1301325 Bijlage 1 Ruimtelijke onderbouwing Lange Reke 4
Tekst van het document
Ruimtelijke onderbouwing- Lange Reke 4- Renesse
25
Het veranderen van het gebruik en het herontwikkelen van de huidige modernistische bebouwing ter plaatse voor een gebouw met een meer traditionele uitstraling, heeft geen negatieve invloed op het aanzicht van de aanliggende monumentale woningen vanaf openbaar gebied. De huidige modernistische bouwstijl met gepleisterde gevels en rechte vormen wordt vervangen door een meer traditionele gevelindeling. De beoogde bouwstijl waaronder de gevelindeling en de kapconstructie, sluit beter aan bij de aanliggende bebouwing. Met de aanpassing van de gevel wordt het kleur- en materiaalgebruik en de gevelindeling weer in overeenstemming gebracht met de bouwstijl van de omliggende historische bebouwing. Met de beoogde kap en de traditionele gevelstijl ontstaat meer samenhang in het straatbeeld. Conclusie De beoogde situatie heeft geen negatieve invloed op het aanzicht van de cultuurhistorisch waardevolle bebouwing in de omgeving. De ontwikkeling draagt door de beoogde bouwstijl bij aan het versterken van de beleving van de historie van de kern.
3.9
Externe veiligheid
Toetsingskader Het doel van het externe veiligheidsbeleid is het beheersen van risico’s door opslag en transport van milieugevaarlijke stoffen afkomstig van industriële activiteiten. Tot risicobronnen behoren inrichtingen en transportroutes waar grote hoeveelheden gevaarlijke stoffen aanwezig zijn en luchthavens. Het wettelijk kader voor de beoordeling van risico’s van transport van gevaarlijke stoffen is vastgelegd in de ‘Besluit externe veiligheid transportroutes’ en de ‘Regeling Basisnet’. Voor inrichtingen is het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) het belangrijkste toetsingskader. Voor transport via buisleidingen geldt het ‘Besluit externe veiligheid buisleidingen’. In het externe veiligheidsbeleid zijn normen voor het Plaatsgebonden Risico (PR) en het Groepsrisico (GR) opgenomen. Het PR is de kans per jaar dat een persoon dodelijk wordt getroffen door een ongeval, indien hij zich onafgebroken (dat wil zeggen 24 uur per dag gedurende het hele jaar) en onbeschermd op een bepaalde plaats zou bevinden. Het PR wordt weergegeven met risicocontouren rondom een inrichting dan wel infrastructuur. In gebieden met een plaatsgebonden risico van meer dan 10-6 per jaar zijn geen nieuwe kwetsbare objecten toegestaan.
Het GR drukt de kans per jaar uit dat een groep van minimaal een bepaalde omvang overlijdt als direct gevolg van een ongeval waarbij gevaarlijke stoffen betrokken zijn. De norm voor het GR is een oriëntatiewaarde. Het bevoegd gezag heeft een verantwoordingsplicht als het GR toeneemt en/of de oriëntatiewaarde overschrijdt. Het uitgangspunt van het externe veiligheidsbeleid is het ruimtelijk scheiden van risicobronnen en kwetsbare objecten. Zonering vindt plaats door middel van veiligheidsafstanden op basis van berekende risico’s of te verwachten effecten bij calamiteiten. Bij ruimtelijke plannen dient ten aanzien van externe veiligheid naar verschillende aspecten te worden gekeken, namelijk: bedrijven waar activiteiten plaatsvinden die gevolgen hebben voor de externe veiligheid; -
vervoer van gevaarlijke stoffen over wegen, spoor, water of door buisleidingen.
Op basis van het Registratiebesluit externe veiligheid en de Wet milieubeheer moeten risicobronnen inzichtelijk worden gemaakt. Het risicoregister wordt gepubliceerd door middel van een digitale risicokaart. Vervoer gevaarlijke stoffen Het externe veiligheidsbeleid ten aanzien van het vervoer van gevaarlijke stoffen over water en (spoor)wegen is sinds 2015 vastgelegd in het Besluit Externe Veiligheid Transportroutes en de Regeling Basisnet. Op basis van het Bevt is de grenswaarde voor het PR ter plaatse van kwetsbare Ruimtelijke onderbouwing- Lange Reke 4- Renesse
26
objecten 10-6 per jaar, voor beperkt kwetsbare objecten in nieuwe situaties geldt een richtwaarde van 10-6 per jaar. De Regeling Basisnet stelt risicoplafonds langs hoofdtransportroutes vast. Per trajectdeel is aangegeven of er sprake is van een plasbrandaandachtsgebied. Nieuwbouw van kwetsbare objecten is niet toegestaan binnen de afstanden van het plaatsgebonden risico. Binnen de plasbrandaandachtsgebieden (zone van 30 meter) gelden aanvullende eisen uit het Bouwbesluit 2012. Als nieuwbouw binnen het invloedsgebied (200 meter) van een transportroute komt, is een verantwoording van het groepsrisico nodig. Buisleidingen Per 1 januari 2011 is het Besluit externe veiligheid buisleidingen in werking getreden. In dat besluit wordt aangesloten bij de risicobenadering uit het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) zodat ook voor buisleidingen normen voor het PR en het GR gelden. Besluitgebied Een woonfunctie of detailhandelsfunctie is geen activiteit met een veiligheidsrisico voor de omgeving. Een woning is binnen het externe veiligheidsbeleid aangemerkt als een gevoelige bestemming. Een winkel is aangemerkt als een beperkt kwetsbaar object. Een woning is volgens artikel 1 van het Bevi een kwetsbaar object. In de uitgangssituatie was ter plaatse een bedrijfswoning toegestaan. In de beoogde situatie worden twee appartementen op de bovenverdieping gerealiseerd.
Inrichtingen en installaties Volgens de Atlas Leefomgeving bevinden zich in de directe omgeving van het besluitgebied geen inrichtingen die vallen onder de werkingssfeer van het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi). In de omgeving van het besluitgebied bevinden zich op basis van de gegevens in de Atlas Leefomgeving geen installaties van waaruit een extern veiligheidsrisico geldt. Vervoer gevaarlijke stoffen In de omgeving van het besluitgebied zijn geen wegen, vaarwegen of spoorlijnen gelegen waarvoor op basis van het Besluit externe veiligheid transportroutes of de Regeling Basisnet een extern veiligheidsrisico geldt. Het beoogde gebruik heeft geen invloed op de hoogte van het groepsrisico. Buisleidingen In de directe omgeving van het besluitgebied bevinden zich geen buisleidingen waarvoor op basis van het Besluit externe veiligheid buisleidingen een extern veiligheidsrisico geldt. Brandveiligheid Ten aanzien van het beoogde gebruik kan worden volstaan met het standaard advies waarbij de mate van zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid wordt beschouwd. Daar waar de planologische ontwikkeling een gebouw mogelijk maakt dienen een aantal brandveiligheidsaspecten onderzocht te worden. De gemeente stemt bij ruimtelijke ontwikkelingen een aantal brandveiligheidsaspecten vroegtijdig af met de Veiligheidsregio.
De brandveiligheidsaspecten betreffen met name de bereikbaarheid door de brandweer via de openbare weg, de brandweerzorgnorm, de primaire bluswatervoorziening op de openbare weg en de secundaire bluswatervoorziening. De bereikbaarheid van het besluitgebied voor hulpvoertuigen en de bluswatervoorzieningen binnen het besluitgebied moeten voldoen aan de Handreiking bluswatervoorziening en bereikbaarheid 2019 (Brandweer Nederland 2020). De brandveiligheidsvereisten voor een woning zijn opgenomen in het Bouwbesluit 2012.
Ruimtelijke onderbouwing- Lange Reke 4- Renesse
27
Er is sprake van het toevoegen van een detailhandelsfunctie en een woonfunctie binnen bestaand centrumgebied. De winkelruimte en de appartementen zijn goed bereikbaar voor hulpdiensten via de Korte Reke en het Achterpad. De bebouwing zal voldoen aan de geldende bouwregelgeving en brandveiligheidsvereisten volgens het Bouwbesluit 2012. Binnen de winkel en de woningen worden voldoende blusmiddelen en vluchtroutes geïnstalleerd. Bewoners en bezoekers kunnen als voldoende zelfredzaam worden beschouwd en kunnen bij een calamiteit zelfstandig de bebouwing verlaten en van de risicobron af vluchten. Het scenario met de grootste effectafstand betreft een calamiteit waarbij toxische gassen vrijkomen. In dit scenario wordt aangeraden om de woning te voorzien van centraal afsluitbare mechanische ventilatie conform 4.124 lid 4 van het Besluit bouwwerken leefomgeving. Een mechanisch ventilatiesysteem heeft een voorziening waarmee het systeem handmatig kan worden uitgeschakeld wanneer er in de omgeving toxische gassen aanwezig zouden zijn. Over de bereikbaarheid voor hulpdiensten en de beschikbaarheid van voldoende blusmiddelen wordt aanvullend advies van de veiligheidsregio gevraagd. Hiermee is de veiligheid van de nieuwe bewoners en gebruikers voldoende geborgd.
Conclusie Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering voor het veranderen van het gebruik van een voormalige horecagelegenheid. De huidige bedrijfswoning betreft reeds een kwetsbaar object. Dit verandert niet in de beoogde situatie. De afstand tot objecten waarvoor een extern veiligheidsrisico geldt is voldoende groot. De veiligheidsparagraaf wordt aanvullend beoordeeld door de veiligheidsregio.
3.10 Water Toetsingskader Het besluitgebied bevindt zich binnen het beheergebied van het Waterschap Scheldestromen. Het Waterschapsbeheerprogramma 2022-2027 vertaalt de wet- en regelgeving naar concrete beleidsdoelstellingen voor het beheer van waterkeringen, het oppervlaktewatersysteem en de afvalwaterketen. In het waterbeheerprogramma wordt invulling gegeven aan de ambities uit de Visie Waterbeheer 2050. Met het programma wordt tevens invulling gegeven aan de doelstellingen vanuit de Europese Kaderrichtlijn water (KRW) wat betreft het bereiken van een Goed Ecologisch potentieel. Hoofddoelstellingen voor het duurzaam omgaan met water zijn: • Waarborgen van waterveiligheid; • Zorgen voor mooi en schoon water; •
Beperken van de effecten van klimaatverandering/ klimaatadaptatie;
• • •
Bijdragen aan de kwaliteit van de leefomgeving; Verduurzaming van het watergebruik; Onderhoud van waterschapswegen.
In de ‘Startovereenkomst Waterbeleid 21e eeuw’ (d.d. 14 februari 2001) is door rijk, provincies, Waterschappen en gemeenten overeengekomen dat in alle nieuwe ruimtelijke plannen een zogenaamde watertoets opgenomen dient te worden. In de motivering van een ruimtelijk besluit dient op basis van artikel 3.6 lid 1 Bro aangegeven te worden op welke wijze rekening wordt gehouden met de gevolgen van het plan voor de waterhuishouding. In artikel 3.1.1. van het Bro is vastgelegd dat hierbij tevens overleg dient plaats te vinden met de waterbeheerder. Water dient in een zo vroeg mogelijk moment in de planvorming te worden meegenomen. De gemeente is in principe verantwoordelijk voor de omgang met hemelwater in het stedelijke gebied, maar legt wel meer verantwoordelijkheid bij de perceeleigenaar. Pas wanneer men zich niet redelijkerwijs van het hemelwater kan ontdoen is de gemeente gehouden aan het treffen van Ruimtelijke onderbouwing- Lange Reke 4- Renesse
28
maatregelen (Waterwet, art. 9a). De gemeente zal beoordelen wat zij in dit verband redelijkerwijs van de perceeleigenaar mag vragen. Daarbij moet rekening worden gehouden met de gewenste voorkeursvolgorde voor de omgang met hemelwater. In het Verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan 2022-2026 is vastgelegd hoe de gemeente uitvoering geeft aan de omgang met afvalwater, hemelwater en grondwater. Afstromend schoon hemelwater wordt zoveel mogelijk vertraagd zodat het ter plaatse kan infiltreren in de bodem en daarmee in perioden van droogte een buffer vormt. Voor de afvoer van hemelwater geldt de trits: schoonhouden, scheiden en zuiveren (waterkwaliteit) en vasthouden, bergen en afvoeren (waterkwantiteit). Het waterschap toetst in het kader van het vooroverleg of het plan past binnen de waterdoelstellingen. Op basis van de Keur van het waterschap wordt bepaald of er voor bouwwerken of activiteiten een watervergunning noodzakelijk is. Ook wordt er binnen de Keur aangegeven voor welke ontwikkelingen er binnen een beschermingszone kan worden voldaan aan algemene regels waardoor er geen watervergunning aangevraagd hoeft te worden. De bijbehorende Legger geeft aan waar de keur van toepassing is. In de Legger zijn ook beschermingszones voor oppervlaktewateren opgenomen.
Deze zones zijn bedoeld om ongewenste handelingen rondom een waterlichaam, zoals (bouw)activiteiten of de aanleg van beplanting, te kunnen weren. Besluitgebied Veiligheid waterkeringen Ter hoogte van de beoogde woning bevindt zich volgens de Keur (20 juni 2019) en de bijbehorende legger waterkeringen geen beschermingszone van een waterkering. Voorkomen van overlast door oppervlaktewater Ter hoogte van de besluitlocatie bevinden zich volgens de Legger oppervlaktewateren geen watergangen met bijbehorende beschermingszones met een primair of secundair belang voor het watersysteem. Er verdwijnt geen open water door de ontwikkeling. De beoogde ontwikkeling leidt niet tot belemmeringen voor (het onderhoud van) leggerwatergangen. Voorkomen van overlast door hemel- en afvalwater De beoogde ontwikkeling vindt plaats op basis van het huidige bebouwd oppervlak. Het netto areaal verharding neemt als gevolg van de ontwikkeling niet toe. Het afvalwater van de detailhandel en van de appartementen wordt ook in de nieuwe situatie afgevoerd via een aansluiting op de gemeentelijke vuilwaterriolering. In de nieuwe situatie wordt het schone regenwater gescheiden van het afvalwater. Er is sprake van een hydrologisch neutrale ontwikkeling. Grondwaterkwantiteit en verdroging Er is in de nieuwe situatie geen sprake van het onttrekken van grondwater.
Het overtollige regenwater infiltreert ter plaatse zoals in de bestaande situatie het geval is. Er is sprake van een hydrologisch neutrale situatie. Grondwaterkwaliteit De beoogde bouwmogelijkheden hebben geen effecten op de grondwaterkwaliteit ter plaatse. Tijdens de bouw wordt zoveel mogelijk gebruik gemaakt van niet uitlogende materialen. Oppervlaktewaterkwaliteit De beoogde ontwikkeling heeft geen invloed op de oppervlaktewaterkwaliteit. Volksgezondheid De beoogde ontwikkeling heeft geen negatieve effecten op de volksgezondheid.
Ruimtelijke onderbouwing- Lange Reke 4- Renesse
29
Bodemdaling Als gevolg van de ontwikkeling vindt er geen wijziging plaats van het waterpeil. Het plan heeft geen bodemdaling tot gevolg. Natte natuur Binnen of direct aanliggend aan het besluitgebied bevindt zich geen natte natuur. Er zijn geen effecten op natte natuur als gevolg van de beoogde ontwikkeling. Onderhoud oppervlaktewater In de omgeving van de besluitlocatie bevinden zich oppervlaktewateren die worden beschermd op grond van de keur. Belangen waterbeheerder De wegen behorende bij de kern Renesse zijn niet in beheer bij het waterschap. De beoogde ontwikkeling heeft een beperkte verkeersaantrekkende werking en leidt niet tot een significante toename van verkeersbewegingen over waterschapswegen. Met de beoogde ontwikkeling zijn er geen effecten op de werking van omliggende objecten, terreinen of (vaar) wegen die voor het waterbeheer van belang zijn. Conclusie Met de beoogde herontwikkeling van een voormalige horecagelegenheid zijn er geen effecten te verwachten op de waterhuishouding. Er is geen sprake van een toename aan bebouwd oppervlak ten opzichte van de uitgangssituatie. De ontwikkeling heeft geen invloed op de omliggende watergangen of het watersysteem ter plaatse. Er is sprake van een hydrologisch neutrale ontwikkeling. Het hemelwater wordt gescheiden afgevoerd. Het vuile water wordt ook in de nieuwe situatie afgevoerd via het gemeentelijke rioolstelsel.
De beoogde ontwikkeling is inpasbaar binnen de waterdoelstellingen. De voor de ontwikkeling uitgevoerde watertoets wordt voor advies voorgelegd aan Waterschap Scheldestromen.
3.11 Vormvrije MER -beoordeling Het Besluit tot wijziging van het Besluit milieueffectrapportage en het Besluit omgevingsrecht (reparatie en modernisering milieueffectrapportage) (Staatsblad 102, jaargang 2011) zijn op 28 februari 2011 gepubliceerd. Deze reparatie van het Besluit milieueffectrapportage was nodig door het arrest van het van de EU van 15 oktober 2009 (Commissie tegen Nederland, zaak C-255/08). Het Besluit milieueffectrapportage kende een systeem van absolute drempelwaarden. Het systeem van absolute drempelwaarden bood in de praktijk vanwege de duidelijkheid grote voordelen. Gebleken is echter, dat het in feite onmogelijk is om de drempelwaarden zo te formuleren dat rekening wordt gehouden met alle criteria van bijlage III van de richtlijn, zoals bijv. cumulatie, en daarbij te garanderen dat onder die drempelwaarde geen sprake kan zijn van aanzienlijke negatieve gevolgen voor het milieu. Om die reden is gekozen om de drempelwaarden indicatief te maken. Dit betekent dat de drempelwaarden in kolom 2 in de D-lijst van het Besluit-mer een indicatief karakter krijgen. Op grond van artikel 3:46 van de Algemene wet bestuursrecht dient het bevoegd gezag zijn keuze om géén mer-beoordeling te maken voor een activiteit die beneden de drempelwaarde valt, te motiveren in de toelichting van een ruimtelijk besluit.
Voor deze toets wordt de term vormvrije m.e.r.-beoordeling gehanteerd. Voor de vormvrije m.e.r.-beoordeling bestaan geen vereisten voor de vorm, maar wel voor de inhoud. Met betrekking tot de inhoud moet aandacht worden besteed
Ruimtelijke onderbouwing- Lange Reke 4- Renesse
30
aan alle criteria die zijn opgenomen in Bijlage III bij de Europese richtlijn 'betreffende de milieubeoordeling van bepaalde openbare en particuliere projecten’. Besluitgebied Onderliggende ruimtelijke onderbouwing maakt de realisatie van nieuwe bebouwing voor een detailhandelsfunctie en een tweetal appartementen mogelijk. Met de ontwikkeling is sprake van een activiteit zoals benoemd in categorie D11.2: ‘de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject, met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen’ van het Besluit mer. De (indicatieve) drempelwaarde voor het opstellen van een m.e.r.-beoordeling bedraagt voor deze activiteit het oprichten van minimaal 2000 woningen of ontwikkelingen met een oppervlakte van 100ha of meer. De beoogde ontwikkeling blijft ruim onder de drempelwaarden. Uit de ruimtelijke en milieukundige beoordeling in de overige paragrafen blijkt dat de beoogde situatie inpasbaar is in de omgeving. Er is sprake van een kleinschalige activiteit zonder significante verandering van de milieubelasting ten opzichte van de bestaande situatie. De beoogde situatie is hiermee ruimtelijk en milieukundig inpasbaar. Alle relevante omgevingsaspecten zijn onderzocht in hoofdstuk 3.
Conclusie Gelet op de kenmerken van de activiteit en de mate van de kwetsbaarheid van het milieu waarin het besluitgebied is gelegen, kan worden geconcludeerd dat er geen milieueffectrapportage (MER) behoeft te worden opgesteld.
Ruimtelijke onderbouwing- Lange Reke 4- Renesse
31
4.
UITVOERBAARHEID
4.1
Economische uitvoerbaarheid
Behalve de ruimtelijke en milieukundige uitvoerbaarheid, dient tevens de financieel-economische uitvoerbaarheid van een ruimtelijke ontwikkeling inzichtelijk te worden gemaakt. Wanneer een ruimtelijk besluit een bouwplan, zoals bedoeld in artikel 6.2.1 van het Besluit ruimtelijke ordening, mogelijk maakt, is de gemeente op basis van de grondexploitatiewet verplicht om de kosten hiervan te verhalen op de aanvrager. Dit is vastgelegd in artikel 6.12 lid 1 van de Wet ruimtelijke ordening. De gemeente dient bij het nemen van een projectafwijkingsbesluit tevens een exploitatieplan vast te stellen. Van een bouwplan als bedoeld in artikel 6.2.1 van het Bro is onder meer sprake indien sprake is van de bouw van één of meer woningen of de bouw van één of meer andere hoofdgebouwen. Tevens is een exploitatieplan noodzakelijk indien er specifieke locatie-eisen gesteld worden aan de uitvoering. In afwijking van het bepaalde in artikel 6.12 lid 1 Wro kan de gemeenteraad besluiten om de kosten anderszins te verzekeren. Het project zal geheel door de initiatiefnemer gerealiseerd worden. Het verhaal van kosten zal door de gemeente hoofdzakelijk plaatsvinden in de vorm van leges. Voor het verhalen van eventuele kosten voor tegemoetkoming in planschade wordt een overeenkomst ter verhaal van eventuele kosten aangegaan. Hiermee is het verhaal van de gemeentelijke kosten voldoende verzekerd.
Het project is hiermee economisch uitvoerbaar. Voor de gemeente zijn er geen financiële consequenties aan verbonden. Op grond van het voorgaande kan worden geconcludeerd dat de economische uitvoerbaarheid van het project voldoende is gegarandeerd en er kan worden afgezien van het opstellen van een exploitatieplan.
4.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
Bij de voorbereiding van de omgevingsvergunning op basis van artikel 2.12, lid 1, sub a onder 3˚ Wabo wordt de procedure zoals vastgelegd in afdeling 3.4 Awb gevolgd. De ontwerp beschikking met bijbehorende stukken wordt gedurende 6 weken ter inzage gelegd. Aan de hand van de voorbereiding van de vergunning wordt het wettelijk overleg ex artikel 3.1.1 Bro gevoerd. Reacties van
de
wettelijke
overlegpartners
(Waterschap
Scheldestromen,
Veiligheidsregio)
worden
weergegeven in paragraaf 5.3. Het college is bij de voorbereiding van het besluit op de omgevingsvergunningaanvraag niets gebleken van planologische of maatschappelijke belemmeringen. Er is geen reden om aan te nemen dat de beoogde herontwikkeling van de bebouwing geen maatschappelijk draagvlak heeft.
4.3
Procedure
De ontwerpbeschikking zal gedurende 6 weken ter inzage worden gelegd met bijbehorende stukken. Voorafgaand hieraan wordt hiervan mededeling gedaan in het plaatselijke blad en op de gemeentelijke website. Gedurende de termijn van de terinzagelegging kan eenieder een zienswijze indienen. De resultaten van de terinzagelegging zullen beoordeeld worden en aanvullend in de ruimtelijke onderbouwing worden opgenomen.
Ruimtelijke onderbouwing- Lange Reke 4- Renesse
32
BIJLAGEN 1
Situatietekening Erik van den Bos Architect d.d. September 2023
2
Stikstofdepositieberekening S&W Bouwkundig Ingenieurs BV d.d. Juni 2023
Ruimtelijke onderbouwing- Lange Reke 4- Renesse
33