CConstaterende datSchouwen-Duiveland
Koppel je AI →
Document · PDF

1179600 Bijlage 1 Erfgoedvisie Schouwen-Duiveland (2024)

Gemeenteraad 12 december 2024, gemeente Schouwen-DuivelandBij agendapunt: RVS Actualisatie erfgoedbeleid vaststellen Erfgoedvisie Schouwen Duiveland (1179600)16.727 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Ook die concentreerden zich op de kreekruggen, en kregen in veel gevallen de vorm van een ringdorp. Voorbeelden van ringdorpen zijn Renesse, Noordwelle, Serooskerke, Kerkwerve, Ouwerkerk en Nieuwerkerk. Sommige dorpskernen zijn ontstaan als een dorpsterp, zoals Brijdorpe, Elkerzee en Nieuwerkerke (Schutje).

Het ontstaan van nieuwland (1200–1600) Nadat het bestaande oudland was veiliggesteld door middel van een doorgaande ringdijk, ging men er daarna snel toe over om dit areaal uit te breiden. Het is een stap van zogenaamd defensief bedijken naar een offensieve vorm van bedijking. Men begon daarmee al in de 13e eeuw.

31

Het begon met het terugwinnen van een aantal oudlandgebieden die eerder waren geïnundeerd en waar het oudland door opslibbing als het ware was ‘verjongd’ en die men opnieuw herdijkte. Daartoe behoorden (1300) Dreischor, (1305) Sirjansland en (1354) Oosterland. Tegelijkertijd werden ook relatief smalle stroken schor bedijkt, die na verloop van tijd als aanwassen tegen het oostelijk deel van de ringdijk van Schouwen ontstaan waren. Dit betrof onder meer de Zuider- en Gooikensnieuwlandpolder ten oosten van Zierikzee en de Zuidernieuwlandpolder bij Brouwershaven. Een volgende stap was het indijken van het noordelijk deel van de Gouwe tussen Schouwen enerzijds en Dreischor anderzijds. Met 2 dijken over de volle breedte van de Gouwe ontstond hier in 1374 de polder Noordgouwe. Die werd in 1401gevolgd door de polder Zonnemaire en vervolgens door nog een aantal kleinere polders. Deze nieuwe polders hebben vrijwel alle een grootschalige, blokvormige verkaveling met een zeer planmatig karakter. Ook het wegenpatroon is er vaak zeer regelmatig en wordt gekenmerkt door lange rechte wegen. Alleen in de grotere en over het algemeen oudere nieuwlandpolders werden dorpen gesticht, veelal planmatig van opzet.

Zo is Bruinisse (in de gelijknamige polder van 1468) opgezet als een representant van het voorstraatdorp, waarbij de hoofdstraat van het dorp, vanaf de omringende zeedijk uitmondt op de kerk en het kerkhof. Het oudere Dreischor, dat te beschouwen is als een opvolger van een ouder, maar geïnundeerd dorp van diezelfde naam, heeft het uiterlijk van een ringdorp, maar met alle kenmerken van planning. De kerk staat hier op een door een vrij brede ringgracht omgeven kerkhof, terwijl de bebouwing aan de Ring deel is van een verkavelingsstructuur die geënt is op de ringgracht. Ook het nabije Noordgouwe, in de gelijknamige polder uit 1401, heeft een plattegrond met omgracht kerkhof gekregen.

Bruinisse vanuit de lucht in de periode 1920-1940 (foto: NIMH).

32

 roei, welvaart en G voorspoed In de late middeleeuwen kenden Schouwen en Duiveland een sterke groei waarbij Zierikzee en Brouwershaven stadsrechten kregen. Tijdens de Tachtigjarige Oorlog werd Zierikzee belegerd door Spaanse troepen (1575/1576). Daarbij werd de polder Schouwen geïnundeerd en werd in diverse dorpen grote schade aangericht. Na het herstel keerde in een aantal dorpen de bevolking slechts gedeeltelijk terug. Mede doordat de kerken niet meer hersteld werden, krompen deze dorpen, waaronder Brijdorpe en Looperskapelle. Om Zierikzee, vanwege het verzanden van de Gouwe, weer een goede toegang tot open water te bezorgen, werd het havenkanaal naar de Oosterschelde gegraven (1599). In 1610 werden Schouwen en Duiveland aan elkaar verbonden door middel van een dam. De Plompe Toren, kerktoren van het voormalige Koudekerke.

In aansluiting daarop kwamen in de 17e eeuw polders tot stand zowel ten zuiden als ten noorden van deze dam. Ook een ander vroeger scheidend water, het Dijkwater tussen Dreischor en Duiveland, raakte door inpolderingen steeds verder versmald. Het Dijkwater werd uiteindelijk in 1954 bij Sirjansland van de Grevelingen afgesloten. Tussen 1400 en 1600 is vrijwel het gehele Zuidland, een van de onderdelen waarin Schouwen in administratief opzicht was verdeeld, stukje bij beetje verloren gegaan. In totaal werd hier ruim 3.000 hectare prijsgegeven aan het water. De Oosterschelde drong op in noordelijke richting, binnendijkse moernering verzwakte de situatie aan de andere kant van de dijk. Om zwakke dijken tegen een eventuele doorbraak (vaak ten gevolge van een onverwacht optredende dijkval) te behoeden, werden landinwaarts inlaagdijken aangelegd. Regelmatig moesten de tussengelegen inlagen opgegeven worden, waarbij in totaal 12 dorpen en gehuchten werden verlaten. Daaronder is Koudekerke met zijn iconische Plompe Toren, het laatste overgebleven deel van de kerk van dit voormalige dorp. Een aantal inlagen is gespaard gebleven, en vormt vandaag als het ware een ketting van natuurterreinen langs de noordoever van de Oosterschelde. Samen met de karrevelden, nollen en bouten (laatste restanten van opgegeven dijken) is het tevens te beschouwen als een bijzonder cultuurmonument.

33

Periode 1700–1900: rentenieren op het platteland, landbouw en isolement In de 18e eeuw keerde het economisch tij, waardoor het eiland in de 19e eeuw steeds meer terugviel op de landbouw. Het water vormde een barrière en leidde tot een isolement. Een glorietijd daarentegen beleefde het landschap in de 17e en zeker ook nog in de 18e eeuw. Vooral vanuit Zierikzee kwam een zomerse trek naar het platteland op gang, die zich bijna uitsluitend richtte op de omgeving van Noordgouwe en Schuddebeurs. Daar ontstond geleidelijk aan een compleet buitenplaatsenlandschap. De oudste van de nog bestaande buitens, Heesterlust, Mon Plaisir en Welgelegen, dateren uit de 18e eeuw. In de 19e eeuw kreeg het gebied door verdere aanplant een steeds meer besloten uiterlijk. Anders dan het oudland kregen de jongere polders, zeker de meer recente, een veel regelmatiger en grootschaliger inrichting qua verkaveling, wegen en waterlopen. In de kleinere polders viel het wegenpatroon in grote lijnen samen met het dijkenpatroon, in de grotere polders kwamen ook wegen ín de polder te liggen. Een deel van de tot binnendijk gedegradeerde waterkerende dijken is afgegraven, waardoor het moeilijk is een voorstelling te maken van het plaatselijk besloten landschap van kleine poldertjes. De oude zeedijken zijn nog goed herkenbaar, vooral rond de vroegere Gouwe.

Vroegere dijkdoorbraken laten zich daar en elders herkennen aan opvallende bochten in de dijk en het voorkomen van binnen- of buitengedijkte welen of doorbraakkolken. In schril contrast daarmee stond het open lage midden van Schouwen. Toenemende overlast van overtollig binnenwater zorgde hier al vroeg voor problemen. Reeds in de 17e eeuw had men dan ook al geprobeerd door bemaling met windmolens hiervoor een oplossing te realiseren. In 1877 was Schouwen het 1e waterschap in Zeeland dat stoombemaling toepaste. Tot die tijd vond veel verkeer over water plaats via grote en kleine vaarten.

Periode 1900–heden: rampspoed en nieuwe perspectieven Een aantal (getijde)haventjes herinnert aan de wens om de geoogste landbouwproducten zo snel mogelijk af te voeren. Voorbeelden zijn de haventjes bij de Heerenkeet (bij Kerkwerve) en bij Viane (bij Ouwerkerk). Het landinwaarts gelegen voormalige haventje van Beldert (ten zuidoosten van Dreischor) illustreert de ingrijpende veranderingen ten gevolge van voortgaande bedijking van eertijds open water. Verschillende havens vervulden (ook) de functie van veerhaven. Vanuit de haven van Zijpe (tegenover Anna-Jacobapolder op Sint Philipsland) werd in 1900 een tramwegnet ‘uitgerold’ door de RTM, de Rotterdamsche Tramweg Maatschappij. Aanvankelijk strekte zich dat uit tot Brouwershaven, maar in 1915 werd de lijn verlengd via Renesse en Haamstede tot Burgh. In het laatste jaar van de Tweede Wereldoorlog, 1944, werd Schouwen-Duiveland in opdracht van de Duitse bezetter geïnundeerd. Maar het was vooral de Watersnoodramp van 1953 die, ook in landschappelijk opzicht, een grote catastrofe betekende. Op 6 november 1953 werd het laatste stroomgat, dat bij Ouwerkerk, met behulp van caissons gedicht. Daarna werd het eiland tussen 1954 en 1962 compleet gereconstrueerd. Dat gebeurde op basis van de Herverkavelingswet Noodgebieden van 1953.

Veel ingrijpender dan op Walcheren werd het reliëf, met vooral het vanouds karakteristieke verschil tussen hogere kreekruggen en lagere poelgebieden, grotendeels uitgewist. De verkaveling werd geüniformeerd en veel grootschaliger. Vooral dankzij betere ontwatering kreeg akkerland de overhand op grasland. Een nieuw wegennet en waterlopennet kwamen tot stand. Veel binnendijken werden afgegraven. Een nieuwe dijk kwam te liggen tussen Brouwershaven en Serooskerke. Deze Delingsdijk was bedoeld om bij een eventuele nieuwe inundatie het eiland te compartimenteren. Boerderijen verrezen op plaatsen waar dat vroeger onmogelijk was. Een nederzetting als Capelle,

34

halverwege Zierikzee en Nieuwerkerk, verdween vrijwel compleet van de kaart. Elkerzee kromp ineen tot een gehucht. Erven en een aantal wegen werden beplant, maar niet in het vanouds altijd al open en lage midden van het eiland. Bij Ouwerkerk en de Schelphoek rond de inbraakkreken bos aangeplant. Het is merkwaardig dat juist de jongere polders tegenwoordig de indruk van authenticiteit wekken. Zij zijn in 1953 minder aangetast, waardoor het besloten karakter met veel opgaande beplanting daar in stand is gebleven. De recente aanleg van grootschalige natuur (Plan Tureluur) in en rondom het voormalige lage midden van het eiland heeft dit deel van Schouwen ingrijpend veranderd.

De plek van de voormalige kerk van Elkerzee is voorzien van een informatiebord.

35

2

Archeologisch erfgoed Het archeologisch erfgoed van Schouwen-Duiveland De archeologische resten die aanwezig zijn in de ondergrond van Schouwen-Duiveland dateren veelal uit de Late Middeleeuwen en de Nieuwe Tijd. De omvang van de bevolking in deze perioden speelde daarbij een rol, maar ook het feit dat er gebouwd werd met steen en veel aardewerk werd verhandeld en gebruikt. Deze materialen blijven beter bewaard dan organische resten, zoals hout. Ook de jonge geschiedenis van het landschap speelt hierbij een rol. In de Late Middeleeuwen en de Nieuwe Tijd zijn oudere bodemlagen vaak opgeruimd door stormvloeden of afgegraven door de mens (veenontginning). De in deze lagen aanwezige vindplaatsen uit voorgaande perioden zijn daarbij verdwenen. Dit betekent niet dat oudere vindplaatsen geheel verdwenen zijn. Het westelijk deel van Schouwen-Duiveland heeft nog veel oude intacte bodemlagen waarin belangrijke vindplaatsen uit de prehistorie, de Romeinse Tijd en de Middeleeuwen liggen. De bescherming van het archeologisch erfgoed wordt geregeld in het archeologiebeleid van de gemeente, dat is verankerd in bestemmingsplannen. Dit betekent dat bij ruimtelijke ontwikkeling wordt afgewogen of archeologisch erfgoed bedreigd wordt. Als dat het geval is, kan er worden gekozen om het erfgoed te beschermen door de bodem op een plek niet te verstoren.

Is dat niet mogelijk, dan is archeologisch onderzoek vereist. Het archeologiebeleid wordt in 2024 geactualiseerd. Dit zal in een aparte beleidsnota worden opgenomen en maakt dus geen onderdeel uit van dit erfgoedbeleid. Archeologisch erfgoed bestaat uit de materiële resten uit het verleden die in de bodem of in het landschap bewaard zijn gebleven en getuigen van de aanwezigheid van mensen. Deze overblijfselen kunnen bestaan uit archeologische vondsten, zoals gebruikersvoorwerpen, werktuigen, wapens, sieraden, munten en bouwmaterialen. Ook kan het gaan om archeologische sporen die zichtbaar zijn als verkleuringen in de bodem, bijvoorbeeld greppels, sloten, afvalkuilen en brandsporen. Een verzameling bij elkaar behorende sporen, vondsten of vondstcomplexen wordt een vindplaats genoemd.

Bewoning in de prehistorie De vroegste aanwijzingen van menselijke aanwezigheid in Zeeland dateren uit de laatste fase van de oude steentijd of Paleolithicum, 35.000 tot 8.800 voor Chr. Uit die periode zijn uitsluitend losse vondsten bekend, zoals vuurstenen werktuigen. Op Schouwen-Duiveland ligt het niveau waarop vondsten uit deze periode en uit het Mesolithicum (midden-steentijd, 8800 tot 5300 voor Christus, hierna voor Chr.) aanwezig kunnen zijn, zo diep dat er (nog) geen vindplaatsen bekend zijn.

De 1e boeren: Brabers bij Haamstede In het Neolithicum (nieuwe steentijd, 5300 tot 2000 voor Chr.) kwam een belangrijke revolutie tot stand. Mensen gingen gewassen verbouwen, vee houden en steeds meer op vaste plekken wonen. Nederzettingssporen uit deze periode zijn in Zeeland uitsluitend op Schouwen-Duiveland aangetroffen, bij het buurtschap Brabers ten zuidoosten van Haamstede. Op wat hoger gelegen duintjes in het landschap ontstond rond 2500 voor Chr. een nederzetting, waarvan bij een opgraving in 1957 de resten van 3 huizen werden aangetroffen. Op basis van de vuursteenvondsten, aardewerk en andere vondsten, is duidelijk dat de bewoners vooral van de veeteelt, visserij en jacht leefden, en minder van de landbouw. Daar was het toenmalige landschap minder geschikt voor.

36

In 2012 is van 1 van de laat-neolithische huizen van Haamstede-Brabers gereconstrueerd door het Laboratorium voor Artefactstudies van de Universiteit Leiden. Daarbij zijn uitsluitend materialen en werktuigen gebruikt die de oorspronkelijke bewoners tot hun beschikking hadden. Bron: Faculteit Archeologie, Universiteit Leiden.

De vindplaats Brabers is voor Zeeland uniek. Het is de enige plek in de provincie waar bewoning uit het Neolithicum bekend en goed onderzocht is. De vindplaats wordt gerekend tot de Vlaardingencultuur, een prehistorische cultuur in de periode 3500 tot 2500 voor Chr. in WestNederland. Neolithische Pijlpunten afkomstig uit Brabers. Bron: Erfgoed Zeeland, Beeldbank archeologie.

De metaaltijden: wonen in het duingebied De daaropvolgende perioden worden de metaaltijden genoemd, omdat men dan in staat is brons en vervolgens ijzer te smelten en te smeden om allerlei voorwerpen en wapens te maken.

37

Uit de Bronstijd (2000 tot 800 voor Chr.) zijn in Schouwen-Duiveland en in de rest van Zeeland erg weinig vondsten bekend. Het erg natte landschap was vrijwel ongeschikt voor bewoning. Scherven van handgevormd aardewerk en enkele bronzen voorwerpen die zijn gevonden in het duingebied van de Kop van Schouwen, maken duidelijk dat alleen dit gebied in deze periode bewoonbaar was. Ook uit de IJzertijd (800 voor Chr. tot het jaar 0) zijn er vondsten gedaan in het duingebied van Schouwen. De aantallen zijn veel groter, vooral uit de Late IJzertijd die vanaf 250 tot het begin van de jaartelling loopt. In deze periode was het landschap van Schouwen-Duiveland een groot moerassig gebied met aan de kust een vrij brede strook duinen, die bewoond werd. Landbouw en veeteelt waren de belangrijkste bronnen van voedsel. De bewoning bestond uit kleine nederzettingen van alleenstaande woonstalhuizen (huizen met een woongedeelte en gedeelte voor het vee). De vindplaats van Brabers bij Haamstede bevatte eveneens sporen van bewoning uit de IJzertijd, boven het niveau uit het Neolithicum.

De Romeinse Tijd: Schouwen als onderdeel van een linie en handelsgebied Het Zeeuwse kustgebied valt gedurende de Romeinse Tijd (12 voor Chr. tot 450 na Chr.) onder de Romeinse provincie Gallia Belgica en ten noorden ligt de provincie Germania Inferior. Het landschap is ook in deze periode achter de duinen een uitgestrekt veengebied dat doorsneden is door kreken en de rivier de Schelde. De Schelde heeft dan ongeveer de loop van de huidige Oosterschelde en vormt een belangrijke vaarweg voor handel en de Romeinse militaire vloot. In deze Vroeg-Romeinse tijd is de bewoning nog beperkt geweest. Pas in de 2e eeuw na Chr. neemt de bewoning toe, ook in de drogere delen van het veengebied. De plek van de Neolithische bewoning bij Brabers wordt tussen 80–250 na Chr. opnieuw bewoond. De hier gevonden sporen zijn afkomstig van ten minste 5 boerderijen van zeker 2 bouwperioden. Hier moet rond 200 na Chr. een stenen gebouw hebben gestaan dat voorzien was van een typisch Romeinse vloerverwarming. Uit de gevonden aardewerkscherven blijkt dat de bewoners via handelsnetwerken aardewerk uit de regio’s van het huidige België, Noord-Frankrijk, het Duitse Rijnland en Spanje (amforen) ontvingen. De kust en de toenmalige Schelde werd beveiligd door de vloot van het Romeinse leger, dat grote en kleine forten bouwde langs de kust.

Ook op Schouwen hebben vermoedelijk 1of meerdere onderdelen van de verdedigingslinie gelegen. De resten hiervan zijn echter vrijwel zeker in zee verdwenen. In Haamstede zijn bij opgravingen op het terrein van slot Haamstede in de jaren ’60 de resten van een muur van tufsteen met daarbij tufsteenpuin aangetroffen. Dat was het restant van een belangrijk gebouw van het Romeinse gezag. Op het strand van Westenschouwen, en in de aangrenzende duinen, zijn in de loop van de tijd talloze aardewerkfragmenten, munten en fibula’s gevonden. De op het strand gevonden munten stammen voornamelijk uit de 2e en 3e eeuw, vergelijkbaar met munten die in Domburg zijn gevonden. Daarom is het aannemelijk dat hier een door de zee verzwolgen handelsnederzetting lag, zoals ook bij Domburg het geval was. De munten tonen verder aan dat deze nederzetting tot in de 5e eeuw bewoond werd. In de rest van Zeeland, uitgezonderd Domburg, was de bewoning in deze periode (de Laat-Romeinse Tijd) sterk afgenomen.

38

De Middeleeuwen: Vikingen, verdedigingswerken en de 1e stadsontwikkeling In de Vroege Middeleeuwen (Merovingische Tijd: 450 tot 750 na Chr.) was het duingebied opnieuw de beste plek om te wonen in het verder natte landschap: hoog en droog. Dit gebied is vanaf de 7e eeuw geleidelijk steeds meer in gebruik genomen, zo blijkt uit de vele vondsten die hier zijn gedaan. Op het strand bij Westenschouwen zijn veel zilveren muntjes uit de 7e, 8e en 9e eeuw gevonden. Deze wijzen op de aanwezigheid van een in zee verdwenen handelsnederzetting. In de 9e eeuw teisterden de Vikingen vanuit Denemarken het kustgebied met plundertochten. Als reactie hierop verschenen langs de kust verschillende versterkingen: de ringwalburgen. Dit zijn ronde verdedigingswerken opgebouwd uit een aarden wal met daarop een houten palissade en daarbuiten een brede, natte gracht. De cirkel was doorsneden door 2 paden waardoor de cirkel in kwarten verdeeld werd. Ringwalburgen werden in Zeeland aangelegd in Domburg, Middelburg, Oostburg, Oost-Souburg en Burgh. De ringwalburg van Burgh is duidelijk herkenbaar en is voor een deel gereconstrueerd. Het is beschermd als archeologisch rijksmonument. Vanaf het jaar 1000 groeide de bevolking in Zeeland gestaag. De hoger gelegen kreekruggen in het getijdelandschap boden een gunstige plek voor bewoning en de aanleg van wegen. Soms werden woonterpen aangelegd.

Vanaf deze periode werden systematisch dijken aangelegd en parochies gesticht door ambachtsheren, de lokale adel. Om hun macht te uit te dragen en hun grondgebied te beschermen, richtten de ambachtsheren mottes (kasteelbergjes) op. Dit zijn bergjes met daarop een toren, omgeven door een palissade en brede gracht. Daarnaast lag een neerhof, dat de woonplek van de ambachtsheer en zijn gevolg vormde. Van de mottes zijn de restanten soms herkenbaar in het landschap als de bekende ‘vliedbergen’. Veel bergjes zijn echter afgegraven. Op Schouwen-Duiveland zijn er van de tientallen oorspronkelijke mottes slechts 2 over: bij de Heuvelsweg even ten noorden van Zierikzee en bij de Elkerzeeseweg te Scharendijke. Beide zijn archeologisch rijksmonument.

Reconstructie van een mottekasteel met neerhof op de voorgrond. Bron: Zeeuwse Ankers, Erfgoed Zeeland.

39

Naast de ambachtsheren gingen ook kloosters en abdijen hun macht en bezit uitbreiden. Zij stichten uithoven (nevenvestigingen) om gebieden te bedijken en ontginnen. Op Schouwen is in deze periode de polder Schouwen aangelegd. Het eiland Duiveland breidde zich in oostelijke richting uit met opeenvolgende aanleg van polders. Sporen van de inpolderingen en ontginning van het landschap zijn in de bodem terug te vinden als restanten van dijken en veenafgravingen. Vanaf de 10e eeuw wordt de nederzetting van Zierikzee in de historische bronnen genoemd. Eerst als Creka, verwijzend naar de kreek de Ee waaraan het is gelegen, en later in 1156 als Siricasha. In de Late Middeleeuwen groeide Zierikzee uit tot een belangrijke handelsstad. Visserij en zouthandel waren belangrijke inkomstenbronnen. Zout werd bij de stad geproduceerd door op grote schaal veen af te graven en, vermengd met zeewater, in te dampen. In de 13e eeuw werd Zierikzee voorzien van muren, poorten en grachten. Ze waren van groot belang tijdens de strijd tussen de graven van Holland en Vlaanderen. De aarden omwalling, de Nobelpoort, de Noordhavenpoort en Zuidhavenpoort zijn nog steeds aanwezig in Zierikzee. De mottekastelen verloren hun functie vanaf de 13e eeuw door nieuwe technieken in de oorlogsvoering. Ze werden vervangen door kastelen van steen, vaak vierkant van vorm met hoektorens.

Op Schouwen-Duiveland lagen tientallen grotere en kleine kastelen. Daarvan zijn er nu nog 2 over: slot Haamstede en slot Moermond.

De Nieuwe Tijd: rampspoed en nieuwe ontwikkelingen In de Late Middeleeuwen groeide de bevolking op Schouwen-Duiveland sterk. Dat blijkt uit de stichting van dorpen en parochies en de groei van Zierikzee. De groei zette zich door in de Nieuwe Tijd (1500 tot heden), maar ook oorlogen en rampen troffen het gebied. In 1530 werd het kustgebied getroffen door de Sint-Felixvloed met als gevolg enorme overstromingen. Opeenvolgende stormvloeden in de 16e eeuw hadden tot gevolg dat de Oosterschelde zich verbreedde en de erosie aan de zuidkant van Schouwen doorging. Er ging een deel van de Zuidduinen, ter plaatse van het tegenwoordige werkeiland Roggeplaat, verloren. In de Oosterschelde liggen tientallen scheepswrakken uit deze periode, waarvan een deel in kaart is gebracht. Deze wrakken herinneren aan het rijke maritieme verleden van Schouwen-Duiveland. Van de verdronken dorpen zijn de resten onder water nog in de bodem aanwezig.

Schouwen en Duiveland op de Kaart van Zeeland en omstreken (Zelandicarum) uit 1573.

40

3

Maritiem erfgoed Maritiem erfgoed is het erfgoed dat een relatie heeft met water. Het bestaat uit historische schepen, scheepswrakken, maar ook uit havens, kades, bruggen, vaarwegen en pakhuizen. Ook onder water aangetroffen landschappen en (middeleeuwse) nederzettingen worden tot het maritieme erfgoed gerekend. Het door water omgeven Schouwen-Duiveland kent een rijke maritieme geschiedenis. De havens vormen hiervan de belangrijkste kenmerken. Vanuit die havens werd handel gedreven, vis gevangen en werden mensen en goederen overgezet met veren. Gebruik makend van de haven van Zierikzee bracht de koopvaardij economische welvaart net zoals de visserij, die ook vanuit Brouwershaven plaatsvond. De haven van Viane werd voornamelijk gebruikt als verbinding met Stavenisse ten behoeve van het postvervoer. De haven van Bruinisse werd voor de oester- en mosselvisserij gebruikt en de haven van Brouwershaven voor het loodswezen en het bergen van schepen. Het reddingswezen maakte gebruik van de haven van Burghsluis. Onder meer de haven van Flaauwers werd voor de landbouw gebruikt.

Het haventje van Viane (foto: Corina Jansen).

Naast de havens getuigen ook gebouwen en andere relicten van het maritieme verleden. Dat varieert van een kraan en een weegbrug tot een scheepshelling, lichtopstanden en pakhuisjes. In Brouwershaven zijn het gebouw van het Loodswezen en het tonnenmagazijn tastbare herinneringen

41

aan het maritieme verleden. In de 19e eeuw arriveerden en vertrokken de schepen naar Indië via het Brouwershavense Gat waardoor de stad een bloeiperiode doormaakte. Dat bleef het tot het moment dat de Nieuwe Waterweg naar Rotterdam in gebruik werd genomen. In Bruinisse houdt visserijmuseum Brusea de herinneringen levend aan de mossel- en oestervisserij. Onderdeel van het maritieme erfgoed zijn ook kleine herinneringen aan het maritieme verleden. Zonder volledig te willen zijn volgen enkele voorbeelden hiervan. Op diverse plaatsen langs de Oude en Nieuwe Haven in Zierikzee zijn de sleuven te zien waarin bij springvloed de vloedplanken werden geplaatst. Aan de Engelse kade zijn ze nog aanwezig om in tijd van nood te worden geplaatst ter bescherming van het Zuidhoek. Dat is het gebied ten zuiden van Zierikzee, nu in gebruik als bedrijventerrein. In Brouwershaven werd op identieke wijze het centrum tegen hoge vloeden beschermd. In beide steden gebeurde dat tot er in 1957 keersluizen in de havenkanalen werden gebouwd. Verrassend is dat de koepel van de vuurtoren van Haamstede in Burghsluis een 2ee leven kreeg als kantoortje van de havenmeester. Wat velen niet weten is dat de dichtgemaakte vierkante gaten in de muur bij het Luitje in Zierikzee herinneren aan de Franse tijd (1810-1813).

Ze werden toen opengehakt voor de lopen van kanonnen om de haven te verdedigen tegen een vijandelijke aanval. Bruinisse heeft zijn ‘beusje’, op de overgang van de haven naar de Oudestraat. Het dateert uit 1994 maar is de opvolger van de Beurs die hier in 1655/1656 werd gebouwd. Het was de schuilplaats voor de schippers maar ook een uitgelezen plek om nieuwtjes uit te wisselen en handel te drijven. De Zierikzeese Museumhaven heeft, naast een haven met authentieke schepen, een werkplaats waar oude schepen en scheepsmotoren worden gerestaureerd.

De Oude Haven in Zierikzee (foto: Monique Theuns)

42

4

Gebouwd en groen erfgoed Met het gebouwde erfgoed worden onroerende monumenten bedoeld. Het gaat daarbij in de gemeente Schouwen-Duiveland om een grote verscheidenheid aan gebouwen en objecten, zoals kerken, kastelen, woonhuizen, boerderijen, industriële objecten, verdedigingswerken en molens, maar ook om objecten als sluizen, gemalen en bruggen. Groen erfgoed is een verzamelnaam voor historische groenaanleggen zoals tuinen, parken, begraafplaatsen, verdedigingswerken (groenaanleg), buitenplaatsen (groenaanleg) en landgoederen. Groen erfgoed is erfgoed dat door mensen is bedacht of aangelegd. Binnen het gebouwde en groene erfgoed is een onderscheid te maken in kwetsbaar en minder kwetsbaar erfgoed. Als er sprake is van het geven van nieuwe of andere functies aan dit erfgoed kan dit als rendabel worden aangemerkt. Dit geldt met name voor erfgoed waaraan de functie wonen of bedrijf kan worden gegeven. Het erfgoed is als kwetsbaar aan te merken als het niet rendabel is te maken. Dit geldt vooral voor kerkgebouwen (inclusief torens), molens, industrieel en funerair erfgoed. Ook voor groen erfgoed geldt deze kwetsbaarheid.

Rijksmonumenten Binnen de gemeente staan (per 1oktober 2023) 824 objecten als rijksmonument geregistreerd, waarvan 9 als archeologisch rijksmonument. De overige 815 objecten betreffen voor het overgrote deel woningen en woningbouwcomplexen (624), die zich vooral in Zierikzee bevinden (476). Andere categorieën in het rijksmonumentenregister zijn: • 49 objecten in de categorie boerderijen, molens en bedrijf, waarvan 28 boerderijen, 11molens en 10 bedrijven. In de laatste categorie is onder meer de (voormalige) meestoof in Noordgouwe opgenomen; • 40 objecten in de categorie handelsgebouwen, opslag en transport, waaronder de Waag in Brouwershaven, de Beurs in Zierikzee en een groot aantal pakhuizen en pakhuisjes; • 29 objecten in de categorie religieuze gebouwen, waaronder 17 kerkgebouwen, 10 torens en 2 pastorieën; • 26 objecten in de categorie kastelen, landhuizen en buitenplaatsen. Kasteel Haamstede kent daarbij 8 monumentnummers en de buitenplaatsen Heesterlust en Mon Plaisir resp. 7 en 6 monumentnummers; • 11voorwerpen op pleinen en dergelijke, waaronder het standbeeld van Jacob Cats in Brouwerhaven, een drietal gietijzeren pompen in Zierikzee en diverse poortjes en poortgebouwtjes; • 10 verdedigingswerken, waaronder de poorten, wallen en het bolwerk in Zierikzee en 2 bunkers in de duinen bij Burgh-Haamstede, • 7 objecten in de categorie sport, recreatie en horeca.

Dit betreffen 7 recreatiewoningen in Renesse; • 6 objecten in de categorie cultuur, gezondheid en wetenschap betreffen voornamelijk hofjes van liefdadigheid; • 6 objecten in de categorie bestuurs- en rechtsgebouwen, waaronder 4 raadhuizen; • 6 objecten in de categorie waterbouwkundige werken, waaronder de caissons bij Ouwerkerk, de Muraltmuurtjes bij Scharendijke, de vuurtoren bij Burgh-Haamstede en enkele bruggen; • 1hekwerk op de begraafplaats (in Noordgouwe).

43

De Muraltmuur bij Scharendijke heeft de status van rijksmonument.

Niet onvermeld mag blijven dat ook de Zeelandbrug, gelegen op het grondgebied van de gemeenten Schouwen-Duiveland en Noord-Beveland, eveneens de status van rijksmonument heeft. De zogenaamde groene monumenten betreffen de historische tuin- en/of parkaanleggen bij Slot Haamstede en de buitenplaatsen Heesterlust en Mon Plaisir bij Schuddebeurs, maar ook de wallen van Zierikzee.

Buitenplaats Mon Plaisir in Schuddebeurs (foto: gemeente Schouwen-Duiveland)

44

Beschermde stads- en dorpsgezichten De gemeente kent tevens 2 door het rijk beschermde stadsgezichten, waarbij Zierikzee in 1971 is aangewezen en Brouwershaven in 1972. De 2 door het rijk beschermde dorpsgezichten betreffen Dreischor (1973) en Noordgouwe (1996). De bescherming van de stads- en dorpsgezichten is nader geregeld in de betreffende bestemmingsplannen van de gemeente. Ook bij de invoering van de Omgevingswet zullen nadere regels ten behoeve van de beschermde gezichten moeten worden gesteld.

De 4 beschermde stads- en dorpsgezichten van Schouwen-Duiveland.

Gemeentelijke monumenten De voormalige gemeente Zierikzee heeft in 1996 bijna 380 panden, voornamelijk woonhuizen, aangewezen als gemeentelijk monument. Voor de herindeling (1januari 1997), waarbij Schouwen-Duiveland 1gemeente werd, zijn er nog enkele monumenten aan de gemeentelijke monumentenlijst toegevoegd. In 2016 en 2020 zijn er op verzoek van het gemeentebestuur onderzoeken uitgevoerd door Stichting Dorp, Stad en Land waarbij de totale lijst is herijkt en daarna op verstoringen van de panden is beoordeeld. Mede op advies van het Erfgoedplatform Schouwen-Duiveland, dat betrokken is geweest bij deze onderzoeken, zijn er in totaal 68 panden van de gemeentelijke monumentenlijst afgevoerd. Op dit moment staan er 314 panden als gemeentelijk monument geregistreerd. Rapport herwaardering gemeentelijke monumenten (Bron: Stichting Dorp, Stad en Land).

45

Religieus erfgoed In september 2022 is de Kerkenvisie Schouwen-Duiveland opgeleverd. Schouwen-Duiveland is de Zeeuwse gemeente met het hoogste aantal kerkgebouwen (48). Deze rapportage is de 1e fase, waarin de informatie over alle kerkgebouwen, die als gebedshuis zijn gebouwd, is verzameld en waarbij conclusies zijn getrokken en aanbevelingen zijn verstrekt aan de gemeente. In fase 2 wordt onderzocht hoe de structurele borging van de aandacht voor en de instandhouding van dit religieuze erfgoed kan worden vastgelegd in gemeentelijk beleid. 1 van de aanbevelingen betreft de (gemeentelijke) bescherming van een aantal kerkgebouwen nadat nader onderzoek is verricht naar de cultuurhistorische waarde.

De Driekoningenkerk van Noordgouwe.

Funerair erfgoed De gemeente is op grond van de Wet op de Lijkbezorging verantwoordelijk voor het begraafplaatsenbeheer. Het beleid hiervoor wordt geactualiseerd en zal leiden tot een aangepast ‘Handboek Begraafplaatsen Gemeente Schouwen-Duiveland’. Deze actualisatie en dat van het erfgoedbeleid liep enige tijd synchroon en heeft raakvlakken. Het Bureau Funeraire Adviezen te Amsterdam en een werkgroep van plaatselijke vrijwilligers hebben onderzoek verricht naar de cultuurhistorische waarden van begraafplaatsen en grafmonumenten. De begraafplaats van Zierikzee uit 1813 en daarmee de oudste van het eiland wordt in dit onderzoek beoordeeld als ‘van bijzondere waarde’.

De begraafplaats van Noordgouwe (foto: Corina Jansen)

46

5

Archieven en musea Archief De archiefzorg gaat op Schouwen-Duiveland, en dan met name voor de gemeente Zierikzee, ver terug. In 1920 stelde Zierikzee een gemeentearchivaris aan die verantwoordelijk werd voor het archiefbeheer. De andere gemeenten op het eiland waren op dat moment nog niet zover. Na de herindeling van 1961waren er 6 gemeenten over. In 1979 werd een streekarchivariaat opgericht om de zorg voor de oude archieven beter te regelen. Toen de gemeente Schouwen-Duiveland in 1997 ontstond, werden de oude archieven bijeen gevoegd en ontstond het Gemeentearchief Schouwen-Duiveland. In het souterrain van het gemeentehuis kwamen de depots met de archieven die tot dan toe in de oude gemeentehuizen van Brouwershaven, Nieuwerkerk en Zierikzee hadden gelegen. Het Gemeentearchief werd op 31december 2020 opgeheven en vanaf dat moment werd het Zeeuws Archief verantwoordelijk voor de archiefzorg van de gemeente. Weliswaar valt het archiefbeheer onder de vleugels van het Zeeuws Archief in Middelburg, de stukken liggen nog ‘gewoon’ in Zierikzee waardoor er voor bezoekers weinig veranderd is. De collectie in Zierikzee bestaat uit bijna 4 kilometer archiefmateriaal.

Hieronder vallen de archieven van de voormalige gemeenten op het eiland, maar de collectie bestaat ook uit archieven van kerkgenootschappen, verenigingen, sociale instellingen, bedrijven en notarissen die op het eiland (hebben) bestaan of gewerkt. Daarnaast beheert het Zeeuws Archief een uitgebreide fotocollectie. De collectie groeit nog steeds door de vele schenkingen die het archief ontvangt. Het oudste stuk dateert uit 1275 en is onderdeel van het archief van de stad Zierikzee. Het is een stuk dat deel uitmaakt van een groot aantal privileges. Het zijn voor het overgrote deel op perkament gestelde en gezegelde akten. Met de verzameling schepenakten is het de grootste chartercollectie in Zeeland. Andere topstukken zijn de poortersboeken van Zierikzee. In deze registers werden nieuwe poorters (burgers) ingeschreven. Het is het oudste poortersboek van Nederland en begint in 1302. Vermaard zijn ook de waarheidsboeken van Zierikzee waarin vanaf 1498 niet alleen de vonnissen van veroordeelde misdadigers werden opgeschreven maar vaak ook in de kantlijn werden getekend.

De waarheidsboeken van Zierikzee (foto: Ilja Mostert, Zeeuws Archief).

47

Het Zeeuws Archief in Zierikzee fungeert als historisch kenniscentrum voor Schouwen-Duiveland en legt de connecties tussen de verschillende culturele instellingen op het eiland. Het grootste deel van de archieven is voor iedereen raadpleegbaar in de studiezaal van het gemeentehuis en via de website van het Zeeuws Archief. Ook wordt gewerkt aan het digitaliseren waardoor de stukken, foto’s en afbeeldingen via internet kunnen worden geraadpleegd.

Musea De rijke geschiedenis van Schouwen-Duiveland wordt door 8 musea toegankelijk en beleefbaar gemaakt. Elk van deze musea richt zich op een eigen thema en bezit een daarbij passende collectie. De musea zijn onmisbaar in het naar het publiek brengen van het materiële en immateriële erfgoed. Ze dragen bij aan erfgoededucatie, vooral door het ontvangen van groepen van het basis- en voortgezet onderwijs. Daarnaast zijn de musea toeristische trekpleisters en verbinden ze erfgoed met toeristisch-recreatieve producten. Van alle musea werken er 6 uitsluitend met vrijwilligers. Het Stadhuismuseum en het Watersnoodmuseum beschikken naast de vrijwilligers over eigen personeel. De gemeente ondersteunt deze 8 musea met subsidies en ondersteunt ook het samenwerkingsverband: de Vereniging Musea Schouwen-Duiveland (VMSD). De VMSD bevordert de samenwerking tussen de musea en biedt ondersteuning voor educatie, waar het een educatief medewerker voor in dienst heeft. De musea worden ondersteund vanuit het cultuur- en museumbeleid van de gemeente. Vanaf 2024 krijgt dit beleid opnieuw vorm en wordt er een nieuwe visie op het museumbeleid ontwikkeld als onderdeel van de nieuwe Cultuurnota voor de gemeente. De 8 musea zijn: Museum

Plaats

Kerncollectie

Brouws Museum

Brouwershaven

Maritieme geschiedenis van Brouwershaven

Brusea

Bruinisse

Geschiedenis van de visserij en mosselvangst

Burghse Schoole

Burgh-Haamstede

Geschiedenis, onderwijs, archeologie en natuur van de Kop van Schouwen

Cameramuseum

Zierikzee

Geschiedenis van de fotografie

Museumboerderij Goemanszorg Dreischor

Geschiedenis van de landbouw en ambachten

Museumhaven Zeeland

Zierikzee

Ambachtelijke scheepswerf en historische schepen

Stadhuismuseum

Zierikzee

Geschiedenis van Zierikzee en Schouwen-Duiveland en het beheer van de gemeentelijke collectie

Watersnoodmuseum

Ouwerkerk

Verhaal van de watersnoodramp 1953 en de actualiteit van de waterveiligheid.

48

De 8 samenwerkende musea van Schouwen-Duiveland (foto’s: eigen werk musea/Carina Verlinde).

49

6

Immaterieel erfgoed Naast erfgoed als monumenten, archeologische vondsten, museale objecten en archiefdocumenten is er ook erfgoed dat niet materieel van aard is. Het gaat om traditionele gebruiken, verhalen, ambachten en andere, minder tastbare vormen van erfgoed. Dit immateriële erfgoed speelt een belangrijke rol in de samenleving. Mensen ontlenen er een gevoel van identiteit aan; het zorgt voor verbinding binnen de gemeenschap. Immaterieel erfgoed heeft een dynamisch karakter. Het wordt van generatie op generatie doorgegeven, waarbij elke generatie het naar de eisen van de tijd kan aanpassen. Immaterieel erfgoed wordt daarom ook wel ‘levend erfgoed’ genoemd. Op landelijk niveau wordt immaterieel erfgoed zichtbaar gemaakt in het Netwerk Immaterieel Erfgoed, de Inventaris Immaterieel Erfgoed Nederland en het Register van Inspirerende Voorbeelden van Borging. Ze zijn een uitvloeisel van de ondertekening door Nederland in 2012 van het UNESCO Verdrag inzake Bescherming van Immaterieel Cultureel Erfgoed. Het Kenniscentrum Immaterieel Erfgoed Nederland (KIEN) regelt de uitvoering van het verdrag. Veel immaterieel erfgoed speelt zich af in de privésfeer. Denk maar aan levensloopgebruiken, zoals het eten van beschuit met muisjes als er een baby geboren is, aan tal van spelletjes en aan culinaire gewoonten, zoals het koken van snert en het bakken van poffertjes.

Overigens zijn deze tradities ook in het landelijke Netwerk Immaterieel Erfgoed opgenomen. Daarnaast worden veel tradities in georganiseerd verband beoefend. Dit gebeurt in vrijwilligersorganisaties, waar mensen zich met veel passie inzetten voor behoud en beoefening van deze gebruiken. Landelijk is er veel aandacht voor de diversiteit van immaterieel erfgoed. Niet alleen de als ‘oerHollands’ bekend staande tradities vormen het immaterieel erfgoed van Nederland, ook de tradities van bevolkingsgroepen die hier minder lang wonen maken daar deel vanuit. Denk daarbij bijvoorbeeld aan Molukse tradities, het Suikerfeest of Keti Koti. Voor het immaterieel erfgoed op Schouwen-Duiveland is een onderscheid gemaakt in diverse groepen: 1. Festiviteiten, rituelen en sociale praktijken. 2. Spreken, vertellen en zingen. 3. Uitvoerende kunsten. 4. Traditionele vakmanschap/ambachten en 5. Culinaire tradities. 6. De 1e 4 komen overeen met domeinen die KIEN hanteert. De 5e categorie is een toevoeging onzerzijds.

Festiviteiten, rituelen en sociale praktijken Een van de meest aansprekende tradities op Schouwen is de straô. De oudste sporen dateren uit de zeventiende eeuw maar een oudere herkomst is waarschijnlijk. Dit gebruik vindt op achtereenvolgende zaterdagen vanaf 8 weken voor Pasen in 6 dorpen plaats: Renesse, Haamstede, Noordwelle, Ellemeet, Scharendijke en Serooskerke. Ruiters voeren hun versierde paarden naar het strand, waar de dieren door de branding worden geleid om de voeten te wassen. Aan de straô is ook een keuring verbonden van de best geklede ruiter en van het mooist versierde paard.

50

De festiviteiten gaan bovendien vaak gepaard met ringsteek- en/of hardloopwedstrijden met paarden en ruiters. Elk dorp heeft zijn eigen straô-comité. De straô is in 2018 op de Nationale Inventaris Immaterieel Erfgoed geplaatst.

De straô van Noordwelle (foto: Ton Meuldijk©)

Ook het dragen van streekdracht kan gerekend worden tot de traditionele sociale praktijken. Schouwen-Duiveland had een eigen streekdracht, die tot ver in de 20e eeuw nog door vrouwen is gedragen. Kenmerkend voor de vrouwendracht was de witte sluiermuts. De dracht vertoont grote overeenkomsten met de streekdrachten op Tholen, Sint Philipsland en Noord-Beveland. Er waren verschillen tussen de kostuums van boerenvrouwen en van vrouwen uit de middenstand en lokaal kon ook de wijze waarop de muts werd gedragen afwijken. Streekdrachtvereniging De Arke stelt zich het bewaren en in stand houden van de streekdracht ten doel. Traditionele festiviteiten in steden en dorpen worden eveneens tot het immaterieel erfgoed gerekend. Ze hebben vaak een folkloristisch karakter. De lokale middenstand heeft er veelal een commercieel belang bij. Zeker als dit soort feesten 1 of meer generaties teruggaan, spelen ze vaak een belangrijke rol als samenbindend element in de gemeenschap. Te denken valt aan de Visserijdagen in Bruinisse, de Paardenmarkt in Zierikzee en de Havendagen in Zierikzee (met de mosselprinses en het boegsprietlopen). Tot deze groep tradities behoren ook de Oranjefeesten op Koningsdag, met in sommige dorpen ’s avonds lampionoptochten voor de kinderen. Herdenkingsrituelen worden eveneens tot het immaterieel erfgoed gerekend.

Naast de aan de Tweede Wereldoorlog gerelateerde herdenkingen en vieringen op respectievelijk 4 en 5 mei is voor Schouwen-Duiveland in het bijzonder de herdenking op 1februari van de Watersnoodramp uit 1953 betekenisvol. Bij het Nationaal Monument Watersnoodramp 1953, naast het Watersnoodmuseum in Ouwerkerk, vindt tevens de nationale herdenking plaats.

51

Spreken, vertellen en zingen De verhaal-, vertel-, muziek- en zangcultuur van een gemeenschap maakt deel uit van het immaterieel erfgoed. Aan streektalen zijn veel taalkundige aspecten verbonden, maar juist het spreken van een streektaal of dialect kan tot het immaterieel erfgoed worden gerekend. Hoewel het gebruik van het dialect terugloopt, is het niettemin nog steeds een geliefde omgangsvorm tussen de bewoners. Het Bruinisser Visserskoor is 1van de koren die het zingen van zeemansliederen levend houdt. Ook de verhalen die van generatie op generatie worden verteld behoren daartoe. Een van de bekendste onder dit type verhalen voor Schouwen-Duiveland is dat over de zeemeermin van Westenschouwen, dat nu aan de Plompe Toren van het verdronken Koudekerke is gehecht en daar ook te horen is. Maar ook verhalen als die over het spookpaard van Haamstede, het Tempeliershuis in Zierikzee of de degen van Mondragon op de Noordhavenpoort in Zierikzee, maken deel uit van dit scala aan immaterieel erfgoed. Dat geldt ook voor het geven van bijnamen aan inwoners van dorpen en steden. De zeegod Neptunus staat symbool voor het maritieme verleden van in het bijzonder Zierikzee. Het Neptunusbeeld op de toren van het oude stadhuis, nu Stadhuismuseum, verwijst naar de bloeiende zeevaart en koophandel van weleer.

Ook tijdens de Havendagen in Zierikzee speelt de mythische god een rol: een vloot met aan boord de mosselprinses haalt Neptunus op van de Roggenplaat.

Uitvoerende kunsten Carillonmuziek brengt sfeer in de stad. De beiaardcultuur heeft een lange traditie en vindt zijn oorsprong in de steden van de Lage Landen, waar in de 2e helft van de 14e eeuw op veel stadstorens uurwerken werden geplaatst. In Zierikzee wordt het carillon door een beiaardier bespeeld. Het bevindt zich in de toren van het voormalige stadhuis (nu Stadhuismuseum). Het carillon in de Zuidhavenpoort, waarvan de klokken in de stadhuistoren hingen, is het oudste in Nederland (1550– 1554). De beiaardcultuur in Nederland is op de Nationale Inventaris Immaterieel Erfgoed geplaatst.

Traditioneel vakmanschap en ambachten Schouwen-Duiveland heeft een rijke traditie in ambachtelijk vakmanschap. Het ambacht van molenaar is al vele eeuwen oud en nog steeds houden molenaars molens in de gemeente draaiende. De vakopleiding voor molenaars wordt verzorgd door het Gilde van Molenaars, een landelijke vereniging die ook een afdeling Zeeland heeft. Het Nederlandse molenaarsambacht staat sinds 2017 op de internationale Unesco-lijst, te weten op de Representatieve Lijst van Immaterieel Cultureel Erfgoed van de Mensheid. In de Stads- en Commerciewerf van de Museumhaven Zeeland in Zierikzee wordt de ambachtelijke scheepsbouw levend gehouden. In de werf werken vrijwilligers aan het onderhoud en de restauratie van oude schepen en scheepsmotoren. Op Schouwen-Duiveland worden verschillende ambachten uitgeoefend. Een voorbeeld hiervan is het ambachtelijk palingroken. Voorts zijn er meerdere hoefsmeden werkzaam. Het beslaan van paarden wordt jaarlijks gedemonstreerd op onder andere Museumboerderij Goemanszorg te Dreischor en de Paardenmarkt in Zierikzee. Tijdens Open Monumentendag zorgt de Stichting Monumenten Schouwen-Duiveland ervoor dat er paarden worden beslagen in de 7 travaljes die de stichting beheert.

52

De Corneliuskerk in Noordwelle met op de voorgrond de travalje (foto: gemeente Schouwen-Duiveland)

Vlasteelt en vlasbewerking is nauw verbonden met Schouwen-Duiveland, in het bijzonder met Dreischor. De Vlasdag in dit dorp is afgeschaft, maar op Museumboerderij Goemanszorg worden nog wel regelmatig demonstraties vlasbewerking gegeven. Begin 2023 is in Dreischor de Vlasklas Zeeland van start gegaan. De Vlasklas wil ambachtelijke kennis rond het verbouwen en verwerken van vlas doorgeven en in praktijk brengen.

Culinaire tradities Schouwen-Duiveland deelt in culinaire tradities die ook elders in Zeeland voorkomen. Dit geldt bijvoorbeeld voor het bakken en eten van bolussen en babbelaars, het snijden van zeegroenten, dat aan een vergunning gebonden is. Ook het eten van krentenbrood met krukels (alikruiken) met Pasen en daarmee samenhangend het rapen en bereiden van krukels is kenmerkend voor SchouwenDuiveland. Zierikzee, waar eeuwenlang kreeft werd verhandeld, heeft ook de naam de bakermat van de Oosterscheldekreeft te zijn. Daarom vindt de opening van het kreeftseizoen daar plaats, maar inmiddels ook elders. Het bakken en eten van palingbroodjes geldt als een traditie die typerend is voor SchouwenDuiveland. De ingrediënten voor en het bakken van het ‘échte’ palingbroodje zijn aan regels gebonden en het eten ervan gaat eveneens volgens een zeker gebruik: dwars, zodat je de paling van de graat eet. Ook typisch voor Schouwen-Duiveland zijn schrôôsels. Deze platte kruidkoek wordt nog altijd gebakken en traditiegetrouw bij de straô gegeten. Culinaire streekproducten van Schouwen-Duiveland.

53

Bijlage 1: Brief Erfgoedplatform aanbevelingen erfgoedbeleid (14 maart 2022) Brief aan het college van B en W cc. Fractievoorzitters gemeenteraad Geacht college, In de aanloop naar de verkiezingen voor de gemeenteraad sturen wij u deze brief met het verzoek die te betrekken bij de komende collegeonderhandelingen. In deze brief noemen wij u een aantal wenselijke aanpassingen van het gemeentelijk erfgoedbeleid. 1. De herijking van de gemeentelijke monumenten is inmiddels afgerond. De resultaten van deze herijking zijn zowel op de gemeentelijke website als op de website van het Erfgoedplatform Schouwen-Duiveland gepubliceerd. Het aantal gemeentelijke monumenten is, na deze herijking, teruggebracht van 380 naar 315, waarvan er 308 in Zierikzee staan en slechts 7 in de rest van de gemeente. Er is dus sprake van een onevenwichtig gemeentelijk monumentenbestand. Juist op het eiland, in de dorpen en in de polders, liggen waardevolle gebouwen en objecten. Naast woonhuizen betreft dit vooral panden met een agrarische of (oud-)industriële bestemming, die ten behoeve van het behoud van hun cultuurhistorische betekenis gemeentelijke bescherming verdienen. Wij bevelen een onderzoek aan naar uitbreiding van de gemeentelijke monumentenlijst, alsmede naar een adequaat beheer van de gemeentelijke lijst.

Met het aanwijzen van gemeentelijke monumenten wordt de eigenaar in zijn eigendomsrechten belemmerd. Een compensatie voor deze belemmering in de vorm van een stimuleringsbijdrage voor het instandhouden zal de bereidheid van eigenaren om aan bescherming mee te werken zeker stimuleren. Het Erfgoedplatform wil uw college daarover graag nader adviseren. 2. In het verlengde van het 1e punt willen wij graag de gemeentelijke loketfunctie voor eigenaren van rijks- en gemeentelijke monumenten helpen versterken door het organiseren van bijeenkomsten waarbij informatie aan eigenaren wordt verstrekt over de instandhouding van monumenten. Het gaat daarbij om architectuurhistorische, bouwkundige en financiële informatie. De kennis, kunde en capaciteit hiervoor is binnen het gemeentelijk apparaat onvoldoende aanwezig. Het Erfgoedplatform wil met haar netwerk hieraan graag een bijdrage leveren. Wij pleiten daarnaast voor meer specifieke kennis en capaciteit over het restaureren en in stand houden van monumenten binnen de gemeente, zowel voor het beheren van monumenten in eigendom van de gemeente als ten behoeve van het informeren en begeleiden van eigenaren van zowel rijks- als gemeentelijke monumenten.

Immers, de gemeente Schouwen-Duiveland staat met het aantal van 830 rijksmonumenten in de top 10 van de landelijke lijst van monumentengemeenten, maar heeft daarvoor onvoldoende kennis, kunde en capaciteit en kennis in huis. Zie hiervoor het in 2018 op verzoek van de Minister van OCW door BMC uitgevoerde onderzoek Stelsel of lappendeken: https://vng.nl/sites/default/files/publicaties/2018/p004780_stelsel_of_ lappendeken_-_quickscanonderzoek_wijn_c_220218.pdf 3. Ook in onze gemeente constateren we dat eigenaren van gemeentelijke monumenten met enige regelmaat zonder vergunning verbouwingen plegen en veranderingen aanbrengen, soms met toepassing van verkeerde materialen. Voorbeelden daarvan worden zichtbaar door een melding van een burger of door een toevallige inspectie. Het vervangen van houten kozijnen

54

door kunststof, het wijzigen van de kleur(en) op gevels, het wijzigen van de bestemming en het opmetselen van muurtjes tussen achtererven zijn daarvan enkele voorbeelden. Uiteraard komen dan de toezichthouders in actie, maar helaas is regulier toezicht door een gebrek aan kennis, kunde en capaciteit niet altijd aan de orde. Wij adviseren u de keten van vergunningverlening, toezicht en handhaving af te stemmen op de wettelijke taak van de gemeente met betrekking tot de vergunningverlening voor monumenten, het toezicht en de handhaving. Graag zien wij dat er een op monumentenbehoud afgestemd VTH-beleid wordt vastgesteld en dat daarvoor de benodigde capaciteit beschikbaar komt. 4. Erfgoedbeleid vraagt om een visie. Het erfgoedbeleid van de gemeente is voor de periode 2012 tot en met 2018 vastgesteld. Inmiddels is de Erfgoedwet in werking getreden, de Omgevingswet is aangekondigd en het toezicht van de provincies op erfgoedgebied zal worden aangescherpt. Het rapport over de toezichthoudende rol van provincies van de Inspectie Overheidsinformatie en Erfgoed (zie https://www.inspectie-oe.nl/actueel/nieuws/2021/03/11/een-lappendeken.-zichtop-toezicht-door-provincies) is in de Tweede Kamer behandeld en heeft inmiddels geleid tot vervolgactie.

Wij geven hierbij het advies te anticiperen op huidige en toekomstige wetgeving en het toezicht van de provincies door een aangepaste visie op het erfgoed in onze gemeente voor de komende jaren te ontwikkelen en daaraan uitvoering te geven. 5. Op basis van het vorenstaande geven wij uw college graag in overweging de aandacht voor erfgoed en erfgoedbeleid in het overdrachtsdossier voor het nieuwe college op te nemen Met vriendelijke groet, namens het Erfgoedplatform Schouwen-Duiveland, Ria Geluk, voorzitter

www.erfgoedschouwenduiveland.nl

55

Bijlage 2: Overzicht rijksmonumenten in gemeentelijk bezit Naam

Adres

Monumentnr.

Bestemming

De Beurs

Havenplein 17, Zierikzee

RM-40592

Openbaar toegankelijk

Nobelpoort

Nobelpoort 1, Zierikzee

RM-40671

Geen

Noordhavenpoort

Noordhavenpoort 2 + 2a , Zierikzee

RM-40849

Gedeeltelijk verhuurd

Zuidhavenpoort

Zuidhavenpoort 1, Zierikzee

RM-41012

Verhuurd

Lutherse kerk

Gat van West-Noord Westen 1, Zierikzee

RM-40554

Geeneigendom,weleeuwigdurende onderhoudsverplichting

Gravensteen

Mol 25, Zierikzee

RM-40782

Wereldwinkel (tijdelijk)

Molen

Magnoliastraat 17a, Nieuwerkerk

RM-14170

Molen

Molen De Hoop

Lange Nobelstraat 43. Zierikzee

RM-40707

Molen

Molen De Haas

Bolwerk (bij 2) 1, Zierikzee

RM-40483

Molen

Molen de Korenbloem

Molendreef 7, Zonnemaire

RM-11211

Molen

Molen Aeolus

Molenweg 17, Dreischor

RM-11161

Molen

Toren (kerk)

Ring 1, Dreischor

RM-11163

Toren

Toren (kerk)

Ring 1, Haamstede

RM-38790

Toren

Toren (vrijstaand)

Kerkplein 1, Nieuwerkerk

RM-14165

Toren

Toren (kerk)

Torenplein 5, Oosterland

RM-14162

Toren

Toren (kerk)

Lange Reke 6, Renesse

RM-38830

Toren

Toren (kerk)

Dorpsplein 22, Serooskerke

RM-38842

Toren

Toren (Gasthuiskerk)

Havenplein 17, Zierikzee

RM-40591

Toren

Toren (kerk)

Prof. Zeemansstraat 2, Zonnemaire

RM-11212

Toren

Toren (kerk)

Dorpsring 32, Noordwelle

RM-38818

Toren

Toren (kerk)

Burghse ring 33, Burgh

RM-38778

Toren

Toren (kerk)

Ring 1, Noordgouwe

RM-11187

Toren

Voormalig Stadhuis Meelstraat 6, Zierikzee

RM-40749, 50 en 51 Stadhuismuseum

Woning

Noordhavenpoort 2, Zierikzee

RM-40874

Verhuurd

Boerenhoeve met schuur

Roelandsweg 3 b, Renesse

RM-38823

Verhuurd

56

Laan van St. Hilaire 2 4301SH Zierikzee Postadres: Postbus 5555 4300 JA Zierikzee T (0111) 452 000 E gemeente@schouwen-duiveland.nl W www.schouwen-duiveland.nl

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14769144/1