CConstaterende datSchouwen-Duiveland
Koppel je AI →
Document · PDF

1703781 Bijlage 3 - GoFlo-260507-Chez Nouk

Gemeenteraad 24 juni 2026, gemeente Schouwen-DuivelandBij agendapunt: RVS Adviesrecht omgevingsvergunning toevoegen horecafunctie Ooststraat 1 Dreischor (1703781)10.592 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Een activiteit die significant nadele gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied heet een Natura 200-activiteit. Degene die de activiteit verricht, moet nagaan of nadelige gevolgen uit te sluiten zijn. Een passende beoordeling dient te worden uitgevoerd (artikel 16.53c, Ow). Die beoordeling moet zekerheid geven dat het project de natuurlijke

30

GoFlo ‘Ooststraat 1, Dreischor’ – 12 maart 2026

kenmerken van het Natura 2000-gebied niet zal aantasten. In dat geval kan vergunningverlening plaatsvinden (artikel 8.74b, Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl)). Natuurnetwerk Nederland (NNN) De aanwijzing van het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is geregeld in de Omgevingsverordening, conform artikel 2.44, lid 4 van de Omgevingswet en artikel 7.6, lid 1 van het Besluit kwaliteit leefomgeving. Vanuit de Omgevingsverordening draagt de provincie zorg voor de totstandkoming en instandhouding van een samenhangend landelijk ecologisch netwerk, genaamd ‘Natuurnetwerk Nederland’. Het netwerk wordt gevormd door kerngebieden, natuurontwikkelingsgebieden en ecologische verbindingszones met als doel natuurgebieden beter met elkaar en met omringende agrarisch gebieden te verbinden. Activiteiten in deze gebieden zijn alleen toegestaan als ze geen negatieve effecten hebben op de wezenlijke kenmerken of waarden of als deze kunnen worden tegengegaan met mitigerende maatregelen. Houtopstanden en Soortenbescherming De regels voor bescherming van houtopstanden en bomenrijen staan opgenomen in Afdeling 11.3 Bal. Hierin staat dat het vellen van houtopstanden is beschermd door algemene meldplicht (art. 11.126 Bal) en herplantplicht (art. 11.129 Bal) voor houtopstanden vanaf 10 are of meer evenals bomenrijen bestaande uit meer dan 20 bomen, buiten de zogeheten ‘bebouwingscontour houtkap’.

De bebouwingscontour houtkap moet worden aangewezen in het Omgevingsplan (art. 5.165b Bkl). Tevens is er sprake van specifieke zorgplicht (art. 11.116 Bal) die geldt voor het vellen van houtopstanden, het herbeplanten van grond of nadat een houtopstand op een andere manier teniet is gegaan. Voor de soortbescherming zijn de paragrafen 11.2.2 t/m 11.2.4 van toepassing, hier zijn de verschillende soortenbeschermingsregimes opgenomen: • • •

Omgevingsvergunning soorten Vogelrichtlijn (11.2.2 Bal); Omgevingsvergunning soorten Habitatrichtlijn (11.2.3 Bal); Omgevingsvergunning andere soorten (11.2.4 Bal).

Getoetst dient te worden of het planvoornemen leidt tot schadelijke handelingen die leiden tot een vergunning plichtig geval. De schadelijke handelingen Vogelrichtlijn zijn opgenomen in artikel 11.37 van het Bal, schadelijke Habitatrichtlijn in artikel 11.46 Bal en schadelijke handelingen andere soorten in artikel 11.54 van het Bal. Het projectgebied is niet gelegen binnen de grenzen van een Natura 2000-gebied, noch binnen 100 meter van NNN-gebied. De beoogde ontwikkeling ziet op de functie toevoeging van kleinschalige horeca in bestaande bebouwing binnen bestaand stedelijk gebied, waarbij geen (ver)bouwwerkzaamheden dan wel sloopwerkzaamheden plaatsvinden. Het doen van ecologisch onderzoek is niet noodzakelijk. 5.8.2

STIKSTOFDEPOSITIE Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet hebben er geen veranderingen plaatsgevonden met betrekking tot de invloed van stikstof op het verlenen van vergunningen voor bouwprojecten. Het beschermingsniveau van Natura 2000-gebieden onder de Omgevingswet wijzigde niet. Wel 31

GoFlo ‘Ooststraat 1, Dreischor’’ – 12 maart 2026

werd het proces en de vindplaats van de artikelen anders. Dit staat beschreven in artikel 4.15 van de Omgevingsregeling. Artikel 4.15 (methode berekenen stikstofdepositie Natura 2000-activiteit): 1. Dit artikel is van toepassing op het bepalen van de stikstofdepositie bij het vaststellen of een activiteit door het veroorzaken van stikstofdepositie als een Natura 2000activiteit moet worden aangemerkt. 2. Op het berekenen van de stikstofdepositie is AERIUS Calculator van toepassing. Als niet aangetoond wordt dat aan de instandhoudingsdoelstellingen uit het wettelijke kader voldaan wordt, kan het plan geen doorgang vinden. Met behulp van een voortoets kan het bevoegd gezag bepalen of op voorhand negatieve gevolgen uit te sluiten zijn. Hierbij moet voor de gewenste situatie worden uitgegaan van de maximale planologische mogelijkheden. Voor plannen die ten opzichte van de uitgangssituatie op het referentiemoment geen significante toename in stikstofdepositie veroorzaken, zijn negatieve effecten ten aanzien van dit aspect uit te sluiten. De beoogde ontwikkeling ziet op de functie toevoeging van kleinschalige horeca in bestaande bebouwing binnen bestaand stedelijk gebied, waarbij geen (ver)bouwwerkzaamheden dan wel sloopwerkzaamheden plaatsvinden. Het uitvoeren van een stikstofberekening is niet noodzakelijk.

Conclusie Ten aanzien van het aspect natuur en ecologie kan worden geconcludeerd dat dit aspect geen belemmering vormt voor het realiseren van het initiatief. 5.9

Archeologie

De bescherming van archeologisch erfgoed in Nederland is vastgelegd in de Erfgoedwet en, voor zover betrekking hebbend op de fysieke leefomgeving, in de Omgevingswet. De basis van de bescherming van archeologisch erfgoed in de Erfgoedwet is het verdrag van Valletta (ook wel het verdrag van Malta). De bescherming heeft als doel om archeologisch erfgoed zoveel mogelijk in situ, dus in de grond, te behouden. Dankzij het principe van “de verstoorder betaalt” uit het verdrag van Valletta worden meer archeologische resten in situ behouden. Indien ruimtelijke ontwikkelingen plaatsvinden dient te worden beoordeeld of archeologische waarden in het geding raken. Volgens het gemeentelijk archeologiebeleid is het projectgebied (zie figuur 8) aangemerkt als terrein met archeologische waarden.

Toetsing De beoogde ontwikkeling ziet op de functie toevoeging van kleinschalige horeca in bestaande bebouwing binnen bestaand stedelijk gebied, waarbij geen (ver)bouwwerkzaamheden dan wel sloopwerkzaamheden plaatsvinden. Een archeologisch onderzoek is derhalve niet noodzakelijk.

32

GoFlo ‘Ooststraat 1, Dreischor’ – 12 maart 2026

Projectgebied Figuur 8: Uitsnede maatregelenkaart 1

Conclusie Het aspect archeologie biedt geen belemmering voor het realiseren van dit initiatief. 5.10

Cultuurhistorie

De regelgeving over het behoud en beheer van cultureel erfgoed is sinds 2016 ondergebracht in de Erfgoedwet. Samen met de Erfgoedwet maakt de Omgevingswet een integrale bescherming van ons cultureel erfgoed mogelijk. Provincies en gemeenten moeten in het omgevingsplan rekening houden met het belang en behoud van cultureel erfgoed en werelderfgoed. Dit gebeurt door inventariseren en analyseren van het erfgoed dat binnen de provinciale- of gemeentegrenzen aanwezig is. Op basis daarvan wordt een toereikend beschermingsregime in het omgevingsplan opgenomen. Cultureel erfgoed als onderdeel van de fysieke leefomgeving bestaat uit vijf elementen: roerend of immaterieel cultureel erfgoed, cultuurlandschappen, archeologische monumenten, gebouwde monumenten en stads- en dorpsgezichten. Middels een omgevingsplan dienen provincies en gemeenten cultureel erfgoed te beschermen. De primaire vraag daarbij is welke elementen van cultureel erfgoed (of werelderfgoed) bevinden zich binnen de provinciale- of gemeentegrenzen of direct daarbuiten, en wat wil men (of moet men) daarvan beschermen. Daarbij wordt rekening gehouden met de instructieregels in de

33

GoFlo ‘Ooststraat 1, Dreischor’’ – 12 maart 2026

artikelen 5.130 en 5.131 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) en de algemene regels uit hoofdstuk 13 en 14 van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) (rijksmonumenten en werelderfgoed).

Toetsing Het projectgebied is gelegen binnen het Rijksbeschermd dorpsgebied. De beoogde ontwikkeling is voorgelegd aan de Rijksdienst en is getoetst. De Rijksdienst heeft positief geadviseerd op het toevoegen van de horecafunctie.

Conclusie Het aspect cultuurhistorie biedt geen belemmering voor het realiseren van dit initiatief. 5.11

Parkeren

Voor het parkeren hanteert de gemeente Schouwen-Duiveland het ‘Parkeerbeleid 2017-2020’. In paragraaf 5.3 van het voormelde Parkeerbeleid wordt aangegeven dat de gemeente SchouwenDuiveland niet werkt met vastgestelde parkeernormen omdat situaties vaak erg specifiek zijn en vragen om maatwerk. Dit maatwerk kan prima geboden worden met gebruikmaking van de CROW normen. Thans is CROW-publicatie 744 'Parkeerkencijfers - basis voor parkeernormering’ de meest recente. Voor de beoogde ontwikkeling geldt dat deze is gelegen in een ‘niet stedelijke’ omgeving in het ‘centrum’. In de hoofdcategorie ‘Horeca en (verblijfs)recreatie, geldt voor een restaurant een parkeernorm van 7 per 100 m2. Hiervan wordt 80% toegerekend aan bezoekers en 20% aan personeel. De initiatiefnemer heeft geen personeel en gaat dat ook niet nemen vanwege de kleinschaligheid. Zelf komt initiatiefnemer met de fiets naar de beoogde locatie.

Toetsing De beoogde ontwikkeling kent een grootte van 63 m2 bvo (bistro, keuken, gang en toiletvoorzieningen. Het aantal parkeerplaatsen dat voor deze functie benodigd is (7/100*63) komt op 4,41 paarkeerplaats. Is afgerond 5 parkeerplaatsen (parkeerbehoefte). 80% van de parkeerbehoefte is benodigd voor bezoeker. Dit betekent (80%*5) = 4 parkeerplaatsen. De maximaal acceptabele loopafstand voor ‘centrum’ bedraagt 300 meter. Binnen 300 meter van de projectlocatie is voldoende openbare parkeerruimte om 4 auto’s te parkeren. Deze parkeergelegenheid is gelegen bij Museum Goemanszorg. Met de eigenaar van deze gronden is afgesproken dat gebruik gemaakt kan worden van het parkeerterrein aldaar. Dit is gerekend in het maximale geval (worst case). Gelet op de doelgroep van de initiatiefnemer en hetgeen de praktijk reeds heeft geleerd, komt het gros van de gasten te voet of met de fiets. Er is voldoende fietsparkeergelegenheid in de openbare ruimte. Overigens kan ook hier het parkeerterrein bij het Museum Goemanszorg voor worden gebruikt. Voor de leveranties ten behoeve van het kleinschalige restaurant, zal gebruikt worden gemaakt van een personenauto van de initiatiefnemer zelf. Vanwege de kleinschaligheid van de activiteit is het niet nodig dat hiervoor een vrachtwagen wordt gebruikt van een groothandel.

Conclusie

34

GoFlo ‘Ooststraat 1, Dreischor’ – 12 maart 2026

Het parkeren ten behoeve van de bistro is geen belemmering voor de realisatie van deze ontwikkeling.

35

GoFlo ‘Ooststraat 1, Dreischor’’ – 12 maart 2026

6

FINANCIËLE HAALBAARHEID EN KOSTENVERHAAL

6.1.1

Financiele haalbaarheid

De ontwikkeling is voor rekening en risico van de initiatiefnemer. Niet is gebleken dat de initiatiefnemer over onvoldoende middelen beschikt om de ontwikkeling te kunnen realiseren en de exploitatiebijdrage aan de gemeente te voldoen. Er zijn geen onvoorziene, hoge kosten te verwachten. De gemeente draagt bovendien geen hoge, financiële risico’s. De ontwikkeling is dus economisch haalbaar. 6.1.2

Kostenverhaal

De ontwikkeling is voor rekening en risico van de initiatiefnemer. Tussen gemeente en initiatiefnemer zal een anterieure overeenkomst worden gesloten, waarin afspraken worden gemaakt over de locatie ontwikkeling waarin wettelijk verplicht kostenverhaal er een van is. Daarnaast behelzen kostenverhaal ook plankosten van het ambtelijk apparaat en (mogelijk) nadeelcompensatie.

36

GoFlo ‘Ooststraat 1, Dreischor’ – 12 maart 2026

37

GoFlo ‘Ooststraat 1, Dreischor’’ – 12 maart 2026

7.

EVENWICHTIGE TOEDELING VAN FUNCTIES AAN LOCATIES

Het omgevingsplan Schouwen-Duiveland alsmede het van rechtswege tijdelijke deel van het omgevingsplan Schouwen-Duiveland, te weten ‘Bebouwde kom Brouwerhaven, Dreischor en Noordgouwe’ voorzien niet in de beoogde toevoeging van de horecafunctie’, zoals door initiatiefnemer wenselijk is. Om de beoogde ontwikkeling planologisch-juridisch mogelijk te maken, is derhalve een planologische procedure nodig. Initiatiefnemer wenst hiervoor een BOPA procedure te doorlopen Er sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Zo: • past de ontwikkeling binnen het vigerende beleid van de gemeente. Zie hoofdstuk 2; • is de ontwikkeling ruimtelijk en functioneel goed inpasbaar in de omgeving en brengt de ontwikkeling geen (onaanvaardbaar) nadelige milieuhygiënische of duurzaamheidseffecten met zich mee. Zie hoofdstuk 3 en 5; • is de financiële haalbaarheid gewaarborgd. Zie hoofdstuk 6; • heeft de initiatiefnemer de naastgelegen buren en de dorpsraad benaderd voor participatie. Zie hoofdstuk 2.

38

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16964101/1