1525238 BIJLAGE 2 Toelichting en was-wordt - Overige aanpassingen
Tekst van het document
Bijlage 2 Rvs Wijzigingen diverse regelingen raad:
Toelichting en was-wordt lijst ‘Overige wijzigingen’ Het voorstel van de auditcommissie aan het presidium met betrekking tot de aanscherping van
eisen aan burgercommissieleden moest worden verwerkt in een griffievoorstel tot wijziging van de relevante regelingen zoals het Reglement van Orde, de Verordening op de raadscommissies en de Verordening ambtelijke bijstand en fractieondersteuning. Dit griffievoorstel bood de kans ook ándere wijzigingen in deze regelingen mee te nemen, die gewenst waren omdat: 1. Nieuwe landelijke wetgeving een aanpassing vereist (zoals een regeling omtrent geheimhouding inclusief het verwerken van het Protocol Geheimhouding); 2. Huidige werkwijzen formeel verwerkt kunnen worden (zoals formaliseren agendacommissie, verduidelijken commissie-indeling, digitaal stemmen e.d.); 3. Ze waren opgenomen in een vorig voorstel tot wijziging van RvO, dat is aangehouden. Dit betreft het opnemen van een begripsbepaling ‘interrupties’ en het opnemen van een bepaling over mondelinge vragen in de commissies. Voor mondelinge vragen in de commissies en de vragenronde in de raad is de nadere afbakening opgenomen dat deze actueel moeten zijn, dit ter beoordeling aan de voorzitter.
Nb! Een uitgebreide toelichting is in onderstaande tabellen opgenomen in de vorm van een was-wordt-lijst. Tabel 1: wijzigingen Reglement van Orde p. 2 Tabel 2: wijzigingen toelichting Reglement van Orde p. 10 Tabel 3: wijzigingen Verordening op de raadscommissies p. 22 Tabel 4: wijziging toelichting Verordening op de raadscommissies p. 26
1
TABEL 1: WIJZIGINGEN REGLEMENT VAN ORDE GEMEENTERAAD Verandering/Oude tekst
Nieuw
Reden
Artikel 1. Begripsbepalingen --
j. Interruptie: een interruptie bestaat uit korte opmerkingen of vragen zonder inleiding, waarop hooguit één korte vervolgvraag wordt gesteld.
Toevoegen van de begripsbepaling ‘interruptie’. Komt uit het aangehouden voorstel uit 2022.
Artikel 2. Het presidium 1. Er is een presidium dat bestaat uit de voorzitter en de fractievoorzitters. 2. Fractievoorzitters wijzen elk een raadslid aan dat hen bij afwezigheid in het presidium vervangt. 3. Het presidium kan anderen uitnodigen deel te nemen aan zijn vergaderingen. 4. Het presidium doet aanbevelingen aan de raad inzake de organisatie en het functioneren van de raad en de raadscommissies.
Artikel 2. Het presidium 1. Er is een presidium dat bestaat uit de voorzitter van de raad en de fractievoorzitters. 2. De voorzitter van de raad is voorzitter van het presidium. De raad benoemt uit zijn midden een plaatsvervangend voorzitter van het presidium. 3. Fractievoorzitters wijzen elk een vast raadslid of burgercommissielid aan dat hen bij afwezigheid in het presidium vervangt. 4. Het presidium kan anderen uitnodigen deel te nemen aan zijn vergaderingen. 5. Het presidium heeft de volgende taken: a. doet aanbevelingen aan de raad inzake de organisatie en het functioneren van de raad en de raadscommissies (o.a. bestuurscultuur); b. Bespreken van nieuwe bestuurlijke ontwikkelingen in de lokale democratie en hierover voorstellen doen aan de raad; c. Overlegplatform namens de raad voor spoedeisende kwesties en voor afstemmingsvraagstukken met de burgemeester; d. Aanbevelingen doen aan de raad over de uitvoering / toepassing van de in het raadsakkoord opgenomen uitgangspunten; e. Vaststellen van het jaarlijks vergaderschema van de raad en alle raadscommissies. 6. Elk lid kan een onderwerp agenderen, met vermelding van het doel van de bespreking en een toelichting. Het lid meldt dit bij voorkeur een week tevoren bij de griffie. 7. De vergaderingen zijn niet openbaar. De informatie die
De huidige werkwijze met betrekking tot geheimhouding wordt geformaliseerd. De samenstelling en werkwijze van het presidium is bij de start van de raadsperiode op 25 mei en 23 juni 2022 in het presidium besproken. Dit artikel is een formalisering daarvan en van de vanaf dan gevolgde werkwijze.
2
gedeeld wordt is openbaar, tenzij het presidium hierover geheimhouding oplegt. Daarbij geeft het presidium ook aan met wie de informatie gedeeld mag worden. 8. In aanvulling op de raadscommissievergaderingen, bedoeld in het vijfde lid, onder e, vergadert een raadscommissie voorts als haar voorzitter het nodig acht of als ten minste twee fracties schriftelijk, met opgaaf van redenen, daarom verzoeken. Artikel 3. Het vaststellen van vergaderingen 1. Het presidium zorgt voor: a. het voorbereiden en vaststellen van voorlopige agenda’s voor raadsvergaderingen en raadscommissievergaderingen; b. het vaststellen van de vergadercyclus van de raad en van de raadscommissies, en c. het vaststellen van vergaderingen als bedoeld in artikel 17, tweede lid, van de wet, en in het derde lid. 2. In aanvulling op de raadscommissievergaderingen, bedoeld in het eerste lid, onder b, vergadert een raadscommissie voorts als haar voorzitter het nodig acht of als ten minste twee fracties schriftelijk, met opgaaf van redenen, daarom verzoeken.
Artikel 3. De agendacommissie 1. Er is een agendacommissie die bestaat uit de voorzitters van de raadscommissies en de 1e en 2e vice-voorzitters van de gemeenteraad en de voorzitter van de auditcommissie. 2. De voorzitter van de raad is technisch voorzitter van de agendacommissie en tevens adviseur als college- en raadsvoorzitter. 3. De vice-voorzitter van de raad is de vice-voorzitter van de agendacommissie. 4. De griffier of diens vervanger is adviseur vanuit de raad/griffie, bereidt de agendacommissie voor en ondersteunt de agendacommissie en commissievoorzitter. 5. De gemeentesecretaris is adviseur vanuit de ambtelijke organisatie. 6. De agendacommissie kan anderen uitnodigen deel te nemen aan de vergaderingen. 7. De agendacommissie heeft als taak: a. beoordeling van agenderingsverzoeken vanuit raad, inwoners/derden en college over de wijze van agendering; b. vaststelling conceptagenda’s informatiebijeenkomsten, commissievergaderingen en raadsvergaderingen; c. toetsen van de technische en procedurele kwaliteit van de vergaderstukken / voorstellen (kwaliteit, tijdigheid en volledigheid) en indien van toepassing teruggeven van vergaderstuk aan indiener; d. bewaken van de voortgang en signaleren van knelpunten over de Lange Termijn Agenda (LTA);
Het formeel instellen en formaliseren van de werkwijze van de agendacommissie, op basis van de besprekingen in het presidium van 25 mei 2022 en 23 juni 2022 bij de start van de nieuwe raadsperiode. Gelet op de huidige werkwijze en ervaringen van de agendacommissie in de afgelopen jaren zijn artikel 3 lid d, e, f en g tekstueel enigszins aangepast. Omdat de agendacommissie nietopenbaar vergadert zou hetgeen daar besproken wordt automatisch geheim zijn. Dat is niet de bedoeling, daarom is in lid 9 een extra passage opgenomen, die dit regelt. Het ligt voor de hand dat voor informatie die gedeeld wordt over te agenderen geheime voorstellen ook geheimhouding geldt.
Oud artikel 3 lid 2, wordt artikel 2 lid 8 (hoort bij onderdeel presidium)
3
e. gebruiken van de LTA voor een goede spreiding en prioritering van de voorstellen voor de vergaderingen; f. gebruiken van de LTA voor het adviseren van de raad in hun rol in het totale besluitvormingsproces; g. Voorbereiden en bespreken van het jaarlijks vergaderschema van de raad en de raadscommissies. 8. Een besluit van de agendacommissie wordt bij voorkeur in eenstemmigheid genomen. Bij het staken van de stemmen heeft de voorzitter een doorslaggevende stem. 9. De agendacommissie vergadert niet openbaar. De informatie die gedeeld wordt is openbaar, tenzij anders besloten wordt. Artikel 5. Onderzoek geloofsbrieven en beëdiging raadsleden
Artikel 5. Onderzoek geloofsbrieven en beëdiging raadsleden
Artikel 6. Benoeming wethouders 1. Bij de benoeming van een wethouder stelt de raad een commissie in bestaande uit drie raadsleden. 2. Deze onderzoekt of de benoeming van de kandidaat-wethouder voldoet aan de vereisten van de artikelen 36a, 36b, 41b, eerste, derde en vierde lid, en 41c, eerste lid, van de wet en kan van de kandidaat-wethouder een verklaring omtrent het gedrag vragen als bedoeld in artikel 28 van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens. 3. De commissie brengt vervolgens advies uit aan de raad over de benoeming tot wethouder. 4. De burgemeester kan voor de aanvang van iedere ambtstermijn opdracht geven om de kandidaatwethouders aan een risicoanalyse integriteit te onderwerpen. De burgemeester brengt over het eindresultaat daarvan verslag uit aan de raad. De risicoanalyse en de eindconclusie zijn niet openbaar.
Artikel 6. Benoeming wethouders 1. Bij de benoeming van een wethouder maakt de raad gebruik van de vaste commissie ‘Onderzoek geloofsbrieven’ zoals bedoeld in artikel 5, lid 1. 2. Deze onderzoekt, voorafgaande aan de raadsvergadering, of de benoeming van de kandidaatwethouder voldoet aan de vereisten van de artikelen 36a, 36b, 41b, eerste, derde en vierde lid, en 41c, eerste lid, van de wet. 3. De commissie brengt vervolgens advies uit aan de raad over de benoeming tot wethouder. 4. De burgemeester kan voor de aanvang van iedere ambtstermijn opdracht geven om de kandidaatwethouders aan een risicoanalyse integriteit te onderwerpen. De burgemeester brengt over het eindresultaat daarvan een samenvattend verslag, via de commissie ‘Onderzoek geloofsbrieven’, uit aan de raad.
Artikel 8. Voorlopige agenda en ter inzage leggen van stukken 1. De voorzitter plaatst ten minste zes dagen voor een raadsvergadering
Artikel 8. Oproep en agenda 1. De voorzitter plaatst ten minste zes dagen voor een raadsvergadering
Zie aanpassingen in was-wordt lijst bijlage 1. De commissie ‘Onderzoek geloofsbrieven’ wordt ook gebruikt bij benoeming van wethouders. Dit betreft een aanscherping ikv landelijke wetgeving. In artikel 6, tweede lid, stond de mogelijkheid om in het kader van het onderzoek door de commissie van de kandidaat-wethouder een verklaring omtrent het gedrag te verlangen. Met de Wet bevorderen integriteit en functioneren decentraal bestuur is een dergelijke verklaring nu verplicht. Deze verplichting is opgenomen in de Gemeentewet, artikel 36a, lid 2. In artikel 6, vierde lid, stond dat de risicoanalyse en de eindconclusie van een integriteitsonderzoek niet openbaar zijn. Het is echter zo dat de burgemeester zicht krijgt op de volledige rapportage van de risicoanalyse. De burgemeester brengt verslag uit aan de raad. De raad kan de risicoanalyse en de conclusies als een geheim document ontvangen. Hiervoor dient de burgemeester formeel geheimhouding op te leggen. Het betreft feitelijk het samenvoegen van de oude artikelen 8 en 9 RvO.
4
de voorlopige agenda met de daarbij behorende stukken in het raadsinformatiesysteem en op de gemeentelijke website. 2. In spoedeisende gevallen kan de voorzitter na het verzenden van een schriftelijke oproep een aanvullende voorlopige agenda opstellen. Zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk 48 uur voor aanvang van de raadsvergadering wordt deze met de daarbij behorende stukken in het raadsinformatiesysteem en op de gemeentelijke website geplaatst. 3. Stukken waaromtrent op grond van artikel 25, eerste of tweede lid, van de wet geheimhouding is opgelegd, blijven in afwijking van het eerste en tweede lid onder berusting van de griffier en verleent deze de raadsleden op verzoek inzage.
2.
3.
4.
5. Artikel 9. Vaststellen agenda (oud) 1. De agenda wordt bij aanvang van een raadsvergadering door de raad vastgesteld. 2. Op voorstel van een lid van de raad of van de voorzitter kan de raad bij de vaststelling van de agenda de volgorde van behandeling van de agendapunten wijzigen, onderwerpen aan de agenda toevoegen of van de agenda afvoeren. 3. Als een lid van de raad daarom verzoekt wordt een hamerstuk gewijzigd in een bespreekstuk. 4. Bij toevoeging van een onderwerp wordt dit behandeld bij het agendapunt verder voorkomende zaken. 5. Indien een hamerstuk wordt gewijzigd in een bespreekstuk wordt dit eveneens behandeld bij het agendapunt verder voorkomende zaken.
6.
7.
8.
de voorlopige agenda met de daarbij behorende stukken in het raadsinformatiesysteem, welke is gekoppeld aan de gemeentelijke website. In spoedeisende gevallen kan de voorzitter na het verzenden van de digitale oproep een aanvullende voorlopige agenda opstellen. Zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk 48 uur voor aanvang van de raadsvergadering wordt deze met de daarbij behorende stukken in het raadsinformatiesysteem en op de gemeentelijke website geplaatst. Op de stukken, bedoeld in het eerste en tweede lid, is artikel 9, tweede lid, van toepassing. De agenda wordt bij aanvang van een raadsvergadering door de raad al dan niet gewijzigd vastgesteld. Op voorstel van een lid van de raad of van de voorzitter kan de raad bij de vaststelling van de agenda de volgorde van behandeling van de agendapunten wijzigen, onderwerpen aan de agenda toevoegen of van de agenda afvoeren. Als een lid van de raad daarom verzoekt wordt een hamerstuk gewijzigd in een bespreekstuk. Bij toevoeging van een onderwerp wordt dit behandeld bij het agendapunt verder voorkomende zaken. Indien een hamerstuk wordt gewijzigd in een bespreekstuk wordt dit eveneens behandeld bij het agendapunt verder voorkomende zaken.
Artikel 9. Openbaar maken van stukken 1. Stukken die ter toelichting van de onderwerpen of voorstellen op een agenda dienen, worden gelijktijdig met het verzenden van de schriftelijke oproep digitaal in het raadsinformatiesysteem geplaatst, die gekoppeld is aan de gemeentelijke website. Als na het publiceren van de eerste schriftelijke oproep (aanvullend) stukken ter inzage worden gelegd, wordt hiervan mededeling gedaan aan de leden van de raad en zo
Het ter inzage leggen van de stukken en de regeling omtrent geheimhouding is verplaatst naar artikel 9. Het RvO volgt daarmee de systematiek van de modelverordening. Zo is ook de toelichting op de artikelen blijvend beter te volgen.
Zie ook hierboven bij artikel 9. Wegens de toelichting op de artikelen naar aanleiding van de wet integriteit en functioneren decentraal bestuur is het overzichtelijker de volgorde van de modelverordening te volgen. Geheime stukken worden conform het Protocol Geheimhouding 2024 op het besloten deel van het raadsinformatiesysteem (dat gekoppeld is aan de website) geplaatst. In een enkel geval wordt
5
mogelijk door middel van openbare kennisgeving. 2. Informatie van de raad of aan de raad verstrekte informatie waaromtrent op grond van hoofdstuk Va van de wet geheimhouding is opgelegd, wordt in afwijking van het eerste lid op het niet openbare deel van het raadsinformatiesysteem geplaatst. In uitzonderingsgevallen, naar oordeel van de griffier, berusten de geheime stukken onder de griffier, die hiervoor inzage geeft aan de bevoegden. Artikel 11. Presentielijst 1. … 2. Bij binnenkomst in de vergaderzaal tekenen raadsleden de presentielijst, die aan het einde van elke raadsvergadering door de voorzitter door ondertekening wordt vastgesteld.
Artikel 12. Aantal spreektermijnen … … … Het derde lid is niet van toepassing op een raadslid dat een amendement, subamendement, een motie of een initiatiefvoorstel heeft ingediend ten aanzien van de beraadslaging daarover. 5. …. 1. 2. 3. 4.
Artikel 11. Presentielijst 1. … 2. Bij binnenkomst in de vergaderzaal tekenen raadsleden de presentielijst, die aan het einde van elke raadsvergadering door de voorzitter en de griffier door ondertekening wordt vastgesteld. Artikel 12. Aantal spreektermijnen en handhaving orde 1. … 2. … 3. Raadsleden voeren in een termijn niet meer dan éénmaal het woord over hetzelfde onderwerp of voorstel. 4. Het derde lid is niet van toepassing op a. de rapporteur van een commissie; b. een raadslid dat een (sub)amendement, een motie of een initiatiefvoorstel heeft ingediend ten aanzien van de beraadslaging daarover. 5. … 6. Een spreker mag in zijn betoog niet worden gestoord, tenzij a. de voorzitter het nodig oordeelt hem aan het opvolgen van dit reglement te herinneren; b. een lid van de raad hem interrumpeert. De voorzitter kan bepalen dat de spreker zonder verdere interrupties zijn betoog zal afronden. 7. Een lid van het college mag in zijn of haar 1e termijn niet worden geïnterrumpeerd. 8. Indien een spreker beledigende of onbetamelijke uitlatingen doet, afwijkt van het in behandeling zijnde onderwerp, een andere
Het oude artikel 8, derde lid, is omgezet naar artikel 9, tweede lid. Hierin is artikel 25 van de Gemeentewet omgezet naar nieuwe geheimhoudingsbepalingen in hoofdstuk Va (artikelen 87 tot en met 89) van de Gemeentewet.
Huidige werkwijze wordt opgenomen.
Toevoeging dat een rapporteur van een commissie meerdere keren het woord kan voeren over het zelfde onderwerp. Toevoeging bepalingen over interrupties. Toevoeging bepaling over beledigende of onbetamelijke uitdrukkingen.
6
9.
Nieuw
spreker herhaaldelijk interrumpeert dan wel anderszins de orde verstoort, wordt deze door de voorzitter tot de orde geroepen. Indien de betreffende spreker hieraan geen gevolg geeft, kan de voorzitter hem het woord ontzeggen. De voorzitter kan ter handhaving van de orde de vergadering voor een door hem te bepalen tijd schorsen en - indien na de heropening de orde opnieuw wordt verstoord - de vergadering sluiten.
Artikel 13a. Spreekrecht burgers 1. Burgers kunnen in een vergadering het woord voeren over een onderwerp welke geagendeerd is én niet behandeld is in een openbare raadscommissie. 2. Degene die van het spreekrecht gebruik wil maken, meldt dit zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk 24 uur voor aanvang van de vergadering aan de griffier onder vermelding van naam, adres en telefoonnummer en over welk agendapunt het woord gewenst wordt. 3. De voorzitter geeft het woord op volgorde van aanmelding, tenzij afwijking van die volgorde in het belang is van de orde van de vergadering. 4. De inspreker voert het woord, nadat de voorzitter hem dit heeft verleend. De voorzitter kan de deelnemers aan de vergadering toestaan aan insprekers een korte, verhelderende vraag te stellen. Er vindt geen discussie plaats tussen een inspreker en deelnemers van de vergadering. 5. Per agendapunt bedraagt de spreektijd van de toehoorder die in de gelegenheid wordt gesteld het woord te voeren, ten hoogste 5 minuten. Per agendapunt kan door toehoorders ten hoogste 30 minuten het woord worden gevoerd. lndien er meer dan 6 toehoorders zijn die over een agendapunt het woord willen voeren, worden de 30 minuten gelijkelijk onder hen verdeeld. 6. De voorzitter kan in bijzondere gevallen afwijken van aanmelding (bedoeld in lid 2) of de maximale lengte van de spreektijd, als bedoeld in het vorige lid.
Huidige werkwijze wordt opgenomen ten aanzien van insprekers in een raadsvergadering. Aanmelding 24 uur voor aanvang van de vergadering is noodzakelijk. In het vijfde lid wordt ervoor gekozen om een burger in een raadsvergadering (gelet op de beperkte tijd) eenmaal het woord te geven, waarbij maximaal 5 minuten het woord mag worden gevoerd.
7
Artikel 15a. Primus bij hoofdelijke stemming Na de opening van de vergadering deelt de voorzitter mede, bij welk lid van de raad de hoofdelijke stemming begint. Daartoe wijst hij bij aanvang van de vergadering bij loting een volgnummer van de presentielijst aan; bij het daar genoemde lid begint de hoofdelijke stemming. Artikel 15b. Stemverklaring
Komt te vervallen
Artikel schrappen want is conform VNG modelverordening opgenomen bij de toelichting van artikel 17 lid 4.
Artikel 15 Stemverklaring
Subartikel ‘b’ in de titel vervalt als artikel 15a vervalt. Artikel blijft verder ongewijzigd.
Artikel 17. Stemming; procedure hoofdelijke stemming
Artikel 17. Stemming; procedure hoofdelijke stemming
4. Bij een hoofdelijke stemming roept de griffier de raadsleden bij naam op hun stem uit te brengen. De stemming begint bij het daarvoor bij loting aangewezen raadslid. (…) 5. (…) 6. In afwijking van het bepaalde in de leden 4 en 5 kan de raad op voorstel van de voorzitter besluiten te stemmen door middel van handopsteken. 7. Een raadslid dat zich bij het uitbrengen van zijn stem vergist, kan deze vergissing herstellen tot het volgende raadslid heeft gestemd. Bemerkt het raadslid zijn vergissing pas later, dan kan deze nadat de voorzitter de uitslag van de stemming bekend heeft gemaakt aantekening vragen van zijn vergissing. Dit brengt geen verandering in de uitslag van de stemming. 8. (…)
Artikel 20. Verslag en besluitenlijst
4. Bij een hoofdelijke stemming roept de voorzitter de raadsleden bij naam op hun stem uit te brengen. De stemming begint bij het daarvoor bij loting aangewezen raadslid. (…) 5. (…) 6. In afwijking van het bepaalde in de leden 4 en 5 kan de raad op voorstel van de voorzitter besluiten te stemmen door middel van handopsteken. In alle andere gevallen wordt digitaal gestemd. 7. Een raadslid dat zich bij het uitbrengen van zijn stem vergist, kan deze vergissing herstellen tot het volgende raadslid heeft gestemd. Wanneer digitaal wordt gestemd kan het raadslid zijn digitale stem aanpassen totdat op aangeven van de voorzitter de digitale stemming is gesloten. Bemerkt het raadslid zijn vergissing pas later, dan kan deze nadat de voorzitter de uitslag van de stemming bekend heeft gemaakt aantekening vragen van zijn vergissing. Dit brengt geen verandering in de uitslag van de stemming. 8. (..) Artikel 20. Verslag en besluitenlijst
5
6
Elektronisch beschikbare verslagen en besluitenlijsten worden op de website van de gemeente geplaatst.
Artikel 21. Ingekomen stukken Bij de raad ingekomen stukken worden op een lijst geplaatst die aan de vergaderstukken wordt toegevoegd. Na de vaststelling van de besluitenlijst stelt de raad op voorstel van het presidium, of in geval van onverwijlde spoed de griffier, de wijze van
In lid 4 wordt de griffier vervangen door de voorzitter om aan te sluiten bij de huidige werkwijze. In lid 6 wordt de huidige werkwijze van digitaal stemmen opgenomen. En in lid 7 wordt aangegeven tot wanneer een digitale stem hersteld kan worden.
Huidige werkwijze wordt opgenomen.
Elektronisch beschikbare verslagen en besluitenlijsten worden op het raadsinformatiesysteem van de raad geplaatst.
Artikel 21. Ingekomen stukken Bij de raad ingekomen stukken worden op een lijst geplaatst. Deze lijst wordt aan de leden van de raad toegezonden en ter vaststelling in de raad geagendeerd. De griffier doet daarbij een voorstel tot afhandeling.
Huidige werkwijze wordt opgenomen.
8
afdoening van de ingekomen stukken vast. Artikel 23. Verslag besloten vergadering 1. Conceptverslagen en besluitenlijsten van besloten raadsvergaderingen worden niet verspreid, maar uitsluitend voor de raadsleden ter inzage gelegd bij de griffier. 2. Deze verslagen en besluitenlijsten worden zo spoedig mogelijk in een besloten raadsvergadering ter vaststelling aangeboden. Tijdens deze vergadering neemt de raad een besluit over het al dan niet openbaar maken van het vastgestelde verslag en de besluitenlijst. 3. De vastgestelde verslagen en besluitenlijsten worden door de voorzitter en de griffier ondertekend.
Artikel 24. Opheffing geheimhouding Als de raad op grond van de artikelen 25, derde en vierde lid, 55, tweede en derde lid, of 86, tweede en derde lid, van de wet voornemens is de geheimhouding op te heffen dan wel niet te bekrachtigen, wordt, als het orgaan dat geheimhouding heeft opgelegd daarom verzoekt, daarover in een besloten raadsvergadering met het desbetreffende orgaan overleg gevoerd.
Artikel 34. Vragenronde 1. De agenda voor de gemeenteraad bevat na de bespreekpunten een vast agendapunt ‘Vragenronde’, waarbij raadsleden vragen kunnen stellen aan het college van burgemeester en wethouders. 2. Raadsleden die tijdens de vragenronde vragen willen stellen, melden dit bij de vaststelling van de definitieve agenda bij de voorzitter
Artikel 23. Verslag besloten vergadering 1. Conceptverslagen en besluitenlijsten van besloten raadsvergaderingen worden niet openbaar verspreid, maar worden op het besloten deel van het raadsinformatiesysteem geplaatst. 2. Deze verslagen en besluitenlijsten worden zo spoedig mogelijk in een besloten raadsvergadering ter vaststelling aangeboden. Tijdens deze vergadering neemt de raad een besluit over het al dan niet opheffen van de geheimhouding op het vastgestelde verslag en de besluitenlijst. 3. De vastgestelde verslagen en besluitenlijsten worden door de voorzitter en de griffier ondertekend.
Artikel 24. Opheffing geheimhouding Als de raad op grond van artikel 89, vierde lid, van de wet voornemens is de geheimhouding van aan de raad verstrekte informatie op te heffen, wordt, als het orgaan dat geheimhouding heeft opgelegd daarom verzoekt, daarover in een besloten raadsvergadering met het desbetreffende orgaan overleg gevoerd.
Artikel 34. Vragenronde 1. De agenda voor de gemeenteraad bevat na de bespreekpunten een vast agendapunt ‘Vragenronde’, waarbij raadsleden vragen kunnen stellen aan het college van burgemeester en wethouders over een actueel onderwerp. De voorzitter bepaalt of het onderwerp actueel is. 2. Raadsleden die tijdens de vragenronde vragen willen stellen, melden dit onder aanduiding van het onderwerp ten minste 24 uur voor aanvang van de vergadering
In de wet is het nieuwe uitgangspunt dat informatie waarop geheimhouding rust, met de gehele raad moet worden gedeeld. In artikel 2:5 lid 2 van het Protocol Geheimhouding 2024 is opgenomen dat geheime informatie op het besloten deel van het raadsinformatiesysteem wordt geplaatst. 993169 Bijlage 1 Protocol geheimhouding gemeente Schouwen-Duiveland 2024
In artikel 24 zijn de artikelen 25, derde en vierde lid, 55, tweede en derde lid, of 86, tweede en derde lid, van de wet vervangen door het nieuwe artikel 89, vierde lid, van de Gemeentewet. Verder hoeft de raad de geheimhouding niet meer te bekrachtigen. Deze passage is geschrapt. Burgemeester en wethouder, de burgemeester en de commissies leggen voortaan zelf geheimhouding op. Als de geheime stukken/informatie eenmaal aan een raadslid of de gehele raad is verstrekt kan alleen de raad de geheimhouding opheffen.
Vragenronde is bedoeld voor actuele onderwerpen. Voor overige vragen kunnen andere instrumenten worden ingezet. In het tweede lid is een aanmeldingstermijn opgenomen omdat wethouders moeten worden uitgenodigd om antwoord te kunnen geven op vragen van raadsleden in de vergadering. Dit is ook de huidige werkwijze. De aanmelding kan, bij uitzondering en naar oordeel van de voorzitter, plaatsvinden tijdens de vergadering
9
bij de griffier. Bij uitzondering kan dit ook bij de vaststelling van de definitieve agenda in de vergadering bij aan de voorzitter.
bij het agendapunt ‘vaststelling definitieve agenda.
TABEL 2: WIJZIGING TOELICHTING REGLEMENT VAN ORDE GEMEENTERAAD Artikel 3. Het vaststellen van vergaderingen Het presidium vervult een belangrijke (coördinerende) rol bij de agendering van zaken in de raadscommissies en de raad. Het presidium heeft het overzicht van alle onderwerpen waar de raad zich mee bezig houdt en zorgt voor de planning. In veel gemeenten wordt gewerkt met jaaroverzichten waarbij specifieke vergaderingen lang van te voren bekend zijn. Denk hierbij aan de begroting en jaarrekening. In het geval een gemeente deelneemt in een gemeenschappelijke regeling is in deze regeling opgenomen hoe de raad geïnformeerd wordt door de vertegenwoordiger van de gemeente in de gemeenschappelijke regeling en hoe verantwoording wordt afgelegd (artikelen 16 t/m 19 van de Wet gemeenschappelijke regelingen). Van belang is dat het presidium de vergadercyclus van deze besturen kent. Het kan nodig zijn dat de raad voorafgaand aan een vergadering van het bestuur van de gemeenschappelijke regeling de gemeentelijke vertegenwoordiger informatie of opvattingen wil meegeven. Ook de begrotingscyclus van de gemeenschappelijke regeling is relevant voor het presidium zodat de raad tijdig noodzakelijke informatie kan leveren. Het is aan het presidium om de planning in te vullen maar ook om deze te bewaken.
Hetzelfde geldt met betrekking tot andere organisaties waar de gemeente mogelijk in vertegenwoordigd is (stichtingen, vennootschappen). Ook deze vergadercycli kunnen voor een agendacommissie aanleiding zijn om deze te agenderen voor een raads- of commissievergadering, zodat er informatie uitgewisseld kan worden tussen de vertegenwoordiger van de gemeente en de raad. Het presidium stelt de agenda's van de raadscommissies en de raad voorlopig
Artikel 3. De agendacommissie en het vaststellen van vergaderingen De agendacommissie vervult een belangrijke (coördinerende) rol bij de agendering van zaken in de raadscommissies en de raad. De agendacommissie heeft het overzicht van alle onderwerpen waar de raad zich mee bezig houdt en zorgt voor de planning. In veel gemeenten wordt gewerkt met jaaroverzichten in een Lange Termijn Agenda waarbij de planning van de onderwerpen zo specifiek mogelijk wordt opgenomen. Ook zijn hier de jaarlijks terugkerende onderwerpen vermeld. Denk hierbij aan de begroting en jaarrekening.
Betreft het formaliseren van de instelling en werkwijze van de agendacommissie
In het geval een gemeente deelneemt in een gemeenschappelijke regeling is in deze regeling opgenomen hoe de raad geïnformeerd wordt door de vertegenwoordiger van de gemeente in de gemeenschappelijke regeling en hoe verantwoording wordt afgelegd (artikelen 16 t/m 19 van de Wet gemeenschappelijke regelingen). Van belang is dat de agendacommissie de vergadercyclus van deze besturen kent. Het kan nodig zijn dat de raad voorafgaand aan een vergadering van het bestuur van de gemeenschappelijke regeling de gemeentelijke vertegenwoordiger informatie of opvattingen wil meegeven. Ook de begrotingscyclus van de gemeenschappelijke regeling is relevant voor de agendacommissie zodat de raad tijdig noodzakelijke informatie kan leveren. Het is aan de agendacommissie om de planning in te vullen maar ook om deze te bewaken. Hetzelfde geldt met betrekking tot andere organisaties waar de gemeente mogelijk in vertegenwoordigd is (stichtingen, vennootschappen). Ook deze vergadercycli kunnen voor een agendacommissie aanleiding zijn om deze te agenderen voor een raads- of commissievergadering, zodat er informatie uitgewisseld kan worden tussen de vertegenwoordiger van de gemeente en de raad. De agendacommissie stelt de agenda's van de raadscommissies en (in het verlengde) de raad voorlopig vast. De definitieve vaststelling van de agenda van de raadscommissies en
10
vast. De definitieve vaststelling van de agenda van de raadscommissies en de raad geschiedt bij de aanvang van de betreffende vergadering. Ingevolge artikel 17 van de wet vergadert de raad zo vaak hij daartoe heeft besloten en voorts indien de burgemeester het nodig oordeelt of indien ten minste een vijfde van het aantal leden van de raad schriftelijk met opgave van redenen daarom vraagt. De voorzitter pleegt in het bepalen van een andere dag en ander aanvangsuur zoveel mogelijk overleg met het presidium. Op deze wijze houdt het presidium ook bij vergaderingen die niet op het gebruikelijke tijdstip plaatsvinden, invloed op de datum, het tijdstip en de plaats van de vergadering. Het wijzigen van het aanvangsuur is van gemeenschappelijk belang, omdat het merendeel van de raadsleden het raadslidmaatschap combineert met een andere (on)betaalde functie.
de raad geschiedt bij de aanvang van de betreffende vergadering. Op grond van artikel 17 van de wet vergadert de raad zo vaak hij daartoe heeft besloten en voorts indien de burgemeester het nodig oordeelt of indien ten minste een vijfde van het aantal leden van de raad schriftelijk met opgave van redenen daarom vraagt. De voorzitter pleegt in het bepalen van een andere dag en ander aanvangsuur zoveel mogelijk overleg met de agendacommissie. Op deze wijze houdt de agendacommissie ook bij vergaderingen die niet op het gebruikelijke tijdstip plaatsvinden, invloed op de datum, het tijdstip en de plaats van de vergadering. Het wijzigen van het aanvangsuur is van gemeenschappelijk belang, omdat het merendeel van de raadsleden het raadslidmaatschap combineert met een andere (on)betaalde functie. De griffier of diens plaatsvervanger is bij elke vergadering van de agendacommissie aanwezig omdat de griffier voor de ondersteuning van de raad zorgt. Hij moet weten hoe de agenda eruit komt te zien en welke punten besproken gaan worden.
Artikel 5. Onderzoek geloofsbrieven en beëdiging raadsleden
Artikel 5. Onderzoek geloofsbrieven en beëdiging raadsleden
De formulering van het eerste lid benadrukt dat de raad en niet de voorzitter een commissie instelt, die het zogenaamde geloofsbrievenonderzoek verricht nadat de voorzitter van het centraal stembureau nieuwe leden heeft benoemd.
Eerste en tweede lid De formulering van het eerste lid benadrukt dat de raad en niet de voorzitter een vaste commissie instelt, die het zogenaamde geloofsbrievenonderzoek verricht nadat de voorzitter van het centraal stembureau nieuwe leden heeft benoemd. Deze bestaat uit 4 leden, waarvan er steeds 3 zitting hebben. Dit geeft flexibiliteit bijvoorbeeld wanneer de benoeming van een van de eigen fractieleden betreft.
Artikel 6. Benoeming wethouders Artikel 6 geeft invulling aan een leemte in de wet. Uit de Kieswet vloeit het geloofsbrievenonderzoek van raadsleden voort. Aangezien de wethouder geen gekozen volksvertegenwoordiger is, is hierover niets in de Kieswet geregeld. De wet geeft wel aan welke formele eisen gesteld worden aan een wethouder maar niet op welk moment deze getoetst worden.
Artikel 6. Benoeming wethouders Artikel 6 geeft invulling aan een leemte in de wet. Uit de Kieswet vloeit het geloofsbrievenonderzoek van raadsleden voort. Aangezien de wethouder geen gekozen volksvertegenwoordiger is, is hierover niets in de Kieswet geregeld. De wet geeft wel aan welke formele eisen gesteld worden aan een wethouder maar niet op welk moment deze getoetst worden.
Het ligt voor de hand om voor het benoemen van wethouders ook een commissie voor het onderzoek naar de geloofsbrieven in te stellen (eerste lid). De formele eisen voor het wethouderschap zijn grotendeels vergelijkbaar met de
Toevoeging over vaste commissie.
Naar aanleiding van de wet integriteit en functioneren decentraal bestuur. Neemt de toelichting uit de nieuwe modelverordening over
Het ligt voor de hand om voor het benoemen van wethouders ook een commissie voor het onderzoek naar de geloofsbrieven in te stellen (eerste lid). De formele eisen voor het wethouderschap zijn grotendeels vergelijkbaar met de vereisten voor het raadlidmaatschap (artikelen 36a, 36b, 41b en 41c van de wet).
11
vereisten voor het raadlidmaatschap (artikelen 36a, 36b, 41b en 41c van de wet). Bij de benoeming van een wethouder zal er een integriteitstoets plaatsvinden. De gedragscode integriteit speelt hierbij een rol (zie Model Gedragscode Integriteit volksvertegenwoordigers in gemeenten, provincies en waterschappen 2015). Daarnaast kan een verklaring omtrent het gedrag (hierna: VOG) worden gevraagd (tweede lid). De raad kan aangeven dat zij deze procedure wil volgen bij de benoeming van wethouders. De VOG kent een screeningsprofiel voor politieke ambtsdragers. Bij dit profiel staat de integriteit van de aspirant bestuurder centraal. Het is mogelijk om deze VOG via een spoedprocedure uit te laten voeren. Na het onderzoek, bedoeld in het tweede lid, brengt de commissie advies uit aan de raad over de benoeming tot wethouder (derde lid). De kandidaatwethouders kunnen in opdracht van de burgemeester voor aanvang van iedere ambtstermijn aan een integriteitstoets worden onderworpen. De burgemeester brengt over de uitkomsten daarvan verslag uit aan de raad. De uitkomsten van het onderzoek en het verslag zijn niet openbaar (vierde lid). Artikel 6 is ook van toepassing als er geen wethouder van buiten maar uit de raad wordt benoemd. De incompatibiliteiten en nevenfuncties dienen dan immers opnieuw beoordeeld te worden.
Een raadslid dat benoemd wordt tot wethouder mag raadslid blijven totdat de geloofsbrieven van zijn opvolger zijn goedgekeurd (artikel 36b, tweede lid, van de wet).
Artikel 8. voorlopige agenda en ter inzage leggen van stukken In artikel 19, eerste lid, van de wet is bepaald dat de burgemeester de leden van de raad schriftelijk uitnodigt voor de vergadering. Het presidium bepaalt hoe de voorlopige agenda er uit ziet. Het eerste lid stelt verplicht dat de voorzitter een vastgesteld aantal dagen vóór een vergadering de leden een schriftelijke oproep, waarin de vergadering wordt aangekondigd, en de voorlopige agenda met de daarbij behorende stukken stuurt. Uiteraard is het mogelijk, indien de raad dit wenst, de oproep en stukken per elektronische weg te versturen. De oproep vermeldt de dag,
Voor wethouders is er de aanvullende verplichting om een verklaring omtrent het gedrag (hierna: VOG) te kunnen overleggen (artikel 36a, tweede lid, van de wet). De VOG kent een screeningsprofiel voor politieke ambtsdragers. Bij de benoeming van een wethouder kan een integriteitstoets plaatsvinden. De gedragscode integriteit speelt hierbij een rol (zie Model Gedragscode Integriteit volksvertegenwoordigers in gemeenten, provincies en waterschappen 2015). Na het onderzoek, bedoeld in het tweede lid, brengt de commissie advies uit aan de raad over de benoeming tot wethouder (derde lid). De kandidaat-wethouders kunnen in opdracht van de burgemeester voor aanvang van iedere ambtstermijn aan een integriteitstoets worden onderworpen. De burgemeester en de griffier krijgen zicht op de volledige rapportage van de risicoanalyse. Zo heeft de burgemeester een goed beeld van de kandidaat en kan hij (met ondersteuning van de griffier) met de kandidaat een gesprek voeren over de uitkomsten. De burgemeester kan ten aanzien van de risicoanalyse en de conclusies geheimhouding opleggen aan de raad. Met de Wet bevorderen integriteit en functioneren decentraal bestuur (artikel 87 van de wet) is de burgemeester hiertoe expliciet bevoegd gemaakt (vierde lid). Artikel 6 is ook van toepassing als er geen wethouder van buiten maar uit de raad wordt benoemd.
De incompatibiliteiten en nevenfuncties dienen dan immers opnieuw beoordeeld te worden. Een raadslid dat benoemd wordt tot wethouder mag raadslid blijven totdat de geloofsbrieven van zijn opvolger zijn goedgekeurd (artikel 36b, tweede lid, van de wet).
Artikel 8. Oproep en agenda In artikel 19, eerste lid, van de wet is bepaald dat de burgemeester de leden van de raad schriftelijk uitnodigt voor de vergadering. De agendacommissie bepaalt hoe de voorlopige agenda er uit ziet. Het eerste lid stelt verplicht dat de voorzitter een vastgesteld aantal dagen vóór een vergadering de leden een schriftelijke oproep, waarin de vergadering wordt aangekondigd, en de voorlopige agenda met de daarbij behorende stukken publiceert in het raadsinformatiesysteem, de (daaraan gekoppelde) website en op de gebruikelijke
Volgorde van toelichting volgt nu de volgorde van de artikelen. Deze sluit aan bij de modelverordening.
12
het tijdstip en de plaats van de vergadering.
wijze. De oproep vermeldt de dag, het tijdstip en de plaats van de vergadering.
In het eerste lid gaat het om een voorlopige agenda. In de dagelijkse praktijk van de gemeente zal het niet altijd mogelijk zijn om ruim voor de vergadering een agenda op te stellen, die ook zicht heeft op de actualiteiten. In een dergelijke situatie kan de voorzitter na het verzenden van de schriftelijke oproep zo nodig een aanvullende agenda en stukken rondsturen (tweede lid). Als omtrent stukken op grond van artikel 25, eerste of tweede lid, van de wet geheimhouding is opgelegd, blijven deze stukken in afwijking van het eerste en tweede lid onder berusting van de griffier en verleent deze de raadsleden op verzoek inzage. Van geheimhouding wordt melding gemaakt op de stukken. De griffier vervult de secretariaatsfunctie ten dienste van de raad. Daarom worden stukken die betrekking hebben op de agenda en de voorstellen van de raadsvergadering en die geheim moeten blijven bij hem ter inzage gelegd. Op verzoek van de raadsleden kan de griffier inzage aan hen verlenen.
In het eerste lid gaat het om een voorlopige agenda. In de dagelijkse praktijk van de gemeente zal het niet altijd mogelijk zijn om ruim voor de vergadering een agenda op te stellen, die ook zicht heeft op de actualiteiten. In een dergelijke situatie kan de voorzitter na het verzenden van de schriftelijke oproep zo nodig een aanvullende agenda en stukken rondsturen (tweede lid). Bij de Wet bevorderen integriteit en functioneren decentraal bestuur is de mogelijkheid vervallen om individuele raadsleden te informeren. Als omtrent informatie van de raad of aan de raad verstrekte informatie op grond van hoofdstuk Va van de wet geheimhouding is opgelegd, wordt deze informatie in afwijking van het eerste, tweede en derde lid op het besloten deel van het raadsinformatiesysteem geplaatst of bij de griffier. Raadsleden, commissieleden, fractieondersteuners, griffiemedewerkers, het college en de strategisch managers hebben hiertoe toegang conform het Protocol Geheimhouding 2024. Van geheimhouding wordt melding gemaakt op de stukken. Indien de geheimhouding op informatie anders dan in schríftelijke vorm rust, moet de verplichting op een passende wijze kenbaar worden gemaakt (artikel 89, eerste lid, van de wet). Het vierde lid heeft tot doel om de raad een actievere rol te geven in de opstelling van de raadsagenda.
Enerzijds kunnen individuele raadsleden via de agendacommissie onderwerpen voor de agenda voordragen. Anderzijds kunnen zij echter ook bij aanvang van de raadsvergadering een voorstel doen om onderwerpen aan de agenda toe te voegen of van de agenda af te voeren. Daarmee kan het individuele raadslid in ieder geval op twee momenten invloed uitoefenen op de vaststelling van de agenda. Indien er een voorstel wordt gedaan om de agenda aan te passen, bijvoorbeeld het doorschuiven van een agendapunt naar de volgende raadsvergadering, en de stemmen staken, is artikel 32, vierde lid, van de wet logischerwijs niet van toepassing en geldt artikel 32, vijfde lid, van de wet.
Artikel 9. Vaststellen agenda Het eerste lid heeft tot doel om de raad een actievere rol te geven in de opstelling van de raadsagenda. Enerzijds kunnen individuele raadsleden via hun fractievoorzitter in het presidium onderwerpen voor de agenda voordragen.
Artikel 9. Openbaar maken van stukken Geïnteresseerden moeten de kennis kunnen nemen van de vergaderstukken. Daarom worden alle stukken gelijktijdig met het
Naar aanleiding van de wet integriteit en functioneren decentraal bestuur en het ingaan van de Wet Open Overheid.
13
Anderzijds kunnen zij echter ook bij aanvang van de raadsvergadering een voorstel doen om onderwerpen aan de agenda toe te voegen of van de agenda af te voeren. Daarmee kan het individuele raadslid in ieder geval op twee momenten invloed uitoefenen op de vaststelling van de agenda. Indien er een voorstel wordt gedaan om de agenda aan te passen, bijvoorbeeld het doorschuiven van een agendapunt naar de volgende raadsvergadering, en de stemmen staken, is artikel 32, vierde lid, van de wet logischerwijs niet van toepassing en geldt artikel 32, vijfde lid, van de wet.
publiceren van de agenda op het raadsinformatiesysteem geplaatst. Een stuk is een ‘document’ in de zin van de Wet open overheid (hierna: Woo). Een ‘document’ houdt in: een door een orgaan, persoon of college als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, opgemaakt of ontvangen schriftelijk stuk of ander geheel van vastgelegde gegevens dat naar zijn aard verband houdt met de publieke taak van dat orgaan, die persoon of dat college.
Verwijzing naar het protocol geheimhouding opgenomen. Artikel 8 en 9 zijn samengevoegd. Het openbaar maken van de stukken is vervolgens in een nieuw artikel 9 geplaatst.
Onder documenten vallen niet alleen de door de overheidsorganen gecreëerde stukken of ander materiaal. Ook alle van buiten komende stukken en ander voor overheidsorganen bestemd materiaal zoals agenda’s, verslagen, (concept)adviezen, al dan niet in elektronische vorm, verkrijgen de status van ‘document’ in de zin van de Woo. Bij de Wet bevorderen integriteit en functioneren decentraal bestuur is de reikwijdte van de Gemeentewet uitgebreid van ‘stukken’ naar ‘informatie’ (artikel 19, tweede lid, van de wet). Verder hoeft de raad de geheimhouding niet meer te bekrachtigen (artikel 89, vierde lid, van de wet). College, burgemeester en commissies mogen voortaan zelf geheimhouding opleggen (artikel 87 van de wet). Onder de ‘informatie’ als bedoeld in het derde lid wordt verstaan: informatie van de raad en aan de raad verstrekte informatie, waaronder de zogeheten ‘achterliggende’ stukken waarvan in raadsvoorstellen melding wordt gemaakt (ambtelijke adviezen, toelichtende nota’s, etc.) waarop geheimhouding is gelegd. Indien het gaat om geheime informatie dan werkt de gemeenteraad volgens het Protocol geheimhouding gemeente SchouwenDuiveland 2024. Het protocol is te raadplegen via: https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR71 8535
Artikel 10. Openbare kennisgeving Met dit artikel wordt invulling gegeven aan het voorschrift van artikel 19, tweede lid, van de wet. Voor wat betreft de wijze van publicatie is aangesloten bij artikel 3:42, tweede lid van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb). In artikel 10 wordt vastgelegd op welke wijze raadsvergaderingen worden aangekondigd Geïnteresseerden moeten de mogelijkheid hebben om stukken in te zien. Daarom worden alle stukken gelijktijdig met het verzenden van de
Artikel 10. Openbare kennisgeving Met dit artikel wordt invulling gegeven aan het voorschrift van artikel 19, tweede lid, van de wet. In artikel 10 wordt vastgelegd op welke wijze raadsvergaderingen worden aangekondigd. Indien de kennisgeving uitsluitend elektronisch plaatsvindt, dient er een grondslag in een verordening te zijn. In het tweede lid wordt deze grondslag gecreëerd om ook in spoedeisende gevallen een openbare kennisgeving uit te kunnen doen gaan.
Wijziging modelverordening en ontbreken van onderbouwing door middel van verordening.
14
schriftelijke oproep ter inzage aangeboden (eerste lid). Naast de fysieke terinzagelegging op het stadhuis, zullen de stukken doorgaans op elektronische wijze worden aangeboden. Dit gaat via een digitaal raadsinformatiesysteem of door plaatsing op de gemeentesite. Een stuk is een ‘document’ in de zin van de Wet openbaarheid van bestuur (hierna: Wob). Een ‘document’ houdt in: een bij een bestuursorgaan berustend stuk of ander materiaal dat gegevens bevat. Onder documenten vallen niet alleen de door de overheidsorganen gecreëerde stukken of ander materiaal. Ook alle van buiten komende stukken en ander voor overheidsorganen bestemd materiaal zoals agenda’s, verslagen, (concept)adviezen, al dan niet in elektronische vorm, verkrijgen de status van ‘document’ in de zin van de Wob. Onder de ‘stukken’ als bedoeld in het derde lid worden verstaan: geheime stukken, waaronder de zogenaamde ‘achterliggende’ stukken waarvan in raadsvoorstellen melding wordt gemaakt (ambtelijke adviezen, toelichtende nota’s, etc.) en ten aanzien waarvan geheimhouding is opgelegd. Indien het gaat om geheime of vertrouwelijke stukken, waarop voorlopige geheimhouding is opgelegd door het bestuursorgaan dat het document aanbiedt aan de raad, dient dit duidelijk op het stuk te zijn aangegeven.
Ook kan worden overwogen hiervan geen kopieën te laten maken, omdat het gevaar bestaat dat vaak gekopieerde stukken toch in de openbaarheid komen. Artikel 12. Aantal spreektermijnen
Wijziging modelverordening Artikel 12. Aantal spreektermijnen en handhaving orde De bevoegdheid die in het achtste lid aan de voorzitter wordt gegeven om een spreker het woord te ontnemen gaat minder ver dan de mogelijkheid die artikel 26, derde lid, van de Gemeentewet biedt om aan dat lid, dat door zijn gedragingen de geregelde gang van zaken belemmert, de toegang tot de vergadering te ontzeggen. De laatstgenoemde bevoegdheid van de voorzitter blijft echter onverlet.
Nieuw
Artikel 13a Om voldoende ruimte te geven aan het recht op inspreken is het voor burgers mogelijk om hun mening te geven tijdens raadscommissievergaderingen. Het spreekrecht van burgers kan bijdragen aan het vergroten van de betrokkenheid van de burgers bij het lokaal bestuur, één van
Huidige werkwijze opnemen
15
doelstellingen van de vernieuwing van het lokaal bestuur. Een burger kan alleen inspreken bij een raadsvergadering over onderwerpen die geagendeerd zijn én niet zijn behandeld in een raadscommissievergadering. Op deze wijze kan een burger inspreken over onderwerpen die bv. behandeld zijn in de auditcommissie. Benoemingen, voordrachten en aanbevelingen van personen zijn uitgesloten van het spreekrecht van burgers. Omdat inspraak over de benoemingen, voordrachten of aanbevelingen van personen – de belangen van – kandidaten al dan niet in de uitoefening van hun ambt of functie kan schaden, kunnen burgers hierover geen uitlatingen doen. De burgers die wensen in te spreken moeten zich uiterlijk 24 uur voor aanvang van de vergadering melden aan de griffier onder vermelding van naam, adres en telefoonnummer en over welk agendapunt het woord gewenst wordt. In het vijfde lid is ervoor gekozen om een burger in een raadsvergadering (gelet op de beperkte tijd) eenmaal het woord te geven, waarbij maximaal 5 minuten het woord mag worden gevoerd. Op voorstel van de voorzitter, die in eerste instantie voor een ordentelijk verloop van de vergadering moet zorgen en dus moet kunnen aanvoelen of een verkorting of verlenging van de spreektijd gewenst is, kan van deze richtlijn worden afgeweken.
Artikel 15b Stemverklaring Artikel 22 Artikel 22 bepaalt dat de bepalingen van het [citeertitel reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad] van overeenkomstige toepassing zijn op een raadsvergadering achter gesloten deuren. Hierbij kan onder meer gedacht worden aan de bepalingen omtrent het tijdig verzenden van stukken, het recht van amendement,
Artikel 15 Stemverklaring Artikel 22 Artikel 22 bepaalt dat de bepalingen van het Reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad van Schouwen-Duiveland 2026 van overeenkomstige toepassing zijn op een raadsvergadering achter gesloten deuren. Hierbij kan onder meer gedacht worden aan de bepalingen omtrent het tijdig verzenden van stukken, het recht van amendement, het recht van motie en het maken van het verslag.
Vernummering Naar aanleiding van de wet integriteit en functioneren decentraal bestuur.
De bepalingen van het Reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad van SchouwenDuiveland 2026 zijn echter niet van toepassing, voor zover het toepassen van die bepalingen strijdig is met het besloten karakter van de vergadering. Zo zullen er bijvoorbeeld geen beeld- en geluidsregistraties voor openbaar gebruik gemaakt kunnen worden. Ten aanzien van de stukken die betrekking hebben op een besloten vergadering en het behandelde zal de raad moeten besluiten of
16
geheimhouding als bedoeld in de artikelen 23, vierde lid, van de wet wordt opgeheven. In artikel 23 van de wet zijn procedurevoorschriften opgenomen voor 'het sluiten van de deuren', de wijze waarop een vergadering een besloten vergadering wordt. Ten aanzien van geheime informatie is de werkwijze vastgelegd in het Protocol geheimhouding gemeente SchouwenDuiveland 2024. Het protocol is te raadplegen via: https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR71 8535 Artikel 17. Stemming; procedure hoofdelijke stemming
Artikel 17. Stemming; procedure hoofdelijke stemming
In de Winsumuitspraak (ABRvS, 7 augustus 2002, uitspraak 200200897/1) is het hoger beroep op artikel 28 van de wet afgewezen, maar heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: Afdeling) wel geconcludeerd dat het genomen besluit in strijd is met artikel 2:4 van de Awb omdat de schijn van belangenverstrengeling onvoldoende was vermeden. Naar aanleiding van deze uitspraak zijn er vragen gerezen over de mogelijke gevolgen voor stemprocedures en de verantwoordelijkheden in gemeenteraden.
In het vierde lid wordt ingegaan op de procedure van hoofdelijke stemming. Na de opening van de vergadering deelt de voorzitter mede, bij welk lid van de raad de hoofdelijke stemming begint. Daartoe wijst hij bij aanvang van de vergadering bij loting een volgnummer van de presentielijst aan; bij het daar genoemde lid begint de hoofdelijke stemming.
Voor de leesbaarheid van de toelichting jurisprudentie verwijderd.
In deze uitspraak geeft de Afdeling het rechtsbeginsel neergelegd in artikel 2:4 van de Awb voorrang boven hetgeen in artikel 28 van de wet is bepaald. Over de mogelijke gevolgen van de uitspraak adviseerde de toenmalige minister van BZK het volgende: "de beslissing over stemonthouding dient voorbehouden te blijven aan het individuele raadslid; bij stemming heeft de raad geen optie dan te waarschuwen dat het te nemen besluit wel eens aanvechtbaar zou kunnen zijn in een bezwaarschriftprocedure of bij de bestuursrechter of in het kader van een spontane vernietiging door de Kroon (artikel 268 van de Gemeentewet); de raad kan in dergelijke gevallen een belangrijke rol spelen door in algemene zin te bespreken, individuele raadsleden door hun handelen de schijn van belangenverstrengeling kunnen wekken en hoe dat voorkomen kan worden (en dit bijvoorbeeld opnemen in de gedragscode); uiteraard is de gedragscode in juridische zin niet bindend, dit is tevens niet wenselijk."
17
Er is echter inmiddels vervolgjurisprudentie beschikbaar: - In ABRvS 30 juni 2010, LJN BM9710LJN BM9710, AB 2010/310 AB 2010/310 oordeelde de Afdeling dat in het midden kon blijven of twee raadsleden een persoonlijk belang hadden bij de vaststelling van een bestemmingsplan, omdat het bestemmingsplan met de grootst mogelijke meerderheid door de raad was vastgesteld. Zelfs indien zou worden vastgesteld dat de twee raadsleden een persoonlijk belang hadden bij de planvaststelling, hebben zij geen beslissende stem in de uitkomst gehad; - In ABRvS 22 juni 2011, LJN BQ8863LJN BQ8863, AB 2011/261 AB 2011/261 overwoog de Afdeling dat een raadslid dat woonde en werkte op een bedrijventerrein een persoonlijk belang had bij de vaststelling van een bestemmingsplan voor dat bedrijventerrein. De Afdeling oordeelde dat in strijd was gehandeld met art. 2:4artikel 2:4 van de Awb omdat naar derden de schijn is gewekt dat het persoonlijke belang van invloed is geweest op de besluitvorming. Daarbij speelde een rol dat het raadslid tijdens de vergadering van de raad veelvuldig het woord heeft gevoerd en namens zijn fractie een aantal amendementen heeft ingediend en voorgelezen die in feite tot gevolg hebben dat een gunstiger woonen leefklimaat ontstaat ter hoogte van gronden van het betreffende raadslid.
De Afdeling achtte niet van belang of het raadslid daadwerkelijk het oogmerk had te bewerkstelligen een plan ten gunste van zijn leefklimaat vast te stellen. Ook indien van de goede trouw van het raadslid kan worden uitgegaan, kan de schijn van belangenverstrengeling zijn gewekt. Ook het gegeven dat het raadslid niet bij alle amendementen een doorslaggevende stem heeft gehad leidt niet een ander oordeel, omdat gelet op het feit dat het raadslid veelvuldig het woord heeft gevoerd niet kan worden gesteld dat niet de schijn is gewekt dat hij invloed heeft gehad op de besluitvorming; - In ABRvS 6 februari 2013, LJN BZ0796LJN BZ0796 preciseert de Afdeling haar hiervoor vermelde uitspraak van 22 juni 2011. In de zaak die tot de uitspraak van 6 februari 2013 heeft geleid ging het om een besluit van een gemeenteraad om een bestemmingsplan niet vast te stellen. Dat besluit was
18
genomen met de kleinst mogelijke meerderheid, waarbij een raadslid die mogelijk belanghebbende in de zin van art. 1:2artikel 1:2 van de Awb was, tegen de vaststelling van het plan had gestemd. De Afdeling overwoog dat, in aanmerking genomen dat het hier gaat om besluitvorming door de gemeenteraad die een belangenafweging vergt waarbij politieke inzichten een belangrijke rol spelen, het in de rede ligt voor de invulling van het begrip ‘persoonlijk belang’ in art. 2:4 lid 2artikel 2:4, tweede lid, van de Awb aansluiting te zoeken bij art. 28 lid 1artikel 28, eerste lid, onder a, van de wet. Deze bepaling dient strikt te worden uitgelegd, nu daarbij het fundamentele recht van een raadslid om deel te nemen aan een stemming wordt ingeperkt. Uit artikel 2:4 van de Awb volgt dus — en de Afdeling preciseert hiermee haar (hiervoor vermelde) uitspraak van 22 juni 2011 — in het algemeen niet dat een persoon die deel uitmaakt van een democratisch gekozen bestuursorgaan zoals de gemeenteraad en die bij een besluit belanghebbende is als bedoeld in art. 1:2 lid 1artikel 1:2, eerste lid, van de Awb, zich zou moeten onthouden van deelname aan de besluitvorming. Dit zou afbreuk doen aan de taak en de fundamentele rechten van een gekozen volksvertegenwoordiger en daarmee aan het democratisch proces.
De Afdeling heeft in haar uitspraak van 6 februari 2013 in aanvulling op het voorgaande overwogen dat er zich evenwel bijkomende omstandigheden kunnen voordoen die maken dat de behartiging van het persoonlijk belang van een raadslid zodanig aan de orde is bij het onderwerp van de besluitvorming dat hij daaraan niet behoort deel te nemen. Weliswaar kan de gemeenteraad niet verhinderen dat een lid deelneemt aan de besluitvorming en aan stemmingen, maar deelname van een lid kan er bij aanwezigheid van zo’n persoonlijk belang wel toe leiden dat de bestuursrechter tot het oordeel moet komen dat het desbetreffende besluit is genomen in strijd met art. 2:4artikel 2:4 van de Awb. De conclusie dat het betrokken bestuursorgaan in strijd met deze bepaling een besluit heeft genomen, kan echter pas worden getrokken wanneer aannemelijk is dat het betrokken raadslid de besluitvorming daadwerkelijk heeft beïnvloed. In het vierde lid wordt ingegaan op de procedure van hoofdelijke stemming.
19
Praktisch gezien verdient het aanbeveling de volgorde van stemmen te bepalen aan het begin van de vergadering; deze volgorde geldt dan voor de gehele vergadering. Artikel 21. Ingekomen stukken
Artikel 21 Ingekomen stukken
De raad stelt op voorstel van het presidium of in geval van onverwijlde spoed de griffier, de wijze van afdoening van de ingekomen stukken vast (tweede lid.)
De raad stelt op voorstel van de griffier, de wijze van afdoening van de ingekomen stukken vast.
Artikel 22. Toepassing reglement op besloten vergaderingen
Artikel 22. Toepassing reglement op besloten vergaderingen
De bepalingen van het [citeertitel reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad] zijn echter niet van toepassing, voor zover het toepassen van die bepalingen strijdig is met het besloten karakter van de vergadering. Zo zullen er bijvoorbeeld geen beeld- en geluidsregistraties voor openbaar gebruik gemaakt kunnen worden. Ten aanzien van de stukken die betrekking hebben op een besloten vergadering en het behandelde zal de raad moeten besluiten of geheimhouding als bedoeld in de artikelen 25, 55 en 86 van de wet wordt opgelegd dan wel bekrachtigd of opgeheven. In artikel 23 van de wet zijn procedurevoorschriften opgenomen voor 'het sluiten van de deuren', de wijze waarop een vergadering een besloten vergadering wordt.
Artikel 23. Verslag besloten vergadering In artikel 23 wordt uitwerking gegeven aan artikel 23, derde lid, van de wet. In overeenstemming met de bepaling over het verslag van de raadsvergadering is de griffier ook verantwoordelijk voor het verslag van een besloten vergadering. Dit verslag ligt ter inzage bij de griffier (eerste lid).
Artikel 24. Opheffing geheimhouding In de in artikel 24 aangehaalde artikelen wordt aan de raad de mogelijkheid geboden de geheimhouding van stukken op te heffen; stukken die niet per se aan hem behoeven te zijn overgelegd. Het kan dus (zie bijvoorbeeld artikel 86, tweede lid, van de wet) gaan om de situatie dat
Aanpassing aan de huidige werkwijze
Naar aanleiding van de wet integriteit en functioneren decentraal bestuur.
De bepalingen van dit reglement zijn echter niet van toepassing, voor zover het toepassen van die bepalingen strijdig is met het besloten karakter van de vergadering. Zo zullen er bijvoorbeeld geen beeld- en geluidsregistraties voor openbaar gebruik gemaakt kunnen worden. Ten aanzien van de stukken die betrekking hebben op een besloten vergadering en het behandelde zal de raad moeten besluiten of geheimhouding als bedoeld in de artikelen 23, vierde lid, van de wet wordt opgeheven. In artikel 23 van de wet zijn procedurevoorschriften opgenomen voor 'het sluiten van de deuren', de wijze waarop een vergadering een besloten vergadering wordt. Ten aanzien van geheime informatie is de werkwijze vastgelegd in het Protocol geheimhouding gemeente SchouwenDuiveland 2024. Het protocol is te raadplegen via: https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR71 8535 Artikel 23. Verslag besloten vergadering In artikel 23 wordt uitwerking gegeven aan artikel 23, vijfde lid, van de wet. In overeenstemming met de bepaling over het verslag van de raadsvergadering is de griffier ook verantwoordelijk voor het verslag van een besloten vergadering. Conceptverslagen en besluitenlijsten van besloten raadsvergaderingen worden conform het Protocol Geheimhouding 2024 op het besloten deel van het raadsinformatiesysteem geplaatst. Artikel 24.