CConstaterende datSchouwen-Duiveland
Koppel je AI →
Document · PDF

1542932 Beleidskader Breed Sociaal Domein 01

Gemeenteraad 25 september 2025, gemeente Schouwen-DuivelandBij agendapunt: RVS Beleidskader breed sociaal domein (1542932)15.750 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

4.1 Lessen uit sturingsmodel: wat gaan we anders doen Met de komst van de decentralisaties in het sociaal domein heeft onze gemeente zich in 2015 voorbereid op de implementatie van deze nieuwe taken. De gewenste organisatie van deze taken hebben we vastgelegd in het Integraal Dienstverleningsmodel. Dit model is in 2023 geëvalueerd ter voorbereiding op het beleidskader breed sociaal domein en een uitvoeringsplan voor de verbreding van de lokale toegang sociaal domein. Zo kunnen we rekening houden met de verbeterpunten die we hebben geconstateerd in de evaluatie.

26

Behouden Wat we willen behouden uit de voorgaande jaren is het belang van een organisatie die toegerust is tot de taken, overzicht over de uit te voeren taken heeft en de randvoorwaarden voor wat betreft formatie, ICT en financiën staan.

Anders en beter De manier waarop we werken, opdrachten verstrekken en samenwerken moet uitgaan van één missie met richtinggevende principes die daarbij passen. De manier van werken leggen we vast in ons sturingsmodel (zie paragraaf 4.3) waarbij we inzetten op een realistische werkwijze, zodat het voor alle betrokkenen duidelijk is hoe invoering en uitvoering van het sturingsmodel is bedoeld. Daarin leggen we ook duidelijk vast welke vormen van regievoering we toepassen op welke taken zonder dat dit elkaar tegenspreekt. Daar hoort bij dat we rekening houden met de kwaliteiten van onze partners met wie we soms al jaren samenwerken en opdrachten en subsidies verstrekken. In het algemeen zien we dat partners graag met ons optrekken in de uitwerking van taken en opgaven en dat de beleidscapaciteit bij hen beperkt aanwezig is. Dat maakt ook dat we als gemeente duidelijk moeten zijn in wat we willen en bij opdrachten en subsidies duidelijk moeten opschrijven wat we verwachten. Als we dit niet doen, ontstaat onduidelijkheid in de uitvoering. Wat betreft het werk dat we verrichten in de toegang en waar partners op casusniveau bij betrokken zijn, hebben we ondervonden dat we als gemeente aanwezig moeten zijn in netwerken en netwerkoverleggen. Dit heeft te maken met onze uiteindelijke verantwoordelijkheid voor de besluiten tot zorg en ondersteuning voor onze inwoners.

Wanneer we niet aanwezig zijn in netwerkoverleggen, dit overlaten aan partners en daarmee onvoldoende zicht hebben op de samenwerking op casusniveau en de casusregie daarin hebben we gezien dat netwerken uit elkaar vallen en dat het lang duurt voor er de juiste en op elkaar afgestemde zorg ingezet wordt. Tot slot is van belang dat er draagvlak is voor een nieuw model en dat daarbij ook eigenaarschap en verantwoordelijkheid voor wordt gevoeld. Hierbij helpt dat in de uitvoering ook echt gewerkt wordt aan de implementatie en we op tijd monitoren en evalueren hoe dit verloopt en waar nodig bijsturen.

4.2 Samenwerking met partners 4.2.1 Wat gaat er goed

Een van de belangrijkste successen in de samenwerking is de informele communicatie en de korte lijnen. Partners waarderen de laagdrempelige manier van contact en de mogelijkheid om snel te schakelen. Dit draagt bij aan een open en toegankelijke samenwerking, waarbij partners zich gehoord voelen en hun inbreng serieus wordt genomen. De betrokkenheid van de gemeente bij huidige burgerinitiatieven is een ander positief aspect. Inwoners en samenwerkingspartners weten de gemeente goed te vinden en ervaren dat hun initiatieven serieus worden overwogen. Tijdens informatiebijeenkomsten kunnen zij vrijuit spreken en voelen ze zich gesteund in hun deelname aan het debat. Dit open karakter van de dialoog zorgt voor een constructieve en vruchtbare samenwerking.

27

Bovendien is er sprake van wederzijds vertrouwen in de relatie met de gemeente. Partners voelen zich gehoord en serieus genomen, wat een sterke basis vormt voor een constructieve samenwerking. Dit vertrouwen wordt versterkt door de proactieve houding van de gemeente in het onderhouden van relaties met haar partners.

4.2.2 Wensen in de samenwerking met partners Hoewel er veel goed gaat, is er ook ruimte voor verbetering. Een belangrijke wens vanuit partners is om minder bureaucratisch te werken en meer vertrouwen te krijgen in het proces. Flexibiliteit speelt hierin een belangrijke rol: er moet ruimte zijn om, indien nodig, af te wijken van strikte procedures en maatwerk te leveren. Daarnaast is er een roep om duidelijke kaders en een heldere visie vanuit de gemeente. Partners willen beter weten wat de doelen en ambities van de gemeente zijn, zodat zij daar beter op kunnen inspelen. Een duidelijke visie helpt om de gezamenlijke belangen en ambities te verhelderen en te versterken. Tot slot is er behoefte aan snellere besluitvorming en terugkoppeling. Partners willen graag tijdig op de hoogte worden gehouden van de voortgang van processen, zodat zij kunnen anticiperen en kunnen bijdragen aan de uitvoering van gezamenlijke processen. We willen een betrouwbare en duidelijke overheid zijn. We zijn betrouwbaar in ons ‘klantcontact’. We bieden snelle hulp voor alle vragen en het is duidelijk waar je moet zijn met je vraag. We passen ons aan de cultuur of behoefte van inwoners aan.

4.3 Het Samen Sturen-model: Samen sturen op de thema’s Vanuit alle input en wensen hebben we het ‘Samen sturen-model’ ontwikkeld. We willen de komende jaren meer met onze partners en inwoners ontwikkelen, verbindingen versterken, elkaar ontmoeten en zodoende samen sturen op de doelen in de thema’s. Het ‘Samen sturen-model’ bouwt voort op de richtinggevende principes uit hoofdstuk twee: 1. Waarbij de inhoud voortkomt uit de principes ‘iedereen doet mee’ en ‘de ondersteuning is passend’. 2. Het principe ‘sterke netwerken in kernen en wijken’ richt zich op de samenleving (onze partners en inwoners) en de ambitie om meer samen te sturen en te doen. 3. Tot slot richt het principe ‘doeltreffender werken’ zich op de wens om hetgeen dat we doen zo doeltreffend mogelijk te doen. Het legt de nadruk op het optimaliseren van interne processen en het behalen van doelen op een manier die past bij de veranderende behoeften van de samenleving.

28

Deze principes zijn in onderstaande weergave van het model teruggebracht:

4.3.1 Iedereen doet mee: duiding van de thema’s en ambitie Het ‘Samen sturen-model’ start in het midden van het lemniscaat met de inwoners als uitgangspunt. Op dat punt buigen gemeente, partners en inwoners zich allereerst over de aard, omvang en complexiteit van het werk dat binnen de thema’s opgepakt moeten worden. De basis hiervoor is gelegd met dit beleidskader dat gezamenlijk opgestelde uitgangspunten en richting kent, vastgelegd in hoofdstuk twee en drie. In de nadere uitwerking duiden we nader wat we te doen hebben en met wie we dat samen doen. Keuzes daarin worden bepaald door zaken waar we rekening mee moeten houden, zoals politieke, juridische en financiële kaders. Tevens wordt op dit moment afgewogen in welke mate we het werk integraal oppakken en met wie. Tot slot leiden deze afwegingen tot de keuze welke rol de gemeente voor zichzelf ziet, wat daarmee ook bepaald welke rol dit partners en inwoners geeft. Als gemeente vervul je alle rollen als sturingsopties om je doelen te bereiken, maar in specifieke trajecten is er vaak één rol het meest dominant. De uitdaging is dan consistent zijn in die rol. En: de juiste rol af te stemmen op het speelveld en de mate van afhankelijkheid met ‘buiten’. Deze eindconclusie leggen we binnen de gemeente vast in onze uitvoeringsplannen, dat intern en extern gedeeld kan worden.

29

4.3.2 Samenwerken met wie nodig is: externe overeenstemming Vanuit dit vertrekpunt kan er voor elk thema gebouwd worden aan een zorgvuldig proces, met helderheid over de wijze van besluitvorming, inzet van personeel en geld en het stellen van prioriteiten. Dit proces verschilt per opgave en gekozen rol. 1. Voor de opgaven die vanuit de rol als rechtmatige gemeente worden opgepakt ligt de nadruk op een proces waarin (juridische) kaders en randvoorwaarden worden opgesteld. Daarmee kan uitvoering worden gegeven aan belangrijke wettelijke taken, zoals uitkeringen, specialistische ondersteuning en maatwerkvoorzieningen. Over het opstellen en eindresultaat wordt gecommuniceerd met externe partners en/of formele adviesorganen, zoals de Adviesraad Sociaal Domein. a. Een belangrijke ontwikkeling hierin is het vormgeven van onze wettelijke verplichtingen voor de Jeugdwet en Participatiewet. Vanuit beide wetten staan we voor grote veranderingen (Hervormingsagenda Jeugd en Participatiewet in balans) die mede via verordeningen en beleidsregels moeten worden geïmplementeerd. 2. Voor opgaven waarbij een heldere opdracht en passende financiering per partij is vereist wordt het proces met name ingericht vanuit de rol als opdrachtgevende gemeente. Dit kan via een inkooptraject of subsidie worden vormgegeven.

De nadruk ligt hier nog met name op de één op één relatie die de gemeente met deze partijen heeft. Het investeren op deze relatie en kwaliteit van de opdracht en uitvoering draagt bij aan het realiseren van de gezamenlijke doelen, vastgelegd in het beleidskader. Deze één op één opdrachten vinden wel plaats in een breder verband, namelijk die van dit beleidskader. a. Een voorbeeld hiervan is de subsidiëring van SMWO. Onze welzijnspartner die op alle thema’s onze inwoners ondersteunt en verbindt. Het afgelopen jaar hebben we al geïnvesteerd in onze opdrachtgevende rol en SMWO in haar opdrachtnemende rol. We blijven ons hierin ontwikkelen. Dit helpt onze doelen te behalen en SMWO ook ons te ondersteunen bij het vormen van netwerken en vormgeven van een responsieve overheid. 3. Binnen de thema’s hebben we tot doel samen met partners en inwoners de bestaande netwerken te versterken en uit te bouwen. Dat pakken we op vanuit de rol als netwerkende gemeente. We richten dit proces in met inwoners(collectieven), (gecontracteerde) partners en binnen gestelde kaders (zie bovenstaande rollen). Dit kan spanningen opleveren waar we ons van bewust moeten zijn: de gestelde regels en kaders kunnen schuren met ontwikkelingen in het netwerk en verlangde prestaties aan partners kunnen onderwerp van gesprek worden in het bredere verband van een netwerk. Soms vraagt dit uitleg en soms aanpassingen.

a. Een belangrijk netwerk is SD Vitaal. De komende jaren willen we dit netwerk samen met onze partners verder uitbouwen met meer partners en inwoners die zich voor onze gezamenlijke ambities op gezondheid inzetten. b. Het bouwen en versterken van bestaande netwerken vraagt kennis en vaardigheden die een klassieke overheidsorganisatie minder voorhanden heeft. We zijn hier ons bewust van, weten dat anders werken tijd kost en zorgen voor de nodige externe ondersteuning. 4. Naast het versterken van netwerken willen we initiatieven uit de samenleving van inwoners(collectieven) stimuleren vanuit de rol als responsieve gemeente. Juist deze initiatieven kunnen een bijdrage leveren aan een sterk netwerk in en voor kernen en wijken. Vanuit deze rol zijn we aanwezig waar inwoners samen komen, zoeken we ambassadeurs van kernen en buurten op,

30

werken we samen met SDW-raden en proberen we aan te sluiten bij initiatieven en deze te faciliteren. a. Het faciliteren van initiatieven vanuit de samenleving vraagt kennis en vaardigheden die een klassieke overheidsorganisatie minder voorhanden heeft. We zijn hier ons bewust van, weten dat anders werken tijd kost en zorgen voor de nodige externe ondersteuning. b. We zoeken intern de verbinding met de ontwikkeling van participatiebeleid, zodat we als overheid ook zo eenduidig mogelijk handelen.

4.3.3 Doeltreffend werken Onze inwoners en wijzelf hebben dezelfde wens: laten we het zo eenvoudig en makkelijk mogelijk maken. Om samen met onze partners en inwoners aan de thema’s te werken stellen wij onszelf tot doel om doeltreffend te werken. Deze inspanningen maken we ook zichtbaar. Zo zien partners en inwoners bij het bepalen van de gezamenlijke ambitie en in het samen sturen wat wij doen om doeltreffend te werken en welke afwegingen we daarin maken. We zetten hierbij in op: • Gedragen besluitvorming: uitvoering, beleid en bestuur dragen de richting van dit beleidskader en blijven nauw betrokken bij de uitvoering hiervan. • Noodzakelijke afstemming tot doeltreffend werken met collega’s die gaan over randvoorwaarden als ICT, gegevensbescherming, vergunningen en subsidieverlening. We zijn hierin ambassadeurs voor onze partners en inwoners. • Doeltreffend is ook ruimte zoeken binnen de regels. Heel concreet geven we dit vorm door te gaan werken met de Doorbraakmethode5. • We willen onze gezamenlijke inzet monitoren, hiervan leren en doorontwikkelen. We bouwen onze monitor sociaal domein uit. Zie hiervoor paragraaf 4.5.

4.4 Lokaal en regionaal We werken in Zeeland met 13 gemeenten samen op diverse onderwerpen. Soms met alle gemeenten (bijv. jeugdhulp en arbeidsmarktregio) en soms in kleiner verband (bijv. Wmo in Oosterschelderegio). Deze samenwerking vinden we van groot belang. Het inkopen van Jeugdhulp, Wmo-maatwerk of in stand houden van hoogcomplexe jeugdzorg kunnen we niet alleen. We zijn ook verplicht tot samenwerking in onze jeugdhulp- en arbeidsmarktregio. Onze inzet van de regionale samenwerking is gericht op: 1. Gezamenlijke beleidscoördinatie op basis van gezamenlijk opgestelde regiovisies Jeugdhulp en Beschermd Wonen en regiodeals (zoals die voor de opvang van asielzoekers). In deze visies dient duidelijk afgebakend te zijn wat we regionaal samen doen en wat aan de gemeente zelf is. Daarbij is voor ons ook ruimte tot ‘coalition of the willing’ wanneer we zaken gedaan kunnen krijgen met een deel van de gemeenten. De beleidscoördinatie is gericht op: • Beleidsvoorbereiding op gezamenlijk gekozen thema’s uit de visies. • Leren van elkaar: we nemen deel aan trajecten waarin uitvoering en beleid van de gemeenten (en evt. partners) kunnen leren van en met elkaar. Voor ons is dit leren verbonden aan de beschikbare data en duiding daarvan van betrokkenen (medewerkers, partners en inwoners).

5

De Doorbraakmethode is een nieuwe standaard voor maatwerk in het sociaal domein. Het is een beproefde manier van werken langs steeds dezelfde zes processtappen, waarmee professionals makkelijk en onderbouwd maatwerk kunnen leveren (bron: website Instituut voor Publieke Waarden).

31

2. Inkoop en contractmanagement voor jeugdhulp, Wmo, Beschermd Wonen, Maatschappelijke Opvang en Vrouwenopvang. We formuleren samen met de betrokken gemeenten de beleidsuitgangspunten hiervoor. De regionale beleidscoördinatie ziet toe op realisatie van de regiovisies via uitvoering van inkoop en contractmanagement in afstemming met de gemeenten. • Essentieel hierbij is: het behoud en kwaliteit van belangrijke systeempartijen in ons zorglandschap, denk hierbij aan aanbieders van hoogcomplexe zorg zoals Emergis, Juvent en Almata. 3. We leveren formatie en/of budget voor specialistische beleidscapaciteit op het gebied van Jeugdhulp, GGZ en Beschermd Wonen. We zijn bereid tot het verbreden van huidige gemeenschappelijke regelingen die tot nu toe beleidsarm zijn ingericht met specialistische beleidscapaciteit. We zien dat deze beperkt bij gemeenten voorhanden is en niet altijd beschikbaar voor gemeenteoverstijgende complexe vraagstukken zoals om- en afbouw jeugdzorgplus en behoud van hoogcomplexe jeugd(zorginstellingen). We gaan over dit voornemen in gesprek met de 13 Zeeuwse gemeenten bij het vormen van de Gemeenschappelijke Regeling Sociaal Domein Zeeland. 4. In de Arbeidsmarktregio Zeeland werken we samen met de andere Zeeuwse gemeenten, UWV, onderwijs en werkgevers- en werknemersorganisaties aan een sterke en inclusieve arbeidsmarkt.

We nemen ambtelijk en bestuurlijk actief deel aan het overlegplatform(en) in de arbeidsmarktregio. In de regio zorgen we zo gezamenlijk voor regionaal arbeidsmarktbeleid en werken we aan de uitvoering van enkele regionaal georganiseerde taken en projecten die bijdragen aan het bereikbaar maken van werk voor iedereen in Zeeland. Om arbeidsmarktdienstverlening toegankelijker en beter vindbaar te maken, komt er in elke arbeidsmarktregio één gezamenlijk regionaal loket: het Werkcentrum Zeeland. Dit loket kan uit meerdere vestigingen bestaan. We vinden het belangrijk dat het werkcentrum ook in onze gemeente operationeel wordt en gaan dit verder uitwerken en organiseren samen met het UWV. Werkzoekenden, werkenden en werkgevers kunnen bij het werkcentrum terecht voor vragen over werk, volgende loopbaanstappen, (arbeidsmarktgerichte) scholing en personeelsvraagstukken. De samenwerkende partijen in het Werkcentrum Zeeland, waaronder de gemeente SchouwenDuiveland, behouden hun zelfstandigheid met de bijbehorende verantwoordelijkheid voor de eigen dienstverlening (netwerksamenwerking).

4.5 Monitoring: kort cyclisch leren, evalueren en bijstellen We willen inzicht krijgen in de mate waarin we de doelen uit dit beleidskader realiseren, en hoe dat gebeurt. Tegelijkertijd willen we, samen met onze partners én inwoners, leren van wat we doen en daar waar nodig bijsturen. We realiseren ons dat de invloed van onszelf, onze partners en inwoners op de hogere beleidsdoelen soms beperkt is of dat factoren buiten onze invloed effect hebben op de mate waarin we onze doelen bereiken. Daarom kiezen we ervoor onze monitor en leerproces in te richten op basis van de Verandertheorie6. De Verandertheorie helpt ons om op een visuele en logische manier weer te geven hoe onze activiteiten bijdragen aan de gewenste veranderingen bij inwoners. We beschrijven stap voor stap welke veranderingen moeten plaatsvinden om onze doelen te bereiken. Daarbij gaan we uit van een 6

Zie voor een uitleg en mogelijke voorbeelden: https://www.impactwijzer.nl/strategie-niveau-2-theory-of-change

32

logische keten: een activiteit levert output op, die leidt tot directe effecten, en vervolgens mogelijk ook tot indirecte effecten. Samen dragen die bij aan het hogere doel: het realiseren van onze visie. Elke activiteit zet dus een keten van oorzaak en gevolg in gang.

Hoe zetten we de monitor op? We meten zowel de output van de activiteiten als de effecten daarvan op de samenleving. Voor de output maken we voornamelijk gebruik van de verantwoording door partners (op basis van subsidieen inkoopafspraken). De beoogde effecten vinden we in bestaande, grootschalige onderzoeken onder onze inwoners, zoals de Gezondheidsmonitor, en openbare databronnen zoals het CBS en Waarstaatjegemeente.nl. Daarnaast onderzoeken we hoe we maatschappelijke initiatieven kunnen meten en koppelen aan de beoogde effecten. Samen met partners maken we afspraken over de wijze van verantwoorden en de daarbij behorende data. We onderzoeken en toetsen onze aannames over de samenhang tussen activiteiten, output en effecten. Door deze relaties zichtbaar te maken, kunnen we gezamenlijk monitoren, leren, evalueren en – waar nodig – bijsturen.

4.6 Financieel beheersbaar De kosten in het sociaal domein zijn sinds de decentralisaties in 2015 fors opgelopen. Grotendeels door een toegenomen vraag en indexatie, maar ook door wetswijzigingen (zoals de invoering van het abonnementstarief in de Wmo). Het is ondanks alle inspanningen tot nu toe lastig gebleken om deze ontwikkeling binnen de Jeugdhulp en Wmo om te buigen. Op het BUIG-budget dat we van het Rijk ontvangen voor de betaling van bijstandsuitkeringen en loonkostensubsidies binnen de Participatiewet hebben we de afgelopen jaren juist veel geld overgehouden. Hierbij moeten we wel rekening houden met de achterstand in onze huisvestingstaakstelling van statushouders in onze gemeente. Om de financiën beheersbaar te houden zetten we in op: 1. Het uitgangspunt blijft dat inwoners die zorg en ondersteuning nodig hebben die ook krijgen. Onze grootste aandacht gaat hierbij uit naar de beschikbaarheid van zorg en ondersteuning voor de meest kwetsbare inwoners. Inwoners waarvoor gebruik van hoogspecialistische hulp essentieel is. 2. Om dit te realiseren zetten we in op het organiseren van een meer voorliggend collectief aanbod en op het normaliseren van de hulpvragen (zie paragraaf 3.5). Gezien de ontwikkelingen afgelopen jaren zijn we terughoudend in het benoemen van financiële voordelen of budgetplafonds. 3.

We monitoren gebruik en kosten van zorg en ondersteuning via de monitor sociaal domein. Beleid, uitvoering en financiën sturen kortcyclisch met elkaar op deze ontwikkelingen en zetten acties in gang om waar mogelijk de kosten beheersbaar te houden. We informeren management, college en raad actief.

4.7 Communicatie We realiseren een gedeelde visie die intern en extern bekend is en gedragen wordt. Communicatie is dan essentieel, inclusief een heldere boodschap. Communicatie(middelen) helpen ons om intern en

33

extern beter samen te werken, de juiste verwachtingen te wekken en onze gezamenlijke visie uit te dragen. Communicatie organiseren we op twee niveaus: 1. Communicatie over visie en inhoud beleidskader na vaststelling door de gemeenteraad. 2. Gerichte communicatie per thema, waarbij we aansluiten op hetgeen dat al bestaat en kijken wat daarin beter en/of efficiënter kan.

34

5

Uitvoering Na vaststelling van dit beleidskader gaan we met de volgende onderdelen aan de slag: 1. We stellen uiterlijk eerste kwartaal 2026 per thema uitvoeringsplannen vast. We leggen hierin vast welke (bestaande of nieuwe) activiteiten bij welke doelen horen, welke rol als gemeente wenselijk is, wat we daarvoor en wanneer te doen hebben en wanneer we weten of dit succesvol is. Zowel in vaststelling als uitvoering van deze plannen handelen we naar ons sturingsmodel. a. We realiseren een verbinding met de organisatieontwikkeling en onderzoeksvragen vanuit de strategische visie ‘Tij van de Toekomst 2040’ op de rol van de gemeente in en naar de samenleving. 2. We blijven ontmoeting en uitwisseling faciliteren via netwerkbijeenkomsten. We kijken hierbij naar het faciliteren binnen thema’s, maar ook over de thema’s heen om de brede en integrale blik te waarborgen. 3. We starten in 2026 met de ontwikkeling van een monitor breed sociaal domein naar de Verandertheorie. We gaan uit van een meer abstracte monitor gericht op het gehele beleidskader. We onderzoeken hierbij welke rol de GGD en/of ZB kan spelen vanuit hun expertise en adviserende rol.

35

Bijlage 1 - Korte toelichting op vier rollen van de overheid aan de hand van NSOB-model (Nederlandse School voor Openbaar Bestuur, Martijn van der Steen, Jorren Scherpenisse, Mark van Twist, 2015)

Inleiding De uitdagingen waar we voor staan als gemeente zijn complex. De samenleving verandert en de afgelopen jaren zijn gemeenten geconfronteerd met ontwikkelingen en nieuwe taken, zoals opvang ontheemden, organiseren energietoeslag en het bewaken van de vaccinatiegraad. We kunnen de opgaven niet alleen realiseren en moeten aansluiten bij de veerkracht en de energie in de samenleving. De complexiteit van de opgaven en de ingewikkelde afwegingen die moeten worden gemaakt, vragen bestuurskracht, verbinding en een vitale lokale democratie. Het NSOB-model biedt een perspectief welke keuzes je als gemeente kunt maken in de aanpak van verschillende vraagstukken. • In dit model worden vier rollen van de overheid geformuleerd. Belangrijke kernboodschap van dit model: als overheid vervul je alle rollen als sturingsopties om je doelen te bereiken, maar in specifieke trajecten is er vaak één rol het meest dominant. De uitdaging is dan consistent zijn in die rol. En: de juiste rol af te stemmen op het speelveld en de mate van afhankelijkheid met ‘buiten’. Dus expliciet kiezen voor deze rol. Op alle lagen van de organisatie. Dit is een strategische keuze. • Bij deze rollen zijn er altijd een aantal punten die blijven spelen: rechtmatigheid vormt de basis van ieder overheidshandelen. Je hebt daarbij randvoorwaarden en je wilt kunnen sturen op het halen van prestaties.

Als laatste moet je je kunnen verantwoorden. • Als je als gemeente deze vier rollen wil inzetten, dan betekent dit dat een gemeente zichzelf meervoudig moet kunnen organiseren. Dit betekent dus dat de organisatie van de gemeente zo is ingericht, dat deze alle vier de rollen kan invullen. Niet alleen op ambtelijk niveau, maar op alle niveaus.

36

Uitleggen van de rollen • De rollen zijn daarmee in feite paradigma’s. Ieder paradigma heeft zijn kracht en zijn kwetsbaarheden. • Linkerhelft van het kwadrant: de overheid bepaalt wat er moet gebeuren. Het gaat het primair om de overheid die zelf van binnen naar buiten werkt. De samenleving staat dan als het ware aan het einde van het proces, als omgeving waarin het overheidshandelen plaatsvindt of waarop het betrekking heeft. De buitenwereld is de ontvanger van beleid, of het subject ervan, maar is geen actieve, producerende deelnemer daaraan. • Rechterhelft van het kwadrant: Daar is de buitenwereld deelnemer aan het beleid. Partijen zijn meer gelijkwaardig en moeten samenwerken. Samenspel tussen de rollen is nodig, soms kunnen ze ook op gespannen voet met elkaar staan. • Bovenkant van het kwadrant: er wordt gestuurd op resultaten en het realiseren daarvan. Op tijd, binnen budget, volgens afspraak, op schema, in vastgelegde aantallen, op een te meten manier, conform de eigenschappen in het prestatiecontract. Die prestaties moeten in lijn zijn met de randvoorwaarden en de achterliggende bedoeling, maar het zijn uiteindelijk de resultaten die het ankerpunt zijn van hoe de overheid opereert. • Onderkant van het kwadrant: er wordt gestuurd om randvoorwaarden en het naleven daarvan.

De politieke keuze staat centraal: komen de randvoorwaarden op een rechtmatige en rechtvaardige manier tot stand? Vanuit die randvoorwaarden volgen de resultaten. • Vanuit de twee assen onderscheiden we zodoende vier rollen van de overheid. We zullen ze hier elk kort nader uitwerken.

De rechtmatige overheid (rood) • De legitimiteit en rechtmatigheid van overheidshandelen staat centraal. De overheid moet op een prudente en zorgvuldige wijze tot randvoorwaarden komen. • De verhouding met de samenleving en de markt is gericht op het bewaken van rechten en plichten. • Het is de wettelijke basis van het overheidshandelen en de scheiding tussen politieke primaat en ambtelijke loyaliteit benadrukt. • De gemeente bepaalt, maar de ander voert het uit. • Rol van de gemeente: Regels stellen, handhaven en toetsen • Het politieke proces moet controleerbaar zijn, en achteraf is alles deugdelijk te verantwoorden is in juridische procedures. • Juridische vorm: verordeningen • Voorbeeld van de gemeente Schouwen-Duiveland: uitkeringen, jeugdhulp • QUOTE: ‘’Deze moet balanceren tussen het te bieden vertrouwen en de gewenste mate van controleerbaarheid’’ • Dit weerspiegelt het spanningsveld tussen vertrouwen en formele controle, wat past bij de rechtmatige overheid. Dit type overheid houdt toezicht op naleving van regels en procedures.

De presterende overheid (groen) • De randvoorwaarden en regels zijn er, maar het belangrijkste hierin is dat resultaten worden behaald. • Daarbij wordt constant getoetst of deze resultaten ook behaald volgens afspraak • Resultaatgericht en meetbaar

37

• • • • •

Rol van de gemeente: opdrachtgever of regisseur. Je bent leidend Bij dit perspectief hoort het instrumentarium van prestatiesturing Juridische vorm: prestatieafspraken en contracten Voorbeeld van de gemeente Schouwen-Duiveland: bouwen van een school QUOTE: ‘’Processen binnen de gemeenten gaan vaak langzaam, hier is weinig begrip voor. Communiceer hoe een proces loopt, versnel waar mogelijk, en maak duidelijk wanneer iemand een reactie kan verwachten’’ • Hier wordt de noodzaak voor meer efficiëntie en duidelijke communicatie benadrukt, wat typerend is voor de presterende overheid, gericht op het behalen van resultaten en prestaties.

De netwerkende overheid (blauw) • Je wilt iets bereiken en begrijpt terdege dat je het niet alleen kan, dus werk je samen of als gemeente maak je dingen mogelijk door partner en netwerker te worden van een samenwerking. Het gaat dan om overheidsbeleid dat samen met anderen tot een uitkomst wordt gebracht. • Dat betekent ook dat die partijen tot op zekere hoogte hun eigen gewenste resultaat in het proces kunnen inbrengen, en het betekent dat de overheid moet kunnen onderhandelen met andere partijen. Dat gaat om het leggen van verbindingen, maar ook om het vastleggen van de gemaakte afspraken en het bewaken van de voortgang in processen met verschillende partijen. • Rol van de gemeente: partner, netwerker • Juridische vorm: pps, samenwerkingsovereenkomsten en convenanten • Voorbeeld van de gemeente Schouwen-Duiveland: Schouwen-Duiveland Vitaal, Hospitality Hub • QUOTE: ‘’Veel informeel contact, korte lijnen en goed op de relatie’’ • Dit past bij de netwerkende overheid, die draait om samenwerking en informele netwerken met partners. De nadruk ligt op het versterken van relaties en het samenwerken van netwerken.

De responsieve overheid (geel) • Het initiatief ligt bij andere partijen in de samenleving. De gemeente stimuleert dit initiatief • Je wil de ontwikkelingen van buiten koppelen aan je eigen doelstellingen en randvoorwaarden • Het gaat om partijen buiten die hun eigen plan trekken, hun eigen doelen formuleren en de overheid die zich daartoe moet verhouden. De overheidssturing is er, maar veel minder als de leidende beweging. Eerder het meebewegen met en het verhouden tot doelen die anderen stellen. Waarbij het bepalen van de eigen doelen door de overheid onverminderd aan de orde is, maar de overheid op zoek moet naar verbindingen met de doelen van anderen • Het zijn geen geïnstitutionaliseerde partijen en er zijn geen koepels die namens een brede achterban spreken. Voor de overheid gaat het dan om het herkennen van de ontwikkeling en het aangaan van een betekenisvolle verbinding met partijen die anders dan de overheid zijn.

• Het is soms een kwetsbare rol omdat er een spanningsveld is tussen het faciliteren van het initiatief en de randvoorwaarden die toch door de gemeente gesteld worden • Rol van de gemeente: subsidieverstrekker, facilitator, eventueel aanleveren van expertise en capaciteit • Juridische vorm: subsidieregelingen • Voorbeeld van de gemeente Schouwen-Duiveland: stads- en dorpsvisies, schoolbus Zonnemaire • QUOTE: ‘’Het betrokken voelen zit niet zozeer in het contact, maar het moet snel en makkelijk zijn’’ • De responsieve overheid reageert snel en direct op de behoeften van inwoners, met flexibele en

38

toegankelijke communicatiemiddelen. Dit type overheid past zich aan de wensen van burgers aan.

39

Bijlage 2 - Wettelijk kader Wet maatschappelijke ondersteuning Het uitgangspunt van de Wmo 2015 is dat mensen die beperkingen ondervinden in hun zelfredzaamheid of in het maatschappelijk participeren ondersteuning kunnen krijgen vanuit de gemeente. De Wmo 2015 geeft ook mogelijkheden om mantelzorgers te ondersteunen met het doel om overbelasting te voorkomen. In de Wmo 2015 staat dat de gemeente een compensatieplicht heeft. Dat houdt in dat maatschappelijke ondersteuning wordt geboden aan mensen die beperkingen ondervinden in hun zelfredzaamheid en/of maatschappelijk participeren. Gemeenten kunnen verschillend invulling geven aan deze plicht. Het is een gemeentelijke verantwoordelijkheid om aan te geven op welke wijze voorzieningen worden aangeboden. Dat kan als algemene voorziening of als maatwerkvoorziening. De gemeente biedt, onder voorwaarden, maatschappelijke ondersteuning. Hieronder wordt verstaan: 1. bevorderen van de sociale samenhang, de mantelzorg en vrijwilligerswerk, de toegankelijkheid van voorzieningen, diensten en ruimten voor mensen met een beperking, de veiligheid en leefbaarheid in de gemeente, alsmede voorkomen en bestrijden van huiselijk geweld, 2. ondersteunen van de zelfredzaamheid en de participatie van personen met een beperking of met chronische psychische of psychosociale problemen zoveel mogelijk in de eigen leefomgeving, 3.

bieden van beschermd wonen en opvang.

Jeugdwet De Jeugdwet is bedoeld voor jeugdigen (kinderen en jongeren) en hun ouders die ondersteuning nodig hebben bij het opgroeien of bij de opvoeding. Volgens de Jeugdwet moet de gemeente jeugdhulp en preventie bieden. Gemeenten kunnen heel verschillend invulling geven aan deze onderdelen. Anders dan in de Wmo 2015, waarin is gekozen voor een maatwerkvoorziening en algemene voorziening, wordt in de Jeugdwet onderscheid gemaakt tussen een algemene vrij toegankelijke voorziening en een individuele niet vrij toegankelijke voorziening. De definitie van jeugdhulp is: 1. ondersteuning van en hulp en zorg, niet zijnde preventie, aan jeugdigen en hun ouders bij het verminderen, stabiliseren, behandelen en opheffen van of omgaan met de gevolgen van psychische problemen en stoornissen, psychosociale problemen, gedragsproblemen of een verstandelijke beperking van de jeugdige, opvoedingsproblemen van de ouders of adoptie gerelateerde problemen; 2. het bevorderen van de deelname aan het maatschappelijk verkeer en van het zelfstandig functioneren van jeugdigen met een somatische, verstandelijke, lichamelijke of zintuiglijke beperking, een chronisch psychisch probleem of een psychosociaal probleem en die de leeftijd van achttien jaar nog niet hebben bereikt, en 3.

het ondersteunen bij of het overnemen van activiteiten op het gebied van de persoonlijke verzorging gericht op het opheffen van een tekort aan zelfredzaamheid bij jeugdigen met een verstandelijke, lichamelijke of zintuiglijke beperking of een somatische of psychiatrische aandoening of beperking, die de leeftijd van achttien jaar nog niet hebben bereikt.

40

Participatiewet De Participatiewet is in 2015 ingegaan, met als doel het ondersteunen en begeleiden van mensen naar werk. De wet moet ervoor zorgen dat meer mensen werk vinden, ook mensen met een arbeidsbeperking. Indien dit niet lukt, kan iemand in aanmerking komen voor een uitkering. De gemeente is verantwoordelijk voor de uitvoering van deze wet. Van gemeenten wordt verwacht dat zij deze groeiende doelgroep ondersteuning biedt zodat zij aan de slag gaan. Waar nodig is er ondersteuning om het salaris aan te vullen (inkomensondersteuning). Gemeenten ontvangen hiervoor budget vanuit het Rijk.

Wet Publieke gezondheid Alle activiteiten op grond van deze wet zijn gericht op preventie, inclusief gezondheidsbevordering voor de bevolking of specifieke groepen. Deze wet is in werking getreden op 1 december 2008 en geeft gemeenten veel beleidsvrijheid, wat maakt dat er maximaal ingezet kan worden op preventie als er lokale situaties en problemen spelen bijvoorbeeld rond risicogroepen. De gemeente moet een lokale nota gezondheidsbeleid opstellen. Preventie voor jeugd in het kader van jeugdgezondheidszorg valt grotendeels onder de Wet publieke gezondheid. Preventie door jeugdwelzijnswerk valt onder de Jeugdwet (zoals ambulant jongerenwerk).

Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs) Schuldhulpverlening is een wettelijke taak van de gemeente sinds de inwerkingtreding van de Wgs in 2012. 1 januari 2021 is de Wgs gewijzigd. De wijziging van de Wgs dient twee doelen, namelijk: 1. Betere ontsluiting van persoonsgegevens als middel om schuldhulpverlening effectiever te maken. Voor schuldhulpverlening is veel informatie nodig over de (financiële) situatie van de inwoner. 2. Vroegsignalering als wettelijke taak verankeren en gegevensuitwisseling tussen schuldeisers van wettelijk bepaalde vaste lasten en de gemeente, met als doel vroegsignalering, mogelijk maken.

Wet Inburgering Sinds 1 januari 2022 is de Wet inburgering 2021 van kracht, met als doel een snellere en betere integratie van inburgeringsplichtigen (asiel-, gezins- en overige migranten van 16 tot AOW-leeftijd). Gemeenten spelen een centrale rol en bieden maatwerk via een persoonlijk Plan Inburgering en Participatie (PIP). Er zijn drie leerroutes: B1-route (taalniveau B1 binnen 3 jaar), onderwijsroute (voorbereiding op vervolgonderwijs) en de Zelfredzaamheidsroute (Z-route). De wet legt de nadruk op participatie door stages of (vrijwilligers)werk, gecombineerd met taalverwerving. Asielstatushouders krijgen inburgering betaald door de overheid, anderen zijn zelf verantwoordelijk voor de kosten. Gemeenten en DUO handhaven de wet. Daarnaast moeten inburgeraars een participatieverklaringstraject doorlopen. Gemeenten hebben beleidsvrijheid, maar zijn verantwoordelijk voor effectieve en maatwerkgerichte ondersteuning.

41

Bijlage 3 - Uitwerking aandachtspunten gesprekken In dit traject hebben we op verschillende momenten inwoners, partners, collegeleden en raadsleden gesproken. Deze input geven we hieronder ingekort weer. Veerkrachtige en zorgzame buurten In de inwonergesprekken is dit thema het meest besproken en gewaardeerd. Veerkrachtige en zorgzame buurten spelen volgens hen een cruciale rol in het versterken van de sociale cohesie en het aantrekkelijk houden van buurten. De waarde van ‘lieve buren’ die bijdragen aan het geluk van een ander wordt diverse malen benadrukt. Buurtinitiatieven en ontmoetingsplekken (dorpshuizen, maar ook de verenigingsgebouwen) waar dit plaats kan vinden zijn hierin erg belangrijk. Organisaties en de gemeente die om de buurt staan, zijn nodig. Net als ambassadeurs in en van de buurt. De rol van de gemeente wordt als faciliterend gezien. De voorwaarde is dan wel dat de gemeente dit aan de andere kant niet met ingewikkelde regelgeving moeilijk maakt. Voor inwoners is de openbare ruimte en het sociale gebruik daarvan aan elkaar gekoppeld. Inwoners vinden dat ze het zelf en met elkaar moeten doen. Zoals een inwoner ook zei: ‘het is ook echt een thema waar je zelf aan moet werken’. Het fundament in dit thema voor de gesproken inwoners blijft, zoals we een rode draad op een bijeenkomst formuleerden: ‘dat er iemand voor je is’.

Uit de gesprekken met inwoners en partners blijkt dat de kracht van onze samenleving vooral voortkomt uit de onderlinge verbondenheid en samenwerking. Veerkrachtige en zorgzame buurten, waar mensen om elkaar geven en ruimte is voor ontmoeting, zijn daarbij essentieel. Partners benadrukken daarbij vooral het belang van goede communicatie en het beter inzichtelijk maken van elkaars initiatieven en activiteiten. Op dit moment is nog onvoldoende duidelijk wie wat doet, waardoor kansen voor samenwerking en versterking van de sociale cohesie blijven liggen. De gemeente kan hierbij een belangrijke faciliterende rol aannemen, waarbij het essentieel is dat zij zorgt voor heldere en laagdrempelige communicatiekanalen en het wegnemen van onnodige regels. Gezondheid Onze inwoners en partners ervaren het nut van kleine lokale initiatieven, zoals wandelgroepen en groepen die ontmoeting en verbinding bevorderen. Met name onder inwoners leeft er een grote zorg over de bereikbaarheid van zorg. De verbinding met de fysieke leefruimte, zowel groen als steen (ontmoetingsplekken), wordt van groot belang geacht. Hou het simpel en zorg voor uitnodigende openbare ruimten die mensen helpen om in beweging te komen. Men ziet kansen om oplossingen te zoeken bij elkaars initiatieven.

Verbinding en werken aan relaties helpt de sociale en mentale gezondheid en versterkt de veerkracht en zingeving van onze inwoners. Simpele initiatieven om jongeren en volwassenen te koppelen dragen hieraan bij. Een gezonde en actieve leefstijl moet door diverse doelgroepen heen gestimuleerd worden. Hierbij wordt meer aandacht gevraagd voor doelgroepen anders dan kinderen en ouderen, zoals bijvoorbeeld zwangere vrouwen. We worden aangemoedigd om werk te maken van de zorg van de toekomst en te leren van bestaande initiatieven. Het dementievriendelijk maken van ons eiland wordt hierbij benadrukt. Opgroeien en opvoeden Voor onze inwoners is het thema opgroeien en opvoeden waar de basis wordt gelegd voor het

42

verdere leven. Waar je opgroeit en wat je mee krijgt is belangrijk. Dit wordt ook breder getrokken dan de thuisomgeving. De waarde van een goede buurvrouw/man wordt benadrukt net als dat je elkaar kent. De jonge generatie wordt gewaardeerd en als van groot belang gezien voor de toekomst van ons eiland. Onze partners zien graag inzet op het verbinden en bij elkaar brengen van ouders (in kleine groepen). Gebruik hier logische vindplaatsen, zoals de scholen. Doe dit samen met de school en ontzorg deze hierin. De stads-, dorps- en wijkraden staan klaar om hieraan bij te dragen net als verenigingen. Dit helpt ouders die niet altijd de weg weten, het moeilijk vinden om regels te stellen of een klein netwerk hebben. Hiermee creëer je een omgeving waarin de hulpvraag kan worden genormaliseerd. Deze beweging zien onze partners graag gestut met snel inzetbare en laagdrempelige hulp op school. Ook worden er kansen gezien in het benutten en stimuleren van contact tussen jongeren en ouderen. In deze ontmoeting zijn kansen om elkaar te ondersteunen in de eigen levensfase. Een andere wens ziet op een fijne omgeving waarin onze kinderen opgroeien. Er zijn zorgen om het gebrek aan mogelijkheden in de vrijetijdsbesteding van jongeren. Er is bij kernen en verenigingen enthousiasme om hiermee aan de slag te gaan en hier zijn al goede voorbeelden van zoals bij FC de Westhoek.

De oproep is ook om hier jongeren bij te betrekken. Bestaanszekerheid Een inwoner kenmerkt dit thema als dat het gaat over de dingen waar je van op aan moet kunnen, zoals gezondheid en milieu. Inwoners voelen zich ook betrokken bij dit thema vanwege de zorg voor de mensen die het minder hebben. Opvallend is dat men dit thema naast woningen ook koppelt aan voorzieningen in de kernen, zoals dorpshuis, school en openbaar vervoer. Op één van de bijeenkomsten was ook aandacht voor de rol van digitalisering dat het voor sommige inwoners lastig maakt om mee te kunnen in de samenleving. Partners hebben veel gesproken over het kunnen meedoen van onze inwoners. Belemmeringen moeten zoveel mogelijk weggenomen worden. Het gaat hierbij niet alleen om geld, maar om inclusie. Nu blijven nog te veel mensen onder de radar. Er zijn veel kansen om mee te kunnen doen. Mensen moet meer perspectief worden geboden via samenwerking met werkgevers. Organiseer bij hen de ondersteuning. Ga uit van wat de mensen wel kunnen en stimuleer zo inclusief werkgeverschap. Dit geldt ook voor mensen waarvoor werk misschien te hoog gegrepen is. Stimuleer hen tot maatschappelijke participatie in de eigen wijk of buurt (dorpshuis, buurtbus, helpen bij de buren of de vereniging). Het komt hun gezondheid ten goede.

In het kader van het voorkomen en bestrijden van armoede willen partners elkaars kennis en kunde meer benutten. Er is behoefte tot het versterken van het gezamenlijke netwerk. Dit kan ook helpen om meer partners te betrekken die nu soms wel willen helpen, maar niet goed weten hoe en wat er allemaal kan en mag. Er wordt ook gewaarschuwd voor het overschatten van zelfredzaamheid. Inwoners weten vaak de weg naar hulp en ondersteuning onvoldoende en vinden die weg ingewikkeld (zowel taal als ingewikkeld proces). Zo blijft ook veel hulp onbenut. Oplossing wordt naast een steviger netwerk tussen partners ook gezien in buurtgericht werken. Het organiseren van algemeen toegankelijke voorzieningen (zoals trainingen) op algemeen toegankelijke plekken

43

(dorpshuis, school) worden geopperd. Op deze plekken wordt ook veel gesignaleerd. Gebruik dan ook een overzichtelijke sociale kaart, zodat betrokken partijen, initiatieven en regelingen goed zichtbaar zijn. Geïndiceerde zorg Het is belangrijk dat de gemeente dichtbij is, met toegankelijke hulp en vaste gezichten voor continuïteit en vertrouwen. Inwoners vinden het daarnaast belangrijk dat iedereen de juiste hulp krijgt, zonder dat kosten voor hen een rol spelen. Echter wachtlijsten groeien en de best passende hulp is niet altijd (tijdig) beschikbaar. Hierdoor sluit hulp soms onvoldoende aan bij de behoefte van de inwoner. Zorgaanbieders zien dat problemen soms groter worden gemaakt dan nodig. We moeten weer meer kijken naar wat normaal is, want niet alles hoeft met hulpverlening opgelost te worden. Er wordt veel ingezet op ‘inclusie’ (meedoen) maar er zijn ook doelgroepen die zich daar juist niet prettig bij voelen en samen willen komen, activiteiten willen doen met anderen die eenzelfde soort problematiek hebben, wat herkenbaar is en men zich veiliger bij voelt. Mensen verwachten tegenwoordig veel en accepteren minder snel een “nee”. De oplossing ligt meer in de gemeenschap zelf, met de gemeente als ondersteuner.

44

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15869702/2