CConstaterende datSchouwen-Duiveland
Koppel je AI →
Document · PDF

1583313 Bijlage 1 Rap Actualisatie Archeologiebeleid gemeente Schouwen-Duiveland

Gemeenteraad 30 oktober 2025, gemeente Schouwen-DuivelandBij agendapunt: RVS Actualisatie archeologiebeleid Schouwen Duiveland (1583313)14.843 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

In totaal gaat het om circa 30 ton materiaal. Ook vissers brachten vondsten naar boven. De tempelresten liggen naar verluidt niet meer in situ. Vooral in later jaren - maar feitelijk al vanaf 1970 - werd op de site verzameld en geinspecteerd / gedocumenteerd door m.n. particuliere duikers (deels vanuit de LWAOW) die contacten onderhielden met de instanties, en vonden een aantal keren side scan sonar onderzoeken plaats. Tijdens het duiken zijn nog eens een honderdtal altaren en fragmenten verzameld. Er lijken twee zones te kunnen worden onderscheiden: een kleine (60x 100 m) met zowat alle gevonden altaren, dakpannen , keramiek, hout en waarschijnljk ook de blokken tufsteen en metselwerk, en een zone daarbuiten met vooral kleiner materiaal als dakpannen en keramiek. Het totale verspreidinggebied beslaat circa 300 x 400 m. In de periode januari 1998-november 2010 werden verschillende side scan sonar onderzoek uitgevoerd. Met name van belang is het onderzoek dat in 2009 in opdracht van het toenmalige Ministerie van LNV werd uitgevoerd i.v.m. de geplande aanleg van mosselzaadinstallaties, en het aanvullende onderzoek in 2010 door Rijkswaterstaat. De kwaliteit van de opnames is niet optimaal. De resultaten zijn geinterpreteerd en samen met de resultaten van een omvattend bureauonderzoek (S.

23

van Haelst, KU Leuven) verwoord in Van Lil et al. 2011. Het blijkt moeilijk te zijn om grip te krijgen op de vindplaats, door onder andere de onstaansgeschiedenis en de onderzoeksomstandigheden (mobiele zandlaag op een Tiglien ondergrond, lastige plaatsbep aling en beperkt zicht onder water). Wel is duidelijk geworden dat relevante vondsten en waarnemingen zijn gedaan tot ver buiten het bestaande AMK-terrein. Om die reden wordt in het rapport geadviseerd om het AMK -terrein uit breiden, zodat [het grootste deel van] de bekende vondstverspreiding wordt omsloten. In september 2011 is daar gevolg aan gegeven. Opmerking: op een, in circa 2000, door Belgische amateur -duikers gemaakte videofilm zijn onder meer stroken met zich nog in verband bevindende stenen te zie n (bestrating?; omgevallen muurwerk?). Mogelijk betreft het echter een natuurlijk verschijnsel dat verband houdt met de aard van de Tiglien ondergrond. (AMK-2014, feature info AMK-terrein 2333, geraadpleegd op 12 juni 2025).

Verdronken nederzettingen In de Schouwen-Duiveland zijn diverse historische dorpen onder de waterlijn verdwenen, voornamelijk als gevolg van natuurlijke processen, zoals zeespiegelstijging, overstromingen, erosie en dijkdoorbraken. Deze verdronken dorpen vormen een belangrijk aspec t van de geschiedenis van Schouwen-Duiveland en bieden een waardevolle kans voor wetenschappelijk onderzoek naar de dynamiek van menselijke bewoning en landschapsveranderingen in kustgebieden. In de wateren van Schouwen-Duiveland zijn volgens historische (cartografische) bronnen 23 verdronken dorpen aanwezig. Van deze dorpen worden sporadisch resten terug gevonden, tot nogtoe van slechts vier nederzettingen. Over het algemeen werd veel materiaal van dorpen die werden prijsgegeven aan de zee hergebruikt op een andere locatie. Door de jaren heen kunnen daarom veel resten zijn verwijderd van de oorspronkelijke locatie. Resten die zijn overgebleven zijn de funderingen van kerken, havens, kastelen en bewoningsresten als potscherven. In tabel 3 zijn de historisch bekende verdronken dorpen in de gemeente weergegeven. Naast de dorpen waarvan daadwerkelijk resten zijn aangetroffen, zijn in Archis van Rengerskerke, Koudekerke en Sint Jacobskerke de locaties aangemerkt. De locaties zijn echter enkel op basis van historische bronnen vastgesteld; resten zijn er niet van aang etoond.

Hierbij dient opgemerkt te worden dat de locatie niet altijd overeenkomt met die op de inventarisatiekaart van deze studie. De oorzaak is waarschijnlijk dat andere bronmateriaal is gebruikt of dat er afwijkingen in het georefereren van dit materiaal bestaan. Daarom is het altijd raadzaam om in de plaatsbepaling van de dorpen en vaststelling van beleidszones een (ruime) buffer te hanteren. De vier locaties waar wel mogelijk resten van zijn gevonden zijn onder verder uitgewerkt. Tabel 5 naam

periode vergaan

Resten in de waterbodem?

zaakidentifica tienummer

1

Bommenee, Bommenede

1682

ja

3160371100

2

Westenschouwen

16e eeuw

ja

3

Clauskinderen, Claeskerke, Oostkerke

1511

4

Koudekerke, Coudekerke

1558 - 1581 (buitenbedijking)

5

Zuidkerke, Zuutkerke

1534 (buitenbedijking)

6

Brieskerke

1534 (buitenbedijking)

7

Westkerke

1505 (buitengedijkt)

8

Oudekerke

1475

24

nee

2807909100

9

Sint Jacobskerke, Jackenkerke

1472

nee

3219534100

10

Rengerskerke

1662

nee

3182469100, 3219534100

11

Simonskerke

1534 (buitenbedijking)

12

(West-) Borrendamme

1642

ja

3034813100 3176272100 2808532100 2816965100 2808540100

13

Paalvoetsijde, Paelevoetseinde, Taleboitseyde

1500?

14

's Heer Arendshaven, Hurdzee

1526 buitenbedijking

15

Looxhaven

1542 (buitenbedijking)

16

Laag-Weldamme

1558

3229821100

17

Hoog-Weldamme

1558

3099209100

18

Rodee

1642

19

Viane

1953

20

Schelphoek

1953

21

Serooshaven

1558

22

Ouweleck

23

Oosteinde

ja

Bommenede Ten noordwesten van Zonnemaire liggen de restanten van de verdronken nederzetting Bommenede. Dit is een voormalig eiland dat in 1165 voor het eerst wordt vermeld. Stormvloeden in de middeleeuwen zorgden voor overstromingen met grote schade, maar de plaats handhaafde zich. Scheepvaart en visserij zorgden voor welvaart en er kwam een haven met twee havenhoofden. Na het herstel van de schade van de Allerheiligenvloed uit 1570 werd in Bommenede, door zijn strategische ligging op de plaats waar drie dijken bijeenkwamen, in 1573 een versterking met bastions aangelegd. In 1575 werd de fortificatie veroverd door de Spanjaarden. De laatste aanval van het water kwam in de zeventiende eeuw, toen de zeedijken door de oprukkende stroom werden ondermijnd. Massieve dijkdoo rbraken luidden in 1682 het einde van het dorp in. Bij herdijking vanaf 1687 werd de locatie van het dorp, waar huizen en kerk al waren afgebroken, niet meer ingedijkt (Brenk & Lil, 2021). Op de locatie is enkel een bult zichtbaar met een diameter van 75 meter en een hoogte van 10 meter. Waarschijnlijk zijn dit de restanten van één van de voormalige havenhoofden. Met toestemming van het toenmalige ministerie van WVC werd van 1992 tot 1995 du ikonderzoek uitgevoerd door amateuronderwaterarcheologen van de speciaal voor het project opgerichte stichting Divem et Emergo.

Helaas zijn de resultaten van het duikproject voor wat betreft de archeologie mager. Het enige gevonden spoor betreft resten van een van de voormalige havenhoofden van Bommenede. Hiervan is nu nog de fundering in de vorm van een verhoging op de bodem zichtbaar. De fundering bestaat uit één of meer zinkstukken van rijshout met daarop stortsteen. Verder zijn een aantal fragmenten ro od aardewerk geborgen, daterend uit de eerste helft van de zestiende eeuw. Het vermoeden is dat van het

25

verdronken Bommenede niet veel anders meer zal resten. Waarschijnlijk is een groot deel van de overblijfselen in de jaren zestig van de vorige eeuw door Rijkswaterstaat weggebaggerd voor de aanleg van een vaargeul om de caissons van de Brouwersdam zonder o mwegen te kunnen verslepen van het bouwdok Bommenede naar het Brouwershavense Gat (Brenk & Lil, 2021).

Borrendamme In het AMK-terrein Borrendamme zijn een aantal locaties in Archis gemeld. Een aantal van deze vondsten hebben als toponiem, Weldamme, Hoog-Weldamme, of Laag-Weldamme. Buiten het AMKterrein Borrendamme worden in Archis een aantal locaties met Borrendamme a angemerkt. Echter, deze locaties liggen ca. 2 kilometer zuidelijk van het AMK-terrein. In de nabijheid is wel de historische plaats ‘Rodee’ aangegeven. Nader historisch en archeologisch onderzoek kan uitsluitsel bieden over de aard en ligging van deze resten. Van der Aa publiceerde in 1840 over Borrendamme: “Borrendamme ook Bordendam genoemd, voormalig dorp op het eiland Schouwen, provincie Zeeland, in de nabijheid der stad Zierikzee, waarvan men tijd der sticbting niet met juistheid kan aanwijzen. Later is de plaats gedurig blootgesteld geweest aan inbraken en overstroomingen; met name aan die van 27 September 1477 en 5 November 1530; daardoor is het dorp langzamerhand vervallen en eindelijk door aanhoudende stormen, in Januarij 1613, geheel verwoest, waarna de overblijfselen van kerk en toren gebruikt zijn tot aanvulling der gaten in de zeedijken. Bij het nogmaals achteruit zetten van den dijk, in het jaar 1822, zijn eenige overblijfselen van dit dorp te voorschijn gekomen en opgeruimd. Thans is er niets meer van te vinden.” (Aa, 1840)

Paalvoetsijde Zuidelijk van Westenschouwen. Waarschijnlijk vroeger ontstaan, ergens in de 13 e eeuw. Waarschijnlijk in het eind van de 14 e eeuw verdwenen door verzanding of kustafslag. In Archis is een groot aantal detectorvondsten uit de jaren 90 aan één locatie toegeschreven. In totaal gaat het om 640 vondsten, een significant deel van de in totaal 857 vondsten in de waterbodem van Schouwe n-Duiveland. Tegenwoordig liggen de resten van Paalvoetsijde afgedekt onder zandsuppletie. In 2003 en 2011 zijn de resten weer vrijgespoeld en vervolgens weer afgedekt (Zeeuwseankers.nl, 2024), dit betekent dat regelmatige monitoring van het gebied noodzakelijk is.

Westenschouwen Westenschouwen ontstaat als voor de 13 e eeuw al een nieuwe dijk en haven aangelegd wordt (Zeeuwseankers.nl, 2024). In Archis is op deze locatie een ring gevonden met een inscriptie ‘MORVINC XXXX’. Bebouwing is echter niet aangetroffen. Het dorp waarschijnlijk met de kustafslag geleidelijk naar het binnenland verplaatst en bestaat nog altijd noordoostelijk van de vond stlocatie. Westenschouwen is dus ook geen verdronken dorp in de strikte zin van het woord.

Prehistorie Plaat van Oude Tonge: Zaakidentificatie 3099355100 is een kwartsiet hamerbijl gedateerd tussen het Laat Neolithicum en de Vroege Bronstijd. De hamerbijl heeft de volgende afmetingen (LxBxD): 10,1x4,9x5,4 cm.

Schelphoek Zaakidentificatie 3240561100 is een vuistbijl, buitendijks gevonden tijdens het pierenspitten op de slikken bij Serooskerke (Schouwen). De bijl is 18 cm. lang en 9 cm. breed. Hij is lichtbruin gepatineerd;

26

waarschijnlijk is de oorspronkelijke kleur van de vuursteen lichtgrijs. Aan een zijkant bevindt zich nog een cortexrestant. De datering is mogelijk Saalien.

De Hammen Zaakidentificatie 2816949100 is een kling, gevonden in de noordelijke stroomgeul De Hammen van de Oosterscheldetijdens tocht met mosselboot van de gebroeders Schot. Behalve de vuurstenenkling zijn ook diverse fossiele botten gevonden, waaronder fragmenten van hert, mammoet, paard en rund. Deze vondsten zijn niet opgenomen in Archis. Overig Naast verdronken dorpen zijn er meerdere bewoningsresten in Schouwen -Duiveland die niet direct aan een verdronken dorp zijn toe te schrijven maar wel een beeld geven over de vroege bewoning van de gemeente. Over een groot gebied aan de kust, westelijk van monument 46170 (Haamstede, Westeren Ban van Schouwen, de Oude Duinen), zijn vondsten gedaan. De vondsten zijn van vroeg Romeins tot de late middeleeuwen gedateerd. Het merendeel van deze vondsten zijn gedaan de Johannes Adriaan Hubregtse, een schoolmeester die tussen 1911 en 1940 vele vondsten op het strand van Westenschouwen deed.

27

5 Confictarcheologie dr. Arjen V.A.J. Bosman Inleiding

De in 2007 opgestelde verwachtings- en beleidsadvieskaart voor de gemeente Schouwen-Duiveland is na 16 jaar aan een update toe. 39 Destijds is er voor gekozen om het moderne oorlogserfgoed (1870 1991) buiten beschouwing te laten. Inmiddels is de keuze gemaakt om het wel als laag toe te voegen aan de beleidskaart. In de afgelopen jaren is duidelijk geworden dat er terdege een belang is aan de waarde voor onderzoek en erfgoedbeheer ten aanzien van d eze specifieke periode en context. 40 Uitgebreide achtergrondinformatie over de te verwachten conflictarcheologie binnen de gemeente Schouwen-Duiveland is opgenomen als bijlage 1 bij dit rapport. De focus bij het opstellen van gemeentelijk archeologisch beleid ligt meestal op het land. Maar in een waterrijke provincie als Zeeland dient hier ook het water meegenomen te worden. Ook hierin zijn resten van modern oorlogserfgoed aanwezig. Wel is het vaak beduidend lastiger om hier exacte posities aan te kunnen koppelen. In onderhavige rapportage wordt derhalve waar mogelijk een locatie aangegeven. Voor de rest dient er rekening te worden gehouden met een globale benadering, waarbij er van uit wordt gegaan dat onder het water oppervlak bijvoorbeeld vliegtuig - en scheepsresten en gedumpt materiaal kan voorkomen.

Verwachting en waardering Er is een schat aan modern oorlogserfgoed op het grondgebied van Schouwen -Duiveland aanwezig. Een deel is nog steeds aan het oppervlak zichtbaar, zoals Duitse bunkers, kogelgaten in gevels en monumenten als lieux de memoire nabij een plek des onheils. Maar er zijn ook nog vele onzichtbare (archeologische) sporen en vondsten, soms gekoppeld aan de zichtbare objecten, maar vaak ook los daarvan. De indringende en gelaagde verhalen van de Eerste Wereldoorlog, de Tweede Wereldoor log en de Koude Oorlog zijn het meer dan waard om gekoesterd en vooral doorverteld te worden. Dit kan door het moderne oorlogserfgoed van de gemeente Schouwen -Duiveland te verankeren in beleid. Onderhavige rapportage is daar een onderbouwde aanzet voor. Vanwege de onderlinge sterke samenhang is hier het voorstel om niet louter het erfgoed uit de Tweede Wereldoorlog op te nemen, maar expliciet ook dat uit de Eerste Wereldoorlog en Koude Oorlog te benoemen. WO2 is immers een gevolg van WO1 en de Koude Oorlog komt voort uit ontwikkelingen ont staan tijdens WO2. Wel is het zo dat WO2 wat betreft objecten de boventoon zal voeren. In onderstaande tabel wordt een samenvatting gegeven van de verwachting en waardering ten aanzien van conflictarcheologie vindplaatsen.

39 40

Bosman & van Roode 2007. Bosman, van Ginkel, Verweij & Waldus 2014; Bosman & Willemsen 2019.

28

Tabel 6 Kaarteenheid

toelichting

waarde

WO1

voornamelijk ‘zachte sporen’ zoals

hoog

veldversterkingen, loopgraven, tentenkampen, afvalkuilen Atlantikwall bunkers

vele bunkers in enkele concentraties,

hoog

zoals Westenschouwen en Slotbos bij Haamstede, veel in de naoorlogse jaren gesloopt Atlantikwall strand

Versperringen van staal en beton op de

hoog

vloedlijn, grotendeels naoorlogs gesloopt, en daarmee zeldzaam indien aangetroffen Atlantikwall ‘zachte sporen’

tussen de bunkers liggen loopgraven,

hoog

gegraven stellingen, Rommelasperge kuilen, en afvalkuilen Atlantikwall mijnenvelden

mijnenvelden, zullen grotendeels

hoog

geruimd zijn, wel restanten in springputten en afvalkuilen crashlocaties

35 crashsites met bekende locatie en

hoog

aantal in water zonder bekende locatie vliegveld Haamstede

diverse bunkers, opstelplaatsen en

hoog

wegverharding, evenals ‘zachte sporen’, zoals bomkraters en greppels die gevuld kunnen zijn met gedumpt materiaal schijnvliegveld

Scheinflugplatz SF.33 bovengrondse

hoog

structuren grotendeels verdwenen, in de bodem mogelijk sporen van gebouwen en technische voorzieningen aan te treffen, naast ‘zachte sporen’, zoals bomkraters en greppels die gevuld kunnen zijn met gedumpt materiaal overige gebieden

toevalsvondsten, zoals schuilplaatsen,

afhankelijk van de aard en inhoud: laag tot

dropcontainers, tijdelijke stellingen en

hoog

mangaten langs wegen en op dijken Inundatiegebied

inundatiegebied komt overeen met de

laag

lage delen van de eilanden Koude Oorlog

BB bunker eventueel ‘zachte sporen’ in directe nabijheid

29

hoog

6 Beleidszones De door P2P opgestelde, voormalige beleidskaart kent 6 verschillende beleidscategorieën (tabel 7). Op die kaart wordt een onderscheid gemaakt tussen archeologische rijksmonumenten, Archeologisch waardevol gebied A, Archeologisch Waardevol gebied B, Archeologisch onderzoeksgebied A, Archeologisch onderzoeksgebied B en geen onderzoeksgebied. Op de nieuwe beleidskaart zijn 7 beleidscategorieën opgenomen. Er is een onderscheid gemaakt tussen archeologische rijksmonumenten, Archeologisch Waardevol Gebied (A, B en C) en Archeologisch verwachtingsgebied A en B. De verschillende nieuwe beleidscategorieën met de vrijstellingsregimes worden in tabel 8 beschreven.

Tabel 7 Overzicht van de beleidscategorieën met de vrijstellingsregimes oude beleidskaart. Zone

Oppervlakte

Diepte

Type terrein

Rijksmonument

RCE

RCE

Rijksmonumenten

Archeologisch waardevol gebied A

0

0

AMK terrein van zeer hoge archeologische waarde (excl. Historische kernen)

Archeologisch waardevol gebied B

50

30

AMK terreinen van (hoge) archeologische waarde

Archeologisch onderzoeksgebied A

2500

50

Gebied met een hoge verwachting

Archeologisch onderzoeksgebied B

5000

50

Gebied met een middelhoge verwachting

Geen onderzoeksgebied

Geen voorschriften

Gebied met een lage verwachting

Tabel 8. Overzicht van de beleidscategorieën met de vrijstellingsregimes nieuwe beleidskaart. Zone

Oppervlak

Diepte

Type terrein

te Rijksmonument

RCE

RCE

Rijksmonumenten

Archeologisch waardevol gebied A

0

0

AMK terrein van zeer hoge archeologische waarde

Archeologisch waardevol gebied B

50

30

Overige AMK terreinen (exclusief historische kernen) , historische kernen met een verhoogde verwachting; Conflictarcheologie: stellingen, vliegvelden, crashlocaties & luchtwachtposten

Archeologisch waardevol gebied C

250

50

Historische kernen met een archeologische verwachting (ook AMK terreinen)

Archeologisch verwachtingsgebied A

2500

50

buitengebieden met een verhoogde archeologische verwachting

Archeologisch verwachtingsgebied B

5000

50

buitengebieden met een archeologische verwachting

Geen onderzoeksgebied

gebieden zonder een archeologische verwachting

Bij de het bepalen van de verschillende beleidscategorieën is gestreefd naar een minder versnippert beeld dan op de voormalige beleidskaart en zijn zones voor conflictarcheologie en maritieme archeologie toegevoegd. De koppeling naar de achterliggende archeologische inhoud is niet weergegeven op de beleidskaart. Voor deze koppeling wordt verwezen naar verschillende periodenkaarten die aan dit rapport zijn toegevoegd. De beleidscategorieën zijn deels aangepast ten opzichte van de eerdere beleidskaart (zie tabel 3 en 4). Onder archeologisch waardevol gebied B vallen naast (overige) AMK terreinen (exclusief historische kernen) ook historische kernen met een verhoogde verwachting en zones waar conflictarcheologie

30

resten worden verwacht als stellingen, vliegvelden, crashlocaties & luchtwachtposten. Als extra categorie is Archeologisch Waardevol gebied C erbij gekomen , waaronder de historische kernen met een archeologische verwachting (waaronder ook AMK terreinen binnen historische kernen) en zones waar conflictarcheologie resten worden verwacht zoals mijnenvelden, en gebieden waar artilleriebeschietingen & luchtaanvallen hebben plaatsgevonden. De termen Archeologisch Onderzoeksgebied A en B zijn vervangen door Archeologisch verwachtingsgebied A en B. Naast het deels aanpassen van benaming van de beleidszones zijn een aantal zones ook wat betreft omvang aangepast. Deze worden hieronder besproken. Voor een volledig beeld van de verschillende verwachtingszones wordt verwezen naar het RAAP rapport uit 2008. 41

Historische kernen Er zijn door VU HBS waarden- en verwachtingskaarten van de historische kernen opgesteld. 42 Deze zijn later door Past2Present vertaald naar beleidskaarten. Deze kaarten zijn (deels) verwerkt in de bestemmingsplannen. Op de nieuwe beleidskaart zijn de door Past2Present opgestelde beleidskaarten als uitgangspunt gebruikt. De AMK terreinen van zeer hoge archeologische waarde binnen de historische kernen vallen onder Archeologisch waardevol gebied A. Op de door Past2Present opgestelde beleidskaarten is verder een onderverdeling gemaakt in Waarde Archeologie 4 (historische kernen met een verhoogde verwachting zoals kerken en vestingwerken) en Waarde Archeologie 5 (resterend deel historische kernen en omringende oude woongronden). 43 Waarde Archeologie 4 is op de nieuwe beleidskaart vertaald naar Archeologisch Waardevol Gebied B en Waarde Archeologie 5 naar Archeologisch Waardevol Gebied C. De historische dorpskern van Bruinisse was eerder niet meegenomen als aparte beleidszone. Op de huidige periodenkaart (Vroege) Middeleeuwen en de beleidskaart is dit aangepast. Voor de historische kern van Bruinisse geldt de beleidscategorie Archeologisch waardevol gebied C.

Conflictarcheologie Naast de AMK terreinen en historische kernen die bij deze categorieën zijn ingedeeld zijn de zones waar conflictarcheologie resten worden verwacht toegevoegd. Zones waar duidelijke aanwijzingen zijn voor de aanwezigheid van stellingen, vliegvelden, crashlocaties en luchtwachtposten zijn ingedeeld bij de beleidscategorie Archeologisch waardevol gebied B. Zones waar aanwijzingen zijn voor mijnenvelden, artilleriebeschietingen en luchtaanvallen zijn niet meegenomen op de beleidskaart. Deze gebied zijn wel aangeduid op de verwachtingskaart WOII. Indien de aanleiding voor het uitvoeren van archeologisch onderzoek enkel een verwachting voor conflictarcheologie is beperkt het onderzoek zich vaak tot een bureauonderzoek, om de aanwezigheid en locatie van eventuele resten nader af te bakenen. Alleen in gevallen van concrete aanwijzingen voor archeologische resten zal (gravend) vervolgonderzoek noodzakelijk zijn.

Archeologisch verwachtingsgebied A (Kreken, duinen en strandwallen) 41

De Boer 2008. Verhagen 2008. 43 De AMK terreinen die betrekking hebben op historische dorpskernen hebben een lagere waarde ( Archeologisch waardevol gebied C) dan de AMK terreinen ter plaatse van het buitengebied (Archeologisch waardevol gebied B). Dit geldt niet voor de AMK terreinen van zeer hoge waarden en delen van historische kernen met een verhoogde verwachten (kerken, vestingwerken etc.) 42

31

Het grootste verschil ten opzichte van de oude beleidskaart is dat Archeologisch verwachtingsgebied A/Onderzoeksgebied A een stuk groter is omdat een buffer van 150 m rondom de kreken is verwerkt. Dit omdat uit archeologisch onderzoek blijkt dat de precieze ligging van kreekruggen kan afwijken van de ligging zoals afgebeeld op de oude bodemkaarten (zie H2). Voor kreekoevers geldt een verhoogde verwachting voor bewoningssporen vanaf de Romeinse tijd en voor de kreekruggen geldt een verhoogde verwachting voor bewoningssporen vanaf de Middeleeuwen. Ter plaatse van de krekengeulen geldt juist een verlaagde kans op resten uit de IJzertijd-Romeinse tijd omdat deze resten, die zich in de top van het veen bevinden, zullen zijn geërodeerd door de geulafzettingen. Voor die delen waar het onderliggende veen nog intact is, kunnen archeologische resten uit (de IJzertijd en/of) de Romeinse tijd voorkomen. Deze resten worden in de direct nabijheid van ontwateringsgeulen verwacht aan de randen van het veenmoeras voor zover niet geërodeerd door latere geulafzettingen of vergraven door moernering. Omdat de exacte ligging van de kreken niet bekend is geldt voor Onderzoeksgebied A (met name nabij de eerste ontwateringsgeulen langs de randen van het veenmoeras) dus ook een verhoogde verwachting voor resten uit de IJzertijd-Romeinse tijd.

Net als op de oude beleidskaart vallen de hoogste delen van de duinen en strandwallen (met uitzondering van AMK terreinen en bekende vindplaatsen) in beleidscategorie Archeologisch verwachtingsgebied A vanwege de goede bewoonbaarheid van dit landschap. Hier kunnen resten voorkomen uit het Neolithicum tot en met de Nieuwe tijd.

Archeologisch verwachtingsgebied B Het resterende deel van het buitengebied (met uitzondering van diep geërodeerde kreekgeulen) valt onder Archeologisch verwachtingsgebied B. Deze zone komt overeen met de lage en onbekende verwachtingszones op de oude periodenkaarten buiten de 150 m buffer die rondom de kreken is opgenomen op de nieuwe beleidskaart. Het gaat om gebieden met plaat en poelgronden, oude zeekleigronden, ‘natte’ overgangsgronden en overslaggronden (lage verwachting) en om gebieden met schorafzettingen (onbekende verwachting). Onder de schorafzettingen kan nog veen aanwezig zijn dat in de IJzertijd-Romeinse tijd bewoond was en hoog opgeslibde delen kunnen in de Middeleeuwen zijn bewoond.

Maritieme resten Aan de locaties waar maritieme archeologie wordt verwacht (de vindplaatsen zoals afgebeeld op de vewachtingskaart maritiem) zijn nog geen beleidscategorieën gekoppeld. Geadviseerd wordt om alle vindplaatsen onderzoeksplichting te maken bij alle verstoringen ongeacht de omvang en de diepte van de verstoring. Scheepswrakken bijvoorbeeld kunnen op een zeer klein oppervlakte liggen en toch een hoge archeologische waarde hebben. Ook liggen de resten over het algemeen vrij dicht aan de oppervlakte van de bodem en zijn dus al binnen de eerste 40 cm al te verwachten. Bij waterbodems is het gebruikelijk een bufferzone van 100 meter aan te houden ( die is gebaseerd op de RWS beleidsregels ontgrondingen in Rijkswateren).

Vergelijking beleidsregels aangrenzende gemeentes Voor AMK terreinen van zeer hoge waarde (geen rijksmonumenten) zijn binnen de aangrenzende gemeentes Goeree-Overflakkee, Noord-Beveland, Tholen en Goes geen aparte beleidscategorieën opgenomen, deze vallen onder de categorie AMK terreinen (zie onder). Binnen de gemeente

32

Middelburg geldt een onderzoeksplicht bij verstoringen groter dan 30 m 2 en dieper dan 40 cm -mv. Binnen de het nieuwe beleid van de gemeente Schouwen-Duiveland geldt hier een onderzoeksplicht bij alle verstoringen. Voor (overige) AMK terreinen geldt binnen de gemeente Goeree-Overflakkee een onderzoekspicht bij verstoringen groter dan 50 m 2 en dieper dan 30 cm -mv, voor de gemeentes Noord-Beveland, Tholen en Goes 50 m 2 en 40 cm -mv en voor de gemeente Middelburg 60 m2 en 40 cm -mv. Deze zijn grotendeels vergelijkbaar met de nieuwe beleidsregels van Schouwen-Duiveland (50 m 2 en 30 cm -mv). Binnen de gemeente Schouwen-Duiveland zijn binnen de stads- en dorpskernen de AMK terreinen echter niet één op één overgenomen. Er is een onderscheid gemaakt tussen gebieden met een archeologische verwachting (“gewone” stads- en dorpskern) en een verhoogde verwachting (kerken, vestingwerken e.d.). Binnen gebieden met een verhoogde verwachting geldt een onderzoeksplicht bij verstoringen groter dan 50 m 2 en dieper dan 30 cm -mv, binnen het resterende deel van de stads- en dorpskern geldt een onderzoeksplicht vanaf 250m 2 en dieper dan 30 cm -mv. Voor stads- en dorpskernen (m.u.v. AMK terreinen, zie boven) geldt in de gemeente GoereeOverflakkee een onderzoekspicht bij verstoringen groter dan 100 m 2 en dieper dan 30 cm -mv.

Binnen de gemeentes Noord-Beveland, Tholen en Goes geldt een onderzoeksplicht bij verstoringen groter dan 50 m 2 en 40 cm -mv. Binnen de gemeente Middelburg geldt een onderzoeksplicht bij verstoringen groter dan 60 m 2 en 40 cm -mv. Binnen Schouwen-Duiveland zijn de nieuwe beleidsregels soepeler voor deze gebieden (250 m 2 en 50 cm -mv, zie ook boven). Binnen de gemeente Goeree-Overflakkee heeft het grootste deel van het buitengebied geen archeologische verwachtingswaarde. Voor de strandwallen en oude duinen geldt een onderzoeksplicht bij verstoringen groter dan 2500 m 2 en dieper dan 50 cm -mv. Binnen de gemeentes Noord-Beveland, Tholen en Goes is een onderscheid gemaakt tussen oudere en jongere polders met onderzoeksgrenzen die variëren tussen 250 m 2 (polders voor 1300) en 2500 m 2 (polders na 1532) en 40 cm -mv. Voor de gemeente Middelburg geld voor het buitengebied met een verwachting een onderzoeksplicht bij verstoringen groter dan 500 m 2 en dieper dan 40 cm -mv. Binnen de gemeente Schouwen-Duiveland is gekozen voor onderzoeksgrenzen vanaf 2500 m 2 en 50 cm -mv en 5000 m 2 en 50 cm -mv. Deze zijn in vergelijking met de gemeentes Noord-Beveland, Tholen, Goes en Middelburg soepeler.

Verantwoording archeologiebeleid Het proces van de archeologische monumentenzorg is grotendeels onveranderd. Een uitzondering hierop vormen de nieuwe beleidszones die hierboven zijn beschreven. Voor een verdere toelichting van de verantwoording van het archeologiebeleid van de gemeente Schouwen -Duiveland wordt daarom verwezen naar het in 2008 opgestelde beleidsplan (met selectiebeleid en onderzoeksagenda) 44 en de voorzet voor een geactualiseerde onderzoeksagenda (Hoofdstuk 7) .

Uitvoering van archeologisch onderzoek Bij het overschrijden van de vrijstellingsgrenzen is archeologisch onderzoek noodzakelijk. Voor wat betreft de uitvoering van het archeologisch onderzoek wordt verwezen naar de richtlijnen van de provincie Zeeland.

44

Past2Present 2008; Bosman & van Roode 2007.

33

Conflictarcheologie: niet alle zones zijn in kaart gebracht, goed om bij het uitvoeren van een bureauonderzoek uit te zoeken in hoeverre er een verwachting is voor conflictarcheologie. Hierbij kan H 5, conflictarcheologie, aanknopingspunten bieden.

34

7 Voorzet onderzoeksagenda Voor de gemeente Schouwen-Duiveland is in 2008 een beleidsplan met selectiebeleid en voorzet voor een onderzoeksagenda opgesteld. 45 De belangrijkste resultaten hiervan worden hieronder samengevat. Schouwen-Duiveland maakt deel uit van archeoregio 14, de archeologische kennis van deze regio is als volgt: Tabel 9, Algemene kenniswaarde per periode; archeoregio 14 Zeeuws kleigebied (uit Lauwrier en Lotte 2002)

Uit tabel 9 blijkt de afwezigheid van kennis van de oudere perioden (Paleolithicum-Midden Romeinse tijd). Het ontbreken van kennis uit de oudste perioden is een landelijk fenomeen en vanwege de diepteligging binnen Schouwen-Duiveland niet verbazingwekkend. Van de Late Middeleeuwen en de Nieuwe tijd is juist de meeste kennis wat ook past in de landelijke trend. Voor wat betreft perioden is gekozen om alle archeologische perioden mee te nemen met uitzondering van de oudste (Paleolithicum-Mesolithicum). De keuze voor aandacht voor specifieke periodes is relatief breed. Het voorstel is derhalve de keuze voor de kennisthema’s hier zwaarder te laten wegen dan die voor de afzonderlijke perioden. De thema’s worden dan meer in hun diachrone kader geplaatst en waar nodig onderzocht. Deze thema’s dienen, na afstemming van dit voorstel met de provincie Zeeland, verder uitgewerkt te worden en voorzien van onderzoeksvragen. De volgende kennis thema’s geselecteerd: • • • • •

Nederzettingen Grafvelden Economie en landgebruik Locatiekeuze Religie en cultus

Voor nadere uitleg wordt verwezen naar het document Selectiebeleid Gemeente Schouwen Duiveland. Aanvullende inzichten op basis van de recentelijk uitgevoerde onderzoeken zijn er niet. Recentelijk is voor de provincie Zeeland echter wel een synthetiserend rapport geschreven in het kader van de Oogst voor Malta. 46 Hierin worden aantal kennislacunes aangegeven die kunnen dienen als uitgangspunten voor een onderzoeksagenda. Deze kennislacunes worden hieronder beschreven met een aanvulling die zich richt op de situatie binnen de gemeente Schouwen-Duiveland.

45 46

Bosman & van Roode 2007. Müller en Dijkstra 2022.

35

Periode van de jager-verzamelaars (Vroeg-Paleolithicum – Laat-Mesolithicum) De lagen waarin resten uit het Vroeg-Paleolithicum – Laat-Mesolithicum kunnen voorkomen zijn in de gemeente Schouwen-Duiveland afgedekt door metersdikke pakketten veen en klei. Daar waar oudere sedimenten worden geraakt door graafwerkzaamheden worden zeer regelmatig vondsten uit deze perioden gedaan, ook in het Noordzeegebied en de Zeeuwse Voordelta. Het onderzoekspotentieel van deze vondsten kan heel groot zijn, zoals de neander thalerresten uit de Noordzee laten zien. Periode van de vroege boerensamenlevingen (Vroeg-Neolithicum – Vroege Bronstijd) De vroegste sporen van bewoning op Schouwen-Duiveland, waaronder de bekende vindplaats op de strandwal van Brabers, dateren uit het Laat-Neolithicum. Deze vindplaats bevindt zich ter plaatse van een relatief hoog en droog deel van het landschap. Mogelijk valt hier nog winst te halen door een kritisch blik op de huidige verwachtingsmodellen voor deze perioden. Indien het landgebruik van deze periode wordt gerelateerd aan de zogenaamde breed -spectrum-economie, kan ook een breed spectrum aan complextypen worden verwacht, die niet altijd zijn te vinden op de hoogste en droogste delen van het landschap, zoals de strandwal van Brabers.

Periode van de late boerensamenlevingen (Midden Bronstijd – Vroege Middeleeuwen) Vondsten uit de Bronstijd zijn relatief schaars ter plaatse van Schouwen -Duiveland. Wel zijn enkele IJzertijd en Romeinse tijd vindplaatsen bekend, waaronder de Nehalennia altaren, verschillende Romeinse nederzettingen en het castellum bij Aardenburg. Uit de Vroege Middeleeuwen zijn relatief veel vindplaatsen bekend binnen Schouwen-Duiveland. In vergelijking met de pre-Malta periode is uit recentelijk uitgevoerd onderzoek veel informatie verzameld over de economie zoals zoutproductie en veenwinning, en is nieuwe kennis opgedaan over handelscontacten en uitwisselingsnetwerken. Belangrijke academische interesse heeft onder meer gezorgd voor enkele synthesestudies voor de Romeinse tijd en de vroege middeleeuwen. Kenniswinst kan zeker vergroot worden door internationale samenwerking omdat de Schelde een belangrijke transportroute zal zijn geweest, zowel in de late prehistorie, maar zeker in de Romeinse tijd. Na de laat-Romeinse transgressie worden delen van Zeeland vanuit Vlaanderen ontgonnen en vormt de Scheldemonding een diffuse grens tussen invloeden vanuit Vlaanderen en Holland. Periode van de staatssamenlevingen Voor de periode van de staatssamenlevingen is de kenniswinst eveneens wat onevenwichtig.

Veel onderzoek is uitgevoerd in dorps- en stadskernen, waardoor veel informatie is verzameld over de ontwikkeling van verstedelijking. Daarnaast is nieuwe kennis opged aan over ringwalburgen, scheepsvaart, landelijke nederzettingen, buitenplaatsen en grafvelden of kerkhoven. Aan de andere kant zijn veel complexen beschermd en zijn nauwelijks nieuwe gegevens verzameld op kasteelterreinen en mottes. Opvallend is het type onderzoek naar resten uit deze periode. Dat zijn talrijke archeologische begeleidingen naar aanleiding van kleinschalige ontwikkelingen. Dit levert heel veel kleine datapunten op, waarmee het niet altijd mogelijk is om de grote lijnen en historische ontwikkelingen te duiden. Ook zijn uitwerkingstrajecten en specialistisch onderzoek niet altijd intensief bij archeologische begeleidingen. Hierdoor ontbreekt er veel basisinformatie over datering, functie enzovoorts ten aanzien van complextypen zoals agrarische nederzettingen, dorpskernen en steden. De begeleidingen, als onderdeel van de AMZ-cyclus, zijn wel een vast onderdeel geworden in het proces van ruimtelijke ontwikkeling. Hierdoor zijn ook onderzoeken gedaan naar buitenplaatsen, stellingen, linies en verdedigingswerken, relatief nieuwe archeologisch onderzoeksthema’s, waarbij veel nieuwe kennis is opgedaan.

36

8 Literatuur Boer, A. de, 2017: Nieuweweg, Scharendijke, gemeente Schouwen-Duiveland: een bureau- en inventariserend veldonderzoek in de vorm van boringen in de verkennende fase. Bureau voor Archeologie rapport 499. Boer, E.A.M. de & Buesink, A., 2013: Gemeente Schouwen-Duiveland. Plangebied Duinzoom 2 te BurghHaamstede. BAAC rapport V-13.0039. Boer, G.H. de, 2008: Gemeente Schouwen-Duiveland; een archeologische waarden- en verwachtingenkaart voor het buitengebied. Weesp RAAP-rapport 1453. Boer, G.H. de, 2020: Aanleg natuurvriendelijke oevers Zuidersluiswatergang te Ritthem (KRW locatie 84), gemeente Vlissingen. Een archeologisch bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennende boringen). Leiden Archol Rapport 520. Boots, G.J., 2015: Archeologisch proefsleuvenonderzoek Bernhardstraat (ong.) te Burgh-Haamstede in de gemeente Schouwen-Duiveland. Econsultancy-rapport 14081801. Bosman, A.V.A.J. & S.M. van Roode, 2007, Selectiebeleid gemeente Schouwen-Duiveland, Past2Present-ArcheoLogic rapport 303, Woerden. Bosman, A.V.A.J., E.J. van Ginkel, J.P.F. Verweij & W.B. Waldus, 2014, De archeologie van modern oorlogserfgoed, Rapportage SIKB project 204 Modern oorlogserfgoed in relatie tot de archeologische uitvoering fase 1, ADC rapport 3595, Amersfoort. Bosman, A.V.A.J. & M.

Willemsen, 2019, De archeologie van modern oorlogserfgoed 2, Waarderen en selecteren, een inventarisatie en voorstel archeologie, Rapportage SIKB project 204 Modern oorlogserfgoed in relatie tot de archeologische uitvoering fase 2, Military Legacy Rapport ML 85, Dordrecht. Breimer, J. (eds), 2021: Handleiding opstellen gemeentelijke archeologische inventarisatiekaarten. Een normstellend kader. Briels, I.R.P.M., 2016: Plangebied Raamstraat 1 in Zierikzee, gemeente Schouwen-Duiveland; archeologisch vooronderzoek: een karterend en waarderend proefsleuvenonderzoek. RAAP-rapport 3095. Claeys, J., 2009: Het Gravenhof te Zierikzee. Rapport 1787. Coppens, E., 2020: Bruinisse, Dreef / Molenstraat 44. Gemeente Schouwen - Duiveland. Opgraven – variant archeologische begeleiding. Artefact-rapport 616. Coppens, E., met bijdragen van Ostkamp, S., Campenhout de, E., Rijk de, P., Gazenbeek, A.E., Hendriksen, M., Dijk van, J., Zeiler, J., Linde van der, C., Daalen van, S., Haaster van, H., Lange, S., Hänninen, K., 2021: Zierikzee, Arbeid en geloof. Plan Buijse, herstructurering wijk Buijse. Artefact-rapport 596. Delporte, F.M.J., 2016: Burgh – Moolweg, De Weitjes. Artefact-rapport 269. Delporte, F.M.J. & Winterswijk, D.G., 2022: Scharendijke, Elkerzeeseweg 42, gemeente Schouwen-Duiveland. Inventariserend veldonderzoek door middel van proefsleuven. Artefact-rapport 698.

Depuydt, S., 2022: Zierikzee Haringvlietplein. Gemeente Schouwen-Duiveland. Inventariserend veldonderzoek door middel van proefsleuven. Artefact-rapport 578. Gijssel, K. van & Valk van der, B., 2005: Aangespoeld, gestuwd en verwaaid: de wording van Nederland, in: L. Louwe Kooijmans, P.W. van den Broeke, H. Fokkens & A. van Gijn, Nederland in de Prehistorie. Amsterdam. Ilson, P.J., 2014: Kasteel het Gravenhof te Zierikzee, gemeente Schouwen-Duiveland; archeologische opgraving met beperkingen. RAAP-rapport 2785.

37

Mientjes, A.C., 2015: Archeologische begeleiding aanleg fietspad Stolpweg, Nieuwerkerk, gemeente SchouwenDuiveland. SOB Research-rapport 2221-1407. Mientjes, A.C. & Ras, J., 2014: IVO-Overig PAS Project Zeepeduinen, deelgebied I t/m IV, Burgh-Haamstede, gemeente Schouwen-Duiveland. SOB Research-rapport 2190-1404. Müller, A. & Dijkstra, J. (red.), 2022: Dynamische Delta. Synthese onderzoek naar de archeologische bewoningsgeschiedenis en landschapsontwikkeling van de provincie Zeeland en het Zeeuws kleigebied. Nederlandse Archeologische Rapporten 78. Amersfoort. Past2Present, 2008: Beleidsplan archeologie Schouwen-Duiveland. Woerden. Ras, J., 2009: Natuurontwikkelingsproject Zuidkust (deelgebieden 8, 9 en 12 en IVI boor deelgebieden 8 en 9), met separaat bijlagen 4 tot en met 7. SOB Research-rapport 1609-0905. Ras, J., 2011: Inventariserend veldonderzoek door middel van grondboringen, verkennend, Plan Tureluur, deelgebied 12, gemeente Schouwen-Duiveland. SOB Research-rapport 1808-1010. Ras, J., 2014: Verkennend IVO-Overig Stoofweg 10, Renesse, gemeente Schouwen-Duiveland. SOB Researchrapport 1873-1105. Roode, S. van & Bosman, A.V.A.J., 2008: Selectiebeleid Gemeente Schouwen-Duiveland. Past2PresentArcheoLogic Project 303, versie 1.0 definitief. Sanders, A., 2023: Opgraving, variant archeologische begeleiding, Schouwen-Duiveland, RoZe – 1A Daleboutsweg.

Bodac Archeologie Rapport A0011. Schamp, C.R.C. & Müller, A., 2006: Aanleg natuurvriendelijke oever Schouwen Oost en West 2e fase, gemeente Schouwen-Duiveland. Archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek. Amsterdam RAAP rapport 1236. Schute, I.A., Boer, G.H. de, Jansen, B. & Nuijten, I.M.C., 2001: Structuurbeeld Goes-Zuid, plangebieden Ouverture, Aria en de Poel II, gemeente Goes; een aanvullende archeologische inventarisatie. Amsterdam, RAAP rapport 522. Uleners, H., 2010: Regenboogstraat 38-56 te Zierikzee. Rapport 1734-1003. Uleners, H.H., 2017: Inventariserend veldonderzoek door middel van proefsleuven, plangebied Tureluur, deelgebied 10, Havenweg/Weldamseweg, gemeente Schouwen-Duiveland. SOB Research-rapport 2111-1307. Uleners, H.H.J., 2013: IVO-P Plan Tureluur, deelgebied 12, Zierikzee, gemeente Schouwen-Duiveland. SOB Research-rapport 2000-1208. Van Roode, S., 2008: Selectiebeleid Gemeente Schouwen-Duiveland. Past2Present-ArcheoLogic Project 303, versie 1.0 definitief. Datum 15-03-2008. Wattenberghe, J.E.M. & Brijker, J., 2014: Burghsluis, Groenlandsweg, Kustlaboratorium. Inventariserend veldonderzoek door middel van verkennende boringen. Artefact-rapport 86. Wattenberghe, J.E.M. & Ruijsscher de, D.A.A., 2018: Scharendijke, Weelweg N652, Recreatieverdeelweg Fase 3. Gemeente Schouwen-Duiveland.

Inventariserend veldonderzoek door middel van proefsleuven. Artefactrapport 347. Wattenberghe, J.E.M. & Valk van der, L., 2021: Burgh-Haamstede, Hogeweg 88-98A, gemeente SchouwenDuiveland. Inventariserend veldonderzoek door middel van verkennende boringen. Artefact-rapport 582. Weerheijm, W.J., Picard, E.R.J.G. & Puijenbroek van, F.P.J., 2021: Archeologisch vooronderzoek in het kader van de nieuwbouw van woningen binnen plangebied De Velden te Zierikzee, gemeente Schouwen-Duiveland. Vestigia-rapport 2167.

38

Wilgen, L.R. van, 2016: Archeologisch bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek door middel van grondboringen 'Bestemmingsplan N652, Recreatieweg 3de fase', Scharendijke, gemeente Schouwen-Duiveland. SOB Research-rapport 2411-1605.

Literatuur maritieme resten Aa, A. J. van der, 1840: Aardrijkskundig woordenboek der Nederlanden, deel 2. J. Noorduyn. Brenk, S. van den & Lil, R. van, 2021: Inventariserend Veldonderzoek (opwaterfase) Grevelingenmeer. www.deepbv.nl Kekem, A. J., 2003: Het ABC van het Landinrichtingsgebied Schouwen-West, een integraal bodemkundighydrologisch en cultuurhistorisch onderzoek. Lil, R. van & Brenk, S. van den, 2011: Oosterschelde Schaar van Colijnsplaat ‘Nehalennia’, een bureauonderzoek met nadruk op de verwerking en interpretatie van geofysische gegevens. RCE, 2024: Archeologische Monumentenkaart. https://rce.webgispublisher.nl/Viewer.aspx?map=Archeologie -in-Nederland Vos, P. De & Heeringen, R. M. van, 1997: Holocene geology and occupation history of the province of Zeeland. https://api.semanticscholar.org/CorpusID:134554583 Waldus, W., Brenk, S. van den & Lil, R. van, 2009: Bureauonderzoek Zoekgebieden Mosselzaadinvanginstallaties. Zeeuwseankers.nl, 2024: Verdronken havenbuurt van Westenschouwen: de zee neemt, de zee geeft. https://www.zeeuwseankers.nl/verhaal/verdronken-havenbuurt-van-westenschouwen-de-zee-neemt-dezee-geeft

Literatuur conflictarcheologie Bosman, A.V.A.J., E.J. van Ginkel, J.P.F. Verweij & W.B. Waldus, 2014: De archeologie van modern oorlogserfgoed, Rapportage SIKB project 204 Modern oorlogserfgoed in relatie tot de archeologische uitvoering fase 1, ADC rapport 3595, Amersfoort. Bosman, A.V.A.J. & M. Willemsen, 2019: De archeologie van modern oorlogserfgoed 2, Waarderen en selecteren, een inventarisatie en voorstel archeologie, Rapportage SIKB project 204 Modern oorlogserfgoed in relatie tot de archeologische uitvoering fase 2, Military Legacy Rapport ML 85, Dordrecht. Bosman, A.V.A.J. & S.M. van Roode, 2007: Selectiebeleid gemeente Schouwen-Duiveland, Past2PresentArcheoLogic rapport 303, Woerden.

39

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15977308/1