CConstaterende datSchouwen-Duiveland
Koppel je AI →
Document · PDF

1661002 Bijlage 2 Definitieve rapportage IHP

Gemeenteraad 5 maart 2026, gemeente Schouwen-DuivelandBij agendapunt: RVS IHP Onderwijshuisvesting Schouwen Duiveland (1661002)15.184 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Integraal Huisvestingsplan Een nieuw toekomstperspectief voor alle schoolgebouwen Definitief

Opdrachtgever Gemeente Schouwen-Duiveland

Datum 8 januari 2026

Referentienummer 2230283/20251118jm03

Auteur(s) Maarten Groenen Stijn Olthof Christel Breedijk

│ Onderdeel van ICS Ruimteregie Groep BV

Inhoudsopgave 1.

2.

3.

4.

5.

Inleiding

4

1.1

Introductie

4

1.2

Vertrekpunt

6

1.3

Proces

7

1.4

Leeswijzer

7

Visie op onderwijshuisvesting

9

2.1

Spreiding en schaalgrootte

9

2.2

Inclusiever onderwijs

10

2.3

Ruimte voor instroom

12

2.4

Brede voorzieningen

13

2.5

Bewegingsonderwijs en bewegend leren

14

2.6

Duurzaam en gezond bouwen

16

2.7

Type ingrepen IHP

18

2.8

Beleidskeuzes samengevat

21

Inzicht en beoordeling

22

3.1

Aanbod en spreiding

22

3.2

Kwaliteit

22

3.3

Leerlingenontwikkeling

23

Oplossingsrichtingen

25

4.1

Introductie

25

4.2

Cluster Noordwest

26

4.3

Cluster Midden

27

4.4

Cluster Bruinisse

28

4.5

Cluster Nieuwerkerk en Oosterland

29

4.6

Cluster Zierikzee West

30

4.7

Cluster Zierikzee Oost

32

4.8

Overzicht scenario’s

33

Uitvoering 5.1

Fasering en planning

34 34

De inhoud van deze uitgave is eigendom van ICS Adviseurs B.V. te Zwolle. Enkel de opdrachtgever waarmee ICS Adviseurs B.V. een overeenkomst is aangegaan, heeft een gebruiksrecht voor deze uitgave. De inhoud en omvang van dat gebruiksrecht zijn vastgelegd in de algemene voorwaarden van ICS Adviseurs B.V., gedeponeerd bij de Rechtbank Overijssel onder nummer 9/2021, dan wel in de overeenkomst zoals hiervoor bedoeld. Elk ander gebruik van deze uitgave, door opdrachtgever en of derden is uitgesloten, inhoudende dat niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, via internet, door fotokopieën, opnamen of enige andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van ICS Adviseurs B.V.

2230283/20251118jm03 | www.icsadviseurs.nl

5.2

Tijdelijke huisvesting

35

5.3

Organisatie tijdens uitvoering

35

6.

Bewegingsonderwijs

37

7.

Financiën

39

8.

7.1

Uitgangspunten

39

7.2

Totale investering IHP

40

7.3

Effect gemeentelijke begroting

40

7.4

Meerkosten inclusiever onderwijs

41

Slotsom en aanbeveling

42

8.1

Slotsom

42

8.2

Aanbevelingen

42

Bijlage 1: Factsheet

43

Bijlage 2: Randvoorwaardelijke kosten

44

2230283/20251118jm03 | www.icsadviseurs.nl

1. Inleiding 1.1 Introductie De gemeente Schouwen-Duiveland heeft in 2017 een Integraal Huisvestingsplan (verder IHP) voor alle schoolgebouwen in de gemeente vastgesteld. Hiermee gaf de gemeente uitvoering aan haar zorgplicht voor onderwijshuisvesting. In 2020 is vervolgens het ‘Uitvoeringsplan IHP Schouwen-Duiveland’ opgesteld met het Eindadvies: ‘Van plan naar uitvoering’. Dit Uitvoeringsplan is opgesteld om enerzijds het budget te actualiseren en te borgen en anderzijds de planning te actualiseren. Doel was vooral om de plannen uit het IHP richting uitvoering te krijgen. De afgelopen jaren zijn voor de verschillende projecten uit het IHP haalbaarheidsonderzoeken gestart. Voor een aantal schoolgebouwen is het dit jaar gelukt om tot afronding van de haalbaarheidsonderzoeken te komen en is de planvorming gestart. Het is echter niet gelukt om tot afronding van alle haalbaarheidsonderzoeken te komen en geleidelijk zijn er bij zowel de schoolbesturen als gemeente nieuwe inzichten ontstaan over de toekomstige huisvesting. Om weer een gezamenlijk toekomstperspectief over de schoolgebouwen te realiseren én de gewenste impuls te geven aan de onderwijshuisvesting is de wens uitgesproken om het IHP in 2025 opnieuw te actualiseren en de afspraken hieruit vast te leggen.

Bij het actualiseren van het IHP sluit de gemeente Schouwen-Duiveland aan bij de termijnen volgens het wetswijzigingsvoorstel ten aanzien van onderwijshuisvesting. Hierin heeft het IHP een scope van zestien jaar (periode 2025-2041) en wordt het investeringsprogramma voor de eerste vier jaar vastgelegd. In het nieuwe IHP voor de gemeente Schouwen-Duiveland maken we daarom een doorkijk naar 2041, waarbij we tenminste de projecten uit het huidige IHP (her)definiëren. Het IHP geeft houvast aan hoe om te gaan met investeringen in gebouwen voor onderwijs omdat er in de gemeente Schouwen-Duiveland een duurzame en gezonde onderwijsomgeving verder gerealiseerd en voortgezet kan worden. Het IHP biedt verder een lange termijn overzicht waarbij de investeringen voor de eerste vier jaar vaststaan (en per project worden goedgekeurd door de gemeenteraad), waarbij het plan daarna een perspectief schetst voor de lange termijn.

2230283/20251118jm03 | www.icsadviseurs.nl

4/45

Naast de plannen en beoogde investeringen zijn in het IHP ook kaders voor de realisatie en instandhouding van de schoolgebouwen geformuleerd. Hiermee wordt ingespeeld op ontwikkelingen en ambities op het gebied van onder andere inclusief onderwijs en duurzaamheid. Ten aanzien van het bewegingsonderwijs, wat onderdeel is van de wettelijke zorgplicht voor onderwijshuisvesting, is in het IHP in beeld gebracht of er wel/niet voldoende capaciteit beschikbaar is voor alle scholen. Dit IHP is opgesteld onder begeleiding van ICSadviseurs en in samenwerking met de schoolbesturen van het primair en voortgezet onderwijs, opvangpartner en vertegenwoordigers van de gemeente. Het IHP is bestuurlijk vastgesteld in het Lokale Educatie Agenda (LEA). Het IHP vormt een perspectief en kader om alle besluiten rondom investeringen in huisvesting de komende jaren langs te leggen. Dit betekent dat (eventuele) huisvestingsaanvragen door schoolbesturen aan de kaders van het IHP worden getoetst. Het IHP vormt een koersdocument en is geen blauwdruk. Op deze manier blijft flexibiliteit (beargumenteerd) behouden 1.

1 Deze flexibiliteit is ook benodigd voor ontwikkelingen waarop nu geen (duidelijk) antwoord is. Voorbeeld hiervan is een mogelijke

stelselwijziging voor de kinderopvang.

2230283/20251118jm03 | www.icsadviseurs.nl

5/45

1.2 Vertrekpunt Het resultaat van het IHP uit 2017 was een overzicht van projecten en een tijdspad voor de realisatie van de projecten. De onderstaande tabel laat per cluster de beoogde projecten en planning zien.

Tabel 1: projecten en tijdspad IHP 2017

Na afronding van het IHP uit 2017 is voor verschillende projecten gestart met het uitvoeren van haalbaarheidsonderzoeken voor het realiseren van de voorgestelde clusterscholen. Voor de verschillende clusters zijn haalbaarheidsonderzoeken uitgevoerd: ▪

▪

▪

Voor het cluster Noordwest, met de scholen Helcherseeschool, OBS de Kirrewei, OBS Stapelhof, Onder de Wieken, OBS de Schoener en de Zonnewijzer, bleek vanuit diverse stakeholders onvoldoende draagvlak om één of meerdere clusterscholen te realiseren. De Zonnewijzer is inmiddels gesloten. In het cluster Oost is na het uitvoeren van de haalbaarheidsonderzoeken gekozen voor het realiseren van twee clusterscholen, één in Nieuwerkerk en één in Oosterland. De verdere planvorming voor deze locaties loopt. De locatie van de Klimop in Dreischor blijft behouden. In het cluster Zuid is de huisvesting en renovatie van de Sint Willibrordus en J.L. De Jonge onderzocht. Momenteel wordt hiervoor een raadsvoorstel voorbereid. Voor dit IHP zijn de Sint Willibrordus en J.L. de Jonge beschouwd als lopende projecten.

In 2022 zijn daarnaast de gebouwen van het Pieter Zeeman Lyceum en SBO de Meie opgeleverd en in gebruik genomen.

2230283/20251118jm03 | www.icsadviseurs.nl

6/45

1.3 Proces Het IHP voor de gemeente Schouwen-Duiveland is een gezamenlijk plan van de gemeente en schoolbesturen. De hierbij betrokken schoolbesturen zijn: ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪

Stichting Obase Lithora Stichting tot het verstrekken van onderwijs op gereformeerde grondslag Vereniging tot het verstrekken van bao. op reformatorische grondslag Vereniging tot bevordering van het christelijk onderwijs te Bruinisse Schoolbestuur Prisma VCPOZ Scholengroep Pontes

Het plan is tot stand gekomen door samenwerking van schoolbesturen, kinderopvang en gemeente, die input hebben gegeven voor de inhoud van het IHP. ICSadviseurs begeleidde het proces en bracht de informatie samen in een gefaseerde aanpak. De gemeente was hierbij opdrachtgever en het is uiteindelijk de gemeenteraad die het IHP vaststelt. De volgende processtappen zijn daarin doorlopen: ▪

▪ ▪

▪

▪

▪

Inventarisatie: voor alle schoollocaties zijn de basisgegevens geïnventariseerd door vragenlijsten. Hierin gaven schoolbesturen ook een eigen beoordeling van de kwaliteit per gebouw. Deze informatie vormt de input voor de zogenaamde factsheets per locatie. Interview: de factsheets en ontwikkelingen en ambities met betrekking tot de huisvesting zijn per schoolbesturen verkend in een gesprek. Visie op onderwijs(huisvesting): In 2017 heeft de gemeente Schouwen-Duiveland een IHP opgesteld, deze is in 2021 bijgewerkt. Dit is een basis geweest voor de visie op onderwijshuisvesting, die tijdens werksessies is aangevuld en aangescherpt met de schoolbesturen en gemeente en is samengevoegd tot een gedragen visie. Analyse & scenario’s: in gesprekken met de schoolbesturen is de basisinformatie (factsheets) besproken en vertaald naar een knelpuntenanalyse. Per cluster is gekeken naar de scenario’s voor de toekomst en is vertaald naar scenariokaarten. De scenariokaarten zijn op clusterniveau gepresenteerd en geven mogelijke scenario’s per cluster weer. Voor elke locatie is een voorkeursscenario bepaald. Draagvlak: de scenario’s die zijn voortgekomen uit de gesprekken tussen de schoolbesturen en de gemeente zijn voorgelegd aan dorpsraden, het college en de raad. Door deze stap is binnen de gemeente breed draagvlak voor de scenario’s van het IHP gerealiseerd.

Planvorming en prioritering: de scenario’s zijn vertaald naar concrete huisvestingsmaatregelen zoals nieuwbouw of uitbreiding met een bepaalde omvang en bijbehorende planning. Voor deze plannen zijn de investeringskosten berekend.

1.4 Leeswijzer Hoofdstuk 2 bevat de visie op onderwijs en onderwijshuisvesting. Om tot plannen te komen is eerst de vraag beantwoord wat de gemeente en schoolbesturen met hun onderwijshuisvesting beogen. Thema’s zoals spreiding en schaalgrootte, inclusiever onderwijs, brede voorzieningen, bewegingsonderwijs en bewegend leren, duurzaam en gezond bouwen en de soorten maatregelen zijn in werksessies met de schoolbesturen en in ambtelijke overleggen besproken. Per thema zijn concrete kaders voor de huisvesting geformuleerd. Hoofdstuk 3 geeft inzicht en beoordeelt globaal de basisinformatie van de schoolgebouwen. Voor elke locatie is op basis van informatie vanuit het schoolbestuur een factsheet gemaakt (zie bijlage 1). Het gaat hier om gegevens als bouwjaar, exploitatielasten, technische en functionele kwaliteit en de ontwikkeling van vraag en aanbod op basis van de leerlingenprognoses. De belangrijkste conclusies uit de factsheets zijn terug te vinden in hoofdstuk 3.

2230283/20251118jm03 | www.icsadviseurs.nl

7/45

Op basis van de gesprekken en werksessies is er naar oplossingen gezocht voor de schoolgebouwen die binnen het IHP om een ingreep vragen. Deze worden in hoofdstuk 4 besproken. De oplossingsrichting is erop gericht de geconstateerde knelpunten op te lossen en de geformuleerde ambities te realiseren. Hoofdstuk 5 beschrijft de uitvoering van de plannen in het IHP. Hierbij wordt stilgestaan bij de fasering en planning, tijdelijke huisvesting en organisatie en tijdens de uitvoering. In hoofdstuk 6 wordt er ingegaan op de financiële vertaling van het IHP. Voor de projecten uit het IHP zijn de financiële uitgangspunten voor de projecten opgenomen en de investeringen in beeld gebracht. De rapportage sluit af met hoofdstuk 7: slotsom en aanbevelingen voor de uitvoering van de in het IHP opgenomen plannen.

2230283/20251118jm03 | www.icsadviseurs.nl

8/45

2. Visie op onderwijshuisvesting Om toekomstbestendige onderwijshuisvesting in Schouwen-Duiveland te borgen wordt in dit IHP een visie op onderwijshuisvesting geformuleerd. In dit hoofdstuk wordt aandacht besteed aan verschillende thema’s die ingaan op de visie op onderwijshuisvesting zoals spreiding en schaalgrootte, inclusiever onderwijs, brede voorzieningen, bewegingsonderwijs en bewegend leren, duurzaam en gezond bouwen en de soorten maatregelen die in het IHP worden gehanteerd. Voor elk thema wordt de gezamenlijke visie en ambitie beschreven. Daarnaast wordt deze ambitie vertaald in concrete en haalbare kaders en spelregels voor de uitvoering. In het IHP worden de financiële consequenties van deze kaders in het financiële hoofdstuk in beeld gebracht en ter besluitvorming aan de gemeenteraad voorgelegd. Parallel aan het IHP is binnen de gemeente gewerkt aan het Onderwijsakkoord. Hierin zijn doelen en ambities voor het onderwijs geformuleerd, die effect kunnen hebben op de onderwijshuisvesting. Er is getracht om de visie op onderwijshuisvesting in dit IHP zoveel mogelijk te laten aansluiten op het Onderwijsakkoord.

2.1 Spreiding en schaalgrootte Bestaand beleid In het IHP van 2017 zijn een aantal kernwaarden benoemd voor de visie op onderwijshuisvesting. Destijds is het streven naar regioscholen of toekomstbestendige schoollocaties opgenomen als uitgangspunt. Het plan was om de kwaliteit van onderwijs te waarborgen door een zekere omvang en meer flexibiliteit. In de plannen van het IHP uit 2017 zijn meerdere onderzoeken naar regioscholen opgenomen. Daarnaast is efficiënt gebruik van huisvestingscapaciteit een ander uitgangspunt voor onderwijshuisvesting. Bij capaciteitsvraagstukken (ruimtetekort en -overschot) worden de oplossingen binnen het cluster gezocht. Bij ruimtetekort betekent dat uitbreiding niet mogelijk is als er leegstand is in het cluster, tenzij de afstand tussen beide locaties onoverkomelijk is. Indien mogelijk wordt er ook clusteroverstijgend gekeken.

Figuur 1: verdeling clusters IHP 2017

Vertrekpunt Sinds afronding van het IHP 2017 zijn gemeente en schoolbesturen samen aan de slag gegaan om de plannen tot uitvoering te brengen. Hiervoor zijn meerdere haalbaarheidsonderzoeken uitgevoerd om plannen te vormen voor het realiseren van clusterscholen. Er bleek echter vanuit diverse stakeholders onvoldoende draagvlak om tot deze clusterscholen te komen. Mede hierdoor en door nieuwe inzichten is er nu behoefte aan nieuwe kaders. 2230283/20251118jm03 | www.icsadviseurs.nl

9/45

Voorstel nieuw beleid De gemeente Schouwen-Duiveland kent een diversiteit aan scholen voor het primair onderwijs verspreid over de gemeente en hecht hier waarde aan. Thuisnabij onderwijs is voor alle kinderen op het eiland het streven. Een evenwichtige spreiding van scholen over de verschillende wijken en kernen binnen de gemeente is het doel. Het doel is om toekomstbestendige scholen te realiseren. Dit vraagt op sommige plekken om grotere schoolgebouwen, waarin - waar nodig - meerdere scholen samen in combinatie met kinderopvang onder één dak worden gehuisvest. Per kern en per wijk wordt gezocht naar een oplossing die het beste aansluit bij de lokale behoeften. Het samenvoegen van meerdere scholen onder één dak, is eerder, in het IHP van 2017, opgenomen onder de noemer regioscholen. Hoewel deze visie vanuit het onderwijs en de gemeente werd gedeeld, bleek het draagvlak binnen de betrokken kernen gaandeweg af te nemen en zijn de plannen niet tot uitvoering gekomen. Op basis van de eerder geformuleerde doelen en visie en met de wetenschap van de complexe huisvestingsopgave en doorlopen processen van de afgelopen jaren, worden nu ten behoeve van het IHP verschillende mogelijkheden voorgesteld. Om op een goede manier in te kunnen spelen op de behoeften van de verschillende scholen in de gemeente zijn voor het IHP drie denkrichtingen geformuleerd: ▪ ▪ ▪

Spoor 1: behouden locaties. Gebouwen worden, waar nodig, weer op kwaliteit gebracht door middel van renovatie of (ver)nieuwbouw. Spoor 2: clusteren binnen kern. Gebouwen krijgen (ver)nieuwbouw op een nader te bepalen locatie. Spoor 3: clusteren binnen regio. Clusteren van scholen uit meerdere kernen in een regioschool. Gebouwen krijgen nieuwbouw op nader te bepalen locatie.

In het IHP wordt per cluster onderzocht welk spoor het meest passend is en dit wordt vertaald naar concrete scenario’s. Vanuit het Onderwijsakkoord is er daarnaast aangegeven dat er niet gebouwd dient te worden voor leegstand en dat dit afstemming vraagt tussen gemeente en schoolbesturen. Normatieve overcapaciteit De ruimtebehoefte van een school wordt wettelijk bepaald door het aantal leerlingen (nu en in de toekomst) en uitgedrukt in m². Indien deze ruimtebehoefte op een gegeven moment lager is dan de capaciteit van een bestaand schoolgebouw is er sprake van normatieve overcapaciteit of leegstand. In de praktijk is er meestal geen sprake van (werkelijke) leegstand want de school wordt in zijn geheel gebruikt ten behoeve van onderwijs of ingezet voor andere functies zoals peuteropvang. Het schoolbestuur krijgt vanuit het Rijk een exploitatievergoeding op basis van het aantal leerlingen en dus niet voor de leegstand. Veel leegstand vormt dus een (financieel) risico voor het schoolbestuur. Voor de gemeente geldt dat het streeft naar efficiënte onderwijshuisvesting. Hierbij past het niet om de levensduur van schoolgebouwen met veel normatieve overcapaciteit te verlengen door middel van een ingreep, tenzij deze door andere functies kostendekkend kan worden ingezet.

2.2 Inclusiever onderwijs Bestaand beleid Schoolbesturen, de kinderopvangorganisatie en de gemeente Schouwen-Duiveland hebben in het Onderwijsakkoord 2025 samen vastgelegd dat ze op weg zijn naar meer inclusief kinderopvang en onderwijs. En dat dit zo thuisnabij mogelijk is. Daarnaast heeft de Rijksoverheid als doel gesteld dat de meeste scholen tegen 2035 de transitie naar inclusief onderwijs hebben voltooid. Hierbij wordt aangegeven dat de overheid duidelijk heeft omschreven wat inclusief onderwijs inhoudt en hoe een inclusieve leeromgeving eruit moet zien. Inclusief onderwijs wordt gekenmerkt door een omgeving waarin iedere leerling, met of zonder beperking, de kans krijgt om zich naar zijn of haar vermogen te ontwikkelen.

2230283/20251118jm03 | www.icsadviseurs.nl

10/45

Vertrekpunt De verantwoordelijkheid om invulling te geven aan inclusief onderwijs ligt bij de zogenaamde samenwerkingsverbanden. Binnen de gemeente zijn twee samenwerkingsverbanden actief, namelijk Kind op 1 en Berséba. Binnen het samenwerkingsverband Kind op 1 is een nieuwe werkgroep opgericht om inclusief onderwijs verder te ontwikkelen. Het doel is om een gedeelde richting vast te stellen voor alle betrokken scholen, zodat er een duidelijk beeld ontstaat in hoe inclusief onderwijs op het eiland wordt vormgegeven. Deze visie zal als fundament dienen voor toekomstige beleidsmaatregelen en praktische veranderingen binnen de scholen. Berséba richt zich op de reformatorische scholen en Kind op 1 richt zich op de alle scholen, behalve reformatorisch. Door ook onderling samen te werken kan er worden gestreefd naar een fijne samenwerking tussen deze verschillende typen onderwijs. Momenteel bevindt zich op het eiland één school voor speciaal basisonderwijs (SBO). Echter, de situatie op deze school is de afgelopen jaren aanzienlijk veranderd. Waar de school voorheen voornamelijk SBO-leerlingen bediende, bestaat de populatie nu grotendeels uit leerlingen die in het speciaal onderwijs (SO) thuishoren, zo geeft het schoolbestuur aan.

Dit heeft enerzijds geleid tot een verschuiving in de onderwijsbehoeften van de leerlingen op deze school, en dit vraagt om aanpassingen in de onderwijsmethodieken en de ondersteunende voorzieningen. Anderzijds betekent dit dat een deel van de leerlingen, die voorheen naar het speciaal basisonderwijs gingen, nu naar het reguliere onderwijs gaan. Voorstel nieuw beleid Een belangrijk uitgangspunt voor het nieuw te ontwikkelen beleid is het streven om zo min mogelijk leerlingen naar scholen buiten het eiland te sturen. Dit vraagt om een gezamenlijke inspanning van alle scholen op het eiland om leerlingen met complexe ondersteuningsbehoeften op te nemen. Deze inclusie van leerlingen met een grotere diversiteit aan leer- en gedragsproblemen stelt extra eisen aan de schoolgebouwen en de onderwijsmiddelen. Om een inclusievere leeromgeving te creëren, is het wenselijk om bestaande schoolgebouwen hierop aan te passen en mogelijk uit te breiden. Denk hierbij aan de inrichting van specifieke ruimtes, zoals prikkelarme kamers voor leerlingen die baat hebben bij een rustige omgeving, en aangepaste werkplekken voor leerlingen met fysieke of zintuiglijke beperkingen. Daarnaast wordt ingezet op een onderzoek naar de realisatie van een regionaal expertisecentrum, waarin voorzieningen en expertise voor een inclusievere leeromgeving worden gebundeld. Dit expertisecentrum heeft als doel: ▪ ▪ ▪ ▪

Het verminderen van verwijzingen naar scholen buiten het eiland. Meer maatwerk en soepele overgangen tussen speciaal en regulier onderwijs (heen en terug). Versterking van het lokale onderwijsnetwerk en geïntegreerde samenwerking met jeugdhulp. Professionalisering en kennisdeling voor leerkrachten en ondersteuners.

2230283/20251118jm03 | www.icsadviseurs.nl

11/45

Extra vierkante meters voor inclusief onderwijs De ontwikkeling van inclusief onderwijs heeft invloed op de ruimtebehoefte en vraag naar ruimte vanuit het onderwijs. Het gaat dan om meer diversiteit aan werkplekken, meer spreekruimten en aanvullende ondersteuningsruimten (douche, snoezelruimte et cetera). Dit om meer ruimte te geven aan begeleiding/ondersteuning (bijvoorbeeld vanuit school en/of jeugdhulp), maar ook dat kinderen leren op de plek die bij de leerling/activiteit past (bijvoorbeeld in stilte of in groepsverband samenwerken aan een project). Afhankelijk van hoe een school invulling geeft aan inclusief onderwijs ontstaat er een behoefte aan aanvullende ruimten. Er wordt voorgesteld om in samenspraak tussen de gemeente en de schoolbesturen, en op basis van het nieuw te ontwikkelen beleid voor inclusiever onderwijs, een beleidsregel te ontwikkelen voor inclusievere schoolgebouwen om hierin tegemoet te komen.Ten behoeve van deze beleidsregel zijn in het IHP de volgende uitgangspunten geformuleerd: ▪ ▪

▪

Een schoolbestuur kan op basis van een onderbouwing een verzoek indienen voor de bekostiging van aanvullende meters voor inclusief onderwijs. Bij het bepalen van de normatieve ruimtebehoefte van een school (voor regulier basisonderwijs) wordt minimaal 50 m² bvo toegevoegd ten behoeve van inclusief onderwijs. De extra vierkante meters worden niet als automatisme toegekend aan een project. Schoolbestuur, opvangorganisatie en gemeente gaan in gesprek indien behoefte bestaat aan meer vierkante meters. Daarbij wordt eerst gekeken of deze extra vierkante meters door multifunctionaliteit of dubbel ruimtegebruik gerealiseerd kunnen worden. In een OOGO (Op Overeenstemming Gericht Overleg tussen gemeente en schoolbesturen) wordt besproken welke sociale en ruimtelijke gevolgen deze toekenning van extra vierkante meters heeft op de scholen en de wijk in de omgeving.

De insteek van deze beleidsregel is verder dat scholen op basis van vooraf opgestelde randvoorwaarden maatwerk kunnen leveren. Dit biedt de mogelijkheid om bijvoorbeeld meer individuele werkplekken, overlegplekken en spreekkamers te realiseren. De investering van deze ‘inclusieve meters’ wordt gepleegd vanuit de gemeente. De exploitatielasten van deze meters komen daarbij voor rekening van het schoolbestuur. Bovenstaande biedt de ruimte om ‘boven-normatief’ te denken, ruimtelijk maatwerk te leveren en er wordt inclusief onderwijs mee gestimuleerd.

2.3 Ruimte voor instroom Bestaand beleid De normatieve ruimtebehoefte van een schoolgebouw wordt op basis van de gemeentelijke huisvestingsverordening bepaald aan de hand van een vastgestelde leerlingenprognose. De prognose moet aan vastgestelde criteria voldoen en wordt gebaseerd op de leerlingtelling van 1 oktober van het betreffende schooljaar. Vertrekpunt Voor alle scholen geldt dat er sprake is van jaarlijkse instroom van 4-jarigen. In de meeste gevallen betekent dat het aantal leerlingen na 1 oktober stijgt door instroom. Door deze jaarlijkse instroom ligt het werkelijke aantal leerlingen op een school vaak hoger dan de telling van 1 oktober. Verder geldt dat de bekostiging van de schoolbesturen voor het Primair Onderwijs sinds 2023 is gebaseerd op het aantal leerlingen per 1 februari van het betreffende schooljaar. Voorstel nieuw beleid Om in te spelen en ruimte te bieden voor de jaarlijkse instroom van leerlingen wordt voorgesteld om de ruimtebehoefte van scholen te baseren op de leerlingtelling van 1 februari. Dit betekent tevens dat bij het opstellen van toekomstige leerlingprognoses de telling van 1 februari als uitgangspunt wordt gehanteerd.

2230283/20251118jm03 | www.icsadviseurs.nl

12/45

2.4 Brede voorzieningen Bestaand beleid In 2025 stelden onderwijs, gemeente en kinderopvang een nieuw onderwijsakkoord vast. De hierbij gevoegde visienotitie op inclusief onderwijs en IKC-ontwikkeling is bedoeld als onderlegger voor het IHP. In die visienotitie leggen de partners de volgende uitgangspunten vast: ▪ ▪ ▪ ▪ ▪

Binnen IKC werken meerdere partijen samen aan de integrale en doorlopende ontwikkeling van kinderen van 0 tot 12/13 jaar. Het gaat om integrale en doorlopende ontwikkeling met zowel een verticale (doorlopend in de tijd) als een horizontale (wie biedt welk ontwikkelingsaanbod) dimensie. Elk schoolbestuur stelt zijn visie op rond samenwerking met kinderopvang. Iedere basisschool ontwikkelt met kinderopvang een eigen visie op het zijn van een IKC. De visie kan van locatie tot locatie verschillen, maar is in lijn met de afspraken in het onderwijsakkoord. De aanwezigheid van een sportzaal of gymzaal in de directe nabijheid van een IKC is belangrijk voor de lichamelijke ontwikkeling van kinderen.

De IKC-plannen van schoolbesturen en kinderopvang worden in het IHP van de gemeente SchouwenDuiveland vertaald in een bouwplan met bijbehorende investeringsopgave en verwerkt in het vlekkenplan. Dit vlekkenplan houdt ruimte voor de komst van eventuele leerlingen uit speciaal onderwijs. Vertrekpunt Zoals afgesproken in het onderwijsakkoord stellen schoolbesturen met kinderopvang samenwerkingsvisies op en ontwikkelt iedere basisschool met kinderopvang een eigen visie op het zijn van een IKC. Voor de gemeente geldt in ieder geval dat het moet voldoen aan de Wet Markt en Overheid en de bepalingen zoals het Didam-arrest. Momenteel werkt de gemeente aan de herijking van de subsidie voor peuteropvang en voor- en vroegschoolse educatie (VVE), en de samenwerking met kinderopvangorganisatie Kibeo. De gemeente subsidieert VE-locaties via de regeling ‘Behoud VE in de kernen’, met als doel dat iedere kern (met school) een VE-locatie heeft. Uit een kernanalyse blijkt dat er onder meer in de kernen Zierikzee en Bruinisse VE-locaties zijn met een negatief exploitatieresultaat op jaarbasis en/of een laag aantal doelgroepkinderen. Deze bevinding roept de vraag op of de huidige manier van subsidiëring van het VE-aanbod (namelijk per school een VE-locatie) in deze kernen nog wenselijk en houdbaar is.

De gemeente heeft de intentie om de subsidiering van een tekort in de exploitatie van VE-locaties te herzien, met name wanneer er in één kern meerdere VE-locaties zijn. Om die reden wil de gemeente samen met Kibeo en de betrokken scholen verkennen of, in samenhang met het IHP en met respect voor de identiteit en/of denominatie, concentratie van het VE-aanbod mogelijk en wenselijk is. De gemeente verzoekt onderwijs en kinderopvang dit mee te nemen bij het opstellen van de samenwerkingsvisies. Voorstel nieuw beleid Een belangrijk thema dat een grote rol speelt bij de ontwikkeling van dit IHP is de realisatie (en exploitatie) van brede voorzieningen. De schoolbesturen, opvangpartners en de gemeente vinden het van belang dat er combinaties worden gemaakt tussen onderwijs, voorschoolse voorzieningen (peutergroepen) en kinderopvang, en dat dit vormgegeven wordt in een toegankelijk aanbod van kindvoorzieningen. - Samenwerking Bij het bestaande beleid is aangegeven dat scholen samen met kinderopvang een samenwerkingsvisie moeten optellen. Op basis daarvan kan de gemeente een investeringsopgave formuleren. - Opvang in iedere kern Het streven is om in iedere kern, waar momenteel een school is gehuisvest, ook een locatie voor kinderopvang te hebben. Dit is een uitdaging voor de kleinere kernen, waar de vraag naar opvang beperkter is.

Indien blijkt dat de enige opvangorganisatie in een kern geen sluitende businesscase (meer) kan realiseren, kan de gemeente overwegen hier een specifiek beleid voor op te stellen.

2230283/20251118jm03 | www.icsadviseurs.nl

13/45

- Andere voorzieningen Bij investeringen in schoolgebouwen wordt breder gekeken naar de behoefte aan maatschappelijke activiteiten in de kern en ander maatschappelijk vastgoed. Kansen op het combineren met onder andere ontmoetings-, cultuur- en sportvoorzieningen worden actief onderzocht. - Kaders voor investeringen De gemeente is onder voorwaarden bereid om, naast haar wettelijke zorgplicht voor onderwijshuisvesting, te investeren in de niet-onderwijsruimten binnen deze brede voorzieningen of (I)KC’s door middel van voorfinanciering. Uitgangspunt is dat een dergelijke investering in extra ruimten kostendekkend wordt gerealiseerd. Aan een dergelijke investering stelt de gemeente een aantal voorwaarden, onder andere om het financiële risico voor de gemeente te verminderen. De volgende voorwaarden worden gehanteerd: ▪ ▪ ▪ ▪

De investering voor extra ruimten wordt gedekt door middel van een (minimaal) kostprijs dekkende huur. Onder de investering vallen de totale stichtingskosten voor het realiseren van de voorziening. Een langjarige huurovereenkomst van minimaal 10 tot 15 jaar met opvang- of zorgorganisatie. Samenwerkingsovereenkomst tussen schoolbestuur, opvangorganisatie en mogelijk andere partner. Standaardisering van de overeenkomsten tussen gemeente, schoolbesturen en opvangorganisatie ten aanzien van het realiseren en (ver)huren van ruimten in een (I)KC.

Voorgesteld wordt om de kaders en spelregels voor het investeren in aanvullende functies bij schoolgebouwen na het IHP verder uit te werken in een beleidsregel.

2.5 Bewegingsonderwijs en bewegend leren Bestaand beleid Bewegingsonderwijs is een essentieel onderdeel van het reguliere onderwijs, waarbij kinderen op een gestructureerde manier kennismaken met sport en beweging. Dit is cruciaal voor hun fysieke en motorische ontwikkeling. Voor kinderen tot 6 jaar kan dit plaatsvinden in een speellokaal dat is afgestemd op hun behoefte aan een veilige en stimulerende omgeving. Vanaf 6 jaar is een gymzaal vereist vanwege de grotere ruimte en geschiktere voorzieningen voor intensievere activiteiten. Sinds 2023 zijn basisscholen verplicht om per groep 1,5 uur bewegingsonderwijs per week te bieden, bij voorkeur verdeeld over twee lessen van 45 minuten. Dit bevordert niet alleen regelmatige beweging, maar draagt ook bij aan de gezondheid, concentratie en leerprestaties van kinderen. Hierdoor wordt gewaarborgd dat alle leerlingen voldoende toegang hebben tot de benodigde faciliteiten voor effectief bewegingsonderwijs. Voor de speelplaats van een school zijn in de gemeentelijke verordening de volgende normen opgenomen. Voor een school voor basisonderwijs en een speciale school voor basisonderwijs geldt voor het verharde gedeelte (speelplaats) een minimum terreinoppervlakte van 3 vierkante meter per leerling, met een minimum van 300 vierkant meter netto. Vanaf 200 leerlingen kan worden volstaan met 600 vierkante meter netto.

Vertrekpunt De aanwezigheid van een sportzaal of gymzaal in de directe nabijheid van een IKC is belangrijk voor de lichamelijke ontwikkeling van kinderen. Dit legden de partners vast in het onderwijsakkoord 2025. In de gemeente Schouwen-Duiveland is een pilot gestart om schoolpleinen te vergroenen, onder leiding van NMESD. Het is essentieel dat de uitvoering en de ontwikkeling van het IHP parallel verlopen en in goed overleg plaatsvinden. Voorstel nieuw beleid - Bewegingsonderwijs De Koninklijke Vereniging voor Lichamelijke Opvoeding (KVLO) is de vakvereniging voor docenten en leerkrachten lichamelijke opvoeding en combinatiefunctionarissen onderwijs en sport. Zij hebben een handboek2 geschreven voor huisvesting met als doel te ondersteunen bij keuzes voor goede huisvesting voor het bewegingsonderwijs. Het document bevat verschillende normen en aanbevelingen voor de bouw, inrichting en onderhoud.

2 Handboek huisvesting bewegingsonderwijs – KVLO 2019

2230283/20251118jm03 | www.icsadviseurs.nl

14/45

In het IHP is de mogelijkheid opgenomen om het advies van de normen van de KVLO voor de netto vloeroppervlakte en de hoogte aan te houden bij het realiseren van een nieuwe gymzaal. Dit gaat om een netto vloeroppervlakte van minimaal 308 m2 (22 m x 14 m) met een hoogte van minimaal 5,5 meter (in plaats van 252 m² uit de gemeentelijke verordening). Deze afmeting speelt in op de vernieuwde lesmethoden die in de loop der tijd binnen het bewegingsonderwijs hun intrede hebben gemaakt. Deze capaciteit maakt het mogelijk dat leerlingen gelijktijdig kunnen werken en dat binnen vakken verschillende lesactiviteiten kunnen worden aangeboden. Daarnaast biedt deze ruimere afmeting van een gymzaal meer mogelijkheden voor multifunctioneel gebruik door bijvoorbeeld sportverenigingen. Bij de nieuwbouw van een gymzaal wordt gekeken of het voor de school en kern nodig is om aan te sluiten bij de norm van de KVLO. Wanneer een nieuw te ontwikkelen gymzaal ook buiten schooltijd wordt gebruikt door andere organisaties kan er, via een separaat raadsbesluit, een verzoek worden gedaan voor de aanvullende KVLO-normering. - Speelzaal+ Op sommige schoollocaties kost de afstand tot het bewegingsonderwijs leerlingen veel (onderwijs)tijd en brengt het logistieke kosten en uitdagingen met zich mee (zoals veilig oversteken, betrokkenheid ouders bij vervoer).

Hier zijn diverse gesprekken met betrokken scholen over gevoerd. We proberen hier creatieve oplossingen voor te verzinnen. Het voldoende laten sporten en bewegen van kinderen is ook een belangrijke doelstelling van het gemeentelijk beleid. Eén van deze oplossingen is het realiseren van een grotere speelzaal; een zogenaamde speelzaal+. Een speelzaal is een ruimte in een schoolgebouw waar leerlingen van groep 1 en 2 hun bewegingsonderwijs krijgen. Leerlingen vanaf groep 3 hebben voor hun bewegingsonderwijs recht op een grotere faciliteit. Dit kan in de vorm van een gymzaal, zoals hiervoor beschreven, maar ook in een sportzaal (2 zaaldelen) of sporthal (3 zaaldelen). Bij de nieuwbouw van een schoolgebouw dient het speellokaal vanuit de ruimtenorm te worden gerealiseerd. In oude ruimtenormen werd hierbij 90 m² netto vloeroppervlak (nvo) gehanteerd. Om de genoemde knelpunten ten aanzien van het bewegingsonderwijs te kunnen oplossen en kansen te verzilveren is de mogelijkheid van een zogenaamde speelzaal+ in dit IHP opgenomen. Een speelzaal+ betreft een grotere ruimte voor bewegingsonderwijs waar naast de groepen 1 en 2, ook kinderen tot en met groep 5 deels hun bewegingsonderwijs kunnen volgen. De omvang van een speelzaal+, bovenop de ‘normatieve’ 90 m² (nvo) voor een regulier speellokaal, vraagt maatwerk per project en kan in elk project worden onderzocht als: ▪ ▪

De afstand tot de huidige locatie voor bewegingsonderwijs langer is dan 1 km lopen of fietsen; Op locaties waar twee of meer scholen de eigen speellokalen kunnen samenvoegen in één gebouw.

- Groene en uitdagende buitenruimte In de gemeente Schouwen-Duiveland is er een start gemaakt met een pilot voor het “vergroenen” van de schoolpleinen. De gemeente en schoolbesturen hebben de ambitie om schoolpleinen zoveel mogelijk te vergroenen en de principes van duurzaamheid en klimaatadaptatie te integreren in het ontwerp. Dit kan onder andere door middel van effectieve waterberging en het gebruik van klimaatbestendige materialen. Het schoolbestuur is verantwoordelijk voor de inrichting van de schoolpleinen. Dit betekent dat zij moeten zorgen voor een veilige, functionele en aantrekkelijke omgeving waarin leerlingen kunnen spelen en zich kunnen ontspannen. Dankzij subsidies van zowel de gemeente als de provincie zijn er middelen beschikbaar om de schoolbesturen te ondersteunen. Deze financiële bijdragen maken het mogelijk om te investeren in duurzame en stimulerende speelomgevingen die aansluiten bij de behoeften van kinderen. Denk hierbij aan speeltoestellen, groene speelplaatsen en educatieve elementen die het leren bevorderen. Met deze ondersteuning kunnen schoolbesturen hun pleinen zo inrichten dat ze niet alleen voldoen aan veiligheidsnormen, maar ook bijdragen aan de algehele ontwikkeling en het welzijn van de leerlingen. In de pilotfase (2025) van de gemeente worden vier schoolpleinen vergroend.

De jaren daarna staan de andere schoolpleinen in de gemeente op de planning. Echter is het ontwikkelen van groene schoolpleinen onlosmakelijk verbonden met de scenario’s die in dit IHP worden uitgewerkt. Daarom is het belangrijk om heldere afspraken te maken over de aanleg. Een cruciaal beslismoment is wanneer een schoolplein vergroend wordt. In dit IHP wordt dit omslagpunt vastgesteld op vijf jaar. Dit betekent dat als een school vanaf het moment van overweging van een groen schoolplein vijf jaar later in het IHP is opgenomen, het nog steeds realistisch en wenselijk is om het plein aan te leggen. Als de school eerder is opgenomen zal dit moeten worden besproken met de gemeente en het schoolbestuur. 2230283/20251118jm03 | www.icsadviseurs.nl

15/45

- Omvang buitenruimte Om te borgen dat leerlingen ook bij grotere schoolgebouwen voldoende buitenruimte hebben om te bewegen, wordt voorgesteld om geen maximum van 600 m² te hanteren bij het realiseren van een nieuw schoolgebouw. Voorgesteld wordt om in lijn met de gemeentelijke verordening alleen de ruimtenorm van 3 m² terreinoppervlakte (verhard) per leerling aan te houden.

2.6 Duurzaam en gezond bouwen Bestaand beleid Duurzaam bouwen was een belangrijk onderdeel van de visie van het IHP 2017. De focus lag hierin op: ▪ ▪ ▪ ▪

Investeringen in duurzaamheid bij de scenario’s revitalisatie en nieuwbouw; Plaatsing van zonnepanelen; CO2 gehalte in lokalen op orde; Focus op reduceren gasgebruik.

Schoolbesturen waren hierin bereid om bij te dragen aan de duurzaamheidsambities, mits dit kostenneutraal gebeurde. Bij projecten zouden daarnaast de financiële consequenties van duurzaamheidsmaatregelen apart in beeld worden gebracht om zo tot gedegen besluiten te komen. Vertrekpunt In het Coalitieakkoord 2022 -2026 heeft de gemeente Schouwen-Duiveland opgenomen om aan te sluiten bij de doelen en het beleid van de Rijksoverheid om samen met het onderwijs aan energieneutrale schoolgebouwen te realiseren. Ze willen daarmee het goede voorbeeld geven aan de gemeenschap en de leerlingen. De leerlingen worden in het onderwijs bewust gemaakt van het belang van duurzaamheid. Verder heeft de gemeente het ‘Spoorboekje Duurzaamheid & Milieu 2022 -2026’ vastgesteld waarin de ambities en doelen ten aanzien van de verduurzaming staan beschreven. Hierin is onder andere het volgende opgenomen: ▪ ▪ ▪

Realiseren van een energieneutraal Schouwen-Duiveland in 2040; Onderzoek mogelijkheden aardgasvrij maken overige gemeentelijke gebouwen; Realiseren maatregelen met betrekking tot energiebesparing gemeentelijke gebouwen en voorzieningen.

De EPBD is de Europese richtlijn om gebouwen te verduurzamen. De richtlijn is herzien (EPBD IV) om bij te dragen aan de aangescherpte doelen in de Europese Klimaatwet en aan meer energieonafhankelijkheid van de Europese Unie. De richtlijn gaat in op normerend beleid, financiering en stimulering. De Minister van volkshuisvesting en ruimtelijke ordening heeft op 15 juli 2025 als gevolg hiervan aangekondigd dat alle publieke gebouwen vanaf 2030 zero-emission (ZEB) moeten zijn en het Besluit bouwwerken leefomgeving (voorheen Bouwbesluit) hierop wordt aangepast. ZEB3 wordt de nieuwe standaard voor de gebouwde omgeving in 2050 en voor nieuwbouw vanaf 2030. ZEB staat voor een zeer lage energievraag en gaat een stap verder dan BENG. ZEB staat daarnaast voor géén emissies van fossiele brandstoffen op het perceel. Daarnaast worden er ook eisen gesteld aan de bestaande gebouwen. Per 2030 moet 16 procent en per 2033 moet 26 procent van de slechtst presterende gebouwen zijn verbeterd tot ZEB. Bron: Rijksoverheid (Brief Minister van volkshuisvesting en ruimtelijke ordening aan Tweede Kamer)

3 ZEB staat ongeveer gelijk aan Energie Neutraal Gebouw (ENG)

2230283/20251118jm03 | www.icsadviseurs.nl

16/45

Voorstel nieuw beleid Duurzaamheid en gezondheid zijn belangrijke thema’s bij het creëren van toekomstbestendige onderwijshuisvesting op Schouwen-Duiveland. De gemeente en schoolbesturen hebben de ambitie om binnen de scope van het IHP een grote verduurzamingsslag te realiseren. Gemeente en schoolbesturen hebben hierbij een gezamenlijke verantwoordelijkheid en dragen hier samen aan bij. Om deze ambitie te realiseren wordt het volgende voorgesteld: - Kwaliteitskader Huisvesting RuimteOK heeft het Kwaliteitskader Huisvesting (2024) geschreven om nu en in de toekomst kwalitatief goede gebouwen te realiseren voor onderwijs en te komen tot een landelijk breed gedragen definitie van de basiskwaliteit voor onderwijsgebouwen. Het Kwaliteitskader Huisvesting vormt het uitgangspunt voor de kwaliteit van onderwijsprojecten voor het IHP in het geval van vervangende nieuwbouw, vernieuwbouw of uitbreiding. Het kader kijkt verder dan de minimumeisen uit het Bouwbesluit en sluit bijvoorbeeld aan bij het Programma van Eisen Frisse Scholen. Met het hanteren van het Kwaliteitskader wordt bijgedragen aan het realiseren van toekomstbestendige en daarmee duurzame schoolgebouwen. - Inzetten op energieneutrale schoolgebouwen In het IHP worden verschillen ingrepen voorgesteld om de kwaliteit van de schoolgebouwen te verbeteren en daarmee tevens de levensduur te verlengen.

Deze kwaliteitsslag gaat gepaard met een verduurzamingsslag. Met de komst van ZEB als standaard voor nieuwe publieke gebouwen, en dus ook nieuwe schoolgebouwen, vanaf 2030, wordt voorgesteld om in dit IHP in te zetten op energieneutrale schoolgebouwen. Hiermee voldoen alle scholen, die nieuwbouw of vernieuwbouw krijgen, straks aan de doelen van het Klimaatakkoord voor 2050. Dit betekent dat gemeente bekostigt op basis van ENG (ongeveer gelijk aan ZEB). Per project wordt onderzocht of de stap van ENG naar Nul-op-de-meter te realiseren is met een bijdrage van het schoolbestuur. Uitgangspunt is dat de schoolbesturen deze eenmalige bijdrage kunnen dekken uit de besparing tijdens de exploitatie door vermindering van de energielasten, (rijks)subsidies en het meerjarig onderhoudsplan (MJOP). De investering van het schoolbestuur moet passend zijn binnen het Onderwijsaccountsprotocol. In een businesscase wordt de haalbaarheid van deze aanvullende bijdrage onderzocht en onderbouwd op basis van een TCO-berekening (Total Cost of Ownership). - Circulariteit Bij zowel (ver)nieuwbouw als renovatie-ingrepen zien de gemeente als de schoolbesturen kansen om circulaire principes toe te passen. De ambitie is om per project bij het uitwerken van de plannen, te beoordelen welke circulaire maatregelen genomen kunnen worden.

Het toepassen van circulaire principes, waarbij wordt ingezet op hergebruik van materialen, kan van invloed zijn op de restwaarde van het gebouw. Het toepassen van dergelijke principes heeft dus mogelijk ook financiële consequenties. Omdat ervaring en concrete doelen op dit gebied nog ontbreken, kunnen die nog niet uitgedrukt worden in harde cijfers en meetbare resultaten. In dit IHP is geen financiële vertaling opgenomen om de bovenstaande ambities te bereiken. De insteek is dat dit moet gebeuren op projectniveau. Binnen de kaders van projecten zijn er mogelijkheden om met de circulaire ambities aan de slag te gaan, zonder dat deze een (sterk) kostenverhogend effect hebben. Indien er sprake is van meerkosten wordt in samenspraak met de gemeente onderzocht of een restwaarde kan worden gehanteerd om hiermee de begrotingslast in lijn met het budget te houden. Het in lijn houden van de begrotingslast en circulair bouwen is mogelijk door te rekenen met een restwaarde voor het gebouw. Voor de afschrijving van schoolgebouwen zou uitgegaan kunnen worden van een restwaarde van 10 procent in plaats van volledige afschrijving tot 0 procent. Deze benadering sluit beter aan bij de praktijk, waarin gebouwen na hun afschrijvingsperiode vaak nog functionele of economische waarde behouden.

Door een restwaarde aan te houden, dalen de jaarlijkse afschrijvingslasten, ontstaat er meer financiële ruimte binnen de exploitatie en blijft er waarde op de balans staan. Dit draagt bij aan een stabielere financiële positie en biedt meer ruimte voor duurzame keuzes, zoals renovatie of herbestemming van bestaande gebouwen.

2230283/20251118jm03 | www.icsadviseurs.nl

17/45

Verder kan een materialenpaspoort worden opgesteld of worden gestuurd op losmaakbaarheid in het ontwerp. In de initiatieffase van het ontwerp wordt advies ingewonnen van partijen die ervaring hebben met circulair bouwen. Er wordt onderzocht welke circulaire uitgangspunten haalbaar zijn binnen het gestelde budget. Ook wordt er in de voorbereidingsfase voldoende tijd ingeruimd om circulaire principes te vertalen naar een haalbaar ontwerp. Als het budget niet of nauwelijks wordt aangetast, moet er gekozen worden voor de meest circulaire optie. Het initiatief om de circulaire ambities te halen ligt bij de bouwheer van de projecten.

2.7 Type ingrepen IHP Bestaand beleid In de Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs gemeente Schouwen-Duiveland staan de zogenaamde voorzieningen (of ingrepen) beschreven die de gemeente vanuit haar wettelijke zorgplicht voor onderwijshuisvesting dient te bekostigen. In het kader van het IHP zijn alleen vervangende nieuwbouw en uitbreiding mogelijke voorzieningen in deze verordening. Om maatwerk te kunnen bieden zijn in het IHP van 2017 aanvullende voorzieningen (of scenario’s/ ingrepen) geformuleerd. In het IHP van 2017 zijn zes scenario’s (of ingrepen) voor scholen opgenomen (zie figuur 2). De zes scenario’s zijn afgewogen per school(locatie). Hierbij is tevens gekeken naar het toekomstperspectief per cluster (onderwijskundig en breed maatschappelijk) en de kwaliteit van de bestaande gebouwen.

Figuur 2: overzicht scenario's IHP 2017

Vertrekpunt Na de vaststelling van het IHP in 2017 zijn er nog geen projecten opgeleverd. Er is daarmee nog geen ervaring opgedaan met de verschillende scenario’s of ingrepen. Verder is er een wetwijziging in voorbereiding waarin renovatie een voorziening wordt in de onderwijshuisvesting. De kaders en uitgangspunten ten aanzien van deze beoogde renovatie zijn nog niet geheel duidelijk. Vanuit de rijksoverheid wordt vooralsnog gecommuniceerd dat deze wetgeving per 1 januari 2026 in werking zal treden. Voorstel nieuw beleid Ten behoeve van het nieuwe IHP vinden gemeente en schoolbesturen het wederom belangrijk om maatwerk te kunnen leveren en passende ingrepen op te nemen. Voor het (nieuwe) IHP zijn zes mogelijke ingrepen opgenomen, die per school zullen worden afgewogen bij de uitwerking van het IHP. De kaders en uitgangspunten verschillen per scenario. Figuur 3 geeft een samenvatting van de scenario’s. De rest van het hoofdstuk licht de scenario’s verder toe.

2230283/20251118jm03 | www.icsadviseurs.nl

18/45

Ingreep

Uitgangspunten

Financieel

Vervangende nieuwbouw

40 jaar – nieuwbouw kwaliteitskader (ENG4) 40 jaar – nieuwbouw kwaliteitskader (ENG) 40 jaar – nieuwbouw kwaliteitskader (ENG) 20 jaar – verduurzaming, binnenklimaat + functionele aanpassingen

100 procent budget o.b.v. ruimtebehoefte 100 procent budget o.b.v. ruimtebehoefte5 100 procent budget o.b.v. ruimtebehoefte

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

Vernieuwbouw Uitbreiding Lichte renovatie In stand houden Afstoten

50 procent budget – o.b.v. ruimtebehoefte

Bijdrage schoolbestuur t.b.v. Nul-op-demeter t.b.v. Nul-op-demeter t.b.v. Nul-op-demeter Keuze schoolbestuur (aanvulling vanuit MJOP) Bekostiging onderhoud n.v.t.

Figuur 3: overzicht scenario's IHP Schouwen-Duiveland

De ruimtebehoefte voor een school volgt uit de leerlingenprognose. De gemeente Schouwen-Duiveland laat om het jaar een prognose opstellen. De meest recente leerlingenprognose vormt het uitgangspunt voor de uitwerking van het IHP. Bij het bepalen van de ruimtebehoefte bij een ingreep wordt bij het vaststellen van de kaders van het project opnieuw gekeken naar de op dat moment meest recente leerlingenprognose.

2.7.1 Vervangende nieuwbouw & vernieuwbouw Vervangende nieuwbouw en vernieuwbouw zijn een gelijkwaardige ingreep in het IHP waarbij een noodzaak tot vervanging van het bestaande schoolgebouw wordt aangetoond. Deze gebouwen krijgen binnen afzienbare tijd een ingreep met een levensduur(verlenging) van 40 jaar. Hierbij is het Kwaliteitskader Huisvesting van toepassing en wordt gestreefd naar een maximale bijdrage aan de verduurzamingsopgave. Verder wordt geanticipeerd op de aanstaande introductie van ZEB in 2030 en is de gemeentelijke bekostiging gebaseerd op het vergelijkbare ENG. Per project onderzoeken de schoolbesturen de mogelijkheden om te investeren in de stap van ENG naar Nul-op-de-meter. Uitgangspunten IHP – (vervangende) nieuwbouw & vernieuwbouw Voor de oplossingsrichting (vervangende) nieuwbouw & vernieuwbouw zijn de volgende uitgangspunten van toepassing om tot realisatie te komen: ▪ Een haalbaarheidsonderzoek dient aan te tonen of nieuwbouw een beter alternatief is voor vernieuwbouw (als daar geen direct uitsluitsel over wordt gegeven op basis van de context). Het haalbaarheidsonderzoek wordt in gezamenlijkheid door gemeente en schoolbestuur uitgevoerd om eenzijdige sturing te voorkomen.

▪ Een haalbaarheidsonderzoek, met daarin maatregelen met een rendabele terugverdientijd in de exploitatie (passend binnen het Onderwijsaccountsprotocol), moet aantonen of hogere duurzaamheidseisen, zoals Nul-op-de-meter, haalbaar zijn. Het opstellen van dit haalbaarheidsonderzoek is onderdeel van het bouwproces. ▪ De stap van ENG naar Nul-op-de-meter kan worden gezet met een bijdrage vanuit het schoolbestuur. Het uitgangspunt is dat deze eenmalige bijdrage kan worden verantwoord door terugverdienen binnen een redelijke termijn passend binnen het Onderwijsaccountsprotocol.

4 ENG is vergelijkbaar met ZEB 5 Bij vernieuwbouw wordt het budget gebaseerd op de normatieve ruimtebehoefte en niet op de werkelijke capaciteit van het gebouw. Dit kan

betekenen dat er bij vernieuwbouw sprake is van normatieve overcapaciteit. Deze kan worden ingezet voor het onderwijs of andere functies. In de afweging tussen vervangende nieuwbouw en vernieuwbouw moet ook het wel/niet instandhouden van normatieve overcapaciteit worden meegenomen.

2230283/20251118jm03 | www.icsadviseurs.nl

19/45

2.7.2 Lichte renovatie Er is een wetswijziging in voorbereiding waarin renovatie formeel een zogenaamde voorziening in de huisvesting wordt. Op dit moment is renovatie (net als vernieuwbouw) niet opgenomen in wetgeving en is de ingreep ‘lichte renovatie’ lokaal beleid. Het voorstel in dit IHP is om lichte renovatie (weer) op te nemen als ingreep en te combineren met de functionele aanpassing (uit het vorige IHP). Lichte renovatie is daarmee een ingreep in het IHP om het gebouw op het gebied van duurzaamheid, binnenklimaat en functionaliteit een upgrade te geven en daarmee de levensduur te verlengen. Er wordt ingezet om de ambities van nieuwbouw (ENG) zoveel mogelijk te benaderen. Dit is in bestaande bouw niet altijd volledig haalbaar, maar wordt beredeneerd zoveel mogelijk gehaald. De ingreep moet de levensduur van de gebouwen met 20 jaar verlengen, het binnenklimaat te verbeteren (doelstelling Frisse Scholen klasse B) te verduurzamen en de functionaliteit van het gebouw te verbeteren. Lichte renovatie wordt in het IHP gezien als een mogelijke ingreep voor (1) zogenaamde samengestelde gebouwen oftewel gebouwen met bouwdelen uit verschillende bouwjaren en daarmee verschillende kwaliteitsniveaus, (2) schoolgebouwen waarbij het voortbestaan van de school onzeker is en (3) schoolgebouwen waar op korte termijn een kwaliteitsimpuls gewenst is. Uitgangspunten IHP – Lichte renovatie ▪

▪ ▪

▪

▪

De gemeente en het schoolbestuur dragen beide financieel bij aan de realisatie van een lichte renovatie. De gemeente draagt 50 procent van het budget voor nieuwbouw bij, op basis van de normatieve ruimtebehoefte. Het schoolbestuur doet een bijdrage met de uitvoering van het reguliere onderhoud. Het schoolbestuur bepaalt als bouwheer welke ingrepen worden gedaan en legt (financiële) verantwoording af bij de gemeente. De gemeente stelt voorafgaand en separaat van het project een bedrag van € 25.000,- beschikbaar ten behoeve van de planvorming door het schoolbestuur. Het schoolbestuur maakt een plan of laat een plan maken, waarin de maatregelen voor het verbeteren van het binnenklimaat, de functionaliteit en het verduurzamen van het gebouw zijn uitgewerkt. In het plan zijn ten minste de ingrepen, de beoogde resultaten en verwachte kosten beschreven. Wanneer de verwachte kosten het gemeentelijk budget overschrijden, dan komen de extra kosten voor rekening van het schoolbestuur. Het schoolbestuur geeft tevens aan welke reguliere onderhoudswerkzaamheden eventueel met het plan worden gecombineerd. Het schoolbestuur dient dit plan in bij de gemeente, die het toetst aan de voorafgestelde uitgangspunten. Indien dit plan voldoet, stelt de gemeente het vastgestelde budget uit het IHP (inclusief indexatie) in het opgenomen jaar beschikbaar.

Indien er vanuit de gemeente (Welstand) aanvullende of beperkende eisen worden gesteld bij het realiseren van de lichte renovatie (of vernieuwbouw), gaan de gemeente en het schoolbestuur in gesprek over de ruimtelijke en financiële consequenties voor het project.

2.7.3 In stand houden Onder ‘in stand houden’ vallen de gebouwen die geen grootschalige ingreep krijgen in het IHP. De gebouwen moeten echter wel verduurzaamd worden om aan de klimaatdoelstellingen te voldoen, met als doel om in 2050 enkel nog energie neutrale gebouwen te hebben. Het in stand houden en onderhouden van schoolgebouwen is een verantwoordelijkheid van het schoolbestuur, dat hiervoor een duurzaam meerjaren onderhoudsplan (DMJOP) opstelt. Daarnaast is het schoolbestuur verplicht om de Erkende Maatregelen (Wet Milieubeheer) uit te voeren. Dit zijn duurzame maatregelen met een terugverdientijd van maximaal vijf jaar. Voor het onderhouden van de schoolgebouwen en het uitvoeren van de Erkende Maatregelen ontvangen schoolbesturen bekostiging vanuit het Rijk.

2230283/20251118jm03 | www.icsadviseurs.nl

20/45

2.8 Beleidskeuzes samengevat In deze visie op onderwijshuisvesting worden een aantal voorstellen gedaan voor nieuw beleid. Onderstaande zijn de belangrijkste beleidskeuzes samengevat, die mogelijk financiële consequenties voor de gemeente hebben.

▪

▪

▪

▪

▪

▪

▪

Extra meters voor inclusiever onderwijs: Voor alle scholen voor regulier basisonderwijs wordt minimaal 50 m² bvo toegevoegd als toeslag op de normatieve ruimtebehoefte, indien zij kunnen onderbouwen dat dit nodig is om inclusiever onderwijs te faciliteren. Er wordt een beleidsregel opgesteld om de kaders en spelregels hiervoor verder uit te werken. Extra meters voor IKC’s: De gemeente is onder voorwaarden bereid om het realiseren van extra meters voor kindfuncties voor te financieren. Er wordt een beleidsregel opgesteld om de kaders en spelregels hiervoor verder uit te werken. Grotere gymzalen: Per project wordt onderzocht of de ruimtelijke norm van de KVLO wordt toegepast (zaalvloer van 308 m² in plaats van 252 m²) bij het realiseren van een nieuwe gymzaal ten behoeve van het onderwijs. Speellokaal+: In specifieke situaties kan in een project de realisatie van een zogenaamd speellokaal+ worden onderzocht, waarin naast de groepen 1 en 2 ook leerlingen tot en met groep 5 het bewegingsonderwijs kunnen volgen. De omvang van een speelzaal+, bovenop de ‘normatieve’ 90 m² (nvo) voor een regulier speellokaal, vraagt maatwerk per project. Geen maximale buitenruimte: Bij het realiseren van nieuwe schoolgebouwen wordt geen maximum gehanteerd bij het bepalen van de omvang van de (verharde) buitenruimte. Alleen de ruimtenorm van 3 m² per leerling is van toepassing.

Vernieuwbouw in plaats van revitalisatie: Als mogelijke ingreep in het IHP is revitalisatie vervangen door vernieuwbouw. Vernieuwbouw is een gelijkwaardig alternatief voor nieuwbouw met dezelfde uitgangspunten. Prognose met instroom: Bij het opstellen van de leerlingprognose wordt de leerlingtelling van 1 februari als uitgangspunt gehanteerd. Hiermee wordt rekening gehouden met de jaarlijkse instroom van vierjarigen en wordt hiervoor ruimte geboden.

2230283/20251118jm03 | www.icsadviseurs.nl

21/45

3. Inzicht en beoordeling Om tot goede voorstellen voor de schoolgebouwen te kunnen komen, is inzicht in de kwaliteit en prestaties van de schoolgebouwen essentieel. Voor de actualisatie van het IHP is een brede inventarisatie van de schoolgebouwen uitgevoerd. In interviews met de schoolbesturen en gemeente zijn deze gegevens gevalideerd. De factsheets die per schoolgebouw zijn opgesteld, zijn te vinden in bijlage 1. In dit hoofdstuk worden het aanbod en de spreiding van de scholen beknopt weergegeven, de kwaliteit beschreven en de leerlingenontwikkeling van de schoolgebouwen in de gemeente Schouwen-Duiveland in beeld gebracht.

3.1 Aanbod en spreiding Gemeente Schouwen-Duiveland bestaat uit zeventien kernen, namelijk: Brouwershaven, Bruinisse, BurghHaamstede, Dreischor, Ellemeet, Kerkwerve, Nieuwerkerk, Noordgouwe, Noordwelle, Oosterland, Ouwerkerk, Renesse, Scharendijke, Serooskerke, Sirjansland, Zierikzee, Zonnemaire. In tien van deze kernen is een onderwijsvoorziening aanwezig. In figuur 4 is een kaart weergeven van alle onderwijsinstellingen in de gemeente Schouwen-Duiveland. In totaal zijn er 22 onderwijsinstellingen waarvan twintig voor primair onderwijs, één voor voortgezet onderwijs en één voor speciaal basisonderwijs. Onderwijs is daarmee voor vrijwel alle kernen op het eiland goed bereikbaar en toegankelijk.

Figuur 4: locatiekaart van onderwijslocatie in de gemeente Schouwen-Duiveland

3.2 Kwaliteit Van de 22 onderwijsgebouwen in de gemeente Schouwen-Duiveland is de gemiddelde leeftijd 49 jaar. Wat hierbij opvalt is dat er drie gebouwen zijn gerealiseerd na 2010 en dat de rest voor 1980 is gebouwd, zie figuur 5. Het gaat hier om het initiële bouwjaar, eventuele uitbreidingen/renovatie zijn niet meegerekend. De onderwijsportefeuille van de gemeente Schouwen-Duiveland is daarmee verouderd en toe aan ingrepen. In beoordelingen van de schoolbesturen komt dit ook naar voren (zie bijlage 1 – Factsheets). Hierin wordt aangeven dat slechts voor een klein gedeelte van de gebouwen de kwaliteit goed is.

2230283/20251118jm03 | www.icsadviseurs.nl

22/45

Gebouwleeftijden 14 12 10 8 6 4 2

0 Jonger dan 20 jaar Tussen de 20 en 40 jaar BO

Tussen de 40 en 60 jaar

Ouder dan 60 jaar

VO

Figuur 5: overzicht gebouwleeftijden onderwijslocatie gemeente Schouwen-Duiveland

3.3 Leerlingenontwikkeling Binnen het thema leerlingenontwikkeling worden de verwachte stijgingen en dalingen in het aantal leerlingen inzichtelijk gemaakt. De actuele prognoses bieden een beeld van de verwachte ontwikkeling van het aantal leerlingen in de komende jaren. Tabel 2 toont een overzicht van zowel de historische cijfers als de verwachte prognoses per kern. De kolom 'Historie (2024)' verwijst hierbij naar de oktobertelling van 2023. Deze prognoses zijn opgesteld door Xxllnc en gebaseerd op trends en geplande ontwikkelingen. Xxllnc maakt gebruik van herkomstgebieden, de basisgeneratie en deelname en belangstelling voor scholen om te komen tot een prognose. Daarnaast is de woningbouwontwikkeling een belangrijke factor in de prognose, die direct van invloed is op de groei of krimp van het toekomstige leerlingenaantal. Uit Tabel 1 kan worden opgemaakt dat gemeentebreed het leerlingenaantal in de gemeente gaat stijgen. In het PO wordt een stijging van 46 leerlingen verwacht tussen 2024 en 2040. In het VO, bij het Pieter Zeeman Lyceum, wordt ook een stijging verwacht van leerlingaantal verwacht, namelijk 62. Tenslotte is in de visie op onderwijshuisvesting aangegeven dat bij het opstellen van toekomstige leerlingprognoses de telling van 1 februari als uitgangspunt wordt gehanteerd.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16510188/1