1691895 Bijlage 2 omgevingsplan motivering & regels
Tekst van het document
In dit geval wordt uitgegaan van een ‘worst-case’ scenario, waarbij ervan wordt uitgegaan dat deze wegen een geluidsaandachtsgebied hebben. De Hogezoom is een 30 km/uur-weg en heeft daardoor een theoretisch geluidsaandachtsgebied van 100 meter. De afstand tussen de nieuwe woning en de Hogezoom bedraagt circa 110 meter. De Kloosterweg is een 50 km/uur-weg met één rijstrook in beide richtingen en heeft een theoretisch geluidsaandachtsgebied van 200 meter. De afstand tussen de nieuwe woning en de Kloosterweg is circa 270 meter. Hierdoor valt de toekomstige woning buiten de (eventuele) geluidsaandachtsgebieden van zowel de Hogezoom als de Kloosterweg. Een akoestisch onderzoek is niet aan de orde.
20
Conclusie Het aspect geluid vormt geen belemmering voor het planologisch mogelijk maken van de voorgenomen ontwikkeling. 4.5.3
Omgevingsveiligheid
Omgevingsveiligheid beschrijft de risico’s die ontstaan als gevolg van opslag, productie, gebruik en vervoer van gevaarlijke stoffen en windturbines. Voor omgevingsveiligheid zijn instructieregels opgenomen in paragraaf 5.1.2 Bkl. De paragrafen 5.1.2.2 tot en met 5.1.2.6 Bkl gaan over het toelaten van beperkt kwetsbare, kwetsbare en zeer kwetsbare gebouwen en beperkt kwetsbare en kwetsbare locaties. Dit in verband met het externe veiligheidsrisico van een activiteit die op een locatie is toegelaten op grond van een omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit. De doelstelling van omgevingsveiligheid is het realiseren van een veilige woon- en leefomgeving door het beheersen van risico's van activiteiten met gevaarlijke stoffen. Omgevingsveiligheid is erop gericht te voorkomen dat er dichtbij gevoelige bestemmingen activiteiten met gevaarlijke stoffen plaatsvinden. Bij nieuwe (ruimtelijke) ontwikkelingen dient rekening te worden gehouden met risicobronnen in de omgeving. De instructieregels van paragraaf 5.1.2 zijn erop gericht gebouwen en locaties te beschermen waar personen gedurende een periode verblijven. Het plangebied is niet gelegen in aandachtsgebieden van risicovolle inrichtingen (zie afbeelding 9).
Er zijn in de omgeving (binnen 200 meter) geen hoofdvaarwegen, spoorbanen of wegen waarover transport van gevaarlijke stoffen plaatsvindt. Er zijn geen beperkingen voor het plangebied.
Afbeelding 9 | Uitsnede Externe Veiligheid (bron: Atlas Leefomgeving, bewerking: Juust) Conclusie Het aspect omgevingsveiligheid staat het planologisch mogelijk maken van de voorgenomen ontwikkeling niet in de weg. 4.5.4
Luchtkwaliteit
Bij het toelaten van activiteiten moeten, in het kader van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties, de gevolgen voor de luchtkwaliteit worden beoordeeld. Als sprake is van een zeer beperkte bijdrage aan de concentratie van stikstofdioxide (NO2) en PM10 is geen beoordeling nodig of aan de omgevingswaarde wordt voldaan. Er is sprake van een 'niet in betekenende mate bijdrage’ wanneer de toename van de concentratie NO2 en PM10 in de buitenlucht niet hoger is dan 1,2 µg/m³. Dat is 3% van de omgevingswaarde voor de jaargemiddelde concentratie van PM10 en NO2. Daarnaast is een aantal categorieën aangewezen die in elk geval als ‘niet in betekenende mate’ worden aangemerkt. Bij activiteiten en werken die binnen deze categorieën vallen hoeft verder niet door middel van berekeningen of op een andere manier aangetoond te worden dat de toename van de concentraties niet de van toepassing zijnde grens voor NIBM overschrijdt.
21
In artikel 5.54 Bkl zijn de standaardgevallen genoemd die niet in betekenende mate bijdragen aan de concentratie van stikstofdioxide (NO2) en PM10. Hierin is onder andere aangegeven, dat gebouwen met een woonfunctie en nevengebruiksfuncties daarvan, met ten hoogste 1.500 woningen en één ontsluitingsweg aan te merken zijn als een categorie die ‘niet in betekenende mate’ bijdraagt aan de concentratie van stikstofdioxide. De voorgenomen ontwikkeling betreft de realisatie van één woning in een natuurlijke omgeving. Deze valt onder de hiervoor genoemde categorie. De instructieregels voor de bescherming van de kwaliteit van de buitenlucht zijn derhalve niet van toepassing. Om die reden wordt geconcludeerd dat de voorgenomen ontwikkeling als een ontwikkeling is te beschouwen die NIBM bijdraagt aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Aan de hand van het Centraal Instrument Monitoring Luchtkwaliteit zijn de jaargemiddelde concentraties NO2, PM10 en PM2,5 in de omgeving van het plangebied inzichtelijk gemaakt. In de onderstaande afbeelding zijn de concentraties NO2, PM10 en PM2,5 voor het monitoringsjaar 2025 weergegeven.
Afbeelding 10 | Uitsnede Kaart Centraal Instrument Monitoring Luchtkwaliteit (bron: RIVM, bewerking: Juust) Hieruit blijkt dat in de omgeving van het plangebied de jaargemiddelde concentraties NO2, PM10 en PM2,5 respectievelijk maximaal 10,80 μg/m3, 13,97 μg/m3 en 6,61 μg/m3 bedraagt. De jaargemiddelde grenswaarde voor NO2, PM10 (beide 40 μg/m3) en PM2,5 (25 μg/m3) wordt niet overschreden. Het aantal overschrijdingsdagen van de 24 uurgemiddelde concentratie is maximaal 6, waardoor het maximum van 35 dagen niet wordt overschreden. De luchtkwaliteitssituatie vormt daarmee geen belemmering voor de uitvoering van de beoogde ontwikkeling. Conclusie Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor het planologisch mogelijk maken van de voorgenomen ontwikkeling. 4.5.5
Milieueffectrapportage
De wetgeving omtrent de milieueffectrapportage (m.e.r) is opgenomen in afdeling 16.4 van de Omgevingswet en in hoofdstuk 11 en bijlage V bij het Omgevingsbesluit. In bijlage V van het Omgevingsbesluit zijn diverse activiteiten opgenomen waarvoor een m.e.r.-beoordelingsplicht geldt. Hierbij moet beoordeeld worden of er aanzienlijke milieueffecten te verwachten zijn.
22
Bij de ontwikkeling van woningen moet beoordeeld worden of er sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject. Voor de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra en de aanleg van parkeerterreinen als bedoeld in kolom 1 onder J11 uit bijlage V Omgevingsbesluit geldt een mer-beoordelingsplicht waarbij een zogenaamde ‘mededeling’ van het voornemen voor de planontwikkeling moet worden gedaan (voorheen de aanmeldnotitie). Deze motivering wordt gezien als de mededeling. Daarbij moet worden ingegaan op de in bijlage III van de Europese richtlijnen opgenomen criteria. In deze onderbouwing is reeds op deze criteria ingegaan. Aangegeven is wat de potentiële milieueffecten zijn. Of er sprake is van aanzienlijke milieueffecten is mede afhankelijk van de aard en omvang van de ontwikkeling en de relatie met andere plannen, projecten of activiteiten en de kenmerken van de effecten en van de gebieden die kunnen worden beïnvloed. In onderhavig plan wordt in totaal één woning mogelijk gemaakt in het bestaand stedelijk gebied. Het betreft een kleinschalige ontwikkeling die geen invloed heeft op andere ruimtelijke plannen of programma’s. De ontwikkeling is in lijn met de bestaande bestemmingsplannen en de ruimtelijke ordening van de gemeente en heeft geen grote impact op de omgeving.
Er zijn geen belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu te verwachten, omdat de milieueffecten zeer beperkt zijn (zie paragraaf 4.1 t/m 4.5). De milieueffecten van de ontwikkeling zijn zorgvuldig beoordeeld, waarbij aspecten zoals geluid, luchtkwaliteit, bodemkwaliteit en externe veiligheid in aanmerking zijn genomen. Gezien de beperkte schaal en de ligging in een bestaand woongebied, zijn de milieueffecten minimaal. Gezien de aard van het project en de beperkte omvang van de effecten, zijn er geen significante risico’s voor de menselijke gezondheid of het milieu. De effecten zijn tijdelijk, beperkt tot de bouwfase, en omkeerbaar. Er zijn geen cumulatieve of grensoverschrijdende effecten, en de locatie ligt buiten beschermde gebieden. De ontwikkeling past binnen de geldende wet- en regelgeving en vormt geen belemmering. Conclusie Het opstellen van een milieueffectrapport is niet nodig.
23
5. Conclusie 5.1 EVENWICHTIGE TOEDELING VAN FUNCTIES AAN LOCATIES Er dient gemotiveerd te worden dat de ontwikkeling met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL) aanvaardbaar wordt geacht, volgens artikel 8.0a, tweede lid van het Besluit kwaliteit leefomgeving (hierna: Bkl). Daarnaast moet ook voldaan worden aan de instructieregels en instructies van zowel de provincie als het Rijk (artikel 8.0b Bkl). In de voorgaande hoofdstukken is ingegaan op het geldende beleid en zijn de relevante milieu- en omgevingsaspecten beschouwd. Hieronder is aangegeven of aan een aspect voldaan wordt, niet wordt voldaan of onder voorwaarden kan worden voldaan. Kan aan aspect worden voldaan Kan onder voorwaarden worden voldaan Kan niet aan aspect worden voldaan
V ~ X
Ondergrond en cultuurhistorie Archeologie Bodemkwaliteit Niet Gesprongen Conventionele Explosieven Cultuurhistorische waarden
V V V V
Natuur en water Weging van het waterbelang Soortenbescherming Gebiedsbescherming
V V V
Mobiliteit en bereikbaarheid Parkeren Verkeersgeneratie en ontsluiting
V V
Duurzaamheid
V
Gezonde leefomgeving Milieuzonering Geluid Omgevingsveiligheid Luchtkwaliteit Milieueffectrapportage
V V V V V
5.2 BELANGENAFWEGING Uit bovenstaande tabel blijkt dat aan alle aspecten wordt voldaan. Er is sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.
24
6. Uitvoerbaarheid 6.1 ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID In het omgevingsplan geeft de gemeente aan dat een bepaalde functie op een locatie 'kan' komen en zodra zich een concreet initiatief aandient moet worden onderzocht 'hoe' dat financieel uitvoerbaar is. Bij een ontwikkeling, die voldoende concreet is, moet de uitvoerbaarheid daarom worden aangetoond. Er is sprake van een ontwikkeling welke volledig op initiatief en voor eigen rekening van de grondeigenaar (tevens initiatiefnemer) plaatsvindt. De te verhalen kosten voor de gemeente betreffen eventuele nadeelcompensatie en proceskosten. Ten aanzien van deze aspecten is het mogelijk een privaatrechtelijke overeenkomst te sluiten tussen de gemeente en de initiatiefnemer zodat er geen publiekrechtelijk kostenverhaal nodig is. Deze overeenkomst zal voor de vaststelling van het ontwerp TAM-omgevingsplan worden gesloten. De ontwikkeling heeft voor de gemeente geen negatieve financiële gevolgen. 6.2 MAATSCHAPPELIJKE UITVOERBAARHEID 6.2.1 Participatie Participatie is een belangrijk onderdeel van de Omgevingswet. Een initiatiefnemer moet bij het aanvragen van een omgevingsvergunning aangeven of hij aan participatie heeft gedaan en wat de resultaten zijn. Dit aanvraagvereiste omvat geen verplichting voor de aanvrager om aan participatie te doen. De voorgenomen ontwikkeling van één woning is kleinschalig.
De directe omwonenden, de eigenaren van de aanliggende percelen en van de percelen grenzend aan de toegangsweg zijn door de initiatiefnemer over de voorgenomen ontwikkeling van een woning benaderd. Hierbij is hen inzage gegeven in de bestaande en de nieuwe situatie. Het resultaat van hiervan is (geanonimiseerd) in deze paragraaf opgenomen. Samengevat heeft dit geleid tot de volgende reacties van de verschillende betrokkenen. 1. Er is waardering uitgesproken voor het feit dat betrokkene persoonlijk op de hoogte is gebracht van de plannen. In verband met privéomstandigheden kon hij zich nog geen oordeel vormen over het plan. De afspraak is gemaakt hem over de voortgang te informeren. Hoewel de toegangsweg eigendom van de gemeente Schouwen-Duiveland is, wilde hij wel meegeven dat de staat van onderhoud slecht is. 2.
Aanwonenden 2 en 3 hadden na de toelichting op het plan geen vragen of opmerkingen. Zij hebben er ook geen bewaren tegen. Wel wensen ze geïnformeerd te worden over de voortgang. Initiatiefnemer heeft dit toegezegd.
3.
Aanwonenden 4 en 5 zijn per brief op de hoogte gebracht. Een reactie is vooralsnog uitgebleven. Gelet op de grotere afstand tot de beoogde bouwkavel, verwacht initiatiefnemer geen bezwaar. Ook zij zullen over de verdere voortgang worden geïnformeerd.
25
7. Juridische planbeschrijving 7.1 JURIDISCH KADER TAM-IMRO OMGEVINGSPLAN Op 1 januari 2024 is het omgevingsplan van rechtswege ontstaan. Dit omgevingsplan bestaat uit alle ruimtelijke plannen, waaronder bestemmingsplannen en wijzigingsplannen, en uit de bruidsschat die de gemeente van het Rijk heeft ontvangen. In de bruidsschat zitten onder andere regels voor milieubelastende activiteiten en bouwactiviteiten. Gemeenten krijgen tot 1 januari 2032 de tijd om het omgevingsplan van rechtswege en andere regels over de fysieke leefomgeving om te zetten naar een nieuw omgevingsplan. De Omgevingswet integreert wetgeving en regels voor ruimte, wonen, infrastructuur, milieu, natuur en water. Het DSO ondersteunt bij de uitvoering van de wet en bestaat uit lokale systemen van overheden en de landelijke voorziening (DSO-LV), zoals Regels op de kaart en het Omgevingsloket. Er is een tijdelijke alternatieve maatregel (TAM) ontwikkeld voor gemeenten die hun omgevingsplan nog niet kunnen wijzigen met behulp van de nieuwe standaarden (STOP-TPOD). Met behulp van de tijdelijke alternatieve maatregel (TAM) kan met behulp van de IMROstandaard (Informatiemodel Ruimtelijke Ordening) alsnog het omgevingsplan gewijzigd worden. Het gebruik van een TAM-IMRO omgevingsplan is, vooralsnog, toegestaan tot en met 31 december 2025.
Als het ontwerp van een TAM-IMRO omgevingsplan uiterlijk 31 december 2025 ter inzage is gelegd, mag het ook na 1 januari 2026 worden afgemaakt met TAM-IMRO. TAM-IMRO plannen moeten uiterlijk voor 1 januari 2032 worden omgezet naar de nieuwe Standaard officiële publicaties (STOP) met de bijbehorende Toepassingsprofielen omgevingsdocumenten (TPOD). Met het ‘TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22E, Hogezoom 31a Burgh-Haamstede’ wordt de realisatie van een extra woning nabij Hogezoom 31 mogelijk gemaakt. Deze wijziging van het omgevingsplan van de gemeente SchouwenDuiveland is technisch opgesteld conform het Informatiemodel Ruimtelijke Ordening (IMRO), maar is inhoudelijk uitgewerkt op basis van de vereisten volgens de Omgevingswet. 7.2 OPZET VAN DE REGELS 7.2.1 Algemeen Een TAM-IMRO plan wordt opgenomen in het tijdelijk deel van het omgevingsplan. Volgens de werkafspraken van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) wordt een TAM-IMRO omgevingsplan toegevoegd als een nieuw hoofdstuk in een omgevingsplan. Conform deze werkafspraken wordt dit TAM-IMRO omgevingsplan als hoofdstuk 22E ingevoegd in het omgevingsplan van de gemeente Schouwen-Duiveland. Bij het opstellen van dit TAM-IMRO plan is rekening gehouden met de werkafspraken die de VNG heeft vastgelegd rondom de vormgeving van een TAM- IMRO plan, de wettelijke criteria en het (concept) handboek van de gemeente Schouwen-Duiveland.
De regels zijn onderverdeeld in vier hoofdstukken: 1. Inleidende regels. 2. Algemene regels. 3. Gebruiksactiviteiten. 4. Bouwactiviteiten. 5. Aanlegactiviteiten. 6. Overgangsbepalingen. 7.2.2 Preambule Om duidelijk te maken hoe een TAM-IMRO omgevingsplan zich verhoudt tot en integreert met de rest van het omgevingsplan is, conform voorstel van de VNG, na het object ‘Regels’ en voor het toevoegen van het object ‘Hoofdstuk’ een preambule opgenomen. Deze preambule geeft aan hoe het TAM-IMRO omgevingsplan als onderdeel van en in samenhang met de rest van het omgevingsplan gelezen moet worden. 7.2.3 Inleidende regels Hoofdstuk 1 (artikelen 1 tot en met 4) bevat bepalingen die gelden voor het gehele plangebied. Hierin zijn begripsbepalingen en aanvullende begripsbepalingen opgenomen, het toepassingsbereik van de regels van onderhavig TAM-IMRO plan en de meet- en rekenbepalingen.
26
7.2.4 Algemene regels Hoofdstuk 2 bevat de algemene bepalingen (artikelen 6 en 7) die gelden voor het gehele plangebied. Hierin is een anti-dubbeltelregel opgenomen om te voorkomen dat van gronden, waarvan gebruik is gemaakt voor de realisering van een bepaalde activiteit, na realisering daarvan, nogmaals gebruik kan worden gemaakt. Artikel 7 bepaalt dat op eigen terrein een minimaal aantal parkeerplaatsen ten behoeve van de ontwikkeling beschikbaar moet zijn. 7.2.5 Gebruiksactiviteiten Dit hoofdstuk kent functies toe aan locaties en stelt regels aan activiteiten. Binnen het plangebied is de functie ‘Wonen’ toegestaan. Deze functie is in artikel 9 weergegeven. Binnen dit artikel is aangegeven welke activiteiten (bouwactiviteiten, gebruiksactiviteiten) ter plaatse zijn toegestaan. 7.2.6 Bouwactiviteiten Hoofdstuk 4 (artikelen 10 tot en met 13) bepaalt dat er een vergunningplicht geldt voor het bouwen en onder welke voorwaarden hoofdgebouwen (i.c. één levensloopbestendige woning), bijbehorende bouwwerken en overkappingen en andere bouwwerken mogen worden opgericht. Daarnaast geldt er een vergunningplicht voor het bouwen in archeologisch waardevol gebied (artikel 14). 7.2.7 Aanlegactiviteiten In artikel 15 zijn regels opgenomen voor het behoud en de bescherming van waardevolle archeologische informatie in de bodem ( functie ‘Waarde – Archeologie 2500’).
7.2.8 Overgangsregels In dit hoofdstuk is het overgangsrecht van bouwwerken en het overgangsrecht van gebruik opgenomen. Dit houdt in dat legaal aanwezig gebruik kan worden voortgezet en legaal aanwezige bebouwing of bebouwing aanwezig kan blijven en worden veranderd of vergroot.
27
Bijlagen
Bijlage 1: Verkennend Bodemonderzoek
VERKENNEND BODEMONDERZOEK
Hogezoom 31A Burgh-Haamstede
MCG Zuidwest B.V. Schouwersweg 9 4451 HS Heinkenszand T: 0113 567 926 I: www.mcgzuidwest.nl E: info@mcgzuidwest.nl
Opdrachtgever
Atmana Bouwkundig Adviesbureau De Roterij 40 4328 BA Burgh-Haamstede
Projectnummer Status Versie Datum Projectleider (Mede)auteur
24MCG097.10 Definitief 01 2 mei 2024 De heer M. Kwast Mevr. M. van der Klooster
INHOUD 1
INLEIDING
3
1.1
Aanleiding en doel
3
1.2
Kwaliteit
3
1.3
Betrouwbaarheid
4
2
VOORONDERZOEK
5
2.1
Locatiegegevens
5
2.2
Terreinverkenning
5
2.3
Boomgaardenkaart
5
2.4
Asbest
6
2.5
PFAS
6
2.6
Bodemkwaliteitskaart
6
2.7
Geohydrologie
6
2.8
Archeologie en ontplofbare oorlogsresten
7
2.9
Eerdere onderzoeken
7
2.10
Interpretatie en conclusie vooronderzoek
8
2.11
Onderzoeksstrategie
8
3
VERRICHTE WERKZAAMHEDEN
9
3.1
Veldwerkzaamheden
9
3.2
Laboratoriumonderzoek
9
4
RESULTATEN
11
4.1
Toetsing
11
5
CONCLUSIES EN ADVIES
12
5.1
Conclusies
12
5.2
Toetsing onderzoekshypotheses
12
5.3
Advies
12
BIJLAGEN 1: Overzichtskaart 2: Situatietekening 3: Foto’s 4: Profielbeschrijvingen 5: Analyseresultaten 6: Toetsingsresultaten 7: Toetsingskader 8: Achtergrondinformatie
2
24MCG097.10
1
INLEIDING
1.1
Aanleiding en doel
In opdracht van Atmana Bouwkundig Adviesbureau heeft MCG Zuidwest B.V. in maart/april 2024 een verkennend bodemonderzoek volgens de NEN 5740 uitgevoerd ter plaatse van de Hogezoom 31A te Burgh-Haamstede. De aanleiding voor het verkennend bodemonderzoek is de bestemmingsplanwijziging en de aanvraag van een omgevingsvergunning voor de geplande nieuwbouw. Het doel van het onderzoek is het vaststellen van de huidige kwaliteit van de bodem, dat wil zeggen de kwaliteit van de grond en het grondwater. Het onderzoek is uitgevoerd conform de eisen uit de normen NEN 5725 1 en NEN 5740 2. In de volgende hoofdstukken is een uitwerking van de locatie- en achtergrondgegevens, de opzet en uitvoering van het onderzoek en de behaalde resultaten opgenomen. Op basis van de interpretatie van alle gegevens en toetsing aan de doelstelling(en) van het onderzoek zijn conclusies getrokken. Op basis van de in deze rapportage beschreven werkzaamheden en conclusies kan geen uitspraak worden gedaan over aan- of afwezigheid van asbest(verontreiniging) op de locatie. Hiervoor is altijd onderzoek conform de onderzoeknormen NEN 5707 3 (bodem en partijen grond) of NEN 5897 4 (bouwen sloopafval en recyclinggranulaat) noodzakelijk. Wel kan onderhavig onderzoek leiden tot een aanbeveling voor onderzoek naar asbest.
1.2
Kwaliteit
Het bodemonderzoek is uitgevoerd volgens de BRL SIKB 2000: veldwerk bij milieuhygiënisch bodemen waterbodemonderzoek. De volgende onderliggende protocollen zijn van toepassing: - Protocol 2001: plaatsen van handboringen en peilbuizen, maken van boorbeschrijvingen, nemen van grondmonsters en waterpassen; - Protocol 2002: het nemen van grondwatermonsters. Het procescertificaat van MCG Zuidwest B.V. en het daarbij behorende keurmerk zijn uitsluitend van toepassing op de activiteiten inzake de monsterneming en de overdracht van de monsters, inclusief de daarbij behorende veldwerkregistratie aan een erkend laboratorium of de opdrachtgever. De analyses zijn uitgevoerd door een geaccrediteerd laboratorium. De analyseresultaten zijn getoetst aan de toetsingscriteria zoals gesteld in de Omgevingswet. De onderzochte locatie is niet in eigendom van MCG Zuidwest B.V. of gerelateerde zusterbedrijven. Hierdoor is de wettelijk voorgeschreven functiescheiding geborgd.
1
NEN 5725:2023 (NEN, oktober 2023)
2
NEN 5740:2023 (NEN, oktober 2023)
3
NEN 5707+C2:2017 (NEN, december 2017)
4
NEN 5897+C2:2017 (NEN, december 2017)
3
24MCG097.10
1.3
Betrouwbaarheid
Het onderzoek is op zorgvuldige wijze verricht volgens de algemeen gebruikelijke inzichten en methoden. MCG Zuidwest B.V. streeft bij elk onderzoek naar een optimale representativiteit. Het onderzoek is echter gebaseerd op een beperkt aantal boringen/gaten en monsters. Hierdoor blijft het mogelijk dat plaatselijke afwijkingen in de samenstelling van de bodem en/of puinlaag aanwezig zijn welke tijdens het onderzoek niet naar voren zijn gekomen. MCG Zuidwest B.V. is niet aansprakelijk voor hieruit voortvloeiende schade of gevolgen van welke aard ook. Ondanks dit onderzoek kan achteraf aanvullende verontreiniging worden geconstateerd (restrisico). Daarom dient bij sloop- en bouwactiviteiten en bij grondwerkzaamheden steeds aandacht gegeven te worden aan afwijkende kenmerken van de bodem zoals een afwijkende kleur, geur, bijmenging en onbekende obstakels zoals leidingwerken, putten en puinlagen.
Tevens wordt erop gewezen dat dit onderzoek een momentopname is. De bodem en/of puinlaag kan na het onderzoek van kwaliteit veranderen door bijvoorbeeld een calamiteit of aanvoer van grond. Om de aanvoer van verontreinigde grond te voorkomen, dient de leverancier van de grond en/of het ophoogzand een certificaat te overleggen van de herkomst en van de chemische kwaliteit van het materiaal. In algemene zin wordt gesteld dat ongedefinieerd puin en funderingspuin waarvan de herkomst en tijdstip van productie en toepassing niet bekend is, verdacht zijn voor asbest, tenzij het materiaal is toegepast voor of nadat grootschalig met asbest werd gewerkt, of een asbestonderzoek conform de NEN 5707 en/of NEN 5897 is uitgevoerd.
4
24MCG097.10
2
VOORONDERZOEK In dit hoofdstuk wordt het voormalige, het huidige en het toekomstige bodemgebruik omschreven. Dit zal leiden tot een hypothese over de mogelijke verontreinigingssituatie van de onderzoekslocatie. In de NEN 5725 zijn verschillende mogelijke aanleidingen voor vooronderzoek naar landbodems geformuleerd. Voor onderhavig onderzoek is/zijn de volgende aanleiding(en) van toepassing: -
Aanleiding A: uitvoeren van een bodemonderzoek, saneren van een milieubelastende activiteit en/of realiseren van een gebouw op een bodemgevoelige locatie.
Voor het vooronderzoek volgens de NEN 5725 is gebruik gemaakt van gegevens verkregen uit: - Kadastrale, topografische en historische kaarten; - Een terreinverkenning; - Bodemkwaliteitskaart en boomgaardenkaart provincie Zeeland; - Digitale bodeminformatiesystemen (bijvoorbeeld Bodemloket); - Eerder onderzoek; - informatie van de opdrachtgever.
2.1
Locatiegegevens
In onderstaande tabel zijn de locatiegegevens van de onderzoekslocatie weergegeven. Tabel 1: Locatiegegevens Adres Kadastrale aanduiding Oppervlakte Aard maaiveld Huidig gebruik Toekomstig gebruik Gebruik omgeving
Hogezoom 31A te Burgh-Haamstede Westerschouwen, sectie F, perceelnummer 2240 (gedeeltelijk) Ca. 2.430 m2 Onverhard Wonen met tuin Wonen met tuin Wonen met tuin/buitengebied
Een overzicht van de ligging van de onderzoekslocatie is opgenomen in Bijlage 1. De onderzoekslocatie is gelegen in het buitengebied op circa 750 meter ten noorden van de kern van Burgh-Haamstede. Uit kaartmateriaal van topotijdreis.nl blijkt dat ten oosten van de onderzoekslocatie begin twintigste eeuw een stoomtram van Burgh-Haamstede naar Renesse in gebruik was tot omstreeks de jaren ’60. De eerste bebouwing op de locatie stamt uit de jaren ’80. Er zijn geen historische gegevens bekend over bodembedreigende (bedrijfs)activiteiten of calamiteiten op de locatie, waardoor de bodem verontreinigd kan zijn geraakt.
2.2
Terreinverkenning
Uit de terreinverkenning die is uitgevoerd voorafgaand aan het veldwerk blijkt dat het een onverhard, begroeid met gras perceel betreft. Er zijn geen asbestverdachte (plaat)materialen op het maaiveld waargenomen. Ook zijn er geen asbestverdachte objecten aanwezig, waarvan door verwering of beschadiging asbest in de bodem kan zijn gekomen. Er zijn geen bovengrondse brandstof- of dieseltanks aangetroffen. Er zijn ook geen aanwijzingen waargenomen die duiden op ondergrondse tanks. Veder zijn geen verdachte deellocaties of bodembedreigende activiteiten zoals illegale lozingen of stortingen aangetroffen.
De foto’s van de locatie zijn opgenomen in Bijlage 3.
2.3
Boomgaardenkaart
Op basis van de boomgaardenkaart van de provincie Zeeland is de onderzoekslocatie niet gelegen in een voormalig fruitteeltgebied. Daarom is de locatie niet verdacht voor organochloorbestrijdingsmiddelen.
5
24MCG097.10
2.4
Asbest
Voor de bepaling of de locatie verdacht is voor bodemverontreiniging met asbest, wordt als uitgangspunt gehanteerd dat asbest grootschalig is toepast in de periode vanaf het einde van de Tweede Wereldoorlog tot circa 1995. De woning ter plaatse van de Hogezoom 31A te Burgh-Haamstede is in 2007 gebouwd (bron: BAGviewer, Basisregistraties Adressen en Gebouwen) en valt dus buiten de periode waarbij tijdens de bouwprojecten asbesthoudend materiaal (grootschalig) is toegepast. Het wordt derhalve niet waarschijnlijk geacht dat tijdens de bouw asbesthoudend materiaal is toegepast en in de bodem terechtgekomen is. In algemene zin wordt gesteld dat puinlagen en/of grondlagen waarin bijmenging van puin en/of ander sloopafval voorkomt worden verdacht voor aanwezigheid van asbest. Mogelijk is sprake van verontreiniging met asbest, tenzij de betreffende lagen zijn toegepast voordat grootschalig met asbest werd gewerkt (en dit aantoonbaar kan worden gemaakt) en/of het tegendeel is bewezen. Dit laatste is alleen mogelijk door middel van asbestonderzoek conform NEN 5707 (grond) en/of NEN 5897 (bouwen sloopafval en recyclingsgranulaat).
2.5
PFAS
PFAS betreft de verzamelnaam voor poly- en perfluoralkylverbindingen. Stoffen die breed zijn toegepast in industriële en huishoudelijke producten. De bekendste verbindingen betreffen PFOS (perfluoroctaansulfonzuur) en PFOA (perfluoroctaanzuur). De unieke oppervlakte-actieve eigenschappen maken deze stoffen, en dus de producten waarin ze verwerkt zijn, water- en olieafstotend en daarnaast zijn ze zeer bestendig tegen hoge temperaturen en zuren. Ze zijn dan ook toegepast als bijvoorbeeld vlekkenbeschermingsmiddelen, het waterafstotend maken van textiel, als antiaanbaklagen en als hulpstof in bepaalde soorten blusschuim. Uit het vooronderzoek blijkt dat geen sprake is van (historische) activiteiten op of nabij de onderzoekslocaties welke verontreiniging met PFAS in de grond of het grondwater kunnen hebben veroorzaakt. Er zijn geen voorgaande onderzoeken naar PFAS op of nabij de onderzoekslocaties bekend.
2.6
2.7
Bodemkwaliteitskaart
Op basis van de bodemkwaliteitskaart van de gemeente Schouwen-Duiveland is de onderzoekslocatie gelegen in zone A ‘Buitengebied zonder Zierikzee’ en heeft de locatie de bodemfunctie ‘overig’. De bodemkwaliteit van de boven- en ondergrond is geclassificeerd als ‘Landbouw/natuur’.
Geohydrologie
Op basis van in de nabijheid van de onderzoekslocatie gelegen boringen en daarvan afgeleid kaartmateriaal, afkomstig van onder andere TNO en de voormalige RGD (bronhouder: DINOloket), is het onderstaande vereenvoudigde bodemmodel geformuleerd. De werkelijke bodemopbouw en grondwaterstand ter plaatse van de onderzoekslocatie kan hiervan afwijken.
6
24MCG097.10
2.8
Archeologie en ontplofbare oorlogsresten
De onderzoekslocatie is op basis van de digitale archeologische waardenkaart (bron: Indicatief Kaart Archeologische Waarden (IKAW)) gelegen in een zone zonder archeologische waarde (beschermd). Naar verwachting hoeft geen rekening gehouden te worden met het mogelijk aanwezig zijn van archeologische waardevolle artefacten in de grond. Er gelden daarom geen beperkingen voor het uitvoeren van veldwerkzaamheden. Binnen de gemeente Schouwen-Duiveland is beleid opgesteld rondom het thema (opsporing) ontplofbare oorlogsresten (NGE beleidskaart). Op basis van deze kaart is de onderzoekslocatie gelegen in een gebied welke gelegen is in een zone met hoge trefkans op de aanwezigheid van ontplofbare oorlogsresten. De veldwerkzaamheden voor het bodemonderzoek worden handmatig en voorzichtig uitgevoerd. Indien tijdens de veldwerkzaamheden een niet-doorboorbare obstakel in de bodem wordt aangetroffen, wordt de boring gestaakt en verplaatst.
2.9
Eerdere onderzoeken
Uit de beschikbare gegevens blijkt dat op de onderzoekslocatie en de nabije omgeving voor zover bekend in het verleden geen bodemonderzoeken zijn uitgevoerd.
7
24MCG097.10
2.10 Interpretatie en conclusie vooronderzoek
In NEN 5725 zijn per generieke aanleiding zoals benoemd in het begin van dit hoofdstuk, diverse te beantwoorden onderzoeksvragen geformuleerd. Na het verkrijgen van de gegevens beschreven in voorgaande paragrafen dienen in onderhavig onderzoek nog de volgende vragen te worden beantwoord om een onderzoekshypothese te vormen. De antwoorden zijn weergegeven in onderstaande tabel. Tabel 2: Beantwoorden onderzoeksvragen Aanleiding A: uitvoeren van een bodemonderzoek, saneren van een milieubelastende activiteit en/of realiseren van een gebouw op een bodemgevoelige locatie. Zijn er potentiële bronnen van bodembelasting (verdachte (deel)locatie(s)), zowel vanuit het verleden als het heden? Zo ja, wat zijn deze potentiële bronnen van bodembelasting, waar liggen ze en wat zijn de mogelijke bodembedreigende stoffen? Nee. Welke kwaliteitsklasse is toegekend aan de bodem in de bodemkwaliteitskaart en welke lagen zijn daarbij onderscheiden? Landbouw/natuur voor de boven- en ondergrond. Is de bodem asbestverdacht? De bodem is op voorhand niet asbestverdacht, indien tijdens veldwerkzaamheden asbestverdachte materialen of asbestverdachte bijmengingen worden aangetroffen zal de bodem wel worden beschouwd als asbestverdacht.
Wat is de bodemopbouw en geohydrologie, en is er binnen het onderzoeksgebied sprake van verschillende fysische kwaliteiten en/of bodemvreemde lagen? Zo ja, welke fysische kwaliteiten en/of bodemvreemde lagen zijn er en waar bevinden die zich? De bodemopbouw is op voorhand niet met zekerheid vast te stellen, vermoedelijk bestaat de bodem met name uit zand. Wordt de bodemkwaliteit of de kwaliteit van het grondwater op de locatie beïnvloed door de omgeving? Zo ja, hoe en waar? Nee. De voormalige tramlijn ten oosten van de onderzoekslocatie wordt niet van invloed geacht. Wordt op de locatie of een deel daarvan een geval van ernstige bodemverontreiniging of een sterke verontreiniging (boven interventiewaarde) vermoed? Zo ja, waar bevindt deze zich? Nee. Is de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem afdoende bekend of is bodemonderzoek noodzakelijk? Bodemonderzoek is noodzakelijk. Er is niet voldoende informatie beschikbaar met betrekking tot de actuele bodemkwaliteit. Welke hypothese over de bodemkwaliteit en welke strategie is van toepassing bij de uitvoering van een bodemonderzoek (inclusief de indeling van de onderzoekslocatie in deellocaties met verschillende strategieën)? Voor de bovengrond is de hypothese gesteld dat deze niet verontreinigd is met verschillende parameters uit het standaardpakket (pakket A) voor grond.
Voor de ondergrond is de hypothese gesteld dat deze niet verontreinigd is met verschillende parameters uit het standaardpakket (pakket A) voor grond. Voor het grondwater is de hypothese gesteld dat deze niet verontreinigd is met verschillende parameters uit het standaardpakket (pakket B) voor grondwater. Mogelijk zijn van nature verhoogde concentraties met barium en/of molybdeen aanwezig. Voor de strategie wordt verwezen naar paragraaf 2.11.
2.11 Onderzoeksstrategie
De onderzoekslocatie heeft een oppervlakte van circa 2.430 m². In het kader van de NEN 5740 is op basis van het vooronderzoek uitgegaan van de onderzoeksstrategie voor een onverdachte locatie (ONV-NL). In onderstaande tabel is de onderzoeksstrategie samengevat weergegeven. Tabel 3: Onderzoeksstrategie (Deel)locatie Opp. 2.000 - 3.000 m2 Pakket A: Pakket B:
Strategie
Analyses Grond Grondwater ONV-NL 2 Pakket A bovengrond 1 Pakket B 1 Pakket A ondergrond Standaardpakket grond (NEN 5740): lutum, droge en organische stof, zware metalen, PAK, PCB en minerale olie Standaardpakket grondwater (NEN 5740): zware metalen, BTEXN, VOCl en minerale olie 0.5 m-mv 9
Aantal boringen 2.0 m-mv Peilbuis 2 1
8
24MCG097.10
3
VERRICHTE WERKZAAMHEDEN
3.1
Veldwerkzaamheden
Het veldwerk is uitgevoerd op 26 maart 2024 door dhr. B.N. Maas, gecertificeerd en erkend veldwerker van MCG Zuidwest B.V. De positionering van de boringen zijn weergegeven op de situatietekening in Bijlage 2. De booromschrijvingen zijn opgenomen in Bijlage 4. Er zijn in totaal 12 boringen (01 t/m 12) uitgevoerd tot een maximale diepte van 2,0 m-mv, waarbij boring 04 is afgewerkt met een peilbuis ten behoeve van de bemonstering van het grondwater. De grondwaterstand is tijdens de veldwerkzaamheden vastgesteld op een gemiddelde diepte van 0,5 m-mv. De bodemprofielen van de uitgevoerde grondboringen zijn beschreven en de opgeboorde grond is zintuiglijk beoordeeld. De boven- en ondergrond bestaat tot de maximaal geboorde diepte van 2,0 m-mv uit matig fijn zand. Bij de uitgevoerde grondboringen zijn zintuiglijk geen bijzonderheden waargenomen. Tijdens de uitvoering van de veldwerkzaamheden hebben geen afwijkingen plaatsgevonden die een negatieve invloed kunnen hebben op het onderzoeksresultaat. Tijdens het veldwerk is aandacht geschonken aan de aanwezigheid van asbestverdachte materialen op het maaiveld en in de opgeboorde grond. Dit materiaal is zintuiglijk niet waargenomen. De grond is bemonsterd per traject van maximaal 0,5 m, of gerelateerd aan de bodemsamenstelling. Op 2 april 2024 is het grondwater uit de peilbuis bemonsterd door dhr. B.N. Maas.
Op 17 april 2024 is het grondwater her-bemonsterd door dhr. S.P. Rijk, gecertificeerd en erkend veldwerker van MCG Zuidwest B.V. In onderstaande tabel zijn de meetgegevens van de peilbuisbemonstering weergegeven. Tabel 4: Metingen grondwater Watermonster 04-1-1 04-1-2
Filterdiepte (m-mv) 1,00 - 2,00 1,00 - 2,00
Grondwaterstand (m-mv) 0,42 0,45
pH 5,6 5,8
EC (µS/cm) 194,8 203
Troebelheid (NTU) 15,2 14,4
Er is sprake van een verhoogde NTU wanneer de meetwaarde boven de natuurlijke waarden (0 - 10 NTU) is gelegen. Dit is van toepassing voor het grondwater uit peilbuis 04. De verhoging is het gevolg van een verhoogde concentratie aan emulsie en/of in suspensie zijnde vaste (grond)deeltjes. Wanneer bij een verhoogde NTU onvoorziene verontreiniging in het grondwater wordt gemeten kan dit resultaat worden geverifieerd door herbemonstering en -analyse van het grondwater. Hierbij dient een langere rusttijd (herstel van de bodembalans) in acht te worden genomen en/of een andere bemonsteringstechniek (pompen met lager debiet van grondwater) te worden toegepast. Daarnaast is de relatief lage pH waarde reden geweest voor een herbemonstering, ook gezien de resultaten van de op 2 april uitgevoerde bemonstering.
3.2
Laboratoriumonderzoek
De grond- en grondwatermonsters zijn zo spoedig mogelijk na monsterneming aangeboden aan een door de Raad van Accreditatie erkend milieulaboratorium. Vooraf heeft door MCG Zuidwest B.V. conservering van de monsters plaatsgevonden. Het laboratorium is verzocht de grond(meng)monsters en het grondwatermonster te analyseren volgens het opgestelde analyseprogramma zoals weergegeven in onderstaande tabellen. De analysecertificaten zijn opgenomen in Bijlage 5.
9
24MCG097.10
Tabel 5: Analyses grond Analysemonster MM1
MM2
MM3
Deelmonsters (m-mv) 01 (0,00 - 0,50) 02 (0,00 - 0,50) 03 (0,00 - 0,50) 04 (0,00 - 0,50) 05 (0,00 - 0,50) 06 (0,00 - 0,50) 07 (0,00 - 0,50) 08 (0,00 - 0,50) 09 (0,00 - 0,50) 10 (0,00 - 0,50) 11 (0,00 - 0,50) 12 (0,00 - 0,50) 01 (0,50 - 1,00) 04 (0,50 - 1,00) 04 (1,00 - 1,50) 07 (0,50 - 1,00)
Analyse Pakket A
Motivatie Kwaliteitsbepaling bovengrond
Pakket A
Kwaliteitsbepaling bovengrond
Pakket A
Kwaliteitsbepaling ondergrond
Tabel 6: Analyses grondwater Analysemonster
Filterstelling (m-mv)
Analyse
Motivatie
04-1-1 04-1-2
1,00 - 2,00 1,00 - 2,00
Pakket B Zware metalenpakket
Kwaliteitsbepaling grondwater Heranalyse kwik
10
24MCG097.10
4
4.1
RESULTATEN
In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de analyseresultaten van het eerder opgestelde analyseprogramma. De resultaten zijn weergegeven in de volgende paragrafen. De bijbehorende analysecertificaten en toetsingstabellen zijn opgenomen in Bijlage 5 en 6. Voor een overzicht van het toetsingskader wordt verwezen naar Bijlage 7.
Toetsing
In onderstaande tabellen zijn de toetsingsresultaten voor de grond en het grondwater samengevat weergegeven. Tabel 7: Toetsingsresultaten grond Analyse monster
> Wonen
> Industrie
MM1
> Landbouw / natuur PCB
-
-
> Matig verontreinigd (>I) -
MM2
-
-
-
-
MM3
-
-
-
-
Bbk conclusie indicatief Klasse Landbouw/ natuur Klasse Landbouw/ natuur Klasse Landbouw/ natuur
Disclaimer: Toetsingen zijn voorlopig uitgevoerd volgens tijdelijke kaders van de Omgevingswet, in afwachting van formele vaststelling door Rijkswaterstaat medio 2024. Hieraan kunnen geen rechten worden ontleend. Tabel 8: Toetsingsresultaten grondwater Watermonster 04-1-1
Filterdiepte (m-mv) 1,00 - 2,00
04-1-2
1,00 - 2,00
> S (+index) Koper (0,13) Zink (0,17) Cadmium (0,05) Koper (0,27) Zink (0,12) Cadmium (0,05)
11
> I (+index) Kwik (1,76) Kwik (1,76)
24MCG097.10
5
CONCLUSIES EN ADVIES
5.1
Conclusies
Uit de resultaten blijkt dat in de bovengrond plaatselijk voor de parameter PCB een overschrijding van de klasse landbouw/natuur is aangetoond. Zowel de boven- als ondergrond voldoen echter aan de maximale waarden voor klasse Landbouw/natuur.
In het grondwater is een interventiewaarde overschrijding met kwik aangetoond. Op basis van de resultaten is een her-bemonstering uitgevoerd waarbij voor wat betreft kwik exact dezelfde resultaten zijn aangetoond. De interventiewaarde overschrijding is vermoedelijk te relateren aan de relatief lage pH waarde van het grondwater waardoor metalen in hogere mate worden opgenomen in het grondwater. De oorzaak van de lage pH waarde is niet bekend, in de omgeving zijn geen bodemonderzoeken bekend die hier meer inzicht in kunnen geven. In het document ‘Grondwaterkwaliteit Nederland 2020’ (Platform Meetnetbeheerders bodem- en grondwaterkwaliteit, d.d. mei 2020) staat beschreven dat kwik zelden boven de rapportagegrens uitkomt in Nederland. Alleen in de kustzones en Noord-Brabant zijn incidenteel verhoogde concentraties waargenomen. Hiervoor is nog geen verklaring gevonden. Tevens ligt op basis van het document de drinkwaternorm voor kwik (1,0 μg/l) hoger dan de interventiewaarde voor grondwater (0,3 μg/l). Gezien de relatief lage pH waarde wordt de overschrijding met kwik vooralsnog als van nature verhoogde beschouwd.
5.2
Toetsing onderzoekshypotheses
In het vooronderzoek zijn onderzoekshypotheses geformuleerd op basis waarvan de gebruikte onderzoeks- en analysestrategieën zijn opgesteld. Hieronder is weergegeven in hoeverre deze hypotheses verworpen kunnen worden of dienen te worden aangenomen op basis van de onderzoeksresultaten. Eventuele gevolgen voor het vervolgtraject zijn in de paragraaf Advies opgenomen. Voor het onderzoek naar chemische parameters is uitgegaan van de hypotheses: •
•
•
5.3
Bovengrond: onverdacht voor bodemverontreiniging met diverse parameters uit het standaardpakket voor grond. Deze hypothese dient op basis van de onderzoeksresultaten te worden verworpen. Ondergrond: onverdacht voor bodemverontreiniging met diverse parameters uit het standaardpakket voor grond. Deze hypothese kan op basis van de onderzoeksresultaten worden aangenomen. Grondwater: onverdacht voor bodemverontreiniging met diverse parameters uit het standaardpakket voor grondwater. Deze hypothese dient op basis van de onderzoeksresultaten te worden verworpen.
Advies
Op basis van de resultaten van dit verkennend bodemonderzoek wordt geadviseerd dat er vanuit milieuhygiënisch oogpunt geen belemmeringen zijn voor de bestemmingsplanwijziging en omgevingsvergunning van de voorgenomen nieuwbouw op de onderzoekslocatie. Het is echter aan het bevoegd gezag, te weten de gemeente Schouwen-Duiveland, om aan te geven of het uitvoeren van een nader te bepalen vorm van onderzoek noodzakelijk is. Aanbevolen wordt om vrijkomende grond te hergebruiken binnen de perceelsgrenzen. Dit onderzoek kan niet zonder meer gebruikt worden om grond, afkomstig van de onderzoekslocatie, elders toe te passen. Hiervoor dienen de toepassingseisen van het Besluit bodemkwaliteit in acht genomen te worden.
12
24MCG097.10
BIJLAGE 1 Overzichtskaart
LOCATIEOVERZICHT TOPOGRAFISCHE KAART
Bron: Topotijdreis, schaal 1 : 25.000
BIJLAGE 2 Situatietekening
-Overzichtskaart-
-Situatie-
05
Schaal 1:250
01
10 09
02 05 01
10 09
02
03
11
06
04 08
12 07
03
11 04
06
08
-Legenda12
Boring tot 0,5 m-mv Boring tot 1,0 m-mv Boring tot 2,0 m-mv Boring afgewerkt met een peilbuis Boring gestaakt
07
Contour onderzoekslocatie Toekomstige nieuwbouwvlakken Bestaande gebouwen
0
2.5
5
7.5
10
12.5m
1:250 DATUM VELDWERK:
26-3-2024
NAAM VELDWERKER:
BM
OPMERKINGEN:
SCHAAL:
1:250
GET:
MK
25-3-2024
GECONTR:
EDP
25-3-2024
GEZIEN:
EDP
25-3-2024
BENAMING:
Verkennend bodemonderzoek
Hogezoom 31A Burgh-Haamstede Gemeente Schouwen-Duiveland
Situatieschets met boorpunten en peilbuis FORMAAT:
A3 Schouwersweg 9, 4451 HS Heinkenszand Tel: (0113) 56 79 26 www.MCGzuidwest.nl Info@MCGzuidwest.nl
WIJZIGINGEN
WERKNUMMER:
24MCG097.10
TEKENINGNUMMER:
24MCG097.10/01
A:
B:
C:
BIJLAGE 3 Foto’s
FOTOVERSLAG
Foto 1
Foto 2
Foto 3
FOTOVERSLAG
Foto 4
BIJLAGE 4 Profielbeschrijvingen
Schaal 1: 25 Boring:
01
Boring: 0
0
braak
02 0
0
Zand matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, zwak wortelhoudend, donker grijsbruin
braak Zand matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, zwak wortelhoudend, donkerbruin
1
1
-50
50
-50
50 Zand matig fijn, matig siltig, matig roesthoudend, neutraal roestbruin
2
-100
100
Zand matig fijn, matig siltig, zwak roesthoudend, lichtbruin 3
-150
150
Zand matig fijn, matig siltig, neutraal grijsbeige 4
-200
200
Boring:
03
Boring: 0
0
braak
04 0
0
Zand matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, zwak wortelhoudend, donkerbruin
Zand matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, zwak wortelhoudend, donker grijsbruin
1
50
braak
1
-50
-50
50
Zand matig fijn, matig siltig, neutraal bruinbeige 2
-100
100
Zand matig fijn, matig siltig, lichtbeige 3
-150
150
Zand matig fijn, matig siltig, neutraal grijsbeige 4
200
Projectcode: 24MCG097.10
-200
Projectnaam: Hogezoom 31A Burgh-Haamstede getekend volgens NEN 5104
Schaal 1: 25 Boring:
05
Boring: 0
0
braak
06 0
0
Zand matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, zwak wortelhoudend, donkerbruin
Zand matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, zwak wortelhoudend, donkerbruin
1
1
-50
50
Boring:
-50
50
07
Boring: 0
0
braak
08 0
0
Zand matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, zwak wortelhoudend, donkerbruin
braak Zand matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, zwak wortelhoudend, donkerbruin
1
1
-50
50
braak
50
-50
Zand matig fijn, matig siltig, licht beigebruin 2
-100
100
Zand matig fijn, matig siltig, licht grijsbruin 3
-150
150
Zand matig fijn, matig siltig, neutraal grijsbeige 4
200
-200
Projectcode: 24MCG097.10
Projectnaam: Hogezoom 31A Burgh-Haamstede getekend volgens NEN 5104
Schaal 1: 25 Boring:
09
Boring: 0
0
braak
10 0
0
Zand matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, zwak wortelhoudend, donkerbruin
Zand matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, zwak wortelhoudend, donkerbruin
1
1
-50
50
Boring:
-50
50
11
Boring: 0
0
braak
12 0
0
Zand matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, zwak wortelhoudend, donkerbruin
braak Zand matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, zwak wortelhoudend, donkerbruin
1
50
braak
1
-50
Projectcode: 24MCG097.10
50
-50
Projectnaam: Hogezoom 31A Burgh-Haamstede getekend volgens NEN 5104
Legenda (conform NEN 5104)
Schaal 1: 25 grind
klei Grind, siltig
geur Klei, zwak siltig
geen geur zwakke geur
Grind, zwak zandig
matige geur
Klei, matig siltig
sterke geur Grind, matig zandig
Klei, sterk siltig
Grind, sterk zandig
Klei, uiterst siltig
uiterste geur
olie geen olie-water reactie zwakke olie-water reactie Grind, uiterst zandig
Klei, zwak zandig
matige olie-water reactie sterke olie-water reactie
Klei, matig zandig
Klei, sterk zandig
zand
uiterste olie-water reactie
p.i.d.-waarde >0
Zand, kleiïg
>1 >10
Zand, zwak siltig
>100
leem
>1000 Zand, matig siltig
Leem, zwak zandig
Zand, sterk siltig
Leem, sterk zandig
Zand, uiterst siltig
>10000
monsters
geroerd monster
overige toevoegingen
ongeroerd monster
zwak humeus volumering
veen Veen, mineraalarm
matig humeus
Veen, zwak kleiïg
sterk humeus
Veen, sterk kleiïg
zwak grindig
Veen, zwak zandig
matig grindig
Veen, sterk zandig
sterk grindig
overig bijzonder bestanddeel Gemiddeld hoogste grondwaterstand grondwaterstand Gemiddeld laagste grondwaterstand slib
water
peilbuis
blinde buis
casing
hoogste grondwaterstand gemiddelde grondwaterstand laagste grondwaterstand zand afdichting bentoniet/mikoliet/klei afdichting
grind afdichting filter
Projectcode: 24MCG097.10
Projectnaam: Hogezoom 31A Burgh-Haamstede getekend volgens NEN 5104
BIJLAGE 5 Analyseresultaten
MCG Zuidwest BV T.a.v. Michiel Kwast Schouwersweg 9 4451 HS HEINKENSZAND NETHERLANDS
Analysecertificaat Datum: 29-Mar-2024
Hierbij ontvangt u de resultaten van het navolgende laboratoriumonderzoek. Certificaatnummer/Versie Uw project/verslagnummer Uw projectnaam Uw ordernummer Uw datum aanlevering monster(s)
2024039214/1 24MCG097.10 Hogezoom 31A Burgh-Haamstede 24MCG097.10 26-Mar-2024
Dit certificaat mag uitsluitend in zijn geheel worden gereproduceerd. De analyse resultaten hebben alleen betrekking op het beproefde object. De grondmonsters worden tot 4 weken na datum ontvangst bewaard en watermonsters tot 2 weken na datum ontvangst. Zonder tegenbericht worden de monsters nadien afgevoerd. Indien de monsters langer bewaard dienen te blijven verzoeken wij U dit exemplaar uiterlijk 1 werkdag voor afloop van de standaardbewaarperiode ondertekend aan ons te retourneren. Voor de kosten van het langer bewaren van monsters verwijzen wij naar de prijslijst.
Bewaren tot: Datum:
Naam:
Handtekening:
Wij vertrouwen erop uw opdracht hiermee naar verwachting te hebben uitgevoerd, mocht U naar aanleiding van dit analysecertificaat nog vragen hebben verzoeken wij U contact op te nemen met de afdeling Verkoop en Advies.
Met vriendelijke groet, Eurofins Analytico B.V.
Ing. A. Veldhuizen Technical Manager
Eurofins Analytico B.V. Gildeweg 42-46 NL-3771NB Barneveld +31 (0)34 242 63 00 Info-env@eurofins.nl www.eurofins.nl
Venecoweg 5 B-9810 Nazareth +32 (0)9 222 77 59 belgie-env@eurofins.be www.eurofins.be
BNP Paribas S.A. 227 9245 25 IBAN: NL71BNPA0227924525 BIC: BNPANL2A KvK/CoC: 09088623 BTW/VAT: NL 8043.14.883.B01
Eurofins Analytico B.V. is ISO 14001: 2015 gecertificeerd door TÜV en erkend door het Vlaamse, het Brusselse Gewest, het Waalse Gewest en door de overheid van Luxemburg.
Analysecertificaat Uw project/verslagnummer Uw projectnaam Uw ordernummer Uw monsternemer
24MCG097.10 Hogezoom 31A Burgh-Haamstede 24MCG097.10 Bertil Maas
Analyse
Eenheid
Certificaatnummer/Versie Startdatum analyse Datum einde analyse Rapportagedatum Bijlage Pagina 1
2
3
Uitgevoerd
Uitgevoerd
Uitgevoerd
% (m/m)
80.1
78.0
81.8
2024039214/1 26-Mar-2024 29-Mar-2024 29-Mar-2024/08:48 A,B,C 1/2
Voorbehandeling
Cryogeen malen Bodemkundige analyses
S
Droge stof
S
Organische stof
% (m/m) ds
2.8
3.7
1.1
Gloeirest
% (m/m) ds
97
96
99
Korrelgrootte < 2 µm (Lutum)
% (m/m) ds
<2.0
<2.0
<2.0
S
Metalen
S
Barium (Ba)
mg/kg ds
<20
<20
<20
S
Cadmium (Cd)
mg/kg ds
<0.20
<0.20
<0.20
S
Kobalt (Co)
mg/kg ds
<3.0
<3.0
<3.0
S
Koper (Cu)
mg/kg ds
<5.0
<5.0
<5.0
S
Kwik (Hg)
mg/kg ds
0.074
0.058
0.061
S
Molybdeen (Mo)
mg/kg ds
<1.5
<1.5
<1.5
S
Nikkel (Ni)
mg/kg ds
<4.0
<4.0
<4.0
S
Lood (Pb)
mg/kg ds
24
17
16
S
Zink (Zn)
mg/kg ds
<20
<20
<20
Minerale olie (C10-C12)
mg/kg ds
<3.0
<3.0
<3.0
Minerale olie (C12-C16)
mg/kg ds
<5.0
<5.0
<5.0
Minerale olie (C16-C21)
mg/kg ds
<5.0
<5.0
<5.0
Minerale olie (C21-C30)
mg/kg ds
11
12
<10
Minerale olie (C30-C35)
mg/kg ds
12
10
<5.0
Minerale olie (C35-C40)
mg/kg ds
<7.0
<7.0
<7.0
Minerale olie totaal (C10-C40)
mg/kg ds
<35
<35
<35
Minerale olie
S
Polychloorbifenylen, PCB
S
PCB 28
mg/kg ds
<0.0010
<0.0010
<0.0010
S
PCB 52
mg/kg ds
<0.0010
<0.0010
<0.0010
S
PCB 101
mg/kg ds
0.0012
<0.0010
<0.0010
S
PCB 118
mg/kg ds
<0.0010
<0.0010
<0.0010
Nr. Uw monsteromschrijving
Opgegeven monstermatrix
Monster nr.
14153649
MM2 07 (0-50) 08 (0-50) 09 (0-50) 10 (0-50) 11 (0-50) 12 (0-50)
Grond (AS3000) Grond (AS3000)
MM3 01 (50-100) 04 (50-100) 04 (100-150) 07 (50-100)
Grond (AS3000)
14153651
1
MM1 01 (0-50) 02 (0-50) 03 (0-50) 04 (0-50) 05 (0-50) 06 (0-50)
2 3
14153650
Q: door RvA geaccrediteerde verrichting A: AP04 erkende en geaccrediteerde verrichting S: AS SIKB erkende en geaccrediteerde verrichting V: VLAREL erkende verrichting
Eurofins Analytico B.V.
Gildeweg 42-46 Venecoweg 5 NL-3771NB Barneveld B-9810 Nazareth +31 (0)34 242 63 00 +32 (0)9 222 77 59 Info-env@eurofins.nl belgie-env@eurofins.be www.eurofins.nl www.eurofins.be
W: Waals Gewest erkende verrichting
BNP Paribas S.A. 227 9245 25 IBAN: NL71BNPA0227924525 BIC: BNPANL2A KvK/CoC: 09088623 BTW/VAT: NL 8043.14.883.B01
Dit certificaat mag uitsluitend in zijn geheel worden gereproduceerd. Eurofins Analytico B.V. is ISO 14001: 2015 gecertificeerd door TÜV en erkend door het Vlaamse, het Brusselse Gewest, het Waalse Gewest en door de overheid van Luxemburg.
TESTEN RvA L010
Analysecertificaat Uw project/verslagnummer Uw projectnaam Uw ordernummer Uw monsternemer
24MCG097.10 Hogezoom 31A Burgh-Haamstede 24MCG097.10 Bertil Maas
Analyse
Eenheid
Certificaatnummer/Versie Startdatum analyse Datum einde analyse Rapportagedatum Bijlage Pagina 1
2
3
<0.0010
<0.0010
<0.0010
<0.0010
PCB 138
mg/kg ds
0.0017
2)
S
PCB 153
mg/kg ds
0.0024
3)
S
PCB 180
mg/kg ds
0.0020
<0.0010
PCB (som 7) (factor 0,7)
mg/kg ds
0.0094
0.0049
<0.050
<0.050
<0.050
S
S
2024039214/1 26-Mar-2024 29-Mar-2024 29-Mar-2024/08:48 A,B,C 2/2
<0.0010 1)
0.0049
1)
Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen, PAK
S
Naftaleen
mg/kg ds
S
Fenanthreen
mg/kg ds
0.053
0.11
<0.050
S
Anthraceen
mg/kg ds
<0.050
<0.050
<0.050
S
Fluorantheen
mg/kg ds
0.14
0.30
<0.050
S
Benzo(a)anthraceen
mg/kg ds
0.088
0.16
<0.050
S
Chryseen
mg/kg ds
0.11
0.20
<0.050
S
Benzo(k)fluorantheen
mg/kg ds
0.058
0.097
<0.050
S
Benzo(a)pyreen
mg/kg ds
0.098
0.15
<0.050
S
Benzo(ghi)peryleen
mg/kg ds
0.079
0.12
<0.050
S
Indeno(123-cd)pyreen
mg/kg ds
0.095
0.11
<0.050
S
PAK VROM (10) (factor 0,7)
mg/kg ds
0.79
1.3
0.35
Nr. Uw monsteromschrijving
1)
Opgegeven monstermatrix
Monster nr.
14153649
MM2 07 (0-50) 08 (0-50) 09 (0-50) 10 (0-50) 11 (0-50) 12 (0-50)
Grond (AS3000) Grond (AS3000)
MM3 01 (50-100) 04 (50-100) 04 (100-150) 07 (50-100)
Grond (AS3000)
14153651
1
MM1 01 (0-50) 02 (0-50) 03 (0-50) 04 (0-50) 05 (0-50) 06 (0-50)
2 3
Q: door RvA geaccrediteerde verrichting A: AP04 erkende en geaccrediteerde verrichting S: AS SIKB erkende en geaccrediteerde verrichting
Eurofins Analytico B.V.
Gildeweg 42-46 Venecoweg 5 NL-3771NB Barneveld B-9810 Nazareth +31 (0)34 242 63 00 +32 (0)9 222 77 59 Info-env@eurofins.nl belgie-env@eurofins.be www.eurofins.nl www.eurofins.be
V: VLAREL erkende verrichting W: Waals Gewest erkende verrichting
Dit certificaat mag uitsluitend in zijn geheel worden gereproduceerd. BNP Paribas S.A. 227 9245 25 Eurofins Analytico B.V. is ISO 14001: 2015 gecertificeerd door IBAN: NL71BNPA0227924525 TÜV en erkend door het Vlaamse, het Brusselse Gewest, het BIC: BNPANL2A Waalse Gewest en door de overheid van Luxemburg. KvK/CoC: 09088623 BTW/VAT: NL 8043.14.883.B01
14153650
Akkoord Pr.coörd.
VA TESTEN RvA L010
Bijlage (A) met de opgegeven deelmonsterinformatie behorende bij het analysecertificaat. 2024039214/1 Pagina 1/1 Monster nr. Barcode
Uw monsteromschrijving Boornr
14153649
Van
Tot
Uw datum monstername
Monsteromsch./Monstername ID
MM1 01 (0-50) 02 (0-50) 03 (0-50) 04 (0-50) 05 (0- 50) 06 (0-50)
0536476227
01
0
50
26-Mar-2024
1
0536476215
02
0
50
26-Mar-2024
1
0536476219
03
0
50
26-Mar-2024
1
0536476226
04
0
50
26-Mar-2024
1
0536476214
05
0
50
26-Mar-2024
1
0536476225
06
0
50
26-Mar-2024
1
14153650
MM2 07 (0-50) 08 (0-50) 09 (0-50) 10 (0-50) 11 (0- 50) 12 (0-50)
0536476217
07
0
50
26-Mar-2024
1
0536510307
08
0
50
26-Mar-2024
1
0536510309
09
0
50
26-Mar-2024
1
0536510306
10
0
50
26-Mar-2024
1
0536510312
11
0
50
26-Mar-2024
1
0536510459
12
0
50
26-Mar-2024
1
14153651
MM3 01 (50-100) 04 (50-100) 04 (100-150) 07 (50-10 0)
0536476212
01
50
100
26-Mar-2024
2
0536475803
04
50
100
26-Mar-2024
2
0536476222
04
100
150
26-Mar-2024
3
0536476220
07
50
100
26-Mar-2024
2
Eurofins Analytico B.V.
Gildeweg 42-46 Venecoweg 5 NL-3771NB Barneveld B-9810 Nazareth +31 (0)34 242 63 00 +32 (0)9 222 77 59 Info-env@eurofins.nl belgie-env@eurofins.be www.eurofins.nl www.eurofins.be
BNP Paribas S.A. 227 9245 25 IBAN: NL71BNPA0227924525 BIC: BNPANL2A KvK/CoC: 09088623 BTW/VAT: NL 8043.14.883.B01
Eurofins Analytico B.V. is ISO 14001: 2015 gecertificeerd door TÜV en erkend door het Vlaamse, het Brusselse Gewest, het Waalse Gewest en door de overheid van Luxemburg.
Bijlage (B) met opmerkingen behorende bij analysecertificaat 2024039214/1 Pagina 1/1 Opmerking 1)
De toetswaarde van de som is gelijk aan de sommatie van 0,7*RG Opmerking 2)
PCB 138 kan positief beïnvloed worden door PCB 163. Opmerking 3)
PCB 153 kan positief beïnvloed worden door PCB 132.
Eurofins Analytico B.V.
Gildeweg 42-46 Venecoweg 5 NL-3771NB Barneveld B-9810 Nazareth +31 (0)34 242 63 00 +32 (0)9 222 77 59 Info-env@eurofins.nl belgie-env@eurofins.be www.eurofins.nl www.eurofins.be
BNP Paribas S.A. 227 9245 25 IBAN: NL71BNPA0227924525 BIC: BNPANL2A KvK/CoC: 09088623 BTW/VAT: NL 8043.14.883.B01
Eurofins Analytico B.V. is ISO 14001: 2015 gecertificeerd door TÜV en erkend door het Vlaamse, het Brusselse Gewest, het Waalse Gewest en door de overheid van Luxemburg.
.
Bijlage (C) met methodeverwijzingen behorende bij analysecertificaat 2024039214/1
Analyse
Pagina 1/1
Methode
Techniek
Methode referentie
W0106
Voorbehandeling
AS3000
Droge Stof
W0104
Gravimetrie
pb 3010-2 en NEN-EN 15934
Organische stof (gloeiverlies)
W0109
Gravimetrie
pb 3010-3 en NEN 5754
Korrelgrootte < 2 µm (lutum)
W0171
Sedimentatie
pb 3010-4 en NEN 5753
Barium (Ba)
W0423
ICP-MS
pb 3010-5 en NEN-EN-ISO 17294-2
Cadmium (Cd)
W0423
ICP-MS
pb 3010-5 en NEN-EN-ISO 17294-2
Kobalt (Co)
W0423
ICP-MS
pb 3010-5 en NEN-EN-ISO 17294-2
Koper (Cu)
W0423
ICP-MS
pb 3010-5 en NEN-EN-ISO 17294-2
Kwik (Hg)
W0423
ICP-MS
pb 3010-5 en NEN-EN-ISO 17294-2
Molybdeen (Mo)
W0423
ICP-MS
pb 3010-5 en NEN-EN-ISO 17294-2
Nikkel (Ni)
W0423
ICP-MS
pb 3010-5 en NEN-EN-ISO 17294-2
Lood (Pb)
W0423
ICP-MS
pb 3010-5 en NEN-EN-ISO 17294-2
Zink (Zn)
W0423
ICP-MS
pb 3010-5 en NEN-EN-ISO 17294-2
W0202
GC-FID
pb 3010-7 en NEN-EN-ISO 16703
W0271
GC-MS
pb 3010-8 en NEN 6980
Voorbehandeling
Cryogeen malen Bodemkundige analyses
Metalen
Minerale olie
Minerale Olie (C10-C40) Polychloorbifenylen, PCB
PCB (7)
Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen, PAK
PAK som AS3000/AP04
W0271
GC-MS
pb. 3010-6 en NEN-ISO 18287
PAK (10) (VROM)
W0271
GC-MS
pb. 3010-6 en NEN-ISO 18287
Nadere informatie over de toegepaste onderzoeksmethoden alsmede een classificatie van de meetonzekerheid staan vermeld in ons overzicht "Specificaties analysemethoden", versie april 2022.
Eurofins Analytico B.V.
Gildeweg 42-46 Venecoweg 5 NL-3771NB Barneveld B-9810 Nazareth +31 (0)34 242 63 00 +32 (0)9 222 77 59 Info-env@eurofins.nl belgie-env@eurofins.be www.eurofins.nl www.eurofins.be
BNP Paribas S.A. 227 9245 25 IBAN: NL71BNPA0227924525 BIC: BNPANL2A KvK/CoC: 09088623 BTW/VAT: NL 8043.14.883.B01
Eurofins Analytico B.V. is ISO 14001: 2015 gecertificeerd door TÜV en erkend door het Vlaamse, het Brusselse Gewest, het Waalse Gewest en door de overheid van Luxemburg.
MCG Zuidwest BV T.a.v. Michiel Kwast Schouwersweg 9 4451 HS HEINKENSZAND NETHERLANDS
Analysecertificaat Datum: 04-Apr-2024
Hierbij ontvangt u de resultaten van het navolgende laboratoriumonderzoek. Certificaatnummer/Versie Uw project/verslagnummer Uw projectnaam Uw ordernummer Uw datum aanlevering monster(s)
2024042201/1 24MCG097.10 Hogezoom 31A Burgh-Haamstede 24MCG097.10 02-Apr-2024
Dit certificaat mag uitsluitend in zijn geheel worden gereproduceerd. De analyse resultaten hebben alleen betrekking op het beproefde object. De grondmonsters worden tot 4 weken na datum ontvangst bewaard en watermonsters tot 2 weken na datum ontvangst. Zonder tegenbericht worden de monsters nadien afgevoerd. Indien de monsters langer bewaard dienen te blijven verzoeken wij U dit exemplaar uiterlijk 1 werkdag voor afloop van de standaardbewaarperiode ondertekend aan ons te retourneren. Voor de kosten van het langer bewaren van monsters verwijzen wij naar de prijslijst.
Bewaren tot: Datum:
Naam:
Handtekening:
Wij vertrouwen erop uw opdracht hiermee naar verwachting te hebben uitgevoerd, mocht U naar aanleiding van dit analysecertificaat nog vragen hebben verzoeken wij U contact op te nemen met de afdeling Verkoop en Advies.
Met vriendelijke groet, Eurofins Analytico B.V.
Ing. A. Veldhuizen Technical Manager
Eurofins Analytico B.V. Gildeweg 42-46 NL-3771NB Barneveld +31 (0)34 242 63 00 Info-env@eurofins.nl www.eurofins.nl
Venecoweg 5 B-9810 Nazareth +32 (0)9 222 77 59 belgie-env@eurofins.be www.eurofins.be
BNP Paribas S.A. 227 9245 25 IBAN: NL71BNPA0227924525 BIC: BNPANL2A KvK/CoC: 09088623 BTW/VAT: NL 8043.14.883.B01
Eurofins Analytico B.V. is ISO 14001: 2015 gecertificeerd door TÜV en erkend door het Vlaamse, het Brusselse Gewest, het Waalse Gewest en door de overheid van Luxemburg.
Analysecertificaat Uw project/verslagnummer Uw projectnaam Uw ordernummer Uw monsternemer
24MCG097.10 Hogezoom 31A Burgh-Haamstede 24MCG097.10 Bertil Maas
Analyse
Certificaatnummer/Versie Startdatum analyse Datum einde analyse Rapportagedatum Bijlage Pagina
Eenheid
1
2024042201/1 02-Apr-2024 04-Apr-2024 04-Apr-2024/11:59 A,B,C 1/2
Metalen
S
Barium (Ba)
µg/L
<20
S
Cadmium (Cd)
µg/L
0.66
S
Kobalt (Co)
µg/L
<2.0
S
Koper (Cu)
µg/L
23
S
Kwik (Hg)
µg/L
0.49
S
Molybdeen (Mo)
µg/L
<2.0
S
Nikkel (Ni)
µg/L
5.4
S
Lood (Pb)
µg/L
7.8
Zink (Zn)
µg/L
190
S
Vluchtige Aromatische Koolwaterstoffen
S
Benzeen
µg/L
<0.20
S
Tolueen
µg/L
<0.20
S
Ethylbenzeen
µg/L
<0.20
S
o-Xyleen
µg/L
<0.10
S
m,p-Xyleen
µg/L
<0.20
S
Xylenen (som) factor 0,7
µg/L
0.21
BTEX (som)
µg/L
<0.90
S
Styreen
µg/L
<0.20
S
Naftaleen
µg/L
<0.020
1)
Vluchtige organische halogeenkoolwaterstoffen
S
Dichloormethaan
µg/L
<0.20
S
Trichloormethaan
µg/L
<0.20
S
Tetrachloormethaan
µg/L
<0.10
S
Trichlooretheen
µg/L
<0.20
S
Tetrachlooretheen
µg/L
<0.10
S
1,1-Dichloorethaan
µg/L
<0.20
S
1,2-Dichloorethaan
µg/L
<0.20
S
1,1,1-Trichloorethaan
µg/L
<0.10
S
1,1,2-Trichloorethaan
µg/L
<0.10
S
cis 1,2-Dichlooretheen
µg/L
<0.10
Nr. Uw monsteromschrijving
1
04-1-1 04 (100-200)
Opgegeven monstermatrix
Monster nr.
Water (AS3000)
14163280
Q: door RvA geaccrediteerde verrichting A: AP04 erkende en geaccrediteerde verrichting S: AS SIKB erkende en geaccrediteerde verrichting V: VLAREL erkende verrichting
Eurofins Analytico B.V.
Gildeweg 42-46 Venecoweg 5 NL-3771NB Barneveld B-9810 Nazareth +31 (0)34 242 63 00 +32 (0)9 222 77 59 Info-env@eurofins.nl belgie-env@eurofins.be www.eurofins.nl www.eurofins.be
W: Waals Gewest erkende verrichting
BNP Paribas S.A. 227 9245 25 IBAN: NL71BNPA0227924525 BIC: BNPANL2A KvK/CoC: 09088623 BTW/VAT: NL 8043.14.883.B01
Dit certificaat mag uitsluitend in zijn geheel worden gereproduceerd. Eurofins Analytico B.V. is ISO 14001: 2015 gecertificeerd door TÜV en erkend door het Vlaamse, het Brusselse Gewest, het Waalse Gewest en door de overheid van Luxemburg.
TESTEN RvA L010
Analysecertificaat Uw project/verslagnummer Uw projectnaam Uw ordernummer Uw monsternemer
24MCG097.10 Hogezoom 31A Burgh-Haamstede 24MCG097.10 Bertil Maas
Eenheid
1
trans 1,2-Dichlooretheen
µg/L
<0.10
CKW (som)
µg/L
<1.6
Analyse
S S
Certificaatnummer/Versie Startdatum analyse Datum einde analyse Rapportagedatum Bijlage Pagina
Tribroommethaan
µg/L
<0.20
S
Vinylchloride
µg/L
<0.10
S
1,1-Dichlooretheen
µg/L
<0.10
S
1,2-Dichloorethenen (Som) factor 0,7
µg/L
0.14
S
1,1-Dichloorpropaan
µg/L
<0.20
S
1,2-Dichloorpropaan
µg/L
<0.20
S
1,3-Dichloorpropaan
µg/L
<0.20
Dichloorpropanen som factor 0.7
µg/L
0.42
Minerale olie (C10-C12)
µg/L
<10
Minerale olie (C12-C16)
µg/L
<10
Minerale olie (C16-C21)