CConstaterende datSchouwen-Duiveland
Koppel je AI →
Document · PDF

1272954 Bijlage 1 Ruimtelijke onderbouwing Heereweg Noordgouwe November 24

Gemeenteraad 30 januari 2025, gemeente Schouwen-DuivelandBij agendapunt: RVS Omgevingsvergunning Zuid Bosweg 4 Noordgouwe (1272954)14.243 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Aangezien de agrarische schuur wordt gebruikt voor opslag van landbouwgewassen en werktuigen en de ingang tot de schuur aan de achterzijde van de schuur is gelegen, is het niet aannemelijk dat er ter hoogte van de beoogde woning sprake zal zijn van geluidoverlast. De invloed van wegverkeerslawaai is beoordeeld in paragraaf 4.5. Op basis van de beperkte schaal van de bedrijfsactiviteiten kan op voorhand worden aangenomen dat er sprake is van een goed woon- en leefklimaat ter hoogte van de beoogde woning. Gebruik van bestrijdingsmiddelen In de omgeving van het besluitgebied vindt agrarische productie plaats waarbij gebruik gemaakt wordt van bestrijdingsmiddelen. Aan de Zuid-Bosweg 17 is een glastuinbouwbedrijf gevestigd. In de directe omgeving bevinden zich open agrarische productiepercelen. Op locaties waar mensen langdurig verblijven neemt de kans op blootstelling aan bestrijdingsmiddelen door drift toe. Drift (spuitnevel) neemt af naarmate de afstand toeneemt. Er is geen wettelijke bepaling op basis waarvan een minimum aan te houden afstand kan worden gebaseerd tussen gronden waarop gewassen worden geteeld en nabijgelegen woningen of verblijfsrecreatie. De minimaal aan te houden afstand dient echter zorg te dragen voor een aanvaardbaar woon- en leefklimaat.

Op basis van vaste jurisprudentie wordt 50 meter afstand tussen gewas en gevoelige bestemming, zonder gebruik van drift-reducerende technieken, als een aanvaardbare richtafstand beschouwd. Indien een kortere afstand wordt gehanteerd, dient hieraan een deugdelijke motivering ten grondslag te liggen. Voor de planologische situatie dient uitgegaan te worden van het worstcasescenario. Het bouwvlak van het glastuinbouwbedrijf aan de Zuid-Bosweg 17 ligt op een afstand van circa 30 meter van de gevel van de beoogde woning. De afstand tussen open productiepercelen in de omgeving en de nieuwe woning bedraagt circa 15 meter aan de oostzijde en circa 30 meter aan de noord-, en westzijde. Het besluitgebied maakt onderdeel uit van de als zodanig aangeduide kernrandzone van Noordgouwe. In deze gebieden gelden beperkingen aan het grondgebruik om eventuele toekomstige uitbreidingen van de kern niet onmogelijk te maken. In de omgeving van de nieuwe woning bevinden zich andere woningen, waaronder de bedrijfswoning aan de Zuid-Bosweg 2 en de woonfuncties aan de Heereweg 20 en 18. De bestaande woningen worden op basis van de geldende milieuwetgeving beschermd tegen drift van bestrijdingsmiddelen. Door de oprichting van de nieuwe woning wordt de afstand van gevoelige functies tot omliggende productiepercelen korter.

De afstand tussen omliggende agrarische percelen en de nieuwe woning is minder dan de standaard afstand van 50 meter die in jurisprudentie als aanvaardbaar wordt beschouwd. Deze afstand voldoet niet aan de standaard afstand. Op basis van locatie-specifieke omstandigheden kan van de 50 meter worden afgeweken.

Ruimtelijke onderbouwing – Heereweg 20/ Zuid Bosweg ong. Noordgouwe

26

De 50 meter richtafstand is gebaseerd op een worstcasescenario op basis van de meest toxische middelen en op basis van een opwaartse spuittechniek die vooral wordt ingezet binnen de fruitteelt. Op basis van de regels van het geldende bestemmingsplan is het realiseren van fruitteelt binnen een afstand van 50 meter van woningen en verblijfsrecreatie aangemerkt als strijdig gebruik. De te verwachten drift bij een neerwaartse spuittechniek en de bijbehorende blootstelling door drift is aanzienlijk lager dan het worstcasescenario. De woning wordt in de beoogde situatie afgeschermd van agrarische productiegronden door de aanleg van een groenblijvende haag van minimaal 3 meter breed en minimaal 2 meter hoog. Met de groensingel wordt spuitnevel naar verwachting voldoende afgevangen om een acceptabel verblijfsklimaat te kunnen garanderen. De aanplant en instandhouding van de groensingel wordt tevens geborgd in de vergunningvoorschriften. Het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen op aanliggende percelen werd in de uitgangssituatie al beperkt door de aanwezigheid van (agrarische bedrijfs)woningen en de voorschriften in het geldende bestemmingsplan. Spuitzonering vormt geen onevenredige belemmering voor het beoogde gebruik.

Conclusie Op basis van de beperkte schaal van de bedrijfsactiviteiten van omliggende bedrijvigheid kan op voorhand worden aangenomen dat er sprake is van een acceptabel woon- en leefklimaat ter hoogte van de beoogde woning. De aanplant en instandhouding van de groensingel wordt tevens geborgd in de vergunningvoorschriften.

4.5

Akoestiek

Geluid is van belang vanwege mogelijke geluidsoverlast van wegverkeer en bedrijfsmatige activiteiten. Wegverkeer Akoestisch onderzoek naar verkeerslawaai is noodzakelijk indien binnen de geluidzones van spoorof verkeerswegen sprake is van projectie van geluidsgevoelige bebouwing. Uitgezonderd hierop zijn woonerven, 30 km zones en op basis van een geluidsniveaukaart gedezoneerde wegen. De geluidsbelasting op gevels van voor geluidsgevoelige objecten mag in beginsel op grond van de Wet geluidhinder en het Besluit geluidhinder de voorkeursgrenswaarde van 48 dB niet overschrijden. Bedrijfsmatige activiteiten Op basis van de Wet geluidhinder worden bedrijfsactiviteiten gereguleerd die plaatsvinden op een gezoneerd bedrijventerrein. Voor de overige bedrijven geldt dat de toegestane geluidsuitstraling is vastgelegd in de omgevingsvergunning voor het onderdeel milieu of wordt gereguleerd op basis van het Activiteitenbesluit. Besluitgebied Een woning betreft een geluidgevoelig object zoals bedoeld in de Wet geluidhinder. De locatie ligt binnen de geluidszone van de Kloosterweg N654 en de Zuid Bosweg zoals bedoeld in artikel 74 van de Wet geluidhinder. Het besluitgebied ligt direct ten noorden van de verkeerskundige begrenzing van de bebouwde kom van Noordgouwe. Binnen de begrenzing van de bebouwde kom geldt voor de Zuid Bosweg een maximumsnelheid van 30 km/uur.

Buiten de begrenzing van de bebouwde kom geldt voor deze weg een maximumsnelheid van 60 km/uur. De regionale weg N654 (Kloosterweg) heeft een maximumsnelheid van 80 km/uur.

Ruimtelijke onderbouwing – Heereweg 20/ Zuid Bosweg ong. Noordgouwe

27

De regionale weg de Kloosterweg N654 ligt op een afstand van circa 200 meter ten oosten van de gevel van de beoogde woning. De regionale weg de N654 verbindt Zierikzee met de kleinere kernen Noordgouwe, Zonnemaire en Brouwershaven. Uit jaarlijkse verkeerstellingen van de Provincie Zeeland blijkt dat de verkeersintensiteit van de N654 en de Zuid Bosweg ter hoogte van het besluitgebied relatief laag is. Door Vliex Akoestiek en lawaaibeheersing is in december 2023 een geluidnotitie opgesteld. Uit de geluidsberekening blijkt dat de te verwachten geluidsbelasting op de gevels van de woning zal voldoen aan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB(A). De te verwachten geluidsbelasting op de gevels van de beoogde woning door wegverkeer is inzichtelijk gemaakt in de verkeersnotitie in bijlage 2. Een woonfunctie is geen activiteit waar een grote geluiduitstraling van uitgaat. Een enkele woning heeft geen grote verkeersaantrekkende werking. Het perceel wordt ontsloten via de Zuid Bosweg. De Zuid Bosweg is ter hoogte van het besluitgebied een geasfalteerde en smalle lokale verbindingsweg voor bestemmingsverkeer. Het extra verkeer als gevolg van de ontwikkeling is beperkt en gaat op in het heersende verkeersbeeld. Conclusie Er geen aanleiding om te verwachten dat ter plaatse niet kan worden voldaan aan een goed woonen leefklimaat wat betreft het aspect wegverkeerslawaai.

Er zijn geen belemmeringen voor het realiseren van de beoogde woning ten aanzien van het milieuaspect geluid.

4.6

Flora en fauna

De bescherming van natuurgebieden en soorten is in Nederland sinds 1 januari 2017 geregeld in de Wet natuurbescherming (Wn). Deze regelt onder meer de bescherming van de in Europees verband vastgelegde Natura 2000- gebieden (Vogelrichtlijn- en Habitatrichtlijngebieden). Met de Wet natuurbescherming worden de Natuurbeschermingswet 1998, de Boswet en de Flora- en faunawet vervangen. Bescherming natuurgebieden Ruimtelijke ontwikkelingen dienen in het kader van de bescherming van de Europese vogelrichtlijnen habitatrichtlijngebieden aan te tonen dat ze geen significant negatieve effecten veroorzaken. Deze plantoets geldt ook voor ruimtelijke ingrepen die plaatsvinden in de omgeving van een Natura 2000-gebied. Het dichtstbijzijnde Natura 2000 gebied betreft het Vogel- en habitatrichtlijngebied de ‘Grevelingen’ op ca 3,8 kilometer afstand. Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen dient tevens te worden onderzocht of er sprake is van een effect op het nationaal beschermde Natuur Netwerk Zeeland (voorheen Ecologische Hoofdstructuur). De meest nabij gelegen onderdelen van het Natuurnetwerk is de Weeldijk op een afstand van circa 300 meter ten noorden van de besluitlocatie. Bescherming soorten Een ruimtelijke ontwikkeling dient inzichtelijk te maken of er door het plan mogelijke negatieve effecten kunnen optreden op in, en om het besluitgebied aanwezige beschermde soorten.

Activiteiten die een schadelijk effect kunnen hebben op beschermde soorten zijn in principe verboden. Voor alle ruimtelijke ontwikkelingen geldt een algemene zorgplicht. Schade aan flora en fauna dient zoveel mogelijk voorkomen te worden. Besluitgebied De locatie bevindt zich niet in of direct aangrenzend aan een beschermd natuurgebied. De woning ligt op een afstand van circa 300 meter van onderdelen van het Natuurnetwerk Zeeland en op minimaal 3,8 kilometer van Europees beschermde Natura2000-gebieden. De Weeldijk maakt Ruimtelijke onderbouwing – Heereweg 20/ Zuid Bosweg ong. Noordgouwe

28

onderdeel uit van een regionaal systeem van ecologische verbindingszones (Natuurnetwerk Zeeland) die samenvallen met de dijkstructuren in het gebied. Nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen mogen de kenmerken en natuurwaarden binnen deze gebieden niet aantasten. Hiertoe behoren ook de toekomstige natuurdoelen en de samenhang tussen de verschillende natuurgebieden. Het bouwen van een woning heeft geen invloed op de inrichting of het functioneren van de natuurlijke waarden van de natuurgebieden in de omgeving. Gezien de aard van de ontwikkeling en de afstand tot omliggende gebieden zijn negatieve effecten op de instandhoudingsdoelstellingen als gevolg van onder meer versnippering, verstoring en lichten geluidseffecten uitgesloten. Als gevolg van het toekomstige gebruik vinden bouwactiviteiten plaats. Tevens is er sprake van een toename van de verkeersbewegingen waarbij stikstof vrijkomt. Voor de ontwikkeling is in maart 2024 door S&W Bouwkundig Ingenieurs een stikstofdepositieberekening opgesteld. Uit de rekenresultaten blijkt dat er in de aanlegfase en de gebruiksfase geen sprake is van een toename van stikstofdepositie op voor stikstof gevoelige Natura 2000-gebieden in de omgeving. De rapportage is opgenomen in bijlage 4. In de uitgangssituatie is het perceel onbebouwd en in gebruik als akker. Het besluitgebied is ongeschikt als leefgebied voor beschermde soorten.

In de beoogde situatie zal een vrijstaande woning binnen een groen perceel worden gerealiseerd. De ontwikkeling is kleinschalig. In de beoogde situatie wordt door de aanleg van streekeigen landschapselementen nieuw leefgebied toegevoegd. Op basis van de beperkte schaal en aard van de ontwikkeling zullen er geen effecten op beschermde soorten optreden. Ten aller tijden geldt de algemene zorgplicht. Schade aan flora en fauna dient zoveel mogelijk voorkomen te worden. In het algemeen geldt dat de uitvoering van werkzaamheden buiten het broedseizoen plaats dient te vinden (ca half maart tot ca half juli). Conclusie Het plan heeft geen negatieve effecten op de instandhoudingsdoelstellingen voor beschermde soorten of natuurgebieden in de omgeving. Er is geen sprake van een vergunningplicht op grond van de Wet natuurbescherming.

4.7

Mobiliteit en parkeren

De gemeente Schouwen-Duiveland heeft het parkeerbeleid vastgelegd in het ‘Parapluplan parkeernormen’ (vastgesteld 27 september 2018). Op basis van het parapluplan is bij nieuwbouw en/of

uitbreiding

van

gebouwen

op

eigen

terrein

te

worden

voorzien

in

voldoende

parkeergelegenheid. Hierbij dienen de uitgangspunten uit de geldende parkeernota ‘Parkeerbeleid 2017-2020’ te worden gevolgd. In de actuele gemeentelijke parkeernota zijn voor een beperkt aantal gebieden parkeernormen opgenomen. Overige ontwikkelingen worden getoetst aan de landelijke parkeernormen zoals vastgelegd door het CROW (Kencijfers parkeren: publicatie 381). Voor de hele gemeente wordt uitgegaan van een ‘weinig stedelijk gebied’ en voor de besluitlocatie geldt de gebiedstypering ‘buitengebied’. Besluitgebied Een vrijstaande woning buiten de bebouwde kom heeft op basis van de kencijfers parkeren zoals opgesteld door het CROW een parkeerbehoefte van circa 2 auto’s. Dit is inclusief het aandeel bezoekers. Binnen de besluitlocatie kan op eigen terrein ruimschoots invulling worden gegeven aan de parkeerbehoefte. Het nieuwe woonperceel wordt ontsloten door middel van een nieuwe inrit op de Zuid Bosweg. De Zuid Bosweg wordt hoofdzakelijk gebruikt door lokaal verkeer en heeft een lage verkeersintensiteit. Als gevolg van het nieuwe gebruik van de woning zal de verkeersintensiteit ter plaatse licht toenemen. De verkeersbewegingen zijn goed inpasbaar in het bestaande verkeersbeeld.

Ruimtelijke onderbouwing – Heereweg 20/ Zuid Bosweg ong. Noordgouwe

29

De Zuid Bosweg sluit via de lokale wegen zoals de Heereweg, Weeldijk en de kern Noordgouwe aan op de regionale wegenstructuur zoals onder meer de Kloosterweg/ Zuidweg (N654).

Figuur 9 Ontsluiting besluitgebied

Conclusie Het beoogde gebruik leidt tot een beperkte toename van de parkeerbehoefte. Deze kan volledig binnen eigen perceel worden gerealiseerd. De verkeersbewegingen zijn goed inpasbaar in het bestaande verkeersbeeld.

4.8

Luchtkwaliteit

Voorgenomen ruimtelijke ontwikkelingen moeten aan luchtkwaliteitsnormen voldoen (artikel 5.16 Wet milieubeheer). Via de wet worden mensen tegen negatieve gevolgen van luchtverontreiniging beschermd. Hiervoor zijn getalsmatige grenswaarden opgenomen (titel 5.2 Wm) voor een aantal luchtverontreinigende stoffen. Voor bepaalde projecten is vastgesteld dat deze Niet In Betekenende Mate (NIBM) bijdragen aan de luchtverontreiniging. Wanneer een project minder dan 3% van de grenswaarde voor de jaargemiddelde concentratie van fijnstof (PM10) of stikstofdioxide (NO2) uitstoot, mag het zonder verdere toetsing aan de grenswaarden worden uitgevoerd. De 3% grens komt overeen met 1,2 microgram/m3 voor zowel PM10 als NO2. Voor een aantal inrichtingen zijn getalsmatige grenzen opgesteld waarbinnen op voorhand duidelijk is dat deze niet in betekenende mate bijdragen aan luchtverontreiniging. Via de wet worden mensen tegen negatieve gevolgen van luchtverontreiniging beschermd. Voorgenomen ruimtelijke ontwikkelingen moeten aan luchtkwaliteitsnormen voldoen. Binnen de kaders van de Omgevingswet werken Rijk, provincies en gemeenten samen aan maatregelen om de luchtkwaliteit te verbeteren door middel van de gebiedsgerichte benadering van het Schone Lucht Akkoord (SLA). Met de aanpak wordt gestreefd naar een gezondheidswinst van minimaal 50 procent in 2030 ten opzichte van het referentiejaar 2016.

De partijen uit het Schone Lucht Akkoord werken toe naar het bereiken van de WHO-advieswaarden in 2030. Het SLA richt zich op de door de Gezondheidsraad aanbevolen luchtverontreinigende stoffen zoals fijn stof (PM10 en PM2,5) en

Ruimtelijke onderbouwing – Heereweg 20/ Zuid Bosweg ong. Noordgouwe

30

stikstofdioxide. Het SLA richt zich hierdoor op een permanente verbetering van de luchtkwaliteit waarbij wordt toegewerkt naar de WHO-advieswaarden voor 2030. De overheid monitort de luchtkwaliteit binnen aangewezen aandachtsgebieden. Van de aandachtsgebieden gaat een externe werking uit. Ook activiteiten die kunnen leiden tot een verhoging van de omgevingswaarden in aandachtsgebieden moeten worden beoordeeld. In dergelijke gebieden is sprake van een hogere concentratie aan stikstofdioxide (CO2) of fijnstof (PM10). Voor bepaalde projecten is vastgesteld dat deze Niet In Betekenende Mate (NIBM) bijdragen aan de luchtverontreiniging. Wanneer een project minder dan 3% van de grenswaarde voor de jaargemiddelde concentratie van fijnstof (PM10) of stikstofdioxide (NO2) uitstoot, mag het zonder verdere toetsing aan de grenswaarden worden uitgevoerd. De 3% grens komt overeen met 1,2 µg/ m3 voor zowel PM10 als NO2. Voor een aantal categorieën van projecten is op basis van getalsmatige grenzen ‘standaardgevallen’ vastgesteld wanneer er sprake is van een ontwikkeling welke op voorhand NIBM bijdraagt aan luchtverontreiniging. De ondergrens voor onderzoek bedraagt voor woningbouw: 1500 woningen netto bij minimaal 1 ontsluitingsweg; -

3000 woningen bij minimaal 2 ontsluitingswegen met een gelijkmatige verkeersverdeling.

Beoordeling Uit de monitoringstool blijkt dat ter hoogte van het besluitgebied in 2021 de jaargemiddelde concentraties van NO2 en PM10 ruimschoots onder de grenswaarden van 40 microgram per kubieke meter lucht liggen. De concentraties liggen dicht tegen de WHO-advieswaarde van respectievelijk 10 en 15 microgram per kubieke meter lucht. Conclusie Het realiseren van een bestaande bouwtitel voor een enkele woning buiten het oorspronkelijke woonperceel leidt niet tot een overschrijding van de grenswaarden voor PM10 en NO2. Nader onderzoek naar luchtkwaliteit is niet noodzakelijk.

4.9

Externe veiligheid

Het uitgangspunt van het externe veiligheidsbeleid is het ruimtelijk scheiden van risicobronnen en kwetsbare objecten. Zonering vindt plaats door middel van veiligheidsafstanden op basis van berekende risico’s of te verwachten effecten bij calamiteiten. Het plaatsgebonden risico, afgekort met PR, geeft de kans aan dat iemand die zich een jaar lang onafgebroken en onbeschermd op een plek bevindt, overlijdt door een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het PR heeft geen relatie met de omgeving. Het groepsrisico, afgekort met GR, is de cumulatieve kans per jaar dat een groep van 10 personen of meer overlijdt door een ongeval bij een risicovolle activiteit met een gevaarlijke stof. De hoogte van het groepsrisico wordt niet alleen bepaald door de kans dat zich een ongeval met gevaarlijke stoffen voordoet maar ook door het aantal potentiële slachtoffers in de omgeving van de risicobron. Bij ruimtelijke plannen dient ten aanzien van externe veiligheid naar verschillende aspecten te worden gekeken, namelijk: -

Bedrijven waar activiteiten plaatsvinden die gevolgen hebben voor de externe veiligheid; Vervoer van gevaarlijke stoffen over wegen, spoor, water of door buisleidingen.

Op basis van het Registratiebesluit externe veiligheid en de Wet milieubeheer moeten risicobronnen inzichtelijk worden gemaakt. Het risicoregister wordt gepubliceerd door middel van een digitale risicokaart.

Ruimtelijke onderbouwing – Heereweg 20/ Zuid Bosweg ong. Noordgouwe

31

Vervoer gevaarlijke stoffen Het externe veiligheidsbeleid ten aanzien van het vervoer van gevaarlijke stoffen over water en (spoor)wegen is sinds 2015 vastgelegd in het Besluit Externe Veiligheid Transportroutes en de Regeling Basisnet. Op basis van het Bevt is de grenswaarde voor het PR ter plaatse van kwetsbare objecten 10-6 per jaar, voor beperkt kwetsbare objecten in nieuwe situaties geldt een richtwaarde van 10-6 per jaar. De Regeling Basisnet stelt risicoplafonds langs hoofdtransportroutes vast. Per trajectdeel is aangegeven of er sprake is van een plasbrandaandachtsgebied. Nieuwbouw van kwetsbare objecten is niet toegestaan binnen de afstanden van het plaatsgebonden risico. Binnen plasbrandaandachtsgebieden (zone van 30 meter) gelden aanvullende eisen uit het Bouwbesluit 2012. Als nieuwbouw binnen het invloedsgebied (200 meter) van een transportroute komt, is een verantwoording van het groepsrisico nodig. Binnen een brand- of explosieaandachtsgebied worden op basis van het Register externe veiligheidsrisico’s (REV) aanvullende maatregelen binnenshuis aanbevolen voor met name gebouwen bestemd voor verminderd zelfredzame mensen. Buisleidingen Per 1 januari 2011 is het Besluit externe veiligheid buisleidingen in werking getreden.

In dat besluit wordt aangesloten bij de risicobenadering uit het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) zodat ook voor buisleidingen normen voor het PR en het GR gelden. Besluitgebied Een woning is geen activiteit met een veiligheidsrisico voor de omgeving. Een woning is volgens artikel 1 van het Bevi een kwetsbaar object. Op het woonperceel worden ook in de beoogde situatie geen gevaarlijke stoffen opgeslagen. Het besluitgebied is in de uitgangssituatie in gebruik als agrarische productiegrond. Volgens de Atlas Leefomgeving bevinden zich in de directe omgeving van het besluitgebied geen inrichtingen die vallen onder de werkingssfeer van het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi). Er bevinden zich geen buisleidingen waarvoor een extern veiligheidsrisico geldt. De woning bevindt zich buiten het invloedsgebied van wegen en vaarwegen waarover frequent vervoer van gevaarlijke stoffen plaatsvindt die zijn opgenomen in het Basisnet. De afstand van het besluitgebied tot de omliggende transportroutes voor gevaarlijke stoffen is voldoende groot. In de omgeving van het besluitgebied bevinden zich een aantal inrichtingen met bovengrondse propaantanks waarvoor een veiligheidszone is vastgesteld. De tanks vallen onder de algemene regels van het Activiteitenbesluit. Aan de Zuid Bosweg 2 bevindt zich een propaantank van de firma Corbas C.V.

met een inhoud van maximaal 3 m3 en een bevoorradingsfrequentie van meer dan 5 maal per jaar. Op basis van artikel 3.28 van het Activiteitenbesluit geldt er tussen een kwetsbaar object buiten de inrichting en de tank een veiligheidsafstand van 20 meter. Aan deze minimumafstand wordt voldaan. De beoogde bebouwing ligt op voldoende afstand van deze propaantank. Een deel van de woning en de berging bevinden zich binnen het brandaandachtsgebied van 60 meter om de propaantank. De woning en het bijgebouw liggen binnen het explosieaandachtsgebied van 160 meter. Binnen een aandachtsgebied moet rekening gehouden worden met het groepsrisico. Explosieaandachtsgebied Bij de besluitvorming houdt de gemeente rekening met het explosieaandachtsgebied. Maatregelen die binnen een aandachtsgebied genomen kunnen worden zijn: Het houden van voldoende afstand tot de risicobron. Naarmate de afstand tot de risicobron groter is, zal de kans op en de impact van een ongeval met gevaarlijke stoffen afnemen. Met een grotere afstand tot de bron neemt ook de tijd toe om te kunnen vluchten of schuilen;

Ruimtelijke onderbouwing – Heereweg 20/ Zuid Bosweg ong. Noordgouwe

32

-

Aanvullende risicocommunicatie. Afstand houden biedt binnen een aandachtsgebied op zichzelf niet voldoende bescherming. Binnen deze gebieden zijn aanvullende beschermingsmaatregelen nodig. De standaard risicocommunicatie in een gebied biedt binnen aandachtsgebieden onvoldoende bescherming. Binnen deze aandachtsgebieden is aanvullende communicatie nodig over onder meer de te volgen vluchtroutes en

-

schuilmogelijkheden; Beperken personendichtheid in de omgeving van de risicobron. Hoe meer mensen zich in de nabijheid van een activiteit met gevaarlijke stoffen bevinden, hoe meer mensen bescherming nodig hebben. De vlucht-, en schuilmogelijkheden dienen te zijn afgestemd op het aantal aanwezigen. Een kritische factor hierbij is de zelfredzaamheid van de aanwezige personen. Kwetsbare gebouwen worden op een zo groot mogelijke afstand van de risicobron gerealiseerd;

-

-

Vlucht-, en schuilmogelijkheden. Schuilplaatsen bieden bescherming tot het getroffen gebied via veilige vluchtwegen kan worden verlaten; Omgevingsmaatregelen. Omgevingsmaatregelen hebben een dempend effect op de mate waarin de omgeving wordt blootgesteld aan gevaar en kunnen binnen of buiten het aandachtsgebied worden genomen; Aanvullende bouwmaatregelen. Het effect van aanvullende bouwkundige maatregelen hangt samen met de mate van bescherming die al wordt geboden door de overige beschermingsmaatregelen.

Ten aanzien van de beoogde ontwikkeling kan de volgende afweging worden gemaakt. In de beoogde situatie wordt een nieuwe woning gerealiseerd binnen een explosieaandachtsgebied. Een woning is geen activiteit die grote aantallen bezoekers aantrekt. De nieuwe bewoners kunnen in principe als voldoende zelfredzaam worden beschouwd om in een geval van een calamiteit zelfstandig de woning te kunnen verlaten. Binnen de bebouwing zullen voldoende brandwerende voorzieningen, rookmelders, blusmiddelen, vluchtwegaanduiding en noodverlichting aanwezig zijn conform de geldende bouweisen. Binnen de woning kunnen bewoners schuilen, totdat ze van de bron af, via de aanliggende Zuid-Bosweg op een veilige manier het terrein kunnen verlaten. Aan te raden is om de bebouwing te voorzien van mechanische ventilatie welke centraal en handmatig kan worden uitgeschakeld. De projectlocatie beschikt in de beoogde situatie over een inrit op de Zuid-Bosweg. Over de beschikbaarheid van voldoende primair en secundair bluswater en de aanrijtijd van de brandweer wordt aanvullend advies van de brandweer opgevraagd. Bij een explosie is bescherming nodig tegen een vrijkomende drukgolf en rondvliegende scherven. Door binnen deze gebieden veiligheidsglas te gebruiken zal, bij een eventuele drukgolf, letsel door scherfwerking beperkt kunnen blijven.

Ruimtelijke onderbouwing – Heereweg 20/ Zuid Bosweg ong. Noordgouwe

33

Figuur 10

Uitsnede Atlas leefomgeving

Brandveiligheid De gemeente stemt bij ruimtelijke ontwikkelingen een aantal brandveiligheidsaspecten vroegtijdig af met de Veiligheidsregio. De brandveiligheidsaspecten betreffen met name de bereikbaarheid door de brandweer via de openbare weg, de brandweerzorgnorm, de primaire bluswatervoorziening op de openbare weg en de secundaire bluswatervoorziening. De bereikbaarheid van het besluitgebied voor hulpvoertuigen en de beschikbaarheid van bluswatervoorzieningen moeten voldoen aan de Handreiking bluswatervoorziening en bereikbaarheid 2019 (Brandweer Nederland 2020). De brandveiligheidsvereisten voor een woning zijn opgenomen in het Bouwbesluit 2012. Ten aanzien van de nieuwe woning kan worden volstaan met het standaard advies waarbij de mate van zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid wordt beschouwd. De nieuwe woning zal voldoen aan alle actuele brandveiligheidsvereisten. De realisatie van een enkele woning zal geen invloed hebben op de hoogte van het groepsrisico. Bewoners kunnen als voldoende zelfredzaam worden beschouwd en kunnen bij een calamiteit zelfstandig de woning verlaten om via de Zuid Bosweg van de risicobron af te vluchten. Het besluitgebied is in geval van een calamiteit voldoende bereikbaar voor hulpdiensten via de aanliggende wegen. Over het beoogde gebruik wordt aanvullend advies van de veiligheidsregio gevraagd.

Voor de woning kunnen op basis van een beoordeling door de gemeente aanvullende bepalingen worden opgenomen ten behoeve van de brandveiligheid. Hiermee is de veiligheid van de nieuwe bewoners en gebruikers voldoende geborgd. Conclusie De afstand van het besluitgebied tot omliggende activiteiten met een veiligheidsrisico is voldoende groot. De veiligheidsparagraaf wordt voor advies en ter beoordeling aangeboden aan de veiligheidsregio. De veiligheid van nieuwe bewoners en gebruikers wordt hiermee voldoende gewaarborgd.

4.10 Vormvrije MER-beoordeling Het Besluit tot wijziging van het Besluit milieueffectrapportage en het Besluit omgevingsrecht (reparatie en modernisering milieueffectrapportage) (Staatsblad 102, jaargang 2011) zijn op 28 februari 2011 gepubliceerd. Deze reparatie van het Besluit milieueffectrapportage was nodig door het arrest van het van de EU van 15 oktober 2009 (Commissie tegen Nederland, zaak C-255/08). Ruimtelijke onderbouwing – Heereweg 20/ Zuid Bosweg ong. Noordgouwe

34

Het Besluit milieueffectrapportage kende een systeem van absolute drempelwaarden. Het systeem van absolute drempelwaarden bood in de praktijk vanwege de duidelijkheid grote voordelen. Gebleken is echter, dat het onmogelijk is om de drempelwaarden zo te formuleren dat rekening wordt gehouden met alle criteria van bijlage III van de richtlijn, zoals bijv. cumulatie, en daarbij te garanderen dat onder die drempelwaarde geen sprake kan zijn van aanzienlijke negatieve gevolgen voor het milieu. Dit betekent dat de drempelwaarden in kolom 2 in de D-lijst van het Besluit mer een indicatief karakter krijgen. Op grond van artikel 3:46 van de Algemene wet bestuursrecht dient het bevoegd gezag zijn keuze om géén mer-beoordeling te maken voor een activiteit die beneden de drempelwaarde valt, te motiveren in de overwegingen van het moeder-besluit. Voor deze toets wordt de term vormvrije m.e.r.-beoordeling gehanteerd. Voor de vormvrije m.e.r.-beoordeling bestaan geen vereisten voor de vorm, maar wel voor de inhoud. In geval de vormvrije m.e.r.-beoordeling als resultaat heeft dat belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kunnen worden uitgesloten moet die conclusie door het bevoegd gezag worden opgenomen in de tekst van het uiteindelijke besluit in de moederprocedure.

Besluitgebied Het projectafwijkingsbesluit waar onderhavige ruimtelijke onderbouwing onderdeel van uitmaakt, maakt in afwijking van de geldende planologische regeling het bouwen van een woning mogelijk op een perceel met een agrarische gebiedsbestemming. In geval van stedelijke ontwikkelingen wordt getoetst aan activiteit D11.2: ‘de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject, met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen’. Deze activiteit is m.e.r.-beoordelingsplichtig in geval deze betrekking heeft op een oppervlakte van 100 ha of meer of wanneer het een aaneengesloten gebied van 2000 woningen of meer betreft. De activiteit blijft qua omvang en oppervlakte ver onder de drempelwaarden. Er is derhalve geen sprake van een stedelijk ontwikkelingsproject zoals bedoeld in het Besluit m.e.r.. Alle relevante omgevingsaspecten ten gevolge van de geplande ontwikkeling zijn onderzocht in hoofdstuk 4. Uit deze beoordeling blijkt dat de beoogde situatie inpasbaar is in de omgeving. Conclusie De conclusie is dat geen milieueffectbeoordeling behoeft te worden opgesteld. De activiteit is kleinschalig van aard en inpasbaar in de omgeving. Gelet op de kenmerken van de activiteit en de mate van de kwetsbaarheid van het milieu waarin het besluitgebied is gelegen, is er geen milieueffectrapportage (MER) noodzakelijk.

4.11 Water Het besluitgebied bevindt zich binnen het beheergebied van het Waterschap Scheldestromen. Het Waterschapsbeheerprogramma 2022-2027 vertaalt de wet- en regelgeving naar concrete beleidsdoelstellingen voor het beheer van waterkeringen, het oppervlaktewatersysteem en de afvalwaterketen. In het waterbeheerprogramma wordt invulling gegeven aan de ambities uit de Visie Waterbeheer 2050. Met het programma wordt tevens invulling gegeven aan de doelstellingen vanuit de Europese Kaderrichtlijn water (KRW) wat betreft het bereiken van een Goed Ecologisch potentieel. Hoofddoelstellingen voor het duurzaam omgaan met water zijn: • Waarborgen van waterveiligheid; • •

Zorgen voor mooi en schoon water; Beperken van de effecten van klimaatverandering/ klimaatadaptatie;

• •

Bijdragen aan de kwaliteit van de leefomgeving; Verduurzaming van het watergebruik; Ruimtelijke onderbouwing – Heereweg 20/ Zuid Bosweg ong. Noordgouwe

35

•

Onderhoud van waterschapswegen.

In de ‘Startovereenkomst Waterbeleid 21e eeuw’ (d.d. 14 februari 2001) is door rijk, provincies, Waterschappen en gemeenten overeengekomen dat in alle nieuwe ruimtelijke plannen een zogenaamde watertoets opgenomen dient te worden. In de motivering van een ruimtelijk besluit dient op basis van artikel 3.6 lid 1 Bro aangegeven te worden op welke wijze rekening wordt gehouden met de gevolgen van het plan voor de waterhuishouding. In artikel 3.1.1 van het Bro is vastgelegd dat hierbij tevens overleg dient plaats te vinden met de waterbeheerder. Water dient in een zo vroeg mogelijk moment in de planvorming te worden meegenomen. De gemeente is in principe verantwoordelijk voor de omgang met hemelwater, maar legt wel meer verantwoordelijkheid bij de perceeleigenaar. Pas wanneer men zich niet redelijkerwijs van het hemelwater kan ontdoen is de gemeente gehouden aan het treffen van maatregelen (Waterwet, art. 9a). De gemeente zal beoordelen wat zij in dit verband redelijkerwijs van de perceeleigenaar mag vragen. Daarbij moet rekening worden gehouden met de gewenste voorkeursvolgorde voor de omgang met hemelwater. In het Verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan 2022-2026 is vastgelegd hoe de gemeente uitvoering geeft aan de omgang met afvalwater, hemelwater en grondwater.

Afstromend schoon hemelwater wordt zoveel mogelijk vertraagd zodat het ter plaatse kan infiltreren in de bodem en daarmee in perioden van droogte een buffer vormt. Voor de afvoer van hemelwater geldt de trits: schoonhouden, scheiden en zuiveren (waterkwaliteit) en vasthouden, bergen en afvoeren (waterkwantiteit). Het waterschap toetst in het kader van het vooroverleg of het plan past binnen de waterdoelstellingen. Op basis van de de Keur van het waterschap wordt bepaald of er voor bouwwerken of activiteiten een watervergunning noodzakelijk is. Ook wordt er binnen de Keur aangegeven voor welke ontwikkelingen er binnen een beschermingszone kan worden voldaan aan algemene regels waardoor er geen watervergunning aangevraagd hoeft te worden. De bijbehorende Legger geeft aan waar de keur van toepassing is. In de Legger zijn ook beschermingszones voor oppervlaktewateren opgenomen. Deze zones zijn bedoeld om ongewenste handelingen rondom een waterlichaam, zoals (bouw)activiteiten of de aanleg van beplanting, te kunnen weren. Veiligheid waterkeringen Ter hoogte van het besluitgebied bevindt zich volgens de Keur (20 juni 2019) en de bijbehorende legger waterkeringen geen beschermingszone van een waterkering.

Voorkomen van overlast door oppervlaktewater Volgens de Legger oppervlaktewaterlichamen bevindt zich langs de Zuid Bosweg een watergang met bijbehorende beschermingszones met een secundair belang voor het watersysteem. De beoogde woning en de beoogde erfbeplanting worden buiten de beschermingszones gerealiseerd. Er verdwijnt geen open water door de ontwikkeling. Het bouwen van een woning leidt niet tot belemmeringen voor (het onderhoud van) leggerwatergangen. Voorkomen van overlast door hemel- en afvalwater Binnen het perceel aan de Heereweg 20 zijn een tweetal schuren aanwezig met terreinverharding. Binnen het beoogde woonperceel is in de uitgangssituatie een akker aanwezig. Het perceel is onverhard. De bebouwingsoppervlakte of het areaal verhard oppervlak neemt als gevolg van het nieuwe gebruik in beperkte mate toe. In de huidige situatie kan het overtollige hemelwater ter plaatse infiltreren. Het overtollige hemelwater vloeit af via de kavelsloot aan de westzijde van het perceel. In de beoogde situatie kan het hemelwater infiltreren in de tuin. Overtollig hemelwater vloeit af via omliggende akkers en de kavelsloot langs de Zuid Bosweg. In de beoogde situatie wordt het huishoudelijk afvalwater afgevoerd via een nieuwe aansluiting op de riolering. Hergebruik van hemelwater bij een woning is in beperkte mate mogelijk door middel van de opvang van hemelwater in regentonnen.

De realisatie van een enkele woning met bijgebouw met een oppervlak van circa Ruimtelijke onderbouwing – Heereweg 20/ Zuid Bosweg ong. Noordgouwe

36

228m2 is een kleinschalige ontwikkeling. Voor kleinschalige particuliere ontwikkelingen geldt een eenmalige vrijstelling van de watercompensatieplicht. Er is sprake van een hydrologisch neutrale ontwikkeling. Grondwaterkwantiteit en verdroging Er is in de nieuwe situatie geen sprake van het onttrekken van grondwater. Het overtollige regenwater infiltreert deels ter plaatse zoals in de bestaande situatie het geval is en wordt deels afgevoerd via kavelsloten. Er is sprake van een hydrologisch neutrale situatie. Grondwaterkwaliteit Het nieuwe gebruik heeft geen effect op de grondwaterkwaliteit ter plaatse. Oppervlaktewaterkwaliteit De beoogde ontwikkeling heeft geen invloed op de oppervlaktewaterkwaliteit. Volksgezondheid De beoogde ontwikkeling heeft geen negatieve effecten op de volksgezondheid. Bodemdaling Als gevolg van de ontwikkeling vindt er geen wijziging plaats van het waterpeil. Het plan heeft geen bodemdaling tot gevolg. Natte natuur Binnen of direct aanliggend aan het besluitgebied bevindt zich geen natte natuur. Er zijn geen effecten op natte natuur als gevolg van de beoogde ontwikkeling. Onderhoud oppervlaktewater Ten oosten van het besluitgebied langs de Zuid Bosweg bevindt zich een watergang die wordt beschermd op grond van de Keur en de bijbehorende legger oppervlaktewateren. De watergang betreft een B-watergang met een secundair belang voor het watersysteem.

De leggerwatergang heeft een beschermingszone van 7 meter voor het oprichten van bebouwing en van 5 meter voor het aanbrengen van beplanting gemeten vanaf de insteek. De beoogde woning en de nieuwe beplanting bevinden zich buiten de beschermingszone. Belangen waterbeheerder Ter hoogte van het beoogde woonperceel is een gemeentelijke drukriolering (rioolpersleiding nr. ZAT540 diameter: 315mm) aanwezig. De leiding heeft een beschermingszone van 5 meter gemeten vanaf het hart van de leiding. De nieuwe bebouwing wordt buiten de beschermingszone opgericht. De toegangswegen tot de kern Noordgouwe waaronder het deel van de Zuid Bosweg dat buiten de verkeerskundige begrenzing van de bebouwde kom valt, zijn in beheer bij het waterschap. De Zuid Bosweg is aangemerkt als Erftoegangsweg- B. Het bouwen van een enkele woning heeft geen grote verkeersaantrekkende werking en leidt niet tot een relevante toename van verkeersbewegingen over waterschapswegen. Met de beoogde ontwikkeling zijn er geen effecten op de werking van omliggende objecten, terreinen of (vaar) wegen die voor het waterbeheer van belang zijn.

Ruimtelijke onderbouwing – Heereweg 20/ Zuid Bosweg ong. Noordgouwe

37

Figuur 13

Uitsnede Legger Oppervlaktewaterlichamen 2022

Figuur 14 Uitsnede Werkingsgebieden Omgevingswet Waterschap Scheldestromen: Leggerwateren en beschermingszone

Figuur 15 Uitsnede Werkingsgebieden Omgevingswet Waterschap Scheldestromen Waterschapsweg en bebouwingsvrije strook

Ruimtelijke onderbouwing – Heereweg 20/ Zuid Bosweg ong. Noordgouwe

38

Figuur 16

Uitsnede Afvalwaterketenkaart Waterschap Scheldestromen: drukrioleringsbuis ZAT540

Conclusie Het bouwen van een enkele kleinschalige woning van circa 228m2 heeft geen effecten op de waterhuishouding. De woning wordt buiten de beschermingszone van leggerwateren en buiten de bebouwingsvrije zone van waterschapswegen gerealiseerd. De ontwikkeling heeft geen invloed op de omliggende watergangen of het watersysteem ter plaatse. Er is sprake van een hydrologisch neutrale ontwikkeling. Het vuile water wordt ook in de nieuwe situatie afgevoerd via het gemeentelijke rioolstelsel. De beoogde ontwikkeling is inpasbaar binnen de waterdoelstellingen. De voor de ontwikkeling uitgevoerde watertoets wordt voor advies voorgelegd aan Waterschap Scheldestromen.

Ruimtelijke onderbouwing – Heereweg 20/ Zuid Bosweg ong. Noordgouwe

39

5.

UITVOERBAARHEID

5.1

Economische uitvoerbaarheid

Behalve de ruimtelijke en milieukundige uitvoerbaarheid, dient tevens de financieel-economische uitvoerbaarheid van een ruimtelijke ontwikkeling inzichtelijk te worden gemaakt. Wanneer een ruimtelijk besluit een bouwplan, zoals bedoeld in artikel 6.2.1 van het Besluit ruimtelijke ordening, mogelijk maakt, is de gemeente op basis van de grondexploitatiewet verplicht om de kosten hiervan te verhalen op de aanvrager. Dit is vastgelegd in artikel 6.12 lid 1 van de Wet ruimtelijke ordening. De gemeente dient bij het nemen van een projectafwijkingsbesluit tevens een exploitatieplan vast te stellen. Van een bouwplan als bedoeld in artikel 6.2.1 van het Bro is onder meer sprake indien sprake is van de bouw van één of meer woningen of de bouw van één of meer andere hoofdgebouwen. Tevens is een exploitatieplan noodzakelijk indien er specifieke locatie-eisen gesteld worden aan de uitvoering. In afwijking van het bepaalde in artikel 6.12 lid 1 Wro kan de gemeenteraad besluiten om de kosten anderszins te verzekeren. Met de beoogde ruimtelijke ontwikkeling is sprake van een bouwplan. Het project zal geheel door de initiatiefnemer gerealiseerd worden. Het verhaal van kosten zal door de gemeente hoofdzakelijk plaatsvinden in de vorm van leges. Voor het verhalen van eventuele kosten voor tegemoetkoming in planschade wordt een overeenkomst ter verhaal van eventuele kosten aangegaan.

Hiermee is het verhaal van de gemeentelijke kosten voldoende verzekerd. Het project is hiermee economisch uitvoerbaar. Voor de gemeente zijn er geen financiële consequenties aan verbonden. Op grond van het voorgaande kan worden geconcludeerd dat de economische uitvoerbaarheid van het project voldoende is gegarandeerd en er kan worden afgezien van het opstellen van een exploitatieplan.

5.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Bij de voorbereiding van de omgevingsvergunning op basis van artikel 2.12, lid 1, sub a onder 3˚ Wabo wordt de procedure zoals vastgelegd in afdeling 3.4 Awb gevolgd. De ontwerp beschikking met bijbehorende stukken wordt gedurende 6 weken ter inzage gelegd. Aan de hand van de voorbereiding van de vergunning wordt het wettelijk overleg ex artikel 3.1.1 Bro gevoerd. Reacties van de wettelijke overlegpartners (Waterschap Scheldestromen, Veiligheidsregio) worden weergegeven in paragraaf 5.3. Het college is bij de voorbereiding van het besluit op de omgevingsvergunningaanvraag niets gebleken van planologische of maatschappelijke belemmeringen. Er is geen reden om aan te nemen dat het realiseren van een woning op basis van een bestaande bouwtitel voor een naastgelegen locatie geen maatschappelijk draagvlak heeft.

5.3

Procedure

De ontwerpbeschikking zal gedurende 6 weken ter inzage worden gelegd met bijbehorende stukken. Gedurende de termijn van de terinzagelegging kan eenieder een zienswijze indienen. De resultaten van de terinzagelegging zullen beoordeeld worden en aanvullend in de ruimtelijke onderbouwing worden opgenomen.

Ruimtelijke onderbouwing – Heereweg 20/ Zuid Bosweg ong. Noordgouwe

40

BIJLAGEN

1a.

Ontwerp nieuwe woning Erik van den Bos Architect d.d. December 2023

1b

Situatietekening Erik van den Bos Architect d.d. November 2024

2.

Notitie akoestiek Vliex Akoestiek en lawaaibeheersing d.d. December 2023

3.

Verkennend bodemonderzoek Terra Milieu BV d.d. Maart 2024

4.

Stikstofdepositieberekening S&W Bouwkundig Ingenieurs d.d. Maart 2024

Ruimtelijke onderbouwing – Heereweg 20/ Zuid Bosweg ong. Noordgouwe

41

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14933078/1