CConstaterende datSchouwen-Duiveland
Koppel je AI →
Document · PDF

1661002 Bijlage 2 Definitieve rapportage IHP

Gemeenteraad 5 maart 2026, gemeente Schouwen-DuivelandBij agendapunt: RVS IHP Onderwijshuisvesting Schouwen Duiveland (1661002)15.184 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Aangezien hierbij ook rekening wordt gehouden met de jaarlijkse instroom op scholen, is het de verwachting dat de volgende prognose, als gevolg daarvan, licht hoger zal uitpakken. Bij de realisatie van nieuwe projecten wordt bij het bepalen van de ruimtelijke en financiële kaders rekening gehouden met dit nieuwe uitgangspunt.

2230283/20251118jm03 | www.icsadviseurs.nl

23/45

Historie

Prognose →

Leerlingaantal

2024

2026

2028

2030

2032

2034

2036

2038

2040

∆ 2024 2040

OBS Binnen de Veste

153

152

154

152

152

152

151

150

152

-1

OBS de Klimop

66

64

67

69

66

66

66

65

66

0

OBS de Schoener

42

44

51

54

58

61

59

60

54

12

OBS Duiveland Nieuwerkerk

114

116

117

120

122

121

122

121

119

5

OBS de Kirreweie

90

86

81

82

80

78

78

77

81

-9

OBS Stapelhof

73

74

76

76

74

76

74

74

74

1

OBS de Oosterburcht

70

72

72

74

75

75

76

75

74

4

OBS de Meerpaal

135

134

137

139

138

137

136

135

136

1

Brede School Noorderpolder Theo Thijssenschool

268

266

269

266

266

266

264

262

266

-2

OBS ‘t Kofschip

144

143

144

142

142

142

141

139

142

-2

95

92

86

90

87

86

86

85

88

-7

153

151

154

153

153

153

152

151

153

0

J.W. van den Doel

150

149

150

148

148

148

147

146

148

-2

Helcherseeschool

75

74

75

77

78

79

78

78

77

2

De Morgenster

71

75

80

82

84

86

85

85

81

10

Ds. Pieter van Dijke school

103

103

105

106

105

106

105

104

104

1

Ds. J. Bogermanschool

167

170

170

176

178

178

178

178

174

7

CBS Op Dreef

94

93

96

98

96

97

95

95

96

2

RKBS St. Willibrordus

192

192

195

193

193

193

191

190

193

1

School met de Bijbel

202

215

221

227

231

230

231

230

224

22

2.457

2.465

2.500

2.524

2.526

2.530

2.515

2.500

2.503

46

SBO de Meie (SBO)

59

59

60

60

60

60

60

60

60

1

Pieter Zeeman Lyceum (VO)

943

982

1001

996

1016

1021

1034

1030

1005

62

Totaal

3.459

3.506

3.561

3.580

3.602

3.611

3.609

3.590

3.568

109

Basisschool Onder de Wieken Jenaplanschool J.L. de Jonge

Totaal PO

Verschil

Tabel 1 - Leerlingenprognose Schouwen-Duiveland

2230283/20251118jm03 | www.icsadviseurs.nl

24/45

4. Oplossingsrichtingen 4.1 Introductie Aan de hand van alle verzamelde gegevens zijn zogenaamde scenariokaarten per cluster opgesteld. Deze scenariokaarten zijn als onderlegger gebruikt voor de gesprekken tussen gemeente en schoolbesturen om samen te kijken naar de toekomstige situatie voor onderwijshuisvesting op Schouwen-Duiveland. Dit hoofdstuk geeft de scenariokaarten weer en laat zien welke oplossingsrichtingen mogelijk zijn. De ‘sporen’ uit de visie zijn hierbij als uitgangspunt gehanteerd. Per cluster of dorp is een scenariokaart ontwikkeld. Per school is een feitelijke beschrijving gegeven van het voorkeursscenario. In deze rapportage is per cluster of dorp het voorkeursscenario beschreven. De scenario’s zijn op de volgende onderdelen uitgewerkt: ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪

Keuze voor het spoor: spoor 1 (behouden van locaties), spoor 2 (clusteren binnen de kern) of spoor 3 (clusteren binnen de regio), zoals beschreven in paragraaf 2.1. Huisvestingsscenario: de gekozen ingreep, zoals beschreven in paragraaf 2.6. Beoogd leerlingenaantal: gemiddelde uit de leerlingenprognose van 2025 tot 2039. Beoogde omvang: in m² bvo volgend uit beoogde leerlingenaantal (op basis van normering) of volgend uit capaciteit gebouw. Gefinancierde omvang: in m² bvo volgend uit scenariokeuze. Beoogde omvang opvang: huidig totaal per locatie aangehouden. Voordelen: voordelen van keuze voor het scenario. Gevolgen: extra gevolgen van keuze voor het scenario.

2230283/20251118jm03 | www.icsadviseurs.nl

25/45

4.2 Cluster Noordwest Onder de Wieken Onder de Wieken is gehuisvest in een schoolgebouw uit 1973 in Burgh-Haamstede en valt onder het bestuur van Lithora. De school heeft een normatieve leegstand van ongeveer 20 procent. De kwaliteit van het gebouw wordt, met uitzondering van het aspect veiligheid, op alle onderdelen als matig beoordeeld. Daarnaast kent het pand hoge onderhouds- en energiekosten. OBS De Kirreweie De Kirreweie is gehuisvest in een gedateerd schoolgebouw uit 1973 in Burgh-Haamstede en valt onder het bestuur van Stichting Obase. Het gebouw heeft een normatieve leegstand van bijna 40 procent. De kwaliteit van het gebouw wordt op alle onderdelen als matig beoordeeld. Daarnaast kent het pand hoge onderhoudsen energiekosten. De installaties zijn sterk verouderd en de meeste kozijnen hebben nog enkel glas. OBS Stapelhof De Stapelhof is gehuisvest in een schoolgebouw uit 1970 in Renesse en valt onder het bestuur van Stichting Obase. De school heeft een normatieve leegstand van ongeveer 25 procent. De kwaliteit van het gebouw wordt, met uitzondering van het aspect veiligheid, op alle onderdelen als matig beoordeeld. Het ventilatiesysteem kent veel storingen. Daarnaast kent het pand hoge onderhouds- en energiekosten. Helcherseeschool De Helcherseeschool is gehuisvest in een schoolgebouw uit 1955 in Scharendijke en valt onder het bestuur van Lithora.

De kwaliteit van het gebouw is redelijk. Het pand kent hoge energiekosten en de school heeft normatieve leegstand van ongeveer 5 procent. Voorkeursscenario Alle vier de schoolgebouwen in cluster Noordwest zijn op termijn toe aan een ingreep. Alle schoolgebouwen zijn gedateerd. Voor dit cluster zijn de volgende scenario’s opgenomen: ▪ ▪ ▪ ▪

Onder de Wieken: Vernieuwbouw OBS De Kirreweie: Vernieuwbouw OBS ‘t Stapelhof: Vernieuwbouw Helcherseeschool: Vernieuwbouw

2230283/20251118jm03 | www.icsadviseurs.nl

26/45

4.3 Cluster Midden OBS De Schoener De Schoener is gehuisvest in een schoolgebouw uit 1977 in Brouwershaven en valt onder het bestuur van Stichting Obase. De kwaliteit van het gebouw wordt op alle onderdelen als matig beoordeeld. Het is een verouderd gebouw waar nog enkel glas aanwezig is. Daarnaast kent het pand hoge onderhoudskosten. Het gebouw heeft een normatieve leegstand van ongeveer 20 procent. De Morgenster De Morgenster is gehuisvest in een schoolgebouw uit 1953 in Kerkwerve en valt onder het bestuur van Lithora. De kwaliteit van het gebouw wordt op alle onderdelen als matig beoordeeld. Daarnaast kent het pand hoge onderhouds- en energiekosten. OBS De Klimop De Klimop is gehuisvest in een schoolgebouw uit 1960 in Dreischor en valt onder het bestuur van Stichting Obase. De kwaliteit van het gebouw wordt, met uitzondering van het aspect veiligheid, op alle onderdelen als matig beoordeeld. Daarnaast kent het pand hoge onderhouds- en energiekosten. Voorkeursscenario Alle drie de schoolgebouwen in cluster Midden zijn op termijn toe aan een ingreep. Alle schoolgebouwen zijn gedateerd. Voor dit cluster zijn de volgende scenario’s opgenomen: ▪ ▪ ▪

De Morgenster: Vernieuwbouw OBS De Klimop: Vernieuwbouw OBS De Schoener: Vernieuwbouw

2230283/20251118jm03 | www.icsadviseurs.nl

27/45

4.4 Cluster Bruinisse CSB Op Dreef CBS Op Dreef is gehuisvest in een schoolgebouw uit 1976 en valt onder het bestuur van Vereniging tot bevordering van het christelijk onderwijs te Bruinisse. De kwaliteit van het gebouw wordt op alle onderdelen als redelijk beoordeeld. Er is echter een groot verschil tussen onderdelen die goed beoordeeld worden, zoals enkele voorzieningen, ventilatie en licht, en slecht beoordeelde onderdelen zoals het speelplein, temperatuur en geluid. Het gebouw heeft nog enkel glas. Daarnaast kent het pand hoge onderhoudskosten. Het gebouw heeft een normatieve leegstand van ongeveer 40 procent. OBS De Meerpaal De Meerpaal is gehuisvest in een schoolgebouw uit 1978 en valt onder het bestuur Stichting Obase. De kwaliteit van het gebouw wordt op alle onderdelen als redelijk beoordeeld. Het gebouw is gedateerd, veel van de ramen hebben enkel glas en er zijn lekkages. Daarnaast kent het pand hoge onderhoudskosten. Het gebouw heeft een normatieve leegstand van ongeveer 30 procent. Ds. Pieter van Dijkeschool De Ds. Pieter van Dijkeschool is gehuisvest in een schoolgebouw uit 1987 en valt onder de Stichting tot het verstrekken van onderwijs op gereformeerde grondslag. De kwaliteit van het gebouw wordt op alle onderdelen als goed beoordeeld. Het schoolgebouw heeft een normatieve leegstand van ongeveer 15 procent.

Het gebouw heeft daarnaast normale onderhouds- en exploitatiekosten. Voorkeursscenario Alle drie de schoolgebouwen in de kern Bruinisse zijn op termijn toe aan een ingreep. Alle schoolgebouwen zijn gedateerd. Voor dit cluster zijn de volgende scenario’s opgenomen. ▪ ▪ ▪

CBS Op Dreef: Vernieuwbouw OBS De Meerpaal: Vernieuwbouw Ds. Pieter van Dijkeschool: Lichte renovatie

2230283/20251118jm03 | www.icsadviseurs.nl

28/45

4.5 Cluster Nieuwerkerk en Oosterland OBS Duiveland OBS Duiveland is gehuisvest in een schoolgebouw uit 1956 in Nieuwerkerk en valt onder Stichting Obase. De kwaliteit van het gebouw wordt op alle onderdelen als matig beoordeeld. OBS Duiveland is samen met de School met de Bijbel onderdeel van de ontwikkeling in Nieuwerkerk. Hiervoor loopt planvorming om in Nieuwerkerk te clusteren. School met de Bijbel School met de Bijbel is gehuisvest in een schoolgebouw uit 1956 in Nieuwerkerk en valt onder VCPOZ. De school heeft een gedateerd gebouw. School met de Bijbel is samen met OBS Duiveland onderdeel van de ontwikkeling in Nieuwerkerk. Hiervoor loopt planvorming om in Nieuwerkerk te clusteren. Ds. J. Bogermanschool De Ds. J. Bogermanschool is gehuisvest in een schoolgebouw uit 1976 in Oosterland en valt onder de Vereniging tot het verstrekken van basisonderwijs op reformatorische grondslag te Oosterland. De kwaliteit van het gebouw wordt op alle onderdelen als matig tot slecht beoordeeld. Ds. J. Bogermanschool is samen met De Oosterburcht onderdeel van de ontwikkeling in Oosterland. Hiervoor loopt de planvorming om binnen de kern te clusteren. OBS De Oosterburcht De Oosterburcht is gehuisvest in een schoolgebouw uit 1976 in Oosterland en valt onder Stichting Obase. De kwaliteit van het gebouw wordt op alle onderdelen als matig beoordeeld. De Oosterburcht is samen met Ds. J.

Bogermanschool onderdeel van de ontwikkeling in Oosterland. Hiervoor loopt de planvorming om binnen de kern te clusteren. Voorkeursscenario Alle vier de scholen zijn onderdeel van een lopend project. De uitwerking van de twee clusterscholen is in ontwikkeling.

2230283/20251118jm03 | www.icsadviseurs.nl

29/45

4.6 Cluster Zierikzee West Pieter Zeeman Lyceum Het Pieter Zeeman Lyceum is de enige VO-school in de gemeente en is gehuisvest in Zierikzee. In 2022 is het huidige schoolgebouw gerealiseerd. De kwaliteit van het gebouw wordt daardoor op alle onderdelen als goed tot redelijk beoordeeld, enkel op het onderdeel geluid scoort het minder. De nieuwbouw bleek na oplevering te klein, waardoor in 2024 een uitbreiding gerealiseerd is. SBO de Meie SBO de Meie is de enige SBO-school in de gemeente en is gehuisvest in Zierikzee. In 2022 is het huidige schoolgebouw gerealiseerd. De kwaliteit van het gebouw wordt daardoor op alle onderdelen als goed tot redelijk beoordeeld. Het schoolbestuur geeft aan dat er geen overmaat in het gebouw aanwezig is voor het opvangen van groei of incidenteel gebruik. J.W. v.d. Doelschool J.W. v.d. Doelschool is gehuisvest in een schoolgebouw uit 1982 en valt onder het bestuur van Lithora. De kwaliteit van het gebouw wordt op alle onderdelen als redelijk tot matig beoordeeld. Het gebouw heeft nog enkel glas. Het gebouw kent het pand gemiddelde energie- en onderhoudskosten. Het gebouw heeft een normatieve leegstand van ongeveer 20 procent. OBS ’t Kofschip OBS ’t Kofschip is gehuisvest in een schoolgebouw uit 1972 en valt onder het bestuur van Stichting Obase. De kwaliteit van het gebouw wordt op alle onderdelen als redelijk tot matig beoordeeld.

Op een aantal onderdelen scoort het gebouw slecht, namelijk de installaties, de facilitaire voorzieningen en de temperatuur. Daarnaast kent het pand hoge energie- en onderhoudskosten. Het gebouw heeft een normatieve leegstand van ongeveer 40 procent.

2230283/20251118jm03 | www.icsadviseurs.nl

30/45

Scenario’s Het Pieter Zeeman Lyceum en SBO de Meie hebben nieuwe schoolgebouwen waarvan de kwaliteit in orde is. Deze gebouwen komen niet in aanmerking voor een ingreep. Voor de J.W. van den Doelschool en OBS ’t Kofschip is dit niet het geval. Het voorkeursscenario dat is opgenomen voor deze scholen is: ▪

▪

J.W. van den Doelschool: ─ Onderzoek naar haalbaarheid ontwikkeling expertisecentrum inclusief vervangende nieuwbouw voor de J.W. van den Doelschool én OBS ’t Kofschip. ─ Indien dit niet haalbaar blijkt, dan is het vernieuwbouw van het huidige gebouw het voorkeursscenario. OBS ’t Kofschip: ─ Onderzoek naar haalbaarheid ontwikkeling expertisecentrum inclusief vervangende nieuwbouw voor de J.W. van den Doelschool én OBS ’t Kofschip. ─ Indien dit niet haalbaar blijkt, dan dient er voor OBS ’t Kofschip een keuze te worden gemaakt tussen (1) vervangende nieuwbouw bij het expertisecentrum en (2) vernieuwbouw van het huidige gebouw..

In het verlengde van de visie op inclusief onderwijs en het Onderwijsakkoord wordt hierbij ingezet op de realisatie van een regionaal expertisecentrum, waarin verschillende basisscholen, speciaal (basis)onderwijs, hoogbegaafdheidsonderwijs, kinderopvang, peutergroep en NT2-onderwijs hun krachten bundelen. Met dit expertisecentrum wordt beoogd, dat: ─ Jonge kinderen meer kans hebben hun schoolloopbaan op het eiland te volbrengen; ─ SBO de Meie zich kan doorontwikkelen tot een bredere (SBO+) voorziening voor kinderen met complexe ondersteuningsvragen; ─ Reguliere basisscholen (OBS ’t Kofschip en CBS J.W. van den Doel) inclusiever kunnen worden; ─ Mogelijk ook het voltijds hoogbegaafdheidsonderwijs Vitruvio van OBASE en de NT2-taalklas van Lithora (TEC) op dezelfde plek worden ondergebracht; ─ Kennis en ondersteuning ook breed beschikbaar komen voor álle scholen op het eiland.

2230283/20251118jm03 | www.icsadviseurs.nl

31/45

4.7 Cluster Zierikzee Oost Theo Thijssenschool De Theo Thijssenschool is gehuisvest in een schoolgebouw uit 2014 en valt onder het bestuur van Stichting Obase. De algemene gebouwkwaliteit wordt als goed beoordeeld, maar aspecten als temperatuur, ventilatie, installaties en facilitaire voorzieningen scoren minder. Sinds de oplevering van het gebouw is het aantal leerlingen verdubbeld. Om hiervoor voldoende capaciteit te hebben, is intern verbouwd en zijn er noodlokalen geplaatst. Op termijn is hier een permanente uitbreiding nodig. J.L. de Jongeschool De J.L. de Jongeschool is gehuisvest in de vestingstad van Zierikzee in een schoolgebouw uit 1968 en valt onder het bestuur van Lithora. Het gebouw ligt naast de St. Willibrordusschool. De kwaliteit van het gebouw wordt op alle onderdelen als redelijk tot matig beoordeeld. Daarnaast kent het pand hoge onderhoudskosten en gemiddelde energiekosten. Het gebouw heeft een normatieve leegstand van ongeveer 15 procent. St. Willibrordusschool De St. Willibrordusschool is gehuisvest in de vestingstad van Zierikzee in een schoolgebouw uit 1973 en valt onder het bestuur van Prisma Scholengroep. Het gebouw ligt naast de J.L. de Jongeschool. De kwaliteit van het gebouw wordt als matig tot slecht beoordeeld. Daarnaast kent het pand hoge energie- en onderhoudskosten. Het gebouw heeft een leegstand van ongeveer 35 procent.

Binnen de Veste Binnen de Veste is gehuisvest in de vestingstad van Zierikzee in een schoolgebouw uit 1965 en valt onder het bestuur van Stichting Obase. Het gebouw is in 2007 gerenoveerd. De kwaliteit van het gebouw wordt daardoor op alle onderdelen als goed tot redelijk beoordeeld. Het pand kent gemiddelde energiekosten en hoge onderhoudskosten. Het gebouw heeft een normatieve leegstand van ongeveer 40 procent. Voorkeursscenario Voor dit cluster zijn de volgende scenario’s opgenomen. ▪ ▪ ▪ ▪

Theo Thijssenschool: Uitbreiding Binnen de Veste: Lichte renovatie J.L. de Jongeschool: Vernieuwbouw (in het IHP opgenomen als lopend project) St. Willibrordusschool: Vernieuwbouw (in het IHP opgenomen als lopend project)

2230283/20251118jm03 | www.icsadviseurs.nl

32/45

4.8 Overzicht scenario’s Onderstaande tabel toont een overzicht van de (voorkeurs)scenario’s die zijn beschreven in de eerdere paragrafen. De scenario’s zijn per gebied of plaats weergegeven. Locatie

Scenario

Cluster Noordwest

Voorkeurscenario: Behoud van alle locaties (vernieuwbouw)

Brouwershaven

Voorkeurscenario OBS De Schoener: Vernieuwbouw

Kerkwerve

Voorkeurscenario Morgenster: Behoud van locatie (vernieuwbouw)

Dreischor

Voorkeurscenario OBS De Klimop: Behoud van locatie (vernieuwbouw)

Bruinisse

Voorkeurscenario: Clusteren binnen de kern (vernieuwbouw voor CBS Op Dreef en OBS De Meerpaal en lichte renovatie voor Ds. Pieter van Dijkeschool)

Nieuwerkerk

Clusteren in Nieuwerkerk (planvorming loopt)

Oosterland

Clusteren binnen de kern (planvorming loopt)

Zierikzee-west Zierikzee-oost

Scenario 1: Onderzoek clusteren binnen de kern (ontwikkeling regionaal expertisecentrum) Voorkeurscenario: Behoud van alle locaties ((lichte renovatie Binnen de Veste, J.L. de Jonge & St. Willibrordus lopende projecten)

Tabel 7: overzicht scenario's projecten IHP Schouwen-Duiveland

2230283/20251118jm03 | www.icsadviseurs.nl

33/45

5. Uitvoering 5.1 Fasering en planning In het vorige hoofdstuk is een overzicht gegeven van de voorkeursscenario’s van de verschillende projecten uit dit IHP. Alle projecten in het IHP hebben een urgentie maar niet alle projecten kunnen tegelijkertijd starten. Daarom is samenspraak met de schoolbesturen en gemeente gekomen tot een fasering. Deze fasering is te zien in figuur 6. In deze fasering is het proces van de projecten opgedeeld in twee fase, te weten: ▪ ▪

Voorbereidingsfase (bijvoorbeeld een businesscase, (locatie)onderzoek en/of alleen het ontwerptraject); Uitvoeringsfase (bouwtraject tot en met oplevering).

Voor de projecten in fase 1 is er in 2026 voorbereidingskrediet nodig. Voor de projecten in fase 2 volgt dit later. De eerste projecten in fase 2 hebben een voorbereidingskrediet nodig in 2028. Fase 1 Schoollocatie

Scenario

OBS de Schoener

Vernieuwbouw

OBS Stapelhof

Vernieuwbouw

OBS de Klimop

Vernieuwbouw

Helcherseeschool

Vernieuwbouw

J.W. v an den Doel

Onderzoek expertisecentrum

OBS ‘t Kofschip

Onderzoek expertisecentrum

OBS de Meerpaal

Vernieuwbouw

CBS Op Dreef

Vernieuwbouw

Basisschool Onder de Wieken

Vernieuwbouw

OBS de Kirreweie

Vernieuwbouw

Brede School Noorderpolder Theo Thijssenschool

Uitbreiding

Ds. Pieter v an Dijke school

Lichte Renov atie

OBS Binnen de Veste

Lichte Renov atie

2025

2026

2027

2028

Fase 2 2029

2030

2031

2032

2033

2034

Legenda Voorbereiding Uitv oering

Figuur 6: fasering projecten IHP Schouwen-Duiveland

2230283/20251118jm03 | www.icsadviseurs.nl

34/45

5.2 Tijdelijke huisvesting Tijdens het bouwproces kan er geen gebruik worden gemaakt van de schoolgebouwen en is tijdelijke huisvesting nodig. Deze tijdelijke huisvesting is nodig voor de projecten waar vernieuwbouw het voorkeursscenario is. Dit gaat in totaal over negen of tien van de veertien projecten in het IHP. Het kopen of huren van tijdelijke huisvesting zorgt voor aanzienlijke extra kosten bij de projecten. De gemeente Schouwen-Duiveland is een gemeente met veel kleine kernen. Vergeleken met andere gemeentes met grotere dorpen of steden zijn de afstanden tussen scholen daardoor groter. Dit zorgt voor een extra uitdaging tijdens het realisatieproces. In grotere dorpen of steden kan op één locatie tijdelijke huisvesting geplaatst worden, waar scholen na elkaar gebruik van kunnen maken tijdens het bouwproces. Op die manier kunnen de kosten worden gedrukt. Advies: Stel een plan op om de tijdelijke huisvesting, voor tijdens de bouw, op een kostenefficiënte wijze te organiseren.

5.3 Organisatie tijdens uitvoering Bouwheerschap Volgens de Wet op het Primair Onderwijs (WPO) is het schoolbestuur als bouwheer verantwoordelijk voor de uitvoering van de bouw. De gemeente stelt kaders vast en kent middelen toe, maar voert de bouw zelf niet uit. Het schoolbestuur is dus bouwheer en beslist over ontwerp, aanbesteding en uitvoering. De gemeente blijft betrokken om te zorgen dat de uitvoering past binnen de vastgestelde kaders. Hoewel het bouwheerschap in beginsel bij het schoolbestuur ligt, treden partijen per project in overleg. Samen spreken zij af wie het bouwheerschap op zich neemt, binnen de ruimte die de WPO biedt. Advies: Per project afspraken maken en vastleggen omtrent het bouwheerschap. Extra capaciteit De voorgestelde planning van de plannen is ambitieus. Voor een succesvolle uitvoering van het IHP is een duidelijke organisatie en voldoende gemeentelijke capaciteit essentieel. De gemeente vervult de regierol, met aandacht voor planning, besluitvorming en afstemming met schoolbesturen. Gezien de omvang van de opgave is het belangrijk dat de gemeentelijke capaciteit in orde is. Hiervoor is het nodig dat er extra projectleiders worden aangenomen of externe project- en procesondersteuning wordt ingezet. Ook van de schoolbesturen vraagt het realiseren van de beoogde projecten met deze planning de nodige extra capaciteit.

De schoolbesturen hebben aangegeven hun verantwoordelijkheid hierbij te willen pakken en (mogelijk gezamenlijk) de benodigde capaciteit (en kennis en kunde) te organiseren. Advies: Aantrekken extra projectleider(s) voor uitvoering projecten door gemeente. Advies: Afspraken maken tussen gemeente en schoolbesturen over het borgen van de benodigde capaciteit door de schoolbesturen voor het realiseren van de projecten. Bundelen aanbesteding Om efficiëntie te bevorderen kan de gemeente overwegen om meerdere (vergelijkbare) projecten gebundeld aan te besteden. Dit biedt schaalvoordelen en maakt het aantrekkelijker voor marktpartijen. Dit is mogelijk voor de verschillende projecten van één schoolbestuur, maar zou ook kunnen met een samenwerking van meerdere schoolbesturen. Doordat veel projecten dezelfde oplossingsrichting hebben (vernieuwbouw) en uit dezelfde bouwperiode komen, biedt dit kans om de opgedane kennis met behoud van hetzelfde team te hergebruiken in latere projecten. Het gebundeld aanbesteden van meerdere projecten vraagt in de voorbereiding meer inzet, maar kan in de uitvoering leiden tot versnelling en kostenefficiëntie. De gemeente kan hierbij de regie pakken en sturen op het uitvoeren van de ambitieuze planning. Advies: Onderzoek de mogelijkheden van een gebundelde aanbesteding (van meerdere projecten).

2230283/20251118jm03 | www.icsadviseurs.nl

35/45

Tijdelijke huisvesting Voor veel projecten is tijdens de uitvoering tijdelijke huisvesting nodig. Tijdelijke huisvesting in de vorm van noodlokalen is relatief duur en wordt vaak gehuurd. Het is daarom interessant om te onderzoeken of tijdelijke huisvesting aangekocht kan worden in plaats van gehuurd, zodat het meerdere malen kan worden gebruikt. Wanneer een project is opgeleverd, kan de tijdelijke huisvesting worden gedemonteerd en ergens anders opnieuw worden opgebouwd. Op die manier worden alleen de kosten voor verplaatsing en (de)montage betaald, en niet ook nog voor de huurkosten. Omdat niet alle projecten gelijktijdig worden uitgevoerd, is er in de fasering ruimte om dit mogelijk te maken. Daarnaast kan worden onderzocht of de tijdelijke huisvesting gebundeld kan worden aanbesteed, oftewel voor meerdere projecten tegelijk. Advies: Onderzoek de mogelijkheden van het (gebundeld) aankopen van tijdelijke huisvesting.

2230283/20251118jm03 | www.icsadviseurs.nl

36/45

6. Bewegingsonderwijs Het bewegingsonderwijs maakt onderdeel uit van de gemeentelijke zorgplicht voor onderwijshuisvesting. Binnen het IHP is onderzocht hoe het aanbod aan ruimte voor bewegingsonderwijs zich verhoudt tot de normatieve behoefte aan klokuren gym, nu en in de toekomst. Per kern is er gekeken naar het aanbod (uitgedrukt in klokuren gym op basis van het aantal aanwezige zaaldelen) en de behoefte aan bewegingsonderwijs. Er wordt voor het primair onderwijs uitgegaan van de wettelijke 26 beschikbare klokuren per zaal(deel). Voor het voortgezet onderwijs wordt uitgegaan van 40 beschikbare klokuren per zaal(deel). De huidige en normatieve behoefte is afgeleid uit de leerlingenprognose van Xxllnc Sociaal van mei 2024. In de tabellen is per cluster de beschikbare capaciteit afgezet tegen de behoefte aan klokuren gym. Het gebruik van binnensportaccommodaties door verenigingen is in dit overzicht niet meegenomen. Het in kaart brengen van deze behoefte valt buiten de scope van dit IHP. Daarnaast is er enkel gekeken naar de normatieve bewegingsonderwijsbehoefte. Noordwest In Noordwest zijn twee binnensportaccommodaties, namelijk Westerschouwen en De Putmeet. De accommodaties bieden zowel nu als in 2041 genoeg capaciteit voor het bewegingsonderwijs in het cluster. Het beschikbare aantal klokuren is groter dan de vraag. Noordwest Westerschouwen

School Onder de Wieken OBS De Kirreweie OBS Stapelhof Helcherseeschool Totaal behoefte Capaciteit sportvoorziening Verschil

26 2025 gebruik 3 4,5 4

26 2025 recht 3 3 3

11,5 26 14,50

De Putmeet

26 2041

26 2025 gebruik

26 2025 recht

26 2041

8

3

3

3 3 3

9 26 17,00

9 26 17,00

8 26 18,00

3 26 23,00

3 26 23,00

Midden In Midden zijn drie binnensportaccommodaties, namelijk Gymnastiekgebouw Brouwershaven, Dreischor en “De Werve”. De accommodaties bieden zowel nu als in 2041 genoeg capaciteit voor het bewegingsonderwijs in het cluster. Het beschikbare aantal klokuren is groter dan de vraag. Midden Gymnastiekgebouw Brouwershav en

School OBS De Schoener De Morgenster OBS De Klimop Totaal behoefte Capaciteit sportvoorziening Verschil

26 2025 gebruik 4

26 2025 recht 3

4 26 22,00

2230283/20251118jm03 | www.icsadviseurs.nl

3 26 23,00

26 2041

Gymnastiekgebouw Dreischor

26 2025 gebruik

26 2025 recht

Gymnastiekgebouw "De Werv e"

26 2041

26 2025 gebruik

26 2025 recht

26 2041

8

3

3

3

3 26 23,00

6

3

3

6 26 20,00

3 26 23,00

3 26 23,00

8 26 18,00

3 26 23,00

3 26 23,00

37/45

Bruinisse In Bruinisse is één binnensportaccommodatie, namelijk De Vanger. De accommodatie biedt zowel nu als in 2041 genoeg capaciteit voor het bewegingsonderwijs in het cluster. Het beschikbare aantal klokuren is groter dan de vraag. Bruinisse De Vanger

School CBS Op Dreef OBS De Meerpaal Ds. Pieter van Dijkeschool Totaal behoefte Capaciteit sportvoorziening Verschil

52 2025 gebruik 9 8,5 7,25

52 2025 recht 3 6 4,5

24,75 52 27,25

52 2041 3 6 4,5

13,5 52 38,50

13,5 52 38,50

Nieuwerkerk en Oosterland In Nieuwerkerk en Oosterland zijn twee binnensportaccommodaties, namelijk gymnastiekgebouw Nieuwerkerk en Oosterland. De accommodaties bieden zowel nu als in 2041 genoeg capaciteit voor het bewegingsonderwijs in het cluster. Het beschikbare aantal klokuren is groter dan de vraag. Nieuwerkerk en Oosterland Gymnastiekgebouw Nieuwerkerk

School OBS Duiveland School met de Bijbel Ds. J. Bogermanschool De Oosterburcht Totaal behoefte Capaciteit sportvoorziening Verschil

26 2025 gebruik 7 7,5

26 2025 recht 4,5 9

14,5 26 11,50

13,5 26 12,50

26 2041

Gymnastiekgebouw Oosterland

26 2025 gebruik

26 2025 recht

26 2041

11,75 5,5

6 3

6 3

4,5 10,5

15 26 11,00

17,25 26 8,75

9 26 17,00

9 26 17,00

Zierikzee In Zierikzee zijn twee binnensportaccommodaties, namelijk LACO en de sportzaal van het Pieter Zeeman Lyceum. De accommodaties bieden zowel nu als in 2041 genoeg capaciteit voor het bewegingsonderwijs in het cluster. Het beschikbare aantal klokuren is groter dan de vraag. Zierikzee LACO

School Pieter Zeeman Lyceum SBO De Meie J.W. van den Doelschool OBS 't Kofschip Theo Thijssenschool J.L. de Jongeschool St. Willibrordusschool Binnen de Veste Totaal behoefte Capaciteit sportvoorziening Verschil

160 2025 gebruik 49,5 8,5 1,5 12 11 5,5 6

160 2025 recht 87,6

10,5 6 7,5 6

94 160 66,00

117,6 160 42,40

Zaal Pieter Zeeman Lyceum

160 2041 95,4

10,5 6 7,5 6 125,4 160 34,60

120 2025 gebruik 58,5 7,5 1,5 3

120 2025 recht

120 2041

10,5 6 6

10,5 6 6

4,5 75 120 45,00

Conclusie: Er is binnen de gemeente Schouwen-Duiveland voldoende capaciteit aan binnensportaccommodaties om het bewegingsonderwijs te kunnen huisvesten.

2230283/20251118jm03 | www.icsadviseurs.nl

38/45

7. Financiën In de vorige hoofdstukken is beschreven wat de beoogde scenario’s zijn voor de schoolgebouwen. Om een goede en integrale afweging te kunnen maken, zijn in dit hoofdstuk de financiële consequenties inzichtelijk gemaakt. Eerst worden in paragraaf 7.1 de gestelde uitgangspunten benoemd die leiden tot de totale investeringskosten voor de onderwijshuisvesting zoals opgenomen in paragraaf 7.2.

7.1 Uitgangspunten Bij het bepalen van de investeringen zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: ▪ ▪ ▪

De oplossingsrichtingen en ingrepen, zoals beschreven in het vorige hoofdstuk, vormen de basis voor de berekeningen. Alle bedragen zijn stichtingskosten inclusief btw, prijspeil januari 2025. Bij het berekenen van de investeringsbedragen wordt afgeweken van de VNG-norm en gerekend met marktconforme investeringsbedragen per vierkante meter op basis van de schoolgrootte. Een overzicht van hoe deze bedragen zijn opgebouwd en welke posten zijn uitgesloten, is te vinden in bijlage C. In tabel 4 is een overzicht te vinden van de verschillende bedragen. Bij de berekeningen is uitgegaan van de kolom ‘Totaal’ en dus van energieneutrale schoolgebouwen (ENG / ZEB). Aantal leerlingen

Omvang (in m² bvo)

0 tot 100

< 703

€ 4.050,-

€ 200,-

€ 4.250,-

101 tot 200

< 1.206

€ 3.950,-

€ 200,-

€ 4.150,-

201 tot 300

< 1.709

€ 3.800,-

€ 200,-

€ 4.000,-

> 300

> 1.709

€ 3.700,-

€ 200,-

€ 3.900,-

S(B)O

0 tot 100

<1.250

€ 3.950,-

€ 200,-

€ 4.150,-

Vwo/ havo/ vmbo-tl

n.v.t.

6.000

€ 3.950,-

€ 200,-

€ 4.150,-

700

€ 4.750,-

€ 200,-

€ 4.950,-

Type onderwijs

BO

Vmbo KB/ GL

BENG (per m² bvo)

Opslag ENG (per m² bvo)

Totaal (per m² bvo)

Tabel 2: investeringsbedragen per m² bvo d.d. 1 januari 2025

▪

▪

▪ ▪

De gemeentelijke bijdrage voor vernieuwbouw is gelijk aan de stichtingskosten voor nieuwbouw per bruto vierkante meter. Voor lichte renovatie bedraagt de gemeentelijke bijdrage 50 procent van de stichtingskosten voor nieuwbouw. Voor (ver)nieuwbouw en lichte renovatie wordt de omvang van de ingreep bepaald op basis van de gemiddelde ruimtebehoefte voor de komende 15 jaar. Bij vervangende nieuwbouw en vernieuwbouw wordt uitgegaan van een levensduur(verlenging) van 40 jaar. Bij lichte renovatie wordt uitgegaan van ingrepen die de levensduur met tenminste 20 jaar verlengen. De opgenomen investeringsbedragen zijn inclusief het voorbereidingskrediet. Schoolbesturen en gemeente zijn samen verantwoordelijk voor het behalen van de duurzaamheidsambities. Om de duurzame ambities te realiseren zijn passende financiële kaders een voorwaarde. De gemeente bekostigt op basis van ENG (gelijk aan ZEB) en de schoolbesturen zijn bereid om bij (ver)nieuwbouw financieel bij te dragen aan de stap van ENG naar Nul-op-de-meter. Voorwaarde hiervoor is dat een TCO-berekening aantoont dat deze investering zich binnen een redelijk termijn in exploitatie terugverdient.

2230283/20251118jm03 | www.icsadviseurs.nl

39/45

▪

▪

Naast de stichtingskosten zijn er bij ieder project nog extra randvoorwaardelijke kosten om het project te kunnen realiseren. Dit zijn kosten die buiten de normvergoeding (uit tabel 4) vallen en voor rekening van de gemeente zijn op basis van de werkelijke kosten wordt bekostigd. Deze randvoorwaardelijke kosten gaan onder andere over locatiegebonden kosten, netcongestie, sloop van gebouwen, tijdelijke huisvesting, bodemsanering, verhuiskosten en benodigde onderzoeken (onder andere naar asbest, flora & fauna en stikstof). Dit zijn projectspecifieke kosten waarvan de hoogte per project erg kan verschillen en van tevoren lastig zijn in te schatten. Tijdens de initiatieffase van een project worden de kaders van het project verder uitgewerkt en is het mogelijk om deze kosten inzichtelijk te maken. Voor nu is voor randvoorwaardelijke kosten per project rekening gehouden met 20 procent van de stichtingskosten. Deze randvoorwaardelijke kosten zijn geen extra budget voor het schoolbestuur, maar dient als extra budget voor de gemeente om per project gemeentelijke kosten te dekken. Voor de realisatie van bredere voorzieningen of (I)KC’s is de gemeente bereid om dit mogelijk te maken via voorfinanciering. Uitgangspunt is dat een dergelijke investering in extra ruimten kostendekkend wordt gerealiseerd en daarmee niet drukt op de gemeentelijke begroting.

In het investeringsoverzicht in paragraaf 7.2 is dit daarom los inzichtelijk gemaakt.

7.2 Totale investering IHP Op basis van de geschetste uitgangspunten is de benodigde investering van het IHP inzichtelijk gemaakt. In de onderstaande tabel wordt er onderscheid gemaakt tussen de gemeentelijke investering voor onderwijs (op basis van ENG) en voor derden (KDV – Kinderopvang – op basis van ENG). Het investeringsbedrag voor derden gaat om de investering voor bredere voorzieningen. Als uitgangspunt voor de omvang is hiervoor de huidige omvang van de kinderopvang bij de projecten aangehouden. De exacte omvang dient bij de uitwerking van het project verder bepaald te worden. Investering Randvoorwaardelijke KDV (+ENG) kosten 500.000 € 400.000 510.000 € 450.000 € 400.000 130.000 € 520.000 210.000 € 490.000 340.000 € 730.000

School

Scenario

OBS Binnen de V este OBS de Klimop OBS de Schoener OBS de Kirreweie OBS Stapelhof OBS de Meerpaal Brede School Noorderpolder Theo Thijssenschool OBS ‘t Kofschip Basisschool Onder de Wieken

Lichte renovatie V ernieuwbouw V ernieuwbouw V ernieuwbouw V ernieuwbouw V ernieuwbouw

€ € € € € €

2.000.000 2.260.000 2.000.000 2.580.000 2.430.000 3.670.000

Uitbreiding t.b.v. ruimtetekort

€

1.720.000 €

-

€

340.000

V ervangende nieuwbouw V ernieuwbouw (V ervangende) nieuwbouw/vernieuwbouw V ernieuwbouw V ernieuwbouw Lichte renovatie V ernieuwbouw

€ €

3.920.000 € 2.730.000 €

500.000 € 130.000 €

780.000 550.000

€

3.790.000 €

750.000 €

760.000

€ € € € €

2.490.000 2.580.000 1.510.000 2.840.000 36.520.000

€ 210.000 € € 300.000 € € € € 1.000.000 € € 4.580.000 €

500.000 520.000 300.000 570.000 7.310.000

J.W. van den Doel Helcherseeschool De Morgenster Ds. Pieter van Dijke school CBS Op Dreef Totaal

ENG € € € € € €

Figuur 7: Totale investering IHP Schouwen-Duiveland

7.3 Effect gemeentelijke begroting Bij het bepalen van het effect op de gemeentelijke begroting zijn de nieuwe kapitaallasten als gevolg van de investeringen in beeld gebracht. Bij het berekenen van de kapitaalslasten zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: ▪ ▪

Afschrijftermijn: 40 jaar (vervangende nieuwbouw/vernieuwbouw en uitbreiding), 20 jaar (lichte renovatie); Rekenrente: 2,7 procent;

2230283/20251118jm03 | www.icsadviseurs.nl

40/45

▪ ▪

Prijsindex: 3 procent (periode 2026-2029) en 2 procent (periode 2030-verder); Voorbereidingskrediet: 8 procent (van totale investering).

Figuur 8: effecten projecten IHP Schouwen-Duiveland

In figuur 8 zijn de nieuwe begrotingslasten (rente en afschrijving) opgenomen voor de realisatie van het IHP. Dit betreffen alleen de begrotingslasten voor het onderwijs. De begrotingslasten voor de investeringen in kinderopvang en de randvoorwaardelijke kosten zijn hierbij buiten beschouwing gelaten en dus niet in figuur 8 meegenomen. De lopende kapitaallasten voor onderwijshuisvesting van de gemeente Schouwen-Duiveland zijn in deze figuur ook niet meegenomen.

7.4 Meerkosten inclusiever onderwijs Om inclusiever onderwijs te realiseren zijn aanvullende ruimte voor het onderwijs en aanpalende zorg nodig. In de visie is opgenomen dat de gemeente hiervoor bij (ver)nieuwbouwprojecten (minimaal) 50 m², bvo extra bekostigd, als dit inhoudelijk wordt onderbouwd. Verder is afgesproken dat als schoolbesturen nog meer ruimte willen realiseren voor inclusiever onderwijs dit, na onderbouwing door het schoolbestuur en akkoord van de gemeente, ook mogelijk is. De schoolbesturen zijn verantwoordelijk voor het onderhouden en beheren van deze extra meters. Dit leidt tot een extra investering vanuit de gemeente. Voor de elf projecten waarbij het uitgangspunt (ver)nieuwbouw is, betekent dit een investering voor de gemeente van ongeveer € 2,6 miljoen6. De kosten zijn niet meegenomen in de overzichten in paragraaf 7.2 en 7.3.

6 Uitgangspunt is 13 projecten / scholen (ENG) met ieder 50 m² BVO extra met een inschatting van gemiddeld €4.000,- per m² BVO komt dit uit

op €2.600.000,-.

2230283/20251118jm03 | www.icsadviseurs.nl

41/45

8. Slotsom en aanbeveling 8.1 Slotsom Het voorliggende IHP is met een nauwgezet proces en in constructief overleg met de gemeente, de schoolbesturen en opvangorganisatie tot stand gekomen. De gezamenlijk opgestelde visie geeft een helder perspectief voor de huisvesting van het onderwijs en opvang in de gemeente Schouwen-Duiveland. Deze visie bevat tevens concrete spelregels voor de uitvoering van de plannen binnen dit IHP. Met de uitvoering van dit IHP worden de grootste knelpunten in de huisvesting opgelost en worden duidelijke keuzes gemaakt per gebied. Na de realisatie kan de kwaliteit van het overgrote deel van de schoolgebouwen in de gemeente als goed worden aangemerkt.

8.2 Aanbevelingen Onze aanbevelingen zijn onderverdeeld in twee categorieën: (1) aanbevelingen voor het proces en (2) aanbevelingen voor de realisatie van projecten in het IHP. Proces ▪ ▪ ▪ ▪

▪

Voer om de vier jaar een actualisatie uit van het IHP. Maak daarbij duidelijke procesafspraken; Stel om de twee jaar een leerlingenprognose op en monitor vraag en aanbod in relatie tot woningbouwontwikkelingen (ruimtebehoefte en capaciteit); Maak om de twee jaar de ontwikkeling van de verduurzaming van de schoolgebouwen inzichtelijk. Dit geldt voor nieuwe plannen en bestaande gebouwen; Hanteer de gemaakte factsheets door deze tweejaarlijks te actualiseren qua ruimtegebruik en beoordeling van de gebouwen. Dit is een instrument om de gemeenteraad op de hoogte te houden van de vorderingen en resultaten vanuit het IHP; Gebruik de fasering van het IHP om te bepalen op welk moment de schoolpleinen van de scholen worden vergroend.

Realisatie projecten IHP ▪

▪ ▪ ▪

Stel een uitvoeringsplan op waarin staat omschreven welke stappen dienen te worden gezet, wie welke rol daarin heeft en welke (detail)planning wordt aangehouden. Het uitvoeringsplan en de voortgang van de realisatie van het huisvestingsplan dienen jaarlijks terugkerend tussen gemeente en schoolbesturen te worden besproken. Dit document kan ook gebruikt worden om de raad te informeren over de voortgang van de uitvoering van projecten; Onderzoek samen (schoolbesturen en gemeente) welke koppelkansen er liggen voor het gebundeld aanbesteden van projecten; Stel een plan voor de tijdelijke huisvesting van de te realiseren projecten, mogelijk kan hier ook in gebundeld aanbesteed worden; De realisatie van het huisvestingsplan heeft impact op een groot aantal leerlingen, ouders en bewoners. Communiceer gezamenlijk (gemeente, schoolbesturen en opvangorganisaties) over de plannen en de planning.

2230283/20251118jm03 | www.icsadviseurs.nl

42/45

Bijlage 1: Factsheet De factsheets zijn los bijgevoegd.

2230283/20251118jm03 | www.icsadviseurs.nl

43/45

Bijlage 2: Randvoorwaardelijke kosten Onderstaande kosten zijn niet meegenomen in de berekening voor het bepalen van de totale investeringen per project in hoofdstuk 7. De onderstaande kosten zijn in het ene project wel aan de orde en in het andere. De betreffende kosten zijn randvoorwaardelijk voor het project en hiervoor is in het IHP een separaat budget opgenomen, zoals beschreven in hoofdstuk 7. Het budget voor de randvoorwaardelijke is bedoeld voor de volgende kosten : ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪

Kosten voor eventuele aankoop van grond en woonrijp maken; Kosten voor aanpassingen aan de infrastructuur of openbare ruimte buiten de school en de hekken van het speelplein; Kosten voor het eventueel verleggen van (nuts)kabels en leidingen; Kosten voor eventueel saneren van asbest en vervuilde grond; Ten behoeve van archeologisch onderzoek is een post opgenomen voor bureauonderzoek; Kosten voor eventuele proefsleuvenonderzoek en opgravingen zijn niet opgenomen in de bedragen; Kosten voor auto parkeren; Eenmalig afboeken van boekwaarde bij nieuwbouw; Sloopkosten; Lopende boekwaarden; Tijdelijke huisvesting; Verhuiskosten; Contextuele factoren/locatie gebonden kosten; Mogelijke kosten voor eerste inrichting onderwijsleerpakket en meubilair (losse inrichting, losse componenten ICT-voorzieningen, speciale decoratieve verlichting et cetera); Consequenties uit eventuele Flora- en Fauna-activiteiten (bescherming van soorten); Kosten en baten bij het eventueel afstoten van gebouwen en gronden; Kosten voor het realiseren van ruimte voor kinderopvang; Kosten voor extra wensen van het schoolbestuur (vouwwanden, podium et cetera); Consequenties voor de exploitatiekosten zijn buiten beschouwing gelaten; Prijsindexering tot start bouw en tijdens de bouw; Eventuele interne (gemeentelijke) rente ten behoeve van financiering; Eventuele precariokosten; Gemeentelijke plan- en apparaatskosten.

Terreininrichting bij PO boven 600 m², voor VO is géén terreininrichting berekend; Exclusief faseringskosten; Voor de kostenramingen is uitgegaan van bouwen in 1 (aansluitende) fase; Kostenramingen zijn ten behoeve van budgetbepaling.

2230283/20251118jm03 | www.icsadviseurs.nl

44/45

De hoogste kwaliteitseisen aan onze dienstverlening. Een goed gebouw begint met het beste idee. Colofon Datum: Auteurs:

8 januari 2026 Maarten Groenen Stijn Olthof Christel Breedijk

info@icsadviseurs.nl 088 - 235 04 27 2230283/20251118jm03 | www.icsadviseurs.nl www.icsadviseurs.nl

Onderdeel van ICS Ruimteregie Groep45/45 BV

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16510188/1