CConstaterende datSchouwen-Duiveland
Koppel je AI →
Document · PDF

13. Jaarverslag PZEM 2020 Definitieve versie

Gemeenteraad 30 september 2021, gemeente Schouwen-DuivelandBij agendapunt: Deelname GBE Aqua B.V. (464761)36.814 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 5

Namens de Ondernemingsraad, Carel van Veen Secretaris

Doordat er vanaf maart 2020 door de meeste medewerkers vanuit huis gewerkt wordt is het welzijn van medewerkers een belangrijk onderwerp geweest en blijft dit een belangrijk aandachtspunt.

PZEM | BESTUURSVERSLAG 2020

38

PZEM | BESTUURSVERSLAG 2020

PZEM wil kansen in de markt benutten en de risico’s zoveel mogelijk beheersen. Daarom heeft PZEM een risicomanagementsysteem dat binnen de gehele organisatie wordt toegepast en nageleefd. Hierbij wordt rekening gehouden met de specifieke kenmerken van de markten waarin wordt geopereerd. Risicomanagement draagt bij aan het op verantwoorde wijze realiseren van de strategische doelen van PZEM. In dit onderdeel van het bestuursverslag wordt ingegaan op de wijze waarop het risicomanagement binnen PZEM is georganiseerd. Daarnaast geven we de belangrijkste risico’s en onzekerheden weer waarmee PZEM wordt geconfronteerd evenals de wijze waarop deze worden beheerst.

1.8

Kansen en risico's

■ ■ ■

39

PZEM handelt in overeenstemming met wet- en regelgeving; Bedrijfsmiddelen beveiligd zijn; PZEM haar verplichtingen heeft geïdentificeerd;

Onafhankelijke audits Indien de Raad van Bestuur, de Raad van Commissarissen, Riskmanagement of een afdelingsmanager een indicatie heeft over issues met betrekking tot bepaalde processen en/ of de wens/behoefte heeft om processen onafhankelijk te toetsen, dan hebben deze personen de mogelijkheid om een externe partij te benoemen om een audit uit te voeren vanuit een onafhankelijke positie. Hiermee krijgt het management aanvullende zekerheid op het gebied van interne beheersing.

PZEM Internal Control Framework De stafafdeling Riskmanagement heeft het PZEM Internal Control Framework (PICF), gebaseerd op het COSO-ERM model, ontwikkeld en geïmplementeerd. Hierbij hanteert PZEM het ‘five lines of defence’ model. Het PICF ondersteunt alle PZEM-afdelingen in hun verantwoordelijkheid voor het een systematische aanpak voor risico-analyse en de uitvoering van het beheersingssysteem. De Raad van Bestuur geeft ieder halfjaar een Management in Control Statement (MiCS) af. Onderbouwing van het MiCS is onder meer de validatie (vaststellen van de werking door onder andere gesprekken met de relevante managers) van de belangrijkste beheersmaatregelen. Deze zijn op hun beurt geïdentificeerd via een jaarlijks Strategic Risk Assessment en enkele Thematic Risk Assessments. Ontwikkelingen die invloed hebben op de weging van de risico’s, bespreekt het management minstens twee keer per jaar met de Raad van Bestuur. Risicomanagement is een iteratief en continu proces. Diverse beleidsdocumenten, codes en richtlijnen op gebieden als gedrag, handelsmandaten en compliance ondersteunen de beheersing van risico’s.

Externe accountant In het kader van de jaarrekeningcontrole beoordeelt de externe accountant de opzet, het bestaan en, waar noodzakelijk geacht, de werking van maatregelen van interne beheersing gericht op betrouwbare financiële verslaglegging. Bevindingen en aanbevelingen die voortkomen uit de controlewerkzaamheden worden vastgelegd in een jaarlijkse Management Letter en gerapporteerd aan de Raad van Bestuur, de Audit Risk & Compliance Commissie en de Raad van Commissarissen. Onder andere deze Management Letter vormt de basis voor verdere aanscherping van processen en/ of beheersmaatregelen.

1.8.1 Taken en verantwoordelijkheden binnen het PICF

1.8.2 Risicomanagement en intern beheersingssysteem

Raad van Bestuur en management De Raad van Bestuur is eindverantwoordelijk voor het risicomanagement binnen PZEM. Medewerkers en het management zijn primair verantwoordelijk voor een adequate uitvoering van werkzaamheden inclusief risicomanagement en interne beheersing.

Risico’s en beheersmaatregelen 2020 Energieproductie is een belangrijke maatschappelijke taak. De maatschappelijke betrokkenheid van PZEM vertaalt zich in de sterke reputatie die het bedrijf in Zeeland heeft. PZEM brengt de risico’s die deze taken in gevaar kunnen brengen daarom zo duidelijk mogelijk in kaart en beperkt de risico’s waar mogelijk en economisch verantwoord.

Riskmanagement (inclusief Internal Control en Compliance) De stafafdeling Riskmanagement heeft een adviserende en ondersteunende rol voor het management en de medewerkers met betrekking tot risico-identificatie en de beheersing van risico’s. De internal control werkzaamheden met betrekking tot de beheersing van de frauderisico’s zijn bij de afdeling Riskmanagement belegd. Een separate compliance-functie ziet erop toe dat PZEM voldoet aan wet- en regelgeving. Daarnaast houdt Riskmanagement - in opdracht van de Raad van Bestuur - toezicht op een juiste toepassing van het PICF, dat er op is gericht dat: ■ PZEM tijdig op de hoogte is van de mate waarin strategische, operationele en financiële doelstellingen bereikt worden; ■ De financiële verslaglegging betrouwbaar is;

Raad van Commissarissen De Raad van Bestuur van PZEM rapporteert en legt verantwoording af over de opzet en de effectieve werking van het systeem van interne risicobeheersing aan de Audit Risk & Compliance Commissie en aan de Raad van Commissarissen. Externe partijen als de Autoriteit Financiële Markten (AFM) en de Autoriteit Consument & Markt (ACM) houden toezicht op correcte toepassing van wet- en regelgeving.

PZEM handelt op de internationale gas- en elektriciteitsmarkten. De prijzen op deze markten bewegen sterk. Door gebruik te maken van financiële instrumenten mitigeert PZEM commodity marktrisico’s, valutarisico’s, renterisico’s, liquiditeitsrisico’s en kredietrisico’s. De randvoorwaarden hiervoor zijn vastgelegd in de Financial Risk Manual en in het Treasury Statuut. Binnen PZEM opereert de Risk Management Committee dat, - onder verantwoordelijkheid van de Raad van Bestuur - algemene procedures en limieten vaststelt. Ook ziet het comité erop toe dat de energiehandel- en verkoopactiviteiten van PZEM binnen de gestelde risicomarges blijven.

PZEM | BESTUURSVERSLAG 2020

Ontwikkeling van de risico’s in 2020 Het niveau van de elektriciteits- en gasprijzen blijft vooralsnog onvoldoende om een positief resultaat op onze productiemiddelen te behalen. Sinds de verkoop van de netwerkgroep en de retail-activiteiten heeft PZEM voldoende financiële middelen beschikbaar. Door rechterlijke uitspraken en het bereiken van onderlinge overeenstemming met tegenpartijen zijn juridische risico’s afgenomen in het afgelopen jaar. Het cyberrisico blijft sterk onder de aandacht. In het verslagjaar is hier verscherpte aandacht voor geweest; de ontwikkelingen op het gebied van cybercrime gaan wereldwijd echter snel, waardoor alertheid en bewustwording bij medewerkers geboden blijft. Covid-19 De wereld is drastisch veranderd als gevolg van de Covid-19 pandemie met een lock-down in Nederland en meer druk op de industrie. PZEM heeft maatregelen genomen om de risico's van het virus voor haar medewerkers te beperken. Wie thuis kan werken, moet thuisblijven en PZEM ondersteunt hen daarin op verschillende manieren. PZEM volgt alle instructies van de regering op en heeft protocollen en maatregelen geïmplementeerd om het risico te beperken voor haar medewerkers die niet thuis kunnen werken omdat zij in vitale processen werken. Het virus heeft de energievraag van de zakelijke consumenten en de energieprijzen negatief beïnvloed.

Risico’s en beheersmaatregelen 2021 Tijdens de Strategic Risk Assessments zijn twee nieuwe risico’s geïdentificeerd: ■ Onvoldoende groei bij invoering van de nieuwe strategie; ■ Herstructurering van de organisatie. Risicobereidheid PZEM beoordeelt risico’s, maatregelen ter beheersing van deze risico’s en de overblijvende risico’s ten opzichte van de algehele risicobereidheid tijdens de verschillende risk assessments. Per risico wordt het niveau van kans en impact bepaald. Is één van beide of zijn beiden te hoog, dan ontwikkelt en implementeert PZEM aanvullende maatregelen. Als het restrisico daarna nog te hoog blijft, wordt een vervolgstap overwogen. De vervolgstap kan bestaan uit: ■ het accepteren van het hoge restrisico met een verhoogde monitoring en mogelijke verbeteracties op het gebied van schadebeperking voor het geval het incident zich voordoet; ■ het delen van het hoge restrisico met een derde partij in bijvoorbeeld een joint venture of het verzekeren van het restrisico; ■ beoordelen of de betreffende activiteit beëindigd kan worden in geval deze een gevaar vormt voor de continuïteit van de onderneming. Management in Control Statements 2020 Over 2020 ondertekende de Raad van Bestuur twee keer een Management in Control Statement (MiCS). Dochtermaatschappij N.V. EPZ heeft dit gecombineerd tot

40

een jaarlijkse verklaring. Daarmee verklaarde de Raad van Bestuur dat er gedurende het verslagjaar een adequaat systeem van risicomanagement en interne beheersing is ontwikkeld, is geïmplementeerd en werkend is. Hierop zijn geen uitzonderingen aangegeven. De twee MiCS’s van 2020 vormen de basis van de ‘in control verklaring’ van de Raad van Bestuur. Deze is opgenomen in dit jaarbericht.

1.8.3 Overzicht van de belangrijkste risico’s Hieronder is een overzicht van de belangrijkste strategische risico’s van PZEM opgenomen. Tevens is per risico aangegeven op welke wijze de kans en/of impact van dat risico wordt verlaagd. De belangrijkste risico’s die PZEM onderkent zijn: 1. Slechte marktomstandigheden (prijzen) Als gevolg van slechte marktomstandigheden (lage elektriciteitsprijs, druk op spark spreads en daling van de flexwaarde) bestaat de kans dat de financiële resultaten achterblijven. Dit zou kunnen resulteren in onvoldoende financiële middelen voor PZEM waardoor de continuïteit op lange termijn in gevaar komt. Beheersmaatregelen: ■ Afhankelijkheid van marktomstandigheden verminderen door onderzoek naar aanpalende business met goede risico-rendementsverhouding. 2. Onvoorziene niet beschikbaarheid van centrales Als gevolg van onvoorziene uitval van centrales, met name de kerncentrale (EPZ), bestaat de kans dat PZEM geconfronteerd wordt met extra kosten waardoor het resultaat van PZEM negatief wordt beïnvloed.

Beheersmaatregelen: ■ Strakke sturing op investerings- en onderhoudsprojecten om de beschikbaarheid te verhogen door: ■ Goede communicatie tussen management EPZ en PZEM ■ Samenwerking met medeaandeelhouder RWE ■ Sturing op een zo hoog mogelijke beschikbaarheid van de centrales door invoering van KPI beschikbaarheid en verhoging van bewustwording bij betreffende deelnemingen 3. Onvoorspelbaar overheidsgedrag Als gevolg van reguleringsingrijpen en/of besluiten die vanuit de politiek genomen worden, bestaat de kans dat de kerncentrale van overheidswege (tijdelijk) moet sluiten waardoor de financiële resultaten van PZEM negatief worden beïnvloed en de werkgelegenheid bij EPZ wordt bedreigd. Beheersmaatregelen: ■ Aansturing binnen PZEM en deelnemingen op het voldoen aan alle regelgeving

PZEM | BESTUURSVERSLAG 2020

4. Uitkomsten rechtszaken Als gevolg van uitspraken in rechtszaken bestaat de kans dat liquiditeiten wegvloeien uit de organisatie of dat contracten ontbonden worden. Beheersmaatregelen: ■ Inzetten van gericht extern advies ■ Dossiers op orde houden ■ Aan contractuele verplichtingen (bijv. het stellen van zekerheden) voldoen 5. Beheer liquide middelen en uitzettingen Als gevolg van de grote hoeveelheid aanwezige kasmiddelen bestaat de kans dat door fraude, onzorgvuldig beleggingsbeleid, mogelijke faillissementen in de financiële sector of onopzettelijke handelingen deze middelen (deels) uit de onderneming wegvloeien. Beheersmaatregelen: ■ Treasury functie is direct onder de CEO geplaatst ■ Het Treasury Statuut beschrijft de randvoorwaarden voor het uitzetten van de middelen (bijvoorbeeld type, looptijd en spreiding) ■ Specifieke procedures voor uitzettingen met betrekking tot het controleren van bankrekeningen 6. Invullen van kritieke functies Als gevolg van de kleinere organisatie en de onzekere toekomst van het bedrijf, bestaat de kans dat er medewerkers vertrekken met bepaalde specifieke kennis die kritisch is voor de organisatie waardoor er gaten vallen in de organisatie, kennis verloren gaat en processen inefficiënt plaatsvinden.

Beheersmaatregelen: ■ Bieden van perspectief en aandacht voor de continuïteit en werkgelegenheidsaspecten van de verschillende onderdelen ■ Opvolging geven aan de uitkomsten van het medewerkers motivatie onderzoek ■ Transparantie naar medewerkers indien mogelijk ■ Bredere spreiding van dossiers 7. Wijzigingen in wet- en regelgeving Als gevolg van wijzigingen in de wet- en regelgeving (zoals EMIR, REMIT, MiFID en AVG) en Brexit bestaat de kans dat deze niet tijdig in de bedrijfsvoering en systemen geïmplementeerd zijn, waardoor we niet compliant zijn met wet- en regelgeving. Beheersmaatregelen: ■ Een flexibele organisatie en flexibele systemen die snel kunnen reageren op wijzigingen vanuit wet- en regelgeving ■ Beoordeling van nieuwe contracten op huidige en aangekondigde wet- en regelgeving ■ Mogelijke inleen van externe expertise 8. ICT Informatiebeveiliging Als gevolg van het toenemend gebruik van cloud toepassingen en de mogelijkheid van cyber aanvallen, bestaat de kans dat data of systemen niet beschikbaar zijn, waardoor de bedrijfscontinuïteit in gevaar komt.

41

Beheersmaatregelen: ■ Zorgen voor verhoogde aandacht bij het management en eindgebruikers. Voorbeeld hiervan zijn de diverse Phishing testen waarbij gekeken wordt naar de alertheid van medewerkers. Tevens is er een mogelijkheid gekomen om Phishing berichten te melden waardoor er steeds betere bescherming geboden kan worden ■ Up to date blijven omtrent ontwikkelingen op het gebied van cyber security ■ Mobiele telefoons en andere mobiele apparaten zijn beter beveiligd, zodat het beveiligingsniveau ook voor deze apparaten op een hoog niveau is ■ Bewustwordingscampagne onder medewerkers door middel van een meerjarig e-learning traject 9. Veiligheid Als gevolg van onzorgvuldig handelen en/of onoplettendheid kunnen ongevallen plaatsvinden. Beheersmaatregelen: ■ Continu werken aan de bewustwording van medewerkers met betrekking tot mogelijke gevaren op de werkvloer ■ Cultuur creëren waarbij collega’s elkaar aanspreken op gedrag ■ Monitoren van incidenten middels TRIR en LTIR rapportages 10. Onvoldoende groei bij invoering van de nieuwe strategie Als gevolg van onvoldoende groeimogelijkheden met een aantrekkelijke risico rendementsverhouding of onduidelijkheid over de besluitvorming daarover, bestaat de kans dat de nieuwe strategie niet tot het gewenste additionele rendement leidt.

Beheersmaatregelen: ■ De strategie en groeimogelijkheden worden via meerdere speerpunten binnen een strategisch programma uitgewerkt ■ Verwachte additionele rendement is reeds taakstellend in het Operationeel Plan opgenomen ■ Vanuit de speerpunten worden voorstellen gedaan aan de stuurgroep, RMC en/of RvB waarin het additionele rendement en de risico’s worden onderbouwd en goedgekeurd ■ De RvB beslist op basis van benodigde middelen en risico rendementsverhouding over de voorstellen 11. Herstructurering van de organisatie Als gevolg van uiteenlopende belangen of fouten in de uitvoering, bestaat de kans dat niet alle drie de pijlers van de aandeelhoudersstrategie succesvol worden afgerond en daarmee niet de afzonderlijke continuïteit van deelnemingen en bedrijfsonderdelen geborgd kan worden Beheersmaatregelen: ■ Continue dialoog tussen Raad van Bestuur, Raad van Commissarissen en Aandeelhouderscommissie ■ Verantwoordelijkheden duidelijk beleggen om effect op bedrijfsvoering te beperken ■ Betrokkenheid van medewerkers behouden middels transparante communicatie ■ Inschakelen van externe expertise

PZEM | BESTUURSVERSLAG 2020

42

Samenvattende tabel:

Risico

Beheersmaatregel

Risico-gebied

Huidig risico na mitigatie

1

Slechte marktomstandigheden

Commerciële strategie ontwikkelen

Strategisch

Hoog

2

Onvoorziene nietbeschikbaarheid van energiecentrales

Strakke sturing investerings- en onderhoudsprojecten

Operationeel

Middel

3

Sluiting Kerncentrale van overheidswege

Voldoen aan alle regelgevingen

Compliance

Laag

4

Uitkomsten rechtszaken

Combineren van interne kennis en expertise met extern advies

Financieel

Middel

5

Beheer liquide middelen en uitzettingen

Handhaving conservatief Treasury-beleid

Financieel

Middel

6

Invullen van kritieke functies

Perspectief voor medewerkers en spreiding van kennis

Operationeel

Laag

7

Wijzigingen in wet- en regelgeving

Flexibele organisatie met extern advies

Compliance

Laag

8

ICT Informatiebeveiliging

Specifieke doorlopende acties i.s.m. externe experts

Operationeel

Middel

9

Veiligheid

Veiligheidscultuur continu versterken

Operationeel

Laag

10

Onvoldoende groei bij invoering nieuwe strategie

Rendementssturing in Operationeel Plan

Strategisch

Middel

11

Herstructurering Organisatie

Verantwoordelijkheden beleggen en dialoog stakeholders

Strategisch

Middel

1.8.4 RISICO-KENMERKEN VAN MARKTEN WAAROP PZEM ACTIEF IS Commodity marktrisico’s Marktrisico’s vloeien voort uit prijsbewegingen op de inkoopen verkoopmarkten waarin PZEM actief is (commodities, valuta, transportcapaciteit, import/exportcapaciteit, etc). Het beleid van PZEM is erop gericht om op korte termijn de gevolgen van prijsbewegingen te beperken en op lange termijn de vigerende marktprijzen te volgen. Voor deze systematische beheersing bepaalt PZEM, afhankelijk van de verwachte prijsontwikkelingen, de inzet van zijn activa en welke posities worden ingenomen. Deze posities worden op dagelijkse basis gevolgd. Handelsrisico’s worden beperkt door strikte toepassing van een stelsel van limieten. De belangrijkste limiet is gebaseerd op de Value-at-Risk methodiek. Een risico voor de continuïteit van PZEM op termijn is een mogelijk ongunstige ontwikkeling van de commodityprijzen in de aankomende jaren en dan met name dalende elektriciteitsprijzen. Zo’n daling zou een direct drukkend effect hebben op de resultaten van de productie-eenheden. Het

effect wordt het hardst gevoeld bij afnamecontracten waarin geen correlatie bestaat tussen de marktprijs van elektriciteit en de brandstofprijs, zoals bij nucleair opgewekte elektriciteit. De verkoopopbrengsten dalen hier, terwijl de kostprijs nagenoeg stabiel is. Iedere euro die de verkoopprijs lager is, gaat daarmee direct in het resultaat, voor zover de output niet gehedged is. Verschillende marktstudies wijzen overigens op een verdere stijging van commodity-prijzen. Value-at-Risk Bij de bepaling van de VaR wordt een aantal aannames voor diverse veranderingen in marktomstandigheden gehanteerd. De gehanteerde VaR geeft, met een betrouwbaarheid van 95%, de maximale daling van de waarde van de portefeuille aan als gevolg van prijsveranderingen over een periode van drie dagen (derhalve kan in 5% van de gevallen de waardedaling van de portefeuille de VaR overstijgen). De VaR wordt bepaald via Monte Carlo simulatie op basis van historische volatiliteit en correlaties. Doordat portfolio’s tegengestelde posities bevatten en er een onderlinge correlatie is, is de VaR op de totale portfolio kleiner dan de som van de VaR’s van de individuele portfolio’s.

PZEM | BESTUURSVERSLAG 2020

Cashflow hedging PZEM gebruikt financiële instrumenten om fluctuaties in verwachte cashflows zoveel mogelijk te beperken. Om de gevolgen van toekomstige veranderingen in marktprijzen te beheersen maakt PZEM gebruik van derivaten zoals termijncontracten en swaps. De hedging instrumenten zijn derivaten in de door PZEM verhandelde commodities welke afgesloten worden om het cashflow-, prijs- en valutarisico te beperken. Hedge-accounting wordt toegepast om de totale waardemutatie van deze derivaten in de winst-enverliesrekening te dempen. Valutarisico’s Valutarisico’s hebben betrekking op het prijsrisico dat samenhangt met de wijziging van wisselkoersen. Het risicobeleid van PZEM is er op gericht om valutarisico’s op ingenomen posities in vreemde valuta af te dekken. Voor het afdekken van de risico’s gebruikt PZEM financiële instrumenten (forward-transacties) om fluctuaties in verwachte kasstromen zoveel mogelijk te voorkomen. Ingenomen valutaposities, die voortvloeien uit afgesloten (commodity)contracten, worden direct afgedekt en gemonitord binnen de vastgestelde limieten. Valutarisico limieten worden periodiek in overleg met de Risk Management Committee vastgesteld en vervolgens bewaakt door de afdeling Treasury.

43

Renterisico’s Het risicobeleid van PZEM met betrekking tot renterisico’s is er op gericht om de invloed van renteschommelingen te beperken. Voor het afdekken van de risico’s maakt PZEM gebruik van derivaten, zoals interest rate swaps. Liquiditeitsrisico Liquiditeitsrisico is het risico dat PZEM onvoldoende financiële middelen ter beschikking heeft om aan haar korte termijn verplichtingen te voldoen. Gezien de hoeveelheid middelen die onder andere gegenereerd zijn door de verkoop van bedrijfsonderdelen, is dit risico op dit moment niet aanwezig. Op langere termijn zou een liquiditeitsrisico kunnen gaan spelen als de marktprijzen, tegen de verwachtingen in, zullen dalen. Het beleid van PZEM op het gebied van liquide middelen en financiële assets is om deze te centraliseren in de holdingmaatschappij PZEM N.V. Op basis van het ondernemingsplan wordt jaarlijks het Treasury jaarplan opgesteld dat richting geeft aan de activiteiten van de afdeling Treasury. Een onderdeel hiervan is de wijze waarop overtollige middelen worden uitgezet met inachtneming van buffers voor operationele activiteiten.

PZEM | BESTUURSVERSLAG 2020

44

PZEM | BESTUURSVERSLAG 2020

De Raad van Bestuur is verantwoordelijk voor de inrichting en effectieve werking van ons systeem van risicomanagement en interne beheersing: het PZEM Internal Control Framework (PICF). De Raad van Bestuur heeft de opzet en werking gedurende 2020 geëvalueerd mede op basis van de Management in Control Statements die na evaluatie door Riskmanagement in de organisatie tot stand zijn gekomen.

1.9

Verklaring Raad van Bestuur

Risico’s nemen, is onlosmakelijk verbonden met ondernemen en met het uitvoeren van de strategie. Het PICF stelt PZEM in staat ondernemingsrisico’s te onderkennen, beheerst te nemen, actief te volgen en daar waar nodig passende actie te nemen. De Raad van Bestuur streeft ernaar de kans op en de gevolgen van fouten, verkeerde beslissingen en onvoorziene omstandigheden zoveel mogelijk te reduceren. De Raad van Bestuur realiseert zich dat het PICF geen absolute zekerheid biedt voor het realiseren van bedrijfsdoelstellingen, noch kan het alle onjuistheden, verlies, fraude en overtredingen van wetten en regels geheel voorkomen. In het kader van de jaarrekeningcontrole 2020 beoordeelde de externe accountant de opzet, het bestaan en, waar noodzakelijk geacht, de werking van maatregelen van interne beheersing gericht op financiële verslaggeving. De externe accountant rapporteerde zijn bevindingen aan de Raad van Bestuur, de Audit, Risk & Compliance Commissie en de Raad van Commissarissen. In control verklaring Met inachtneming van het bovenstaande meent de Raad van Bestuur dat het risicomanagement en interne beheersing in 2020 naar behoren werkte en een redelijke mate van zekerheid geeft dat de jaarrekening over het verslagjaar geen onjuistheden van materieel belang bevat.

45

De Raad van Bestuur zal ook in 2021 toezien op handhaving van het PICF. Bestuursverklaring Voor zover ons bekend: ■ geeft de jaarrekening een betrouwbaar beeld van de activa, de passiva, de financiële positie en het resultaat van PZEM N.V. ■ geeft de additionele informatie, zoals opgenomen in dit jaarbericht, een goed beeld van de situatie op 31 december 2020 en de gang van zaken gedurende het boekjaar 2020 van PZEM N.V. ■ beschrijft dit jaarbericht in het hoofdstuk Kansen en risico’s de wezenlijke risico’s waarmee PZEM N.V. zou kunnen worden geconfronteerd

Middelburg, 14 april 2021 Raad van Bestuur PZEM N.V. Frank Verhagen Niels Unger

PZEM | BESTUURSVERSLAG 2020

46

PZEM | JAARREKENING 2020

2020 Jaarrekening

47

PZEM | JAARREKENING 2020

48

PZEM | JAARREKENING 2020

49

Jaarrekening 2020 Inhoudsopgave Geconsolideerde jaarrekening 2020

51

Geconsolideerde balans per 31 december 2020

52

1Geconsolideerde winst-en-verliesrekening

53

Geconsolideerd overzicht van gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten 1.1

54

Geconsolideerd mutatieoverzicht van het eigen vermogen

55

1.2 Geconsolideerd kasstroomoverzicht 

56

1.3 Grondslagen voor de financiële verslaglegging

58

1.4 Toelichting op de geconsolideerde balansssarissensen70 1.5 Toelichting op de geconsolideerde winst-en-verliesrekening

104

1.6 Toelichting op het geconsolideerde kasstroomoverzicht

116

Gebeurtenissen na balansdatum 1.7

119

Geconsolideerde deelnemingen

120

1.8 Niet-geconsolideerde deelnemingen

121

1.9

Enkelvoudige Jaarrekening 2020

122

Enkelvoudige balans per 31 december 2020 (voor resultaatverdeling)

124

2Enkelvoudige winst-en-verliesrekening

125

Toelichting op de enkelvoudige jaarrekening 125

3Toelichting op de enkelvoudige balans

126

Toelichting op de enkelvoudige winst-en-verliesrekening

134

PZEM | JAARREKENING 2020

50

PZEM | JAARREKENING 2020

51

2020 Geconsolideerde jaarrekening

PZEM | JAARREKENING 2020

52

GECONSOLIDEERDE BALANS

53

GECONSOLIDEERDE WINST-EN-VERLIESREKENING Ref. nr.

31-12-2020

31-12-2019

Immateriële vaste activa

1

1.445

1.049

Materiële vaste activa

2

510.794

503.912

Joint ventures, geassocieerde en overige deelnemingen

3

402.514

397.984

Leningen u/g deelnemingen

4

2.572

2.855

Uitgestelde belastingvorderingen

4

4.152

7.274

Overige financiële vaste activa

4

610.399

555.934

Derivaten

5

11.368

5.821

Financiële vaste activa

1.031.005

969.868

Totaal vaste activa

1.543.244

1.474.829

(Bedragen x EUR 1.000)

PZEM | JAARREKENING 2020

VASTE ACTIVA

Vlottende activa

Ref. nr.

2020

2019

Netto omzet

13

549.091

574.244

Inkoopwaarde van de omzet

14

(445.477)

(460.241)

103.615

114.003

(bedragen x EUR 1.000)

Operationele bruto marge Overige bedrijfsopbrengsten

15

5.042

13.096

Reële waardemutatie handelsportefeuille

16

490

3.767

109.147

130.866

Bruto marge Diensten van derden

17

(46.511)

(48.831)

Voorraden

6

74.515

83.490

Personeelskosten

18

(41.200)

(39.759)

Handelsdebiteuren

7

14.270

20.683

Afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingen

19

(48.658)

(48.253)

Actuele belastingvorderingen

7

12.814

12.531

Overige vorderingen

7

478.713

565.580

Overige bedrijfskosten

20

(1.762)

(5.997)

Derivaten

5

18.483

44.688

Totaal netto bedrijfslasten

(138.131)

(142.839)

Totaal vorderingen

524.281

643.482

Bedrijfsresultaat

(28.984)

(11.973)

Vlottende activa

598.796

726.972

Resultaat deelnemingen

21.711

27.320

85.829

84.859

Operationeel resultaat

(7.273)

15.347

TOTAAL ACTIVA

2.227.870

2.286.660

Financiële baten en lasten

(4.991)

12.657

Eigen vermogen

1.398.831

1.326.809

Netto resultaat lopend jaar

(21.841)

19.812

(12.264)

28.004

1.376.990

1.346.621

(9.576)

(8.191)

(21.841)

19.812

-

-

(21.841)

19.812

(21.841)

19.812

Liquide middelen

8

Groepsvermogen Voorzieningen

9

531.109

515.062

Langlopende financiële verplichtingen

10

106.762

121.084

Uitgestelde belastingverplichtingen

11

11.400

15.820

Lease verplichting

11

6.643

6.677

Overige langlopende verplichtingen

11

30.824

29.445

Derivaten

5

22.383

25.745

709.122

713.833

Langlopende verplichtingen Handelscrediteuren

12

12.035

48.116

Actuele belastingverplichtingen

12

16.698

12.084

Kortlopend deel van voorzieningen

12

31.635

50.778

Overige kortlopende verplichtingen

12

61.557

25.016

Derivaten

5

19.833

90.213

Vlottende passiva

141.758

226.206

Totaal verplichtingen

850.880

940.039

2.227.870

2.286.660

TOTAAL PASSIVA

21

22

Resultaat voor belastingen Vennootschapsbelasting Resultaat na belastingen uit voortgezette bedrijfsactiviteiten Resultaat na belastingen uit activiteiten aangehouden voor verkoop en beëindigde bedrijfsactiviteiten RESULTAAT IN HET JAAR

23

Resultaat toe te rekenen aan: AANDEELHOUDERS VAN PZEM N.V.

PZEM | JAARREKENING 2020

54

GECONSOLIDEERD OVERZICHT VAN GEREALISEERDE EN NIET-GEREALISEERDE RESULTATEN (Bedragen x EUR 1.000)

2020

(21.841)

19.812

NIET GEREALISEERDE RESULTATEN: Ongerealiseerde resultaten die niet naar de winst-en-verliesrekening zullen worden overgeboekt

-

GECONSOLIDEERD MUTATIEOVERZICHT VAN HET EIGEN VERMOGEN (bedragen x EUR 1.000)

Totaal

Gestort aandelen kapitaal

BOEKWAARDE PER 1 JANUARI 2019

1.280.735

6.937

138.848

(109.955)

232

1.298.313

(53.640)

Resultaatverdeling 2018

-

-

-

-

-

(53.640)

53.640

Dividendbetaling

-

-

-

-

-

-

-

Overige mutaties

(76)

-

21.777

-

(90)

(21.763)

-

65.962

-

70

46.080

-

-

19.812

BOEKWAARDE PER 31 DECEMBER 2019

1.346.621

6.937

160.694

(63.875)

143

1.222.910

19.812

2019

GEREALISEERDE RESULTATEN: Resultaat in het jaar na vennootschapsbelasting

55

PZEM | JAARREKENING 2020

-

Ongerealiseerde resultaten die naar de winst-en-verliesrekening kunnen worden overgeboekt 1. Effectieve deel van winsten en verliezen op afdekkingsinstrumenten in een kasstroomafdekking

Totaal van gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten

Wettelijke reserve

Overige niet Hedge uitkeerbare reserve reserves

Overige Onverdeeld reserves resultaat

Energiederivaten (bruto)

5.849

2.610

Herclassificatie van niet-gerealiseerd naar gerealiseerd resultaat

42.603

40.625

Niet-gerealiseerde resultaten op kastroomafdekkingsinstrumenten energiederivaten

48.452

43.236

Resultaatverdeling 2019

-

-

-

-

-

19.812

(19.812)

Rentederivaten (bruto)

(1.189)

(2.483)

Dividendbetaling

Herclassificatie van niet-gerealiseerd naar gerealiseerd resultaat Niet-gerealiseerde resultaten op kastroomafdekkingsinstrumenten rentederivaten

5.479

5.973

-

-

-

-

-

-

-

4.290

3.490

Overige mutaties

-

-

20.606

-

(148)

(20.458)

-

(532)

(646)

30.369

-

-

52.210

-

-

(21.841)

52.210

46.080

1.376.990

6.937

181.300

(11.665)

(6)

1.222.264

(21.841)

(Uitgestelde) winstbelastingen Totaal effectieve deel van winsten en verliezen op afdekingsinstrumenten in een kasstroomafdekking 2. Aandeel in niet-gerealiseerde resultaten van joint ventures en geassocieerde deelnemingen Aandeel in niet-gerealiseerde resultaten van joint ventures en geassocieerde deelnemingen

-

Herclassificatie van niet-gerealiseerd naar gerealiseerd resultaat

-

70

(Uitgestelde) winstbelastingen

-

-

Totaal aandeel in niet-gerealiseerde resultaten van joint ventures en geassocieerde deelnemingen

-

70

Herclassificatie van niet-gerealiseerd naar gerealiseerd resultaat

-

-

(Uitgestelde) winstbelastingen

-

-

3. Overige mutaties

-

-

Totaal van niet-gerealiseerde resultaten

52.210

46.150

TOTAAL VAN GEREALISEERDE EN NIET-GEREALISEERDE RESULTATEN

30.369

65.962

30.369

65.962

Totaal van gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten toe te rekenen aan: AANDEELHOUDERS VAN PZEM N.V.

Voor toelichting op de mutaties in energie- en rentederivaten wordt verwezen naar onderdeel 5 in de Toelichting op de geconsolideerde balans.

BOEKWAARDE PER 31 DECEMBER 2020

70

Niet-gerealiseerde resultaten joint ventures en geassocieerde deelnemingen

Totaal overige mutaties

Totaal van gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten

De wettelijke reserve betreft de niet-uitgekeerde winsten van deelnemingen; dientengevolge is de wettelijke reserve niet vrij uitkeerbaar. Dit geldt evenzeer voor de hedge-reserve welke in relatie moet worden gezien met de niet- gerealiseerde resultaten uit de reële waardemutatie van de derivaten, gebruikt voor hedge-doeleinden. De veranderingen in de reële waarde na belastingen van de derivaten worden grotendeels in de hedge-reserve verwerkt. Voor nadere toelichting zie 5. Grondslagen voor de waardering van financiële instrumenten en 5.1.3. van de Toelichting op de geconsolideerde balans. De overige niet-uitkeerbare reserves betreft voornamelijk een herwaarderingsreserve derivaten. De overige reserves betreffen de winstreserves.

PZEM | JAARREKENING 2020

56

GECONSOLIDEERD KASSTROOMOVERZICHT (OPGESTELD VOLGENS DE INDIRECTE METHODE) (Bedragen x EUR 1.000)

2020

2019

Uit operationele activiteiten Bedrijfsresultaat

(28.984)

(11.973)

Reële waardemutaties handelsportefeuille

(490)

(3.767)

Correctie vooruitontvangen omzet

391

88

48.193

48.301

Voorzieningen

(23.096)

(5.324)

Voorraden/Onderhanden werk

(12.479)

323

Afschrijvingen en waardeverminderingen Mutaties in:

Handelsvorderingen

6.413

3.471

Handelsschulden

(36.081)

(4.704)

Overige vorderingen/schulden

166.665

43.904

Kasstroom uit bedrijfsactiviteiten

120.531

70.319

Kasstromen voortvloeiend uit ontvangen dividenden uit deelnemingen

17.492

18.068

Kasstromen voortvloeiend uit financiële lasten

(9.127)

(9.562)

Kasstromen voortvloeiend uit winstbelastingen

(5.638)

(1.243)

Kasstroom uit operationele activiteiten

123.260

77.583

Investeringen en desinvesteringen in (im)materiële vaste activa Investeringen en desinversteringen in groepsmaatschappijen en deelnemingen (na aftrek van verworven liquide middelen) Vervreemding van groepsmaatschappijen en deelnemingen (na aftrek van afgestane liquide middelen)

(18.444)

(11.083)

(312)

(527)

-

5.284

Overige financiële vaste activa

(10.247)

(3.610)

Kasstroom uit investeringsactiviteiten

(29.003)

(9.936)

VRIJE KASSTROOM VOOR DIVIDEND

94.257

67.647

Aflossingen op leningen

(13.367)

(12.866)

Investeringen en ontvangsten vanuit uitzettingen

(79.571)

(22.571)

(349)

(2.242)

(93.287)

(37.679)

ONTWIKKELING KASPOSITIE IN HET JAAR

970

29.968

Saldo liquide middelen begin boekjaar

84.859

54.891

970

29.968

85.829

84.859

Kasstroom uit investeringsactiviteiten

Uit financieringsactiviteiten

Lease verplichtingen Kasstroom uit financieringsactiviteiten

Ontwikkeling kaspositie in het jaar Eindsaldo liquide middelen volgens balans

PZEM | JAARREKENING 2020

57

PZEM | JAARREKENING 2020

Grondslagen voor de financiële verslaglegging

58

PZEM | JAARREKENING 2020

59

PZEM | JAARREKENING 2020

60

GRONDSLAGEN VOOR DE FINANCIËLE VERSLAGLEGGING Deze geconsolideerde jaarrekening gaat over het jaar 2020 welke is geëindigd op balansdatum 31 december 2020. PZEM N.V. (hierna: PZEM) is een naar Nederlands recht opgerichte naamloze vennootschap en is over geheel 2020 de moedermaatschappij van een aantal groepsmaatschappijen die zich bezig houden met:

■ ■

opwekken van, transporteren van, handelen in en leveren van energie; ontwikkelen en produceren van duurzame energie, onder andere op het gebied van windenergie, zonenergie en wateractiviteiten.

Mede in dit kader heeft de PZEM belangen in een aantal gezamenlijke overeenkomsten, geassocieerde deelnemingen en overige deelnemingen. De aandeelhouders van PZEM N.V. zijn de provincie Zeeland, de Zeeuwse gemeenten, enige Zuid-Hollandse en NoordBrabantse gemeenten en de provincies Zuid-Holland en Noord-Brabant. PZEM N.V. is statutair gevestigd in Middelburg aan de Poelendaelesingel 10, en is ingeschreven bij de Kamer van

Koophandel onder nummer 22031457. In 2020 hebben zich de volgende wijzigingen voorgedaan in de groep: ■ Op 30 september is DELTA Saefthinge N.V. geliquideerd; ■ Op 15 oktober is Sunergy Investco B.V. geliquideerd De functionele valuta is de Euro. De geconsolideerde jaarrekening is opgesteld op basis van het continuïteitsbeginsel. PZEM N.V. heeft gebruik gemaakt van de optie in Titel 9 Boek 2 BW om de enkelvoudige jaarrekening op te stellen volgens de IFRS grondslagen die worden gehanteerd in de geconsolideerde jaarrekening, inclusief de uitzondering dat de groepsmaatschappijen en deelnemingen worden gewaardeerd op basis van de equity-methode. De enkelvoudige winst-en-verliesrekening is op basis van artikel 402 Titel 9 Boek 2 BW in beknopte vorm weergegeven. Deze jaarrekening 2020 is op 14 april 2021 ondertekend en vrijgegeven voor publicatie door de Raad van Commissarissen. De Raad van Commissarissen zal de jaarrekening ter vaststelling en goedkeuring voorleggen aan de Algemene Vergadering op 26 mei 2021.

1. OVEREENSTEMMINGSVERKLARING IFRS EN SAMENVATTING VAN WIJZIGINGEN IN DE WAARDERINGSREGELS IFRS De geconsolideerde jaarrekening van de vennootschap is opgesteld in overeenstemming met de International Financial Reporting Standards (IFRS), uitgegeven door de International Accounting Standards Board (IASB), en de interpretaties uitgegeven door het IFRS Interpretations Committee (IFRS IC) van de IASB die door Europese Commissie (EC) zijn goedgekeurd tot en met 31 december 2020.

Toepassing nieuwe IFRS-standaarden en/of aanvullingen Ten opzichte van het voorgaande boekjaar zijn de volgende nieuwe standaarden en/of aanvullingen/verbeteringen door de IASB uitgegeven en door de EC goedgekeurd voor gebruik binnen de Europese Unie. De nog niet door de EC goedgekeurde wijzigingen zijn niet in navolgend overzicht meegenomen.

PZEM | JAARREKENING 2020

1.1. DE VOLGENDE STANDAARDEN EN VERBETERINGEN ZIJN DOOR PZEM TOEGEPAST IN DE JAARREKENING 2020 1. IFRS 3 Definitie van een bedrijf De IASB heeft wijzigingen in de definitie van een bedrijf uitgegeven om entiteiten te helpen bepalen of een verworven reeks activiteiten en activa een bedrijf is of niet. Dit heeft geen impact voor PZEM aangezien er geen sprake is van overgenomen activiteiten of activa. 2. IFRS 9/IAS 39/IFRS 7 Hervorming van de rentebenchmark De wijzigingen bieden tijdelijke vrijstellingen waardoor hedge accounting kan worden voortgezet tijdens de periode van onzekerheid voordat een bestaande rentebenchmark wordt vervangen door een alternatieve, bijna risicovrije rentevoet (een RFR). PZEM heeft een cashflow hedge afgesloten met betrekking tot renteschommelingen. De cashflow hedge heeft een relatie met EURIBOR. Omdat EURIBOR de manier van rekenen al heeft gewijzigd (en dus voldoet aan de nieuwe hervorming van de benchmark), heeft dit voor PZEM geen impact. 3.

IAS 1 /IAS 8 De definitie van materialiteit De nieuwe definitie stelt dat: 'Informatie is materieel als bij het weglaten, onjuist vermelden of verdoezelen, redelijkerwijs kan worden verwacht dat het de beslissingen beïnvloedt die de primaire gebruikers van financiële overzichten voor algemene doeleinden nemen op basis van die financiële overzichten die financiële informatie verschaft over een specifieke entiteit.” De wijzigingen verduidelijken dat de materialiteit zal afhangen van de aard of omvang van de informatie, of beide. De nieuwe definitie van materialiteit is toegepast door PZEM en heeft geen significante impact op de jaarrekening. 4. Het conceptuele raamwerk voor financiële verslaggeving Het doel van het conceptuele raamwerk is om te helpen bij het ontwikkelen van standaarden, om opstellers te helpen bij het ontwikkelen van consistente boekhoudkundige principes

61

als er geen toepasselijke standaard is en om alle partijen te helpen de standaarden te begrijpen en te interpreteren. Dit leidt niet tot een impact voor PZEM. 5. IFRS 16 COVID-19 gerelateerde huurconcessies De wijziging van IFRS 16 Leaseovereenkomsten biedt huurders een ontlasting van het toepassen van de IFRS 16-richtlijnen voor wijzigingen van leaseovereenkomsten op huurconcessies die ontstaan als direct gevolg van de covid-19 pandemie. Dit heeft geen impact op PZEM aangezien er geen huuraanpassingen zijn geweest in huurconcessies als direct gevolg van de covid-19 pandemie.

1.2. DE VOLGENDE RELEVANTE STANDAARDEN EN VERBETERINGEN ZIJN DOOR PZEM NOG NIET TOEGEPAST IN DE JAARREKENING 2020. DEZE ZIJN OFFICIEEL VAN TOEPASSING VANAF HET BOEKJAAR DAT START OP 1 JANUARI 2021 OF LATER 1. IFRS 17: Verzekeringscontracten 2. IFRS 9/ IAS 39 / IFRS 7/ IFRS 4 / IFRS 16: Rentebenchmarkhervorming (fase 2) 3. IFRS 3: Verwijzing naar het conceptuele kader 4. IAS 16: Materiële vaste activa: opbrengsten vóór beoogd gebruik 5. IAS 37: Verlieslatende contracten - kosten voor het vervullen van een contract 6. IAS 1: Classificatie van verplichtingen als kortlopend of langlopend 7. Jaarlijks verbeterprogramma 2020-2022: IFRS Financiële instrumenten: vergoedingen in de ‘10 procent-test’ voor het niet langer opnemen van financiële verplichtingen

PZEM | JAARREKENING 2020

62

2. ALGEMENE GRONDSLAGEN 2.1 SCHATTINGEN EN VERONDERSTELLINGEN Het opstellen van een jaarrekening brengt met zich mee dat gebruik wordt gemaakt van schattingen en veronderstellingen die zijn gebaseerd op ervaringen uit het verleden en op factoren die naar het oordeel van het management aanvaardbaar zijn. Deze schattingen hebben voornamelijk betrekking op de opbrengsten uit levering en transport van elektriciteit en gas aan eindverbruikers in verband met gespreide meteropname, op uitgestelde belastingvorderingen en voorzieningen. Deze schattingen en veronderstellingen hebben invloed op de jaarrekeninggegevens, waarbij de werkelijke gegevens kunnen afwijken. De effecten van schattingswijzigingen worden prospectief verwerkt in de winst-en-verliesrekening. Schattingswijzigingen kunnen eveneens leiden tot wijzigingen in activa en verplichtingen of in componenten van het eigen vermogen. Dergelijke schattingswijzigingen worden verwerkt in de periode waarin een schattingswijziging heeft plaatsgevonden. Bij de toelichtingen van de balans en winst-en-verliesrekening zijn eventuele bijzonderheden met betrekking tot schattingen en veronderstellingen apart vermeld. Met name de bepaling van de voorziening onrendabele contracten wordt geraakt door inschattingen voor de toekomst, omdat de commoditymarkten volatiel zijn.

Hoewel de voorziening zo veel mogelijk is bepaald op basis van bestaande contracten en posities, is één van de meest bepalende factoren de veronderstelde ontwikkeling van de commodityprijzen (elektriciteit, gas, CO2). De gehanteerde toekomstige prijspaden zijn de meest actuele prognoses per balansdatum van een gerenommeerd onafhankelijk adviesbureau; deze komen tot stand door diepgaande analyse van markten en regelgeving door dit bureau. Ook deze prijzensets zijn echter voorspellingen.

2.2 BIJZONDERE WAARDEVERMINDERING VAN ACTIVA Gedurende het verslagjaar wordt beoordeeld of er aanwijzingen zijn voor een bijzondere waardevermindering van activa. Indien dit het geval is, wordt een schatting gemaakt van de realiseerbare waarde van het actief; deze is gelijk aan de hoogste van de reële waarde minus verkoopkosten (fair value less costs to sell) en de bedrijfswaarde (value in use). Als de reële waarde minus verkoopkosten leidt tot niet vermijdbare uitgaven, zal hiervoor een verplichting worden opgenomen. De bedrijfswaarde wordt bepaald door de contante waarde van de geschatte toekomstige kasstromen, gebaseerd op de intern opgestelde en door de Raad van Bestuur goedgekeurde ondernemingsplannen, gebruik makend van een disconteringsvoet vóór belastingen die onder andere de actuele marktrente weergeeft. Specifieke risico’s met betrekking tot het actief of de kasstroomgenererende eenheid zijn in de geschatte toekomstige kasstromen opgenomen. Ten

aanzien van verantwoorde goodwill wordt jaarlijks beoordeeld of sprake is van een bijzondere waardevermindering. Een bijzondere waardevermindering wordt verwerkt indien de boekwaarde van een actief of de kasstroomgenererende eenheid waartoe het actief behoort, hoger is dan de realiseerbare waarde. Bijzondere waardeverminderingen van aan kasstroomgenererende eenheden toegewezen activa worden eerst in mindering gebracht op de boekwaarde van aan kasstroom genererende eenheden (of groepen van eenheden) toegerekende goodwill en vervolgens naar rato in mindering gebracht op de boekwaarde van de overige activa van de eenheid (groep van eenheden). De betreffende activa worden niet lager gewaardeerd dan de eigen (individuele) realiseerbare waarde. Een bijzondere waardevermindering wordt teruggenomen indien vastgesteld wordt dat de uitgangspunten zijn veranderd op basis waarvan in het verleden de realiseerbare waarde is bepaald. Een bijzondere waardevermindering wordt alleen teruggenomen voor zover de resterende boekwaarde van het actief niet hoger is dan de boekwaarde die, na aftrek van afschrijvingen, zou zijn bepaald in de veronderstelling dat geen bijzondere waardevermindering had plaatsgevonden. Een bijzondere waardevermindering of terugname hiervan wordt ten laste of ten gunste van het resultaat gebracht. Bijzondere waardeverminderingen van goodwill worden niet teruggenomen.

2.3 WAARDERING FINANCIËLE INSTRUMENTEN Tenzij anders aangegeven bij de toelichting op de afzonderlijke posten in de jaarrekening is het management van oordeel dat de boekwaarden van financiële instrumenten een redelijke benadering vormen van de reële waarde van de financiële instrumenten.

2.4 OVERHEIDSSUBSIDIES Overheidssubsidies worden opgenomen zodra het redelijkerwijs zeker is dat aan de voorwaarden voor verkrijging is of wordt voldaan en dat de subsidies zijn of zullen worden ontvangen. Bij activering van investeringsprojecten worden ontvangen subsidies, evenals ontvangen bijdragen in de aanlegkosten, in mindering gebracht op de aanschafwaarde van de activa. Exploitatiesubsidies worden opgenomen onder de opbrengsten. Fiscale subsidieregelingen worden opgenomen bij de berekening van de belastingplicht.

PZEM | JAARREKENING 2020

2.5 VREEMDE VALUTA De activa en passiva die in vreemde valuta worden gehouden, worden omgerekend tegen de valutakoersen welke gelden aan het einde van de verslagperiode. De verschillen die verband houden met de wijziging van valutakoersen worden verwerkt in de winst-en-verliesrekening voor zover deze geen betrekking hebben op de netto investering in buitenlandse deelnemingen; deze laatste leiden als onderdeel van de niet-gerealiseerde resultaten tot een mutatie in het eigen vermogen. In de winst-en-verliesrekening zijn de kosten en opbrengsten luidend in vreemde valuta, omgerekend naar euro’s tegen de koers op het moment van de transactie.

2.6 BELASTINGEN 2.6.1 BELASTINGEN OP HET RESULTAAT Belastingen op het resultaat omvatten de actuele belastingen en de mutaties in de uitgestelde belastingen. Deze bedragen worden ten laste van het resultaat gebracht, dan wel via de niet-gerealiseerde resultaten in het eigen vermogen opgenomen. De actuele belastingen betreffen de bedragen die waarschijnlijk verschuldigd en verrekenbaar zijn over het fiscale resultaat van het verslagjaar. Deze zijn berekend op basis van de geldende belastingwetgeving en -tarieven.

63

2.6.2 UITGESTELDE BELASTINGEN Uitgestelde belastingen worden toegepast op de relevante verschillen die bestaan tussen de boekwaarde en de fiscale waarde van activa en verplichtingen. Uitgestelde belastingen worden gewaardeerd op basis van de belastingtarieven die naar verwachting van kracht zullen zijn wanneer de vordering wordt gerealiseerd of de verplichting wordt afgewikkeld uitgaande van de geldende belastingwetgeving en -tarieven. Uitgestelde belastingen worden opgenomen tegen nominale waarde. Uitgestelde belastingvorderingen worden slechts opgenomen indien en voor zover het waarschijnlijk is dat voldoende fiscale winst en/of andere tijdelijke verschillen aanwezig zijn waarmee de uitgestelde belastingvordering verrekend kan worden. Voor de voorwaartse compensatie van fiscale verliezen en de verrekening van ongebruikte fiscaal verrekenbare tegoeden wordt een uitgestelde belastingvordering opgenomen indien en voor zover het waarschijnlijk is dat toekomstige fiscale winst beschikbaar zal zijn waarmee de niet gecompenseerde fiscale verliezen en ongebruikte fiscaal verrekenbare tegoeden kunnen worden verrekend.

3. GRONDSLAGEN VOOR DE CONSOLIDATIE De geconsolideerde jaarrekening omvat de financiële gegevens van PZEM N.V. en haar groepsmaatschappijen. Groepsmaatschappijen zijn rechtspersonen en vennootschappen waarin zeggenschap terzake van het bestuur en het operationele en financiële beleid wordt uitgeoefend. Volgens IFRS 10, Geconsolideerde jaarrekening wordt zeggenschap uitgeoefend als de investeerder blootgesteld is aan of rechten heeft op veranderlijke opbrengsten uit hoofde van zijn betrokkenheid bij de deelneming, en over de mogelijkheid beschikt deze opbrengsten via zijn macht over de deelneming te beïnvloeden. Bij de bepaling of er sprake is van zeggenschap worden de bestaande en potentiële stemrechten, die op balansdatum uitoefenbaar of converteerbaar zijn, meegewogen. Daarnaast wordt hierbij beoordeeld in hoeverre andere overeenkomsten aanwezig zijn die PZEM N.V. de mogelijkheid bieden het operationele en financiële beleid te bepalen. Groepsmaatschappijen worden in de consolidatie betrokken vanaf het moment waarop van zeggenschap sprake is. Anderzijds wordt vanaf de datum waarop van zeggenschap geen sprake meer is, de consolidatie beëindigd. De groepsmaatschappijen zijn geconsolideerd volgens de integrale methode, waarbij vermogen en resultaat voor 100% in de consolidatie worden opgenomen. In het geval dat het

belang in een groepsmaatschappij minder bedraagt dan 100% wordt het aandeel van derden afzonderlijk in de balans en de winst-en-verliesrekening tot uiting gebracht. Gezamenlijke overeenkomsten (Joint arrangements) worden verantwoord voor het aandeel dat PZEM (of een van haar groepsmaatschappijen) heeft in de overeenkomst indien het gezamenlijke bedrijfsactiviteiten betreft. Ze worden betrokken in de consolidatie vanaf het moment waarop de overeenkomst tot stand gekomen is. Anderzijds wordt de consolidatie beëindigd vanaf de datum waarop de overeenkomst tot beëindiging is gekomen. Gezamenlijke overeenkomsten die in de vorm van ‘gezamenlijke bedrijfsactiviteiten’ worden gevoerd, worden geconsolideerd volgens de partiële methode. Hierbij wordt het belang als volgt in de geconsolideerde jaarrekening verwerkt: ■ Activa waarop de investeerder directe rechten heeft, verwerkt de investeerder volledig in de jaarrekening; ■ Schulden waar de investeerder direct voor verantwoordelijk is, verwerkt de investeerder volledig in de jaarrekening; ■ De opbrengsten uit de verkoop van de output van de gezamenlijke bedrijfsactiviteit door de gezamenlijke

PZEM | JAARREKENING 2020

■

■ ■

bedrijfsactiviteit zelf, en waarop de investeerder recht heeft, verwerkt de investeerder volledig in de jaarrekening (de gezamenlijke bedrijfsactiviteit is zelfstandig verantwoordelijk voor de verkoop van de output); De opbrengsten van de verkoop van de output van de gezamenlijke bedrijfsactiviteit waarop de investeerder recht heeft, en waar de investeerder zelf voor gezorgd heeft, verwerkt de investeerder volledig in de jaarrekening; De kosten die direct aan de investeerder kunnen worden toegerekend verwerkt de investeerder volledig in de jaarrekening; Activa, schulden, opbrengsten en kosten die niet direct aan de investeerders kunnen worden toegerekend, worden op indirecte wijze aan de investeerders toegekend op basis van hun relatieve aandeel in het belang in de gezamenlijke bedrijfsactiviteit.

64

Gezamenlijke overeenkomsten die in de vorm van een ‘joint venture’ worden uitgeoefend, worden volgens de equitymethode gewaardeerd en niet in de consolidatie betrokken. Ook geassocieerde deelnemingen worden volgens de equitymethode gewaardeerd en niet in de consolidatie betrokken. Purchase accounting Purchase accounting wordt toegepast bij de verwerking van verwerving van groepsmaatschappijen. De waarderingsgrondslagen van groepsmaatschappijen worden, indien nodig, aangepast teneinde een uniforme toepassing binnen PZEM te realiseren. Reikwijdte van de consolidatie In deze jaarrekening is separaat een overzicht opgenomen van de dochterondernemingen, deelnemingen en joint ventures, inclusief de betreffende kapitaalbelangen.

4. GRONDSLAGEN VOOR DE BALANSWAARDERING De jaarrekening is opgesteld op basis van historische kosten, met uitzondering van de waardering op reële waarde van derivaten (financiële instrumenten) en hieronder aangegeven verschillen. Alle transacties in financiële instrumenten worden verantwoord op transactiedatum.

4.1 IMMATERIËLE VASTE ACTIVA De immateriële vaste activa hebben betrekking op software en klantcontracten. Software De geactiveerde software is gewaardeerd tegen historische kostprijs onder aftrek van afschrijvingen. Zij wordt in beginsel over een periode van 5 jaar lineair afgeschreven. De gebruiksduur wordt jaarlijks beoordeeld. Eventuele aanpassingen worden prospectief verwerkt. Klantcontracten Klantcontracten zijn gewaardeerd tegen verkrijgingsprijs en worden afgeschreven over de verwachte levensduur.

4.2 MATERIËLE VASTE ACTIVA De materiële vaste activa worden gewaardeerd tegen kostprijs, onder aftrek van gecumuleerde lineaire afschrijvingen op basis van een geschatte levensduur, welke op technischeconomische maatstaven wordt bepaald, rekening houdend met een geschatte restwaarde en onder aftrek van (eventuele) gecumuleerde bijzondere waardeverminderingen. Op terreinen wordt niet afgeschreven. Ontvangen bijdragen van derden in aanlegkosten van vaste bedrijfsmiddelen zijn, in navolging van IFRIC 18, met terugwerking naar 1 januari 2009 niet meer in mindering gebracht op de waarde van de activa maar gepassiveerd als vooruitontvangen omzet.

Kosten van externe financiering van activa (bouwrente) worden in de kostprijs opgenomen indien deze rechtstreeks aan het actief kunnen worden toegerekend. Als een actief uit meerdere componenten met verschillende afschrijvingstermijnen en restwaarden bestaat, worden deze componenten afzonderlijk verantwoord. Investeringen voor vervanging van componenten worden geactiveerd onder gelijktijdige afwaardering van de te vervangen componenten. De geschatte levensduur en de geschatte restwaarde worden jaarlijks ten tijde van het opstellen van het ondernemingsplan beoordeeld. Indien sprake is van een bijzondere waardevermindering, wordt de waardering aangepast. Periodiek groot onderhoud aan gebouwen en installaties wordt volgens de componentenbenadering geactiveerd en afgeschreven gedurende de periode die telkens tussen de werkzaamheden van groot onderhoud verloopt. De amoveringsvoorzieningen zijn geactiveerd onder de materiële vaste activa en worden afgeschreven over de verwachte levensduur van de centrale. De materiële vaste activa in aanbouw zijn in de balans opgenomen tegen de per balansdatum bestede kosten van materiaal en diensten, kosten van directe manuren, een passend gedeelte van de direct toerekenbare overheadkosten en de rechtstreeks aan het actief toe te kennen financieringskosten.

PZEM | JAARREKENING 2020

4.3 FINANCIËLE VASTE ACTIVA Algemeen Een bedrijfscombinatie is het samenbrengen van afzonderlijke entiteiten of bedrijfsactiviteiten in één verslaggevende entiteit. Een bedrijfscombinatie die in het toepassingsgebied valt wordt verwerkt volgens de overnamemethode, waarbij de volgende stappen genomen worden: 1. Identificatie van de overnemende partij; 2. Bepalen van de kostprijs van de bedrijfscombinatie; 3. Toerekenen van de kostprijs van de bedrijfscombinatie op de overnamedatum. De kostprijs van een bedrijfscombinatie is het totaal van de reële waarde, op de datum van de ruil, van afgestane activa, aangegane of overgenomen verplichtingen en door de overnemende partij uitgegeven eigen vermogen instrumenten. Sinds de herziening van IFRS 3 (vanaf 2009 toegepast) worden de rechtstreeks aan de verwerving toe te rekenen kosten niet langer verwerkt als onderdeel van de kostprijs van de bedrijfscombinatie, maar direct ten laste van het resultaat gebracht. Goodwill wordt gewaardeerd als de waarde waarmee de kostprijs van de bedrijfscombinatie het belang van de overnemende partij in de netto reële waarde van de identificeerbare activa, verplichtingen en voorwaardelijke verplichtingen overschrijdt. Negatieve goodwill wordt direct in de winst-en-verliesrekening opgenomen en minderheidsbelangen in het eigen vermogen.

Joint ventures, geassocieerde deelnemingen en overige deelnemingen ■ Joint ventures zijn gezamenlijke overeenkomsten waarbij de partijen die gezamenlijke zeggenschap over de overeenkomst hebben, rechten hebben op de netto activa van de overeenkomst. Deze partijen worden deelnemers in een joint venture genoemd. ■ Een gezamenlijke bedrijfsactiviteit is een gezamenlijke overeenkomst waarbij de partijen die gezamenlijke zeggenschap over de overeenkomst hebben (waaronder PZEM N.V. of een van haar dochtermaatschappijen), rechten hebben op de activa en aansprakelijk zijn voor de verplichtingen die verband houden met de overeenkomst. Deze partijen worden deelnemers in een gezamenlijke bedrijfsactiviteit genoemd. PZEM N.V. neemt bij een gezamenlijke bedrijfsactiviteit haar activa en verplichtingen, opbrengsten en lasten voor haar aandeel in de gezamenlijke bedrijfsactiviteit op; het aandeel in het eigen vermogen van de gezamenlijke bedrijfsactiviteit vormt daarmee geen Financieel vast actief. ■ Geassocieerde deelnemingen zijn die entiteiten waarin PZEM N.V. direct of indirect invloed van betekenis heeft, maar geen beslissende zeggenschap. In het algemeen is hiervan sprake indien PZEM N.V. tussen 20% en 50% van de stemrechten kan uitoefenen. ■ Overige deelnemingen zijn niet-geassocieerde deelnemingen waarin PZEM N.V. een belang heeft dat kleiner is dan 20%.

In de jaarrekening is een overzicht opgenomen van de belangrijkste gezamenlijke overeenkomsten en deelnemingen.

65

Waardering joint ventures en (geassocieerde) deelnemingen Investeringen in joint ventures en geassocieerde deelnemingen worden in de geconsolideerde jaarrekening verwerkt volgens de ‘equity methode’. Volgens deze methode vindt de initiële waardering plaats tegen kostprijs, i.e. de reële waarde van de onderliggende activa en passiva, waarbij derhalve ook de betaalde goodwill in dit bedrag is opgenomen. Indien de reële waarde hoger is dan de kostprijs, wordt het positieve resultaat bij de deelneming verantwoord. Jaarlijks wordt het aandeel in het resultaat bij- of afgeboekt en worden dividenduitkeringen op de waardering in mindering gebracht. Indien de (gecumuleerde) verliezen van de joint venture en/ of geassocieerde deelneming zouden leiden tot een negatieve boekwaarde, dan worden deze verliezen niet meer verwerkt, tenzij PZEM N.V. de verplichting heeft, of betalingen heeft gedaan, om deze verliezen aan te zuiveren. Mutaties in overige deelnemingen worden geboekt in de niet-gerealiseerde resultaten tenzij sprake is van een duurzame waardevermindering, deze wordt direct ten laste van het resultaat geboekt. Indien onvoldoende informatie beschikbaar is vindt waardering plaats tegen kostprijs.

Niet-uitgekeerde resultaten van joint ventures en geassocieerde deelnemingen alsmede rechtstreekse vermogensvermeerderingen betreffende deelnemingen waarvan uitkering niet zonder beperking kan worden bewerkstelligd, worden toegevoegd aan de wettelijke reserve. De waarderingsgrondslagen van joint ventures en deelnemingen worden indien nodig aangepast om een consistente toepassing van waarderingsgrondslagen binnen de PZEM-groep te realiseren. Leningen u/g overige deelnemingen Verstrekte leningen aan deelnemingen of aan externe partijen worden bij eerste waardering gewaardeerd tegen de reële waarde en vervolgens tegen de geamortiseerde kostprijs. Door de korte looptijd is de geamortiseerde kostprijs in de regel gelijk aan de nominale waarde van de lening. Waar nodig wordt een voorziening getroffen in verband met mogelijke oninbaarheid, die in mindering wordt gebracht op deze waarde. Deposito’s en effecten – aangehouden tot einde looptijd Termijndeposito’s en effecten, waarvan de intentie bestaat om deze aan te houden tot het einde van de looptijd, worden bij eerste opname gewaardeerd tegen reële waarde en vervolgens gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs. Vorderingen met een looptijd korter dan één jaar worden gerapporteerd onder de vorderingen.

Niet beursgenoteerde aandelen Wanneer niet beursgenoteerde aandelen behoren tot de handelsportefeuille worden deze gewaardeerd op reële waarde waarbij waardeveranderingen direct in de winst-enverliesrekening worden verwerkt. Wanneer niet beursgenoteerde aandelen behoren tot de investeringen in eigen-vermogensinstrumenten worden deze gewaardeerd op reële waarde waarbij waardeveranderingen direct in de winst-en-verliesrekening worden verwerkt.

PZEM | JAARREKENING 2020

Zowel PZEM N.V. als N.V. EPZ participeren in een aandelen/ obligatiefonds van een beleggingsinstelling. Voor PZEM N.V. behoort deze participatie tot de handelsportefeuille terwijl N.V. EPZ deze participatie duurzaam aan houdt ten behoeve van de amovering van de kerncentrale.

4.4 VOORRADEN Voorraden worden gewaardeerd tegen verkrijgingsprijs, gebaseerd op basis van de FIFO-methode (first in first out) of tegen de netto opbrengstwaarde als deze lager is, onder aftrek van een voorziening voor incourantheid. De waardeverminderingen op voorraden worden ten laste van het resultaat geboekt en afzonderlijk vermeld.

4.5 VORDERINGEN De handelsvorderingen worden bij eerste opname verwerkt tegen reële waarde en vervolgens gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs, onder aftrek van bijzondere waardeverminderingen. Door de korte looptijd is de geamortiseerde kostprijs in de regel gelijk aan de nominale waarde van de vorderingen. De aangehouden CO2 certificaten zijn bestemd voor eigen verbruik en bepaald op basis van de netto stand (aanwezige certificaten minus de benodigde certificaten als gevolg van emissie in 2020). De waardering geschiedt tegen historische aanschafprijs op basis van FIFO-methode.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10481747/1