CConstaterende datSchouwen-Duiveland
Koppel je AI →
Document · PDF

1275395 Bijlage 1 Bp Taaijersweg 12 Kerkwerve en Lageweg ong. Sirjansland Toelichting

Gemeenteraad 27 februari 2025, gemeente Schouwen-DuivelandBij agendapunt: RVS Vaststellen bestemmingsplan Taaijersweg 12 Kerkwerve en Lageweg ong. Sirjansland (1275395)21.068 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Voor beide locaties geldt dat de archeologische dubbelbestemmingen zijn gehandhaafd. Regels Artikel 3 Agrarisch Binnen deze bestemming is bepaald dat de gronden mogen worden gebruikt voor de uitoefening van grondgebonden agrarische activiteiten. Het woord 'activiteiten' is bewust gekozen omdat er geen agrarisch bedrijf aanwezig is (redactie in bestemmingsplan Buitengebied). In de regels is de bestaande groensingel bestemd en beschermd (lid 3.1 onder b juncto lid 3.5). Er mogen op de gronden alleen bouwwerken, geen gebouwen zijnde worden gebouwd met een maximum bouwhoogte van 2 meter. Dit is 1 meter hoger dan in het bestemmingsplan Buitengebied, maar in dat plan was een ontheffing (artikel 3.3.12) opgenomen voor een dergelijke hoogte met daaraan gekoppeld een verplicht schriftelijk advies van de agrarisch deskundige. Gezien de ligging van het perceel en het feit dat de bestaande groensingel wordt gehandhaafd, is dit aanvaardbaar. In de 'Specifieke gebruiksregels' (lid 3.4) zijn beperkingen aan het agrarisch grondgebruik opgenomen. Deze zijn ontleend aan het bestemmingsplan Buitengebied. Een daarvan is de regel dat paardenbakken of buitenbakken niet zijn toegestaan. De gronden mogen wel worden gebruikt als paardenweide, maar aanbrengen van een zandpakket met omheining niet.

Fruitteelt ter plaatse van gronden die zijn gelegen binnen een afstand van 50 meter van woningen van derden, of terreinen bestemd voor verblijfsrecreatie (minicampings daaronder inbegrepen) is niet toegestaan.

Artikel 4 Groen Hiervoor is al geschreven dat de bestemming Groen is opgenomen voor de aanwezige randbeplanting die niet verloren mag gaan. De opgaande beplanting vermindert namelijk de drift van bestrijdingsmiddelen op het woonperceel Taaijersweg 12. Om te waarborgen dat deze beplanting wordt behouden, is in dit artikel het vereiste van een omgevingsvergunning (lid 4.3) opgenomen voor het verwijderen, kappen of rooien van de beplanting. Een dergelijke vergunning kan alleen worden verleend als de afschermende werking van de beplanting niet verloren gaat dan wel dat op de aangrenzende agrarische gronden geen bestrijdingsmiddelen meer worden toegepast. In de praktijk zal dit moeten worden bevestigd met een

56

schriftelijke verklaring van de betreffende agrariër.

Artikel 5 Wonen De regeling is in belangrijke mate overgenomen uit het bestemmingsplan Buitengebied en behoeft dan ook geen uitgebreide toelichting. Voor de locatie aan de Taaijersweg is van belang dat binnen de woonbestemming woning ten hoogste 100 m2 aan bijgebouwen en overkappingen toegestaan. De omvang van de voormalige bedrijfsgebouwen is veel groter. Deze bebouwing valt onder de regeling van artikel 9 lid 9.2 'Bestaande maten' en valt dus niet onder het overgangsrecht. Het huidige gebruik van de aardappelbewaarloods past binnen de regeling voor Nieuwe Economische Dragers. De activiteit mag alleen in de bestaande loods worden uitgeoefend.

Toelichting op de bouwregels In de bouwregels van de bestemming Wonen is naast de gebruikelijke bouwregels onder andere bepaald dat voor het bouwen van een woning op het adres Lageweg ong. eerst de 2 pluimveestallen op het perceel Taaijersweg 12 moeten zijn gesloopt. Voor de locatie aan de Lageweg is daarnaast van belang dat: de te verbreden sloot en de te graven sloot moeten zijn gerealiseerd (lid 5.2.1 onder b). de gebouwen worden afgedekt met een kap; de hellende dakvlakken moeten een dakhelling hebben van ten minste 30° en mogen ten hoogste 60° hellen (lid 5.2.2 onder i). Toelichting op de voorwaardelijke verplichtingen voor het bouwen en het gebruik In dit bestemmingsplan is gebruik gemaakt van de mogelijkheid die de wet biedt om voorwaardelijke verplichtingen in de regels op te nemen. Een voorwaardelijke verplichting is een regel in het bestemmingsplan waarmee bijvoorbeeld wordt bepaald dat een nieuwe functie wel is toegestaan of dat een bepaald gebouw mag worden gebouwd, maar alleen als óók de benodigde maatregelen worden getroffen en deze maatregelen in stand worden gelaten. In het bestemmingsplan is onderscheid gemaakt in voorwaardelijke verplichtingen die zijn verbonden aan het bouwen en voorwaardelijke verplichtingen die zijn verbonden aan het gebruik. De basis hiervoor is artikel 2.22 Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.

Binnen de bestemming Wonen zijn verschillende voorwaardelijke verplichtingen voor het bouwen opgenomen die: een goede milieuafstemming tussen het gebruik van de woning en van de aardappelloods op het perceel Taaijersweg 12 moet borgen; de harde koppeling leggen tussen de sloop van de aanwezige pluimveestallen op het perceel Taaijersweg 12 en de bouw van de woning op het perceel aan de Lageweg in Sirjansland; de landschappelijke inpassing van het perceel Taaijersweg moeten borgen en de tijdige aanvraag van een omgevingsvergunning van de beoogde woning op dit perceel. In de specifieke gebruiksregels van de bestemming Wonen is een voorwaardelijke verplichting opgenomen waarmee is bepaald dat de landschappelijke inpassing aan de noordzijde van het perceel binnen 18 maanden na het onherroepelijk worden van de omgevingsvergunning voor de bouw van woning op hetzelfde bouwperceel moet zijn gerealiseerd. De termijn van 18 maanden houdt verband met een

57

plantseizoen en een periode van aanleg.

Toelichting op de overige specifiek e gebruiksregels Naast de voorwaardelijke verplichtingen ten aanzien van het gebruik van gronden en opstallen zijn specifieke gebruiksregels opgenomen die ook in andere bestemmingsplannen voorkomen. Het gaat daarbij om onder andere regels voor de opslag van goederen, omtrent een NED, voor een beroeps- of bedrijfsmatig gebruik van de woning en het aanbieden van bed & breakfast. Verder zijn seksinrichtingen niet toegestaan en zijn eisen gesteld aan lichtuitstraling naar het buitengebied. Omdat duisternis een omgevingskwaliteit is, is vastgelegd dat lichtmasten en lichtreclame niet zijn toegestaan en is de kleurtemperatuur van verlichting beperkt tot ten hoogste 2.700 Kelvin. Verder is een afwijkingsbevoegdheid opgenomen waarmee de bestemming Wonen (terug) kan worden gewijzigd in de bestemming Agrarisch als er geen woning is gebouwd of in aanbouw is en in het geval er geen ontvankelijke aanvraag is ingediend.

Artikel 6 Waarde - Archeologie - 6 en Artikel 7 Waarde - Archeologie - 7 In het bestemmingsplan zijn 2 archeologische dubbelbestemmingen opgenomen. De dubbelbestemmingen zijn met een arcering op de verbeelding weergegeven. De regeling heeft tot doel het behoud en de bescherming van het archeologisch erfgoed in de bodem. Hiervoor is het beleid zoals dat is vermeld in paragraaf 4.3.4 leidend. De regeling is gebaseerd op het bestemmingsplan Buitengebied 5.2.2 Toelichting op de overige regels Artikel 8 Anti-dubbeltelregel Dit artikel is verplicht voorgeschreven in artikel 3.2.4 van het Bro. Het doel van dit artikel is te voorkomen dat er meer wordt gebouwd dan het bestemmingsplan beoogt, bijvoorbeeld ingeval (onderdelen van) percelen van eigenaar wisselen. Om hiervan een voorbeeld te geven: stelt dat binnen de bestemming Wonen een bepaald percentage van het erf mag worden bebouwd. Indien het absolute oppervlak (uitgedrukt in m²) niet is bereikt, kan door het bijkopen van een stuk erf van het aangrenzend perceel extra bebouwing tot dit maximum worden gerealiseerd. De anti-dubbeltelbepaling voorkomt dat het overgedragen erf nog eens in de beoordeling van de bouwmogelijkheden op het oorspronkelijk deel erf kan worden betrokken.

Artikel 9 Algemene bouwregels Dit artikel bevat twee leden. In lid 9.1 is een regeling opgenomen voor beperkte en ondergeschikte overschrijding van de grenzen van bouwvlakken. Deze bouwvlakken zijn op de verbeelding aangeduid met een dikke lijn. Lid 9.2 bevat een regeling voor bestaande maten die afwijken van de voorgeschreven maten in deze regels. Het artikel betreft uitsluitend een bouwbepaling en geen gebruiksbepaling. Met deze bepaling wordt voorkomen dat bestaande bouwwerken, die wat betreft afstandsmaten of andere maten afwijken van de maatvoering zoals vastgelegd in dit bestemmingsplan, - onbedoeld - geheel of gedeeltelijk onder het overgangsrecht komen te vallen. Uit de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak (3 augustus 2005) blijkt dat deze algemene bepaling aanvaardbaar is. Een gedetailleerde inventarisatie en individuele beoordeling van afwijkingen zijn niet nodig. Essentieel is dat het gaat om bevestiging van bestaande, afwijkende situaties, zodat bij beoordeling van bouwaanvragen direct duidelijk is welke maat bepalend is: namelijk de bestaande maat. Hiermee ligt objectief de strekking van de bepaling vast. Daar waar daadwerkelijk andere situaties worden

58

nagestreefd, is dit door andere bestemmingen of bouwbepalingen vastgelegd. Dit komt overigens in dit bestemmingsplan niet voor. In de bepaling is nadrukkelijk vastgelegd dat op de bedoelde bestaande afwijkingen het overgangsrecht niet van toepassing is. Onder de oppervlaktematen valt ook het bebouwingspercentage. Artikel 10 Algemene afwijkingsregels Dit artikel bevat slechts één bepaling, namelijk lid 10.1. Dit lid is een algemene flexibiliteitsbepaling om voor bepaalde onderdelen van bestemmingen of gebouwen dan wel bouwwerken af te wijken van de bestemmingsgrenzen, voor zover dit van belang is voor een technisch betere realisering van bestemmingen of bouwwerken dan wel voor zover dit noodzakelijk is in verband met de werkelijke toestand van het terrein. In de meeste gevallen gaat het om de praktische uitvoering van het plan, waarbij geen belangen van derden worden geschaad. Deze bepaling gaat verder dan die van artikel 9 lid 9.1. Vandaar dat hier altijd een omgevingsvergunning voor afwijken voor nodig is. Het criterium 'in verband met de werkelijke toestand van het terrein' is vooral aan de orde in situaties waarbij een terrein of gebied een geheel nieuwe inrichting krijgt en waarbij in het veld maar weinig aanknopingspunten zijn.

Bij het uitzetten van het gebied blijkt dat de afmetingen niet exact gelijk zijn aan de coördinaten op tekening/in het digitale bestand en dat de situering van de nieuwe openbare wegen en de uitgeefbare percelen iets moet worden aangepast. Gezien de nauwkeurigheid van tegenwoordig, gaat het daarbij om centimeters in plaats van meters.

Artikel 11 Algemene wijzigingsregels Met de in lid 9.1 opgenomen regeling kunnen alleen grenzen van bouwvlakken worden overschreden omdat daarmee geen strijdig gebruik ontstaat. Om in voorkomende gevallen bestemmingsgrenzen beperkt te kunnen overschrijden, is in artikel 11 een bevoegdheid voor het college van burgemeester en wethouders opgenomen om de in het plan opgenomen bestemmingen te kunnen wijzigen.

Artikel 12 Overige regels Dit artikel bevat één bepaling, namelijk "Werking wettelijke regeling". In de regels van bestemmingsplannen wordt met enige regelmaat verwezen naar een (andere) wettelijke regeling of wordt een procedure, begrip en / of functie uit die andere regeling van toepassing verklaard). Ook in de begripsbepalingen komen die verwijzingen voor. Op grond van jurisprudentie mag een bestemmingsplan slechts volgens de vereiste procedure van de Wro worden gewijzigd. Het impliciet wijzigen van een bestemmingsplan door wijzigingen in wetgeving in de bepalingen waarnaar wordt verwezen is niet toegestaan. Het is dan ook nodig dat verwijzingen naar toepasbare wettelijke regelingen worden gefixeerd, namelijk naar de tekst ervan zoals die op het moment van vaststelling van het plan gold. Uit praktische overwegingen is er voor gekozen in dit hoofdstuk van de regels een artikel "Wettelijke regelingen" op te nemen, waarin is bepaald dat alle wettelijke regelingen waarnaar in de regels wordt verwezen, gelden zoals deze luidden op het moment van vaststelling van het plan. Hierdoor behoeft niet meer telkens te worden verwezen naar publicaties in het staatsblad.

Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels In artikel 13 Overgangsrecht is het overgangsrecht ten aanzien van het gebruik en het bouwen in strijd met het plan geregeld. In lid 13.2 is de in artikel 3.2.1 Bro voorgeschreven bepaling omtrent het overgangsrecht voor bouwwerken opgenomen. In lid 13.1 is de in artikel 3.2.2 Bro voorgeschreven

59

bepaling omtrent het overgangsrecht voor gebruik opgenomen.

60

Hoofdstuk 6 Financiële uitvoerbaarheid Het betreft hier een private ontwikkeling waarbij het risico geheel gedragen wordt door de initiatiefnemers (eigenaren van de in dit bestemmingsplan voorliggende locaties). In de Wet ruimtelijke ordening zijn regels opgenomen over de grondexploitatie. Deze regels verplichten tot kostenverhaal door de gemeente indien nieuwe bouwplannen rechtstreeks mogelijk worden gemaakt door middel van een bestemmingsplan en er voor de gemeente sprake is van verhaalbare kosten (kostensoortenlijst Besluit ruimtelijke ordening). Doel hiervan is om bij de ontwikkeling van bouwlocaties een eerlijke verdeling van kosten en opbrengsten voor publieke voorzieningen af te dwingen. Alle aan de planontwikkeling verbonden kosten (zoals bijvoorbeeld plan- en procedurekosten, onderzoeken, gemeentelijke begeleiding eventuele claims voor planschade) zijn geheel voor rekening van initiatiefnemers. Dit wordt met beide initiatiefnemers anterieur geregeld in exploitatieovereenkomsten met de gemeente Schouwen-Duiveland. Daarnaast worden in deze overeenkomsten onder andere ook voorwaarden voor de realisering, beheer en onderhoud van de ruimtelijke kwaliteitswinst van de planontwikkeling vastgelegd.

Enkele voorwaarden zijn het intrekken vergunningen op het Taaijersweg, het voorzetten van het gebruik van de aardappelloods en de onlosmakelijke samenhang tussen de locaties Taaijersweg en Lageweg en het realiseren van voldoende waterberging op laatstgenoemde locatie.

Het vaststellen van een exploitatieplan is niet nodig en de financiële uitvoerbaarheid van het plan is voldoende gegarandeerd. Voor de gemeente zijn er geen kosten en/of risico's verbonden aan de verwezenlijking van de (bestemmings)planontwikkeling. De ontwikkeling komt niet ten laste van de publieke middelen.

61

Hoofdstuk 7 Resultaten maatschappelijke uitvoerbaarheid 7.1

Resultaten vooroverleg

Het concept van het ontwerpbestemmingsplan is in het kader van het vooroverleg ex artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening (hierna: Bro) toegezonden aan de Provincie Zeeland, het Waterschap Scheldestromen en de Veiligheidsregio Zeeland. Van de veiligheidsregio is geen overlegreactie ontvangen. De provincie Zeeland heeft in een brief van 27 juli 2021 te kennen gegeven naar aanleiding van het voorontwerpbestemmingsplan geen opmerkingen te hebben. Het Waterschap Scheldestromen heeft per e-mails van 29 juli 2021 en 4 augustus 2021 gereageerd (zie bijlage 9). Daarna heeft het waterschap op 10 augustus 2021 telefonisch gemeld dat de in hun mail van 4 augustus 2021 voor de Lageweg geuite wens voor verlegging van de bebouwde kom grens of anders overdacht van de weg naar de gemeente komt te vervallen. Deze is planologisch niet relevant voor voorliggende planontwikkeling. Het is louter bedoeld als melding van een wens die het waterschap zelf in een overleg met gemeente mogelijk nog ter bespreking zal inbrengen. Voor het overige zijn de door het waterschap gemaakte opmerkingen als volgt samengevat en voorzien van een gemeentelijk antwoord. Wegontsluiting (Taaijersweg 12, Kerkwerve en Lageweg ong. Sirjansland) Overlegreactie Beide percelen hebben een ontsluiting op wegen in beheer van het waterschap.

Het waterschap attendeert de initiatiefnemers op de verkeersveiligheid bij het verlaten van de percelen en heeft aldus ten aanzien van het perceel Lageweg bedenkingen tegen het gebruik van de bestaande dam naast het persgemaal. Ruime obstakelvrije zichthoeken geven de perceelseigenaren zicht op een veilig gebruik van de weg (bij vertrek) én andere weggebruikers de mogelijkheid de snelheid aan te passen. De initiatiefnemer wordt verzocht de andere locatie voor de ontsluiting te gebruiken. Voor verharding van de uitrit én aansluiting op de weg van het waterschap is een ontheffing Keur wegen nodig.

Antwoord De initiatiefnemer van de bouw van de woning op het perceel aan de Lageweg heeft naar aanleiding van deze reactie contact gehad (per e-mail en telefonisch op 24 november 2021) met de opzichter van het waterschap. Die heeft geadviseerd de dam naast het gemaal 4 meter in westelijke richting te verleggen. Initiatiefnemer en waterschap hebben dat er 3 dammen worden verwijderd (inclusief de dam naast het persgemaal) waarna er een wordt terug geplaatst, 4 meter ten westen van de huidige dam naast het persgemaal. De noodzakelijk ontheffing van het Keur wegen wordt aangevraagd. Gezien de overeenstemming die partijen hebben bereikt, is de verwachting dat deze ontheffing wordt verkregen. Voor de locatie Taaijersweg 12 Kerkwerve heeft een woordvoerder van het waterschap bij nader inzien aangegeven dat de verkeerssituatie daar overzichtelijk is en dat er in principe niets verandert - een wateradvies voor afbraak van een gebouw is niet nodig.

Waterbeheer (Lageweg ong. Sirjansland)

62

Overlegreactie Over dit initiatief (om een woning te bouwen) is eerder met het waterschap gesproken. In het toegestuurde plan ziet het waterschap een aantal wijzigingen die aandacht vragen. De ontwikkeling van een wadi aan de westzijde van het plangebied vraagt om een nader overlegmoment over beheer en onderhoud van oppervlaktewater. Ook de sloot aan de noordkant van het perceel is mogelijk onder voorwaarden én waarschijnlijk met een watervergunning.

Antwoord Ook over deze reactie heeft de initiatiefnemer contact gehad met het waterschap. Het aanleggen van een nieuwe sloot aan de noordzijde van het bouwperceel en het verbreden van de bestaande sloot aan de westzijde van het perceel zorgen voor ruim voldoende waterberging ter plaatse. De wadi blijkt een verkeerde benaming voor een verbrede sloot waar waterdoorvoer plaats vindt. De maximale breedte wordt 2x de breedte van de nu aanwezige sloot. Dit is volgens een woordvoerder van het waterschap voldoende en bovendien praktisch met het oog op onderhoud. Onderhoud zal op de gebruikelijke manier plaats vinden, conform de keur van het waterschap. De strook tussen de groensingel en de nieuw te graven sloot aan de noordzijde kan 3 meter blijven. Het onderhoud kan over het landbouwperceel ten noorden van de te graven sloot onderhoud worden verricht. Voor het graven van de nieuwe sloot, het verbreden van de bestaande sloot, het verwijderen van de dammen en het plaatsen van de nieuwe dam wordt een watervergunning aangevraagd.

7.2

Resultaten zienswijzenprocedure

Het ontwerpbestemmingsplan heeft in het kader van de vaststellingsprocedure ex artikel 3.8 van de Wet ruimtelijk ordening 11 juli tot en met maandag 5 september 2022 ter inzage gelegen. Gedurende deze periode is een ieder de gelegenheid geboden een zienswijze te geven op dit plan. Van deze gelegenheid is geen gebruik gemaakt: er zijn geen zienswijzen ingediend.

63

Hoofdstuk 8 Bij de vaststelling aangebrachte w ijzigingen Na de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan heeft met de initiatiefnemers verder overleg plaatsgevonden en zijn nadere afspraken gemaakt. Hierdoor is de gebruikelijke termijn waarbinnen een bestemmingsplan aan de raad wordt aangeboden voor vaststeling niet gehaald. De in het ontwerpbstemmingsplan genoemde termijn waarbinnen een ontvankelijke aanvraag omgevingsvergunning voor de bouw van een woning moest worden ingediend is daarmee gepasseerd. De termijn (opgenomen in artikel 5.2.1. onder c) is vanwege voorgaande redenen geschrapt. Dat geldt ook voor de beperking (in artikel 5.4.1. onder a) voor het uitoefenen van een nieuwe economische drager op het perceel Taaijersweg 12 en de datum van waaraf burgemeester en wethouders de wijzigingsbevoegdheid als bedoeld in 5.6.1 konden toepassen. In verband met de aanpassingen die hiervoor zijn beschreven, is de toelichting op enkele kleine punten aangepast. De toelichting maakt geen deel uit van het juridische plan en voor de aanpassing daarvan is geen gewijzigde vaststelling nodig. Voorts is het stikstofonderzoek geactualiseerd. Dit heeft ook geleid tot kleine aanpassingen in de memo die is opgenomen in bijlage 3.

64

Eindnoten

1. Ontheffingsbevoegdheden zijn met de inwerkintreding van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht 'regels inzake afwijking' 2. In het Klimaatakkoord van Parijs (2015) hebben 195 landen ervoor getekend de gemiddelde temperatuurstijging op aarde tot ruim onder de 2 graden Celsius te beperken met een streven om de stijging te beperken tot 1,5 graden Celsius. In Nederland is deze internationale opgave verwerkt in een Nationaal Klimaatakkoord dat op 10 juli 2019 is ondertekend. In het Nationale Klimaatakkoord is als doelstelling opgenomen om in 2030 in totaal 49% minder CO2 uit te stoten ten opzichte van 1990. In 2050 moet de uitstoot van broeikasgassen met 95% afgenomen zijn. De Nederlandse Rijksoverheid legt de lat echter hoger dan deze toezegging en acht maatregelen noodzakelijk die voorbereiden op een extra reductie van 9 procent. 3. In het geldende bestemmingsplan Buitengebied zijn de aanduidingen 'NED' (nieuwe economische drager) en VAB (voormalig agrarisch bedrijf) toegepast. Volgens de landelijke en verplichte Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012 kunnen deze aanduidingen niet meer worden gebruikt en moeten ze als volgt worden beschreven: 'specifieke vorm van <bestemming> (wonen in dit geval) nieuwe economische drager' en 'specifieke vorm van <bestemming> (wonen in dit geval)- voormalig agrarisch bedrijf'

65

Laan van St. Hilaire 2 4301 SH Zierikzee Postadres: Postbus 5555 4300 JA Zierikzee T (0111) 452 000 F (0111) 452 452 gemeente@schouwen-duiveland.nl www.schouwen-duiveland.nl

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14968304/1