CConstaterende datSchouwen-Duiveland
Koppel je AI →
Document · PDF

1229903 Bijlage 1 Antwoordnotitie inspraakreacties

Gemeenteraad 12 december 2024, gemeente Schouwen-DuivelandBij agendapunt: RVS Strandbeleid (1229903)13.257 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

43

Inspraakreactie 24 - Particulier Samenvatting van en reactie op de inspraakreactie 24.1 samenvatting punt 1 Zie inspraakreactie nummer 5.1 24.2 samenvatting punt 2 Zie inspraakreactie nummer 5.2 24.3 samenvatting punt 3 Zie inspraakreactie nummer 5.3 24.4 samenvatting punt 4 Zie inspraakreactie nummer 5.4 24.5 samenvatting punt 5 Zie inspraakreactie nummer 5.5 24.6 samenvatting punt 6 Zie inspraakreactie nummer 5.6

44

Inspraakreactie 25 – Stichting Duinbehoud Samenvatting van de inspraakreactie 25.1 Betrokken partij wijst op het ontbreken van de verwerking van Natura2000 beleid in het concept strandbeleid. Het strand behoort tot aan de voet van het buitenduin tot het Natura 2000-gebied Voordelta en aansluitend behoren de buitenduinen tot het Natura 2000-gebied Kop van Schouwen. Uitzondering daarop vormt het Verklikkerstrand: een deel daarvan valt binnen het Natura 2000-gebied Kop van Schouwen. Binnen deze Natura 2000-gebieden komen menselijke activiteiten voor. In de Natura 2000 beheerplannen voor deze gebieden is door het Rijk en de provincie Zeeland vastgelegd welke instandhoudingsmaatregelen nodig zijn en welke activiteiten op welke wijze mogelijk zijn. Deze zijn niet in het concept strandbeleid van de gemeente Schouwen-Duiveland verwerkt. Ook de instructieregels aan de gemeente welke zijn vastgelegd in de Omgevingsverordening Zeeland 2024 ontbreken. Betrokken partij geeft aan dat deze omissie hersteld moet worden, zowel onder `Beleidskader' als in regelgeving. Hierbij wijst ze nadrukkelijk op de Groene strand community. Betrokken partij stelt voor om onder het kopje 'beleidskader' te verwerken dat vrijwel het gehele Schouwse strand en de aangrenzende zee Natura 2000-gebieden zijn en de Europese Habitat- en Vogelrichtlijn daar van toepassing is.

25.2 Betrokken partij geeft suggesties hoe de Habitat- en Vogelrichtlijn in het concept strandbeleid verwerkt moet worden en doet voorstellen voor o.a. aanpassingen van de APV. Betrokken partij wijst op het beheerplan waarin is gesteld dat de strandplevier er als gevolg van verstoring veelal niet in slaagt om succesvol te broeden en zijn jongen groot te brengen, ook wordt duinvorming aangetast door veelvuldige betreding en voertuigbewegingen. Hierbij wijst betrokken partij op succesvolle maatregelen welke getroffen zijn door middel van afzettingen en individuele nestbescherming. Betrokken partij stelt voor de toegangsbeperking te formaliseren in de APV. Daarbij stelt betrokken partij vanwege klimaatverandering voor om de broedperiode van de strandplevier te vervroegen en deze tevens te verlengen met oog op de ruiperiode voor de najaarstrek. • In de APV opnemen dat van 15 maart tot 1 oktober voor een deel van het Verklikkerstrand een toegangsbeperking wordt ingesteld ten behoeve van de broedtijd en ruitijd van de strandplevier. Afmetingen en plek van de afzettingen naar behoefte omdat dat van jaar tot jaar kan verschillen. • Wijzigen Art. 2.57 lid 5 APV m.b.t. de periode van het permanent aanlijngebod: van 15 maart tot 1 oktober.

• In de APV vastleggen dat ruiters tussen 15 maart en 1 oktober op het Verklikkerstrand alleen mogen rijden via de door groene strandpartijen afgesproken en op het strand aangegeven ruiterroute. • In de APV opnemen dat vergunninghouders met hun (motor)voertuigen op het Verklikkerstrand via de door de groene strand partners afgesproken transportroute moeten rijden. (Uitgezonderd toezichthouders en hulpverleners bij de uitoefening van hun taken) • Stuntvliegers op basis van art. 2.64a APV geheel verbieden op het Verklikkerstrand in de periode van 15 maart tot 1 oktober en dit opnemen in de APV • Zonder vergunning gebruiken van drones boven het Verklikkerstrand, in ieder geval verbieden in de periode van 15 maart tot 1 oktober en dit verbod op te nemen in de APV en hierover duidelijk communiceren richting bezoekers.

45

25.3 Wat betreft betrokken partij dient het voornemen om duinvorming op recreatiestranden door actief beheer te voorkomen te worden geschrapt. Hierbij wijst betrokken partij op het gegeven dat op stukken strand waar gesuppleerd wordt vaak jonge duintjes ontstaan, die in de loop van de tijd weer verdwijnen als gevolg van kusterosie. In de tussentijd hebben zij echter wel een belangrijke functie: zij leggen voor een poos zand vast en fungeren als buffer om golfaanvallen op de buitenduinen en daarmee het landinwaarts verschuiven van de basiskustlijn te voorkomen. Dit is ook benoemd in het Natura 2000 beheerplan, al wordt hier de koppeling gelegd met (legaal) intensief strandonderhoud en niet om het opzettelijk tegengaan van duinvorming. Wat betreft betrokken partij is het voornemen ook strijdig met de passage “Schouwen-Duiveland wil een proefomgeving zijn voorpraktisch onderzoek gericht op het beter vasthouden van zand of het laten aangroeien van de kust". 25.4 Met betrekking tot de gewenste strandbreedte en recreatieve strandsuppleties wijst betrokken partij op een drietal punten: • Voor recreatieve zandsuppleties moet altijd een passende beoordeling worden uitgevoerd en een natuurvergunning worden aangevraagd.

• Zeker geen recreatieve zandsuppleties in de buurt van de op natuurlijke wijze ontstane Verklikkerplaat vanwege de hoge natuurwaarden die in dit gebied aanwezig zijn en de onvoorspelbaarheid van de gevolgen van zo’n suppletie. • Als gevolg van de afsluiting van de zeearmen en de aanleg van de tweede Maasvlakte treden grote veranderingen op langs de kust; denk aan verzanding op de ene plek, of juist kusterosie ergens anders. Daar komt het effect van zeespiegelstijging bovenop. Dit zijn grootschalige processen waar je niet tegen kunt vechten door krampachtig te proberen alles op z'n oude plaats te houden. Met oog hierop noemt betrokken partij het een goede zaak dat er een reserveplaats op het recreatiestrand wordt aangehouden voor een strandpaviljoen dat als gevolg van morfologische veranderingen tijdelijk of blijvend moet verhuizen. 25.5 Om de buitenduinen, welke onderdeel zijn van het Natura 2000-gebied Kop van Schouwen, te beschermen tegen betreding stelt betrokken partij voor om bij probleemlocaties in het toeristenseizoen net als vroeger een afrastering met prikkeldraad te plaatsen, zeker bij de klifduinen en zwakke plekken in de zeewering. Dit beschermt iemand die de duinen illegaal betreedt tegen levensgevaarlijke situaties. Enkel het plaatsen van bordjes heeft wat betreft betrokken partij te weinig effect door het gebrek aan handhaving.

25.6 Betrokken partij vindt het een grote vooruitgang dat het soaren na jaren van overlast voor strandbezoekers en vernieling en verstoring van de natuur nu gereguleerd wordt en dat erop gehandhaafd kan worden. Wat de natuur betreft is strandopgang 't Klokje de beste locatie als opstijglocatie voor deze extreme sport. Betrokkene partij ziet graag dat er in de APV niet alleen een opstijgplaats maar ook een zone vastgelegd wordt waarbinnen de soarders kunnen vliegen om te voorkomen dat ze toch weer langs het hele strand vliegen. Betrokken partij wijst daarbij op het belang van communicatie richting verenigingen (ook Belgische en Duitse) van soarders / paragliders. 25.7 Betrokken partij wijst erop dat voor evenementen en georganiseerde activiteiten op het Schouwse Noordzeestrand naast een vergunning van de gemeente ook een natuurvergunning en een passende beoordeling nodig zijn. Dit met oog op het feit dat in het oog gehouden moet worden dat het

46

om Natura 2000 activiteiten gaat omdat ze binnen Natura 2000-gebied plaatsvinden. Met betrekking tot bestaand gebruik is in de beheerplannen vastgelegd in welke categorie het evenement of de activiteit valt en welke eisen er m.b.t. de natuurvergunningverlening worden gesteld. 25.8 Ten aanzien van georganiseerde activiteiten verzoekt betrokken partij om, in lijn met de Omgevingsverordening Zeeland 2024, deze uit te sluiten op natuurstranden en een natuurvergunningplicht in te stellen voor georganiseerde activiteiten op recreatiestranden of in de aangrenzende zee. Wat betreft betrokken partij worden bestaande georganiseerde activiteiten op natuurstrand verplaatst naar recreatiestrand. Betrokken partij stelt dat het idee om stukken strand te verhuren ten behoeve van activiteiten voortkomt uit het voornemen de kostendekkingsgraad voor het strand te verhogen. 25.9 Met betrekking tot opslagunits op het strand welke geplaatst mogen worden ten behoeve van georganiseerde activiteiten stelt betrokken partij dat opslagunits gezien moeten worden als nieuwe strandbebouwing. Op basis van artikel 5.15 uit de Omgevingsverordening Zeeland 2024 is dit niet toegestaan. Ook wijst betrokken partij erop dat dergelijke activiteiten leiden tot een toename van rijbewegingen over het strand met motorvoertuigen.

Betrokken partij wijst er daarbij op voor dergelijke activiteiten altijd een passende beoordeling worden uitgevoerd en een natuurvergunning moet worden aangevraagd. Dit geldt ook voor georganiseerde waterrecreatie als kitesurfen, windsurfen en golfsurfen enz. 25.10 Betrokken partij stelt voor dat voor evenementen op het strand, ook al worden ze jaarlijks gehouden, telkens een natuurvergunning moet worden aangevraagd, alleen al omdat de omstandigheden op de plek waar het evenement plaatsvindt, van jaar tot jaar kunnen wijzigen. Met name is dat het geval als het evenement plaatsvindt in een gebied waar embryonale duinvorming wordt verwacht. Als voorbeeld noemt betrokkene het North Sea Beach Golf toernooi. Het is voor betrokken partij onduidelijk of voor dit evenement ooit een natuurvergunning is verleend. Betrokken partij constateerde bij de laatste editie verschillende overtredingen van natuurbeschermingsregels en verstoring van habitatsoorten en pleit dan ook voor een passende beoordeling voor de komende editie en het aanvragen van een natuurvergunning of een alternatieve locatie. 25.11 Met betrekking tot niet georganiseerde watersportactiviteiten verzoekt betrokkene om in een zonering in te stellen en dit ook vast te leggen in de APV.

Dit in lijn met de bepaling in het beheerplan waarin is vastgelegd dat kitesurfen, windsurfen, golfsurfen, kanoën en extreme strandsporten als kitebuggyen, strandzeilen, flyboarden, sportvliegeren in de Voordelta beperkt zijn toegestaan buiten de rustgebieden, alleen op in de APV vastgelegde locaties. Hierbij wijst betrokkene ook op het belang van duidelijke communicatie richting strandbezoekers. 25.12 Het doet betrokken partij goed dat de gemeente Schouwen-Duiveland de strandzonering uit de Zeeuwse Kustvisie en de instructieregels uit de Omgevingsverordening Zeeland 2024 (art. 5.15 strandzonering) integraal overneemt als uitgangspunt en vertaalt in het Omgevingsplan. Hierdoor is er een aaneengesloten stuk strand waar bezoekers kunnen genieten van de natuur, de rust en weidsheid. Betrokken partij verzoekt om in de tabel Indeling strandovergangen overgang Watergat te verplaatsen naar de kolom Natuurstrand. Dit met oog op het gegeven dat in de vigerende provinciale

47

verordening de overgang Watergat geheel binnen de zone natuurstrand valt en bovendien de Verklikkerplaat opschuift naar het oosten. Dat doet er wat betreft betrokken partij recht aan om deze overgang onder Natuurstrand te laten vallen. 25.13 Met betrekking tot strandbebouwing vindt betrokken partij het een goede zaak dat de gemeente Schouwen-Duiveland het beleid om geen strandslaaphuisjes of overnachtingsmogelijkheden in paviljoens toe te staan voortzet. Wel mist zij in het concept strandbeleid de maximale bouwhoogte voor paviljoens zoals vastgelegd in de Zeeuwse Kustvisie (maximale goothoogte 4 meter, bouwhoogte maximaal 6,5 meter en daarnaast nooit hoger dan het achterliggende duin. Goot- en bouwhoogten worden gemeten vanaf de bovenkant van de begane grondvloer van het gebouw. Paviljoens maximaal 2 verdiepingen en niet hoger dan het achterliggend duin). Betrokken partij ziet graag dat de maximering van de bouwhoogte van de paviljoens weer in het nieuwe strandbeleid opgenomen wordt. 25.14 Met betrekking tot een openbaar strandterras ziet betrokken partij graag een maximale oppervlakte te worden vastgelegd en opgenomen in het strandbeleid. Maximale oppervlakte strandterrassen omdat dit ten koste kan gaan van ‘vrije' strandrecreatie.

25.15 Betrokken partij stelt dat er tijdens een middag strand veel overtredingen van regels worden geconstateerd maar dat het ontbreekt aan handhaving en toezicht. Het aanspreken van mensen door de reddingsbrigade is te weinig effectief en is ook geen taak van de reddingsbrigade. Betrokken partij pleit daarom voor meer toezicht door toezichthouders die mogen verbaliseren en handhaving op de stranden. Dat er niet voldoende capaciteit is, is wat betreft betrokken partij een keuze. Door andere roosters te maken kan er wel degelijk gezorgd worden voor meer professioneel toezicht op het strand. Reactie 25.1 In het beleidskader nemen we de bepalingen met betrekking tot de Natura 2000 gebieden en de daarmee samenhangende richtlijnen over. Deze zijn vanzelfsprekend ook van toepassing op het strandbeleid. Met betrekking tot de passages uit de Omgevingsverordening verwijzen we naar de instructieregels voor gemeenten uit de Omgevingsverordening Zeeland 2024 welke onlangs is vastgesteld in plaats van naar de Omgevingsverordening Zeeland 2018. Dit leidt tot aanpassing van het strandbeleid, pagina 9 en 10 25.2 Wij zijn content met de positieve resultaten van de maatregelen om de plevier te faciliteren en te beschermen en vinden het belangrijk dit ook in de toekomst te blijven doen. Broedsucces is ten dele afhankelijk van het voorkomen van verstoring door menselijk handelen.

Ook natuurlijke processen hebben nadrukkelijk invloed op broedsucces. We willen benadrukken dat we de toegankelijkheid voor bezoekers van het volledige strand blijven faciliteren. De suggesties welke u geeft om de kans op broedsucces te vergroten en verstoring te voorkomen nemen we grotendeels over in de APV. Alle bij het strandbroeders project betrokken partijen, waaronder de groene partijen, hebben een adviserende rol ten aanzien van routes. De 48

gemeente Schouwen-Duiveland heeft op voorspraak van deze partijen de route aangewezen en wijziging van de route betreft de beslissingsbevoegdheid van het college. We nemen de wijzingen als volgt over: • In de APV nemen we de periode van 15 maart tot 1 oktober op voor een deel van het Verklikkerstrand waar een toegangsbeperking wordt ingesteld ten behoeve van de broedtijd en ruitijd van de strandplevier. We wijzen een gebied waar deze beperkingen van toepassing zijn aan in de APV zodat er enige mate van flexibiliteit is met oog op de jaarlijks veranderende behoefte. Het is ondoenlijk de APV hier jaarlijks op aan te passen. • Wijzigen Art. 2.57 lid 5 APV m.b.t. de periode van het permanent aanlijngebod: van 15 maart tot 1 oktober. • In de APV vastleggen dat ruiters tussen 15 maart en 1 oktober op het Verklikkerstrand alleen mogen rijden via op het strand aangegeven ruiterroute of langs de waterlijn. • In de APV opnemen dat vergunninghouders met hun (motor)voertuigen op het Verklikkerstrand via de aangegeven transportroute moeten rijden. (Uitgezonderd toezichthouders en hulpverleners bij de uitoefening van hun taken). • Stuntvliegeren op basis van art. 2.64a APV geheel verbieden op het aangewezen deel van het Verklikkerstrand in de periode van 15 maart tot 1 oktober. • Zonder vergunning gebruiken van drones boven het Verklikkerstrand.

Het opnemen van de regels in de APV biedt de mogelijkheid om handhavend op te treden. Handhaving vanuit de gemeente is afhankelijk van capaciteit en prioriteit. Dit leidt tot aanpassing van het strandbeleid, pagina 46 25.3 Zie reactie 7.5 bij inspraakreactie 7. 25.4 Bij recreatieve zandsuppletie zijn de genoemde vergunningsvoorwaarden van toepassing, we zijn hiermee bekend. Recreatieve zandsuppleties voeren we niet uit op natuurstranden. Dit leidt niet tot aanpassing van het strandbeleid 25.5 Waterschap Scheldestromen is eigenaar van de duinen en dus primair verantwoordelijk voor het voorkomen van betreding van de duinen en het voorkomen van gevaarsetting. Zij hebben ervoor gekozen geen afrasteringen meer te plaatsen Het plaatsen van afrasteringen, zeker met prikkeldraad, heeft niet onze voorkeur. Dit leidt niet tot aanpassing van het strandbeleid 49

25.6 In de APV-regels maken we geen onderscheid tussen vliegeren of soaren. Het is niet wenselijk dat er gevlogen wordt boven concentratie van strandbezoekers of boven bebouwing. Dat geldt ook voor de periode buiten het strandseizoen. We wijzen een plaats aan vanaf waar mag worden opgestegen, het aanwijzen van een vlieggebied lijkt ons niet nodig en is bovendien niet/ zeer moeilijk te handhaven. Dit leidt niet tot aanpassing van het strandbeleid 25.7 Zie reactie 7.6 bij inspraakreactie 7. 25.8 Op een natuurstrand verlenen we enkel vergunning wanneer de aard van de activiteit beter aansluit op het natuurstrand (zoals bijvoorbeeld een regelmatig terugkerende excursie door de boswachter). Voor het overige zie reactie 7.6 bij inspraakreactie 7. Van de koppeling tussen georganiseerde activiteiten en de kostendekkingsgraad is geen sprake. Dit leidt niet tot aanpassing van het strandbeleid 25.9 Voor het plaatsen van opslagunits op het strand ten behoeve van georganiseerde activiteiten is zowel een provinciale als een gemeentelijke vergunning nodig. Bij het verlenen van deze vergunning wordt beoordeeld of het plaatsen van een opslag unit echt noodzakelijk is. Ondernemers krijgen alleen ontheffing voor rijden op het strand wanneer dat noodzakelijk is. Zij worden erop gewezen dat rijbewegingen tot een minimum beperkt moeten worden.

Niet gemotoriseerde watersportactiviteiten mogen enkel plaatsvinden in het strandgedeelte tussen de overgangen Brouwersdam 2 en Watergat. Hiervoor zijn eveneens vergunningen vereist. Dit betreffen geen extreme watersporten, maar activiteiten zoals suppen of kanovaren etc. Gemotoriseerde (water)sportactiviteiten zijn uitgesloten. Dit leidt niet tot aanpassing van het strandbeleid 25.10 Voor activiteiten of evenementen op een (natuur)strand moeten de procedures worden doorlopen zoals deze zijn vastgelegd in de Omgevingsverordening. De Provincie zal dan ook bepalen of het jaarlijks opnieuw aanvragen van een natuurvergunning voor een terugkerend evenement noodzakelijk is of dat uit de natuurtoets blijkt of deze meerjarig kan worden verleend. Het strandbeleid gaat niet in op specifieke evenementen of vergunningen, hierin voorziet de (vigerende) regelgeving. Dit leidt niet tot aanpassing van het strandbeleid 50

25.11 In het nieuwe beleid is vastgelegd dat er geen ruimte is voor zowel georganiseerde als niet georganiseerde watersportactiviteiten. De belangrijkste reden hiervoor is ontbreken van voldoende zand bij de Brouwersdam. Om deze reden is dit ook niet vastgelegd in de zonering. Dit leidt niet tot aanpassing van het strandbeleid 25.12 We volgen hierin de zonering uit de Zeeuwse Kustvisie. De overgang 'het Watergat' ligt op de grens van het natuurstrand en het recreatiestrand binnen de zonering van de Zeeuwse Kustvisie. Gelijk vanaf de overgang naar links, waar ook paviljoen 'de Zwaluw' gevestigd is, is een natuurstrand. De overgang zelf en het strand rechts daarvan is een recreatiestrand. Zodoende wordt de overgang getypeerd als recreatiestrand. Hierbij hebben we benoemd dat bij het realiseren van voorzieningen rekening wordt gehouden met natuur. Dit leidt niet tot aanpassing van het strandbeleid 25.13 Voor de eisen aan strandbebouwing wordt de Zeeuwse Kustvisie gevolgd. De genoemde bouweisen zijn al opgenomen in het tijdelijk Omgevingsplan en zijn niet specifiek in het beleid opgenomen. Dit leidt niet tot aanpassing van het strandbeleid 25.14 Een openbaar strandterras is voor eenieder op het strand vrij toegankelijk zonder horeca verplichting. Op deze manier kan het niet ten koste gaan van de 'vrije strandrecreatie'.

In het beleid is opgenomen dat een openbaar terras enkel geplaatst mag worden binnen een straal van 100 meter vanuit het hart van paviljoen. Omdat er geen horeca verplichting mag gelden verwachten we niet dat de volledige toegestane ruimte altijd benut zal worden. Dit leidt niet tot aanpassing van het strandbeleid 25.15 Handhaving is een belangrijk thema zowel op het strand als de rest van het eiland. Binnen het gemeentelijk beschikbare budget en capaciteit moeten keuzes gemaakt worden. Toezicht en handhaving is echter niet alleen een verantwoordelijkheid van de gemeente, maar ook andere (natuur)partners kunnen hierin een rol vervullen. Organisaties vanuit het groene domein beschikken over meer bevoegdheden dan de gemeentelijke handhavers met betrekking tot natuurwetgeving. We treden in overleg met overige toezichthoudende partners (RUD, Staatsbosbeheer etc.) om toezicht en handhaving op het natuurstrand te organiseren. We zullen dit als zodanig in het beleid opnemen. Dit leidt tot aanpassing van het strandbeleid, pagina 49

51

Inspraakreactie 26 – Vogelbescherming Nederland Samenvatting van de inspraakreactie 26.1 Betrokken partij geeft aan dat zij de Natura 2000 regelgeving aan de vermelde beleidskaders die boven het gemeentelijk strandbeleid staan toegevoegd willen zien. Aangewezen natuurwaarden genieten een wettelijke bescherming op basis van wetgeving aangaande Natura-2000 gebieden. Zij stellen voor dit op te nemen in het Deel 1 van het strandbeleid, als een van de beleidskaders waar het strandbeleid aan moet voldoen. 26.2 Betrokken partij geeft aan dat zij zouden willen toevoegen, dat het belang van stranden voor de biodiversiteit, en de mogelijkheid benoemt om maatregelen te nemen op natuurstranden om specifieke natuurwaarden te beschermen. Hier kunnen vervolgens educatieve activiteiten aan worden gekoppeld. Daarbij doet betrokken partij een suggestie om de volgende tekst op te nemen in het hoofdstuk ‘Kwaliteit en onderscheidend vermogen’: “Stranden zijn belangrijk voor de biodiversiteit in ons land en in onze gemeente; er leven unieke planten en dieren. Op natuurstranden wordt extra ruimte geboden om bijzondere natuurwaarden te beschermen en te versterken. Dit geldt bijvoorbeeld voor het Verklikkerstrand, waar zeehonden en diverse vogelsoorten voedsel vinden, rusten en hun jongen grootbrengen.

Hieraan gekoppeld vinden educatieve activiteiten plaats en worden bewoners en bezoekers voorzien van informatie om hen op gepaste wijze te laten genieten van unieke natuurervaringen.” 26.3 Betrokken partij geeft aan dat op pagina 48 informatie ontbreekt hoe de strandschoonmaak op natuurstranden afwijkt van recreatiestranden. In het kader van het Groene Strand zijn de afgelopen jaren aanpassingen gedaan aan de schoonmaak op natuurstranden. Betrokken partij doet de suggestie om onderstaande informatie toe te voegen. “Natuurlijk aanspoelsel vormt de basis van de voedselketen op het strand en is zodoende van groot belang voor de planten en dieren die er leven. Daarnaast bevordert natuurlijk aanspoelsel de vorming van nieuwe duinen door de groei van planten die het zand vastleggen. Op natuurstranden wordt natuurlijk aanspoelsel daarom niet verwijderd door middel van machinale schoonmaak, tenzij speciale omstandigheden daarom vragen (bijvoorbeeld in geval van grote verontreiniging). Er zijn vrijwilligers actief om te zorgen dat plastic en ander menselijk afval handmatig wordt verwijderd.” 26.4 Betrokken partij maakt zich zorgen over rijbewegingen van gemotoriseerd verkeer en ruiters over natuurstranden, met name rond de Verklikkerplaat. Ze geeft aan dat er de afgelopen jaren maatregelen zijn genomen om het aantal rijbewegingen te beperken en een gemarkeerde rijroute te volgen.

Wat betreft betrokken partij is de gemeente terecht terughoudend met het verstrekken van vergunningen om op het strand te mogen rijden. Zij zouden graag zien dat gemotoriseerd vervoer op natuurstranden zoveel mogelijk wordt beperkt, en dat op natuurstranden met grote waarde voor vogels, zoals het Verklikkerstrand, zowel chauffeurs als ruiters een gemarkeerde rijroute moeten volgen, tenzij het voor de uitvoering van hun functie 52

noodzakelijk is om hiervan af te wijken. Dit zou op zo’n manier vastgelegd moeten worden dat het handhaafbaar is, en het volgen van deze route zou ook een voorwaarde moeten zijn bij de verstrekking van vergunningen om op het strand te mogen rijden. 26.5 Betrokken partij geeft aan dat zij aanwezigheid van Handhaving op de natuurstranden noodzakelijk vinden, met name om overtredingen aan te pakken en hiermee ook het gedrag te beïnvloeden voor de toekomst. Hierbij geven zijn een voorstel: ‘Geef de handhaving op natuurstranden, met name op het Verklikkerstrand, een plek in het jaarlijkse gemeentelijk handhavingsplan, en zorg dat dit belang geborgd wordt door bijvoorbeeld de Natuur- en Vogelwacht Schouwen-Duiveland en/of de organisatie Eerste Hulp Bij Zeezoogdieren uit te nodigen om deel te nemen aan de jaarlijkse evaluatie, naast de genoemde partijen Vereniging Strandpaviljoenhouders, Strandreddingsbrigade, Handhaving en Politie.’ 26.6 Betrokken partij geeft aan dat de passage op pg 6 met betrekking tot het broedseizoen niet correct is. In gebruik zijnde nesten zijn jaarrond beschermd. Betrokken partij vraagt om deze passage aan te passen om onduidelijkheid te voorkomen. 26.7 Betrokken partij stelt dat de genoemde “groene wimpel” formeel de “Groene Strand Wimpel” heet.

26.8 Betrokken partij geeft aan uitgangspunten van communicatie op het strand pg 37 te wijzigen naar: In alle communicatie-uitingen over het strand is het uitgangspunt: duidelijk, eenvoudig en eenvormig. Reactie 26.1 Zie reactie 25.1 op inspraakreactie 25 26.2 De stranden zijn van groot belang voor de natuur en vice versa. We nemen de tekstsuggestie over in het hoofdstuk kwaliteit en onderscheidend vermogen. Met betrekking tot bescherming zie reactie 25.2 Dit leidt tot aanpassing van het strandbeleid, pagina 26 26.3 Natuurstranden en recreatiestranden worden op een andere wijze schoongemaakt. Dit onderscheidt is in de tekst onder strandbeheer niet gemaakt. We voegen dit in lijn met de tekstuele suggestie toe aan de betreffende paragraaf. Dit leidt tot aanpassing van het strandbeleid, pagina 52 53

26.4 Zie reactie 25.2 op inspraakreactie 25 en reactie 5.5 bij inspraakreactie 5. 26.5 Zie reactie 25.15 op inspraakreactie 25. 26.6 We passen de tekst conform de suggestie aan. Dit leidt tot aanpassing van het strandbeleid, pagina 4 26.7 We passen de tekst conform de suggestie aan. Dit leidt tot aanpassing van het strandbeleid, pagina 13 en 28 26.8 Eenvormigheid van communicatie-uitingen lijkt ons zinvol. Dit komt de herkenbaarheid ten goede. We passen de tekst conform het voorstel aan. Dit leidt tot aanpassing van het strandbeleid, pagina 40

54

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14800304/1