CConstaterende datSchouwen-Duiveland
Koppel je AI →
Document · PDF

1681584 Bijlage 4 onderbouwing

Gemeenteraad 16 april 2026, gemeente Schouwen-DuivelandBij agendapunt: RVS Adviesrecht omgevingsvergunning modulair woonconcept 90 woningen Sandströmweg Zierikzee (1681584)28.840 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

Licht en Duisternis

5.14.1 Kader Kunstmatige verlichting komt voor bij (autosnel)wegen, (fiets)paden, woonkernen, industrie- en bedrijventerreinen, recreatieterreinen, glastuinbouwbedrijven, sportterreinen (maneges, golfbanen, tennisbanen, voetbalvelden, e.d.). Mogelijk negatieve effecten van lichthinder worden bepaald door enerzijds de aard, intensiteit en duur en plaats van de verlichting en anderzijds door de kans op blootstelling, die gerelateerd is aan de omgeving en de leefwijze van mens en dier. 5.14.2 Onderzoek De projectlocatie ligt binnen het bestaand stedelijk gebied van Zierikzee en wordt omringd door andere bebouwing. Hierdoor is er al sprake van enige verlichting op en rond het projectgebied. Met de ontwikkeling van woningbouw neemt de lichtuitstraling toe. Het is wenselijk om eventuele lichtuitstraling naar de omgeving zoveel mogelijk te beperken. De lichtbronnen die in het plangebied worden beoogd (zoals verlichting in de openbare ruimte) worden niet rondstralend, maar zoveel mogelijk naar de wegen

BOPA ‘Groene Schakel, Zierikzee’ Ontwerp, d.d. 17 december 2025

67

en paden gericht zodat er weinig lichtuitstraling naar boven plaatsvindt. Bovendien wordt zoveel mogelijk gebruik gemaakt van zuinige ledverlichting in zachte kleurtinten. 5.14.3 Conclusie De mogelijke lichthinder vormt echter geen belemmering voor voorliggende ontwikkeling. Voorliggende ontwikkeling heeft geen negatieve invloed op het aspect licht en duisternis. Daarmee is er vanuit dit aspect sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. 5.15

Gezondheid

5.15.1 Kader Overheden moeten bij het ontwikkelen van gebieden zo vroeg mogelijk nadenken over het realiseren van een gezonde fysieke leefomgeving. Zij kunnen eigen gezondheidsambities vastleggen en uitwerken in verschillende instrumenten van de Omgevingswet. De fysieke leefomgeving kan gevolgen hebben voor de gezondheid van mensen, in positieve of negatieve zin. Zo kan een groene en beweegvriendelijke omgeving goed zijn voor de gezondheid. Aan de andere kant kunnen bijvoorbeeld een matige luchtkwaliteit of een lawaaiige omgeving ongezond zijn. In artikel 1.3 van de Omgevingswet staan de maatschappelijke doelen van de wet. Een van die doelen is een gezonde fysieke leefomgeving. Een gezonde leefomgeving ervaren bewoners als prettig, nodigt uit tot gezond gedrag en biedt bescherming tegen negatieve omgevingsinvloeden. 5.15.2 Gezondheid in het projectgebied Het doel van het plan is het creëren van duurzame, gezonde en hittebestendige woningen in een groene omgeving. In het ontwerp van de woning staat het bijdragen aan het fysieke en mentale welzijn van de gebruiker centraal. De woningen dragen op verschillende manieren bij aan gezond en comfortabel wonen. Het ontwerp van het projectgebied draagt bij aan een actieve en gezonde levensstijl. Het gebied nodigt zowel nieuwe bewoners, als de huidige omwonenden van Zierikzee uit tot wandelen en ontspannen in de groene schakel.

Door de nabijheid van het projectgebied bij het centrum van Zierikzee zijn dagelijkse boodschappen en behoeften ook door middel van actieve mobiliteit (wandelen en fietsen) goed mogelijk. Vanuit de woningen zijn mensen direct buiten in het groen, wat een positief effect heeft op de mentale gezondheid. Het landschap waarbinnen de woningen worden gerealiseerd biedt vele aanleidingen voor ontmoeting en bewegen. Bankjes en open plekken worden door ‘ommetjes’ met elkaar verbonden. Hiermee wordt een landschap gecreëerd dat een bijdrage levert aan de sociale samenhang tussen bewoners en dat beweging stimuleert. De groene omgeving draagt ook bij aan de lokale biodiversiteit. Een hogere biodiversiteit draagt bij aan gezondheid, welzijn en kwaliteit van leven. Aansluitend op de handreiking Gezonde leefomgeving in het omgevingsplan van de GGD GHOR Nederland wordt het gehele projectgebied ingericht met levensloopbestendige woningen, waar ouderen (maar ook anderen) veilig en prettig kunnen wonen. Daarnaast heeft de GGD Zeeland bij de Omgevingstafel aangegeven aandacht te willen voor parkeren dichtbij de woningen voor ouderen, goed begaanbare wandelpaden en bankjes om te rusten. Daarnaast wordt gepleit voor een houtstookvrije wijk. In de

BOPA ‘Groene Schakel, Zierikzee’ Ontwerp, d.d. 17 december 2025

68

woningen worden geen open haarden voorzien en met de inrichting van het projectgebied is rekening gehouden met de aanbevelingen van de GGD. Het projectgebied ligt op loop- of fietsafstand van de belangrijkste voorzieningen in Zierikzee, waardoor bewoners op basis van actieve mobiliteit de belangrijkste voorzieningen kunnen bereiken. Voor het overige kan op basis van de verschillende milieuaspecten die in dit hoofdstuk zijn besproken, worden gesteld dat het wonen op de beoogde locatie in Zierikzee in goede gezondheid mogelijk is en ook een gezonde levensstijl stimuleert. 5.15.3 Conclusie De stedenbouwkundige inrichting van voorliggende ontwikkeling is zo opgezet dat een gezonde leefomgeving wordt gerealiseerd voor toekomstige bewoners en huidige omwonenden. Vanuit het aspect gezondheid is daarom sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. 5.16

Duurzaamheid

5.16.1 Kader Er is geen wettelijk kader voor ruimtelijke plannen op het gebied van energie, klimaatadaptatie en circulariteit, maar er zijn wel nationale, regionale en lokale doestellingen waarmee aan de doelbijdrage kan worden getoetst. Nationaal klimaatbeleid De afgelopen jaren heeft de nationale overheid haar duurzaamheidsdoelen en de benodigde acties in verschillende documenten en afspraken vastgelegd. In 2013 zijn er afspraken gemaakt met het bedrijfsleven over onder andere besparing en meer duurzame opwekking in het Energieakkoord. In 2015 is er tijdens een VN-klimaattop in Parijs een nieuw internationaal klimaatakkoord opgesteld. Het doel hiervan is om de opwarming van de aarde te beperken tot ruim onder de 2 graden Celsius en minimaal 1,5 graden. In 2016 heeft de overheid vervolgens in de Energie-agenda vastgelegd hoe een CO2-arme energievoorziening in 2050 gerealiseerd kan worden. In 2018 zijn deze afspraken verder uitgebreid met een nationale Klimaatwet. Deze stelt dat in 2030 een CO2-reductie van 49% ten opzichte van 1990 gerealiseerd moet zijn. In 2050 moet dit minimaal 95% zijn. In een nationaal klimaatakkoord worden afspraken gemaakt hoe deze doelen gehaald gaan worden. Op 28 juni 2019 heeft het kabinet het klimaatakkoord gepubliceerd. Als onderdeel van het nationale klimaatakkoord is ook afgesproken om op regionaal niveau samen te werken aan de energietransitie.

Daarbij gaat het specifiek over lokale duurzame opwekking, besparing en de warmtetransitie. Dit resulteert in dertig regionale energiestrategieën (de RES). De regio's krijgen ondersteuning van het Nationaal Programma RES. Via de RES kan de besluitvorming omtrent de ruimtelijke inpassing van de duurzame energieopwekking en de energie-infrastructuur worden voorbereid in goed overleg met alle maatschappelijke partners en betrokkenen binnen de regio. Wet Voortgang Energie Transitie Op 1 juli 2018 is de Wet Voortgang Energie Transitie (VET) in werking getreden. Deze Wijzigingswet heeft een aantal aanpassingen doorgevoerd in de Gaswet en de Elektriciteitswet. Door de wijziging van de Gaswet mag een netbeheerder geen aardgasaansluiting meer verzorgen voor nieuwbouw. De

BOPA ‘Groene Schakel, Zierikzee’ Ontwerp, d.d. 17 december 2025

69

aansluitplicht is dus vervallen, waarmee nieuwbouw niet meer aangesloten kan worden op het aardgasnet. Energiezuinig bouwen De energiezuinigheid van woningen en utiliteitsgebouwen wordt uitgedrukt in de Energie Prestatie Coëfficiënt (EPC). Het Bouwbesluit stelt bepaalde eisen aan de energiezuinigheid van gebouwen en daarmee de EPC-waarde van een gebouw. Voor een woning geldt een eis van 0,4 terwijl voor utiliteitsbouw een variatie aan normen wordt gehanteerd op basis van de functie. De EPC-eisen zijn vanaf 2021 vervangen door de eisen voor Bijna EnergieNeutrale Gebouwen (BENG). In het Nationaal Plan voor het bevorderen van bijna-energieneutrale gebouwen wordt een strategie geschetst om te komen tot bijna-energieneutrale gebouwen, zowel bij nieuwbouw als transformatie van bestaande gebouwen. Het grote verschil tussen EPC en BENG is dat bij deze nieuwe eis energiebesparing belangrijker is dan energieopwekking. Waar bij de EPC-eis het nog mogelijk was om energieverliezen met bijvoorbeeld zonnepanelen te compenseren, kan dit met de nieuwe BENG eisen niet meer. Vergunningaanvragen die na 1 januari 2021 worden ingediend moeten voldoen aan deze BENG- norm 5.16.2 Onderzoek Met de realisatie van de nieuwe woningen wordt in ieder geval toepassing gegeven aan de wettelijke vereisten op het gebied van duurzaamheid, klimaat en energie.

Zo worden de woningen onder meer gasloos gebouwd, en wordt voldaan aan de BENG-eisen. De HIVE-woningen zijn duurzaam en zelfs in zeer grote mate circulair. De woningen kunnen ook na 100 jaar nog worden hergebruikt. De woningen zijn eindeloos aanpasbaar en zijn daardoor flexibel inzetbaar. In de basis bestaat een HIVE-woning uit een betoncasco dat verder is uitgewerkt met steenstrips, plaatmateriaal, houten gevelmaterialen en kozijnen, waardoor veel gebruikt wordt gemaakt van duurzame materialen. Onderzocht wordt of de woningen naast zonnepanelen ook van een sedumdak met biobased isolatiemateriaal kunnen worden voorzien. Daarmee worden de woningen klimaatbestendig. Ook het projectgebied wordt klimaatbestendig ingericht. Er is meer dan in de huidige situatie ruimte voor oppervlaktewater en waterberging. de omgeving van de woningen. Daarnaast wordt veel beplanting toegevoegd van bomen, struiken, kruiden gras, hagen tot klimplanten en ontstaat daardoor meer ruimte voor biodiversiteit. 5.16.3 Conclusie Het plan voldoet in ieder geval aan de wettelijke normen en vereisten op het gebied van duurzaamheid, en geeft waar mogelijk invulling aan de verschillende duurzaamheidskaders. 5.17

Overige belemmeringen Naast de hiervoor beschreven milieuaspecten kunnen er nog andere belemmeringen in of nabij het plangebied aanwezig zijn die van invloed kunnen zijn op de planvorming. Het gaat bijvoorbeeld om de aanwezigheid van straalpaden, planologisch relevante kabels en leidingen (zoals waterleidingen of rioleringsleidingen), niet gesprongen explosieven, beschermingszones en dergelijke. Er zijn geen andere belemmeringen in het projectgebied aanwezig.

BOPA ‘Groene Schakel, Zierikzee’ Ontwerp, d.d. 17 december 2025

70

6.

MAATSCHAPPELIJKE EN FINANCIËLE HAALBAARHEID

6.1

Kostenverhaal Het verhaal van de gemaakte kosten is aan de orde indien een nieuwe (gebieds)ontwikkeling mogelijk wordt gemaakt met daarin kostenverhaalplichtige activiteiten. De volgende activiteiten zijn kostenverhaalplichtig: • de bouw van een of meer gebouwen met een woonfunctie; • de bouw van een of meer hoofdgebouwen anders dan gebouwen met een woonfunctie; • de uitbreiding van een gebouw met ten minste 1.000 m2 bruto-vloeroppervlakte of met een of meer gebouwen met een woonfunctie; • de bouw van een gebouw dat geen hoofdgebouw als bedoeld onder b is, met ten minste 1.000 m2 bruto-vloeroppervlakte; • de verbouwing van een of meer aaneengesloten gebouwen met andere gebruiksfuncties dan een woonfunctie tot gebouwen met een woonfunctie, mits het ten minste tien woonfuncties betreft; of • de verbouwing van een of meer aaneengesloten gebouwen met andere gebruiksfuncties dan een kantoorfunctie, een winkelfunctie of een bijeenkomstfunctie voor het verstrekken van consumpties voor het gebruik ter plaatse tot gebouwen met een of meer van deze gebruiksfuncties, mits de cumulatieve bruto-vloeroppervlakte van de nieuwe gebruiksfuncties ten minste 1.500 m2 bedraagt. Wanneer er kostenverhaalplichtige activiteiten mogelijk worden maakt, dient het kostenverhaal via een van onderstaande opties te worden verzekerd: a. anderszins, via een overeenkomst, bijvoorbeeld: 1.

een anterieure overeenkomst met de initiatiefnemer van de kostenverhaalplichtige activiteit; of 2. via de gronduitgifte-overeenkomst tussen gemeente en een toekomstige eigenaar, indien de gemeente het volledige kostenverhaalsgebied in eigendom heeft; b. via regels kostenverhaal in het omgevingsplan, waarbij gekozen wordt tussen: 1. een systeem met tijdvak: vergelijkbaar met het systeem uit de Wro, waarbij plannen een duidelijk eindbeeld, een fasering en een einddatum hebben, zodat kosten en opbrengsten op voorhand goed te berekenen zijn; 2. of zonder tijdvak: een nieuw systeem voor gebiedsontwikkelingen zonder een duidelijk eindbeeld, zonder fasering en zonder einddatum, waardoor kosten en opbrengsten op voorhand moeilijker te berekenen zijn en er gewerkt wordt met scenario's. Ongeacht de systeemkeuze hebben de regels kostenverhaal in ieder geval betrekking op het verhalen van kosten (gekoppeld aan een kostenverhaalsgebied). Net als in een exploitatieplan (onder de Wro) kunnen in dit verband ook regels in het omgevingsplan worden opgenomen over: • fasering van en koppelingen tussen werkzaamheden en/of activiteiten; • locatie-eisen; • woningbouwcategorieën (artikel 5.161c Bkl). In het kader van de voorgenomen ontwikkeling is de gemeente initiatiefnemer, waardoor het kostenverhaal verzekerd is.

Er is onder meer financiële dekking door een speciale bestemmingsreserve voor de huisvesting van vluchtelingen uit Oekraïne. In hetzelfde raadsvoorstel als waarin de verklaring van geen bedenkingen is afgegeven door de raad, heeft de raad ook ingestemd met de financiële dekking van het project.

BOPA ‘Groene Schakel, Zierikzee’ Ontwerp, d.d. 17 december 2025

71

Conclusie Gezien het voorgaande wordt het plan financieel uitvoerbaar geacht. 6.2

Participatie Voorliggende ruimtelijke onderbouwing voorziet in de realisatie van woningen voor spoedzoekers, starters, ouderen en vluchtelingen uit Oekraïne. Er is vanuit alle drie genoemde groepen grote behoefte aan (betaalbare) woningen, die door middel van voorliggende ontwikkeling kunnen worden gerealiseerd. Ook maatschappelijk is veel aandacht voor deze groepen en is er zowel bestuurlijk als maatschappelijk veel aandacht om de woningbouw voor deze groepen te versnellen. Door de gemeente is begin oktober 2023 een informatieavond georganiseerd. Hier konden bewoners en belanghebbenden vragen stellen en hun zorgen uiten. Er zijn vele diverse vragen gesteld, maar ook opmerkingen en tips gegeven door belanghebbenden. Deze vragen, tips en opmerkingen zijn samengevat in een vraag- en antwoordnotitie. Deze is bijgevoegd als bijlage 9. Daarnaast is door de gemeente een notitie opgesteld waarin de aanpassingen tussen het SO en het VO inzichtelijk zijn gemaakt. Deze notitie is als bijlage 10 toegevoegd. Op 16 januari 2024 is opnieuw een informatieavond georganiseerd voor belanghebbenden. Ook van deze avond is een vraag- en antwoordnotitie opgesteld. Deze notitie is bijgevoegd als bijlage 13. Er is daarnaast door de gemeente een website gemaakt waarop de laatste ontwikkelingen worden bijgehouden2.

Door het achterlaten van hun emailadres kunnen belanghebbenden en geïnteresseerden op de hoogte worden gehouden. Voorliggende BOPA en de milieuonderzoeken zijn besproken met regionale gesprekspartners in de Omgevingstafel. Hierbij zijn onder andere de GGD en de provincie Zeeland betrokken geweest. Waar nodig zijn de opmerkingen en aanvullingen vanuit de Omgevingstafel verwerkt. In het kader van de uitgebreide BOPA-procedure wordt de mogelijkheid geboden tot het indienen van zienswijzen. Het ontwerpbesluit van de aanvraag omgevingsvergunning wordt gedurende zes weken voor een ieder ter inzage gelegd. Conclusie Ondanks kritische kanttekeningen van inwoners ten opzichte van de doelgroepen voor huisvesting, is er tijdens de planvorming zo veel als mogelijk rekening gehouden met de input van ‘de omgeving’ en is het ontwerp hierop waar mogelijk aangepast. Ruimtelijk gezien zijn er geen noemenswaardige knelpunten, waardoor het plan maatschappelijk uitvoerbaar geacht wordt.

2

Website gemeente: https://www.schouwen-duiveland.nl/wonen-en-verhuizen/wonen-op-schouwenduiveland/modulair-wonen-in-scharendijke-en-zierikzee

BOPA ‘Groene Schakel, Zierikzee’ Ontwerp, d.d. 17 december 2025

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16616646/1