1361266 Bijlage 4 Bijlagen ruimtelijke onderbouwing Burghsering 21 en 21a
Tekst van het document
omgevingsvergunning
Burghsering 21 Schouwen-Duiveland
DATUM IMRO IDN
4-10-2024 NL.IMRO.1676.XXX-0001
PROJECT PROJECTLEIDER
Burghsering 21 C.A. Louws
OPDRACHTGEVER PROJECTNUMMER
R.M. Brink 20231149
AUTEUR STATUS
P. Voesenek, C.A. Louws concept
Inhoudsopgave
Bijlagen
5
Bijlage 1
Ontwerpboek architect
7
Bijlage 2
Aanmeldformulier Watertoets
15
Bijlage 3
Quickscan natuur
19
Bijlage 4
Stikstofonderzoek
51
Bijlage 5
Verkennend bodemonderzoek
69
3/123
4/123
Bijlagen
5/123
6/123
Bijlage 1
7/123
Ontwerpboek architect
SLOOP-WONING | NIEUWBOUW TWEE LEVENSLOOPBESTENDIGE WONINGEN Burghse Ring 21, Burgh-Haamstede Opdrachtgever: Anne Brink AANVRAAG OMGEVINGSVERGUNNING - GEWIJZIGD 04.09.2024 Plantoelichting: Het betreft de sloop van één bestaande dorpswoning en de inpassing van twee levensloopbestendige woonhuizen aan de Burghse Ring te Burgh-Haamstede. Deze aanvraag volgt op het principeverzoek met zaaknummer 841031 en het vooroverleg met zaaknummer 958827 dat eerder aan de gemeente werd voorgelegd/ingediend en positief is afgerond. Activiteit(en): - bouwen - strijdig met bestemmingsplan - sloopvergunning (zal worden aangevraagd voor start werkzaamheden) - aanleg (eventueel) - inrit (eventueel)
b u r e a u n z | a rc h it e c t u u r m a il @ b u r e a u n z . n l | w w w . b u r e a u n z . n l | + 3 1 ( 0 ) 6 2 4 6 6 8 1 6 7
CONCEPT
PROJECT
Nieuwbouw twee levensloopbestendige woningen Burghse Ring 21 te Burgh-Haamstede OPDRACHTGEVER
M.A. Brink FASE
DEFINITIEF ONTWERP ONDERDEEL
AANVRAAG OMGEVINGSVERGUNNING DATUM
WIJZIGING
FORMAAT
SCHAAL
20-12-2023
04-09-2024/B
A3
n.v.t.
TEKENING
DO-01
AP 0N +2 .9
g Rin AP
hse
la k
wv
per AP
cee
lg r e
ns
+2. 2
0N
32
7
+2. 56 40 NA P
AP 0N +2. 6
AP
325
AP 0N +2. 7
inr 22 it
0 .0 +3
N
sloop
bou
+2. 8
inr i 21 t
21
0N
Bu rg 50 39
00 26
bureau nz | tw ee levensloopbestendige w oningen | burghse ring 21 | burgh | definitief ontw erp |
21 sloop
Oppervlakten huidige woning: - bebouwd oppervlak : 102 m2 - bruto oppervlakte : 156 m2 - bruto inhoud : 404 m3 - gebruiksoppervlak : 116 m2 - verblijfsgebied : 69 m2
: te slopen kadastrale gemeente sectie perceel perceelgrootte plaatselijk bekend
: Westenschouwen :C : 3256 & 3257 : 775 m2 & 3 m2 : Burghse Ring 21 te Burgh-Haamstede
N
CONCEPT
Peil = ca. +2.85 NAP schaal 1:500 0
ONDERDEEL
FASE
DATUM
WIJZIGING
FORMAAT
situatie bestaand
DO
20-12-2023
04-09-2024/B A3
SCHAAL
1:500
Deze tekening is eigendom van Bureau NZ en mag zonder schriftelijke toestemming niet gebruikt, vermenigvuldigd of aan derden ter beschikking gesteld worden.
10m
20m
BLADNUMMER
003
B
494
108
C
80
AP
596
0
+2 .9
0
AP
AP 0N +2. 4
per AP
bou
21b
22
09
inr 22 it
21b
la k
61
+2. 8
+2. 8
21a
0N
21a
10
00
0
0N
berging
cee
lg r e
ns
17
45
+2. 2
226
26
maatvoering hoek kavel
ats t
wv
rp l a
AP
hs Bu rg
0 0 .0 +3
P NA
t ve
0N
ing
786
5
6
i n ri
eR
4
189
10
0
3
i n ri 21a t
260
0
319
2
5
0N
1
786
bureau nz | tw ee levensloopbestendige w oningen | burghse ring 21 | burgh | definitief ontw erp |
A
maatvoering knikpunt kavel
Oppervlakten 21a: - bebouwd oppervlak - bruto oppervlakte - bruto inhoud - gebruiksoppervlak - verblijfsgebied
: 104,5 m2 : 235,5 m2 : 796,5 m3 : 156,8 m2 : 81,4 m2
Oppervlakten 21b: - bebouwd oppervlak - bruto oppervlakte - bruto inhoud - gebruiksoppervlak - verblijfsgebied
: 85,5 m2 : 216,5 m2 : 676 m3 : 140 m2 : 82,5 m2
kadastrale gemeente sectie perceel perceelgrootte plaatselijk bekend
: Westenschouwen :C : 3256 & 3257 : 775 m2 & 3 m2 : Burghse Ring 21 te Burgh-Haamstede
nieuwe situatie splitsing 3256 (e.e.a. in het werk bepalen) perceelgrootte 21a : ca. 594 m2 perceelgrootte 21b : ca. 181 m2
N
CONCEPT
Peil = ca. +2.85 NAP schaal 1:500 0
ONDERDEEL
FASE
DATUM
WIJZIGING
FORMAAT
situatie nieuw
DO
20-12-2023
04-09-2024/B A3
SCHAAL
1:500
Deze tekening is eigendom van Bureau NZ en mag zonder schriftelijke toestemming niet gebruikt, vermenigvuldigd of aan derden ter beschikking gesteld worden.
10m
20m
BLADNUMMER
004
bureau nz | tw ee levensloopbestendige w oningen | burghse ring 21 | burgh | definitief ontw erp |
TEKENING VERVALLEN!!! Uitvoeren zonder kelder/kruipruimte!
constructie volgens nadere uitwerking constructeur installaties volgens nadere uitwerking installateur schaal 1:100
CONCEPT
N
ONDERDEEL
FASE
DATUM
WIJZIGING
FORMAAT
plattegrond kelder
DO
20-12-2023.
04-09-2024/A A3
0
1m
5m
SCHAAL
BLADNUMMER
1:100
Deze tekening is eigendom van Bureau NZ en mag zonder schriftelijke toestemming niet gebruikt, vermenigvuldigd of aan derden ter beschikking gesteld worden.
007
2
241
4
3
3190
4015
2949
3845
400
7265
6
5 3845
390
3563
4015 175
3528
400
pergola
hwa
hwa
berging 16,1m2
hwa
keuken&eetkamer 30,9m2
hwa
woonkamer 20,7m2
slaapkamer 15m2
5453
5960
5785
241
C
begane grond vloer (Rc 5): - dekvloer d=50mm - gestorte betonvloer met harde isolatie kk
bijkeuken 4,4m2
hal 9,6m2
hal 9,6m2
(badkamer optie)
241
B
hwa
nb
wd optie wm optie
kk
wm wd
wc 1,3m2
4945
5095
bureau nz | tw ee levensloopbestendige w oningen | burghse ring 21 | burgh | definitief ontw erp |
1
mk
trap hout a 220 mm o 182 mm b 900 mm
A
badkamer 4,4m2
nb wc 1,3m2 mk
woonkamer 20,8m2
keuken 15,8m2
trap hout a 220 mm o 182 mm b 900 mm
hwa
241
2949 3190
400
gevelpakket (Rc 7): - keramische steenstrips en natuurgevelsteenstrippen d=25mm - Magoxx board d=15mm - regels verticaal h.o.h. 400mm 28x45mm - Celit 4D waterk. dampopen houtvezelplaat d=18mm - stijl- en regelwerk 38x235mm met houtvezelisolatie - OSB-plaat d=15mm - installatiewand met houtvezelisolatie d=45mm - gipsplaat 2x d=9,5mm
hwa
2014
124 1390 175
3563
390
3563
7860
175 1390 124
2014
400
7860
begane grond (Peil=0) woning 01 levensloopbestendig voorbereid 104,5 m2 bvo
woning 02 levensloopbestendig 85,5 m2 bvo
constructie volgens nadere uitwerking constructeur installaties volgens nadere uitwerking installateur schaal 1:100
CONCEPT
N
ONDERDEEL
FASE
DATUM
WIJZIGING
FORMAAT
plattegrond begane grond
DO
20-12-2023.
04-09-2024/A A3
0
1m
5m
SCHAAL
BLADNUMMER
1:100
Deze tekening is eigendom van Bureau NZ en mag zonder schriftelijke toestemming niet gebruikt, vermenigvuldigd of aan derden ter beschikking gesteld worden.
008
bureau nz | tw ee levensloopbestendige w oningen | burghse ring 21 | burgh | definitief ontw erp |
A
C
A
b.k. dak ca.8.900+P
B
C
b.k. dak ca.8.900+P dakpakket (Rc 8): - keramische dakpannen - panlatten 22x33mm - tengellatten 11x38mm - folie - Isovlas dubbelschalig dakelement, ribhoogte 300mm - binnenplaat, afwerking ntb
vliering
b.k. vliering 5.935+P
dakpakket (Rc 8): - keramische dakpannen - panlatten 22x33mm - tengellatten 11x38mm - folie - Isovlas dubbelschalig dakelement, ribhoogte 300mm - binnenplaat, afwerking ntb
dakkappel: - dak - zijwangen zink - voorzijde en dakrand muliplex met kraal zink - kozijn hout
vliering
b.k. dakkapel 5.975+P
b.k. vliering 5.935+P
Velux tuimelraam: - tripple glas - buitenzonwering
b.k. goot 3.570+P b.k. vloer 3.050+P
badkamer
overloop
Velux tuimelraam: - tripple glas - buitenzonwering o.k. kozijn 4.250+P
dakgoten: - bakgoot multiplex met zinken kraal
slaapkamer
b.k. goot 3.000+P
b.k. kozijn 2.680+P
b.k. goot 3.570+P b.k. vloer 3.050+P
slaapkamer
berging
dakgoten: - bakgoot multiplex met zinken kraal
slaapkamer
b.k. goot 3.000+P
b.k. kozijn 2.680+P
hal
houten kozijnen: - tripple glas
keuken
b.k. vloer Peil=0 stoep ca.+2.80 NAP
m.v. ophogen +2.80 NAP m.v. ca.+2.60 NAP
lijn = 400 - maaiveld
houten kozijnen: - tripple glas
woonkamer/keuken
o.k. kozijn 570+P b.k. vloer Peil=0
m.v. ophogen +2.80 NAP
stoep ca.+2.80 NAP
m.v. ca.+2.60 NAP
lijn = 400 - maaiveld
begane grond vloer: - gestorte betonvloer met harde isolatie Rc>5,0
principe doorsnede
begane grond vloer: - gestorte betonvloer met harde isolatie Rc>5,0
principe doorsnede
C
b.k. dak 6.085+P dakpakket (Rc 6): - keramische dakpannen - panlatten 22x33mm - tengellatten 11x38mm - folie - Isovlas dubbelschalig dakelement, ribhoogte 246mm - binnenplaat, afwerking ntb b.k. goot 3.000+P dakgoten: - bakgoot multiplex met kraal zink
b.k. kozijn 2.680+P
(buiten)berging b.k. vloer Peil=0 stoep ca.+2.80 NAP
houten kozijnen: - tripple glas
m.v. ophogen +2.80 NAP
constructie volgens nadere uitwerking constructeur installaties volgens nadere uitwerking installateur schaal 1:100
m.v. ca.+2.60 NAP
lijn = 400 - maaiveld
begane grond vloer: - gestorte betonvloer met harde isolatie Rc>5,0
principe doorsnede
CONCEPT
0
ONDERDEEL
FASE
DATUM
WIJZIGING
FORMAAT
principe doorsnede(n)
DO
20-12-2023.
04-09-2024/A A3
1m
5m
SCHAAL
BLADNUMMER
1:100
Deze tekening is eigendom van Bureau NZ en mag zonder schriftelijke toestemming niet gebruikt, vermenigvuldigd of aan derden ter beschikking gesteld worden.
013
14/123
Bijlage 2
15/123
Aanmeldformulier Watertoets
Aanmeldformulier watertoets De watertoets of waterschapstoets geeft inzicht in de consequenties van uw plan voor de taken van Waterschap Scheldestromen. Voorafgaand aan het overleg stuurt u ons een zo volledig mogelijk ingevuld aanmeldformulier (vervang onze cursieve toelichtingen in de rechter kolom door uw invullingen). Dit formulier is de agenda voor ons contact met u (in persoon, per mail en/of telefonisch). De watertoetstabel met definitieve invullingen en eventueel aanvullende documenten is inhoudelijk gelijk aan de, wettelijk verplichte, waterparagraaf van het ruimtelijk plan. Het ruimtelijk plan vormt de basis voor ruimtelijke besluitvorming en vergunningverlening.
Uw gegevens Naam: Organisatie: Adres: Postcode + plaats: E-mailadres: Telefoonnummer: Datum aanvraag:
Gegevens initiatiefnemer
Formulier ingevuld door
(particulier/bedrijf)
(werkend voor initiatiefnemer, b.v. adviesbureau)
De heer R. Brink Particulier Burghsering 21 4328 LL Burgh-Haamstede Ron.brink@schouwen-duiveland.nl +31 6 53399672 20-12-2023
De heer P. Voesenek Rho adviseurs Segeerssingel 6 4337 LG Middelburg peer.voesenek@rho.nl +31 118 689026 20-12-2023
Gegevens van het plan Wat is de (concept)plannaam: Waar is het plan gelegen:
Burghsering 21, Burgh-Haamstede
Burghsering 21 4328 LL Burgh-Haamstede Kadastraal perceel: WTS00-C-3255 en 3256 Beknopte planomschrijving Het plan is om aan de Burgsering ter plaatse van één vrijstaande woning twee geschakelde woningen te realiseren. In het ontwerp wordt de huidige woning gesloopt en het kavel gesplitst. Het voorziene plan omvat twee woningen waarvan één levensloopbestendig is.
Watertoetstabel De watertoetstabel ondersteunt de onderbouwing van de wateraspecten in een ruimtelijk plan. Thema en water(beheer)doelstelling
Uitwerking
Veiligheid waterkeringen
Er zijn op het perceel geen waterkeringen aanwezig. Waterkeringen in de omgeving zijn op relatief grote afstand gelegen, waardoor dit aspect niet relevant is.
Waarborgen van het veiligheidsniveau en rekening houden met de daarvoor benodigde ruimte.
2
Voorkomen overlast door oppervlaktewater Het plan biedt voldoende ruimte voor het vasthouden, bergen en afvoeren van water. Waarborgen van voldoende bouwpeil om overstroming vanuit oppervlaktewater in maatgevende situaties te voorkomen. Rekening houden met de gevolgen van klimaatverandering en de kans op extreme weersituaties.
Voorkomen overlast door hemel- en afvalwater Waarborgen optimale werking van de zuiveringen/ RWZI’s en van de (gemeentelijke) rioleringen. Afkoppelen van (schone) verharde oppervlakken in verband met de reductie van hydraulische belasting van de RWZI, het transportsysteem en het beperken van overstorten.
Thema en water(beheer)doelstelling
De percelen hebben samen een oppervlak van 727m2. Het bebouwd vloeroppervlak van de woning in de huidige situatie is circa 140m2 BVO, in de toekomstige situatie is dat 190m2 BVO. De beoogde ontwikkeling past binnen het bestaande bouwvlak uit het geldende bestemmingsplan. Het verhard oppervlak neemt met circa 50m2 toe. Er wordt gerekend met een waterbergingsbehoefte van 75 mm neerslag. De vertaalslag van de zo bepaalde hoeveelheid m3 waterberging naar een ‘vlakke’ ruimtelijk plankaart (in m2) is niet eenvoudig. De oppervlakte van het watersysteem op maaiveldniveau is afhankelijk van de taludvorm, drooglegging en bodembreedte. Extra waterberging is in dit geval niet noodzakelijk. Hemelwater zal opgevangen worden op eigen perceel en afgevoerd worden via de watergang aan de achterzijde van het perceel. Afvalwater wordt afgevoerd via het hoofdriool aan de voorzijde van het perceel. De aannemer heeft hierover afgestemd met de gemeente. Gemeente is akkoord dat de nieuwe rioolaansluiting op een diepte van ca. -0,40 m onder het maaiveld op de erfgrens wordt aangelegd. Uitwerking
Grondwaterkwantiteit en verdroging Voorkomen en tegengaan van grondwateroverlast en -tekort. Rekening houdend met de gevolgen van klimaatverandering. Beschermen van infiltratiegebieden en –mogelijkheden.
Grondwaterkwaliteit Behoud of realisatie van een goede grondwaterkwaliteit. Denk aan grondwaterbeschermingsgebieden.
Oppervlaktewaterkwaliteit Behoud of realisatie van goede oppervlaktewaterkwaliteit. Vergroten van de veerkracht van het watersysteem. Toepassing van de trits schoonhouden, scheiden, zuiveren.
Volksgezondheid Minimaliseren risico watergerelateerde ziekten en plagen. Voorkomen van verdrinkingsgevaar/-risico’s via o.a. de daarvoor benodigde ruimte.
Bodemdaling Voorkomen van maatregelen die (extra) maaiveldsdalingen in zettinggevoelige gebieden kunnen veroorzaken.
Natte natuur Ontwikkeling/bescherming van een rijke gevarieerde en natuurlijk karakteristieke aquatische natuur.
Er wordt geen grondwater onttrokken ten behoeve van de ontwikkeling
Er wordt geen gebruik gemaakt van uitlogende materialen. Hierdoor zal de grondwaterkwaliteit niet worden aangetast. Hemelwater afkomstig van het dak wordt niet geïnfiltreerd in de bodem. De huidige grondwaterkwaliteit zal daarom niet veranderen. Daarnaast wordt geen gebruik gemaakt van uitlogende materialen. De ontwikkeling wordt aangesloten op de gemeentelijke riolering. Hierdoor is de volksgezondheid gewaarborgd. Het plangebied is weinig zettingsgevoelig. De woning wordt voldoende gefundeerd en de ontwikkeling veroorzaakt geen bodemdaling. Er bevindt zich geen natte natuur in of in de omgeving van het projectgebied.
3
Onderhoud oppervlaktewater Oppervlaktewater moet adequaat onderhouden worden. Rekening houden met obstakelvrije onderhoudsstroken vrij van bebouwing en opgaande (hout)beplanting.
Volgens de Legger Oppervlaktewaterlichamen van Waterschap Scheldestromen is langs de zuidkant van het perceel een secundaire waterloop aanwezig. Namelijk het leggerwater OAF91671. Binnen de beschermingszone van deze waterloop wordt niet gebouwd. De woningen worden buiten deze zone gerealiseerd.
Andere belangen waterbeheer Relatie met eigendom waterbeheerder Ruimtelijke ontwikkelingen mogen de werking van objecten (terreinen, milieuzonering) van de waterbeheerder niet belemmeren.
Het perceel grenst aan het natuurgebied Ringwalburg Burgh. De beoogde ontwikkeling zal geen invloed hebben op dit natuurgebied.
Wegen in beheer bij het waterschap (alleen invullen voor zover van toepassing) * in de bouwfase: Vinden er transporten (grond/bouwmaterialen) plaats over waterschapswegen? * na realisatie: verkeersaantrekkende werking Veroorzaakt uw plan structureel extra verkeer?
* na realisatie: bereikbaarheid Omschrijf hoe motorvoertuigen, fietsers en voetgangers uw plan kunnen bereiken. Worden er hiervoor uitwegen gewijzigd of nieuw aangelegd? * na realisatie: parkeren Wordt er op uw eigen terrein geparkeerd? * na realisatie: (ver)bouwen Bent u voornemens om binnen 20 meter van een waterschapsweg een bouwwerk te (ver)bouwen? (zoals een woning of afscheiding (gefundeerd).
Tot slot Wij verzoeken u het formulier zo volledig mogelijk in te vullen en met een overzichtskaart van het plan te mailen naar waterschap Scheldestromen: info@scheldestromen.nl of postbus 1000, 4330 ZW Middelburg. Het waterschap coördineert de watertoets ook voor Rijkswaterstaat als die betrokken is.
Wat betreft de verkeersintensiteiten als gevolg van de beoogde woningbouw is sprake van een heel beperkt aantal auto’s. De capaciteit van de Burghsering (erftoegangsweg van 30 km/uur) is dusdanig dat de beperkte toename van het extra verkeer tijdens de realisatie en tijdens de gebruiksfase opgaat in het aanwezige verkeer dat past in de capaciteit van de Burghsering en dat daar ook veilig worden afgewikkeld. De beoogde ontwikkeling grenst niet aan een weg die beheerd wordt door waterschap Scheldestromen. Parkeren vindt gedeeltelijk plaats op eigen terrein. De overige 3 parkeerplaatsen worden voorzien in de openbare ruimte.
Bijlage 3
19/123
Quickscan natuur
Sloop woning Burghse Ring 21, Burg-Haamstede: ‘quick scan’ natuurwaarden
Peter L. Meininger
MaGRID-rapport 24-701 25 juni 2024
Colofon Titel:
Sloop woning Burghse Ring 21, Burg-Haamstede: ‘quick scan’ natuurwaarden.
uteur:
Peter L. Meininger (adviseur ecologie, MaGRID; pmeininger@magrid.nl)
Fotografie:
Greetje Boerma & Peter L. Meininger (MaGRID)
Basiskaarten:
Google Earth
Rapportnr.:
MaGRID-rapport 24-701
Datum:
25 juni 2024
Uitgever:
MaGRID, Vlissingen; magrid@magrid.nl
Opdrachtgever:
Rho adviseurs Postbus 150 3000 AD ROTTERDAM
Contactpersoon:
Peer Voesenek peer.voesenek@rho.nl
© MaGRID 2024/Rho adviseurs Niets uit dit rapport mag door anderen dan de opdrachtgever worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt op welke wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van MaGRID en van de opdrachtgever, behoudens voor zover dit document wettelijk een openbaar karakter heeft gekregen. Het document mag zonder genoemde toestemming niet worden gebruikt voor een ander doel dan waarvoor het is vervaardigd. Aanbevolen citering Meininger P.L. 2024. Sloop woning Burghse Ring 21, Burg-Haamstede: ‘quick scan’ natuurwaarden. Rapport in opdracht van Rho adviseurs. MaGRID-rapport 24-701. MaGRID, Vlissingen. AVG In het belang van de advisering en herkenbaarheid worden bedrijfsgegevens van MaGRID, namen, e-mailadres(sen) en telefoonnummer(s) van adviseur(s), zijnde auteur(s) van het rapport of de projectleider van het onderhavige project, niet geanonimiseerd. NDFF De in dit rapport opgenomen informatie over het voorkomen van wettelijk beschermde soorten, met als bronvermelding NDFF, is afkomstig uit de NDFF (Nationale Database Flora en Fauna). Eventueel vermelde details op een kleiner niveau dan 1x1 km mogen niet zonder toestemming van BIJ12 worden verstrekt aan derden of op enige andere wijze openbaar gemaakt worden.
Betrouwbaarheid Het hier gerapporteerde onderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd conform de toepasselijke en van kracht zijnde protocollen en richtlijnen voor onderzoek. Het betreft echter een momentopname en geeft een inschatting van de aanwezigheid van beschermde soorten op de onderzoekslocatie. Het incidenteel voorkomen van beschermde soorten is nooit met zekerheid uit te sluiten. MaGRID accepteert op voorhand geen aansprakelijkheid ten aanzien van mogelijke beslissingen die de opdrachtgever naar aanleiding van het door MaGRID uitgevoerde onderzoek neemt.
2
Inhoud Samenvatting.......................................................................................................................... 4 1.
Inleiding ........................................................................................................................... 6
2.
Projectgebied en geplande werkzaamheden ................................................................. 8
3.
Wet natuurbescherming ............................................................................................... 10
4.
5.
3.1
Gebiedsbescherming ...................................................................................................... 10
3.2
Natura 2000-gebieden ................................................................................................... 10
3.3
Stikstofdepositie............................................................................................................. 12
3.4
Natuurnetwerk Nederland (NNN) .................................................................................. 12
3.5
Soortenbescherming ...................................................................................................... 14
Aanpak, materiaal en methoden .................................................................................. 15 4.1
Vraagstelling ................................................................................................................... 15
4.2
Veldbezoek ..................................................................................................................... 15
4.3
Literatuur- en archiefonderzoek .................................................................................... 15
Quick scan beschermde natuur en overige natuurwaarden ........................................ 17 5.1
Beschermde muizen ....................................................................................................... 17
5.2
Vleermuizen ................................................................................................................... 18
5.3
Damhert ......................................................................................................................... 18
5.4
In Zeeland niet vrijgestelde zoogdieren ......................................................................... 19
5.5
In Zeeland vrijgestelde zoogdieren ................................................................................ 20
5.6
Algemene conclusie t.a.v. zoogdieren............................................................................ 20
5.7
Vogels ............................................................................................................................. 20
5.8
Amfibieën en reptielen .................................................................................................. 21
5.9
Vlinders, libellen en overige ongewervelde dieren........................................................ 25
5.10 Planten ........................................................................................................................... 26
6.
3
Invasieve exoten ........................................................................................................... 27 6.1
Wat zijn invasieve exoten? ............................................................................................. 27
6.2
Invasieve planten ........................................................................................................... 27
6.3
Voorkomen in het projectgebied ................................................................................... 27
7.
Aanbevelingen voor een ecologisch werkprotocol (EWP) ............................................ 28
8.
Literatuur....................................................................................................................... 30
Samenvatting Er zijn plannen voor de sloop van de huidige vrijstaande woning aan de Burghse Ring 21 in BurghHaamstede. De initiatiefnemer heeft het voornemen om op de locatie van de te slopen woning twee geschakelde, levensloopbestendige woningen te (laten) bouwen. Om overtredingen van de Wet natuurbescherming te voorkomen, heeft MaGRID in opdracht van Rho adviseurs in het kader van dit project in januari 2024 een ‘quick scan’ van natuurwaarden uitgevoerd. Ook zijn aanbevelingen voor een locatiespecifiek ecologisch werkprotocol opgesteld (hoofdstuk 7). Natura 2000-gebieden Significant negatieve effecten van het project op kwalificerende soorten en beschermde habitats van Natura 2000-gebieden in de (ruime) omgeving kunnen – gezien de afstand tot deze gebieden – redelijkerwijs worden uitgesloten. (hoofdstuk 3). Natuurwetwerk Nederland Het NNN-gebied ‘Ring Burgh’ grenst direct aan het projectgebied. Er is geen sprake van externe werking op dit NNN-gebied mits het niet bereden wordt door materieel en er bijvoorbeeld ook geen vrijkomende materialen worden opgeslagen of anderszins terechtkomen. Significant negatieve effecten van het project op overige NNN-gebieden kunnen – gezien de aard van de werkzaamheden en de afstand tot deze gebieden – redelijkerwijs worden uitgesloten (hoofdstuk 3). Vleermuizen In de af te breken panden ontbreken verblijfplaatsen voor vleermuizen.
Er verandert nauwelijks iets aan de potenties voor foerageergebied en vliegroutes. Er zijn geen nadelige gevolgen van het project voor vleermuizen (individuen, populatie of leefgebieden) en er is geen sprake van overtreding van verbodsbepalingen ten aanzien van de soortenbescherming. Aanvullend onderzoek is niet noodzakelijk. Het aanvragen van een ontheffing is niet nodig (hoofdstuk 5). Overige zoogdieren Er zijn geen nadelige gevolgen van het project voor wettelijk beschermde soorten zoogdieren (individuen, populatie of leefgebieden) en er is geen sprake van overtreding van verbodsbepalingen ten aanzien van de soortenbescherming. Met inachtneming van de aanbevelingen voor het ecologisch werkprotocol is geen sprake van overtreding van verbodsbepalingen ten aanzien van de soortenbescherming. Het aanvragen van een ontheffing is niet nodig. (hoofdstuk 5). Broedvogels In de af te breken panden zijn meerdere jaarrond beschermde nesten van de huismus aanwezig. Aanbevolen wordt een ontheffing Wet natuurbescherming aan te vragen bij het bevoegd gezag. Als mitigerende maatregel wordt aanbevolen het aanbieden van vervangende nestgelegenheid nabij de huidige woning en in/aan de nieuw te bouwen woningen. De aanwezigheid van broedvogels in het projectgebied maken een start van de uitvoering van de werkzaamheden tijdens de broedtijd onwenselijk.
Dit betekent dat de werkzaamheden ‘veilig’ kunnen worden gestart in de periode 15 augustus-1 maart. Indien er eenmaal geregeld activiteiten zijn, kunnen deze ook in de broedtijd worden voortgezet. Kap van bomen en struiken dient per definitie plaats te vinden buiten de broedtijd, dus wél in de periode 15 augustus-1 maart. Boomkikker Aangezien het op Schouwen-Duiveland gaat om (nakomelingen van) door de mens geïntroduceerde boomkikkers, is de soort hier volgens de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland) niet beschermd (conform de Habitatrichtlijn). Volgens de Provincie Zeeland is de soort hier echter wel beschermd. Aangezien niet uitgesloten kan worden dat tijdens de sloop- en bouwwerkzaamheden individuen van de boomkikker worden gedood, moet wellicht toch een ontheffing worden aangevraagd bij de Provincie Zeeland. Het project gaat in ieder geval niet te koste van voortplantingshabitat van de soort en heeft een te verwaarlozen effect op de gunstige staat van instandhouding van de regionale populatie (hoofdstuk 5). 4
Levendbarende hagedis Aangezien geschikte habitat voor de levendbarende hagedis er ontbreekt, is het voorkomen van deze soort in het projectgebied redelijkerwijs uit te sluiten. Er zijn geen nadelige gevolgen van het project voor de levendbarende hagedis (individuen, populatie of leefgebieden) en er is geen sprake van overtreding van verbodsbepalingen ten aanzien van de soortenbescherming. Het aanvragen van een ontheffing is niet nodig (hoofdstuk 5). Heikikker Aangezien geschikte habitat voor de heikikker er ontbreekt, is het voorkomen van deze soort in het projectgebied redelijkerwijs uit te sluiten. Er zijn geen nadelige gevolgen van het project voor de heikikker (individuen, populatie of leefgebieden) en er is geen sprake van overtreding van verbodsbepalingen ten aanzien van de soortenbescherming. Het aanvragen van een ontheffing is niet nodig (hoofdstuk 5). Rugstreeppad Indien wordt voorkomen dat tijdens de werkzaamheden geschikte voortplantingshabitat voor rugstreeppadden ontstaat (ondiepe zoete of brakke plassen in medio april-medio september) of er tijdelijk grondhopen blijven liggen in het najaar (waar ze in kunnen kruipen om te overwinteren), zijn er geen nadelige gevolgen van het project voor de rugstreeppad (individuen, populatie of leefgebieden).
Er is dan geen sprake van overtreding van verbodsbepalingen ten aanzien van de soortenbescherming en het aanvragen van een ontheffing is niet nodig. (hoofdstuk 5). Overige amfibieën en reptielen Voor de soorten waarvoor een provinciale vrijstelling van toepassing is (gewone pad, bruine kikker, groene kikker [complex]), geldt de zorgplicht. Met inachtneming van de aanbevelingen voor een ecologisch werkprotocol is er geen sprake van overtreding van verbodsbepalingen ten aanzien van de soortenbescherming. Het aanvragen van een ontheffing is niet nodig (hoofdstuk 5). Ongewervelde dieren Aangezien geschikte habitat voor beschermde soorten vlinders, libellen (en overige ongewervelde dieren) er ontbreekt, is het voorkomen van deze soorten in het projectgebied redelijkerwijs uit te sluiten. Er zijn geen nadelige gevolgen van het project voor deze soorten (individuen, populaties of leefgebieden) en er is geen sprake van overtreding van verbodsbepalingen ten aanzien van de soortenbescherming. Het aanvragen van een ontheffing is niet nodig (hoofdstuk 5) Planten Er komen geen wettelijk beschermde plantensoorten voor in het projectgebied. Er zijn geen nadelige gevolgen van het project voor beschermde plantensoorten (exemplaren, populaties of leefgebieden) en er is geen sprake van overtreding van verbodsbepalingen ten aanzien van de soortenbescherming.
Het aanvragen van een ontheffing is niet nodig. (hoofdstuk 5). Invasieve en ‘lastige’ planten In het projectgebied werden geen invasieve planten of ‘lastige’ planten aangetroffen. Nader onderzoek Vervolgonderzoek naar aanwezige natuurwaarden wordt niet nodig geacht.
5
1. Inleiding Er zijn plannen voor de sloop van de huidige vrijstaande woning aan de Burghse Ring 21 in BurghHaamstede. De initiatiefnemer heeft het voornemen om op de locatie van de te slopen woning twee geschakelde, levensloopbestendige woningen te (laten) bouwen. Rho adviseurs is nauw betrokken bij de ruimtelijke onderbouwing en de planologische procedures. Om overtredingen van de Wet natuurbescherming te voorkomen, heeft MaGRID in opdracht van Rho adviseurs in het kader van dit project in januari 2024 een ‘quick scan’ van natuurwaarden uitgevoerd. Ook zijn aanbevelingen voor een locatiespecifiek ecologisch werkprotocol opgesteld. In voorliggend document zijn zowel de resultaten van de ‘quick scan’ als de suggesties voor het werkprotocol opgenomen. Vervolgonderzoek naar aanwezige natuurwaarden wordt niet nodig geacht.
Ligging van het projectgebied ‘Burghse Ring 21, Burgh-Haamstede’ (Google Earth).
Het te slopen huis aan de Burghse Ring 21, Burgh-Haamstede.
6
Ligging van het projectgebied ‘Burghse Ring 21, Burgh-Haamstede’ (Google Earth).
Het projectgebied ‘Burghse Ring 21, Burgh-Haamstede’ (Google Earth).
7
2. Projectgebied en geplande werkzaamheden Projectgebied Het projectgebied ligt aan de Burghse Ring 21 in Burgh-Haamstede in de gemeente Schouwen-Duiveland, Zeeland (hierna ‘projectgebied Burghse Ring 21’ of ‘het projectgebied’). Beschrijving van het project Behalve het te slopen huidige woonhuis zijn er ook diverse aangrenzende bijgebouwen, zoals een bijkeuken, een schuur en een druivenkas. Ook deze zullen worden gesloopt. De grote schuur achter in de tuin zal blijven staan en maakt geen onderdeel uit van het projectgebied. Er is geen sprake van de kap van (hoge) bomen. Op de locatie van het huidige woonhuis zullen twee geschakelde, levensloopbestendige woningen (twee-onder-een-kap) en een garage worden gebouwd Beschrijving van de locatie Het perceel met de te slopen woning ligt in het centrum van het Schouwse dorp Burgh, tegenover een monumentale kerk. Aan de voorzijde grenst de huidige woning direct aan het trottoir, dat van de rijbaan wordt gescheiden door een gemeentelijk plantsoen met enkele leilinden en een parkeerstrook. Aan de noordzijde bevindt zich op korte afstand de buurwoning met achterliggende tuin. De erfscheiding bestaat hier uit een houten schutting. Aan de zuidkant van de woning bevindt zich een klein perk en een inrit die toegang geeft tot de diepe achtertuin, met een gazon en enkele struiken. Ook aan de zuidkant bevindt zich een woning.
Het perceel grenst aan de achterzijde aan de historische ringwalburg (tevens Natuurnetwerk Nederlandgebied). Achter de oude schuur, tegen de ringwalburg, staan een forse hulst en een zwarte els. Timing van uitvoering De uitvoeringstermijn van de sloop en de nieuwbouw is nog niet bekend. Aan- en afvoerroute Afvoer van sloopmaterialen en aanvoer van bouwmaterialen zal plaatsvinden over de weg. In te zetten materieel Vrachtwagens, graafmachine, bouwkraan. Opslag van materiaal en materieel Materiaal en materieel zullen tijdens de bouwfase tijdelijk worden opgeslagen nabij de bouwlocatie. Het is onbekend of er grond wordt afgevoerd en/of aangevoerd.
8
Noordzijde van de af te breken woning.
Achterzijde van de af te breken schuur met dak van golfplaten, gezien vanuit de buurtuin.
9
3. Wet natuurbescherming 3.1 Gebiedsbescherming Bij de uitvoering van de werkzaamheden dient rekening te worden gehouden met de bepalingen uit de Wet natuurbescherming (Wnb). Deze wet maakt het mogelijk gebieden aan te wijzen als beschermde natuurgebieden. De Wnb noemt daarbij verschillende soorten gebieden, onder andere: -
Natura 2000-gebieden zijn de gebieden die de voormalig Minister van Economische Zaken en de huidige Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit heeft aangewezen ter uitvoering van de verplichtingen die voortvloeien uit de Vogel- en Habitatrichtlijn (art. 2.1, lid 1).
-
Het Natuurnetwerk Nederland (NNN): het samenhangende ecologische netwerk waarvoor de provincies (gedeputeerde staten) zorgdragen voor de totstandkoming en instandhouding (art 1.12, lid 2).
De Wnb kent alleen voor de Natura 2000-gebieden een toetsingskader. De bescherming van het NNN verloopt via het planologische spoor, hiervoor geldt een ‘nee, tenzij’ regime.
3.2 Natura 2000-gebieden Algemeen Het is verboden zonder vergunning een project uit te voeren dat, gelet op de instandhoudingsdoelstellingen van een Natura 2000-gebied, de kwaliteit van de natuurlijke habitat of habitats van soorten in dat gebied kan verslechteren of een significant verstorend effect kan hebben op de soorten waarvoor dat gebied is aangewezen (art. 2.7 lid 2). Wanneer het een project betreft dat niet direct verband houdt met, of nodig is voor het beheer van een gebied, en dat afzonderlijk of in cumulatie significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied, wordt de vergunning pas verleend nadat uit een Passende Beoordeling is gebleken dat de natuurlijke kenmerken van het gebied niet worden aangetast (art. 2.7 lid 3 onder a en art. 2.8 lid 1). Natura 2000-gebied Kop van Schouwen De begrenzing van Natura 2000-gebied Kop van Schouwen ligt vrij dicht bij het projectgebied, namelijk op 350 meter. Tussen het projectgebied en het Natura 2000-gebied liggen als ‘buffer’ een deel van de bebouwde kom van het dorp Burgh (met huizen, tuinen en infrastructuur) en de Burghseweg: een drukke verbindingsweg tussen Haamstede en Westenschouwen. De bouwactiviteiten in het projectgebied zijn tijdelijk en vinden waarschijnlijk grotendeels plaats buiten het broedseizoen.
Gezien afstand tussen het projectgebied en het Natura 2000-gebied ‘Kop van Schouwen’, de tijdelijkheid van de bouwactiviteiten en het toekomstig gebruik van de nieuwe woningen, kunnen (verstorende) effecten op kwalificerende soorten en beschermde habitats van genoemd Natura 2000-gebied redelijkerwijs worden uitgesloten.
10
In grijs de begrenzing van Natura 2000-gebied ‘Kop van Schouwen’ in de omgeving van het projectgebied Burghse Ring 21 te Burgh-Haamstede (rode cirkel). (bron: https://kaarten.zeeland.nl/map/atlasvanzeeland ).
Overige Natura-2000 gebieden in de omgeving Op basis van de Natura-2000 kaart van de website van de Provincie Zeeland ligt het projectgebied ruimschoots buiten de begrenzing van de volgende Natura 2000-gebieden (tussen haakjes de kortste afstand tot de begrenzing; alleen gebieden binnen 25 km): Oosterschelde (2,1 km), Voordelta (3,2 km), Grevelingen (8,5 km), Duinen van Goeree (14 km), Veerse Meer (13 km) en Manteling van Walcheren (14 km). Gezien de forse afstand tussen het projectgebied en de begrenzing van deze Natura 2000-gebieden kunnen (verstorende) effecten van de werkzaamheden op kwalificerende soorten en beschermde habitats van deze gebieden redelijkerwijs worden uitgesloten.
In grijs en blauwgrijs de begrenzing van Natura 2000-gebieden in de ruime omgeving van het projectgebied Burghse Ring 21 te Burgh-Haamstede (rode cirkel) (bron: https://kaarten.zeeland.nl/map/atlasvanzeeland).
11
Conclusie Natura 2000-gebieden Significant negatieve effecten van het project op kwalificerende soorten en beschermde habitats van Natura 2000-gebieden in de (ruime) omgeving kunnen – gezien de afstand tot deze gebieden – redelijkerwijs worden uitgesloten.
3.3 Stikstofdepositie Bij de sloop van de huidige woning en de nieuwbouw van nieuwe woningen aan de Ring te BurghHaamstede, graafwerk en transport van materiaal komt stikstof vrij. In het kader van deze quick scan zijn geen berekeningen uitgevoerd met de AERIUS-rekentool. Er worden dus ook geen uitspraken gedaan over mogelijke effecten van eventuele extra stikstofdepositie op de vegetatie van de diverse Natura 2000-gebieden in de ruime omgeving van het projectgebied.
3.4 Natuurnetwerk Nederland (NNN) Het projectgebied valt buiten de begrenzing van Natuurnetwerk Nederland (NNN), maar grenst daar direct aan. De ‘kern’ van de historische ringburgwal grenst namelijk aan de achtertuin van de te slopen woning. Dit NNN-gebied ‘Ring Burgh’ is in beheer bij Staatsbosbeheer en is geclassificeerd als ‘kruiden- en faunarijk grasland’. Uitvoering van het project (sloop en nieuwbouw) zal geen significante veranderingen veroorzaken in het landschap, in de aanwezige habitats en in geluidsbelasting. Voorwaarden zijn uiteraard dat het NNN-gebied ‘Ring Burgh’ niet bereden wordt door materieel en er bijvoorbeeld ook geen vrijkomende materialen worden opgeslagen of anderszins terechtkomen. Er is dan geen sprake van externe werking op NNN-gebied ‘Ring Burgh’.
Natuurnetwerk Nederland-gebied ‘Ring Burgh’ grenst direct aan de achterzijde van het plangebied (30 september 2023).
12
Begrenzing van Natuurnetwerk Nederland-gebieden in de ruime omgeving van het projectgebied Burghse Ring 21 te Burgh-Haamstede (rode cirkel) (bron: https://kaarten.zeeland.nl/map/atlasvanzeeland ).
Overige relatief dichtbijgelegen NNN-gebieden zijn (op 350 meter) het al genoemde Natura 2000gebied Kop van Schouwen en (op 200 meter) de binnendijk ten zuiden van de ‘Ring Burgh’, doorlopend ten zuiden van de N57 langs de Meeldijk tot Burghsluis. Gezien afstand tussen het projectgebied en deze NNN-gebieden, de tijdelijkheid van de bouw, het gebruik van de nieuwe woningen en de aanwezigheid van een ‘buffer’ in de vorm van huizen, tuinen en wegen, kunnen (verstorende) effecten op deze NNN-gebieden redelijkerwijs worden uitgesloten. Conclusie Natuurwetwerk Nederland Het NNN-gebied ‘Ring Burgh’ grenst direct aan het projectgebied. Er is geen sprake van externe werking op dit NNN-gebied mits het niet bereden wordt door materieel en er bijvoorbeeld ook geen vrijkomende materialen worden opgeslagen of anderszins terechtkomen. Significant negatieve effecten van het project op overige NNN-gebieden kunnen – gezien de aard van de werkzaamheden en de afstand tot deze gebieden – redelijkerwijs worden uitgesloten.
13
3.5 Soortenbescherming Bij de uitvoering van de werkzaamheden dient rekening te worden gehouden met de bepalingen uit de Wet natuurbescherming. Vanuit deze wet is de initiatiefnemer bij ruimtelijke ingrepen verplicht op de hoogte te zijn van mogelijk voorkomende beschermde natuurwaarden binnen het projectgebied. Het doel van deze natuurwetgeving is het instandhouden van de inheemse flora en fauna. Door, voorafgaand aan ruimtelijke ingrepen, rekening te houden met de aanwezige natuurwaarden kan onnodige schade aan beschermde soorten worden voorkomen of beperkt. Zo zijn alle broedvogels beschermd: nesten, eieren en jongen mogen niet worden verstoord of vernietigd. Indien schade aan (zwaarder) beschermde soorten niet te voorkomen is, is een ontheffing noodzakelijk. Omdat er bij de afbraak sprake is of kan zijn van schade aan de beschermde boomkikker en huismus wordt aanbevolen bij het bevoegd gezag (in dit geval de Provincie Zeeland) een ontheffing Wet natuurbescherming aan te vragen. Effecten op de overige zwaarder beschermde soorten, waarvoor een ontheffing nodig is, kunnen op basis van gegevens in de NDFF, literatuur, eigen veldkennis en het veldbezoek aan het werkgebied redelijkerwijs worden uitgesloten. Er is dan ook geen nader onderzoek gedaan naar de aanwezigheid van deze soorten en soortgroepen (zie hoofdstuk 5 voor nadere toelichting).
Voor alle in het wild voorkomende planten- en diersoorten, dus ook voor onbeschermde en beschermde soorten die zijn vrijgesteld, geldt de ‘algemene zorgplicht’ (art. 1.11 Wet natuurbescherming). Deze zorgplicht houdt in dat de initiatiefnemer passende maatregelen moet nemen om schade aan beschermde gebieden en in het wild voorkomend planten- en diersoorten te voorkomen of zoveel mogelijk te beperken. Hierbij gaat het bijvoorbeeld om het niet verontrusten of verstoren in de kwetsbare perioden zoals de winterslaap, de voortplantingstijd en de periode van afhankelijkheid van de jongen.
14
4. Aanpak, materiaal en methoden 4.1 Vraagstelling Om eventuele strijdigheden met de Wet natuurbescherming te signaleren bij de uitvoering van de werkzaamheden dienen in de ‘quick scan’ de volgende vragen te worden beantwoord: 1. Welke wettelijk beschermde soorten komen in het projectgebied voor? Onder welk beschermings-regime vallen deze soorten? 2. Welke invloed hebben de werkzaamheden op de beschermde soorten? Geldt wellicht een algemene vrijstelling voor één of meerdere soorten? 3. Door welke maatregelen kunnen negatieve effecten op beschermde soorten worden voorkomen of verzacht? 4. Indien de duurzame staat van instandhouding van beschermde soorten in gevaar komt, welk vervolgtraject dient dan doorlopen te worden? 5. Voor welke beschermde soorten moet een ontheffing aangevraagd worden, of kan gewerkt worden met een gedragscode. 6. Welke overige natuurwaarden komen in het projectgebied voor en hoe kan worden voldaan aan de algemene zorgplicht? In hoofdstuk 7 zijn suggesties gedaan voor een ‘ecologisch werkprotocol’.
4.2 Veldbezoek Verkenning Het ‘projectgebied Burghse Ring 21’ en omgeving werd bezocht op 10 januari 2024. Hierbij werd vooral gelet op de mogelijke aanwezigheid van beschermde planten en dieren, de aanwezige habitats en mogelijke knelpunten t.a.v. de werkzaamheden in relatie tot de aanwezige natuurwaarden (zie hoofdstuk 5). Invasieve exoten en ‘lastige’ planten Er is ook gelet op de aanwezigheid van invasieve soorten en andere ‘lastige planten’, zoals alsemambrosia, azijnboom, Japanse duizendknoop en reuzenberenklauw. Dit is onder andere van belang bij graafwerkzaamheden en bij verplaatsing van grond met ongewenste plantendelen (zie hoofdstuk 6).
4.3 Literatuur- en archiefonderzoek De in dit rapport opgenomen informatie over het voorkomen van (wettelijk beschermde) soorten flora en fauna, met als bronvermelding NDFF, is afkomstig uit de Nationale Database Flora en Fauna (geraadpleegd op 11 januari 2023). Eventueel vermelde, uit de NDFF afkomstige, details op een kleiner niveau dan 1x1 km mogen niet zonder toestemming van BIJ12 worden verstrekt aan derden of op enige andere wijze openbaar gemaakt worden. Verder werd waardevolle informatie over het 15
voorkomen van flora en fauna in het projectgebied verstrekt door Kees de Kraker, een ervaren ecoloog die al vele jaren het naastgelegen pand bewoond. Daarnaast is gebruik gemaakt van diverse publicaties en eigen veldkennis.
De achtertuin van het af te breken pand.
Af te breken schuurtje met golfplaten dak en druivenkas achter het af te breken pand.
16
5. Quick scan beschermde natuur en overige natuurwaarden 5.1 Beschermde muizen Veldspitsmuis en waterspitsmuis zijn landelijk beschermde soorten onder de Wet Natuurbescherming. De verspreiding van de veldspitsmuis in Nederland is beperkt tot ZeeuwsVlaanderen (Bekker et al. 2010). De noordse woelmuis is beschermd onder de Habitatrichtlijn (Habitatrichtlijn bijlage II 9). Waterspitsmuis De waterspitsmuis komt in vrijwel alle delen van Zeeland voor, maar is nergens algemeen. Er zijn opvallend weinig gegevens bekend van na 2020 (https://www.verspreidingsatlas.nl/8496171). De soort bewoont rietlanden, moerassen en andere natte gebieden met een uitgebreide oevervegetatie en – bij voorkeur ook – met drijvende vegetatie. De waterspitsmuis is niet bekend uit het projectgebied en omgeving (binnen 500 m; Bekker et al. 2010, NDFF). Het voorkomen van waterspitsmuizen in het projectgebied is hoogst onwaarschijnlijk. Geschikte habitat in de vorm van uitgebreide oevervegetatie ontbreekt er immers. Conclusie waterspitsmuis Aangezien geschikte habitat voor de waterspitsmuis er ontbreekt, is het voorkomen van deze soort in het projectgebied redelijkerwijs uit te sluiten. Er zijn geen nadelige gevolgen van het project voor de veldspitsmuis (individuen, populatie of leefgebieden) en er is geen sprake van overtreding van verbodsbepalingen ten aanzien van de soortenbescherming.
Het aanvragen van een ontheffing is niet nodig.
Noordse woelmuis De Noordse woelmuis is een zeldzame muizensoort die leeft in hoog grasland en rietland. De Nederlandse populatie is bijzonder, omdat het om een ondersoort gaat die alleen hier voorkomt (Bij12 2017a). De verspreiding van de noordse woelmuis in Zeeland is beperkt tot Schouwen-Duiveland, de Grevelingen en de eilanden langs de Philipsdam. De Maire bij Oosterland, de Zuidhoekinlagen en de zuidkust van Schouwen-Duiveland zijn de belangrijkste Zeeuwse leefgebieden van de noordse woelmuis. Ook op de Kop van Schouwen komt de noordse woelmuis nog in redelijke aantallen voor (Jacobusse 2019). De inlagen van Noord-Beveland en enkele gebieden in het Veerse Meer en op Zuid-Beveland herbergen mogelijk nog kwijnende populaties (Bekker et al. 2010). De noordse woelmuis is erg gevoelig voor concurrentie met andere woelmuizen. Met name de concurrentie met veldmuizen en aardmuizen is bekend. De noordse woelmuis wordt dan teruggedrongen tot natte vegetatietypen, die de twee andere soorten mijden (Bij12 2017a)). In Zeeland komt de noordse woelmuis vrijwel alleen voor in brakke milieus met riet- en kruidenrijke vegetaties. Op Schouwen-Duiveland is het voorkomen van de noordse woelmuis vrijwel beperkt tot vochtige en natte ruigten in de duinen van de Kop van Schouwen, en in de inlagen en karrenvelden langs de zuidkust (tussen Westenschouwen en Zierikzee) (o.a. Jacobusse 2019).
Er is een vangst van in 2022 van een noordse woelmuis in een moerassig gebiedje langs de ringwalburg, op 250 m van het projectgebied (NDFF). Het projectgebied bestaat uit bebouwing en een intensief gebruikte tuin, en vormt daarmee geen geschikte habitat voor de noordse woelmuis.
17
Conclusie noordse woelmuis Aangezien geschikte habitat voor de waterspitsmuis er ontbreekt, is het voorkomen van deze soort in het projectgebied redelijkerwijs uit te sluiten. Er zijn geen nadelige gevolgen van het project voor de noordse woelmuis (individuen, populatie of leefgebieden) en er is geen sprake van overtreding van verbodsbepalingen ten aanzien van de soortenbescherming. Het aanvragen van een ontheffing is niet nodig.
5.2 Vleermuizen Soorten In het projectgebied komen waarschijnlijk met enige regelmaat diverse soorten vleermuizen voor, met name tijdens het nachtelijke foerageren. Het voorkomen van de volgende soorten lijkt mogelijk: gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, laatvlieger, rosse vleermuis en watervleermuis. Zie onder andere Bij12 2017b t/m 2017e en 2024a. Verblijfplaatsen De pannendaken van de te slopen woning en de bijgebouwen lijken in potentie geschikt als verblijfplaats voor vleermuizen. Volgens Kees de Kraker (deskundig ecoloog en buurman van het pand) ontbreken dergelijke verblijfplaatsen echter in het woonhuis en aangrenzende gebouwen. In de grote, oude schuur in de achtertuin huizen volgens deze informant waarschijnlijk in de zomer gewone dwergvleermuizen. Deze schuur wordt volgens de huidige plannen niet afgebroken en maakt geen onderdeel uit van het projectgebied. Externe effecten van het project op eventueel in de oude schuur aanwezige vleermuizen kunnen redelijkerwijs worden uitgesloten. Foerageergebieden en vliegroutes De tuin en omgeving van de af te breken woning vervullen waarschijnlijk een functie als foerageerplaats en vliegroute voor vleermuizen. Grote bomen ontbreken echter vrijwel. Achter in de tuin, tussen de Ring Burgh en de grote schuur, staan een forse hulst en een zwarte els.
Door de afbraak van de huidige woning en bijgebouwen en de nieuwbouw van woningen zal er weinig veranderen aan de structuur van het landschap. Substantieel verlies van foerageergebied of vliegroutes van vleermuizen is daarmee redelijkerwijs uit te sluiten. Conclusie vleermuizen In de af te breken panden ontbreken verblijfplaatsen voor vleermuizen. Er verandert nauwelijks iets aan de potenties voor foerageergebied en vliegroutes. Er zijn geen nadelige gevolgen van het project voor vleermuizen (individuen, populatie of leefgebieden) en er is geen sprake van overtreding van verbodsbepalingen ten aanzien van de soortenbescherming. Aanvullend onderzoek is niet noodzakelijk. Het aanvragen van een ontheffing is niet nodig.
5.3 Damhert Het damhert is beschermd onder de Wet natuurbescherming. In de Kop van Schouwen komt een vrij omvangrijke populatie voor (honderden dieren). Deze verblijven hoofdzakelijk in de natuurgebieden, maar zwervers belanden vrij vaak in tuinen en in agrarisch gebied. Het projectgebied vormt geen geschikt leefgebied voor het damhert.
18
Conclusie damhert Aangezien geschikte habitat voor het damhert ontbreekt, is het voorkomen van deze soort in het projectgebied redelijkerwijs uit te sluiten. Er zijn geen nadelige gevolgen van het project voor het damhert (individuen, populatie of leefgebieden) en er is geen sprake van overtreding van verbodsbepalingen ten aanzien van de soortenbescherming. Het aanvragen van een ontheffing is niet nodig.
5.4 In Zeeland niet vrijgestelde zoogdieren Er is een aantal soorten zoogdieren waarvoor een landelijke vrijstelling geldt van de verbodsbepalingen Wet natuurbescherming, maar waarvoor in Zeeland wel een ontheffing noodzakelijk is bij significante aantasting van het leefgebied, rust- of voorplantingslocaties. Dit zijn met name haas, konijn en kleine marterachtigen (bunzing, hermelijn, steenmarter, wezel). Haas De haas is niet zeldzaam in het nabijgelegen open duin- en poldergebied en mogelijk incidenteel het projectgebied. Geschikte voorplantingshabitat ontbreekt er echter. Conclusie haas Aangezien geschikte habitat voor de haas er ontbreekt, is het voorkomen van deze soort in het projectgebied redelijkerwijs uit te sluiten. Er zijn geen nadelige gevolgen van het project voor de haas (individuen, populatie of leefgebieden) en er is geen sprake van overtreding van verbodsbepalingen ten aanzien van de soortenbescherming. Het aanvragen van een ontheffing is niet nodig. Konijn Er zijn geen recente (sinds 2015) waarnemingen bekend uit het projectgebied en de directe omgeving ervan (binnen 500 m; NDFF). Tijdens het veldbezoek werd goed gelet op de aanwezigheid van holen, keutels en andere sporen van konijnen, maar deze zijn niet aangetroffen.
Conclusie konijn Aangezien geschikte habitat voor het konijn er ontbreekt, is het voorkomen van deze soort in het projectgebied redelijkerwijs uit te sluiten. Na 2015 ontbreken waarnemingen van het konijn binnen 500 m van het projectgebied. Er zijn geen nadelige gevolgen van het project voor het konijn (individuen, populatie of leefgebieden) en er is geen sprake van overtreding van verbodsbepalingen ten aanzien van de soortenbescherming. Het aanvragen van een ontheffing is niet nodig.
Kleine marterachtigen Hoewel de steenmarter de laatste jaren geregeld is aangetroffen op Walcheren en in Zeeuws-Vlaanderen, ontbreken zekere waarnemingen van Schouwen-Duiveland. Uit de periode 1989-2008 zijn uit de ruime omgeving van het projectgebied waarnemingen bekend van bunzing, hermelijn en wezel (Bekker et al. 2010). Ook na 2010 zijn deze drie soorten marterachtigen aangetroffen in de ruime omgeving van het projectgebied, maar nooit op of in de directe omgeving (binnen 100 m) ervan. De bunzing wordt geregeld aangetroffen in het buitengebied van BurghHaamstede, met name als verkeersslachtoffer op de N57, maar ook een keer bij het Slotbos. De enige recente waarneming van een hermelijn is van een verkeerslachtoffer op de Serooskerkseweg in augustus 2022. Sinds 2010 is de wezel slechts incidenteel in de ruime omgeving van het projectgebied aangetroffen: in juni 2012 in het Slotbos van Haamstede en in juni 2015 als 19
verkeersslachtoffer op de N57 (NDFF). De aanwezige habitat in het projectgebied lijkt in potentie geschikt voor deze marterachtigen, maar de ligging midden in de bebouwde kom van Burgh-Haamstede maakt het voorkomen hier minder waarschijnlijk. Conclusie kleine marterachtigen Gezien de recente zeldzaamheid van kleine marterachtigen in de ruime omgeving van projectgebied is het voorkomen van deze soorten er onwaarschijnlijk. Er zijn geen nadelige gevolgen van het project voor kleine marterachtigen (individuen, populatie of leefgebieden) en er is geen sprake van overtreding van verbodsbepalingen ten aanzien van de soortenbescherming. Het aanvragen van een ontheffing is niet nodig. 5.5 In Zeeland vrijgestelde zoogdieren Soorten zoals egel, mol, ree en vos vallen onder de provinciale vrijstelling van de verbodsbepalingen Wet natuurbescherming. Deze soorten komen voor in het projectgebied (vos incidenteel) of de directe omgeving. Uiteraard geldt voor deze soorten wel de zorgplicht, waaraan wordt voldaan mits wordt gewerkt conform de aanbevelingen voor een ecologisch werkprotocol (hoofdstuk 7).
5.6 Algemene conclusie t.a.v. zoogdieren Effecten op leefgebied, rust- of voortplantingslocaties van (al dan niet wettelijk beschermde) zoogdieren kunnen redelijkerwijs worden uitgesloten, mits wordt gewerkt conform de aanbevelingen voor het ecologisch werkprotocol (hoofdstuk 7). Conclusie zoogdieren Er zijn geen nadelige gevolgen van het project voor wettelijk beschermde soorten zoogdieren (individuen, populatie of leefgebieden) en er is geen sprake van overtreding van verbodsbepalingen ten aanzien van de soortenbescherming. Met inachtneming van de aanbevelingen voor het ecologisch werkprotocol is geen sprake van overtreding van verbodsbepalingen ten aanzien van de soortenbescherming. Het aanvragen van een ontheffing is niet nodig.
5.7 Vogels Broedvogels In en nabij het projectgebied komen geen jaarrond beschermde vogelnesten van roofvogels of uilen voor. Volgens ecoloog Kees de Kraker (die het naastgelegen pand bewoond) broeden er geen gierzwaluwen in het af te breken pand of bijgebouwen. In en rond het projectgebied (in de omringende hagen en in aangrenzende tuinen) broeden diverse vogelsoorten, onder andere heggenmus, groenling, merel, winterkoning en zanglijster. Onder het pannendak van de af te breken woning broeden diverse paren van de huismus. Enkele gebroken pannen bieden een geschikt nestplaats. Zelfs tijdens het veldbezoek in januari werd een van de nestplaatsen bezocht door een mannetje huismus (zie foto), terwijl er minstens een tiental huismussen aanwezig was in directe omgeving. Broedplaatsen van de huismus zijn jaarrond 20
beschermd en mogen niet zonder ontheffing Wet natuurbescherming worden vernietigd of verstoord. Aanbevolen wordt om als mitigerende maatregel meerdere voor de huismus geschikte nestkasten te plaatsen, bij voorbeeld aan de te handhaven schuur in de achtertuin. Daarnaast wordt aanbevolen in/aan de nieuw te bouwen woning nestgelegenheid voor huismussen aan te bieden. Conclusie broedvogels In de af te breken panden zijn meerdere jaarrond beschermde nesten van de huismus aanwezig. Aanbevolen wordt een ontheffing Wet natuurbescherming aan te vragen bij het bevoegd gezag. Als mitigerende maatregel wordt aanbevolen het aanbieden van vervangende nestgelegenheid nabij de huidige woning en in/aan de nieuw te bouwen woningen. De aanwezigheid van broedvogels in het projectgebied maken een start van de uitvoering van de werkzaamheden tijdens de broedtijd onwenselijk. Dit betekent dat de werkzaamheden ‘veilig’ kunnen worden gestart in de periode 15 augustus-1 maart. Indien er eenmaal geregeld activiteiten zijn, kunnen deze ook in de broedtijd worden voortgezet. Kap van bomen en struiken dient per definitie plaats te vinden buiten de broedtijd, dus wél in de periode 15 augustus-1 maart.
Mannetje huismus bij nestlocatie onder pannendak van af te breken woning, januari 2024.
5.8 Amfibieën en reptielen Levendbarende hagedis De levendbarende hagedis is beschermd volgens de Wet natuurbescherming. Deze soort is niet zeldzaam in de duinen van de Kop van Schouwen, met name in vochtige duingraslanden. De dichtstbij het projectgebied verrichte waarnemingen zijn gedaan in Het Zeepe (de Jong et al. 2020, NDFF). In het projectgebied ontbreekt geschikte habitat en het voorkomen binnen de bebouwing van Burgh-Haamstede (buiten het duingebied) is hoogst onwaarschijnlijk. Conclusie levendbarende hagedis Aangezien geschikte habitat voor de levendbarende hagedis er ontbreekt, is het voorkomen van deze soort in het projectgebied redelijkerwijs uit te sluiten. Er zijn 21
geen nadelige gevolgen van het project voor de levendbarende hagedis (individuen, populatie of leefgebieden) en er is geen sprake van overtreding van verbodsbepalingen ten aanzien van de soortenbescherming. Het aanvragen van een ontheffing is niet nodig.
Boomkikker De boomkikker is beschermd volgens de Wet natuurbescherming (Habitatrichtlijn, bijlage 4). In Zeeland komen wilde populaties voor in West-Zeeuws-Vlaanderen. Op SchouwenDuiveland gaat het om boomkikkers die hier door de mens zijn uitgezet buiten het natuurlijke verspreidingsgebied van de soort. Historie en voorkomen De boomkikker is tegenwoordig niet zeldzaam in de Kop van Schouwen en komt ook voor op meerdere plaatsen in de bebouwde kom van Burgh en Haamstede. Het gaat hier om nakomelingen van geïntroduceerde dieren die in de jaren zeventig en tachtig zijn uitgezet als biologische bestrijders van insecten in de fruitboomgaarden van Tidorp. Dit was een biologische fruitkwekerij annex commune gelegen aan de Hogezoom in de binnenduinrand bij Haamstede. Mertens. Aanvankelijk ging het om dieren die volgens een mededeling van Bruno Mertens, die leider van Tidorp, afkomstig zouden zijn geweest uit Zuid-Frankrijk (dat zou dan vermoedelijk de nietinheemse soort Hyla meridionalis betreffen). Deze kikkers zijn waarschijnlijk allemaal in een koude winter gestorven. In 1986 werden opnieuw circa 400 jonge boomkikkers uitgezet, nakomelingen van volwassen dieren die in 1985 waren gevangen in de omgeving van Plitvice in Kroatië (Musters 2000, van der Molen 2000). Het betreft in Kroatië dezelfde soort als die in Nederland van nature voorkomt: Rana arborea.
Recente foto’s van Schouwse boomkikkers tonen in ieder geval de inheemse soort. De boomkikker plant zich voort in visvrije, zonnig gelegen en matig voedselrijke wateren met een goed ontwikkelde oever- en watervegetatie. Buiten de voortplantingstijd leven boomkikkers op het land en ook tijdens de voortplantingstijd zitten ze overdag vaak in de oevervegetatie of aangrenzend struweel. Ze overwinteren op het land. Als landhabitat zijn vooral zonnig gelegen zoom- en mantelvegetaties, vegetaties van meerjarige kruiden en braamstruwelen van belang (ravon.nl/Soorten/Soortinformatie/boomkikker). In het projectgebied ontbreekt geschikte voortplantingshabitat voor de boomkikker, maar de soort wordt min of meer geregeld roepend waargenomen in de tuin van het af te breken huis. In het najaar van 2023 bevond zich zelfs een roepende boomkikker op het dak van het buurhuis (mededeling Kees de Kraker, ecoloog en bewoner van de buurwoning). De aanwezigheid van overwinterende boomkikkers rond de af te breken gebouwen is niet denkbeeldig. Beschermingsstatus Navraag bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (Afdeling Vergunningen en Handhaving, Team Vergunningen Natuur) over de beschermingsstatus van de boomkikker op Schouwen-Duiveland leverde de volgende reactie op (e-mail van Daphne van der Vegt, Beoordelaar Wet natuurbescherming, RVO, d.d.
4 april 2024): ‘In algemene zin kan ik u verwijzen naar de regelgeving vanuit de EU hierover (terug te vinden via deze link: CELEX:52021XC1209(02):NL:TXT.pdf (europa.eu)): (1-10) Een natuurlijk verspreidingsgebied is niet statisch, maar dynamisch: het kan kleiner en groter worden. … (1-11) Wanneer een soort of habitat zich op eigen kracht naar een nieuw gebied of grondgebied verspreidt of wanneer een soort opnieuw in zijn vroegere natuurlijke verspreidingsgebied is 22