CConstaterende datSchouwen-Duiveland
Koppel je AI →
Document · PDF

1b. Projectboek Netversterking SD TH BOZ

Gemeenteraad 23 december 2021, gemeente Schouwen-DuivelandBij agendapunt: Voorkeurslocatie 150 kV 20kV hoogspanningsstation en ondergronds kabeltracé (497837)47.910 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 6

sproces zijn de verslagen van de werkateliers en het

inloopbijeenkomst georganiseerd. Tot slot hebben om-

overzicht van reacties op de projectatlas in te zien op

wonenden en stakeholders reacties ingebracht middels een

de projectwebsite (https://ten.projectatlas.app/

digitale projectatlas, een reactieformulier (na werkatelier 3) en door middel van ingezonden brieven en e-mails.

schouwen-duiveland); •

het register met ingebrachte reacties (e-mails, reacties op de projectatlas, het reactieformulier, de verslagen

Figuur 3.19 | Analyse ruimtegebruik Bergen op Zoom

Onderstaande samenvatting laat de overkoepelende

van de werkateliers en inloopspreekuren, brieven en

belangen en voorkeuren (positief) en zorgen en afkeuringen

overige ingezonden reacties), met betrekking tot de

(negatief) zien die zijn opgehaald met dit omgevingsproces.

voorkeursalternatieven en mogelijke andere locaties, is

Hierbij geldt:

overhandigd aan het bevoegd gezag om dit mee te

•

nemen in hun keuzeproces.

de teksten laten een samenvatting van de meest voorkomende ingebrachte reacties zien;

118

3. Analyse locatiealternatieven Bergen op Zoom

3. Analyse locatiealternatieven Bergen op Zoom

119

Algemeen

Tijdens de werkateliers heeft TenneT aangegeven de

Het omgevingsproces heeft geleid tot inzicht in de zorgen

locaties van de hoogspanningsstations en het kabeltracé te

Beknopte samenvatting omgevingsinbreng BOZ-3

Beknopte samenvatting omgevingsinbreng BOZ-5

en wensen van de omgeving en informatie over het gebied.

optimaliseren na een keuze voor een voorkeursalternatief

• stemming reacties: overwegend afkeurend, met name

• stemming reacties: verdeeld, afkeurend vanuit

Onder ‘de omgeving’ worden in dit geval met name (direct)

door het bevoegd gezag. Er kan nog met het gekozen

omwonenden verstaan, maar ook andere stakeholders en

voorkeursalternatief worden geschoven als dit leidt tot het

gebruikers in het gebied (te denken valt aan (lokale)

voorkomen van milieu- en omgevingseffecten. Zo is

overheden, waterschappen, Staatsbosbeheer en andere

bijvoorbeeld voor locatiealternatief BOZ-5 door de omgeving

natuurbeheerders en lokale verenigingen). Deelnemers aan

gesuggereerd om de locatie in westelijke richting te

het omgevingsproces hebben voornamelijk zorgen geuit,

verschuiven richting het Lange Water, mocht dit

•

waarbij duidelijk sprake is van verdeeldheid in zorgen. Deze

locatiealternatief als voorkeursalternatief worden gekozen.

• zorgen over ligging nabij buurtschappen Kijkuit en

vanuit omliggende buurtschappen; •

1.

Beknopte samenvatting omgevingsinbreng locatiealternatief BOZ-1

Eendrachtweg moet worden geplaatst, met een grotere

•

stemming reacties: verdeeld;

afstand tot woonbebouwing maar met zorgen over

•

positief (belangen en voorkeuren):

•

2.

•

worden geplaatst, met een kleinere afstand tot woonbebouwing, zorgen over aantasting van de

afkeuring vanuit omliggende buurtschappen;

geluid, licht en horizonvervuiling; geluidshinder en horizonvervuiling; • zorg over ligging tegen steilrand Brabantse Wal en aantasting cultuurhistorische waarden;

hinder door geluid, licht en horizonvervuiling;

vlakbij de industrie van de Theodorushaven moet •

• zorg over verlies landschappelijke en recreatieve

locatie is aangedragen in werkatelier;

waarde.

negatief (zorgen en afkeuren): • zorg over verlies landschappelijke en recreatieve

cultuurhistorische waarden, maar met behoud van het

waarden (wandelen en fietsen);

polderlandschap.

• zorg over landschapsvervuiling door benodigde hoogspanningslijnen;

Hierbij spraken met name de bewoners ten zuiden van de Eendrachtweg zich positiever uit over realisatie in het

• zorg over aantasting cultuurhistorische

polderlandschap (onder ad. 1), waar de bewoners ten

polderlandschap (Brabantse Wal).

•

stemming reacties: verdeeld;

•

positief (belangen en voorkeuren):

stemming reacties: verdeeld tot gematigd positief;

• zorg over aantasting open polder en vrije zichtlijnen;

Back Yard, ‘niet in mijn achtertuin’). Dit verwijst naar de

•

positief (belangen en voorkeuren):

• zorg over aantasting natuurwaarden het Lange

•

841 keer ondertekend. • zorg over ligging tegen steilrand Brabantse Wal en aantasting cultuurhistorische waarden; • zorgen over verder reikend geluid door

Water;

hinder door geluid, licht en horizonvervuiling;

• petitie ‘Handen af van de Auvergnepolder / Nieuw

onderschreven, zolang men er zelf maar geen hinder van

• ligging achter bosschage, minder zicht-, licht- en

Beijmoerpolder’ is op het moment van schrijven 841 keer ondertekend9.

geluidshinder;

ondervindt. •

industriële ontwikkelingen, met (nog meer) verlies van het

Beijmoerpolder’ is op het moment van schrijven

negatief (zorgen en afkeuren):

directe omgeving: het (maatschappelijke) belang wordt vaak

een hoogspanningsstation de opmaat zou zijn naar meer

vanuit hinder door geluid, licht en horizonvervuiling; • petitie ‘Handen af van de Auvergnepolder / Nieuw

gebied;

• verder van bewoning en dorpskernen, minder

dubbele moraal van mensen bij (ruimtelijke) ingrepen in hun

haar zorgen uit over een vermoeden dat de realisatie van

• zorgen over ligging nabij buurtschap Spinolaberg

• afstand tot dorpskernen, gelegen in dunbevolkt

•

hoogspanningsstations van TenneT. Ook sprak de omgeving

• afkeuring vanuit omliggende buurtschappen;

nodig, weinig horizonvervuiling;

terugkomt bij projecten in de ruimtelijke ordening (Not In My

het proces rondom de landschappelijke inpassing van

aansluiting bij bestaande industrie;

negatief (zorgen en afkeuren):

• kortere nieuwe bovengrondse hoogspanningslijn

verdeeldheid sluit aan bij het ‘NIMBY’-principe dat vaak

algemene zorgen uitgesproken over geluid, EM-velden en

• •

hoogteverschil (steilrand Brabantse Wal).

Beknopte samenvatting omgevingsinbreng BOZ-2

Naast deze verdeeldheid en consensus over NIMBY, zijn

nodig, weinig horizonvervuiling;

Beknopte samenvatting omgevingsinbreng BOZ-4

noorden van de Eendrachtweg zich juist positiever uitlieten over realisatie nabij het industriegebied (onder ad. 2). Deze

• kortere nieuwe bovengrondse hoogspanningslijn

negatief (zorgen en afkeuren):

• zorg over ligging nabij zorgcentrum vanuit

• verder van bewoning en dorpskernen, minder

aantasting van het polderlandschap of;

positief (belangen en voorkeuren):

nodig, weinig horizonvervuiling;

Waterkant en dorp Lepelstraat vanuit hinder door

in de dunbevolkte polders ten noorden van de

omliggende buurtschappen en voorkeur vanuit anderen •

• kortere nieuwe bovengrondse hoogspanningslijn

verdeeldheid zit voornamelijk in de discussie of het hoogspanningsstation:

positief (belangen en voorkeuren):

•

locatie is aangedragen in werkatelier;

negatief (zorgen en afkeuren): • zorg over verlies landschappelijke en recreatieve waarden (wandelen en fietsen); • zorg over landschapsvervuiling door hoogspanningslijnen; • zorg over aantasting natuurwaarden het Lange Water.

landschap als gevolg. Hierbij is enig wantrouwen richting de onafhankelijkheid van het bevoegd gezag in haar keuzeproces uitgesproken. 9

Zie: https://petities.nl/petitions/handen-af-van-de-auvergnepolder-en-nieuw-beijmoerpolder-bij-halsteren?locale=nl

120

3. Analyse locatiealternatieven Bergen op Zoom

3. Analyse locatiealternatieven Bergen op Zoom

121

3D visualisatie 380/150/20 kV hoogspanningsstation Bergen op Zoom Dit is een eerste impressie op basis van het basisontwerp van het station. Aan de afbeeldingen kunnen geen rechten worden ontleend.

3.4 Analyse (net)techniek In de omgeving Bergen op Zoom wordt een 380/150/

Het hoogspanningsstation nabij Bergen op Zoom bestaat uit

Onderstaande tabel 3.12 laat de analyse techniek zien voor

20 kV-station gerealiseerd. Dit hoogspanningsstation

drie onderdelen, namelijk een 380 kV-, 150 kV- en een 20

de locatiealternatieven nabij Bergen op Zoom. Hierbij geldt:

wordt ingelust in de bestaande 380 kV-verbinding

kV-deel. Deze gedeelten bestaan ieder uit verschillende

•

Geertruidenberg-Rilland. Vanuit dit hoogspanningsstation

onderdelen, zoals lijnvelden (380 kV), transformatorvelden

hoogspanningsstation bij Bergen op Zoom en bij

wordt een 150 kV-kabelverbinding gerealiseerd met het te

(380/150 kV en 150/20 kV), kabelvelden, (dwars)

Schouwen-Duiveland is 30 kilometer (ontwerpeis

realiseren 150/20 kV-station op Schouwen-Duiveland.

koppelvelden en reservevelden voor toekomstige

TenneT);

Het 20kV-deel is van Enexis, waarmee Enexis inspeelt op

uitbreidingen van het hoogspanningsstation. Alles tezamen

voldoende netcapaciteit voor realisatie van de doelstellingen

beslaat het hoogspanningsstation 12 hectare, namelijk

tracéalternatief ZZ omdat hiervoor tracéalternatieven

vanuit de Regionale Energie Strategie 2030. Daarnaast

400 bij 325 meter (kan iets afwijken na definitieve inpassing).

NM en ZM zijn ontwikkeld en het qua lengte niet

wordt rekening gehouden met verdere groei van de

Dit is voor alle locatiealternatieven gelijk. Figuur 3.20 laat

haalbaar is om aan te sluiten op tracéalternatief ZZ.

energievoorziening na 2030, door toekomstige

een 3D-visualisatie zien van het basisontwerp van het

uitbreidingsruimte te reserveren.

380/150/20 kV-hoogspanningsstation. Deze inrichting staat

•

de maximale lengte van het tracé tussen een

BOZ-1, BOZ-2 en BOZ-3 hebben geen tracé naar

niet vast, maar wordt geoptimaliseerd na keuze van een

Criterium

Subcriterium

voorkeursalternatief.

Techniek

BOZ-1

BOZ-2

BOZ-3

BOZ-4

BOZ-5

Lengte benodigde verbinding naar tracéalternatief NN

0,04 km

0,92 km

1,47 km

3,90 km

4,85 km

Lengte benodigde verbinding naar tracéalternatief NM/ZM

0,07 km

0,61 km

1,16 km

3,70 km

4,64 km

-

-

-

0,94 km

2,01 km

Alle, maar SD-2 net boven 30 km (30,01 km)

SD-3 en SD-6. De rest tussen de 30,01 en 33,1 km.

Lengte benodigde verbinding naar tracéalternatief ZZ

Bereikbare locatiealternatieven Schouwen-Duiveland (tracé < 30 km)

Alle

Alle

Alle

ca. 2 km

ca. 1 km

ca. 200 m

ca. 300 m

ca. 300 m

Aantal nieuwe masten

11

7

3

2

2

Aantal te vervallen masten

1

1

1

-

-

Aantal aan te passen masten

1

1

-

2

2

Afstand

Bereikbaarheid voor bestaande 380 kV-verbinding Geertruidenberg - Rilland

Effect en, indien van toepassing, mitigerende maatregel

Mogelijk nodig

Mogelijk nodig

Mogelijk nodig

Ja, ca. 4 km tussen mast 133 en 137

Ja, ca. 3 km nodig tussen mast 133 en 137

Bereikbaarheid voor aansluiting Enexis

Goede mogelijkheden aansluiting toekomstige kabels

Voldoende mogelijkheden aansluiting toekomstige kabels. Rekening houden met kabels vanuit Steenbergen en Bergen op Zoom

Goede mogelijkheden aansluiting toekomstige kabels

Goede mogelijkheden aansluiting toekomstige kabels

Goede mogelijkheden aansluiting toekomstige kabels

Bereikbaarheid via verharde weg

Toegangsweg nodig.

Tijdelijke lijn

Figuur 3.20 | Voorlopige 3D-visualisatie van het basisontwerp ontwerp van het 380/150/20 kV-hoogspanningsstation

Tabel 3.12 | Analyse techniek Bergen op Zoom

122

3. Analyse locatiealternatieven Bergen op Zoom

3. Analyse locatiealternatieven Bergen op Zoom

123

3.5 Analyse kosten De kosten10 voor het hoogspanningsstation zelf (dus zonder

Hierbij geldt: hoe langer de verbinding, hoe hoger de kosten.

kabel en lijnverbindingen) verschillen niet per locatie­

Onderstaande tabel laat de kostenafweging zien tussen de

alternatief nabij Bergen op Zoom. Echter treden verschillen

locatiealternatieven nabij Bergen op Zoom. Hierbij geldt:

in kosten per locatiealternatief op door de verschillen in de

•

benodigde (tijdelijke) bovengrondse 380 kV-verbinding en

• de kosten zijn weergegeven in relatieve kosten ten

ondergrondse 150 kV-kabelverbinding. Dit komt met name

opzichte van elkaar. Hierbij geldt dat meer zwarte

door de verschillen in de lengte en het aantal masten van

bolletjes aangeven dat de kosten relatief duur zijn ten

benodigde bovengrondse hoogspanningsverbinding tussen

opzichte van alternatieven met minder zwarte bolletjes.

de kosten betreffen een inschatting;

het hoogspanningsstation en de bestaande 380kV-ver­ binding Geertruidenberg-Rilland. Daarnaast is het realiseren van een tijdelijke hoogspanningslijn kostenverhogend. Ook verschilt de lengte van de 150kV-tracés naar de aansluiting op de tracés NN, NM/ZM en ZZ.

Criterium Kosten

Verwachte kosten BOZ-1

BOZ-2

BOZ-3

BOZ-4

BOZ-5

Lange verbinding naar bestaande hoogspan­ nings­lijn (ca. 2 km). Mogelijk geen tijdelijke lijn nodig. 11 nieuwe masten nodig. Zeer kort kabeltracé naar tracéalternatief NN en NM/ZM (100 m)

Lange verbinding naar bestaande hoogspan­ ningslijn (ca. 1 km). Mogelijk geen tijdelijke lijn nodig. 7 nieuwe masten nodig. Kort kabeltracé naar tracéalternatief NN en NM/ZM (< 1 km)

Korte verbinding naar bestaande hoogspan­ ningslijn (< 300 m). Mogelijk geen tijdelijke lijn nodig. 3 nieuwe masten nodig. Middellang kabeltracé naar tracéalternatief NN en NM/ZM (1-1,5 km)

Korte verbinding naar bestaande hoogspan­ ningslijn (< 300 m). Tijdelijke verbinding (+/- 4 km) nodig. 2 nieuwe masten nodig. Lang tracé naar tracéalternatief NN en NM/ZM (3,5 - 4 km), kort kabeltracé naar tracéalternatief ZZ (< 1 km)

Korte verbinding naar bestaande hoogspan­ ningslijn (< 300 m). Tijdelijke verbinding (+/- 3 km) nodig. 2 nieuwe masten nodig. Lang tracé naar tracéalternatief NN en NM/ZM (4,5 - 4,8 km), middellang kabeltracé naar tracéalternatief ZZ (2 km)

Verwachte kosten* (relatief)

Verklaring kosten

Tabel 3.13 | Analyse kosten Bergen op Zoom met * = inclusief verbinding naar uittredepunt boringen tracéalternatieven NN, NM/ZM en ZZ en aan te leggen bovengrondse hoogspanningsverbinding

Figuur 3.21 | Voorlopige conceptschetsen benodigde bovengrondse 380 kV-verbinding per locatiealternatief. Deze worden geoptimaliseerd en nader uitgewerkt na keuze van een voorkeursalternatief.

De locatiealternatieven onderscheiden zich op de lengte

de omvang van de benodigde bovengrondse verbindingen

en het aantal masten voor de benodigde bovengrondse

in kaart te brengen. Na keuze van een voorkeursalternatief

380 kV-verbinding naar de bestaande hoogspannings­

worden deze uitgewerkt tot definitief technisch ontwerp.

verbinding GT-RLL380. Deze afstanden en benodigd aantal

Figuur 3.21 laat de voorlopige conceptschetsen zien van de

masten zijn uiteengezet in tabel 3.12. Deze gegevens zijn

benodigde bovengrondse 380 kV-hoogspanningslijnen per

gebaseerd op een eerste technische schets van TenneT om

locatiealternatief. 10

Kosten worden gedragen door initiatiefnemer TenneT.

124

3. Analyse locatiealternatieven Bergen op Zoom

3. Analyse locatiealternatieven Bergen op Zoom

(Subt)thema

3.6 Overzichtstabel (Subt)thema

Criterium

BOZ-1

BOZ-2

BOZ-3

BOZ-4

BOZ-5

Effectbeoordeling 0

0

0

-

-

Ligging in overige beschermde gebieden

0

0

0

0

0

Aanwezige beschermde soorten flora en fauna

0

0

0

0

0

Geluid

Geluidsgevoelige objecten binnen richtafstand (500 m)

0

0

-

-

-

EM-velden

EM-gevoelige objecten binnen richtafstand

0

0

0

0

0

Landschappelijke effecten op gebiedsniveau

-

-

-

-

-

Landschappelijke effecten op objectniveau

0

0

-

-

-

Techniek

Ligging in gebieden met cultuurhistorische waarden

-

0

-

0

-

Bereikbaarheid

Ligging in gebieden met bekende archeologische waarden

0

0

0

0

0

Cultuurhistorie Archeologie Aardkunde Veiligheid

Water

Bodem

Infrastructuur

Ruimtegebruik

BOZ-2

Ligging in gebieden met verwachte archeologische waarden

0

0

0

0

0

Ligging in gebieden met aardkundige waarden

0

0

0

0

0

Bereikbaarheid S-D (< 30 km)

BOZ-5

• Afstand tot woningen • Beschutting • Aangedragen

• Dicht bij bestaande lijn

•D  icht bij bestaande lijn •A  fstand tot dorpskernen

• Aansluiting bestaande industrie

• Recreatie en landschap • Benodigde hoogspanningslijnen • Brabantse Wal

•R  ecreatie en landschap • Benodigde hoogspanningslijnen •N  atuur het Lange Water

• Afkeuring omliggende buurtschappen • Ligging t.o.v. woningen en zorgcentrum • Steilrand Brabantse Wal • Recreatie en landschap

•O  pen polder en vrije zichtlijnen •N  atuur het Lange Water •P  etitie tegen (841 mensen)

• Afkeuring omliggende buurtschappen • Ligging t.o.v. woningen en recreatie Spinolaberg • Petitie tegen (841 mensen) • Steilrand Brabantse Wal (incl. geluid en zicht)

Omgevingsproces Tracéalternatief NN

0,04 km

0,92 km

1,47 km

3,90 km

4,85 km

Tracéalternatief NM/ZM

0,07 km

0,61 km

1,16 km

3,70 km

4,64 km

Tracéalternatief ZZ

-

-

-

0,94 km

2,01 km

Bereikbaarheid stations S-D (< 30km)

Alle

Alle

Alle

Alle, maar SD-2 op 30,01 km

SD-3 en SD-6. De rest tussen 30,01 en 33,1 km.

ca. 2 km

ca. 1 km

< 300 meter

< 300 meter

<300 meter

Aantal nieuwe masten

11

7

3

2

2

Aantal te vervallen masten

1

1

1

-

-

1

1

-

2

2

Mogelijk nodig

Mogelijk nodig

Mogelijk nodig

Ja, ca. 4 km

Ja, ca. 3 km

Voldoende

Goed

Goed

Goed

• verbinding naar 380 kV (1 km) • 7 nieuwe masten • kabeltracé naar tracéalt. NN en NM/ZM (< 1 km)

• korte verbinding naar 380 kV (<300m) • 3 nieuwe masten • kabeltracé naar tracéalt. NN en NM/ZM (1-1,5 km)

• k orte verbinding naar 380 kV (<300m) •2  nieuwe masten • tijdelijke lijn (4 km) • k abeltracé naar tracéalt. NN en NM/ZM (3,5-4 km) en ZZ (< 1 km)

• korte verbinding naar 380 kV (<300m) • 2 nieuwe masten • tijdelijke lijn (3 km) • kabeltracé naar tracéalt. NN en NM/ZM (4,5-4,8 km) en ZZ (2 km)

Blootstelling van assets aan risicobronnen

0

0

0

-

-

Ligging in beschermingszone water

0

0

0

0

0

Ligging in waterbergingsgebied

0

0

0

0

0

Ligging in / nabij waterkering of vrijwaringszone

0

-

0

0

0

Kruisingen met waterwegen/-gangen

-

-

-

-

-

Ligging in verziltingsgevoelig gebied

-

0

0

0

0

Aantal aan te passen masten

Ligging in zettingsgevoelige gebieden

-

-

-

-

-

Tijdelijke lijn

Aanwezigheid (potentieel) verontreinigde grond

0

0

0

0

0

Ligging in beheerzones hoofdwegennet (rijk/provincie/gemeente)

0

0

0

0

0

Overlap onder- en bovengrondse kabels en leidingen

0

-

0

0

Kruising/overlap met (spoor en auto)wegen

0

-

0

Aandachtspunten m.b.t. bestemmingsplannen en planologische belemmeringen

-

-

Grondgebruik

-

Bebouwing

0

Afstand

Bereikbaarheid 380 kV-verbinding

BOZ-4

• Afstand tot woningen • Aangedragen

Negatief (zorgen en afkeuren)

Tracés

BOZ-3 Omgevingsproces

Positief (belangen en voorkeuren)

Ligging in Natura 2000-gebied of binnen verstoringsafstand

Landschap

BOZ-1

Omgeving

Milieu

Natuur

Criterium

125

Bereikbaarheid Enexis

Bereikbaarheid Enexis (toekomstige kabels)

Goed

0

Bereikbaarheid verharde weg

Bereikbaarheid verharde weg

Toegangsweg nodig

0

0

Kosten

-

-

-

-

-

-

-

0

0

0

0

Verwachte kosten (relatief)

Verwachte kosten Verklaring kosten

• verbinding naar 380 kV (2 km) • 11 nieuwe masten • kabeltracé naar tracéalt. NN en NM/ZM (100 m)

Tabel 3.14 | Overzicht analyses locatiealternatieven Bergen op Zoom

126

4. Analyse locatiealternatieven Schouwen-Duiveland

4. Analyse locatiealternatieven Schouwen-Duiveland

4. Analyse locatiealternatieven Schouwen-Duiveland

4.2 Analyse milieu 4.2.1 Natuur De locatiealternatieven zijn op het thema natuur beoordeeld

Locatiealternatief SD-5 onderscheidt zich positief van de

op:

overige locatiealternatieven doordat deze locatie ver van

• •

Dit hoofdstuk presenteert de analyse voor de locatiealternatieven op Schouwen-Duiveland. Paragraaf 4.1 gaat kort in op de opgave. Daarna volgt een uiteenzetting van de effecten op milieu (4.2), omgeving (4.3), techniek (4.4) en kosten (4.5). Tot slot laat paragraaf 4.6 het overzicht van beoordelingen zien. Deze overzichtstabel biedt inzicht in de beoordelingen, maar is niet per definitie als los onderdeel leesbaar. Voor sommige beoordelingen biedt de bijbehorende toelichting uit de analyses de benodigde nuances of aandachtspunten die nodig zijn voor de afweging van de alternatieven.

127

•

ligging in Natura 2000-gebied of binnen

Natura 2000-gebied ligt. De locatiealternatieven SD-1

verstoringsafstand;

(circa 400 meter), SD-2 (grenzend aan), SD-3 (circa

ligging in overige beschermde gebieden, zoals

350 meter), SD-4 (circa 1,2 kilometer) en SD-6 (circa

Natuurnetwerk Nederland (NNN-) gebieden;

900 meter) liggen nabij Natura 2000-gebied Oosterschelde.

aanwezigheid beschermde soorten flora en fauna

Natura 2000-gebieden zijn gebieden die beschermd zijn

(op basis van de Nationale Databank Flora en Fauna).

onder Europese richtlijnen, met als doel de Europese biodiversiteit te waarborgen.

Figuur 4.1 laat de ligging van de locatiealternatieven ten opzichte van natuurgebieden zien.

4.1 Toelichting opgave Op Schouwen-Duiveland wordt een 150/20 kV-hoogspanningsstation gerealiseerd. Vanuit hier wordt een 150 kV-verbinding naar het te realiseren 380/150/20 kV-hoogspanningsstation nabij Bergen op Zoom gerealiseerd. Het hoogspanningsstation op Schouwen-Duiveland krijgt een oppervlakte van circa 3,5 hectare (250 bij 180 meter), exclusief landschappelijke inpassing. Deze locatie- en haalbaarheidsstudie onderzoekt in dit gebied 6 locatiealternatieven, namelijk SD-1 tot en met SD-6 (op volgorde west-oost). Oosterschelde

Figuur 4.1 | Analyse natuur Schouwen-Duiveland

128

4. Analyse locatiealternatieven Schouwen-Duiveland

4. Analyse locatiealternatieven Schouwen-Duiveland

129

4.2.2 Geluid

De Oosterschelde is onder deze Europese richtlijnen

nodig is een activiteit met enkel stikstofuitstoot tijdens de

aangewezen als Vogel- en Habitatrichtlijngebied. Voor

aanlegfase te toetsen op stikstofdepositie op Natura

bescherming van soorten (flora en fauna) binnen dit gebied

2000-gebieden. Zowel bij de hoogspanningsstations als bij

De locatiealternatieven zijn op het thema geluid beoordeeld

‘passend’ zijn. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen

gelden een aantal verbodsbepalingen, zoals een verbod tot

de kabels is enkel sprake van stikstofuitstoot tijdens de

op:

verschillende gebieden, zoals een rustige woonwijk of een

opzettelijk doden van dieren en planten, het vernielen van

aanlegfase en niet tijdens de gebruiksfase. Daarom is voor

• de ligging van geluidsgevoelige objecten binnen de

nesten, rustplaatsen en eieren of het verstoren van dieren.

het aspect stikstof geen vervolgonderzoek nodig, zolang

De bouwwerkzaamheden voor het 150/20 kV-hoogspan­

gebruik gemaakt kan worden van de Bouwvrijstelling.

VNG-richtafstand (300 meter).

gemengd gebied. Met deze milieuzonering wordt in de ruimtelijke inrichting preventief rekening gehouden met milieubelastende en milieugevoelige functies ter

ningsstation binnen de locatiealternatieven SD-1, SD-2,

Geluidsgevoelige objecten zijn woningen (ook

bescherming van de leefkwaliteit. Van de Handreiking van

SD-3, SD-4 en SD-6 kunnen een verstorende werking

Geen van de locatiealternatieven ligt in overige beschermde

bedrijfswoningen, ligplaatsen van woonschepen en

de VNG kan door jurisprudentie alleen gemotiveerd worden

(geluid, licht, trillingen) hebben op het Natura 2000-gebied

gebieden. De provincie Zeeland hanteert voor beschermde

woonwagenstandplaatsen), onderwijsgebouwen,

afgeweken. Per situatie is maatwerk nodig om te bepalen

Oosterschelde. De verstoringsafstand van dergelijke

gebieden een verstoringsafstand van 100 meter waarbinnen

kinderdagverblijven, ziekenhuizen, verpleeg- en

welke richtafstanden van toepassing zijn, omdat

werkzaamheden is ongeveer 1,5 kilometer. Hierdoor zijn

moet worden aangetoond dat geen sprake is van externe

verzorgingstehuizen, psychiatrische inrichtingen en

bijvoorbeeld een ligging nabij een rustige woonwijk andere

effecten op het Natura 2000-gebied Oosterschelde niet

werking door indirecte effecten (verstoring). Dit is relevant

kinderdagverblijven. Om deze objecten te beschermen

richtafstanden kent dan ligging nabij een gemengd gebied.

uitgesloten. Nader onderzoek na keuze van een

voor alle locatiealternatieven, met uitzondering van SD-1.

tegen geluidshinder, zijn in de VNG-publicatie ‘Handreiking

In deze studie is uitgegaan van de richtafstanden die van

voorkeursalternatief moet verder in beeld brengen welke

De overige locatiealternatieven liggen nabij NNN-gebieden,

bedrijven en Milieuzonering (VNG)’ richtafstanden

toepassing zijn op het gebiedstype ‘rustige woonwijk’,

soorten (habitattypen) hier voorkomen en of er

ecologische verbindingszones of natte (robuuste)

opgenomen tussen geluidsgevoelige objecten en bedrijven

waarmee rekening wordt gehouden met de zogenaamde

instandhoudingsdoelstellingen in gevaar worden gebracht.

ecologische verbindingszones. Dit zijn lijnvormige

die geluidsbelasting veroorzaken. Deze richtafstanden geven

‘worst case’ situatie.

natuurzones (zoals bomenrijen of kreekoevers) die een

aan welke gemiddelde afstanden tot woonbebouwing

Voor alle locatiealternatieven geldt dat tijdens de aanlegfase

verbinding vormen tussen natuurgebieden. Hiermee zijn ze

sprake kan zijn van stikstofdepositie op Natura

belangrijk met betrekking tot mogelijkheden voor

2000-gebieden. De werkzaamheden resulteren in emissies

verplaatsing van diersoorten. Door ligging nabij deze

van met name stikstofoxiden (NO2). Deze komen vrij uit de

ecologische zones zijn indirecte effecten (door verstoring)

verbrandingsmotoren van vrachtverkeer en mobiele

niet uitgesloten. In vervolgonderzoek moeten de indirecte

werktuigen. Deze emissies kunnen resulteren in

effecten worden uitgesloten.

stikstofdeposities in de nabijgelegen beschermde Natura 2000-gebieden (stikstofdeposities kunnen ver reiken;

Op basis van de NDFF zijn geen beschermde flora en fauna

> 3 kilometer en soms zelfs > 10 kilometer). Door de aard

aanwezig binnen de locatiealternatieven, maar veldbezoek

en omvang van de werkzaamheden, in combinatie met de

na keuze van een voorkeursalternatief moet hierover

geringe afstand tot het dichtstbijzijnde stikstofgevoelige

uitsluitsel geven. Door de aanwezigheid van bosschages

Natura 2000-gebied Oosterschelde, zijn effecten van

en watergangen met natuurvriendelijke oevers is het

stikstofdepositie op voorhand niet uit te sluiten. Per 1 juni

voorkomen van zoogdieren, vleermuizen, vogels en

2021 is echter de wet Stikstofreductie en Natuurverbetering

amfibieën niet uitgesloten. Dit geldt voor alle locatie­

in werking getreden. Onderdeel van deze wet is de

alternatieven, waardoor deze niet onderscheidend zijn

Bouwvrijstelling. Deze vrijstelling houdt in dat het niet langer

ten opzichte van elkaar.

Criterium

Effect en, indien van toepassing, mitigerende maatregel

Natuur

SD-1

SD-2

SD-3

SD-4

SD-5

SD-6

Ligging in Natura 2000-gebied of binnen verstoringsafstand

-

-

-

-

0

-

Ligging in overige beschermde gebieden

0

0

0

0

0

0

Aanwezige beschermde soorten flora en fauna

0

0

0

0

0

0

Tabel 4.1 | Effectbeoordeling locatiealternatieven Schouwen-Duiveland - natuur Overige geluidsgevoelige objecten

Figuur 4.2 | Analyse geluid Schouwen-Duiveland

130

4. Analyse locatiealternatieven Schouwen-Duiveland

Criterium Geluid Geluidsgevoelige objecten binnen richtafstand (300 meter)

4. Analyse locatiealternatieven Schouwen-Duiveland

131

Effect en, indien van toepassing, mitigerende maatregel SD-1

SD-2

SD-3

SD-4

SD-5

SD-6

-

0

-

-

0

-

Tabel 4.2 | Effectbeoordeling locatiealternatieven Schouwen-Duiveland - geluid

Het voorgenomen 150/20 kV-station op Schouwen-

4.2.3 EM-velden

Duiveland krijgt een totaal transformatorvermogen van 200-1.000 MVA. Daarmee gaat het om een hoogspannings­

De locatiealternatieven zijn op het thema EM-velden

station dat wordt aangemerkt als inrichting in milieucategorie

beoordeeld op:

4.2. Hiervoor geldt een richtafstand tot geluidsgevoelige

• EM-gevoelige objecten binnen de aanlegzone

objecten van 300 meter.

(40 meter vanaf hekwerk station).

De locatiealternatieven SD-1, SD-3, SD-4 en SD-6

Onder EM-gevoelige objecten worden objecten als

onderscheiden zich negatief van de locatiealternatieven

woningen, crèches, scholen en kinderopvangplaatsen

SD-2 en SD-5. Bij deze locatiealternatieven liggen meerdere

verstaan. Voor hoogspanningsstations en ondergrondse

geluidsgevoelige objecten binnen de VNG-richtafstand van

hoogspanningsverbindingen heeft de Rijksoverheid

300 meter. Voor alle locatiealternatieven is voldoende

vooralsnog geen voorzorgbeleid geformuleerd met

schuifruimte beschikbaar om het hoogspanningsstation in

betrekking tot EM-velden. Wel is er beleid dat van

te passen buiten de 300-richtafstand. Figuur 4.2 laat dit

toepassing is op bovengrondse hoogspannings­

zien.

verbindingen, waaruit volgt dat EM-gevoelige objecten niet binnen de 0,4 microtesla magneetveldcontour van

Zonder het benutten van schuifruimte is de afstand tot

bovengrondse hoogspanningsverbindingen mogen

geluidsgevoelige objecten volgens de VNG-Handreiking

liggen.

Figuur 4.3 | Analyse EM-velden Schouwen-Duiveland

‘niet-passend’. Geluidshinder op de aanwezige geluids­ gevoelige objecten is daarom niet uitgesloten. Door het

Ondanks dat er voor stations geen beleid is, houdt TenneT

Criterium

benutten van schuifruimte binnen het locatiealternatief kan

ook bij hoogspanningsstations en ondergrondse

EM-velden

het hoogspanningsstation op een locatie worden ingepast

kabelverbindingen, rekening met de ligging van de

die volgens de VNG-handreiking ‘passend’ is. Nader

0,4 microtesla magneetveldcontour. TenneT heeft in het

onderzoek na keuze van een voorkeursalternatief moet

verleden bij diverse vergelijkbare hoogspanningsstations

uitwijzen in welke mate geluidshinder daadwerkelijk

magneetveldberekeningen uitgevoerd. Daaruit volgt dat de

optreedt en of en hoe met de definitieve inrichting van

contour van 0,4 microtesla (jaargemiddeld) voor

het hoogspanningsstation aan de geluidsnormen voldaan

hoogspanningsstations buiten het hoogspanningsstation

wordt.

kan liggen, maar altijd op minder dan 40 meter van het

EM-gevoelige objecten binnen richtafstand (40 meter)

Effect en, indien van toepassing, mitigerende maatregel SD-1

SD-2

SD-3

SD-4

SD-5

SD-6

0

0

0

0

0

0

Tabel 4.3 | Analyse EM-velden Schouwen-Duiveland

4.2.4 Landschap

hek. Daarom wordt bij de ontwikkeling van nieuwe hoogspan­ningsstations getoetst aan de ligging van EM-

De locatiealternatieven zijn op het thema landschap

Op Schouwen-Duiveland wordt een 150/20 kV-hoogspan­

gevoelige objecten binnen een aanlegzone van 40 meter

beoordeeld op:

ningsstation gerealiseerd met een oppervlakte van circa

van het hekwerk rondom het hoogspanningsstation.

•

landschappelijke effecten op gebiedsniveau;

3,5 hectare (250 bij 180 meter), exclusief landschappelijke

•

landschappelijke effecten op objectniveau;

inpassing. Op Schouwen-Duiveland worden geen

Bij geen van de locatiealternatieven ligt een EM-gevoelig object binnen de aanlegzone van 40 meter vanaf het hekwerk. Figuur 4.3 laat dit zien. De locatiealternatieven onderscheiden zich daarom niet op het thema EM-velden.

• mogelijkheden voor landschappelijke inpassing (geen beoordeling).

bovengrondse hoogspanningslijnen gerealiseerd, maar is enkel sprake van ondergrondse kabels.

132

4. Analyse locatiealternatieven Schouwen-Duiveland

4. Analyse locatiealternatieven Schouwen-Duiveland

133

De landschappelijke effecten op gebiedsniveau zijn

De landschappelijke effecten op objectniveau hangen

daarom niet beoordeeld op dit criterium. Wel zijn voor de

watersnoodramp in 1953, waarbij beplanting werd

onderzocht aan de hand van de landschapstypen met

samen met de beleving van en vanuit specifieke

verschillende locatiealternatieven globale oplossings­

weggevaagd en het landschap werd ingericht voor

bijbehorende gebiedskarakteristieken en de samenhang

landschappelijke elementen. Voorbeelden hiervan zijn

richtingen in beeld gebracht die mogelijk toegepast kunnen

landbouw en bescherming tegen het water.

daartussen. Het landschap is opgebouwd uit verschillende

belevingswaarden van of vanuit een open gebied, een

worden bij landschappelijk onderzoek na keuze van een

kenmerkende landschappelijke elementen. Voorbeelden

uitkijkpunt, een landschappelijk hoogteverschil, een

voorkeursalternatief. De oplossingsrichtingen zijn

De locatiealternatieven SD-1, SD-2, SD-3 en SD-4 liggen in

hiervan zijn de mate van openheid, karakteristieke

recreatiegebied of een natuurgebied. De landschappelijke

nadrukkelijk bedoeld ter indicatie en illustratie van mogelijke

de Gouwepolders. De Gouwepolders vormen een open tot

bebouwing, dijkstructuren, groenstructuren,

effecten op objectniveau worden onder dit criterium in beeld

landschappelijke inpassing. Verdere uitwerking van de

halfopen landschap, met veel binnendijken op geringe

verkavelingspatronen en markante hoogteverschillen.

gebracht aan de hand van zichtlijnen van en vanaf objecten

landschappelijke inpassing volgt na keuze van een

afstand van elkaar. De locatiealternatieven SD-1 en SD-2

De samenhang van de functie, vorm en betekenis van deze

of gebieden en de gevolgen voor de belevingswaarde.

voorkeursalternatief. Dit wordt uiteindelijk– in overleg met

liggen ten zuiden van Zierikzee. Locatiealternatief SD-1

landschappelijke elementen bepaalt de herkenbaarheid van

De landschappelijke effecten op objectniveau spelen

bewoners en belanghebbenden uit de omgeving -uitgewerkt

grenst aan de bestaande bebouwing van Zierikzee waarmee

een plek. Bij dit criterium is de invloed van een 150/20

daarmee op een kleiner schaalniveau dan de

in een landschapsontwerp.

het halfopen landschap niet of nauwelijks wordt aangetast.

kV-station op de (in beleid vastgelegde)

landschappelijke effecten op gebiedsniveau.

Ook wordt het verkavelingspatroon en de dijkenstructuur

Landschappelijke effecten op gebiedsniveau

niet aangetast. Daarmee leidt dit alternatief niet of nauwelijks

landschappelijke elementen beoordeeld. Dit is de

De mogelijkheden voor landschappelijke inpassing zijn sterk

De locatiealternatieven SD-1 en SD-6 onderscheiden zich

tot landschappelijke effecten op gebiedsniveau.

beoordeling van landschappelijke effecten op

afhankelijk van de definitieve locatie en dimensies van het

positief van de overige locatiealternatieven omdat deze

Locatiealternatief SD-2 sluit aan bij de bestaande zeedijk

gebiedsniveau.

hoogspanningsstation en de voorkeuren en keuzes in

locaties niet of nauwelijks landschappelijke effecten op

(Weg naar de Val) en tussengelegen provinciale weg N256.

landschappelijke inpassing. De locatiealternatieven zijn

gebiedsniveau veroorzaken.

Daarmee ligt deze locatie in de halfopen polder en wordt het

gebiedskarakteristiek en de samenhang tussen de

halfopen karakter van deze polder aangetast. Daarmee leidt Schouwen-Duiveland is gevormd door de voormalige

dit alternatief tot beperkte landschappelijke effecten op

eilanden Schouwen, Duiveland, Bommenede en Dreischor.

gebiedsniveau. Het verkavelingspatroon en de

Tussen de voormalige eilanden Schouwen en Duiveland

dijkenstructuur wordt niet aangetast.

bevond zich de zeearm de Gouwe. Na inpoldering en samenvoeging van deze eilanden en zeearm (de

Locatiealternatief SD-3 sluit aan bij de Groenedijk, die de

Gouwepolders), ontstond het zeekleilandschap Schouwen-

grens vormt tussen de zuidelijke Gouwepolders en de

Duiveland. De eilanden Schouwen (westelijk) en Duiveland

westelijke polders van Duiveland. Het locatiealternatief ligt in

(zuidoostelijk) vormen hierbij het zogenoemde ‘oudland’,

de hoek van deze binnendijk, waarmee het gedeeltelijk in de

terwijl de Gouwepolders het zogenaamde ‘nieuwland’

halfopen polder ligt en gedeeltelijk aansluit bij de bestaande

vormen. Figuur 4.4 laat dit zien.

dijkenstructuur. Realisatie van het hoogspanningsstation leidt daarmee tot aantasting van het halfopen landschap ter

Figuur 4.4 | Zeekleigebieden Schouwen-Duiveland

Binnen het oudland en nieuwland zijn verschillende polders

plaatse, omdat de locatie gedeeltelijk middenin de halfopen

gedurende verschillende tijdsperioden ontstaan. Dit komt

polder ligt. Wel sluit een hoogspanningsstation op deze

doordat Schouwen-Duiveland in de loop der eeuwen door

locatie aan bij de windturbines (afstand 250 meter),

stormvloeden en dijkvallen meerdere malen land verloor

waardoor het past bij een bestaand energielandschap.

aan- en terugwon van de zee. Typerend voor Schouwen-

Hiermee wordt het landschappelijk effect beperkt. Het

Duiveland zijn daarmee de vele inlaagdijken (‘reservedijken’)

verkavelingspatroon en kenmerkende historische

die in het huidige landschap nog goed zijn terug te zien. Met

dijkenpatroon wordt hier niet aangetast. Hetzelfde geldt voor

name in de halfopen en smalle Gouwepolders is de

locatiealternatief SD-4, welke ook op de grens ligt van de

inpolderingsgeschiedenis nog goed te zien. Het landschap

zuidelijke Gouwepolders en de polders van Duiveland. Dit

in het plangebied bestaat hoofdzakelijk uit grote agrarische

locatiealternatief ligt in de hoek tussen de Groenedijk en de

polders gekenmerkt door openheid en verre zichten. De

N59. De grens tussen de polders wordt haaks doorsneden

kleinere polders en landschappen (zoals de Gouwepolders

door deze provinciale weg. Door aansluiting bij deze weg,

en polder bij Bruinisse) worden veelal omgeven en

wordt de openheid van het halfopen landschap hier beperkt

gekenmerkt door dijken in plaats van beplanting. Dit komt

aangetast. Ook hier wordt het historische dijkenpatroon niet

voort uit de grootschalige herverkaveling na de

aangetast. Omdat beide alternatieven wel de openheid van

134

4. Analyse locatiealternatieven Schouwen-Duiveland

4. Analyse locatiealternatieven Schouwen-Duiveland

Criterium

de polders beperkt aantasten, leiden deze alternatieven tot

Locatiealternatief SD-1 sluit aan bij de bedrijfsmatige- en

landschappelijke effecten op gebiedsniveau.

industriële bebouwing van Zierikzee. Vanaf de bedrijfsweg Gouwepoort, is momenteel vrij uitzicht in zuidelijke richting

Landschap

135

Effect en, indien van toepassing, mitigerende maatregel SD-1

SD-2

SD-3

SD-4

SD-5

SD-6

Landschappelijke effecten op gebiedsniveau

0

-

-

-

-

-

Landschappelijke effecten op objectniveau

-

-

-

-

-

-

Locatiealternatief SD-5 ligt in de polder Duiveland, op de

over het polderlandschap richting de Oosterschelde.

grens met de Gouwepolders. De locatie sluit aan bij de

De belevingswaarde van dit vrije uitzicht over het

Oudepolderdijk. Het landschap wordt hier gekenmerkt door

kenmerkende polderlandschap vanaf het bedrijventerrein en

openheid, blokverkaveling en bedijking. De locatie ligt in het

het verkeer op de Gouwepoort wordt aangetast door

midden van het open zeekleilandschap, wat gekenmerkt

realisatie van het hoogspanningsstation binnen SD-1.

wordt door grootschalige agrarische activiteiten. Hierdoor is

Hoewel deze effecten relatief beperkt zijn omdat het karakter

Hierdoor sluit een hoogspanningsstation op deze locatie aan

Daarom leidt het hoogteverschil niet tot nauwelijks tot een

sprake van grote kavels, waarmee de openheid van het

aan de overzijde van de weg ook bedrijfsmatig is, is sprake

bij een bestaande energielandschap. Omdat de wegen geen

versterking van het effect op de landschappelijke

polderlandschap benadrukt wordt. Rondom de dijk en

van beperkte landschappelijke effecten op objectniveau.

drukke verkeersroutes zijn en er weinig bebouwing in de

belevingswaarde. Omdat de belevingswaarde van het open

Kieweg staan enkele bomen, die de openheid van het

Omdat locatiealternatief SD-1 aanzienlijk groter is dan de

omgeving aanwezig is, leidt de bouw van het

polderlandschap vanaf de Oude Polderdijk en Kieweg wordt

landschap licht onderbreken. Realisatie van het

benodigde oppervlakte van 3,5 ha (exclusief

hoogspanningsstation op deze locatie tot beperkte

aangetast, is sprake van beperkte landschappelijke effecten

hoogspanningsstation binnen dit locatiealternatief leidt tot

landschappelijke inpassing), kan schuifruimte benut worden

landschappelijke effecten op objectniveau.

op objectniveau.

aantasting van de openheid en landschappelijke effecten op

om het hoogspanningsstation zoveel mogelijk te laten

gebiedsniveau. Het verkavelingspatroon en de

aansluiten bij de aanwezige bedrijvigheid aan de

Locatiealternatief SD-4 ligt aan de N59 en Groene Dijk. De

Realisatie van een hoogspanningsstation binnen

dijkenstructuur worden niet aangetast.

Gouwepoort, Straalweg en Ruigendijkweg. Daarmee kunnen

N59 betreft een drukke verkeersroute, vanaf waar vrij uitzicht

locatiealternatief SD-6 leidt tot beperkte landschappelijke

Tabel 4.2 | Effectbeoordeling locatiealternatieven Schouwen-Duiveland - geluid

landschappelijke effecten op objectniveau beperkt of bijna

is over het open polderlandschap. Dit vrije uitzicht wordt in

effecten op objectniveau. Dit komt door de beperkte

Locatiealternatief SD-6 ligt ten noorden van Oosterland,

volledig weggenomen worden. Landschappelijke effecten op

de huidige situatie in beperkte mate weggenomen door

aantasting van de beleving van het agrarisch landschap

tussen de N59 en de Platte Capelledijk. Het landschap op

objectniveau treden daarom niet of nauwelijks op.

aanwezige beplanting, maar de bouw van een

vanaf de Platte Capelledijk en Maartje Harings Jobsweg

hoogspanningsstation leidt tot verdere aantasting van de

(lokale wegen) en de woningen langs de N59 en parallelweg.

deze locatie is halfopen tot kleinschalig. De locatie wordt omgeven door de verhoging van de dijk en de daarop

Locatiealternatief SD-2 ligt in de hoek van de halfopen

belevingswaarde van het landschap vanaf deze drukke weg.

Vanuit deze woningen wordt de beleving van het relatief

aanwezige hoog opgaande beplanting. Het landschap ter

polder, grenzend aan de provinciale Weg naar de Val (N256).

Daarnaast leidt realisatie van een hoogspanningsstation hier

kleinschalige landschap binnen deze dijken, wegen en

plaatse wordt niet gekenmerkt door grote open agrarische

Deze weg vormt de toegangsweg van Schouwen-Duiveland

tot aantasting van de beleving van de openheid van de

bebouwing aangetast. Daarmee leidt de bouw van het

kavels, maar kleinschalig grondgebruik met enkele kassen

via de zuidzijde, waarmee het een relatief drukke

polder vanaf het fietspad op de Groene Dijk. Daarmee leidt

hoogspanningsstation binnen dit locatiealternatief tot

(glastuinbouw). Hierdoor zijn de vergezichten al verdwenen,

verkeersroute is. Vanaf deze weg is vrij zicht over de

de bouw van het hoogspanningsstation binnen dit

beperkte landschappelijke effecten op objectniveau. Het

en wordt dit deel van landschap beperkt gekarakteriseerd

halfopen polder aan de noord- en westzijde. Realisatie van

locatiealternatief tot landschappelijke effecten op

zicht en de belevingswaarde vanaf de N59 wordt niet

door openheid, maar meer door kleinschaligheid. Het

een hoogspanningsstation op deze locatie tast de

objectniveau.

aangetast door bestaande bomen langs de weg die het

hoogspanningsstation heeft door de schaal van het

belevingswaarde van de openheid van het polderlandschap

hoogspanningsstation ten opzichte van het kleinschalige

vanaf de Weg naar de Val aan. Daarmee leidt dit

De bouw van een hoogspanningsstation binnen locatie­

belemmeren. Dit maakt dat het hoogspanningsstation niet of

landschap een vergrotende werking op het landschap ter

locatiealternatief tot beperkte landschappelijke effecten op

alternatief SD-5 leidt tot beperkte aantasting van de

nauwelijks zichtbaar is vanaf de weg, en daarmee ook niet

plaatse. Omdat deze vergrotende werking beperkt is tot het

objectniveau.

belevingswaarde vanaf de Oude Polderdijk en Kieweg van

vanuit Oosterland.

landschap tussen de N59, de Platte Capelledijk en de

zicht op het landschap van het locatiealternatief

het open en grootschalige polderlandschap. Ook hier betreft

kassen, zijn deze effecten relatief beperkt. Toch wordt het

Locatiealternatief SD-3 ligt in de hoek van de Groene Dijk en

het geen drukke wegen en ligt er weinig bebouwing

landschap op gebiedsniveau aangetast door de bouw van

de Gouweveerseweg. Op de Groene Dijk is veel begroeiing

rondom, waarmee de effecten op objectniveau beperkt zijn.

het hoogspanningsstation binnen locatiealternatief SD-6.

aanwezig en ligt enkel een fietspad. Vanaf dit fietspad is in

Daarnaast vormt deze binnendijk de overgang tussen de

westelijke richting vrij uitzicht over het polderlandschap. Op

iets hoger gelegen Gouwepolders en de lager gelegen

Landschappelijke effecten op objectniveau

de Gouweveerseweg ligt een lokale weg voor voornamelijk

polders van Duiveland (hoogteverschil is circa één meter).

Landschappelijke effecten op objectniveau komen

agrarisch- en bestemmingsverkeer. Vanaf deze weg is vrij

Dit hoogteverschil is beperkt zichtbaar in het landschap

voornamelijk voort uit aantasting van de belevingswaarden

uitzicht over het open polderlandschap. De realisatie van

door aanwezigheid van de dijk (Oude Polderdijk) die de

van en vanuit landschappelijke elementen. Hiervoor is de

een hoogspanningsstation op deze locatie leidt tot

polders scheidt, inclusief de op de dijk aanwezige weg en

aantasting van belevingswaarden door ligging ten opzichte

aantasting van de belevingswaarde van de open polders,

bomenrij.

van objecten en belemmering van zichtlijnen vanuit

gezien vanaf de weg (fietspad en lokale weg). Deze effecten

woongebieden, uitkijkpunten of recreatieve- of

worden beperkt door de ligging nabij (250 meter) drie

verkeersroutes een belangrijke indicator.

bestaande windturbines langs de Gouweveerse Zeedijk.

136

4. Analyse locatiealternatieven Schouwen-Duiveland

4. Analyse locatiealternatieven Schouwen-Duiveland

137

4.2.5 Cultuurhistorie

Mogelijkheden voor landschappelijke inpassing

Figuur 4.5 visualiseert een aantal oplossingsrichtingen (links)

De locatiealternatieven kunnen op verschillende manieren

kunnen worden om het 150/20 kV-hoogspanningsstation

De locatiealternatieven zijn op het thema cultuurhistorie

De meeste polders in het plangebied zijn ontstaan tussen

worden ingepast bij het bestaande landschap. Hiervoor

landschappelijk in te passen. Na keuze van een

beoordeeld op:

circa 1300 en 1700. Tussen de meeste van deze polders

bestaan diverse oplossingsrichtingen en ‘bouwstenen’.

voorkeursalternatief wordt in een uitgebreid landschaps­

•

liggen historische dijken, die momenteel nog steeds een

Zo zijn er oplossingsrichtingen en bouwstenen die het

onderzoek in kaart gebracht welke landschappelijke

hoogspanningsstation landschappelijk inpassen door

bouwstenen het best bij de desbetreffende locatie past.

De cultuurhistorische waarden op Schouwen-Duiveland

waterkerende functie hebben. Een aantal van deze dijken is

toevoeging van bomenrijen om aan te sluiten bij bestaande

Zonder uitgebreid landschapsonderzoek kan geen

komen voort uit de rijke inpolderingshistorie van het gebied.

geslecht, wat betekent dat ze bijna verdwenen zijn. Een

bosschages. Ook kan gedacht worden aan toevoeging van

betrouwbare en feitelijk onderbouwde uitspraak worden

Het zuidoostelijk deel van Schouwen-Duiveland (het

voorbeeld hiervan is de Meeldijk, gelegen ten zuiden van

rietoevers bij bestaande watergangen met rietbeplanting of

gedaan over de beste bouwstenen per locatie. Daarom is dit

plangebied voor dit project) bestaat uit diverse polders,

Zierikzee door de Zuidhoekpolder. De Meeldijk hoorde

het toevoegen van lage beplanting of dijken om het zicht op

in deze fase van het project (locatie- en haalbaarheidsstudie)

gescheiden door bestaande en verloren dijken. Figuur 4.6

voorheen bij de voormalige Zuidernieuwlandpolder, maar

het hoogspanningsstation te ontnemen. Ook kan een dijk

niet gedaan.

laat het historisch polderlandschap zien. Binnen het gebied

heeft sinds de Watersnoodramp van 1953 door doorbraak

worden aangelegd om het hoogspanningsstation

is geen eenduidig beschermingsregime op gebiedsniveau.

geen waterkerende functie meer voor deze polder. De dijk is

landschappelijk in te bouwen en aan te laten sluiten bij het

Wel worden elementen zoals biotopen beschermd, er is

daarom min of meer verdwenen, hoewel deze door een

bestaande dijkenlandschap. In open gebieden kan gekozen

echter geen sprake van overlap tussen deze elementen en

kreek (watergang) nog steeds zichtbaar is in het landschap.

worden voor behoud van openheid door rondom het

de locatiealternatieven.

Locatiealternatief SD-2 grenst aan deze Meeldijk en

en mogelijk toepasbare bouwstenen (rechts) die ingezet

ligging in gebieden met cultuurhistorische waarden.

primaire (actieve, directe) of secundaire (inactieve, indirecte)

hoogspanningsstation geen beplanting of dijken aan te

locatiealternatief SD-1 overlapt met de Meeldijk.

leggen. Dit is sterk afhankelijk van de locatie waar het hoogspanningsstation gerealiseerd wordt.

Figuur 4.5 | Oplossingsrichtingen (links) en bouwstenen (rechts) landschappelijke inpassing hoogspanningsstation

Figuur 4.6 | Historisch polderlandschap Schouwen-Duiveland

138

4. Analyse locatiealternatieven Schouwen-Duiveland

Criterium

4. Analyse locatiealternatieven Schouwen-Duiveland

139

Effect en, indien van toepassing, mitigerende maatregel

Cultuurhistorie Ligging in gebieden met cultuurhistorische waarden

SD-1

SD-2

SD-3

SD-4

SD-5

SD-6

0

0

0

0

0

0

Tabel 4.5 | Effectbeoordeling locatiealternatieven Schouwen-Duiveland - Cultuurhistorie

Schuifruimte binnen het omvangrijke locatiealternatief SD-1 biedt voldoende mogelijkheden om overlap met de Meeldijk te voorkomen. Omdat deze voormalige dijk geen uitgesproken cultuurhistorische waarde is (en niet beschermd is), is aantasting van cultuurhistorische

te brengen in het landschap.

4.2.6 Archeologie en aardkunde

Alle locatiealternatieven liggen in de historische polders van

De locatiealternatieven zijn op het thema archeologie

Schouwen-Duiveland. Geen van de locatiealternatieven

en aardkunde beoordeeld op:

overlapt met historische bestaande dijken. Wel grenzen

•

waarden hier niet van toepassing. Wel bieden beide locatie­alternatieven kansen om de verdwenen dijk terug

waarden;

locatiealternatieven SD-3, SD-4 en SD-5 aan historische dijken (waaronder de Groene Dijk), die cultuurhistorische

•

ligging in gebieden met verwachte archeologische waarden;

waarden hebben in relatie tot het historisch polder­ landschap. Daarmee is dit een aandachtspunt. Ook heeft

ligging in gebieden met bekende archeologische

•

ligging in gebieden met aardkundige waarden.

de realisatie van het hoogspanningsstation geen wezenlijk

Figuur 4.7 | Analyse Archeologie Schouwen-Duiveland

effect op de cultuurhistorische waarde van een van deze

Ligging in gebieden met bekende archeologische waarden

polders, die ook niet als zodanig beschermd zijn. Geen van

gaat om overlap met archeologische monumenten. Deze zijn

de locatiealternatieven overlapt met overige cultuur­

opgenomen en weergegeven op de Archeologische

Ligging in een gebied met een lage trefkans op

gebied. Meestal zijn dit verschijnselen zoals zandruggen,

historische elementen, zoals beschermde molenbiotopen,

Monumentenkaart (AMK). Ligging in gebieden met verwachte

archeologische waarden betekent niet dat er geen

stuwwallen of voormalige geulen of zeearmen. Aan

landgoederen en kastelen of groen erfgoed. Daarmee heeft

archeologische waarden is beoordeeld aan de hand van de

archeologische waarden aanwezig kunnen zijn. Zonder

bepaalde aardkundige waarden is een (inter)nationale

de bouw van een hoogspanningsstation binnen de

Indicatieve kaart archeologische waarden (IKAW). Zowel de

nader onderzoek kan bij uitvoering van de werkzaamheden

beschermingsstatus toegekend.

locatiealternatieven op Schouwen-Duiveland niet of

AMK als de IKAW zijn bronnen van de Rijksdienst voor

gestuit worden op archeologische waarden, met mogelijke

Hierbij is nader onderzoek nodig waarin wordt aangetoond

nauwelijks effect op cultuurhistorische waarden.

cultureel erfgoed, in samenwerking met provincies. Beide

aantasting of vernietiging tot gevolg. Voor locatiealternatief

dat de aardkundige waarden niet of beperkt worden

kaarten worden in de ruimtelijke ordening gebruikt om

SD-5 geldt dat de trefkans middelhoog is, waarmee de kans

aangetast (afhankelijk van het exacte beschermingsregime).

gebieden met (mogelijke) archeologische waarden aan te

op het aantreffen van archeologische waarden hier hoger is

Naast dit beschermingsregime, heeft de provincie Zeeland

duiden en passende onderzoeken uit te voeren.

dan op de overige locaties. Voor alle locatiealternatieven

een signaleringskaart waarop mogelijk aardkundige waarden

geldt dat archeologisch (bureau)onderzoek voor uitvoering

zijn weergegeven. Geen van de locatiealternatieven ligt in

Ligging in gebieden met aardkundige waarden wordt geduid

van de werkzaamheden uitsluitsel moet geven over de

een mogelijk aardkundig waardevol gebied, zoals aangeduid

aan de hand van de Aardkundig waardevolle gebiedenkaart

mogelijke aanwezigheid van archeologische waarden en de

op de Signaleringskaart Aardkundig waardevolle gebieden

(incl. signaleringskaart) van de provincie Zeeland.

bijpassende maatregelen.

(provincie Zeeland). Uitzondering hierop vormt

Archeologie

Aardkunde

De locatiealternatieven overlappen niet met bekende

Binnen het plangebied (op land) liggen geen bekende

archeologische waarden. Alle locatiealternatieven liggen

aardkundige waarden. Daarmee overlapt geen van de

in een gebied met een lage trefkans op archeologische

locatiealternatieven met aardkundig waardevolle gebieden.

waarden, met uitzondering van locatiealternatief SD-5

Aardkundige waarden zijn onderdelen van een landschap

(middelhoge trefkans). Figuur 4.7 laat dit zien.

die iets vertellen over de natuurlijke ontstaanswijze van een

locatiealternatief SD-6, waarbinnen een voormalige kreek ligt. Figuur 4.8 laat dit zien.

140

4. Analyse locatiealternatieven Schouwen-Duiveland

4. Analyse locatiealternatieven Schouwen-Duiveland

141

4.2.7 Veiligheid De locatiealternatieven zijn op het thema veiligheid

Geen van de locatiealternatieven overlapt met een risicovolle

beoordeeld op:

inrichting of bijbehorende risicocontour. De

•

locatiealternatieven SD-1 en SD-6 grenzen aan agrarische

blootstelling van TenneT-assets aan risicobronnen.

inrichtingen, waarvoor geen richtafstanden gelden. Daarmee TenneT streeft vanuit zijn beleid naar het vermijden van

worden TenneT assets binnen geen van de

risicobronnen zoals inrichtingen waar gewerkt wordt met

locatiealternatieven blootgesteld aan risico’s vanuit

gevaarlijke stoffen of vergelijkbare inrichtingen (richtafstand

risicovolle inrichtingen.

800 meter), windturbines (richtafstand 245 meter), buisleidingen met gevaarlijke stoffen (zoals aardgasleidingen)

Figuur 4.10 laat het overstromingsrisico voor het plangebied

en locaties waar een overstromingsrisico is die hoger is dan

op Schouwen-Duiveland zien. De locatiealternatieven SD-1

TenneT nastreeft. De locatiealternatieven zijn beoordeeld op

en SD-6 liggen in een gebied waar het overstromingsrisico

blootstelling aan deze risicobronnen. Figuur 4.9 laat de

‘klein’ (eens in de 1.000 jaar) en ‘middelgroot’ (eens in de

ligging van de locatiealternatieven ten opzichte van de

100 jaar) is11.

aanwezige risicobronnen in het plangebied zien.

Figuur 4.8 | Analyse Aardkunde Schouwen-Duiveland

Omdat de voormalige kreek binnen locatiealternatief SD-6

schuifruimte binnen dit locatiealternatief om de voormalige

niet als aardkundig waardevol gebied is aangeduid, leidt de

kreek zoveel als mogelijk te vermijden. Daarmee kan ook de

bouw van het hoogspanningsstation binnen deze locatie niet

waarde op de aardkundige signaleringskaart worden

direct tot effecten op aardkundige waarden. Wel kan tijdens

vermeden.

een vervolgfase rekening worden gehouden met

Criterium Archeologie en aardkunde

Effect en, indien van toepassing, mitigerende maatregel SD-1

SD-2

SD-3

SD-4

SD-5

SD-6

Ligging in gebieden met bekende archeologische waarden

0

0

0

0

0

0

Ligging in gebieden met verwachte archeologische waarden

0

0

0

0

-

0

Ligging in gebieden met aardkundige waarden

0

0

0

0

0

0

Tabel 4.6 | Effectbeoordeling locatiealternatieven Schouwen-Duiveland - Archeologie en Aardkunde

Figuur 4.9 | Analyse veiligheid Schouwen-Duiveland

11

 onform handboek Overstromingsrisico’s op de risicokaart, via: https://www.helpdeskwater.nl/publish/pages/132175/ C handboek_overstromingsrisicos_op_de_kaart.pdf

142

4. Analyse locatiealternatieven Schouwen-Duiveland

4. Analyse locatiealternatieven Schouwen-Duiveland

143

Figuur 4.10 | Analyse overstromingsrisico Schouwen-Duiveland met kleine kans (links) en middelgrote kans (rechts).

Meerdere gebieden hebben zowel een kleine als een

overstromingsdiepten niet verschillen bij beide

middelgrote overstromingskans, waarbij de middelgrote

overstromingsrisico’s (zie figuren 4.11 en 4.12).

overstromingskans leidend is (deze komt immers vaker voor). Voor het plangebied geldt dat de maximale

Figuur 4.12 | Analyse overstromingsrisico Schouwen-Duiveland, maximale overstromingsdiepte (middelgrote kans, 1/100 j)

TenneT hanteert in het kader van leveringszekerheid beleid

gelijk, namelijk een maximale overstromings­diepte van

over overstromingsrisico’s van hoogspanningsstation. Eén

circa 0,5 meter voor locatie­alternatief SD-1 en een maximale

daarvan is een maximale overstromingsdiepte van 2,5

overstromingsdiepte van circa 0,5 - 2 meter voor

meter, zodat het railportaal van het hoogspanningsstation

locatiealternatief SD-6. Omdat de maximale overstromings­

nooit onder water komt te staan. Figuur 4.11 laat de

diepte lager dan 2,5 meter is, is dit risico voor TenneT

maximale overstromingsdiepte bij een kleine overstromings­

acceptabel. Na keuze van een voorkeurs­alternatief wordt

kans zien. Figuur 4.12 laat de maximale overstromingsdiepte

dit nader in kaart gebracht om te kijken of er eventuele

bij een middelgrote overstromingskans zien. Voor beide

aanvullende maatregelen getroffen moeten worden.

situaties is de maximale overstromings­diepte nagenoeg

Criterium Veiligheid Blootstelling van assets aan risicobronnen (incl. overstromingsrisico) Tabel 4.7 | Effectbeoordeling locatiealternatieven Schouwen-Duiveland - Veiligheid

Figuur 4.11 | Analyse overstromingsrisico Schouwen-Duiveland, maximale overstromingsdiepte (kleine kans, 1/1.000 j)

Effect en, indien van toepassing, mitigerende maatregel SD-1

SD-2

SD-3

SD-4

SD-5

SD-6

0

0

0

0

0

0

144

4. Analyse locatiealternatieven Schouwen-Duiveland

4. Analyse locatiealternatieven Schouwen-Duiveland

145

4.2.8 Water De locatiealternatieven zijn op het thema water beoordeeld op:

bij realisatie van het hoogspanningsstation. Hierop zijn regels

• de ligging in beschermingszone water (waterwingebied,

van het waterschap op van toepassing, vaak met betrekking

grondwaterbeschermingsgebied, boringsvrije zone of

tot compensatie. Effecten zijn hierdoor te mitigeren.

intrekgebied); •

de ligging in een waterbergingsgebied;

Ook overlappen locatiealternatieven met beschermings­

•

de ligging in of nabij een waterkering of vrijwaringszone;

zones van primaire en regionale waterkeringen. Primaire

•

de aanwezigheid van watergangen;

waterkeringen zijn direct waterkerend en bieden

•

en de verziltingsgevoeligheid van het gebied.

bescherming tegen overstromingen van grotere wateren zoals de Oosterschelde. Regionale waterkeringen liggen in

Figuur 4.13 laat de ligging van de waterwegen/-gangen en

het binnenland en bieden bescherming tegen over­

waterkeringen in het plangebied zien.

stromingen van kleinere wateren zoals kanalen. De locatiealternatieven SD-2 (primair), SD-3 (regionaal), SD-4

Geen van de locatiealternatieven overlapt met een

(regionaal), SD-5 (regionaal) en SD-6 (regionaal) overlappen

beschermingszone water of met een waterbergingsgebied.

met de beschermingszone van een waterkering. Deze zone

De locatiealternatieven SD-1, SD-5 en SD-6 overlappen met

is bedoeld om de waterkering en de bijbehorende water­

watergangen (sloten). Deze moeten mogelijk gedempt worden kerende functie te beschermen, door voorwaarden te stellen

Figuur 4.14 | Analyse verzilting Schouwen-Duiveland

aan toegestane bouwwerken en werkzaamheden binnen

grondwater op en rondom deze locatie. Effecten van bemaling

deze zone. Werkzaamheden binnen deze zone zijn daarom

reiken verder dan de bemalingslocatie zelf.

niet zonder meer toegestaan. Met het benutten van schuifruimte en eventuele optimalisatie in de positionering

Als maatstaf voor verzilting is het chloridegehalte (zoutgehalte)

van het hoogspanningsstation zijn deze beschermingszones

op 1,75 meter beneden NAP in kaart gebracht. Dit geeft een

te vermijden.

beeld van het zoutgehalte in de ondiepe ondergrond, waar werkzaamheden plaatsvinden om het hoogspanningsstation te

Figuur 4.13 | Analyse water Schouwen-Duiveland

De locatiealternatieven SD-1 en SD-2 onderscheiden zich

realiseren. Een chloridegehalte van > 1.000 mg/l betekent dat

negatief van de overige locatiealternatieven op ligging in

het grondwater zout is. Tussen de 150 en 1.000 mg/l betekent

verziltingsgevoelig gebied. Verzilting is het toenemen van het

dat het grondwater brak is. Beneden de 150 mg/l betekent

chloridegehalte (zout) in de bodem of in het grondwater. Dit

zoet grondwater. Een risico op verzilting treedt met name op in

kan ongewenste effecten hebben voor met name agrarische

gebieden waar het chloridegehalte hoger dan 1.000 mg/l is.

activiteiten, omdat sommige gewassen niet bestand zijn

De locatie­alternatieven SD-1 en SD-2 liggen gedeeltelijk in een

tegen hogere chloridegehaltes. De realisatie van een

verziltingsgevoelig gebied. Het chloridegehalte is hier >10.000

hoogspanningsstation kan verzilting veroorzaken door

mg/l op -1,75 meter NAP. Nader onderzoek naar het

toepassing van bemaling. Met bemaling wordt het

verziltingsrisico’s en de mogelijke maatregelen zijn hier nodig.

hoogspanningsstation ‘droog’ aangelegd (de bouwkuip

Voor locatiealternatief SD-5 is geen openbare data

wordt droog gehouden). Hierdoor wordt grondwater

beschikbaar, waarmee hiervoor geen beoordeling is

weggetrokken en verandert het chloridegehalte van het

toegekend. Figuur 4.14 laat dit zien.

4. Analyse locatiealternatieven Schouwen-Duiveland

146

Criterium Water

4. Analyse locatiealternatieven Schouwen-Duiveland

Effect en, indien van toepassing, mitigerende maatregel

Criterium

SD-1

SD-2

SD-3

SD-4

SD-5

SD-6

Ligging in beschermingszone water

0

0

0

0

0

0

Ligging in waterbergingsgebied

0

0

0

0

0

Ligging in / nabij waterkering of vrijwaringszone

0

-

-

-

Kruisingen met waterwegen/-gangen

-

0

0

Ligging in verziltingsgevoelig gebied

-

-

0

147

Effect en, indien van toepassing, mitigerende maatregel SD-1

SD-2

SD-3

SD-4

SD-5

SD-6

Ligging in zettingsgevoelige gebieden

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10832342/1