1421813 Bijlage 1 Plan van aanpak Omgevingsvisie Schouwen-Duiveland
Tekst van het document
Inhoud
1. Aanleiding...........................................................................................................................................2 2. Doelstelling.........................................................................................................................................3 3. Projectresultaat..................................................................................................................................3 3.1 Resultaat.......................................................................................................................................3 3.2 Planhorizon...................................................................................................................................3 4. Leeswijzer...........................................................................................................................................4 5. De Omgevingsvisie..............................................................................................................................5 5.1. Wat is een Omgevingsvisie?........................................................................................................5 5.2. Wat kunnen we met een Omgevingsvisie...................................................................................5 5.3.
Wat moet er in de Omgevingsvisie staan?..................................................................................6 5.4 De Omgevingsvisie en de Milieu Effect Rapportage (MER)...........................................................7 6. Uitgangspunten voor het proces, vorm en inhoud.............................................................................8 6.1. Proces..........................................................................................................................................8 6.1.1. Vertrekpunt Omgevingsvisie.................................................................................................8 6.2. Inhoud.........................................................................................................................................9 6.3. Gebiedsgericht met overkoepelende thema’s.............................................................................9 7. Participatie........................................................................................................................................11 8. Fasering en planning.........................................................................................................................12 9. Projectbeheersing.............................................................................................................................15 10.
Projectorganisatie...........................................................................................................................16 11. Bijlagen...........................................................................................................................................19 11.1. De beleidscyclus.......................................................................................................................19 11.2. Overige instrumenten van de Omgevingswet.........................................................................19 11.3. Evaluatie Omgevingsvisie Landelijk gebied..............................................................................22
1. Aanleiding
Op 1 januari 2024 is de Omgevingswet in werking getreden. De gemeentelijke Omgevingsvisie is het verplichte gemeentelijke instrument waarin een gemeente haar visie op het fysieke domein vastlegt voor de lange termijn. In de projectopdracht Implementatie Omgevingswet is de Omgevingsvisie als deelproject benoemd. Daarnaast is in 2011 de strategische visie Tij van de Toekomst door de gemeenteraad vastgesteld. De visie is een vergezicht tot 2040, dat richting geeft en inspireert. De visie helpt de gemeenteraad en college bij het maken van nieuwe keuzen en het nemen van beslissingen. Deze strategische visie moet geëvalueerd en bijgesteld worden. In maart 2025 is de geactualiseerde Strategische visie door de gemeenteraad vastgesteld. Omdat de bijstelling van de strategische visie en het opstellen van de Omgevingsvisie een uitgebreid proces voor totstandkoming volgen worden beide processen samengevoegd tot een volgordelijk proces waar in de strategische visie keuzes op hoofdlijnen worden gemaakt en in de Omgevingsvisie keuzes in de fysieke leefomgeving. Beide trajecten worden apart doorlopen maar afstemming ertussen is wel gewenst en nodig.
Gemeente Schouwen-Duiveland heeft, in navolging van haar strategische visie ‘Tij van de Toekomst’, behoefte aan een nieuwe strategische visie op de fysieke leefomgeving die het mogelijk maakt om grote vraagstukken in de fysieke leefomgeving in samenhang te bekijken en op te lossen. Daarbij zal heel bewust naar de wisselwerking van het fysieke domein met het sociaal en economisch domein worden gekeken. Vanwege de wisselwerking tussen de verschillende domeinen is de visie ook veelomvattender dan de Strategische visie; onderwerpen zoals gezondheid, leefbaarheid en veiligheid maken deel uit van de Omgevingsvisie. De Omgevingsvisie betreft een lange termijnvisie en gaat over hetgeen wij belangrijk vinden in de fysieke leefomgeving van Schouwen-Duiveland (wat zijn onze kernkwaliteiten?), over wat we willen behouden, versterken en ontwikkelen (ambities en doelen). De visie geeft weer hoe we samenwerken om de verschillende opgaves integraal aan te pakken en vormt tevens een uitnodiging aan iedereen die deze opgaven samen met ons tot stand wil brengen. De Omgevingsvisie wordt vastgesteld door de gemeenteraad van Schouwen-Duiveland en vormt het belangrijkste sturingsinstrument voor het fysieke domein.
Hoewel het beleid zoals omschreven in de Omgevingsvisie in principe alleen bindend is voor het bestuursorgaan dat de visie vaststelt, zal er ook met het beleid en de belangen van de andere overheden rekening moeten worden gehouden. Vanuit de Omgevingsvisie kunnen inwoners, organisaties en ondernemers uitgenodigd worden om mee te helpen het beleid uit te voeren. Vervolgens zal vroegtijdig in het proces gezamenlijk met de raad keuzes worden gemaakt over de wijze waarop de Omgevingsvisie tot stand komt (participatie), de betrokkenheid van de raad bij en de vorm en inhoud van de visie. Dit vormt de basis voor het totale proces naar de totstandkoming van de visie. In het kader van de implementatie van de Omgevingswet hebben we een Omgevingsvisie gemaakt voor het landelijk gebied van Schouwen-Duiveland. De gemeenteraad heeft uiteindelijk besloten de visie niet vast te stellen. Inmiddels hebben we het proces geëvalueerd. Zowel inhoudelijk als
procesmatig hebben we waardevolle informatie verzameld die input is voor het proces van de Omgevingsvisie Schouwen-Duiveland.
2. Doelstelling
In de Omgevingsvisie leggen we onze ambities en doelen voor de fysieke leefomgeving voor de lange termijn vast. Door te participeren met de bewoners van Schouwen-Duiveland en andere stakeholders binnen de gemeente worden vanuit de eigen kernkwaliteiten strategische keuzes gemaakt ten aanzien van de ontwikkeling van de fysieke leefomgeving van onze gemeente. De verschillende omgevingsaspecten in het fysieke domein worden in samenhang met elkaar gebracht, waardoor een integrale benadering binnen het fysieke domein ontstaat. Daarbij wordt ook heel bewust de wisselwerking van het fysieke domein met het sociaal en economisch domein opgezocht.
3. Projectresultaat 3.1 Resultaat Het resultaat van dit project is de ontwikkeling van een Omgevingsvisie voor de lange termijn:
Die tot stand is gekomen middels participatie; Waarin onze kernkwaliteiten centraal staan; Waarin samenhang is gebracht tussen de verschillende omgevingsaspecten (integraal); Waarin de verschillende (gebieds)opgaven in het fysieke domein tot uiting komen; Die geldt voor het hele grondgebied van de gemeente; Die dynamisch is, wat inhoudt dat we regelmatig evalueren en bijstellen zonder de stip op de horizon te verliezen. Een document op hoofdlijnen voor de lange-termijn ontwikkeling van de fysieke leefomgeving.
De Omgevingsvisie is geheel vormvrij. De grondslag voor inhoudelijke regels ontbreekt in de Omgevingswet. De wet geeft alleen een aantal uitgangspunten en beginselen mee die opgenomen moeten worden in de visie, zoals aangegeven onder punt 1 van de projectaanpak. Gemeenten mogen daarom zelf het detailniveau, de reikwijdte, de thema’s en gebiedsindeling bepalen. Uitgangspunt is dat de visie voor iedereen toegankelijk en te raadplegen is. Wel geldt de eis dat de Omgevingsvisie raadpleegbaar is via ‘Regels op de kaart’. In overleg met de raadswerkgroep zal de vorm van de Omgevingsvisie nader worden bepaald, waarbij het voorstel is om de visie zowel digitaal via de website te ontsluiten als analoog aan te bieden.
3.2 Planhorizon De Omgevingsvisie is een beleidsnota waarin strategische keuzes worden gemaakt voor de lange termijn. Daarvoor moeten we onze blik richten op de toekomst. De vraag is hoe ver we vooruit kijken. Zo hebben de nationale en provinciale Omgevingsvisie beide een planhorizon tot 2050. Redenen hiervoor zijn dat de grote opgaven die momenteel voor ons liggen, zoals bijvoorbeeld de energietransitie en de klimaatadaptatie een duidelijke koers vergen voor de toekomst. Zo ook op gemeentelijk niveau. In de strategische visie kiezen we voor 2040. We hebben de afgelopen 20 jaar gezien hoe snel de technische, maatschappelijke en economische ontwikkelingen gaan. De voorspelbaarheid van de toekomst blijft lastig. Voor de Omgevingsvisie kiezen we voor een langere
termijn dit omdat er grote opgaven voor ons liggen en veel zaken nog onduidelijk zijn/nader worden onderzocht. Het doel van de Omgevingsvisie 2050 is: onze ambities en doelen voor de fysieke leefomgeving vastleggen voor de lange termijn waarbij we alle aspecten binnen de fysieke leefomgeving op integrale wijze met elkaar verbinden. Daarbij nemen we voorzienbare toekomstige ontwikkelingen mee. Om de visie daadwerkelijk te verwezenlijken wordt de Omgevingsvisie vergezeld van een uitvoeringsprogramma die elke 4 jaar zal worden herijkt. Daarbij wordt telkens bezien of we nog op koers liggen om onze visie te realiseren, dan wel dat veranderingen in onze samenleving ons vragen om onze visie bij te stellen. Met de Omgevingsvisie beogen we een dynamisch instrument te realiseren dat kan inspelen op de integrale opgaven in onze gemeente. Dat betekent dat (partiele) herijking van de visie mogelijk is, zolang de integraliteit in stand blijft.
4. Leeswijzer
Hoofdstuk 5 gaat in op het instrument omgevingsvisie in de context van de Omgevingswet. Hoofdstuk 6 bevat de uitgangspunten die we hanteren om de visie op te stellen. Uitgangspunten die zowel over proces, inhoud als vorm gaan. Hoofdstuk 7 beschrijft de uitgangspunten voor de participatie rondom de omgevingsvisie. Hoofdstuk 8 gaat in op het proces en planning. Hoofdstuk 9 gaat over de projectorganisatie.
5. De Omgevingsvisie 5.1. Wat is een Omgevingsvisie? De Omgevingsvisie is één van de verplichte instrumenten in het kader van de Omgevingswet. De Omgevingsvisie is het document waarin de hoofdzaken van het te voeren integrale beleid voor de fysieke leefomgeving opnemen. De Omgevingsvisie bevat dus het strategische, integrale, langetermijnbeleid voor de fysieke leefomgeving. De Omgevingsvisie is geen strategische visie. In de visie geven we weer wat we als gemeente belangrijk vinden in onze leefomgeving, welke ambities we voor die leefomgeving hebben, hoe we die prioriteren en waar en hoe we die realiseren. Er staat ook in hoe we omgaan met de verschillende opgaven die om ruimte vragen, zoals de landbouwtransitie, energietransitie, klimaatadaptatie en de woonopgave. Ook geven we aan welke rol we als gemeente in de opgaven pakken, of we bijvoorbeeld de regie pakken of dat aan andere overheden of partijen overlaten. Figuur 1: Beleidsterreinen fysieke leefomgeving De Omgevingsvisie is daarmee een samenhangend geheel van uiteenlopende beleidsterreinen over de fysieke leefomgeving (zie afbeelding 1). Een integrale toekomstvisie op strategisch niveau.
5.2. Wat kunnen we met een Omgevingsvisie De Omgevingsvisie is een toetsingskader; alle ruimtelijke initiatieven in de leefomgeving toetsen we straks aan de Omgevingsvisie (en ook het omgevingsplan). Ook kan de visie inspiratie zijn voor nieuwe initiatieven. De visie is daarmee zowel bedoeld voor de samenleving als voor de gemeentelijke organisatie. De ambities uit de Omgevingsvisie werken namelijk door in ons Omgevingsplan, programma’s en vergunningverlening. De Omgevingsvisie bevat namelijk het beleid voor onze gemeente op hoofdlijnen. In het Omgevingsplan vertalen we dit door in de vorm van het toestaan van activiteiten en het opnemen van een vergunningstelsel. De uitvoering volgt tot slot in de omgevingsvergunningen en het toezicht daarop. De visie is bovendien een belangrijk middel om het doel van de Omgevingswet te realiseren: een veilige en gezonde leefomgeving en nieuwe, duurzame ontwikkelingen mogelijk maken. Dat kan doordat de visie bijdraagt aan de vier verbeterdoelen van de Omgevingswet (zie figuur 2).
Figuur 2: verbeterdoelen Omgevingswet
5.3. Wat moet er in de Omgevingsvisie staan? De Omgevingsvisie moet in elk geval een beschrijving bevatten van (afdeling 3.1 Omgevingswet): • •
•
De kwaliteit van onze fysieke leefomgeving: waar bestaat de fysieke leefomgeving uit en wat is de kwaliteit ervan (op hoofdlijnen). De voorgenomen ontwikkeling, gebruik, beheer, bescherming en behoud van ons grondgebied: wat gebeurt er/ en wat gaat er gebeuren aan ontwikkelingen en instandhouding van het grondgebied (op hoofdlijnen). Ons integrale beleid voor onze fysieke leefomgeving: welke doelen streven we na en op welke manier gaan we die bereiken?
Verder schrijft de wet voor dat de Omgevingsvisie: • •
• •
Wordt gemaakt met het oog op de doelen van de Omgevingswet. Rekening houdt met de samenhang tussen relevante onderdelen van de fysieke leefomgeving en de belangen die daarbij een rol spelen. Dit kan bijvoorbeeld door een afwegingskader op te stellen, waarbij de belangen gebiedsgericht gewogen worden. Afgestemd wordt met andere bestuursorganen, zoals provincie en waterschap. Laat zien hoe we participatie rondom de Omgevingsvisie hebben aangepakt, wat hiervan het resultaat is en wat we ermee hebben gedaan.
Tot slot: de Omgevingsvisie is vormvrij, maar dient wel digitaal raadpleegbaar te zijn en is zelfbindend, dat wil zeggen dat de visie de gemeente bindt maar anders dan het Omgevingsplan geen extern bindende regels bevat voor inwoners, ondernemers en bezoekers. Juridische binding ontstaat pas door het vaststellen van algemene regels of beschikkingen.
5.4 De Omgevingsvisie en de Milieu Effect Rapportage (MER) Afdeling 16.4 van de Omgevingswet bepaalt dat een Omgevingsvisie die kaderstellend is dan wel randvoorwaarden bevat voor één of meer later te nemen besluiten voor projecten, (waarvoor beoordeeld moet worden of) die aanzienlijke milieueffecten kunnen hebben of waarin ontwikkelingen zijn voorzien die mogelijk nadelige gevolgen voor Natura 2000-gebieden kunnen hebben, van een Milieu Effect Rapportage (MER) moet worden voorzien. Dit houdt in dat gelijktijdig met het proces van de totstandkoming van de Omgevingsvisie een m.e.r.-procedure zal moeten worden doorlopen. Bij het afwegen van de verschillende beleidsopties zal het milieubelang moeten worden meegewogen.
6. Uitgangspunten voor het proces, vorm en inhoud
Op 17 februari 2025 hebben we een werksessie met de gemeenteraad gehad waarin een aantal uitgangspunten zijn besproken. Deze uitgangspunten worden in dit hoofdstuk behandeld.
6.1. Proces In navolging van de Strategische visie stellen wij voor om met een begeleidingsgroep vanuit de raad te werken. Deze groep richt zich op het proces en houdt zich niet met de inhoud bezig. De inhoud van de Omgevingsvisie wordt behandeld tijdens commissie- en raadsvergaderingen. In 2026 zijn de gemeenteraadsverkiezingen, dit vraagt om een knip in het proces. De eerste fase tot aan de verkiezingen van 2026 richten zich vooral op de inventarisatie, het ophalen van informatie zowel intern als extern. De tweede fase, na de verkiezingen, richt zich op de inhoudelijke keuzen door de gemeenteraad. In hoofdstuk 8 gaan we nader in op de fasering en de bijbehorende planning. Tussenproducten worden door middel van commissievoorstellen voorgelegd aan de raadscommissie zodat ze inhoudelijk besproken kunnen worden.
6.1.1. Vertrekpunt Omgevingsvisie Strategische visie
De Strategische visie is op 27 maart 2025 geëvalueerd en bijgesteld. De herziening van de Strategische visie dient als input voor de Omgevingsvisie. De keuzes uit de Strategische visie dienen als basis voor de Omgevingsvisie. Evaluatie Omgevingsvisie Landelijk gebied Op 22 september 2016 heeft de gemeenteraad besloten om te starten en te experimenteren met het opstellen van een Omgevingsvisie landelijk gebied. In oktober 2018 is het ontwerp van de Omgevingsvisie ter inzage gelegd in het kader van de inspraak. In april 2020 heeft het college om meerdere redenen (o.a. gebrek bestuurlijk draagvlak) besloten het proces van de Pilot Omgevingsvisie landelijk gebied niet af te maken. Tevens is besloten om het proces te evalueren. Dit in de wetenschap dat er in de nabije toekomst een Omgevingsvisie voor geheel SchouwenDuiveland opgesteld gaat worden. De (eind)evaluatie is daarmee dan ook vooral bedoeld om terug te kijken met het doel te leren en vooral vooruit te kijken. In augustus 2019 is een evaluatierapport door de Erasmus Universiteit Rotterdam opgesteld. De gemeentelijke evaluatie is een verdieping van dit rapport. Uit de evaluatie zijn 6 aandachtspunten 28 aanbevelingen naar voren gekomen. De aandachtspunten worden hieronder opgesomd zonder er dieper op in te gaan. Alle aandachtspunten zijn terug te lezen in het evaluatierapport.
Dit is als bijlage bij dit plan van aanpak gevoegd. 1. 2. 3. 4. 5. 6.
Omvang, complexiteit, doel en behapbaarheid Omgevingsvisie Tijdsduur/doorlooptijd Abstractieniveau en inhoud Rollen en verwachtingen. Sturingsfilosofie processtap “van gesprek en informatiehalen naar concept-visie
Met de aandachtspunten en aanbevelingen uit de evaluatie zijn meegenomen bij het opstellen van dit projectplan.
Gebiedsvisies
Rampweg (vastgeseld) Scharendijke (in ontwikkeling)
Stads- en dorpsvisies Er zijn de afgelopen jaren verschillende dorpsvisies vastgesteld en er worden ook nog nieuwe dorpsvisies opgestart. Tijdens de inventarisatie betrekken we de vastgestelde dorpsvisies en zoeken we de afstemming met de dorpsvisies die nu in ontwikkeling zijn.
6.2. Inhoud Zoals eerder beschreven is de Omgevingsvisie het strategisch beleid voor de fysieke leefomgeving voor de lange termijn. Het is dan ook een toetsingskader voor andere visies zoals de stads- en dorpsvisies, het Omgevingsplan en concrete ontwikkelingen. Een Omgevingsvisie moet dan ook doelen bevatten die helder en toetsbaar zijn. Aan de andere kant moet een Omgevingsvisie niet te veel op details ingaan. Sommige thema’s en onderwerpen in de Omgevingsvisie worden daarom verder uitgewerkt dan anderen. Welke onderwerpen dat zijn en hoe gedetailleerd dat wordt uitgewerkt, beantwoorden we aan de hand van de volgende vragen: 1. 2. 3. 4.
Waar hebben we het over? Wat speelt er? Wat willen we bereiken? Hoe gaan we dat bereiken?
Een lange termijn beleid geeft duidelijke kaders voor de toekomst er zijn echter altijd ontwikkelingen internationaal, nationaal of lokaal die van invloed kunnen zijn op het beleid. De Omgevingsvisie wordt zorgvuldig opgesteld. Het aanpassen van de visie dient ook zorgvuldig te gebeuren mocht daar aanleiding toe zijn. Hiervoor moeten we de instrumenten van monitoring en evaluatie gebruiken. We stellen daarom voor om de Omgevingsvisie ook tussentijds te evalueren. Elke 5 jaar stellen we een evaluatie op en passen we aan waar nodig. We kiezen voor een meer abstracte visie. We leggen op hoofdlijnen onze doelen voor het fysieke domein vast. De vastgestelde doelen vormen het toetsingskader voor toekomstige ontwikkelingen. Aan de hand van een afwegingskader kan beoordeeld worden in hoeverre een ontwikkeling bijdraagt aan welke doelen.
6.3. Gebiedsgericht met overkoepelende thema’s Om richting te geven aan het gewenste toekomstbeeld van Schouwen-Duiveland is het eiland in een aantal gebieden verdeeld. We kennen de volgende gebieden: 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7.
Verblijfsrecreatie; Rustig woongebied; Centrumgebied; Bedrijventerrein (klein en groot); Sport, dagrecreatie en cultuur; Landelijk gebied (wonen/bedrijven/agrarisch); Natuur- en landschapsgebieden en de grote wateren.
Daarnaast zijn er nog een aantal overkoepelende thema’s die niet gebonden zijn aan een bepaald gebied van het eiland. Op figuur 3 zijn een aantal voorbeeld thema’s weergegeven.
Figuur 3 thema’s Omgevingsvisie (bron: provincie Utrecht) Tijdens de inventarisatie wordt geïnventariseerd welke thema’s relevant zijn voor SchouwenDuiveland. Op dit moment denken we in ieder geval aan:
Gezondheid; Natuur; Water; Energietransitie
7. Participatie
Participatie draait om het ophalen en delen van informatie over de Omgevingsvisie. Daarbij is verwachtingenmanagement een aandachtspunt. Participeren staat namelijk niet gelijk aan het overnemen van ingebrachte standpunten en ideeën. Binnen de participatie is het van belang om ook de mensen te bereiken die normaal niet bereikt worden. Niet iedere inwoners voelt zich bijvoorbeeld vertegenwoordigd door een ondernemersvereniging of dorps- of stadsraad. Er moeten dus manieren gevonden worden om ook deze mensen te bereiken. Naast de reguliere momenten van ophalen kunnen we denken aan een Roadshow om bij de mensen in de wijken en kernen langs te gaan om informatie op te halen. Zodra we een partnerbureau hebben gevonden stellen een participatiestrategie op die met de commissie en raad besproken wordt. Waarbij in ieder geval ook sterk de nadruk wordt gelegd op de toekomst van ons eiland, onze jongeren en scholieren.
8. Fasering en planning
Het proces naar de totstandkoming van de omgevingsvisie kent de volgende fases: 0. Vorming structuur project omgevingsvisie 1. Inventarisatiefase 2. Analysefase 3. Tussenproduct Verkenning omgevingsvisie Schouwen-Duiveland 4. Ontwerp omgevingsvisie 5. Vaststelling omgevingsvisie 6. M.e.r.-procedure Het proces van de omgevingsvisie is geen proces van A naar B. Het is een continu proces van bijstellen, verbeteren of aanpassen De M.e.r.-procedure is geen aparte fase binnen de tot standkoming van de Omgevingsvisie maar het loopt door alle fasen heen. 0. Vorming structuur project omgevingsvisie Deze fase vormt de start van het project en bevat: De vorming van de kern- en projectgroep; Toevoegen van een externe partij (adviesbureau) aan de projectgroep om mee te denken/doen in het proces en visiedocumenten op te stellen; De gemeentelijke organisatie te informeren over het proces van de totstandkoming van de Omgevingsvisie. Fase 1 – Inventarisatie Deze fase kenmerkt zich door o.a.: a. het inventariseren van het (bestaande) ruimtelijke beleid; wat nemen we mee naar de toekomst en welk beleid dient te worden geactualiseerd; b. het inventariseren van de (maatschappelijke) trends en ontwikkelingen; c. het inventariseren van onze ambities en wensen (o.a. coalitieakkoord en strategische visie). d.
In beeld brengen van de staat van de leefomgeving (fysiek, sociaal-maatschappelijk en economisch); e. het verkennen van onze kernkwaliteiten; f. het verkennen van onze verbeterpunten/opgaven; en tevens: g. duidelijkheid bij de gemeenteraad over de visie waaronder: 1. Verwachtingen m.b.t. doel van de visie; 2. Abstractieniveau; 3. Vorm; 4. Mate van integraliteit; 5. Mate van samenwerking in de regio. Het verkennen van de kernkwaliteiten en opgaven zal middels participatie plaatsvinden. Het ophalen van deze gegevens vindt plaats tijdens de participatie voor de strategische visie. Resultaat: Inventarisatie wordt opgenomen in het document Verkenning Omgevingsvisie Schouwen-Duiveland Oplevering: februari 2026
Fase 2 – Analyse In de analysefase komt een aantal zaken samen: Resultaten Inventarisatiefase Resultaten Strategische visie (identiteit en pijlers naar de toekomst) Deze informatie zal leiden tot: 1. Formuleren van (overkoepelende) ambities/doelen binnen het fysieke domein 2. Definiëring van gebieden binnen Schouwen-Duiveland (gemeente dekkend) 3. Formuleren van de (gebieds)opgaven 4. Definiëring van gebied overstijgende thema’s Uit de Strategische visie en uit de inventarisatiefase kunnen de ambities geformuleerd worden voor de toekomst van de fysieke leefomgeving. Deze worden vertaald in doelstellingen. Door de informatie uit de inventarisatiefase (o.a. trends) en strategische visie tegenover de kernkwaliteiten van onze gemeente te zetten (confrontatie) wordt duidelijk waar onze opgaven liggen (behouden, loslaten, versterken, vernieuwen). De informatie uit de inventarisatiefase en analysefase vormen samen de input voor de Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD) die gemaakt moet worden in het kader van de m.e.r.procedure. Resultaat: Analyse wordt opgenomen in het document Verkenning Omgevingsvisie SchouwenDuiveland. Tevens resulteren deze fase in de Notitie Reikwijdte en Detailniveau. Oplevering: juni 2026 Fase 3 – Tussenproduct verkenning Omgevingsvisie Schouwen-Duiveland In de Verkenning worden de uitkomsten uit de inventarisatie- en analysefase gepubliceerd.
Dit tussenproduct sluit de inventarisatie en analysefase af. De Verkenning is geen bestuurlijk of besluitvormend document. Het geeft een duiding van de opgaven die er liggen, met als doel een ieder aan het denken zetten hoe we met deze opgaves om moeten gaan. Dat is de opmaat naar het gezamenlijk/participatief opstellen van de omgevingsvisie. Omdat het document zowel de opgaven voor de komende jaren schetst maar ook een lange termijn perspectief, biedt het handvatten voor de verkiezingen van 2022 en het daaropvolgende coalitieprogramma. Resultaat: (digitaal) boekje ‘Verkenning’ omgevingsvisie Schouwen-Duiveland Het wat, waarom en hoe Verkenning van Schouwen-Duiveland Inventarisatieresultaten waaronder kernkwaliteiten evt. per gebied Ambities / doelen Thematische en gebiedsopgaven De gebiedsdefiniëring en -indeling Oplevering: Oktober 2026. Verkenning, wordt vastgesteld door het college en ter kennisname gebracht aan de gemeenteraad. Fase 4 – Ontwerp-Omgevingsvisie
Op basis van de resultaten uit de voorgaande fases de ontwerp-omgevingsvisie opgesteld. Hierbij wordt tevens gebruik gemaakt van het coalitieprogramma. De ontwerp-omgevingsvisie wordt opgesteld in samenspraak met de gemeenteraad. De opgaven die uit de analysefase naar voren zijn gekomen vormen de basis voor de koers die in deze fase wordt uitgezet voor de toekomst van de gemeente Schouwen-Duiveland. Tevens wordt per gebied, op basis van de gebiedsdefiniëring uit de analysefase, een gebiedsvisie (waar gaan we voor?) met een gebiedsstrategie (hoe gaan we er voor?) vastgesteld. Hierbij wordt gebruik gemaakt van participatie op gebiedsniveau. Er worden binnen de visie prioriteiten gesteld waar we de eerst komende jaren mee aan de slag gaan. Deze worden na de vaststelling van de omgevingsvisie vastgelegd in een uitvoeringsprogramma. Het uitvoeringsprogramma geeft weer hoe we onze visie en gebiedsstrategieën verder kunnen implementeren en uitvoeren. In het uitvoeringsprogramma vindt de vertaling naar concrete projecten plaats.
De omgevingsvisie bevat in ieder geval: een integrale visiekaart voor de gehele gemeente Schouwen-Duiveland visiekaarten per gebied verbeelding van de gebiedsstrategieën Een voorbeeld van hoe de visie kan worden ingedeeld is: Deel A: de visie Deel B: de onderbouwing Deel C: uitvoeringsprogramma (na vaststelling visie) Resultaat: ontwerp-omgevingsvisie Oplevering: januari 2027 Fase 5 – Vaststellen Omgevingsvisie Tot slot zal de ontwerp-omgevingsvisie omgezet worden naar een definitieve visie die ter besluitvorming zal worden voorgelegd aan de gemeenteraad. Oplevering: mei 2027 Fase 6 – M.e.r.-procedure De m.e.r.-procedure loopt door de verschillende bovengenoemde fases heen. In het proces van de m.e.r.-procedure worden 3 delen onderscheiden: 1. Verzamelen en verkennen 2. Integreren en onderscheiden 3. Toetsing en monitoring Deel 1 loopt gelijk op met de inventarisatie en analysefase van de omgevingsvisie. Zoals ook reeds in het plan van aanpak benoemd wordt in de analysefase tevens de Notitie Reikwijdte en detailniveau (NRD) opgesteld. Deel 2 loopt gelijk op met het proces tot het maken van ontwerp-omgevingsvisie. In dit deel vindt het opstellen van het m.e.r.-rapport plaats. Deel 3 loopt samen met het vaststellen van de omgevingsvisie. Het m.e.r.-rapport maakt deel uit van deze vaststelling.
9. Projectbeheersing
Voor de Omgevingsvisie ligt het zwaartepunt in de jaren 2025, 2026 en 2027. In 2026 wordt de Verkenning Omgevingsvisie Schouwen-Duiveland opgeleverd, waarna de voorbereiding voor het maken van de daadwerkelijke Omgevingsvisie in het jaar erop plaatsvindt. De Omgevingsvisie wordt in 2027 ter besluitvorming aan de gemeenteraad voorgelegd. Binnen het proces van totstandkoming Omgevingsvisie zijn de volgende risico’s en afhankelijkheden te benoemen.
Uit de inventarisatie moet blijken welk fysiek beleid geactualiseerd moet worden. Dit actualiseren vraagt tijd en capaciteit. In overleg met de betrokken beleidsmedewerkers en coördinatoren wordt in geval van actualisatie bezien op welke wijze hier invulling aan kan worden gegeven binnen het proces van totstandkoming van de Omgevingsvisie.
De werkdruk binnen de organisatie is zeer hoog. Ook vanuit andere werkvelden zijn veel ontwikkelingen gaande die binnen dezelfde periode van totstandkoming van de Omgevingsvisie bemensing vragen. De beperkte capaciteit, en verleggen van prioriteiten binnen de gemeentelijke organisatie vormt een risico voor de totstandkoming van de visie.
10.
Projectorganisatie
De Omgevingsvisie is niet alleen een visie van de afdeling Ruimte en Milieu. De Omgevingsvisie kent veel raakvlakken met andere onderwerpen en thema's binnen onze organisatie. De gemeenteraad, college van burgemeester en wethouders en de ambtelijke organisatie zijn allemaal betrokken en verantwoordelijk voor de Omgevingsvisie. De volgende teams/groepen zijn betrokken bij het opstellen van de Omgevingsvisie. Per persoon/team/groep worden ook de rollen en verantwoordelijkheden beschreven. Wethouder/bestuurlijk opdrachtgever: Intern en extern gezicht en trekker. Bestuurlijk eerst verantwoordelijke project Omgevingsvisie. Draagt zorg voor de randvoorwaarden die noodzakelijk zijn voor het welslagen van het project en de brede bestuurlijke borging bij college en gemeenteraad. College van BenW/collegeleden Integrale verantwoordelijkheid college. Een omgevingsvisie is een breed en integraal plan en raakt alle bestuurlijke portefeuilles. De omgevingsvisie dient dan ook een gezamenlijk product te zijn van het gehele college. Dit moet ook als zodanig benoemd en gevoeld worden en terugkomen in het proces. Ambtelijk opdrachtgever De ambtelijk opdrachtgever draagt zorg voor de middelen die noodzakelijk zijn om het project (aangestuurd door de projectleider) te doen slagen.
Daar waar discussiepunten zijn op proces, capaciteit en inhoud is hij of zij intermediair richting bestuur, interne organisatie en externe partijen. Projectleider Samen met de wethouder/het college intern en extern het gezicht van het proces en het project. De projectleider is eerst verantwoordelijke voor het goed doorlopen van het planproces. Hij of zij brengt de hiervoor noodzakelijke middelen en randvoorwaarden in beeld en signaleert knelpunten. Projectteam Omgevingsvisie Schouwen-Duiveland Geeft samen met de projectleider het proces vorm en inhoud. Dion van Eenennaam
Projectleider
Olaf Griffioen
Strategisch adviseur
Manon de Jonge
Communicatie adviseur
Kimo van den Berg
Beleidsmedewerker Ruimtelijke ordening
Gemeenteraad/raadsleden De gemeenteraad heeft het eerste en uiteindelijk ook het laatste woord over de Omgevingsvisie. Aan het einde van het planproces neemt de gemeenteraad een democratisch geborgd raadsbesluit waarin zij al of niet instemt (of met aangepaste uitgangspunten) met de visie. Dit doet zijn na een uitgebreid informeel participatietraject waarbij alle stakeholders zijn gehoord. Zowel inhoudelijk als procesmatig draagt de gemeenteraad hiermee een belangrijke verantwoordelijkheid. Belangrijk is dat de gemeenteraad gedurende het gehele proces actief meedoet en input levert op wat speelt er, wat willen we bereiken en hoe gaan we dat doen. Het voorstel is om hiervoor een begeleidingsgroep in te richten.
Begeleidingsgroep Omgevingsvisie Schouwen-Duiveland ………
Leefbaar Schouwen-Duiveland
………
SGP
……….
CDA
……….
Groenlinks
……..
VVD
………
PvdA
………
ChristenUnie
………
D66
………
SP
Ambtelijke werkgroep Omgevingsvisie Schouwen-Duiveland De ambtelijke werkgroep bestaat uit een flexibele schil van meedenkers die op verschillende momenten input leveren voor de Omgevingsvisie. Ook kunnen ze op andere manieren worden betrokken bij het opstellen ervan. Voorbeelden zijn beleidsanalyses, thema-sessies en brainstorm sessies. De volgende onderwerpen zijn in ieder geval vertegenwoordigd:
Gezondheid Wonen Veiligheid Recreatie en Toerisme Verkeer en mobiliteit Water Economie Landelijk gebied Duurzaamheid (energie en klimaat) Openbare ruimte Stedenbouw Sociaal domein Grondexploitatie
Externe klankboordgroep/stakeholders Zoals eerder besproken is participatie een belangrijk onderdeel van het opstellen van de Omgevingsvisie. Naast participatie zoals beschreven in hoofdstuk 6 worden ook onze partners van het eiland gevraagd om mee te denken en input te leveren. Het gaat in ieder geval op de volgende partijen:
GGD; ZLTO; Stad en Lande; Evides; Natuur- en vogelwacht; Stichting Duinbehoud;
HISWA-Recron; Vekabo; Stedin; Veiligheidsregio Zeeland; Regionale Uitvoeringsdienst; ……. …….
Extern bureau Voor een goed proces en is een extern bureau noodzakelijk. Belangrijk is het dat een bureau een goede verbinding kan maken met projectleider en projectteam maar ook met de overige projectomgeving. De zoektocht naar een partner is inmiddels opgestart.
11.
Bijlagen
11.1.
De beleidscyclus
De Omgevingsvisie en ook de andere instrumenten van de Omgevingswet volgen de beleidscyclus zoals weergegeven in figuur 4. Een Omgevingsvisie opstellen, vraagt tijd en aandacht. En het is een continu proces. Hierbij kan monitoringsinformatie en evaluatie aanleiding zijn om de Omgevingsvisie bij te stellen.
Figuur 4: Beleidscyclus Monitoring en evaluatie zijn belangrijke fundamenten voor wie werkt aan de continue verbetering van de leefomgeving. Blijkt uit monitoring en evaluatie of de beleidsdoelen worden gehaald, of is aanpassing van de Omgevingsvisie nodig? Monitoringsinformatie helpt om goede besluiten te kunnen nemen over activiteiten in de fysieke leefomgeving. Het is een belangrijke basis voor een snellere en betere besluitvorming. En het helpt om tijdig bij te sturen en plannen aan te passen aan veranderende omstandigheden. Denk bijvoorbeeld aan nieuwe technologie. Of een veranderd politiek landschap. De ambities uit de Omgevingsvisie werken namelijk door in ons Omgevingsplan, programma’s en vergunningverlening. De Omgevingsvisie bevat namelijk het beleid voor onze gemeente op hoofdlijnen. In het Omgevingsplan vertalen we dit door in de vorm van het toestaan van activiteiten en het opnemen van een vergunningstelsel. De uitvoering volgt tot slot in de omgevingsvergunningen en het toezicht daarop. Op basis van het bovenstaande is de Omgevingsvisie maar ook het Omgevingsplan een continu proces van monitoring, evaluatie en bijstelling zoals weergegeven in de beleidscyclus.
11.2.
Overige instrumenten van de Omgevingswet
Zoals gezegd kent de Omgevingswet verschillende instrumenten. Het gaat om:
Omgevingsprogramma’s; Uitvoeringsprogramma Omgevingsvisie; Omgevingsplan en omgevingsvergunningen.
Omgevingsprogramma Dit is een politieke en inhoudelijke keuze. Abstracte visie = ook opstellen programma’s met bijbehorende stappen en geld. Programma is van college dus weinig sturing door raad. Concrete visie = geen programma’s Het omgevingsplan wordt vaak gezien als de directe opvolger van de Omgevingsvisie. Een Omgevingsvisie kan echter te abstract zijn voor een directe doorvertaling in het Omgevingsplan. De wet kent daarom een (onverplicht) Omgevingsprogramma. Het Omgevingsprogramma is uitvoeringsgericht en het college is hiervoor bevoegd gezag. Anders dan bij de Omgevingsvisie waarbij de gemeenteraad het bevoegd gezag is. De wetgever heeft dit instrument bedacht om (abstracte) doelstellingen gebieds- of themagericht uit te werken. Binnen deze uitwerking worden richtlijnen opgenomen over hoe de gemeente haar organisatie en processen wil inrichten en daarnaast kunnen concrete projecten, maatregelen en/of andere activiteiten aangewezen die moeten bijdragen aan de kwaliteit van een bepaald thema of gebied. Voorbeelden van een omgevingsprogramma in onze gemeente kunnen zijn:
Verplichte programma’s Stikstof GRP
Uitvoeringsprogramma Omgevingsvisie Bij de omgevingsvisie hoort een uitvoeringsprogramma. Daarin staan de globale fasering van de activiteiten en de projecten, de kosten, de uitvoeringsstrategie en onze gemeentelijke rol bij de activiteiten en projecten. Omgevingsplan en Omgevingsvergunningen De regels over de fysieke leefomgeving leggen we vast in het omgevingsplan. Dit omgevingsplan is ook een verplicht instrument uit de Omgevingswet en vervangt de geldende bestemmingsplannen en verordeningen. Als de Omgevingswet in werking treedt, krijgt de gemeente van rechtswege de beschikking over een omgevingsplan. Dit ‘tijdelijke’ omgevingsplan bestaat uit de bestaande gemeentelijke regels (bestemmingsplannen) en de regels die het Rijk aan de gemeente overdraagt (de bruidsschat). Een nieuw omgevingsplan komt tot stand door regels uit het tijdelijke deel om te zetten naar het nieuwe deel. Ook regels uit gemeentelijke verordeningen worden overgezet naar het nieuwe omgevingsplan. Er is afwegingsruimte bij het maken van het omgevingsplan. Zo kan de gemeente zelf bepalen wat ze met de bruidsschatregels doet en kan ze via maatwerkregels afwijken van bepaalde rijksregels. Ook bij het opstellen van omgevingswaarden (normen voor een goede omgevingskwaliteit) zit bestuurlijke afwegingsruimte. De gemeente kan op een aantal onderdelen afwijkende of aanvullende omgevingswaarden opnemen.
Hiermee kan uitvoering worden gegeven aan de ambities uit de omgevingsvisie. Ook omgevingsprogramma’s kunnen aan de basis liggen van het omgevingsplan. De omgevingsvisie en het omgevingsplan samen zijn belangrijke onderleggers voor de uitvoering van activiteiten en projecten, het verlenen van omgevingsvergunningen en het toezicht. Op dit moment is onze gemeente ook bezig met de voorbereidingen voor het Omgevingsplan Schouwen-Duiveland.
11.3. Evaluatie Omgevingsvisie Landelijk gebied
Samen werken (we) aan een Omgevingsvisie !
1.
Aanleiding en doel
Grote maatschappelijke opgaven en uitdagingen, een veranderende rol van de Overheid en inwoners en ondernemers die zich meer en meer betrokken en verantwoordelijk voelen voor beleid en uitvoering. Dit zijn in een notendop de grote drijfveren achter de herziening van Wet op Ruimtelijke Ordening. Een grote operatie die er vooral op gericht is om op een andere, slagvaardigere, meer integrale en interactieve wijze te komen tot (ruimtelijke) planvorming. De nieuwe Omgevingswet moet hiervoor de kaders en spelregels bevatten. Veelal wordt ook gezegd dat het los van de regels vooral ook om een cultuuromslag moet gaan binnen beleidvorming en de ruimtelijke ordening. Met het voorgaande op het netvlies en de komst van de nieuwe Omgevingswet (toen nog gepland voor 2019) heeft de gemeenteraad op 22 september 2016 besloten om te starten en te experimenteren (pilot) met het opstellen van een Omgevingsvisie Landelijk Gebied voor de gemeente Schouwen-Duiveland. De pilot diende daarmee een dubbel doel. Leren en het actualiseren van de uit 2009 stammende Structuurvisie “Het buitengebied in beweging”. Een uitgebreid en intensief planproces is op basis van een bestuursopdracht in januari 2017 gestart. In oktober 2018 is het ontwerp van de Omgevingsvisie gepresenteerd en ter visie gelegd in het kader van de inspraakverordening.
Ruim 2 jaar na de start van het planproces heeft het college van B&W op 9 april 2019 het raadsvoorstel tot vaststelling van de Omgevingsvisie voorgelegd aan de gemeenteraad. De raad besloot echter het voorstel terug te geven aan het college. Tot maart 2020 vond op verschillende momenten overleg plaats met het presidium en de raadsleden om te komen tot een vernieuwde versie van de Omgevingsvisie landelijk gebied. In april 2020 heeft het college om meerdere redenen (Corona, lange tijdsduur, gebrek aan bestuurlijk draagvlak, uitstel invoering Omgevingswet) besloten om het proces van de pilot Omgevingsvisie landelijk gebied niet meer af te maken. Tevens is besloten om het proces te evalueren. Dit in de wetenschap dat er in de nabije toekomst een Omgevingsvisie voor geheel Schouwen-Duiveland opgesteld gaat worden. De (eind)evaluatie is daarmee dan ook vooral bedoeld om terug te kijken met het doel te leren en vooral vooruit te kijken. Daarmee kan de evaluatie een bijdrage leveren aan toekomstige planprocessen.
2.
Aanpak, status evaluatie en centrale boodschap
In augustus 2019 is reeds een evaluatierapport opgesteld door de Erasmus Universiteit Rotterdam (“Naar een uitnodigende overheid in het landelijk gebied van Schouwen-Duiveland, Reflectienotitie Omgevingsvisie Schouwen-Duiveland”) Dit rapport heeft waardevolle informatie opgeleverd en vormde het startpunt voor de eindevaluatie. Dit rapport is daarom opgenomen als bijlage bij deze eindevaluatie. Verdieping is gezocht door het voeren van gesprekken met ambtelijk (projectleider, leden projectgroep, ambtelijk opdrachtgever) en bestuurlijk betrokkenen (verantwoordelijk wethouder en raadsleden). Op basis van de gesprekken zijn een centrale boodschap, 6 aanvullende aandachtspunten en 28 aanbevelingen geformuleerd. Daarmee is ervoor gekozen de eindevaluatie beknopt te houden en geen uitvoerige analyses en beschouwingen op te nemen. Omdat het in de gevoerde gesprekken ging over feiten maar ook over beleving is er voor gekozen aandachtspunten te formuleren voor komende processen. Hierbij vermijden we een meer technische discussie over of de feiten wel kloppen met de beleving. De aandachtpunten zijn die zaken die geïnterviewden belangrijk vonden om in te brengen. Dit terugkijkend op het doorlopen planproces en vooral ook om mee te geven voor de toekomst. De aandachtspunten worden voorafgegaan door een korte toelichting.
In de toelichting worden zaken vermeld die tijdens de gevoerde gesprekken naar voren zijn gebracht. Dit vooral met de bedoeling de aandachtspunten en aanbeveling in te leiden en goed te kunnen plaatsen. Tot slot. De aandachtpunten en aanbevelingen moeten vooral ook in onderlinge samenhang worden gelezen. Ze hebben een sterke onderlinge relatie. De aanbevelingen “vertrekken met de wetenschap dat het opstellen van een Omgevingsvisie een grote en belangrijke klus is”, “neem kleine stappen voorwaarts die te overzien zijn” hebben beide tot doel betrokken actoren in staat te stellen de verwachte rol (aanbeveling “Benoem en bespreek voorafgaand aan het planproces helder de rollen van diverse actoren in het proces”) goed te kunnen vervullen. Het geheel is dan ook meer dan de som der delen. De aanbevelingen overlappen deels de bevindingen van de Erasmus Universiteit. 3.
Centrale boodschap, aandachtspunten en aanbevelingen
Hoofdconclusie en centrale boodschap evaluatie Alvorens over te gaan tot de concrete aandachtspunten en aanbevelingen is het goed om ons te realiseren dat deze allen op de een af andere manier vallen onder de algemene conclusie of centrale boodschap van de evaluatie. Deze luidt als volgt: Het opstellen van een Omgevingsvisie is vooral een (intensief) proces waarin meerdere actoren een belangrijke rol hebben en afhankelijk van elkaar zijn. Het is dan ook een opgave van- en voor al deze actoren tezamen. Het evaluatieverslag heeft dan ook de ondertitel en “opdracht” Samen werken (we) aan een Omgevingsvisie ! meegekregen. Aandachtspunt 1: Omvang, complexiteit, doel en behapbaarheid Omgevingsvisie Toelichting: Het opstellen van een Omgevingsvisie is voor betrokken ambtenaren, bestuurders en externen een grote, tijdrovende en ingewikkelde klus. Vanwege de beoogde integraliteit moet op veel verschillende beleidsvelden analyses worden uitgevoerd en beleidskeuzes worden gemaakt. Elk beleidsveld heeft daarbij de eigen veelal complexe opgaven en uitdagingen. De keuzes per beleidsveld moeten ook nog eens tegen elkaar worden afgewogen. Wat goed is voor het ene beleidsveld is niet per definitie goed voor het andere. Het gevaar dreigt dat door de complexiteit en de omvang het overzicht wordt verloren. Daarnaast lopen verschillende schaalniveaus tijdens het proces door elkaar heen.
Daarbij is de buitenwacht veelal geïnteresseerd in antwoorden op concrete zaken en minder de grotere achterliggende beleidslijnen.
Het “meedraaien” en volgen van het proces was voor raadsfracties en betrokken raadsleden een hele opgave. Tijdens het proces was er discussie tussen projectleider/projectteam een de ambtelijk opdrachtgever over hoe “groot” het project nu eigenlijk was en mocht zijn. Verder dreigt het gevaar dat door de veelheid van onderwerpen en complexiteit een Omgevingsvisie een moeilijk te volgen proces wordt. Dit met een moeilijk te doorgronden visie als eindproduct. De ontwerp Omgevingsvisie Landelijk Gebied werd door meerdere raadsleden als zodanig ervaren. Een Omgevingsvisie wordt als belangrijk instrument onder de Omgevingswet opgesteld met een doel. Het doel stelt, ondanks het feit dat een Omgevingsvisie vormvrij is, eisen aan inhoud en opzet. Aanbeveling: o o
o
o o
o o o o
Vertrek met de wetenschap dat het opstellen van een Omgevingsvisie een grote en belangrijke klus is. Zorg gezien de omvang, complexiteit en integraliteit voor voldoende capaciteit. Zorg voor betrokkenheid en voldoende tijd. Dit geldt voor alle actoren en zeker ook de raadsfracties. De Omgevingsvisie is een belangrijk onderdeel uit de nieuwe Omgevingswet. Sta vooraf met elkaar goed stil bij wat de bedoelingen en mogelijkheden zijn van de nieuwe wet. Dit gaat helpen bij de te voeren discussies over sturingsfilosofie, inhoud en proces. Wat is de relatie met andere instrumenten uit de nieuwe wet (Omgevingsplan, uitvoeringsprogramma) en wat voor een eisen stelt dit aan een Omgevingsvisie. De wetgever geeft aan dat een Omgevingsvisie vorm vrij is. Dit betekent echter niet dat een Omgevingsvisie niet aan bepaalde eisen moet voldoen. Bepaal vooraf doel van je visie … waartoe moet het dienen en waartoe wil je dat het dient … dat is bepalend voor de mate van detaillering, het uiteindelijke eindproduct maar ook de verwachtingen en opzet van het te doorlopen proces. Ga er vanuit dat het opstellen van een Omgevingsvisie door doel, omvang en integraliteit ook nieuwe beleidskeuzes vraagt. Er kan niet volstaan worden met het bijeenrapen van bestaand beleid. Weet dat de vraagstukken en opgaven van deze tijd duidelijk maken dat er keuzes gemaakt zullen moeten worden.
Klimaatopgaven, stikstofreductie, doelen tav van energie en duurzaamheid, doelen ten aanzien van de ruimtelijke kwaliteit (parkeer en geluidsnormen) geven aan dat niet alles zomaar kan. De keuze voor het een zal gevolgen hebben voor het ander. Beslissingen verlangen bestuurlijk en juridisch een goede onderbouwing. De Omgevingsvisie legt hiervoor de basis. Neem kleine stappen voorwaarts die te overzien zijn. Kies voor een thematische aanpak. Gedurende het proces (aan het einde) komen de thema’s samen en moeten integrale afwegingen worden gemaakt. Leg de resultaten van de stappen (bestuurlijk) goed vast en markeer deze. Dit om te voorkomen dat er telkens eerdere uitgangspunten opnieuw ter discussie worden gesteld. Spanningen tussen de stappen komen terug tijdens het proces. De klus moet voor het projectteam en de projectleider behapbaar zijn. Dit betekent dat er naast een proces in de omvang van een Omgevingsvisie geen andere al te grote ballast kan zijn. Maak de Omgevingsvisie (het einddocument) helder en goed lees/navolgbaar zodat deze voor een ieder toegankelijk is. Dit geldt ook voor tussenrapportages. Voorkom pm posten. Belangrijk is dat het einddocument voor een ieder het herkenbare resultaat is van het doorlopen proces.
Aandachtspunt 2: Tijdsduur/doorlooptijd Toelichting: Het opstellen van een Omgevingsvisie is naast een complexe ook een tijdrovende klus. Het heeft bijna 2 jaar geduurd om te komen van start tot de concept Omgevingsvisie. Gedurende het planproces hebben gemeenteraadsverkiezingen plaats gevonden. Dit heeft niet bijgedragen aan de focus op het proces van de Omgevingsvisie. Verkiezingen vragen veel energie en aandacht van raadsfracties en raadsleden. Gezien de gewijzigde samenstelling van de gemeenteraad moest het dossier van de Omgevingsvisie worden overgedragen aan voorheen niet betrokken raadsleden. De periode om te komen tot het concept was, ook nog in combinatie met tussentijdse verkiezingen, (te) lang. Dit maakt het lastig om de aandacht van betrokkenen vast te houden.
Aanbeveling: o o
Draag zorg voor een zo kort als mogelijk, efficiënt en goed geregisseerd planproces met het doel de aandacht van betrokkenen vast te houden. Communiceer dit ook in het kader van het managen (en benoemen) van de verwachtingen. Stel de Omgevingsvisie op binnen 1 raadsperiode. Start direct na verkiezingen en rond het proces ruim voor nieuwe verkiezingen af.
Aandachtspunt 3: Abstractieniveau en inhoud Toelichting: Tijdens de behandeling van de concept Omgevingsvisie is de nodige discussie ontstaan over meer gedetailleerde beleidskeuzen. Aan de ene kant werd de visie gekenmerkt door een hoog abstractieniveau aan de ander kant waren er heel concrete beleidskeuzen in opgenomen. Dit leidde in samenhang met de omvang van de visie tot verwarring en onzekerheid. Dit laatste had ook te maken met het gevoel vanuit de raad waar zeggen we nog meer ja tegen en waar geven we “invloed” weg. In algemene zin is duidelijk dat een leidraad voor de visie bestaat uit het werken vanuit de vraagstukken en het geven oplossingen en dat de visie fungeert als toetssteen en afwegingskader. Een Omgevingsvisie is een totaalplan dat aangeeft waar we naar toe willen. Uitwerken via van de visie geschied via deelplannen zoals dorpsvisies. De behoefte aan flexibiliteit (zowel t.a.v. doelen als ook middelen) is groot. Er dient ruimte te zijn voor nadere invulling of nog betere oplossingen. Een omgevingsvisie moet echter wel heldere doelen bevatten om verder door te kunnen vertalen in (ander) gemeentelijk beleid. Aanbeveling: o o
o o
Ga in de Omgevingsvisie voor de grote lijnen en voorkom te veel details. Die zijn voor de uitvoering en verdere invulling. De Omgevingsvisie geeft antwoord op een aantal vragen: wat speelt er, wat is de samenhang, wat willen we bereiken, hoe gaan we dat doen. Het vormt een afwegingskader om beslissingen te nemen. De Omgevingsvisie moet daarom de informatie bevatten die nodig is om de andere instrumenten, waaronder het omgevingsplan, te kunnen vullen. Doelen moeten helder zijn en goed vertaald kunnen worden in beleid. Realiseer je vooraf dat het ene onderwerp om meer diepgang en uitwerking kan vragen dan het andere. Dit heeft o.a. te maken met hoe uitgewerkt en hoe recent het voor het onderwerp relevante beleid is. Flexibiliteit om te kunnen gaan met onzekerheden en een lastig te voorspellen toekomst is belangrijk. Echter het aanpassen van doelen moet zorgvuldig gebeuren. Doelen zijn immers duurzamer dan beleidsregels en kunnen niet zomaar worden bijgesteld. Hiermee verliest een visie haar waarde. Hiervoor dienen de instrumenten evaluatie en monitoring.
Aandachtspunt 4: Rollen en verwachtingen. Toelichting: Grote projecten worden gestart vanuit een door de gemeenteraad vastgestelde bestuursopdracht. Zo ook de pilot Omgevingsvisie Landelijk gebied. In de bestuursopdracht zijn de rollen en verantwoordelijkheden van de diverse actoren benoemd. Dit met het doel helder aan te geven welke bijdrage verwacht wordt aan het welslagen van het project. De ene actor kan niet zonder de ander en de rollen dienen helder bewaakt te worden. In veel gevallen is er een sterke afhankelijkheidsrelatie en moet de ene actor de randvoorwaarden scheppen voor de andere om goed te kunnen functioneren. De afhankelijkheidsrelatie geldt vooral voor de projectleider en projectteam die een belangrijke en centrale rol in ieder groot project hebben.
De bestuurlijke afstand tijdens het proces was om diverse redenen groot. De raad is gedurende het planproces op diverse manieren vooral geïnformeerd. Vanuit de raad kwam vooruitlopend op de geplande behandeling in de gemeenteraad (de focus voor de raadsleden) aan het einde van het planproces echter weinig input of respons. De gemeenteraad volgde het proces met de nodige afstand ook vanwege de in deze evaluatie genoemde redenen (beperkte tijd en aandacht, lange doorlooptijd, omvang en complexiteit). De raad was betrokken maar deed onvoldoende mee. Een van de fracties heeft in het begin van het proces ervaren dat vragen onvoldoende werden beantwoord. Dit heeft gevolgen gehad voor het vertrouwen in het proces. Deze kwestie is niet uitgesproken. De vraag of de raad wel voldoende betrokken was is gedurende het proces wel gesteld maar onvoldoende beantwoord. De verantwoordelijk wethouder hield zich gedurende het proces op afstand en de zichtbaarheid was als bestuurlijk trekker laag Intern is er, mede door de nieuwe werkwijze, de nodige discussie geweest tussen ambtelijk opdrachtgever en projectleider over hoe groot het project nu eigenlijk was en wat er voor nodig was om het goed te laten verlopen.
Projectleider en projectteam werden verder ondersteund door een extern bureau met een soms te hoog abstractieniveau en een vernieuwende aanpak die niet altijd even goed aansloot bij de gemeentelijk context. De keuze hoe abstract of hoe concreet de visie nu moest zijn heeft de nodige aandacht gevraagd. Projectleider en het projectteam waren sterk gemotiveerd en gedreven om een geslaagde Pilot op te leveren. Dit mede ingegeven door de verplichting die zij voelden om op een zorgvuldige wijze om te gaan met de door de samenleving geleverde input en de extern gewekte verwachtingen. De omstandigheden voor een succesvol proces waren echter niet optimaal(boven genoemd) wat risico’s met zich meebracht. Projectleider en het projectteam zaten diep in de (complexe) materie en het proces. Dit gold niet op een evenredige wijze voor de rest van de organisatie en de bestuurlijke setting.
Met het opstellen van de Omgevingsvisie Landelijk Gebied stond ook het doel “leren” centraal. Dit met het oog op de implementatie van de Omgevingswet. Niet voor niets had het de status van een pilot. Het leerproces vanuit de pilotstatus is echter onvoldoende gedeeld met het bestuur. De focus lag vooral op de inhoud en het vormgeven van een nieuwe beleidsvisie en onvoldoende op (omgaan met) de veranderingen die deze wet voor alle betrokkenen met zich meebrengt. Meer handelen vanuit de pilot gedachte had wel een dilemma opgeleverd met buiten. Daar werd vooral duidelijkheid naar de toekomst toe gevraagd en was het leerdoel minder relevant. Aanbeveling: o o
o
o o
Breng aan het begin van het planproces het speelveld/krachtenveld goed in kaart (analyseer de omgeving, de stakeholders, rollen, verantwoordelijkheden). Benoem en bespreek voorafgaand aan het planproces, liefst gezamenlijk (ambtelijk-bestuurlijk), helder de rollen van diverse actoren in het proces. De rollen zijn sterk gekoppeld aan wat de actoren mogen verwachten van elkaar. Omschrijf en benoem ook deze zo goed als mogelijk (participatieplan). Weet dat het speelveld en de daarbij behorende rollen tijdens het proces zullen veranderen. Geef dit de nodige aandacht. Investeer in de gezamenlijke verantwoordelijkheid. Het opstellen van een Omgevingsvisie is serieus en omvangrijk traject dat je samen doet. Begin het proces door vooraf in een startbijeenkomst rondom de bestuursopdracht en de organisatie van het proces (dus nog niet de inhoud) heel expliciet afspraken te maken, te bevestigen en verwachtingen uit te spreken. Dit geldt vooral voor de relatie College, Raad en ambtelijk betrokkenen. Gebruik dit soort momenten ook om elkaar te inspireren. Zorg voor een open cultuur waar zaken besproken kunnen worden en waarbij mogelijke knelpunten helder in een vroegtijdig stadium worden benoemd en worden opgelost. Goede (project)communicatie in- en extern is van groot belang. Deels wordt dit georganiseerd via het projectplan/de bestuursopdracht.
Daarnaast is het goed om tijdens het proces met partijen tijd en ruimte in te plannen om stil te staan bij hoe het proces verloopt. Voorkom dat signalen dat zaken niet goed lopen worden gemist. Dit is vooral ook een cultuuraspect. De belangrijkste actoren en aandachtspunten te vervullen rol zijn: wethouder/bestuurlijk opdrachtgever:
Intern en extern gezicht en trekker. Bestuurlijk eerst verantwoordelijke project Omgevingsvisie. Draagt zorg voor de randvoorwaarden die noodzakelijk zijn voor het welslagen van het project en de brede bestuurlijke borging bij college en gemeenteraad.
College van BenW/collegeleden Integrale verantwoordelijkheid college. Een omgevingsvisie is een breed en integraal plan en raakt alle bestuurlijke portefeuilles. De omgevingsvisie dient dan ook een gezamenlijk product te zijn van het gehele college. Dit moet ook als zodanig benoemd en gevoeld worden en terugkomen in het proces. Ambtelijk opdrachtgever De ambtelijk opdrachtgever draagt zorg voor de middelen die noodzakelijk zijn om het project (aangestuurd door de projectleider) te doen slagen. Daar waar discussiepunten zijn op proces, capaciteit en inhoud is hij of zij intermediair richting bestuur, interne organisatie en externe partijen. Projectleider Samen met de wethouder/het college intern en extern het gezicht van het proces en het project. De projectleider is eerst verantwoordelijke voor het goed doorlopen van het planproces. Hij of zij brengt de hiervoor noodzakelijke middelen en randvoorwaarden in beeld en signaleert knelpunten. Projectteam Geeft samen met de projectleider het proces vorm en inhoud. Gemeenteraad/raadsleden De gemeenteraad heeft het eerste en uiteindelijk ook het laatste woord over de Omgevingsvisie. In het begin van het proces wordt een bestuursopdracht vastgesteld. Aan het einde van het planproces neemt de gemeenteraad een democratisch geborgd raadsbesluit waarin zij al of niet instemt (of met aangepaste uitgangspunten) met de visie.
Dit doet zijn na een uitgebreid informeel participatietraject waarbij alle stakeholders zijn gehoord. Zowel inhoudelijk als procesmatig draagt de gemeenteraad hiermee een belangrijke verantwoordelijkheid. Belangrijk is dat de gemeenteraad gedurende het gehele proces actief meedoet en input levert op wat speelt er, wat willen we bereiken en hoe gaan we dat doen. Extern bureau Een eventueel extern in te schakelen bureau ondersteunt op inhoud en proces. Belangrijk is het dat een bureau een goede verbinding kan maken met projectleider en projectteam maar ook met de overige projectomgeving. Stakeholders Een Omgevingsvisie is sterk extern gericht en wordt met de inbreng van een groot aantal stakeholders. Belangrijk is om ook tijdens het proces de rol van stakeholders nadrukkelijk te benoemen en de verwachtingen te managen. Hier is het ook belangrijk om het onderscheid tussen het formele wettelijke besluitvormingsproces en de meer informele participatie die daaraan vooraf gaat in beeld te brengen. Aandachtspunt 5: Sturingsfilosofie Toelichting:
De Omgevingswet laat veel ruimte open voor de vraag wie vooral richting en invulling geeft aan de in een Omgevingsvisie geformuleerde beleidsdoelen. Van “moderne” sturing met veel ruimte voor participatie en invulling door burgers (veel loslaten door de overheid) tot een meer traditionele sturing door de gemeenteraad en alles wat daar tussen zit. De toon van de Omgevingswet is vooral gericht op de meer moderne sturing. Met dit gedachtengoed is het proces gestart zonder dat dit heel expliciet is benoemd en door de gemeenteraad is onderschreven. Over dit thema is veel te doen. In het kader van het thema netwerksamenleving en burgerparticipatie is hier binnen onze gemeente al de nodige aandacht aan besteed. Denk hierbij aan de gevoerde discussies met betrekking tot de participatieladder. Heldere keuzes hierover zijn echter niet gemaakt wat er toe heeft geleid dat hierover een elementaire en ook ingewikkelde discussie (verhouding collegegemeenteraad) is ontstaan tijdens de raadsbehandeling van de concept Omgevingsvisie. Een discussie dus aan het einde van het planproces. De relatie tussen het participatieproces (= participatieve democratie) en de gemeenteraad (= representatieve democratie) was ook onduidelijk.