CConstaterende datSchouwen-Duiveland
Koppel je AI →
Document · PDF

1618933 Bijlage 3 - Regels en toelichting TAM-omgevingsplan H22A Kapelleweg Scharendijke

Gemeenteraad 11 december 2025, gemeente Schouwen-DuivelandBij agendapunt: RVS Gewijzigd vaststellen TAM omgevingsplan H22A Kapelleweg Scharendijke (1618933)22.503 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

5.22 Gezondheid Beoordelingskader Het wijzigen van het omgevingsplan/ verlenen van een omgevingsvergunning voor een bopa kan alleen met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Hierbij moet de kwaliteit van de fysieke leefomgeving worden gewaarborgd. Dit vereist een brede belangenafweging waarbij ook het belang van de gezondheidsbescherming en -bevordering wordt afgewogen. Gezondheid is een containerbegrip waar veel thema’s samenkomen. Het gaat hierbij om thema’s die in hoofdstuk 5 van het Bkl expliciet zijn genoemd, zoals geluid, geur en bodem die van invloed kunnen zijn op de gezondheid. Maar het gaat bijvoorbeeld ook om agrarische activiteiten waarbij gewasbeschermingsmiddelen worden gebruikt. In voorkomend geval kan de beoogde ontwikkeling ook bijdragen aan gezondheid door het stimuleren van bewegen/ groen in de buitenruimte. Bij ontwikkelingen in de omgeving van agrarische gronden waar gewasbeschermingsmiddelen (kunnen) worden gebruikt, moeten worden aangetoond dat geen sprake is van onaanvaardbare gezondheidsgevolgen. De rijksoverheid heeft voor dit aspect van de fysieke leefomgeving geen instructieregels opgesteld. Het is vaste rechtspraak van de Afdeling dat in het algemeen een afstand van 50 meter tussen gevoelige functies en agrarische bedrijvigheid waarbij gewasbeschermingsmiddelen worden gebruikt, niet onredelijk wordt geacht.

Op grond van diezelfde rechtspraak is het mogelijk om deze afstand te verkleinen indien daaraan een deugdelijke motivering ten grondslag ligt. Die motivering moet gebaseerd zijn op zorgvuldig locatiespecifiek onderzoek. Beoordeling De locatie ligt binnen 50 meter van agrarische grond waar gebruik mag worden gemaakt van gewasbeschermingsmiddelen. Hierbij is de spuitzone relevant. Ter plaatse van woningen, incl. de tuin, moet sprake zijn van een goed woon- en leefklimaat. Het plangebied ligt op ca. 30 meter afstand van agrarisch perceel. Tussen het plangebied en het agrarisch perceel is een minicamping en parkeerplaats aanwezig. Op de grens van de minicamping is aan beide zijden een bladhoudende haag aanwezig. Op het terrein van de minicamping zijn ook verschillende hagen aanwezig. Deze vormen een buffer naar de nieuwe woningen. De heersende windrichting is van de woningen af en met het spuiten dient zondermeer rekening te worden gehouden met omliggende functies zoals de minicamping. De spuitzone vormt geen belemmering voor dit initiatief. Conclusie Gelet op bovenstaande vormt het aspect gezondheid geen belemmering voor de wijziging van het omgevingsplan.

54

HOOFDSTUK 6 FINANCIËLE UITVOERBAARHEID EN KOSTENVERHAAL 6.1

Financiële uitvoerbaarheid

Voor wat betreft de financieel-economische uitvoerbaarheid dient te worden beoordeeld of de ontwikkeling financieel haalbaar is. Als op voorhand duidelijk is dat de toegedachte functie om financiële redenen op langere termijn niet zal worden gerealiseerd, behoort de functie niet mogelijk te worden gemaakt. De voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling ziet toe op de ontwikkeling van twee levensloopbestendige nieuwbouwwoningen. De initiatiefnemer realiseert deze ruimtelijke ontwikkeling voor eigen rekening en risico. De initiatiefnemer heeft aan de gemeente voldoende aangetoond dat de ruimtelijke ontwikkeling financieel uitvoerbaar is. Daarmee is aan de eerste vereiste voldaan.

6.2

Kostenverhaal

Indien nieuwe kostenverhaalplichtige activiteiten mogelijk worden gemaakt, is kostenverhaal aan de orde. Een plan is financieel onuitvoerbaar als het kostenverhaal van door het plan mogelijk gemaakte kostenverhaalplichtige bouwactiviteiten en gebruikswijzigingen als aangewezen in artikel 8.13 Omgevingsbesluit niet is geregeld. De voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling ziet toe op de bouw van twee woningen met woonfunctie. Daarom is de ontwikkeling op grond van artikel 8.13 van het Omgevingsbesluit aangewezen als kostenverhaalplichtige activiteit. Op grond van artikel 13.12 Ow is het verboden kostenverhaalplichtige activiteiten uit te voeren voordat de hiervoor geldende kostenverhaalbijdrages zijn betaald. Dit verbod geldt niet in het geval dat het kostenverhaal is verzekerd. Tussen initiatiefnemer en de gemeente is een anterieure overeenkomst gesloten waarmee het kostenverhaal voor de ontwikkeling verzekerd is. Het toevoegen van kostenverhaalvoorschriften in de vergunning is daarmee niet noodzakelijk. Hiermee is ook aan de tweede vereiste voldaan en hieruit volgt dat de ruimtelijke ontwikkeling economisch uitvoerbaar is.

55

HOOFDSTUK 7 BEOORDELING EVENWICHTIGE TOEDELING VAN FUNCTIES AAN LOCATIES In dit hoofdstuk wordt onderbouwd dat er sprake is van een evenwichtige toedeling van functies op de locatie(s).

7.1

Evenwichtige toedeling van functies aan locaties

Een evenwichtige toedeling van functies aan locaties betekent dat er balans bestaat tussen het beschermen en benutten ten gevolge van de verschillende functies die locaties binnen een gebied kunnen vervullen. Het bevoegd gezag moet beoordelen of bij realisering van de aangevraagde activiteit(en) sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Om dit te kunnen beoordelen moeten alle voor de fysieke leefomgeving relevante omgevingsaspecten en andere thema’s (voor zover relevant voor het project en de omgeving daarvan) zorgvuldig worden onderzocht en afgewogen. Het relevante beleid en de relevante omgevingsaspecten en andere thema’s zijn onderzocht en beschreven. Uit de integrale beoordeling hiervan volgt of sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Dit wordt inzichtelijk gemaakt via een tabel. Kan aan aspect worden voldaan

V

Kan onder voorwaarden worden voldaan Kan niet aan aspect worden voldaan

~ X

Omgevingskwaliteit

Voorwaarden

Ladder voor duurzame verstedelijking Stedenbouw en welstand Mobiliteit en parkeren Cultuurhistorische waarden

V V V V

Bodem Bodemkwaliteit

~

Niet Gesprongen Explosieven

V

Water Weging van het waterbelang

V

Milieu en natuur Bedrijven en milieuzonering Ecologie: soortenbescherming Ecologie: gebiedsbescherming

V V V

Geluid door wegen, spoorwegen en industrieterreinen

V

Geluid door activiteiten

V

Verontreiniging dient gesaneerd te worden. Bouwwerken niet eerder in gebruik nemen voordat de bodem voldoet aan de eisen voor een bodemgevoelig gebouw.

56

Geur Luchtkwaliteit Duisternis en lichthinder

V V V

Gezonde leefomgeving Omgevingsveiligheid Trillingen Milieueffectrapportage Schaduwhinder en windhinder Gezondheid

V V V V V

Duurzaamheid Overige duurzaamheidsaspecten

V

7.2

Belangenafweging

Uit bovenstaande tabel blijkt dat, onder voorwaarden en in afwachting van nadere onderzoeken, aan alle aspecten wordt voldaan. Er is sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

57

HOOFDSTUK 8 JURIDISCHE PLANBESCHRIJVING In dit hoofdstuk wordt beschreven op welke wijze het plan juridisch wordt geborgd in het omgevingsplan.

8.1

Keuze instrument TAM-Omgevingsplan

Op dit moment is het wijzigen van het omgevingsplan Schouwen-Duiveland nog niet mogelijk. De voorbereidingen voor dergelijke wijzigingen lopen, maar kunnen momenteel nog niet worden uitgerold. Daarom wordt gebruik gemaakt van de tijdelijk alternatieve maatregelen in de vorm van een TAM-Omgevingsplan. Daarmee wordt op de technische (oude) leest van bestemmingsplannen het omgevingsplan gewijzigd. Gebruik wordt gemaakt van het Informatie Model Ruimtelijke Ordening (IMRO). Een TAM-Omgevingsplan bestaat uit een regelset met bijbehorende verbeelding en een inhoudelijke motivering van het plan. De inhoudelijke motivering betreft dit document. Dit TAMOmgevingsplan betreft een los hoofdstuk ‘22a’ die na vaststelling deel uitmaakt van het Omgevingsplan SchouwenDuiveland.

8.2

Regels en verbeelding

Voor het opstellen van regels en een verbeelding voor een TAM-Omgevingsplan heeft de gemeente een concept handboek opgesteld. Deze is als basis gebruikt voor het opstellen van de regelset voor het voorliggende plan, maar op onderdelen is er wel afgeweken voor een betere leesbaarheid van de regels. Dit plan is het eerste TAMOmgevingsplan dat de gemeente Schouwen-Duiveland in procedure zal brengen. In dit TAM-Omgevingsplan zijn gebruiks-, bouw-, aanleg-, en sloopactiviteiten opgenomen. Het plangebied kent uitsluitend de gebruiksactiviteit ‘Wonen’. De gebruikelijke nevenactiviteiten zoals een bed&breakfast en beroep of bedrijf aan huis zijn daarbij ook onder voorwaarden toegestaan. De bouwactiviteiten bestaan uit het bouwen van een hoofdgebouw, het bouwen van bijbehorende bouwwerken en overkappingen en het bouwen van bouwwerken geen gebouwen zijnde. Specifiek is in dit geval een regeling opgenomen om het bestaande bijgebouw van initiatiefnemer met een oppervlakte van 190m² te handhaven. De bouwgrens ligt op 5 meter uit de sloot aan de noordoostzijde, zodat onderhoud aan die sloot gewaarborgd is. Conform het archeologiebeleid zijn er regels opgenomen ter bescherming van het archeologisch erfgoed. Deze regels betreffen gedeeltelijk bouwregels, maar vallen ook onder de aanleg- en sloopactiviteiten.

58

BIJLAGE 1: FOTO’S BESTAANDE BEBOUWING BIJLAGE 2: VERKENNEND BODEM- EN ASBEST IN PUIN ONDERZOEK BIJLAGE 3: NADER BODEMONDERZOEK BIJLAGE 4: AANMELDFORMULIER WATERTOETS BIJLAGE 5: QUICKSCAN FLORA EN FAUNA BIJLAGE 6: KWALITATIEF ONDERZOEK GIERZWALUW BIJLAGE 7: VLEERMUISONDERZOEK BIJLAGE 8: AERIUS PROJECTBEREKENING 2025 BIJLAGE 9: TOELICHTENDE MEMO BIJ AERIUS-BEREKENING BIJLAGE 10: AKOESTISCH ONDERZOEK ‘WEGVERKEERSLAWAAI’ BIJLAGE 11: AKOESTISCH ONDERZOEK ‘GELUID VAN DE OMGEVING’

59

66

Bijlagen

67

Bijlage 1

68

Bestaande bebouw ing

BIJLAGE 1 FOTO’S BESTAANDE BEBOUWING Bron: Verseput Bouw en Milieutechniek B.V.

Bijlage 2

Bodemonderzoek

71

VERKENNEND BODEM- EN ASBEST IN PUIN ONDERZOEK

Kapelleweg 23 Scharendijke

MCG Zuidwest B.V. Daniëlsweg 14 4451 HP Heinkenszand T: 0113 567 926 I: www.mcgzuidwest.nl E: info@mcgzuidwest.nl

Opdrachtgever

Verseput Bouwtechniek De Roterij 38 4328 BA Burgh-Haamstede

Projectnummer Status Versie Datum Projectleider (Mede)auteur

24MCG373.10 Definitief 01 24 oktober 2024 Mevr. E.D. Postma Mevr. M. van der Klooster

INHOUD 1

INLEIDING

3

1.1

Aanleiding en doel

3

1.2

Kwaliteit

3

1.3

Betrouwbaarheid

4

2

VOORONDERZOEK

5

2.1

Locatiegegevens

5

2.2

Terreinverkenning

5

2.3

Boomgaardenkaart

6

2.4

Asbest

6

2.5

PFAS

6

2.6

Bodemkwaliteitskaart

6

2.7

Geohydrologie

6

2.8

Archeologie en ontplofbare oorlogsresten

7

2.9

Eerdere onderzoeken

7

2.10

Interpretatie en conclusie vooronderzoek

8

2.11

Onderzoeksstrategie aanvullend bodemonderzoek Burgerweidestraat

8

3

VERRICHTE WERKZAAMHEDEN

10

3.1

Veldwerkzaamheden

10

3.2

Laboratoriumonderzoek

11

4

RESULTATEN

12

4.1

Toetsing

12

4.2

Asbest

12

5

CONCLUSIES EN ADVIES

13

5.1

Conclusies

13

5.2

Toetsing onderzoekshypotheses

13

5.3

Advies

13

BIJLAGEN 1: Overzichtskaart 2: Situatietekening 3: Foto’s 4: Profielbeschrijvingen 5: Analyseresultaten 6: Toetsingsresultaten 7: Toetsingskader 8: Achtergrondinformatie

2

24MCG373.10

1

INLEIDING

1.1

Aanleiding en doel

In opdracht van Verseput Bouwtechniek heeft MCG Zuidwest B.V. in september 2024 een verkennend bodemonderzoek volgens de NEN 5740 en asbest in puinonderzoek conform de NEN 5897 uitgevoerd ter plaatse van de Kapelleweg 23 te Scharendijke. De aanleiding voor het verkennend bodemonderzoek is de aanvraag van een omgevingsvergunning voor de ontwikkeling van twee nieuwbouwwoningen op de locatie. Hiervoor wordt het bestaand schurencomplex deels verwijderd. Tevens zal een wijziging in het bestemmingsplan/omgevingsplan worden doorgevoerd. Het doel van het verkennend bodemonderzoek is het vaststellen van de huidige kwaliteit van de bodem, dat wil zeggen de kwaliteit van de grond en het grondwater. Het doel van het asbest in puinonderzoek is het vaststellen of op een deel van de locatie een reële kans bestaat op de aanwezigheid van een verontreiniging met asbest. Het onderzoek is uitgevoerd conform de eisen uit de normen NEN 5725 1 en NEN 5740 2. In de volgende hoofdstukken is een uitwerking van de locatie- en achtergrondgegevens, de opzet en uitvoering van het onderzoek en de behaalde resultaten opgenomen. Op basis van de interpretatie van alle gegevens en toetsing aan de doelstelling(en) van het onderzoek zijn conclusies getrokken.

Op basis van de in deze rapportage beschreven werkzaamheden en conclusies kan geen uitspraak worden gedaan over aan- of afwezigheid van asbest(verontreiniging) op de locatie in de grond. Hiervoor is altijd onderzoek conform de onderzoeknormen NEN 5707 3 (bodem en partijen grond) noodzakelijk. Wel kan onderhavig onderzoek leiden tot een aanbeveling voor onderzoek naar asbest en is in het onderzoek rekening gehouden met een asbest in puin onderzoek conform de NEN 5897 4 (bouw- en sloopafval en recyclinggranulaat).

1.2

Kwaliteit

Het bodemonderzoek is uitgevoerd volgens de BRL SIKB 2000: veldwerk bij milieuhygiënisch bodemen waterbodemonderzoek. De volgende onderliggende protocollen zijn van toepassing: - Protocol 2001: plaatsen van handboringen en peilbuizen, maken van boorbeschrijvingen, nemen van grondmonsters en waterpassen; - Protocol 2002: het nemen van grondwatermonsters; - Protocol 2018: maaiveldinspectie en monsterneming van asbest in bodem.

Het procescertificaat van MCG Zuidwest B.V. en het daarbij behorende keurmerk zijn uitsluitend van toepassing op de activiteiten inzake de monsterneming en de overdracht van de monsters, inclusief de daarbij behorende veldwerkregistratie aan een erkend laboratorium of de opdrachtgever. De analyses zijn uitgevoerd door een geaccrediteerd laboratorium. De analyseresultaten zijn getoetst aan de toetsingscriteria zoals gesteld in de Omgevingswet. De onderzochte locatie is niet in eigendom van MCG Zuidwest B.V. of gerelateerde zusterbedrijven. Hierdoor is de wettelijk voorgeschreven functiescheiding geborgd.

1

NEN 5725:2023 (NEN, oktober 2023)

2

NEN 5740:2023 (NEN, oktober 2023)

3

NEN 5707+C2:2017 (NEN, december 2017)

4

NEN 5897+C2:2017 (NEN, december 2017)

3

24MCG373.10

1.3

Betrouwbaarheid

Het onderzoek is op zorgvuldige wijze verricht volgens de algemeen gebruikelijke inzichten en methoden. MCG Zuidwest B.V. streeft bij elk onderzoek naar een optimale representativiteit. Het onderzoek is echter gebaseerd op een beperkt aantal boringen/gaten en monsters. Hierdoor blijft het mogelijk dat plaatselijke afwijkingen in de samenstelling van de bodem en/of puinlaag aanwezig zijn welke tijdens het onderzoek niet naar voren zijn gekomen. MCG Zuidwest B.V. is niet aansprakelijk voor hieruit voortvloeiende schade of gevolgen van welke aard ook. Ondanks dit onderzoek kan achteraf aanvullende verontreiniging worden geconstateerd (restrisico). Daarom dient bij sloop- en bouwactiviteiten en bij grondwerkzaamheden steeds aandacht gegeven te worden aan afwijkende kenmerken van de bodem zoals een afwijkende kleur, geur, bijmenging en onbekende obstakels zoals leidingwerken, putten en puinlagen.

Tevens wordt erop gewezen dat dit onderzoek een momentopname is. De bodem en/of puinlaag kan na het onderzoek van kwaliteit veranderen door bijvoorbeeld een calamiteit of aanvoer van grond. Om de aanvoer van verontreinigde grond te voorkomen, dient de leverancier van de grond en/of het ophoogzand een certificaat te overleggen van de herkomst en van de chemische kwaliteit van het materiaal. In algemene zin wordt gesteld dat ongedefinieerd puin en funderingspuin waarvan de herkomst en tijdstip van productie en toepassing niet bekend is, verdacht zijn voor asbest, tenzij het materiaal is toegepast voor of nadat grootschalig met asbest werd gewerkt, of een asbestonderzoek conform de NEN 5707 en/of NEN 5897 is uitgevoerd.

4

24MCG373.10

2

VOORONDERZOEK In dit hoofdstuk wordt het voormalige, het huidige en het toekomstige bodemgebruik omschreven. Dit zal leiden tot een hypothese over de mogelijke verontreinigingssituatie van de onderzoekslocatie. In de NEN 5725 zijn verschillende mogelijke aanleidingen voor vooronderzoek naar landbodems geformuleerd. Voor onderhavig onderzoek is/zijn de volgende aanleiding(en) van toepassing: -

Aanleiding A: uitvoeren van een bodemonderzoek, saneren van een milieubelastende activiteit en/of realiseren van een gebouw op een bodemgevoelige locatie.

Voor het vooronderzoek volgens de NEN 5725 is gebruik gemaakt van gegevens verkregen uit: - Kadastrale, topografische en historische kaarten; - Een terreinverkenning; - Bodemkwaliteitskaart en boomgaardenkaart provincie Zeeland; - Digitale bodeminformatiesystemen (bijvoorbeeld Bodemloket); - Eerder onderzoek; - Informatie van de opdrachtgever.

2.1

Locatiegegevens Tabel 1: Locatiegegevens Adres Kadastrale aanduiding Oppervlakte Aard maaiveld Huidig gebruik Toekomstig gebruik Gebruik omgeving

Kapelleweg 23 te Scharendijke Middenschouwen, sectie H, perceelnummer 1018 1.690 m2 Bebouwd met diverse opstallen. De opstallen zijn voorzien van asbestverdachte golfplaten (zowel dakbedekking en/of als wandbeplating). Het buitenterrein is verhard met tegels, klinkers, beton of puin Bedrijfsterrein Wonen met tuin Wonen met tuin/agrarische percelen

Een overzicht van de ligging van de onderzoekslocatie is opgenomen in Bijlage 1. De onderzoekslocaties is in de buurtschap Looperskapelle gesitueerd. Op de locatie is een voormalige caravanstalling gevestigd. Uit kaartmateriaal van topotijdreis.nl blijken geen aanwijzingen dat in het verleden veranderingen op de locatie hebben plaatsgevonden die invloed kunnen hebben op de bodemkwaliteit. Op de historische kaarten is de ontwikkeling van Looperskapelle zichtbaar. De opstallen zijn in 1960 gebouwd. De opstallen zijn voorzien van asbestverdachte golfplaten. De meest noordelijke opstal op het perceel is voorzien van een dakgoot, maar deze is begroeid waardoor deze onvoldoende correct afwatert Tevens is ter plaatse van deze opstal een puinverharding aanwezig waardoor de bodem voor dit deel (circa 16 m1) verdacht is op de aanwezigheid van asbestverdachte materialen (uitspoeling). Verder zijn geen historische gegevens bekend over bodembedreigende (bedrijfs)activiteiten of calamiteiten op de locatie, waardoor de bodem verontreinigd kan zijn geraakt.

2.2

Terreinverkenning

Uit de terreinverkenning die is uitgevoerd voorafgaand aan het veldwerk blijkt dat het een bebouwde locatie betreft bestaande uit diverse opstallen. Het buitenterrein is verhard met tegels, klinkers, beton of puin.

Er zijn geen asbestverdachte (plaat)materialen op het maaiveld waargenomen. Wel zijn er asbestverdachte objecten aanwezig, waarvan door verwering of beschadiging asbest in de bodem kan zijn gekomen. Om deze reden is aanvullend een asbest in puinonderzoek uitgevoerd. Er zijn geen bovengrondse brandstof- of dieseltanks aangetroffen. Er zijn ook geen aanwijzingen waargenomen die duiden op ondergrondse tanks.

5

24MCG373.10

Verder zijn geen verdachte deellocaties of bodembedreigende activiteiten zoals illegale lozingen of stortingen aangetroffen. De foto’s van de locatie zijn opgenomen in Bijlage 3.

2.3

Boomgaardenkaart

2.4

Asbest

Op basis van de boomgaardenkaart van de provincie Zeeland is de onderzoekslocatie niet gelegen in een voormalig fruitteeltgebied. Daarom is de locatie niet verdacht voor organochloorbestrijdingsmiddelen. Voor de bepaling of de locatie verdacht is voor bodemverontreiniging met asbest, wordt als uitgangspunt gehanteerd dat asbest grootschalig is toepast in de periode vanaf het einde van de Tweede Wereldoorlog tot circa 1995. In algemene zin wordt gesteld dat puinlagen en/of grondlagen waarin bijmenging van puin en/of ander sloopafval voorkomt worden verdacht voor aanwezigheid van asbest. Mogelijk is sprake van verontreiniging met asbest, tenzij de betreffende lagen zijn toegepast voordat grootschalig met asbest werd gewerkt (en dit aantoonbaar kan worden gemaakt) en/of het tegendeel is bewezen. Dit laatste is alleen mogelijk door middel van asbestonderzoek conform NEN 5707 (grond) en/of NEN 5897 (bouwen sloopafval en recyclingsgranulaat).

2.5

PFAS

PFAS betreft de verzamelnaam voor poly- en perfluoralkylverbindingen. Stoffen die breed zijn toegepast in industriële en huishoudelijke producten. De bekendste verbindingen betreffen PFOS (perfluoroctaansulfonzuur) en PFOA (perfluoroctaanzuur). De unieke oppervlakte-actieve eigenschappen maken deze stoffen, en dus de producten waarin ze verwerkt zijn, water- en olieafstotend en daarnaast zijn ze zeer bestendig tegen hoge temperaturen en zuren. Ze zijn dan ook toegepast als bijvoorbeeld vlekkenbeschermingsmiddelen, het waterafstotend maken van textiel, als antiaanbaklagen en als hulpstof in bepaalde soorten blusschuim. Uit het vooronderzoek blijkt dat geen sprake is van (historische) activiteiten op of nabij de onderzoekslocaties welke verontreiniging met PFAS in de grond of het grondwater kunnen hebben veroorzaakt. Er zijn geen voorgaande onderzoeken naar PFAS op of nabij de onderzoekslocaties bekend.

2.6

2.7

Bodemkwaliteitskaart

Op basis van de bodemkwaliteitskaart van de gemeente Schouwen-Duiveland is de onderzoekslocatie gelegen in zone G ‘Overige vooroorlogse kernen’ en heeft de locatie de bodemfunctie ‘wonen’. De bodemkwaliteit van de bovengrond is geclassificeerd als ‘industrie’ en de kwaliteit van de ondergrond als ‘wonen’.

Geohydrologie

Op basis van in de nabijheid van de onderzoekslocatie gelegen boringen en daarvan afgeleid kaartmateriaal, afkomstig van onder andere TNO en de voormalige RGD (bronhouder: DINOloket), is het onderstaande vereenvoudigde bodemmodel geformuleerd. De werkelijke bodemopbouw en grondwaterstand ter plaatse van de onderzoekslocatie kan hiervan afwijken.

6

24MCG373.10

2.8

Archeologie en ontplofbare oorlogsresten

De onderzoekslocatie is op basis van de digitale archeologische waardenkaart (bron: Indicatief Kaart Archeologische Waarden (IKAW)) gelegen in een zone zonder archeologische waarde (beschermd). Naar verwachting hoeft geen rekening gehouden te worden met het mogelijk aanwezig zijn van archeologische waardevolle artefacten in de grond. Er gelden daarom geen beperkingen voor het uitvoeren van veldwerkzaamheden. Binnen de gemeente Schouwen-Duiveland is beleid opgesteld rondom het thema (opsporing) ontplofbare oorlogsresten (NGE beleidskaart). Op basis van deze kaart is de onderzoekslocatie gelegen in een gebied welke gelegen is in een zone zonder trefkans op de aanwezigheid van ontplofbare oorlogsresten.

2.9

Eerdere onderzoeken

Uit de beschikbare gegevens blijkt dat op de onderzoekslocatie en de nabije omgeving voor zover bekend in het verleden geen bodemonderzoeken zijn uitgevoerd.

7

24MCG373.10

2.10 Interpretatie en conclusie vooronderzoek

In NEN 5725 zijn per generieke aanleiding zoals benoemd in het begin van dit hoofdstuk, diverse te beantwoorden onderzoeksvragen geformuleerd. Na het verkrijgen van de gegevens beschreven in voorgaande paragrafen dienen in onderhavig onderzoek nog de volgende vragen te worden beantwoord om een onderzoekshypothese te vormen. De antwoorden zijn weergegeven in onderstaande tabel. Tabel 2: Beantwoorden onderzoeksvragen Aanleiding A: uitvoeren van een bodemonderzoek, saneren van een milieubelastende activiteit en/of realiseren van een gebouw op een bodemgevoelige locatie. Zijn er potentiële bronnen van bodembelasting (verdachte (deel)locatie(s)), zowel vanuit het verleden als het heden? Zo ja, wat zijn deze potentiële bronnen van bodembelasting, waar liggen ze en wat zijn de mogelijke bodembedreigende stoffen? Nee. Welke kwaliteitsklasse is toegekend aan de bodem in de bodemkwaliteitskaart en welke lagen zijn daarbij onderscheiden? Kwaliteitsklasse industrie voor de bovengrond en klasse wonen voor de ondergrond. Is de bodem asbestverdacht? Ter plaatse van de verharding aangrenzend aan het noordoostelijke deel van de opstal is de verharding verdacht op de aanwezigheid van asbest in verband met het asbestverdachte dakbeschot.

Binnen het overige deel van de onderzoekslocatie is de bodem op voorhand niet asbestverdacht, indien tijdens veldwerkzaamheden asbestverdachte materialen of asbestverdachte bijmengingen worden aangetroffen zal de bodem wel worden beschouwd als asbestverdacht. Wat is de bodemopbouw en geohydrologie, en is er binnen het onderzoeksgebied sprake van verschillende fysische kwaliteiten en/of bodemvreemde lagen? Zo ja, welke fysische kwaliteiten en/of bodemvreemde lagen zijn er en waar bevinden die zich? Vooralsnog niet bekend. Wordt de bodemkwaliteit of de kwaliteit van het grondwater op de locatie beïnvloed door de omgeving? Zo ja, hoe en waar? Nee. Wordt op de locatie of een deel daarvan een geval van ernstige bodemverontreiniging of een sterke verontreiniging (boven interventiewaarde) vermoed? Zo ja, waar bevindt deze zich? Nee. Is de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem afdoende bekend of is bodemonderzoek noodzakelijk? Bodemonderzoek is noodzakelijk. Er is niet voldoende informatie beschikbaar met betrekking tot de actuele bodemkwaliteit.

Welke hypothese over de bodemkwaliteit en welke strategie is van toepassing bij de uitvoering van een bodemonderzoek (inclusief de indeling van de onderzoekslocatie in deellocaties met verschillende strategieën)? Voor de bovengrond is de hypothese gesteld dat deze licht verontreinigd is met verschillende parameters uit het standaardpakket (pakket A) voor grond. Voor de ondergrond is de hypothese gesteld dat deze licht verontreinigd is met verschillende parameters uit het standaardpakket (pakket A) voor grond. Voor het grondwater is de hypothese gesteld dat deze licht verontreinigd is met verschillende parameters uit het standaardpakket (pakket B) voor grondwater. De bodem ter plaatse van de meest noordelijke opstal is niet tot licht verontreinigd met asbest. Voor de strategie wordt verwezen naar paragraaf 2.11 en 2.12.

2.11 Onderzoeksstrategie aanvullend bodemonderzoek Burgerweidestraat

De onderzoekslocatie heeft een oppervlakte van circa 1.690 m². In het kader van de NEN 5740 is op basis van het vooronderzoek uitgegaan van de onderzoeksstrategie voor een heterogeen verdachte locatie (VED-HE-NL).

In onderstaande tabel is de onderzoeksstrategie samengevat weergegeven. Tabel 3: Onderzoeksstrategie Opp.

Strategie

1.690 m2

VED-HE-NL

Pakket A: Pakket B:

Aantal boringen 1,0 m-mv 2,0 m-mv Peilbuis 10 2 1

Analyses Grond 3 Pakket A verdachte laag

Grondwater 1 Pakket B

Standaardpakket grond (NEN 5740): lutum, droge en organische stof, zware metalen, PAK, PCB en minerale olie Voorbehandeling AS3000, 9 zware metalen, aromaten (BTEXN), vluchtige chloorhoudende oplosmiddelen (VOCl), vinylchloride, minerale olie (C10-C40).

8

24MCG373.10

2.12 Onderzoeksstrategie verkennend asbest in puin onderzoek In het kader van de NEN 5897 wordt ter plaatse van de meest noordelijke opstal uitgegaan van de strategie voor een open halfverharding. Er zullen inspectiegaten worden gegraven van 30x30 cm tot onderzijde funderingslaag. Het materiaal wordt geïnspecteerd op asbestverdachte materialen > 2 cm, van de fijne fractie < 2 cm worden mengmonsters samengesteld. De op basis van bovengenoemde strategie benodigde boringen en analyses zijn in tabel 4 schematisch weergegeven. Tabel 4: Onderzoeksstrategie verkennend bodemonderzoek Deellocatie Opp. Noordelijke opstal Ca. 8 m2

Strategie Open halfverharding NEN 5897

Aantal inspectiegaten 30x30 cm 2

9

Analyses asbest in puin fijne fractie 1 (de bovenste 0,1 m1)

24MCG373.10

3

VERRICHTE WERKZAAMHEDEN

3.1

Veldwerkzaamheden

Het veldwerk is uitgevoerd op 16 september 2024 door dhr. B.N. Maas en dhr. S.P. Rijk, gecertificeerde en erkende veldwerkers van MCG Zuidwest B.V. De positionering van de boringen zijn weergegeven op de situatietekening in Bijlage 2. De booromschrijvingen zijn opgenomen in Bijlage 4. Er zijn in totaal 13 boringen (01 t/m 13) en 2 proefgaten (IG01 en IG02) uitgevoerd tot een maximale diepte van 2,5 m-mv. De grondwaterstand is tijdens de veldwerkzaamheden vastgesteld op een gemiddelde diepte van 1,00 m-mv. De bodemprofielen van de uitgevoerde grondboringen zijn beschreven en de opgeboorde grond is zintuiglijk beoordeeld. De boven- en ondergrond bestaat tot een diepte van 1,7 m-mv uit zandige/ siltige klei. Hieronder is tot de maximaal geboorde diepte van 2,5 m-mv zeer fijn zand aangetroffen. Bij de uitgevoerde grondboringen zijn zintuiglijk bijzonderheden waargenomen. De zintuiglijke bijzonderheden zijn weergegeven in onderstaande tabel. Tabel 5: Zintuiglijk waargenomen bijzonderheden Boring 01/IG01

Diepte boring (m-mv) 1,00

Traject (m-mv) 0,00 - 0,50

Grondsoort Klei

02/IG02

2,50

0,50 - 1,00 0,00 - 0,50

Klei Klei

03 04 05

1,00 1,00 2,00

06 07

1,00 1,00

0,50 - 1,00 0,20 - 0,50 0,15 - 0,50 0,50 - 1,00 0,00 - 0,50 0,20 - 0,60 0,05 - 0,50

Klei Klei Klei Klei Klei Klei Klei

08

1,00

09

1,00

-

11

1,00

13

2,00

0,00 - 0,30 0,30 - 0,50 0,00 - 0,05 0,05 - 0,50 0,50 - 1,00 0,15 - 0,50 0,50 - 1,00 0,40 - 0,50 0,90 - 1,00

Gf: Grove fractie AVM: Asbestverdacht materiaal

Klei Klei Klei Klei Klei -

Waargenomen bijzonderheden sterk plastichoudend, matig slakhoudend, 30x30, gf 6%, AVM 1x sporen baksteen sterk baksteenhoudend, zwak plastichoudend, matig slakhoudend, 30x30, gf 25%, AVM 1x sporen baksteen matig baksteenhoudend zwak baksteenhoudend sporen baksteen zwak kolengruishoudend zwak baksteenhoudend matig baksteenhoudend, sterk steenhoudend uiterst steenhoudend volledig baksteen volledig stenen matig baksteenhoudend sporen baksteen zwak baksteenhoudend sporen baksteen uiterst baksteenhoudend volledig baksteen

Tijdens de uitvoering van de veldwerkzaamheden hebben geen afwijkingen plaatsgevonden die een negatieve invloed kunnen hebben op het onderzoeksresultaat. De in de opgeboorde grond waargenomen bijmengingen met baksteen kunnen op basis van de NEN 5725 als gedefinieerde en voor wat betreft asbest onverdachte bijmenging worden beschouwd. De aangetroffen puinlaag wordt met onderhavig onderzoek onderzocht op asbest. De grond is bemonsterd per traject van maximaal 0,5 m, of gerelateerd aan de bodemsamenstelling. Op 23 september 2024 is het grondwater uit de peilbuis bemonsterd door dhr. S.P. Rijk. In onderstaande tabel zijn de meetgegevens tijdens de peilbuisbemonstering weergegeven. Tabel 6: Metingen grondwater Watermonster 02/IG02-1-1

Filterdiepte (m-mv) 1,50 - 2,50

Grondwaterstand (m-mv) 0,98

pH 738,0

EC (µS/cm) 1100

Troebelheid (NTU) 13,1

Er is sprake van een verhoogde NTU wanneer de meetwaarde boven de natuurlijke waarden (0 - 10 NTU) is gelegen. Dit is van toepassing voor het grondwater uit de peilbuis. De verhoging is het gevolg van een verhoogde concentratie aan emulsie en/of in suspensie zijnde vaste (grond)deeltjes. 10

24MCG373.10

Wanneer bij een verhoogde NTU onvoorziene verontreiniging in het grondwater wordt gemeten kan dit resultaat worden geverifieerd door herbemonstering en -analyse van het grondwater. Hierbij dient een langere rusttijd (herstel van de bodembalans) in acht te worden genomen en/of een andere bemonsteringstechniek (pompen met lager debiet van grondwater) te worden toegepast. Op basis van de behaalde analyseresultaten is er geen reden geweest om een verificatieonderzoek uit te voeren.

3.2

Laboratoriumonderzoek

De grondmonsters zijn zo spoedig mogelijk na monsterneming aangeboden aan een door de Raad van Accreditatie erkend milieulaboratorium. Vooraf heeft door MCG Zuidwest B.V. conservering van de monsters plaatsgevonden. Het laboratorium is verzocht de grond(meng)monsters te analyseren volgens het opgestelde analyseprogramma zoals weergegeven in onderstaande tabellen. De analysecertificaten zijn opgenomen in Bijlage 5. Tabel 7: Analyses grond en puin Analysemonster MM01

Deelmonsters (m-mv) 05 (0,00 - 0,50)

Analyse Pakket A

MM02

Pakket A

Pakket A

Kwaliteitsbepaling ondergrond

ASB01 ASB02 AVM01

03 (0,20 - 0,50) 06 (0,20 - 0,60) 07 (0,05 - 0,50) 11 (0,15 - 0,50) 02/IG02 (0,50 - 1,00) 04 (0,50 - 1,00) 09 (0,50 - 1,00) 01/IG01 (0,00 - 0,50) 02/IG02 (0,00 - 0,50) 01/IG01 (0,00 - 0,50)

Motivatie Kwaliteitsbepaling zwak kolengruishoudende bovengrond Kwaliteitsbepaling bovengrond

Asbest Asbest Asbest

AVM02

02/IG02 (0,00 - 0,50)

Asbest

Bepalen gehalte asbest in verhardingslaag Bepalen gehalte asbest in verhardingslaag Bepalen gehalte asbest in asbestverdacht materiaal Bepalen gehalte asbest in asbestverdacht materiaal

MM03

Tabel 8: Analyses grondwater Analysemonster

Filterstelling (m-mv)

Analyse

Motivatie

02/IG02-1-1

1,50 - 2,50

Pakket B

Kwaliteitsbepaling grondwater

11

24MCG373.10

4

4.1

RESULTATEN

In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de analyseresultaten van het eerder opgestelde analyseprogramma. De resultaten zijn weergegeven in de volgende paragrafen. De bijbehorende analysecertificaten en toetsingstabellen zijn opgenomen in Bijlage 5 en 6. Voor een overzicht van het toetsingskader wordt verwezen naar Bijlage 7.

Toetsing

In onderstaande tabellen zijn de toetsingsresultaten voor de grond samengevat weergegeven. Tabel 9: Toetsingsresultaten grond Analyse monster MM01 MM02

MM03

Deelmonsters

Beoordeling kwaliteit van grond bij toepassing op of in de bodem (T.101) 05 (0,00 - 0,50) Klasse sterk verontreinigd 03 (0,20 - 0,50) Klasse wonen 06 (0,20 - 0,60) 07 (0,05 - 0,50) 11 (0,15 - 0,50) 02/IG02 (0,50 - Klasse wonen 1,00) 04 (0,50 - 1,00) 09 (0,50 - 1,00)

Beoordeling aan de I-waarde bodemkwaliteit (T.130) Overschrijding Interventiewaarde Voldoet aan Interventiewaarde

Voldoet aan Interventiewaarde

Tabel 10: Overschrijdingstabel grond (T.101) Analysemonster MM01

Deelmonsters (m-mv) 05 (0,00 - 0,50)

MM02

03 (0,20 - 0,50) 06 (0,20 - 0,60) 07 (0,05 - 0,50) 11 (0,15 - 0,50) 02/IG02 (0,50 - 1,00) 04 (0,50 - 1,00) 09 (0,50 - 1,00)

MM03

WO: IND: MV: SV: >IW:

Klasse Wonen Klasse Industrie Klasse Matig verontreinigd Klasse Sterk verontreinigd Groter dan interventiewaarden

WO

IND

MV

SV

>IW

Zink [Zn], Kwik [Hg], Lood [Pb] PAK 10 VROM

PCB (som 7)

Minerale olie C10 - C40

PAK 10 VROM

PAK 10 VROM (2,47)

-

-

-

-

PCB (som 7), Kwik [Hg], Lood [Pb], PAK 10 VROM

-

-

-

-

Disclaimer: Toetsingen zijn voorlopig uitgevoerd volgens tijdelijke kaders van de Omgevingswet, in afwachting van formele vaststelling door Rijkswaterstaat medio 2024. Hieraan kunnen geen rechten worden ontleend. Tabel 11: Toetsingsresultaten grondwater Watermonster 02/IG02-1-1

4.2

Filterdiepte (m-mv) 1,50 - 2,50

> S (+index) Xylenen (som) (0,01)

> I (+index) -

Asbest

In onderstaande tabel zijn de toetsingsresultaten van het asbestonderzoek weergegeven. Tabel 12: Toetsingsresultaten asbest (meng) monster

Inspectiegat (m-mv)

ASB01 + AVM01 ASB02 + AVM02

01/IG01 (0,00 - 0,50) 02/IG02 (0,00 - 0,50)

Verzamelmonster (> 2 cm) Serpentijn Amfibool asbest asbest

Grond(meng)monster (< 2 cm) Serpentijn asbest

Amfibool asbest

Totaalgehalte, Gewogen* (mg/kg ds, afgerond)

-

-

22,05

-

22

29,41

-

24

-

53

12

24MCG373.10

5

CONCLUSIES EN ADVIES

5.1

Conclusies

Uit de resultaten blijkt dat in de zwak kolengruishoudende bovengrond ter plaatse van boring 05 een sterke verontreiniging met PAK is aangetoond. Deze verontreiniging is alleen in de richting van boring 06 in voldoende mate horizontaal afgeperkt. Daarnaast is deze bodemlaag matig verontreinigd met minerale olie, is er voor de parameter PCB’s een overschrijding van de klasse wonen aangetoond en voor de parameters zink, kwik en lood een overschrijding van de klasse landbouw/natuur. In de overig geanalyseerde bovengrond is voor de parameter PAK een overschrijding van de klasse landbouw/natuur aangetoond. In de ondergrond is voor de parameters PCB’s, kwik, lood en PAK een overschrijding van de klasse landbouw/natuur aangetoond.

In het grondwater is voor de parameter xylenen een overschrijding van de streefwaarde aangetoond. Verder is ter plaatse van het noordelijke pad ter plaatse van de druppelzone asbest aangetoond in de vorm van asbest verdacht materiaal, maar ook in de fijne fractie (<20 mm). Ter plaatse van inspectiegat IG01 is een gemiddeld gehalte van 22 mg/kg ds asbest aangetoond. Ter plaatse van inspectiegat IG02 is een gemiddeld gehalte van 53 mg/kg ds asbest aangetoond.

5.2

Toetsing onderzoekshypotheses

In het vooronderzoek zijn onderzoekshypotheses geformuleerd op basis waarvan de gebruikte onderzoeks- en analysestrategieën zijn opgesteld. Hieronder is weergegeven in hoeverre deze hypotheses verworpen kunnen worden of dienen te worden aangenomen op basis van de onderzoeksresultaten. Eventuele gevolgen voor het vervolgtraject zijn in de paragraaf Advies opgenomen. Voor het onderzoek naar chemische parameters is uitgegaan van de hypotheses: •

•

•

•

5.3

Bovengrond: verdacht voor bodemverontreiniging met diverse parameters uit het standaardpakket voor grond. Deze hypothese dient op basis van de onderzoeksresultaten te worden aangenomen. Ondergrond: verdacht voor bodemverontreiniging met diverse parameters uit het standaardpakket voor grond. Deze hypothese dient op basis van de onderzoeksresultaten te worden aangenomen. Grondwater: verdacht voor bodemverontreiniging met diverse parameters uit het standaardpakket voor grondwater. Deze hypothese dient op basis van de onderzoeksresultaten te worden aangenomen. Asbest: de puinfundatie is verdacht voor een verontreiniging met asbest. Deze hypothese dient op basis van de onderzoeksresultaten te worden aangenomen.

Advies

De verkregen resultaten geven aanleiding tot het uitvoeren van een nader bodemonderzoek met als doel de ernst en omvang van de sterke verontreiniging met PAK in de bovengrond ter plaatse van boring 05 te bepalen. Ter plaatse van IG02 wordt de helft van de interventiewaarde (>50 mg/kg ds) overschreden. Dit geeft aanleiding tot het adviseren van een nader asbestonderzoek binnen dit gedeelte van de onderzoekslocatie. Dit onderzoek kan niet zonder meer gebruikt worden om grond, afkomstig van de onderzoekslocatie, elders toe te passen. Hiervoor dienen de toepassingseisen van het Besluit bodemkwaliteit in acht genomen te worden.

13

24MCG373.10

BIJLAGE 1 Overzichtskaart

LOCATIEOVERZICHT TOPOGRAFISCHE KAART

Bron: Topotijdreis, schaal 1 : 25.000

BIJLAGE 2 Situatietekening

BIJLAGE 3 Foto’s

FOTOVERSLAG

Foto 1

Foto 2

Foto 3

FOTOVERSLAG

Foto 4

Foto 5

Foto 6

FOTOVERSLAG

Foto 7

Foto 8

Foto 9

FOTOVERSLAG

Foto 10

Foto 11

BIJLAGE 4 Profielbeschrijvingen

Schaal 1: 40 Boring:

01/IG01

Boring:

02/IG02

X: Y:

49786,49 416563,23

X: Y:

49791,77 416558,59

0

0 1

AVM1

FF1 50

50

braak

1

FF2 50

braak Klei, matig zandig, sterk baksteenhoudend, zwak plastichoudend, matig slakhoudend, neutraal grijsbruin, 30x30, gf 25% AVM 1x Klei, matig zandig, sporen baksteen, neutraalbruin

2

100

100

AVM2

50

Klei, sterk siltig, zwak humeus, sporen baksteen, donkergrijs

2

0

0

Klei, matig zandig, sterk plastichoudend, matig grindhoudend, matig slakhoudend, donker grijsbruin, 30x30, gf 6%AVM 1x

100

100

Klei, sterk siltig, neutraalgrijs 3 150

150 4

170

200

Klei, sterk siltig, matig humeus, laagjes veen, donkergrijs Zand zeer fijn, sterk siltig, neutraalgrijs

5

6 250

250

Boring:

03

Boring:

04

X: Y:

49770,47 416522,81

X: Y:

49778,43 416532,27

0 5

0 1

20

2 50

50

tegel

0

Zand matig fijn, zwak siltig, neutraalbeige

1

Klei, sterk zandig, zwak humeus, matig baksteenhoudend, donkerbruin

2

0 8 15

50

50

Klei, matig siltig, donkerbruin 3 100

Projectcode: 24MCG373.10

100

Zand matig fijn, zwak siltig, neutraalbeige Klei, sterk zandig, zwak baksteenhoudend, donkergrijs Klei, sterk zandig, matig humeus, sporen baksteen, donkergrijs

3 100

klinker

100

Projectnaam: Kapelleweg 23, Scharendijke getekend volgens NEN 5104

Schaal 1: 40 Boring:

05

Boring:

06

X: Y:

49782,21 416538,81

X: Y:

49775,64 416540,35

0

0

braak

0

0

Klei, sterk zandig, zwak kolengruishoudend, neutraalbruin

1

20

1

Zand matig fijn, zwak siltig, neutraalbeige Klei, sterk zandig, zwak humeus, zwak baksteenhoudend, donkerbruin

2 50

50

klinker

8

50 Klei, matig siltig, zwak roesthoudend, neutraal bruingrijs

60

Klei, matig siltig, neutraalgrijs

2

3 100

100

100

100 Klei, matig siltig, matig roesthoudend, neutraal grijsbruin

3 150

150

Klei, matig siltig, neutraalgrijs 4 200

200

Boring:

07

Boring:

08

X: Y:

49781,38 416556,14

X: Y:

49785,82 416550,37

0 5

0

tegel

1 50

50

0

0

Klei, sterk zandig, matig baksteenhoudend, sterk steenhoudend, sterk grindhoudend

30

Volledig baksteen 50

50 Klei, matig siltig, neutraalgrijs

Klei, matig siltig, neutraalgrijs

2 100

verharding Uiterst steenhoudend, matig grindhoudend

MM1

1 100

Projectcode: 24MCG373.10

100

100

Projectnaam: Kapelleweg 23, Scharendijke getekend volgens NEN 5104

Schaal 1: 40 Boring:

09

Boring:

10

X: Y:

49793,73 416551,91

X: Y:

49779,84 416564,04

0 5

0

verharding

1

Klei, sterk zandig, zwak humeus, matig baksteenhoudend, donkerbruin

1 50

50

0 5

0

Volledig stenen

20

2

Klei, matig siltig, neutraal grijsblauw

Klei, sterk zandig, sporen baksteen, zwak grindhoudend, donkerbruin

Klei, matig siltig, matig humeus, matig veenhoudend, neutraal bruingrijs

3 100

100

100

100

Boring:

11

Boring:

12

X: Y:

49769,46 416562,64

X: Y:

49768,13 416548,85

0 1

0 8 15

2 50

50

0 8

0

Zand matig fijn, zwak siltig, neutraalbeige 1

Klei, sterk zandig, zwak baksteenhoudend, neutraalgrijs

100

Projectcode: 24MCG373.10

klinker Klei, matig siltig, zwak humeus, donker bruingrijs

50

Klei, matig siltig, zwak humeus, zwak veenhoudend, sporen baksteen

3 100

klinker

Zand matig grof, zwak siltig, neutraalbeige

50

50

2

tegel

2 100

100

Projectnaam: Kapelleweg 23, Scharendijke getekend volgens NEN 5104

Schaal 1: 40 Boring:

13

X: Y:

49760,22 416542,86 0

0 1

20

Zand matig fijn, zwak siltig, neutraalbeige

40

Klei, matig siltig, neutraalgrijs

2 50

klinker

8

3

50

Klei, matig siltig, uiterst baksteenhoudend, neutraal roodbruin

4

Zand matig fijn, kleiïg, donkergrijs 90 100

100

Volledig baksteen Klei, matig siltig, zwak humeus, matig veenhoudend, neutraal grijsblauw

5 150 6 200

200

Projectcode: 24MCG373.10

Projectnaam: Kapelleweg 23, Scharendijke getekend volgens NEN 5104

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16252190/1