CConstaterende datSchouwen-Duiveland
Koppel je AI →
Document · PDF

1583313 Bijlage 1 Rap Actualisatie Archeologiebeleid gemeente Schouwen-Duiveland

Gemeenteraad 30 oktober 2025, gemeente Schouwen-DuivelandBij agendapunt: RVS Actualisatie archeologiebeleid Schouwen Duiveland (1583313)14.843 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Rapport 6705

ACTUALISATIE ARCHEOLOGIEBELEID GEMEENTE SCHOUWEN-DUIVELAND M. Hanemaaijer & P. Valentijn Met bijdragen van A.V.A.J. Bosman en G.R. Dijkstra

Actualisatie archeologiebeleid gemeente Schouwen-Duiveland

M. Hanemaaijer & P. Valentijn Met bijdragen van A. V.A.J. Bosman en G.R. Dijkstra

Colofon ADC Rapport 6705 Actualisatie archeologiebeleid gemeente Schouwen-Duiveland Auteur: M. Hanemaaijer & P. Valentijn met bijdrage van A.V.A.J. Bosman (Military Legacy) en G.R. Dijkstra

In opdracht van: gemeente Schouwen-Duiveland © ADC ArcheoProjecten, Amersfoort, september 2025 Foto’s en tekeningen: ADC ArcheoProjecten, tenzij anders vermeld Status onderzoek: definitief Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie of op welke wijze dan ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgevers. ADC ArcheoProjecten aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit de toepassing van de adviezen of het gebruik van de resultaten van dit onderzoek.

Autorisatie: P. Valentijn

ISSN 1875-1067

ADC ArcheoProjecten Postbus 1513 3800 BM Amersfoort Tel 033-299 81 81 Fax 033-299 81 80 Email info@archeologie.nl

Inhoudsopgave 1 Inleiding ........................................................................................................................................... 5 Achtergrond .............................................................................................................................................. 5 Opzet ........................................................................................................................................................ 6

2 Nieuwe inzichten in het landschap .................................................................................................... 8 3 Inventarisatie uitgevoerde onderzoeken en bekende vindplaatsen ................................................... 11 4 Maritieme resten ............................................................................................................................. 17 5 Confictarcheologie .......................................................................................................................... 28 6 Beleidszones .................................................................................................................................. 30 7 Voorzet onderzoeksagenda ............................................................................................................ 35 8 Literatuur ....................................................................................................................................... 37

1 Inleiding Achtergrond De gemeente Schouwen-Duiveland heeft besloten haar archeologiebeleid te actualiseren. Voor de actualisatie zijn landschappelijke periodenkaarten en een beleidskaart opgesteld. Dit rapport betreft de onderbouwing van deze kaarten. Uitgangspunt van het geactualiseerde beleid zijn de verwachtings en beleidskaarten die in 2008 door RAAP en Past2Present zijn opgesteld. 1 Deze kaarten bestonden uit periodenkaarten (Neolithicum/Bronstijd, IJzertijd/Romeinse tijd en Middeleeuwen en Nieuwe tijd) en een beleidskaart. De aanleiding voor het actualiseren van het archeologiebeleid is het ingaan van de nieuwe omgevingswet. De huidige Omgevingswet stelt nieuwe eisen aan het gemeentelijke archeologiebeleid, met name aan de onderbouwing hiervan. Bij het aannemen van de initiatiefwet voor de Omgevingswet in 2015 het zogenaamde amendement Ronnes ingediend en aangenomen. Dit amendement regelt:

(…) dat gemeenten te verwachten archeologische monumenten alleen in hun omgevingsplannen kunnen beschermen indien dit aantoonbaar is. In de huidige praktijk leggen veel gemeenten een claim op het gebruik van de ruimte door slecht onderbouwde archeologische dubbelbestemmingen in hun bestemmingsplannen op te nemen. Deze raken hierdoor overvol met archeologische dubbelbestemmingen en belast en bedrijven en gemeenten onnodig met archeologisch onderzoek. Door het opnemen van het woord ‘aantoonbaar’ brengt de wetgever tot uitdrukking dat gemeenten te verwachten archeologische monumenten alleen in hun omgevingsplannen kunnen beschermen indien de bescherming is gebaseerd op expliciete en specifiek lokale arch eologische en bodemkundige informatie. Het gebruik van nauwkeurig archeologisch kaartmateriaal, inclusief een onderbouwing van de trefkans op archeologische monumenten, zorgt ervoor dat initiatiefnemers en vergunning aanvragers alleen goed onderbouwd een archeologische onderzoekplicht opgelegd krijgen. Zoals hierboven beschreven, moet de archeologische verwachting aantoonbaar worden gemaakt. De wijze waarop dit moet worden gedaan is niet in de wet beschreven. Met het aanpassen van de eerder opgestelde periodenkaarten, die als basis dienen voor de nieuwe beleidskaart, is getracht de archeologische verwachting aantoonbaar te maken.

De nieuw opgestelde periodenkaarten zijn opgesteld conform de nieuwe handleiding voor het opstellen van archeologische inventarisatiekaarten. 2 Het verschil met de eerder gehanteerde werkwijze is dat niet meer een waardering wordt uitgesproken (in de vorm van laag, middelhoog of hoog) voor een specifieke verwachting. Bij het uitspreken van een waardering wordt namelijk een aanname gedaan over de dichtheid van archeologische resten in een gebied en daarmee ook de kans om deze resten aan te treffen. Deze waardebepaling is niet te onderbouwen. Door het geven van een feitelijke onderbouwing , op basis van bronnenmateriaal, waarom in een bepaalde zone specifieke resten aanwezig kunnen zijn, staat de aantoonbaarheid niet langer ter discussie. Daarom zijn op de nieuwe periodenkaarten alleen verschillende landschappelijke eenheden in kaart gebracht terwijl op de oude periodenkaarten een waardebepaling aan de verwachting per landschappelijke eenheid is toegekend. Voor de gemeente Schouwen-Duiveland is het

1 2

Boer 2008; Past2Present 2008; Bosman & van Roode 2007. Breimer e.a. 2021.

5

overigens niet mogelijk om per landschappelijke eenheid een verwachting in termen van specifieke complextypen te geven, maar geldt voor elke eenheid een brede verwachting voor alle complextypen. Hiernaast is gekeken naar nieuwe inzichten naar aanleiding van uitgevoerd archeologisch en aardwetenschappelijk onderzoek. Zo zijn er de afgelopen jaren rond de 200 archeologische onderzoeken uitgevoerd die nieuwe informatie en inzichten kunnen hebben opgeleverd. Ook heeft recentelijk uitgevoerd aardwetenschappelijk onderzoek de landschappelijke situatie in het plangebied nader in beeld gebracht. Deze nieuwe gegevens zijn in de nieu w opgestelde kaarten verwerkt. Op de nieuwe periodenkaarten zijn ook bekende vindplaatsen en AMK terreinen uit de betreffende periode geplot. De periodenkaarten geven een duidelijke basis om bij specifieke ontwikkelingen in een plangebied tot een gespecificeerde verwachting te komen. In aanvulling op de eerder opgestelde kaarten zijn in deze actualisatie ook kaarten opgesteld waarop de mogelijke aanwezigheid van maritieme resten en conflictarcheologie is weergegeven . Beide thema’s staan de laatste jaren meer in de belangstelling en hebben een toegevoegde waarde voor de kennis van het archeologisch erfgoed. Op de beleidskaart zijn de verwachtingszones vertaald naar beleidscategorieën, waardoor er wel sprake is van een rangorde.

Deze keuzes worden ingegeven door een onderzoeksagenda van de gemeente. Voor een onderzoeksagenda is al eerder een voorzet gegeven door de gemeente Schouwen-Duiveland in het beleidsplan en recentelijk zijn in dynamische delta een aantal kennislacunes beschreven. 3 In dit rapport zijn de belangrijkste lacunes samengevat wat kan dienen als een voorzet voor een onderzoeksagenda. Wat betreft de regimes zijn er een aantal aanpassingen gedaan, waarbij een aantal regimes strenger zijn geworden en andere juist losser. De actualisatie is uitgevoerd door ADC ArcheoProjecten. Vanuit de gemeente Schouwen-Duiveland is Guus Besuijen, archeologisch adviseur van de gemeente, bij het project betrokken. Opzet Dit rapport vormt de verantwoording voor de nieuw opgestelde periodenkaarten en de beleidskaart. De periodenkaarten zijn gebaseerd op de eerder opgesteld periodenkaarten. Voor een complete verantwoording van de nieuwe periodenkaarten wordt verwezen naar het rapport bij de oude kaarten. 4 In hoofdstuk 2 (Nieuwe inzichten in het landschap) worden enkel de landschappelijke wijzigingen van de nieuwe periodenkaarten ten opzichte van de oude periodenkaarten besproken. In hoofdstuk 3 wordt een overzicht gegeven van de sinds 2008 uitgevoerde onderzoek en (nieuwe) bekende vindplaatsen.

De thema’s maritieme resten en conflictarcheologie kwamen in de eerder opgestelde beleids en verwachtingsrapporten nog niet aan bod. In dit rapport wordt in hoofdstuk 4 uitgebreid aandacht besteed aan de (mogelijk aan te treffen) maritieme resten binnen de gemeente Schouwen -Duiveland. In hoofdstuk 5 komt de conflictarcheologie aan bod. De nieuwe periodenkaarten en de kaarten maritiem en conflictarcheologie zijn gebruikt om de beleidskaart vorm te geven. In hoofdstuk 6 worden de nieuwe en de oude beleidszones naast elkaar gezet en is een verantwoording voor de nieuwe beleidszones opgenomen. In hoofdstuk 7 wordt een voorzet gegeven voor een nieuwe onderzoeksagenda. 3 4

Past2Present 2008; Bosman & van Roode 2007. De Boer 2008.

6

Bijlagen Bijlage 1 Onderbouwing conflictarcheologie (A.V.A.J. Bosman) Bijlage 2 Vindplaatsencatalogus Bijlage 3:Gemeente Schouwen-Duiveland; een archeologische waarden- en verwachtingenkaart voor het buitengebied (G.H. de Boer, 2008, RAAP-rapport 1453) Bijlage 4 Beleidsplan archeologie Schouwen-Duiveland. (Past2Present, 2008). Bijlage 5 Selectiebeleid Gemeente Schouwen Duiveland (S. van Roode & A.V.A.J Bosman, 2008, Past2Present-ArcheoLogic Project 303) Bijlage 6 Startnotitie Archeologiebeleid Schouwen-Duiveland (S. van Roode, 2005, Past2PresentArcheoLogic rapportage 253) Bijlage 7 Gemeente Schouwen-Duiveland. Archeologische waarden- en verwachtingskaarten voor de historische kernen. (J.W.H.P. Verhagen, 2008, Zuidnederlandse Archeologische Notities 165) Bijlage 8 Database

Kaartbijlagen Kaart 1 Archeologische verwachtingskaart Neolithicum Kaart 2 Archeologische verwachtingskaart IJzertijd-Romeinse tij Kaart 3 Archeologische verwachtingskaart (Vroege) Middeleeuwen Kaart 4 Archeologische verwachtingskaart Nieuwe tijd Kaart 5 Archeologische verwachtingskaart WOII Kaart 6 Archeologische verwachtingskaart maritiem Kaart 7 Archeologische beleidskaart

7

2 Nieuwe inzichten in het landschap Voor het opstellen van de nieuwe beleidskaart zijn drie nieuwe periodenkaarten opgesteld die een weerslag geven van de mogelijkheden van bewoning in de betreffende periode. Voor een uitgebreide beschrijving van de geologische ontstaansgeschiedenis, en de link tussen paleogeografie en bewoning, wordt verwezen naar het begeleidende rapport bij de beleidskaart uit 2008. 5 De periodenkaarten zijn grotendeels gebaseerd op de eerdere periodenkaarten . In dit hoofdstuk komen de wijzigingen ten opzichte van de eerdere landschappelijke periodenkaarten aan bod. Het uitgangspunt van de eerdere verwachtingskaarten zi jn oude bodemkaarten. Dit landschappelijke model blijft grotendeels staan. Recentelijk uitgevoerd archeologisch onderzoek heeft in beperkte mate aanvullende informatie over het landschap omdat de meeste gravende onderzoeken, die de meeste landschappelijke data kunnen opleveren, zijn gericht op historische kernen waarbij de natuurlijke ondergrond minder van belang is. De periodenkaarten zijn geen paleogeografische reconstructie van de perioden. Zo zijn er op de kaarten ook later gevormde geologische eenheden weergegeven die resten uit de betreffende perioden (kunnen) hebben geërodeerd.

Op de periodenkaarten van het Neolithicum-Bronstijd en de IJzertijdRomeinse tijd zijn bijvoorbeeld een diepe Middeleeuwse getijdengeul ingetekend omdat hier geen resten uit de betreffende periode meer aanwezig zijn vanwege erosie. Daarnaast zijn de periodenkaarten een statisch beeld van wat in sommige perioden en/of gebieden een dynamisch landschap was, zoals de krekenlandschappen in verschillende perioden. Tot slot zijn bepaalde landschappen niet als periodenkaart opgenomen, omdat er te weinig informatie over en/of te weinig (gekende) differentiatie binnen het landschap was, zoals bij het veenland schap uit ondermeer de IJzertijd.

Neolithicum en Bronstijd Onderzoek van Vos et al. 6 uit 2018 heeft het oude getijden-, duin- en strandwallenlandschap in het Neolithicum en de Bronstijd nader in beeld gebracht (afb. 3). Vos heeft onder andere een groter krekensysteem (afb. 3, waterlopen) in beeld gebracht. Op de oude periodenkaart van het oude getijdenlandschap/ duin- en strandwallenlandschap in het Neolithicum-Bronstijd is het getijdengebied als een grote ongedifferentieerde zone weergegeven. De door Vos aangeduide kreken zijn als zodan ig aangegeven op de nieuwe periodekaart. Het krekensysteem is indicatief voor een zone met verhoogde verwachting. Hierbij dient echter de kanttekening te worden gemaakt dat de exacte ligging van het krekensysteem niet bekend is. Het is ook niet mogelijk om de landschappelijke eenheden binnen het krekensysteem (zoals oever en bedding) nader te duiden. Daarom is het neolithische krekensysteem niet opgenomen op de beleidskaart als zone met een specifiek regime. Ook dient er rekening te worden gehouden met de relatief natte omstandigheden waaronder de oude getijdenafzettingen(Laagpakket van Wormer) zijn afgezet, wat blijkt uit het feit dat hierin vrijwel altijd rietresten worden aangetroffen. Tot op heden zijn nog geen goed ontwikkelde oevers, en daarmee de moge lijkheden voor bewoning, van getijdenkreken in de Wormer-afzettingen bekend.

7 De vroegste sporen van bewoning op Schouwen-Duiveland dateren uit het Laat-Neolithicum. De bewoning vond plaats op oude getijdenafzettingen en op oude duin - en strandafzettingen. De bekendste vindplaats uit deze periode is de vindplaats Brabers op een vero nderstelde oude strandwal bij Haamstede. Op de oude en nieuwe periodenkaarten staan ten oosten van het duingebied twee strandwallen afgebeeld, waaronder de strandwal waarop de vindplaats Brabers is aangetroffen. Ten oosten van de bekende grote strandwal is een kleine strandwal met oud duinzand afgebeeld (Groenlandse Duin). Het is niet bekend hoe groot de verbreiding is van deze strandwal. Volgens archeologisch booronderzoek dat is uitgevoerd in het kader van het opstellen van de vorige 5 6 7

De Boer 2008. Vos et al 2018. Müller en Dijkstra 2022; De Boer 2020; Schute et al. 2001; Schamp & Muller 2006.

8

verwachtings- en beleidskaart en bij een booronderzoek in het kader van natuurontwikkeling aan de Groenlandseweg in Burghsluis, ca. 1,5 km ten westen van de strandwal van Brabers, heeft in de ondergrond, vanaf 110 tot 188 cm -mv/1,05 tot 1,96 m – NAP strandwalafzettingen aangetoond. 8 Mogelijk is deze uitbreiding van het Groenlandse Duin onderdeel van de strandwal die zich langs de noordrand van de Scheldemonding ontwikkelde. Ook langs de zuidrand van de monding zal een strandwal gevormd zijn. Resten hiervan zijn door latere erosie verloren gegaan. Hierbij moet vermeld worden dat een discussie over de genese van de verschillende zandlichamen verre van eenduidig is. Ook over de bekende strandwal Brabers zijn hypotheses opgesteld dat het wellicht geen duin maar een kreekrug betreft. 9

Afb. 3.

De paleogeografische situatie op Schouwen-Duiveland omstreeks 2750 (Vos et al. 2018)

IJzertijd-Romeinse tijd en de (Vroege) Middeleeuwen Gedurende de IJzertijd en de Romeinse tijd bestond Schouwen -Duiveland grotendeels uit een veenlandschap. Dit veenlandschap is vanaf ca. de 3 e eeuw na Chr. verdronken. Voor het veengebied geldt dat ter plaatse van de intacte delen van het veen, dus voor zover niet geërodeerd door kreken of door moernering vergraven, resten uit de IJzertijd en de Romeinse tijd aanwezig kunnen zijn . Voor die delen waar het onderliggende veen nog intact is, kunnen archeologische resten uit de IJzertijd en/of de Romeinse tijd voorkomen. Uitgangspunt ten aanzien van het voorkomen van vindplaatsen uit de 8 9

De Boer 2008; archis zaakindentificatie 2432902100 Gijssel & van der Valk 2005.

9

IJzertijd en Romeinse tijd op het veen is dat deze resten vooral in de directe nabijheid van ontwateringsgeulen verwacht worden. De randen van het veenmoeras werden via de geulen ontwaterd en waren daardoor droger en steviger dan het veen verder weg van de geulen. Voor zover deze randzones later niet zijn geërodeerd door uitbreidende getijdengeulen, zijn ze afgedekt met mariene afzettingen (zand en klei). 10 De kreken die zijn ingetekend op periodenkaarten IJzertijd -Romeinse tijd en Middeleeuwen zijn overgenomen van de oude periodenkaarten uit 2008 11 en zijn gebaseerd op de ingetekende kreekruggronden op de oude bodemkaart van Kuipers uit 1947. De kreken zijn voornamelijk actief geweest vanaf de Romeinse tijd tot in de Middeleeuwen maar de exacte datering van de individuele kreken is niet bekend. Op de periodenkaart IJzertijd-Romeinse tijd zijn de geulen ingetekend als kreekgeul (kreekrugbeddinggrond en kreekruggrond, op de oude periodenkaart geldt hier een lage verwachting). Hier geldt een verlaagde kans op resten uit de IJzertijd -Romeinse tijd, omdat er sprake was van een geul waardoor de resten zullen zijn geërodeerd. Direct langs de kreken geldt echter weer een verhoogde kans op activiteiten die substantiële resten hebben achtergelaten. Op de periodekaart Middeleeuwen zijn ze ingetekend als kreekruggronden.

Nadat de getijdengeulen inactief zijn geworden gedurende de Middeleeuwen waren dit als gevolg van getij -inversie de hogere delen van het landschap die aantrekkelijk waren voor bewoning. Daarom gold hier op de oude periodenkaart een hoge verwachting voor de Middeleeuwen.

Benadrukt wordt nog dat de periodenkaarten geen paleogeografische reconstructie vormen, vanwege de dynamiek van het landschap met veel erosie geeft een paleogeografische reconstructie geen goed beeld van de te verwachte archeologische resten. Uit de veldtoets die is uitgevoerd bij het opstellen van de beleidskaart in 2008 en bij sinds 2008 uitgevoerde archeologische booronderzoeken blijkt echter dat de precieze ligging van kreekruggen kan afwijken van de ligging zoals afgebeeld op de oude bodemkaarten. Deze afwijking kan oplopen tot ca. 100 m van de oorspronkelijke veronderstelde ligging. Op de huidige periodenkaart zijn de kreken (kreekrug/kreekbedding) nog afgebeeld zoals weergegeven op de oude bodemkaart en de oude periodekaart. De hierboven geschetste afwijking is wel meegenomen op de beleidskaart (zie ook hoofdstuk 6), waarbij rondom de verwachting van de bodemeenheden kreekrug/kreekbedding een buffer van 150 is genomen. Voor deze nieuwe zone geldt een verhoogde verwachting. Voor latere periode (Nieuwe tijd) zijn er geen landschappelijk wijzigingen doorgevoerd in de periodenkaart.

10 11

De Boer 2008. De Boer 2008.

10

3 Inventarisatie uitgevoerde onderzoeken en bekende vindplaatsen Binnen de gemeente Schouwen-Duiveland hebben tussen 2008 en augustus 2023 79 gravende onderzoeken plaatsgevonden. Deze onderzoeken kunnen verder worden onderverdeeld in 22 archeologische begeleidingen, 12 proefsleuvenonderzoeken en 4 opgravingen (zie bijlage 8 database). De meeste gravende onderzoeken zijn gericht op historische kernen en alle onderzoeken hebben voornamelijk resten uit de Late Middeleeuwen en de Nieuwe tijd opgeleverd. Hierdoor is weinig nieuwe informatie over de link tussen paleogeografie en bewoning beschikbaar gekomen, die met name bij gravend onderzoek gelegd kan worden. Verreweg het grootste aandeel van de onderzoeken die sinds 2009 hebben plaatsgevonden binnen de gemeente zijn bureau- en booronderzoeken. Met name de grotere booronderzoeken hebben landschappelijke informatie opgeleverd. Deze worden hieronder ter info besproken. Hiernaast worden een aantal (grotendeels binnenstedelijke) gravende onderzoeken samengevat. Er is een keuze gemaakt om de archeologische begeleidingen niet te bes chrijven omdat deze vaak beperkte kenniswinst opleveren. De beschreven onderzoeken zijn alfabetisch gerangschikt op plaatsnaam. Tabel 1 Uitgevoerde archeologische onderzoeken archeologisch: (veld)kartering

2

archeologisch: begeleiding

22

archeologisch: boring

83

archeologisch: bureauonderzoek

75

archeologisch: geofysisch onderzoek

2

archeologisch: inspectie

1

archeologisch: onderwaterarcheologie

1

archeologisch: opgraving

4

archeologisch: proefputten/proefsleuven 12 niet-archeologisch: kartering

1

Bruinisse Bij een proefsleuvenonderzoek en opgraving aan de Dreef 44 en de Molenstraat in Bruinisse zijn een begraafplaats met menselijke resten uit de 18 e en de 19 e eeuw gedocumenteerd. 12

Burgh-Haamstede Op de overgang tussen het kustduinlandschap en het getijdengebied zijn in verband met geplande natuurontwikkeling diverse onderzoeken uitgevoerd. Het betreft het onderzoek Duinzoom 2 ten noordoosten van Burgh Haamstede waarbij 107 boringen zijn gezet. De boringen zijn gezet ter plaatse van zones waar graafwerkzaamheden zijn gepland. Hierbij zijn vanaf het maaiveld getijdenafzettingen 12

Coppens 2020; Onderzoeksmelding 4723104100 en 4737653100.

11

van het Laagpakket van Walcheren op het Hollandveen Laagpakket op getijdenafzettingen van het Laagpakket van Wormer aangetroffen. De getijdenafzettingen van het Laagpakket van Wormer zijn intact maar bevatten rietresten en er zijn geen aanwijzingen voor bo demvorming. De getijdenafzettingen gaan vervolgens over in rietveen. Vanwege de natte omstandigheden ten tijde en na de afzettingen wordt het gebied niet geschikt geacht voor bewoning Het veenpakket en de bovenliggende getijdenafzettingen zijn verstoord als gevolg van moerneringen. In enkele boringen zijn vanaf het maaiveld jonge duinafzettingen (Laagpakket van Schoorl) op een geroerd veenpakket aangetroffen. Aanvullend onderzoek ter plaatse van de geplande graafwerkzaamheden wordt niet noodzakelijk geacht. 13 Nog een onderzoek op de overgang tussen het kustduinlandschap en het getijdengebied ten noordoosten van Burgh Haamstede in verband met geplande natuurontwikkeling is het projectgebied Moolweg/Weitjes te Burgh. De ondergrond bestaat uit oude duinzanden (Laa gpakket van Zandvoort). Hierboven is in een deel van het plangebied jong duinzand aanwezig, in een ander deel een dunne laag getijdenafzettingen (Laagpakket van Wormer) en Hollandveen, weer in een ander deel is direct Hollandveen aanwezig op het oude duinzand. Boven het veen liggen getijdenafzettingen van het Laagpakket van Walcheren.

In het centrale deel liggen de getijdenafzettingen van het Laagpakket van Walcheren direct op het oude duinzand. Laagpakket van Walcheren kom ook gerand voor met jonge duinzanden. Voor de top van het Oude Duinzand geldt een verwachting vanaf het Neolithicum tot en met de Middeleeuwen, voor het jonge duinzand geldt een verwachting voor de Late Middeleeuwen (vanaf 1200-1300) en de Nieuwe tijd. Voor het intacte Hollandveen Laagpak ket geldt een verwachting voor resten uit de IJzertijd en de Romeinse tijd en voor het Laagpakket van Walcheren geldt een verwachting vanaf de Vroege Middeleeuwen. Er vervolgonderzoek geadviseerd bij verstoringen die per dan 50 cm -mv. 14 Een derde onderzoek op de overgang tussen het kustduinlandschap en het getijdengebied betreft een mechanisch booronderzoek in het kader van het opstellen van een bestemmingsplan aan de Hogeweg 88-99A. Hierbij is geconstateerd dat in het Laagpakket van Wormer, het Hollandveen Laagpakket en het Laagpakket van Walcheren nog archeologische rest en aanwezig kunnen zijn. 15 Bij een booronderzoek aan de Groenlandseweg in Burghsluis zijn afzettingen van het Laagpakket van Walcheren (onder te verdelen in oudere geulafzettingen en jongere dekzafzettingen) op een veenpakket (Hollandveen Laagpakket) waarvan de top is geërodeerd.

Onder het veen is ter pl aatse van een deel van het plangebied een ZW-NO georiënteerde intacte strandwal aangetroffen. Onder het veen of de strandwal zijn afzettingen van het Laagpakket van Wormer aanwezig. Aan de strandwal wordt een hoge verwachting voor resten uit de late prehistorie tot en met de Romeinse tijd toegekend. De top van de strandwal bevindt zich op een diepte van 110 tot 188 cm -mv/1,05 tot 1,96 m – NAP. Alleen bij ontgravingen dieper dan de top van 0,8m m – NAP (top strandwal met buffer van 25 cm) strandwal is vervolgonderzoek geadviseerd. 16 Ter plaatse van de Zeepe duinen ten noordwesten van Burgh -Haamstede zijn, ter plaatse van beoogde graafwerkzaamheden, 216 boringen gezet. De boringen zijn tot maximaal 1 m -mv gezet en er wordt geconcludeerd dat enkel jong duinzand is aangeboord. Hierbij w ordt opgemerkt dat de aanwezigheid van enkel Jong Duinzand niet met zekerheid is te stellen en de aanwezigheid van Oud Duinzand mogelijk is. In een aantal boringen is sprake van één of meerdere vegetatieniveaus. Geadviseerd wordt om de graafwerkzaamheden dieper dan 30 cm -mv archeologisch te begeleiden vanwege de mogelijk aanwezigheid van archeologische resten vanaf 1200-1300 A.D. Ook is ook een monitoring geadviseerd op het effect op het bodemarchief ter plaatse van de af te plaggen zones en zones met mili taire resten.

Ter plaatse van een klein deel van het gebied dat ligt binnen een beschermd archeologisch monument is eveneens een archeologische begeleiding geadviseerd. 17 In Burgh-Haamstede is aan de Bernardstraat een proefsleuvenonderzoek uitgevoerd waarbij drie hooimijtgreppels uit de Late Middeleeuwen zijn aangetroffen. Deze kunnen worden gerelateerd aan een

13

De Boer & Buesink 2013; Onderzoeksmelding 2397717100. Delporte 2016; Burgh – Moolweg, De Weitjes. Artefact-rapport 269; Onderzoeksmelding 4012515100. 15 Wattenberghe & van der Valk 2021; Onderzoeksmelding 4889529100. 16 Wattenberghe & Brijker 2014; Onderzoeksmelding 2432902100. 17 Mientjes en Ras 2014; Onderzoeksmelding 2440395100. 14

12

nabijgelegen middeleeuws nederzettingsterrein. Er is gekozen voor behoudt in situ, bij verdere verstoringen dieper dan 80 cm -mv moet aanvullend onderzoek worden uitgevoerd. 18 In het kader van werkzaamheden aan de N57 in Burgh Haamstede hebben diverse onderzoeken plaatsgevonden. Bij een opgraving variant archeologische begeleiding aan de Daleboutsweg zijn resten van een motteburcht aangetroffen (“vindplaats 1”) en sporen van lan dinrichting uit de Nieuwe tijd (“vindplaats 2”). Voor vindplaats1 is behoud in situ en aanvullend gravend archeologisch onderzoek bij bedreiging door graafwerkzaamheden. In aanvulling hierop wordt ook aanbevolen door middel van niet invasieve onderzoekstechnieken (zoals elektromagnetische inductie en thermografisch onderzoek) de vindplaats nader te onderzoeken. Voor vindplaats 2 is behoud in situ geadviseerd. 19 Bij een opgraving variant archeologische begeleiding aan de Cauersweg (deelgebied 1B)zijn op twee niveaus sporen (en vondsten) aangetroffen. Het betreft een niveau met resten uit de Late Middeleeuwen t/m Nieuwe tijd (sporen behorend tot de periferie van een nederzetting, (“vindplaats 1”), sporen van moernering uit de Middeleeuwen (“vindplaats 2”).

Het tweede niveau betreft enkele sporen en cultuurlagen van ee n nederzetting en/of periferie van een nederzetting uit de Late IJzertijd t/m Midden Romeinse tijd in de top van het Hollandveen Laagpakket, (“vindplaats 3”). Deze laatste vindplaats is behoudenswaardig en daarom wordt ook geadviseerd binnen het onderzoeksgebied een waarde archeologie te handhaven voor resten die in-situ behouden zijn. 20

Renesse Verspreid over een gebied van ca. 6,6 ha aan de Stoofweg zijn 40 boringen gezet. Hierbij zijn onder een verstoord pakket jonge duinafzettingen getijden(geul)afzettingen op Hollandveen op oudere getijdenafzettingen aangetroffen. Voor de bovenste getijdengeulafzettingen geldt een verwachting voor resten uit de Late Middeleeuwen, voor de top van het Hollandveen (waar niet aangetast door geulafzettingen) geldt een verwachting voor resten uit de Late IJzertijd tot en met de Vroege Middeleeuwen. 21 (). In het kader van de aanleg van een fietspad en een sloot zijn tussen Nieuwerkerk en Dreischor 60 boringen gezet. In een aantal aaneengesloten boringen bleek het Hollandveenpakket intact. Aan het maaiveld is een concentratie aardwerkfragmenten aangetroffen die kan worden gedateerd in de Late Middeleeuwen, Karolingische tijd en mogelijk de Romeinse tijd. Hier is een archeologische begeleiding geadviseerd. 22 Bij de begeleiding zijn resten aangetroffen van de periferie van een laatmiddeleeuws erf en moerneringsactiviteiten. 23 Scharendijke Een booronderzoek in het kader van de realisatie van vakantiewoningen aan de Nieuweweg in Scharendijke heeft aangetoond dat in het gebied kreekafzettingen ( Laagpakket van Walcheren) op oudere getijdenafzettingen (Laagpakket van Wormer)aanwezig zijn en dat veen ontbreekt.

Vanwege het ontbreken van veen archeologische lagen of indicatoren is het gebied vrijgegeven voor de ontwikkeling. 24 In de nabijheid van de kasteelberg van Scharendijke-Elkerzee, aan de Weelweg in Scharendijke, heeft een proefsleuvenonderzoek plaatsgevonden waarbij voornamelijk sporen van moernering uit de Late Middeleeuwen en de Nieuwe tijd zijn aangetroffen. Er is geen sprake van een behoudenswaardige vindplaats. 25 Eveneens in Scharendijke en nabij de kasteelberg Scharendijke -Elkerzee , aan de Elkerzeerseweg 42, heeft een proefsleuvenonderzoek plaatsgevonden. Hierbij zijn een cultuurlaag en een mogelijke paalkuil die in de 14e of 15e eeuw dateert aangetroffen. Deze r esten zijn mogelijk te relateren aan de nabijgelegen kasteelberg. Op de locatie van deze resten is aanvullend onderzoek noodzakelijk bij 18

Boots 2015; Onderzoeksmelding 2459285100. Sanders 2023; Onderzoeksmelding 4885243100. 20 Sanders 2023; Onderzoeksmelding 4885608100. 21 Ras 2014; Onderzoeksmelding 2330697100. 22 Onderzoeksmelding 2418671100. 23 Mientjes 2015; Onderzoeksmelding 2456085100 ; (vindpaatscatalogus 400 en 401) 24 De Boer 2017; Onderzoeksmelding 4543893100 25 Wattenberghe & de Ruijsscher 2018; Onderzoeksmelding 4573141100 19

13

graafwerkzaamheden dieper dan 50 cm -mv. overige aangetroffen resten (gerelateerd aan landinrichting en moerneringskuilen) zijn niet behoudenswaardig . 26 In het kader van de aanleg van de Berenweg en de Weelweg en een bermsloot (Bestemmingsplan N265, Recreatieverdeelweg, 3 de fase) heeft een verkennend booronderzoek plaatsgevonden. Hierbij is ter plaatse van zones met intact veen (niet geërodeerd door geulen of gemoerneerd), een concentratie mosselschelpen (vermoedelijk consumptieafval uit de Late Middeleeuwen of de Nieuwe tijd) en op een locatie waar historische bebouwing uit de 18 e eeuw (mogelijk ook eerder) aanwezig is vervolgonderzoek uit te voeren. Voor het intacte veen is een archeologische begeleiding geadviseerd, voor de mosselschelpenconcentratie en het historisch erf is een proefsleuvenonderzoek geadviseerd. Ook is aanbevolen om een dwarsdoorsnede van de oude Heelweg, met een oorsprong in zeker de 17 e eeuw. 27

Zierikzee Bij een onderzoek aan de De Velden in Zierikzee zijn afzettingen van het Laagpakket van Walcheren op een restant van het Hollandveen Laagpakket op het Laagpakket van Wormer aangetroffen. Archeologische resten worden niet meer verwacht in het plangebied van wege het ontbreken van archeologische lagen of indicatoren. 28 In het kader van natuurontwikkeling ter plaatse van plangebied Tureluur (deelgebieden 10 en 12) bij Zierikzee hebben diverse onderzoeken plaatsgevonden. Ter plaatse van deelgebieden 10 en 12 bleek na verkennende boringen () in delen intact veen aanwezig te zijn . 29 Ter plaatse van deelgebied 10 zijn ook indicatoren uit de Late Middeleeuwen en de Nieuwe tijd aanwezig te zijn. Ter plaatse van de zones met intact veen en de indicatoren uit de Late Middeleeuwen en de Nieuwe tijd is geadviseerd om een proefsleuvenonderzoek uit te voeren. Bij dit onderzoek ter plaatse van deelgebied 10 bleken de moerneringsactiviteiten uitgebreider dan werd verwacht op basis van de boringen en wordt geen vindplaatse uit de IJzertijd of de Romeinse tijd meer verwacht. Het onderzoek richtte zich ook op 17e 19e eeuwse infrastructuur. Er zijn intacte restanten van oudere lagen van het weglichaam van het Tweede Wegje aangetroffen. 30 Ter plaatse van deelgebieden 12A en 12B bleek het Hollandveen wel intact. De top van het veen blijkt geoxideerd maar niet veraard.

Er zijn geen archeologische sporen of relevante archeologische vondsten aangetroffen. 31 In het kader van Natuurontwikkelingsproject Zuidkust Schouwen ten westen van Zierikzee heeft ter plaatse van twee deelgebieden (8 en 9) een verkennend booronderzoek plaatsgevonden. De boringen zijn gezet ter plaatse van de zones waar graafwerkzaamheden zijn gepland. Hierbij is geconstateerd dat op grote schaal moernering heeft plaatsgevonden waardoor het Hollandveen Laagpakket aangetast. Ter plaatse van de veronderstelde locatie van het veertiende eeuwse kasteel Bloodenburg (archis vondstmelding 2808435100, catalogusnummer 416) zijn extra boringen gezet. Op basis van de boringen zijn er geen aanwijzingen voor de aanwezigheid van resten van het kasteel, hierbij wordt wel opgemerkt dat dergelijke resten niet altijd zichtbaar zijn in boringen. Ook is geconstateerd dat ter plaatse van de veronderstelde locatie komafzettingen aanwezig zijn. Het is niet aannemelijk dat op een dergelijk locatie een kasteel zou zijn gebouwd, een locatie op een kreekrug ligt meer voor de hand. De afgeronde coördinaten van de oorspronkelijk archismelding (X 51700, Y 408000) pleiten ook voor een ligging op een andere locatie. 32 Ter plaatse van de historische kern van Zierikzee zijn diverse gravende onderzoeken uitgevoerd. Het betreft onder andere een opgraving die is uitgevoerd in 2014 o.a.

resten van kasteel Gravenhof zijn

26

Delporte. & Winterswijk 2022 Onderzoeksmelding 5194793100 Van Wilgen 2016; Onderzoeksmelding 4001150100. 28 Weerheijm, Picard & van Puijenbroek 2021; Onderzoeksmelding 5114123100. 29 Ras 2011; Onderzoeksmelding 2304744100. 30 Uleners 2017; Onderzoeksmelding 2415188100. 31 Uleners 2013; Onderzoeksmelding 2379298100 & 2379305100. 32 Ras 2009; Onderzoeksmelding 2244901100. 27

14

blootgelegd. 33 Hieraan voorafgaande heeft een in 2009 gepubliceerd proefsleuvenonderzoek plaatsgevonden. 34 Op locatie Slabberwerf in Zierikzee heeft een proefsleuvenonderzoek en een archeologische begeleiding protocol opgraven plaatsgevonden waarbij resten van bewoning, infrastructuur en ambachtelijke activiteiten uit de Late Middeleeuwen en de Nieuwe tijd aang etroffen waaronder resten van een voormalig klooster met een oorsprong in de 13 e eeuw. Ook zijn verspreid over het hele plangebied moerneringskuilen die 12 e -13 e eeuws stadsafval bevatten aanwezig. 35 Aan de Raamstraat in Zierikzee heeft een proefsleuvenonderzoek plaatsgevonden waarbij funderingsresten van na de Late Middeleeuwen B zijn aangetroffen. Er is behoud in situ of een opgraving geadviseerd. 36 Aan het Haringvlietplein in Zierikzee heeft proefsleuvenonderzoek plaatsgevonden waarbij een 18 e eeuwse opslagplaats is gedocumenteerd. Mogelijk bevinden zich in de directe omgeving nog sporen die zijn te relateren aan een molen en een nieuwetijds erf. Hier wordt nader onderzoek geadviseerd bij toekomstige graafwerkzaamheden. 37 Ter plaatse van de Regenboogstraat 38-56 in Zierikzee is een proefsleuvenonderzoek uitgevoerd waarbij resten van zeker 16 e eeuwse bebouwing is gedocumenteerd. 38 (2294166100)

33

Ilson 2014; Onderzoeksmelding 2334203100. Claeys 2009; Onderzoeksmelding 2216568100. 35 Coppens 2021; Onderzoeksmelding 2479519100. 36 Briels 2016; Onderzoeksmelding 3293333100. 37 Depuydt 2022; Onderzoeksmelding 4860376100. 38 Uleners 2010; Onderzoeksmelding 2294166100. 34

15

Vindplaatsencatalogus In bijlage 2 is de vindplaatsencatalogus opgenomen. Hierbij is de bestaande door RAAP opgestelde catalogus gebruikt als basis en is deze uitgebreid met nieuwe vindplaatsen. De nieuwe vindplaatsen zijn afkomstig uit ARCHIS. De vindplaatsen zijn doorgenummerd, het hoogste RAAP nummer is SDVA2 385. De nieuwe vindplaatsen zijn doorgenummerd en starten bij SDVA3 386. De vindplaatsen geven een overzicht van de archeologie en de ontstaansgeschiedenis van het gebied. Wat opvalt is dat het overgrote deel van de vindplaatsen een datering heeft in de Late Middeleeuwen en de Nieuwe tijd. Dit heeft te maken met het gestapelde landschap en erosie. De oudere vindplaatsen concentreren zich in het westelijk duingebied waar oudere duinafzettingen relatief aan het oppervlak. Bij het opstellen zijn dezelfde uitgangspunten gebruikt als bij de door RAAP opgestelde catalogus: • •

losse vondsten die geen duidelijk context hebben zijn niet meegenomen in de catalogus. Vindplaatsen met meerdere hoofdbewoningsperioden zijn uitgesplitst . De hoofdperioden zijn (Laat) Neolithicum-Bronstijd, IJzertijd-Romeinse tijd, Vroege/Late Middeleeuwen en Nieuwe tijd.

16

4 Maritieme resten G.R. Dijkstra, (senior KNA Onderwaterarcheoloog)

Inleiding Voor het thema maritieme resten geldt dat hiervoor in het verleden minder aandacht was maar recentelijk staat dit meer in de belangstelling vanwege de toegevoegde waarde. Daarom wordt in dit hoofdstuk een overzicht gegeven van de mogelijk aanwezige maritieme resten. Op basis van de inventarisatie is een kaart voor maritiem erfgoed opgesteld.

Geraadpleegde bronnen Voor de archeologische inventarisatie Waterbodems Schouwen -Duiveland zijn verschillende bronnen beschikbaar. Voor de uitgevoerde opwater onderzoeken binnen de gemeentegrenzen is Archis gebruikt. Vondsten en objecten uit deze onderzoeken zijn ook in Archis opgenomen. Naast deze centrale database zijn de vondsten geregistreerd in Machu, NCN en AMK -terreinen bekeken en vergeleken met Archis. Archis In de waterbodem van Schouwen-Duiveland zijn 61 vondstlocaties opgenomen in Archis. Voor dit onderzoek zijn de vondstlocaties onderverdeeld in zes categorieën: scheepvaart, verdronken dorp, Nehalennia/Ganuenta, prehistorie, vliegtuigwrak, zeewering en rest (Tabel 2). Twaalf locaties zijn aangemerkt als verdronken dorp, waarvan bij vier locaties ook daadwerkelijk resten zijn aangetroffen. Tabel 2 – Vondstlocaties per categorie. Type contact

n

scheepvaart

21

verdronken dorp

12 (4)

Nehalennia/Ganuenta

3

prehistorie

4

vliegtuigwrak

1

zeewering

2

rest

18

Machu database De Machu (Managing Cultural Heritage Underwater) database is het resultaat van een drie jarig Europees onderzoeksproject dat historische kaarten, onderzoeks -, milieu-, en beleids-data in een web GIS applicatie verwerkte. In de Machu database zijn 28 objecten aanwezig binnen de gemeentegrenzen van Schouwen-Duiveland. Al deze objecten zijn ook opgenomen in Archis. Tabel 3 Type contact

n

scheepswrakken

16

17

verdronken dorp

7

vliegtuigwrak

1

object

1

NCN database De Dataset Onderwater Objecten is ontwikkeld door Rijkswaterstaat voor intern gebruik met als doel de waarneming van objecten op de waterbodem centraal op te slaan. Al de objecten krijgen een NCN (Nationaal Contact Nummer). De database bevat middel en grot e objecten op de bodem zoals wrakken (auto’s, vliegtuigen, schepen), verloren lading, ankers en visnetten. Een groot deel van de objecten (zoals autowrakken) zijn tot nu toe niet als archeologisch interessant herkend en wordt in dit onderzoek buiten beschouwing gelaten. Binnen de grenzen van Schouwen-Duiveland zijn 173 objecten aanwezig met een NCN. Het merendeel van deze objecten zijn gemerkt als ‘onbekend object’ (94) of ‘man made object’ (11). Het is goed mogelijk dat zich onder deze objecten niet-herkende wraklocaties aanwezig zijn. Het is ook mogelijk dat tijdens de analyse van de scandata archeologisch interessante objecten zijn gemist. De ruwe scan -data is voor nader onderzoek op te vragen bij Rijkswaterstaat. De in de database genoemde archeologische vondsten, historische wrakken en wrakresten zijn reeds opgenomen in Archis. Tabel 4 Type contact

n

archeologische vondst

5

historisch wrak

1

kabel

13

man made object

11

munitie

1

onbekend object

94

steen/stenen

10

vliegtuig

1

wrak

33

wrakresten

4

AMK-terreinen Er zijn in gemeente Schouwen-Duiveland vier AMK-terreinen aanwezig die mogelijk relevante resten in de waterbodem bevatten. Twee hiervan zijn terreinen op de waterbodem, de twee anderen zijn aangrenzend aan water waarbij sporen in de waterbodem niet uit te sluiten of waarschijnlijk zijn. Het is van belang hiermee rekening te houden in de ontwikkeling aan de waterzijde van deze terreinen. Haamstede, Westeren Ban van Schouwen, de Oude Duinen; monument 46170 Archeologisch monument 46170 is een duin/strand terrein waarin nederzettingssporen zijn aangetroffen uit het Neolithicum, de Brons- en IJzertijd, de Romeinse tijd en de Middeleeuwen. De resten van dit voormalig bewoonde gebied kunnen nog aanwezig zijn in de waterbodem. Het noordwestelijke en westelijke gedeelde, de Kop van Schouwen, bestaat uit een jong duinlandschap dat gedeeltelijk over een oudere duinen en strandwallen ligt (Kekem, 2003, p. 18). Door de landschappelijke ontwikkelingen

18

en de plaatselijke dynamiek is westelijk van dit terrein voormalig land onder water komen te liggen. Voornamelijk de Elisabetsvloed van 1421 heeft de westelijke kust van Schouwen voorgoed weggeslagen (Kekem, 2003, p. 71). Het is niet duidelijk hoever het oude duingebied onder de recente marine afzettingen en zandsuppletie uitstrekt. De Rotonde; Westenschouwen; monument 15611 Archeologisch monument 15611 is een terrein met buitendijks gelegen sporen van bewoning uit de Late Middeleeuwen en Nieuwe tijd. Eb- en vloedzone met daarin de resten van het verzandde dorp Westenschouwen, een Middeleeuwse havenbuurt die in de 16de eeuw we rd verlaten. De eerste vermelding van Westenschouwen gaat terug tot de 13de eeuw. Bij onderzoek van de resten op in de getijdenzone werden onder meer afval-lagen met daarin 15de-eeuwse scherven, houten palen, een bakstenen funderingsrestant, botten, leer, textiel en metaalvondsten. Door middel van aanvullende visuele waarnemingen en boringen is de omvang van de nederzetting geschat op circa 310 x 50 m. In 2003 werden waarnemingen gedaan van veel houten palen, waarschijnlijk behorend tot 2 boerderijen, afvallagen en de resten van een houten tonput. Tegenwoordig liggen de resten onder een laag opgespoten zand dat aangebracht is om erosie tegen te gaan (RCE, 2024).

Borrendamme-West, Weldamme; monument 11291 Monument 11291 is een terrein van Hoge Archeologische Waarde met buitendijks gelegen resten van mogelijk een kasteel en een bijbehorend gehucht uit de Late Middeleeuwen. Met behulp van historische gegevens, kaarten, luchtfoto’s en veldwaarnemingen is het h uidige AMK terrein afgebakend. Fundamenten van bebouwing zijn aanwezig in de waterbodem. Mogelijk zijn dit de resten van het kasteel Weldamme, waarschijnlijk is dit gebied in het begin van de 18 e eeuw permanent geïnundeerd. De fundamenten worden bedreigd door Japanse oesters en boormossels. Op dit monument is geen waardestellend onderzoek naar de aanwezige resten uitgevoerd (RCE, 2024). Schaar van Colijnsplaat; monument 2333 Monument 2333 is een terrein met de resten van dit heiligdom (tempel/tempelcomplex) uit de Romeinse tijd. De resten van de tempel liggen op een kleiplateau, op 26 m - NAP. Ze worden aan de noordzijde begrensd door een zandbank (de Vuilbaard), waaronder waa rschijnlijk meer overblijfselen verborgen liggen van Nehalennia en de infrastructuur die er verband mee houdt. Mogelijk bevinden zich daar ook de resten van de havenplaats Ganuenta, waartoe het heiligdom behoorde. Het tempelcomplex is ergens tussen 200 en 1620 permanent onder water komen te liggen.

De begroeide kwelder (Oresant) waar de resten in de 17e eeuw op liggen is in 1664 volledig ten prooi gevallen aan de zee (RCE, 2024).

Geologie en bodem van de stroomgebieden Deze paragraaf belicht de landschappelijke evolutie van de stroomgebieden rond Schouwen -Duiveland. Fysisch-geografische en historisch-geografische gegevens worden gecombineerd om een coherente landschapsgeschiedenis te presenteren. Daarnaast wordt de bodemopbouw en -dynamiek van de Oosterschelde en de Voordelta beschouwd. Het hoofdstuk wordt afgesloten met een beknopte analyse van oude en recente waterstaatkundige werken en hun impact op de waterbodem (Waldus et al., 2009). De transgressie in het Noordzeebekken tijdens het vroeg Holoceen bereikte ongeveer 8000 jaar geleden het huidige Nederlandse kustgebied. Ten zuiden van het Rijn- en Maasdal ontstond een relatief laaggelegen zone, wat resulteerde in het getijdenbekken van Z eeland. Onder invloed van toenemende zandaanvoer bij een geleidelijke stijging van de zeespiegel ontstond tussen 6000 en 4000 jaar geleden een uitgestrekt waddengebied. Langs de kust ontwikkelden zich geleidelijk strandwallen, die ongeveer 4000 jaar geleden een aaneengesloten kustbarrière vormden, onderbroken alleen door de monding van de Schelde ter hoogte van de huidige Oosterschelde. Het afsluiten van het getijdenbekken leidde tot uitgebreide veenvorming (Vos & Heeringen, 1997).

19

Een combinatie van culturele en natuurlijke factoren beëindigde deze veenvorming. De kolonisatie van het kustgebied rond het eerste millennium v. Chr. en vermoedelijk een opwarming van het klimaat markeerden een periode van ingrijpende landschappelijke ver anderingen. Tijdens de Romeinse tijd nam de afvoer van de Schelde sterk toe, wat resulteerde in veranderingen in de monding en verbreding ervan, waarbij delen van de kustbarrière werden weggespoeld (Waldus et al., 2009). Gedurende de volle Middeleeuwen kregen mariene invloeden opnieuw de overhand. Bodemdalingen door ontginningen, gecombineerd met een gestage stijging van de zeespiegel die niet langer aangevuld kon worden door sedimentaanvoer, leidden tot grootschalige eros ie van de kust en de vorming van nieuwe zeegaten. Bovendien namen de impact van stormvloeden toe, omdat het achterland kwetsbaarder werd door menselijke exploitatie. Vanaf de negende eeuw n. Chr. werden regelmatig stormvloeden gedocumenteerd. Voor de Zeeuwse kust worden stormvloeden in 1014 en 1134 genoemd als grote invloeden op het ontstaan van nieuwe zeegaten. De tweede Sint Elisabethsvloed uit 1421 en de stormvloed uit 1532, hebben een grote invloed gehad op de kustlijn van Schouwen -Duiveland. De geografie van de Zeeuwse delta weerspiegelt een opeenvolging van stormvloeden, gevolgd door grootschalige bedijkingen.

Veengebieden werden vervangen door of bedekt met afzettingen van zeeklei, gunstig voor landbouw. Het beschermen van land met dijken gi ng vaak gepaard met landaanwinning. Een min of meer stabiele situatie ontstond aan het begin van de 17e eeuw, waarbij de Oosterschelde en de Westerschelde binnen door dijken begrensde stroomgebieden liepen. In de volgende paragraaf wordt dieper ingegaan op de ontwikkelingen die hebben geleid tot de huidige loop van de Oosterschelde.

Inventarisatie Scheepswrakken De wateren rondom Schouwen-Duiveland vormen een rijk maritiem erfgoed met een lange geschiedenis van scheepvaart en handel. Door de eeuwen heen zijn deze wateren het toneel geweest van vele scheepsrampen en zeeslagen. De wrakken, variërend van oude houten zeilschepen tot moderne vrachtschepen, vormen niet alleen een belangrijk historisch en archeologisch erfgoed, maar spelen ook een rol in de ecologie en biodiversiteit van de onderwateromgeving. Deze wrakken vertellen het verhaal van zeemanschap, handel en oorlogvoering door de eeuw heen, en vormen een belangrijke bron van informatie voor maritieme archeologen en historici. Het behoud en de bescherming van deze scheepswrakken zijn van groot belang voor het behoud van het maritieme erfgoed van Schouwen-Duiveland. Ze dienen niet alleen als historische monumenten, maar ook als habitats voor diverse mariene flora en fauna. Door m iddel van archeologisch onderzoek, monitoring en passende maatregelen voor behoud en beheer kunnen deze wrakken worden beschermd voor toekomstige generaties en kunnen ze blijven dienen als bronnen van kennis. Bekende locaties Vanuit de beschikbare bronnen; Archis, Machu en de NCN, is een lijst gemaakt met bekende wrakresten binnen de gemeente Schouwen-Duiveland. Hieronder volgt een bespreking van alle vondstlocaties met archeologisch potentieel. 1.

KEETEN 3: Zaakidentificatie 2689277100 is een 19e eeuws schip, mogelijk een lichter. Het achterschip is een draai-over-boord, waarbij het helmhout over het potdeksel heen kan draaien. In het achterschip zit een zwaar schot met daarvoor lading erts. Achter het schot heeft zijn vondsten gedaan zoals bakpannen, grapes, een met koperdraad gerepareerd deksel van grape, 2 sterk gesleten schoenen, gres kan, mineraalwaterkruikjes en twee aardewerk teerpotten. De mast had een oorspronkelijke diameter van ca. 60 cm. Er is geen waardestellend archeologisch onderzoek op dit wrak uitgevoerd.

2.

KEETEN 1/4/5: Zaakidentificatie 2918344100, is een tjalkachtig schip waarschijnlijk dubbel opgenomen in Archis als Keeten 1, Keeten 4 en Keeten 5. Wrakje onder netjes opgestapelde hoop ijsselsteentjes 'IJsselsteenwrak'. Op het wrak zijn een aantal losse vo ndsten gedaan; Een

20

teerpot, bezem, rijshout, riet, ijsselsteentjes, schapjes, geglazuurde rood aardewerk pot met oren, een kinderschoen en een gewicht. Geen waardestellend onderzoek uitgevoerd. 3.

Hammen 3: Zaakidentificatie 2967909100 is het wrak van het in 1940 vergane (klipper)schip 'Janna A'. Het schip ligt op een diepte van ca. 7.5 m.

4.

Schaar Van Colijnsplaat 3: Zaakidentificatie 2967917100, is een scheepswrak waarvan geen nadere gegevens beschikbaar zijn. Geen waardestellend onderzoek uitgevoerd.

5.

Noordzee Brouwershavense Gat 4 Ncp Blok S06: Zaakidentificatie 3033574100 is een wraklocaties, grotendeels onder zand, de wrakbult is begroeid. Op de waterbodem zijn eiken huidplanken met koperbeslag zichtbaar. Op deze locatie zijn in 1977 baardmankruiken gevonden. Geen waardestellend onderzoek uitgevoerd.

6.

Roggenplaat of Noordzee Oosterscheldedam Ncp Blok S9: Zaakidentificatie 2918855100 of 3035494100 is een locatie waar twee keer houten vaten en/of hun inhoud zijn opgevist uit een diepe put, in totaal zijn er 4 hele vaten, 1 in duigen en van 1 vat alleen de inhoud geborgen. Bij de vaten zijn ook scherven van baardmankruiken gevonden. Het is goed mogelijk dat (nabij) deze locatie een scheepswrak ligt. Geen waardestellend onderzoek uitgevoerd.

7.

Noordzee Monding Oosterschelde Ncp Blok S5: Zaakidentificatie 3038231100 is een locatie die is aangewezen op basis van een side-scan sonarafbeelding van de monding Oosterschelde gemaakt op 11-06-2002. Waarschijnlijk een metalen wrak uit de Nieuwe Tijd. In de documentatie aangemerkt als punt 1 (spot). Op de locatie is geen verder onderzoek uitgevoerd.

8.

Brouwershavense Gat 5: Zaakidentificatie 3051442100 is een locatie waar een scheepsroer is geborgen, maar het is onbekend wat er met het roer gebeurd is. Mogelijk is het roer van een wrak in de buurt, maar tijdens de depositiefase kan het roer ook losgeraa kt en afgedreven zijn. Op de locatie is geen verder onderzoek uitgevoerd.

9.

Oosterschelde: Zaakidentificatie 3055030100 is een locatie aangewezen op basis van een sonaropname waarop een scheepswrak is waargenomen. Vermoedelijk is dit het wrak van het schroefstoomschip Prins Hendrik, die in 1943 gebombardeerd is en vervolgens is gezonken. Op de locatie is geen verder onderzoek uitgevoerd.

10. Roompot: Zaakidentificatie 3134702100 is de locatie van een onbekend wrak, vermoedelijk van coaster. Op de locatie is geen verder onderzoek uitgevoerd. De locatie ligt vlak bij Neeltje Jans 1 (nr. 21), mogelijk een dubbele melding. 11. Keeten 2: Zaakidentificatie 3154012100 is het wrak van een 17e eeuws scheepje met ronde vormen en lichte spantjes. De bouwwijze van de bovenste huidgangen is overnaads. Er zijn voor onderzoek zes inhouten gelicht en bestudeerd. Op het wrak is een kattekop wijnfles met een hoge hals en ziel gevonden gedateerd rond 1700. Bij het wrak is een anker met houten stok aangetroffen met een schachtlengte van 1,6 meter. Op de locatie is geen waardestellend onderzoek uitgevoerd. 12. ’S Gravenhoek: Zaakidentificatie 3176491100 is een onbekend wrak wat op 25 meter diepte ligt. Er is op de locatie geen waardestellend onderzoek uitgevoerd. 13. Oosterschelde Colijnsplaat 2: Zaakidentificatie 3220335100 zijn sterk verspreide wrakresten van een zeegaand schip gemeld door de LWAOW (Nehalennia Archeologisch Duikteam), ook wel wrak Brug genoemd. Er zijn twee dendromonsters genomen. Het wrak is gedateerd op 17 e /begin 18 e eeuw. Op het wrak is een bolvormig lampenglas met gekartelde bovenrand gevonden. Verder zijn er een aantal lengtes gesmede ketting gevonden. Vlakbij dit wrak is een tweede wrak van een houten jol gevonden.

Van de jol is alleen het voor ste deel intact. Er is geen waardestellend onderzoek uitgevoerd 14. Brouwershavense Gat 6: Zaakidentificatie 3220457100 is een overnaads wrak gemeld door de LWAOW (Nehalennia Archeologisch Duikteam). Het wrak ligt tegen de noordelijke kant in de zandplaat. Het wrak is bedekt door een laag zand. In de smalle geul er naar to e staat veel stroom met zand waardoor het zicht slecht is en het wrak niet goed vindbaar is. Vanaf 2005 is

21

er een stuk overnaads boord waargenomen. In volgende bezoeken bleken de resten bedekt onder een laag zand. Er is geen waardestellend onderzoek uitgevoerd. 15. Brouwershavense Gat 7: Zaakidentificatie 3231027100 zijn wrakresten met werknaam BHG Zuidwrak. Het wrak ligt tegen de zuidkant van de geul. Het wrak is gemeld door de LWAOW (Nehalennia Archeologisch Duikteam). Er is geen waardestellend onderzoek uitgevoerd op de wrakresten. 16. Oosterschelde Zeelandbrug 1: Zaakidentificatie 3235256100 is een wrak gemeld door de Wrakduikstichting Roompot. De site ligt naast de Zeelandbrug. Het wrak is ca. 50m lang en bestaat uit 2 stukken die aan elkaar vast liggen. Wegens overmatige begroeiing do or oesters is het moeilijk om vast te stellen uit welke periode het wrak komt. Mogelijk is dit het wrak van het Rode Kruis schip Generaal ter Hove. Er is geen waardestellend onderzoek uitgevoerd op het wrak. 17. Oostelijke Havendam: Zaakidentificatie 4020437100 is een klein scheepswrak wat is aangetroffen bij graafwerkzaamheden. Het is een houten scheepwrak van ca. 13 meter waarvan alleen de boden nog aanwezig is. Het lijkt een platbodem te zijn waarvan de voorzij de zwaar gehavend is, er zijn brandsporen aanwezig. De rest van het hout is in goede staat van conservering. Er is geen waardestellend onderzoek uitgevoerd op het wrak. 18.

Havendijk, Zierikzee: Zaakidentificatie 4026723100 is een houten scheepswrak aangetroffen tijdens dijkverzwaringswerkzaamheden te Zierikzee. Er is geen waardestellend onderzoek uitgevoerd op het wrak. 19. Grevelingen: Zaakidentificatie 4027039100 is een locatie met verspreide resten die mogelijk van een scheepswrak zijn geweest. Het wrak ligt op een diepte van ca. 12 meter. Onder het zand steken enkele planken de waterbodem uit over een lengte van ca. 30 me ter. Er is geen waardestellend onderzoek uitgevoerd op de wraklocatie. De locatie is niet opgenomen in de Machu-database 20. Krabbengat 1: Zaakidentificatie 3204054100 is het wrak van een Duitse landingsboot, waarschijnlijk MFP F827 van het type Marinefährprahm (mijnenlegger). Het is vaartuig is in twee stukken gebroken en ligt recht op de zeebodem, vlak tegen het strand, in het Krabbengat, tussen palen 5 en 6. Het wrak ligt tegen de helling van de slijpgeul die rond de kop van Schouwen loopt. De bodem bevindt zich 7,5 meter onder oppervlak en het wrak steekt ongeveer 4 meter omhoog (informatie M. Bul). Er is geen waardestellend onderzoek uitgevoerd op het wrak. 21. Neeltje Jans 1: Zaakidentificatie 3237898100 is het wrak van een Duitse voorpostenboot. Het wrak ligt tussen de 35-39 meter aan de rand van de vaargeul. Het wrak ligt recht op haar kiel de opbouw is verdwenen.

Op het achterschip staat een FLAK snelvuurkano n, evenals op het voorschip. Ook op het middenschip staat een kanon (+/ - 37m). Er is geen waardestellend onderzoek uitevoerd op het wrak. De locatie is niet opgenomen in de Machu -database.

Vliegtuigen Het enig bekende vliegtuigwrak in de wateren van Schouwen -Duiveland is de ‘Hammen 4’ (3227197100). Het gaat hier om een wrak van een Engels vliegtuig, type Lancaster III, neergestort in de nacht van 11 op 12 juni 1943. Aangetroffen zijn een deel van de rom p, een deel van het landingsgestel en een vleugel met motor.

Nehalennia/Ganuenta complex Aan de zuidoever van de Schelde lag rond 200 na Chr. De havenplaats Ganuenta. De locatie van deze plaats is ontdekt in 1970 toen er resten van de altaren voor de godin Nehalennia werden gevonden. Na de vondst van het eerste altaar door vissers op 14 april 1970 werd hier in de jaren 1970-1972 vanuit

22

het RMO gedoken (door de Genie) en vooral gevist (slepen met een boomkor) naar archeologische resten. Aangetroffen werden onder meer circa 230 altaarstenen en fragmenten, blokken tufsteen, metselwerk, zwarte kalksteenplaten, dakpannen en aardewerkscherven. In totaal gaat het om circa 30 ton materiaal. Ook vissers brachten vondsten naar boven. Het is onduidelijk of er nog resten in situ liggen. Het gebied is te verdelen in twee zones; een kleine van 60x100 m met het grootste deel van de gevonden altaren, dakpannen, keramiek houten en blokken tufsteen, en een grote zone van 300x400 m met voornamelijk dakpannen en keramiek (RCE, 2024). Recente geofysische onderzoeken (Lil & Brenk, 2011) wijzen uit dat er geen grote morfologische veranderingen in het tempelgebied opgetreden. De eroderende werking van inmiddels in de Oosterschelde geplaatste mosselzaadinstallaties moet nader worden onderzocht. Het blijkt moeilijk grip te krijgen op de vindplaats, enerzijds komt dit door de turbulente ontstaansgeschiedenis van dit verdronken landschap, anderzijds door de complexe onderzoeksomstandigheden. Hoewel er veel vondsten gedaan zijn door sleepnetvisserij is er in aansluitende duikoperaties weinig ged ocumenteerde voortgang geboekt in het onderzoek naar de site.

Het onderzoek van Van Lil & Van den Brenk (2011) dient gebruikt te worden als startpunt voor verder (waardestellend)onderzoek op de Colijnsplaat. In de omschrijving bij AMK-terrein 2333 is de volgende omschrijving opgenomen, waarin de problematiek rondom de begrenzing eveneens wordt besproken: Terrein met resten van een heiligdom (tempel/tempelcomplex) uit de Romeinse tijd. De resten van de tempel, gewijd aan Nehallenia, liggen op een kleiplateau, op 26 m - NAP. Ze worden aan de noordzijde begrensd door een zandbank (de Vuilbaard), waaronder waa rschijnlijk meer overblijfselen verborgen liggen van Nehalennia en de infrastructuur die er verband mee houdt. Mogelijk bevinden zich daar ook de resten van de havenplaats Ganuenta, waartoe het heiligdom behoorde. Volgens een sportduiker ligt het betreffende dorp circa 125 meter ten oosten van de gevonden altaren. Wanneer de tempel ten onder ging is niet helemaal duidelijk. Paleogeografische kaarten suggereren tussen 200 -350 na Chr., maar het is niet uit te sluiten dat de resten pas verloren gingen na 1620, het moment vanaf welk een diepe getijdengeul sterk tot ontwikkeling komt. Volgens een kaart van F. & J. Symonssen Indervelde lag de locatie van de tempel in 1620 op een begroeide kwelder. Daarna (maar ook al eerder) beginnen stormvloeden hun tol te eisen en vindt forse erosie plaats.

Afgaande op beschikbare kaarten zou Nehalennia uiteindelijk in 1664 helemaal ten prooi zijn gevallen aan de zee. Het scenario (Van Lil et al 2011) zou kunnen zijn geweest: een eerste erosiefase van de tempel in de 4e eeuw na C hr. waarbij het tempelcomplex door een verbredende mariene geul wordt opgeruimd en de restanten 'neerslaan' in een kleiige mariene afzetting. Tijdens een tweede fase, in de 17e eeuw, wordt de mariene afzetting geërodeerd door de Oosterschelde. De verspoelde resten lijken nu te liggen op de Tiglien klei en worden gedeeltelijk, c.q. wisselend afgedekt door een mobiele zandlaag. Door afsluiting van de Oosterschelde in het kader van de Deltawerken was de verwachting dat de erosie is toegenomen t.g.v. sterke stroming en de ontbrekende aanvoer van zand en slib uit de buitendelta. Toch blijken er tot op heden geen grote morfologische veranderingen in het tempelgebied te zijn opgetreden. De eroderende werking van inmiddels in de Oosterschelde geplaatste mosselzaadin stallaties moet nader worden onderzocht. Na de vondst van het eerste altaar door vissers op 14 april 1970 werd hier in de jaren 1970-1972 vanuit het RMO gedoken (door de Genie) en vooral gevist (slepen met een boomkor) naar archeologische resten. Aangetroffen werden onder meer circa 230 altaarstenen en fragmenten, blokken tufsteen, metselwerk, zwarte kalksteenplaten, dakpannen en aardewerkscherven.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15977308/1