CConstaterende datSchouwen-Duiveland
Koppel je AI →
Document · PDF

1639122 Bijlage 2 BOPA Tijdelijke Huisvesting

Gemeenteraad 29 januari 2026, gemeente Schouwen-DuivelandBij agendapunt: RVS Adviesrecht omgevingsvergunning tijdelijke huisvesting basisscholen en kinderopvang Oosterland (1639122)21.575 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Gemeente Schouwen-Duiveland BOPA “Tijdelijke Huisvesting Scholen/Kinderopvang Oosterland” Onderbouwing Ontwerp

Werknummer: 625.125.20 Datum: 18 november 2025

INHOUDSOPGAVE 1.

INLEIDING

1

1.1 1.2 1.3

Aanleiding en doel van het plan Ligging en begrenzing projectgebied Leeswijzer

1 2 3

2.

PLANOLOGISCH KADER

4

2.1 2.2

Omgevingsplan Schouwen-Duiveland Voorgenomen procedure

4 5

3.

PLANBESCHRIJVING

7

3.1 3.2

Bestaande situatie Planvoornemen

7 8

4.

BELEIDSKADER

14

4.1

Rijksbeleid 14 4.1.1 Omgevingswet en AMvB’s 14 4.1.2 Nationale Omgevingsvisie 15 Provinciaal beleid 15 4.2.1 Zeeuwse Omgevingsvisie (2021) 15 4.2.2 Omgevingsverordening Zeeland 16 Gemeentelijk beleid 16 4.3.1 Strategische visie ‘Tij van de Toekomst: Schouwen-Duiveland in 2040: Samen bouwen aan verantwoorde groei’ 16 4.3.2 Dorpsvisie Oosterland 17 4.3.3 Bomenbeleidsplan Gemeente Schouwen-Duiveland (2009) 20 4.3.4 Milieubeleidsplan 20

4.2

4.3

5.

OMGEVINGSASPECTEN

22

5.1

Milieueffectrapportage 5.1.1 Kader 5.1.2 Kenmerken van het plan 5.1.3 Kenmerken van de effecten 5.1.4 Conclusie Ladder voor duurzame verstedelijking 5.2.1 Kader 5.2.2 Toetsing 5.2.3 Conclusie Water en klimaatadaptatie 5.3.1 Kader 5.3.2 Onderzoek 5.3.3 Conclusie Verkeer en parkeren 5.4.1 Kader 5.4.2 Onderzoek 5.4.3 Conclusie

22 22 22 23 24 25 25 25 26 26 26 29 32 33 33 33 37

5.2

5.3

5.4

5.5

5.6

5.7

5.8

5.9

5.10

5.11

5.12

5.13

5.14

5.15

5.16

Geluid door wegen, spoorwegen en industrieterreinen 5.5.1 Kader 5.5.2 Onderzoek 5.5.3 Conclusie Luchtkwaliteit 5.6.1 Kader 5.6.2 Onderzoek 5.6.3 Conclusie Geluid door activiteiten 5.7.1 Kader 5.7.2 Onderzoek 5.7.3 Conclusie Omgevingsveiligheid 5.8.1 Kader 5.8.2 Onderzoek 5.8.3 Conclusie Natuur & ecologie 5.9.1 Kader 5.9.2 Onderzoek 5.9.3 Conclusie Landschap, archeologie en cultuurhistorie 5.10.1 Kader 5.10.2 Onderzoek 5.10.3 Conclusie Bodem 5.11.1 Kader 5.11.2 Onderzoek 5.11.3 Conclusie Geurhinder 5.12.1 Kader 5.12.2 Onderzoek 5.12.3 Conclusie Trillingen 5.13.1 Kader 5.13.2 Onderzoek 5.13.3 Conclusie Licht en duisternis 5.14.1 Kader 5.14.2 Onderzoek 5.14.3 Conclusie Gezondheid 5.15.1 Kader 5.15.2 Gezondheid in het projectgebied 5.15.3 Conclusie Duurzaamheid 5.16.1 Kader 5.16.2 Onderzoek

37 37 39 39 39 39 39 41 41 41 42 43 43 43 44 45 45 45 46 50 50 50 50 52 52 52 53 54 54 54 54 55 55 55 55 55 55 55 55 56 56 56 56 56 56 56 57

5.16.3 Conclusie 5.17 Overige aspecten

58 58

6.

MAATSCHAPPELIJKE EN FINANCIËLE HAALBAARHEID

59

6.1 6.2

Kostenverhaal Participatie

59 60

BIJLAGEN Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4 Bijlage 5 Bijlage 6 Bijlage 7 Bijlage 8 Bijlage 9

Ruimtelijke verkenning Maatschappelijk Hart Oosterland, Juust, april 2025 Verdiepingsslag ruimtelijke verkenning Maatschappelijk Hart Oosterland, Juust, 23 oktober 2025 Rapportage verkennend bodemonderzoek, ABO Milieu, 29 augustus 2025 Rapport quickscan natuurwaardenonderzoek, Sweco, 7 mei 2025 Verkennend archeologisch onderzoek, Vestigia, 15 september 2025 Stikstofdepositie-onderzoek, KuiperCompagnons, 18 november 2025 Rapport nader onderzoek ecologie Weelstraat en omgeving Oosterland, Sweco, 13 november 2025 Memo parkeren en verkeer Maatschappelijk hart Oosterland, Juust, 20 oktober 2025 Antwoordnotitie inloopavond dorpsvisie Oosterland, Gemeente Schouwen-Duiveland, 15 oktober 2025

1

1. Inleiding 1.1 Aanleiding en doel van het plan De gemeente Schouwen-Duiveland heeft het voornemen om rondom de Weelstraat in Oosterland verschillende ontwikkelingen mogelijk te maken die de woon-en leefkwaliteit verbeteren en het voorzieningenniveau in Oosterland op peil kunnen houden. In april 2025 is een ruimtelijke verkenning uitgevoerd naar een nieuw maatschappelijk hart in Oosterland. Deze verkenning is bijgevoegd in bijlage 1. De gemeenteraad van Schouwen-Duiveland heeft in juni 2025 een besluit genomen waarbij is ingestemd met de ruimtelijke voorkeursvariant (variant 2) voor een gezamenlijke ontwikkeling van het gebied. De ontwikkeling bestaat uit de sloop van twee bestaande schoolgebouwen en kinderopvanglocaties aan de Dr. Schutterstraat 1 en de Weelstraat 1 in Oosterland. In de plaats daarvoor komt er een gezamenlijk nieuw schoolgebouw voor basisschool de Oosterburcht, de Ds. J. Bogermanschool en de kinderopvang (Kibeo), inclusief bijbehorende voorzieningen, zoals schoolpleinen. Het nieuwe schoolgebouw wordt ten noorden van de bestaande sporthal aan de Dokter Schutterstraat 3 gesitueerd. De huidige locatie van basisschool de Oosterburcht wordt gesloopt. Hier komt een nieuw gezondheidscentrum, dat huisvesting zal bieden aan een tandartspraktijk (Mondiaal), de huisartspraktijk met apotheek en wat ondersteunende zorgvoorzieningen.

De parkeerplaatsen voor de genoemde voorzieningen worden zoveel mogelijk op de hoek van de Abeelestraat ingericht. Op die manier rijdt zo min mogelijk (gemotoriseerd) verkeer de wijk in. Ten slotte wordt ook de bestaande sporthal esthetisch opgewaardeerd met nog enkele duurzaamheidsmaatregelen eraan toegevoegd. Vanwege de geplande sloop en nieuwbouw van de scholen en kinderopvanglocaties is in de overgangsperiode een tijdelijke locatie noodzakelijk. De tijdelijke gebouwen worden in twee fases op het veld rondom de pannakooi geplaatst. De Oosterburcht en kinderopvang zullen hier vanaf de zomer 2026 naar verhuizen en de Ds. J. Bogermanschool in de zomer van 2027. De vergunning voor de tijdelijke huisvesting kent een duur van maximaal vijf jaar. De verwachting is dat de nieuwbouw echter binnen vijf jaar al in gebruik kan worden genomen. Op deze manier bestaat er echter voldoende flexibiliteit om bij langere doorlooptijden van de nieuwbouw gebruik te kunnen blijven maken van de tijdelijke huisvesting. Voorliggend document gaat in op de hierboven beschreven ontwikkeling van de tijdelijke gebouwen voor de basisscholen Oosterburcht en Ds. J. Bogermanschool en de kinderopvang. Zoals hierboven vermeldt bedraagt de tijdelijkheid van de vergunning vijf jaar.

Voorgenomen ontwikkeling past niet binnen de toegestane activiteiten in het omgevingsplan (van rechtswege) van de gemeente Schouwen-Duiveland en wordt om die reden gezien als een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA). Artikel 5.21 van de Omgevingswet biedt een algemene mogelijkheid om de omgevingsvergunning te verlenen. Omdat die activiteit in strijd is met het omgevingsplan, zijn er voorwaarden verbonden aan deze bevoegdheid. In de eerste plaats moet in algemene zin de vergunning verleend worden met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. In de tweede plaats zijn op de beoordeling van de aanvraag de instructieregels over omgevingsplannen van toepassing. Voorliggend document bevat de onderbouwing op welke manier de voorgenomen ontwikkeling voorziet in een evenwichtige toedeling van functies aan locaties en hoe het initiatief past binnen de instructieregels.

BOPA “Tijdelijke Huisvesting Scholen, Oosterland” 18 november 2025

2

1.2 Ligging en begrenzing projectgebied Oosterland is een kern in de gemeente Schouwen-Duiveland, gelegen in de provincie Zeeland. De ontwikkelingen spelen aan en rondom de Weelstraat, de Dokter Schutterstraat en de Burgemeester van der Havestraat. De locatie ligt binnen bestaand stedelijk gebied in Oosterland. De specifieke locatie waar voorliggende BOPA voor geldt, is gelegen aan de noordzijde van het ontwikkelgebied op het noordoostelijk deel van het kadastrale perceel 936. In afbeelding 1.1 is de globale ligging en begrenzing van het projectgebied in rood weergegeven. In afbeelding 1.2 zijn de drie deelgebieden weergegeven van het toekomstig Maatschappelijk Hart van Oosterland. Voorliggend projectgebied is in afbeelding 1.2 aangeduid met 1. Het tijdelijk parkeerterrein dat in deze BOPA is meegenomen, komt na de herinrichting van het bestaande parkeerterrein aan de Van Abeelestraat, te vervallen. De gronden worden in de toekomst onderdeel van het schoolterrein, en opnieuw meegenomen bij de BOPA voor die fase.

Afbeelding 1.1: Ligging projectgebied in de kern Oosterland (bron luchtfoto: Google Earth)

BOPA “Tijdelijke Huisvesting Scholen, Oosterland” 18 november 2025

3

Afbeelding 1.2: Ligging projectgebied ten opzichte van alle ontwikkelingen van het Maatschappelijk Hart Oosterland. Het projectgebied is aangeduid met 1. Tijdelijke huisvesting scholen en kinderopvang. De andere deelgebieden bestaan uit: 2: Realisatie nieuw schoolgebouw, 3: Realisatie gezondheidscentrum. (bron luchtfoto: Google Earth).

1.3 Leeswijzer De opzet en het vervolg van deze onderbouwing is als volgt. Hoofdstuk 2 gaat in op de planologische kaders, zoals het omgevingsplan van Schouwen-Duiveland en de te volgen procedure bij deze BOPA. In hoofdstuk 3 vindt de planbeschrijving plaats, waarin de huidige en toekomstige situatie wordt beschreven. In het vierde hoofdstuk wordt het ruimtelijk beleidskader geschetst op nationaal, provinciaal en gemeentelijk niveau. In het vijfde hoofdstuk worden de diverse (milieu)aspecten van de fysieke leefomgeving benoemd. Hierbij worden per thema de relevante juridische kaders en beleidskaders beknopt weergegeven, waarna vervolgens de effecten in relatie tot de beoogde toekomstige situatie worden beoordeeld (inclusief alle bijbehorende onderzoeken). De wijze waarop met kostenverhaal en participatie is omgegaan, komt in het laatste hoofdstuk aan de orde.

BOPA “Tijdelijke Huisvesting Scholen, Oosterland” 18 november 2025

4

2. Planologisch kader 2.1 Omgevingsplan Schouwen-Duiveland Ter plaatse van het projectgebied vigeert het omgevingsplan van gemeente Schouwen-Duiveland. Het bestemmingsplan ‘Nieuwerkerk en Oosterland’ (vastgesteld op 27 november 2024) is op dit moment onderdeel van het tijdelijk deel van het omgevingsplan van gemeente Schouwen-Duiveland. De locatie heeft grotendeels de bestemming ‘Sport’. Daarnaast heeft een deel van de locatie de bestemming ‘Groen’. Het hele projectgebied kent de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie – 7’. Hierin is opgenomen dat bodemingrepen dieper dan 0,5 m of groter dan 5.000 m 2 niet zonder meer zijn toegestaan. Het grootste deel van het projectgebied kent daarnaast de aanduiding ‘vrijwaringszone – molenbiotoop’. Het projectgebied ligt op meer dan 100 meter van de molen. Ter plaatse van de aanduiding 'vrijwaringszone - molenbiotoop' mag binnen een afstand van 100 tot 400 meter van de molen uitsluitend worden gebouwd met inachtneming van de volgende regels: a. de hoogte van bouwwerken bedraagt maximaal de uitkomst van de volgende berekening (in meters): (de afstand van het bouwwerk tot de molen gedeeld door 50) plus 2,3 meter, tenzij het bouwwerk dient ter vervanging van aanwezige, legale bebouwing met eenzelfde massa en vorm; b.

indien de vrije windvang of het zicht op de molen ter plaatse al beperkt is door aanwezige bebouwing van gelijke of hogere hoogte, is het bepaalde onder a niet van toepassing, mits de vrije windvang en het zicht op de molen niet verder worden beperkt. Het projectgebied ligt op ongeveer 350 meter van de molen. Dit betekent dat er ter plaatse van het projectgebied maximaal 9,3 meter hoog gebouwd mag worden (350/50 + 2,3 meter = 9,3 m). Deze hoogte wordt niet overschreden. Verder geldt het Parapluplan parkeernormen Schouwen-Duiveland (vastgesteld op 27 september 2018). Hierin is voor de gehele gemeente een uniforme regeling voor parkeren opgenomen. Een uitsnede van het bestemmingsplan met daarop de projectlocatie is opgenomen in afbeelding 2.1. Vigerende milieuregels - bruidsschat Met het in werking treden van de Omgevingswet zijn veel rijksregels die in onder meer het Activiteitenbesluit milieubeheer, Besluit omgevingsrecht, Bouwbesluit 2012 en Woningwet waren opgenomen, vervallen. Als deze vervallen regels toch nodig zijn om de evenwichtige toedeling van functies aan locaties te borgen, moeten gemeenten deze opnemen in het omgevingsplan. Nu heeft de gemeente Schouwen-Duiveland nog geen (nieuw deel van het) omgevingsplan vastgesteld.

Tot het moment dat dat wel gebeurt, geldt dat sinds 1 januari 2024 diverse oude rijksregels via het Invoeringsbesluit Omgevingswet zijn overgegaan in het ‘omgevingsplan van rechtswege’ – dit heet de 'bruidsschat'. Deze bruidsschatregels zijn opgenomen in hoofdstuk 1 (begripsbepalingen) en hoofdstuk 22 (inhoudelijke regels) van het omgevingsplan van Schouwen-Duiveland. Hoewel deze

BOPA “Tijdelijke Huisvesting Scholen, Oosterland” 18 november 2025

5

bruidsschat onderdeel uitmaakt van het zogenoemde 'tijdelijke deel' van het omgevingsplan, blijft deze van kracht tot het moment dat de gemeente deze regels met een besluit tot wijzigen van het omgevingsplan overneemt, wijzigt of laat vervallen. De bruidsschat bevat milieuregels voor activiteiten die lokaal geregeld kunnen worden. Bijvoorbeeld over geluidhinder of geurhinder bij een horecagelegenheid, sportinrichting of een winkel. Ook bevat de bruidsschat regels over emissies en immissies van geluid, geur en trillingen. De bruidsschat bevat ook diverse bouwregels, zoals een vergunningplicht voor een (binnenplanse) omgevingsplanactiviteit met betrekking tot bouwwerken, de beoordelingsregels voor deze binnenplanse omgevingsplanactiviteit, het stellen van vergunningvoorschriften en een toets aan de Welstandsnota (zoals deze gold vóór inwerkingtreding Omgevingswet). De gemeente Schouwen-Duiveland heeft de bruidsschat voorlopig intact gelaten. Bij de voorliggende BOPA is dit het uitgangspunt. Op bouw- en milieubelastende activiteiten blijven de regels uit hoofdstuk 1 en 22 van het (tijdelijke deel van het) omgevingsplan van toepassing.

Afbeelding 2.1: uitsnede bestemmingsplan “Nieuwerkerk en Oosterland” (het projectgebied is rood omkaderd en aangeduid met 1) 1: Tijdelijke huisvesting scholen en kinderopvang (incl. tijdelijk parkeerterrein) 2: Realisatie nieuw schoolgebouw (begrenzing incl. te behouden sporthal) 3: Realisatie gezondheidscentrum

2.2 Voorgenomen procedure De voorgenomen ontwikkeling past niet binnen de toegestane activiteiten in het omgevingsplan (van rechtswege) van de gemeente Schouwen-Duiveland en wordt om die reden gezien als een

BOPA “Tijdelijke Huisvesting Scholen, Oosterland” 18 november 2025

6

buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA). De gronden hebben de bestemming ‘sport’ en ‘groen’, waardoor het gebruik van de gronden voor maatschappelijke activiteiten (scholen en locaties voor kinderopvang) niet zijn toegestaan. Ook de bouwmogelijkheden op de locatie zijn beperkt: er zijn geen gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde toegestaan die niet ten dienste van de geldende bestemming zijn. Daarmee is het plan in strijd met artikelen 9.1, 9.2 en 15.1 en 15.2 van het bestemmingsplan ‘Nieuwerkerk en Oosterland’. Een buitenplanse omgevingsplanactiviteit is ofwel een activiteit, waarvoor in het omgevingsplan is bepaald dat het verboden is deze zonder omgevingsvergunning te verrichten en die in strijd is met het omgevingsplan, ofwel een andere activiteit die in strijd is met het omgevingsplan. Het gaat dus om een activiteit die niet toegelaten is op grond van het omgevingsplan en ook niet toegelaten kan worden met toepassing van de regels in het omgevingsplan. Artikel 5.21 van de Omgevingswet biedt een algemene mogelijkheid om de omgevingsvergunning toch te verlenen. Deze vergunning kan alleen worden verleend met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL). De instructieregels van de rijksoverheid en van de provincie zijn ook van toepassing op het verlenen van de vergunning. Het voorliggende document betreft de onderbouwing bij de BOPA.

Reguliere procedure Voor een BOPA geldt als algemene regel de reguliere procedure. De beslistermijn voor de reguliere procedure is maximaal 8 weken met een mogelijkheid van verlenging met 6 weken. Daarna is er bezwaar en beroep mogelijk. Gelet op het raadsbesluit van 30 oktober 2025 is voor deze BOPA het juridisch bindend adviesrecht van de gemeenteraad van toepassing. Dit betekent dat het college pas een besluit kan nemen nadat de raad hierover heeft geadviseerd, en dat dit advies bij de besluitvorming bindend is. Een omgevingsvergunning die is voorbereid met de reguliere voorbereidingsprocedure, treedt in werking met ingang van de dag na de dag waarop het bevoegd gezag het besluit bekend heeft gemaakt. Voorliggende BOPA zal middels de reguliere procedure worden behandeld.

BOPA “Tijdelijke Huisvesting Scholen, Oosterland” 18 november 2025

7

3. Planbeschrijving 3.1 Bestaande situatie De ontwikkelingen spelen aan en rondom de Weelstraat, de Dokter Schutterstraat en de Burgemeester van der Havestraat. De locatie ligt binnen bestaand stedelijk gebied in Oosterland. De specifieke locatie waar voorliggende BOPA geldt, is gelegen aan de noordzijde van het ontwikkelgebied op het noordoostelijk deel van het kadastrale perceel DVL00-B-936. Op dit moment zijn deze gronden in gebruik als pannakooi/trapveldje. Direct naast het plangebied zijn de sportvelden van Sportvereniging Duiveland gelegen. Aan de noordzijde grenst het projectgebied aan agrarische gronden. Aan de oostzijde liggen de Weelstraat en de Leuvenstraat en bevinden zich grondgebonden woningen.

Afbeelding 3.1: bestaande situatie gezien vanaf de lucht, juni 2021 (bron: Google)

Afbeelding 3.2: zicht op het projectgebied vanaf de hoek Weelstraat / Leuvenstraat (bron: Google Maps, mei 2025)

BOPA “Tijdelijke Huisvesting Scholen, Oosterland” 18 november 2025

8

Afbeelding 3.3: zicht op het projectgebied vanuit oostelijke hoek vanaf de Weelstraat (Bron: Google Maps, mei 2025)

3.2 Planvoornemen Ruimtelijk kader Door Juust is een ruimtelijk kader opgesteld waarin de belangrijkste ruimtelijke en programmatische uitgangspunten zijn opgesteld voor de tijdelijke huisvesting van de scholen en locaties voor kinderopvang. Het document geeft inzicht in de vraag of en zo ja hoe de tijdelijke huisvesting, schoolpleinen en ondersteunende voorzieningen (zoals parkeren) op de beoogde locatie daadwerkelijk ruimtelijk ingepast kunnen worden. Het document is richtinggevend voor de aanbesteding van de tijdelijke huisvesting. De verdiepingsslag op de ruimtelijke verkenning (Verdiepingsslag ruimtelijke verkenning Weelstraat Oosterland, 23 oktober 2025) is opgenomen als bijlage 2 bij deze onderbouwing. Hierna worden de belangrijkste uitgangspunten toegelicht. Context De bestaande speelkooi (pannakooi) blijft behouden en in gebruik als speelplek voor de scholen. De tijdelijke gebouwen worden daarom rondom deze speelkooi gepositioneerd. De ligging en richting van de pannakooi zijn hierbij leidend (zie afbeelding 3.4). De bestaande bomen aan de noordrand van het projectgebied blijven behouden. De gebouwen krijgen een voorzijde en oriëntatie aan de Weelstraat. De scholen maken zoveel mogelijk gezamenlijk gebruik van pleinen, gebouwen, stallingen en bergingen.

BOPA “Tijdelijke Huisvesting Scholen, Oosterland” 18 november 2025

9

Afbeelding 3.4: conceptuele inrichting en positionering tijdelijke huisvesting (bron: Juust, augustus 2025)

Ontsluiting en parkeren De locatie wordt bereikbaar via de ingang van Sportvereniging Duiveland. Het trapveldje naast de Bogermanschool wordt benut voor tijdelijke parkeerplaatsen en het halen en brengen van leerlingen. Programma De ruimtestaat zoals in bijlage 2 opgenomen, betreft de maximale oppervlakte aan tijdelijke huisvesting en is ‘sturend’ voor de verdere uitwerking van het ontwerp door een nader te selecteren marktpartij. Om het programma op de locatie te realiseren, zal in ieder geval een deel van de Bogermanschool in twee lagen moeten worden gerealiseerd. De Oosterburcht en kinderopvang worden op de begane grond worden gerealiseerd. De Oosterburcht krijgt in ieder geval twee lokalen, een overlooplokaal en een (groter) kleuterlokaal. De Bogermanschool krijgt in totaal 8 lokalen. Het programma voor de kinderopvang bedraagt drie groepsruimtes, een verschoonruimte en slaapruimte. Daarnaast zijn voor alle gebouwen

BOPA “Tijdelijke Huisvesting Scholen, Oosterland” 18 november 2025

10

verschillende andere (ondergeschikte) ruimten benodigd. Het volledige programma is terug te vinden in bijlage 2, waarbij geldt dat er dus nog een aanbesteding volgt voor de levering en realisatie van de tijdelijke schoolgebouwen en bijbehorende voorzieningen en ondergeschikte afwijkingen van het programma mogelijk zijn binnen de maximale kaders van de ruimtestaat. De plattegrond van de tijdelijke huisvesting en de buitenruimte is weergegeven in afbeelding 3.5. In afbeelding 3.6 zijn de benodigde vierkante meters BVO weergegeven en zijn ook een fors aantal fietsparkeerplaatsen en de functies van kiss & ride en het halen en brengen in kaart gebracht.

Afbeelding 3.5: inrichtingsplattegrond van tijdelijke huisvesting (bron: Juust, oktober 2025)

BOPA “Tijdelijke Huisvesting Scholen, Oosterland” 18 november 2025

11

Afbeelding 3.6: globale oppervlaktes (per fase) en functies buitenruimte (bron: Juust, oktober 2025) Fasering Fase 1 In de eerste fase zal de tijdelijke huisvesting van de Oosterburcht worden gerealiseerd. De Oosterburcht wordt gerealiseerd aan de oostzijde, parallel aan de Weelstraat. Bij deze fase hoort ook de aanleg van de extra parkeerplaatsen op het veldje aan de zuidzijde. De schoolpleinen zullen worden afgeschermd, er wordt extra verharding aangebracht en het eerste gedeelte van de fietsenstalling wordt gerealiseerd.

BOPA “Tijdelijke Huisvesting Scholen, Oosterland” 18 november 2025

12

In deze fase wordt ook de kinderopvang gerealiseerd. De kinderopvang wordt aansluitend aan de noordzijde van de Oosterburcht gerealiseerd. Ook voor de speelpleinen van de kinderopvang wordt nieuwe verharding aangebracht. Fase 2 De tweede fase bestaat uit de realisatie van de tijdelijke huisvesting van de Ds. Bogermanschool. Deze wordt parallel gerealiseerd aan de noordzijde van de pannakooi, aansluitend aan de tijdelijke kinderopvang. Ook voor deze school wordt nieuwe verharding aangelegd voor de schoolpleinen, zodat de onderbouw aan de noordzijde van de school kan spelen. In afbeelding 3.7 is de indeling van de eindsituatie weergegeven.

Afbeelding 3.7: eindsituatie tijdelijke huisvesting (bron: Juust, oktober 2025)

Fase 3 Na de realisatie van de nieuwe huisvesting zal de locatie weer worden teruggebracht in de oude staat. Zo ontstaat weer een groene invulling met in ieder geval de speelkooi, paden van en naar de nieuwe scholen en het in de toekomst aan te leggen noordelijke wandelpad (geen onderdeel van dit project) en ruimte voor watercompensatie. Mogelijk wordt avontuurlijk spelen gestimuleerd in combinatie met opvang van hemelwater (indien noodzakelijk). Eerder aangeplante hagen en bomen op de tijdelijke schoolpleinen kunnen blijven staan (afbeelding 3.8). De tijdelijke parkeerplaats met kiss & ride aan de zuidzijde van het projectgebied zal verdwijnen.

BOPA “Tijdelijke Huisvesting Scholen, Oosterland” 18 november 2025

13

Afbeelding 3.8: mogelijk eindsituatie na het verwijderen van de tijdelijke huisvesting (bron: Juust, oktober 2025)

BOPA “Tijdelijke Huisvesting Scholen, Oosterland” 18 november 2025

14

4. Beleidskader 4.1 Rijksbeleid 4.1.1

Omgevingswet en AMvB’s Kader De Omgevingswet is, met het oog op duurzame ontwikkeling, de bewoonbaarheid van het land en de bescherming en verbetering van het leefmilieu, gericht op het in onderlinge samenhang: a. bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit, ook vanwege de intrinsieke waarde van de natuur, en b. doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving ter vervulling van maatschappelijke behoeften. De Omgevingswet werkt door in vier algemene maatregelen van bestuur (AMvB’s): • Omgevingsbesluit: hierin staan regels over het bevoegd gezag voor omgevingsvergunningen, procedures, handhaving en uitvoering evenals over het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO). • Besluit activiteiten leefomgeving (Bal): dit besluit bevat algemene rijksregels over diverse activiteiten in de fysieke leefomgeving. In het Bal staat ook of voor die activiteiten een melding of omgevingsvergunning nodig is. Het Bal is direct gericht op burgers en/of bedrijven. • Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl): dit besluit bevat algemene rijksregels met name over de veiligheid, gezondheid, duurzaamheid en bruikbaarheid van bouwwerken. Daarnaast bevat het Bbl rijksregels over de staat en het gebruik van een bouwwerk en over het uitvoeren van bouw- en sloopwerkzaamheden. Het Bbl is vooral gericht op burgers en/of bedrijven.

• Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl): dit besluit bevat regels over omgevingswaarden, instructieregels, beoordelingsregels en regels voor monitoring. Het Bkl geldt voor provincies, waterschappen en gemeenten en bevat eisen over de inhoud van onder andere verordeningen en omgevingsplannen. Toetsing Met de voorgenomen ontwikkeling wordt niet afgeweken en worden geen aanvullende regels gesteld ten aanzien van de regels uit het Bal of het Bkl. De toetsing aan de verschillende milieuthema’s is verder uitgewerkt in Hoofdstuk 5 van deze motivering. Uit de toetsing aan deze milieuthema’s blijkt dat wordt voldaan aan de instructieregels en/of de beoordelingsregels voor een BOPA uit het Bkl. De regels uit het Bbl komen veelal overeen met regels uit het Bouwbesluit 2012. De voorgenomen ontwikkeling past niet binnen de toegestane activiteiten in het omgevingsplan (van rechtswege) van de gemeente Schouwen-Duiveland en wordt om die reden gezien als een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA). Het voorliggende document betreft de onderbouwing bij de aanvraag voor deze BOPA. De aanvraag voor de technische bouwactiviteit loopt parallel aan deze BOPA-procedure.

BOPA “Tijdelijke Huisvesting Scholen, Oosterland” 18 november 2025

15

4.1.2

Nationale Omgevingsvisie Kader De Omgevingswet is op 1 januari 2024 in werking getreden. De Omgevingswet bundelt alle huidige wetten over de leefomgeving. Daarbij hoort ook één Rijksvisie op de leefomgeving: de Nationale Omgevingsvisie (NOVI). Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) vastgesteld. In Nederland staan we voor een aantal urgente opgaven, die zowel lokaal, nationaal als wereldwijd spelen. Denk aan de opgaven op het gebied van klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw. Deze opgaven zullen Nederland flink veranderen. Door goed in te spelen op deze veranderingen kan Nederland vooroplopen en kansen verzilveren. Met de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) geeft het Rijk een langetermijnvisie op de toekomst en de ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. In de NOVI zijn deze maatschappelijke opgaven samengevat in vier prioriteiten: • ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie • duurzaam economisch groeipotentieel; • sterke en gezonde steden en regio’s; • toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Toetsing Voorliggend projectgebied wordt niet specifiek benoemd in de NOVI. Het gaat om een project van tijdelijke aard dat binnen bestaand stedelijk gebied wordt gerealiseerd.

Voorliggende ontwikkeling maakt daarmee efficiënt gebruik van de ruimte, met behoud van de lokaal aanwezige kwaliteiten. Daarmee is voorliggend project in lijn met de Nationale Omgevingsvisie.

4.2 Provinciaal beleid 4.2.1

Zeeuwse Omgevingsvisie (2021) Kader De Zeeuwse Omgevingsvisie is een strategische langetermijnvisie voor Zeeland en beschrijft de uitdagingen voor de periode tot 2050, de Zeeuwse ambities voor 2050 en tussendoelen voor 2030. De meest recente versie van de Zeeuwse Omgevingsvisie is in werking getreden vanaf 1 januari 2025. De Zeeuwse Omgevingsvisie beschrijft vier Zeeuwse Ambities voor 2050: • Uitstekend wonen, werken en leven in Zeeland; • Balans in de grote wateren en het landelijk gebied; • Een duurzame en innovatieve economie; • Klimaatbestendig en CO2-neutraal Zeeland. De visie bestaat uit twee delen: deel A en deel B. In Deel A staan de strategische doelen voor de periode tot 2050 onderverdeeld in vier centrale ambities verwoord. De uitdagingen en ambities voor Zeeland, alsmede de Zeeuwse kernkwaliteiten worden daarin beschreven en geven richting aan de beleidsdoelstellingen en acties voor de kortere termijn (tot 2030). In Deel B van de Omgevingsvisie wordt het beleid voor de periode tot 2030 vormgegeven. Dit beleid is onderverdeeld in doelen voor 2030, de huidige situatie, acties voor de periode tot 2030 en afwegingsfactoren voor de uitvoering.

BOPA “Tijdelijke Huisvesting Scholen, Oosterland” 18 november 2025

16

Toetsing De planlocatie bevindt zich binnen de provinciale begrenzing van de bebouwde kom van Oosterland. De ontwikkeling draagt bij aan duurzaam ruimtegebruik. Er wordt tijdelijke huisvesting geregeld voor twee scholen en kinderopvang, die binnen enkele jaren een nieuw, duurzaam pand in gebruik zullen nemen nabij voorliggend projectgebied. Er wordt geen ruimte in het landelijk gebied gebruikt om onderhavige ontwikkeling mogelijk te maken. Deze werkwijze past binnen de Zeeuwse ambities ‘Uitstekend wonen, werken en leven in Zeeland en ‘klimaatbestendig en CO2-neutraal Zeeland. De ontwikkeling wordt hydrologisch neutraal uitgevoerd. De tijdelijke huisvesting zal voldoen aan de actuele duurzaamheidsvereisten zoals vastgelegd in het Besluit bouwwerken leefomgeving.

4.2.2

Omgevingsverordening Zeeland Kader Per 1 januari 2024 geldt de Omgevingsverordening Zeeland. De laatste versie is op 18 juni 2025 in werking getreden. De regels zoals opgenomen in de Omgevingsverordening Zeeland hebben een directe doorwerking naar ruimtelijke plannen. Hieronder wordt ingegaan op de instructieregels die voor deze omgevingsplanwijziging relevant zijn. Toetsing Voorliggende ontwikkeling voorziet in tijdelijke huisvesting voor twee scholen en kinderopvang in Oosterland. De ontwikkeling vindt niet plaats op gronden waarvoor op grond van de Omgevingsverordening Zeeland specifieke instructieregels gelden. Het projectgebied bevindt zich binnen bestaand stedelijk gebied. Het projectgebied maakt geen onderdeel uit van beschermde natuurgebieden of anderszins beschermde gebieden waarvoor specifieke eisen gelden. Daarmee kan worden gesteld dat voorliggende ontwikkeling in lijn is met de Omgevingsverordening Zeeland.

4.3 Gemeentelijk beleid 4.3.1

Strategische visie ‘Tij van de Toekomst: Schouwen-Duiveland in 2040: Samen bouwen aan verantwoorde groei’ De gemeenteraad heeft op 28 mei 2025 de geactualiseerde strategische visie ‘Tij van de Toekomst’ vastgesteld. In de visie is opgenomen hoe de gemeente Schouwen-Duiveland er in 2040 uit zou moeten zien. De visie speelt in op de ontwikkelingen die sinds de vaststelling van de eerste versie zijn opgekomen. In de strategische visie staat de volgende ambitie centraal: ‘In 2040 is Schouwen-Duiveland een mooi en krachtig eiland in een (water)veilige, duurzame en economisch sterke Zuidwestelijke Delta’. De gemeente streeft naar een verantwoorde groei: richting 40.000+ inwoners. De toenemende zorgvraag vraagt om sterke gemeenschappen, goede zorg en ondersteuning. De uitgangspunten bij het toekomstbeeld zijn de volgende: - Een bereikbaar en verbonden eiland - Een zorgzaam eiland - Een klimaatbestendig en waterrobuust eiland - Een ondernemend en innovatief eiland - Een samenwerkend eiland.

BOPA “Tijdelijke Huisvesting Scholen, Oosterland” 18 november 2025

17

Voor voorliggende ontwikkeling is vooral het uitgangspunt van ‘een zorgzaam eiland’ van belang. De gemeente stelt als doel om jongeren in de gemeente te laten blijven wonen of dat zij terugkeren naar de gemeente. Sterke gemeenschappen in dorpen en wijken, ondersteund door goede zorgvoorzieningen, verhogen de leefbaarheid van het eiland. De gemeente organiseert passende zorg, op een slimmere en duurzamere manier, zodat deze toegankelijk en betaalbaar blijft. De strategische visie kent daarna verschillende strategische doelen. Voor de voorliggende ontwikkeling is vooral het strategische doel onder de titel “Leven: samen genieten en zorgen” relevant. Het bijbehorende doel van de strategische visie is: “We willen een toekomst waarin iedereen op Schouwen-Duiveland kan genieten van natuur, kunst en cultuur. We willen bestaanszekerheid en een sterke sociale basis voor iedereen. We bewaken de veiligheid en bieden passende zorg en ondersteuning dichtbij.” Om dit strategische doel te bereiken is onder andere opgenomen dat in Schouwen-Duiveland kwalitatief en goed onderwijs en kinderopvang de basis zijn voor een gezonde ontwikkeling. Daarnaast is een andere uitwerking van dit doel dat zorg en ondersteuning dichtbij vraaggericht worden ingericht. De gemeente stuurt daarbij op vermindering van de vraag naar specialistische zorg, door meer te investeren in zorg en ondersteuning dichtbij.

Ondersteuningsvragen vangen we zoveel mogelijk op in de eigen omgeving: thuis, op school of in de buurt. Toetsing De beoogde ontwikkeling benut de bestaande inbreidingscapaciteit van de kern. Rondom het bestaande trapveldje op de planlocatie wordt tijdelijke huisvesting geboden aan twee scholen en kinderopvang die op termijn in een nieuw (school)gebouw zullen worden gevestigd. Daarna worden de tijdelijke gebouwen weer afgebroken. Daarmee blijven de huidige kwaliteiten van het trapveldje en de directe omgeving op termijn behouden. Bij het ontwerp van de tijdelijke huisvesting voor de scholen is rekening gehouden met omwonenden door de buitenspeelruimte voor de kinderen met de gebouwen af te schermen van de omgeving. De beoogde ontwikkeling past binnen de strategische doelstellingen van de strategische visie om te zorgen voor kwalitatief onderwijs dicht bij bewoners in de eigen buurt.

4.3.2

Dorpsvisie ‘Heerlijk Oosterland’ Een dorpsvisie helpt Oosterland om richting te geven aan de toekomst. Voor elk dorp op het eiland Schouwen-Duiveland wordt daarom een eigen visie gemaakt, samen met de dorpen zelf. Een visie helpt om plannen en initiatieven op de juiste plek te krijgen, passend bij de schaal, het karakter en de wensen van Oosterland. Ook biedt de dorpsvisie houvast om goed voorbereid en onderbouwd te reageren op veranderingen en trends op het gebied van bijvoorbeeld mobiliteit, woningbouw of klimaatverandering. De dorpsvisie Oosterland is op het moment van schrijven in ontwikkeling. De visie wordt in de raad van 11 december 2025 vastgesteld en is opgesteld in samenspraak met de Dorpsraad Oosterland en in participatie met de omgeving (zie paragraaf 6.2). Naast een beschrijving van de historische ontwikkeling en het ‘DNA’ van Oosterland is een visie gegeven op de toekomst in 2040. De gemeente wil dan dat échte Zeeuwse dorp zijn, met inwoners

BOPA “Tijdelijke Huisvesting Scholen, Oosterland” 18 november 2025

18

en ondernemers die voor elkaar klaarstaan. We koesteren wat we hebben en werken aan een evenwichtige groei. Het dorp maakt gebruik van haar kernkwaliteiten: • Heerlijk wonen • Sterk in ondernemen • Dorp met een verhaal • Aandacht voor elkaar Ten aanzien van maatschappelijke voorzieningen • Door in te zetten op uitbreiding van het dorp ontstaat er in de toekomst extra draagvlak voor bestaande en nieuwe voorzieningen; • We willen de basisscholen en kinderopvang in het dorp behouden. Daarom investeren we in nieuwbouw voor de twee basisscholen en de kinderopvang om de gebouwen duurzaam en toekomstbestendig te maken. Hierbij houden we ook rekening met mogelijke uitbreidingen in de toekomst (focuslocatie 5 – Maatschappelijk Hart (omgeving Weelstraat)); • De gezondheidszorg in Oosterland blijft op peil door het nieuwe gezondheidscentrum aan de Van de Abeelestraat. Hier is ruimte voor de huisarts, apotheek, fysiotherapeut, tandarts en thuiszorg (focuslocatie 5 – Maatschappelijk Hart (omgeving Weelstraat)); • Het dorpshuis blijft behouden op de bestaande plek.

We kijken hoe we deze ‘huiskamer van het dorp’ nog beter en breder in kunnen zetten voor Oosterland; • We voorzien voor de lange termijn uitbreiding van sport- en speelvoorzieningen ten noordoosten van de bestaande sportvelden; • We geven in sociale programma’s en activiteiten extra aandacht aan de jongeren en jong volwassenen in Oosterland. Om die toekomstvisie te realiseren, is het belangrijk om na te denken over wat daarvoor nodig is, zoals bepaalde projecten, acties die moeten worden ondernomen en locaties die extra aandacht behoeven. In de dorpsvisie zijn een aantal sleutelprojecten opgenomen die bijdragen aan deze ontwikkelingen. Deze sleutelprojecten zijn bepaald in samenspraak met de dorpsraad en als resultaat van de inloopbijeenkomsten. Ook komen enkele sleutelprojecten uit de uitvoeringsprogramma’s van de gemeente. Het Maatschappelijk Hart (omgeving Weelstraat) is er daar één van (focuslocatie 5). In afbeelding 4.1 is de concept-visiekaart van de dorpsvisie Oosterland weergegeven. Het maatschappelijk hart van Oosterland is dé plek waar maatschappelijke functies samenkomen. Hier vind je de twee basisscholen van het dorp: OBS De Oosterburcht en de Ds. J. Bogermanschool. Ook kinderopvangorganisatie Kibeo is op deze locatie gevestigd. Een centrale, bruisende plek waar leren en opgroeien hand in hand gaan.

Parallel aan het proces van de dorpsvisie, is al gestart met de gebiedsontwikkeling voor de scholen in combinatie met de kinderopvang en het gezondheidscentrum. De openbare ruimte ter hoogte van de huidige Dokter Schutterstraat wordt shared space, waarbij de auto te gast is. Het maatschappelijk hart van Oosterland wordt hiermee een levendige ontmoetingsplek waar zorg, leren en opgroeien samenkomen.

BOPA “Tijdelijke Huisvesting Scholen, Oosterland” 18 november 2025

19

Afbeelding 4.1: Visiekaart dorpsvisie Oosterland, oktober 2025. Bron: Dorpsvisie Oosterland, november 2025

Toetsing Het plangebied is op de visiekaart omschreven als zogenaamde focuslocatie ‘Het Maatschappelijk Hart (omgeving Weelstraat)’. In het uitvoeringsprogramma zijn de ontwikkelingen opgedeeld in twee projectlocaties: de tijdelijke huisvesting en het maatschappelijk hart. De ontwikkeling van het maatschappelijk hart wordt de komende tijd verder technisch uitgewerkt. De uitvoering vindt gefaseerd plaats waarbij voor de verschillende fases afzonderlijke procedures worden doorlopen. Beide onderdelen staan gepland voor de korte termijn. Het doorlopen van de BOPA procedure voor de tijdelijke huisvesting is zodoende in lijn met de Dorpsvisie Oosterland. Over de plannen voor het Maatschappelijk hart is binnen de dorpsvisie al geparticipeerd tijdens inloopbijeenkomsten in mei en oktober 2025. Voor de tijdelijke huisvesting is in oktober 2025 ook een aparte avond georganiseerd (zie paragraaf 6.2). De tijdelijke huisvesting zal alleen benodigd zijn in de periode tussen de sloop van de huidige bebouwing en het in gebruik nemen van het nieuwe schoolgebouw. Na het verwijderen van de tijdelijke gebouwen is het de bedoeling om de locatie rondom de speelkooi weer spoedig in te richten als buitenruimte, en uit te breiden met meer gelegenheid voor (avontuurlijk) bewegen en spelen, wellicht in combinatie met waterberging. In ieder

BOPA “Tijdelijke Huisvesting Scholen, Oosterland” 18 november 2025

20

geval is het de bedoeling om ook rechtstreeks verbindingen/paden aan te leggen vanaf het schoolterrein naar deze locatie.

4.3.3

Bomenbeleidsplan Gemeente Schouwen-Duiveland (2009) In dit beleid is bepaald dat monumentale en waardevolle bomen worden opgenomen in een bestemmingsplan op het moment dat deze gewijzigd of geactualiseerd wordt. Hierdoor kan het belang om een boom duurzaam in stand te houden dwingend worden meegenomen in de belangenafweging en is het mogelijk om beschermende voorwaarden te stellen. Toetsing Binnen het projectgebied zijn dergelijke bomen niet aanwezig. Het plan leidt niet tot aantasting van monumentale of waardevolle bomen. De bomenrij aan de noordrand van het projectgebied blijft bovendien behouden.

4.3.4

Milieubeleidsplan De gemeente heeft haar beleid omtrent milieukwaliteit en duurzaamheid vastgelegd in het Milieubeleidsplan 2008-2010. Het milieubeleidsplan is opgebouwd uit verschillende modules. De Energie-agenda 2018-2023 en de Klimaatadaptiestrategie vervangen de modules Energie en Klimaat uit het Milieubeleidsplan. Kringloopeconomie Centraal in het milieubeleid staat het streven naar een circulaire economie. Het uitgangspunt hierbij is dat producten en grondstoffen binnen het economische systeem zo veel mogelijk worden hergebruikt en daardoor waarde behouden. Dit in tegenstelling tot een lineaire economie waarbij het uitgangspunt is dat grondstoffen in waarde afnemen en aan het einde van de levensduur van een product worden vernietigd. Module Geluid en Stilte (2008) Schouwen-Duiveland is niet of nauwelijks bekend met het fenomeen geluidhinder. Toch zijn er gebieden op het eiland waar het nodige geluid wordt geproduceerd, zoals recreatiegebieden en langs hoofdwegen. De gemeente wil voorkomen dat de geluidsruimte die er is, gestaag dichtslibt. Het doel is om ook voor de toekomst een veilig, ruim en rustig werk- en leefklimaat te behouden, en waar nodig te versterken. Daarbij moet tevens ruimte zijn voor economische ontwikkeling. Met het geluidbeleid richt de gemeente zich onder andere op de onderwerpen: rust en stilte, ecologische situatie, evenementen en verkeer.

Zo komen er geen nieuwe geluidsgevoelige bestemmingen op geluidsbelaste locaties. Module Licht en Duisternis (2009) Op Schouwen-Duiveland is nog echte duisternis te ervaren. Mensen, dieren en planten varen wel bij een goede balans tussen licht en donker. Deze kwaliteit dient te worden gewaarborgd, want hij staat onder druk. Duisternis is te behouden door een viertal instrumenten toe te passen; preventie (niet verlichten), duurzaam verlichten (milieubewuster), gericht verlichten en bewust verlichten. Het duisternisbeleid richt zich op openbare verlichting, verlichting bij bedrijven, terreinverlichting, monumentenverlichting en bewustwording bij de burger. De algemene doelstelling van de gemeente is om slechts te verlichten wanneer dit echt nodig is. Dit betekent onder meer dat openbare verlichting, terreinverlichting en veldverlichting zo gericht mogelijk worden ingezet. Module Luchtkwaliteit (2008)

BOPA “Tijdelijke Huisvesting Scholen, Oosterland” 18 november 2025

21

De luchtkwaliteit op Schouwen-Duiveland is, zeker vergeleken met andere gebieden in Nederland, goed. Die bijzondere positie moet behouden blijven. Waar mogelijk moet er naar gestreefd worden om de luchtkwaliteit zelfs nog te verbeteren. Het verminderen van autoverkeer kan daarbij helpen. Autoverkeer is een belangrijke vervuilingsbron. De volgende instrumenten worden hiertoe gehanteerd: stimuleren van andere en schonere vervoerswijzen, een betere doorstroming van het verkeer en stimuleren van duurzame energie. In het uitvoeringsprogramma wordt met name genoemd dat het fietsverkeer gestimuleerd kan worden door de realisatie van extra fietspaden en goede fietsenstallingen. Module Bodem (2010) Iedere bodem heeft zijn kwaliteiten. Hier liggen kansen en knelpunten. Door in een vroeg stadium bij ruimtelijke ontwikkelingen deze kwaliteiten in beeld te brengen, zijn knelpunten vroegtijdig in beeld en kunnen kansen optimaal benut worden, waardoor er optimaal recht wordt gedaan aan de aanwezige bodemkwaliteiten. Hierdoor worden ook toekomstige beheerskosten beter in beeld gebracht en kunnen ze deel uitmaken van de afwegingen die leiden tot het definitieve plan. Energie-agenda 2018-2023 De Energie-agenda is op 21 december 2017 vastgesteld. De agenda geeft de gemeentelijke ambities weer ten aanzien van energiegebruik, energiebesparing en de omschakeling naar duurzame energie.

De gemeente Schouwen-Duiveland streeft naar volledige energieneutraliteit voor 2040, het bereiken van een energiebesparing van 3% ten opzichte van het gebruik in 2017 en een aandeel van 16% van de energiebehoefte die duurzaam wordt opgewekt. Ten aanzien van de bebouwde omgeving gelden de doelstellingen zowel voor de bestaande bouw als nieuwbouw. Klimaatadaptiestrategie Op basis van het nationale Deltaplan Ruimtelijke Adaptie is in samenwerking tussen overheden, private partijen en maatschappelijke organisaties afgesproken dat Nederland in 2050 klimaatbestendig en water-robuust is ingericht. Dit betekent dat alle partijen zich inzetten om schade door hittestress, wateroverlast, droogte en overstromingen wordt geminimaliseerd. De activiteiten die in het kader van bovengenoemde milieumodules moeten worden opgestart en uitgevoerd, staan beschreven in een uitvoeringsprogramma. In dit programma, dat is onderverdeeld in thema's, is aandacht voor het doel van de activiteiten, de rol van de gemeente, de externe partijen waarmee de gemeente de activiteit wil uitvoeren, het betreffende gebied en een tijdsplanning. Op de diverse milieuaspecten in relatie tot de ontwikkelingen die deze BOPA mogelijk maakt, wordt ingegaan in hoofdstuk 5.

BOPA “Tijdelijke Huisvesting Scholen, Oosterland” 18 november 2025

22

5. Omgevingsaspecten 5.1 Milieueffectrapportage 5.1.1

Kader Op Europees niveau is vastgelegd dat projecten die aanzienlijke milieueffecten kunnen hebben, worden onderzocht op hun gevolgen voor het milieu. Dit is geregeld in de Europese richtlijn milieueffectbeoordeling (m.e.r.-richtlijn). Een milieueffectrapportage (m.e.r.) brengt de milieugevolgen van een project in beeld voordat er een besluit over is genomen en onderzoekt verschillende alternatieve oplossingen en maatregelen met het oog op het beperken van effecten op de leefomgeving. Hiermee draagt de milieueffectrapportage ook bij aan de onderbouwing en transparantie van de effecten van een besluit en kan het als hulpmiddel worden gebruikt bij de participatie van omwonenden bij de totstandkoming van het besluit. Voor een reeks van projecten is bepaald dat een milieueffectrapport moet worden gemaakt, voordat toestemming wordt gegeven het project uit te voeren. Voor een andere reeks van projecten moet worden onderzocht of een milieueffectrapport moet worden gemaakt. In Nederland is de m.e.r.richtlijn geïmplementeerd in paragraaf 16.4.2 van de Omgevingswet en afdeling 11.2 van het Omgevingsbesluit. Of een besluit over een project m.e.r.-plichtig of m.e.r.-beoordelingsplichtig is, is af te leiden uit bijlage V bij het Omgevingsbesluit.

De ontwikkeling van de tijdelijke bebouwing voor de scholen en kinderopvang kan worden gezien als een stedelijk ontwikkelingsproject (J11), zeker in combinatie met de realisatie van een permanent schoolgebouw en de realisatie van een gezondheidscentrum (verder beschreven in paragraaf 5.1.2 onder cumulatie met andere projecten). Het project is daarom m.e.r.-beoordelingsplichtig. In deze paragraaf wordt beoordeeld of sprake is van een project-m.e.r.-plicht. De resultaten uit de rest van hoofdstuk 5 vormen hier eveneens een onderbouwing bij.

5.1.2

Kenmerken van het plan De ontwikkeling voorziet in de realisatie van tijdelijke huisvesting voor twee scholen een locatie voor kinderopvang. De huidige gebouwen waar deze maatschappelijke voorzieningen zijn gevestigd worden gesloopt, waarna nieuwe gebouwen worden gerealiseerd. In de tussentijd krijgen deze voorzieningen de ruimte in tijdelijke gebouwen. Het voorliggende plan voorziet in de realisatie van een tijdelijk schoolgebouw met een oppervlakte circa 2.000 m² bvo. Cumulatie met andere projecten De ontwikkeling van de tijdelijke huisvesting voor de scholen en locaties voor kinderopvang hangt samen met de algehele herontwikkeling aan de Weelstraat in Oosterland. In totaal gaat het om de sloop van twee basisscholen en twee locaties voor kinderopvang en de nieuwbouw van één gebouw waar al deze voorzieningen in passen. Daarnaast wordt op één van de huidige locaties van de scholen/kinderopvang (namelijk de Oosterburcht/Kibeo) een nieuw gezondheidscentrum gebouwd. De tijdelijke huisvesting van de scholen, waar deze BOPA op ziet, hangt dus sterk samen met bovengenoemde ontwikkeling. Voor het overige zijn er geen projecten waar samenhang mee is. Gebruik van natuurlijke hulpbronnen

BOPA “Tijdelijke Huisvesting Scholen, Oosterland” 18 november 2025

23

Onder natuurlijke hulpbronnen worden onder andere niet-vernieuwbare bronnen, zoals fossiele brandstoffen verstaan, maar ook hernieuwbare bronnen, zoals hout, zon, rubber, drinkwater en zuurstof. Ten behoeve van realisatie en onderhoud van de gebouwde omgeving worden reguliere materialen en hulpbronnen gebruikt. Er worden geen activiteiten mogelijk gemaakt waarbij intensief en/of grootschalig gebruik wordt gemaakt van natuurlijke hulpbronnen. Het gebruik van natuurlijke hulpbronnen vormt naar aard en omvang derhalve geen aanleiding voor het opstellen van een milieueffectrapportage. Effecten op gebieden De effecten die optreden zijn lokaal en beperkt van aard. De ontwikkeling heeft geen significant negatieve invloed op de natuurlijke kenmerken en kwetsbaarheid van het gebied of omliggend gebieden. Zogenaamde gevoelige gebieden, zoals gedefinieerd in bijlage III van de EU-Richtlijn, komen niet voor in de directe nabijheid van het projectgebied. Gelet op de aard en omvang van het plan zijn er daarnaast geen bijzondere effecten te verwachten wat betreft het risico op zware ongevallen en/of rampen (waaronder rampen door klimaatverandering) of risico’s voor de menselijke gezondheid.

5.1.3

Kenmerken van de effecten Voor de beoogde ontwikkeling zijn in het kader van het de in voorbereiding planologische procedure reeds meerdere omgevingsaspecten beoordeeld en/of onderzocht. In hoofdstuk 5 wordt ingegaan op de verschillende milieuaspecten en overige haalbaarheidsaspecten die van belang zijn. Hieronder worden de belangrijkste resultaten samengevat. Archeologie Op de locatie is de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie - 7’ aan de orde, waarvoor geldt dat bij ingrepen groter dan 5.000 m2 en dieper dan 50 cm -mv nader archeologisch onderzoek noodzakelijk is. Indien er ingrepen plaatsvinden die de vrijstellingsgrens overschrijden -en dan gaat het niet alleen om de nieuwbouw, maar bijvoorbeeld ook de aanleg van de bijbehorende infrastructuur zoals cunetten voor wegen, parkeerplaatsen, en kabels en leidingen- dan dient in eerste instantie een verkennend booronderzoek te worden uitgevoerd om het archeologisch verwachtingsmodel te toetsen, en de mate van verstoring vast te stellen. De betreffende boringen zijn uitgevoerd. Op basis van de uitkomsten wordt bepaald of, en zo ja, welke vervolgonderzoek nodig is en/of op welke wijze rekening moet worden gehouden met archeologische waarden bij de realisatie van de tijdelijke huisvesting. Bodem Maatschappelijke voorzieningen zoals scholen en locaties voor kinderopvang vormen geen bodembedreigende functie.

De huidige bodemkwaliteit is onderzocht en toereikend voor de beoogde functie. Vanuit bodem gelden er geen belemmeringen. Geluid door activiteiten Gezien de beperkte intensivering, de al bestaande speel- en sportfunctie van het terrein en de tijdelijke aard van de situatie wordt dit effect in ruimtelijk opzicht aanvaardbaar geacht.

BOPA “Tijdelijke Huisvesting Scholen, Oosterland” 18 november 2025

24

Geluid door wegen De school zal een tijdelijke functie krijgen voor niet langer dan 10 jaar. Op grond van artikel 5.78 lid 2 wordt een school met een tijdelijke bestemming niet gezien als geluidsgevoelig en is een toetsing aan de normen uit het Bkl niet aan de orde. Wel moet rekening gehouden worden met het geluid van wegen en dat het geluid aanvaardbaar moet zijn. Worst case is sprake van maximaal 49 dB. Dit ligt 4 dB lager dan de standaardwaarde voor gemeentewegen en wordt derhalve aanvaardbaar geacht. Geur In het plangebied worden geen nieuwe geurbronnen toegevoegd. Vanuit geur zijn er dan ook geen negatieve effecten. Luchtkwaliteit Het project draagt niet in betekenende mate bij aan de luchtverontreiniging. Mobiliteit De facto leidt voorliggende ontwikkeling niet tot een toename in mobiliteit, omdat voorliggende ontwikkeling in tijdelijke en zeer lokale verplaatsing van leerlingen uit bestaande basisscholen en locaties voor kinderopvang mogelijk maakt. Hooguit leidt voorliggende ontwikkeling tot beperkt veranderde routes in de buurt. Er zal worden voorzien in voldoende parkeerplaatsen. Natuur en ecologie Uit bureaustudie en biotooptoets is naar voren gekomen dat nader onderzoek naar marterachtigen en de huismus noodzakelijk is voordat het projectvoornemen kan worden gerealiseerd, vanwege de sloop van enkele groenstructuren aan de randen van het projectgebied.

Wat overige diersoorten betreft wordt het onwaarschijnlijk geacht dat dat met de plannen vaste rust- en verblijfplaatsen worden aangetast van onder de Omgevingswet beschermde soorten. Uit nader onderzoek naar de huismus en kleine marterachtigen blijken geen belemmeringen. Gebiedsbescherming Het plangebied maakt geen deel uit van een aangewezen Natura 2000 gebied en maakt evenmin onderdeel uit van het NNN of van ‘bijzondere weidevogelgebieden’. Er is ook geen sprake van een significante stikstofdepositie in stikstofgevoelige natuurgebieden. Omgevingsveiligheid De tijdelijke schoolgebouwen zijn geen relevante risicobronnen. Er zijn geen invloedsgebieden gelegen over het projectgebied. Water De situatie is tijdelijk. Er worden maatregelen genomen om te zorgen voor een goede afwatering. Er worden ook geen watergangen gegraven of gedempt. Het aspect water leidt daarmee niet tot significante effecten op het milieu.

5.1.4

Conclusie Bovenstaande effecten zijn weloverwogen beoordeeld. Waar mogelijk worden maatregelen genomen om deze effecten te beperken. Er kan worden geconcludeerd dat er geen sprake is van bijzondere omstandigheden ten aanzien van de kenmerken en locatie van de ontwikkeling die zouden kunnen leiden tot belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu. Er kan worden

BOPA “Tijdelijke Huisvesting Scholen, Oosterland” 18 november 2025

25

geconstateerd dat de nadelige effecten te reguleren zijn en dat een uitgebreide m.e.r.-beoordeling of het opstellen van een MER in deze niet zinvol en/of noodzakelijk is.

5.2 Ladder voor duurzame verstedelijking 5.2.1

Kader Onder de Omgevingswet is in het Besluit kwaliteit leefomgeving de verplichting opgenomen om in het geval van een nieuwe stedelijke ontwikkeling in de toelichting een onderbouwing op te nemen van de nut en noodzaak van de nieuwe stedelijke ruimtevraag en de ruimtelijke inpassing, met het oog op het belang van zorgvuldig ruimtegebruik en het tegengaan van leegstand. Hierbij wordt gebruikgemaakt van de Ladder voor duurzame verstedelijking. In artikel 5.129g van het Bkl wordt de Ladder als volgt omschreven: 1. Dit artikel is van toepassing op een stedelijke ontwikkeling die bestaat uit de ontwikkeling of uitbreiding van een bedrijventerrein, een zeehaventerrein, een woningbouwlocatie, kantoren, een detailhandelsvoorziening of een andere stedelijke voorziening die voldoende substantieel is. 2. Voor zover een omgevingsplan voorziet in een nieuwe stedelijke ontwikkeling, wordt met het oog op het belang van zorgvuldig ruimtegebruik en het tegengaan van leegstand in het omgevingsplan rekening gehouden met: a. de behoefte aan die stedelijke ontwikkeling; en b. als die stedelijke ontwikkeling is voorzien buiten het stedelijk gebied of buiten het stedelijk groen aan de rand van de bebouwing van stedelijk gebied: de mogelijkheden om binnen dat stedelijk gebied of binnen dat stedelijk groen aan de rand van de bebouwing van stedelijk gebied in die behoefte te voorzien. 3.

Voor de toepassing van het tweede lid, onder b, wordt tot het stedelijk gebied niet gerekend een stedelijke ontwikkeling waarvoor: a. op grond van het omgevingsplan een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit is vereist; en b. nog geen toepassing is gegeven aan het tweede lid. 4. Als een omgevingsplan voorziet in de vestiging van een dienst als bedoeld in artikel 1 van de Dienstenwet en de beoordeling van de behoefte aan een stedelijke ontwikkeling betrekking heeft op de economische behoefte, de marktvraag of de mogelijke of actuele economische gevolgen van die vestiging, heeft die beoordeling alleen tot doel na te gaan of de vestiging van een dienst in overeenstemming is met een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

5.2.2

Toetsing De laddertoets is in principe verplicht bij een omgevingsvergunning voor buitenplanse activiteiten, indien sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Het voorliggende plan voorziet in de realisatie van een tijdelijk schoolgebouw met een oppervlakte van circa 2.000 m² bvo. Dit gebouw dient uitsluitend als tijdelijke huisvesting gedurende de realisatie van de nieuwbouw van de permanente school. De vergunning wordt verleend voor een periode van maximaal vijf jaar. Na afloop van deze periode wordt het tijdelijke gebouw verwijderd.

BOPA “Tijdelijke Huisvesting Scholen, Oosterland” 18 november 2025

26

Van een nieuwe stedelijke ontwikkeling is in dit geval geen sprake. Er wordt geen extra capaciteit toegevoegd en er ontstaat geen (structurele) nieuwe ruimtevraag; de tijdelijke voorziening borgt uitsluitend de continuïteit van het bestaande onderwijs. Bovendien vindt de ontwikkeling plaats binnen bestaand stedelijk gebied. Gelet hierop is een toets aan de Ladder voor duurzame verstedelijking niet noodzakelijk. Met het plan wordt voldaan aan het uitgangspunt van zorgvuldig ruimtegebruik.

5.2.3

Conclusie Op basis van bovenstaande kan worden geconcludeerd dat wordt voldaan aan de Ladder voor duurzame verstedelijking.

5.3 Water en klimaatadaptatie Voor een duurzame en hoogwaardige toekomst van de fysieke leefomgeving moet het belang van watersystemen worden betrokken bij ruimtelijke ontwikkelingen. Bouw- en herinrichtingsprojecten kunnen grote gevolgen hebben voor de waterkwantiteit, de waterkwaliteit en de waterveiligheid. Door de mogelijke effecten in kaart te brengen en het waterbelang mee te nemen in het project, kunnen problemen met water worden voorkomen.

5.3.1

Kader Europees en Rijksbeleid Het Nationaal Water Programma 2022-2027 Het Nationaal Water Programma 2022-2027 is vastgesteld op 18 maart 2022. In het Nationaal Water Programma (NWP) 2022-2027 beschrijft de Rijksoverheid de hoofdlijnen van het nationale waterbeleid en de uitvoering ervan in de Rijkswateren en -vaarwegen. De ministeries van Infrastructuur en Waterstaat, Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit hadden de gezamenlijke verantwoordelijkheid voor het opstellen van het NWP. Zij ontwikkelden dit samen met medeoverheden, drinkwaterbedrijven, maatschappelijke organisaties en branche- en sectorpartijen. Om de uitdagingen rondom water het hoofd te bieden is samenwerking cruciaal. Op grond van Europese regelgeving en de nationale Waterwet zijn iedere 6 jaar nationale plannen voor water nodig. In het NWP komen het oude Nationaal Waterplan (voor beleid) en het Beheer- en ontwikkelplan voor de Rijkswateren (voor beheer) samen. Zo wordt al in de geest van de Omgevingswet gewerkt. Daarnaast zijn het Programma Noordzee, de stroomgebiedbeheerplannen en de overstromingsrisicobeheerplannen onderdeel van het NWP. Hiermee geeft het programma invulling aan de Europese richtlijnen voor water.

Het NWP beschrijft de nationale beleids- en beheerdoelen op het gebied van klimaatadaptatie, waterveiligheid, zoetwater en waterverdeling, waterkwaliteit en natuur scheepvaart en de functies van de Rijkswateren. Denk aan het omgaan met droogte, onze dijken, en het borgen van de drinkwatervoorziening en de bevaarbaarheid van onze rivieren en kanalen. Hierbij wordt gekeken naar de raakvlakken binnen en tussen de verschillende waterthema’s, ook in de verschillende ‘water’ gebieden (dit zijn: Noordzee, Zuidwestelijke Delta, Waddengebied, IJsselmeergebied, Rivieren, Kanalen en Rijnmond-Drechtsteden). Dat brengt samenhang in het waterbeleid aan. Daarnaast worden de raakvlakken laten zien tussen water en andere thema’s als landbouw,

BOPA “Tijdelijke Huisvesting Scholen, Oosterland” 18 november 2025

27

landschap, bodem en het energie- en klimaatbeleid. Het programma biedt daarmee overzicht en inzicht van wat Nederland nu en in de toekomst te wachten staat. Waterwet De Waterwet regelt het beheer van de waterkeringen, het oppervlaktewater en het grondwater, verbetert de samenhang tussen waterbeleid en ruimtelijke ordening en zorgt voor een eenduidige bestuurlijke procedure en daarbij behorende rechtsbescherming voor besluiten. De Waterwet dient als paraplu om de Kaderrichtlijn Water (KRW) te implementeren en geeft ruimte voor implementatie van toekomstige Europese richtlijnen. De waterschappen hebben een bevoegdheid voor het verlenen van vergunningen voor grondwateronttrekkingen, bemalingen en infiltraties, met uitzondering van onttrekkingen voor drinkwater, koude en warmteopslag en grote industriële onttrekkingen van meer dan 150.000 m3/jaar. Gemeenten hebben verdergaande taken en bevoegdheden in het kader van de zorgplicht voor het inzamelen van afvalwater in de riolering en voor hemelwater en grondwater. Nationaal Bestuursakkoord Water In het Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW) is het kabinetsstandpunt over het waterbeleid in de 21e eeuw vastgelegd. De hoofddoelstellingen zijn: het waarborgen van het veiligheidsniveau bij overstromingen en het verminderen van wateroverlast. Daarbij wordt de voorkeur gegeven aan ruimtelijke maatregelen boven technische maatregelen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16409575/1