1642870 Bijlage 4 Ruimtelijke onderbouwing Sint Joostdijk
Tekst van het document
Ruimtelijke onderbouwing Sint Joostdijk ong. (achter 16) Oosterland Gemeente Schouwen-Duiveland
Mei 2024
Buro Kours Adviesburo voor ruimtelijke ontwikkeling
Tel 06 466 27 079
www.burokours.nl
Ruimtelijke onderbouwing- Sint Joostdijk ong.- Oosterland
Titel
Ruimtelijke onderbouwing Sint Joostdijk ong. (achter 16) Oosterland
Kenmerk
: 2023.263. 01
Gemeente
: Schouwen- Duiveland
Datum
: 30 Mei 2024
Auteur
: F.G.P. Savelkouls MSc. Buro Kours: Adviesburo voor ruimtelijke ontwikkeling
Ruimtelijke onderbouwing- Sint Joostdijk ong.- Oosterland
Ruimtelijke onderbouwing- Sint Joostdijk ong.- Oosterland
-INHOUDSOPGAVE 1.
INLEIDING................................................................................................. 6
1.1 1.2
AANLEIDING EN DOEL ................................................................................ 6 LIGGING EN KADASTRALE BEGRENZING ....................................................... 6
1.3
GEBIEDSOMSCHRIJVING ............................................................................ 7
1.4
BESTAANDE EN BEOOGDE SITUATIE ............................................................ 9
2.
BELEIDSKADER ........................................................................................ 11
2.1
RIJKSBELEID........................................................................................... 11
2.2 2.3
PROVINCIAAL BELEID............................................................................... 12 GEMEENTELIJK BELEID ............................................................................. 13
3.
RUIMTELIJKE EN MILIEUKUNDIGE ASPECTEN ......................................... 21
3.1 3.2
BODEM ................................................................................................... 21 WEGVERKEERSLAWAAI............................................................................. 22
3.3 3.4
MOBILITEIT EN PARKEREN ........................................................................ 23 BEDRIJVEN EN MILIEUZONERING .............................................................. 23
3.5 3.6 3.7
LUCHTKWALITEIT .................................................................................... 25 FLORA EN FAUNA ..................................................................................... 25 ARCHEOLOGIE ........................................................................................ 27
3.8 3.9 3.10 3.11
CULTUURHISTORIE .................................................................................. 27 EXTERNE VEILIGHEID .............................................................................. 29 WATER ................................................................................................... 31 VORMVRIJE MER -BEOORDELING ............................................................... 33
4.
UITVOERBAARHEID ................................................................................. 35
4.1 4.2 4.3
ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID............................................................ 35 MAATSCHAPPELIJKE UITVOERBAARHEID..................................................... 35 PROCEDURE ............................................................................................ 36
BIJLAGEN ........................................................................................................... 37
Ruimtelijke onderbouwing- Sint Joostdijk ong.- Oosterland
5
1.
INLEIDING
1.1
Aanleiding en doel
Het besluitgebied is gelegen aan de Sint Joostdijk ong., achter de Sint Joostdijk 16, 4307 AT in Oosterland. De locatie bevindt zich binnen de bebouwde kom van Oosterland. Ter plaatse is een bedrijfsbestemming van kracht. De bedrijfsmatige activiteiten zijn gestaakt, de bebouwing is verouderd en aan het vervallen. De initiatiefnemer beoogt om de bedrijfsmatige functie te beëindigen en ter plaatse een vrijstaande woning en een twee-onder-een-kap-woning op te richten. Ter plaatse is het bestemmingsplan ‘Nieuwerkerk en Oosterland’ uit 2014 van toepassing. De projectlocatie beschikt over de bestemming ‘Bedrijf’ met de functieaanduiding ‘bedrijf tot en met categorie 1’ en een bouwvlak. Binnen de geldende bestemming zijn uitsluitend bedrijfsmatige activiteiten toegestaan voor zover deze voorkomen in de Staat van Bedrijfsactiviteiten die is opgenomen in de bijlage van het geldende bestemmingsplan. In het geldende bestemmingsplan zijn geen afwijkingsbevoegdheden of wijzigingsbevoegdheden opgenomen die het heroprichten van de beoogde woningen mogelijk maken. Om de gewenste ontwikkeling mogelijk te maken is medewerking nodig van het College van Burgemeester & Wethouders van de gemeente Schouwen- Duiveland om af te kunnen wijken van de geldende regeling op basis van een omgevingsvergunningprocedure (artikel 2.12, lid 1, sub a onder 3˚ Wabo).
Per brief van 28 augustus 2023 heeft de gemeente Schouwen- Duiveland aangegeven dat ze in principe en onder voorwaarden positief staat ten opzichte van de beoogde oprichting van 3 wooneenheden. Ten behoeve van de omgevingsvergunningaanvraag dient de motivering van het besluit een goede ruimtelijke onderbouwing te bevatten.
1.2
Ligging en kadastrale begrenzing
De projectlocatie bevindt binnen de bebouwde kom van Oosterland. Kadastraal is de locatie bekend als Duiveland, sectie B, nummer 1353. Op onderstaande kaarten wordt de bestaande situatie van het besluitgebied en de kadastrale begrenzing weergegeven.
Ruimtelijke onderbouwing- Sint Joostdijk ong.- Oosterland
6
Figuur 1
Locatie besluitgebied rood gemarkeerd (ruimtelijkeplannen.nl)
Figuur 2
Omgeving projectgebied
1.3
Gebiedsomschrijving
De projectlocatie bevindt zich binnen het dorpshart van Oosterland op korte afstand van de Markt. De historische kern heeft de stedenbouwkundige structuur van een straatdorp. De Kerkstraat tussen het Torenplein en de Markt vormt de basis van Oosterland. Vanaf de Kerkstraat hebben zich vervolgens dwarsstraten en achterstraten ontwikkeld. Vanaf de Markt hebben zich twee bebouwingslinten ontwikkeld: richting de molen en richting de Sint Joostdijk. Karakteristiek aan de kern zijn de vele doodlopende dwarsstraten waar oorspronkelijk arbeidershuisjes stonden. Als gevolg van de watersnoodramp is veel van de kern verloren gegaan.
Ruimtelijke onderbouwing- Sint Joostdijk ong.- Oosterland
7
Aan de Sint Joostdijk bevindt zich veel historische bebouwing waaronder een aantal monumentale panden zoals het gasthuis (29-39). De bebouwing aan de historische straten van de kern heeft een compacte structuur, met eenvoudige bebouwing die met de voorgevels dicht op de straat zijn gesitueerd. Met name de bebouwing aan de zuidzijde van de Sint Joostdijk bestaat uit een rij met individueel onderscheidende, geschakelde, smalle huizen veelal bestaand uit een enkele verdieping met een kap. Vanaf de jaren ’70 werden meer planmatige uitbreidingswijken aangelegd buiten de historische bebouwingslinten en breidde de kern zich met name in noordelijke richting verder uit. De kern heeft een relatief groot oppervlak aan uitbreidingswijken in relatie tot de oorspronkelijke historische dorpskern. De dorpsvoorzieningen liggen verspreid over de kern, tussen een drietal knooppunten: de kruising Molenweg- Burg. Van der Havestraat, de Markt en het Koninginneplein. Als gevolg van onder meer de ingestelde verkeerskundige routing en de indeling van het marktplein met parkeervakken en leilinden, is de herkenbaarheid van het dorpscentrum en daarmee de leesbaarheid van de historische structuur beperkt. De Molenweg- Lange Achterweg, Hofweg en de Burgemeester van der Havestraat maken beide onderdeel uit van de hoofdontsluiting van het dorp.
Aan de noordzijde van de huidige kern, langs de Rijksweg N59, zijn meer grootschalige bedrijfsmatige functies geclusterd op en aan een lokaal bedrijventerrein ter hoogte van de Wilgenstraat. De kern grenst aan de zuidzijde aan het natuurgebied het ‘Krekengebied van Maire’ dat tevens onderdeel uitmaakt van Europees beschermde Natura 2000-gebied. De locatie wordt ontsloten via het verlengde van de Sint Joostdijk. De weg Sint Joostdijk buigt ter hoogte van de Markt af in zuidelijke richting en komt uit op een grasveld aan de achterzijde van het bebouwingslint. Aan de Sint Joostdijk bevinden zich een aantal centrumfuncties waaronder detailhandel, een kerkgebouw, kleinschalige horeca en woningen. Op de projectlocatie is een voormalige bedrijfslocatie gevestigd achter de aaneengesloten historische bebouwing van de Sint Joostdijk. Ter hoogte van het projectgebied bestaat het wegprofiel uit een smalle enkelbaans weg met klinkers met een breedte van circa 3 meter, zonder gemarkeerd loop- of fietspad.
1925
1975 Figuur 3
1950
2000 Ontwikkeling omgeving besluitlocatie (Topotijdreis)
Ruimtelijke onderbouwing- Sint Joostdijk ong.- Oosterland
8
1.4 -
-
-
-
-
-
-
Bestaande en beoogde situatie De projectlocatie bevindt zich binnen de dorpskern van Oosterland, achter een historisch dorpslint nabij de dorpsmarkt; Binnen het perceel zijn twee vervallen boerenschuren aanwezig zonder bijzondere cultuurhistorische waarde met een oppervlakte van circa 225m2 en 40m2. De bebouwing staat al geruime tijd leeg en waren in gebruik voor opslagdoeleinden; Ter plaatse is op basis van het geldende bestemmingsplan ‘Nieuwerkerk en Oosterland’ uit 2014 de bestemming ‘Bedrijf’ van kracht en is een bouwvlak toegekend van circa 225m2; De besluitlocatie ligt in een dorpse omgeving met veel woonfuncties. Hervestiging van een nieuw bedrijf is minder gewenst.
De initiatiefnemer wenst om het bedrijfsmatige gebruik duurzaam te beëindigen, de huidige vervallen bebouwing te slopen en ter plaatse een vrijstaande woning en een twee-ondereen-kap woning op te richten; De beoogde ontwikkeling is niet mogelijk op basis van het geldende bestemmingsplan ‘Nieuwerkerk en Oosterland’; De beoogde herontwikkeling van de voormalige bedrijfslocatie naar een woonfunctie past in schaal en aard binnen de bestaande dorpse woonomgeving; De woningen voorzien voor de lange termijn in de actuele lokale behoefte aan levensloopgeschikte woningen in het middeldure koopsegment voor kleinere huishoudens; In samenhang met de realisatie van 3 wooneenheden zal een bijdrage van €40.500 worden gedaan in het transitiefonds; De woningen hebben een verdieping met een kap, een bouwhoogte van circa 6,6 meter en hebben ieder een oppervlakte van circa 100m2; Met de bouwstijl, waaronder de detaillering van de gevels en het kleur- en materiaalgebruik, wordt aangesloten op de landelijke dorpse omgeving. De woonpercelen worden voorzien van een groene erfafscheiding. Deze is weergegeven in bijlage 1c; De nieuwe woningen zullen voldoen aan de geldende duurzaamheidsvereisten.
De woningen wordt energieneutraal, zonder gasaansluiting gerealiseerd en worden verwarmd met behulp van een warmtepomp; De nieuwe woningen worden gerealiseerd op een goed ontsloten locatie en nabij dorpsvoorzieningen; De locatie wordt ook in de nieuwe situatie ontsloten via de Sint Joostdijk. De huidige smalle straat wordt in samenhang met de ontwikkeling verbreed. Een deel van het besluitgebied zal worden overgedragen aan de gemeente om de verbreding mogelijk te maken; Op eigen terrein worden 6 parkeerplaatsen aangelegd. Hiermee wordt de parkeerbehoefte op eigen perceel opgevangen. Er is als gevolg van de nieuwe woonfunctie geen sprake van een grote verkeersaantrekkende werking.
Om de ontwikkeling mogelijk te maken is een afwijking nodig van het bestemmingsplan ‘Nieuwerkerk en Oosterland’ op basis van artikel 2.12, lid 1, sub a onder 3˚ Wabo. In het volgende hoofdstuk wordt de ruimtelijke en de milieukundige inpasbaarheid nader onderzocht.
Ruimtelijke onderbouwing- Sint Joostdijk ong.- Oosterland
9
Figuur 4
Uitgangssituatie
Figuur 5
Inrichting beoogde situatie (Erik van den Bos Architect mei 2024)
Figuur 6
Impressie beoogde situatie (Erik van den Bos Architect dec 2023)
Ruimtelijke onderbouwing- Sint Joostdijk ong.- Oosterland
10
2.
BELEIDSKADER
2.1
Rijksbeleid
2.1.1 NOVI Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) vastgesteld door de Tweede Kamer. De NOVI biedt een langetermijnperspectief op de ontwikkeling van de leefomgeving tot 2050. Met de omgevingsvisie wordt richting gegeven aan de grote nationale opgaven. De NOVI benoemt nationale belangen en geeft richting ten aanzien van vier prioritaire opgaven. Tevens is er ruimte voor regionaal maatwerk en een gebiedsgerichte uitwerking. Zodra de Omgevingswet in werking is getreden, zal de omgevingsvisie de status hebben van een Nationale Omgevingsvisie. Nationale belangen bestaan onder meer uit het bouwen van nieuwe woningen, ruimte voor opwekking van duurzame energie en de ontwikkeling van een circulaire economie met behoud van onder meer biodiversiteit en een aantrekkelijke leefomgeving. De nationale belangen komen samen in vier prioriteiten: Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; Duurzaam economisch groeipotentieel; Sterke en gezonde steden en regio’s; Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Beoogde ontwikkeling De ontwikkeling is kleinschalig van aard en niet strijdig met het Rijksbelang. Het herontwikkelen van een bedrijfsterrein binnen de kern past binnen de kernprioriteit ‘sterke en gezonde steden en regio’s’. Conclusie De beoogde ontwikkeling past binnen het Rijksbeleid zoals opgenomen in de NOVI.
2.1.2 Besluit Algemene Regels Ruimtelijke Ordening Voor de bescherming van de nationale belangen met het oog op een goede ruimtelijke ordening stelde de minister regels aan de inhoud van bestemmingsplannen en andere ruimtelijke plannen. Dit is gedaan in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). In het Barro komen de nationale belangen als titels terug. Verdere uitwerking vindt plaats in de onderliggende ministeriële Regeling algemene regels ruimtelijke ordening. De regels in het besluit zijn concreet normstellend en moeten direct of indirect (door tussenkomst van de provincie) doorwerken tot het niveau van de lokale besluitvorming. Conclusie Voor het besluitgebied zijn er geen nationale belangen in het geding.
2.1.3 Ladder voor duurzame verstedelijking Op basis van artikel 3.1 lid 6 Bro dient een nieuwe stedelijke ontwikkeling te motiveren op welke wijze er toepassing is gegeven aan de voorwaarde van duurzaam ruimtegebruik. Op deze manier wordt een zorgvuldige en transparante afweging bij ruimtelijke en infrastructurele besluiten nagestreefd en wordt de aanwezige ruimte in stedelijk gebied optimaal benut. Een stedelijke ontwikkeling is gemotiveerd als (artikel 1.1.1 lid 1, aanhef en onder i Bro): 'een ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen'. Uit jurisprudentie blijkt dat een ontwikkeling die voorziet in niet meer dan 11 woningen of een nieuw ruimtebeslag van minder dan 500m2, niet als een stedelijke ontwikkeling aangemerkt kan worden.
Ruimtelijke onderbouwing- Sint Joostdijk ong.- Oosterland
11
De beoogde ontwikkeling vindt plaats binnen de bebouwde kom. Met het (her)ontwikkelen van een verouderde bedrijfslocatie naar een woonperceel voor 3 wooneenheden, is geen sprake van een stedelijke ontwikkeling in de zin van het Besluit ruimtelijke ordening. De Ladder voor Duurzame verstedelijking is voor onderhavig project niet van toepassing. Conclusie De beoogde ontwikkeling is wat betreft aard en omvang niet aan te merken als een (nieuwe) stedelijke ontwikkeling. De Ladder voor Duurzame verstedelijking is voor onderhavig project niet van toepassing.
2.2
Provinciaal beleid
2.2.1 Zeeuwse Omgevingsbeleid De Gedeputeerde Staten hebben op 12 november 2021 de Zeeuwse Omgevingsvisie vastgesteld. De Omgevingsvisie is een strategisch lange termijn kader waarin de lange termijn ambities tot 2050 en de Zeeuwse kernkwaliteiten zijn weergegeven. Deel A omvat de beleidsdoelstellingen bestaande uit vier ambities en 27 bouwstenen. De vier ambities sluiten aan bij de prioriteiten van de Nationale Omgevingsvisie (NOVI). De vier centrale ambities tot 2050 zijn geformuleerd als: Uitstekend wonen, werken en leven in Zeeland; Balans in de grote wateren en het landelijk gebied; Een duurzame en innovatie economie; Klimaatbestendig en CO2-neutraal Zeeland. De vier ambities sluiten aan bij de prioriteiten van de Nationale Omgevingsvisie (NOVI). Voor alle ruimtelijke ontwikkelingen geldt dat deze de karakteristieke eigenheid van het landschap niet mogen aantasten. Tot de kernkwaliteiten van het Zeeuwse landschap behoren combinaties van functies waar zowel economische, natuurlijke als culturele elementen deel van uitmaken. Het uitdragen van de Zeeuwse identiteit draagt bij aan het versterken van het vestigingsklimaat en een aantrekkelijke woonomgeving. De juridische vertaling van het ruimtelijke provinciale beleid vindt plaats in de Omgevingsverordening Provincie Zeeland 2018.
De Omgevingsverordening is op 21 september 2018 vastgesteld door het college van Gedeputeerde Staten en is vervolgens een aantal maal op onderdelen gewijzigd. De laatste wijziging is vastgesteld op 29 juni 2023. In het bijbehorende Omgevingsplan staan de vier belangrijkste strategische opgaven tot 2040 centraal. De doorwerking van de hoofddoelstellingen naar concrete en bindende beleidsopgaven vindt plaats in de Omgevingsverordening. De strategische opgaven van de provincie zijn geformuleerd als: -
-
-
Duurzame en concurrerende economie: kerndoelstellingen zijn hierbij onder meer de ontwikkeling van een circulaire economie, vraaggerichte programmering van bedrijventerreinen en specifieke bedrijfstakken, stimuleren van de vrijetijdssector en het ontwikkelen van natuurbeleving. Ruimtelijke ontwikkelingen vinden zo veel mogelijk plaats binnen de begrenzing van de bestaande stedelijke structuur; Klimaatbestendige en -neutrale samenleving: de Provincie zet in op hernieuwbare vormen van energie, verbetering van de waterkwaliteit en waterveiligheid (klimaatadaptatie). Verdichting van de bestaande stedelijke structuur biedt mogelijkheden voor verduurzaming van de woningvoorraad; Waardevolle leefomgeving: hierin staan de provinciale ambities met betrekking tot behoud en versterking van kenmerkende landschapselementen, biodiversiteit, cultuurhistorische waarden en duurzaam bodemgebruik centraal. Ontwikkelingen dienen een bijdrage te leveren aan het versterken van het Zeeuwse landschap en de Zeeuwse identiteit; Ruimtelijke onderbouwing- Sint Joostdijk ong.- Oosterland
12
-
Toekomstbestendige bereikbare woon-, werk- en verblijfomgeving: centraal binnen deze opgave staat het streven naar een woningvoorraad die aansluit bij actuele woonbehoeften, het behoud van voorzieningenniveau, behoud van het vestigingsklimaat en herstructurering en inbreiding van bestaand stedelijk gebied. Nieuwe woningbouwontwikkelingen dienen bovendien te passen binnen de regionale woningbouwprogrammering. De focus in de regionale afspraken ligt op herstructurering van de bestaande voorraad. Door concentratie van voorzieningen en woningbouw binnen de kern, wordt het draagvlak voor voorzieningen versterkt. Transformatie van leegstaande bebouwing, de herontwikkeling van cultureel erfgoed en het tegengaan van verval van bebouwing door leegstand zijn belangrijke ruimtelijke opgaven.
Besluitgebied De besluitlocatie bevindt zich binnen de bebouwde kom van Oosterland. De ontwikkeling draagt bij aan duurzaam ruimtegebruik. Het hergebruiken van een voormalige vervallen bedrijfslocatie binnen het dorpscentrum naar een woonfunctie past binnen de strategische opgaven ‘Waardevolle leefomgeving’ en ‘Toekomstbestendige bereikbare woon-, werk- en verblijfomgeving’. Er is sprake van een structuurversterkende ontwikkeling. Een vrijkomende bedrijfslocatie met leegstaande en vervallen bebouwing krijgt immers een nieuwe functie die in aard, schaal en omvang passend is in het centrumgebied. In samenhang met de ontwikkeling van de woningen wordt een bijdrage van €40.500 gedaan aan het transitiefonds. De beoogde ontwikkeling past hiermee binnen de afspraken over de beschikbare regionale plancapaciteit. Conclusie De beoogde ontwikkeling past binnen de strategische opgaven zoals vastgelegd in het omgevingsbeleid van de Provincie Zeeland.
2.3
Gemeentelijk beleid
2.3.1 Strategische visie ‘Tij van de toekomst 2011- 2040’ Op 3 oktober 2011 is de gemeentelijke ruimtelijke ontwikkelingsvisie tot 2040 vastgesteld. Voor het gebied Schouwen- Duiveland spelen een aantal maatschappelijke opgaven die rechtstreeks doorwerken in het ruimtelijke beleid. In de strategische visie worden thema’s als wonen, werken, verblijven in samenhang met behoud van het karakteristieke landschap en bescherming van de natuur benaderd. Op de middellange termijn spelen in de gemeente onder meer de volgende thema’s. - het ontwikkelen van een goed voorzieningenniveau; - het behouden van een prettig woonklimaat dat aansluit bij de woonbehoeften; - het behoud van de sociale samenhang en de leefbaarheid in de kernen; - een betaalbaar en goed zorgaanbod dat aansluit bij de behoefte. In de strategische visie stelt de gemeente Schouwen- Duiveland zichzelf de doelstelling om als vakantie-eiland een toonaangevende watereconomie te ontwikkelen die een duurzame verbinding vormt tussen wonen, werken, zorgen en genieten. Dit betekent dat om het karakteristieke kustlandschap te kunnen behouden, nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen in eerste instantie binnen de bebouwde kom worden geconcentreerd. Met nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen buiten de bebouwde kom wordt terughoudend omgegaan.
Door concentratie en hergebruik van bebouwing worden leegstand en verpaupering zo veel mogelijk voorkomen. Als gevolg van vergrijzing verandert de woningvraag in de vorm van huishoudensverdunning en krimp. Dit brengt uitdagingen met zich mee voor de beschikbare beroepsbevolking en het voorzieningenaanbod. (Verblijfs)recreatie is van groot economisch belang voor de regio. Een deel van de aanwezige verblijfsrecreatie sluit onvoldoende aan bij de actuele vraag. Toename aan Ruimtelijke onderbouwing- Sint Joostdijk ong.- Oosterland
13
bebouwing en intensivering van gebruik heeft negatieve gevolgen voor de herkenbaarheid van het Zeeuwse landschap en de kwetsbare natuur in het gebied. Voor het eiland is een toeristische hoofdstructuur opgesteld (THS). Verblijfsrecreatieve voorzieningen concentreren zich voornamelijk in het noordwestelijke deel van het eiland. Nieuwe ontwikkelingen dienen te passen in het landschap en over voldoende draagvlak in de samenleving te beschikken. Bij alle ruimtelijke ontwikkelingen dient zorgvuldig omgegaan te worden met de landschappelijke kwaliteiten. Onderdeel hiervan is dat bebouwing zoveel mogelijk wordt geconcentreerd binnen bestaand bebouwd gebied. Besluitgebied In de beoogde situatie wordt een overtollige bedrijfslocatie in het dorpscentrum herontwikkeld tot woongebied. Hiermee wordt leegstand beëindigd en vervallen bebouwing gesaneerd. Met het herontwikkelen van een beschikbare locatie binnen de bebouwde kom is sprake van duurzaam ruimtegebruik. De nieuwe bebouwing sluit aan bij de hedendaagse duurzaamheidsdoelstellingen en gebruikswensen. De nieuwe woningen sluiten in schaal en aard aan bij de dorpse centrumomgeving en worden gerealiseerd in een landelijke, dorpse bouwstijl. Conclusie De ontwikkeling is kleinschalig en sluit aan bij de aard en karakteristiek van de omgeving.
De ontwikkeling draagt bij aan het behouden van een gedifferentieerde woningvoorraad en het behoud van een prettig woonklimaat dat aansluit bij de actuele woonbehoeften. De ontwikkeling sluit aan bij de lange termijn ruimtelijke doelstellingen uit de structuurvisie.
2.3.2 Woonvisie 2018- 2027 Op 28 juni 2018 heeft de gemeente Schouwen- Duiveland de regionale woonvisie vastgesteld. In de nieuwe woonvisie zijn de resultaten uit de woningmarktanalyse voor de periode 2017- 2027 en de evaluatie van de Woonvisie 2013- 2018 opgenomen. In de herziene woonvisie zijn de effecten van de actuele economische en demografische ontwikkelingen op de woningmarkt en de trends op de middellange termijn opgenomen. Trend In het woningbouwbeleid wordt de woningmarktontwikkeling op Schouwen- Duiveland als een integraal systeem benaderd. De verschillende kernen in de gemeente maken allemaal onderdeel uit van dezelfde woningmarkt. Een ontwikkeling in de ene kern heeft daardoor ook effect op andere kernen in de gemeente. Op basis van een woningmarktanalyse voor de periode 2017- 2027 wordt verwacht dat er op de lange termijn nauwelijks behoefte is aan méér woningen. Wel is er een groeiende vraag naar levensloopbestendige en flexibele woningen voor kleinere huishoudens. Het woningbouwprogramma verschuift daarmee van een kwantitatieve naar een kwalitatieve opgave waarbij herstructurering centraal staat. Het huidige woningbouwprogramma richt zich met name op het versterken van de leefbaarheid in de kernen en het concentreren van voorzieningen.
De strategische doelstellingen in het gemeenlijk woningbouwbeleid tot 2027 bestaan uit: Verbeteren van de kwaliteit van de bestaande woningvoorraad; -
Het onttrekken van woningen die verouderd of incourant zijn; Het toevoegen van woningen waar er te weinig van zijn.
In het woningbouwbeleid wordt uitgegaan van een gebiedsgerichte benadering. Tot en met 2027 is ruimte voor het toevoegen van zo’n 480 woningen om invulling te kunnen geven aan de lokale woonbehoefte. De gemeente gaat bij de woningmarktontwikkeling uit van een categorisering in groeikernen, balanskernen en transitiekernen. In balans- en transitiekernen is geen kwantitatieve Ruimtelijke onderbouwing- Sint Joostdijk ong.- Oosterland
14
uitbreiding van de woningvoorraad nodig. Tot de groeikernen waar behoefte is aan netto meer woningen, behoren Zierikzee, Burg-Haamstede en Bruinisse. De huidige woningvoorraad bestaat met name in de kleinere kernen voor een groot deel uit eenvoudige woningen die zijn opgericht vóór 1950 of in de periode tussen 1950 en 1970. Deze woningen zijn het minst aantrekkelijk binnen de woningmarkt en hebben op de langere termijn een relatief grote kans op leegstand. Ook binnen balans- en transitiekernen is het hierdoor nodig om de lokale woningvoorraad te blijven vernieuwen om de kernen vitaal te kunnen houden. Er is sprake van een regionale transitieopgave. Om de bestaande diversiteit aan woonomgevingen ook in de toekomst te kunnen behouden en versterken, wordt in het woningbouwbeleid onderscheid gemaakt in verschillende woonmilieu’s. Binnen het woonmilieu ‘dorpswonen’ bestaat een regionale behoefte van ca 50 woningen. In de Woonvisie is een toetsingskader voor nieuwe woningbouwplannen opgesteld. Bij een nieuwe ontwikkeling wordt getoetst in hoeverre deze invulling geeft aan de lokale woonbehoefte en bijdraagt aan een versterking van de woningvoorraad. Een nieuwe ontwikkeling dient invulling te geven aan de transitieopgave.
Er bestaat binnen de gemeente een kwalitatieve behoefte aan grondgebonden koopwoningen en levensloopgeschikte woningen die zijn gelegen dichtbij voorzieningen en die sociaal veilig en goed ontsloten zijn. Een levensloopgeschikte woning kan worden bereikt zonder traptreden en heeft alle primaire voorzieningen op één woonlaag. Door levensloopgeschikt te bouwen, wordt bovendien de flexibiliteit in de hele woonvoorraad bevorderd. Door het toevoegen van met name middeldure koopwoningen voor de doelgroep kleinere huishoudens (jonge huishoudens, senioren) worden indirect mogelijkheden geboden voor meerdere doelgroepen binnen de woningmarkt om door te kunnen stromen. (Her)bouw vindt plaats op een structuurversterkende plek. Hiervan is onder meer sprake bij herstructurering van bestaande verouderde bebouwing, bij beeldbepalende locaties in het hart of zeer nabij het centrum, in de directe nabijheid van voorzieningen en met een goede bereikbaarheid. Inbreiding gaat hierbij voor uitbreiding. Oosterland De besluitlocatie bevindt zich binnen het woonmilieu ‘Dorps wonen’. Kenmerkend voor dit woonmilieu is de rust en ruimte en de stilte van de polders. De kernen binnen dit woonmilieu hebben een relatief jonge leeftijdsopbouw.
Voor de kern Oosterland wordt er volgens de verschillende prognosemodellen voor huishoudensontwikkeling in de periode tot en met 2027 een afname van de vraag naar woningen verwacht. Tevens wordt er geen grote vraag vanuit nieuwe vestigers verwacht. De kern is in het woningbouwbeleid aangemerkt als ‘transitiekern’. De focus in het woningbouwbeleid ligt op het verminderen van het aantal incourante woningen. Het toevoegen van woningen is hier alleen mogelijk als dit samengaat met een sloopopgave. Op basis van de te verwachten huishoudensverdunning is er binnen het woonmilieu ‘dorps wonen’ een kwalitatieve behoefte aan appartementen/ nultreden woningen in de middeldure huur, het betaalbare koopsegment en in beperkte mate aan middeldure grondgebonden woningen (waaronder levensloopbestendige en energiezuinige woningen). Het dorp Oosterland heeft een wat onsamenhangende centrumstructuur door het ontbreken van een duidelijk herkenbaar centrum. De gemeente beoogt om de inrichting van de openbare ruimte te verbeteren. Om de lange termijn vitaliteit van het dorpen de leefbaarheid van het dorp te behouden, is het onwenselijk dat verouderde braakliggende locaties in het centrum lang oningevuld blijven. Woningmarktanalyse Schouwen-Duiveland 2020 In 2021 is de Woningmarktanalyse Schouwen-Duiveland 2020 vastgesteld.
Op basis van de woningmarktanalyse zijn regionale woningmarktafspraken gemaakt met de provincie. Uit de provinciale prognose van de regionale huishoudensontwikkeling blijkt dat het aantal huishoudens toeneemt en dat er met name een kwalitatieve woningmarktopgave bestaat. Binnen de gemeente Ruimtelijke onderbouwing- Sint Joostdijk ong.- Oosterland
15
is sprake van een krappe woningmarkt waarbij de mogelijkheid stagneert om kleinere huishoudens zoals starters en ouderen voldoende geschikte woningen te kunnen bieden. Er zijn een aantal structurele ingrepen nodig om de noodzakelijke doorstroming in de verhuisketen op gang te brengen: 1. Bevordering doorstroming door het toevoegen van zoveel mogelijk levensloopgeschikte woningen; 2. Tegengaan van verdringing op de woningmarkt door middel van een doelgroepenverordening en een zelfbewoningsplicht; 3. Het uitnutten van een flexibele schil door het realiseren van wooneenheden die bereikbaar en financierbaar zijn. Op basis van een Transitieprogramma worden 235 levensloopgeschikte woningen toegevoegd aan de woningvoorraad waarmee de noodzakelijke bewegingsruimte binnen de woningmarkt kan ontstaan. Onderdeel van het transitieprogramma is dat op de lange termijn tevens 235 woningen aan de voorraad worden onttrokken zodra zich negatieve effecten voordoen. De extra plancapaciteit kan zowel binnen groeikernen, balanskernen en transitiekernen worden gerealiseerd. Besluitgebied In de Woonvisie is een toetsingskader voor nieuwe ontwikkelingen opgesteld. Bij een nieuwe ontwikkeling wordt binnen het woningbouwbeleid getoetst in hoeverre deze invulling geeft aan de lokale woonbehoefte en bijdraagt aan een versterking van de woningvoorraad.
Met de ontwikkeling is sprake van een beperkte inbreiding binnen de bebouwde kom. De beoogde ontwikkeling draagt bij aan het versterken van het woon- en leefklimaat van de kern Oosterland. De locatie bevindt zich aan de dorpsmarkt in een gebied met veel woonfuncties. Als gevolg van de beoogde ontwikkeling vindt er een netto uitbreiding plaats van drie woningen in de lokale woningvoorraad in een transitiekern. Met de ontwikkeling wordt voor de lange termijn voorzien in de grote actuele behoefte aan levensloopgeschikte woningen voor kleinere huishoudens. De woningen zijn kleinschalige en grondgebonden koopwoningen in het middeldure segment. De woningen worden levensloopgeschikt uitgevoerd met alle primaire voorzieningen op de begane grond. De woningen wordt gasloos gerealiseerd en geïsoleerd volgens de actuele duurzaamheidsvereisten. Door de verouderde bedrijfsbebouwing te saneren en de locatie te herontwikkelen naar een dorps woongebied, wordt de kwaliteit van de omgeving sterk verbeterd. Ter compensatie voor de beperkte uitbreiding van de lokale woningvoorraad wordt een bijdrage van €40.500 gedaan in het transitiefonds. Met behulp van het transitiefonds kunnen incourante woningen uit de markt worden onttrokken. Conclusie De beoogde situatie past binnen de uitgangspunten voor transitiekernen.
2.3.2 Vigerend bestemmingsplan Ter hoogte van de projectlocatie is het bestemmingsplan ‘Nieuwerkerk en Oosterland’ van toepassing (vastgesteld op 27 november 20214). Het perceel beschikt over de bestemming ‘Bedrijf’ met de functieaanduiding ‘Bedrijf tot en met categorie 1’ en een bouwvlak waar binnen het gehele bouwvlak bedrijfsbebouwing met een maximale bouwhoogte van 10 meter mag worden opgericht. De gronden binnen de geldende bestemming zijn bestemd voor lichte bedrijfsmatige activiteiten voor zover deze voorkomen in de Staat van Bedrijfsactiviteiten die in de bijlagen van de planregels is opgenomen. De omgeving is aangemerkt met de gebiedsaanduiding ‘Vrijwaringszone- molenbiotoop’ ter bescherming van de molen aan de Molenweg. Ter bescherming van de windvang van de molen zijn beperkingen gesteld aan de maximale bouwhoogte van bouwwerken. De beoogde ontwikkeling maakt geen bouwwerken mogelijk met een hoogte die van invloed is op de windvang van de molen (zie tevens onder paragraaf 3.8).
Ruimtelijke onderbouwing- Sint Joostdijk ong.- Oosterland
16
Ter hoogte van de projectlocatie gelden de dubbelbestemmingen ‘Waarde- Archeologie- 5’ en ‘Waarde- Archeologie-7’ ter bescherming van mogelijk in de ondergrond aanwezige archeologische relicten. Bij bodem verstorende activiteiten met een grondoppervlak vanaf 250m2 en een bewerkingsdiepte vanaf 50 cm– mv respectievelijk 5000m2 en een bewerkingsdiepte vanaf 50 cmmv is een verkennend archeologisch onderzoek noodzakelijk. De beoogde ontwikkeling leidt niet tot bodem verstorende werkzaamheden boven de vrijstellingsgrens.
Figuur 5
Uitsnede
bestemmingsplan
‘Nieuwerkerk
en
Oosterland’:
enkelbestemming
‘Bedrijf’
(besluitgebied gemarkeerd met rode aanwijzer).
In het bestemmingsplan zijn ruimtelijke streefbeelden opgenomen voor de ontwikkeling van de kern Oosterland. Doordat veel voorzieningen wegtrekken naar de kern Nieuwerkerk, staat het voorzieningenniveau van de kern Oosterland onder druk. De gemeente streeft naar het tenminste behouden van het huidige voorzieningenniveau. Het besluitgebied maakt onderdeel uit van het gemengde centrumgebied in de omgeving van de Markt. In dit gebied is een menging van functies aanwezig en gewenst. Vestiging van nieuwe kleinschalige functies is gewenst, mits deze inpasbaar zijn bij de woonfunctie van het gebied. Het gebied rondom de Markt is tevens aangewezen als concentratiegebied voor horeca. In dit gebied is vestiging van horeca toegestaan en gewenst, mits deze inpasbaar is bij de aanwezige woonfuncties.
Ruimtelijke onderbouwing- Sint Joostdijk ong.- Oosterland
17
Figuur 6
Uitsnede visie op Oosterland (Bestemmingsplan ‘Nieuwerkerk en Oosterland’)
Conclusie In het geldende bestemmingsplan zijn geen mogelijkheden opgenomen om ter hoogte van de geldende bedrijfsbestemming een woonfunctie mogelijk te maken. Om de beoogde ontwikkeling mogelijk te maken zal van het geldende bestemmingsplan moeten worden afgeweken op basis van een omgevingsvergunningprocedure (artikel 2.12, lid 1, sub a onder 3˚ Wabo). Door de verouderde bedrijfsbebouwing te saneren en de locatie te herontwikkelen naar een dorpse woonfunctie, wordt bijgedragen aan het versterken van het woon- en leefklimaat van de kern Oosterland. Hierbij dient sprake te zijn van een goede ruimtelijke ordening.
2.3.3 Parapluplan parkeernormen Schouwen-Duiveland Met het bestemmingsplan ‘Parapluplan parkeernormen’ zijn
de
parkeernormen
uit
het
beleidsdocument ‘Parkeerbeleid 2017-2020’ voor nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen planologisch verankerd. Op eigen perceel is voldoende ruimte voor het parkeren van voertuigen. Een uitgebreide afweging is opgenomen in paragraaf 3.3.
2.3.4 Welstandsbeleid De gemeente Schouwen-Duiveland heeft in 2012 de Welstandsnota 2012 vastgesteld. In 2023 is de Welstandnota herzien. Op basis van het welstandsbeleid wordt invulling gegeven aan het beleidsdoel uit de strategische visie ‘Tij van de Toekomst’ om de cultuurhistorische kwaliteit te verbeteren. In de nota staan kaders voor nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen binnen cultuurhistorisch waardevolle objecten en gebieden. Complexe ruimtelijke ontwikkelingen worden getoetst door de Commissie ruimtelijke kwaliteit.
Ruimtelijke onderbouwing- Sint Joostdijk ong.- Oosterland
18
Het welstandsbeleid maakt onderscheid in gebiedsgerichte en objectgerichte criteria. Er wordt onderscheid gemaakt in vier welstandsniveaus: 1. Beschermde stads- en dorpsgezichten en monumenten 2. Bijzondere welstandsgebieden 3. Reguliere welstandsgebieden 4. Welstandsvrije gebieden. Alle dorpskernen van de gemeente vallen onder bijzonder welstandsregime. In deze gebieden is vanwege de bijzondere cultuurhistorische context extra aandacht voor de ruimtelijke kwaliteit waarbij aanvullende beleidsinstrumenten ingezet kunnen worden. Het welstandstoezicht is gericht op het versterken van de bestaande en/ of gewenste kwaliteit. Bijzondere aandacht gaat uit naar de dorpsranden. De gemeente streeft in deze zones naar het voorkomen van een harde overgang tussen bebouwd gebied en het open buitengebied. Oosterland De kern Oosterland heeft het karakter van een straatdorp. Nieuwe ontwikkelingen dienen aan te sluiten bij de karakteristiek van de omgeving. Kenmerkend aan dit type dorp is een centraal lint aan weerszijden van een weg waaraan zich langgerekte en aaneengesloten bebouwing heeft ontwikkeld. De Kerkstraat tussen het Torenplein en de Markt vormt de basis van Oosterland. Vanaf de Kerkstraat hebben zijn vervolgens dwarsstraten en achterstraten ontstaan. Vanaf de Markt hebben zich twee bebouwingslinten ontwikkeld: richting de molen en richting de Sint Joostdijk.
Karakteristiek aan de kern zijn de vele doodlopende dwarsstraten waar oorspronkelijk arbeidershuisjes stonden. De bebouwing aan de historische straten van de kern heeft een compacte structuur, met eenvoudige bebouwing die met de voorgevels dicht op de straat zijn gesitueerd. De kern heeft een relatief groot oppervlak aan uitbreidingswijken in relatie tot de oorspronkelijke historische dorpskern. Besluitgebied Op de projectlocatie is een voormalige bedrijfslocatie gevestigd achter de aaneengesloten historische bebouwing van de Sint Joostdijk. Binnen het perceel zijn twee vervallen boerenschuren aanwezig zonder bijzondere cultuurhistorische waarde met een oppervlakte van circa 225m2 en 40m2. De bebouwing staat al geruime tijd leeg en waren in gebruik voor opslagdoeleinden. De initiatiefnemer wenst om het bedrijfsmatige gebruik duurzaam te beëindigen, de huidige vervallen bebouwing te slopen en ter plaatse een vrijstaande woning en een twee-onder-een-kap woning op te richten. De nieuwe woningen hebben een verdieping met een kap, een bouwhoogte van circa 6,6 meter en hebben ieder een oppervlakte van circa 100m2. Met de bouwstijl, waaronder de detaillering van de gevels en het kleur- en materiaalgebruik, wordt aangesloten op de landelijke dorpse omgeving. De woonpercelen worden voorzien van een groene erfafscheiding zoals weergegeven in bijlage 1c.
Conclusie Het ontwerp voor de woningen is voor advies en ter beoordeling voorgelegd aan de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit. De commissie heeft in juli 2023 aangegeven dat ze in principe en onder voorwaarden positief staat ten opzichte van het plan. Hiermee is geborgd dat de woningen aansluiten op de karakteristiek van de kern Oosterland.
2.3.5 Gemeentelijk milieu- en duurzaamheidsbeleid De gemeente heeft haar beleid omtrent milieukwaliteit en duurzaamheid vastgelegd in het Milieubeleidsplan 2008-2010. Het milieubeleidsplan is opgebouwd uit verschillende modules. De Energie-agenda 2018-2023 en de Klimaatadaptiestrategie vervangen de modules Energie en Klimaat uit het Milieubeleidsplan.
Ruimtelijke onderbouwing- Sint Joostdijk ong.- Oosterland
19
Kringloopeconomie Centraal in het milieubeleid staat het streven naar een circulaire economie. Het uitgangspunt hierbij is dat producten en grondstoffen binnen het economische systeem zo veel mogelijk worden hergebruikt en daardoor waarde behouden. Dit in tegenstelling tot een lineaire economie waarbij het uitgangspunt is dat grondstoffen in waarde afnemen en aan het einde van de levensduur van een product worden vernietigd. Geluid en stilte Binnen het algemene streven naar zo veel mogelijk rust en stilte is voor het woonklimaat relevant dat overlast wordt voorkomen. Dit betekent onder meer dat nieuwe wegen op voldoende afstand van woningen worden gesitueerd en dat geluidsoverlast door evenementen bijzondere aandacht heeft. Licht en duisternis De algemene doelstelling van de gemeente is om slechts te verlichten wanneer dit echt nodig is. Dit betekent onder meer dat openbare verlichting, terreinverlichting en veldverlichting zo gericht mogelijk worden ingezet. Luchtkwaliteit De regionale luchtkwaliteit is goed. Het streven is dit zo te houden door autoverkeer zo veel mogelijk te minimaliseren. Bodem Door de kwaliteit van de ondergrond bij ruimtelijke ontwikkelingen in een vroeg stadium in beeld te brengen, worden toekomstige kosten vroegtijdig in beeld gebracht en kan deze onderdeel uitmaken van de afwegingen.
Energie-agenda 2018-2023 De Energie-agenda is op 21 december 2017 vastgesteld. De agenda geeft de gemeentelijke ambities weer ten aanzien van energiegebruik, energiebesparing en de omschakeling naar duurzame energie. De gemeente Schouwen-Duiveland streeft naar volledige energieneutraliteit voor 2040, het bereiken van een energiebesparing van 3% ten opzichte van het gebruik in 2017 en een aandeel van 16% van de energiebehoefte die duurzaam wordt opgewekt. Ten aanzien van de bebouwde omgeving gelden de doelstellingen zowel voor de bestaande bouw als nieuwbouw. Klimaatadaptiestrategie Op basis van het nationale Deltaplan Ruimtelijke Adaptie is in samenwerking tussen overheden, private partijen en maatschappelijke organisaties afgesproken dat Nederland in 2050 klimaatbestendig en water-robuust is ingericht. Dit betekent dat alle partijen zich inzetten om schade door hittestress, wateroverlast, droogte en overstromingen wordt geminimaliseerd. Beoordeling en conclusie In onderliggende ruimtelijke onderbouwing zijn tevens de waarden zoals geformuleerd in het milieuen duurzaamheidsbeleid beoordeeld. De wijze waarop de voorgenomen ontwikkeling bijdraagt aan het behouden van een goed woon- en leefklimaat, het voorkomen van overlast, hydrologisch neutraal bouwen en duurzaam bouwen zijn opgenomen in hoofdstuk 3.
Ruimtelijke onderbouwing- Sint Joostdijk ong.- Oosterland
20
3.
RUIMTELIJKE EN MILIEUKUNDIGE ASPECTEN
3.1
Bodem
Duurzaam bodemgebruik De ondergrond biedt zowel kansen als belemmeringen. Door in een vroeg stadium van een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling rekening te houden met de lokale bodemsituatie, kan duurzaam bodemgebruik worden gerealiseerd. Onder duurzaam bodemgebruik vallen onder meer de wijze waarmee wordt omgegaan met zettingsgevoeligheid, bodemsoort, kabels en leidingen en grondwater. Milieu hygiënische bodemkwaliteit Bij een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling dient op basis van artikel 3.1.6 van het Bro (Besluit ruimtelijke ordening) rekening gehouden te worden met de bodemkwaliteit ter plaatse. In de beoogde situatie zullen mensen ter plaatse gemiddeld langer dan 2 uur per dag verblijven. Hiermee is sprake van een milieugevoelige functie. De Woningwet (artikel 8) staat niet toe dat er gebouwd wordt op verontreinigde grond. Binnen het besluitgebied is een oude boerenschuur aanwezig uit circa 1930. De schuur is tot recent in gebruik geweest voor kleinschalige bedrijfsmatige opslag. Op het perceel hebben geen bodembedreigende activiteiten plaatsgevonden. Om de milieuhygiënische geschiktheid van de ondergrond aan te kunnen tonen, is door MCG Zuidwest BV in januari 2024 een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd.
Uit de onderzoeksresultaten blijkt in de bovengrond een lichte verontreiniging met zware metalen (waaronder cadmium, kwik en lood), PAK en een matige verontreiniging met zink aanwezig te zijn. In de ondergrond zijn geen verhoogde waarden aangetoond. In het grondwater zijn geen overschrijdingen van de streefwaarde aangetroffen. De analyseresultaten geven geen aanleiding tot het uitvoeren van nader onderzoek. Als gevolg van langdurig menselijk gebruik, is de bodem zoals verwacht licht verontreinigd (klasse industrie). Binnen het terrein is asbestverdacht materiaal aangetroffen. Uit analyse van mengmonsters uit een drietal inspectiegaten van asbestverdachte grond blijkt dat de toetswaarde voor nader onderzoek wordt overschreden. De resultaten geven aanleiding tot het uitvoeren van nader onderzoek om te bepalen of er onaanvaardbare risico’s voor het huidige en beoogde gebruik bestaan. Ter plaatse van de druppelzone van bebouwing met asbesthoudende dakbedekking zonder goten, is in de toplaag een gewogen gehalte aan asbest aangetoond welke de interventiewaarde overschrijdt. Verwacht wordt dat de verontreiniging zich beperkt tot deze toplaag ter plaatse van de afwatering. Op basis van de aangetroffen concentratie is een beperkingenregistratie door het bevoegd gezag noodzakelijk.
Voor de aangetroffen verontreiniging van de druppelzone dient een plan van aanpak voor sanering te worden opgesteld en goedgekeurd door het bevoegd gezag. Sanering dient te worden uitgevoerd door een gecertificeerde aannemer onder milieukundige begeleiding. Binnen het terrein is puin aangetroffen. Aanbevolen wordt om door middel van een asbestinventarisatie van het terrein meer inzicht te verkrijgen of ook het puin door een gespecialiseerd bedrijf gesaneerd dient te worden. Indien grond afkomstig van de onderzoekslocatie buiten het terrein wordt toegepast, dienen hiervoor de toepassingsvereisten van het Besluit bodemkwaliteit in acht te worden genomen. Door MCG Zuidwest BV is in mei 2024 een nader onderzoek naar asbest in grond en puin uitgevoerd naar de aard en omvang van de eerder aangetroffen verontreiniging. In het nader onderzoek zijn een twaalftal inspectiesleuven gegraven, verdeeld over het terrein. Grond, puin en materiaal afkomstig uit de inspectiegaten en van het terrein is bemonsterd en nader onderzocht.
Ruimtelijke onderbouwing- Sint Joostdijk ong.- Oosterland
21
In de analyseresultaten zijn geen asbestgehalten aangetroffen boven de interventiewaarden. Aanbevolen wordt om een binnen het terrein aangetroffen asbesthoudende rioolbuis door een gespecialiseerd bedrijf te laten verwijderen. Conclusie De milieu hygiënische gesteldheid van de bodem is ten aanzien van de onderzochte parameters uit het NEN-5740 pakket geschikt voor het beoogde gebruik. Voor de aangetroffen concentratie asbest in de druppelzone is een beperkingenregistratie noodzakelijk en dient een plan van aanpak voor sanering te worden opgesteld en goedgekeurd door het bevoegd gezag. Sanering dient te worden uitgevoerd door een gecertificeerde aannemer onder milieukundige begeleiding. Uit nader onderzoek zijn geen asbestgehalten aangetroffen boven de interventiewaarden. Voor een volledige weergave van de onderzoeksresultaten wordt verwezen naar de rapportages in bijlage 2 en bijlage 5.
3.2
Wegverkeerslawaai
Geluid is van belang vanwege mogelijke geluidsoverlast van wegverkeer. Akoestisch onderzoek naar verkeerslawaai is noodzakelijk indien binnen de geluidzones van spoor- of verkeerswegen sprake is van projectie van geluidsgevoelige bebouwing. Uitgezonderd hierop zijn woonerven, 30 km zones en op basis van een geluidsniveaukaart gedezoneerde wegen. Op basis van artikel 74 van de Wet geluidhinder gelden de onderstaande normen voor geluidzones: Tabel 1: Geluidszone wegverkeerslawaai
Gebied
Aantal rijstroken
Breedte meters
Stedelijk
1 of 2
200
3 of meer
350
1 of 2
250
3 of 4
400
5 of meer
600
Buitenstedelijk
geluidzone
in
De geluidsbelasting op gevels van geluidsgevoelige objecten mag in beginsel op grond van de Wet geluidhinder en het Besluit geluidhinder de voorkeursgrenswaarde van 48 dB niet overschrijden. Voor binnenstedelijke gebieden geldt bij nieuwbouw een maximale ontheffingswaarde tot 63 dB (wegen) op de gevel van een woning. Indien de voorkeursgrenswaarde wordt overschreden, maar de geluidbelasting op de gevel binnen de maximaal toelaatbare waarde blijft, kan het College van B&W via een besluit tot vaststelling hogere waarden een ontheffing verlenen. Bovendien dienen maatregelen genomen te worden om zeker te stellen dat de geluidsbelasting op de binnengevel van geluidgevoelige objecten maximaal 33 dB bedraagt. Besluitgebied Een woning is een geluidgevoelig object volgens de systematiek van de Wet geluidhinder. De locatie ligt niet in de geluidszone van een weg zoals bedoeld in artikel 74 van de Wet geluidhinder. Het perceel wordt ontsloten via de Sint Joostdijk. Een woonfunctie is geen activiteit waar een grote geluiduitstraling van uitgaat. Een drietal woningen heeft geen grote verkeersaantrekkende werking. Het extra verkeer als gevolg van de ontwikkeling is beperkt en gaat op in het heersende verkeersbeeld.
Gezien de afstand tot wegen waarvoor een geluidzone is vastgesteld, de beperkte hoeveelheid verkeer in de directe omgeving van het besluitgebied en de geldende bouwtechnische vereisten, is er geen aanleiding om te verwachten dat ter plaatse niet kan worden voldaan aan een goed woon- en leefklimaat wat betreft het aspect wegverkeerslawaai.
Ruimtelijke onderbouwing- Sint Joostdijk ong.- Oosterland
22
Conclusie Er zijn geen akoestische belemmeringen voor de beoogde bouw van de woningen ten aanzien van het milieuaspect geluid op basis van de wet geluidhinder. Er is tevens geen sprake van een verkeersaantrekkende werking die een grote geluidsuitstoot zal veroorzaken.
3.3
Mobiliteit en parkeren
Via het ‘Parapluplan parkeernormen Schouwen- Duiveland’ dienen nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen te voldoen aan de vastgestelde parkeernormen. De gemeente heeft parkeernormen voor woonfuncties vastgelegd in het ‘Parkeerbeleid 2017- 2020’ (vastgesteld 28 september 2017). De Nota biedt voornamelijk actuele handvaten om de verkeerssituatie in Zierikzee en de Westhoek te verbeteren. Voor alle ruimtelijke ontwikkelingen wordt in paragraaf 5.5 van de nota verwezen naar de landelijke CROW- richtlijnen (publicatie 317, inmiddels publicatie 381) op basis van een ‘weinig stedelijk gebied’ gekenmerkt als ‘bebouwde kom’. Uitgangspunt van het parkeerbeleid is dat een ruimtelijke ontwikkeling niet mag leiden tot een tekort aan parkeerplaatsen. Als gevolg van de bouw van drie woningen neemt de parkeervraag toe. Bij de bouw van een middelgrote woning binnen de bebouwde kom kan op basis van de kencijfers parkeren zoals opgesteld door het CROW een parkeerbehoefte van circa 3 auto’s worden verwacht. Dit is inclusief het aandeel bezoekers. De beoogde woningen zijn kleinschalig, beschikken over twee slaapkamers en zijn daarmee geschikt voor kleine huishoudens. De doelgroep van de woningen betreft senioren. Een seniorenhuishouden beschikt doorgaans niet over meer dan 1 auto. De werkelijke parkeervraag zal daarom lager uitvallen dan de parkeernorm.
Binnen de besluitlocatie kan op eigen terrein invulling worden gegeven aan de parkeerbehoefte voor 2 personenauto’s per woning. Voor het (incidenteel) parkeren van extra bezoekers zijn in de omgeving van de woningen openbare parkeerplaatsen aanwezig waaronder aan de Markt en het Koninginnenplein. Het huidige woonperceel wordt reeds ontsloten door middel van een inrit op de Sint Joostdijk. De Sint Joostdijk is ter hoogte van het besluitgebied een smalle, doodlopende en enkelbaans dorpsstraat in een gemengde woonomgeving. In samenhang met de ontwikkeling zal de Sint Joostdijk vanaf de inrit in noordelijke richting worden verbreed. Een deel van de grond zal hiervoor worden overgedragen aan de gemeente. In de anterieure overeenkomst worden afspraken gemaakt over de verbreding van de weg en de kosten van een nulmeting voorafgaande aan de werkzaamheden. In noordelijke richting sluit de Sint Joostdijk aan op de Markt met het marktplein. Via onder meer de Molenweg- Torenplein en de Oud Heiligeweg sluit het besluitgebied aan op de lokale en regionale infrastructuur zoals de Rijksweg N59 tussen Bruinisse en Zierikzee. Een drietal woningen heeft geen grote verkeersaantrekkende werking. De beperkte extra verkeersbewegingen als gevolg van de ontwikkeling zijn goed inpasbaar in het verkeersbeeld ter plaatse.
Conclusie De parkeerbehoefte en de verkeersgeneratie vormen geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.
3.4
Bedrijven en milieuzonering
Voor een goede ruimtelijke ordening dient er voldoende afstand te bestaan tussen milieubelastende activiteiten en gevoelige functies. In de VNG- handreiking ‘Bedrijven en milieuzonering’ uit 2009 zijn richtafstanden voor functiescheiding opgenomen ten behoeve van het toetsen van ruimtelijke ontwikkelingen. De richtafstanden geven een algemene indicatie van de te verwachten milieubelasting per bedrijfscategorie. Van de algemene richtafstanden kan gemotiveerd worden afgeweken
wanneer
milieuonderzoek
naar
de
specifieke
situatie
een
Ruimtelijke onderbouwing- Sint Joostdijk ong.- Oosterland
andere
mate
van 23
milieubelasting aantoont. De richtafstanden uit de VNG- handreiking zijn gebaseerd op de omgevingskwaliteit die vergelijkbaar is met een rustige woonwijk. De indicatieve afstanden moeten worden aangehouden ten opzichte van de gevels van omliggende gevoelige objecten. Voor gevoelige functies in een gemengd gebied kan de richtafstand met één niveau worden verlaagd, zonder dat dit ten koste gaat van het woon- en leefklimaat. Tabel 2: Richtafstandenlijst VNG 2009
Milieucategorie
Richtafstand omgevingstype woonwijk in meters
tot rustige
Richtafstand omgevingstype gebied in meters
1
10
0
2
30
10
3.1
50
30
3.2
100
50
4.1
200
100
4.2
300
200
tot gemengd
Besluitgebied Het besluitgebied maakt onderdeel uit van de bebouwde kom van Oosterland. In de directe omgeving van het besluitgebied bevinden zich hoofdzakelijk burgerwoningen en een aantal kleinschalige centrumgebonden activiteiten waaronder lichte horeca in combinatie met wonen. Het omgevingstype van het besluitgebied kan door de ligging in een gebied waarbij woonfuncties en centrumfuncties op korte afstand van elkaar liggen, worden aangemerkt als een gemengd gebied. Een woonfunctie is geen activiteit met een grote milieu-uitstoot naar de omgeving. Als gevolg van de ontwikkeling wordt een lichte bedrijfsfunctie in een omgeving met veel woningen voor de lange termijn beëindigd. Hiermee verbetert het woon- en leefklimaat voor omliggende woningen. In de directe omgeving, waaronder aan de Sint Joostdijk zijn middelzware horecafuncties toegestaan tot maximaal categorie 2 van de Staat van Horeca-activiteiten. In de omgeving van de besluitlocatie aan de Markt 2 en 3 is een pizzeria gevestigd. Een pizzeria is een horeca-activiteit die volgens de Staat van Horeca-activiteiten valt onder lichte horeca. Deze activiteiten zijn alleen overdag en in de avond geopend en veroorzaken een beperkte hinder voor omwonenden. De pizzeria ligt op een afstand van minimaal 20 meter van de gevels van de beoogde woningen.
In de omgeving van het besluitgebied komen direct naast woningen ook andere kleinschalige functies voor waaronder het kerkgebouw van de gereformeerde gemeente aan de Sint Joostdijk 11, een dorpshuis aan de Sint Joostdijk 27, horeca en winkels. Deze functies zijn echter kleinschalig van aard. Omliggende activiteiten hebben een lage milieubelasting die in principe goed inpasbaar is in een omgeving met enige menging van functies zoals het dorpscentrum van Oosterland. In het centrum wordt reeds gewoond boven en op korte afstand van de verschillende dorpsvoorzieningen, horeca en kleinschalige bedrijvigheden. Conclusie Milieuzonering vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling. Met het oprichten van een drietal woningen binnen het dorpscentrum worden omliggende activiteiten niet belemmerd en is er voor de toekomstige bewoners sprake van een goed woon- en leefklimaat.
Ruimtelijke onderbouwing- Sint Joostdijk ong.- Oosterland
24
3.5
Luchtkwaliteit
Voorgenomen ruimtelijke ontwikkelingen moeten aan luchtkwaliteitsnormen voldoen (artikel 5.16 Wet milieubeheer). Via de wet worden mensen tegen negatieve gevolgen van luchtverontreiniging beschermd. Hiervoor zijn getalsmatige grenswaarden opgenomen (titel 5.2 Wm) voor een aantal luchtverontreinigende stoffen. Voor bepaalde projecten is vastgesteld dat deze Niet In Betekenende Mate (NIBM) bijdragen aan de luchtverontreiniging. Wanneer een project minder dan 3% van de grenswaarde voor de jaargemiddelde concentratie van fijnstof (PM10) of stikstofdioxide (NO2) uitstoot, mag het zonder verdere toetsing aan de grenswaarden worden uitgevoerd. De 3% grens komt overeen met 1,2 µg /m3 voor zowel PM10 als NO2. Tabel 3 Worstcase scenario op basis NIBM-tool
Conclusie De beoogde bouw van een drietal woningen in de dorpskern is een kleinschalige ontwikkeling. Er is slechts beperkt sprake van een toename aan verkeersbewegingen. Er is geen sprake van een overschrijding van de grenswaarden voor luchtverontreinigende stoffen (waaronder PM10 en NO2). Nader onderzoek naar luchtkwaliteit is niet noodzakelijk. Als gevolg van de ontwikkeling wordt verkeer als gevolg van een bedrijfsmatige functie duurzaam beëindigd.
3.6
Flora en fauna
De soortenbescherming is in Nederland sinds 1 januari 2017 geregeld in de Wet natuurbescherming (Wn), voorheen de Flora- en Faunawet. Een ruimtelijke ontwikkeling dient inzichtelijk te maken of er door het plan mogelijke negatieve effecten kunnen optreden op beschermde soorten. Uitgangspunt van de Wet natuurbescherming is dat handelingen die leiden tot (opzettelijke) verstoring of schade aan leefgebieden van beschermde soorten zijn verboden. Europese Vogelrichtlijn Alle vogels worden op basis van de Europese Vogelrichtlijn beschermd en zijn in de Wn opgenomen in artikel 3.1 Wn. Voor alle vogelsoorten geldt een verbod op handelingen die nesten of eieren opzettelijk beschadigen of verstoren. Ook handelingen die een vaste rust of verblijfplaats van beschermde vogels verstoren zijn niet toegestaan. Aangezien alle vogels tijdens het broeden zijn beschermd, kunnen werkzaamheden tijdens het broedseizoen (van ongeveer maart tot half juli) leiden tot een overtreding van de Wet natuurbescherming. Waarbij wordt opgemerkt dat er geen vaste periode in het jaar voor het broedseizoen kan worden aangegeven.
Ruimtelijke onderbouwing- Sint Joostdijk ong.- Oosterland
25
Natura 2000- gebieden De bescherming van natuurgebieden is sinds 1 januari 2017 vastgelegd in de Wet Natuurbescherming. Bovengenoemde wet regelt de bescherming van de in Europees verband vastgelegde Natura 2000- gebieden (Vogelrichtlijn- en Habitatrichtlijngebieden) en de op nationaal niveau beschermde natuurgebieden. Voor soorten die op grond van de Europese Habitatrichtlijn en het verdrag van Bern/ Bonn worden beschermd, geldt artikel 3.5 van de Wn. Conform artikel 12 van de Habitatrichtlijn geldt voor soorten die via artikel 3.5 van de Wet natuurbescherming worden beschermd, dat ook het onopzettelijk beschadigen of vernielen van de in gebruik zijnde voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van beschermde soorten is verboden. Voor een aantal soorten geldt een specifieke gedragscode. Natuur Netwerk Nederland (NNN) De bescherming van het Natuur Netwerk Nederland (voorheen Ecologische Hoofdstructuur) vindt plaats via lokaal en regionaal beleid. Het Natuurnetwerk Nederland is een samenhangend netwerk van bestaande en nieuwe natuurgebieden. Binnen het NNN zijn in principe geen ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk die de kernkwaliteiten negatief kunnen beïnvloeden. Een uitzondering kan worden gemaakt voor ontwikkelingen waarvoor geen reëel alternatief bestaat en er sprake is van een groot openbaar belang. Voor dergelijke ontwikkelingen geldt de ‘nee- tenzij’ toets.
Indien schade ontstaat, moet deze worden gemitigeerd en/of gecompenseerd. Zorgplicht Voor alle ruimtelijke ontwikkelingen is een algemene zorgplicht van toepassing. Schade aan flora en fauna dient op basis van deze zorgplicht in alle gevallen zoveel mogelijk te worden voorkomen. Besluitlocatie Bij een ruimtelijke ontwikkeling dient de aanvrager te waarborgen dat de uitvoering van het project geen nadelige gevolgen heeft op beschermde soorten of natuurgebieden. Het dichtstbijzijnde Natura 2000 gebied betreft het Vogel- en habitatrichtlijngebied de Oosterschelde op ca 130m afstand ten zuiden van het plangebied (krekengebied Maire). Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen dient tevens te worden onderzocht of er sprake is van een effect op het nationaal beschermde Natuur Netwerk Zeeland (voorheen Ecologische Hoofdstructuur). De meest nabij gelegen gebieden die onderdeel uitmaken van het Natuurnetwerk zijn behalve het krekengebied Maire, de Rampertsedijk ten westen van de kern Oosterland op circa 700 meter afstand. De projectlocatie bevindt zich buiten het NNN. Nadelige effecten op omliggende natuurgebieden kunnen door de beperkte schaal van de ontwikkeling en de ligging van het besluitgebied in het centrum van Oosterland worden uitgesloten. De nieuwe bebouwing wordt energieneutraal gerealiseerd. De woningen worden goed geïsoleerd en worden verwarmd op basis van een warmtepomp.