1703781 Bijlage 3 - GoFlo-260507-Chez Nouk
Tekst van het document
GOFLO ‘OOSTSTRAAT 1, DREISCHOR’
GEMEENTE SCHOUWEN-DUIVELAND
Opdrachtgever Titel
Mevr. A den Hoed GoFlo ‘Ooststraat 1, Dreischor’
Projectnummer Status
SD 5004 Definitief
’s Heer Abtskerke Polderweg 6, 4444 AA tel: +31 6 11782614 e-mail: info@planomgeving.nl URL: www.planomgeving.nl
Datum
12 maart 2026
MOTIVERING
GoFlo ‘Ooststraat 1, Dreischor’ – 12 maart 2026
MOTIVERING INHOUD 1
INLEIDING 1.1 Aanleiding en duiding projectgebied 1.2 Omgevingsvergunning buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA): wat is het? 1.2 Leeswijzer
4 4 5 5
2
HUIDIGE SITUATIE EN TOEKOMST AMBITIE 2.1 Huidige situatie – ruimtelijk en functioneel 2.2 Ambitie op hoofdlijnen 2.3 Visie & beleid op locatie 2.3.1 Rijksbeleid 2.3.1.1 Nationale Omgevingsvisie 2.3.1.2 Instructieregels Rijk (AMvB’s) 2.3.2 Provinciaal beleid 2.3.2.1 Omgevingsvisie Zeeland 2.2.2.2 Omgevingsverordening Zeeland 2.3.3 Gemeentelijk beleid 2.3.3.1 Strategische visie ‘Tij van de Toekomst’ 2.3.2 Horecavisie 2.3.3 Dorpsvisie, Dreischor gezond en levend 2.4 Voorbereiding/Verkenningsfase met stakeholders 2.4.1 Vooroverleg 2.4.2 Participatie omgeving
6 6 8 8 8 8 10 11 11 12 13 13 14 14 16 16 16
3
TOEKOMSTIGE SITUATIE 3.1 Functionele ontwikkeling en programma 3.2 Ruimtelijke uitstraling en inpassing in de omgeving
18 18 18
4
TOETSING AAN HET OMGEVINGSPLAN 4.1 Huidige bouw- en gebruiksmogelijkheden 4.1.1 Projectgebied 4.1.2 Omgeving 4.2Strijdigheden initiatief in relatie tot het omgevingsplan van rechtswege
20 20 20 21 21
5
ASPECTEN FYSIEKE LEEFOMGEVING EN MILIEU 5.1 Activiteiten en milieuzonering 5.2 Geluid 5.3 Luchtkwaliteit 5.4 Bodem 5.5 Omgevingsveiligheid 5.6 Kabels en leidingen 5.7 Water 5.8 Natuur en ecologie 5.8.1 Ecologisch onderzoek
22 22 23 25 26 27 29 29 30 30
1
GoFlo ‘Ooststraat 1, Dreischor’’ – 12 maart 2026
5.8.2 Stikstofdepositie 5.9 Archeologie 5.10 Parkeren
31 32 34
6
FINANCIËLE HAALBAARHEID EN KOSTENVERHAAL 6.1.1 Financiele haalbaarheid 6.1.2 Kostenverhaal
36 36 36
7.
EVENWICHTIGE TOEDELING VAN FUNCTIES AAN LOCATIES
38
2
GoFlo ‘Ooststraat 1, Dreischor’ – 12 maart 2026
Projectgebied Figuur 1: Topografische kaart met ligging van het plangebied
Projectgebied
Figuur 2: Luchtfoto ligging plangebied
3
GoFlo ‘Ooststraat 1, Dreischor’’ – 12 maart 2026
1
INLEIDING
1.1
Aanleiding en duiding projectgebied
Aan de Ooststraat 1, in het centrum van Dreischor was tot medio maart 2018 een boekhoudkantoor gevestigd. Nadien is het voormalige kantoorpandje omgevormd tot een ‘gastvrije huiskamer’, waarin Koffiekaffee De Boekhouder ontbijt, lunch en drankjes verzorgde. Koffiekaffee De Boekhouder was kleinschalig van opzet, gelet op de ruimte die het pandje biedt en de sluitingstijd van 20:00 uur. Het pandje wordt momenteel geëxploiteerd door initiatiefnemer met bistro Chez Nouk. Ook dit horecabedrijf is kleinschalig van opzet. Ondanks dat de gronden van Ooststraat 1 een gemengde functie kennen, is de functie van horeca hierbij niet opgenomen. Tot op heden is de kleinschalige horecafunctie (impliciet) gedoogd. De initiatiefnemer wenst echter dat de functiehoreca juridisch-planologisch wordt gereguleerd, zodat op een juiste (legale) wijze Chez Nouk geëxploiteerd kan worden. De ligging van de projectlocatie is weergegeven in figuur 1. In figuur 2 is een luchtfoto van het plangebied afgebeeld.
Figuur 3: Begrenzing projectgebied
4
GoFlo ‘Ooststraat 1, Dreischor’ – 12 maart 2026
1.2
Omgevingsvergunning buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA): wat is het?
Een buitenplanse omgevingsplanactiviteit is een activiteit die niet voldoet aan de regels van het omgevingsplan en niet vergunningvrij voor het bouwen is. Er zijn twee varianten: 1. Een activiteit waarvoor het omgevingsplan bepaalt dat een vergunning nodig is, maar het volgens de beoordelingsregels niet mogelijk is de vergunning te verlenen; 2. Een andere activiteit in strijd met het omgevingsplan. Voor de buitenplanse omgevingsplanactiviteit gelden de beoordelingsregels uit het Bkl. Dat betekent dat de vergunning alleen wordt verleend: a. met het oog op een evenwichtige toedeling van functies (artikel 8.0a, tweede lid van het Bkl b. als daarbij voldaan wordt aan de beoordelingsregels uit artikel 8.0b tot en met 8.0e van het Bkl. Die beoordelingsregels komen overeen met de regels die gelden voor het opstellen vaneen omgevingsplan. Dat betekent dat ook de instructieregels uit hoofdstuk 5 van het Bkl gelden. 1.2
Leeswijzer
Hoofdstuk 2 omvat een beschrijving van de huidige situatie waarbij zowel de ruimtelijke aspecten als functionele aspecten aan de orde komen. Vervolgens wordt kort ingegaan op de nieuwe ontwikkeling. Aansluitend daarop worden de geldende kaders voor de locatie/het gebied verwoord en de visie/doelen voor het gebied beschreven. Tot slot wordt ingegaan op de resultaten van de omgevingstafel, het vooroverleg en het participatietraject. In hoofdstuk 3 wordt de ontwikkeling nader omschreven waarbij tegelijkertijd gemotiveerd wordt op welke wijze de ontwikkeling past binnen de geldende kaders en visie/doelen voor het gebied. In hoofdstuk 4 wordt het voorgenomen plan getoetst aan het omgevingsplan van rechtswege en worden de strijdigheden in beeld gebracht. In hoofdstuk 5 wordt getoetst aan de aspecten met betrekking tot de fysieke leefomgeving waarbij eveneens wordt ingegaan op de verschillende milieuaspecten. Tot slot komt in hoofdstuk 6 de financiële haalbaarheid van het initiatief aan de orde.
5
GoFlo ‘Ooststraat 1, Dreischor’’ – 12 maart 2026
2
HUIDIGE SITUATIE EN TOEKOMST AMBITIE
2.1
Huidige situatie – ruimtelijk en functioneel
Ligging projectgebied Het projectgebied is gelegen aan de Ooststraat 1 te Dreischor tegen de ring van Dreischor aan. De kern Dreischor is een goed voorbeeld van een ringdorp en wordt ook wel aangemerkt als de meest fraaie en het gaafst bewaarde voorbeeld van Zeeland. De historische kern is derhalve aangewezen als een Rijksbeschermd dorpsgezicht. Tot deze status behoort de kerkring met aanliggende bebouwing, alsmede het gehele zuidelijke deel van de kern, rondom de D. Ockersestraat, Ooststraat, Zuidstraat en de Weststraat. In de historische kern is sprake van een centrale kerkring en een nieuwere tweede ring eromheen, onderling verbonden door korte radiale straatjes en stegen. De Weststraat vormt hierop een uitzondering en doorbreekt dit patroon. De Hervormde Kerk neemt een prominente plaats in binnen de kerkring. Het kerkterrein is in Dreischor volledig omgracht en de bebouwing rond de ring is op een formele wijze geordend en bijna geheel aaneengeschakeld, slechts op enkele plaatsen onderbroken ten behoeve van de ontsluiting. Bijzondere objecten in Dreischor zijn het kerkgebouw en het raadhuisje aan de ring, de burgemeesterswoning (Huis Windenburg) aan de Slotstraat en de verschillende vlasboerderijen verspreid door de kern. Het kerkgebouw is een grootschalig autonoom pand en vormt tevens het ruimtelijk en maatschappelijk middelpunt van het ringdorp.
Ruimtelijke deelgebieden Binnen Dreischor kunnen de volgende ruimtelijke deelgebieden worden onderscheiden: - de ring, inclusief de kerk en de bebouwing aan de ring; - het overige historische kerngebied, het beschermde gebied buiten de kerkring (inclusief het agrarisch gebied), aangevuld met de Gasthuisstraat en de Weststraat ten westen van de Mr. P. Moggestraat; - de lintvormige woonbebouwing aan de Bogerdweg (inclusief de uitbreiding Bogerdhof); - de noordwestzijde van de kern (uitbreiding ten noorden van de Mr. P. Moggestraat); - de kernrandzone. De Ooststraat maakt onderdeel uit van het ‘overige historische kerngebied’.
Functionele opbouw In Dreischor overheerst de woonfunctie. Rondom de ring en in het kerngebied komen verspreid gelegen overige functies voor. Het gaat om enkele kantoorfuncties, één winkel en twee horecavestigingen (pensions aan de ring). Dreischor heeft geen bedrijventerrein, maar uitsluitend kleinschalige, verspreid gelegen bedrijven. Verspreid in het dorp liggen enkele maatschappelijke functies, waaronder een basisschool aan de Nieuwe Schoolstraat. In figuur 4 is de functionele opbouw van Dreischor opgenomen.
6
GoFlo ‘Ooststraat 1, Dreischor’ – 12 maart 2026
Figuur 3: Ruimtelijke deelgebieden Dreischor met de projectlocatie in ‘overige historische kerngebied’
Huidige inrichting projectgebied Het projectgebied aan de Ooststraat bestaat uit een voormalig kantoorpand van circa 63 m2 en een aangebouwd bijgebouw van circa 23 m2. Achter op het perceel (noordzijde) is nog een losstaand bijgebouw aanwezig van circa 8,5 m2. De rest van het perceel, met een oppervlakte van 193 m2, is ingericht als tuin. Sinds 2018 is het voormalige kantoorpand als horecabedrijf (kleinschalig) in gebruik. Het voormalige kantoorpand is hiervoor functioneel ingedeeld met een
7
GoFlo ‘Ooststraat 1, Dreischor’’ – 12 maart 2026
keuken van 15 m2, een gang met toiletten van 8 m2 en een bistrogedeelte van 40 m2. Het voormalige kantoorgebouw bestaat uit 1 laag met een kap. In figuur 4 is de bestaande situatie weergegeven met daarop de kadastrale begrenzing.
Bouwvlak/kadastrale begrenzing
Figuur 4: kadastrale kaart projectgebied
2.2
Ambitie op hoofdlijnen
Het ligt in de bedoeling om aan de Ooststraat 1 de horecafunctie toe te voegen. Het gaat om een kleinschalig horecabedrijf (bistro) van circa 63 m2. Conform het omgevingsplan gemeente Schouwen-Duiveland, het tijdelijke gedeelte bestemmingsplan ‘Bebouwde kom Brouwershaven, Dreischor en Noordgouwe’ en de daarin opgenomen Staat van Horecabedrijven gaat het hier om ‘lichte horeca’, vallend onder de categorie 1b, ‘overige lichte horeca’, een restaurant (zonder bezorg en/of afhaalservice kleiner dan 250 m2. Vergelijkbaar is deze lichte horeca opgenomen in de Horecavisie (vastgesteld d.d. 20 december 2018) waar het gaat om ‘categorie 1: consumptieve horeca, onder 1a: consumptieve horeca tot een maximale verkoopvloeroppervlakte (vvo) kleiner dan of gelijk aan 500m². 2.3
Visie & beleid op locatie
2.3.1
RIJKSBELEID
2.3.1.1
NATIONALE OMGEVINGSVISIE
Beleidskader
8
GoFlo ‘Ooststraat 1, Dreischor’ – 12 maart 2026
In het kader van de invoering van de Omgevingswet, die per januari 2024 geldend is, heeft het Rijk de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) opgesteld. Op die manier wordt invulling gegeven aan de verplichting tot het opstellen van zo’n visie zoals die is vastgelegd in art. 3.1 lid 3 Ow. Ook in de toekomst moet Nederland een gezonde en aantrekkelijke leefomgeving bieden en economisch kunnen floreren. Daarom is het van belang om inzicht te hebben in de opgaven waar Nederland voor staat. De druk op de ruimte, de leefomgeving, vraagt voortdurend om afweging van verschillende belangen. Ook internationale ontwikkelingen, de invloed van technologie en de groeiende verschillen tussen regio's vragen om snellere, creatieve en integrale afwegingen. Het klimaat verandert en er moet zorgvuldiger worden omgaan met energiebronnen en grondstoffen. Ook daaruit vloeien nieuwe opgaven. In aanloop naar de Omgevingswet is er één Rijksvisie op de leefomgeving opgesteld: de Nationale Omgevingsvisie (NOVI). Uitgangspunt in de nieuwe aanpak is dat ingrepen in de leefomgeving niet los van elkaar plaatsvinden, maar in samenhang. De eerste Nationale Omgevingsvisie is in september 2020 vastgesteld.
De NOVI vervangt op nationaal niveau de Structuurvisie infrastructuur en ruimte (SVIR) en de strategische ruimtelijke delen van het verkeers- en vervoerplan, het nationale waterplan, de natuurvisie en het milieubeleidsplan. Bij inwerkingtreding van de Omgevingswet geldt de NOVI als nationale visie onder de Omgevingswet. Inhoudelijk gezien bevat de NOVI een langetermijnvisie op de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De intentie van het Rijk is om met de NOVI een perspectief te bieden om grote maatschappelijke opgaven aan te pakken. Bij die opgaven kan worden gedacht aan grote en complexe opgaven met betrekking tot klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw. Een centraal aspect van de NOVI is de focus op een nieuwe aanpak van vraagstukken in de fysieke leefomgeving. Werken op basis van integraliteit met betrekking tot verschillende vraagstukken in plaats van sectorale aanpakken voor individuele vraagstukken vormt de kern van deze nieuwe aanpak. Het streven naar integraliteit dat onderdeel is van de NOVI valt samen in vier verschillende prioriteiten waartussen een onderscheid wordt gemaakt in de NOVI, te weten: • • • •
Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; Duurzaam economisch groeipotentieel; Sterke en gezonde steden en regio’s; Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.
Toetsing Met de ontwikkeling van het pand aan de Ooststraat 1 wordt een bestaand gebouw van een nieuwe functie voorzien, waarbij integraal de aspecten van de fysieke leefomgeving worden meegenomen. De ontwikkeling is passend binnen de doelstelling van de NOVI om stedelijke ontwikkelingen zoveel mogelijk binnenstedelijk op te lossen. De ontwikkeling raakt verder niet aan nationale doelstellingen.
Conclusie De regulering van kleinschalige horeca van 63 m2 is passend in de NOVI.
9
GoFlo ‘Ooststraat 1, Dreischor’’ – 12 maart 2026
2.3.1.2
INSTRUCTIEREGELS RIJK (AMVB’S)
Beleidskader Artikel 8.0b, eerste lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) bepaalt dat bij een aanvraag om een buitenplanse omgevingsvergunning de instructieregels in hoofdstuk 5 van het Bkl, de provinciale instructieregels en eventuele instructies, het beoordelingskader vormen van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit. Uit het tweede lid van artikel 8.0b van het Bkl volgt dat de omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit geweigerd wordt als: a. de activiteit zou leiden tot een situatie die niet is toegelaten op grond van instructie(regel)s; b. de omgevingsplanactiviteit betrekking heeft op een voorbeschermingsregel in het omgevingsplan (opvolger van het voorbereidingsbesluit); c. de omgevingsplanactiviteit het uitvoeren van een project waarvoor een projectbesluit is vastgesteld door provincie of Rijk, belemmert. Het Bkl bevat instructieregels voor een evenwichtige toedeling van functies aan locaties voor onder andere de volgende hoofdonderwerpen: • • • • • • •
•
Algemene bepalingen (paragraaf 5.1.1 Bkl); Waarborgen van veiligheid (paragraaf 5.1.2 Bkl); Beschermen van waterbelangen (paragraaf 5.1.3 Bkl); Beschermen van gezondheid en milieu (paragraaf 5.1.4 Bkl), waaronder instructieregels voor de kwaliteit van de buitenlucht, trillingen, geluid en geur en bodemkwaliteit; Beschermen van landschappelijke of stedenbouwkundige waarden en cultureel erfgoed (paragraaf 5.1.5 Bkl), waaronder de ladder voor duurzame verstedelijking; Het behoud van ruimte voor toekomstige functies (paragraaf 5.1.6 Bkl) voor autowegen, buisleidingen, natuur- en recreatiegebieden; Het behoeden van de staat en werking van infrastructuur of voorzieningen voor nadelige gevolgen van activiteiten (paragraaf 5.1.7 Bkl), waaronder landsverdediging en nationale veiligheid, elektriciteitsvoorziening, rijksvaarwegen en luchtvaart, fiets- en wandelroutes, aanwijzing van woningbouwcategorieën; Het bevorderen van de toegankelijkheid van de openbare buitenruimte voor personen (paragraaf 5.1.8 Bkl).
Voor de instructieregels voor bovenstaande thema’s is een toepassingsbereik bepaald. Het is mogelijk dat een thema niet van toepassing is op een specifieke activiteit. Daarnaast bevat afdeling 5.2 van het Bkl instructieregels over de uitoefening van taken voor de fysieke leefomgeving. Daarbij gaat het onder meer om het voorkomen van belemmeringen van gebruik en beheer van spoorwegen en rijkswegen. In heel bijzondere gevallen kan het college van burgemeesters en wethouders de Minister vragen om een ontheffing van bepaalde instructieregels te verlenen (afdeling 5.3 Bkl).
Toetsing Het Besluit kwaliteit leefomgeving heeft meerdere instructieregels die voor het projectgebied van belang zijn. Deze worden in hoofdstuk 5 verder uitgewerkt.
10
GoFlo ‘Ooststraat 1, Dreischor’ – 12 maart 2026
Conclusie In hoofdstuk 5 wordt verder ingegaan op de diverse instructieregels uit het Besluit kwaliteit leefomgeving. De van toepassing zijnde instructieregels vormen geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling. 2.3.2
PROVINCIAAL BELEID
2.3.2.1
OMGEVINGSVISIE ZEELAND
Beleidskader De Zeeuwse Omgevingsvisie is een strategische langetermijnvisie voor Zeeland en beschrijft de uitdagingen die op ons afkomen, de Zeeuwse ambities voor 2050 en tussendoelen voor 2030. De Zeeuwse Omgevingsvisie staat niet op zichzelf, net zoals Zeeland niet los te zien is van zijn omgeving. Wereldwijd hebben de landen van de Verenigde Naties de Duurzame Ontwikkelingsdoelen vastgesteld. De doelen helpen om nu en in de toekomst voor iedereen brede welvaart te bieden, dus vooruitgang op sociaal-maatschappelijk, economisch én ecologisch gebied. Het gaat dan bijvoorbeeld om de thema’s gezondheid, voorzieningen, woonomgeving, bereikbaarheid, onderwijs en arbeidsmarkt. Op nationaal niveau is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) vastgesteld. Daarin geeft het kabinet richting aan de grote opgaven waar Nederland voor staat. De NOVI stelt vier prioriteiten en geeft afwegingskaders mee voor keuzes over concrete activiteiten. Uitvoering van de NOVI vindt gebiedsgericht plaats via samenwerking in Omgevingsagenda’s. Voor Zeeland is dat de Omgevingsagenda Zuidwest. Ambitie ‘Een duurzame innovatieve economie’ Zeeland staat voor enkele uitdagingen, als klimaatverandering, stijgende zeespiegel etc. Om deze uitdagingen het hoofd te bieden en tegelijkertijd te werken aan brede welvaart, beschrijft de Zeeuwse Omgevingsvisie vier Zeeuwse Ambities voor 2050.
Eén daarvan is ‘Een duurzame innovatieve economie’: In 2050 heeft Zeeland een circulaire economie, het Zeeuwse onderwijs sluit aan op de arbeidsmarkt. Het bedrijfsleven biedt werk op maat, De infrastructuur is modern en betrouwbaar en biedt ruimte aan CO2-neutraal vervoer via verschillende modaliteiten, de haven- en industriegebieden bieden plaats aan clusters van bedrijven. Onderwerpen binnen deze ambitie zijn: arbeidsmarkt, circulaire economie, havens en bedrijven, recreatie en toerisme, transport en infrastructuur, visserij. Bouwsteen ‘Recreatie en toerisme’ Recreatie en toerisme zijn zeer belangrijk voor Zeeland, als pijlers voor de economie, werkgelegenheid en leefbaarheid. Circa 9,2% van de totale werkgelegenheid in Zeeland houdt verband met deze sector (16.700 banen). Het aantal overnachtingen lag in 2018 op 18,6 miljoen en is sinds 2012 stijgend. Per jaar zijn er rond de 43 miljoen dagbezoeken, veelal ook van eigen inwoners. De totale bestedingen van deze verblijfs- en dagtoeristen ligt rond de 1,85 miljard. Deze bestedingen landen niet alleen in de logies en horeca, maar ook in sectoren als (detail)handel, vervoer en zakelijke dienstverlening. Subdoel 1: Een optimale beleving van Zeeland in alle seizoenen en alle regio’s.
11
GoFlo ‘Ooststraat 1, Dreischor’’ – 12 maart 2026
Ø Actie 1.2 – Spreiden van toerisme in tijd en ruimte Om toerisme meer te spreiden over alle seizoenen en regio’s, optimaliseren we de toegankelijkheid van onze toeristische producten en diensten, zowel digitaal als fysiek. Ons gastheerschap (ook digitaal), onze mobiliteit, bereikbaarheid en toegankelijkheid zijn immers van grote invloed op de jaarrond beleving en de spreiding van toerisme over Zeeland. Zodra gasten in Zeeland arriveren, worden zij gastvrij ontvangen. Ze krijgen een groot aanbod aan activiteiten uit de verschillende regio’s waarmee Zeeland in al zijn verscheidenheid het hele jaar door te beleven is. De toeristische infrastructuur en toegankelijkheid van alle verschillende vormen van activiteiten en routes (wandelen, fietsen, ruiterpaden, MTB etc.). Ø Actie 2.2 – Zorgen voor divers aanbod De recreatiesector heeft te maken met een grotere vraag naar beleving, onderscheidende concepten, ontspanning en moderne en goed toegankelijke attracties, accommodaties en voorzieningen. Dagbezoekers en gasten komen steeds vaker voor kortere vakanties en hebben een toenemende aandacht voor (natuur)activiteiten, stadsbezoek, cultuur, streekproducten, gezondheid, etc. Dit biedt kansen tot meer vitaliteit (verbreding, rendement, bezetting etc.) en diversiteit in het aanbod van verblijf en activiteit om aantrekkelijk te zijn voor een diversiteit aan doelgroepen in alle seizoenen.
Dit laatste bevordert niet alleen de spreiding van gasten in tijd (over het jaar), maar zorgt ook voor een beter toekomstperspectief voor personeel en (werk) organisatie. Kleinschaliger initiatieven, zoals bijvoorbeeld kleinschalig kamperen, boerderijwinkels of particulieren met kleinere vormen van verblijfsrecreatie of een theetuin, zijn een waardevolle aanvulling op het reguliere aanbod en kunnen een belangrijke extra inkomstenbron zijn voor met name agrarisch ondernemers.
Toetsing De ontwikkeling voorziet in de regulering van kleinschalige horeca van 63 m2 in Dreischor. Dreischor is een perfecte uitvalsbasis voor fietsroutes door de zak van Zuid-Beveland, langs het Grevelingenmeer en door het typische Zeeuwse polderlandschap. De aanwezigheid van een kleinschalig horecabedrijf in Dreischor draagt bij aan de aantrekkelijkheid van het gebruik van de Zeeuwse fietsroutes gedurende het gehele jaar, waardoor wordt aangesloten bij de jaarrond beleving en spreiding van toerisme. Daarnaast is een kleinschalige horecabedrijfje een mooie aanvulling op het aanbod van reguliere horeca.
Conclusie De regulering van kleinschalige horeca van 63 m2 is passend binnen de Omgevingsvisie Zeeland. 2.2.2.2
OMGEVINGSVERORDENING ZEELAND
Beleidskader Samenwerking tussen de provincie, andere overheden en maatschappelijke organisaties staat in het Omgevingsvisie Zeeland centraal. Een aantal uitgangspunten vindt de provincie van zo’n groot belang dat ze worden opgenomen in een verordening die bindend is voor gemeenten. Met de aanpassing van het beleid, verandert ook de verordening ruimte. Gedeputeerde Staten hebben daarom ook de Omgevingsverordening Zeeland vastgesteld. Hierin zijn onder andere instructieregels over uitbreiding van bedrijventerreinen, bescherming van natuurgebieden en regionale waterkeringen in opgenomen.
Toetsing
12
GoFlo ‘Ooststraat 1, Dreischor’ – 12 maart 2026
De ontwikkeling voorziet in de regulering van kleinschalige horeca van 63 m2. Hiervoor zijn in de provinciale omgevingsverordening geen (specifieke) instructieregels opgenomen die zich verzetten tegen de vestiging van een kleinschalig horecabedrijf in bestaande bebouwing.
Conclusie De regulering van kleinschalige horeca van 63 m2 is passend binnen de Omgevingsverordening Zeeland nu er geen instructieregels zijn opgenomen in de Omgevingsverordening Zeeland die zich tegen de beoogde ontwikkeling verzetten. 2.3.3
GEMEENTELIJK BELEID
2.3.3.1
STRATEGISCHE VISIE ‘TIJ VAN DE TOEKOMST’
Beleidskader De gemeenteraad heeft op 3 oktober 2011 de Strategische Visie Tij van de Toekomst' vastgesteld. Nadien is deze visie medio 2025 geactualiseerd. In de visie is opgenomen hoe de gemeente Schouwen-Duiveland er in 2040 uit zou moeten zien. Onze ambitie om te groeien en tegelijkertijd een mooi, krachtig eiland te blijven, kunnen we alleen verwezenlijken als we samen investeren in een stevig fundament. In participatiebijeenkomsten, raadsinformatieavonden en in de commissiebehandeling zijn vijf uitgangspunten naar voren gekomen die cruciaal zijn voor verantwoorde groei: 1. Een bereikbaar en verbonden eiland; 2. Een zorgzaam eiland; 3. Een klimaatbestendig en waterrobuust eiland; 4. Een ondernemend en innovatief eiland; 5. Een samenwerkend eiland; Een zorgzaam eiland Rond 2040 piekt de vergrijzing op ons eiland. Om tegenwicht te bieden aan vergrijzing en krimp willen we dat meer jongeren hier blijven wonen of terugkeren. Sterke gemeenschappen in dorpen en wijken, ondersteund door goede zorgvoorzieningen, verhogen de leefbaarheid van ons eiland. We bieden passende zorg, maar organiseren die anders, slimmer en duurzamer, zodat deze toegankelijk en betaalbaar blijft. Menselijk contact staat voorop, met technologie (zoals AI) als ondersteunend hulpmiddel. We behouden de menselijke maat.
Toetsing De ontwikkeling ziet op het toedelen van de functie horeca van 63 m2, cat. 1a (consumptieve horeca tot een maximale verkoopvloeroppervlakte (vvo) kleiner dan of gelijk aan 500m²) aan het adres Ooststraat 1 te Dreischor. De strategische visie ‘Tij van de Toekomst’ wordt gekenmerkt door een hoog abstractie- en schaalniveau, waarbij de doelstelling van de visie ziet op leefbaarheid van de kernen, met voldoende voorzieningen, economische vitaliteit en aantrekkelijkheid. Er wordt aangegeven dat het streven er is om verantwoord te groeien naar 40.000+ inwoners en tegelijkertijd dat er de wens is van sterke in dorpen en wijken welke de leefbaarheid verhogen van het eiland. Het onderhavige initiatief draagt bij aan een extra voorziening in Dreischor waardoor een versterking plaatsvindt van de leefbaarheid, de economische vitaliteit en de aantrekkelijkheid van Dreischor.
13
GoFlo ‘Ooststraat 1, Dreischor’’ – 12 maart 2026
Conclusie De beoogde ontwikkeling is passend in de Strategische visie ‘Tij van de Toekomst. 2.3.2
HORECAVISIE
Beleidskader Horeca vervult op Schouwen-Duiveland een belangrijke rol. De horeca heeft een economische functie in de vorm van bestedingen en werkgelegenheid. Daarnaast heeft de horeca ook een sociale functie als ontmoetings- en ontspanningsplek. Tot slot heeft horeca ook een recreatieve functie in de vorm van B&B’s, pensions en hotels. De horecasector heeft een directe relatie met andere functies binnen de gemeente Schouwen-Duiveland zoals detailhandel en recreatie. Deze verschillende functies kunnen elkaar versterken wanneer ze op een juiste manier bij elkaar worden gebracht. De horecavisie moet een duidelijk toetsingskader zijn voor het toetsen van nieuwe ontwikkelingen. Daarnaast moet het beleid duidelijkheid bieden aan zowel de ondernemers als de samenleving en de overheid. Deze ambitie leidt tot de volgende doelstellingen: • Inzicht geven in actueel beleid en regelgeving; • Evenwicht tussen horeca en de fysieke leefomgeving; • Duidelijke kaders voor ontwikkelingen. ‘Geen ruimte voor nieuwvestiging en uitbreiding, tenzij-principe’ Uit de Horecavisie blijkt dat het totale aanbod op korte termijn de beschikbare marktruimte geheel zal opvullen, is nieuwvestiging en uitbreiding van horeca op Schouwen-Duiveland in principe niet meer mogelijk.
Slechts wanneer sprake is van een uniek vernieuwend concept of beperkte uitbreiding van bestaande bedrijven zoals opgenomen in Stads- en dorpsvisies, meer in het bijzonder de Beeldkwaliteitsplannen, kan medewerking wel overwogen worden. De beperking voor uitbreiding en nieuwvestiging is alleen van toepassing op Zierikzee, Renesse, Burgh-Haamstede, Scharendijke, Brouwershaven en Bruinisse. In de overige kernen (lees: onder meer Dreischor) moet nieuwvestiging in principe nog mogelijk zijn op voorwaarde dat er aansluiting gezocht wordt bij een eventuele Dorpsvisie en dat er sprake is van kleinschalige, consumptieve horeca.
Toetsing De ontwikkeling ziet op het toedelen van de functie horeca, cat. 1a (consumptieve horeca tot een maximale verkoopvloeroppervlakte (vvo) kleiner dan of gelijk aan 500m²) aan het adres Ooststraat 1 te Dreischor. De beoogde ontwikkeling betreft een bistro van circa 63 m2.
Conclusie De beoogde ontwikkeling is passend in de Horecavisie 2.3.3
DORPSVISIE, DREISCHOR GEZOND EN LEVEND
Beleidskader
14
GoFlo ‘Ooststraat 1, Dreischor’ – 12 maart 2026
Medio 2022 is een eerste aanzet genomen met het opstellen van de dorpsvisie voor Dreischor. Hierbij werd de vraag gesteld: Hoe blijft Dreischor ook in de toekomst het mooiste ringdorp van Nederland? Om deze en andere relevante vragen goed te kunnen beantwoorden, is gekozen een adviesdorpsvisie uit te werken door en met de inwoners. Zo komen de wensen, kansen en uitdagingen van nú en voor de toekomst beter in beeld. Hiermee kan beter ingespeeld kan worden op toekomstige strategische acties en plannen, van klein tot groot. Deze ambitie kan uiteraard niet zonder ondersteuning van de lokale overheid, dus wordt ook samengewerkt met de Gemeente Schouwen-Duiveland. Toerisme Huidige situatie: Dreischor is een aantrekkelijk dorp voor dagtoeristen. Er zijn ook diverse plekken waar toeristen kunnen overnachten. Beeld voor de toekomst: Bezoekers en bewoners worden meegenomen in de gebouwen, personen en activiteiten van Dreischor, onder andere door bijzondere plekken fysiek en digitaal te presenteren. Hoe gaan we dat realiseren: - Borden voor de diverse wandelpaden en fietsroutes. - Richtingwijzers naar toeristische trekpleisters en ateliers in en rond het dorp. Deze borden zijn er deels wel, maar slecht leesbaar, overwoekerd enzovoort. - Organiseren rondje happen en stappen. - Realisatie van een beeldentuin - Ontwikkeling van een atelierroute. - Ontwikkeling van een tuinenroute.
- Onderzoeken mogelijkheid aanleg vaarroute van Wijnhoeve naar Zorge’s weg. - Naast de twee bij ondernemerschap genoemde ideeën, is de vraag gesteld of het dorpshuis meer en gevarieerder kan worden ingezet, ook voor toeristen. - Extra bankjes plaatsen op markante plaatsen in en rond het dorp. Wat moet er nog uitgezocht worden/wat of wie hebben we nodig: - Wat is er nodig aan vergunningen voor plaatsen borden voor de diverse wandelpaden, fietsroutes, informatieborden/ plaquettes, toeristische trekpleisters en ateliers. - Bestaande borden onderhouden. Gemeente? - Welke subsidiemogelijkheden zijn er? - Zouden ondernemers financieel bij kunnen/willen dragen? - Contact leggen met eilandelijke organisatie ‘happen en stappen’. - Overleg nodig met gemeente. - Overleg waterschap (mbt vaarroute). - Inventariseren behoefte bij eigenaren tuinen en ateliers. - Onderzoeken of er behoefte is aan extra plaatsen waar toeristen kunnen overnachten en zo ja in welke vorm?
Toetsing
15
GoFlo ‘Ooststraat 1, Dreischor’’ – 12 maart 2026
De dorpsvisie gaat niet letterlijk in op het realiseren van horeca. Wel wordt er gezocht naar het ‘organiseren van een rondje happen en stappen’ en wenst men hier de eilandelijke organisatie bij te betrekken. Het realiseren van een bistro in Dreischor is prima passend in dit toekomst beeld en geeft extra mogelijkheden om ook de andere aspecten meer kans van slagen te geven. (ontwikkelen tuinroute, atelierroute, beeldentuin etc.).
Conclusie De beoogde ontwikkeling is passend in de dorpsvisie. 2.4
Voorbereiding/Verkenningsfase met stakeholders
2.4.1
VOOROVERLEG Op 17 juni 2025 heeft initiatiefnemer een aanvraag voor vooroverleg ingediend voor het realiseren van een kleine bistro aan de Ooststraat 1 te Dreischor. Op 31 juli 2025 is het initiatief Getoetst aan de regels uit het tijdelijk deel van het omgevingsplan Schouwen-Duiveland en relevante beleidsdocumenten. De uitkomst hiervan was positief. Er is medegedeeld dat het initiatief niet passend is volgens de regels van het omgevingsplan omdat het onderhavige adres niet de juiste aanduiding heeft voor een horecabedrijf. Er kan alleen medewerking worden verleend onder de voorwaarde van een goedgekeurde BOPA-onderbouwing, waarin ook het horecabeleid van de gemeente Schouwen-Duiveland is opgenomen. Het voorliggende document is de BOPA-onderbouwing welke hiervoor wordt bedoeld.
2.4.2
PARTICIPATIE OMGEVING De initiatiefnemer heeft in het voorjaar van 2025 contact gezocht met de dorpsraad van Dreischor en hierbij haar initiatief toegelicht. Tijdens de dorpsraadvergadering van 25 november jl. is de bistro Chez Nouk aan de orde gekomen. Is er een (korte) uitleg van de bistro gegeven en werd het initiatief positief door de aanwezigen ontvangen. In de bijlagen is een schrijven van de dorpsraad opgenomen d.d. 4 december jl. waarin hiervan verslag wordt gedaan. Het benaderen van de direct omwonenden heeft plaatsgevonden medio mei/juni 2025. De buren omarmden het initiatief en verwachten geen overlast. Afgesproken is om hen op de hoogte te houden van de ontwikkelingen en goed te blijven communiceren, zeker als er mogelijk iets niet prettigs zou voorvallen. Een verslag van de participatie met de buren is opgenomen in de bijlagen.
16
GoFlo ‘Ooststraat 1, Dreischor’ – 12 maart 2026
17
GoFlo ‘Ooststraat 1, Dreischor’’ – 12 maart 2026
3
TOEKOMSTIGE SITUATIE
3.1
Functionele ontwikkeling en programma
Beoogd wordt bistro Chez Nouk juridisch planologisch te bestendigen. Ter plaatse van het perceel Ooststraat 1 was tot 2018 een boekhoudkantoor aanwezig. Nadien is het voormalige kantoorpandje omgevormd tot een ‘gastvrije huiskamer’, waarin Koffiekaffee De Boekhouder ontbijt, lunch en drankjes verzorgde. Koffiekaffee De Boekhouder was kleinschalig van opzet, gelet op de ruimte die het pandje biedt en de sluitingstijd van 20:00 uur. De bistro beslaat een oppervlakte van circa 63 m2 (inclusief keuken, gang en toiletvoorzieningen). In het voorjaar van 2025 is initiatiefnemer gestart met de exploitatie van bistro Chez Nouk. wordt het pandje wordt geëxploiteerd door initiatiefnemer met bistro Chez Nouk. Een bistro met een kleinschalige opzet. Met de bistro beoogd de initiatiefnemer een huiskamer te creëren waar iedereen zich welkom voelt. Met name lokale gasten brengen momenteel een bezoek aan de bistro, maar initiatiefnemer sluit niet uit dat ook gasten van buiten Dreischor de bistro zullen weten te vinden. Het initiatief behelst een bistro waar een lunch, een diner of een drankje genuttigd kan worden. Hierbij hanteert de initiatiefnemer een sluitingstijd van 22:00 uur. Het pand aan de Ooststraat 1 biedt ruimte aan maximaal 23 gasten. Voor het pand op het stoepje is tevens ruimte voor 8 gasten om een drankje te nuttigen.
Hier kunnen mensen heerlijk genieten van de zon en het uitzicht op de kerk. Ooststraat 1 ligt op de route van de fietsknooppunten. Het is een aanwinst voor Dreischor en een geweldig leuke verrassing voor fietsers als ze hier even kunnen uitrusten en genieten en wat kunnen eten en drinken om weer klaar te zijn voor de rest van hun tocht. 3.2
Ruimtelijke uitstraling en inpassing in de omgeving
De beoogde ontwikkeling bistro Chez Nouk wordt geëxploiteerd in een bestaand pand aan de Ooststraat 1 te Dreischor. Voor deze exploitatie hoeven geen (ver)bouwactiviteiten plaats te vinden, noch extra gronden waarvan het gebruik planologisch aangepast moeten worden. Het gaat in dezen alleen om juridisch planologisch de juiste functie toe te voegen aan de gronden en het pand, zodat een horecabedrijf uit categorie 1: consumptieve horeca, onder 1a: consumptieve horeca tot een maximale verkoopvloeroppervlakte (vvo) kleiner dan of gelijk aan 500m² geëxploiteerd kan worden. Aandacht verdient nog het parkeren van auto’s door bezoekers van de bistro Chez Nouk. Hiervoor wordt verwezen naar hoofdstuk 6.
18
GoFlo ‘Ooststraat 1, Dreischor’ – 12 maart 2026
Figuur 5: Impressie van de huidige situatie
19
GoFlo ‘Ooststraat 1, Dreischor’’ – 12 maart 2026
4
TOETSING AAN HET OMGEVINGSPLAN
4.1
Huidige bouw- en gebruiksmogelijkheden
4.1.1
PROJECTGEBIED In het omgevingsplan Schouwen-Duiveland alsmede het van rechtswege tijdelijke deel van het omgevingsplan Schouwen-Duiveland, te weten ‘Bebouwde kom Brouwerhaven, Dreischor en Noordgouwe’ zijn de gronden ter plaatse van het projectgebied bestemd voor: • • •
‘Gemengd’ ‘Waarde – Archeologie -5’ ‘Waarde – Beschermd Stads-dorpsgezicht’
Over het gehele projectgebied is de gebiedsaanduiding ‘zone-a’ en vrijwaringszone – molenbiotoop’ gelegen. Ter plaatse van het projectgebied bedraagt de goothoogte van 3,8 meter en de bouwhoogte van 7,8 meter. Een uitsnede van de verbeelding is opgenomen in figuur 6.
Figuur 6: Uitsnede verbeelding omgevingsplan van rechtswege ‘Bebouwde kom Brouwershaven, Dreischor en Noordgouwe
Binnen de bestemming ‘Gemengd’ is het navolgende gebruik toegestaan: • • • •
a. de uitoefening van bedrijfsactiviteiten voor zover die voorkomen in categorie 1 van de bij deze regels behorende Staat van Bedrijfsactiviteiten; b. detailhandelsbedrijven; c. dienstverlening; d. kantoren met dien verstande dat de brutovloeroppervlakte niet meer mag bedragen dan 200 m2 per bedrijf;
20
GoFlo ‘Ooststraat 1, Dreischor’ – 12 maart 2026
• • • • • •
4.1.2
e. maatschappelijke voorzieningen, met ondergeschikte horeca-activiteiten ten dienste van deze voorziening; f. ter plaatse van de aanduiding 'horeca' een horecabedrijf voor zover deze voorkomen in de bij deze regels behorende Staat van Horeca-activiteiten; g. wonen, zowel in combinatie met het bepaalde onder a t/m f als zelfstandig, met een maximum zoals is aangeduid op de verbeelding; h. wonen, zowel in combinatie met het bepaalde onder a t/m f als zelfstandig, voor zover er geen sprake is van een aangeduid maximum als bedoeld in lid 7.1.1 sub g; i. waterhuishoudkundige voorzieningen; j. wegen, parkeervoorzieningen, waterlopen, tuinen en andere voorzieningen ten dienste van de bestemming.
OMGEVING In de omgeving van het projectgebied zijn in het omgevingsplan van rechtswege ‘Bebouwde kom Brouwerhaven, Dreischor en Noordgouwe’ de gronden bestemd voor ‘Gemengd’, ‘Wonen’, ’Verkeer’, ‘Horeca’ en ‘Groen’. In en rondom het projectgebied zijn functies aanwezig die naar aard en invloed op de omgeving, geschikt zijn voor ligging in een gebied met functiemening inclusief wonen.
4.2
Strijdigheden initiatief in relatie tot het omgevingsplan van rechtswege
Het project voorziet in het toevoegen van de functie horeca met 63 m2 en is daarmee in strijd met de hoofdfuncties (benutten van de fysieke leefomgeving). Het omgevingsplan van rechtswege voorziet niet in een flexibilteitsbepaling om de functiehoreca toe te voegen. De beoogde ontwikkeling zal niet leiden tot bouwwerkzaamheden, waarbij gevelaanzichten worden gewijzigd of het roeren van de grond aan de orde is. Het project is daarmee niet in strijd met de dubbelbestemmingen ‘Waarde – Archeologie -5’ en ‘Waarde – Beschermd Stads-dorpsgezicht’ en de gebiedsaanduidingen ‘zone-a’ en ‘vrijwaringszone – molenbiotoop’
21
GoFlo ‘Ooststraat 1, Dreischor’’ – 12 maart 2026
5
ASPECTEN FYSIEKE LEEFOMGEVING EN MILIEU Dit hoofdstuk bevat een beschouwing van de omgevingsaspecten.
In dit hoofdstuk wordt normaliter een beschouwing gegeven van de omgevingsaspecten. De beoogde ontwikkeling ziet op toevoegen van de horecafunctie in een bestaand pand waar geen (ver)bouwwerkzaamheden hoeven plaats te vinden. Deze toevoeging, op gronden waar reeds ondergeschikte horeca bij recht is toegestaan zal geen of nagenoeg geen invloed hebben op de aspecten van de fysieke leefomgeving.
5.1
Activiteiten en milieuzonering
Met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (artikel 4.2 Omgevingswet) is het van belang dat activiteiten met gebruiksruimte en milieugevoelige activiteiten worden toebedeeld in de fysieke leefomgeving. Dit kan in hoofdzaak op twee manieren: • •
Menging van milieugevoelige en milieubelastende functies waar het kan en gewenst is; Scheiding van milieugevoelige en milieubelastende functies waar het moet.
Op deze manier wordt zowel voor ruimte voor bedrijvigheid gezorgd als voor het behoud van bescherming van de woon- en leefomgeving. De handreiking ‘Activiteiten en milieuzonering’ (versie oktober 2024) van de VNG biedt onder de Omgevingswet een nieuwe systematiek van milieuzonering. De nieuwe systematiek omvat geen koppeling meer van activiteiten aan milieucategorieën per Standaard Bedrijfsindeling code (SBIcode) en de daarbij behorende richtafstanden. In plaats daarvan wordt getoetst aan concrete, juridisch bindende milieuwaarden voor geluid en geur. De systematiek drijft op inwaartse zonering op basis van geluid en geur. Bij de meeste activiteiten is geluid het maatgevende aspect. De specifieke regels voor geluid en geur in de handreiking ‘Activiteiten en milieuzonering’ gelden aanvullend op de standaard gebiedsgerichte regels in het omgevingsplan van gemeenten.
Toetsing Het projectgebied lijkt te liggen in een woongebied waar overigens woonfuncties worden afgewisseld met een maatschappelijke functie, horecafunctie en gemengde functies (bedrijfsactiviteiten, detailhandelsactiviteiten, dienstverleningsactiviteiten, kantoorfunctie en maatschappelijke voorzieningen, met ondergeschikte horeca-activiteiten ten dienste van deze voorziening) mogelijk zijn. De beoogde kleinschalige horeca (bistro van 63 m2) is geen gevoelige functie en is passend in een gemengd gebied. Voor de beoogde ontwikkeling dient er sprake te zijn van een goed woon- en leefklimaat.
Geur Conform het omgevingsplan gemeente Schouwen-Duiveland artikel 22.199 is voor het aspect geur het volgende bepaald:
22
GoFlo ‘Ooststraat 1, Dreischor’ – 12 maart 2026
Artikel 22.199 Geur 1. Met het oog op het voorkomen of het beperken van geurhinder worden afgezogen dampen en gassen die naar de buitenlucht worden geëmitteerd: a. ten minste 2 m boven de hoogste daklijn van de binnen 25 m van de uitmonding gelegen bebouwing afgevoerd; of b. geleid door een ontgeuringsinstallatie. 2. Dampen die vrijkomen bij het bereiden van voedingsmiddelen met grootkeukenapparatuur door frituren, bakken in olie of vet of grillen, anders dan met houtskool, worden afgezogen en geleid door een vetvangend filter. 3. (…) Voor de onderhavige kleinschalige horecagelegenheid zal ter voorkoming van geurhinder de luchtafvoer van uit de keuken worden verhoogd, zodat deze 2 meter boven de hoogste daklijn van de binnen 25 m van de uitmonding gelegen bebouwing afvoert. Volledigheidshalve zij opgemerkt dat bij recht het plangebied reeds gebruikt mag worden voor ondergeschikte horeca, er reeds vanaf 2018 een kleinschalige horecagelegenheid aanwezig is en er geen klachten zijn met betrekking tot geuroverlast/-hinder.
Geluid Conform het omgevingsplan gemeente Schouwen-Duiveland artikel 22.54 e.v. jo paragraaf 5.1.4.2 Bkl is voor het aspect geluid bepaald dat er rekening gehouden dient te worden met het geluid door activiteiten op geluidgevoelige gebouwen en het geluid door een activiteit op geluidgevoelige gebouwen aanvaardbaar is. Op basis van artikel 22.60 van het omgevingsplan hoeft er geen geluidsonderzoek gedaan te worden. Vanuit het gebouw aan de Ooststraat 1 te Dreischor komt geen geluid. Binnen in het kleinschalige restaurant is stemgeluid aanwezig en achtergrond muziek die het stemgeluid niet overstemd. Voorts is de ingang voorzien van een (geluidsluis) portaal, waardoor er geen directe verbinding is tussen het kleinschalige restaurant en de buitenruimte. Op de stoep voor het gebouw is ruimte voor 8 zitplaatsen op een terras. Op het terras wordt geen muziek ten gehore gebracht. Het terras is reeds vanaf 2018 aanwezig, horende bij de kleinschalige horeca ter plaatse. Er zijn in al die jaren geen klachten met betrekking tot geluidhinder geuit. Het geluid dat van het terras afkomstig is op geluidgevoelige gevels, is aanvaardbaar te achten.
Conclusie Ten aanzien van het aspect activiteiten en milieuzonering kan worden geconcludeerd dat dit aspect geen belemmering vormt voor het realiseren van het initiatief.
5.2
Geluid
Geluid kan van grote invloed zijn op het woon- en leefklimaat van mensen en op hun gezondheid. De regels over geluid gaan over het beheersen van geluid door wegen, spoorwegen en industrieterreinen, en de bescherming van geluidgevoelige gebouwen en andere gebouwen en plekken. Het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) bevat geluidsregels die via het omgevingsplan zullen gelden voor individuele bedrijven die geluid voortbrengen. Voor de andere belangrijke geluidsbronnen zoals industrieterreinen, wegen en spoorwegen worden via de Aanvullingswet 23
GoFlo ‘Ooststraat 1, Dreischor’’ – 12 maart 2026
geluid en het Aanvullingsbesluit geluidsregels toegevoegd aan de Omgevingswet en het Bkl. De regels voor geluid hebben een tweezijdige werking om de bescherming tegen geluidsbelasting vorm te geven. Enerzijds bij de aanleg of aanpassing van spoorwegen of industrieterreinen en anderzijds bij het mogelijk maken van nieuwe geluidsgevoelige gebouwen en locaties nabij een geluidsbron. Geluidproductieplafonds Een geluidsproductieplafond geeft de maximale toegestane productie weer op een vast fictief punt, het referentiepunt, op korte afstand van de geluidsbron. Bij de vaststelling van een geluidproductieplafond als omgevingswaarde is het geluid op een geluidgevoelig gebouw niet hoger dan de hoogste van de volgende waarden: a. De standaardwaarde, bedoel in tabel 5.2; of b. Het geluid bij volledige benutting van het geluidproductieplafond dat gold direct voorafgaand aan de vaststelling van het in de aanhef bedoelde geluidproductieplafond. Tabel 3.2: Standaardwaarde geluid voor een geluidbron op een geluidgevoelig gebouw per geluidbronsoort Geluidbronsoorten
Standaardwaarde
Rijkswegen en provinciale wegen
50 Lden
Gemeentewegen en waterschapswegen
53 Lden
Hoofdspoorwegen en lokale spoorwegen
55 Lden
Industrieterreinen
50 Lden 40 Lnight
Bij de vaststelling van een geluidproductieplafond als omgevingswaarde kan de hoogste van de twee waarden, bedoeld in artikel 3.32 lid 1 worden overschreden als: a. Geen geluidbeperkende maatregelen kunnen worden getroffen om aan de hoogste van de twee waarden te voldoen; b. De overschrijding door het treffen van geluidbeperkende maatregelen zoveel mogelijk wordt beperkt; en c. Het geluid op geluidgevoelige gebouwen niet hoger is dan de grenswaarde, bedoel in tabel 5.3. Tabel 5.3: Grenswaarde voor geluid door een geluidbron op een geluidgevoelig gebouw per geluidbronsoort Geluidbronsoorten
Standaardwaarde
Rijkswegen en provinciale wegen
60 Lden
Gemeentewegen en waterschapswegen
70 Lden
Hoofdspoorwegen en lokale spoorwegen
65 Lden
Industrieterreinen
55 Lden 45 Lnight
Afdeling 3.5 (artikel 3.18 lid 1) van het Bkl voorziet in het toetsingskader/instructieregels omtrent de beheersing van het geluid afkomstig van wegen, spoorwegen en industrieterreinen. De geluidsgevoelige gebouwen worden aangewezen in artikel 3.20 van het Bkl. Het betreft 24
GoFlo ‘Ooststraat 1, Dreischor’ – 12 maart 2026
gebouwen, waaronder een gebouw of een gedeelte van een gebouw dat bijvoorbeeld een woon-, onderwijs- of zorgfunctie heeft.
Toetsing Het projectgebied is in een gemengd gebied gelegen, waar woonfuncties worden afgewisseld met een maatschappelijke functie, horecafunctie en gemengde functies (bedrijfsactiviteiten, detailhandelsactiviteiten, dienstverleningsactiviteiten, kantoorfunctie en maatschappelijke voorzieningen, met ondergeschikte horeca-activiteiten ten dienste van deze voorziening) mogelijk zijn. De beoogde kleinschalige horeca (bistro van 63 m2) is geen gevoelige functie en is passend in een gemengd gebied.
Conclusie Ten aanzien van het aspect geluid kan worden geconcludeerd dat dit aspect geen belemmering vormt voor het realiseren van het initiatief. 5.3
Luchtkwaliteit
Toetsingskader De hoofdlijnen voor regelgeving rondom luchtkwaliteitseisen staan beschreven in de instructieregels opgenomen in het Bkl. Ter bescherming van de gezondheid zijn voor het aspect luchtkwaliteit instructieregels opgenomen in paragraaf 5.1.4.1 Bkl. Volgens deze regels gelden zogeheten omgevingswaarden voor onder andere de in de buitenlucht voorkomende stikstofdioxide (NO2) en fijnstof (PM10). Een activiteit is toelaatbaar als aan één van de volgende voorwaarden wordt voldaan: • •
•
er is geen sprake van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde; het project leidt per saldo niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit; het project draagt alleen niet in betekenende mate bij aan de luchtverontreiniging;
Aandachtsgebieden De toetsing en monitoring van de luchtkwaliteit vindt plaats in de aandachtsgebieden. Aandachtsgebieden zijn locaties met hogere concentraties NO2 en/of PM10. Aandachtsgebieden voor zowel NO2 als PM10 staan vermeld in artikel 5.51, lid 2 van het Bkl. Aandachtsgebieden voor alleen PM10 zijn aangewezen in artikel 5.51, lid 3 van het Bkl. In een aandachtsgebied moet de overheid de omgevingswaarden in acht nemen (artikel 5.51 Bkl). Niet in betekende mate De beoordeling van de luchtkwaliteit in een aandachtgebied vindt niet altijd plaats. Voor een activiteit die niet in betekende mate (NIBM) bijdraagt aan de luchtverontreiniging, is geen toetsing aan de rijksomgevingswaarden voor NO2 en PM10 nodig. Uit artikel 5.53 en 5.54 van het Bkl volgt dat een project niet in betekende mate bijdraagt aan de luchtkwaliteit als de toename van de concentratie NO2 en PM10 niet hoger is dan 1,2 ug/m3. Dat is 3% van de omgevingswaarde voor de jaargemiddelde concentraties. Er zijn twee mogelijkheden om aannemelijk te maken dat een project binnen de NIBM-grens blijft:
25
GoFlo ‘Ooststraat 1, Dreischor’’ – 12 maart 2026
1. Motiveren dat het project binnen de getalsmatige grenzen van een aangewezen categorie blijft. Onder deze ‘standaardgevallen NIBM’ vallen kantoren, woonwijken en het telen van gewassen. Dit moet wel onder een bepaalde omvang blijven conform artikel 5.54 van het Bkl. Valt een project binnen de genoemde categorie, maar niet binnen de gestelde grenzen? Het is dan mogelijk om alsnog via detailberekeningen aannemelijk te maken dat de 3%-grens niet wordt overschreden. 2. Op een andere manier aannemelijk maken dat een project de 3%-grens niet overschrijdt. Soms kan een kwalitatieve berekening voldoende zijn. Veel mensen bepalen met de NIBM-tool op een eenvoudige en snelle manier of een project in betekende mate bijdraagt aan de luchtverontreiniging. Soms zijn detailberekeningen nodig als aanvulling op de NIBM-tool.
Toetsing De ontwikkeling voorziet in de regulering van een kleinschalige horecafunctie van 63 m2 in bestaande bebouwing en een terrasje op de stoep. De ontwikkeling is dermate kleinschalig dat om deze reden kan worden aangenomen dat het project niet in betekenende mate bijdraagt aan de luchtkwaliteit. Een onderzoek naar luchtkwaliteit hoeft derhalve niet plaats te vinden.
Conclusie Ten aanzien van het aspect luchtkwaliteit kan worden geconcludeerd dat dit aspect geen belemmering vormt voor het realiseren van het initiatief. 5.4
Bodem
Ter bescherming van de gezondheid en het milieu zijn voor het aspect bodem instructieregels in het Bkl opgenomen. De inhoud van deze regels is via het Aanvullingsbesluit bodem Omgevingswet opgenomen in paragraaf 5.1.4.5 Bkl. Het aanvullingsbesluit bepaalt voor welke activiteiten kan worden volstaan met een melding. Er worden drie basisvormen van bodemgebruik onderscheiden: landbouw/natuur, wonen en industrie. De kaders zijn gebaseerd op de risicogrenswaarden die voor de betreffende situaties zijn afgeleid. De algemene doelstelling van het bodembeleid is het waarborgen van de gebruikswaarde van de bodem en het faciliteren van het duurzaam gebruik van de functionele eigenschappen van de bodem, door in onderlinge samenhang; • • •
beschermen van de bodem tegen nieuwe verontreinigen en aantastingen; evenwichtig toedeling van functies aan locaties, rekening houdend met de kwaliteiten van de bodem; duurzaam en doelmatig beheren van de resterende historische verontreinigingen en aantastingen.
De gemeente stelt de waarde voor de toelaatbare kwaliteit van de bodem vast. Deze waarde mag niet hoger zijn dan het blootstellingsniveau van het maximaal toelaatbaar risico voor de mens. Dit is opgenomen in bijlage VA van het Bkl. De toelaatbare kwaliteit van de bodem is een voorwaarde voor bouwen op verontreinigde bodem en is geen omgevingswaarde. Het uitgangspunt is dat bij elke ruimtelijke ontwikkeling middels een bodemonderzoek wordt aangetoond dat de bodemkwaliteit voldoende is voor de te realiseren activiteit en dat sprake is van een uitvoerbaar plan. Bodemonderzoeken worden net zoals onder de Wro uitgevoerd conform
26
GoFlo ‘Ooststraat 1, Dreischor’ – 12 maart 2026
de NEN 5725 en/of NEN 5740 (eventueel aangevuld met een verkennend bodemonderzoek asbest conform de NEN 5707). Bij het uitvoeren van een bodemonderzoek wordt getoetst aan achtergrondwaarden, interventiewaarden en tussenwaarden. Verder zijn ook in het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) regels opgenomen met betrekking tot het aspect bodem, bijvoorbeeld over de te hanteren richtlijnen voor het bodemonderzoek.
Toetsing De ontwikkeling voorziet in de regulering van een kleinschalige horecafunctie van 63 m2 in bestaande bebouwing en een terrasje op de stoep. Er vinden geen bouwactiviteiten plaats en de grond wordt niet geroerd. Voorts is het pand bij recht te gebruiken voor een functie waar personen langer dan 2 uur aaneengesloten verblijven. Een bodemonderzoek is derhalve niet noodzakelijk. Conclusie Ten aanzien van het aspect bodem kan worden geconcludeerd dat dit aspect geen belemmering vormt voor het realiseren van het initiatief. 5.5
Omgevingsveiligheid
Omgevingsveiligheid heeft betrekking op de mogelijkheden een brand, ramp of crisis te voorkomen, te beperken en te bestrijden. Het beschermen van personen in gebouwen en op locaties in de omgeving van risicovolle activiteiten is cruciaal. Daarnaast is het beperken van schade aan de fysieke leefomgeving bij een ongeval van een risicovolle activiteit van groot belang. De instructieregels van het Rijk hiervoor zijn vastgelegd in het Bkl en het Bal. Kwetsbare gebouwen en locaties In het Bkl is onderscheid gemaakt in 3 categorieën ‘gebouwen en locaties’ waarvoor de regels bescherming bieden: 1. Zeer kwetsbaar (alleen gebouwen); 2. Kwetsbaar (gebouwen en locaties); 3. Beperkt kwetsbaar (gebouwen en locaties).
Bij het bepalen van de kwetsbaarheid wordt gekeken naar het aantal personen dat gelijktijdig aanwezig is, de duur van hun aanwezigheid, en in hoeverre zij zichzelf in veiligheid kunnen brengen bij een incident. De aanwijzing van bovenstaande categorieën ‘gebouwen en locaties’ staat in bijlage VI van het Bkl. Risicobronnen Risicobronnen zijn activiteiten met externe veiligheidsrisico’s. In bijlage VII van het Bkl zijn activiteiten aangewezen die risicobronnen vormen. Het gaat om de volgende soorten activiteiten: • •
activiteiten met gevaarlijke stoffen bij bedrijven. Dit zijn verschillende milieubelastende activiteiten uit het Bal; het Basisnet vervoer gevaarlijke stoffen over weg, water en spoor;
27
GoFlo ‘Ooststraat 1, Dreischor’’ – 12 maart 2026
• •
buisleidingen met gevaarlijke stoffen die zijn aangewezen als milieubelastende activiteit in het Bal; windturbines die zijn aangewezen als milieubelastende activiteit in het Bal.
Naast de eerder genoemde activiteiten die als risicobronnen worden beschouwd, bevat het Bkl ook instructies voor de volgende risicobronnen: • • • •
opslaan, bewerken en herverpakken van vuurwerk (afdeling 5.1.2.4); opslaan en bewerken van ontplofbare stoffen voor civiel gebruik (afdeling 5.1.2.5); exploiteren van een IPPC-installatie voor het maken van explosieven (afdeling 5.1.2.5); opslaan en bewerken van ontplofbare stoffen voor militair gebruik (afdeling 5.1.2.5 Bkl).
Plaatsgebonden risico Het plaatsgebonden risico is de kans per jaar dat één persoon overlijdt door een ongeluk met een gevaarlijke stof. De grenswaarde voor het plaatsgebonden risico moet in acht genomen worden. De grenswaarden voor het plaatsgebonden risico zijn ruimtelijk vertaald naar afstanden tot gebouwen en locaties. Gebouwen en locaties die als (zeer) kwetsbaar worden beschouwd mogen niet binnen de plaatsgebonden risicocontour 10-6-contour van een activiteit vallen. Groepsrisico, aandachtsgebieden en voorschriftengebieden Het groepsrisico gaat over de kans per jaar dat tien of meer personen overlijden als rechtstreeks gevolg van een ongewoon voorval binnen een aandachtsgebied (artikel 5.15, lid 1 Bkl). Er zijn drie typen aandachtsgebieden (artikel 5.12 Bkl): 1. brandaandachtsgebied; 2. explosieaandachtsgebied; 3. gifwolkaandachtsgebied. Voor beperkt kwetsbare, kwetsbaar en zeer kwetsbare gebouwen en beperkt kwetsbare en kwetsbare locaties binnen een aandachtsgebied moet het bevoegd gezag het groepsrisico verantwoorden. De provincie Zeeland heeft in de Omgevingsverordening Zeeland geen instructieregels ten aanzien van omgevingsveiligheid opgenomen. In het omgevingsplan zijn wel regels opgenomen ten aanzien van omgevingsveiligheid.
Deze regels zijn opgenomen in paragraaf 22.2.7.3 ‘Activiteiten met betrekking tot bouwwerken van rechtswege in overeenstemming met dit omgevingsplan’ en in paragraaf 22.3.26 ‘Vergunningplichten, aanvraagvereisten en beoordelingsregels aanvraag omgevingsvergunning voor milieubelastende activiteiten’. De indeling van kwetsbaarheid is opgenomen in bijlage VI van het Bkl. De beoogde horecafunctie valt onder de categorie ‘kwetsbare gebouwen en locaties’, aangezien het een locatie is waar personen een groot deel van de dag aanwezig zijn.
28
GoFlo ‘Ooststraat 1, Dreischor’ – 12 maart 2026
Figuur 7: Uitsnede Risicokaart Atlas Leefomgeving
Buisleidingen Uit de risicokaart van Atlas Leefomgeving blijkt dat geen buisleidingen zijn gelegen in of nabij het projectgebied. Transport over de weg/spoor Uit de risicokaart van Atlas Leefomgeving blijkt dat geen transportroutes over de weg of het spoor voor gevaarlijke stoffen zijn gelegen in of nabij het projectgebied.
Conclusie Ten aanzien van het aspect omgevingsveiligheid kan worden geconcludeerd dat dit aspect geen belemmering vormt voor het realiseren van het initiatief. 5.6
Kabels en leidingen
Er vinden geen (ver)bouwwerkzaamheden plaats. Een Klick-melding is niet noodzakelijk.
5.7
Water
De minister van Infrastructuur en Milieu en de staatssecretaris van Economische Zaken hebben op in 2022 het Nationaal Water programma (NWP) 2022 – 2027 vastgesteld. Het Nationaal Waterprogramma 2022-2027 is de opvolger van het Nationaal Waterplan 2016-2021 en vervangt dit plan én de partiële herzieningen hiervan. Het NWP beschrijft de hoofdlijnen en ambities van het nationale waterbeleid en het beheer van de Rijkswateren en Rijksvaarwegen. Voor het waterbeleid is het NWP een uitwerking van de Nationale Omgevingsvisie (NOVI). 29
GoFlo ‘Ooststraat 1, Dreischor’’ – 12 maart 2026
Klimaatverandering, milieuverontreiniging en ruimtedruk vormen de komende jaren grote uitdagingen. Ook moet infrastructuur zoals bruggen en sluizen in stand worden gehouden en waar nodig vervangen of gerenoveerd. De wateropgaven staan niet op zichzelf; een integrale aanpak met andere opgaven in de fysieke leefomgeving zoals de energietransitie, woningbouw en de landbouw is noodzakelijk. Het NWP beschrijft hoe we hiermee omgaan en hoe we zorgen dat water een leidend principe is in de ruimtelijke inrichting van Nederland. Onder de Omgevingswet is het wettelijk verplicht om, in het kader van het Besluit kwaliteit leefomgeving artikel 5.37, lid 1, een “weging van het waterbelang” uit te voeren. Naast het vroegtijdig betrekken van de waterbeheerders bij de planvorming kunnen initiatiefnemers online, middels de digitale watertoets, nagaan of hun ruimtelijk plan voldoende rekening houdt met de waterbelangen. Aanvullend op dit advies dient in het plan verantwoording afgelegd te worden over de manier waarop is omgegaan met de inbreng van de waterbeheerders.
Toetsing De beoogde ontwikkeling ziet op de functie toevoeging van kleinschalige horeca. Hierdoor zal het waterbelang niet worden beïnvloed.
Conclusie Ten aanzien van het aspect water kan worden geconcludeerd dat dit aspect geen belemmering vormt voor het realiseren van het initiatief. 5.8
Natuur en ecologie
5.8.1
ECOLOGISCH ONDERZOEK De Wet natuurbescherming is per 1 januari 2024 opgegaan in de Omgevingswet. Onder Artikel 5.1, lid 1 Ow is opgenomen dat het verboden is om zonder omgevingsvergunning een Natura 2000-activiteit te verrichten, tevens is onder Artikel 5.1, lid 2 opgenomen dat het verboden is om zonder omgevingsvergunning een flora- en fauna-activiteit te verrichten. Tenzij anders geregeld in het omgevingsplan, waterschap verordening, omgevingsverordening of ministeriele regeling. In het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) staat de uitwerking van algemene regels voor activiteiten die rechtstreeks werken, waaronder een vergunningplicht voor zogenaamde Natura 2000-activiteiten en flora- en fauna-activiteiten (hoofdstuk 11, Bal). In dit hoofdstuk zijn tevens de regels voor vergunningsvrije gevallen opgenomen evenals de mogelijkheden tot maatwerk. Indien er geen vrijstelling geldt van de vergunningsplicht, dient er een omgevingsvergunning te worden aangevraagd. Onderscheid wordt gemaakt tussen een enkelvoudige of meervoudige aanvraag (in het geval er sprake is van een flora- en fauna-activiteit en een natura 2000activiteit). Natura 2000-gebieden Om de natuur te beschermen, heeft het Rijk regels over activiteiten die een Natura 2000-gebied kunnen benadelen opgesteld.