1525238 BIJLAGE 2 Toelichting en was-wordt - Overige aanpassingen
Tekst van het document
Opheffing geheimhouding Op grond van artikel 87, van de wet, kan geheimhouding op informatie worden opgelegd door de raad, het college, de burgemeester en een commissie. De opgelegde geheimhouding met betrekking tot aan de raad verstrekte informatie vervalt, indien de raad de verplichting tot
Naar aanleiding van de wet integriteit en functioneren decentraal bestuur.
Naar aanleiding van de wet integriteit en functioneren decentraal bestuur.
20
de burgemeester geheimhouding heeft opgelegd ten aanzien van stukken die hij aan de raadscommissie heeft overgelegd. De raadscommissie kan dan aan de raad verzoeken de geheimhouding op te heffen (indien de burgemeester daar niet toe bereid is). In het onderhavige artikel is nu ter zake een overlegverplichting opgenomen waardoor recht wordt gedaan aan het principe van hoor en wederhoor. Op grond van artikel 25, derde en vierde lid, van de wet, kan geheimhouding worden opgelegd door het college, de burgemeester en een commissie, ieder ten aanzien van stukken die zij aan de raad of aan leden van de raad overleggen. De opgelegde geheimhouding met betrekking tot aan de raad overgelegde stukken vervalt, indien de raad de oplegging niet in zijn eerstvolgende vergadering die volgens de presentielijst door meer dan de helft van het aantal zitting hebbende leden is bezocht, wordt bekrachtigd.
geheimhouding opheft (artikel 89, vierde lid, van de wet). Wel bestaat er een overlegverplichting, waarmee recht wordt gedaan aan het principe van hoor en wederhoor. Als de raad een opgelegde geheimhouding opheft, wil dat niet zeggen dat de desbetreffende informatie dan actief openbaar gemaakt moet worden. De Wet open overheid (Woo) is nog steeds op deze informatie van toepassing. Wanneer om openbaarmaking wordt verzocht moet dat verzoek dus aan de uitzonderingsgronden in de Woo worden getoetst om tot een besluit te komen over het al dan niet openbaar maken van de betreffende informatie. Dan kan uiteraard blijken dat er inmiddels geen grond meer is om openbaarmaking te weigeren.
Als de raad niet van plan is de opgelegde geheimhouding te bekrachtigen, kan het orgaan dat geheimhouding heeft opgelegd in een besloten vergadering met de raad overleg voeren. Deze besloten vergadering kan dan gaan om de vraag waarom de raad de geheimhouding wil opheffen door deze niet te bekrachtigen. Als de raad een opgelegde geheimhouding opheft of niet bekrachtigt, wil dat niet zeggen dat de desbetreffende stukken dan “automatisch” openbaar zijn. De Wet openbaarheid van bestuur (Wob) is nog steeds op deze stukken van toepassing. Wanneer om openbaarmaking wordt verzocht moet dat verzoek dus aan de uitzonderingsgronden in de Wob worden getoetst om tot een besluit te komen over het al dan niet openbaar maken van de betreffende documenten. Dan kan uiteraard blijken dat er inmiddels geen grond meer is om openbaarmaking te weigeren.
Artikel 34. Vragenronde Om de drempel om vragen te stellen zo laag mogelijk te stellen is en te kunnen reageren op de actualiteit is afgezien van de verplichting om zich hiervoor 24 uur van tevoren aan te melden. De aanmelding kan plaatsvinden tijdens de vergadering bij het agendapunt ‘vaststelling definitieve agenda.
Artikel 34. Vragenronde In het tweede lid is een aanmeldingstermijn opgenomen omdat wethouders moeten worden uitgenodigd om antwoord te kunnen geven op vragen van raadsleden in de vergadering. De aanmelding kan, bij uitzondering en naar oordeel van de voorzitter, plaatsvinden tijdens de vergadering bij het agendapunt ‘vaststelling definitieve agenda.
Huidige werkwijze opnemen
21
TABEL 3: WIJZIGINGEN VERORDENING RAADSCOMMISSIES Oud Artikel 1. Begripsbepalingen In deze verordening wordt verstaan onder: a. commissiegriffier: griffier van een raadscommissie of diens plaatsvervanger; b. commissielid: lid van een raadscommissie of diens plaatsvervanger; c. commissievoorzitter: voorzitter van een raadscommissie of diens plaatsvervanger; d. griffier: griffier van de raad of diens plaatsvervanger; e. wet: Gemeentewet.
Nieuw Artikel 1. Begripsbepalingen In deze verordening wordt verstaan onder: b. commissielid: lid van een raadscommissie, zijnde een raadslid of een burgercommissielid;
Reden
f.
Toevoegen begripsbepaling ‘interruptie’.
Artikel 2 Instelling raadscommissies
Artikel 2 Instelling raadscommissie
Er is een: a. raadscommissie Ruimte en Economie, waarvan de werkzaamheden de volgende onderwerpen (naar de indeling van de (sub)programma’s van de begroting) betreffen: • 1.1 Economie sterk water gerelateerd; • 1.2 Innovatieve landbouw en aquacultuur; • 1.3 Florerende kleinschalige bedrijvigheid; • 1.5 Vakantie-eiland toonaangevend in water; • 3.1 Schouwen-Duiveland vakantieeiland; • 3.2 Krachtige toeristische hoofdstructuur; • 3.3 Toerisme is sterk divers en profiteert van water; • 3.4 Evenementen en activiteiten aan het water. b. raadscommissie Samenleving en Bestuur, waarvan de werkzaamheden de volgende onderwerpen (naar de indeling van de (sub)programma’s van de begroting) betreffen: • 1.4 Arbeidsmarkt in balans; • 2.1 Goed en realistisch voorzieningenniveau; • 2.2 Wonen naar wens; • 2.3 Leefbare kernen met betrokken inwoners; • 2.4 Goed en betaalbaar aanbod zorg en welzijn; • 4 Bestuur en Burgerzaken
Er is een: • raadscommissie Ruimte en Economie, waarvan de werkzaamheden (bij voorkeur) de volgende onderwerpen betreffen:
interruptie: een interruptie bestaat uit korte opmerkingen of vragen zonder inleiding, waarop hooguit één korte vervolgvraag wordt gesteld.
o o o o o o •
Ruimtelijke ordening; Economie; Landbouw, tuinbouw, visserij en aquacultuur; Woningmarkt; Recreatie en toerisme; Activiteiten en evenementen.
Aanpassen begrip commissielid, omdat we niet meer werken met plaatsvervangers.
Verduidelijking indeling. Hiermee sluit de indeling aan bij de in de praktijk gehanteerde indeling. Loslaten koppeling met (sub)programma’s uit programmabegroting. Die zijn aan verandering onderhevig. Indeling commissie is stabiel en op deze wijze evenwichtig verdeeld. Bij uitzondering kan hiervan afgeweken worden.
raadscommissie Samenleving en Bestuur, waarvan de werkzaamheden (bij voorkeur) de volgende onderwerpen betreffen: o Arbeid en inkomen; o Verkeer en vervoer; o Duurzaamheid en klimaat; o Onderwijs; o Volksgezondheid, zorg en welzijn; o Leefbaarheid en betrokken inwoners; o Openbare orde en veiligheid; o Bestuur en Burgerzaken; o Cultuur; o Sport.
22
Artikel 4. Samenstelling; benoeming commissievoorzitter en 5. Zittingsduur en vacatures Artikel 6. De commissiegriffier 1. De griffier van de raad of diens vervanger treedt op als commissiegriffier en laat zich desgewenst ondersteunen dan wel vervangen door een op de griffie werkzame ambtenaar of, in samenspraak met de secretaris, een niet op de griffie werkzame ambtenaar.
Artikel 4. Samenstelling; benoeming commissievoorzitter en 5. Zittingsduur en vacatures Artikel 6. De commissiegriffier 1. De griffier van de raad of diens vervanger treedt op als commissiegriffier en laat zich desgewenst ondersteunen dan wel vervangen door een op de griffie werkzame ambtenaar.
Artikel 7. Oproep en agenda 1. Het opstellen van de voorlopige agenda gebeurt door het presidium. 2. De commissievoorzitter zendt ten minste zes dagen voor een vergadering de commissieleden een schriftelijke oproep en de voorlopige agenda met de daarbij behorende stukken. 3. In spoedeisende gevallen kan de commissievoorzitter na het verzenden van een schriftelijke oproep een aanvullende agenda opstellen. Zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk 48 uur voor aanvang van de vergadering, wordt deze met de daarbij behorende stukken aan de leden gezonden. 4. Op de stukken bedoeld in het eerste en tweede lid, is artikel 8, tweede lid, van toepassing.
Artikel 7. Oproep en agenda
Het betreft het formaliseren huidige werkwijze.
1. Het opstellen van de voorlopige agenda gebeurt door de agendacommissie. 2. De voorzitter plaatst tenminste zes dagen voor een vergadering de voorlopige agenda en de daarbij behorende stukken in het raadsinformatiesysteem.
De oproep, het kennisgeven van de vergadering en het ter inzage leggen van de stukken sluit aan bij de huidige digitale werkwijze.
Artikel 8: Ter inzage leggen van stukken
Artikel 8: Openbaar maken stukken
1.
Elektronisch beschikbare stukken die ter toelichting van de onderwerpen of voorstellen op een agenda dienen, worden op de gemeentelijke website geplaatst. Als na het verzenden van de schriftelijke oproep stukken ter inzage worden gelegd, wordt hiervan mededeling gedaan aan de leden van de raadscommissie en zo mogelijk door middel van openbare kennisgeving
2. Stukken waaromtrent op grond van artikel 86, eerste en tweede lid, van de wet geheimhouding is opgelegd, blijven in afwijking van het eerste en tweede lid onder berusting van de griffier en verleent deze de commissieleden op verzoek inzage.
3. In spoedeisende gevallen kan de commissievoorzitter na het verzenden van een schriftelijke oproep een aanvullende agenda opstellen. Zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk 48 uur voor aanvang van de vergadering, wordt deze met de daarbij behorende stukken aan de leden gezonden. 4. Op de stukken bedoeld in het eerste, tweede en derde lid, is artikel 8 tweede lid van toepassing.
1. Stukken die ter toelichting van de onderwerpen of voorstellen op een agenda dienen, worden gelijktijdig met het verzenden van de schriftelijke oproep digitaal in het raadsinformatiesysteem geplaatst, die gekoppeld is aan de gemeentelijke website. Als na het publiceren van de eerste schriftelijke oproep (aanvullend) stukken ter inzage worden gelegd, wordt hiervan mededeling gedaan aan de leden van de raad en zo mogelijk door middel van openbare kennisgeving. 2. Informatie van de raad of aan de raad verstrekte informatie waaromtrent op grond van hoofdstuk Va van de wet geheimhouding is opgelegd, wordt in afwijking van het eerste lid op het niet openbare deel van het raadsinformatiesysteem geplaatst In uitzonderingsgevallen, naar oordeel van de griffier, berusten de geheime stukken onder de griffier, die hiervoor inzage geeft aan de bevoegden.
Zie aanpassingen in waswordt lijst bijlage 1. Het betreft het formaliseren huidige werkwijze.
In lid 4 is toegevoegd dat als er op grond van spoedeisendheid een aanvullende agenda is opgesteld (lid 3) de daarbij behorende geheime stukken behandeld worden volgens de werkwijze beschreven in artikel 8 lid 2.
Betreft aanpassing aan nieuwe landelijke wetgeving (Wet bevorderen integriteit decentrale politieke ambtsdragers, waarin ook andere wijzigingen zijn meegenomen). In artikel 8, derde lid, is artikel 86 van de Gemeentewet (hierna: wet) omgezet naar nieuwe geheimhoudingsbepalingen in hoofdstuk Va (artikelen 87 tot en met 89) van de wet. Werkwijze is conform het 993169 Bijlage 1 Protocol geheimhouding gemeente Schouwen-Duiveland 2024
Formulering is aangepast aan de digitale werkwijze van de raad.
23
Artikel 13. Aantal spreektermijnen
Nieuw
Artikel 13. Aantal spreektermijnen 1. Een spreker mag in zijn betoog niet worden gestoord, tenzij a. de voorzitter het nodig oordeelt hem aan het opvolgen van dit reglement te herinneren; b. een lid van de raad hem interrumpeert. De voorzitter kan bepalen dat de spreker zonder verdere interrupties zijn betoog zal afronden. 2. Een lid van het college mag in zijn of haar 1e termijn niet worden geïnterrumpeerd. Artikel 13a Mondelinge vragen 1. De agenda voor de raadscommissies bevat een vast agendapunt ‘Mondelinge vragen’, waarbij commissieleden vragen kunnen stellen aan het college van burgemeester en wethouders over een actueel onderwerp. De beoordeling of het actueel is, is aan de voorzitter. 2. Commissieleden die tijdens de vragenronde vragen willen stellen, melden dit onder aanduiding van het onderwerp ten minste 24 uur voor aanvang van de vergadering bij de griffier. Bij uitzondering kan dit ook bij de vaststelling van de definitieve agenda in de vergadering bij aan de voorzitter. 3. De vragen worden in volgorde van aanmelding aan de orde gesteld, tenzij meerdere vragen betrekking hebben op hetzelfde onderwerp; dan worden die vragen opeenvolgend behandeld. 4. Per onderwerp wordt aan de vragensteller het woord verleend om één of meer vragen aan het college of de burgemeester te stellen en een toelichting daarop te geven.
Na de beantwoording daarvan krijgt de vragensteller desgewenst het woord om aanvullende vragen te stellen.
Artikel 15. Spreekrecht burgers
Artikel 15. Spreekrecht burgers
Lid 2: Degene die van het spreekrecht gebruik wil maken, meldt dit zo mogelijk voor aanvang van de vergadering aan de commissiegriffier onder vermelding van zijn naam, adres en telefoonnummer en bij welk agendapunt hij het woord wenst te voeren.
Lid 2: Degene die van het spreekrecht gebruik wil maken, meldt dit uiterlijk 24 uur voor aanvang van de vergadering aan de commissiegriffier onder vermelding van naam, adres en telefoonnummer en over welk onderwerp of agendapunt het woord gewenst wordt.
Artikel 16. Handhaving orde en schorsing 1. De commissievoorzitter handhaaft de orde in de vergadering. 2. Hij kan de raadscommissie voorstellen aan een commissielid dat door zijn gedragingen de geregelde gang van
Artikel 16. Handhaving orde en schorsing 1. De commissievoorzitter handhaaft de orde in de vergadering. 2. Hij roept sprekers tot de orde als deze zich in beledigende of onbetamelijke uitdrukkingen uitlaten, afwijken van het in behandeling zijnde onderwerp, andere
Bepalingen omtrent interrupties opnemen.
Bepaling omtrent mondelinge vragen opnemen. Deze ontbreekt nog in de Verordening op de raadscommissies.
Huidige werkwijze formaliseren. Het is in verband met de voorbereiding van de vergadering door de griffie, de voorzitter en de raadsen commissieleden wenselijk dat tijdig bekend is wie komen inspreken en over welk onderwerp. In artikel 16 is alleen de volgorde van de leden veranderd in de toenemende mate van mogelijkheden om als commissievoorzitter in te grijpen. (is gewijzigd in de
24
zaken belemmert het verdere verblijf in de vergadering te ontzeggen. Over het voorstel wordt niet beraadslaagd. Na aanneming daarvan verlaat het commissielid de vergadering onmiddellijk. Zo nodig doet de commissievoorzitter hem verwijderen. Bij herhaling van zijn gedrag kan het commissielid bovendien voor ten hoogste drie maanden de toegang tot de vergadering worden ontzegd. 3. Hij kan ter handhaving van de orde de vergadering voor een door hem te bepalen tijd schorsen en, als na de heropening de orde opnieuw wordt verstoord, de vergadering sluiten. 4. Hij roept sprekers tot de orde als deze zich in beledigende of onbetamelijke uitdrukkingen uitlaten, afwijken van het in behandeling zijnde onderwerp, andere sprekers herhaaldelijk interrumperen, dan wel anderszins de orde verstoren. Sprekers die hieraan geen gevolg geven kunnen door hem het woord ontnomen worden over het aanhangige onderwerp.
sprekers herhaaldelijk interrumperen, dan wel anderszins de orde verstoren. Sprekers die hieraan geen gevolg geven kunnen door hem het woord ontnomen worden over het aanhangige onderwerp. 3. Hij kan ter handhaving van de orde de vergadering voor een door hem te bepalen tijd schorsen en, als na de heropening de orde opnieuw wordt verstoord, de vergadering sluiten. 4. Hij kan de raadscommissie voorstellen aan een commissielid dat door zijn gedragingen de geregelde gang van zaken belemmert het verdere verblijf in de vergadering te ontzeggen. Over het voorstel wordt niet beraadslaagd. Na aanneming daarvan verlaat het commissielid de vergadering onmiddellijk. Zo nodig doet de commissievoorzitter hem verwijderen. Bij herhaling van zijn gedrag kan het commissielid bovendien voor ten hoogste drie maanden de toegang tot de vergadering worden ontzegd.
modelverordening van de VNG)
Artikel 20:
Artikel 20: 1. Conceptverslagen en conceptbesluitenlijsten van besloten vergaderingen worden niet openbaar verspreid, maar worden op het besloten gedeelte van het raadsinformatiesysteem geplaatst. 2. Deze verslagen worden zo spoedig mogelijk in een besloten vergadering ter vaststelling aangeboden. Tijdens deze vergadering neemt de raadscommissie een besluit over het al dan niet opheffen van de geheimhouding op het verslag.
Betreft aanpassing n.a.v. nieuwe landelijke wetgeving
Artikel 21. Opheffing geheimhouding Als de raad op grond van artikel 89, vierde lid, van de wet voornemens is de geheimhouding van aan de raad verstrekte informatie op te heffen, wordt, als de raadscommissie die geheimhouding heeft opgelegd daarom verzoekt, daarover in een besloten vergadering met de raadscommissie overleg gevoerd.
Nieuwe landelijke wetgeving. Hiermee wordt verwezen naar de juiste wettelijke bepalingen (artikel 25 Gemeentewet wordt artikel 89, vierde lid, Gemeentewet)
1. Conceptverslagen van besloten vergaderingen worden niet verspreid, maar uitsluitend voor de commissieleden ter inzage gelegd bij de commissiegriffier. 2. Deze verslagen worden zo spoedig mogelijk in een besloten vergadering ter vaststelling aangeboden. Tijdens deze vergadering neemt de raadscommissie een besluit over het al dan niet openbaar maken van het verslag.
Artikel 21. Opheffing geheimhouding Als de raad op grond van artikel 25, derde en vierde lid, van de wet voornemens is de geheimhouding op te heffen, wordt, als de raadscommissie die geheimhouding heeft opgelegd daarom verzoekt, daarover in een besloten vergadering met de raadscommissie overleg gevoerd.
Nieuw
Artikel 24. Uitleg verordening In gevallen waarin deze verordening niet voorziet, of bij twijfel over de toepassing van de verordening, beslist de voorzitter.
Verduidelijking van de bevoegdheid. Het betreft niet het openbaar maken, maar het opheffen van de geheimhouding. Wet bevorderen integriteit decentrale politieke ambtsdragers.
Wet bevorderen integriteit decentrale politieke ambtsdragers. Gelijke bepaling als opgenomen in het RvO
25
TABEL 4: WIJZIGINGEN TOELICHTING VERORDENING OP DE RAADSCOMMISSIES GEMEENTE SCHOUWEN-DUIVELAND Oud Artikel 3. Taken De taken van de raadscommissies zijn ……
Nieuw Artikel 3. Taken De taken van de raadscommissies zijn ……
De raadscommissie bepaalt evenals de raad haar eigen agenda. Dit betekent dat niet het college, maar (de voorzitter van) de raadscommissie bepaalt of een voorstel aan de raadscommissie wordt voorgelegd alvorens het in de raad wordt besproken. In het Reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad 2020 heeft het presidium de taak om dit te coördineren. Het presidium stelt voor voorlopige agenda voor de commissies vast en is daarmee verantwoordelijk voor de inhoudelijke afstemming van raads- en commissievergaderingen.
De raadscommissie bepaalt evenals de raad haar eigen agenda. In het Reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad is de bepaling opgenomen dat de agendacommissie de voorlopige agenda’s voor de gemeenteraad en de raadscommissies vaststelt. De agendacommissie is daarmee verantwoordelijk voor de inhoudelijke afstemming van raads- en commissievergaderingen. (zie ook artikel 7 lid 5)
Artikel 4. Samenstelling; benoeming commissievoorzitter De raad bepaalt ….
Artikel 4. Samenstelling; benoeming commissievoorzitter De raad bepaalt ….
De commissieleden worden door de fracties benoemd. Dit houdt in dat het aan de fracties zelf is om te bepalen wie de betreffende fractie vertegenwoordigen in de verschillende commissies. Het is enkel mogelijk – overeenkomstig het vierde lid zelfs verplicht de benoeming van een voorgedragen lid te weigeren als het een ‘burgerlid’ betreft dat niet voldoet aan bepaalde vereisten van de wet (zie verder de toelichting op het vierde lid).
De commissieleden worden door de raad benoemd op voordracht van de fracties (tweede lid). Dit houdt in dat het aan de fracties zelf is om te bepalen wie de betreffende fractie vertegenwoordigen in de verschillende commissies. Het is enkel mogelijk – overeenkomstig het vijfde lid zelfs verplicht - de benoeming van een voorgedragen lid te weigeren als het een ‘burgerlid’ betreft dat niet voldoet aan bepaalde vereisten van de wet (zie verder de toelichting op het vijfde lid). Uit het vijfde lid volgt dat de leden van een raadscommissie geen raadslid hoeven te zijn. Wel zijn het de fracties die de leden voordragen.
Uit het vierde lid volgt dat de leden van een raadscommissie geen raadslid hoeven te zijn. Wel zijn het de fracties die de leden voordragen. Op grond van het vierde lid moeten commissieleden, evenals raadsleden, voldoen aan hetgeen is bepaald in de artikelen 10, 11, 12, 13 en 15 van de wet. Dit betekent onder andere dat zij achttien jaar moeten zijn, over een geldige verblijfstitel moeten beschikken, hun nevenfuncties openbaar moeten maken en geen functie als bedoeld in artikel 13 van de wet mogen vervullen. Om er voor te zorgen dat iedere fractie – met name ook de kleine fracties – in staat zijn om deel te nemen aan de vergaderingen van de raadscommissie bepaalt het vijfde lid dat iedere fractie een plaatsvervangend lid kan voordragen. Voor hen gelden dezelfde eisen als voor commissieleden.
Reden Aangepast aan taken agendacommissie
Aangepast aan benoeming door raad en vernummering
Op grond van het vijfde lid moeten commissieleden, evenals raadsleden, voldoen aan hetgeen is bepaald in de artikelen 10 tot en met 15 van de wet. Dit betekent onder andere dat zij achttien jaar moeten zijn, over een geldige verblijfstitel moeten beschikken, hun nevenfuncties openbaar moeten maken en geen functie als bedoeld in artikel 13 van de wet mogen vervullen. De raad benoemt de commissievoorzitters (negende lid). Op grond van artikel 82, vierde lid, van de wet kan enkel een raadslid als voorzitter van een raadscommissie benoemd worden.
De raad benoemt de commissievoorzitters (zevende lid). Op grond van artikel 82, vierde lid, van de wet kan enkel een raadslid als voorzitter van een raadscommissie benoemd
26
worden. Een voorstel van de regering om dit vereiste op te heffen is in 2014 in de Tweede Kamer gesneuveld. Artikel 5. Zittingsduur en vacatures
Artikel 5. Zittingsduur en vacatures Het besluit om een burgercommissielid te ontslaan wegens niet goed functioneren wordt niet lichtzinnig genomen. Criteria voor niet goed functioneren zijn bijvoorbeeld (niet uitputtend): 1. Schending van integriteit, waaronder het lekken of onzorgvuldig omgaan met (geheime) informatie; 2. Het verrichten van verboden handelingen op grond van artikel 15 Gemeentewet. Dit artikel is van overeenkomstige toepassing verklaard op burgercommissieleden. Wanneer raadsleden dit artikel schenden kan het raadslidmaatschap vervallen worden verklaard op grond van Artikel X 8 Kieswet. Met dit artikel wordt een zelfde rechtsgrond gecreëerd voor burgercommissieleden; 3. Als een burgercommissielid zich herhaaldelijk in beledigende of onbetamelijke uitdrukkingen uitlaat, afwijkt van het in behandeling zijnde onderwerpen, een andere spreker herhaaldelijk interrumpeert, dan wel anderszins de orde verstoort en zich niet door de voorzitter tot de orde laat roepen; 4. Het burgercommissielid langdurig niet aanwezig is of anderszins geen bijdrage levert aan het raadswerk (spookburgercommissielid); 5. Als er een ernstig vermoeden is dat het burgercommissielid betrokken is bij een strafbaar feit dat het aanzien van de raad en de democratie schaadt.
Toelichting en criteria voor ontslaan
Artikel 7. Oproep en agenda Het eerste lid stelt verplicht dat de commissievoorzitter een vastgesteld aantal dagen vóór een vergadering de leden van zijn raadscommissie een schriftelijke oproep, waarin de vergadering wordt aangekondigd, en de voorlopige agenda en de daarbij behorende stukken stuurt (eerste lid). Uiteraard is het mogelijk, indien de raad dit wenst de oproep en stukken niet per post maar elektronisch te versturen. De oproep vermeldt de dag, het tijdstip en de plaats van de vergadering.
Artikel 7. Oproep en agenda Het eerste lid stelt verplicht dat de commissievoorzitter een vastgesteld aantal dagen vóór een vergadering de leden van zijn raadscommissie een schriftelijke oproep, waarin de vergadering wordt aangekondigd, en de voorlopige agenda en de daarbij behorende stukken stuurt (eerste lid). De oproep en de agenda worden in SchouwenDuiveland gedaan door de agenda en de stukken te plaatsen in het digitale Raadsinformatiesysteem dat gekoppeld is aan de gemeentelijke website.
Huidige werkwijze formaliseren.
In het eerste lid gaat het om een voorlopige agenda. In de dagelijkse praktijk van de gemeente zal het niet altijd mogelijk zijn om ruim voor de commissievergadering een agenda op te stellen, die ook zicht heeft op de actualiteiten. In een dergelijke situatie kan de commissievoorzitter na het verzenden van de
In het eerste lid gaat het om een voorlopige agenda. In de dagelijkse praktijk van de gemeente zal het niet altijd mogelijk zijn om ruim voor de commissievergadering een agenda op te stellen, die ook zicht heeft op de actualiteiten. In een dergelijke situatie kan de commissievoorzitter na het verzenden van
27
schriftelijke oproep zo nodig een aanvullende agenda en stukken rondsturen (tweede lid). Als omtrent stukken op grond van artikel 86, eerste of tweede lid, van de wet geheimhouding is opgelegd, blijven deze stukken in afwijking van het eerste en tweede lid onder berusting van de griffier en verleent deze de commissieleden op verzoek inzage (derde lid juncto artikel 8, derde lid). Van geheimhouding wordt melding gemaakt op de stukken. Uiteindelijk bepaalt een raadscommissie zijn eigen agenda. De agenderende rol van een raadscommissie komt tot uitdrukking in het vierde lid. Het opstellen van de voorlopige agenda gebeurt door het presidium. De instelling en taken van het presidium zijn geregeld in het reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad.
Artikel 8. Ter inzage leggen van stukken Geïnteresseerden moeten de mogelijkheid hebben om stukken in te zien. Daarom worden alle stukken gelijktijdig met het verzenden van de schriftelijke oproep ter inzage aangeboden (eerste lid) via een digitaal raadsinformatiesysteem en door plaatsing op de gemeentesite. De griffier vervult de secretariaatsfunctie ten dienste van de raad. Daarom worden stukken die betrekking hebben op de agenda en de voorstellen van de commissievergadering en die geheim moeten blijven bij hem ter inzage gelegd. Op verzoek van de commissieleden kan de griffier inzage aan hen verlenen (tweede lid)
Artikel 9. Openbare kennisgeving Met dit artikel wordt invulling gegeven aan het voorschrift van artikel 82, vijfde lid, van de wet. Voor wat betreft de wijze van publicatie is aangesloten bij artikel 3:12 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb). Hier wordt expliciet vastgelegd op welke wijze de aankondiging van de vergadering van de raadscommissie wordt geplaatst. Indien de kennisgeving uitsluitend elektronisch plaatsvindt, dan dient er een grondslag te zijn, zie artikel 3:42, tweede lid, juncto 2:14 van de Awb. In het tweede lid wordt deze grondslag gecreëerd om ook in spoedeisende gevallen een openbare kennisgeving uit te kunnen doen gaan.
de schriftelijke oproep zo nodig een aanvullende agenda en stukken rondsturen (tweede lid). Als omtrent stukken op grond van artikel 87, van de wet geheimhouding is opgelegd, wordt er gehandeld volgens het Protocol geheimhouding gemeente SchouwenDuiveland 2024. Zie https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR71 8535#hoofdstuk_1 voor het volledige protocol. Uiteindelijk bepaalt een raadscommissie zijn eigen agenda. De agenderende rol van een raadscommissie komt tot uitdrukking in het vijfde lid. Het opstellen van de voorlopige agenda gebeurt door de agendacommissie. De instelling en taken van de agendacommissie zijn geregeld in het reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad. Artikel 8. Ter inzage leggen van stukken Geïnteresseerden moeten de mogelijkheid hebben om stukken in te zien. Daarom worden alle stukken gelijktijdig met het verzenden van de schriftelijke oproep ter inzage aangeboden (eerste lid) via een digitaal raadsinformatiesysteem en door koppeling aan de gemeentesite. Raads- en burgercommissieleden moeten kunnen beschikken over de geheime informatie die betrekking heeft op de agenda en voorstellen van de commissievergadering. Als omtrent stukken op grond van artikel 87, van de wet geheimhouding is opgelegd, wordt er gehandeld volgens het Protocol geheimhouding gemeente SchouwenDuiveland 2024.
Zie https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR71 8535#hoofdstuk_1 voor het volledige protocol Artikel 9. Openbare kennisgeving Met dit artikel wordt invulling gegeven aan het voorschrift van artikel 82, vijfde lid, van de wet. In artikel 9 wordt vastgelegd op welke wijze commissievergaderingen worden aangekondigd.
Wet bevorderen integriteit decentrale politieke ambtsdragers.
Wet bevorderen integriteit decentrale politieke ambtsdragers.
28
Artikel 21. Opheffing geheimhouding De raad kan de geheimhouding die een raadscommissie aan de raad oplegt, opheffen. Wel bestaat er een overlegverplichting, waarmee recht wordt gedaan aan het principe van hoor en wederhoor.
Artikel 23. Geluid- en beeldregistraties Aangezien de vergaderingen van een raadscommissie in principe openbaar zijn, kunnen radio- en tv-stations geluid- en beeldregistraties maken. Dit is uiteraard niet het geval als het een besloten vergadering betreft.
Artikel 21. Opheffing geheimhouding Een raadscommissie kan geheimhouding op informatie leggen en die informatie tevens aan de raad verstrekken. De raad kan de geheimhouding opheffen van aan de raad verstrekte informatie (artikel 89, vierde lid, van de wet). Wel bestaat er een overlegverplichting, waarmee recht wordt gedaan aan het principe van hoor en wederhoor.
Artikel 23. Geluid- en beeldregistraties Aangezien de vergaderingen van een raadscommissie in principe openbaar zijn, kunnen radio- en tv-stations geluid- en beeldregistraties maken. Dit is uiteraard niet het geval als het een besloten vergadering betreft. Wel dient rekening gehouden te worden met de privacy van insprekers of publiek. Raadsleden daarentegen hebben een publieke functie. Het is mogelijk om een aanwijzing te geven dat publiek slechts vanaf een bepaalde afstand in beeld mag worden gebracht. Ook kan een aanwijzing zijn dat burgers die inspreken niet gefilmd mogen worden, uiteraard in overleg met de insprekers. Mogelijk hebben zij geen probleem met beeldregistraties.
Wet bevorderen integriteit decentrale politieke ambtsdragers.
Wet bevorderen integriteit decentrale politieke ambtsdragers.
29