1b. Projectboek Netversterking SD TH BOZ
Tekst van het document
-
-
-
-
-
-
0
Aanwezigheid (potentieel) verontreinigde grond
0
0
0
0
0
0
-
-
Tabel 4.9 | Effectbeoordeling locatiealternatieven Schouwen-Duiveland - Bodem
0
-
-
0
n.v.t.
0
Tabel 4.8 | Effectbeoordeling locatiealternatieven Schouwen-Duiveland - Water
Bodem
Alle locaties bevinden zich op zeekleigronden. Klei is matig gevoelig voor zettingen. Het risico op zettingen door bouwwerkzaamheden voor het hoogspanningsstation staat in verband met de samenstelling van de bodem. Hierbij zijn
4.2.9 Bodem
textuur, structuur en het watergehalte van de grond belangrijke parameters. Door lucht en water uit poriën te
De locatiealternatieven zijn op het thema bodem beoordeeld
De locatiealternatieven onderscheiden zich niet op het thema
persen, klinkt de grond in. Veen is zeer gevoelig voor zetting,
op:
bodem. Figuur 4.15 laat de ligging van de locatiealternatieven
aangezien dit veel water en lucht bevat (groot volume dat
•
de ligging op zettingsgevoelige gronden;
op de bodemsoort ter plaatse zien. De bodemopbouw en
makkelijk kan worden samengedrukt). Klei en zand zijn beter
•
de aanwezigheid van (potentieel) verontreinigde grond.
bodemsoort zijn van belang in verband met de zettings
bestand tegen zettingen. Hierbij geldt dat zand het minst
gevoeligheid van de grond.
gevoelig is voor zettingen, vanwege de gunstige textuur en
De locatiealternatieven zijn op het thema infrastructuur
structuur en een laag watergehalte (water stroomt makkelijk
beoordeeld op:
weg uit de poriën tussen zandkorrels). Door de ligging op
•
matig zettingsgevoelige gronden kunnen er maatregelen
• overlap met planologisch beschermde onder- en
4.2.10 Infrastructuur de ligging in beheerzones van het hoofdwegennet; bovengrondse kabels en leidingen;
nodig zijn die de stabiliteit van de bodem vergroten en ongewenste effecten voorkomen.
•
overlap met spoor of autowegen.
Uit gegevens van het Bodemloket blijkt niet dat de
Figuur 4.16 laat de ligging van de locatiealternatieven zien ten
locatiealternatieven overlappen met verontreinigde gronden.
opzichte van de aanwezig infrastructuur in het plangebied.
Gegevens uit het Bodemloket zijn veelal niet allesomvattend
Geen van de locatiealternatieven overlapt met beheerzones
omdat het enkel informatie bevat over locaties waar
van het hoofdwegennet (Rijkswegen) of met spoor of
onderzoek is uitgevoerd. Na de keuze voor een
autowegen.
voorkeursalternatief is verkennend bodemonderzoek nodig om eventuele bodemverontreiniging uit te sluiten.
Geen van de locatiealternatieven overlapt met planologisch beschermde kabels en leidingen (zoals hoogspanningsverbindingen of buisleidingen die zijn vastgelegd in de Risicokaart of in bestemmingsplannen). Voor alle locatiealternatieven geldt dat na keuze van een voorkeursalternatief een KLIC-melding moet worden uitgevoerd om inzicht te verkrijgen in de ligging van overige kabels, leidingen en leidingstraten die niet planologisch beschermd zijn. Dit omvat onder andere datakabels, waterleidingen en midden- en laagspanningskabels. Indien nodig moeten daarna maatregelen worden getroffen om eventuele effecten te voorkomen.
Figuur 4.15 | Analyse bodem Schouwen-Duiveland
4. Analyse locatiealternatieven Schouwen-Duiveland
148
4. Analyse locatiealternatieven Schouwen-Duiveland
van een hoogspanningsstation moet daarom worden
149
locatiealternatief SD-3. Dit vormt een aandachtspunt.
afgeweken van het bestemmingsplan. Binnen het bestemmingsplan zijn diverse locaties aangewezen die de
Alle locatiealternatieven liggen op agrarische gronden.
planologische mogelijkheid hebben om een mini-camping te
Dit is oplosbaar door grondverwerving zodat het hoog
beginnen. Hieronder valt ook het perceel aan de
spanningsstation gerealiseerd kan worden. Geen van de
Gouweveerseweg 8, gelegen direct ten noordwesten van
locatiealternatieven overlapt met bebouwing.
Figuur 4.16 | Analyse infrastructuur Schouwen-Duiveland
Criterium Infrastructuur
Effect en, indien van toepassing, mitigerende maatregel SD-1
SD-2
SD-3
SD-4
SD-5
SD-6
Ligging in beheerzones hoofdwegennet (rijk/provincie/gemeente)
0
0
0
0
0
0
Overlap onder- en bovengrondse kabels en leidingen
0
0
0
0
0
0
Overlap met (spoor en auto)wegen
0
0
0
0
0
0
Figuur 4.17 | Analyse ruimtegebruik Schouwen-Duiveland
Tabel 4.10 | Effectbeoordeling locatiealternatieven Schouwen-Duiveland - Infrastructuur
Criterium Ruimtegebruik
4.2.11 Ruimtegebruik
Aandachtspunten m.b.t. bestemmingsplannen en planologische belemmeringen
De locatiealternatieven zijn op het thema ruimtegebruik
Alle locatiealternatieven liggen in het buitengebied van de
beoordeeld op:
gemeente Schouwen-Duiveland. Figuur 4.17 laat de
• aandachtspunten m.b.t. bestemmingsplannen en
locatiealternatieven zien ten opzichte van de overige
planologische belemmeringen;
bestemmingsplannen. De separate plankaarten van het
•
grondgebruik;
buitengebied12 laten zien dat alle locatiealternatieven
•
bebouwing.
momenteel de bestemming agrarisch hebben. Voor de bouw
Effect en, indien van toepassing, mitigerende maatregel SD-1
SD-2
SD-3
SD-4
SD-5
SD-6
-
-
-
-
-
-
Grondgebruik
Grondgebruik agrarisch. Oplosbaar door verwerving gronden.
Bebouwing
Geen bebouwing binnen locatiealternatief.
Tabel 4.11 | Effectbeoordeling locatiealternatieven Schouwen-Duiveland - Ruimtegebruik
12
iet interactief digitaal en dus niet op kaart opgenomen. Plankaarten in te zien via: https://www.ruimtelijkeplannen.nl/ N documents/NL.IMRO.1676000000217BpaBU-/p_NL.IMRO.1676000000217BpaBU-.pdf
150
4. Analyse locatiealternatieven Schouwen-Duiveland
4. Analyse locatiealternatieven Schouwen-Duiveland
4.3 Analyse omgevingsbeeld
Beknopte samenvatting omgevingsinbreng locatiealternatief SD-2
Beknopte samenvatting omgevingsinbreng locatiealternatief SD-4
•
stemming reacties: overwegend positief;
•
stemming reacties: overwegend negatief;
•
positief (belangen en voorkeuren):
•
positief (belangen en voorkeuren):
Gedurende de totstandkoming van de alternatieven heeft
ers (te denken valt aan (lokale) overheden, waterschappen,
een omgevingsproces plaatsgevonden. Hierbij zijn om-
Staatsbosbeheer, heemkundige organisaties, dorpsraden en
wonenden en stakeholders meegenomen in de totstand-
andere lokale verenigingen). Tijdens het omgevingsproces
toegelicht in werkatelier 2 door voorstanders;
koming van locatiealternatieven. De deelnemers hebben in
zijn zowel zorgen geuit als voorkeuren aangegeven. Zo heeft
• mogelijkheden voor landschappelijk terugbrengen
drie (digitale) werkateliers (andere dan bij Bergen op Zoom)
een groep inwoners een presentatie gegeven waarin zij
hun vragen kunnen stellen en hun zorgen en voorkeuren
locatie SD-2 inbrachten en uiteenzetten waarom dat hun
kunnen uitspreken. Ook zijn er locaties ingebracht tijdens
voorkeurslocatie is.
• aangedragen in werkatelier en verder uitgewerkt en
oude Meeldijk;
Gedurende het omgevingsproces zijn daarnaast algemene zorgen uitgesproken over (laagfrequent) geluid, EM-velden,
tatlas, een reactieformulier (na werkatelier 3) en ingezonden
verzilting en het proces rondom de landschappelijke
•
brieven en e-mails.
inpassing van hoogspanningsstations van TenneT. Zo heeft
• zorgen over aantasting zichtlijnen vanaf de
Onderstaande samenvatting laat de overkoepelende
realisatie van het hoogspanningsstation in de buurt van
Zeelandbrug, een drukke toegangsweg van
belangen en voorkeuren (positief) en zorgen en afkeuringen
woonbebouwing vragen opgeroepen over geluidshinder en
Schouwen-Duiveland.
(negatief) zien die zijn opgehaald met dit omgevingsproces.
de insteek en juistheid van de nationale geluidswetgeving.
•
•
•
afstand tot Zierikzee;
negatief (zorgen en afkeuren): daarvan vanaf de N59; • zorgen over aantasting grens tussen de voormalige
aantasting van het landschap;
stakeholders reacties ingebracht middels een digitale projec-
•
aansluiting bij N59;
• zorgen over aantasting open polder en beleving
langs drukke weg N59 en daarmee beperkte
komst georganiseerd. Tot slot hebben omwonenden en
•
•
•
• aansluiting bij bedrijvigheid Zierikzee en ligging
deze werkateliers. Daarnaast is er een fysieke inloopbijeen• •
afstand tot bewoning en stadskern Zierikzee;
• zorgen over omgevingshinder op nabijgelegen camping;
zorgen over geluidshinder Zierikzee;
Tijdens de werkateliers heeft TenneT aangegeven de
Beknopte samenvatting omgevingsinbreng locatiealternatief SD-3
voorkomende ingebrachte reacties zien;
locaties van de hoogspanningsstations en het kabeltracé te
•
stemming reacties: verdeeld;
in de werkateliers hebben voor- en tegenstanders van
optimaliseren na een keuze voor een voorkeursalternatief
•
positief (belangen en voorkeuren):
verschillende locaties zeer nadrukkelijk hun zorgen en
door het bevoegd gezag. Binnen de locatiealternatieven op
•
aangedragen in werkatelier;
belangen uitgesproken. Deze stemming is meegenom-
Schouwen-Duiveland zit schuifruimte, die optimaal kan
•
aansluiting bij windturbines;
en in onderstaande teksten, maar vormt niet per
worden benut. Daarnaast kan nog beperkt met het gekozen
•
weinig woningen rondom;
definitie een representatief beeld van het algehele
voorkeursalternatief als geheel worden geschoven, als dit
• mogelijkheden voor landschappelijke inpassing
omgevingsbeeld;
leidt tot het voorkomen van milieu- en omgevingseffecten.
voor een uitgebreider overzicht van het omgeving-
Zo is bijvoorbeeld voor locatiealternatief SD-3 door de
sproces zijn de verslagen van de werkateliers en het
omgeving gesuggereerd om de locatie in westelijke richting
overzicht van reacties op de projectatlas in te zien op
te verschuiven richting de Weg van de Val en
torische waarde bij plaatsing tegen oude Groene
de projectwebsite (https://ten.projectatlas.app/
Gouweveersedijk, mocht dit locatiealternatief als voorkeur-
Dijk;
schouwen-duiveland);
salternatief worden gekozen.
• zorgen over hinder (EM-velden en geluid) in relatie tot biologisch agrarische bedrijfsvoering.
Beknopte samenvatting omgevingsinbreng locatiealternatief SD-5 •
stemming reacties: overwegend negatief;
•
positief (belangen en voorkeuren): •
•
•
zorgen over aantasting open polder en cultuurhistorisch gebied (grens Gouwe);
• zorg over aantasting recreatieve en natuurlijke waarden; • zorgen over mogelijk aantrekkende werking andere
negatief (zorgen en afkeuren):
(energie)projecten;
• zorgen over aantasting landschaps- en cultuurhis-
• zorgen over hydrologisch systeem van het gebied
afstand tot woningen en dorpskernen;
negatief (zorgen en afkeuren): •
tegen Gouweveerse Zeedijk;
bij ingrepen in het bestaande watersysteem.
het register met ingebrachte reacties (e-mails, reacties
eilanden Schouwen en Duiveland;
negatief (zorgen en afkeuren):
de teksten laten een samenvatting van de meest
Hierbij geldt:
• zorgen over omgevingshinder voor de nabijgelegen zorgboerderij
Beknopte samenvatting omgevingsinbreng locatiealternatief SD-6
van de werkateliers en inloopspreekuren, brieven en
Beknopte samenvatting omgevingsinbreng locatiealternatief SD-1
overige ingezonden reacties) met betrekking tot de
•
stemming reacties: verdeeld tot gematigd positief;
voorkeursalternatieven en mogelijke andere locaties, is
•
positief (belangen en voorkeuren):
station in noordwesthoek van locatie, indien
• aansluiting bij bestaand bedrijventerrein en
noodzakelijk;
op de projectatlas, het reactieformulier, de verslagen
overhandigd aan het bevoegd gezag om dit mee te •
Algemeen Het omgevingsproces heeft geleid tot inzicht in de zorgen en wensen vanuit de omgeving en informatie over het gebied. Onder ‘de omgeving’ worden in dit geval met name (direct) omwonenden verstaan, maar ook andere stakehold-
•
stemming reacties: overwegend negatief;
•
positief (belangen en voorkeuren): • direct omwonenden zien mogelijkheden voor het
daarmee beperkte aantasting van het landschap;
nemen in hun keuzeproces.
• ligging nabij bestaande energie-infrastructuur
negatief (zorgen en afkeuren): • zorgen over geluidshinder nabijgelegen woningen Zierikzee; • zorgen over omgevingshinder nabijgelegen mini-camping.
151
Enduris; •
negatief (zorgen en afkeuren): • zorgen over omgevingshinder (geluid en EM-velden) omliggende woningen en dorpskern Oosterland.
152
4. Analyse locatiealternatieven Schouwen-Duiveland
4. Analyse locatiealternatieven Schouwen-Duiveland
153
3D visualisatie 150/20 kV hoogspanningsstation Schouwen-Duiveland
4.4 Analyse (net)techniek
Dit is een eerste impressie op basis van het basisontwerp van het station. Aan de afbeeldingen kunnen geen rechten worden ontleend.
Op Schouwen-Duiveland wordt een 150/20 kV-station
Het hoogspanningsstation op Schouwen-Duiveland bestaat
gerealiseerd. Vanuit dit hoogspanningsstation wordt een
uit twee onderdelen, namelijk een 150 kV-deel en een
150 kV-kabelverbinding gerealiseerd met het te realiseren
20 kV-deel. Deze gedeelten bestaan uit verschillende
380/150/20 kV-hoogspanningsstation nabij Bergen op Zoom.
onderdelen, zoals transformatorvelden, (dwars)koppelvelden
Het 20 kV-deel is van Enduris, waarmee Enduris inspeelt op
en reservevelden voor toekomstige uitbreidingen van
voldoende netcapaciteit voor realisatie van de doelstellingen
het hoogspanningsstation. Alles tezamen beslaat het
vanuit de Regionale Energie Strategie 2030. Daarnaast wordt
hoogspanningsstation circa 3,5 hectare, namelijk 250 bij
rekening gehouden met verdere groei van de
180 meter (kan iets afwijken na definitieve inpassing). Dit is
energievoorziening na 2030, door toekomstige
voor alle locatiealternatieven gelijk. Figuur 4.18 laat
uitbreidingsruimte te reserveren.
een 3D-visualisatie zien van het basisontwerp van het 150/20 kV-hoogspanningsstation. Deze inrichting staat niet vast, maar wordt geoptimaliseerd na keuze van een
Figuur 4.19 | Aansluitgebied Enduris Schouwen-Duiveland
voorkeursalternatief.
Het aansluitgebied van Enduris op Schouwen-Duiveland is
Tabel 4.12 laat de analyse techniek zien voor de
afhankelijk van de locatie van het 150/20 kV-station. Vanuit
locatiealternatieven op Schouwen-Duivweland. Hierbij geldt:
het 150/20 kV-station kan Enduris een kabel realiseren met
• de maximale lengte van het tracé tussen een
een maximale lengte van 20 kilometer. Figuur 4.19 laat dit
hoogspanningsstation bij Bergen op Zoom en bij
aansluitgebied zien. Hierbij geldt:
Schouwen-Duiveland is 30 kilometer (ontwerp eis
•
TenneT);
realisatie van het 150/20 kV-station in een groen gebied in het zuidoosten van Schouwen-Duiveland betekent dat
•
het groene gebied in het noordwesten van Schouwen-
naar tracéalternatief NN/NM omdat deze verbinding ruim
Duiveland bediend kan worden. Dit betekent dat het
boven de 30 kilometer uitkomt en daarmee niet voldoet
gehele eiland binnen het aansluitgebied valt;
aan de ontwerpeis van TenneT. Daarmee zijn deze bij de
realisatie van het 150/20 kV-station in een geel/oranje/
alternatievenontwikkeling uitgesloten.
rood gebied in het zuidoosten van Schouwen-Duiveland betekent dat het geel/oranje/rood gebied in het noordwesten van Schouwen-Duiveland bediend kan worden. Dit betekent dat slecht een deel van het eiland binnen het aansluitgebied valt, waarbij rood de minst gunstige optie is; •
realisatie van het 150/20 kV-station ten zuiden of oosten van het rode gebied is vanuit Enduris niet haalbaar. Realisatie van het 150/20 kV-hoogspanningsstation ten noorden van het rode gebied is vanuit zowel Enduris (bereikbaarheid kabel) als TenneT (lengte kabel tot Bergen op Zoom) niet haalbaar.
Figuur 4.18 | Voorlopige 3D-visualisatie van het basisontwerp ontwerp van het 150/20 kV-hoogspanningsstation
• SD-1, SD-2, SD-3, SD-4 en SD-5 hebben geen tracé
154
4. Analyse locatiealternatieven Schouwen-Duiveland
Criterium Techniek
4. Analyse locatiealternatieven Schouwen-Duiveland
Effect en, indien van toepassing, mitigerende maatregel SD-1
SD-2
SD-3
SD-4
SD-5
SD-6
Lengte benodigde verbinding naar tracéalternatief NN/NM
-
-
-
-
-
5,18 km
Lengte benodigde verbinding naar tracéalternatief ZM/ZZ
7,61 km
7,90 km
6,47 km
6,81 km
7,29 km
4,06 km
Alle, behalve BOZ-5 met lengte tussen 30,9 en 33,1 km
BOZ-1, BOZ-2 en BOZ-3 binnen 30 km. BOZ-4 tussen 30,01 en 32,2 km. BOZ-5 tussen 31,2 en 33,1 km
Alle
Alle, behalve BOZ-5 met lengte tussen 30,9 en 32,0 km
Alle, behalve BOZ-5 met lengte tussen 30,6 en 32,5 km
Goed, gehele gemeente te bedienen. Dicht bij bestaande 50 kV-station Enduris, dus goed in te lussen.
Goed, gehele gemeente te bedienen. Ver van bestaande 50 kV-station, dus lastiger in te lussen.
Bereikbare locatiealternatieven Schouwen-Duiveland (tracé < 30 km)
Bereikbaarheid voor aansluiting Enduris (aansluitgebied eiland)
Bereikbaarheid via verharde weg
Goed, gehele gemeente te bedienen. Dicht bij bestaande 50 kV-station Enduris, dus goed in te lussen.
Bereikbaar via bestaande weg
Tabel 4.12 | Analyse techniek Schouwen-Duiveland
Toegangsweg nodig
Alle
155
4.5 Analyse kosten De kosten voor het hoogspanningsstation zelf (dus zonder de kabelverbinding) verschillen niet per locatiealternatief op Schouwen-Duiveland. Echter treden verschillen in kosten per locatiealternatief op door de verschillen in de lengte van het 150 kV-kabeltracé naar de uittredepunten van de HDD-boring onder ofwel het Mastgat (ZM en ZZ) of de Zijpe
Bereikbaar via bestaande weg
Goed, gehele gemeente te bedienen. Ver van bestaande 50 kV-station, dus lastiger in te lussen.
Bereikbaar via bestaande weg
Goed, gehele gemeente te bedienen. Ver van bestaande 50 kV-station, dus lastiger in te lussen.
Bereikbaar via bestaande weg
Slecht (rood gebied), maximaal tot circa ¾ van de gemeente (zie figuur 4.15). Dicht bij bestaande 50 kV-station Enduris (Oosterland), dus goed in te lussen.
(NN en NM). Onderstaande tabel laat de kostenafweging zien tussen de locatiealternatieven op Schouwen-Duiveland. Hierbij geldt: •
de kosten betreffen een inschatting;
• de kosten zijn weergegeven in relatieve kosten ten opzichte van elkaar. Hierbij geldt dat meer zwarte bolletjes aangeven dat de kosten relatief duur zijn ten opzichte van alternatieven met minder zwarte bolletjes.
Bereikbaar via bestaande weg
Criterium
Verwachte kosten
Kosten
SD-1
SD-2
SD-3
SD-4
SD-5
SD-6
Lengte kabeltracé 7,61 km. Geen toegangsweg nodig.
Lengte kabeltracé 7,90 km. Toegangsweg nodig.
Lengte kabeltracé 6,47 km. Geen toegangsweg nodig.
Lengte kabeltracé 6,81 km. Geen toegangsweg nodig.
Lengte kabeltracé 7,29 km. Geen toegangsweg nodig.
Lengte kabeltracé 4,06 km (Z) 5,18 km (N). Geen toegangsweg nodig.
Verwachte kosten* (relatief)
Verklaring kosten
Tabel 4.13 | Analyse kosten Schouwen-Duiveland, met * = inclusief verbinding naar uittredepunt boringen tracéalternatieven NN/NM en ZM/ZZ
156
4. Analyse locatiealternatieven Schouwen-Duiveland
4. Analyse locatiealternatieven Schouwen-Duiveland
157
4.6 Overzichtstabel (Subt)thema
Criterium
SD-1
SD-2
Milieu
SD-3
SD-4
SD-5
SD-6
Effectbeoordeling -
-
-
-
0
-
Ligging in overige beschermde gebieden
0
0
0
0
0
0
Aanwezige beschermde soorten flora en fauna
0
0
0
0
0
0
Geluid
Geluidsgevoelige objecten binnen richtafstand (500 m)
-
0
-
-
0
-
EM-velden
EM-gevoelige objecten binnen richtafstand
0
0
0
0
0
0
Landschappelijke effecten op gebiedsniveau
0
-
-
-
-
-
Landschappelijke effecten op objectniveau
-
-
-
-
-
-
Ligging in gebieden met cultuurhistorische waarden
0
0
0
0
0
0
Ligging in gebieden met bekende archeologische waarden
0
0
0
0
0
0
Ligging in gebieden met verwachte archeologische waarden
0
0
0
0
-
0
Aardkunde
Ligging in gebieden met aardkundige waarden
0
0
0
0
0
0
Veiligheid
Blootstelling van assets aan risicobronnen
0
0
0
0
0
0
Ligging in beschermingszone water
0
0
0
0
0
0
Ligging in waterbergingsgebied
0
0
0
0
0
0
Ligging in / nabij waterkering of vrijwaringszone
0
-
-
-
-
-
Kruisingen met waterwegen/-gangen
-
0
0
0
-
-
Ligging in verziltingsgevoelig gebied
-
-
0
0
n.v.t.
0
Ligging in zettingsgevoelige gebieden
-
-
-
-
-
-
Landschap Cultuurhistorie Archeologie
Water
Bodem
Aanwezigheid (potentieel) verontreinigde grond
Infrastructuur
Ruimtegebruik
0
0
0
0
Criterium
SD-1
SD-2
Omgeving
Ligging in Natura 2000-gebied of binnen verstoringsafstand Natuur
(Subt)thema
0
0
Ligging in beheerzones hoofdwegennet (rijk/provincie/ gemeente)
0
0
0
0
0
0
Overlap onder- en bovengrondse kabels en leidingen
0
-
0
0
0
-
Kruising/overlap met (spoor en auto)wegen
0
0
0
0
0
0
Aandachtspunten m.b.t. bestemmingsplannen en planologische belemmeringen
-
-
-
-
-
-
Grondgebruik
-
-
-
-
-
-
Bebouwing
0
0
0
0
0
0
SD-3
SD-4
SD-5
SD-6
Omgevingsproces
Positief (belangen en voorkeuren)
Negatief (zorgen en afkeuren)
• Aansluiting bedrijventerrein
• Uit werkatelier • Steun vanuit omgeving • Kans herstel historische Meeldijk • Aansluiting bedrijvigheid en drukke weg (N256) • Afstand tot woningen
• Uit werkatelier • Aansluiting windturbines • Afstand tot woningen • Kans inpassing tegen dijk
• Aansluiting N59 • Afstand tot Zierikzee
• Afstand tot woningen en dorpskernen
• Afstand tot woningen en dorpskernen
• Geluids- hinder nabijgelegen woningen Zierikzee en mini-camping
• Geluids- hinder Zierikzee • Zichtlijnen vanaf Zeelandbrug
• Aantasting oude dijk
• Aantasting open polder • aantasting contrast Schouwen en Duiveland • Omgevingshinder camping
• Aantasting open polder • Recreatie • Omgevingshinder zorg-boerderij
• Geluids- hinder woningen en dorpskern Oosterland
Techniek
Omgevingsproces
Bereikbaarheid
Tracéalternatief NN/NM
-
-
-
-
-
5,18 km
Tracés
Tracé ZM/ZZ
7,61 km
7,90 km
6,47 km
6,81 km
7,29 km
4,06 km
Bereikbaarheid S-D (< 30 km)
Bereikbaarheid stations S-D (< 30km)
alle, maar BOZ-5 op 30,9-33,1 km
BOZ-1, BOZ-2 en BOZ-3 < 30 km. BOZ-4 op 30,01-33,2 km BOZ-5 op 31,2 en 33,1 km
Alle
alle, maar BOZ-5 op 30,9-32,0 km
alle, maar BOZ-5 op 30,6-32,5 km
Alle
Aansluitgebied Enduris S-D
Goed, hele gemeente
Goed, hele gemeente
Goed, hele gemeente
Goed, hele gemeente
Goed, hele gemeente
Slecht, max. tot ca. ¾ van de gemeente
Bereikbaarheid en inlussen 50 kV-station
Goed
Goed
Matig
Matig
Matig
Goed
Bereikbaarheid verharde weg
Bestaande weg
Toegangsweg nodig
Bestaande weg
Bestaande weg
Bestaande weg
Bestaande weg
lengte kabeltracé naar tracéalt. ZZ en NM/ZM (7,61 km)
lengte kabeltracé naar tracéalt. ZZ en NM/ZM (7,9 km). Toegangsweg nodig
lengte kabeltracé naar tracéalt. ZZ en NM/ZM (6,47 km)
lengte kabeltracé naar tracéalt. ZZ en NM/ZM (6,81 km)
lengte kabeltracé naar tracéalt. ZZ en NM/ZM (7,29 km)
lengte kabeltracé naar tracéalt. ZZ en NM/ZM (4,06 km) en NN (5,81 km)
Bereikbaarheid Enduris
Bereikbaarheid verharde weg
Kosten Verwachte kosten (relatief) Verwachte kosten
Verklaring kosten
Tabel 4.14 | Overzicht analyses locatiealternatieven Schouwen-Duiveland
158
5. Analyse tracéalternatieven
5. Analyse tracéalternatieven
5. Analyse tracéalternatieven
159
De ondergrondse hoogspanningsverbinding wordt in principe aangelegd in open ontgraving. Om belemmeringen zoals natuurgebieden en waterkeringen niet aan te tasten bij doorkruising, wordt op deze locaties een HDD-boring ingezet. Hiermee wordt onder het gebied of object geboord en worden effecten gemitigeerd. Paragraaf 5.4 geeft een verdere toelichting op deze aanlegmethoden.
5.1 Toelichting opgave
5.2 Analyse milieu
Tussen het te realiseren 380/150/20 kV-hoogspannings
4 tracéalternatieven: tracéalternatief NN, NM, ZM en ZZ.
station nabij Bergen op Zoom en het te realiseren 150/20
Deze tracéalternatieven overlappen gedeeltelijk met elkaar
kV-hoogspanningsstation op Schouwen-Duiveland moet
op diverse trajecten. De tracéalternatieven worden via
De analyse voor de tracéalternatieven verschilt van de
De analyses in dit hoofdstuk gaan uitgebreid in op de
een 150 kV-kabelverbinding worden gerealiseerd. De route
diverse tracévarianten aangesloten op de locatiealterna-
analyses voor de locatiealternatieven. Zo zijn de thema’s
tracéalternatieven en minder uitgebreid op de tracévariant-
van deze ondergrondse hoogspanningsverbinding wordt
tieven. Figuur 5.1 laat het overzicht van tracéalternatieven
landschap en geluid niet onderzocht. Landschap is niet
en. Dit omdat de tracévarianten relatief kort zijn, beperkt
in deze locatie- en haalbaarheidsstudie onderzocht in
en -varianten zien.
onderzocht omdat de kabels ondergronds komen te liggen.
onderscheidend zijn ten opzichte van elkaar en afhankelijk
Bovendien wordt de kabelsleuf waar de kabels in worden
zijn van de keuze voor locatiealternatieven. Daarmee vormt
gelegd na de aanlegwerkzaamheden teruggebracht naar de
de analyse van de tracévarianten in mindere mate beslisin-
oorspronkelijke staat. Effecten op landschap zijn daarmee
formatie voor het bevoegd gezag om te komen tot een
niet van toepassing. Geluid is niet onderzocht omdat voor
voorkeursalternatief voor het project. De analyses van de
het kabeltracé enkel sprake is van geluidsproductie in de
tracévarianten zijn daarom beperkt tot een korte samen
aanlegfase, en niet tijdens de gebruiksfase van de kabels.
vatting en effectbeoordelingstabel. Daarnaast zijn de
De mate van geluidsoverlast is afhankelijk van de specifieke
tracévarianten vanaf BOZ-1 naar tracéalternatief NN en
aanlegmethode, het definitieve tracé, de duur van de
NM niet beschouwd vanwege de beperkte lengte (circa
werkzaamheden en het aanlegmaterieel. Deze informatie is
50 meter).
Zijpe
in deze fase nog onbekend en wordt pas nader uitgewerkt na keuze voor een voorkeursalternatief voor het project.
Mastgat Krabbenkreek
Het thema geluid voor het kabeltracé (aanlegfase) wordt
5.2.1 Natuur
daarom onderzocht in een volgende fase. De tracéalternatieven en tracévarianten zijn op het thema De figuren in dit hoofdstuk zijn opgesplitst in een noord
natuur beoordeeld op:
westelijk- en zuidoostelijk deel om de leesbaarheid en
•
afstand;
ligging ten opzichte van bestaande belemmeringen inzichtelijk te kunnen maken. Vanwege de omvang van het
•
leesbaar. Omdat deze locatie- en haalbaarheidsstudie
ligging in overige beschermde gebieden, zoals Natuurnetwerk Nederland (NNN-) gebieden;
plangebied is één afbeelding van het gehele plangebied inclusief de belemmeringen per thema onvoldoende
ligging in Natura 2000-gebied of binnen verstorings
•
aanwezigheid beschermde soorten flora en fauna (op basis van de Nationale Databank Flora en Fauna).
redeneert vanaf Bergen op Zoom (aansluiting op het landelijk hoogspanningsnet) richting Schouwen-Duiveland,
De figuren 5.2 (oost) en 5.3 (west) laten de ligging van de
is eerst de afbeelding met het zuidoostelijk deel getoond.
tracéalternatieven ten opzichte van de natuurgebieden in en rondom het plangebied zien.
Figuur 5.1 | Overzicht tracéalternatieven en tracévarianten
160
5. Analyse tracéalternatieven
5. Analyse tracéalternatieven
161
Zijpe
Mastgat Krabbenkreek
Figuur 5.2 | Analyse natuur tracéalternatieven (oost)
Figuur 5.3 | Analyse natuur tracéalternatieven (west)
Natura 2000-gebieden
indirecte effecten door verstoring. Deze verstoring komt
zelfs > 10 kilometer). Door de aard en omvang van de
gebieden. Het netwerk moet natuurgebieden beter verbin-
Alle tracéalternatieven kruisen Natura 2000-gebied
mogelijk door de werkzaamheden op de in- en uittredep-
werkzaamheden, in combinatie met de geringe afstand tot
den met elkaar en met het omringende agrarisch gebied.
Oosterschelde. Natura 2000-gebieden zijn gebieden die
unten van de HDD-boringen. De verstoringsafstand van
de dichtstbijzijnde stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden
Alle tracéalternatieven kruisen meerdere NNN-gebieden en
beschermd zijn onder Europese richtlijnen, met als doel de
dergelijke werkzaamheden is ongeveer 1,5 kilometer.
(Zoommeer, Oosterschelde en Brabantse Wal) zijn effecten
verbindingszones. Alle tracéalternatieven kruisen het
Europese biodiversiteit te waarborgen. De Oosterschelde is
Hierdoor zijn effecten op het Natura 2000-gebied
van stikstofdepositie op voorhand niet uit te sluiten.
Schelde-Rijnkanaal, wat is aangemerkt als NNN-gebied.
onder deze Europese richtlijnen aangewezen als Vogel- en
Oosterschelde niet uitgesloten. Nader onderzoek in na
Per 1 juni 2021 is echter de wet Stikstofreductie en Natuur
Omdat deze kruising plaatsvindt via een HDD-boring, zijn
Habitatrichtlijngebied. Voor bescherming van soorten (flora
keuze van een voorkeursalternatief moet verder in beeld
verbetering in werking getreden. Onderdeel van deze wet is
effecten hier uitgesloten. Daarnaast kruisen alle tracé
en fauna) binnen dit gebied gelden een aantal verbodsbepal-
brengen welke soorten (habitattypen) hier voorkomen en of
de Bouwvrijstelling. Deze vrijstelling houdt in dat het niet
alternatieven meerdere NNN-gebieden en -verbinding-
ingen, zoals een verbod tot opzettelijk doden van dieren en
er instandhoudingsdoelstellingen in gevaar worden ge-
langer nodig is een activiteit met enkel stikstofuitstoot tijdens
szones op Tholen (NM, ZM en ZZ) en op Sint Philipsland
planten, het vernielen van nesten, rustplaatsen en eieren of
bracht.
de aanlegfase te toetsen op stikstofdepositie op Natura
(NN en NM). De ecologische verbindingszones zijn ecolo
2000-gebieden. Zowel bij de hoogspanningsstations als bij
gische verbindingen (vaak een bomenrij of andere
het verstoren van dieren. De tracéalternatieven NM en NM kruisen dit gebied ter hoogte van Zijpe, en daarnaast kruist
Voor alle tracéalternatieven geldt dat tijdens de aanlegfase
de kabels is enkel sprake van stikstofuitstoot tijdens de
lijnvormige groenstructuur) die natuurgebieden met elkaar
tracéalternatief NM het Natura 2000-gebied ter hoogte van
sprake kan zijn van stikstofdepositie op Natura 2000-ge-
aanlegfase en niet tijdens de gebruiksfase. Daarom is voor
verbinden. Hiermee zijn ze belangrijk met betrekking tot
de Krabbenkreek (zie figuur 5.3). De tracéalternatieven ZZ en
bieden. De werkzaamheden resulteren in emissies van met
het aspect stikstof geen vervolgonderzoek nodig, zolang
mogelijkheden voor verplaatsing van diersoorten. De
ZM kruisen de Oosterschelde bij het Mastgat.
name stikstofoxiden (NO2). Deze komen vrij uit de verbrand-
gebruik gemaakt kan worden van de Bouwvrijstelling.
ecologische verbindingszones kennen eenzelfde beschermingsstatus als NNN-gebieden. Voor de kruisingen met
ingsmotoren van vrachtverkeer en mobiele werktuigen. Voor alle kruisingen wordt een HDD-boring ingezet,
Deze emissies kunnen resulteren in stikstofdeposities in
Overige beschermde gebieden
NNN-gebieden geldt dat directe effecten door ruimtebeslag
waarmee direct ruimtebeslag door aanleg in open ont
de nabijgelegen beschermde Natura 2000-gebieden
Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is het Nederlands
gemitigeerd worden door toepassing van HDD-boringen.
graving niet van toepassing is. Wel kan sprake zijn van
(stikstofdeposities kunnen ver reiken > 3 kilometer en soms
netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuur
Wel kan - net als bij Natura 2000-gebieden - sprake zijn van
162
5. Analyse tracéalternatieven
Criterium
5. Analyse tracéalternatieven
Effect en, indien van toepassing, mitigerende maatregel
Criterium
163
Effect en, indien van toepassing, mitigerende maatregel
Natuur
NN
NM
ZM
ZZ
Natuur
Ligging in Natura 2000-gebieden of binnen verstoringsafstand
-
-
-
-
Vanaf locatiealt.
SD-1
SD-2
SD-3
SD-4
SD-5
Ligging in overige beschermde gebieden
-
-
-
-
Naar tracéalt.
ZM/ZZ
ZM/ZZ
ZM/ZZ
ZM/ZZ
ZM/ZZ
ZM/ZZ
NN/NM
Aanwezige beschermde soorten flora en fauna
-
-
-
-
Ligging in Natura 2000-gebieden of binnen verstoringsafstand
-
-
-
-
-
-
-
Ligging in overige beschermde gebieden
-
-
-
-
-
-
0
Aanwezige beschermde soorten flora en fauna
-
-
-
-
-
-
-
Tabel 5.1 | Effectbeoordeling tracéalternatieven natuur
trillingen tijdens de aanlegfase. Dit moet voor alle tracé
Tracévarianten in zoekgebied Bergen op Zoom
alternatieven verder worden onderzocht na keuze van een
De tracévarianten in zoekgebied Bergen op Zoom naar de
voorkeursalternatief.
tracéalternatieven NN, NM/ZM en ZZ onderscheiden zich op
externe effecten door verstoring door geluid, licht en
SD-6
Tabel 5.3 | Effectbeoordeling tracévarianten in zoekgebied Schouwen-Duiveland, thema natuur
het thema natuur. De tracévarianten vanaf BOZ-4 en BOZ-5
5.2.2 EM-velden
Beschermde soorten flora en fauna
naar tracéalternatief NN, NM/ZM en ZZ liggen gedeeltelijk
Voor alle tracéalternatieven geldt dat er een reële tot grote
binnen de verstoringsafstand van 1.500 meter tot Natura
Tracévarianten in zoekgebied SchouwenDuiveland
kans is op voorkomen van beschermde flora en fauna,
2000-gebied Zoommeer. Hierdoor zijn indirecte effecten
De tracévarianten in zoekgebied Schouwen-Duiveland naar
De tracéalternatieven en tracévarianten zijn op het thema
mede door de lengte van de tracés en de ligging langs vele
door geluid, licht en trillingen op het Natura 2000-gebied
de tracéalternatieven NN/NM en ZM/ZZ onderscheiden zich
EM-velden beoordeeld op:
watergangen en bosschages. De NDFF laat zien dat binnen,
niet uitgesloten. Vervolgonderzoek moet aantonen of sprake
niet op het thema natuur. Alle tracévarianten liggen binnen
•
of op korte afstand van, alle tracéalternatief meerdere
is van significant negatieve effecten. De overige tracévari-
de verstoringsafstand van 1.500 meter tot Natura 2000-ge-
beschermde soorten zijn waargenomen. Daarom zijn de
anten liggen verder dan 1.500 meter van het Natura
bied Oosterschelde. Hierdoor zijn indirecte effecten door
tracéalternatieven als negatief beoordeeld. Langs de
2000-gebied, waardoor indirecte effecten zijn uitgesloten.
geluid, licht en trillingen op het Natura 2000-gebied niet
Onder EM-gevoelige objecten worden objecten als wonin-
tracéalternatieven kunnen beschermde soorten worden
Alle tracévarianten kruisen NNN-gebieden (met name het
uitgesloten. Vervolgonderzoek moet aantonen of sprake is
gen, crèches, scholen en kinderopvangplaatsen verstaan.
aangetroffen die niet mogen worden gedood of verstoord.
Lange Water). Ruimtebeslag kan gemitigeerd worden door
van significant negatieve effecten.
Voor hoogspanningsstations en ondergrondse hoogspan-
Dit gaat om zoogdieren (kleine marterachtigen, boom-
toepassing van een HDD-boring. Indirecte effecten (geluid,
marters en eekhoorns), vleermuizen (en essentiële
licht, trillingen) moeten worden onderzocht in vervolgonder-
Ook kruisen alle tracévarianten overige beschermde
voorzorgbeleid geformuleerd met betrekking tot EM-velden.
vliegroutes), vogels (verstoring of vernietiging van jaarrond
zoek (een ‘nee, tenzij-toets’13). Voor alle tracévarianten
gebieden, namelijk één of meerdere NNN-gebieden,
Wel is er beleid dat van toepassing is op bovengrondse
beschermde nesten), amfibieën (salamanders, rugstreep-
moeten veldbezoek, nestencontrole en vleermuisonderzoek
ganzenrustgebieden of natte ecologische verbindingszones.
hoogspanningsverbindingen, waaruit volgt dat EM-gevoelige
pad). Voor alle tracéalternatieven moeten veldbezoek,
uitsluitsel geven over de mogelijke aanwezigheid van
De tracévariant van SD-6 naar NN/NM vormt hierop een
objecten niet binnen de 0,4 microtesla magneetveldcontour
nestencontrole en vleermuisonderzoek uitsluitsel geven over
beschermde soorten en te treffen beheersmaatregelen om
uitzondering omdat deze geen overige beschermde
van bovengrondse hoogspanningsverbindingen mogen
de mogelijke aanwezigheid van beschermde soorten en de
verstoring en vernietiging te voorkomen. Omdat de kans
gebieden kruist. Voor de NNN-gebieden en ecologische
liggen.
te treffen beheersmaatregelen om verstoring en vernietiging
reëel tot groot is dat beschermde soorten voorkomen, zijn
verbindingszones geldt dat ruimtebeslag gemitigeerd kan
te voorkomen.
de tracévarianten als negatief beoordeeld.
worden door toepassing van een HDD-boring. Indirecte
Ondanks dat er voor stations geen beleid is, houdt TenneT
effecten (geluid, licht, trillingen) binnen 100 meter (conform
bij de aanleg van nieuwe hoogspanningsstations en
regelgeving provincie Zeeland) moeten worden onderzocht
ondergrondse kabelverbindingen, rekening met de ligging
in vervolgonderzoek (een ‘nee, tenzij-toets’). Voor het
van de 0,4 microtesla magneetveldcontour. TenneT heeft in
ganzenrustgebied geldt dat ganzen gedurende hun
het verleden bij diverse vergelijkbare kabelverbindingen
rustperiode (veelal de november tot april) niet verstoord
magneetveldberekeningen uitgevoerd. Daaruit volgt dat de
mogen worden. Nader onderzoek en inventarisatie van
contour van 0,4 microtesla (jaargemiddeld) voor kabeltracés
maatregelen (werken buiten broedseizoen) is hiervoor
altijd op minder dan 25 meter vanaf de weerszijden van
noodzakelijk. Voor alle tracévarianten moeten veldbezoek,
kabeltracé ligt. Daarom wordt bij de ontwikkeling van nieuwe
Criterium
Effect en, indien van toepassing, mitigerende maatregel
Natuur Vanaf locatiealt. Naar tracéalt.
BOZ-2 NN
BOZ-3
NM/ ZM
NM
BOZ-4
NM/ ZM
NN
BOZ-5
NM/ ZM
ZZ
NN
NM/ ZM
ZZ
EM-gevoelige objecten binnen de algemene aanlegstrook (50 meter).
ningsverbindingen heeft de Rijksoverheid vooralsnog geen
Ligging in Natura 2000-gebieden of binnen verstoringsafstand
0
0
0
0
-
-
-
-
-
-
nestencontrole en vleermuisonderzoek uitsluitsel geven over
kabeltracés getoetst aan de ligging van gevoelige objecten
Ligging in overige beschermde gebieden
-
-
-
-
-
-
0
-
-
-
de mogelijke aanwezigheid van beschermde soorten en te
binnen een aanlegzone van 25 meter aan weerszijden van
Aanwezige beschermde soorten flora en fauna
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
treffen beheersmaatregelen om verstoring en vernietiging te
het kabeltracé, ofwel een algemene aanlegstrook van 50
voorkomen. Omdat de kans reëel tot groot is dat deze
meter (2 x 25). De tracéalternatieven zijn hierop beoordeeld.
Tabel 5.2 | Effectbeoordeling tracévarianten in zoekgebied Bergen op Zoom, thema natuur. De tracés van BOZ-1 naar tracéalternatieven NN en NM/ZM zijn niet beschouwd vanwege de beperkte lengte van ca. 50 m.
beschermde soorten voorkomen, zijn de tracévarianten als negatief beoordeeld.
13
oor plannen binnen het NNN, geldt het ‘Nee, tenzij-principe’. Ingrepen worden niet toegestaan, tenzij uitgesloten is dat de ingreep een negatief effect heeft V op het NNN. Als effecten op het NNN niet op voorhand uitgesloten kunnen worden zal een ‘Nee, tenzij-toets’ uitgevoerd moeten worden. Op basis van deze toets beoordeelt de provincie of toestemming gegeven wordt voor de plannen en of de aantasting van het NNN gemitigeerd of gecompenseerd moet worden.
164
5. Analyse tracéalternatieven
5. Analyse tracéalternatieven
165
Bij geen van de kabeltracés liggen EM-gevoelige objecten binnen 25 meter aan weerszijden van het kabelbed. Hierop is getraceerd. De figuren 5.4 (oost) en 5.5 (west) laten dit zien. Op sommige locaties ligt het kabeltracé binnen een tracéalternatief dicht bij woonbebouwing, echter altijd buiten de algemene aanlegstrook van 50 meter. Dit is weergegeven door rondom EM-gevoelige objecten een zone van 25 meter te projecteren, die overeenkomt met het vermijden van EM-gevoelige objecten binnen 25 meter aan weerszijden van het kabelbed.
Figuur 5.5 | Analyse EM-velden tracéalternatieven (west)
Tracévarianten in zoekgebied Bergen op Zoom De tracévarianten in zoekgebied Bergen op Zoom naar de tracéalternatieven NN, NM/ZM en ZZ onderscheiden zich niet op het thema EM-velden. Dit komt omdat bij geen van de tracévarianten EM-gevoelige objecten binnen 25 meter van het kabelbed liggen.
Criterium Figuur 5.4 | Analyse EM-velden tracéalternatieven (oost)
EM-velden Vanaf locatiealt.
Criterium
Effect en, indien van toepassing, mitigerende maatregel
EM-velden
NN
NM
ZM
ZZ
EM-gevoelige objecten binnen richtafstand (25 meter)
0
0
0
0
Tabel 5.4 | Effectbeoordeling tracéalternatieven EM-velden
Effect en, indien van toepassing, mitigerende maatregel
BOZ-2
BOZ-3
BOZ-4
BOZ-5
Naar tracéalt.
NN
NM/ ZM
NM
NM/ ZM
NN
NM/ ZM
ZZ
NN
NM/ ZM
ZZ
EM-gevoelige objecten binnen richtafstand (25 meter)
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
Tabel 5.5 | Effectbeoordeling tracévarianten in zoekgebied Bergen op Zoom, thema EM-velden. De tracés van BOZ-1 naar tracéalternatieven NN en NM/ZM zijn niet beschouwd vanwege de beperkte lengte van ca. 50 m.
166
5. Analyse tracéalternatieven
Criterium
5. Analyse tracéalternatieven
167
Effect en, indien van toepassing, mitigerende maatregel
EM-velden Vanaf locatiealt.
SD-1
SD-2
SD-3
SD-4
SD-5
Naar tracéalt.
ZM/ZZ
ZM/ZZ
ZM/ZZ
ZM/ZZ
ZM/ZZ
ZM/ZZ
NN/NM
0
0
0
0
0
0
0
EM-gevoelige objecten binnen richtafstand (25 meter)
SD-6
Tabel 5.6 | Effectbeoordeling tracévarianten in zoekgebied Schouwen-Duiveland, thema EM-velden
Tracévarianten in zoekgebied SchouwenDuiveland
5.2.3 Cultuurhistorie
In het plangebied liggen diverse cultuurhistorische waarden.
De figuren 5.7 (oost) en 5.8 (west) laten de historische
Ten westen van Bergen op Zoom ligt het cultuurhistorisch
polders van de provincie Zeeland zien. De tracéalternatieven
waardevol gebied de Brabantse Wal. In de provincie Zeeland
kruisen de historische dijken. Aanleg in open ontgraving leidt
zijn geen uitgesproken cultuurhistorische gebieden ge-
tot aantasting van deze dijken (waterkerend of niet (meer)
definieerd, maar is sprake van een historisch polderlandsc-
waterkerend). Omdat dit deel uitmaakt van de cultuurhis-
hap met historische dijken.
torische historie van Zeeland, worden hiermee de cultuurhistorische waarden aangetast. De effecten zijn te mitigeren
De tracévarianten in zoekgebied Schouwen-Duiveland naar
De tracéalternatieven en tracévarianten zijn op het thema
Figuur 5.6 laat de cultuurhistorische waarden in Noord-
door alle dijken te kruisen met een HDD-boring. Geen van
de tracéalternatieven NN/NM en ZM/ZZ onderscheiden zich
cultuurhistorie beoordeeld op:
Brabant zien. Geen van de tracéalternatieven ligt binnen de
de tracéalternatieven overlapt met overige waarden zoals
niet op het thema EM-velden. Dit komt omdat bij geen van
•
Brabantse Wal. De cultuurhistorische waarden van dit
biotopen en kastelen.
de tracévarianten EM-gevoelige objecten binnen 25 meter
ligging in gebieden met cultuurhistorische waarden.
gebied worden dus niet aangetast.
van het kabelbed liggen.
Figuur 5.6 | Analyse cultuurhistorie tracéalternatieven (oost, cultuurhistorie Brabant)
Figuur 5.7 | Analyse cultuurhistorie tracéalternatieven (oost, historische polders Zeeland)
168
5. Analyse tracéalternatieven
5. Analyse tracéalternatieven
169
Tracévarianten in zoekgebied Bergen op Zoom De tracévarianten in zoekgebied Bergen op Zoom naar de tracéalternatieven NN, NM/ZM en ZZ onderscheiden zich niet op het thema cultuurhistorie. Dit komt omdat de tracévarianten niet tot nauwelijks effect hebben op de cultuurhistorische waarden in het plangebied. Ligging in de zeekleipolders van de Brabantse Wal leidt niet of nauwelijks tot aantasting van de cultuurhistorische waarden van het gebied.
Criterium
Effect en, indien van toepassing, mitigerende maatregel
Cultuurhistorie Vanaf locatiealt.
BOZ-2
BOZ-3
BOZ-4
BOZ-5
Naar tracéalt.
NN
NM/ ZM
NM
NM/ ZM
NN
NM/ ZM
ZZ
NN
NM/ ZM
ZZ
Ligging in gebieden met cultuurhistorische waarden en effecten als gevolg daarvan
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
Tabel 5.8 | Effectbeoordeling tracévarianten in zoekgebied Bergen op Zoom, thema cultuurhistorie. De tracés van BOZ-1 naar tracéalternatieven NN en NM/ZM zijn niet beschouwd vanwege de beperkte lengte van ca. 50 m.
Figuur 5.8 | Analyse cultuurhistorie tracéalternatieven (west, historische polders Zeeland)
Tracévarianten in zoekgebied SchouwenDuiveland Criterium
Effect en, indien van toepassing, mitigerende maatregel
De tracévarianten in zoekgebied Bergen op Zoom naar de
Cultuurhistorie
NN
NM
ZM
ZZ
Ligging in gebieden met cultuurhistorische waarden en effecten als gevolg daarvan
-
-
-
-
Tabel 5.7 | Effectbeoordeling tracéalternatieven cultuurhistorie
tracéalternatieven NN/NM en ZM/ZZ onderscheiden zich niet op het thema cultuurhistorie. Alle tracévarianten kruisen historische dijken die kenmerkend zijn voor het cultuurhistorisch waardevolle polderlandschap. Aanleg in open ontgraving leidt tot effecten op deze dijken. De effecten zijn te mitigeren door dijken te kruisen met een HDD-boring.
Criterium
Effect en, indien van toepassing, mitigerende maatregel
Cultuurhistorie Vanaf locatiealt.
SD-1
SD-2
SD-3
SD-4
SD-5
Naar tracéalt.
ZM/ZZ
ZM/ZZ
ZM/ZZ
ZM/ZZ
ZM/ZZ
ZM/ZZ
NN/NM
-
-
-
-
-
-
-
Ligging in gebieden met cultuurhistorische waarden en effecten als gevolg daarvan
Tabel 5.9 | Effectbeoordeling tracévarianten in zoekgebied Schouwen-Duiveland, thema EM-velden
SD-6
170
5. Analyse tracéalternatieven
5. Analyse tracéalternatieven
171
5.2.4 Archeologie en aardkunde De tracéalternatieven en tracévarianten zijn op het thema
samenwerking met de provincies. Beide kaarten worden
archeologische waarden (AMK gebieden). De tracé
Alle tracéalternatieven kruisen de Oosterschelde (Mastgat,
archeologie en aardkunde beoordeeld op:
in de ruimtelijke ordening gebruikt om gebieden met
alternatieven liggen grotendeels in een gebied met een lage
Zijpe of Krabbenkreek), waar sprake is van een middelhoge
•
ligging in gebieden met bekende archeologische
(mogelijke) archeologische waarden aan te duiden en
trefkans op archeologische waarden, maar ook deels in
trefkans op archeologische waarden. Zo kan een HDD-
waarden;
passende onderzoeken uit te voeren. Ligging in gebieden
gebieden met een middelhoge of hoge trefkans (tracéalterna-
boring juist door de diepte van de boring dieper gelegen
ligging in gebieden met verwachte archeologische
met aardkundige waarden wordt geduid aan de hand van
tief Zuid). Voor alle tracéalternatieven geldt dus dat er
archeologische resten (scheepswrakken of verdronken
waarden;
de Aardkundig waardevolle gebiedenkaarten van de
archeologische waarden aanwezig kunnen zijn. Zonder nader
dorpen) aantasten. De tracéalternatieven overlappen niet
ligging in gebieden met aardkundige waarden.
provincies Noord-Brabant en Zeeland (inclusief signalering-
onderzoek kan bij uitvoering van de werkzaamheden gestuit
met verdronken dorpen zoals opgenomen in de archeolo
skaart).
worden op archeologische waarden, met mogelijke aantast-
gische kaart van de provincie Zeeland, maar mogelijk zijn
ing of vernietiging tot gevolg. In de gebieden waar de
resten van de dorpen in de huidige Oosterschelde vindbaar.
• •
Ligging in gebieden met bekende archeologische waarden betreft overlap met archeologische monumenten, aangeduid
Archeologie
verwachtingswaarde (middel)hoog is, betekent dit dat de
Bij nadere (technische) uitwerking van de HDD-boringen
op de Archeologische Monumentenkaart (AMK). Ligging in
De tracéalternatieven onderscheiden zich niet op archeolo-
trefkans op archeologische waarden hoger is dan in overige
onder de Oosterschelde moet archeologisch onderzoek
gebieden met verwachte archeologische waarden wordt
gie en aardkunde. De figuren 5.9 (oost) en 5.10 (west) laten
gebieden. Voor alle tracéalternatieven geldt dat archeolo-
worden uitgevoerd om de mogelijk aanwezige archeolo
aangeduid aan de hand van de Indicatieve kaart archeolo-
de ligging van de tracéalternatieven in relatie tot de bekende
gisch (bureau)onderzoek na keuze van een voorkeursalterna-
gische waarden in beeld te brengen.
gische waarden (IKAW). Zowel de AMK als de IKAW zijn
en verwachte archeologische waarden zien. Geen van de
tief uitsluitsel moet geven over de mogelijke aanwezigheid
bronnen van de Rijksdienst voor cultureel erfgoed, in
tracéalternatieven overlapt met gebieden met bekende
van archeologische waarden en de bijpassende maatregelen.
Figuur 5.9 | Analyse archeologie tracéalternatieven (oost)
Figuur 5.10 | Analyse archeologie tracéalternatieven (west)
172
5. Analyse tracéalternatieven
5. Analyse tracéalternatieven
Figuur 5.11 | Analyse aardkunde tracéalternatieven (oost)
Figuur 5.12 | Analyse aardkunde tracéalternatieven (west)
Aardkunde
De tracéalternatieven kruisen allen het internationaal
Alle tracéalternatieven kruisen aardkundig waardevolle
aardkundig waardevolle gebied Oosterschelde. Dit kan
gebieden. De figuren 5.11 en 5.12 laten dit zien.
leiden tot aantasting van aardkundige waarden die iets
Aardkundige waarden zijn onderdelen van een landschap
zeggen over de fysieke ontstaansgeschiedenis van de
die iets vertellen over de natuurlijke ontstaanswijze van een
provincie Zeeland. De kruising vindt plaats met een
gebied. Meestal zijn dit verschijnselen zoals zandruggen,
HDD-boring, waardoor effecten beperkt maar niet volledig
stuwwallen of voormalige geulen of zeearmen. Aan bepaal-
uitgesloten zijn. De tracéalternatieven ZZ en ZM kruisen de
de aardkundige waarden is een (inter)nationale bescher-
Pluimpot, een voormalige zeegeul in Tholen (groen op figuur
mingsstatus toegekend. Hierbij is nader onderzoek nodig
5.11). Ook hier zijn effecten bij aanleg in een open ontgrav-
waarin wordt aangetoond dat de aardkundige waarden niet
ing niet uitgesloten. Nader onderzoek om effecten uit te
of beperkt worden aangetast (afhankelijk van het exacte
kunnen sluiten (door bijvoorbeeld toepassing van een
beschermingsregime).
HDD-boring) is hier nodig.
173
174
5. Analyse tracéalternatieven
5. Analyse tracéalternatieven
175
Figuur 5.13 | Analyse aardkundige signaleringskaart tracéalternatieven (oost)
Figuur 5.14 | Analyse aardkundige signaleringskaart tracéalternatieven (west)
Alle tracéalternatieven kruisen gebieden die zijn aangeduid op de signaleringskaart aardkundig waardevolle gebieden
Tracévarianten in zoekgebied Bergen op Zoom
in gebieden met bekende archeologische of aardkundige
van de provincie Zeeland. De figuren 5.13 en 5.14 laten dit
De tracévarianten in zoekgebied Bergen op Zoom naar
waarden. De tracévarianten vanaf BOZ-4 en BOZ-5 naar
zien. Deze gebieden zijn niet beschermd, maar aardkunde
de tracéalternatieven NN, NM/ZM en ZZ onderscheiden
tracéalternatief ZZ liggen in een gebied met een middelhoge
vormt hier een aandachtspunt voor de vervolgfase. Ook hier
zich alleen op de ligging in gebieden met verwachte
verwachtingswaarde. Hier is nader onderzoek in een
is nader onderzoek nodig om effecten uit te sluiten.
archeologische waarden. Geen van de tracévarianten ligt
vervolgfase nodig.
Criterium
Criterium
Effect en, indien van toepassing, mitigerende maatregel
Archeologie en aardkunde
NN
NM
ZM
ZZ
Archeologie en aardkunde
Ligging in gebieden met bekende archeologische waarden
0
0
0
0
Vanaf locatiealt.
Ligging in gebieden met verwachte archeologische waarden
-
-
-
-
Ligging in gebieden met aardkundige waarden
-
-
-
-
Tabel 5.10 | Effectbeoordeling tracéalternatieven archeologie en aardkunde
Effect en, indien van toepassing, mitigerende maatregel
BOZ-2
BOZ-3
BOZ-4
BOZ-5
Naar tracéalt.
NN
NM/ ZM
NM
NM/ ZM
NN
NM/ ZM
ZZ
NN
NM/ ZM
ZZ
Ligging in gebieden met bekende archeologische waarden
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
Ligging in gebieden met verwachte archeologische waarden
0
0
0
0
0
0
-
0
0
-
Ligging in gebieden met aardkundige waarden
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
Tabel 5.11 | Effectbeoordeling tracévarianten in zoekgebied Bergen op Zoom, thema archeologie en aardkunde. De tracés van BOZ-1 naar tracéalternatieven NN en NM/ZM zijn niet beschouwd vanwege de beperkte lengte van ca. 50 m.
176
5. Analyse tracéalternatieven
Criterium
5. Analyse tracéalternatieven
Effect en, indien van toepassing, mitigerende maatregel
5.2.5 Veiligheid
Archeologie en aardkunde Vanaf locatiealt.
SD-1
SD-2
SD-3
SD-4
SD-5
Naar tracéalt.
ZM/ZZ
ZM/ZZ
ZM/ZZ
ZM/ZZ
ZM/ZZ
ZM/ZZ
NN/NM
Ligging in gebieden met bekende archeologische waarden
0
0
0
0
0
0
0
Ligging in gebieden met verwachte archeologische waarden
0
Ligging in gebieden met aardkundige waarden
0
SD-6
De tracéalternatieven en tracévarianten zijn op het thema
afwezigheid van overige risicobronnen. Tracéalternatief ZZ
veiligheid beoordeeld op:
kruist drie keer een buisleiding (aardgasleiding, Gasunie) met
•
gevaarlijke stoffen. De kruising vindt zoveel mogelijk haaks
blootstelling van TenneT-assets aan risicobronnen.
plaats om de lengte van de kruising te minimaliseren. 0 0
0 0
0 0
0 0
0 0
0 0
Tabel 5.12 | Effectbeoordeling tracévarianten in zoekgebied Schouwen-Duiveland, thema archeologie en aardkunde
TenneT streeft vanuit haar beleid naar het vermijden van
Eventuele veiligheidsrisico’s kunnen gemitigeerd worden
risicobronnen zoals inrichtingen waar gewerkt wordt met
door optimalisatie van het tracéalternatief of door toepass-
gevaarlijke stoffen of vergelijkbare inrichtingen (richtafstand
ing van HDD-boringen ter plaatse van de kruisingen tussen
800 meter), windturbines (richtafstand 245 meter) en
het kabeltracé en de buisleiding. Voor kabelverbindingen is
buisleidingen met gevaarlijke stoffen (zoals aardgasleidin-
het overstromingsrisico vanuit TenneT-beleid niet relevant.
gen). De tracéalternatieven zijn beoordeeld op blootstelling
Tracévarianten in zoekgebied SchouwenDuiveland
aan deze risicobronnen.
De tracévarianten in zoekgebied Schouwen-Duiveland naar
aardkundig waardevolle gebieden. Alle tracévarianten liggen
De figuren 5.15 (oost) en 5.16 (west) laten de ligging van de
de tracéalternatieven NN/NM en ZM/ZZ onderscheiden zich
in gebieden die zijn aangeduid op de signaleringskaart
tracéalternatieven ten opzichte van de aanwezige risico-
niet op het thema archeologie en aardkunde. Geen van de
aardkundig waardevolle gebieden van de provincie Zeeland.
bronnen in het plangebied zien. De tracéalternatieven NN,
tracévarianten ligt in gebieden met bekende archeologische
Deze gebieden zijn niet beschermd, maar aardkunde vormt
NM en ZM kennen geen blootstelling aan risicobronnen door
waarden, middelhoge of hoge verwachtingswaarden of
hier een aandachtspunt voor de vervolgfase.
ligging op voldoende afstand van windturbines en de
Figuur 5.15 | Analyse veiligheid tracéalternatieven (oost)
177
Figuur 5.16 | Analyse veiligheid tracéalternatieven (west)
178
5. Analyse tracéalternatieven
5. Analyse tracéalternatieven
Criterium
Effect en, indien van toepassing, mitigerende maatregel
Veiligheid
NN
NM
ZM
ZZ
Blootstelling van assets aan risicobronnen
0
0
0
-
5.2.6 Water
Tabel 5.13 | Effectbeoordeling tracéalternatieven veiligheid
De tracéalternatieven en tracévarianten zijn op het thema
Intrekgebieden en boringsvrije zones (onder het criterium
water beoordeeld op:
beschermingszones) en waterbergingsgebieden worden niet
•
de ligging in beschermingszone water (waterwingebied,
genoemd in de legger van het waterschap Scheldestromen,
grondwaterbeschermingsgebied, boringsvrije zone of
noch in de kaartbank van de provincie Zeeland of het
intrekgebied);
bestemmingsplan waar de locatiealternatieven onder vallen.
Tracévarianten in zoekgebied Bergen op Zoom
Tracévarianten in zoekgebied SchouwenDuiveland
De tracévarianten in zoekgebied Bergen op Zoom naar de
De tracévarianten in zoekgebied Bergen op Zoom naar de
•
de ligging in een waterbergingsgebied;
Hieruit wordt geconcludeerd dat ze niet voorkomen in het
tracéalternatieven NN, NM/ZM en ZZ onderscheiden zich
NN/NM en ZM/ZZ onderscheiden zich niet op het thema
•
de ligging in of nabij een waterkering of vrijwaringszone;
plangebied.
op het thema veiligheid. Dit komt omdat de tracévarianten
veiligheid. Geen van de tracévarianten kent blootstelling aan
•
de aanwezigheid van watergangen;
vanaf BOZ-4 en BOZ-5 binnen 800 meter van de
risicobronnen.
•
de verziltingsgevoeligheid van het gebied.
Bevi-inrichting SABIC Innovatie Plastics ligt. Hiervoor geldt hetzelfde als voor de locatiealternatieven (zie ook 3.2.7):
De tracéalternatieven onderscheiden zich niet op het thema
TenneT realiseert in principe geen assets op minder dan
water. De figuren 5.17 (oost) en 5.18 (west) laten de ligging
800 meter van dit type inrichtingen omdat deze van invloed
van de waterwegen/-gangen en waterkeringen in het
kunnen zijn op de leveringszekerheid. TenneT dient een
plangebied zien.
risicoafweging te maken om de acceptabele risico’s ten opzichte van de Bevi-inrichting te bepalen. Ook kruisen de tracévarianten vanaf BOZ-4 en BOZ-5 richting tracé alternatieven NN en NM een buisleiding (aardgasleiding, Gasunie). Deze effecten zijn te mitigeren door toepassing van een HDD-boring.
Criterium
Effect en, indien van toepassing, mitigerende maatregel
Veiligheid Vanaf locatiealt.
BOZ-2
BOZ-3
BOZ-4
BOZ-5
Naar tracéalt.
NN
NM/ ZM
NM
NM/ ZM
NN
NM/ ZM
ZZ
NN
NM/ ZM
ZZ
Blootstelling van assets aan risicobronnen
0
0
0
0
-
-
-
-
-
-
Tabel 5.14 | Effectbeoordeling tracévarianten in zoekgebied Bergen op Zoom, thema veiligheid. De tracés van BOZ-1 naar tracéalternatieven NN en NM/ZM zijn niet beschouwd vanwege de beperkte lengte van ca. 50 m.
Criterium
Effect en, indien van toepassing, mitigerende maatregel
Veiligheid Vanaf locatiealt.
SD-1
SD-2
SD-3
SD-4
SD-5
Naar tracéalt.
ZM/ZZ
ZM/ZZ
ZM/ZZ
ZM/ZZ
ZM/ZZ
ZM/ZZ
NN/NM
0
0
0
0
0
0
0
Blootstelling van assets aan risicobronnen
179
SD-6
Tabel 5.15 | Effectbeoordeling tracévarianten in zoekgebied Schouwen-Duiveland, thema veiligheid
Figuur 5.17 | Analyse water tracéalternatieven (oost)
180
5. Analyse tracéalternatieven
5. Analyse tracéalternatieven
Figuur 5.18 | Analyse water tracéalternatieven (west)
181
Figuur 5.19 | Analyse verzilting tracéalternatieven (oost)
Alle tracéalternatieven kruisen veel watergangen (sloten).
Verzilting is het toenemen van het chloridegehalte (zout) in
(zoutgehalte) op 1,75 meter beneden NAP in kaart gebracht.
verzilting van het grondwater ter plaatse en het grondwater
Deze moeten tijdelijk gedempt worden bij realisatie van de
de bodem of in het grondwater. Dit kan ongewenste
Dit geeft een beeld van het zoutgehalte in de ondiepe
rondom de bemalingslocatie. De verziltingsrisico’s en
kabelverbinding in open ontgraving. Hierop zijn regels van
effecten hebben voor met name agrarische activiteiten,
ondergrond, waar werkzaamheden plaatsvinden om het
mogelijke mitigerende maatregelen moeten nader onder-
het waterschap op van toepassing, vaak met betrekking tot
omdat sommige gewassen niet bestand zijn tegen hogere
kabeltracé aan te leggen. Een chloridegehalte van
zocht worden na keuze van een voorkeursalternatief.
compensatie. Effecten op het watersysteem zijn hierdoor te
chloridegehaltes. De realisatie van een kabelverbinding kan
> 1.000 mg/l betekent dat het grondwater zout is.
mitigeren. Hoofdwaterwegen en waterkeringen worden in
verzilting veroorzaken door toepassing van bemaling. Met
Tussen de 150 en 1.000 mg/l betekent dat het grondwater
beginsel gekruist door middel van een HDD-boring,
bemaling worden de kabels ‘droog’ aangelegd (de ka-
brak is. Beneden de 150 mg/l betekent zoet grondwater.
waarmee effecten gemitigeerd worden. Voor alle tracéalter-
belsleuf wordt droog gehouden). Hierdoor wordt grondwater
Een risico op verzilting treedt met name op in gebieden waar
natieven is sprake van een kruising (HDD-boring) van het
weggetrokken en verandert het chloridegehalte van het
het chloridegehalte op 1,75 meter beneden NAP hoger dan
Schelde-Rijnkanaal en de Oosterschelde. De tracéalterna-
grondwater op en rondom deze locatie. Effecten van
1.000 mg/l is. Alle tracéalternatieven doorkruisen één of
tieven NN en NM kruisen de Oosterschelde nabij Zijpe en de
bemaling reiken verder dan de bemalingslocatie zelf.
meerdere gebieden waar het chloridegehalte (ver) boven de
tracéalternatieven ZZ en ZM bij het Mastgat. De indicatieve
1.000 mg/l is. Zo kruisen alle tracéalternatieven gebieden
lengtes van deze boringen variëren van 450 meter (kruising
Alle tracéalternatieven doorkruisen verziltingsgevoelig
nabij de Oosterschelde waar het chloridegehalte >10.000
Schelde-Rijnkanaal) tot 2.700 meter (kruising Mastgat door
gebied. De figuren 5.19 (oost) en 5.20 laten dit zien.
mg/l is. Hier - en op de overige verziltingsgevoelige locaties
tracés ZZ en ZM).
Als maatstaf voor verzilting is het chloridegehalte
- leidt toepassing van bemaling tot een grotere kans op
182
5. Analyse tracéalternatieven
5. Analyse tracéalternatieven
183
waterbergingsgebied14. De effecten van deze kruising kunnen met een HDD-boring gemitigeerd worden. Geen van de tracévarianten ligt in verziltingsgevoelig gebied.
Criterium
Effect en, indien van toepassing, mitigerende maatregel
Water Vanaf locatiealt.
BOZ-2
BOZ-3
BOZ-4
BOZ-5
Naar tracéalt.
NN
NM/ ZM
NM
NM/ ZM
NN
NM/ ZM
ZZ
NN
NM/ ZM
ZZ
Ligging in beschermingszone water
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
Ligging in waterbergingsgebied
0
0
0
0
0
0
0
0
-
-
Ligging in / nabij waterkering of vrijwaringszone
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
Kruisingen met waterwegen/-gangen
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
Ligging in verziltingsgevoelig gebied
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
Tabel 5.17 | Effectbeoordeling tracévarianten in zoekgebied Bergen op Zoom, thema water. De tracés van BOZ-1 naar tracéalternatieven NN en NM/ZM zijn niet beschouwd vanwege de beperkte lengte van ca. 50 m.
Tracévarianten in zoekgebied SchouwenDuiveland
mitigeren door toepassing van HDD-boringen. De effecten
De tracévarianten in zoekgebied Schouwen-Duiveland naar
(tijdelijke) demping en toepassing van compensatie
de tracéalternatieven NN/NM en ZM/ZZ onderscheiden zich
maatregelen (indien nodig). De tracévarianten op Schouwen-
beperkt op het thema water, omdat SD-6 niet door
Duiveland kruisen een verziltingsgevoelig gebied nabij de
verziltingsgevoelig gebied loopt en de overige tracévarianten
Oosterschelde (circa 300 meter), op de tracévariant van
wel. Alle tracévarianten kruisen 1 tot 3 keer een regionale
SD-6 naar tracéalternatief NN/NM na. Daarmee onder
ZZ
waterkering en meerdere kleine watergangen (sloten). De
scheidt deze tracévariant zich positief van de overige
effecten van de kruisingen met waterkeringen zijn te
tracévarianten.
Figuur 5.20 | Analyse verzilting tracéalternatieven (west)
Criterium Water
Effect en, indien van toepassing, mitigerende maatregel NN
NM
ZM
Ligging in beschermingszones water
0
0
0
0
Ligging in waterbergingsgebied
0
0
0
0
Ligging in / nabij waterkering of vrijwaringszone
-
-
-
-
Kruisingen met waterwegen/-gangen
-
-
-
-
Ligging in verziltingsgevoelig gebied
-
-
-
-
Criterium
BOZ-4 en BOZ-5 het Lange water kruisen. De overige
De tracévarianten in zoekgebied Bergen op Zoom naar
meerdere sloten, maar de effecten hiervan kunnen beperkt
de tracéalternatieven NN, NM/ZM en ZZ onderscheiden zich
worden door (tijdelijke) demping en toepassing van
beperkt op het thema water. Alle tracévarianten kruisen
compensatiemaatregelen (indien nodig). Het zuidelijk deel
watergangen, waarbij de tracévarianten vanaf BOZ-2,
van het Lange water is tevens aangemerkt als
Effect en, indien van toepassing, mitigerende maatregel
Water
Tabel 5.16 | Effectbeoordeling tracéalternatieven water