1619472 Bijlage 2 Beleidsnota evenementenvisie 2018
Tekst van het document
Over de overwegingen waarom we het aantal vergunningen voor geregelde snuffelmarkten beperken ter bescherming van onze gemeentemarkten verwijzen we naar de toelichting op de beleidsregels. De geregelde snuffelmarkten vinden nu éénmaal per twee weken in een kern plaats. Hierbij geldt dat voor de geregelde snuffelmarkten van de ondernemersverenigingen een frequentie van eenmaal per week geldt, avondmarkten uitgezonderd. Een en ander vanwege de historisch gegroeide, in het hoogseizoen wekelijks georganiseerde Ringpromotiedagen, Zierikzeese Dagen en de markten in het hoogseizoen in Brouwershaven. Bij de vaststelling van de beleidsregels evenementen Schouwen-Duiveland 2012 is het aantal geregelde snuffelmarkten wat verder beperkt. Zo mag er maar één per dag tegelijkertijd in de gemeente plaatsvinden. De ondernemersverenigingen krijgen op aanvraag een evenementvergunning voor maximaal 10 gerelde snuffelmarkten waarbij zij zich in de uitvoering voldoende moeten onderscheiden van onze gemeentelijke markten. Daarnaast kan per kern nog een evenementvergunning voor enkele andere organisatoren (evenementenbureau’s e.d.) voor geregelde snuffelmarkten worden verleend. Voor Renesse en Zierikzee zijn dat er 3, voor Burgh Haamstede 6 en de overige kernen 4.
20
Ondanks die beperkingen in het aantal vergunningen voor geregelde snuffelmarkten zien wij de laatste paar jaar de omvang van de weekmarkt van Zierikzee sterk teruglopen. Daarin spelen meer factoren een rol dan alleen de concurrentie in de zomermaanden die geregelde snuffelmarkten teweeg brengen. Toch willen we een extra stap zetten om onze markten te beschermen. Dat willen we niet door het aantal geregelde snuffelmarkten sterk terug te brengen maar door het totaal aantal beschikbare vergunningen aan de ondernemersverenigingen te geven en geen markten op de dagen van onze gemeentemarkten toe te staan. Hun markten moeten dan wel nog meer onderscheidend zijn van onze eigen gemeentelijke markten door deze geheel als themamarkt (streekproducten, boekenmarkt enz.) in te laten vullen of de kramen in ieder geval deels door eigen ondernemers in te laten nemen, of het evenemententerrein deels met evenementattracties in te vullen (attractietoestellen, theater, muziek enz.). Bij het maximum aantal vergunningen gaan we uit van de huidige maximum aantal voor Zierikzee en Renesse, dat wil zeggen totaal 13 vergunningen. Op die wijze heeft elke kern dezelfde mogelijkheden. We houden de mogelijkheid voor het organiseren van kerstmarkten in stand, ook al zou het maximum van 13 markten al zijn bereikt. Hiervoor komen ook andere eilandelijke verenigingen in aanmerking.
De ondernemersverenigingen hadden al het merendeel van de beschikbare vergunningen vanwege hun rol in de bevordering en instandhouding van de leefbaarheid van de kernen. Met hun dorps- of stadsprogramma’s leveren zij daarnaast nog een grote bijdrage aan het toeristisch product. Wij menen dat met de uitbreiding van het aantal vergunningen voor geregelde snuffelmarkten voor de ondernemersverenigingen deze leefbaarheid en het voeden van het toeristisch product wordt verstrekt. Het betekent wel dat de overige partijen die tot nu tot de over een evenementvergunning voor een geregelde snuffelmarkt konden beschikken die mogelijkheid niet meer hebben. Echter, de ervaring leert dat de ondernemersverenigingen hun markten door een aantal van deze partijen lieten uitvoeren. Deze partijen kunnen zich dus tot de ondernemersverenigingen wenden om tot een overeenkomst te komen voor de uitvoering voor zover zij dat niet zelf doen. Aan de wens om de opbouwtijd van avondmarkten te verruimen willen we tegemoet komen. Aan de wens van de marktcommissies om geen geregelde snuffelmarkten toe te staan gedurende 14 dagen voor en na onze Paardenmarkt en op de dagen van onze gemeentemarkten willen we ten dele tegemoet komen. We kiezen er niet voor een om periode voor en na de Paardenmarkt geen geregelde snuffelmarkten toe te staan. Dat is veel te beperkend, mede omdat Pinksteren vaak in die periode valt.
Juist met Pinksteren moeten dergelijke markten kunnen worden georganiseerd. Het volstaat om onze gemeentemarkten te beschermen door op de gemeentelijke marktdag zelf geen andere geregelde markten toe te staan, evenementen als de Ringpromotiedagen uitgezonderd. Voor de geregelde snuffelmarkten is paragaaf 3.11 nog van belang. Organisatoren van Koningsdagfeesten mogen op de viering van Koningsdag (meestal 27 april) een geregelde snuffelmarkt organiseren. Deze vergunning gaat van de 13 beschikbare vergunningen af zodat er voor de ondernemersverenigingen 12 over blijven. Om de veiligheid van de (avond)markten in Renesse te intensiveren willen we met de organisatoren in het vooroverleg kijken of de indeling van het evenemententerrein beter kan. Mogelijk beperken we het aantal kramen.
21
Beleidsaanpassing: Artikel 10 wijzigt als volgt: 1. Een vergunning voor een geregelde snuffelmarkt wordt alleen verleend als deze plaatsvindt in de bebouwde kom van één van de kernen. 2. Er wordt voor maximaal één geregelde snuffelmarkt per dag voor de gehele gemeente SchouwenDuiveland vergunning verleend (geregelde snuffelmarkten binnen historisch gegroeide evenementen als Burghse Dag, Brouwse Dag en Visserijdagen, kerstmarkten en Koningsdagmarkten uitgezonderd). 3. Voor geregelde snuffelmarkten die op de dagen van onze gemeentemarkten (nu zijn dat woensdagdonderdag-dag van de Paardenmarkt) plaatsvinden wordt geen vergunning verleend. Uitgezonderd historische gegroeide markten zoals de Ringpromotiedagen en een geregelde snuffelmarkt ter gelegenheid van Koningsdag als onderdeel van een Koningsdagevenement. 4. Ter bevordering van het toeristisch product en de leefbaarheid in de kernen wordt exclusief aan de eilandelijke ondernemersverenigingen vergunning verleend voor een maximaal aantal van 12 geregelde snuffelmarkten per jaar per kern. Deze mogen niet binnen 2 weken na elkaar plaatsvinden binnen dezelfde kern. 5. Bij de in lid 4 genoemde markten vallen ook geregelde snuffelmarkten die bekend staan onder de naam Zierikzeese Toeristische Dagen (dinsdag Zierikzee) de Ringpromotiedagen (donderdag Haamstede) en de wekelijkse evenementmarkten in Brouwershaven.
Deze mogen eenmaal per week plaatsvinden (avondmarkten eenmaal per twee weken). 6. De in lid 4 genoemde geregelde snuffelmarkten dienen zich te onderscheiden van de gemeentelijke week-en seizoensmarkt door de markt geheel als themamarkt uit te voeren of de kramen in ieder geval deels door eigen ondernemers in te laten nemen, of het evenemententerrein deels met evenementattracties in te vullen (attractietoestellen, theater, muziek enzovoort). 7. Op themamarkten worden uitsluitend themagebonden producten aangeboden (bijvoorbeeld een boekenmarkt of nautische markt). 8. De burgemeester kan een deelnemerslijst opvragen ter controle. 9. Ter bevordering van de leefbaarheid in de kernen wordt exclusief aan de organisatoren van de Koningsdagfestiviteiten vergunning verleend voor een geregelde snuffelmarkt op de dag dat Koningsdag wordt gevierd. Indien deze in Zierikzee samenvalt met de gemeentelijke weekmarkt dan dient te worden samengewerkt waarbij geen dubbele bezetting van een branche mag plaatsvinden. 10. In het teken van de seizoensverlenging verleent de burgemeester, indien het maximum aantal snuffelmarkten per jaar voor een kern is bereikt, in de maand december per kern nog vergunningen aan eilandelijke verenigingen of stichtingen voor kerstmarkten (ongeacht of deze geregeld dan wel ongeregeld zijn).
Hierbij geldt niet de maximering van één geregelde snuffelmarkt per dag voor de gehele gemeente Schouwen-Duiveland. 11. Gelet op de grote toeloop van publiek dient de organisator van een geregelde snuffelmarkt, indien de burgemeester dit verlangt, de verkeersdoorstroming en verkeersveiligheid te bevorderen door de inzet van verkeersregelaars. Artikel 11 wijzigt als volgt: 1. Per kern wordt met inachtneming van artikel 10 vergunning verleend voor maximaal één avondmarkt per twee weken tijdens de periode van juli tot en met september. 2. Avondmarkten mogen, gelet op het karakter van dergelijke markten en in verband met het woon en leefgenot, alleen op een vrijdag of zaterdag plaatsvinden. 3. Er mag geen overlapping met evenementen in dezelfde kern zijn, ook niet als deze evenementen tijdens de daguren plaatsvinden, zoals bijvoorbeeld de Burghse Dag of de Wielerronde te Burgh-Haamstede. 4. Opbouw van kramen bij avondmarkten mag pas vanaf 14.30 uur geschieden, de opbouw van de handel vanaf 16.30 uur en de markt moet om 24.00 uur eindigen. Het marktterrein moet uiterlijk 02.00 van de dag erop geheel zijn ontruimd en schoongemaakt. 22
3.8 LOTING GEREGELDE SNUFFELMARKTEN De verloting van de vergunningen voor geregelde snuffelmarken wordt door enkele gegadigden nog steeds als oneerlijk gezien. Ondanks de verscherping van de procedure. De aanwezigen bij de loting, die in januari van elk jaar plaatsvindt, lijken de feitelijke uitvoering vaak aan een en dezelfde partij, die overigens ook aan de loting deelneemt, over te dragen. Elk jaar melden zich 6 tot 8 professionele evenementorganisatoren die zich voor alle beschikbare vergunningen voor geregelde snuffelmarkten inschrijven. In de maand januari vindt dan volgens de beleidsregels van 2012 een loting plaats als de vergunningen niet onderling kunnen worden verdeeld. Een voorwaarde is dat elke deelnemer een uniek KvK nummer heeft. In de praktijk is gebleken dat in meerdere gevallen niet van de vergunning door de vergunde partij zelf gebruik werd gemaakt maar dat een andere partij, ook deelnemer aan de loting, deze vergunning gebruikte. In een geval is daartegen opgetreden middels een dwangsom. Hierdoor ontstaat bij sommige partijen, die inmiddels van de inschrijving voor vergunningen voor geregelde snuffelmarkten hebben afgezien, de indruk dat het systeem niet eerlijk of transparant is.
Nu de ondernemers- en Oranjeverenigingen de beschikbare vergunningen voor geregelde snuffelmarkten krijgen toebedeeld is de lotingprocedure voor dit type evenement niet langer nodig. Als voor een vergunning op een bepaalde locatie voor dezelfde periode meerdere partijen een aanvraag voor een vergunningplichtig evenement indienen zal de burgemeester loten. Voordat het zover komt maakt hij nog onderscheid tussen commercieel en niet commercieel en historisch gegroeide evenementen. Dat komt zeer zelden voor. Beleidsvoorstel: Artikel 15 lid 11 wijzigt als volgt: • Voordat een loting plaatsvindt, maakt de burgemeester onderscheid in vergunningaanvragen voor commerciële en niet commerciële evenementen, historisch gegroeide evenementen en de geregelde snuffelmarkten van ondernemersverenigingen. • Niet commerciële- en historisch gegroeide evenementen hebben in beginsel voorrang boven commerciële evenementen en historisch gegroeide boven niet commerciële. • Lid 12, die de verloting regelde, vervalt.
3.9 EVENEMENTEN EN ONZE KERMISSEN Tijdens onze gemeentekermissen zouden geen vergelijkbare evenementen mogen plaatsvinden. Het is onwenselijk dat tijdens onze kermis in Renesse en Zierikzee er elders in onze gemeente evenementen worden georganiseerd die voor het merendeel uit kermisattracties bestaan. In de privaatrechtelijke overeenkomst met onze kermisuitvoerder hebben we opgenomen geen vergunningen te verlenen voor concurrerende kermisevenementen. In het evenementenbeleid ontbreekt deze weigeringsgrond nog. Beleidsaanpassing: Aan artikel 7 wordt lid 9 toegevoegd: Ter bescherming van onze gemeentelijke kermissen vinden er tijdens de kermissen van Renesse en Zierikzee geen evenementen in Schouwen-Duiveland plaats die voor het merendeel uit kermisattracties bestaan.
23
3.10 KERMISATTRACTIES, AUTOSTUNTSHOWS EN CIRCUSSEN Het zou in het aanvraagformulier beter zijn dat organisatoren die een of meer kermisattracties opnemen in hun evenement bij de aanvraag hun RAS-nummers (certificaat van goedkeuring) al opgeven. Zodoende kan vooraf al worden getoetst op veiligheid van de attracties. Een vergunning voor een autostuntshow zou niet meer mogelijk moeten zijn vanwege de risico’s en de maatschappelijke impact van het evenementongeluk in Haaksbergen Bij besluit van 28 augustus 2015 heeft het kabinet het “verbod op vertoning van wilde dieren in circussen en andere optredens en vervoer ten behoeve daarvan” vastgesteld. Sinds 2016 kunnen gemeenten gebruik maken van het registratiesysteem van de Voedsel en Waren Autoriteit (nvwa) het register attractietoestellen systeem ofwel RAS. RAS is een door de NVvA beheerd, real time datasysteem. Op elk attractietoestel wordt sinds voorjaar 2016 door een keuringsinstituut (AKI) bij de periodieke keuring een uniek identificatienummer (RAS-nummer) aangebracht. Dit nummer is ook te vinden op het papieren Certificaat van Goedkeuring (CvG) dat door Die AKI wordt afgegeven aan de exploitant. De gemeente Schouwen Duiveland raadpleegt actief het RAS als een attractietoestel wordt geplaatst. Het is echter nog geen vast beleid en in de aanvraagprocedure dragen we ook niet uit dat we de rasnummers willen toetsen.
Onze ervaring is dat als we ruim vooraf de attracties in het RAS toetsen we de evenementveiligheid bevorderen. Aandachtspunt is nog wel dat we bij een evenementcontrole toezien of de aangevraagde attracties niet zijn vervangen door andere. Ter plaatse kan dan nog in het RAS worden gekeken of die attracties ook beschikken over een certificaat van goedkeuring. In het verleden verleende de gemeente Schouwen Duiveland elk jaar vergunning voor een of twee autostuntshow-evenementen. Die vonden dan plaats op de grotere openbare parkeerplaatsen. Sinds het monstertruckongeluk in Haaksbergen op 28 september 2014 hebben we geen vergunningaanvragen meer ontvangen voor autostuntshows. De maatschappelijke indruk die dat ongeluk maakte heeft de organisatoren bewogen dergelijke evenementen niet meer te organiseren of overheden verleenden er alleen nog vergunning voor als deze in daarvoor bewust ingerichte locaties plaatsvonden, waarbij het publiek min of meer boven de rijbaan is geplaatst. Een van de conclusies in het rapport van de onderzoeksraad voor de veiligheid over het monstertruckongeluk was dat de vergunning wezenlijk niet bijdroeg aan een veilig verloop van het evenement. Voor de komende beleidsperiode wil de gemeente Schouwen Duiveland helder zijn als het aankomt op een dergelijk risicovol evenement en staan we geen autostuntshow-evenementen meer toe in de openbare ruimte.
Artikel 4.14, eerste lid, van het besluit “verbod op vertoning van wilde dieren in circussen en andere optredens en vervoer ten behoeve daarvan” bevat een verbod op de vertoning van wilde dieren in circussen en andere optredens. Om uit te sluiten dat deze dieren nog worden meegenomen ten behoeve van een circus, wordt ook het vervoeren van deze dieren verboden. Onder het verbod vallen zowel circussen die als geheel rondtrekken als circusacts of andere optredens die worden ingehuurd om in een circus of individueel op te treden, bijvoorbeeld ter opluistering van feesten of evenementen. De omstandigheden van deze dieren zijn vergelijkbaar met dieren die meereizen met een circus. Bovendien zijn deze dieren bijna allemaal afkomstig uit het circus. De verwachting was dat het vertoningsverbod ertoe zou leiden dat circussen met wilde dieren Nederland niet meer zouden aandoen. We zien sinds het verbod nog slechts een enkel circus die Schouwen Duiveland aandoet. Bij de vergunningaanvraag wordt altijd onderzocht welke dieren het circus in het programma heeft of vervoert. Het genoemde verbod hoeft niet nog eens in een beleidsregel als verbod te worden opgenomen. Wel dragen we het uit in de toelichting op het evenementenbeleid 24
Beleidsaanpassing: Artikel 13 leden 10 en 11 wijzigen als volgt: • Voor autostuntshows in de openbare ruimte geldt dat er geen vergunning voor wordt verleend. Kermisattracties als onderdeel van een evenement moeten voorzien zijn van een certificaat van goedkeuring. • Leden 12 en 13 vervallen.
3.11 VOLKSFEESTEN EN UITZONDERING PRECARIOHEFFING VOOR NIET COMMERCIËLE KLEINSCHALIGE EVENEMENTEN In de motie Volksfeesten van 24 november 2016 verzoekt de raad het college, onder meer, Sinterklaas en Koningsdag vast te leggen als volksfeesten en hen de mogelijkheid te bieden om, “ als aanvulling om de kosten te dekken bijvoorbeeld een geregelde of ongeregelde snuffelmarkt of andere activiteiten als oliebollen- en kerstbomenverkoop te kunnen organiseren zonder hiervoor precario te hoeven te betalen en zonder onder de strenge regels voor commerciële geregelde markten te vallen”. De stichting Koningsdag Zierikzee wenst dat de diensten van de reinigingsdienst ook onder de 10 urenregeling gaan vallen, dat de betaaldparkeren-terreinen tijdens niet commerciële evenementen (of de volksfeesten) zonder kosten voor bezoekers beschikbaar zijn (gratis parkeren dus), dat ze tijdens de volksfeesten (Koningsdag en Sinterklaas) een geregelde snuffelmarkt zou moeten kunnen organiseren en dat de aanvraagprocedures voor evenementvergunningen verder worden gedigitaliseerd en vereenvoudigd. Niet-commerciële evenementen die niet het karakter hebben van een grootschalig evenement vrij te stellen van de heffing van precariobelasting en wel met terugwerkende kracht tot 1 januari 2016.
Hierdoor vallen de meeste evenementen zoals rommel- en snuffelmarkten, maar ook bijvoorbeeld de organisatie van huttendorpen en het plaatsen van een schaatsbaan buiten de belastingheffing. Voor grote evenementen zoals de Havendagen en Visserijdagen blijven wij precariobelasting heffen. Een en ander is in de precarioverordening 2016 opgenomen. In de motie Volksfeesten verzoekt de gemeenteraad het college Koningsdag en Sinterklaas als een volksfeest aan te wijzen. Enerzijds om een bijzondere subsidieregeling voor deze feesten te kunnen vaststellen en anderzijds om binnen het evenementenbeleid voor deze twee feesten een aparte status te duiden zodat organisatoren van die volksfeesten op die dagen een geregelde of ongeregelde snuffelmarkt kunnen organiseren zonder daarvoor met de jaarlijkse loting van die vergunningen te worden geconfronteerd en zonder dat men precario zou moeten betalen. De behoefte om tijdens de Koningsdagviering een geregelde markt te organiseren zien we vooral de laatste jaren in kernen als Renesse, Zierikzee en Burgh Haamstede. We zien dit niet voor een sinterklaasviering en willen de uitbreiding beperkt houden. Het mogelijk maken voor alle Koningsdagorganisatoren voor het houden van een geregelde snuffelmarkt betekent wel dat er dus één dag is dat er wel in meer dan één kern tegelijkertijd een geregelde snuffelmarkt plaatsvindt.
Voor een geregelde snuffelmark in de kern van Zierikzee ter gelegenheid van Koningsdag dient, als deze samenvalt met de gemeentelijke weekmarkt, met de gemeentelijke weekmarkt te worden samengewerkt waarbij de markt van de Koningsdagvereniging geen waren aanbiedt die al op onze weekmarkt voorkomen. Dat is slechts eens in de 7 jaar. We zien de Koningsdagorganisatoren in dezelfde rol als de ondernemersverenigingen. Dat wil zeggen dat zij een belangrijke factor zijn in de leefbaarheid van de kernen. Voor het organiseren van een ongeregelde snuffelmarkt is geen uitzondering noodzakelijk omdat we al jaren ruimschoots onder het maximum aantal blijven. Ook is een regeling in het beleid om oliebollen en kerstboomverkoop mogelijk te maken niet nodig omdat de Apv en het standplaatsenbeleid het venten al heeft vrijgegeven.
25
Een regeling maken in het beleid ten aanzien van vrijstelling van precarioheffing is ook overbodig, zolang de geregelde snuffelmarkt als onderdeel in het Koningsdagprogramma is opgenomen, omdat reeds in de precarioverordening van 2016 daarvoor een uitzonderingsregeling is opgenomen. Het gratis beschikbaar stellen van betaald parkeerplaatsen voor de bezoekers van Koningsdagevenementen of andere niet commerciële evenementen vinden we niet nodig. In de meeste kernen is ruim voldoende gratis parkeergelegenheid. Het uitbreiden van de 10 urenregeling met de inspanningen van de afdeling Reiniging druist sterk in tegen de wens van zelfredzaamheid van organisatoren. Vanuit het traject “Kiezen of delen” is indertijd bekeken hoe de gemeente de kosten in verband met evenementen, met name voor Openbare Werken, kon verminderen. Binnen de zogenaamde “10 uren regeling” heeft de gemeente, sinds de burgemeester beleidsregels heeft voor de vergunningverlening van evenementen, bij niet commerciële organisatoren van evenementen gratis tot maximaal 10 uren ondersteuning geboden en bij meerdaagse evenement tot 20 uren. De ondersteuning omvat het ter beschikking stellen en brengen en ophalen van dranghekken (niet het uitzetten), het plaatsen en verwijderen van vlaggenmasten en het verwijderen en terugplaatsen van openbaar meubilair. Beide aangedragen punten horen we niet bij andere organisatoren.
Er is geen aanleiding het beleid op dit punt aan te passen. Beleidsaanpassing: Artikel 1 sub r wijzigt als volgt: • Een volksfeest is Koningsdag en Sinterklaas. • Artikel 10 leden 2, 3 en 9 wijzigen als volgt: Er wordt voor maximaal één geregelde snuffelmarkt per dag voor de gehele gemeente SchouwenDuiveland vergunning verleend (geregelde snuffelmarkten binnen historisch gegroeide evenementen als Burghse Dag, Brouwse Dag en Visserijdagen, kerstmarkten en Koningsdagmarkten uitgezonderd). • Voor geregelde snuffelmarkten die op de dagen van onze gemeentemarkten (nu is dat woensdagdonderdag-dag van de Paardenmarkt) plaatsvinden wordt geen vergunning verleend. Uitgezonderd historische gegroeide markten zoals de Ringpromotiedagen, Visserijdagen en een geregelde snuffelmarkt ter gelegenheid van Koningsdag en als onderdeel van een Koningsdagevenement. • Ter bevordering van de leefbaarheid in de kernen wordt exclusief aan de organisatoren van de Koningsdagfestiviteiten vergunning verleend voor een geregelde snuffelmarkt. Indien deze in Zierikzee samenvalt met de gemeentelijke weekmarkt dan dient te worden samengewerkt.
3.12 VEILIGHEIDSPLAN Het standaard veiligheidsplan dat wij aanbieden aan organisatoren om uit te werken is voor deze tijd te summier. Het voldoet niet meer. Van organisatoren van middelgrote en grote evenementen verwachten wij dat zij een veiligheidsplan opstellen. Een veiligheidsplan is een document waarmee de organisator informatie geeft over de veiligheid van zijn evenement en geeft weer hoe hij zijn (voorgenomen) maatregelen heeft uitgewerkt in scenario’s. Een goede onderbouwing van die maatregelen vraagt bovendien om een zorgvuldige beschouwing van de risico’s. Wij bieden nog steeds het standaard veiligheidsplan uit 2005 aan. Deze voldoet niet meer aan de eisen van heden ten dage. Het is te summier en het nodigt organisatoren niet uit om kritisch na te denken over de risico’s op hun evenement. Wij hanteren vanaf nu een modern en uitgebreider veiligheidsplan dat aan
26
de eisen van deze tijd voldoet en uitgaat van risico’s zoals we die tegenwoordig kennen. Omdat het veiligheidsplan en het eventuele verkeersplan en mobiliteitsplan in de beleidsregels van 2012 ook al zijn benoemd is geen beleidsaanpassing nodig. Een blauwdruk voor een goed veiligheidsplan nemen we in onze website op.
3.13 EEN GEZAMENLIJKE VERGUNNING VOOR GROTE DORPS- EN STADSFEESTEN- BUITENTAPS Bij C-evenementen en de grotere B-evenementen de mogelijkheid scheppen om als burgemeester te kunnen eisen dat er één gezamenlijke evenementvergunning wordt aangevraagd. Bij evenementen waarbij de plaatselijke horeca gebruik maakt van buitentaps zouden deze ondernemers moeten participeren in een vooroverleg met gemeente en evenementorganisator. Bij sommige grootschalige dorps- of stadsevenementen is het gebruikelijk dat naast de evenementvergunning voor het hoofdevenement nog enkele afzonderlijke partijen ook een evenementvergunning aanvragen voor bijvoorbeeld een muziekpodium of ontheffingen voor buitentaps bij horeca-inrichtingen. In de praktijk, bijvoorbeeld bij klachten of overlast, is het dan moeilijk duiden wie verantwoordelijk is. Ook is in het voortraject van de vergunningverlening erg veel afstemming nodig om afspraken te maken over het verloop van het evenement. We willen in het evenementenbeleid voorzien in de mogelijkheid om bij een dergelijk evenement alle evenementactiviteiten onder één evenementvergunning te brengen. De ontheffingen op grond van de Drank en Horecawet (art. 35), die door afzonderlijke horeca-ondernemers worden aangevraagd voor het betreffende evenement, kunnen wel aan afzonderlijke ondernemers worden verstrekt. De wet biedt die mogelijkheid immers ook.
Tot op heden hebben we niet consequent alle buitentap-ontheffinghouders bij het vooroverleg van een evenement betrokken. Mede omdat middelengebruik in ons gezondheidsbeleid meer aandacht krijgt en het project Jeugd en Alcohol in ons evenementenbeleid is geïntegreerd willen we inzetten op het structureel betrekken van de buitentap-ontheffinghouders bij het vooroverleg van de evenementenvergunning. Hierin maken we afspraken over het nakomen van de voorschriften voor het verstrekken van alcoholhoudende dranken. Beleidsaanpassing: Artikel 7 wijzigt door deze met leden 10 en 11 uit te breiden. Bij B en C-evenementen kan de burgemeester eisen dat er één gezamenlijke evenementvergunning wordt aangevraagd. Artikel 35 Drank en Horecawet-ontheffinghouders worden in de voorbereiding op de evenementvergunningverlening betrokken in het vooroverleg.
3.14 DEREGULERING Kunnen meer evenementen onder de meldingen vallen? Met de beleidsregels evenementen van 2012 hebben we meer kleinschalige evenementen onder de meldingscriteria gebracht door onder meer het aantal aanwezigen op de evenementdag van 150 naar 250 te brengen, een wegafsluiting bij een meldingplichtig evenement toe te staan of een ongeregelde snuffelmarkt in een kerk ook mogelijk te maken zonder dat dat tot een evenementvergunning moet leiden. We willen verder dereguleren door ook evenementen die op meerdere locaties en meerdere dagen in
27
dezelfde kern onder de werkingssfeer van de meldingen te brengen. Verder willen we de ongeregelde snuffelmarkt of expositie in een kerk uitbreiden naar gebouwen in het algemeen. Het “Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen”(zie paragraaf 3.17) biedt nog een deregulerende mogelijkheid om ook het plaatsen van tenten en dergelijke verblijfruimten bij evenementen niet langer als vergunningplichtig evenement te beschouwen. Wel moet bij een gelijktijdige aanwezigheid van meer dan 150 mensen in die verblijfsruimte vooraf een melding ingevolge dat besluit worden gedaan. Om het proces eenduidig te houden stellen we de grens voor meldingplichtige evenementen ook op 150 (gelijktijdig) aanwezigen. Daarmee doen we een stapje terug als het gaat om aantallen bezoekers als criterium voor een meldingplichtig evenement. Deze verscherpen we echter door het woord “tegelijkertijd” toe te voegen waardoor toch weer meer vergunningplichtige evenementen onder de melding vallen. Immers, de norm van 250 aanwezigen welke we tot nu toe hanteerden betrof 250 aanwezigen over de gehele duur van het evenement. We willen niet met een veelheid aan getallencriteria werken die voor de organisatoren verwarrend zijn. Door de invoering van het besluit zijn er hoe dan ook meer evenementen niet meer vergunningplichtig.
De meldings- en vergunningplicht ziet er dan als volgt uit: • Meldingplichting evenement: tot en met 150 mensen gelijktijdig aanwezig • Vergunningplichtig evenement: vanaf minimaal 151 mensen gelijktijdig aanwezig. Beleidsaanpassing: Artikel 3 leden 1 en 3 wijzigen als volgt: • Het aantal deelnemers inclusief de te verwachten bezoekers bedraagt niet meer dan 150 (gelijktijdig) voor een buitenevenement en het is geen ongeregelde snuffelmarkt (buiten) of geregelde snuffelmarkt • Het evenement (een geregelde snuffelmarkt uitgezonderd) betreft evenementactiviteiten als een ongeregelde snuffelmarkt, expositie, feest, bazar enz. in een gebouw passend in de betreffende gebruiksmelding op grond van het Bouwbesluit en het bestemmingsplan. • Lid 8 vervalt. Deze regelde dat een meldingplichtig evenement maar op één dag en op één locatie mag plaatsvinden. • Lid 9 vervalt. Dit betrof het plaatsen van podia en tenten. Nu kunnen er meer vergunningplichtige evenementen onder de medingplicht vallen.
3.15 DE MEERJARIGE VERGUNNING De meerjarige vergunning zou geen meerwaarde hebben als we elk jaar toch een vooroverleg hebben, een actualisatie van het veiligheidsplan vragen en vervolgens aanvullende besluiten moeten nemen omdat programma’s of regelgeving wijzigen. De afgelopen paar jaar hebben we bij wijze van proef voor twee evenementen een vergunning voor 4 jaren verstrekt. Bij de ene organisator was in het tweede jaar al een aanpassing van de vergunning noodzakelijk wegens een wezenlijke wijziging van het evenementprogramma. Bij de andere organisator moest elk jaar de vergunning worden aangepast en was een jaarlijks vooroverleg en evaluatie noodzakelijk. In de proef is gebleken dat de deregulerende werking van een meerjarenvergunning vrijwel nihil is. De meeste organisatoren stellen een jaarlijks contactmoment in de vorm van een vooroverleg, al dan niet met evaluatie, erg op prijs. Mede ook vanwege de voortdurend veranderende veiligheidsnormen en regelgeving. We zien de toegevoegde waarde niet van een meerjarenvergunning en het brengt het risico met zich mee dat een evenement voor enkele jaren uit beeld blijft. In dit kader kijken we nog even terug naar wat in paragraaf 1.1 is opgemerkt ten aanzien van de conferentie Evenementveiligheid van de VNG. Tijdens deze conferentie die was ingegeven door het rapport
28
betreffende het evenementongeluk in Haaksbergen, is ook het fenomeen meerjarenvergunning ter sprake gebracht. De algemene stemming was dat een meerjarenvergunning geen bijdrage levert aan het bevorderen van de veiligheid op een evenemententerrein. Daar komt bij dat een evenement juist vaak voor een specifiek op dat moment gericht actueel programma heeft dat op actuele veiligheidsnormen moet worden getoetst en niet voor een paar jaar vooruit. Bij onze organisatoren blijkt niet veel behoefte te bestaan voor een meerjarenvergunning simpel omdat organisatoren hun programma per jaar vaststellen, hun vaste evenementdata toch al in de evenementenkalender zijn gereserveerd en omdat ze elk jaar een contactmoment wensen. We voeren een meerjarenvergunning dan ook niet in in het evenementenbeleid. Het blijft wel mogelijk om voor meerdere data en evenementen op één evenementenvergunning een vergunning te verkrijgen. Maar niet voor meerdere jaren.
3.16 BEPERKING AANTAL EVENEMENTEN BROUWERSDAM Vanuit onze buurgemeente Goeree Overflakkee komen klachten over het geluidsniveau tijdens evenementen als Concert At Sea en Beachboom. Geluid dat over water draagt speelt hierbij een rol. Men verzoekt de geluidsnorm in de vergunning te verlagen en het aantal evenementen aan de Brouwersdam te beperken. Een van de horeca-ondernemers aan de Brouwersdam wenst enige beperking aan het aantal evenementen aan of op de Brouwersdam waarbij de secundaire weg wordt afgesloten. Gevolg van de afsluiting is dat de bereikbaarheid van zijn bedrijf erdoor wordt beperkt met inkomstenderving tot gevolg. De gemeenten Schouwen-Duiveland en Goeree-Overflakkee en de provincie Zeeland hebben van twee belangenverenigingen een verzoek gehad om wat te doen aan de geluidsoverlast van evenementen op en aan de Brouwersdam. Voor Schouwen gaat het vooral om Concert At Sea en Beachboom. Voor Goeree gaat (ging) het om Back At Sea en Marillion. In totaal 4 of 5 evenementen per jaar. Onze gemeente heeft toegezegd de klacht en de suggesties om de situatie te verbeteren in de beleidsactualisatie mee te nemen. De door partijen ingediende suggesties zijn: 1. Afstemmen evenementen Schouwen Duiveland en Goeree Overflakkee 2. Anders meten van geluid op en aan het water 3. Andere geluidsnormen, geen bastonen 4. Beperken van het aantal evenementen 5.
Muziek tot uiterlijk middernacht 6. Liever geen muziekevenement toestaan Gezien het feit dat onze gemeentegrenzen over de Brouwersdam lopen en ook Goeree Overflakkee haar evenementenbeleid gaat actualiseren hebben we gezamenlijk de klachten en suggesties bekeken. Omdat de Brouwersdam in en nabij een Natura 2000 gebied ligt hanteren we al jaren de geluidsnormen die vanuit een eerder besluit van de provincie Zeeland in het kader van bescherming van de natuur is genomen. Dit geluidscontourenvoorschrift passen we bij Concert At Sea en Beachboom toe. We blijven de zeggenschap die de provincie Zeeland heeft ten aanzien van de natuur wat dat betreft volgen. De suggesties 2 en 3 nemen we dan ook niet over. De suggesties 5 en 6 vinden we te beperkend voor onze evenementen. Met suggestie 1 en 4 gaan we samen met Goeree Overflakkee aan de slag. We erkennen dat geluid over water verder draagt dan over land en dat men daar ook eerder last van kan hebben, ook al blijft dat een subjectief gegeven en speelt vooral de windrichting een rol. We stellen vast dat eigenlijk elke week een muziekevenement op of aan de Brouwersdam zou kunnen plaatsvinden zonder verdere regulering. We zien er dan ook wel wat in om het aantal muziekevenementen aan of op de Brouwersdam enigszins in afstemming met elkaar te beperken (suggestie 1 en 4).
Goeree Overflakkee heeft al een eindtijd voor muziek op middernacht gesteld. 29
Voorstel om in het evenementenbeleid ten aanzien van muziekevenementen op of aan de Brouwersdam op te nemen: • Per gemeente ruimte voor maximaal 2 muziekevenementen per kalendermaand en 6 per kalenderjaar • Reeds bestaande evenementen krijgen sowieso vergunning binnen die 2 per maand of 6 per jaar • De beperking geldt alleen voor B en C evenementen. • Het muziekevenement duurt maximaal 3 dagen aaneengesloten • Van de beperkingsregel kan gemotiveerd worden afgeweken door de burgemeester. Bovenstaande beperking zien we ook als maatregel om het aantal evenementen waarbij de Brouwersdam wordt afgesloten enigszins te beperken. De afsluiting moet echt noodzakelijk zijn. Bij Concert At Sea wordt de secundaire weg enige dagen afgesloten omdat het onderdeel van het evenemententerrein is. Gevolg is dat de horecabedrijven in de hoek op het strand bij de Brouwersdam minder makkelijk toegankelijk zijn. Door middel van verwijsborden worden de gevolgen daarvan nog wel beperkt. Bij Beachboom is tijdens de editie van 2017 de secundaire weg ook afgesloten geweest vanuit veiligheidsoverwegingen. Bij het verlenen van evenementvergunningen dienen de belangen de ondernemers in de omgeving ook meegewogen te worden. Echter, het algemene belang van veiligheid zal altijd prevaleren.
Omdat de evenementen op en aan de Brouwersdam meestal muziekevenementen zijn volstaat het om te voorzien in bovenstaande beperking voor muziekevenementen. Voor het begrip “op en aan de Brouwersdam” hanteren we voor “aan” een afstandscriterium van 800 meter vanaf de voet van de Brouwersdam. Voor evenementen op (het nu nog te ontwikkelen) Brouwerseiland is deze regeling niet van toepassing. Het bestemmingsplan van Brouwerseiland kent een eigen regeling ten aanzien van evenementen. Beleidsaanpassing: Artikel 7 wijzigt door er de leden 13, 14 en 15 aan toe te voegen: • Voor een muziekevenement (B en C categorie) op of aan de Brouwersdam worden maximaal 2 afzonderlijke evenementvergunningen per kalendermaand en 6 per kalenderjaar verleend. Deze evenementen duren maximaal 3 dagen aaneengesloten. • De op het moment van vaststelling van deze beleidsregels bestaande evenementen krijgen sowieso vergunning binnen die 2 per maand of 6 per jaar. • Van lid 13 kan gemotiveerd worden afgeweken door de burgemeester.
3.17 TOEGANKELIJKHEID VAN EVENEMENTEN Vanuit het platform mensen met een beperking Schouwen Duiveland ontvangen we signalen dat met de belangen van gehandicapten onvoldoende rekening wordt gehouden. Er kan vaak niet dicht bij het evenement geparkeerd worden of het ontbreekt aan een gehandicaptentoilet. Ook worden vaak obstakels opgeworpen in de vorm van kabels en kraamuitstallingen. Het platform verwijst hierbij naar het onlangs door Nederland geratificeerde VN-verdrag inzake de rechten van personen met een handicap. Het VN-verdrag voor de rechten van personen met een handicap is in december 2006 door de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties vastgesteld om te bevorderen dat personen met een handicap gelijkwaardig kunnen participeren in de maatschappij, net als alle andere burgers. Het verdrag regelt in een aantal artikelen op alle levensterreinen wat de landen die het verdrag getekend of geratificeerd hebben moeten doen om die gelijkwaardige participatie te realiseren. In 2016 heeft Nederland het verdrag geratificeerd. Op alle gebieden waar gemeenten actief zijn, kunnen zij via het voeren van een volledig inclusief beleid de gelijkwaardigheid bevorderen. Inclusief beleid betekent: het volledig rekening houden met de belangen van personen met een handicap bij alle te voeren beleid.
Inclusief beleid betekent dat uiteindelijk de rechten van personen met een handicap in onze maatschappij als normaal worden meegenomen en dus als normaal worden beschouwd. 30
Obstakels als kabels moeten al worden “afgemat” of in een kabelgoot worden gelegd om struikelen en dergelijke te voorkomen. Dan nog kan dat voor mensen met beperkingen een echte hindernis zijn. Op dit onderdeel kunnen we niet veel meer doen dan in het vooroverleg en bij de controle ter plaatse er meer aandacht aan geven door de organisator het te laten oplossen. De locatie waar het evenement plaatsvindt is bepalend of er in de onmiddellijke omgeving parkeerplaats kan worden gecreëerd. Bij een evenement op bijvoorbeeld de Hogezoom Renesse of Havenplein in Zierikzee wordt gebruik gemaakt van de reeds beschikbare parkeerterreinen in die kernen zelf, daar is meestal wel in een aantal gehandicaptenparkeerplaatsen voorzien maar liggen toch vaak niet direct aan het evenemententerrein. Vaak worden in de omgeving van het evenemententerrein ook nog de wegen afgesloten. Het dichtbij parkeren voor mensen met een beperking is dan ook meestal niet uitvoerbaar. Echter, als een organisator zelf in een parkeerterrein voorziet, bijvoorbeeld een weiland, kunnen we in het beleid wel wat strikter zijn door in enige mate in gehandicaptenparkeerplaatsen te voorzien. Wat betreft de gehandicaptentoiletten voorziet de Veiligheidsregio Zeeland ons al van op het evenement toegesneden adviezen op onder meer het aantal te plaatsen toiletten en het voorzien in aparte toiletten voor gehandicapten.
De norm is één toilet per 150 gelijktijdig aanwezige bezoekers met een minimum van 2 toiletten. De grotere evenementen voorzien daar meestal ook wel in. Maar bij de wat kleinere evenementen volstaan we meestal met een of twee toiletten zonder een toilet voor mensen met beperkingen. Naast dat we dat in de uitvoering strikter kunnen en moeten toepassen en in het vooroverleg er bewust aandacht te vragen voor de belangen van gehandicapten, kunnen we het ook beleidsmatig uitdragen. Beleidsaanpassing: Artikel 18 leden 1 en 6 wijzigen als volgt: • Teneinde de zedelijkheid en gezondheid tijdens een evenement te waarborgen kan de burgemeester, gezien het advies van de GGD,GHOR, Veiligheidsregio Zeeland en het coördinatieteam grote evenementen, eisen stellen op het gebied van gezondheid en hygiëne, zoals EHBO, het aantal (gehandicapten)toiletten/sanitaire voorzieningen en dergelijke. • De burgemeester kan de aanvraag voor vergunning toetsen aan de mate waarin de organisator haar bezoekers van (gehandicapten)parkeerplaatsen kan voorzien.
3.18 BESLUIT BRANDVEILIG GEBRUIK EN BASISHULPVERLENING OVERIGE PLAATSEN Vanaf 1 januari 2018 is het besluit Brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen (hierna: het besluit brandveilig gebruik)) van kracht. Voor een aanzienlijk deel van onze evenementen is dan een melding vanuit deze algemene maatregel van bestuur vereist voor het gelijktijdig verblijven van minstens 150 personen in een verblijfsruimte op een plaats of het nachtverblijf voor 10 personen in een verblijfsruimte op een plaats. Buiten deze melding is het besluit brandveilig gebruik van kracht voor elk brandveilig gebruik op voor mensen toegankelijke plaatsen ongeacht het aantal mensen. Dat heeft gevolgen voor ons vergunningenproces. Dit besluit geeft regels voor het brandveilig gebruik van plaatsen indien andere regels daarin al niet voorzien. Daarom wordt de aanduiding ‘overige plaatsen’ gebruikt. Veel van de regels in dit besluit hebben uitsluitend betrekking op plaatsen waar groepen mensen bij elkaar zijn gebracht. In beginsel is iedereen zelf verantwoordelijk voor zijn eigen veiligheid, maar zou op dergelijke plaatsen brand uitbreken, dan vormt die omstandigheid een extra risico, en daarmee een rechtvaardiging om ten aanzien van het brandveilig gebruik van dergelijke plaatsen regels te stellen. Voor een verdere toelichting verwijzen wij naar de toelichting op de beleidsregels.
31
Voor de vergunningplichtige evenementen is er een manier om er praktisch mee om te gaan. Een melding is niet vereist als alle bij de melding verplichte gegevens al in het evenementvergunningproces worden opgevraagd en getoetst. Indien een evenement in een gebouw plaatsvindt is overigens een vergunning ingevolgde brandveilig gebruik vereist. We streven ernaar de processen te integreren. Het besluit geeft meer ruimte om een aantal nu nog vergunningplichtige evenementen als meldingplichtig te beschouwen. Beleidsaanpassing: Artikel 17 lid 2 wijzigt als volgt: • Voor vergunningplichtige evenementen wordt de procedure toegepast zoals omschreven in de procesbeschrijving evenementen. De van de organisator vereiste informatie vanuit het besluit Brandveilig gebruik overige plaatsen en basishulpverlening wordt daarbij in het vergunningproces opgenomen.
3.19 INTREKKING ZONDAGSWET De Zondagswet zou worden ingetrokken. Het was de bedoeling dat op gemeentelijk niveau wordt geregeld of er nog regels gelden ten aanzien van de Zondagsrust. Echter, het kabinet Rutte III heeft besloten de Zondagswet toch niet in te trekken. De Zondagswet blijft dus een van de kader waaraan een aanvraag voor een evenementvergunning wordt getoetst.
3.20 BELEIDSREGELS GROEPSKAMPEREN Er is een bestuurlijke wens om vanuit deregulering de Beleidsregels groepskamperen te schrappen en de regels in het evenementenbeleid op te nemen. In de Algemene Plaatselijke Verordening Schouwen Duiveland is in hoofdstuk 4 afdeling 5 opgenomen dat het verboden is om ten behoeve van het recreatief nachtverblijf kampeermiddelen te plaatsen buiten een kampeerterrein dat als zodanig in het bestemmingsplan is bestemd. In de beleidsregels groepskamperen kan voor maximaal 25 kampeermiddelen of bij grote evenementen tot maximaal 200 kampeermiddelen (max. 400 personen) door het college ontheffing worden verleend. Het gaat dan altijd om het recreatief nachtverblijf in het kader van het bijwonen van een evenement of activiteit in besloten kring. Inhoudelijk is er geen aanleiding om de normen te wijzigen. Wel is het praktisch om deze beleidsregels in het evenementenbeleid te integreren. De beleidsregels groepskamperen kan dan worden ingetrokken. Belangrijk is om stil te staan bij het feit dat bij de ontheffingsaanvraag ook een melding ingevolge het Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen moet worden ingediend. Beleidsaanpassing: We nemen de definities van groepskamperen op in hoofdstuk 1 “begripsomschrijvingen”: Artikel 1 wijzigt als volgt: • sub ff.
• groepskamperen: het gelegenheid geven tot het plaatsen of geplaatst houden van kampeermiddelen buiten een kampeerterrein, door groepen uitgaande van een vereniging of andere organisatie, gerelateerd aan een evenement of activiteit in besloten kring en gedurende een in een ontheffing als bedoeld in artikel 4:18, lid 2 van de Algemene plaatselijke verordening gemeente Schouwen-Duiveland (Apv) aangegeven, al dan niet aaneengesloten periode • sub gg. 32
• • • • • • • •
•
•
• • •
• • • •
activiteit in besloten kring: een bijzondere activiteit of bezigheid die niet tot doel heeft een voor publiek toegankelijke verrichting van vermaak te zijn sub hh. kampeermiddelen: tenten of tentwagens, die worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf door personen die hun hoofdverblijf elders hebben sub ii. kampeerterrein: een terrein tot het plaatsen of geplaatst houden van kampeermiddelen Artikel 13 wijzigt door leden 12 en 13 te wijzigen en 14 tot en met 21 toe te voegen als volgt: Een ontheffing voor groepskamperen wordt slechts verleend ten behoeve van recreatief nachtverblijf buiten kampeerterreinen in het kader van het bijwonen van een evenement of een activiteit in besloten kring. De aanwezigen op het terrein waar recreatief nachtverblijf buiten kampeerterreinen wordt toegestaan, dienen bezoekers of deelnemers van het evenement of de activiteit in besloten kring te zijn. De ontheffing geldt voor maximaal één dag voorafgaand aan het evenement of activiteit in besloten kring tot en met één dag na afloop van het evenement of activiteit in besloten kring, met een maximum van 5 dagen. De ontheffing kan alleen worden afgegeven voor kampeermiddelen met een maximum van 25 kampeermiddelen. Op het aantal van 25 kampeermiddelen kan bij grote evenementen een uitzondering worden gemaakt tot maximaal 200 kampeermiddelen.
Er moet bij een aanvraag om een ontheffing van meer dan 25 kampeermiddelen desgevraagd worden aangetoond dat in de nabijheid van het evenement of activiteit in besloten kring voor het totaal aantal aangevraagde kampeermiddelen, op één en hetzelfde kampeerterrein, niet voldoende plaatsen aanwezig zijn. Een ontheffing kan voor maximaal 400 personen worden verleend. Indien er een kalenderjaar reeds tweemaal gebruik is gemaakt van het terrein waarop de ontheffing betrekking heeft, wordt de ontheffing geweigerd. Het groepskamperen mag niet plaatsvinden op gronden die in een bestemmingsplan zijn aangewezen als waardevolle gebieden. Voor groepskamperen voor meer dan 10 personen dient een melding ingevolge het besluit Brandveilig gebruik overige plaatsen en basishulpverlening te worden ingediend.
3.21 BALLONNEN In december 2014 heeft de Tweede Kamer een motie aangenomen waarin het gemeenten oproept het oplaten van ballonnen te ontmoedigen vanuit het oogpunt van bescherming van natuur en milieu. Naar schatting worden er 1 miljoen ballonnen per jaar opgelaten in Nederland. Deze dragen bij aan de plastic soup. Al 12 jaar lang monitort Stichting de Noordzee het afval op de stranden in opdracht van Rijkwaterstaat. Ballonnen en resten van ballonnen staan in de top 5 van meest gevonden afval op de Noordzeestranden. Vaak is het rubber al halfvergaan en wat overblijft zijn de kunststof sierlinten en/of plastic ventielen. Volgens onderzoek van TNO naar de ballonnen vervuiling in 2016 beland 26 % van de Nederlandse opgelaten ballonnen in zee (TNO, 2016). Naar schatting zijn dit 260.000 ballonnen per jaar. Zeezoogdieren, vogels en vissen zien de ballonnen voor voedsel aan en dit kan leiden tot verstopping of ze raken verstrikt in de ballonlinten. In Nederland zijn er tal van maatschappelijke organisaties actief om het gebruik van ballonnen bij evenementen en dergelijke te ontmoedigen. Als alternatieven worden lampionnen en vliegers genoemd. Er zijn al gemeenten die het oplaten van ballonen ontmoedigen of zelfs verbieden en het als een verbodsbepaling in hun APV hebben opgenomen. Wij zijn zuinig op onze mooie
33
natuurgebieden en stranden en willen ook een dergelijk verbod in het evenementenbeleid opnemen. Desgevraagd hebben twee van de Oranjeverenigingen aangegeven problemen te hebben met deze beperking. De overige Oranjeverenigingen laten al geen ballonnen meer op en hebben geen probleem met een verbod. Wij stellen een verbod voor omdat er een verzoek van de Tweede Kamer ligt het gebruik te ontmoedigen. In een alternatief om de milieuvriendelijke ballon wel toe te staan zien wij geen soelaas omdat daaraan vaak toch weer milieuonvriendelijke kunststof onderdelen worden verbonden. Het verbod strekt zich alleen uit op het oplaten van ballonen in evenementverband. Beleidsaanpassing: Artikel 7 wijzigt door er lid 16 aan toe te voegen: • Het oplaten van feest- en wensballonnen als onderdeel van een evenement is niet toegestaan.
3.22 RAPPORTEN VEILIGHEID EN EVENEMENTEN Het rapport ‘Meer aandacht nodig voor veiligheid en gezondheid bij publieksevenementen’ van de Inspectie Veiligheid en Justitie en de rapportages van de Onderzoeksraad voor Veiligheid inzake het monstertruckongeluk van mei 2015, pleiten voor een kundige en zorgvuldige afdoening van vergunningaanvragen en adequaat toezicht op evenementen. De evenementvergunning ident wezenlijk bij the dragen aan een veilig verloop van het evenement. In het proces tussen aanvraag en vergunningvelening dient de vergunningverlener dan ook goed de risico’s in te schatten. Eventueel kan hij of zij advies inwinnen of de aanvraag in het coordinatieteam grote evenementen Schouwen Duiveland inbrengen. Naast vergunningverlening is het toezicht op naleving van de vergunningvoorschriften een factor die kan bijdragen aan het veilig verloop van een evenement. Een vraag die zich daarbij aandient is, als er meerdere evenementen tegelijkertijd plaatsvinden, de toezichtsvraag niet wordt overschreden en kan een dergellijke samenloop van evenementen dan nog wel plaatsvinden? In het proces van vergunningverlening worden de vergunningen naar risoco-omvang gecategoriseerd. Evenementen met een laag risico, de categorie A, worden meestal zonder uitgebreid vooroverleg en evaluatie afgehandeld.
De evenementen met een gemiddeld hoger risico, de B categorie, werden tot nu toe grotendeels in een vooroverleg met het coördinatieteam grote evenementen en de organisator besproken en geëvalueerd. Echter, doordat we erg veel evenementen hebben is dat niet voor elk B evenement toegepast, terwijl juist het proces van vooroverleg en evaluatie veel toevoegt aan de meerwaarde van de evenementvergunning en de feitelijke uitvoering van het evenement. Voor de C-evenementen wordt altijd een vooroverleg en evaluatie gehouden in een projectmatige aanpak. Dit is de categorie met hoge risico’s. De mate van toezicht door de gemeente op die uitvoering wordt ook mede bepaald aan de mate van risico’s van het evenement. De meeste inzet op toezicht vindt dan ook logischerwijs bij B en C evenementen plaats. In de praktijk komt het regelmatig voor dat een aanvraag voor vergunning niet binnen de daarvoor gestelde indieningstermijn wordt ingediend. Hoewel de aanvraag dan niet in behandeling hoeft te worden genomen wordt er vaak toch gekozen om dat wel te doen. Enerzijds vanuit dienstverlening anderzijds omdat er druk op staat. Dit zie je bij heel veel gemeenten en ook bij Schouwen Duiveland. Vaak levert het geen problemen op maar gaat het wel ten koste van de kwaliteit van de besluitvorming. Zaken kunnen door tijdsdruk over het hoofd worden gezien of risico’s worden onderschat.
De kans dat die vergunning ten volle bijdraagt aan een veilig verloop van het evenement is een stuk kleiner. De kans dat de gemeente in een kwaad daglicht komt te staan als er echt wat misgaat op dat evenement is des te groter. Wanneer de overheid tekort schiet in de vergunningverlening voor evenementen wentelen wij de zorg voor de openbare veiligheid in feite af op de organisatoren, aan wie niet in alle gevallen deze verantwoordelijkheid kan worden toevertrouwd. 34
We willen dan ook in deze beleidsperiode bewust wat met de aanbevelingen uit de genoemde rapportages doen: • consequent bij alle B (en C) evenementen vooroverleg en evaluatie toepassen. • bij A-evenementen wordt afhankelijk van het type evenement zo nodig ook een vooroverleg georganiseerd. Dit zijn A-evenementen die tegen de B-categorie aanzitten • die vooroverleggen willen we meer versterken door het risico lerend vermogen van de organisatoren te versterken • over het toezicht van de gemeente wordt ook in het vooroverleg zo mogelijk al afspraken gemaakt. Hierbij zijn de risico’s een bepalende factor. • (locatieschouw, toezichtprotocol enz.) Daarbij staan we ook stil bij welk type toezicht • (Drank en horecawet, brandveiligheid enz.) en het tijdstip (toezicht bij opbouw, tijdens het evenement en bij afloop van het evenement) • indien een aanvraag te laat wordt ingediend wordt de evenementvergunning in beginsel geweigerd tenzij algemene- en maatschappelijke belangen zich daartegen verzetten en er redelijkerwijs nog een kwalitatieve goede vergunningenverstrekking kan plaatsvinden.
Omdat we meer inzetten op de beoordeling van de veiligheidsborging in het vergunning aanvraagproces en we waarnemen dat de wet en regelgeving complexer wordt, is de vraag gerechtvaardigd of het streven om bij de grote evenementen die voor 1 december zijn aangevraagd voor 1 maart van het jaar er op de vergunning te verstrekken nog wel realistisch is. De afgelopen jaren werd dat streven ook maar zelden bewaarheid. We stellen die uiterste datum dan ook op 1 mei van het jaar er op. Voor evenementen die voor 1 mei plaatsvinden is dat overigens geen probleem. Bij de volgorde van afhandeling van de vergunningen is immers ook de datum van het evenement bepalend. Beleidsaanpassing: Artikel 17 lid 3 wijzigt als volgt: • De burgemeester streeft er naar alle aanvragen voor grote evenementen die uiterlijk 1 december van het voorafgaande jaar zijn ingediend, uiterlijk 1 mei van het jaar waarin de evenementen plaatsvinden, af te handelen. Vindt het evenement vóór 1 mei plaats, dan geldt de afhandelingstermijn van lid 4.
3.23 HISTORISCH GEGROEIDE EVENEMENTEN Enkele organisatoren van jaarlijks terugkerende evenementen vragen zich af hoe ze ooit zelf in de categorie historisch gegroeide evenementen gaan vallen als het criterium is dat een dergelijk evenement op de evenementenkalender van 2003 moest voorkomen. Het belang van een goede definitie van het begrip historisch gegroeid evenement zit in het feit dat een dergelijk evenement voorrang krijgt boven een ander evenement bij de vergunningverlening als een samenloop van meerdere evenementen ongewenst is. Wij vinden dat niet commerciële evenementen die minsten 7 jaar jaarlijks op een min of meer vaste datum in de evenementenkalender plaatsvinden deze status verdienen. Beleidsaanpassing: Artikel 1 sub q wijzigt als volgt: • historisch geroeid evenement: een niet commercieel evenement die minsten 7 jaar jaarlijks op een min of meer vaste datum in de evenementenkalender plaatsvinden. Voorbeelden: Havendagen, Visserijdagen, Burghse Dag, Brouwse Dag, Ringpromotiedagen, Zierikzeese Dagen
35
3.24 INSPRAAKPROCEDURE NA VASTSTELLING CONCEPTBELEIDSREGELS Tijdens de inspraakprocedure, na vaststelling van de conceptbeleidsregels, hebben 2 partijen een zienswijze ingediend: De organisator van de Visserijdagen (SFB) geeft aan dat artikel 7 lid 10, die de burgemeester de mogelijkheid geeft om bij B en C evenementen één gezamenlijke vergunning voor alle dorpsevenement activiteiten te verlenen, zou moeten worden aangevuld met dat de organisator daarmee zou moeten instemmen. Voor de Visserijdagen zou dit niet werkbaar zijn. Daarnaast zou artikel 18 lid 9 niet voor de Visserijdagen moeten gelden. Dit artikel luidt: de burgemeester kan van een organisator van een evenement waarbij kermisattracties zijn opgenomen verlangen dat de salon- en pakwagens van deze attracties op het parkeer- en evenemententerrein Hatfieldpark te Zierikzee worden geplaatst. Organisator staat op het standpunt dat hun kermiswagens die betrokken zijn bij de Visserijdagen, naar ieders tevredenheid op het Industrieterrein in Bruinisse worden geplaatst. Daar zijn ook investeringen voor gepleegd. De Stichting Duinbehoud wijst de gemeente erop dat een braderie of markt in de dorpskernen thuishoort en beter niet op een natuurstrand zou mogen plaatsvinden, hoogstens op een recreatiestrand.
Daarnaast vindt ze dat de beperking ten aanzien van het aantal evenementen op en aan de Brouwersdam ook voor het nu nog toekomstige Brouwerseiland zou moeten gelden. Wij achten artikel 7 lid 10 noodzakelijk om bij grote evenementen, waarbij een veelheid aan vergunninghouders zou ontstaan, in het belang van de veiligheid te kunnen eisen dat er één evenementvergunning wordt verleend en dat er dus één organiserende partij aanspreekbaar is. Dat artikel zal pas bij hoge uitzondering worden toegepast als redelijkerwijs te verwachten is of gebleken is dat er anders een onveilige of onwerkbare situatie ontstaat of is ontstaan. Het is niet gebruikelijk dat algemeen geldende voorschriften worden geformuleerd waarbij de instemming van de organisator wordt verlangd. Ook ten aanzien van het onderdeel kermiswagens geldt de regel ten aanzien van evenementen in het algemeen en niet specifiek ten aanzien van de Visserijdagen. Wij hebben de mogelijkheid van het houden van een markt op het strand niet in de definitieve versie van het evenementenbeleid opgenomen. Reden hiervoor is dat de partij die hiervoor een verzoek had ingediend heeft aangegeven het bij nader inzien toch niet wenselijk te vinden. De markten vinden dus ongewijzigd alleen in de kernen plaats.
De beperking van het aantal evenementen op en aan de Brouwersdam geldt niet voor Brouwerseiland omdat deze een eigen planologische regeling heeft met maximumcriteria voor evenementen. In het evenementenbeleid 2018 hebben we naar aanleiding van deze zienswijze dit onderscheid nog eens benadrukt.
36
Laan van St. Hilaire 2 4301 SH Zierikzee Postadres: Postbus 5555 4300 JA Zierikzee T (0111) 452 000 gemeente@schouwen-duiveland.nl www.schouwen-duiveland.nl