1229492 Bijlage 3. Staatscourant NIP 2024
Tekst van het document
Besloten is daarom om het maximum los te laten, voor de tweede tranche en ook met terugwerkende kracht voor de eerste tranche. 3.6 Energielabels of een vergelijkbare energetische staat Hierbij wordt verduidelijkt dat onder de definitie van een slecht geïsoleerde woning als bedoeld in artikel, eerste lid, het aan de gemeente is om ervoor te kiezen om een woning in aanmerking te laten komen als er een (geregistreerd) energielabel D of lager is en als er geen energielabel is geregistreerd te kijken naar een vergelijkbare energetische staat. En/of ervoor te kiezen om een woning in aanmerking te laten komen door alleen te kijken naar de vergelijkbare energetische staat. Dan wordt er dus niet gekeken naar het energielabel. Hiermee is het mogelijk om in alle gevallen op dezelfde wijze vast te stellen of een woning in aanmerking kan komen op dit punt en kunnen ook woningen met een energielabel C of beter, maar waar wel sprake is van minimaal twee slecht geïsoleerde bouwdelen bijvoorbeeld in aanmerking komen. 3.7 Uitvoeringstermijn Evenals voor de eerste tranche van de lokale aanpak, is de uitvoeringstermijn voor de tweede tranche drie jaar. De uitvoeringstermijn voor de tweede tranche loopt daarmee tot eind 2027.
Voor de eerste tranche is er driemaal de mogelijkheid voor een jaar verlenging geboden, doordat er bij wijziging een jaar extra is toegevoegd op de oorspronkelijke twee keer mogelijkheid voor verlenging van een jaar. Het extra jaar werd toegevoegd vanwege de termijn waarop de extra middelen beschikbaar kwamen. Voor deze tweede tranche wordt weer de oorspronkelijke mogelijkheid voor twee keer verlenging van een jaar geregeld. 4. Aanvullende toelichting 4.1 Monumenten, woonwagens en woonboten Vanuit de ISDE en SVVE is het ook mogelijk om subsidie te verstrekken aan monumentale woningen of gebouwen, en ook aan woonwagens en woonboten. Voor de monumentale woningen/gebouwen zijn enkele isolatiewaarden lager vastgesteld en/of zijn er lagere eisen voor de minimaal te isoleren oppervlakten vastgesteld. Voor woonwagens en woonboten gelden dezelfde eisen als voor de reguliere woningen, ook al is dat in de praktijk wellicht niet altijd haalbaar. Vanuit deze SPUK Lokale Aanpak Isolatie mag dit op dezelfde wijze worden aangepakt. 4.2 Meldcode lijsten
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2024-20127.html
34/50
26-10-2024, 10:19
Staatscourant 2024, 20127 | Overheid.nl > Officiële bekendmakingen
Voor de lokale aanpak isolatie is het aan te bevelen vooraf het isolatiemateriaal voor het betreffende bouwdeel of de glaskwaliteit te toetsen aan de hand van de meldcode lijsten van de ISDE (www.rvo.nl/isde ). Als het toe te passen isolatiemateriaal of glas op deze meldcodelijst staat, voldoet het zeker aan de vereiste kwaliteit en komt men mits men aan de minimale oppervlakte-eisen voldoet in aanmerking voor de ISDE en deze SPUK Lokale Aanpak Isolatie, als ook aan de overige eisen van deze SPUK wordt voldaan. 5. Verantwoording, terugvordering en vaststelling De verantwoording over de tweede tranche vindt afzonderlijk van de eerste tranche plaats ten aanzien van de SiSa-verantwoording. In aanvulling op de eerste indicatoren voor de eerste tranche zal de gemeente ook gevraagd worden aan te geven welk bedrag is besteed aan ondersteuning van doe-het-zelfmaatregelen. Het monitoringsbestand dat op de site van RVO vindbaar is dat halfjaarlijks moet worden aangeleverd dient wel de gegevens van alle tranches te bevatten. Daarin dient ook aangegeven te worden hoeveel woningen met doehet-zelfmaatregelen zijn geholpen. Zie verder de toelichting in hoofdstuk 3 van het algemeen deel van de toelichting bij de oorspronkelijke regeling van de eerste tranche (Staatscourant 2023, 3877).
Die toelichting is ook hier weer van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de in die toelichting genoemde jaartallen specifiek voor de eerste tranche gelden. Ook het daar omschreven monitoringsformulier moet worden ingevuld voor de tweede tranche. 6. BTW De toelichting over BTW in hoofdstuk 4 van het algemeen deel van de toelichting bij de oorspronkelijke regeling van de eerste tranche (Staatscourant 2023, 3877) is ook van toepassing bij de tweede tranche. Gemeenten geven bij de aanvraag het bedrag aan BTW op dat zij verwachten verschuldigd te zijn, en dat wordt gestort in het BTW-Compensatiefonds van het Ministerie van Financiën. 7. Administratieve lasten voor burgers en bedrijven en gemeenten Er is geen sprake van administratieve lasten voor burgers of bedrijven. De begunstigden van de uitkering zijn gemeenten, verantwoording met de bijbehorende administratieve lasten vindt door hen plaats. Het Adviescollege toetsing regeldruk (ATR) heeft het dossier niet geselecteerd voor een formeel advies, omdat het geen gevolgen voor de regeldruk heeft. Voor de aanvraag door gemeenten wordt gebruik gemaakt van een door RVO beschikbaar gesteld digitaal aanvraagformulier.
Voor de halfjaarlijkse monitor wordt een digitaal monitoringsformulier ontwikkeld dat beschikbaar gesteld wordt via de website van de RVO waarmee gemeenten de voortgang en het aantal getroffen maatregelen tweemaal per jaar moeten doorgeven. Daarnaast dient de gemeente jaarlijks te verantwoorden in het kader van de SiSa-verantwoording, zoals gebruikelijk bij specifieke uitkeringen. Het is toegestaan voor de gemeenten die een specifieke uitkering ontvangen om middelen van de specifieke uitkering te besteden aan uitvoeringskosten, dus de ambtelijke inzet of de inhuur van externe capaciteit ten behoeve van de uitvoering van het isolatieprogramma. 8. Consultatie Deze regeling is voor openbare consultatie gepubliceerd op www.internetconsultatie.nl. De consultatietermijn liep van 8 mei 2024 tot en met 5 juni 2024. Op het ontwerp van de regeling hebben 28 partijen een reactie ingediend. De Vereniging van Nederlandse Gemeenten (hierna: VNG) heeft in het kader van de code interbestuurlijke verhoudingen gereageerd op het ontwerp. Het Interprovinciaal Overleg (hierna: IPO) heeft geen formele reactie opgesteld, maar heeft gewezen op de reactie die ze hebben opgesteld voor de eerste tranche. Partijen geven aan overwegend positief te zijn over deze regeling voor de tweede tranche van de lokale aanpak. Met het budget kunnen meer huishoudens worden geholpen.
Ook dat leerpunten uit de eerste tranche in deze regeling konden worden meegenomen wordt gewaardeerd. Bovendien gelden de inhoudelijke verbeteringen van de voorwaarden in de regeling met terugwerkende kracht ook voor de eerste tranche8. Dit ter verduidelijking, omdat hier in de consultatie een vraag over is gesteld.
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2024-20127.html
35/50
26-10-2024, 10:19
Staatscourant 2024, 20127 | Overheid.nl > Officiële bekendmakingen
Op verschillende onderdelen hebben partijen specifiek aangegeven de wijzigingen positief te waarderen. De verduidelijkingen die zijn aangebracht hoe kan worden vastgesteld wanneer er sprake is van een slecht geïsoleerde woning worden bijvoorbeeld gewaardeerd. Ook de mogelijkheid om kleine woningen beter te helpen wordt positief ontvangen. Tegelijk zijn er ook op verschillende punten zorgen geuit en suggesties voor aanpassing gedaan. Op de belangrijkste punten wordt onderstaand ingegaan. 8.1 Doelgroep Een reactie uit Rhenen roept op om de middelen beschikbaar te maken voor alle Nederlanders en geen onderscheid te maken in kwetsbaarheid. Met het beschikbare budget kunnen echter niet alle woningeigenaren worden geholpen. De regeling kan daarom niet beschikbaar worden gemaakt voor alle Nederlanders. Dit is ook niet nodig, zo blijkt uit het feit dat er de afgelopen jaren ook veel woningeigenaren waren die zonder extra ondersteuning uit de lokale aanpak verduurzamingsstappen weten te zetten. De regeling biedt in de basis voor gemeenten veel flexibiliteit om invulling te geven aan de isolatieaanpak en de meest kwetsbare woningeigenaren met de beschikbare middelen te helpen. Deze hulp kan nodig zijn vanwege de financiële situatie, maar gemeenten kunnen ook ondersteuning bieden in de vorm van advies en ontzorging voor huishoudens die bijvoorbeeld minder doenvermogen hebben.
8.2 Uitzondering oppervlakte-eis Verschillende partijen geven aan knelpunten te verwachten met de uitzondering van 10% van de woningen als het gaat om de minimale oppervlakte-eisen. De VNG pleit ervoor het percentage waarvoor de oppervlakte-eis niet geldt te verhogen of de oppervlakte eis geheel los te laten. De VNG benoemt daarbij specifiek glas, waar de oppervlakte-eis een knelpunt kan vormen, nu juist veel gemeenten met het oog op natuurvriendelijk isoleren in zullen zetten op glas- of vloerisolatie. De gemeenten Berkelland en Beuningen, het Regionaal Energieloket en enkele anonieme reacties hebben vergelijkbare zorgen. De VNG heeft daarnaast de vraag hoe de uitzondering van 10% in de praktijk toegepast kan worden, omdat de gemeente niet vooraf weet voor hoeveel m² een aanvraag wordt gedaan. Dit maakt de uitvoering complex. De Friese Energietafel, de G4, de gemeenten Zwolle en Deventer en het Regionaal Energieloket hebben vergelijkbare vragen. De G4 heeft ook de vraag of het exclusief toegewezen bedrag voor doe-het-zelf buiten de 10%-eis valt en of dat alleen voor de tweede tranche geldt. Zoals in de toelichting van de eerste tranche van deze regeling is aangegeven, is de inzet van de lokale aanpak van het Nationaal Isolatieprogramma gericht op de isolatie van 750.000 woningen, waarbij één of meerdere stappen worden gezet richting de standaard voor woningisolatie.
Om daar invulling aan te geven, zijn substantiële stappen bij woningisolatie nodig. Daarbij is verondersteld dat de lokale isolatie-aanpak via de gemeente bij uitstek de gelegenheid biedt kwetsbare huishoudens extra ondersteuning te bieden bij de isolatie van woningen, in aanvulling op de landelijke subsidieregelingen zoals de ISDE en de SVVE. Daarom sluiten we aan bij de isolatie-eisen qua minimale oppervlakte uit deze subsidieregelingen. De uitzondering op de oppervlakte-eis die met deze tweede tranche wordt beoogd, is er niet op gericht de criteria voor isolatie te verlagen, maar om ruimte te bieden voor toepassing van isolatie in gevallen waarbij technisch niet aan de oppervlakte-eis kan worden voldaan als gevolg van de omvang van de woning. Daarnaast biedt de uitzondering ruimte om bij doe-het-zelf maatregelen een meer gefaseerde aanpak toe te staan. Dit brengt met zich mee dat de gemeente in de communicatie naar bewoners, zoals de gemeente Deventer ook veronderstelt, moet aangeven dat de isolatiemaatregelen aan de oppervlakte-eis moeten voldoen, tenzij de woning er vanuit technisch oogpunt niet aan kan voldoen of dat er sprake is van doe-het-zelfmaatregelen. De studie van TNO laat zien dat de marge van 10% ruim voldoende is om woningen die technisch niet aan de isolatie-eis kunnen voldoen, te ondersteunen.
Mocht in de toekomst worden besloten de eisen van isolatie in nationale subsidieregelingen aan te passen, bijvoorbeeld voor glas, dan zal logischerwijs met de eisen in de lokale isolatie-aanpak hierop aan worden gesloten als dit de uitvoering van de lokale aanpak ten goede komt. Daar kan echter nu nog niet op vooruitgelopen worden. https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2024-20127.html
36/50
26-10-2024, 10:19
Staatscourant 2024, 20127 | Overheid.nl > Officiële bekendmakingen
In reactie op de vraag van de G4 over het exclusief toegewezen budget voor doe-het-zelf nog het volgende. Voor dit budget zijn geen specifieke eisen gesteld ten aanzien van het aantal woningen dat moet worden aangepakt of het aantal m² dat moet worden geïsoleerd. Ook hoeven voor deze woningen de standaardisolatiewaarden niet worden behaald. Wel moet dit budget specifiek voor doe-het-zelf worden ingezet. Een woning die via een doe-het-zelfaanpak is geïsoleerd, kan wel meetellen in de verantwoording over het aantal geïsoleerde woningen mits de maatregelen wel voldoen aan de isolatiewaarden van de ISDE en SVVE en indien het aan de oppervlakte-eisen voldoet onder de 90%, en indien die niet voldoet, onder de 10% waarvoor een uitzondering op de oppervlakte-eis geldt. 8.3 Samenloop oppervlakte eisen en doe-het-zelfmaatregelen Het Regionaal Energieloket, Doe-het-zelf, Doe het Duurzaam, WeMaron BV en enkele anonieme reacties geven aan dat de 10% uitzondering voor de oppervlakte-eis tot onnodige complicaties leidt. Zo wordt aangegeven dat het moeilijk is te voorspellen hoeveel aanvragen onder de uitzondering zullen vallen wanneer gemeenten met vouchers werken. Zoals aangegeven in reactie op de inbreng op de oppervlakte-eis, is het uitgangspunt van de regeling dat de woningen aan de isolatie-eisen voldoen die ook in de ISDE en SVVE worden gesteld.
Alleen in uitzonderingsgevallen, zoals bij kleine woningen en de doe-het-zelfaanpak die veelal meer gefaseerd plaatsvindt, is een uitzondering mogelijk. In de regeling is er nu specifiek budget gereserveerd voor een doehet-zelfaanpak, waar geen extra verplichting ten aanzien van het aantal te isoleren woningen tegenover staat. De verwachting is dat dit ook ruimte biedt om een gerichte doe-het-zelfaanpak vorm te geven. 8.4 De definitie van een slecht geïsoleerde woning De mogelijkheid om te kiezen voor het kijken naar ofwel het energielabel dat energielabel D of lager moet zijn ofwel twee slechte bouwdelen in een woning bij de beoordeling of een woning slecht geïsoleerd is, wordt door veel partijen als positief gezien. De verduidelijking die op dit punt is aangebracht in de regeling komt tegemoet aan de punten die door Verbouwstromen zijn ingebracht over wanneer het energielabel wel en niet iets zegt over de mate van isolatie van een woning. Er is dus de optie om als gemeente te kiezen voor het kijken naar slechte bouwdelen en niet naar energielabels. Vanwege de impact op de uitvoering wordt de keuze tussen deze opties, of een combinatie daarvan, aan gemeenten gelaten. Ter verheldering, op verzoek van het Regionaal Energieloket: de keuze tussen deze twee verschillende opties voor het beoordelen of een woning slecht geïsoleerd is, kan per woning verschillen.
Gemeenten hoeven niet één van beide criteria op alle woningen in hun isolatieaanpak van toepassing te verklaren. De gevraagde verheldering in de toelichting dat twee slechte bouwdelen in theorie niet beperkt is tot energielabel C wordt overgenomen. Uit Rijssen kwam het verzoek minder strikt om te gaan met de eisen voor slechte geïsoleerde woningen. Met name omdat het aantonen van twee slechte bouwdelen een drempel kan zijn. Hiertoe wordt niet overgegaan, dit om ervoor te zorgen dat de middelen zoveel mogelijk terecht komen bij de woningen waar de meeste energiebesparing te behalen is. De regeling schrijft echter niet voor hoe precies de twee slechte bouwdelen worden vastgesteld. Als daar innovatieve manieren voor zijn, zoals elektronische opnamen, die specifiek genoeg zijn om conclusies te trekken over de energetische staat van bouwdelen, kunnen die ingezet worden. In een straat-voor-straat, of wijkaanpak, kan verder bijvoorbeeld ook de opname gepaard gaan met de verkennende gesprekken die plaatsvinden met bewoners. Of als energiefixers of -coaches in contact zijn met deze bewoners kunnen zij ook de opname doen. De gemeente Berkelland noemt de harde grens van energielabel D in de regeling. Die grens is echter niet zo hard, als gekeken wordt naar de twee slechte bouwdelen.
De mogelijkheid hiernaar te kijken kan dus ook een https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2024-20127.html
37/50
26-10-2024, 10:19
Staatscourant 2024, 20127 | Overheid.nl > Officiële bekendmakingen
alternatief zijn als de gemeente niet uit wil gaan van energielabels. 8.5 Doe-het-zelf 8.5.1 Rd-waarde doe-het-zelf
Verschillende partijen, waaronder Doe-Het-Zelf Doe het Duurzaam, het Regionaal Energieloket en de gemeente Zwolle verzoeken om de Rd-waarden voor doe-het-zelfmaatregelen te versoepelen, omdat het toevoegen van voldoende isolatiemateriaal niet altijd mogelijk is waar al isolatiemateriaal aanwezig is. Om op dit punt meer ruimte te geven is de minimale Rd-waarde voor isolatiemateriaal losgelaten voor wat betreft de middelen die specifiek bedoeld zijn voor doe-het-zelf. Dit betreffen dus de middelen die zijn opgenomen in de vijfde kolom van bijlage III. Gemeenten kunnen met deze ruimte besluiten om de een lagere waarde te hanteren of te bepalen dat het doelniveau van de isolatiewaarde (nieuw materiaal plus eventueel bestaand materiaal) samen Rd 3,5 moet zijn. In dit laatste geval zal dit echter wel aandacht moeten zijn voor het kunnen vaststellen van deze eindwaarde. 8.5.2 Doe-het-zelfmiddelen
De G4 vraagt of andere middelen dan alleen die specifiek zijn benoemd (laatste kolom van bijlage III) uit de lokale aanpak ook voor doe-het-zelf kunnen worden ingezet. Dit is inderdaad het geval. Alleen de genoemde middelen uit de laatste kolom moeten voor dit doeleinde worden ingezet (indien de gemeente bij de aanvraag aangeeft deze middelen te willen ontvangen), de andere middelen kunnen voor dit doeleinde worden ingezet. De VNG vraagt om het extra budget voor doe-het-zelf maatregelen ook vrij besteedbaar te maken, vergelijkbaar met de extra middelen voor VvE’s en soortenbescherming. De betreffende middelen voor doe-hetzelf zijn echter bij voorjaarsbesluitvorming Klimaat 2023 en in de begroting van BZK specifiek bestemd voor doe-het-zelf. Om te borgen dat de middelen hiervoor ingezet worden wordt er niet voor gekozen deze middelen vrij besteedbaar te maken. Dit zorgt er ook voor dat er een extra stimulans voor het bieden van ondersteuning voor doe-het-zelf in gemeenten ontstaat. De gemeente Berkelland vraag om verduidelijking omtrent de te subsidiëren kosten voor doe-het-zelf. Onder de kosten die gesubsidieerd kunnen worden vallen ook kosten voor transport en vervoer van materialen, afwerking en gereedschappen. Ten aanzien van de toegepaste isolatiematerialen gelden geen eisen ten aanzien van de Rd-waarde.
Het is aan de gemeente om daar eventueel specifiek eisen aan te stellen. 8.5.3 Doe-het-zelfmaatregelen
Uit Deventer kwam de vraag of voor doe-het-zelf meer dan één keer subsidie aangevraagd kan worden. Dat is het geval, maar zoals voor alle woningen bij de verantwoording geldt; ze kunnen maar één keer meetellen voor de verantwoording. Dat een deel van de maatregelen in één woning wordt uitgevoerd door de woningeigenaar zelf en een deel door een bedrijf maakt voor het wel of niet meetellen voor de verantwoording niet uit. Uiteraard kan alleen voor het deel van de maatregelen die uitgevoerd worden door een bedrijf aanvullend nog subsidie bij de ISDE worden aangevraagd als die aan de betreffende minimale oppervlakte- én isolatie-eisen voldoen. Er is verder geen beperking in de maatregelen die onder doe-het-zelf kunnen vallen in het kader van deze regeling ten opzichte van niet-doe-het-zelf. Ook glas zou dus door woningeigenaren zelf toegepast kunnen worden. De instructievideo’s voor doe-het-zelf richten zich echter op dakisolatie en vloerisolatie ( https://www.volkshuisvestingnederland.nl/onderwerpen/toolkit-programma-verduurzaming-gebouwdeomgeving/alle-toolkits/isolatie-en-ventilatie/toolkit-doe-het-zelfisolatie gevallen het meest voor de hand liggend zijn voor doe-het-zelvers.
). Dit zijn de klussen die in veel
Uit Zutphen kwam het verzoek om alle woningen die met doe-het-zelf worden verbeterd mee te laten tellen voor de verantwoording, ook al voldoen ze niet aan de oppervlakte-eisen. Dit wordt echter niet overgenomen, om het doelbereik van de regeling te borgen. https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2024-20127.html
38/50
26-10-2024, 10:19
Staatscourant 2024, 20127 | Overheid.nl > Officiële bekendmakingen
8.6 VvE’s 8.6.1 Middelen voor VvE’s
Het Regionaal Energieloket geeft aan dat het onduidelijk is dat er extra middelen voor ondersteuning van VvE’s beschikbaar komen. In paragraaf 2 van de toelichting is beschreven dat het om 34,66 miljoen euro gaat. Deze middelen zijn verwerkt in de derde kolom van de nieuwe bijlage in de regeling. Gemeenten worden opgeroepen om met deze middelen met de aanpakken voor VvE’s aan de slag te gaan. Juist vanwege de langere doorlooptijd van besluitvormingsprocessen en ondersteuning die veel tijd en inzet kosten, is het van belang geen tijd te verliezen. Er is geen verplichting om deze middelen voor VvE’s in te zetten. Om die reden is er geen specifiek bepaling over opgenomen in de regelingtekst. 8.6.2 Bijdragen aan hele vve
De VNG verzoekt om het mogelijk te maken dat een VvE de subsidie voor het hele gebouw kan aanvragen. Ook in een reactie uit Wageningen wordt dit punt benoemd. Het verstrekken van de subsidie door de gemeenten aan de VvE als entiteit is al mogelijk binnen de regeling. Het is aan gemeenten om te besluiten om de middelen beschikbaar te stellen aan appartementseigenaren of aan de VvE. In de reactie van de VNG, de G4 en uit reacties uit de gemeente Geldrop-Mierlo en de Friese Energietafel blijkt verder de zorg dat er alleen een financiële bijdrage vanuit de regeling mogelijk is voor de appartementen grenzend aan de bouwdelen die verbeterd worden. Deze zorg is niet nodig, want de middelen voor verduurzaming kunnen (via de VvE als entiteit) ten goede komen aan alle appartementseigenaren, gemeenten hoeven daarbij in beginsel geen appartementen uit te sluiten. De onduidelijkheid over dit punt is naar verwachting ontstaan uit de toelichting, waar ten onrechte in paragraaf 3.2 stond dat alle appartementen subsidie kunnen ontvangen ‘mits ze grenzen aan het bouwdeel dat verbeterd wordt.’ Hier wees het Regionaal Energieloket op. Deze passage is verwijderd, zodat de strekking wel klopt.
Het onderscheid tussen appartementen die grenzen aan de bouwdelen die verbeterd worden en de andere appartementen in het betreffende gebouw, is alleen van belang met betrekking tot het meetellen van de appartementen voor de verantwoording. Dan tellen alleen die woningen die grenzen aan de verbeterde bouwdelen. Dit is informatie dat relatief makkelijk door de VvE moet kunnen worden aangegeven. De extra middelen die voor VvE’s beschikbaar zijn gekomen (34,66 miljoen euro), kunnen eventueel ingezet worden om de hele VvE van voldoende middelen te voorzien om de maatregelen te kunnen bekostigen. 8.6.3 VvE op gebouwniveau slechte bouwdelen vaststellen
De G4 stelt voor om bij VvE’s vast te houden aan het kunnen kijken naar energielabels, waarbij minimaal energielabel C nodig is voor tussenwoningen. Het kijken naar energielabels op appartementniveau binnen VvE’s blijft mogelijk. Dan gelden de voorwaarden voor woningen van individuele eigenaar-bewoners. Dit brengt met zich mee dat wanneer op appartementniveau gekeken wordt, er sprake moet zijn van een energielabel D of lager, of van een energetisch vergelijkbare staat. Er wordt niet tot de voorgestelde aanpassing overgegaan om ook energielabel C toe te staan als op appartementniveau de energetische staat wordt vastgesteld. Het is namelijk niet de bedoeling dat zonder meer appartementen met energielabel C meegenomen kunnen worden, alleen wanneer op gebouwniveau wordt vastgesteld dat er twee slechte bouwdelen zijn. Wanneer ervoor wordt gekozen om op appartementsniveau de energetische staat vast te stellen, sluit de regeling overigens niet uit dat de middelen aan de VvE worden verstrekt. Die middelen zouden dan ook ten goede kunnen komen aan de appartementen met energielabel C, echter dan kunnen deze appartementen niet meetellen voor het aantal te verbeteren woningen in de verantwoording. 8.6.4 WOZ-waarden bij VvE’s
Het Regionaal Energieloket geeft aan dat het criterium voor de WOZ-waarde van de te verbeteren woningen lastig uitvoerbaar is op gebouwniveau bij VvE’s. Het is inderdaad zo dat 80% van alle te verbeteren woningen https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2024-20127.html
39/50
26-10-2024, 10:19
Staatscourant 2024, 20127 | Overheid.nl > Officiële bekendmakingen
een WOZ-waarde onder het gemiddelde van koopwoningen in de gemeente moet hebben, of lager dan de NHG grens, zoals vermeld in de regeling. Dit betekent echter niet dat in één gebouw van een VvE minimaal 80% van de appartementen een lage WOZ-waarde moet hebben. Dat kan in het ene gebouw meer of minder zijn, als het totaal binnen de gemeente maar niet boven die 80% uitkomt. Het voorstel om te eisen dat minimaal een bepaald percentage van de appartementen in één gebouw een lage WOZ waarde moet hebben, kan in gevallen een oplossing zijn. Maar het is niet nodig dit op het niveau van deze regeling op te nemen. Deze voorwaarden kunnen gemeenten zelf in hun regelingen opnemen. 8.7 Natuurvriendelijk isoleren De VNG wijst op het handelingsperspectief dat gemeenten nodig hebben ten aanzien van natuurvriendelijk isoleren. Ook de G4 uit zorgen over de extra kosten die gemoeid gaan met natuurvriendelijk isoleren. Het handelingsperspectief dat voor de korte termijn is geboden wordt door de G4 reeds beschreven. Meer uitgebreid heeft de Minister van BZK een brief hierover aan de Tweede Kamer gestuurd ( https://www.rijksoverheid.nl/documenten/kamerstukken/2024/05/28/verzamelbrief-verduurzaming-gebouwdeomgeving ). Hierin is ook beschreven wat wordt verstaan onder natuurvriendelijk isoleren; hier stelde de G4 een vraag over.
De Friese Energietafel en Vereniging Eigen Huis vragen in hoeverre de extra middelen voor natuurinclusief voldoende zijn om de stijgende kosten voor natuurvriendelijk isoleren te ondervangen. Met de 34,66 miljoen euro extra middelen in de tweede tranche wordt een bijdrage voor deze kosten geleverd. Tegenover deze middelen staat echter geen resultaatverplichting specifiek ten aanzien van natuurvriendelijk isoleren. De mate waarin deze extra middelen de extra kosten voor natuurvriendelijk isoleren ondervangen is afhankelijk van de maatregelen die in de lokale aanpak worden genomen. Als alle woningen in de lokale aanpak (750.000 in totaal) met de extra kosten te maken krijgen, is er per woning 46 euro extra beschikbaar. Als de middelen alleen nodig zijn voor de woningen in deze tranche en hiervan de helft wordt verbeterd met vloer en glasisolatie, dan is er per woning bijna 250 euro beschikbaar om de kosten voor natuurinclusief isoleren op te vangen. Zoals de VNG terecht aangeeft, kunnen niet alleen de extra middelen voor natuurinclusief isoleren voor de natuurvriendelijke werkwijze en SMP’s ingezet worden. Vorig jaar zijn tevens in een aparte regeling middelen voor het opstellen van SMP’s beschikbaar gekomen. Ook dit jaar zijn er middelen beschikbaar om SMP’s op te stellen. De regeling dit jaar moet nog worden gepubliceerd, dit zal naar verwachting na de zomer zijn.
Samen met IPO en VNG is BZK ook de tweede tranche van de SPUK de voorwaarden zo goed mogelijk aan het invullen, zo ook de verdeling van de middelen voor de alternatieve verblijfplaatsen. Hier wordt rekening gehouden met de berekende compensatieopgave van gemeenten en actuele prijzen die gevraagd worden voor het realiseren van deze alternatieve verblijven. De Vereniging Eigen Huis schetst dat vrijwel alle woningen binnen het NIP natuurinclusief geïsoleerd moeten worden en dat dit grote gevolgen heeft voor de planning, kosten en uitvoering. Niet voor alle isolatiemaatregelen zijn de effecten echter even groot en slechts een beperkt aantal maatregelen gelden onder het maximum landelijk percentage. Zo zijn de effecten voor vloer- en glasisolatie relatief beperkt. Daarnaast zijn er al gemeenten die aan de slag zijn/willen met een pre-SMP of SMP. Het pre-SMP biedt op termijn meer mogelijkheden. De reguliere werkwijze voor ecologisch onderzoek blijft ook nog mogelijk. De uitvoeringstermijn voor de tweede tranche loopt tot eind 2027, met twee de mogelijkheid tot een jaar verlenging. Natuurvriendelijk isoleren kan een reden zijn tot het verlenen van uitstel, mits wel de mogelijke voorbereidingen zijn getroffen zoals ten aanzien van het opstellen van een SMP. Het verlagen van de doelstelling van het NIP is daarom niet nodig.
De Vereniging Eigen Huis vraagt verder naar hoe de percentages van de werkwijze voor natuurvriendelijk isoleren en de lokale aanpak samenlopen. Dit zal nader worden uitgewerkt in vragen en antwoorden (QenA’s) https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2024-20127.html
40/50
26-10-2024, 10:19
Staatscourant 2024, 20127 | Overheid.nl > Officiële bekendmakingen
en worden gepubliceerd op de website van RVO. 8.8 Gebruik biobased bouwmaterialen Gideon, de Friese Energietafel en Verbouwstromen pleiten ervoor om in de lokale aanpak van het isolatieprogramma uitsluitend biobased bouwmaterialen toe te staan en het gebruik van biobased isolatiemateriaal extra te belonen. Greenleap Consultancy stelt voor om het begrip natuurinclusiviteit expliciet mee te nemen en verwijst daarbij naar het Landelijke Bouwstenenrapport 2022 en de intentie om te onderzoeken hoe de Maatlat groene klimaatadaptieve gebouwde omgeving juridisch geborgd kan worden. De intentie om het gebruik van biobased bouwmaterialen te stimuleren en daarnaast invulling te geven aan de maatlat wordt onderschreven. Het is echter niet passend om dit via subsidievoorwaarden in een specifieke uitkering vorm te geven. Bedacht moet worden dat deze regeling is gericht op het extra ondersteunen van kwetsbare huishoudens bij de isolatie van hun woning. De gemeente moet daarbij de ruimte hebben om hier zelf invulling aan te geven. Het staat de gemeente overigens vrij om in de lokale uitwerking van de regeling specifiek aandacht te besteden aan biobased isolatiemateriaal en de maatlat. Overigens is er in de ISDE sinds dit jaar wel een bonus voor biobased isolatiemateriaal.
Om het gebruik van biobased milieuvriendelijk isolatiemateriaal aan te moedigen wordt er een extra bedrag per vierkante meter aan subsidie toegekend. 8.9 Gezonde woningen Verbouwstromen roept op om de middelen ook in te kunnen zetten voor energiezuinig ventileren. Dit is al het geval, zoals blijkt uit artikel 2, eerste en tweede lid. Voor verenigingen van eigenaars kan bovendien ook nog budget gestapeld worden uit de SVVE. Voor zover naad- en kierdichting onderdeel is van het toepassen van de isolatie- en ventilatiemaatregelen in het kader van deze regelingen, kan dit ook meegenomen worden. Als het enkel gaat om het plaatsen van tochtstrips, dan zijn deze middelen daar niet voor bedoeld. Daarvoor kunnen de middelen voor de aanpak energiearmoede worden ingezet ( https://www.volkshuisvestingnederland.nl/onderwerpen/aanpak-energiearmoede ). 8.10 Bonaire In een anonieme reactie wordt gesteld dat deze subsidie ook beschikbaar moet komen voor Bonaire. De regeling voldoet nu niet aan 'comply or explain'. Het openstellen van deze specifieke regeling voor Bonaire en de andere BES-eilanden ligt niet voor de hand, omdat het gaat om (warmte)isolatie van woningen met een slecht energielabel. Dat neemt niet weg dat energiebesparing op de BES-eilanden belangrijk is.
Daar is ook specifiek aandacht voor in de Beleidsagenda Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening voor Caribisch Nederland als het gaat om energiearmoede. Daarnaast gaan Bonaire, Saba en Sint-Eustatius met het kabinet aan de slag met hun eigen klimaatplannen, gericht op klimaatadaptatie en -mitigatie. Daarvoor heeft het kabinet 1 miljoen euro beschikbaar gesteld (Kamerstukken II, 32 813, AY). 8.11 Recreatiewoningen T. Guitsen de Vries uit Steenwijkerland geeft aan het jammer te vinden dat woningeigenaren die in de Basisregistratie personen (BRP) op het adres van een recreatiewoning staan ingeschreven en voor de belastingen worden aangeslagen op hun woonadres worden uitgesloten van iedere overheidsregeling ter verbetering van hun permanente woning. Voor deze regeling is echter als basis de voorwaarde dat de woningeigenaar een woning in eigendom heeft waarin hij zijn hoofdverblijf heeft of direct na renovatie van deze woning zal hebben. Dit is niet gekoppeld aan de BRP. In een gemeente kan er echter wel voor worden gekozen om in de isolatieaanpak wel deze voorwaarde te stellen, bijvoorbeeld ten behoeve van de uitvoerbaarheid. Dat is aan de gemeente. 8.12 BTW Bij de eerste tranche zijn er verschillende gemeenten geweest die achteraf hebben aangegeven geen goede inschatting te hebben gedaan van het bedrag dat in aanmerking komt voor BTW-compensatie.
Ook https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2024-20127.html
41/50
26-10-2024, 10:19
Staatscourant 2024, 20127 | Overheid.nl > Officiële bekendmakingen
verschillende partijen geven in de reacties op de consultatie aan dat er fouten worden gemaakt bij de inschatting van BTW-compensatie. Onder andere de VNG en Verbouwstromen wijzen hierop. Hoewel het erg vervelend is als blijkt dat de inschatting niet klopt, is het onwenselijk de regeling op dit punt aan te passen. Het alternatief is namelijk dat er een bedrag vooraf van het beschikbare budget voor gemeenten wordt afgehaald. Dit is nadelig voor de gemeenten die in hun aanpak geen recht hebben op BTW-compensatie uit het fonds, zij lopen dan middelen mis. Het achteraf, bijvoorbeeld op basis van de SiSa-verantwoording, de BTW-compensatie vaststellen is niet mogelijk, omdat in de betreffende jaren geen budget hiervoor beschikbaar is. Bovendien is het niet uitvoerbaar om de budgetten op dat moment nog te verrekenen met de middelen die dan reeds uitgekeerd zijn aan gemeenten. De verkeerde inschatting van gemeenten was veelal mede het gevolg van onduidelijkheid over het belang van een goede inschatting, zo blijkt uit de contacten met de gemeenten die bij de eerste tranche op dit punt contact hebben gezocht met RVO. De uitleg over de BTW-compensatie en wat wordt gedaan met de inschatting van het bedrag in de aanvraag zal worden verduidelijkt. Zowel in het aanvraagformulier als bij de veel gestelde vragen op de site van RVO.
Hierbij zal ook verduidelijkt worden wanneer er een afdracht voor het BTWcompensatie moet worden gedaan en de BTW bij het fonds kan worden teruggevraagd. 8.13 Aanbestedingsregels In een anonieme reactie wordt gevraagd om landelijk vast te stellen hoe om te gaan met de aanbestedingsregels, omdat er nu verschillen in aanpak tussen gemeenten zijn ontstaan. Er wordt echter niet voor gekozen om regels vast te leggen over de wijze waarop de gemeente aanbestedingen moet vormgeven. Dit zou de vrijheid van de gemeente om rekening te houden met de lokale omstandigheden en situatie te veel inperken. Bij specifieke vragen over aanbesteden kan de gemeente terecht bij PIANOo, het Expertisecentrum Aanbesteden van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat. Zie https://www.pianoo.nl/nl 8.14 Uitvoeringscapaciteit gemeenten De Vereniging Eigen Huis (VEH) vindt het belangrijk dat zoveel mogelijk gemeenten gebruik maken van de regeling. De vereniging roept op om ervoor te zorgen dat er voldoende uitvoeringscapaciteit beschikbaar is. De Friese Energietafel geeft aan dat gemeenten maar beperkte capaciteit en expertise hebben om de regeling uit te voeren en doet de suggestie om RvO de uitvoerende partij van de regeling te maken in plaats van gemeenten. De wens van de Vereniging Eigen Huis dat zoveel mogelijk gemeenten gebruik maken van de regeling wordt onderschreven.
Gemeenten kunnen de met deze regeling beschikbaar gestelde middelen ook deels inzetten voor uitvoeringskosten. Daarnaast kunnen gemeenten aanspraak maken op de Tijdelijke regeling capaciteit decentrale overheden voor klimaat- en energiebeleid, die specifiek gericht is op de uitvoering van klimaatbeleid. Verder wordt gemeenten ondersteuning geboden via het Nationaal Programma Lokale Warmtetransitie, onder meer door webinars en kennisuitwisseling. Ook Verbouwstromen zorgt voor ondersteuning van gemeenten. De suggestie van de Friese Energietafel om de regeling onder te brengen bij RvO wordt niet gevolgd, omdat dit de opzet van de lokale aanpak, waarbij het isolatieprogramma zoveel mogelijk aansluit bij de lokale situatie, niet recht zou doen. 8.15 Looptijd regeling De Friese Energietafel en een anonieme reactie pleiten voor een langere looptijd dan drie jaar. Ze voeren aan dat het om een kwetsbare doelgroep gaat die extra ondersteuning nodig heeft en wijzen daarnaast op de complexiteit van natuurinclusief isoleren. De regeling biedt de mogelijkheid om de uitvoeringstermijn twee keer met een gemotiveerd verzoek te verlengen (artikel 6, tweede lid).
Hiermee biedt de regeling al de mogelijkheid voor een langere uitvoeringstermijn, zij het op verzoek indien sprake is van onvoorziene omstandigheden op grond waarvan het aannemelijk is dat de uitvoering van de activiteiten waar de specifieke uitkering voor is verstrekt niet binnen die termijn kan worden afgerond. 8.16 Woningen tellen één keer mee Verbouwstromen, de G4 en vanuit Zutphen is aangegeven dat onduidelijk is of woningen meer dan één keer mogen meetellen voor de verantwoording. Dit is niet het geval. Woningen die met middelen uit tranche 1 zijn geholpen mogen wel ook met middelen uit tranche 2 worden geholpen om extra maatregelen te nemen, maar https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2024-20127.html
42/50
26-10-2024, 10:19
Staatscourant 2024, 20127 | Overheid.nl > Officiële bekendmakingen
de woning mag slechts bij een van de twee tranches (eenmaal) meetellen. Het is inderdaad wel zo, zoals Verbouwstromen aangeeft, dat als met de middelen uit tranche 1 meer woningen zijn verbeterd dan waarvoor de gemeente een aanvraag heeft gedaan, deze woningen ook mee kunnen tellen voor tranche 2. De onduidelijkheid in de tekst van artikel 1 (zoals aangegeven in een anonieme reactie uit Zutphen en door de G4) is verholpen. 8.17 Onderzoek naar knelpunten In een anonieme reactie wordt opgeroepen te onderzoeken of er nog meer potentiële problemen zijn rondom de uitvoering van de isolatieaanpak in samenhang met Nederlandse wet- en regelgeving. Niet alle mogelijke knelpunten zijn te voorzien en te onderzoeken, maar in de praktijk blijken vaak oplossingen mogelijk. Naast signalen uit deze internetconsultatie, overleg met de isolatiebranche en medeoverheden, komt de voortgang van de energietransitie en mogelijke knelpunten ook aan de orde in het uitvoeringsoverleg gebouwde omgeving, waaraan verschillende betrokken partijen deelnemen. In 2023 heeft dit uitvoeringsoverleg het rapport ‘Goed geregeld’ uitgebracht met voorstellen om de energietransitie te versnellen en knelpunten weg te nemen. Het rapport en de reactie daarop zijn begin dit jaar aan de Tweede Kamer aangeboden (Kamerstukken II, 32 847, nr. 1156).
8.18 Gebruik van gegevens In twee anonieme reacties van gemeenten wordt aangegeven dat de gemeente geen gebruik kan maken van gegevens van huishoudens met energietoeslag voor de isolatieaanpak omdat de Algemene Verordening Gegevensbescherming (hierna: AVG) dit niet toestaat. Deze gemeenten doen de oproep dit te wijzigen. De regels met betrekking tot de AVG kunnen met deze regeling niet worden aangepast. In het kader van de aanpak van energiearmoede is er een toolkit ontwikkeld die gemeenten handvatten biedt om de groep die in aanmerking komt in beeld te brengen. Wanneer de AVG geen mogelijkheden biedt, kunnen medewerkers van het sociale domein bewoners bij bestaande contacten altijd informeren over de aanpak energiearmoede en de isolatieaanpak. Zie voor de verwijzing naar de toolkit: Toolkit Aanpak Energiearmoede . 8.19 Afwijzing WOZ-waarde In een anonieme reactie wordt aangegeven dat de WOZ-waarde een belemmering vormt. Veel vragen in de gemeente komen van woningen die net niet aan de WOZ-waarde voldoen. Dit zijn vaak twee-ondereenkapwoningen die 10% tot 20% hoger zijn dan het gemiddelde, verouderde woningen of voormalige boerderijwoningen. De gemeente stelt voor van de WOZ-grens af te mogen wijken. De gemeente heeft de mogelijkheid om voor 20% van de woningen af te wijken van het WOZ-criterium (of de NHG-grens).
Dat biedt ruimte om met deze genoemde situaties rekening te houden. Een verdere aanpassing van het criterium is dan ook niet voorzien. 8.20 Extra middelen Twee reacties, uit Rijssen-Holten en uit Moerdijk vragen om extra middelen. Vanwege gestegen kosten en kosten voor asbestsanering. Ten aanzien van de hogere kosten, zal dit voor een deel ook komen door natuurvriendelijk isoleren. Hiervoor zijn extra middelen beschikbaar gesteld, namelijk 34,66 miljoen euro. Voor asbestverwijdering zijn de middelen uit de regeling niet bedoeld. Hiervoor zijn dus andere middelen nodig. Een anonieme reactie uit Moerdijk roept op om geen aanpassingen of extra middelen toe te voegen aan de regeling. Vooralsnog is daarvan nu geen sprake. Overigens biedt het programma Verbouwstromen diverse gemeenten hulp het bij vormgeven van meerjarige isolatieaanpakken, met meerjarig perspectief, die erop zijn ingericht toekomstige tranches en middelen toe te voegen. 8.21 Stapeling van middelen In een anonieme reactie wordt de vraag gesteld of het mogelijk is de middelen voor de isolatieaanpak te combineren met andere gelden, zoals het Volkshuisvestingsfonds. De lokale isolatieaanpak staat niet in de weg van het stapelen van deze middelen met andere, zoals die voor energiearmoede of het Volkshuisvestingsfonds. Ook het Volkshuisvestingsfonds zelf vormt geen belemmering.
Wel kunnen voorwaarden van andere https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2024-20127.html
43/50
26-10-2024, 10:19
Staatscourant 2024, 20127 | Overheid.nl > Officiële bekendmakingen
regelingen, bijvoorbeeld van de gemeente zelf of van provincies, bepalingen bevatten die stapeling uitsluiten. De gemeente doet er goed aan dit na te gaan voor de specifieke subsidieregeling. 8.22 Versimpelen regeling en versoberen monitoringsgegevens Verschillende partijen vragen om de verantwoordingseisen te versoepelen. De VNG doet hiertoe een aantal specifieke voorstellen. Het voorstel om gegevens over of een woningeigenaar behoort tot de kwetsbare doelgroep kan worden overgenomen. Dit kan zowel in de SiSa-verantwoording als in het monitoringsbestand komen te vervallen, aangezien de voorwaarde dat meer dan 4.000 euro alleen kon worden besteed aan deze doelgroep is geschrapt. Over het algemeen zijn de gegevens over de maatregelen die worden getroffen bedoeld om de effectiviteit van de regeling te kunnen monitoren. Tevens geeft het inzicht in het voldoen aan de voorwaarden uit de regeling voor gemeenten. Op deze manier draagt het bij aan het verzoek van de VNG vraagt om een eenvoudig monitoringsbestand te leveren, waarmee duidelijk is hoe verantwoord moet worden. Voor 1 juli zal het aangepaste monitoringsbestand worden geplaatst op de site van RVO. Er zal worden bezien of er nog verdergaande versoberingen en versimpelingen mogelijk zijn. L. van Beusekom uit Zwolle verzoekt tot het komen tot één verantwoording.
Voor de SiSa-verantwoording geldt dat er per beschikking verantwoording afgelegd moet worden. Voor het monitoringsbestand kunnen wel alle tranches in één bestand opgenomen worden. Daarnaast is het verzoek uit Zwolle om ook tot één regeling te komen en één set voorwaarden. Hier wordt al aan voldaan doordat alle voorwaarden voor zowel de eerste als de tweede tranche gelden. De verbeteringen worden met terugwerkende kracht doorgevoerd. Alleen de mogelijkheid tot verlenging is niet gelijk. Voor de tweede tranche is twee maal een mogelijkheid tot één jaar verlengen en voor de eerste tranche is er drie keer een mogelijkheid tot één jaar verlengen. De Friese Energietafel uit Leeuwarden vraagt aandacht voor de toegankelijkheid van de regeling voor de bewoner. Terecht wordt opgemerkt dat een simpel en overzichtelijk proces noodzakelijk is om mensen succesvol gebruik te laten maken. Om deze reden worden gemeenten opgeroepen voor deze doelgroepen voldoende ontzorging te bieden zodat zij ook verduurzamingstappen kunnen zetten. Bijvoorbeeld met hulp van energiefixers, -coaches en energieloketten. Er zal ook aandacht moeten zijn voor goede communicatie richting bewoners. In de communicatietoolkit op volkshuisvestingnederland.nl is hiervoor materiaal beschikbaar. Ook is in de praktijk te zien dat verschillende gemeenten samenwerken om goede communicatie vorm te geven.
Op verzoek van onder andere een anonieme reactie uit Vriezenveen zal op volkshuisvestingnederland.nl een overzicht worden geplaatst van alle beschikbare bedragen per gemeente. Het Regionaal Energieloket vraagt hoe het aantal woningen waarvoor in de 2e tranche een uitkering kan worden aangevraagd is vastgesteld. Dit is in beginsel gebaseerd op de verdeelsleutel van het CBS die ook is gebruikt voor tranche 1. Hierbij opgeteld is het aantal woningen dat in tranche 1 niet is aangevraagd, voor de betreffende gemeenten. 8.23 Zoveel mogelijk maatregelen met beschikbare middelen Tot slot roept Verbouwstromen op om de regeling niet te vertalen naar isolatieaanpakken waar wordt ingezet op wat minimaal moet, maar op wat maximaal kan. Deze oproep wordt onderschreven met de brief die onlangs naar de Tweede Kamer is verstuurd ( https://www.rijksoverheid.nl/documenten/kamerstukken/2024/05/28/verzamelbrief-verduurzaming-gebouwdeomgeving ). Door slim gebruik te maken van beschikbare middelen, en hierop aanbod te ontwikkelen richting bewoners, bijvoorbeeld met het Warmtefonds, kunnen zoveel mogelijk maatregelen per woning worden getroffen.
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2024-20127.html
44/50
26-10-2024, 10:19
Staatscourant 2024, 20127 | Overheid.nl > Officiële bekendmakingen
Met de Meerjarig Collectief Ontzorgen (MCO)-aanpak ondersteunt Verbouwstromen regio/gemeenten op wat maximaal kan. Dat gaat over verduurzaming in de diepte (aantal maatregelen/woning) en over de breedte (aantal unieke woningen). 8.24 Bijlage III Een anonieme reactie vraagt terecht of de verwijzing in bijlage III naar de Regeling basisregistratie ondergrond klopt. Dat is niet het geval. Dat is aangepast met de juiste verwijzing naar de regeling. Tevens is een aantal bedragen in de 5e kolom van bijlage III gecorrigeerd. Abusievelijk waren er bedragen versprongen, waardoor voor een aantal gemeenten de verdeelsleutel voor de doe-het-zelfmiddelen niet juist werd toegepast. 8.25 Nij Begun In een anonieme reactie van een gemeente wordt opgemerkt dat de koppeling met de voorwaarden die gesteld worden aan isolatie bij gemeenten die in aanmerking komen voor Nij Begun ontbreekt. Op dit moment wordt de regeling voor Nij Begun vormgegeven. De exacte invulling daarvan staat nog niet vast. Daarom is het nu nog niet mogelijk daar rekening mee te houden. Wanneer dat wel het geval is, zal deze regeling zo mogelijk op dit punt moeten worden aangepast. 8.26 Overig Door partijen zijn tot slot nog een aantal overige vragen gesteld en suggesties gedaan. Dit betreffen: – Verzoek tot enkele verhelderingen in de teksten en toelichtingen, die zijn allemaal doorgevoerd.
Dit betreft onder andere nummering van de kolommen in bijlage III. – De G4 vraagt naar het WOZ-uitgangspunt. Dit blijft inderdaad ongewijzigd, gebaseerd op 2022, zodat de isolatieaanpakken hier niet tussentijds op hoeven worden aangepast.
II. Artikelsgewijs Artikel I Onderdeel A In artikel 1, eerste lid, van de regeling worden begripsbepalingen ingevoegd en gewijzigd. Doe-het-zelfmaatregelen waren reeds mogelijk onder de bestaande regeling voor de eerste tranche. Nu zijn de doe-het-zelfmaatregelen opgenomen in een definitiebepaling en enkele plaatsen in de regeling, hetgeen noodzakelijk was om twee zaken te kunnen regelen die specifiek voor doe-het-zelfmaatregelen gelden, en niet voor overige maatregelen: 1) de minimale vierkante metereisen met betrekking tot de te isoleren oppervlakte gelden niet voor wat betreft de doe-het-zelfmaatregelen en voor het aanvullende, specifiek voor doe-het-zelf geoormerkte budget van 25,5 miljoen, geldt daarnaast ook dat de eisen ten aanzien van minimaal te behalen isolatiewaardes niet gelden. Nogmaals wordt erop gewezen dat deze eisen weliswaar niet gelden als het gaat om de vraag waar de gemeente de specifieke uitkering aan mag besteden bij doe-het-zelf, maar dat de eisen wél gelden onder
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2024-20127.html
45/50
26-10-2024, 10:19
Staatscourant 2024, 20127 | Overheid.nl > Officiële bekendmakingen
de voorwaarde van artikel 6, eerste lid. Dit betekent dat bij de verantwoording in het kader van deze verplichting enkel woningen mogen meetellen waarbij wél aan die eisen is voldaan. 2) er is een aanvullend budget beschikbaar gesteld dat volledig besteed dient te worden aan doe-hetzelfmaatregelen. Voor dit aanvullende budget wordt geen aanvullend doel gesteld met betrekking tot het aantal te isoleren woningen. De gemeente mag woningen die met behulp van dit budget worden geïsoleerd echter wel meetellen in de verantwoording voor de verplichting in het kader van artikel 6, eerste lid, indien aan de minimale vierkante metereis is voldaan. Zie voor een nadere toelichting over doe-het-zelf paragrafen 3.1, 3.3.3 en 3.4 van het algemeen deel van deze toelichting. Met oog op het expliciteren van de doe-het-zelfmaatregelen in de regeling is het tevens nodig om een definitie van het begrip ‘bouwbedrijf’ in te voegen. Voor deze definitie is aangesloten bij de Investeringssubsidie duurzame energie en energiebesparing (ISDE) en de Subsidieregeling verduurzaming voor verenigingen van eigenaars (SVVE). Op deze manier kunnen doe-het-zelfmaatregelen worden omschreven als de negatie van maatregelen die worden uitgevoerd door een bouwbedrijf. De begripsomschrijving van het begrip slecht geïsoleerde woning is aangepast.
Naast de reeds bestaande definitie die nu in onderdeel a is opgenomen, is een onderdeel b toegevoegd dat specifiek voor woningen binnen gemengde verenigingen geldt. Dit is gedaan om uitvoeringsproblematiek op te lossen die nader is omschreven in paragraaf 3.2 van het algemeen deel van deze toelichting. Ten slotte regelt het nieuw toegevoegde onderdeel c het volgende. Als een woning eerder kwalificeerde als slecht geïsoleerde woning onder deze regeling, maar na het treffen van maatregelen op grond van deze regeling niet meer, dan kwalificeert de woning alsnog als slecht geïsoleerde woning in het kader van de volgende tranches. Dit past bij het uitgangspunt van de meerjarige aanpak waarbij gemeenten woningen intensiever helpen verduurzamen. In artikel 4, tweede lid, onderdeel b, wordt daarnaast geregeld dat woningen waaraan reeds isolatiemaatregelen op basis van de regeling zijn getroffen, niet nog een keer meegenomen kunnen worden in een aanvraag. Dit hangt samen met het uitgangspunt dat de lokale aanpak gericht is op de isolatie van 750.000 woningen, en op basis daarvan wordt het budget verdeelt. Woningen binnen het budget in meerdere aanvragen vaker meetellen zou ervoor zorgen dat de 750.000 woningen niet gehaald kunnen worden. Dus woningen kunnen vaker worden meegenomen in verschillende tranches, maar niet meermaals meetellen bij het aantal in de aanvraag.
Ten slotte is in de omschrijving van een vergelijkbare energetische staat in het vierde subonderdeel het bouwdeel ‘ramen’ verder uitgeschreven tot ‘ramen, panelen in kozijnen en deuren’. Dit was reeds beoogd en betreft een verduidelijking. Onderdeel B Zie voor een nadere toelichting over deze wijziging van artikel 2, tweede lid, van de regeling, de artikelsgewijze toelichting bij onderdeel A met betrekking tot doe-het-zelfmaatregelen. In artikel 2, tweede lid, zijn de energiebesparende isolatiemaatregelen geregeld waar de gemeente de specifieke uitkering aan mag besteden. Op deze plaats is het dus relevant om de uitzondering op de minimale vierkante metereisen voor gemeenten te regelen en voor het aanvullende, specifiek voor doe-het-zelf geoormerkte budget van 25,5 miljoen, geldt daarnaast ook dat de eisen ten aanzien van minimaal te behalen isolatiewaardes niet gelden. Onderdeel C https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2024-20127.html
46/50
26-10-2024, 10:19
Staatscourant 2024, 20127 | Overheid.nl > Officiële bekendmakingen
In artikel 3 was enkel het budget voor het aanvraagtijdvak van de eerste tranche opgenomen. Daar is nu een eerste lid van gemaakt, en in een nieuw tweede en derde lid zijn de budgetten voor het aanvraagtijdvak van de tweede tranche opgenomen. Zie over de samenstelling van de budgetten hoofdstuk 2 van het algemeen deel van de toelichting. Het tweede lid bevat het ‘reguliere’ budget van de lokale aanpak voor de tweede tranche. Aan dit budget is een minimumaantal woningen verbonden dat de gemeente daarmee dient te isoleren. Als het college dit budget aanvraagt, ontvangt de gemeente automatisch ook het volledige bedrag dat in de vierde kolom in bijlage III is opgenomen. Dit betreft middelen die zijn bedoeld voor de woningen waarvoor al een deel van het beschikbare budget voor de lokale isolatieaanpak in 2022 beschikbaar is gesteld. Zie hoofdstuk 2 van het algemeen deel van de toelichting voor een nadere toelichting hierover. In het nieuwe derde lid is een grondslag voor het aanvragen van het budget opgenomen dat specifiek geoormerkt is voor doe-het-zelfmaatregelen. Deze aanvraag staat los van de aanvraag uit het tweede lid. Dit budget kan niet voor een gedeelte door het college aangevraagd worden, enkel het volledige bedrag. Hier staat echter geen minimaal aantal te isoleren woningen tegenover.
De gemeente dient deze specifieke uitkering uitsluitend te besteden aan doe-het-zelfmaatregelen. Zie voor een nadere toelichting over doe-hetzelfmaatregelen de artikelsgewijze toelichting bij onderdeel A. In het nieuwe vierde lid is de herverdeling geregeld die nader is toegelicht in paragraaf 3.3.3 van het algemeen deel van de toelichting. Onderdeel D Omdat in artikel 4 met betrekking tot de aanvraag een aantal wijzigingen op verschillende plaatsen in het artikel zijn gedaan, is ervoor gekozen het artikel in het geheel opnieuw vast te stellen. In het eerste lid, onderdeel b, is het nieuwe aanvraagtijdvak voor de tweede tranche geregeld. In onderdeel a is het aanvraagtijdvak voor de eerste tranche nog steeds opgenomen. Daar is voor gekozen om de meerjarigheid van de lokale aanpak in de regeling tot uitdrukking te brengen en omdat een aantal versoepelingen in de regeling ook met terugwerkende kracht van toepassing worden op de specifieke uitkeringen die verstrekt zijn tijdens de eerste tranche.
In het tweede lid, onderdeel b, is naast het bestaande vereiste dat een aantal woningen moet worden opgegeven in de aanvraag, hetgeen rechtstreeks samenhangt met een voor die gemeente beschikbaar budget per woning uit de betreffende bijlage (I, II, of III), een zin toegevoegd waarin is geregeld dat woningen waaraan reeds isolatiemaatregelen op basis van de regeling zijn getroffen, niet nog een keer meegenomen kunnen worden in een aanvraag. Dit neemt niet weg dat er wel opnieuw budget van latere tranches aan dezelfde woning kan worden besteed, de woning kan echter niet nogmaals meetellen in het aantal woningen dat de gemeente dient te isoleren. Het nieuwe derde lid regelt een uitzondering op een aantal aanvraaggegevens voor een aanvraag als bedoeld in artikel 3, derde lid. Dat betreft een aanvraag voor het budget dat gebonden is aan doe-het-zelfmaatregelen. Voor een aanvraag voor dit budget hoeft geen aantal woningen opgegeven te worden en ook niet de hoogte van het aangevraagde bedrag. De hoogte van het aangevraagde bedrag staat immers vast, dat is altijd het totaal beschikbare bedrag. Er hoeft voor dit budget geen aantal woningen geïsoleerd te worden, daarom hoeft ook geen aantal te worden opgegeven bij de aanvraag. Bij de verantwoording dient wel gerapporteerd te worden over deze woningen die verbeterd zijn.
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2024-20127.html
47/50
26-10-2024, 10:19
Staatscourant 2024, 20127 | Overheid.nl > Officiële bekendmakingen
Onderdeel E In Artikel 4a wordt een technische wijziging toegepast om de verwijzing naar artikel 3 kloppend te houden na het opdelen van artikel 3 in meerdere artikelleden. Onderdeel F Artikel 5 regelt de wijze van betaling en inhoud van de uitkeringsbeschikking. Dit artikel wordt opnieuw vastgesteld, waarbij de regeling van deze onderwerpen met betrekking tot de eerste tranche vervalt en die voor de tweede tranche wordt geregeld. Op de overige plaatsen in de regeling is ervoor gekozen om de regeling met betrekking tot de eerste tranche te behouden, in verband met de terugwerkende kracht die aan de versoepeling van sommige voorwaarden van toepassing is op de eerste tranche. Op deze wijze is de eerste tranche nog zichtbaar in de lopende regeling, en is de meerjarigheid van de lokale aanpak ook zichtbaar in de actuele regeling. In dit artikel is er echter voor gekozen om de bepalingen met betrekking tot de eerste tranche te laten vervallen, ten behoeve van duidelijkheid van de regeling, hetgeen mogelijk is omdat de betalingen met betrekking tot de eerste tranche zijn afgehandeld en de bepalingen daarom materieel zijn uitgewerkt. Om dezelfde reden is ook bijlage III komen te vervallen, terwijl bijlagen I en II in stand worden gehouden.
Met betrekking tot andere bepalingen met betrekking tot de eerste tranche is er ook sprake van dat deze materieel zijn uitgewerkt, zoals de bepaling met het regelen van het aanvraagtijdvak voor de eerste tranche in artikel 4, eerste lid, onderdeel a, maar die is behouden om blijk te geven van de meerjarigheid in de regeling en een duidelijke koppeling met de voorwaarden die met terugwerkende kracht ook worden toegepast op de eerste tranche. Onderdeel G Artikel 6 regelt de verplichtingen die verbonden zijn aan de besteding van de specifieke uitkering. Als hier niet aan voldaan is kan (een deel van) de specifieke uitkering door de minister worden teruggevorderd. Het eerste lid, onderdeel a, bevat de verplichting om energiebesparende isolatiemaatregelen te treffen in het aantal slecht geïsoleerde woningen dat het college heeft opgegeven in de aanvraag. Dit criterium is uitgebreid met subonderdelen 1° en 2°. In subonderdeel 1° is bepaald dat voor dit criterium enkel energiebesparende isolatiemaatregelen meetellen, die voldoen aan de minimale vierkante metereisen voor isolatie en de eisen ten aanzien van minimaal te behalen isolatiewaardes die gelden op grond van de ISDE of de SVVE. In subonderdeel 2° is een uitzondering geregeld voor 10% van de woningen die het college heeft opgegeven in de aanvraag, maar de uitzondering geldt enkel voor de minimale vierkante metereisen.
10% van die woningen hoeft dus niet te voldoen aan de eisen die gelden ten aanzien van de minimaal te isoleren oppervlakte om wel mee te kunnen tellen voor het te behalen aantal woningen in de verantwoording. Deze ruimte wordt geboden (ook met terugwerkende kracht voor de eerste tranche) zodat gemeenten bepaalde kleine woningen ook mee kunnen nemen in de aanpak die niet aan die eisen kunnen voldoen. Zie hierover ook paragrafen 3.3.2 en paragraaf 3.4 van het algemeen deel van de toelichting. Onderdeel c is uitgebreid met de uiterlijke termijn van afronding van de activiteiten en de uiterlijke bestedingstermijn voor middelen van de tweede tranche, voor beide geldt 31 december 2026 als uiterlijke bestedingstermijn. Deze termijn kan bij opgelopen vertraging wegens onvoorziene omstandigheden op gemotiveerd verzoek van het college tweemaal met ten hoogste één jaar verlengd worden (dat is geregeld in het tweede lid, onderdeel b). In het eerste lid, onderdeel d, is met betrekking tot het voor doe-het-zelf geoormerkte budget (het budget opgenomen in de vijfde kolom van bijlage III) bepaald dat dat budget volledig aan doe-het-zelf moet worden https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2024-20127.html
48/50
26-10-2024, 10:19
Staatscourant 2024, 20127 | Overheid.nl > Officiële bekendmakingen
besteed, dat wil zeggen energiebesparende isolatiemaatregelen door doe-het-zelvers maar ook activiteiten als bedoeld in artikel 2, derde lid (zoals ondersteuning vanuit de gemeente) die gericht zijn op het tot stand brengen van die doe-het-zelfmaatregelen. Onderdeel H In onderdeel H wordt het opschrift van bijlage I technisch gewijzigd, waarbij ‘artikel 3’ vervangen wordt door ‘artikel 3, eerste lid’ om deze verwijzing weer kloppend te krijgen nu in deze wijzigingsregeling artikel 3 wordt opgedeeld in meerdere artikelleden. Onderdeel I In onderdeel I wordt in bijlage III van de regeling de tabel opgenomen met de budgetten voor de tweede tranche. De voormalige bijlage III bevatte een overzicht van gemeenten waarvoor een uitzondering op het geregelde uitbetalingsmoment van de specifieke uitkeringen uit tranche één werd gemaakt. Het is niet noodzakelijk die bijlage te behouden, zie daarvoor ook de artikelsgewijze toelichting bij onderdeel F. Daarom kan deze bijlage vervallen en komt de bijlage met budgetten voor de tweede tranche daarvoor in de plaats, als nieuwe bijlage III. Artikel II Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na plaatsing in de Staatscourant. Er hoeft geen rekening te worden gehouden met de vaste verandermomenten of een minimale invoeringstermijn, omdat de gemeenten niet meedingen om hetzelfde budget.