1543488 Bijlage 1 Quickscan Bredeschool Nieuwerkerk (aangepast)
Tekst van het document
4.15 Milieueffectrapportage Het doel van een milieueffectrapportage (mer, ook wel m.e.r.) is het milieubelang een volwaardige plaats te geven in de besluitvorming. Het gaat dan om besluitvorming over plannen en programma’s en projecten die duidelijke milieueffecten kunnen hebben. De wettelijke basis voor de mer ligt in Europa: • de mer-richtlijn regelt de milieueffectrapportage voor projecten. • de smb-richtlijn regelt de milieueffectrapportage voor plannen en programma’s. Daarnaast geldt het verdrag van Espoo, inclusief het SEA-protocol, als er grensoverschrijdende milieueffecten kunnen zijn.
31
De eisen van de richtlijnen en het verdrag zijn nationaal omgezet in afdeling 16.4 van de Omgevingswet en hoofdstuk 11 en bijlage V van het Omgevingsbesluit. De Commissie m.e.r. is geregeld in artikel 17.5 van de Omgevingswet en hoofdstuk 12 van het Omgevingsbesluit. De mer wordt gecombineerd met de voorbereidingsprocedure voor een plan (paragraaf 16.4.1 Omgevingswet en afdeling 11.1 Omgevingsbesluit) of een besluit (paragraaf 16.4.2 Omgevingswet en afdeling 11.2 Omgevingsbesluit). Bijvoorbeeld de procedure voor vaststelling van een omgevingsplan. Of de procedure voor de behandeling van een aanvraag van een omgevingsvergunning. Toetsing In bijlage V van het Omgevingsbesluit staat als activiteit ‘Stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra en de aanleg van parkeerterreinen’ (J11). De gevallen waarin een merbeoordelingsplicht geldt zijn de aanleg, wijziging of uitbreiding van dit project. Mogelijk is er sprake van een stedelijk ontwikkelingsproject zoals bedoeld in bijlage V van het Omgevingsbesluit. Indien er sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject dient er een mer-beoordeling opgesteld te worden. Conclusie Indien er sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject dient er een mer-beoordeling opgesteld te worden.
4.16 Duurzaamheidsaspecten Algemeen
Op dit moment zijn er een aantal transities die onder het begrip duurzaamheid vallen. Deze zijn: • de energietransitie: het terugbrengen van de CO2 uitstoot door van fossiele energie over te gaan op hernieuwbare en duurzame energie; • klimaatadaptatie: het aanpassen van de openbare ruimte om de negatieve effecten van de klimaatverandering te verkleinen of zelfs weg te nemen; • de overgang naar kringloopeconomie: gericht op het hoogwaardig hergebruiken van producten en grondstoffen; • Verbeteren van de biodiversiteit: door behoud en versterking van natuur en diersoorten. Alle ruimtelijke ontwikkelingen worden aan deze ontwikkelingen getoetst en indien mogelijk zal op deze ontwikkelingen geanticipeerd moeten worden.
Energietransitie De Trias Energetica is een driestappen strategie om een energie ontwerp te maken. Deze drie stappen zijn: 1. Beperk het energieverbruik door verspilling tegen te gaan; bijvoorbeeld een compacte gebouwvorm of door isolatie van de buitenschil (gevels, daken en vloeren). 2. Maak maximaal gebruik van energie uit duurzame bronnen; bijvoorbeeld door dak geschikt maken voor zonnepanelen (oriëntatie, constructie en dakvorm) 3. Maak zo efficient mogelijk gebruik van (fossiele) energiebronnen om in de resterende energiebehoefte te voorzien; bijvoorbeeld door lage temperatuurverwarming, het beperken van
32
leidinglengten van warmteleidingen en leidingweerstand van verwarmings- en ventilatiesystemen of het gebruik maken van een warmtepomp. Het Besluit Bouwwerken Leefomgeving (BBL) stelt eisen aan energiezuinigheid en duurzame energieopwekking van nieuwe woningen en utiliteitsgebouwen. Vergunningsaanvragen voor nieuwbouw moeten voldoen aan de eisen voor Bijna Energieneutrale Gebouwen (BENG). Het Ruimtelijk Beleid Duurzame Energie (Duurzame Energie ingepast) bevat het inpassings- en toetsingskader voor duurzame energie projecten. Uitgangspunt is dat de bij de inpassing van hernieuwbare energie de huidige kwaliteit van het landschap niet mag worden aangetast. In het beleid is per gebiedsprofiel aangegeven wat de mogelijkheden zijn voor het toepassen van duurzame energie. Voor zonne-energie is de zonneladder van Schouwen-Duiveland leidend. Bij grootschalige duurzame energieprojecten zijn er eisen opgesteld voor participatie, landschappelijke inpassing en veiligheid. In het kader van de Wet Voortgang Energie Transitie (VET) is de aansluitingsplicht van aardgas bij nieuwbouw bij kleinverbruikersaansluitingen geschrapt. Om het elektriciteitsnet te ontlasten willen we bij de bouw van meerdere woningen onderzoeken naar collectieve aardgasvrije opties (miniwarmtenetten). Voor grootverbruikers (hoger dan 50.000 kWh en 25.000 m3 gas) is er een energiebesparingsplicht en informatieplicht.
Kantoren groter dan 100 m2 moeten voldoen een minimaal energielabel C hebben. De richtlijn Energy Performance of Buildings Directive (EPBD III) verplicht om laadinfrastructuur voor elektrische voertuigen aan te leggen bij nieuwbouw, bij ingrijpende renovaties of bij bestaande grotere gebouwen, ook als deze niet worden verbouwd. Nederland heeft deze vastgelegd in het Besluit Bouwerken Leefomgeving (BBL). Bij recreatieve ontwikkelingen geldt de duurzaamheidsstaffel uit de Agenda Toerisme. In deze duurzaamheidsstaffel is opgenomen dat bij uitbreiding van recreatie met meer dan 15% voldaan moet worden aan energieneutraliteit en circulariteit.
Circulaire economie In het kader van het Zeeuws Beleid Circulaire Economie zullen circulaire prestatie-eisen worden opgesteld voor nieuwbouw zoals percentage circulair materiaal, biobased materialen, losmaakbaarheids index en materialenpaspoort. Uitgangspunt hierbij zijn de circulaire ontwerpprincipes zoals: • Bedenk of het echt noodzakelijk is om het gebouw te bouwen of dat het probleem met bijvoorbeeld betere doorstroom al op te lossen valt. • Bouw kleiner en passender met minder inhoud, materiaal en ruimtegebruik. • Benut bestaande materialen uit sloop van andere bouwwerken. • Gebruik materialen met een zo laag mogelijke milieu-impact, zoals hernieuwbare of biobased materialen.
33
• Zorg dat een gebouw aan te passen is als het van functie verandert, door bijvoorbeeld modulair te bouwen. • Zorg dat een gebouw lang mee kan: neem esthetische zaken mee, maar ook langdurig en circulair onderhoud. • Zorg dat de materialen uit een gebouw hergebruikt kunnen worden. Losmaakbaarheid geeft aan in hoeverre producten aan elkaar bevestigd zijn, zoek bijvoorbeeld alternatieven voor kit en lijm en maak een materialenpaspoort. In het Besluit Bouwwerken Leefomgeving (BBL) is opgenomen dat bij de aanvraag Omgevingsvergunning het bij nieuwbouwwoningen en kantoren groter dan 100 m2 verplicht is om een Milieu Prestatie Gebouwen (MPG) te overleggen. Een MPG is een belangrijke maatstaf voor duurzaamheid van een gebouw. Bij recreatieve ontwikkelingen is de duurzaamheidsstaffel uit Agenda Toerisme van toepassing.
Klimaatadaptatie Ruimtelijke ontwikkelingen moeten bijdragen aan de klimaatbestendigheid en waterrobuustheid van Schouwen-Duiveland en moeten wateroverlast, droogte, hittestress en overstromingen voorkomen. Voor ruimtelijke ontwikkelingen wordt de Landelijke Maatlat Klimaatadaptatie toegepast met normen en richtlijnen voor Nieuwbouw. De voorkeursvolgorde voor wateroverlast en droogte vanuit de Landelijke Maatlat is: benutten en besparen, vasthouden en infiltreren, bergen, afvoeren. De voorkeursvolgorde voor hittestress is: koele omgeving, warmte weren, passief koelen, actief koelen. Naast de landelijke maatlat is er ook een atlas met klimaatlabels waarin te zien is hoe de situatie precies is per locatie. Belangrijke aandachtspunten zijn: • Voorkomen van wateroverlast: Voldoende ruimte voor wateropvang; toepassen van weinig verharding; watertoets; • Voorkomen van droogte: Opvang en hergebruik van hemelwater; percentage tuin wat verhard mag worden; vergroenen en ontharden; brandveiligheid. • Voorkomen van hittestress: Plaatsen van een overstek of beplanting; toevoegen van groen • Voorkomen van overstromingen: Niet buitendijks bouwen; zorgen voor vluchtroutes bij overstromingen.
Biodiversiteit De Wet natuurbescherming beschermt de biodiversiteit. De wet moet ervoor zorgen dat de soortenrijkdom van planten en dieren in de natuur blijft bestaan en dat kwetsbare soorten niet verdwijnen. Bij ruimtelijke ontwikkelingen is het uitgangspunt dat er natuur inclusief wordt gebouwd wat betekent dat er o.a. onderzocht wordt of er extra nestgelegenheid voor vleermuizen, huismussen en gierzwaluwen kan worden gecreëerd.
34
Toetsing Maatregelen op het gebied van energie, klimaat en kringloopeconomie moeten bij verdere planvorming worden uitgewerkt.
35
5
Beoordeling en besluit 5.1 Besluit en voorwaarden Samenvatting en toetsing
In onderstaande tabel 2 wordt een samenvatting gegeven van de toetsing en conclusie aan de verschillende aspecten die in deze quickscan benoemd zijn. Toetsing aan kader Rijksbeleid - Nationale omgevingsvisie - Besluit ruimtelijke ordening Provinciaal beleid - Omgevingsvisie - Omgevingsverordening Regionaal beleid - Waterschapsverordening
Conclusie Passend Mogelijk zijn de regels van de ladder voor duurzame verstedelijking van toepassing Passend Passend Nadere afstemming met het Waterschap in vroegtijdig stadium wenselijk
Gemeentelijk beleid - Diverse beleidskaders Passend onderwijs - Bestemmingsplanregels Het initiatief past niet in de huidige bestemming - Beleids- en beheerplan Groen Dient nader uitgewerkt. Behoud van al het huidige groen geeft een spanningsveld met de beschikbaarheid van de benodigde oppervlakte Situering en Stedenbouw
• In beginsel heeft de beoogde locatie voldoende oppervlakte voor het project. Hierbij is een eventuele groei met 20% mogelijk; • Specifieke eigenschappen van en eisen aan de beoogde locatie maken dat er een taakstelling is om hier in het ontwerp rekening mee te houden; • Mogelijkheden om oplossingen te vinden buiten het beoogde perceel, bijvoorbeeld voor parkeren, dienen nader onderzocht.
Mobiliteit en parkeren
In het ontwerp dient expliciet rekening gehouden te worden met aangegeven benodigde aantallen en eisen ten aanzien van verkeersveiligheid, bereikbaarheid en uitvoering.
Archeologie en cultuurhistorie Cultuurhistorie: Geen belemmering Afhankelijk van het ontwerp is mogelijk een archeologisch onderzoek nodig Relevante kabels en leidingen
Hogedruk gasleiding dient verlegt te worden
Bodem
De ligging ter plaatse van een voormalige stortplaats kan mogelijk een belemmering zijn voor het plan. Een aanvullend bodemonderzoek is nodig om bodemkwaliteit goed in beeld te brengen en risico’s uit te sluiten.
36
Toetsing aan kader
Conclusie
Waterberging en riolering
Nadere uitwerking nodig
Milieuzonering
Nadere uitwerking nodig
Ecologie
Aanvullend onderzoek beschermde soorten nodig Er dienen stikstofberekeningen uitgevoerd te worden voor zowel de aanleg- als gebruiksfase
Geluid en Stilte
Er dient een akoestisch onderzoek opgesteld te worden
Geur
Geen belemmering
Luchtkwaliteit
Geen belemmering
Licht en duisternis
Nadere uitwerking nodig
Omgevingsveiligheid
Geen belemmering
Trillingen
Geen belemmering
MER
Indien er sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject dient er een mer-beoordeling opgesteld te worden
Energie, klimaat en kringloopeconomie
Nadere uitwerking nodig
Participatie
Een toekomstige andere planologische invulling van het trainingsveld zal nader afgestemd dienen te worden met SKNWK Het participatie traject met alle stake-holders in brede zin dient verder vormgegeven te worden.
Tabel 2, Samenvatting toetsing
Eindconclusie en aanbevelingen: Op een behoorlijk aantal aspecten dient het plan nader uitgewerkt te worden en dienen er aanvullende onderzoeken uitgevoerd te worden. Het bodemonderzoek en het architectonisch/stedenbouwkundig ontwerp zijn in eerste instantie de grootste aandachtspunten om te bezien of de realisatie van een bredeschool voor Nieuwerkerk verder vormgegeven kan worden op deze locatie. Tenzij hier belemmeringen uit naar voren komen, zijn er overwegend positieve argumenten om een positieve grondhouding aan te nemen ten opzichte van deze locatie.
37
5.2 Vervolgprocedure We hebben vastgesteld dat het initiatief met een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) kan worden vergund. Middels een volledige BOPA onderbouwing zal er aangetoond dienen te tonen worden dat de beoogde ontwikkeling past binnen een evenwichtige toedeling van functies aan locaties zoals bedoeld in de omgevingswet en in artikel 8.0a, lid 2 van het Besluit kwaliteit leefomgeving. In de BOPA onderbouwing dienen alle aandachtspunten die in deze quickscan benoemd zijn, beschouwd te worden en geen verdere belemmeringen voor het plan te vormen. In de vervolgprocedure worden afspraken gemaakt over de uitvoering en bouwheerschap. De scholen ontvangen een beschikking en in die beschikking worden afspraken vastgelegd over de ontwikkeling en realisatie. Er hoeft geen exploitatieovereenkomst gesloten te worden.
38