CConstaterende datSchouwen-Duiveland
Koppel je AI →
Document · PDF

1583313 Bijlage 2 RAP Bijlagen

Gemeenteraad 30 oktober 2025, gemeente Schouwen-DuivelandBij agendapunt: RVS Actualisatie archeologiebeleid Schouwen Duiveland (1583313)16.732 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Alle onopgehelderde burgerlijke vragen voor het gehele eiland beslist tot nader order de heer Vriesendorp, Slot Moermond in Renesse. Voor alle afz onderlijke gemeenten de bevoegde burgemeesters. Ouders en volwassenen op het eiland Schouwen: Let op uw kinderen. Wees voorzichting met het verlaten van militaire doelen. Zorg daarom dat kinderen niet spelen met gevonden losse patronen, lonten enz. Vermijdt meer dan ooit mijnenvelden, op dat de oorlog niet meer slachtoffers eist. In verband hiermee zou ik als Districtscommandant, ook namens de Ortskommandant, de bevolking van het eiland Schouwen en vooral de aangestelden in Openbare Dienst, mijn dank uitspreken voor de loyale samenwerking en opgeofferde medewerking voor het bewaren van de rust en orde, zowel voor het aan mij bewezen vertrouwen. (get.) Hinricher, Ob. Ltn. U. Bezirkskommandant".

Op de volgende dag hadden zich in de haven van Colijnsplaat Britse commandotroepen verzameld om met landingsvaartuigen over te steken. Omstreeks 08.15 uur begaven de zwaar bewapend en geharde commando's zich aan boord. Ter ondersteuning had de Royal Artillery rondom Colijnsplaat inmiddels de kanonnen opgesteld, met de vuurmonden in de richting van Schouwen. Ze voeren ongehinderd naar de Schouwsedijk in Zierikzee en onderhandelden vervolgens met de Duitse bevelhebber over de capitulatie.

Afb. 55. Geallieerde militairen in Haamstede, de rechter persoon in burgerpak is wellicht de in ere herstelde Burgemeester van Haamstede, Jhr. Roëll (www.oorlogzeeland.nl).

Na de bevrijding werd een deel van de Duitse krijgsgevangenen ingezet om de vele mijnen te ruimen. Rondom alle stellingen lagen deze. Er werden zelfs nieuwe velden aangelegd na de inundatie, om een invasie via de landzijde tegen te gaan.

Afb. 56. Duitse militairen ruimen na de bevrijding mijnenvelden (www. strijdbewijs.nl)

Afb. 57. Detail van de Duitse mijnenvelden bij Renesse, waarvan 1, 2 en 36, 37 na de inundatie zijn aangelegd (Heijkoop & Rijpsma 2010).

De nog staande bunkers hebben een onmiskenbare waarde. Voor zover ze inmiddels zijn gesloopt of ingepast, is er altijd rekening te houden met eventueel achtergebleven fundamenten. Ook zullen er loopgraven, schuilplaatsen en afvalkuilen tussen en naast de c omplexen te verwachten zijn. Deze zogenaamde ‘zachte sporen’ worden vaak vergeten als het gaat om aandacht van het erfgoed gerelateerd aan de Atlantikwall. Het zijn echter vaak deze sporen die meer een beeld geven van het leven en werken van de soldaten in de stelling of het vliegveld. In studies gepresenteerd in 2014 en 2019 is onderbouwd aangegeven dat naast tijdscapsules, zoals scheeps - en vliegtuigwrakken, juist complexen met een accumulatie aan materiaal, zoals een afvalkuil naast een bunker, de belang rijkste categorie is bij sporen van modern oorlogserfgoed. 9

Na de bevrijding van meer zuidelijk en oostelijke delen van Zeeland, kwam Schouwen -Duiveland regelmatig onder geallieerd artillerievuur te liggen. Niet alleen de Duitse stellingen, maar ook andere doelen werden onder vuur genomen. Een voorbeeld is Brouwershaven dat vanaf het najaar van 1944 tot en met de bevrijding in mei 1945 Brouwershaven regelmatig met artillerie bestookt is vanaf NoordBeveland. Het doel van de beschietingen was met name de haven, aangezien die in gebruik was bij de Kriegsmarine. De hierbij ontstane granaattrechters kunnen, net als de bomkraters op Flugplatz Haamstede maar ook in Brouwershaven zelf, zijn gevuld met allerhande materiaal variërend van afgedankte munitie, uitrustingsstukken tot persoonlijke eigendommen. Dit soort sporen hebben daarmee ook een archeologische waarde.

9

Bosman e.a. 2014; Bosman & Willemsen 2019.

Afb. 58. Als donkere vlekken zichtbare granaattrechters bij Brouwershaven op een geallieerde luchtfoto van 19 maart 1945 (Taks 2016).

Afb. 59. Verwoesting aan en rond de kerk van de Gereformeerde Gemeente in de Schoolstraat te Bruinisse als gevolg van de geallieerde beschieting op 5 november 1944 vanaf Anna Jacobapolder (Zeeuws Archief, Beeldbank Schouwen-Duiveland, nr BRU-2780).

De luchtoorlog 1939-1945 De sporen van de luchtoorlog verdienen een aparte paragraaf in deze studie. Er is maar één locatie waar een concentratie ligt, en dat is het boven al besproken vliegpark of later Fliegerhorst Haamstede. De toestellen zijn hier voornamelijk op de grond vernietigd of gecrasht. Onder zijn ze op de kaart en lijst als respectievelijk nr. 1 en 2 gedocumenteerd (afb. 63).

Afb. 60. Wrak van een Koolhoven F.K.-51 op vliegveld Haamstede, mei 1940 (Zeeuws Archief, Beeldcollectie Schouwen-Duiveland).

Elders gaat het om neergestorte toestellen of noodlandingen, waarna in sommige gevallen het toestel alsnog verwoest raakt. Over de luchtoorlog in Zeeland is de afgelopen jaren een uitgebreide studie verschenen door De Meester en Stoutjesdijk. Zij hebben onder andere een tweedelig overzicht gepubliceerd van locaties waar op Schouwen-Duiveland toestellen zijn neergekomen. Ze geven hier uitdrukkelijk bij aan dat het niet compleet is, en dat vooral bij de in het water gestorte toestellen het beeld onvolledig is. Dit komt vooral omdat vaak de exacte locatie (nog) niet bekend is anders dan bijvoorbeeld ‘Oosterschelde’. Een voorbeeld hiervan is een van Soesterberg richting Engeland opgestegen Dornier DO 217E-2 die op 23 december voor de kust van Schouwen-Duiveland neerstort, waarbij de gehele bemanning bestaande uit Lt H. Ungerer, piloot, Gefr R. Fischer, waarnemer, Ogfr R. Schwab, verbindingsman en Ogfr P. Bookschulte, boordschutter sneuvelt.

Afb. 61. Fliegerhorst Haamstede met het over de kop geslagen toestel van Feldwebel Fritz Schöpe. De Messerschmitt Bf 109E-8 van het 5./JG 52 met Werknr. 6387 en registratie ‘Schwarze 8’ raakte bij het ongeval op 27 januari 1941 zwaar beschadigd (NIMH).

Een deel van de vliegtuigen is, zoals het toestel hierboven, nog tijdens de oorlog geborgen. Zeker in die tijden van schaarste aan aluminium was dit noodzakelijk. Maar een deel van de crashlocaties kunnen nog intact zijn en zijn daarmee als modern oorlogserfgoed van belang.

Afb. 62. Een op 18 september 1944 neergeschoten C-47A Skytrain (Dakota), trekkervliegtuig voor een zweefvliegtuig, dat werd los geschoten en landde in de Westenschouwense Inlaag, een tweede zweefvliegtuig bij Molenberg. De Dakota werd getroffen door Duits luchtafweergeschut en probeerde te landen op het ontmantelde vliegveld Haamstede dat vol met greppels en mijnen lag (Zeeuws Archief, Beeldcollectie Schouwen-Duiveland).

Afb. 63. Overzicht van vliegtuigcrashes op Schouwen-Duiveland 1939-1945 (De Meester & Stoutjesdijk 2018).

De nummers op bovenstaande afbeeldingen betreffen de volgende vliegtuigen:

1. De vernietiging van 26 Nederlandse toestellen in de meidagen van 1940: 10 Koolhoven F.K. 51, 11 Fokker C-V, 2 Koolhoven F.K. 56, 1 Fokker C-X, 1 Fokker F-VII/3m 2. Nood- en crashlandingen van 2 Messerschmitt Bf 109 van 4./JG 54, 1 idem van 6./JG 54, 2 idem van 5./JG 52, 1 idem van 2./JG 52 en 1 Fockewulf Fw 190 van 6./JG 1 3. Fokker C-V op 10 mei 1940 4. Heinkel He 111 op 29 juli 1940 5. Heinkel He 111 op 11 mei 1940 6. Junkers Ju 88 van KG 30 op 17 mei 1940 7. Junkers Ju 88 van KG 30 op 30 mei 1940 8. Bristol Blenheim van No. 114 Sqn op 1 augustus 1940 9. Bristol Blenheim van No. 18 Sqn op 2 augustus 1940 10. Dornier Do 217 van IV./KG 3 op 6 augustus 1941 11. Vickers Wellington van No. 12 Sqn op 11 oktober 1941 12. Armstrong Whitworth A.W.38 Whitley van No. 58 Sqn op 7 november 1941 13. Messerschmitt Bf 109 van JG 2 op 29 maart 1942 14. Hawker Hurricane van No. 3 Sqn op 6 juni 1942 15. Hawker Hurricane van No. 1 Sqn op 26 juni 1942 16. Handley Page Halifax van No. 78 Sqn op 7 augustus 1942 17. Fockewulf Fw 190 van 12./JG 1 op 5 oktober 1942 18. Messerschmitt Bf 110 van I./NJG 1 op 11 april 1943 19. Avro Lancaster van No. 100 Sqn op 12 juni 1943 20. Messerschmitt Bf 110 van III./NJG 4 op 22 juni 1943 21. Supermarine Spitfire van No. 453 Sqn op 22 juni 1943 22. Handley Page Halifax van No. 77 Sqn op 26 juli 1943 23.

Boeing B-17 Flying Fortress van 388 BG op 19 augustus 1943 24. 2 Hawker Typhoon van No. 198 Sqn op 27 september 1943 25. Boeing B-17 Flying Fortress van 94 BG op 5 november 1943 26. Republic P-47C Thunderbolt van 355 FG op 5 november 1943 27. Boeing B-17 Flying Fortress van 447 BG op 11 maart 1944 28. North American Aviation P-51 Mustang van 357 FG op 12 april 1944 29. North American Aviation P-51 Mustang van 357 FG op 15 april 1944 30. Airspeed AS.51 Horsa glider op 17 september 1944

31. Douglas C-47A Skytrain (Dakota) en Waco CG-4 glider op 18 september 1944 32. Airspeed AS.51 Horsa glider op 18 september 1944 33. Consolidated B-24 Liberator van 93 BG op 28 januari 1945 34. Consolidated B-24 Liberator van 93 BG op 5 april 1945 34. Consolidated B-24 Liberator van 389 BG op 5 april 1945

In de lijst is het toegenomen geallieerde overwicht in de lucht af te lezen. Het laatste Duitse toestel dat hier crasht, gebeurt in 1943. De oorlog zal daarna nog twee jaar duren.

Radar en radiobakens Een nauw met de luchtoorlog verbonden aspect is radar. Overigens werd het op Schouwen -Duiveland niet alleen tegen vliegtuigen ingezet, maar was het door de Kriegsmarine ook bij de kustverdediging en tegen scheepvaartbewegingen gebruikt. Over het Duitse radar in Nederland is een uitgebreide studie verschenen door John Verbeek en Cees Neisingh. De volgende gegevens zijn hieraan ontleend.

Als alarmsysteem tegen geallieerde luchtaanvallen hadden de Duitsers in Luftgau Holland een verfijnd grid aangelegd van met elkaar verbonden peil- en waarnemingsstations. In oktober 1941 stond er bijvoorbeeld een Würzburg radar van de 5. Kompagnie Luftnachrichten-Abteilung 51 bij Renesse. Het hield met vier andere binnen de lijn Scheveningen-Breskens het luchtruim in de gaten.

Afb. 64. Voorbeeld van een Radargerät Würzburg D in gebruik bij de Luftwaffe in Frankrijk (Bundesarchiv_Bild_101I-662-6660-27A).

Bij de radarstellingen werd niet alleen een basis gebouwd voor de radar zelf, maar was er ook behoefte aan stroomvoorziening vanuit een aggregaat. Ook die werden vaak in een (verstevigd) gebouw geplaatst. Tenslotte moest ook de bemanning ergens ondergebrac ht worden, waarbij rekening gehouden moest worden dat er voldoende ruimte was voor de bevelvoerder, de wacht en aflossing(en). Op de foto van de stelling bij Domburg (afb. 66) staat een verblijf/opslag pal achter de radaropstelling.

Afb. 65. Door de RAF op 13 maart 1942 gemaakte kaart van de Würzburg radar bij Renesse. De strandopgang bovenaan is de Oude Moolweg (Verbeek & Neisingh 2020).

Naarmate de oorlog vorderde lukte het de geallieerden steeds meer de Duitse radar te storen. Hierdoor greep men veelal terug op visuele en akoestische waarneming. Er werden nieuwe waarnemingsposten gebouwd, zogenaamde Flugwache. Dit konden Tobruks zijn met een (deels) glazen koepel. Op Schouwen-Duiveland werden Flugwache in Zierikzee, Renesse (bij Stp. XXXXII ML), Westenschouwen (bij Stp. XXXV ML), Bruinisse en Brouwershaven gebouwd.

Om het storingsprobleem verder op te vangen werd de radar verbeterd tot het model Würzburg Riese. Dit werd niet alleen ingezet tegen geallieerde vliegtuigen en het leiden van Duitse nachtjagers naar hun doel, maar ook voor de tactische bewaking van het vaarwater en vuurleiding van de kustbatterijen. Er zijn na de oorlog bij Zierikzee twee betonnen sokkels gevonden voor de Würzburg Riese. 10 Mogelijk was hier een Riesendoppelstellung bedoeld. Het is niet bekend of hier ook een Freya systeem heeft gestaan (afb. 67). In ieder geval is het vermoeden dat het hier slechts kort heeft gefunctioneerd alvorens het naar Oostkapelle werd verplaatst.

10

51 o 39’58”N 3 o 55’1”O en 51 o 40’18”N 3 o 54’49”O

Afb. 66. Würzburg Riese radar bij Domburg (www.oorlogzeeland.nl).

De hiervoor al even genoemde Freya Flugmelde radarapparaat is voor het eerst in gebruik sinds 1939. In tegenstelling tot de voorgaande schotelantennes, oogt deze meer als een rechthoekige televisieantenne. Mogelijk was de Freya, die bij Zierikzee kort in gebruik was, verplaatst naar de Fluwa post bij Renesse, en daar de codenaam Hamster kreeg.

Afb. 67. Voorbeeld van een Freya radar in Denemarken (IWM).

Bij Nieuwerkerk werd aan het einde van de oorlog een Freya-EGON stelling gebouwd. Deze afkorting staat voor Erstling – Gemse – Ortung un Navigation. Het was een zender, die op zijn beurt secundaire units in werking deed treden. Het was vooral bedoeld voor het geleiden van bommenwerpers naar hun doelen, onder andere bij gebruik van geleide wapens. De positie bij Nieuwerkerk kreeg de codenaam Hexe.

Afb. 68. Codering op de L 484 bunker bij Haamstede (Zeeuws Archief, Albums Schouwen-Duiveland, nr A-11417).

De bij Haamstede gebouwde L 484 Unterstand für Funksendestelle is er slechts één van de drie die in Nederland voorkomen. Het is sowieso een zeldzaam type aangezien er slechts 14 voorkomen verspreid over het hele door de Duitsers veroverde gebied. Het was een fort op zich. Het had immers gassluizen, een interne Tobruk, een opstelling voor een mitrailleur in een Nahkampfraum en afsluitbare schietgaten voor geweren ter verdediging van de toegangen. De zendinstallatie stond in het grote vertrek links (zie onder, ruimte 80). In de wanden waren uitsparingen voor de vele kabels. De L 484 was de bescherming voor een Sonne navigatiebaken. Het werd zowel door de Luftwaffe, en later ook door de Kriegsmarine gebruik als navigatiehulpmiddel voor schepen.

Een ander typisch Luftwaffe object was de Funkfeuer-Anlage. Hiermee een Drehscheinwerfer, met ronddraaiend licht als navigatiebaken dienen. Op 1,5 km ten oosten van de kerk van Brouwershaven stond er één met codenaam Fritz. Het was niet meer dan een grote lamp op een stalen staaf op de plaats gehouden door stalen scheerlijnen. Het is in 1943 al niet meer in gebruik.

Afb. 69. Een Funkfeuer-Anlage bij Ell-Hunsel (Verbeek & Neisingh 2020).

Nadat gebleken was dat de Freya en Würzburg ook op zee konden werken bij de kustverdediging en bestoken van vijandelijke schepen, heeft de Kriegsmarine tussen 1943 en 1945 ook een serie radarsystemen aangeschaft en ingezet. In een opgave van 1 april 1945 b lijkt dat er één Würzburg Riese in ieder geval bij Haamstede staat, met de codenaam Ingeborg. 11 Het hoort bij de 1. Kompagnie van de 4. Marine Funkmeβ Abteilung. De commandopost hiervan was op Oostvoorne, terwijl het geheel geleid werd vanuit de regio Utrecht/Zeist. Op 17 september 1944 werd, in samenhang met operatie Market Garden, het Duitse radarsysteem overal waar mogelijk aangevallen. Ingeborg werd door geallieerde jachtbommenwerpers aangevallen en onder andere bestookt met 20 mm brisantgranaten. De spiegel van de radar, het bedieningshuis èn

11

51 o 43’47”N 3 o 42’51”O

de scherfvrije muur werden doorboord, waarna het systeem uitviel en niet meer hersteld kon worden. Saillant detail is dat de bediening ongedeerd bleef en nadien voor infanterietaken is ingezet.

Daarnaast heeft de Kriegsmarine langs de kust zogenaamde FuMB-Geräte opgesteld. Dit is de afkorting voor Funkmeβbeobachtingsgeräte. Om het eigenlijke doel te verdoezelen werd hier door de Duitsers naar verwezen als de Windmeβgeräte. Deze apparatuur was echter geschikt om geallieerde radiosignalen en -communicatie op te sporen en uit te peilen. Het stond op een mobiele opstelling of in een scherfvrij of houten gebouw. Het was een 4 m hoge antenne op vier poten, gemonteerd op een houten bedieningscabine. Op Schouwen hebben twee van dergelijke apparaten in combinatie gestaan: een FuMB 4 Samos en een FuMB5 Fanõ.

Afb. 70. FuMB 4 (grote antenne) en de FuMB 5 (kleine antenne) gecombineerd tot een FuMB 21, Søndervig, Denemarken (www.gyges.dk).

Archeologische verwachting en potentie In tegenstelling tot WO1 is er voor WO2 veel meer bekend over exacte locaties van defensieve posities, crash-locaties en dergelijke. Er is in veel ruimere mate kaart - en fotomateriaal voorhanden, plus dat in diverse archieven contemporain bijgehouden besch rijvingen te raadplegen zijn. Daarnaast is er wel enig informatieverlies. Hoewel veel van de bunkers in de zeereep mogelijk zijn gesloopt of verdwenen is er toch nog een zeer groot aantal gebouwde monumenten over. Die gebouwde monumenten, zoals bunkers, stellingen en funderingen, hebben een intrinsieke waarde, maar wat relatief vaak vergeten wordt is dat om en tussen die gebouwde objecten zogenaamde ‘zachte sporen’ aanwezig zijn. Het zijn met name deze loopgraven, afvalkuilen en latrines die kwetsbaar zijn aangezien ze het doelwit kunnen zijn voor hobby-zoekers. De hierin weggeworpen of verloren metalen

objecten geven een beeld van het leven en werken in de stellingen, meer nog dan waartoe de gebouwde monumenten zelf nog in staat zijn. Deze zijn immers na de bevrijding over het algemeen geheel leeggehaald.

In 2014 is vastgesteld dat met name twee vormen van sporen een daadwerkelijke bijdrage kunnen leveren qua archeologisch-wetenschappelijke relevantie. 12 Dat zijn ten eerste de sporen van accumulatie en ten tweede de tijdscapsules. Crashlocaties zijn, in tegenstelling tot de hiervoor genoemde afvalkuilen met een accumulatie van materiaal over een langere periode, het schoolvoorbeeld van tijdscapsules. Een ander voorbeeld in dit kader zijn scheepswrakken. In al deze gevallen wordt de waarde als hoog ingeschaald. Er is enige nuancering aan te brengen. 13

12 13

Bosman, van Ginkel, Verweij & Waldus 2014. Zie onder de tabel in het hoofdstuk Samenvatting en advies

De Koude Oorlog 1945-1991 De Koude Oorlog begon al kort na de bevrijding wanneer het door communistisch Rusland, de Sowjet Unie, gedomineerde oosten als een bedreiging voelde voor het leven in het vrije westen. De controverse leidde in 1949 tot het ontstaan van de NAVO, als verdrag sorganisatie van westerse mogendheden enerzijds en in 1955 de tegenhanger het Warschaupact in het oosten. Uit angst voor een invasie werden reeksen van maatregelen genomen. Er werden nieuwe kazernes gebouwd en verspreid over het land werden zogenaamde Mob-complexen aangelegd. In deze opslagplaatsen lagen materieel en materiaal dat tijdens een algemene mobilisatie gebruikt kon worden. Het is opvallend dat op het grondgebied van Schouwen-Duiveland blijkbaar geen van dergelijke complexen liggen of hebben gelegen. De afwezigheid van een grotere haven, zoals de door de Koninklijke Marine gebruikte haven van Vlissingen, is hier mogelijk door beïnvloed. Ook al was er aandacht voor de kustverdediging, dit gebeurde echter steeds minder vanuit stationaire posities, zo als die in mei 1940 er nog wel was op Schouwen. Er was meer inzet van bijvoorbeeld patrouillevliegtuigen en schepen. Wel was er een uitgebreid net opgezet voor de luchtverdediging (afb. 71).

Afb. 71. Luchtwachtsectoren in Nederland. Radar is een ideaal systeem voor het vroegtijdig lokaliseren van vijandelijke vliegtuigen. Maar het had wel een nadeel, want laagvliegende vliegtuigen konden er niet mee worden waargenomen. Nederland richtte hierom in 1950 het Korps Luchtwachtdienst op als onderdeel van het Commando Luchtverdediging. Het had als taak om: door middel van uitkijk- en luisterposten vijandelijke vliegtuigen waar te nemen en aldus gegevens te verstrekken, welke nodig zijn om vijandelijke luchtaanvallen te kunnen bestrijden en de eigen troepen en de burgerbevolking tijdig te kunnen waarschuwen v oor naderend luchtgevaar. Daarnaast moest de dienst vijandelijke parachutisten en aanvallen met A-B-C wapens melden. 14 In feite was de dienst de opvolger van het in 1921 opgerichte Vrijwillig Landstormkorps Luchtwachtdienst. De waarnemers moesten vliegtuigen tot op een vlieghoogte van 1500 meter kunnen waarnemen. Hiervoor was de luchtwachttoren ideaal als uitkijk- en luisterpost. In het land werd een fijnmazig netwerk van 276 posten opgezet, waarbij de maximale afstand tussen de posten 16 km bedroeg. Deze afstand is gebaseerd op het feit dat 8 km de maximale afstand is waarop vliegtuigen zonder hulpmiddelen met het gehoor konden worden waargenomen.

Elke observatiepost had minstens twee waarnemers, waarvan de één observeerde en de ander via een microfoon in verbinding stond met een centrale commandopost en de luchtwachttorens in dezelfde sector. Daarnaast stonden de Zeeuwse torens via een inductortelefoon in verbinding met het luchtwachtcentrum in Breda (sector 3). De bemanning waren vooral vrijwilligers, in totaal zo’n 5200. Elke wachtdienst duurde drie uur waarna aflossing volgde. Theoretisch waren 16 mensen voor een toren nodig, maar door een slim rooster konden dit er ook vier zijn. Echter naast de wachters was er behoefte aan een groot aantal extra mensen, nodig voor de coördinatie en de verbindingen. De belangstelling voor deelname aan het korps was niet hoog, waardoor een adequate bezetting altijd een probleem is gebleven. Aangezien het vooral burgervrijwilligers waren, stonden de uitkijkposten meestal niet ver van de bebouwing van dorpen en steden. De meeste verplaatsingen gingen toen immers nog lopend of op de fiets. Bij het inrichten van het netwerk werd net als voor de oorlog zoveel als mogelijk gebruikt gemaakt van bestaande torens en andere hoge objecten. Daarnaast zijn er in de periode 1951 -1955 nog eens 139 nieuwe uitkijkposten gebouwd. Deze nieuwe torens werden in de revolutionaire raatbouwtechniek gebouwd.

14

De afkorting staat voor atoom, biologische en chemische wapens.

Afb. 72. Twee vrijwillige luchtwachters op een toren uitgerust met verrekijker en richting aanduiding (Foto KLu/collectie 1954).

Bovenstaande kaart uit 1955 (afb. 71) toont de verdeling van Nederland in luchtwachtsectoren. Tevens staan de luchtwachtkringen en -posten vermeld. Elke luchtwachtpost heeft een eigen nummer, waarvan het eerste cijfer het nummer van het luchtwachtcentrum, de letter de kring en het laatste cijfer het volgnummer van de post in de kring aanduidt. Op Schouwen-Duiveland ligt één sector, waarvan alleen een deel van de westelijke punt nog resteert. Dit was 3-X-1 Burgh Haamstede (eigenlijk Westerschouwen), gesitueerd op een bunker. De andere twee waren: 3 -X-2 Brouwershaven (met een hoogte van 3,66 m) en 3-X-3 Zierikzee (met een hoogte van 2,52 m). Met het toenemen van het aantal snelle vliegtuigen, zoals straaljagers, raakte dit systeem al snel verouderd. Het werd ontmanteld en veel van de luchtwachttorens zouden ten prooi vallen aan sloop. I n 1964 werd het Korps Luchtwachtdienst opgeheven. De toren 3-X-1 op Westenschouwen was geen zogenaamde raatbouwtoren, maar wat het wel was, is niet bekend. Het stond bovenop een bunker. Op de locatie van de eind jaren 60 van de 20 e eeuw gesloopte bunker ligt nu een rotonde. De postnaam was Haamstede of Burgh.

In 1964 werd een tiental torens van de Luchtwachtdienst overgenomen door de Bescherming Bevolking die hier apparatuur plaatste voor het lokaliseren van een atoombom -inslag. Op Westenschouwen-De Blinkert is echter geen gebruik gemaakt van de oude toren. Op plaats van de huidige uitkijktoren op de bestaande bunker (twee schoonwaterkelders van de waterleiding maatschappij) werd uitsluitend bij een nucleaire dreiging een stationaire meetpost bemand, de zogenaamde S-post. Hiervan waren er verscheidene in Zeeland. Vanaf deze toren konden metingen worden verricht naar onder andere de kracht van de inslagkracht (in megaton), de schokgolf en de intensiteit van de straling. Dat laatste gebeurde met een in een houder geplaatst stuk papier dat inbrandde afhankelijk van de ontvangen radioactieve straling en neerslag (fall-out). De toren werd onderdeel van het Landelijk Meetnet Nucleaire Incidenten (LMNI) dat over is gegaan in het Nationaal Meetnet Radio Activiteit (NMRA).

Naast de toren werd in 1968 een ondergrondse schuilplaats, een beschermd onderkomen voor de B.B. gebouwd (afb. 73). Hierin was plaats voor drie personen, die hier beschermd waren tegen de fall-out.

Met een wanddikte van slechts ca. 25 cm was de bunker zeker niet echt bestand tegen directe inslag of schokgolven. De bunker werd op 26 november 1986 officieel overgedragen van de B.B. (A - kring Zeeland) naar de Regionale Brandweer Zeeland voor het bedrag van één gulden. Het valt nog steeds onder diens opvolger de Veiligheidsregio Zeeland.

Een interessant detail van de bunker is dat de toegangsdeur van het type is dat op de vooroorlogse Nederlandse G-kazemat met gietstalen koepel werd geplaatst. Het is onbekend waar deze vandaan komt aangezien er geen G-kazematten op Schouwen-Duiveland bekend zijn. Op basis van deze afwijkende toevoeging is er een extra gelaagdheid in dit object van modern oorlogserfgoed.

Afb. 73. Toegang tot de BB bunker (erfgoedschouwenduiveland.nl).

In Zeeland is het aantal schuilplaatsen beperkt. Er is in Nederland bij veel gebouwen uit de jaren 60 t/m 80 wel vaak rekening gehouden met een (openbare) schuilmogelijkheid, zoals in parkeergarages, kelders onder scholen of gemeentehuizen. In het laatste gev al was dat vooral vanuit de gedachte dat het bestuur door moest kunnen werken. Het is niet bekend of op Schouwen -Duiveland zoiets is gemaakt, zoals bijvoorbeeld onder het Provinciehuis in Middelburg.

Evenmin is bekend of er op het grondgebied van Schouwen-Duiveland ondergrondse bergplaatsen zijn (geweest) van wapens en springmiddelen in het kader van Gladio. Operatie Gladio is een in 1952 in het geheim gestart stay-behind-netwerk, gesponsord door de CIA en de NAVO, om in geval van een communistische machtsovername in Italië of bij een Russische inval het verzet te organiseren. Na Italië zou het ook in andere NAVO landen worden geïmplementeerd, zo ook in Nederland. Officieel is het hier opgeheven in 1992. De taak van een stay-behind-groep is ten eerste in het geval van een invasie een guerrillaoorlog te voeren in de bezette gebieden. Dit werd noodzakelijk geacht omdat men, gelet op de

overmacht van de conventionele Warschaupact-krachten, bang was dat deze alleen met inzet van kernwapens te kunnen tegenhouden. Ten tweede moet een stay-behind-groep in Nederland in noodsituaties 'operaties' uitvoeren. Wat de militaire inlichtingendiensten onder noodsituaties verstonden, werd duidelijk dat hieronder ook de opkomende macht van communistische en andere socialistische partijen als 'een gevaar voor de vrijheid' werd gezien.

Archeologische verwachting en potentie De aard van de restanten van de Koude Oorlog lijken meer op die uit WO1 dan WO2. Ook al is er iets bekend over exacte locaties, blijft nog heel veel gehuld in de mist van onbekendheid. Dat maakt de waarde van sporen en vondsten uit deze periode hoog.

Explosieven In het kader van openbare orde en veiligheid wordt in Nederland onderzoek gedaan naar niet gesprongen explosieven (NGE). Dat is ook gebeurd voor de gemeente Schouwen -Duiveland. Er is door Reaseuro in 2015 een uitgebreide inventarisatie gemaakt van gevechts acties, bombardementen, mijnenvelden en dumplocaties op de eilanden. Hiervoor zijn nauwgezet beschikbare gegevens uit alle beschikbare nationale en internationale archieven, literatuur en contemporaine luchtfoto’s bestudeerd om een beeld te krijgen over waar, hoeveel en welke explosieven kunnen zijn achter gebleven. Op basis van dit onderzoek is een verwachtingskaart gemaakt op het aantreffen van NGE. Dat onderzoek en het resultaat is ook buitengewoon goed bruikbaar voor onderzoek naar en beleid voor modern oorlogserfgoed, wat ondanks het gevaar, NGE in feite ook zijn. De verwachtingszones hangen immers deels samen met doelen van destijds, zoals bunkerlocaties, troepenconcentraties of de vliegvelden. Daar zijn de locaties waar bommen en granaten zijn neergek omen en geëxplodeerd interessant vanwege de opvulling van de kraters en trechters. Hierin kunnen zaken zijn weggegooid die beschadigd zijn door het oorlogsgeweld, of niet meer als bruikbaar of noodzakelijk geacht werden. Ongeacht de periode is NGE ook als bron van kennis van belang in het onderzoek naar modern oorlogserfgoed.

Voor ruiming dient derhalve altijd een zo nauwkeurig mogelijke registratie worden gepleegd van niet alleen herkomst, kaliber en aantal, maar ook van alle voorkomende merken en (bodem)s tempels.

Eerste Wereldoorlog Boven zijn al de bombardementen op Renesse en Zierikzee beschreven. Alle bommen zouden zijn gesprongen, waarna er alleen in de opgevulde kraters nog kans is op het aantreffen van destijds weggegooid materiaal. Inmiddels liggen kraters van Zierikzee alle binnen de bebouwde kom.

Een andere categorie is door Nederlandse militairen verloren of gedumpt materiaal in of nabij stellingen zoals waarnemingsposten en loopgraven. Hierbij valt te denken aan klein kaliber munitie (KKM). De kans op het aantreffen van zwaarder materiaal wordt niet groot geacht.

Tweede Wereldoorlog Tijdens WO2 is er een hele reeks van explosieven op Schouwen -Duiveland terecht gekomen. Hierbij is gevechtsveldmunitie, afwerpmunitie, mijnen, onderwatermunitie, raketten, enz. In de laatste categorie zijn er bijvoorbeeld ook de Duitse Vergeltungswaffen V1 en V2. Er zijn gebieden met concentraties van het voorkomen, zoals op de vliegvelden, maar ook crashlocaties kunnen hieronder vallen. Na de bevrijding is bovendien veel onnodig of onbruikbaar materiaal begraven en (in het water) gedumpt. Door de grote verscheidenheid is rekening te houden met een groot aantal soorten, kalibers en herkomst.

Koude Oorlog De Koude Oorlog is niet of nauwelijks onderzocht door Reaseuro. De reden is simpel. Er is geen of nauwelijks kans op het aantreffen van NGE. De enige categorie zou oefenmunitie kunnen zijn van trainende militairen, zoals de Nationale Reserve. Hierbij valt te denken aan KKM, struikeldraadlichtsein en thunderflashes (handgranaat-simulators).

Over de aanwezigheid van Gladio-bergplaatsen is het slechts gissen, en kan hier daarom moeilijk als beleidsonderwerp worden opgevoerd.

Afb. 74. Kaart NGE Schouwen-Duiveland met legenda (Van der Lee 2015).

Herdenking Op veel plekken in Nederland staan herdenkingsmonumenten op of nabij een plaats van een gebeurtenis waarnaar het monument refereert. Die monumenten kunnen bijvoorbeeld vanwege hun ouderdom of bijzondere inmiddels ook zelf als gebouwd erfgoed worden beschou wd. Ze vormen daarmee een extra deel aan de gelaagdheid van de lieux de memoire.

Schouwen-Duiveland heeft enkele oorlogsmonumenten. Dit is ten eerste het Joodse monument bij de hoek van de Grachtstraat en de Caustraat te Zierikzee. Het herinnert aan de 22 omgekomen Joodse Zierikzeërs. Verder is er met name de laatste jaren een aantal zogenaamde Stolpersteine gelegd, bijvoorbeeld in Burgh-Haamstede en Zierikzee. 15 Ook deze refereren aan de Jodenvervolging, maar dan zeer direct. Ze zijn immers geplaatst in de stoep voor het pand waar de mensen vandaan zijn afgevoerd. Het laatste monument staat in Renesse. Het is het oudste en al in 1949 opgericht ter nagedachtenis aan gesneuvelde militairen, burgerslachtoffers en omgekomen verzetsmensen (19401945) maar ook aan Nederlandse militairen, die na 1945 zijn gesneuveld in Nederlandsch-Indië. Het monument is zeker ook voor de 10 mannen die in de tuin van Slot Moermond zijn opgehangen op 10 december 1944. Ze probeerden naar het inmiddels bevrijde Walcheren over te steken, maar werden gesnapt. De Duitsers hadden als extra maatregel burgers uit omliggende dorpen opgehaald en gedwongen de executie te aanschouwen.

Afb. 75. (oorlogsgravenstichting.nl)

De op vliegpark Haamstede gesneuvelde Leendert Bakker wordt op Begraafplaats Vredehof in BurghHaamstede begraven. Inmiddels is hij herbegraven op het Ereveld Grebbeberg, maar het monument staat nog immer naast een wilg. Het kan daarmee ook tot de oorlogsmonumenten gerekend worden.

15

https://www.omroepzeeland.nl/nieuws/10305297/schouwen -krijgt-23-struikelstenen-in-een-dag-video

In de literatuur wordt ook een plaquette in 1945 gemaakt door Jan Nolet vermeld. 16 Het zou hangen in het voormalig politiebureau en zijn overgebracht naar het gemeentehuis. Het is bij het schrijven van onderhavig rapport niet bekend wat de status is van deze plaquette. Dit is overigens een bekend gegeven bij dit soort herinneringsmonumenten in of aan gebouwen. Bij verbouwingen of renovaties kunnen ze verdwijnen of verplaatst zijn.

Afb. 76. Oorlogsmonument van Renesse (www.4en5mei.nl)

16

Ramaker & van Bohemen 1980, register.

Afb. 77. De portretten va de tien van Renesse (www.zeeuwseankers.nl)

Aan de Weststraat 4 in Burgh-Haamstede is op 4 mei 2015 een plaquette van zwart natuursteen onthuld. Op deze plaquette zijn de namen van 38 oorlogsslachtoffers uit Burgh -Haamstede aangebracht.

Bestaand kaartbeeld en beleid De Indicatieve Kaart Militair Erfgoed (IKME versie 1.1) is wat op het label staat, namelijk niet meer dan een landelijke thematische verwachtingskaart voor archeologische resten uit de Tweede Wereldoorlog. Het is zelden van toepassing op het niveau dat verreist is voor toepassing in een gemeentelijke beleidskaart. Het is hooguit van toepassing voor een globale aanduiding van zones.

Afb. 78. Kaartbeeld WO2 (naar: www.ikme.nl)

Op Schouwen-Duiveland zijn zes onderwerpen gemarkeerd. Dit betreft:

1.

Atlantikwall, Duitse verdediging van het kustgebied van Noorwegen tot Spanje;

2.

Vliegveld Haamstede;

3.

Vliegveld Haamstede;

4.

Schijnvliegveld Renesse (SF.33);

5.

Radarstation Zierikzee;

6.

Stützpunktgruppe Zijpe, Duits steunpunt dat was aangelegd om onder andere de toegang tot het vasteland en belangrijke vaarroutes af te sluiten.

De rest van het grondgebied van Schouwen-Duiveland – inclusief het omringende water! - heeft de algemene omschrijving: “In deze zone kunnen resten worden verwacht van kleinere objecten en structuren zoals crashlocaties, veldgraven en onderduikholen ”.

Wat betreft een onderzoek naar de kans op het aantreffen van niet gesprongen explosieven is er het gemeentebrede rapport Historisch Vooronderzoek Niet Gesprongen Explosieven. NGE-Risicokaart gemeente Schouwen-Duiveland’, REASeuro, kenmerk RO-140135 versie 3.0, d.d. 12 maart 2015. Dit rapport is verwerkt in de vigerende gemeentelijke Beleidsnota Conventionele Explosieven (CE). Met name de volgende locaties en onderwerpen staan hierin centraal:

• Vliegveld Haamstede, vanwege zowel Duitse als geallieerde bombardementen; • Grondgevechten en artilleriebeschietingen: in mei 1940 enkele grondgevechten en vanaf november 1944 neemt de geallieerde artillerie doelen op Schouwen-Duiveland onder vuur; • Bombardementen in bijna alle voormalige gemeenten op Schouwen -Duiveland; • Verspreide Duitse stellingen tegen een geallieerde invasie van het eiland; • Mijnenvelden, eveneens en vaak in combinatie met bovenstaande, om een geallieerde invasie tegen te gaan;

• Neergestorte vliegtuigen, ten gevolge van de luchtoorlog boven Schouwen -Duiveland; • Enkele voortijdig neergekomen Duitse vergeldingswapens V1’s en een V2, gericht op (de havens van) Antwerpen.

Naast de eventuele aanwezigheid van niet gesprongen explosieven zijn deze zones van even groot belang voor het aantreffen van archeologische sporen en vondsten die met de gevechtshandelingen, stellingen of neergekomen objecten samenhangen. Alle vermelde zo nes zijn daarmee als van hoge archeologische waarde te beschouwen.

Afb. 79. Beleidskaart CE Schouwen-Duiveland (naar: www.schouwen-duiveland.nl)

De beleidskaart CE is onderverdeeld de volgende gebieden:

• hoge kans van aantreffen CE

(rood)

• verhoogde kans van aantreffen CE

(oranje)

• verlaagde kans van aantreffen CE

(geel )

• lage kans van aantreffen CE

(geen kleur)

Er is een extra laag aangebracht voor de mijnenvelden die nog wel (donker rood) of niet meer verdacht (groen) zijn. Deze zones bevatten, zoals boven al aangegeven, mogelijk wel archeologische sporen en vondsten.

Afb. 80. De locatie aanduiding van enkele bunkers of complexen (naar : www.google.com)

Afb. 80. Kaartbeeld Koude Oorlog (naar: coehoorn.nl)

De stichting Menno van Coehoorn heeft onlangs een nieuwe kaart met Koude Oorlog relicten digitaal beschikbaar gesteld (afb. 80). In tegenstelling tot de vele op Walcheren biedt Schouwen -Duiveland opvallend genoeg slechts één item. Dit betreft S-bunker Burgh aan de A. van der Weijdeweg te BurghHaamstede. De omschrijving luidt: “Kleine ondergrondse betonnen schuilbunker (beschermd onderkomen) voor de bemanning van de Stationaire meetpost (S -meetpost, vandaar de naam Sbunker) van de ABC-dienst van de Bescherming Bevolking. De af te lezen meetapparatuur (o.a. grondnulpuntbepaler) stond op de naastgelegen uitkijktoren De Blinkert”. Het is gebouwd in 1968, en nog datzelfde jaar door de B.B. in gebruik genomen. Het is gebruikt tot 1986.

Het is opvallend dat op de digitale kaart van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) de driehoek nog wel compleet staat afgebeeld (afb. 81). Tevens is op deze kaart de Atlantikwall alleen als een lijn langs de kuststrook van Schouwen weergegeven.

Afb. 81. Kaartbeeld WO2 en Koude Oorlog (naar: rce.webgispublisher.nl)

Verder zijn er op Schouwen-Duiveland geen complexen van defensie gebouwd, zoals blijkt uit onderstaand kaartbeeld (afb. 82). Dit is opvallend aangezien blijkbaar ook zogenaamde Mob(ilisatie) complexen ontbreken. Dit waren met name verspreid liggende opslag plaatsen voor materieel en materiaal.

Afb. 82. Kaartbeeld naoorlogse defensiecomplexen (naar: defensiefotografie.nl)

De Provincie Zeeland baseert haar beleid op kernkwaliteiten die Zeeland nu heeft en wensen voor de toekomst zoals in 2050. De breedst gewaardeerde kernkwaliteit voor Zeeland is na 1. Genieten en opladen en 2. Waarderen en beschermen van het mooie Zeeuwse landschap als derde We voelen ons verbonden met de historie. Letterlijk wordt onder deze kernkwaliteit gesteld: Eeuwenlang was Zeeland een provincie van strijd, zo niet in oorlogen dan toch wel tegen de zee. De meest recente historische feiten op dit gebied zijn wel de inundaties op Schouwen-Duiveland en Walcheren gedurende de Tweede Wereldoorlog en de Watersnoodramp in Zuidwest-Nederland in 1953. De ramp van 1953 leidde tot een historische uitspraak van Koningin Juliana: “Dit nooit meer.” Als reactie op de verdrinkingsdood van 1836 mensen werden in Zeeland en Zuid-Holland de Deltawerken gebouwd. Wij Zeeuwen zijn trots op onze Deltawerken, die prachtige meren hebben opgeleverd en die ons beschermen tegen stormen. Elementen van deze kernkwaliteit: Industrieel, maritiem, militair en agrarisch erfgoed, havens en scheepvaart, strategische ligging, vestingen, vliedbergen, inundatiekreken, nood- en geschenkwoningen. De strijd in WO2 is hiermee expliciet als beleidsonderwerp verwoord. Vanuit Schouwen-Duiveland is hier een belangrijke bijdrage te leveren, en zoals aangegeven niet alleen voor WO2, maar ook voor WO1 en de Koude Oorlog.

Op landelijk niveau is er in de voor de Rijksdienst Cultureel Erfgoed opgezette Nationale Onderzoeksagenda Archeologie (NOaA 2.0) onder hoofdstuk 8. Conflictarcheologie 17, een aantal synthetiserende vragen opgenomen. Het betreft:

1. Hoe zijn complexe militaire structuren zoals linies en belegeringswerken samengesteld en landschappelijk ingebed? (NOaA 2.0-vraag 101) 2. Wat zijn de aard en context van de vroegste indicaties voor geweld en gewapend conflict? (NOaA 2.0-vraag 141) 3. Wat zeggen archeologische resten en structuren over de aard en het verloop van gewapende conflicten en achterliggende militair-strategische inzichten? (NOaA 2.0-vraag 93)

Op al deze sterk geabstraheerde vragen is vanuit Schouwen -Duiveland een specifiek antwoord mogelijk. De eerste vraag is uiteraard beïnvloed door het eilandkarakter van de gemeente. Dit biedt ten opzichte van de rest van Nederland, met uitzondering van de overige Zeeuwse en Zuid-Hollandse eilanden en de Waddeneilanden, een duidelijk ingekaderd beeld. Er is een potentiële zone langs de kuststrook, die in alle perioden van belang is. De tweede vraag is alleen te beantwoorden met een beeld over wanneer de verdedigingslinies voor het eerst in gebruik komen of worden aangelegd. Dit is vooralsnog onbekend voor Schouwen -Duiveland. De derde vraag is vanuit Schouwen-Duiveland zeker te beantwoorden. Voor WO1 is het lastig, maar voor WO2 is hier een duidelijke bijdrage aan te leveren als gevolg van de veranderde concepten bij de Duitse bezetter.

17

Conflictarcheologie is een foutief uit het Engels overgenomen term, die meer dan de lading dekt. Beter is het te spreken van modern oorlogserfgoed, zoals onderbouwd is in Bosman e.a. 2014.

Lijst van bunkers in de Stützpunktgruppe Schouwen per Baupunkt:

Nr.

Regelbaute Type

Baupunkt 300, W.N. 305 H. 30001

502 Doppelgruppeunterstand

30002

134 Munitionsunterstand I

Baupunkt 301, W.N. 306 H. gepland Baupunkt 302, W.N. 307 H. gepland Baupunkt 302a, W.N. 308 H. gepland

2 stuks

Baupunkt 303, Stp. XXXXII M.L., Seezielbatterie Renesse Neu 30301

636 Befehlstand für Heeresküstenartillerie

30302

502 Doppelgruppeunterstand

gepland

M 157 Leitstand für mittlere und schwere Batterie

30303

671 Schartenst. f. Gesch. auf m. Sockellaf. (120o) o. Nebenr.

30304

671 Schartenst. f. Gesch. auf m. Sockellaf. (120o) o. Nebenr.

30305

671 Schartenst. f. Gesch. auf m. Sockellaf. (120o) o. Nebenr.

30306

671 Schartenst. f. Gesch. auf m. Sockellaf. (120o) o. Nebenr.

30307

671 Schartenst. f. Gesch. auf m. Sockellaf. (120o) o. Nebenr.

30310

134 Munitionsunterstand I

gepland

668 Kleinunterstand für 6 Mann

gepland

668 Kleinunterstand für 6 Mann

Noordwelle 1

Kabelschaltstelle

Baupunkt 304, W.N. 310 H. gepland Baupunkt 305, W.N. 311 H. 30501

667 Kleinschartenstand für 5 cm KwK.

Baupunkt 306, W.N. 313 H. gepland Baupunkt 306a, W.N. 314 H. gepland Baupunkt 307, Stp. XXXXIII H., Heeresküstenbatterie Haamstede 30701

636 Befehlstand für Heeresküstenartillerie

30702

671 Schartenst. f. Gesch. auf m. Sockellaf. (120o) o. Nebenr.

30703

671 Schartenst. f. Gesch. auf m. Sockellaf. (120o) o. Nebenr.

30704

671 Schartenst. f. Gesch. auf m. Sockellaf. (120o) o. Nebenr.

30705

671 Schartenst. f. Gesch. auf m. Sockellaf. (120o) o. Nebenr.

30706

612 Schartenst. f. Lande- und Sturmabwehrgeschütze o. Nebenr.

30707

612 Schartenst. f. Lande- und Sturmabwehrgeschütze o. Nebenr.

30709 gepland

134 Munitionsunterstand I 668 Kleinunterstand für 6 Mann, en 3 andere

Baupunkt 310, W.N. 317 H. 31001

672 Unterstelraum I o. Nebenr.

Baupunkt 310a, W.N. 318 H. gepland Baupunkt 310b, W.N. 319 H. gepland Baupunkt 311, W.N. 320 H. gepland Baupunkt 311a, W.N. 321 H. gepland Baupunkt 313, Stp. XXXXV M.L., Seezielbatterie Westerschouwen M 162 en gepland 636

Leitstand für leichte Seezielbatterie

gepland

M 170 Geschützunterstand (90o)

gepland

M 145 Munitionsauffühlraum, en 2 andere

31301

671 S.K. Schartenst. f. Gesch. auf m. Sockellaf. (120o) o. Nebenr.

31302

671 S.K. Schartenst. f. Gesch. auf m. Sockellaf. (120o) o. Nebenr.

31303

671 S.K. Schartenst. f. Gesch. auf m. Sockellaf. (120o) o. Nebenr.

31304

671 S.K. Schartenst. f. Gesch. auf m. Sockellaf. (120o) o. Nebenr.

31308

612 Schartenst. f. Lande- und Sturmabwehrgeschütze o. Nebenr.

31309

612 Schartenst. f. Lande- und Sturmabwehrgeschütze o. Nebenr.

31310

671 S.K. Schartenst. f. Gesch. auf m. Sockellaf. (120o) o. Nebenr.

31311

671 S.K. Schartenst. f. Gesch. auf m. Sockellaf. (120o) o. Nebenr.

31312

M 262 Leitstand für leichte Seezielbatterie

31314

668 Kleinunterstand für 6 Mann

31315

668 Kleinunterstand für 6 Mann

31317

134 Munitionsunterstand I

Baupunkt 314, W.N. 323 H. 31401

667 Kleinschartenstand für 5 cm KwK.

31402

674 Kleinschartenstand für Munition

Baupunkt 315, W.N. 325 H. 31501

669 Schartenstand fürFeldgeschütze (60o) o. Nebenr.

Baupunkt 316, Stp. XXXXVI H. 31601

501 Einfacher Gruppeunterstand

31603

667 Kleinschartenstand für 5 cm KwK.

31604

667 Kleinschartenstand für 5 cm KwK.

gepland

673 Geschützunterstellraum II o. Nebenr.

Baupunkt 317, W.N. 332 H. 31701

501 Einfacher Gruppeunterstand

Baupunkt 329, W.N. 328/329 H. Bataillonsgefechtstand / Kmdt. Stp.Gr. Schouwen 32901

117a Bataillonsgefechtstand

32902

118a Sanitätsunterstand

32903

502 Doppelgruppeunterstand

32904

502 Doppelgruppeunterstand

32905

502 Doppelgruppeunterstand

32906

502 Doppelgruppeunterstand

32907

501 Einfacher Gruppeunterstand

32908

501 Einfacher Gruppeunterstand

32909

134 Munitionsunterstand I

32910

134 Munitionsunterstand I

Baupunkt 337, Stp. XXXXIII Flugplatz 1

Befehlstand

L.33701

501 Einfacher Gruppeunterstand

L.33702

501 Einfacher Gruppeunterstand

L.33703

501 Einfacher Gruppeunterstand

L.33704

501 Einfacher Gruppeunterstand

L.33705

501 Einfacher Gruppeunterstand

L.33706

501 Einfacher Gruppeunterstand

L.33707

501 Einfacher Gruppeunterstand

L.33708

501 Einfacher Gruppeunterstand

L.33709

501 Einfacher Gruppeunterstand

L.33710

501 of 621? Einfacher Gruppeunterstand

L.33711

638 Kleiner Sanitätsunterstand

L.33712

L 484 Unterstand für Funksendestelle

gepland

L 413A Munitionsunterstand für leichte Flakzug

gepland

L 489 Unterstand für kleine Funkbetriebstelle

Dit zijn de “St” bunkers, met een minimale muur- en dakdikte van 2 meter gewapend beton. Vandaar de afkorting die staat voor Ständiger Ausbau, ofwel bomvrij. De tweede groep waren de zogenaamde Verstärkt Feldmässige bunkers (Vf) met een muur- en dakdikte tot 2 meter. Bovendien waren ze niet altijd van een wapening in het beton voorzien. Deze bunkers waren slechts scherfvrij. Hun belang was minder aangezien ze meer werden ingezet voor ondersteunde functies. De VF bunkers zijn aanvankelijk in twee groepen te delen, namelijk de VF en de Bauformen. Maar later zijn met name de beddingen en Tobruks (Ringstanden) hernoemd tot Bauform, zoals de VF58d de code Bauform 201 kreeg.

Naast de zwaar uitgevoerde Regelbaute is er op Schouwen-Duiveland een verscheidenheid aan minder zwaar uitgevoerde VF versterkingen. Ze kunnen zijn uitgerust met een machinegeweer, mortier, vlammenwerper of zelfs met een kleine tankkoepel. Door de minder robuuste uitvoering kunnen met name deze bouwwerken eerder zijn verdwenen dan de Regelbaute. Voorbeelden van ‘zachte sporen’

Bij alle bunkers, ongeacht de uitvoering is rekening te houden met zogenaamde ‘zachte sporen’, zoals loopgraven al of niet met posities voor specifieke wapens, waarnemingsposten, latrines, opslag - en schuilplaatsen. Voor het Duitse deel uit WO2 is er een zekere standaardisering. Maar ook hierbij kunnen variaties optreden. Voor de Nederlandse stellingen uit WO1 of Koude Oorlog zijn ook voorschriften aanwezig. Ok hier geldt de vraag of deze gevolgd zijn, of dat lokaal is aangepast en gebruik gemaakt van andere dan de voorgeschreven materialen.

De in deze lijst voorkomende Regelbaute hebben de onderstaande plattegronden. 18

18

Voornamelijk naar: www.regelbau.dk, m.u.v. M 262 en 118a en L 484 en L 489, deze uit Rolf 2015.

Plattegronden van bunkers in de Stützpunktgruppe Schouwen

Regelbau 117A

Regelbau 118A

Regelbau 134

Regelbau 501

Regelbau 502

Regelbau 621

Regelbau 636

Regelbau 638

Regelbau 667

Regelbau 668

Regelbau 669

Regelbau 672

Regelbau 674

Regelbau L 413A

Regelbau L 484

Regelbau L 489

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15977309/1