1301325 Bijlage 1 Ruimtelijke onderbouwing Lange Reke 4
Tekst van het document
Ruimtelijke onderbouwing Lange Reke 4 Renesse Gemeente Schouwen-Duiveland
Oktober 2023
Buro Kours Adviesburo voor ruimtelijke ontwikkeling
Tel 06 466 27 079
www.burokours.nl
Ruimtelijke onderbouwing- Lange Reke 4- Renesse
Titel
Ruimtelijke onderbouwing Lange Reke 4 Renesse
Kenmerk
: 2023.251. 01
Gemeente
: Schouwen- Duiveland
Datum
: 16 oktober 2023
Auteur
: F.G.P. Savelkouls MSc. Buro Kours: Adviesburo voor ruimtelijke ontwikkeling
Ruimtelijke onderbouwing- Lange Reke 4- Renesse
Ruimtelijke onderbouwing- Lange Reke 4- Renesse
-INHOUDSOPGAVE 1.
INLEIDING................................................................................................. 6
1.1 1.2 1.3 1.4
AANLEIDING EN DOEL ................................................................................ 6 LIGGING EN KADASTRALE BEGRENZING ....................................................... 6 GEBIEDSOMSCHRIJVING ............................................................................ 7 BESTAANDE EN BEOOGDE SITUATIE ............................................................ 8
2.
BELEIDSKADER ........................................................................................ 10
2.1 2.2 2.3
RIJKSBELEID........................................................................................... 10 PROVINCIAAL BELEID............................................................................... 11 GEMEENTELIJK BELEID ............................................................................. 12
3.
RUIMTELIJKE EN MILIEUKUNDIGE ASPECTEN ......................................... 19
3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6
BODEM ................................................................................................... 19 WEGVERKEERSLAWAAI............................................................................. 19 MOBILITEIT EN PARKEREN ........................................................................ 20 BEDRIJVEN EN MILIEUZONERING .............................................................. 21 LUCHTKWALITEIT .................................................................................... 22 FLORA EN FAUNA ..................................................................................... 23
3.7 3.8 3.9 3.10 3.11
ARCHEOLOGIE ........................................................................................ 24 CULTUURHISTORIE .................................................................................. 25 EXTERNE VEILIGHEID .............................................................................. 26 WATER ................................................................................................... 28 VORMVRIJE MER -BEOORDELING ............................................................... 30
4.
UITVOERBAARHEID ................................................................................. 32
4.1
ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID............................................................ 32
4.2 4.3
MAATSCHAPPELIJKE UITVOERBAARHEID..................................................... 32 PROCEDURE ............................................................................................ 32
BIJLAGEN ........................................................................................................... 33
Ruimtelijke onderbouwing- Lange Reke 4- Renesse
5
1.
INLEIDING
1.1
Aanleiding en doel
Het besluitgebied is gelegen aan de Lange Reke 4, 4325 AA, binnen de begrenzing van de bebouwde kom van Renesse. De initiatiefnemer beoogt om de voormalige horecagelegenheid met bedrijfswoning te slopen en een nieuw winkelpand op te richten met op de verdieping een tweetal appartementen die zullen worden verhuurd. Ter plaatse is het bestemmingsplan ‘Renesse’ uit 2023 van toepassing. De projectlocatie beschikt over de bestemming ‘Horeca’ met de functieaanduiding ‘horeca tot en met categorie 1’ en de mogelijkheid om een bedrijfswoning te realiseren. Binnen de geldende bestemming zijn uitsluitend horecabedrijven toegestaan. De gevestigde commerciële activiteiten en de beoogde reguliere appartementen voor de verhuur aan derden wijken af van de toegestane gebruiksmogelijkheden. In het geldende bestemmingsplan zijn geen afwijkingsbevoegdheden of wijzigingsbevoegdheden opgenomen die de beoogde verandering in het gebruik en de beoogde appartementen mogelijk maken. Om het gebruik als detailhandel en de beoogde appartementen mogelijk te maken is medewerking nodig van het College van Burgemeester & Wethouders van de gemeente Schouwen- Duiveland om af te kunnen wijken van de geldende regeling op basis van een omgevingsvergunningprocedure (artikel 2.12, lid 1, sub a onder 3˚ Wabo).
Ten behoeve van de omgevingsvergunningaanvraag dient de motivering van het besluit een goede ruimtelijke onderbouwing te bevatten.
1.2
Ligging en kadastrale begrenzing
De projectlocatie bevindt binnen de bebouwde kom van Renesse. Kadastraal is de locatie bekend als Westerschouwen, sectie A, nummer 335. Op onderstaande kaarten wordt de bestaande situatie van het besluitgebied en de kadastrale begrenzing weergegeven.
Figuur 1
Locatie besluitgebied globaal aangegeven met rode aanwijzer (ruimtelijkeplannen.nl)
Ruimtelijke onderbouwing- Lange Reke 4- Renesse
6
1.3
Gebiedsomschrijving
De kern Renesse is ontstaan als een historisch ringdorp. Het centrum van de kern bestaat uit een ringvormige straat rondom een hoger gelegen kerk. In de huidige kern is de stedenbouwkundige structuur van het ringdorp nog herkenbaar aanwezig. Tot aan omstreeks de jaren ’70 is het historische stedenbouwkundige patroon grotendeels gelijk gebleven. Vanaf de jaren ’80 is er in de omgeving van de kern veel verblijfsrecreatie gevestigd en is Renesse uitgegroeid tot een van belangrijkste toeristische kernen van Schouwen-Duiveland. Na de Tweede wereldoorlog en vanaf de jaren ’80 is de historische kern met name in oostelijke en westelijke richting uitgebreid met een aantal woonwijken. De huidige kern bestaat als gevolg van de planmatige ontwikkeling van verschillende verblijfsrecreatiegebieden uit meerdere ruimtelijk van elkaar gescheiden bebouwingsconcentraties. De besluitlocatie bevindt zich binnen de historische kern, aangrenzend aan de historische ringstructuur ter hoogte van het commerciële centrum aan de Hogezoom. Het huidige toeristische dorpscentrum concentreert zich rondom de straten Korte Reke, Lange Reke, Kromme Reke en de straten de Hogezoom en Zeeanemoonweg. Ten oosten van de kerk heeft de huidige bebouwing hoofdzakelijk een woonfunctie. De bebouwing aan deze zijde van de kerk is grotendeels opgericht omstreeks 1900 en sindsdien bewaard gebleven.
De bebouwing aan de westzijde van de kerk heeft voornamelijk een centrumfunctie met winkels, horeca, openbaar groen en terrassen. De kerkring loopt over in de winkelstraat Hogezoom. Veel van de historische bebouwing aan de westzijde van de ring is in de loop der jaren vervangen door nieuwbouw. De Kerk en een deel van de bebouwing ten zuiden van de kerk heeft een rijks monumentale status. Ondanks dat een deel van de historische bebouwing is vervangen, is de oorspronkelijke aaneengesloten bebouwingsstructuur van het centrum behouden gebleven. Het merendeel van de bebouwing in de directe omgeving van het projectgebied is opgericht na 1980 en bestaat veelal uit een centrumfunctie in de plint met appartementen op de verdieping. De gebouwen bestaan overwegend uit twee bouwlagen en een kap. Als gevolg van de perceelsgewijze ontwikkeling is er een grote diversiteit aan bouwstijlen ontstaan. De stedenbouwkundige structuur is compact doordat de bebouwing op korte afstand van de weg is gebouwd. De bijbehorende percelen zijn lang en smal. Het realiseren van een tweetal appartementen boven een winkel past binnen de functionele structuur van de omgeving.
Ruimtelijke onderbouwing- Lange Reke 4- Renesse
7
1.4 -
-
-
-
-
-
-
-
Bestaande en beoogde situatie De projectlocatie betreft een voormalige horecagelegenheid en bevindt zich binnen het centrumgebied van de kern Renesse, tussen de kerkring en de commerciële Hogezoom, in een winkelstraat met meerdere bovenwoningen; Ter plaatse is bebouwing aanwezig, opgericht in de jaren ’90, bestaande uit twee bouwlagen met een kap; De huidige bebouwing heeft een moderne uitstraling door de functionalistische bouwstijl zonder gevelversiering, met rechte vormen en gepleisterde gevels. Met de huidige dakconstructie is er geen sprake van een volwaardige tweede verdieping. De huidige bebouwing is verouderd en niet meer aan te passen aan de actuele duurzaamheidsbehoeften en gebruikswensen; De bestaande bebouwing zal in het kader van het nieuwe gebruik worden gesloopt en heropgericht. De nieuwe bebouwing wordt goed geïsoleerd en gasloos gerealiseerd. In de beoogde situatie wordt een winkelruimte met een oppervlakte van circa 150m2 ontwikkeld in een aansprekende bouwstijl. Op de verdieping worden twee appartementen (vrije sector verhuur) van ieder circa 100m2 mogelijk gemaakt; In de beoogde situatie wordt gekozen voor een bouwstijl die beter aansluit op de historische omgeving.
Met de toepassing van de beoogde gemetselde gevels met metseldetails, houten goten aan de voorzijde en een zinken hemelwaterafvoer aan de achterzijde wordt beter aangesloten op de beleving van de historische bebouwing aan de kerkring. Hiermee wordt bijgedragen aan het verbeteren van de uitstraling van het historische centrum; De beoogde ontwikkeling is niet mogelijk op basis van het geldende bestemmingsplan ‘Renesse’. Op basis van het bestemmingsplan is het reeds toegestaan om binnen de bebouwing een bedrijfswoning te realiseren. De beoogde ontwikkeling wijkt af van het toegestane gebruik; Het realiseren van twee appartementen boven een commerciële functie past binnen de functionele structuur van het Lange Reke. De beoogde ontwikkeling is kleinschalig, milieukundig inpasbaar en heeft geen invloed op de bedrijfsvoering van omliggende ondernemingen zoals is weergegeven in hoofdstuk 3; Met het hergebruik van een voormalige horecagelegenheid door detailhandel (schoenenzaak) met appartementen op de verdieping wordt leegstand voorkomen, wordt bijgedragen aan het behouden van een levendig centrum op een beeldbepalende locatie en wordt invulling gegeven aan de grote vraag naar (vrije sector) huurappartementen voor kleine huishoudens; De locatie wordt ontsloten via het Lange Reke aan de voorzijde en het Achterpad en is goed bereikbaar.
Er is als gevolg van het vestigen van een commerciële functie met appartementen in een centrumgebied is geen sprake van een grote verkeersaantrekkende werking.
Om de ontwikkeling mogelijk te maken is een afwijking nodig van het bestemmingsplan ‘Renesse’ op basis van artikel 2.12, lid 1, sub a onder 3˚ Wabo. In het volgende hoofdstuk wordt de ruimtelijke en de milieukundige inpasbaarheid nader onderzocht.
Ruimtelijke onderbouwing- Lange Reke 4- Renesse
8
Figuur 2
Uitgangssituatie
Figuur 3
Beoogde situatie
Ruimtelijke onderbouwing- Lange Reke 4- Renesse
9
2.
BELEIDSKADER
2.1
Rijksbeleid
2.1.1 NOVI Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) vastgesteld door de Tweede Kamer. De NOVI biedt een langetermijnperspectief op de ontwikkeling van de leefomgeving tot 2050. Met de omgevingsvisie wordt richting gegeven aan de grote nationale opgaven. De NOVI benoemt nationale belangen en geeft richting ten aanzien van vier prioritaire opgaven. Tevens is er ruimte voor regionaal maatwerk en een gebiedsgerichte uitwerking. Zodra de Omgevingswet in werking is getreden, zal de omgevingsvisie de status hebben van een Nationale Omgevingsvisie. Nationale belangen bestaan onder meer uit het bouwen van nieuwe woningen, ruimte voor opwekking van duurzame energie en de ontwikkeling van een circulaire economie met behoud van onder meer biodiversiteit en een aantrekkelijke leefomgeving. De nationale belangen komen samen in vier prioriteiten: Ruimte voor klimaatadaptie en energietransitie; Duurzaam economisch groeipotentieel; Sterke en gezonde steden en regio’s; Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Beoogde ontwikkeling De ontwikkeling is kleinschalig van aard en niet strijdig met het Rijksbelang. Het realiseren van een commerciële functie met appartementen binnen de bebouwde kom in het dorpshart past binnen de kernprioriteit ‘sterke en gezonde steden en regio’s’.
Conclusie De beoogde ontwikkeling past binnen het Rijksbeleid zoals opgenomen in de NOVI.
2.1.2 Besluit Algemene Regels Ruimtelijke Ordening Voor de bescherming van de nationale belangen met het oog op een goede ruimtelijke ordening stelde de minister regels aan de inhoud van bestemmingsplannen en andere ruimtelijke plannen. Dit is gedaan in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). In het Barro komen de nationale belangen als titels terug. Verdere uitwerking vindt plaats in de onderliggende ministeriële Regeling algemene regels ruimtelijke ordening. De regels in het besluit zijn concreet normstellend en moeten direct of indirect (door tussenkomst van de provincie) doorwerken tot het niveau van de lokale besluitvorming. Conclusie Voor het besluitgebied zijn er geen nationale belangen in het geding.
2.1.3 Ladder voor duurzame verstedelijking Op basis van artikel 3.1 lid 6 Bro dient een nieuwe stedelijke ontwikkeling te motiveren op welke wijze er toepassing is gegeven aan de voorwaarde van duurzaam ruimtegebruik. Op deze manier wordt een zorgvuldige en transparante afweging bij ruimtelijke en infrastructurele besluiten nagestreefd en wordt de aanwezige ruimte in stedelijk gebied optimaal benut. Een stedelijke ontwikkeling is gemotiveerd als (artikel 1.1.1 lid 1, aanhef en onder i Bro): 'een ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen'. Uit jurisprudentie blijkt dat een ontwikkeling die voorziet in niet meer dan 11 woningen of een nieuw ruimtebeslag van minder dan 500m2, niet als een stedelijke ontwikkeling aangemerkt kan worden. Ruimtelijke onderbouwing- Lange Reke 4- Renesse
10
De beoogde ontwikkeling vindt plaats binnen de bebouwde kom en in het dorpshart. Met het hergebruiken van een voormalige horecalocatie voor een detailhandelsfunctie met twee appartementen is geen sprake van een stedelijke ontwikkeling in de zin van het Besluit ruimtelijke ordening. Op basis van de geldende planologische regeling is het oprichten van één woonfunctie in de vorm van een bedrijfswoning en een publiekstrekkende functie in de plint reeds toegestaan. Er is geen sprake van een toename van het ruimtebeslag boven de 500m2 of van een sterke toename van de gebruiksintensiteit. De Ladder voor Duurzame verstedelijking is voor onderhavig project niet van toepassing. Conclusie De beoogde ontwikkeling is wat betreft aard en omvang niet aan te merken als een (nieuwe) stedelijke ontwikkeling. De Ladder voor Duurzame verstedelijking is voor onderhavig project niet van toepassing. Bij het concentreren van functies binnen het bestaand stedelijk gebied, is sprake van duurzaam ruimtegebruik.
2.2
Provinciaal beleid
2.2.1 Zeeuwse Omgevingsvisie De Gedeputeerde Staten hebben op 12 november 2021 de Zeeuwse Omgevingsvisie vastgesteld. De Omgevingsvisie is een strategisch lange termijn kader waarin de lange termijn ambities tot 2050 en de Zeeuwse kernkwaliteiten zijn weergegeven. Deel A omvat de beleidsdoelstellingen bestaande uit vier ambities en 27 bouwstenen. De vier ambities sluiten aan bij de prioriteiten van de Nationale Omgevingsvisie (NOVI). De vier centrale ambities tot 2050 zijn geformuleerd als: Uitstekend wonen, werken en leven in Zeeland; Balans in de grote wateren en het landelijk gebied; Een duurzame en innovatie economie; Klimaatbestendig en CO2-neutraal Zeeland. In deel B is het uitvoeringsprogramma opgenomen met de beleidsdoelstellingen tot 2030 en de acties die daaraan bijdragen. De belangrijkste beleidsdoelstellingen zijn opgenomen in de Omgevingsverordening. Ten aanzien van de vertaling van de beleidsambities naar concrete ruimtelijke opgaven zijn een aantal afwegingsfactoren opgenomen. Voor alle ruimtelijke ontwikkelingen geldt dat een afweging dient plaats te vinden in hoeverre wordt bijgedragen aan het behouden of versterken van de karakteristieke eigenheid van het landschap en de Zeeuwse identiteit. Het uitdragen van de Zeeuwse identiteit draagt bij aan het versterken van het vestigingsklimaat en het behouden van een aantrekkelijke woonomgeving.
Tot de kernkwaliteiten van het Zeeuwse landschap behoren combinaties van functies waar zowel economische, natuurlijke als culturele elementen deel van uitmaken. De Zeeuwse kernkwaliteiten zijn als volgt geformuleerd: Kernkwaliteiten zijn herkenbare, fysieke elementen zoals bebouwing, openbare ruimte, landschap, natuur en cultuurhistorie. Ze zijn zichtbaar in de omgeving. Ze gaan samen met de immateriële waarden zoals rust, gezondheid, leefbaarheid, levendigheid, aantrekkingskracht en andere culturele en sociale aspecten. Kernkwaliteiten zijn meestal niet in een getal te vatten, en al helemaal niet objectief: ze drukken een bepaalde mate van waardering uit (uit p16 Zeeuwse Omgevingsvisie Deel A). Tot kernkwaliteiten behoren in ieder geval: 1. Genieten en opladen: in de provincie is een breed aanbod aan (verblijf)recreatie voor een brede doelgroep aanwezig. Elementen van de kernkwaliteiten zijn onder meer: weidsheid, ruimte, rust (stilte en duisternis), streekproducten, cultuur, strand en zee;
Ruimtelijke onderbouwing- Lange Reke 4- Renesse
11
2. Waarderen en beschermen van het mooie Zeeuwse landschap: de kleinschalige structuur met oude dijken, kleine dorpen in het groen. Elementen van deze kernkwaliteit zijn onder meer: duinen, cultuurlandschap, eilandgevoel, dubbelgebruik van ruimte; 3. We voelen ons verbonden met de historie: kernkwaliteiten zijn onder meer de cultuurhistorisch waardevolle elementen die verwijzen naar de strijd tegen het water en het militair erfgoed; 4. Kernkwaliteitswens: Passende werkgelegenheid en ontwikkelingsmogelijkheden voor iedereen in Zeeland: de provincie streeft onder meer naar meer diversiteit in werkgelegenheid om ook jongere huishoudens voor de lange termijn te kunnen behouden. Besluitgebied Ten aanzien van de beoogde ontwikkeling is met name de ambitie ‘uitstekend wonen, werken en leven in Zeeland’ van belang. Het plan draagt bij aan de kernkwaliteit ‘genieten en opladen’ en het uitdragen van de historie. Het herontwikkelen van een voormalige horecagelegenheid met bedrijfswoning als winkel met twee appartementen in het dorpscentrum vindt plaats binnen het bestaande dorpscentrum. De besluitlocatie ligt in een winkelrij, tussen de souvenirwinkels en horeca aan de Kerkring en de winkels aan de Hogezoom. Renesse is in de jaren ’80 en ’90 uitgegroeid tot een recreatiegebied waar veel jongeren naartoe trokken.
Als gevolg van sociaal- economische veranderingen is de omgeving van Renesse zich wat meer op gezinsvakanties, korte vakanties gedurende het hele jaar en kleinere huishoudens gaan richten. Hierbij past een ander voorzieningenaanbod. Het herontwikkelen van een voormalige kleinschalige horecagelegenheid als detailhandel (schoenenwinkel) sluit hierop aan. Er bestaat in de actuele markt een grote behoefte aan woonruimte. Het realiseren van appartementen boven een winkel geeft invulling aan de actuele woonbehoefte. Wonen boven winkels draagt bij aan het behouden van een levendig centrum. Conclusie De aard en schaal van de ontwikkeling zijn inpasbaar op de huidige locatie (zie tevens hoofdstuk 3). De beoogde ontwikkeling sluit aan bij de doelstellingen uit de Zeeuwse Omgevingsvisie.
2.3
Gemeentelijk beleid
2.3.1 Strategische visie ‘Tij van de toekomst 2011- 2040’ Op 3 oktober 2011 is de gemeentelijke ruimtelijke ontwikkelingsvisie tot 2040 vastgesteld. Voor het gebied Schouwen- Duiveland spelen een aantal maatschappelijke opgaven die de basis vormen voor het ruimtelijke beleid. In de strategische visie stelt de gemeente Schouwen- Duiveland de doelstelling centraal om als vakantie-eiland een toonaangevende watereconomie te ontwikkelen die een duurzame verbinding vormt tussen wonen, werken, zorgen en genieten. Dit betekent dat om het karakteristieke kustlandschap te kunnen behouden, nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen zo veel mogelijk in de bebouwde kom worden geconcentreerd. Met nieuwe ruimtebeslag buiten de bebouwde kom wordt terughoudend omgegaan. Binnen de bebouwde omgeving wordt leegstand en verpaupering zo veel mogelijk voorkomen. De gemeente faciliteert kleinschalige bedrijvigheid op de juiste locaties. Functiemenging van wonen en werken is mogelijk mits daarbij de bestaande kwaliteit behouden blijven. (Verblijfs)recreatie is van groot economisch belang voor de regio. Een deel van de aanwezige verblijfsrecreatie sluit onvoldoende aan bij de actuele vraag. Daarnaast is er binnen de regio kwetsbare natuur gelegen, waarvan de bescherming soms op gespannen voet staat met andere activiteiten en ontwikkelingen. Voor het eiland is een toeristische hoofdstructuur opgesteld (THS).
Verblijfsrecreatieve voorzieningen bevinden zich voornamelijk in het noordwestelijke deel van het eiland. Nieuwe ontwikkelingen dienen te passen in het landschap en over voldoende draagvlak in de samenleving te beschikken. De kern Renesse heeft een grote naamsbekendheid. Door een breder aanbod aan culturele activiteiten en bezienswaardigheden te ontwikkelen en Ruimtelijke onderbouwing- Lange Reke 4- Renesse
12
profileren beoogt de gemeente om de naamsbekendheid te benutten om in de toekomst een bredere doelgroep aan te (blijven) trekken. Binnen het lange termijnbeleid wordt mede ingezet op een kwaliteitsimpuls van de kern Renesse door onder meer te investeren in het verblijfsklimaat. Besluitgebied Het besluitgebied bevindt zich volgens de structuurkaarten in een gebied dat wordt gekenmerkt door een toeristische economie en wonen aan de kust. Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen dient zorgvuldig omgegaan te worden met de aanwezige kwaliteiten. Onderdeel hiervan is dat bebouwing zoveel mogelijk wordt geconcentreerd binnen de bestaande bebouwde contouren en dat leegstand wordt voorkomen. In de beoogde situatie wordt een voormalig horecapand met een bedrijfswoning aan de kerkring herontwikkeld als schoenenwinkel met appartementen op de verdieping. De nieuwe bebouwing sluit beter aan bij de hedendaagse duurzaamheidsdoelstellingen en gebruikswensen. De bouwstijl van de nieuwe bebouwing past beter bij de historische omgeving dan de huidige bebouwing. Door op de verdieping in het centrumgebied woonfuncties te ontwikkelen, wordt leegstand van gebouwen voorkomen en blijft het centrum ook na sluitingstijd aantrekkelijk en levendig. Wonen in een historisch centrum biedt daarbij een onderscheidend woonmilieu voor (kleine) huishoudens (waaronder nieuwe vestigers).
Conclusie Met de ontwikkeling krijgt een vrijgekomen locatie in het dorpshart een passende nieuwe functie (schoenenwinkel) voor een breed publiek en wordt leegstand voorkomen. De ontwikkeling sluit aan bij de aard en karakteristiek van de omgeving, draagt bij aan het ontwikkelen van een levendig centrum van Renesse en sluit daarmee aan bij de lange termijn ruimtelijke doelstellingen uit de structuurvisie.
2.3.2 Vigerend bestemmingsplan Ter hoogte van de projectlocatie is het bestemmingsplan ‘Renesse’ van toepassing (vastgesteld op 23 maart 2023). Het perceel beschikt over de bestemming ‘Horeca’ met de functieaanduidingen ‘horeca tot en met categorie 1’, ‘bedrijfswoning’ en ‘specifieke bouwaanduiding- hoofdgebouw’ toegekend. De omgeving is aangemerkt met de gebiedsaanduiding ‘Overige zone- gezellige ring’. Binnen deze bestemming en de bijbehorende aanduidingen is een horecabedrijf toegestaan in een lichtere horecacategorie met een bedrijfswoning. Commerciële activiteiten en de beoogde appartementen voor de verhuur aan derden wijken af van de toegestane gebruiksmogelijkheden. Binnen de ‘gezellige ring’ dienen nieuwe ontwikkelingen tevens bij te dragen aan een verbetering van het straatbeeld en het creëren van meer samenhang in het bebouwingsbeeld. Voor de locatie zijn de bouwaanduidingen ‘Maatvoering: maximum bouwhoogte: 10m’ en ‘maximum goothoogte: 6m’ van toepassing voor de hoofdgebouwen aan de straatzijde. Voor het achtererfgebied zijn de aanduidingen ‘maximum bouwhoogte: 10m’ en ‘maximum goothoogte: 4m’ van toepassing. In het geldende bestemmingsplan zijn geen mogelijkheden opgenomen om het gebruik als detailhandel met een tweetal appartementen toe te staan. Om de beoogde activiteiten mogelijk te maken zal van het geldende bestemmingsplan moeten worden afgeweken.
De beoogde ontwikkeling is mogelijk door middel van een omgevingsvergunningprocedure (artikel 2.12, lid 1, sub a onder 3˚ Wabo). Hierbij dient sprake te zijn van een goede ruimtelijke ordening.
Ruimtelijke onderbouwing- Lange Reke 4- Renesse
13
Figuur 5
Uitsnede bestemmingsplan ‘Renesse’: enkelbestemming ‘Horeca’ (besluitgebied gemarkeerd
met rode aanwijzer).
2.3.3 Parapluplan parkeernormen Schouwen-Duiveland Met het bestemmingsplan ‘Parapluplan parkeernormen’ zijn de parkeernormen uit het beleidsdocument ‘Parkeerbeleid 2017-2020’ voor nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen planologisch verankerd. Een uitgebreide afweging is opgenomen in paragraaf 3.3.
2.3.4 Masterplan Renesse In het Masterplan Renesse heeft de gemeente de visie voor de komende 20 tot 30 jaar vastgelegd. Met het Masterplan worden de uitgangspunten en randvoorwaarden zoals benoemd in de Toekomstvisie (2015) vertaald in ruimtelijke opgaven voor de middellange termijn. Hiertoe behoren de kernkwaliteiten voor Renesse in samenhang met het maatschappelijk krachtenveld en de belangrijkste lange termijn ambities. De doelstellingen uit het Masterplan vormen geen strikt toetsingskader voor nieuwe ontwikkelingen, maar een richtpunt. De kern Renesse is een levendige dorpskern met een relatief groot aanbod aan voorzieningen gelegen tussen de duinen, het strand, het watersportgebied rondom de Brouwersdam en de polder. Deze centrale ligging maakt de kern een vanzelfsprekende schakel voor de huidige en toekomstige verblijfsrecreatieve ontwikkeling. De kernkwaliteiten van Renesse zijn als volgt geformuleerd: 1. Een veelzijdig en aantrekkelijk strand. 2. Een afwisselend landschap in en om het dorp. 3. Een bruisend centrum. 4. Een hechte en ondernemende gemeenschap.
Ruimtelijke onderbouwing- Lange Reke 4- Renesse
14
Recreatie en toerisme vormen de belangrijkste economische dragers voor de kern. Het relatieve belang van toerisme voor de werkgelegenheid wordt naar verwachting steeds groter voor de regio. Sociaal- maatschappelijke trends en ontwikkelingen binnen de toeristische sector zoals vergrijzing, een veranderende samenstelling van bezoekers en de duur van de vakanties, leiden tot een andere vakantiebehoefte. Het aandeel jongeren onder de gasten in Renesse neemt sterk af, er is een toenemende vraag vanuit gezinnen en ouderen naar korte vakanties gedurende meerdere momenten in het jaar. Bezoekers stellen daarbij hogere eisen aan comfort en de kwaliteit van de omgeving en de voorzieningen. Op basis van de maatschappelijke trends en ontwikkelingen zijn de volgende strategieën opgesteld: 1. Bouw verder op waar je sterk in bent (kernkwaliteiten als uitgangspunt); 2. Seizoens-verlenging (groei in schouderseizoenen); 3. Aantrekken divers publiek (kwaliteiten aantrekkelijk voor een breed publiek); 4. Kruisbestuiving (voorzieningen en attracties profiteren van elkaar); 5. Investeren in gemeenschapszin en samenwerking (gemeenschap en toerisme profiteren van elkaar). De kernkwaliteiten van Renesse laten zich samenvatten als: het strand en de beleving daarvan, het leven in het landschap, het bruisend centrum en het thuisgevoel.
Nieuwe ontwikkelingen dienen bij te dragen aan het versterken van een aantrekkelijke, levendige en groene badplaats. Voor het centrum van Renesse betekent dit dat wordt ingezet op een aanbod aan winkels, horeca en voorzieningen dat inspeelt op behoeften van een breed publiek (jongeren, gezinnen en senioren). Het huidige aanbod in het centrum is nog sterk gericht op eigen publiek of op het strand en uitgaan van jongeren. Het is voor de lange termijn van belang dat het aanbod in het centrum het publiek langer vast weet te houden. Door onder meer de inrichting van het dorpshart aan de kerkring en de Hogezoom meer autoluw te maken wordt dit gebied aantrekkelijker voor verblijf. Rondom de kerkring wordt ingezet op het versterken van de historische uitstraling en ontmoeting (breed aanbod aan horeca): de zogenaamde ‘gezellige ring’. In de omgeving van de Hogezoom wordt ingezet op het versterken (verbreden) van het winkelaanbod en het verbeteren van de samenhang in het straatbeeld. Beoordeling De besluitlocatie grenst zowel aan het commerciële gebied aan de Hogezoom als aan het verblijfsgebied rondom de kerkring. Een detailhandel (schoenenzaak) past binnen de ambities om een gezellig dorpscentrum voor een breed publiek te ontwikkelen (jongeren, ouderen en gezinnen).
De realisatie van appartementen op de verdieping draagt ook na sluitingstijd van winkels bij aan het verbeteren van de levendigheid van het centrum. De nieuwe bebouwing wordt uitgevoerd in een meer aansprekende traditionele bouwstijl. De beoogde gevelstijl sluit beter aan bij de doelstellingen van de gemeente om een meer samenhangend en naar de historie van de kern verwijzende inrichting van het historische gebied rondom de kerk te realiseren. Conclusie De beoogde ontwikkeling sluit aan op de doelstellingen voor het realiseren van een bruisend en gezellig centrum uit het Masterplan voor Renesse.
2.3.5 Woonbeleid Woonvisie 2018- 2027 Op 28 juni 2018 heeft de gemeente Schouwen- Duiveland de regionale woonvisie vastgesteld. In de nieuwe woonvisie zijn de resultaten uit de woningmarktanalyse voor de periode 2017- 2027 en de evaluatie van de Woonvisie 2013- 2018 opgenomen. In de herziene woonvisie zijn de effecten van de actuele economische en demografische ontwikkelingen op de woningmarkt en de trends op de Ruimtelijke onderbouwing- Lange Reke 4- Renesse
15
middellange termijn opgenomen. De belangrijkste strategische doelstelling binnen het woningbouwbeleid tot 2027 is op basis van de lange termijn structuurvisie ‘Tij van de toekomst’ geformuleerd als ‘prettig wonen naar wens en behoefte’. In het woningbouwbeleid wordt de woningmarktontwikkeling op Schouwen- Duiveland als een integraal systeem benaderd. De verschillende kernen in de gemeente maken allemaal onderdeel uit van dezelfde woningmarkt. Een ontwikkeling in de ene kern heeft daardoor ook effect op andere kernen in de gemeente. Op basis van een woningmarktanalyse voor de periode 2017- 2027 wordt verwacht dat er op de lange termijn nauwelijks behoefte is aan méér woningen. Wel is er een groeiende vraag naar levensloopbestendige en flexibele woningen voor kleinere huishoudens. Het woningbouwprogramma verschuift daarmee van een kwantitatieve naar een kwalitatieve opgave waarbij herstructurering centraal staat. Het huidige woningbouwprogramma richt zich met name op het versterken van de leefbaarheid in de kernen en het concentreren van voorzieningen. De strategische doelstellingen in het gemeenlijk woningbouwbeleid tot 2027 bestaan uit: Verbeteren van de kwaliteit van de bestaande woningvoorraad; Het onttrekken van woningen die verouderd of incourant zijn; Het toevoegen van woningen waar er te weinig van zijn.
In het woningbouwbeleid wordt uitgegaan van een gebiedsgerichte benadering. Tot en met 2027 is ruimte voor het toevoegen van zo’n 480 woningen om invulling te kunnen geven aan de lokale woonbehoefte. De gemeente gaat bij de woningmarktontwikkeling uit van een categorisering in groeikernen, balanskernen en transitiekernen. In balans- en transitiekernen is geen kwantitatieve uitbreiding van de woningvoorraad nodig. Tot de groeikernen waar behoefte is aan netto meer woningen, behoren Zierikzee, Burg-Haamstede en Bruinisse. De woningvoorraad sluit echter in kwalitatieve zin niet geheel aan bij de huidige en de te verwachten vraag naar woningen. Niet voor alle doelgroepen binnen de woningmarkt is voldoende aanbod aanwezig. De huidige woningvoorraad bestaat met name in de kleinere kernen voor een groot deel uit eenvoudige woningen die zijn opgericht vóór 1950 of in de periode tussen 1950 en 1970. Deze woningen zijn het minst aantrekkelijk binnen de woningmarkt en hebben op de langere termijn een relatief grote kans op leegstand. Er bestaat binnen de gemeente een kwalitatieve behoefte aan grondgebonden koopwoningen en levensloopgeschikte woningen die zijn gelegen dichtbij voorzieningen en die sociaal veilig en goed ontsloten zijn. Een levensloopgeschikte woning kan worden bereikt zonder traptreden en heeft alle primaire voorzieningen op één woonlaag.
Door levensloopgeschikt te bouwen, wordt bovendien de flexibiliteit in de hele woonvoorraad bevorderd. Een kwalitatieve doelstelling uit het woningbouwbeleid betreft het realiseren van aanvullende nieuwbouw voor kleinere huishoudens. Door de beperkte beschikbaarheid en de grote vraag naar kleinere woningen stagneert de doorstroming. Door het toevoegen van woningen voor met name de doelgroep kleinere huishoudens worden indirect mogelijkheden geboden voor meerdere doelgroepen binnen de woningmarkt om door te kunnen stromen. Ook binnen balans- en transitiekernen is het hierdoor nodig om de lokale woningvoorraad te blijven vernieuwen om de kernen vitaal te kunnen houden. Er is sprake van een regionale transitieopgave waarvan de opgave sterk verschilt per kern. (Her)bouw vindt plaats op een structuurversterkende plek. Hiervan is onder meer sprake bij herstructurering van bestaande verouderde bebouwing, bij beeldbepalende locaties in het hart of zeer nabij het centrum, in de directe nabijheid van voorzieningen en met een goede bereikbaarheid. Inbreiding gaat hierbij voor uitbreiding.
Ruimtelijke onderbouwing- Lange Reke 4- Renesse
16
Om de bestaande diversiteit aan woonomgevingen ook in de toekomst te kunnen behouden en versterken, wordt in het woningbouwbeleid onderscheid gemaakt in verschillende woonmilieu’s. In de Woonvisie is een toetsingskader voor nieuwe woningbouwplannen opgesteld. Bij een nieuwe ontwikkeling wordt getoetst in hoeverre deze invulling geeft aan de lokale woonbehoefte en bijdraagt aan een versterking van de woningvoorraad. Een nieuwe ontwikkeling dient invulling te geven aan de transitieopgave. De besluitlocatie bevindt zich binnen het woonmilieu ‘Wonen aan de kust’. Kenmerkend voor dit woonmilieu is de zee, het strand, de duinen en het bos nabij met gezellige vakantiedorpen, voorzieningen in de buurt. De kernen binnen dit woonmilieu kennen een relatief sterke vergrijzing. Voor de kern Renesse wordt er in de periode tot en met 2027 een stagnatie tot lichte afname van het aantal gevestigde huishoudens verwacht volgens de verschillende prognosemodellen voor huishoudensontwikkeling. Het woonmilieu ‘Wonen aan de kust’ is aantrekkelijk voor nieuwe vestigers. In Renesse is de komende jaren een stagnatie te verwachten van de vraag naar woningen. De kern is in het woningbouwbeleid daardoor aangemerkt als ‘balanskern’. Het woningbouwbeleid richt zich binnen deze kern vooral op herstructurering en transformatie van de bestaande voorraad.
Het toevoegen van woningen is hier alleen mogelijk als dit noodzakelijk is om op de middellange termijn de leefbaarheid te kunnen behouden en er wordt gebouwd op een structuurversterkende plek. Inbreiding gaat in deze gevallen voor uitbreiding. Structuurvisie wonen In 2021 is de Woningmarktanalyse Schouwen-Duiveland 2020 vastgesteld. Op basis van de woningmarktanalyse zijn regionale woningmarktafspraken gemaakt met de provincie. De uitwerking van deze afspraken op het woningbouwbeleid van de gemeente zijn vastgelegd in de Structuurvisie Wonen (vastgesteld maart 2023). Uit de provinciale prognose van de regionale huishoudensontwikkeling blijkt dat het aantal huishoudens toeneemt en dat er met name een kwalitatieve woningmarktopgave bestaat. Binnen de gemeente is sprake van een krappe woningmarkt waarbij de mogelijkheid stagneert om kleinere huishoudens zoals starters en zorgbehoevenden voldoende geschikte woningen te kunnen bieden. Hiermee stagneert de doorstroming. Binnen de woningmarkt zijn een aantal structurele ingrepen nodig om de noodzakelijke doorstroming in de verhuisketen op gang te brengen: 1. Bevordering doorstroming door het toevoegen van zoveel mogelijk levensloopgeschikte woningen; 2. Tegengaan van verdringing op de woningmarkt door middel van een doelgroepenverordening en een zelfbewoningsplicht; 3.
Het uitnutten van een flexibele schil door het realiseren van wooneenheden die bereikbaar en financierbaar zijn. Op basis van een Transitieprogramma worden 235 levensloopgeschikte woningen toegevoegd aan de woningvoorraad waarmee de noodzakelijke bewegingsruimte binnen de woningmarkt kan ontstaan. Onderdeel van het transitieprogramma is dat op de lange termijn tevens 235 woningen aan de voorraad worden onttrokken zodra zich negatieve effecten voordoen. De extra plancapaciteit kan zowel binnen groeikernen, balanskernen en transitiekernen worden gerealiseerd. Voor de balans- en transitiekernen zijn binnen het regionale transitieprogramma een extra 95 woningen toegekend. Tevens is in het programma een extra capaciteit van 300 woningen opgenomen voor doelgroepen die in de huidige woningmarkt niet slagen. Besluitgebied De beoogde ontwikkeling voorziet in de realisatie van een tweetal appartementen in de vrije sector binnen de dorpskern van de badplaats Renesse. Binnen de regio bestaat een grote behoefte aan energiezuinige huurwoningen in de vrije sector voor kleine huishoudens. Het ontwikkelen van voldoende energiezuinige en goed ontsloten huurwoningen is één van de actiepunten uit het Ruimtelijke onderbouwing- Lange Reke 4- Renesse
17
woningbouwprogramma. Met de ontwikkeling is sprake van een beperkte inbreiding binnen de bebouwde kom. In de uitgangssituatie is reeds één bedrijfswoning aanwezig. In de beoogde situatie wordt netto één extra wooneenheid toegevoegd aan de lokale woningvoorraad. De appartementen worden gasloos en energiezuinig gerealiseerd en zullen voldoen aan de actuele duurzaamheidsvereisten voor nieuwbouw. Het besluitgebied bevindt zich op een onderscheidende en beeldbepalende locatie. Met de toevoeging van appartementen aan de dorpskern wordt bijgedragen aan het ontwikkelen van een levendig dorpscentrum. Met de realisatie van woningen voor kleine huishoudens wordt bijgedragen aan het stimuleren van doorstroming binnen de regionale woningmarkt. Doordat de beoogde ontwikkeling op een aantrekkelijke, goed ontsloten en onderscheidende locatie ligt is er sprake van een structuurversterkende plek. Conclusie Er is sprake van een actuele behoefte aan energiezuinige huurwoningen binnen de vrije sector op een goed ontsloten locatie nabij centrumvoorzieningen en die geschikt zijn voor kleine huishoudens. De beoogde situatie past hiermee binnen de uitgangspunten van het woningbouwbeleid. Het realiseren van een tweetal huurappartementen binnen het centrumgebied past binnen de gemeentelijke ambities om de levendigheid van het dorpshart van Renesse te vergroten.
Er is sprake van een structuurversterkende plek.
Ruimtelijke onderbouwing- Lange Reke 4- Renesse
18
3.
RUIMTELIJKE EN MILIEUKUNDIGE ASPECTEN
3.1
Bodem
Duurzaam bodemgebruik De ondergrond biedt zowel kansen als belemmeringen. Door in een vroeg stadium van een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling rekening te houden met de lokale bodemsituatie, kan duurzaam bodemgebruik worden gerealiseerd. Onder duurzaam bodemgebruik vallen onder meer de wijze waarmee wordt omgegaan met zettingsgevoeligheid, bodemsoort, kabels en leidingen en grondwater. Milieu hygiënische bodemkwaliteit Bij een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling dient op basis van artikel 3.1.6 van het Bro (Besluit ruimtelijke ordening) rekening gehouden te worden met de bodemkwaliteit ter plaatse. In de beoogde situatie wordt een milieugevoelige functie mogelijk gemaakt. De Woningwet (artikel 8) staat niet toe dat er gebouwd wordt op verontreinigde grond. Een bodemonderzoek dient te worden uitgevoerd om te kunnen beoordelen of de bodem geschikt is voor de beoogde functie en of er sprake is van een eventuele saneringsnoodzaak. Een eventueel aanwezige bodemverontreiniging kan bovendien van belang zijn voor de toepassingsmogelijkheid van bepaalde functies en voor de uitvoerbaarheid van het project. Beoordeling en conclusie De milieu hygiënische situatie van de ondergrond wordt onderzocht na het slopen van huidige bebouwing en de betonnen vloer.
Het aantonen van een geschikte bodemkwaliteit op basis van het uitvoeren van een (verkennend) bodemonderzoek, wordt opgenomen in de voorwaarden van de omgevingsvergunning. Hiermee is de milieu hygiënische gesteldheid van de bodem voldoende geborgd.
3.2
Wegverkeerslawaai
Geluid is van belang vanwege mogelijke geluidsoverlast van wegverkeer. Akoestisch onderzoek naar verkeerslawaai is noodzakelijk indien binnen de geluidzones van spoor- of verkeerswegen sprake is van projectie van geluidsgevoelige bebouwing. Uitgezonderd hierop zijn woonerven, 30 km zones en op basis van een geluidsniveaukaart gedezoneerde wegen. Op basis van artikel 74 van de Wet geluidhinder gelden de onderstaande normen voor geluidzones: Tabel 1: Geluidszone wegverkeerslawaai
Gebied
Aantal rijstroken
Breedte meters
Stedelijk
1 of 2
200
3 of meer
350
1 of 2
250
3 of 4
400
5 of meer
600
Buitenstedelijk
geluidzone
in
Een woning is een geluidgevoelig object op basis van de Wet geluidhinder. De geluidsbelasting op gevels van geluidsgevoelige objecten mag in beginsel op grond van de Wet geluidhinder en het Besluit geluidhinder de voorkeursgrenswaarde van 48 dB niet overschrijden. Voor binnenstedelijke gebieden geldt bij nieuwbouw een maximale ontheffingswaarde tot 63 dB (wegen) op de gevel van een woning. Indien de voorkeursgrenswaarde wordt overschreden, maar de geluidbelasting op de Ruimtelijke onderbouwing- Lange Reke 4- Renesse
19
gevel binnen de maximaal toelaatbare waarde blijft, kan het College van B&W via een besluit tot vaststelling hogere waarden een ontheffing verlenen. Bovendien dienen maatregelen genomen te worden om zeker te stellen dat de geluidsbelasting op de binnengevel van de woning maximaal 33 dB bedraagt. Besluitgebied Met de realisatie van een bovenwoning is sprake van een geluidsgevoelige functie in het kader van de Wet geluidhinder. De locatie wordt ontsloten via het Lange Reke en het Achterpad. Dit zijn lokale wegen binnen het centrumgebied van Renesse met een maximale toegestane snelheid van 30 km/uur. De besluitlocatie ligt niet binnen de geluidszone van een weg, spoorlijn of industrieterrein. Voor omliggende wegen geldt een maximumsnelheid van 30 km/uur. Deze wegen zijn gedezoneerd volgens het beoordelingskader van de Wet geluidhinder. In het kader van een goede ruimtelijke ordening dient er wel een beoordeling van het woon- en leefklimaat voor toekomstige bewoners plaats te vinden. Het Lange Reke maakt onderdeel uit van het dorpshart. Omliggende bebouwing heeft een commerciële functie of een horecafunctie. De gevestigde kleinschalige winkels en horecagelegenheden aan het Lange Reke worden bevoorraad via het Achterpad. De bevoorrading vindt plaats binnen kantoortijden.
Aan het Lange Reke zijn op basis van de regels van het geldende bestemmingsplan kleinschalige horecagelegenheden en centrumfuncties toegestaan die overdag zijn geopend. Er is geen sprake van nachthoreca of horeca die zich richt op uitgaanspubliek met een grote geluidsuitstraling. Op basis van de beperkte schaal van omliggende activiteiten en de ligging in winkelgebied kan op voorhand worden aangenomen dat ter plaatse van de appartementen aan de voorkeursgrenswaarde wordt voldaan. Met de toepassing van de in het Bouwbesluit geldende geluidwerende maatregelen voor nieuwbouw wordt het geluidsniveau binnen de woningen voldoende gewaarborgd en is er voor de nieuwe bewoners sprake van een goed woon- en leefklimaat. Conclusie Er zijn geen akoestische belemmeringen voor de beoogde oprichting van een tweetal appartementen boven een winkel ten aanzien van het milieuaspect geluid op basis van de wet geluidhinder. Er is geen sprake van een verkeersaantrekkende werking.
3.3
Mobiliteit en parkeren
Via het ‘Parapluplan parkeernormen Schouwen- Duiveland’ dienen nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen te voldoen aan de vastgestelde parkeernormen. De gemeente heeft parkeernormen voor woonfuncties vastgelegd in het ‘Parkeerbeleid 2017- 2020’ (vastgesteld 28 september 2017). De Nota biedt voornamelijk actuele handvaten om de verkeerssituatie in Zierikzee en de Westhoek te verbeteren. Voor alle ruimtelijke ontwikkelingen wordt in paragraaf 5.5 van de nota verwezen naar de landelijke CROW- richtlijnen (publicatie 317, inmiddels publicatie 381) op basis van een ‘weinig stedelijk gebied’ gekenmerkt als ‘rest bebouwde kom’. Uitgangspunt van het parkeerbeleid is dat een ruimtelijke ontwikkeling niet mag leiden tot een tekort aan parkeerplaatsen. Het parkeren vindt in de omgeving van de besluitlocatie overwegend plaats op openbare parkeerplaatsen. Het besluitgebied is volledig bebouwd. Binnen eigen perceel is geen ruimte voor parkeren aanwezig. Als gevolg van de beoogde ontwikkeling wordt een locatie met een voormalige kleinschalige horecagelegenheid gebruikt voor een detailhandelsfunctie. Voor de te verwachten parkeerbehoefte voor kleinschalige horeca (café, bar cafetaria) kan worden uitgegaan van circa 6 parkeerplaatsen per 100m2 bvo. Voor winkelvoorzieningen in een buurt- en dorpscentrum kan worden uitgegaan van Ruimtelijke onderbouwing- Lange Reke 4- Renesse
20
een te verwachten parkeerbehoefte van circa 3,7 parkeerplaatsen per 100m2 bvo. Een middelgroot appartement tot circa 110 m2 bvo heeft een te verwachten parkeerbehoefte van circa 2 parkeerplaats. Met wijzigen van het gebruik van circa 185 m2 grondoppervlak horeca naar 185 m2 grondoppervlak detailhandel met twee appartementen neemt de berekende parkeerbehoefte niet toe. In de kern Renesse zijn op basis van de parkeernota voldoende parkeerplaatsen aanwezig. Tijdens schoolvakanties is er als gevolg van toerisme een sterke tijdelijke toename van de parkeerbehoefte. Via een vergunningstelsel zijn er in woongebieden parkeerplekken gereserveerd voor bewoners. De toename van de parkeerbehoefte is minimaal en zal op basis van het parkeervergunningstelsel niet tot parkeeroverlast of een onevenredige parkeerdruk leiden. De te verwachten verkeersgeneratie van een tweetal extra appartementen is zeer gering. Voor een duur appartement is een verkeersgeneratie te verwachten van circa 5,4- 6,2 voertuigbewegingen per etmaal. De besluitlocatie bevindt zich in het dorpscentrum in een gebied met voornamelijk winkels en horeca. Bezoekers van het winkelgebied parkeren buiten het centrumgebied en worden naar openbare parkeerplaatsen en transferia geleid. Het extra verkeer als gevolg van het gebruik van het pand als winkelruimte, leidt niet tot een sterke toename van verkeer binnen het dorpscentrum.
De besluitlocatie is goed ontsloten via de Lange Reke aan de voorzijde en via het Achterpad aan de achterzijde. Bevoorrading van de winkel vindt plaats via het achterpad. Gezien de ligging in het kernwinkelgebied zijn de beperkte extra verkeersbewegingen als gevolg van de ontwikkeling goed inpasbaar in het verkeersbeeld ter plaatse. Conclusie De parkeerbehoefte en de verkeersgeneratie vormen geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.
3.4
Bedrijven en milieuzonering
Voor een goede ruimtelijke ordening dient er voldoende afstand te bestaan tussen milieubelastende activiteiten en gevoelige functies. In de VNG- handreiking ‘Bedrijven en milieuzonering’ uit 2009 zijn richtafstanden voor functiescheiding opgenomen ten behoeve van het toetsen van ruimtelijke ontwikkelingen. De richtafstanden geven een algemene indicatie van de te verwachten milieubelasting per bedrijfscategorie. Van de algemene richtafstanden kan gemotiveerd worden afgeweken wanneer milieuonderzoek naar de specifieke situatie een andere mate van milieubelasting aantoont. De richtafstanden uit de VNG- handreiking zijn gebaseerd op de omgevingskwaliteit die vergelijkbaar is met een rustige woonwijk. De indicatieve afstanden moeten worden aangehouden ten opzichte van de gevels van omliggende gevoelige objecten. Voor gevoelige functies in een gemengd gebied kan de richtafstand met één niveau worden verlaagd, zonder dat dit ten koste gaat van het woon- en leefklimaat. Tabel 2: Richtafstandenlijst VNG 2009
Milieucategorie
Richtafstand omgevingstype
tot rustige
Richtafstand omgevingstype
woonwijk in meters
gebied in meters
1
10
0
2
30
10
3.1
50
30
3.2
100
50
4.1
200
100
4.2
300
200
Ruimtelijke onderbouwing- Lange Reke 4- Renesse
tot gemengd
21
Besluitgebied Een woonfunctie is geen milieuhinderlijke activiteit. Een appartement kan worden aangemerkt als milieugevoelige functie. De omgeving van het besluitgebied is door de aanwezigheid van centrumfuncties zoals lichte horeca en detailhandel in combinatie met woonfuncties aan te merken als een gemengd gebied. De richtafstanden per milieucategorie kunnen met één stap worden verlaagd zonder dat dit ten kosten gaat van het woon- en leefklimaat ter plaatse. In de uitgangssituatie is op de begane grond lichte horeca gevestigd. Op basis van de regels van het geldende bestemmingsplan Renesse is ter plaatse uitsluitende lichte horeca toegestaan volgens categorie 1 van de Staat van horeca-activiteiten. Deze horeca is geopend gedurende het dagvenster en in principe goed verenigbaar met woonfuncties. In de nieuwe situatie zal binnen de nieuwe bebouwing op de begane grond een detailhandelsfunctie worden gevestigd in de vorm van een schoenenzaak. Detailhandel kan op basis van de richtafstandentabel worden aangemerkt als milieucategorie 1 (SBI 2008: 47). Op aanliggende percelen rust de bestemming ‘Centrum’. Binnen deze bestemming is kleinschalige detailhandel, dienstverlening en lichte horeca (categorie 1a van de Staat van Horeca-activiteiten zoals opgenomen in de planregels) in de plint rechtstreeks toegestaan.
Tussen milieugevoelige functies en detailhandelsactiviteiten in een gemengd gebied is een richtafstand van 0 meter van toepassing. Dergelijke functies kunnen naast elkaar bestaan. In de directe omgeving van het besluitgebied zijn geen functies met een hogere milieucategorie aanwezig. Conclusie Uit de richtafstandentabel voor functiescheiding blijkt dat tussen de nieuwe activiteiten en omliggende functies voldoende afstand bestaat. Milieuzonering vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling. Met gebruik van een voormalige horecagelegenheid als detailhandel en het toevoegen van twee appartementen op de verdieping is sprake van een aanvaardbaar verblijfsklimaat voor de nieuwe bewoners. Omliggende activiteiten worden in de nieuwe situatie niet belemmerd.
3.5
Luchtkwaliteit
Voorgenomen ruimtelijke ontwikkelingen moeten aan luchtkwaliteitsnormen voldoen (artikel 5.16 Wet milieubeheer). Via de wet worden mensen tegen negatieve gevolgen van luchtverontreiniging beschermd. Hiervoor zijn getalsmatige grenswaarden opgenomen (titel 5.2 Wm) voor een aantal luchtverontreinigende stoffen. Voor bepaalde projecten is vastgesteld dat deze Niet In Betekenende Mate (NIBM) bijdragen aan de luchtverontreiniging. Wanneer een project minder dan 3% van de grenswaarde voor de jaargemiddelde concentratie van fijnstof (PM10) of stikstofdioxide (NO2) uitstoot, mag het zonder verdere toetsing aan de grenswaarden worden uitgevoerd. De 3% grens komt overeen met 1,2 µg /m3 voor zowel PM10 als NO2.
Ruimtelijke onderbouwing- Lange Reke 4- Renesse
22
Tabel 3 Worstcase scenario op basis NIBM-tool
Conclusie De beoogde heroprichting van centrumbebouwing naar een detailhandelsfunctie met een tweetal appartementen in stedelijk gebied is een kleinschalige ontwikkeling. Er is slechts beperkt sprake van een toename aan verkeersbewegingen. Er is geen sprake van een overschrijding van de grenswaarden voor luchtverontreinigende stoffen (waaronder PM10 en NO2). Nader onderzoek naar luchtkwaliteit is niet noodzakelijk.
3.6
Flora en fauna
De soortenbescherming is in Nederland sinds 1 januari 2017 geregeld in de Wet natuurbescherming (Wn), voorheen de Flora- en Faunawet. Een ruimtelijke ontwikkeling dient inzichtelijk te maken of er door het plan mogelijke negatieve effecten kunnen optreden op beschermde soorten. Uitgangspunt van de Wet natuurbescherming is dat handelingen die leiden tot (opzettelijke) verstoring of schade aan leefgebieden van beschermde soorten zijn verboden. Europese Vogelrichtlijn Alle vogels worden op basis van de Europese Vogelrichtlijn beschermd en zijn in de Wn opgenomen in artikel 3.1 Wn. Voor alle vogelsoorten geldt een verbod op handelingen die nesten of eieren opzettelijk beschadigen of verstoren. Ook handelingen die een vaste rust of verblijfplaats van beschermde vogels verstoren zijn niet toegestaan. Aangezien alle vogels tijdens het broeden zijn beschermd, kunnen werkzaamheden tijdens het broedseizoen (van ongeveer maart tot half juli) leiden tot een overtreding van de Wet natuurbescherming. Waarbij wordt opgemerkt dat er geen vaste periode in het jaar voor het broedseizoen kan worden aangegeven. Natura 2000- gebieden De bescherming van natuurgebieden is sinds 1 januari 2017 vastgelegd in de Wet Natuurbescherming.
Bovengenoemde wet regelt de bescherming van de in Europees verband vastgelegde Natura 2000- gebieden (Vogelrichtlijn- en Habitatrichtlijngebieden) en de op nationaal niveau beschermde natuurgebieden. Voor soorten die op grond van de Europese Habitatrichtlijn en het verdrag van Bern/ Bonn worden beschermd, geldt artikel 3.5 van de Wn. Conform artikel 12 van de Habitatrichtlijn geldt voor soorten die via artikel 3.5 van de Wet natuurbescherming worden beschermd, dat ook het onopzettelijk beschadigen of vernielen van de in gebruik zijnde voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van beschermde soorten is verboden. Voor een aantal soorten geldt een specifieke gedragscode. Ruimtelijke onderbouwing- Lange Reke 4- Renesse
23
Natuur Netwerk Nederland (NNN) De bescherming van het Natuur Netwerk Nederland (voorheen Ecologische Hoofdstructuur) vindt plaats via lokaal en regionaal beleid. Het Natuurnetwerk Nederland is een samenhangend netwerk van bestaande en nieuwe natuurgebieden. Binnen het NNN zijn in principe geen ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk die de kernkwaliteiten negatief kunnen beïnvloeden. Een uitzondering kan worden gemaakt voor ontwikkelingen waarvoor geen reëel alternatief bestaat en er sprake is van een groot openbaar belang. Voor dergelijke ontwikkelingen geldt de ‘nee- tenzij’ toets. Indien schade ontstaat, moet deze worden gemitigeerd en/of gecompenseerd. Zorgplicht Voor alle ruimtelijke ontwikkelingen is een algemene zorgplicht van toepassing. Schade aan flora en fauna dient op basis van deze zorgplicht in alle gevallen zoveel mogelijk te worden voorkomen. Besluitlocatie Bij een ruimtelijke ontwikkeling dient de aanvrager te waarborgen dat de uitvoering van het project geen nadelige gevolgen heeft op beschermde soorten of natuurgebieden. Het dichtstbijzijnde Natura-2000 gebied betreft het Habitatrichtlijngebied ‘Kop van Schouwen’ op een afstand van circa 800 meter ten noorden van de kern. In de omgeving van het besluitgebied komen onderdelen voor van het Natuur Netwerk Nederland (NNN). Deze gebieden liggen echter buiten het dorpscentrum van Renesse.
De projectlocatie bevindt zich buiten het NNN. Nadelige effecten kunnen door de beperkte schaal van de ontwikkeling en de aard van de omgeving worden uitgesloten. In de beoogde situatie wordt nieuwe bebouwing opgericht. De bestaande bebouwing is voorzien van een gasaansluiting. In de beoogde situatie wordt het pand verwarmd op basis van een warmtepomp. In het kader van de ontwikkeling zal voorafgaand aan sloopwerkzaamheden een verkennend flora- en faunaonderzoek worden uitgevoerd om mogelijke effecten op gebouw bewonende soorten zoals vleermuizen en uilen in beeld te kunnen brengen. Bij een verandering van het gebruik van bebouwing en het uitvoeren van bouwwerkzaamheden komt stikstof vrij. Een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling mag geen overschrijding van de stikstofdepositie op voor stikstof gevoelige natuurgebieden veroorzaken. Ten aanzien van de beoogde ontwikkeling is door S&W Bouwkundig Ingenieurs BV in juni 2023 een stikstofdepositieberekening uitgevoerd. Uit de resultaten blijkt dat de te verwachten stikstofdepositie in de bouwfase en in de gebruiksfase als gevolg van de ontwikkeling 0,00 mol/ha/jr zal bedragen. Er is geen sprake van stikstofdepositie op omliggende beschermde natuurgebieden als gevolg van de beoogde ontwikkeling. Het aanvragen van vergunning in het kader van de Wet natuurbescherming is niet noodzakelijk. De rekenresultaten zijn opgenomen in bijlage 2.
Conclusie Er zijn geen significante effecten op omliggende beschermde natuurgebieden te verwachten. Voorafgaand aan sloopwerkzaamheden zal een verkennend flora- en faunaonderzoek worden uitgevoerd om mogelijke effecten op gebouwbewonende soorten te voorkomen.
3.7
Archeologie
De bescherming van archeologisch erfgoed is sinds de Wet op de Archeologische Monumentenzorg (Wamz) in 2007 hoofdzakelijk de verantwoordelijkheid van de gemeente. Dit is niet veranderd met de inwerkingtreding van de Erfgoedwet (1-7-2016). Sindsdien is het behoud en beheer van het Nederlandse erfgoed geregeld door één integrale Erfgoedwet. De omgang met archeologie in de fysieke leefomgeving zal in de nieuwe Omgevingswet worden geregeld. Het uitgangspunt is dat de beschermingsniveaus zoals die in de eerdere wetten en regelingen golden, worden gehandhaafd. De Ruimtelijke onderbouwing- Lange Reke 4- Renesse
24
Wamz is een wijzigingswet en omvat een wijziging van de Monumentenwet 1988, de Wet Milieubeheer, de Ontgrondingenwet en de Woningwet, op grond waarvan overheden onder andere bij bodemingrepen verplicht rekening moeten houden met het behoud van archeologische waarden. Besluitlocatie Ter hoogte van het besluitgebied geldt een archeologische dubbelbestemming (Waarde - Archeologie -5). Er vinden op het perceel geen grondwerkzaamheden plaats met een grotere bewerkingsoppervlakte dan 250m2 en een grotere bewerkingsdiepte dan 0,5 m-mv. Het kadastrale perceel heeft een oppervlakte van 247 m2. In de voorbereiding van de omgevingsvergunningaanvraag is het uitvoeren van een verkennend archeologisch onderzoek niet noodzakelijk. Conclusie De beoogde ontwikkeling leidt niet tot grondwerkzaamheden boven de vrijstellingsgrens. Het aspect archeologie heeft geen invloed op de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.
3.8
Cultuurhistorie
Ten aanzien van de bescherming van cultuurhistorische waarden vindt er steeds meer een verschuiving plaats van verantwoordelijkheden van het Rijk naar gemeenten. Hiermee wordt de koers die met de Beleidsbrief Modernisering Monumentenzorg 2009 (MoMo) is ingegaan verder doorgezet. De moderne monumentenzorg heeft twee uitgangspunten: van objectgericht naar omgevingsgericht en van conserverend naar ontwikkelend. Dit vertaalt zich in een beleid met minder regels, het meewegen van cultuurhistorische belangen in de ruimtelijke ordening en meer mogelijkheden voor het herbestemmen van gebouwen. Sinds de wijziging van het Besluit ruimtelijke ordening van 1 januari 2012, dienen cultuurhistorische en archeologische waarden te worden meegewogen bij het vaststellen van bestemmingsplannen. In de Provinciale Omgevingsverordening zijn waardevolle landschappen en cultuurhistorisch waardevolle elementen met een provinciaal belang aangewezen. Voor deze landschappen geldt dat nieuwe bebouwing of nieuwe vormen van grondgebruik niet mogen leiden tot een significante aantasting van de herkenbaarheid, oppervlakte of samenhang hiervan. Gebieden die onderdeel uitmaken van de ecologische hoofdstructuur zijn tevens beschermd als waardevol landschap. In de provinciale kaart cultuurhistorie zijn de belangrijkste cultuurhistorisch waardevolle elementen en landschappen weergegeven.
Besluitgebied De besluitlocatie ligt binnen de historische kern van Renesse, in het dorpshart, aangrenzend aan de kerkring. De bestaande bebouwing is recent opgericht en heeft geen bijzondere cultuurhistorische waarde. In de directe omgeving van de besluitlocatie bevinden zich meerdere Rijksmonumentale gebouwen waaronder de Nederlands hervormde kerk en de kerktoren, de woningen aan het Korte Reke 1 en het Lange Reke 12. De woning aan het Lange Reke 1 is aangemerkt als cultuurhistorisch waardevol object (MIP-object). De kern Renesse heeft de stedenbouwkundige structuur van een ringdorp. Dit is één van de oudste dorpstypen en tevens kenmerkend voor Zeeland. Het dorpstype dateert van vóór de periode van systematische bedijking. Karakteristiek voor een ringdorp is de hoger gelegen kerk met een ringvormige straat. De historische dorpswegen komen uit op deze ring. Aan de buitenzijde van de kerkring heeft de bebouwing een zeer aaneengesloten en compacte structuur.