. Er is een advies over de uitvoering van nazorg aan ex-gedetineerden, de aanpak personen met verward gedrag is versterkt, en een toekomstagenda Openbare Orde en Veiligheid wordt opgesteld.
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
19/23
-
5.3
Om de lokale aanpak van ondermijning te verstevigen, zijn vanuit het Rijk de financiering en wetgeving verbeterd. Daarnaast zijn er verbeteringen tot stand gekomen bij de informatiepositie en gegevensuitwisseling binnen en tussen gemeenten, zijn de toolkits voor het netwerk weerbaar geactualiseerd en is de verbinding tussen wijkaanpak op ondermijning en de zorg versterkt.
Gemeenten borgen blijvend de juridische expertise
Doelstelling 2024 In 2024 zijn gemeenten in staat gesteld de juridische expertise (blijvend) te borgen. Een lokale krachtige overheid kan alleen bestaan bij een stevige juridische functie en voldoende juridische kwaliteit. Als VNG ondersteunen we gemeenten hierin met onze expertise, producten en dienstverlening, waarbij de behoeften van onze leden richtinggevend en agenderend is in de samenwerking met het Rijk en andere stakeholders. VNG levert gevraagd en ongevraagd advies en modelverordeningen. Inzet 2021 -
-
-
-
5.4
De VNG heeft haar juridische producten getoetst aan maatschappelijke ontwikkelingen en nieuwe wetgeving, en heeft manieren ontwikkeld om beter in te spelen op de wensen van de leden. De VNG heeft de inhoud en kwaliteit van haar wetgevingsproducten bewaakt en versterkt en daarin goed geanticipeerd op de actuele ontwikkelingen in onder meer het gemeenterecht, het omgevingsrecht, sociale wetgeving en het informatiedomein. De juridische functie binnen gemeenten en bij de VNG is versterkt door aan de voorkant van processen te adviseren, een excellente belangenbehartiging te verzorgen op dossiers met een sterke juridische component, de overdracht van kennis te bevorderen en gemeenten een platform te bieden om met de VNG en met elkaar kennis uit te wisselen. Vanuit juridisch perspectief is een wendbaar en krachtig lokaal bestuur en een responsieve rechtsstaat bevorderd. De dynamiek van snel wisselende omstandigheden zorgde ervoor dat we snel antwoord hebben gegeven op actuele vraagstukken.
Regionale schakelpunten ondersteunen gemeenten bij kennis voor beleid en uitvoering
Doelstelling 2024 Gemeenten beschikken in 2024 over de kennis die nodig is voor de strategische beleidsafwegingen, beleidsplannen en uitvoering op hun taakgebieden. De VNG heeft samen met andere overheden regionale schakelpunten tot stand gebracht voor de interactie van gemeenten met regionale en landelijke kennisinstellingen. De VNG heeft met nationale kennisinstellingen en hun departementale opdrachtgevers afspraken gemaakt over hun inzet voor gemeenten. Inzet 2021 -
De VNG heeft samen met andere overheden een opzet gemaakt voor het tot stand brengen van regionale schakelpunten.
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
20/23
6. Actieve ledenorganisatie Gemeenten 2024 De maatschappelijke opgaven waar gemeenten mee te maken hebben en krijgen, hebben ook gevolgen voor de VNG. Dat gebeurt in een tijd waarin ook de traditionele VNG-pijlers in beweging zijn. Heel kort gesteld vindt belangenbehartiging steeds vaker plaats binnen een gelijkwaardig partnerschap met het Rijk, krijgt de platformfunctie steeds vaker vorm in netwerksamenwerking en dienstverlening binnen Samen Organiseren. Als vereniging zullen we moeten gaan nadenken over hoe we het bestuurlijk bouwwerk toekomstbestendig kunnen maken. Hoe houden we nabijheid als eerste overheid in een steeds complexere bestuurlijke omgeving? Het nadenken hierover moeten we niet overlaten aan het Rijk, maar als gemeenten samen vormgeven. Binnen onze vereniging is solidariteit het uitgangspunt bij het bepleiten van onze wensen richting het Rijk. Hoe het zit met de financiële solidariteit binnen de vereniging weten we minder goed; dat laten we in het algemeen over aan de ‘verdelende rechtvaardigheid’ van het Rijk. We moeten daarom onderling meer de dialoog aangaan over verdelingsvraagstukken en goede verbindingen zoeken waar scheidslijnen gaan ontstaan. Waar mogelijk zoeken we zelf oplossingen in plaats van de moeilijke kwesties uit handen te geven.
Nu de uitvoering van steeds meer taken aan gemeenten is overgedragen komt vaker de vraag op wat de rollen van de verschillende overheidslagen zouden moeten zijn en hoe de overheden zich tot elkaar moeten verhouden. Om bij onszelf te beginnen: binnen de vereniging moeten we het gesprek aangaan over de vraag hoe wij er als collectief voor gaan zorgen dat de afgesproken taken binnen de gestelde kaders worden uitgevoerd. En tot slot. In ruim een eeuw is de VNG uitgegroeid tot een sterke ledenorganisatie met een ondersteuningsorganisatie die de belangen van de gemeenten behartigt, die gemeenten op velerlei wijzen passende dienstverlening biedt en de vereniging als platform ondersteunt. Deze basisinzet blijft belangrijk, ook naast de inzet op thema's.
Prioriteiten 2021 Programma Netwerken Eind 2020 stellen we het plan van aanpak Netwerken vast. Hiermee geven we een impuls aan dit programma wat uitvoering geeft aan het advies ‘De vierde dimensie’ van Wim Deetman. Het programma Netwerken is het hart van onze organisatieontwikkeling: medewerkers worden opgeleid, geïnspireerd en gefaciliteerd om hun netwerkfunctie zowel in- als extern, zowel online als offline zo goed mogelijk uit te voeren. Kernwaarde van het programma is dat we als één VNG naar buiten treden. Programma COVID-19 Het programma COVID-19 zal in 2021 – in welke omvang dan ook – zijn vervolg krijgen. Doel is om de belangen van onze leden te behartigen (op het gebied van uitvoeringskracht en financiële compensatie), een platform te bieden om kennis te delen als gemeenten te ondersteunen bij bepaalde uitvoeringskwesties (denk aan de TOZO). In periodieke enquêtes vragen we de leden om
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
21/23
input. Daarnaast biedt de klankbordgroep elke week de mogelijkheid om de agenda met de leden af te stemmen.
6.1
Een daadkrachtige, levendige vereniging als thuis voor alle leden
Doelstelling 2024 In 2024 stelt het VNG-concern de leden, het bestuur en de commissies, de directie en de medewerkers in staat om met elkaar een daadkrachtige, levendige vereniging te vormen waar alle leden zich thuis voelen en meerwaarde uit halen. De solidariteit binnen de vereniging is versterkt, evenals het netwerkend werken en het werken als één VNG. Inzet 2021 -
-
6.2
De VNG heeft dialoog en interactie tussen (en met) de leden tot stand gebracht door de leden meerdere, eigentijdse mogelijkheden te bieden om met elkaar te communiceren en kennis en praktijkvoorbeelden uit te wisselen. Bij het informeren van leden is altijd interactie mogelijk. De VNG werkt met een hernieuwde Europese strategie die in overleg met leden is voorbereid en is vastgesteld door het bestuur. De VNG heeft cruciale passages in het regeerakkoord weten te realiseren. De VNG weet de netwerken van gemeenten en de provinciale afdelingen te binden door gebruik te maken van elkaars krachten en door in gezamenlijkheid op te trekken. De VNG maakt gebruik van de nieuwe digitale mogelijkheden om de leden nog beter te betrekken bij ontwikkelingen.
De VNG is binnen en buiten Nederland een herkenbaar netwerk van netwerken
Doelstelling 2024 In 2024 heeft de VNG zich ontwikkeld tot een organisatie die als netwerk van netwerken fungeert, op nationaal, Europees en internationaal niveau. De vereniging wordt door stakeholders en samenwerkingspartners gezien als samenwerkende partij, agenderende voortrekker, verbinder van kennis en kunde, duider van actuele informatie en behoeften, en betrouwbare organisator en leverancier van producten en diensten. Hierdoor stelt de VNG haar leden in staat een krachtige lokale overheid te zijn. Inzet 2021 -
-
6.3
Er zijn strategieën uitgewerkt om de VNG als netwerk van netwerken te versterken, zowel intern als extern, en die flexibel kan inspelen op veranderende omstandigheden en verschillende behoeften van leden. De VNG heeft op basis van de ondersteuningsbehoefte van gemeenten een leden ondersteund bij specifieke vragen over de gevolgen van de coronacrisis.
Lokale praktijk richtinggevend voor basisinzet van de VNG
Doelstelling 2024 In 2024 zijn gemeenten bij de lokale uitvoering van maatschappelijke opgaven verzekerd van onze basisinzet op belangenbehartiging, dienstverlening en platformfunctie. Onze basisdienstverlening is van toegevoegde waarde omdat deze deskundig en helder is, adequaat inspeelt op voor gemeenten relevante ontwikkelingen, samen met leden tot stand komt en intern goed is afgestemd.
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
22/23
Hiermee dragen we bij aan een sterke gemeentelijke organisatie, goede bestuurlijke besluitvorming en een deskundig en gezaghebbend lokaal bestuur. Inzet 2021 -
De basisinzet op belangenbehartiging, dienstverlening en platformfunctie van de teams en programma's binnen de VNG en haar bedrijven is op orde en sluit aan bij de actuele behoeften.
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
23/23
Begroting 2021 Vereniging van Nederlandse Gemeenten
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
Vereniging van Nederlandse Gemeenten Nassaulaan 12 2514 JS Den Haag [oktober 2020]
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
1
Inhoudsopgave Inleiding ............................................................................................................................................... 3 Ontwikkelingen .......................................................................................................................... 3 Financiële kaders ...................................................................................................................... 4 Begroting 2021 .................................................................................................................................... 6 Toelichting begroting ................................................................................................................. 6 Begroting per organisatieonderdeel ........................................................................................ 12 VNG-formatie 2021............................................................................................................................ 13 Treasurybeleid .................................................................................................................................. 14 Meerjarenraming 2021 - 2023 ......................................................................................................... 17
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
2
Inleiding Voor u ligt de begroting 2021 van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG). Deze begroting bevat de organisatie van de VNG, waarbij VNG Diensten B.V. en dochterbedrijven buiten beschouwing zijn gelaten. De bedrijven stellen voor 2021 hun eigen begroting op, welke zal worden vastgesteld in de aandeelhoudersvergadering met VNG Diensten B.V. Op basis van de in de ALV van juni 2018 vastgestelde contributiesystematiek (en daaruit volgende begrotingsgrondslagen) wordt de bestemming van het resultaat van de bedrijven en beleggingsportefeuille bij het vaststellen van de jaarrekening in de ALV vastgesteld. Omdat het treasurybeleid en het verwachte resultaat van de VNG-bedrijven geen direct onderdeel zijn van deze begroting, worden ze apart toegelicht.
Ontwikkelingen Het zijn onzekere tijden. 2020 is het jaar geworden waarin COVID-19 de wereld in haar greep hield. Een crisis op het gebied van volksgezondheid, die leidt tot een economische crisis. De wijze waarop we kijken naar het organiseren van ons werk en het faciliteren van het werk doormiddel van huisvesting en ICT is enorm aan het veranderen. Deze verandering zal in 2021 doorzetten en vraagt om een scherpe analyse. De veranderingen die zullen volgen op het gebied van huisvesting en ICT zullen uiteindelijk ook hun uitwerking hebben in de meerjarenbegroting van de Vereniging. Op het moment van opstellen van deze begroting brengt dit een grote mate van onzekerheid met zich mee. Bij deze onzekerheid past een behoudende begroting die faciliteert in de ontwikkelingen die plaats vinden. De begroting is in de afgelopen jaren flink gestegen door GGU gefinancierde projecten en rijkssubsidies. De belangrijkste fluctuatie in de begroting ontstaat vanuit deze wisselende subsidies.
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
3
Voor de toekomstbestendigheid van de begroting is het noodzakelijk om verdere integratie en samenwerking te bewerkstelligen op concernniveau. Subsidieprojecten en het Fonds Gezamenlijke Gemeentelijke Uitvoering worden concernbreed uitgevoerd, waarbij rollen en verantwoordelijkheden tussen de verschillende onderdelen ontstaan.
Financiële kaders Tijdens de ledenraadpleging in juni 2020 hebben de leden ingestemd met het contributievoorstel 2021. Dit voorstel is een voortzetting van de vastgestelde contributiestructuur; een afbouw van het vermogen tot een passend weerstandsniveau en daaraan gekoppeld een volledige dekking van de kernorganisatie uit de contributie. De uitkomst van de ledenraadpleging is bekrachtigd in de ALV van 25 september 2020. Naast de contributie en de inzet van het eigen vermogen zijn er andere bronnen waaruit de kosten van de organisatie als geheel worden gedekt. Ook subsidies en bijdragen aan het fonds GGU vormen een wezenlijke bron van inkomsten. In het overzicht, weergegeven onder Begroting 2021, is een eerste raming weergegeven van de verwachte inkomsten en uitgaven van het VNG Bureau. De dochterondernemingen zijn, zoals in de inleiding aangegeven, geen onderdeel van deze raming. Voor de dochterondernemingen geldt dat in de aandeelhoudersvergaderingen afzonderlijke afspraken zijn en/of worden gemaakt over de financiële ontwikkelingen. De dochterondernemingen zullen dan ook in de aandeelhoudersvergaderingen de eigen begroting voor 2021 presenteren en vast laten stellen. Naast de hierboven geschetste ontwikkelingen en kaders zijn bij de opstelling van de begroting ook een aantal financiële uitgangspunten of voorwaarden van belang . -
-
De contributie stijgt met 3,9%. Hiervan is 2,9% bedoeld voor compensatie van loon- en prijsstijgingen en is 1% bedoeld om te komen richting de volledige dekking van de kosten van de kernorganisatie vanuit de contributie. De bijdrage voor het GGU stijgt met 1,9% naar € 2,55 per inwoner, (in 2020 was het € 2,502 per inwoner). De begrote salarislasten zijn doorgerekend op basis van de formatie zoals deze is vastgesteld voor de begroting van 2020. Eventuele aanpassingen op deze formatie zullen worden
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
4
-
-
vastgesteld in het ADT. Belangrijk om hierbij op te merken: per 1 januari 2020 is het nieuwe (generieke) functiehuis voor de Vereniging en haar dochterondernemingen geïntroduceerd. Hiervoor vindt een vertaling plaats van het oude functiehuis naar het nieuwe. De financiële impact hiervan is opgenomen in de begroting van de salarislasten. In 2019 is de laatste stap gezet van het driejarig plan om de pensioenpremie naar een structureel hoger niveau te brengen. Voor 2021 hanteert het ABP ‘normaal’ pensioenbeleid. In 2021 zal de premie door het pensioenbeleid en de daarin gemaakte afspraken gaan stijgen. De hoogte van de stijging is op het moment van opstellen van deze begroting nog niet bekend. Voor de invulling van prioriteiten wordt hetzelfde bedrag gereserveerd als in 2020. Dit is € 1 miljoen voor de Directie Beleid en € 1 miljoen voor de staf- en ondersteuningsafdelingen. De afschrijvingskosten van de herhuisvesting zullen, net als in voorgaande jaren, worden gedekt uit de hiervoor gevormde bestemmingsreserve. Conform de contributiesystematiek komt 17% van de dekking voor de kernorganisatie vanuit het eigen vermogen van de Vereniging. Dit komt voor 2021 neer op € 5,049 miljoen. In het contributievoorstel 2021 is in het kader van het weerstandsvermogen en de ontwikkeling daarvan, opgenomen dat de Vereniging volgend jaar zal werken met een taakstelling van € 0,3 miljoen.
Deze is nodig om de financiën van de Vereniging meerjarig op orde te houden. De dekking uit het eigen vermogen komt daarmee (afgerond) op € 4,750 miljoen.
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
5
Begroting 2021 Omschrijving (Bedragen x € 1.000)
Begroting
Begroting
Realisatie
2021
2020
2019
Bedrijfsopbrengsten Contributie
24.500
23.400
22.787
Bijdragen projecten
77.817
77.615
84.488
Overige bedrijfsopbrengsten
5.404
5.599
6.816
107.721
106.614
114.091
Salariskosten (inclusief sociale lasten)
26.737
24.323
22.084
Overige personeelskosten
1.880
1.833
12.908
Afschrijvingen
1.650
1.950
1.410
Activiteitskosten
76.443
78.187
71.096
Kantoor- en huisvestingskosten
4.867
3.872
7.826
Overige bedrijfskosten
1.501
2.190
1.894
113.078
112.355
117.218
-5.357
-5.741
-3.127
607
607
1.953
4.750
5.134
858
-
-
-316
Som van bedrijfsopbrengsten Bedrijfslasten
Som van bedrijfslasten Resultaat gewone bedrijfsuitoefening Dekking uit bestemmingsreserve Dekking uit eigen vermogen Ongedekt resultaat van de Vereniging
Toelichting begroting Contributie De contributie-inkomsten voor 2021 nemen toe met € 1,1 miljoen. De vastgestelde contributiestijging bedraagt 3,9%. Dit is, conform de vastgestelde contributiesystematiek, 2,9% indexatie voor loon- en prijsstijging en 1% ingroei van de kernorganisatie. Bijdragen projecten In onderstaande tabel staan projecten waarvoor de VNG vrijwel zeker subsidie krijgt. Verplichtingen ten laste van de onderstaande subsidies worden pas aangegaan als toezegging definitief is. Hierdoor worden mogelijke risico’s geminimaliseerd. Bijdrage projecten (Bedragen * € 1.000) Instrumentegids Dennis en Eva UMW - Gemeenten
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
370 2.500
6
Bijdrage projecten (Bedragen * € 1.000) Totaal Driedimensionaal Haal Centraal Ketenbureau I- Sociaal Domein
3.380 590 1.971
Verbinden trajecten Schuldenproblematiek 2020-2023
795
Implementatie Lokaal Spoor VN-verdrag 2017-2021
766
Implementatie Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg 2018-2021
64
Jongvolwassenenaanpak 2018-2021
258
Ondersteuningsteam Zorg voor de Jeugd (OZJ) 2019-2021
4.720
Doorontwikkeling cliëntondersteuning 2019-2021
916
Opvang en bescherming 2.0 2019-2021
455
Ondersteuningstraject lokale preventieakkoorden 2019-2021
799
Implementatieplan Programma Verbeteren aansluiting onderwijs-zorg-jeugd 2019 - 2021
685
Ondersteuningstraject Rookvrije Omgeving
220
Verbindend Landelijk OndersteuningsTeam (VLOT)
148
Visite-commissie Financiële beheersbaarheid 2020-2021
200
Verbeteragenda Hulpmiddelen
186
Samenwerken aan een betere Toegang Sociaal Domein 2020 - 2022
137
Gegevensuitwisseling SD, zorgdomein en veiligheidsdomein
51
Zo werkt het Sociaal Domein
61
Programma Betere Dienstverlening en Regelgeving 2020-2023
250
Omgevingsveiligheid
800
Opzetten ondersteuningsstructuur tbv transitiefase Covid-19
496
Wet Kwaliteitborging Bouw
900
Omgevingswet 2021 (moeder)
2.619
Programma ADS
300
Brandweerkamer
22
inzet TAZ WSGO
93
Kinderopvang
566
Ondersteuning gemeenten binnen de LSI structuur
2.806
WMO 2015 en jeugdwet 2019
1.020
Voorschoolse Educatie
93
Handhaving en Naleving Participatiewet
496
Totaal Subsidiebijdragen
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
29.732
7
Bijdrage projecten (Bedragen * € 1.000) Collectief gefinancierde activiteiten: Fonds GGU
44.381
Overige geldstromen
3.704
Totaal collectief gefinancierde activiteiten
48.085
Totaal bijdragen projecten (subsidie + GGU)
77.817
Subsidieprojecten De omvang van de subsidieprojecten is meegenomen voor de op dit moment vrijwel zekere projecten. De projecten hebben geen resultaatseffect. Voor bovengenoemde projecten geldt dat ook de bijbehorende kosten in de begroting zijn opgenomen. Deze kosten zijn gespecificeerd bij de rubriek activiteitskosten. Bij het opstellen van de begroting 2021 bedragen de kosten van de gesubsidieerde projecten € 29,732 miljoen (in 2020 was dat € 23,170 miljoen). Collectief gefinancierde activiteiten Tijdens de ALV van 15 juni 2017 besloten de leden nagenoeg unaniem dat de gezamenlijke gemeentelijke uitvoering (GGU) een prioriteit voor alle gemeenten is, en dus een belangrijke prioriteit en taak voor de VNG. Alle gemeenten dragen daar naar rato van het aantal inwoners aan bij In de ALV van september 2020 zijn de leden akkoord gegaan met de bijdrage van €2,55 excl btw (€3,09 incl btw). Op basis van de indexatie en een toename van het inwonertal van gemeenten, groeit het Fonds GGU ten opzichte van vorig jaar met € 1,2 miljoen euro naar een totaal van € 44,4 miljoen .Aanvullend op het Fonds GGU zijn er derde geldstromen mogelijk,zoals bijdragen vanuit het Rijk en reserveringen uit eerdere jaren. De begroting van het totaal jaarprogramma van het GGU 2021 bedraagt, inclusief de overige geldstromen € 48,085 miljoen (in 2020 was dat € 54,445 miljoen).
De begroting daalt ten opzicht van het GGU 2020, omdat er in 2020 nog gebruik gemaakt kon worden van de hoge onderuitnutting van de Gemeentefonds projecten uit eerdere jaren. Overige bedrijfsopbrengsten Ten opzichte van de begroting 2020 dalen de overige bedrijfsopbrengsten met € 0,174 miljoen. Dit wordt voornamelijk veroorzaakt door dalende inkomsten vanuit de dienstverleningsovereenkomsten. De overige bedrijfsopbrengsten zijn opgebouwd uit de volgende opbrengsten: • interne omzet bedrijven • opbrengsten van derden (doorbelastingen dienstverleningsovereenkomsten, royaltyvergoedingen) • vacatiegelden • doorbelaste salariskosten van de gelieerde instellingen • opbrengst belastingadviezen • opbrengst reprorecht
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
8
Bedrijfslasten Salariskosten inclusief sociale lasten De begrote salarislasten zijn doorgerekend op basis van de cao voor het Rijk (2018- 2020). Ten tijde van het opstellen van deze begroting lopen de gesprekken tussen het Rijk en de vakbonden over de cao-ontwikkeling voor de komende jaren. De uitkomsten hiervan zijn nog niet bekend. Daarom is er in deze begroting op de salarislasten een marge aangehouden om daar waar nodig een stijging van de kosten op te vangen. In 2019 heeft uitbreiding van de formatie plaatsgevonden conform de doelstelling om een flexibele schil te creëren van medewerkers die we kunnen inzetten op extern gefinancierde activiteiten. Het doel is een evenwichtigere verhouding tussen eigen personeel en de inzet van externen. Om invulling te kunnen geven aan de ambities en de groei van de organisatie heeft bij Directie Beleid een verdere versterking plaatsgevonden naar een vaste formatie van 130,16 fte. Hiervan wordt 110,5 fte gefinancierd vanuit de contributie (kernorganisatie), 12,69 fte vanuit GGU en 6,90 fte vanuit de projectsubsidies. Voor 2021 blijft deze formatie gehandhaafd. Bij de stafafdelingen vindt een correctie plaats, waarbij ook de ondersteuning van de GGU en subsidie gefinancierde activiteiten voor een klein deel door vaste formatie wordt ingevuld.
Ten opzichte van 2020 stijgen de salariskosten met € 2,414 miljoen, wat vooral wordt veroorzaakt door een grotere flexibele schil (tijdelijke inzet op gesubsidieerde taken). Ook de implementatie van het nieuwe functiegebouw en arbeidsvoorwaardenregeling zorgen voor een deel van de stijging. Op het moment van opstellen van deze begroting is de wijziging in de pensioenpremie nog niet bekend. Hiervoor is in de salariskosten een marge aangehouden, waarmee de stijging van de pensioenpremie gedekt kan worden. Overige personeelskosten De overige personeelskosten zijn ten opzichte van de begroting 2020 vrijwel gelijk gebleven. Een verschuiving had kunnen plaatsvinden door het van kracht worden van de nieuwe AVR. Hierin is een nieuwe regeling m.b.t. de reiskosten (woon-werk) en flexbudget opgenomen. Op het moment van opstellen van deze begroting loopt de inventarisatie welke medewerkers er vanuit de oude regeling over willen gaan naar de nieuwe regeling nog. Op peildatum 21-9 heeft 55% van de medewerkers een keuze gemaakt, waarvan 9% aan heeft gegeven over te gaan naar de nieuwe regeling. Voor de begroting is dit aanleiding om bij de bepaling van de hoogte van de posten uit te gaan van de oude methodiek.
Omschrijving (Bedragen x € 1.000)
Begroting
Begroting
Realisatie
2021
2020
2019
Uitzendkrachten en personeel van derden
163
163
10.751
Arbokosten
42
42
26
Studiekosten
505
507
668
Rechtspositionele kosten
327
328
389
Reis-en verblijfskosten personeel
207
180
273
Onttrekkingen/Dotatie voorzieningen
260
236
236
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
9
Werving- en selectie
75
75
91
Overige personeelskosten
301
303
474
1.880
1.833
12.908
Totaal Overige Personeelskosten
Ten opzichte van de realisatie 2019 valt op dat de post uitzendkrachten en personeel van derden fors hoger is dan begroot. Deze post uitzendkrachten en personeel van derden bestaat voor een groot deel uit project gerelateerde inhuur van personeel. Daarnaast wordt een deel veroorzaakt door de tijdelijke invulling van vacatures met extern personeel. De kosten die hiermee gepaard gaan, worden gecompenseerd vanuit de vacatureruimte die gedurende het boekjaar is ontstaan. Dat compenseren wordt ook nagestreefd in 2021. Afschrijvingen Zoals in de realisatie van 2019 al zichtbaar is, wordt niet het volledige bedrag dat gereserveerd is voor de afschrijvingslasten benut. Het aantal investeringen dat wordt gedaan ligt lager dan de vrijval vanuit de afschrijvingsmodule. Dit effect is in 2020 versterkt doordat door COVID-19 er weinig grote investeringen plaats hebben gevonden. Deze zullen de komende jaren wel plaats gaan vinden, maar op basis van de investeringsplannen zal de afschrijvingslast de komende jaren structureel lager zijn. Hierdoor zal de afschrijvingslast in 2021 met € 0,3 miljoen dalen ten opzichte van 2020. Activiteitskosten De post activiteitskosten is de grootste kostenpost in de begroting en bestaat voor het merendeel uit kosten van subsidieprojecten en projecten uit het fonds GGU. De kosten voor de inzet op deze projecten zijn opgenomen onder Advies derden.
Ten opzichte van de begroting van 2020 nemen de totale activiteitskosten af met € 1,744 miljoen. Deze daling ontstaat door de hogere dekking uren (inzet ten laste van subsidie).
Omschrijving (Bedragen x € 1.000)
Begroting
Begroting
Realisatie
2021
2020
2019
Voorlichting en publicaties
491
602
1.006
Bijeenkomsten
230
230
4.035
Onderzoek en beleidsontwikkeling
3.861
3.969
1.106
Advies derden
77.817
77.615
64.493
Bijdragen en lidmaatschappen
553
663
456
Dekking uren en toegerekend
-6.509
-4.892
-
Totaal Activiteitskosten
76.443
78.187
71.096
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
10
Kantoor- en huisvestingskosten De begrote kantoor- en huisvestingskosten nemen ten opzichte van de begroting 2020 toe met € 0,995 miljoen. Dit wordt voornamelijk veroorzaakt door de hogere automatiseringskosten en de omzetting van de kosten voor het reprorecht. Deze laatste post is in de begroting van 2020 opgenomen onder de overige bedrijfskosten. Voor een betere verantwoording van deze kosten zijn deze voor 2021 meegenomen onder de Bibliotheekkosten.
Omschrijving (Bedragen x € 1.000)
Begroting
Begroting
Realisatie
2021
2020
2019
Huisvestingskosten
721
710
775
Onderhoudskosten en inventaris
375
375
388
2.489
2.097
5.840
Bibliotheekkosten
794
149
763
Restauratieve kosten
382
435
450
Telecommunicatie
64
63
-415
Drukwerk
42
42
25
4.867
3.872
7.826
Automatiseringskosten
Totaal Kantoor en huisvestingskosten
Overige bedrijfskosten Ten opzichte van de begroting van 2020 nemen de overige bedrijfskosten af met € 0,689 miljoen. Dit wordt voornamelijk veroorzaakt door de omzetting van de kosten van het reprorecht. Zie hiervoor ook de toelichting bij de kantoor- en huisvestingskosten.
Omschrijving (Bedragen x € 1.000)
Begroting
Begroting
Realisatie
2021
2020
2019
Accountantskosten
85
65
80
Algemene Lidmaatschappen
264
230
531
Resultaat BTW
120
200
181
Declaraties derden
18
18
230
Inleen chauffeur/taxi
124
122
74
Overige bedrijfskosten
890
1.555
798
1.501
2.190
1.894
Totaal Overige bedrijfskosten
Dekking uit bestemmingsreserve Onder de dekking uit de bestemmingsreserve is een onttrekking opgenomen t.b.v. de afschrijvingslasten van de Willemshof (incl. verbouwing begane grond).
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
11
Begroting per organisatieonderdeel Eén van de genoemde uitgangspunten voor de begroting van 2021, is een begroting als sturingsinstrument. Daarvoor hebben we de kosten per organisatieonderdeel inzichtelijk gemaakt. Het gaat om Algemene Directie, Communicatie, Concernstaf incl. secretariaat, Bedrijfsvoering en Directie Beleid. De in het overzicht genoemde salariskosten onder directie en bestuur betreffen 2,0 fte. Deze salariskosten zijn WNT getoetst. Omschrijving (Bedragen x € 1.000)
Begroting 2021
Directie en Bestuur
Concern- Communi- Bedrijfs- Directie staf catie voering Beleid
Bedrijfsopbrengsten Contributie
24.500
Bijdragen projecten
77.817
Overige bedrijfsopbrengsten
5.404
Som van bedrijfsopbrengsten
24.500 77.817 45
193
4.813
353
107.721
-
45
193
29.313
78.170
Salariskosten (inclusief sociale lasten)
26.737
368
2.971
2.636
4.427
16.335
Overige personeelskosten
1.880
26
185
134
1.181
354
Afschrijvingen
1.650
Activiteitskosten
76.443
Kantoor- en huisvestingkosten
4.867
Overige bedrijfskosten
1.501
Bedrijfslasten
1.650 1.185
449
21
50
4.783
13
552
33
15
802
99
113.078
2.852
4.395
3.284
12.843
89.704
Resultaat bedrijfsuitoefening
-5.357
-2.852
-4.350
-3.091
16.470 -11.534
Dekking uit bestemmingsreserve
607
607
4.750
4.750
Som van bedrijfslasten
Dekking uit eigen vermogen Ongedekt resultaat van de Vereniging
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
-
1.906
-2.852
-4.350
-3.091
72.903
21.827 -11.534
12
VNG-formatie 2021 De VNG kent voor haar organisatie meerdere financieringsstromen. In hoofdlijn zijn deze in twee delen op te splitsen: contributie en projecten. Onder projecten wordt verstaan de gesubsidieerde taken door het Rijk en GGU. Ook de inkomensstroom vanuit de projecten kent, ondanks dat deze flexibel is, een vaste basis. Voor de beleidsteams van het VNG Bureau is er in de vaste formatie een aantal fte gefinancierd vanuit deze geldstromen. Bij de staf en ondersteuningsteams wordt hiervoor ook inzet geleverd, deze wordt gedekt vanuit de overheadkosten die ten laste van de projecten worden gebracht. Vaste formatie (in fte’s)
Contributie
Projecten
Totaal
/ GGU
2020
Contributie
Projecten
Totaal
/ GGU
2021
Directie
2,00
2,00
2,00
Communicatie
30,38
30,38
30,38
Bedrijfsvoering algemeen
1,00
1,00
1,00
1,00
I&A
6,60
6,60
6,60
6,60
Financiën en Control
11,90
11,90
11,90
2,00
13,90
HR
7,31
7,31
7,31
1,00
8,31
Facilitaire Dienst
14,21
14,21
14,21
Beleidsteams
110,50
130,11
110,50
Concernstaf
19,55
19,55
19,55
19,55
Secretariaten
18,23
18,23
18,23
18,23
Participatiebudget Totaal
19,61
6,00 227,68
19,61
6,00
6,00
247,29
227,68
2,00 2,00
32,38
14,21 19,61
130,11
6,00 24,61
252,29
Opmerkingen op basis van de weergegeven formatie: 1. De directie bestaat uit een algemeen directeur en een plaatsvervangend algemeen directeur. 2. De teams Financiën & Control, Human Resource Management, Informatisering & Automatisering en Facilitaire Dienst vormen samen het geheel van Bedrijfsvoering, welke wordt aangestuurd door het hoofd Bedrijfsvoering. 3. De VNG geeft invulling aan de Participatiewet. We streven naar het in dienst hebben van zes medewerkers (6 fte).
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
13
Treasurybeleid We hebben een treasurystatuut. Hierin geven we aan dat we jaarlijks een treasuryplan opstellen. Dit plan maakt deel uit van de begroting. De volgende onderwerpen komen aan bod: 1. De rentevisie van banken 2. De beleggingsvisie van de vermogensbeheerder 3. Renterisico (voor zover van toepassing) 4. Beschikbaarheid van kasgeld 5. Geld- en kapitaalmarktpartijen Voor zover deze onderwerpen niet ergens anders in de begroting staan, bespreken we ze hieronder kort. 1. Over de rentevisie van banken kunnen we melden dat ze verwachten dat kortlopende rente ten opzichte van het huidige begrotingsjaar niet veranderd. Dat wil zeggen zij denken dat het renteniveau zal blijven bewegen tussen licht positief en licht negatief (dus rond de 0%). Vanwege de blijvend lage renteniveaus op kort vermogen zijn er hier dan ook ten opzichte van het voorgaande begrotingsjaar geen extra aanpassingen noodzakelijk. Het lang vlottend vermogen van de VNG is volledig belegd in de effectenportefeuille. 2. Het beleggingsbeleid is gericht op een horizon van vijf tot tien jaar. De doelstelling van de beleggingen is zowel gericht op inkomens- als op vermogensbehoud op lange termijn. De beleggingsvisie staat in de samenstelling van de normportefeuille, de bandbreedtes per beleggingscategorie en de beleggingsrichtlijnen en compliance.
De beleggingsrichtlijnen en compliance die we hierbij hanteren zijn de volgende: • Voor aandelen de MSCI World Index in euro 10% • Voor vastrentende waarden 75% a. Bank of America Merrill Lynch Euro Government Index 40% b. iBoxx Euro Corporate Overall TR index 20% c. iBoxx Euro Corporate Non-Financial TR index 15% • Voor onroerend goed FTSE EPRA-Nareit Europe TR 5% • Voor Absoluut rendement HFRX Global Index (euro) 10% Op basis van de overeengekomen beleggingsrichtlijnen zijn bandbreedten vormgegeven waarbinnen de effectenbeheerder kan opereren naar eigen inzicht. De bandbreedtes zijn zo vormgegeven dat de vermogensbeheerder voldoende ruimte heeft te anticiperen op veranderingen in de markt zonder dat deze het risicoprofiel van de portefeuille aantast. 3. Zoals onder 2 vermeld, is de visie van banken dat de kortlopende rente niet wezenlijk verandert. Per saldo heeft de VNG over een jaar gemeten geen buitensporige tekorten. Met betrekking tot roodstanden zien we dan ook geen grote renterisico’s. Sinds het afgelopen jaar moet VNG rente betalen over het aanhouden van geld op de lopende rekening. Het hierdoor ontstane renterisico wordt weggenomen door aan te houden gelden beperkt te plaatsen op bedrijfsspaarrekeningen. 4. De VNG houdt een zodanige omvang aan direct opeisbare liquide middelen aan dat zij steeds aan haar korte-termijn-betalingsverplichtingen kan voldoen.
In principe streven we een zo laag mogelijk saldo na van direct beschikbare en opeisbare liquide middelen. Ter financiering van kortston¬dige liquiditeitsbehoefte (korter dan één jaar) houden we
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
14
minimaal zo’n € 3,7 miljoen aan. Dit is voldoende om te kunnen voldoen aan de kortetermijn-verplichtingen van één tot twee maanden. 5. De VNG heeft haar lang vlottend vermogen belegd in de effectenportefeuille. Kempen Capital Management beheert de effectenportefeuille. Het kort vermogen houden we aan bij huisbankier BNG. Overtollige kortlopende middelen worden op deposito of op een bedrijfsspaarrekening gezet. Vanwege het zeer matige depositorendement en het ontbreken van bedrijfsspaarvormen bij de huisbankier, worden gelijk aan 2020 (zij het in beperktere omvang) extra bedrijfsspaarrekeningen aangehouden bij ABN AMRO Mees Pierson, ING en SNS Reaal. Rendement effectenportefeuille De beleggingsstrategie vatten we samen in de normportefeuille met daaraan gekoppeld de bandbreedtes per beleggingscategorie. Door de covid 19 pandemie verwacht de vermogensbeheerder een meer dan uitdagende macro economische omgeving. Verwacht wordt dat, de economische omstandigheden langer verslechterd zullen blijven dan aanvankelijk gedacht. Gezien het voorgaande, zal de ECB naar verwacht haar beleid van kwantitatieve verruiming voortzetten. Dit zal vrijwel zeker leiden tot lage rentestanden waardoor de beleggingscategorie vastrentende waarden (staatsobligaties) sterk onder druk zal blijven staan.
De vermogensbeheerder zal dan ook voor het komende jaar het aandeel staatsobligaties zo veel mogelijk onderwogen houden. De vermogensbeheerder verwacht dat het sinds 2018 toegenomen belang van bedrijfsobligaties in de effectenportefeuille ook in 2021 in zal stand blijven. Gezien het gebrek aan alternatieven en het feit dat staatsobligaties, gezien de blijvend lage rentestand een reëel koersrisico zijn gaan vormen, is het de verwachting dat binnen de met de vermogensbeheerder overeengekomen portefeuilleverdeling de beleggingscategorieën aandelen en beleggingen in hegdefunds zwaarder zullen gaan meewegen in de portefeuille. Of er binnen portefeuille veel liquide wordt gehouden is afhankelijk van de economisch vooruitzichten op de korte termijn, de hieruit noodzakelijke aanpassingen in de effectenportefeuille en in hoeverre er noodzaak is tot afromen. Op basis van de huidige omstandigheden is het de verwachting dat meer dan normaal volume liquide zal worden gehouden. De verwachte opbrengst uit het vermogen wordt brekend door het bronvermogen te vermenigvuldigen met het langjarige rendement, waarbij met de ongerealiseerde waarde mutaties (koersstijgingen en -koersdalingen), voor zover zij gedekt worden door de herwaarderingsreserve, geen rekening wordt gehouden. Het bronvermogen is hierbij gemiddelde gewogen stand van het renderende vermogen van het afgelopen jaar.
Voor de bepaling van het bronvermogen van de effectenportefeuille zijn twee zaken van belang: * Ten eerste het besluit om de contributie gefinancierde deel van de begroting aan te vullen * Ten tweede een toekomstige afbouw als gevolg van de dekking van het negatieve werkkapitaal (=vorderingen + liquide middelen -/- korte schulden).
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
15
De aanvulling van het contributie gefinancierde deel uit het vermogen komt uit op € 4,75 miljoen. De overige posten die ten laste van vermogen komen, zullen naar verwacht op € 0,6 miljoen uitkomen. Het negatieve werkkapitaal komt per ultimo 2020 naar verwacht uit op € 28,95 miljoen euro negatief. De effectenportefeuille dient als dekking voor de hierboven genoemde punten. Totaal dient dus, op dit punt voor € € 34,3 miljoen gedekt te worden. Door dit alles zal het bronvermogen van de effectenportefeuille uitkomen op € 28.32 miljoen. Bij een langjarig rendement van 4% komt het rendement op effecten 2020 dan uit op € 1,13 miljoen. Jaar 2015 2016 2017 2018 2019 Verwacht 2020
waarde begin jaar waarde einde jaar 54.115 54.979 54.979 57.671 57.671 59.915 59.915 58.757 58.757 63.665 63.665 62.842
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
16
Meerjarenraming 2021 - 2023 De ontwikkelingen rondom COVID-19 hebben zonder twijfel gevolgen voor de meerjarenraming van de Vereniging. Zoals in de inleiding op de begroting 2021 al geschreven, is het moeilijk te bepalen wat de precieze impact zal zijn. Een veranderende kijk op het werk, thuiswerken, huisvesting en de impact van de economische crisis brengen veel onzekerheid met zich mee. Zowel voor de VNG als voor haar leden. In 2021 zal verder duidelijk worden wat de meerjarige impact op de begroting van de Vereniging zal gaan zijn. Op basis van de uitgangspunten van de begroting 2021 is een doorrekening gemaakt voor 20222023. Deze meerjarenraming is opgesteld om een eerste inzicht te geven in de financiële ruimte voor beleids-en bedrijfsvoeringprioriteiten.
Omschrijving (Bedragen x € 1.000)
Begroting
Raming
Raming
2021
2022
2023
Bedrijfsopbrengsten Contributie
24.500
25.235
25.992
Bijdragen projecten
77.817
77.817
77.817
Overige bedrijfsopbrengsten
5.404
5.431
5.436
107.721
108.483
109.245
Salariskosten (inclusief sociale lasten)
26.737
27.156
27.533
Overige personeelskosten
1.880
1.857
1.859
Afschrijvingen
1.650
1.650
1.650
Activiteitskosten
76.443
76.485
76.505
Kantoor- en huisvestingskosten
4.867
4.931
4.996
Overige bedrijfskosten
1.501
1.464
1.465
113.078
113.543
114.008
Resultaat bedrijfsuitoefening
-5.357
-5.060
-4.763
Dekking uit bestemmingsreserve
607
607
607
4.750
4.453
4.156
-
-
-
Som van bedrijfsopbrengsten Bedrijfslasten
Som van bedrijfslasten
Dekking uit eigen vermogen Ongedekt resultaat van de Vereniging
Contributie Conform de contributiesystematiek komt 17% van de dekking voor de kernorganisatie vanuit het eigen vermogen van de Vereniging. Dit komt voor 2021 neer op € 5,049 miljoen. In het contributievoorstel 2021 is in het kader van het weerstandsvermogen en de ontwikkeling daarvan, opgenomen dat de Vereniging vanaf volgend jaar zal werken met een structurele taakstelling van € 0,3 miljoen. Deze is nodig om de financiën van de Vereniging meerjarig op orde te houden.
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
17
Salarissen Voor 2021 hebben we bij het begroten van salariskosten rekening gehouden met de toekenning van de reguliere periodieken aan medewerkers. Hiernaast hielden we rekening met een indexatie voor 2022 en 2023. Dit is op basis van de raming van het CPB voor de te verwachten inflatie. Indexatie Bij de overige personeelskosten, activiteitskosten, kantoor- en huisvestingskosten en overige bedrijfskosten hebben we rekening gehouden met de te verwachten indexatie. De afschrijvingskosten zijn in de meerjarenraming gelijk gehouden aan de begroting van 2021. Daarnaast zijn de bijdragen projecten gelijk gehouden in de raming. Daarmee blijft ook dat deel van de activiteitskosten gelijk. Dekking uit bestemmingsreserve De opgenomen dekking uit de bestemmingsreserve heeft betrekking op de kosten van de herinrichting van de begane grond. Het resultaat uit 2016 dekt deze herinrichtingskosten. De onttrekking vindt plaats tot en met het jaar 2029.