1075977 Bijlage 2 ruimtelijke onderbouwing
Tekst van het document
2
STEDENBOUWKUNDIGE RANDVOORWAARDEN KUIJERDAMSEWEG 68 SCHARENDIJKE
Elkerzeeseweg - Kuijerdamseweg is een concentratie van enkele vrijstaande woningen aanwezig. Deze woningen zijn kleinschalig en zijn opgebouwd uit 1 bouwlaag met kap. De woningen staan relatief dicht aan de straat en hebben een vrij ondiepe voortuin (ca 5m). Ze zijn voorzien van een zadeldak, waarbij de nokrichting parallel aan de weg is. De rooilijn van de woningen volgt veelal de richting van de verkaveling, waardoor deze net iets verdraaid staan ten opzichte van de straten. De twee woningen aan de westzijde van de Kuijerdamseweg staan wel parallel aan de weg. De architectuur is divers in vorm, materiaal en kleurgebruik en over het algemeen sober. Het materiaalgebruik is traditioneel, met baksteen, gepotdekselde houtdelen, houten kozijnen en details en pannen daken. De Kuijerdamseweg heeft een groene uitstraling met bermen en sloten aan weerzijden. In de bermen staan aan weerszijden bomen en met name aan de zuidoostzijde van de weg levert de groene rand van het recreatieterrein het Baken een belangrijke bijdrage aan deze groene uitstraling.
ANALYSE
Elkerze
Ku i
je rd a
m
se w eg
eseweg
Afbeelding 1: planlocatie aan de Kuijerdamseweg 3
R U I M T E L I J K E A N A LY S E Groene uitstraling Kuijerdamseweg met aan weerszijden groene bermen met bomen
Vrijstaande woningen: 1 laag
Planlocatie
met langskap
Kuijerdamseweg groene randen planlocatie
4
STEDENBOUWKUNDIGE RANDVOORWAARDEN KUIJERDAMSEWEG 68 SCHARENDIJKE
Kuijerdamseweg De Kuijerdamseweg vormt een verbinding tussen de Brouwersdam Binnenzijde en de Elkerzeeseweg. Daarmee vormt het de belangrijkste entree tot Scharendijke vanaf de Dammenweg (n57). Aan deze weg bevindt zich de planlocatie, tussen een gebied met reguliere woningen en recreatiewoningen. Aan de oostzijde bevinden zich enkele vrijstaande woningen in 1 bouwlaag met kap, met de nokrichting parallel aan de straat. Aan de westzijde bevindt zich het recreatiererrein Het Baken afgeschermd met een brede groenstrook van de Kuijerdamseweg.
HISTORIE De kern van Scharendijke is te omschrijven als een straatdorp. De bebouwing in het historische hart van het dorp is gegroeid langs enkele wegen, te weten de Dorpsstraat, de Platteweg en de Dijkstraat. De basis van het dorp is onststaan langs de Dorpsstraat, gelegen aan de noordzijde van het huidige dorp dicht tegen de dijk aan. Vanwege deze ligging tegen de dijk is het dorp daarna alleen ten zuiden van de Dorpsstraat ontwikkeld. De Elkerzeeseweg is één van de oudere bebouwingslinten, die in de loop van de 20e eeuw is bebouwd. De historische kern van het dorp bestaat feitelijk uit vier bebouwingsstraten. Vooral langs de Dorpsstraat en de Dijkstraat is de bebouwing verdicht in de loop der jaren, zodat er een dichte bebouwingswand is ontstaan van aaneengeschakelde individuele panden. De woningen staan grotendeels in dezelfde rooilijn aan de straat en een voortuin ontbreekt. Langs de Platteweg en de Elkerzeeseweg staan vooral vrijstaande en twee-onderéén kapwoningen die iets terug liggen van de weg en een voortuin hebben. De ontsluiting van de percelen en oriëntatie van de woningen is op de straat gericht. De woningen zijn overwegend kleinschalig met één bouwlaag met wisselende bouwhoogte en hebben doorgaans een zadeldak, een enkele keer komt een schilddak of mansardedak voor.
De woningen aan de Kuijerdamseweg hebben overwegend een langsgevel aan de straat en de woningen aan de Kuijerdamseweg hebben overwegend een eenvoudig rechthoekige plattegrond.
In het algemeen is er sprake van een eenvoudige baksteenarchitectuur met verticaal gelede gevelvensters dicht tegen het gevelvlak.Boven de entree is in bijna alle gevallen een bovenlicht aanwezig. Het detailleringniveau verschilt van pand tot pand. Bij enkele panden blijft het beperkt tot sierankers en een bewerkte gootlijst, terwijl bij andere panden er sprake is van speklagen, rolbogen, een hardstenen plint en gooten daklijsten. Een enkele keer is er ook sprake van een siergevel. Het materiaal- en kleurgebruik is beperkt tot roodbruine en zandkleurige baksteen (eventueel witgepleisterd), rode of antracietkleurige dakpannen, houten kozijnen en gooten daklijsten in wit en verschillende andere kleuren, zoals bruine aardetinten, grijs en donkergroen. Schoorstenen zijn voornamelijk op de noklijn geplaatst. Aan de westzijde van Scharendijke liggen de recreatieterreinen Het Baken en Camping de Strandloper die naar binnen zijn gericht en een groene rand hebben richting de omgeving en de Kuijerdamseweg.
5
6
1920
1955
1980
2021
STEDENBOUWKUNDIGE RANDVOORWAARDEN KUIJERDAMSEWEG 68 SCHARENDIJKE
2. STEDENBOUWKUNDIGE UITGANGSPUNTEN Ruimtelijk patroon
Architectuur
•
•
• •
•
De woning wordt bij voorkeur parallel aan de Kuijerdamseweg gepositioneerd, of loodrecht op de weg; De nokrichting volgt is bij voorkeur parallel aan de Kuijerdamseweg; Vanuit duurzaamheidsoverweging (ivm zonoriëntatie) is het voorstelbaar dat de nokrichting loodrecht op de Kuijerdamseweg wordt gesitueerd; De minimale afstand tussen de voorgevel en voorste perceelsgrens dient minimaal 3,0m te bedragen.
•
•
Materiaal, kleur en detaillering •
Hoofdvorm • •
•
•
De vrijstaande woning heeft een traditionele hoofdvorm; De woning bestaat uit één bouwlaag met een kap. Goothoogte max. 6m en nokhoogte max. 10m; Toepassen van een traditionele kapvorm: zadeldak. Een plat dak, lessenaarsdak, tentkap, golfdak of varianten daarop zijn niet toegestaan; De dakhelling van de woning mag ten minste 30° en ten hoogste 55° bedragen.
De woning is opgebouwd uit eenvoudige volumes en minimalistische details; De woning heeft een bouwvolume passend bij de bestaande woningen aan de Kuijerdamseweg; Geen blinde gevels op de openbare weg.
• •
•
De gevels worden uitgevoerd met hoogwaardige, onderhoudsarme, gevelmaterialen zoals metselwerk of strak vormgegeven houtwerk. Ook kunststof met een houtlook/natuurlijke uitstraling is toegestaan. De kleurstelling van de gevel is ingetogen en dient aan te sluiten op de omgeving; Detaillering zoals kozijnen, daklijsten, bijzondere onderdelen in de gevels in hout of aluminium (mits het beeld en de sfeer niet wordt aangetast), wit tot antraciet van kleur. Op het dak liggen keramische pannen, roodoranje of antraciet.
7
UITGANGSPUNTEN nokhoogte: max 8,0m goothoogte: max 3,5m
VENSEWEG Bebouwing bij voorkeur parallel aan de straat (rechthoekige plattegrond met lange zijde langs de Kuijerdamseweg)
Rooilijn op minimaal 3m.
Nokrichting vanuit stedenbouw bij voorkeur parallel aan de Kuijerdamseweg
nokhoogte: max 10,0m goothoogte: max 6m
De bebouwing dient te bestaan uit een traditionele bouwmassa: 1 laag met kap. Vanuit duurzaamheidsoverweging (bezonning) kan ook gekozen worden voor nokrichting haaks op de Kuijerdamseweg 8
Goothoogte: max 6m, Nokhoogte: max 10m
STEDENBOUWKUNDIGE RANDVOORWAARDEN KUIJERDAMSEWEG 68 SCHARENDIJKE
Kapvorm: zadeldak
3. STEDENBOUWKUNDIGE UITGANGSPUNTEN
REFERENTIEBEELDEN
Diversen • • •
• •
Het perceel heeft aan de voorzijde een lage, groene erfafscheiding van max 1,0m hoog; Zonnepanelen worden geïntegreerd in het dak; Kavels hebben een zo groen mogelijk karakter: verhard/bebouwd oppervlak zoveel mogelijk beperken; Het parkeren dient plaats te vinden op eigen perceel; Maximaal wordt één oprit toegepast, waarbij de sloot aan de Kuijerdamseweg behouden blijft.
9
10
STEDENBOUWKUNDIGE RANDVOORWAARDEN KUIJERDAMSEWEG 68 SCHARENDIJKE
Bijlage 2 Stikstofberekeningen aanleg‐ en gebruiksfase
Memo
17 mei 2023 20220747 M. Tajqurishi S. Lie
Kuijerdamseweg Scharendijke René Faasse Projecten BV
Het voornemen is om op het kadastrale perceel MDS01-A-48 aan de Kuijerdamseweg in Scharendijke een woning te realiseren. De ontwikkeling dient getoetst te worden aan de eisen uit de Wet natuurbescherming, waarbij de mogelijke gevolgen voor de stikstofdepositie binnen Natura 2000 een rol spelen. Figuur 1 laat de ligging van het projectgebied ten opzichte van het Natura 2000-netwerk zien. Niet alle Natura 2000-gebieden zijn gevoelig voor stikstofdepositie. Het meest nabijgelegen gebied met stikstofgevoelige habitats betreft het Natura 2000-gebied ‘Grevelingen’. De minimale afstand van dit Natura 2000-gebied tot het plangebied bedraagt circa 125 meter. Andere Natura 2000-gebieden met stikstofgevoelige habitats liggen op grotere afstand.
Figuur 1 Locatie beoogde ontwikkeling (rood) ten opzichte van Natura 2000-gebieden (bron: AERIUS calculator)
Met het rekenmodel Aerius (versie 2022.1) is een berekening uitgevoerd om de mogelijke gevolgen van de ontwikkeling voor de stikstofdepositie binnen Natura 2000 in beeld te brengen, daarbij zijn de realisatiefase en gebruiksfase (na oplevering van de beoogde ontwikkeling) beschouwd. In deze memo wordt achtereenvolgens ingegaan op de gehanteerde uitgangspunten, de resultaten en de conclusie. De invoer- en uitvoergegevens vanuit Aerius zijn opgenomen in een aparte bijlage.
Wet natuurbescherming De Wet natuurbescherming: ● verankert de Europese gebiedsbescherming van Natura 2000, bestaande uit Speciale Beschermingszones (SBZ's) op grond van de Europese Vogel- en Habitatrichtlijn, in de Nederlandse wetgeving; ● vormt de wettelijke basis voor de aanwijzingsbesluiten met instandhoudingsdoelstellingen; ● legt de rol van bevoegd gezag voor verlening van vergunningen meestal bij de provincies. Voor Natura 2000-gebieden gelden onder meer de volgende verplichtingen: ● De overheid dient ervoor te zorgen dat de kwaliteit van de natuurlijke habitats en de habitats van soorten in de speciale beschermingszones niet verslechtert. Tevens mag er geen verstoring optreden voor de soorten waarvoor de zones zijn aangewezen. ● Voor elk plan of project dat niet direct verband houdt met of nodig is voor het beheer van het gebied, maar afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten significante gevolgen kan hebben voor zo'n gebied, wordt een passende beoordeling gemaakt van de gevolgen voor het gebied. Bevoegde nationale instanties geven slechts toestemming voor het plan of project nadat zij de zekerheid hebben verkregen dat de natuurlijke kenmerken van het gebied niet worden aangetast.
● Als een plan of project om dwingende reden van groot openbaar belang toch moet worden gerealiseerd, terwijl significant negatieve effecten niet kunnen worden uitgesloten, moeten alle nodige compenserende maatregelen worden genomen om te waarborgen dat de algehele samenhang van het Europees ecologisch netwerk (Natura 2000) bewaard blijft. Bij de beoordeling van de gevolgen van plannen, projecten en handelingen voor de instandhoudingsdoelstellingen spelen onder andere de ecologische effecten van verzuring en vermesting door een eventuele toename van stikstofdepositie een rol. Uit jurisprudentie volgt dat in een overbelaste situatie al bij een kleine toename van stikstofdepositie sprake kan zijn van significante negatieve effecten. In dat geval is een passende beoordeling noodzakelijk.
Realisatiefase De verwachting is dat de bouwwerkzaamheden in 2023 plaatsvinden. Naarmate de bouwwerkzaamheden verder in de toekomst liggen, worden de emissies ten gevolge van transportbewegingen lager, omdat het rekenmodel uitgaat van toepassing van schonere technieken in de toekomst. Gedurende de realisatiefase is er sprake van inzet van materieel (zoals graafmachines en kranen) en transporten. Op dit moment is er nog geen gedetailleerde informatie beschikbaar. Voor de bouw van de beoogde ontwikkeling is uitgegaan van het kental van 3 kg NOx per woning. De emissie van de beoogde woning komt op 3 kg NOx. In zowel het rapport “Methode inschatting depositie woningbouwprojecten” van het RIVM (d.d. 14 november 2019) als in het rapport “Handreiking woningbouw en AERIUS” van de Rijksoverheid (d.d. januari 2020) is ditzelfde kengetal vastgesteld voor de aanleg van één woning. Dit is ingevoerd als vlakbron. Binnen dit kengetal valt de inzet van mobiele werktuigen en het transport van zowel de bouwmaterialen als de werknemers van en naar de bouwlocatie (bij gebruik van lichte materialen - houtskeletbouw en modulair bouwen - kan de depositie lager zijn). Er wordt alsnog worst-
2/3
case uitgegaan van 150 lichte bewegingen en 25 zware bewegingen per woning. De verkeersbewegingen zijn ingevoerd als lijnbron. De verkeerstoename door een project wordt in de berekeningen meegenomen tot het extra verkeer opgaat in het ‘heersende verkeersbeeld’. Volgens de ‘instructie gegevensinvoer Aerius’ wil zeggen dat ‘het extra verkeer door zijn snelheid en rij‐ en stopgedrag zich niet meer onderscheidt van het overige verkeer dat zich op de betrokken weg bevindt’. Hierbij weegt ook de verhouding mee tussen de hoeveelheid extra verkeer en het reeds op de weg aanwezige verkeer. Bij de modellering in Aerius is er van uitgegaan dat het verkeer wordt afgewikkeld via Kuijerdamseweg naar de Brouwersdam Binnenzijde. Op de Brouwersdam Binnenzijde gaan de vervoersbewegingen op in het heersende verkeersbeeld. Gebruiksfase De beoogde woning krijgt geen gasaansluiting, zodoende is in de beoogde situatie geen sprake van directe emissies vanuit het plan. De (potentiële) gevolgen voor de stikstofdepositie binnen Natura 2000 worden in de gebruiksfase bepaald door de emissies die samenhangen met de verkeersgeneratie. De verkeersgeneratie van de beoogde ontwikkeling is berekend op basis van kencijfers uit CROW publicatie 381.
Voor het bepalen van de te hanteren kencijfers wordt op basis van data van het CBS voor de gemeente Schouwen-Duiveland een stedelijkheidsgraad van ‘niet stedelijk’ aangehouden. Voor de ligging van het projectgebied wordt uitgegaan van ‘buitengebied’. Dit komt uit op een verkeersgeneratie van 8,6 mvt/etmaal. Omdat het om de realisatie van 1 woning gaat, zijn de realisatiefase en gebruiksfase in één berekening uitgevoerd. Het verkeer wikkelt af op dezelfde wijze als de realisatiefase. Op de Brouwersdam binnenzijde gaat het verkeer op in het heersende verkeersbeeld.
Uit de berekening met AERIUS Calculator (versie 2022.1) voor de realisatie- en gebruiksfase blijkt dat er geen toename is van stikstofdepositie hoger dan 0,00 mol/ha/jr. Op basis hiervan zijn significante negatieve effecten op Natura 2000-gebied in zowel de realisatiefase als de gebruiksfase uitgesloten. De beoogde herontwikkeling is derhalve uitvoerbaar in het kader van de Wet natuurbescherming.
3/3
Bijlage 3 Memo stikstof
Memo
17 mei 2023 20220747 M. Tajqurishi S. Lie
Kuijerdamseweg Scharendijke René Faasse Projecten BV
Het voornemen is om op het kadastrale perceel MDS01-A-48 aan de Kuijerdamseweg in Scharendijke een woning te realiseren. De ontwikkeling dient getoetst te worden aan de eisen uit de Wet natuurbescherming, waarbij de mogelijke gevolgen voor de stikstofdepositie binnen Natura 2000 een rol spelen. Figuur 1 laat de ligging van het projectgebied ten opzichte van het Natura 2000-netwerk zien. Niet alle Natura 2000-gebieden zijn gevoelig voor stikstofdepositie. Het meest nabijgelegen gebied met stikstofgevoelige habitats betreft het Natura 2000-gebied ‘Grevelingen’. De minimale afstand van dit Natura 2000-gebied tot het plangebied bedraagt circa 125 meter. Andere Natura 2000-gebieden met stikstofgevoelige habitats liggen op grotere afstand.
Figuur 1 Locatie beoogde ontwikkeling (rood) ten opzichte van Natura 2000-gebieden (bron: AERIUS calculator)
Met het rekenmodel Aerius (versie 2022.1) is een berekening uitgevoerd om de mogelijke gevolgen van de ontwikkeling voor de stikstofdepositie binnen Natura 2000 in beeld te brengen, daarbij zijn de realisatiefase en gebruiksfase (na oplevering van de beoogde ontwikkeling) beschouwd. In deze memo wordt achtereenvolgens ingegaan op de gehanteerde uitgangspunten, de resultaten en de conclusie. De invoer- en uitvoergegevens vanuit Aerius zijn opgenomen in een aparte bijlage.
Wet natuurbescherming De Wet natuurbescherming: ● verankert de Europese gebiedsbescherming van Natura 2000, bestaande uit Speciale Beschermingszones (SBZ's) op grond van de Europese Vogel- en Habitatrichtlijn, in de Nederlandse wetgeving; ● vormt de wettelijke basis voor de aanwijzingsbesluiten met instandhoudingsdoelstellingen; ● legt de rol van bevoegd gezag voor verlening van vergunningen meestal bij de provincies. Voor Natura 2000-gebieden gelden onder meer de volgende verplichtingen: ● De overheid dient ervoor te zorgen dat de kwaliteit van de natuurlijke habitats en de habitats van soorten in de speciale beschermingszones niet verslechtert. Tevens mag er geen verstoring optreden voor de soorten waarvoor de zones zijn aangewezen. ● Voor elk plan of project dat niet direct verband houdt met of nodig is voor het beheer van het gebied, maar afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten significante gevolgen kan hebben voor zo'n gebied, wordt een passende beoordeling gemaakt van de gevolgen voor het gebied. Bevoegde nationale instanties geven slechts toestemming voor het plan of project nadat zij de zekerheid hebben verkregen dat de natuurlijke kenmerken van het gebied niet worden aangetast.
● Als een plan of project om dwingende reden van groot openbaar belang toch moet worden gerealiseerd, terwijl significant negatieve effecten niet kunnen worden uitgesloten, moeten alle nodige compenserende maatregelen worden genomen om te waarborgen dat de algehele samenhang van het Europees ecologisch netwerk (Natura 2000) bewaard blijft. Bij de beoordeling van de gevolgen van plannen, projecten en handelingen voor de instandhoudingsdoelstellingen spelen onder andere de ecologische effecten van verzuring en vermesting door een eventuele toename van stikstofdepositie een rol. Uit jurisprudentie volgt dat in een overbelaste situatie al bij een kleine toename van stikstofdepositie sprake kan zijn van significante negatieve effecten. In dat geval is een passende beoordeling noodzakelijk.
Realisatiefase De verwachting is dat de bouwwerkzaamheden in 2023 plaatsvinden. Naarmate de bouwwerkzaamheden verder in de toekomst liggen, worden de emissies ten gevolge van transportbewegingen lager, omdat het rekenmodel uitgaat van toepassing van schonere technieken in de toekomst. Gedurende de realisatiefase is er sprake van inzet van materieel (zoals graafmachines en kranen) en transporten. Op dit moment is er nog geen gedetailleerde informatie beschikbaar. Voor de bouw van de beoogde ontwikkeling is uitgegaan van het kental van 3 kg NOx per woning. De emissie van de beoogde woning komt op 3 kg NOx. In zowel het rapport “Methode inschatting depositie woningbouwprojecten” van het RIVM (d.d. 14 november 2019) als in het rapport “Handreiking woningbouw en AERIUS” van de Rijksoverheid (d.d. januari 2020) is ditzelfde kengetal vastgesteld voor de aanleg van één woning. Dit is ingevoerd als vlakbron. Binnen dit kengetal valt de inzet van mobiele werktuigen en het transport van zowel de bouwmaterialen als de werknemers van en naar de bouwlocatie (bij gebruik van lichte materialen - houtskeletbouw en modulair bouwen - kan de depositie lager zijn). Er wordt alsnog worst-
2/3
case uitgegaan van 150 lichte bewegingen en 25 zware bewegingen per woning. De verkeersbewegingen zijn ingevoerd als lijnbron. De verkeerstoename door een project wordt in de berekeningen meegenomen tot het extra verkeer opgaat in het ‘heersende verkeersbeeld’. Volgens de ‘instructie gegevensinvoer Aerius’ wil zeggen dat ‘het extra verkeer door zijn snelheid en rij‐ en stopgedrag zich niet meer onderscheidt van het overige verkeer dat zich op de betrokken weg bevindt’. Hierbij weegt ook de verhouding mee tussen de hoeveelheid extra verkeer en het reeds op de weg aanwezige verkeer. Bij de modellering in Aerius is er van uitgegaan dat het verkeer wordt afgewikkeld via Kuijerdamseweg naar de Brouwersdam Binnenzijde. Op de Brouwersdam Binnenzijde gaan de vervoersbewegingen op in het heersende verkeersbeeld. Gebruiksfase De beoogde woning krijgt geen gasaansluiting, zodoende is in de beoogde situatie geen sprake van directe emissies vanuit het plan. De (potentiële) gevolgen voor de stikstofdepositie binnen Natura 2000 worden in de gebruiksfase bepaald door de emissies die samenhangen met de verkeersgeneratie. De verkeersgeneratie van de beoogde ontwikkeling is berekend op basis van kencijfers uit CROW publicatie 381.
Voor het bepalen van de te hanteren kencijfers wordt op basis van data van het CBS voor de gemeente Schouwen-Duiveland een stedelijkheidsgraad van ‘niet stedelijk’ aangehouden. Voor de ligging van het projectgebied wordt uitgegaan van ‘buitengebied’. Dit komt uit op een verkeersgeneratie van 8,6 mvt/etmaal. Omdat het om de realisatie van 1 woning gaat, zijn de realisatiefase en gebruiksfase in één berekening uitgevoerd. Het verkeer wikkelt af op dezelfde wijze als de realisatiefase. Op de Brouwersdam binnenzijde gaat het verkeer op in het heersende verkeersbeeld.
Uit de berekening met AERIUS Calculator (versie 2022.1) voor de realisatie- en gebruiksfase blijkt dat er geen toename is van stikstofdepositie hoger dan 0,00 mol/ha/jr. Op basis hiervan zijn significante negatieve effecten op Natura 2000-gebied in zowel de realisatiefase als de gebruiksfase uitgesloten. De beoogde herontwikkeling is derhalve uitvoerbaar in het kader van de Wet natuurbescherming.
3/3
Bijlage 4 Watertoets
Aanmeldformulier watertoets De watertoets of waterschapstoets geeft inzicht in de consequenties van uw plan voor de taken van Waterschap Scheldestromen. Voorafgaand aan het overleg stuurt u ons een zo volledig mogelijk ingevuld aanmeldformulier (vervang onze cursieve toelichtingen in de rechter kolom door uw invullingen). Dit formulier is de agenda voor ons contact met u (in persoon, per mail en/of telefonisch). De watertoetstabel met definitieve invullingen en eventueel aanvullende documenten is inhoudelijk gelijk aan de, wettelijk verplichte, waterparagraaf van het ruimtelijk plan. Het ruimtelijk plan vormt de basis voor ruimtelijke besluitvorming en vergunningverlening.
Uw gegevens Naam: Organisatie: Adres: Postcode + plaats: E-mailadres: Telefoonnummer: Datum aanvraag:
Gegevens initiatiefnemer
Formulier ingevuld door
(particulier/bedrijf)
(werkend voor initiatiefnemer, b.v. adviesbureau)
De heer R. Faasse René Faasse Projecten Knotwilgendreef 26 4493 EJ Kamperland renefaasse@zeelandnet.nl 06-55336746
De heer J. Dingemanse Rho adviseurs en leefruimte Segeerssingel 6 4337 LG Middelburg joris.dingemanse@rho.nl 0118-689050
Gegevens van het plan Wat is de (concept)plannaam: Waar is het plan gelegen:
Kuijderdamseweg 68 - Scharendijke
Kuijerdamseweg 68 4322NM Scharendijke Kadastraal perceel: MSD01-A-48
Beknopte planomschrijving De initiatiefnemer is voornemens om een nieuwe woning te realiseren op een perceel aan de Kuijerdamseweg in Scharendijke (op perceel MSD01-A-48). De locatie ligt al lange tijd braak, aan de rand van woningen en bungalowpark het Baken. De oppervlakte van het projectgebied beslaat ca. 750 m2. Er is nog geen ontwerp bouwplan beschikbaar. Er wordt gebruik gemaakt van de bestaande in-/uitrit die georiënteerd is op de Kuijerdamseweg.
Watertoetstabel De watertoetstabel ondersteunt de onderbouwing van de wateraspecten in een ruimtelijk plan. Thema en water(beheer)doelstelling
Uitwerking
Veiligheid waterkeringen
Er zijn op het perceel geen waterkeringen aanwezig. In de nabijheid van het perceel is een Waterstaatswerk, Beschermingszone A en Beschermingszone B aanwezig. Deze waterkeringen
Waarborgen van het veiligheidsniveau en rekening houden met de daarvoor benodigde ruimte.
2
zijn echter op voldoende afstand, waardoor dit aspect niet relevant is.
Voorkomen overlast door oppervlaktewater Het plan biedt voldoende ruimte voor het vasthouden, bergen en afvoeren van water. Waarborgen van voldoende bouwpeil om overstroming vanuit oppervlaktewater in maatgevende situaties te voorkomen. Rekening houden met de gevolgen van klimaatverandering en de kans op extreme weersituaties.
Voorkomen overlast door hemel- en afvalwater Waarborgen optimale werking van de zuiveringen/ RWZI’s en van de (gemeentelijke) rioleringen. Afkoppelen van (schone) verharde oppervlakken in verband met de reductie van hydraulische belasting van de RWZI, het transportsysteem en het beperken van overstorten.
Thema en water(beheer)doelstelling
De locatie betreft een grasland en heeft een oppervlakte van circa 750 m2. Aangezien er nog geen bouwplan beschikbaar is, is nog onbekend hoeveel vierkante meter het verharde oppervlak toe gaat nemen. Echter zal er wel gecompenseerd moeten worden omdat het perceel onbebouwd is. Aangezien het omliggende slootbodemniveau boven he T100 peil ligt zal het moeilijk worden om een waterberging te realiseren. Mocht er uiteindelijk wel voor deze oplossing worden gekozen dan wordt uitgegaan van een bergende schijf van 0,40 m1. Een andere mogelijkheid is om de watercompensatie af te kopen via het Waterbergingsfonds. Het gronden oppervlaktewaterpeil ter plaatse wordt niet aangepast. Volgens de provinciale waterkansenkaart is op de locatie een verhoogde kans op wateroverlast aanwezig. Het overtollige hemelwater zal in de aangrenzende sloot worden geloosd. In de beoogde woning worden voorzieningen aangebracht waardoor het mogelijk wordt om indien van toepassing aan te sluiten op een gescheiden rioolstelsel. Uitwerking
Grondwaterkwantiteit en verdroging Voorkomen en tegengaan van grondwateroverlast en -tekort. Rekening houdend met de gevolgen van klimaatverandering. Beschermen van infiltratiegebieden en –mogelijkheden.
Grondwaterkwaliteit Behoud of realisatie van een goede grondwaterkwaliteit. Denk aan grondwaterbeschermingsgebieden.
Oppervlaktewaterkwaliteit Behoud of realisatie van goede oppervlaktewaterkwaliteit. Vergroten van de veerkracht van het watersysteem. Toepassing van de trits schoonhouden, scheiden, zuiveren.
Volksgezondheid Minimaliseren risico watergerelateerde ziekten en plagen. Voorkomen van verdrinkingsgevaar/-risico’s via o.a. de daarvoor benodigde ruimte.
Bodemdaling Voorkomen van maatregelen die (extra) maaiveldsdalingen in zettinggevoelige gebieden kunnen veroorzaken.
Natte natuur Ontwikkeling/bescherming van een rijke gevarieerde en natuurlijk karakteristieke aquatische natuur.
Er wordt geen grondwater onttrokken ten behoeve van de ontwikkeling.
Er wordt geen gebruik gemaakt van uitlogende materialen. Hemelwater afkomstig van het dak wordt niet geïnfiltreerd in de bodem. De huidige grondwaterkwaliteit zal daarom niet veranderen. Daarnaast wordt geen gebruik gemaakt van uitlogende materialen. De ontwikkeling wordt aangesloten op de gemeentelijke riolering. Hierdoor is de volksgezondheid gewaarborgd.
Het gebied is weinig zettingsgevoelig. Hier wordt rekening mee gehouden bij de realisatie.
Er bevindt zich geen natte natuur in het projectgebied.
3
Onderhoud oppervlaktewater Oppervlaktewater moet adequaat onderhouden worden. Rekening houden met obstakelvrije onderhoudsstroken vrij van bebouwing en opgaande (hout)beplanting.
Volgens de Legger Oppervlaktewaterlichamen van Waterschap Scheldestromen is langs de noordrand van het perceel een secundaire waterloop aanwezig. Namelijk de leggerwater OAF43775. Het is niet mogelijk om binnen deze zone de woning te realiseren. Dit omdat het betreffende perceel het enige perceel is waarvan nog machinaal onderhoud kan worden uitgevoerd aan de omliggende waterlopen. Hierdoor kan er geen watervergunning verleend worden voor het bouwen en verder inrichten van het perceel binnen de keurzones van 5.00 m1 breed. De woning wordt buiten deze keurzones gerealiseerd.
Andere belangen waterbeheer
Relatie met eigendom waterbeheerder Ruimtelijke ontwikkelingen mogen de werking van objecten (terreinen, milieuzonering) van de waterbeheerder niet belemmeren.
Wegen in beheer bij het waterschap (alleen invullen voor zover van toepassing) * in de bouwfase: Vinden er transporten (grond/bouwmaterialen) plaats over waterschapswegen? * na realisatie: verkeersaantrekkende werking Veroorzaakt uw plan structureel extra verkeer?
* na realisatie: bereikbaarheid Omschrijf hoe motorvoertuigen, fietsers en voetgangers uw plan kunnen bereiken. Worden er hiervoor uitwegen gewijzigd of nieuw aangelegd? * na realisatie: parkeren Wordt er op uw eigen terrein geparkeerd? * na realisatie: (ver)bouwen Bent u voornemens om binnen 20 meter van een waterschapsweg een bouwwerk te (ver)bouwen? (zoals een woning of afscheiding (gefundeerd).
Tot slot Wij verzoeken u het formulier zo volledig mogelijk in te vullen en met een overzichtskaart van het plan te mailen naar waterschap Scheldestromen: info@scheldestromen.nl of postbus 1000, 4330 ZW Middelburg. Het waterschap coördineert de watertoets ook voor Rijkswaterstaat als die betrokken is.
De ruimtelijke onderbouwing leidt niet tot belemmeringen voor eigendommen van de waterbeheerder. Er wordt een onderhoudsdam aangelegd. Het waterschap heeft via de mail akkoord gegeven op de aanleg hiervan. Hiervoor wordt separaat een watervergunning voor aangevraagd. Wat betreft de verkeersintensiteiten als gevolg van de beoogde woningbouw is sprake van een heel beperkt aantal auto’s. De capaciteit van de Kuijerdamseweg (erftoegangsweg van 60 km/uur) is dusdanig dat de beperkte toename van het extra verkeer tijdens de realisatie en tijdens de gebruiksfase opgaat in het aanwezige verkeer. dat past in de capaciteit van de Kuijerdamseweg en dat daar ook veilig worden afgewikkeld. Het projectgebied wordt omgeven door de Kuijerdamseweg (N652). De erftoegangsweg staat in direct verbinding met de Elkerzeeseweg, de Rampweg en de Inlaag. Het waterschap Scheldestromen is de eigenaar en beheerder van de Kuijerdamseweg. Parkeren vindt volledig plaats op eigen terrein. De exacte positie van de woning is nog niet bekend, maar het wordt niet uitgesloten dat de woning voor een klein deel binnen 20 meter van de Kuijerdamseweg wordt gebouwd.
4
Figuur 1: Uitsnede kaart Legger Oppervlaktewaterlichamen, blauw omkaderd het projectgebied (Bron: waterschap Scheldestromen)
Bijlage 5 Verkennend bodemonderzoek
VERKENNEND BODEMONDERZOEK KUIJERDAMSEWEG 68 TE SCHARENDIJKE
Rapportage verkennend bodemonderzoek Kuijerdamseweg 68 te Scharendijke Opdrachtgever
Rho Adviseurs voor leefruimte Postbus 430 4330 AK Middelburg
Contactpersoon
De heer J. Dingemanse
Rapportnummer
19747.001
Versienummer
D1
Status
Eindrapportage
Datum
9 augustus 2022
Vestiging
Zuid-Holland Hoofdweg 240 3067 GJ Rotterdam 088 - 5001600 rotterdam@econsultancy.nl
Opsteller
De heer M. Zandvliet, MSc
Paraaf Kwaliteitscontrole
De heer S. Heijink, MSc
Paraaf
Kwaliteitszorg Econsultancy is lid van de Vereniging Kwaliteitsborging Bodembeheer (VKB). De VKB is een vereniging van bodemadviesen -onderzoeksbureaus en heeft als doel kwaliteitsborging en continue verbetering van de dienstverlening van haar leden op het gebied van bodembeheer. Het VKB keurmerk geeft opdrachtgevers de zekerheid dat het uitvoerend bureau werkt conform de eisen die de VKB aan haar leden stelt op het gebied van competenties en integriteit van medewerkers en het toepassen van vigerende normen en onderzoeksprotocollen. Econsultancy werkt volgens een dynamisch kwaliteits- en milieusysteem, zoals beschreven in het kwaliteits- en milieuhandboek. Ons kwaliteits- en milieusysteem is gecertificeerd volgens de eisen in de NEN-EN-ISO 9001 en NEN-EN-ISO 14001. Betrouwbaarheid Dit bodemonderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd conform de toepasselijke en van kracht zijnde regelgeving. Een bodemonderzoek wordt in zijn algemeenheid echter uitgevoerd door het steekproefsgewijs bemonsteren van de bodem, waardoor het, op basis van de resultaten van een bodemonderzoek, onmogelijk is garanties af te geven ten aanzien van de milieuhygiënische bodemkwaliteit. Daarnaast betreft het bodemonderzoek een momentopname.
Econsultancy accepteert op voorhand geen aansprakelijkheid ten aanzien van mogelijke beslissingen die de opdrachtgever naar aanleiding van het door Econsultancy uitgevoerde bodemonderzoek neemt.
INHOUDSOPGAVE 1
INLEIDING .................................................................................................................................. 1
2
AFBAKENING ONDERZOEKSLOCATIE ................................................................................... 1
3
MILIEUHYGIËNISCH VOORONDERZOEK BODEM ................................................................. 2 3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6 3.7 3.8 3.9
Geraadpleegde bronnen ................................................................................................... 2 Historisch en huidig gebruik onderzoekslocatie ............................................................... 2 Toekomstige situatie ......................................................................................................... 2 Calamiteiten ...................................................................................................................... 3 Uitgevoerd(e) bodemonderzoek(en) op de onderzoekslocatie ........................................ 3 Aangrenzende terreindelen/percelen ............................................................................... 3 Terreininspectie ................................................................................................................ 3 Informatie lokale of regionale achtergrondgehalten ......................................................... 3 Bodemopbouw en geohydrologie ..................................................................................... 4
4
CONCLUSIES MILIEUHYGIËNISCH VOORONDERZOEK BODEM (ONDERZOEKSOPZET) 4
5
VELDWERK ................................................................................................................................ 4 5.1 5.2
5.3
6
LABORATORIUMONDERZOEK ................................................................................................ 6 6.1 6.2 6.3
7
Algemeen.......................................................................................................................... 4 Grondonderzoek ............................................................................................................... 5 5.2.1 Uitvoering veldwerk ............................................................................................ 5 5.2.2 Zintuiglijke waarnemingen .................................................................................. 5 Grondwateronderzoek ...................................................................................................... 5 5.3.1 Uitvoering veldwerk ............................................................................................ 5 5.3.2 Bemonstering ..................................................................................................... 5
Uitvoering analyses .......................................................................................................... 6 Toetsingskader ................................................................................................................. 6 Resultaten grond- en grondwatermonsters ...................................................................... 7
SAMENVATTING, CONCLUSIES EN ADVIES .......................................................................... 9
BIJLAGEN: 1. 2a. 2b. 3. 4a. 4b. 5.
- Topografische ligging van de locatie - Locatieschets - Foto's onderzoekslocatie - Boorprofielen - Analysecertificaten - Getoetste analyseresultaten Circulaire bodemsanering - Toetsingskader Circulaire bodemsanering 19747.001
1
INLEIDING
Rho Adviseurs voor leefruimte heeft aan Econsultancy opdracht verleend voor het uitvoeren van een verkennend bodemonderzoek op de locatie Kuijerdamseweg 68 te Scharendijke. Het bodemonderzoek is uitgevoerd in het kader van de bestemmingsplanwijziging, alsmede de voorgenomen nieuwbouw op de onderzoekslocatie. Het verkennend bodemonderzoek heeft tot doel met een relatief geringe onderzoeksinspanning vast te stellen of op de onderzoekslocatie een grond- en/of grondwaterverontreiniging aanwezig is, teneinde te bepalen of er milieuhygiënische belemmeringen zijn voor de nieuwbouw op de onderzoekslocatie. Het milieuhygiënisch vooronderzoek bodem is verricht conform de NEN 5725:2017 "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek". Het bodemonderzoek is uitgevoerd conform de NEN 5740+A1:2016 "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond". Het veldwerk en de bemonstering zijn uitgevoerd onder certificaat op grond van de BRL SIKB 2000 "Veldwerk bij milieuhygiënisch bodem- en waterbodemonderzoek", protocollen 2001 en 2002 en de daarin gestelde eisen. De analyseresultaten zijn getoetst aan het toetsingskader uit de Circulaire bodemsanering en aan de achtergrondwaarden voor grond uit de Regeling bodemkwaliteit (bijlage B, tabel 1).
Econsultancy is onder meer gecertificeerd voor de protocollen 2001 en 2002 van de BRL SIKB 2000. In dat kader verklaart Econsultancy geen eigenaar van de onderzoekslocatie te zijn of te worden.
2
AFBAKENING ONDERZOEKSLOCATIE
Het milieuhygiënisch vooronderzoek bodem omvat de onderzoekslocatie en direct hieraan grenzende terreindelen binnen een afstand van 25 meter. De onderzoekslocatie (± 745 m²) is gelegen aan de Kuijerdamseweg 68 te Scharendijke (zie bijlage 1). Het perceel, waar de onderzoekslocatie deel van uitmaakt, is kadastraal bekend gemeente Middenschouwen, sectie A, nummer 483. Volgens het Actueel Hoogtebestand Nederland bevindt het maaiveld zich op een hoogte van circa 0,8 m +NAP en zijn de coördinaten van het midden van de onderzoekslocatie X = 47.715, Y = 417.725.
R 19747.001 versie D1
Pagina 1 van 9
3
MILIEUHYGIËNISCH VOORONDERZOEK BODEM
3.1
Geraadpleegde bronnen
Voorafgaand aan de uitvoering van de veldwerkzaamheden is een milieuhygiënisch vooronderzoek bodem uitgevoerd op basis van de NEN 5725. In tabel 1 zijn de in het kader van het milieuhygiënisch vooronderzoek bodem geraadpleegde bronnen weergegeven. Van de locatie en de directe omgeving zijn uit verschillende informatiebronnen gegevens verzameld over het historische, huidige en toekomstige gebruik, eventuele calamiteiten, eventueel eerder uitgevoerde bodemonderzoeken, de bodemopbouw en geohydrologie, verhardingen, kabels en leidingen. Tabel 1.
Geraadpleegde bronnen Onderdeel
Bron
Historisch, huidig en toekomstig gebruik
Opdrachtgever (contactpersoon: de heer J. Dingemanse), d.d. 28 juni 2022
Bouw-/milieudossier, ondergrondse tanks, calamiteiten, eerder uitgevoerd bodemonderzoek
Provincie Zeeland (online tool), d.d. 1 juli 2022
Locatiegegevens van internet: - historisch topografisch kaartmateriaal - basisregistratie grootschalige topografie - kadastrale gegevens - hoogtekaart - luchtfoto's - Google streetview - provinciale bodeminformatie - bodemopbouw - geo(hydro)logie - kabels en leidingen
www.topotijdreis.nl www.pdok.nl www.kadaster.nl www.ahn.nl webservices.gbo-provincies.nl/lufo/services/wms maps.google.nl www.bodemloket.nl maps.bodemdata.nl www.dinoloket.nl www.kadaster.nl/klic-wion
Terreininspectie
Uitgevoerd door Econsultancy, d.d. 7 juli 2022
3.2
Historisch en huidig gebruik onderzoekslocatie
De onderzoekslocatie is bebouwd geweest met een woonhuis in de periode van 1916 tot 1992. Na de sloop in 1992 is het perceel tot op heden onbebouwd gebleven. Voor zover bij de opdrachtgever en de Omgevingsdienst RUD Zeeland bekend, heeft er op de onderzoekslocatie nimmer opslag van oliehoudende producten in ondergrondse of bovengrondse tanks plaatsgevonden. Er zijn geen aanwijzingen gevonden, die aanleiding geven een asbestverontreiniging op de locatie te verwachten. In bijlage 2a is de huidige situatie op een locatieschets weergegeven. Bijlage 2b bevat enkele foto's van de onderzoekslocatie. 3.3
Toekomstige situatie
De initiatiefnemer is voornemens een woonhuis te realiseren op de locatie.
R 19747.001 versie D1
Pagina 2 van 9
3.4
Calamiteiten
Voor zover bij de opdrachtgever bekend hebben zich op de onderzoekslocatie in het verleden geen calamiteiten met een bodembedreigend karakter voorgedaan en zijn geen gegevens bekend dat op deze locatie, als ook in de directe nabijheid, met schuim is geblust. Ook uit informatie van de Omgevingsdienst RUD Zeeland blijkt niet, dat er zich in het verleden bodembedreigende calamiteiten hebben voorgedaan. 3.5
Uitgevoerd(e) bodemonderzoek(en) op de onderzoekslocatie
Op de onderzoekslocatie zijn, voor zover bekend, geen bodemonderzoeken uitgevoerd. 3.6
Aangrenzende terreindelen/percelen
In paragraaf 3.1 zijn de geraadpleegde informatiebronnen voor de omliggende terreindelen en aangrenzende percelen binnen 25 meter van de onderzoekslocatie opgenomen. Het bodemgebruik van de omliggende terreindelen is als volgt: Ten noordwesten van de onderzoekslocatie bevindt zich een provinciale weg (N652). In de overige richtingen grenst de onderzoekslocatie aan woonhuizen en bijbehorende siertuinen. Van de aangrenzende percelen zijn geen bodemonderzoeksgegevens bekend. Uit de verzamelde informatie blijkt, dat er vanuit de omliggende percelen geen grensoverschrijdende verontreinigingen zijn te verwachten. 3.7
Terreininspectie
Voorafgaand aan het bodemonderzoek is er een terreininspectie uitgevoerd. Deze is gericht op de identificatie van bronnen, die mogelijk hebben geleid of kunnen leiden tot een grond- en/of grondwaterverontreiniging. De tijdens de terreininspectie aangetroffen situatie komt overeen met de locatiegegevens, zoals deze zijn opgenomen in paragraaf 3.2. Op de onderzoekslocatie zijn geen mogelijke bronnen voor een grond- en/of grondwaterverontreiniging aangetroffen. 3.8
Informatie lokale of regionale achtergrondgehalten
De onderzoekslocatie is met betrekking tot de bovengrond gelegen binnen de bodemkwaliteitszone "wonen”, van het gebied waarvoor de gemeente Schouwen-duivenland een “Nota bodembeheer” heeft opgesteld. Met betrekking tot de ondergrond is de onderzoekslocatie gelegen binnen de bodemkwaliteitszone "Overig”.
R 19747.001 versie D1
Pagina 3 van 9
3.9
Bodemopbouw en geohydrologie
De onderzoekslocatie ligt volgens de bodemkaart van Nederland in een niet-gekarteerd gebied. De dichtstbijzijnde kaarteenheid betreft kalkarme poldervaaggronden, die volgens de Stichting voor Bodemkartering voornamelijk is opgebouwd uit lichte zavel. De afzettingen, waarin deze bodem is ontstaan, behoren geologisch gezien tot Formatie van Naaldwijk. De gemiddelde stand van het freatisch grondwater bedraagt ± 0,5 m +NAP, waardoor het grondwater zich op ± 0,3 m -mv zou bevinden. Het water van het eerste watervoerend pakket stroomt volgens de isohypsenkaart van de Dienst Grondwaterverkenning van TNO in zuidoostelijke richting. Er liggen geen pompstations in de buurt van de onderzoekslocatie die van invloed zouden kunnen zijn op de grondwaterstroming ter plaatse van de onderzoekslocatie. De onderzoekslocatie ligt niet in een grondwaterbeschermings- en/of grondwaterwingebied.
4
CONCLUSIES MILIEUHYGIËNISCH VOORONDERZOEK BODEM (ONDERZOEKSOPZET)
Uit het milieuhygiënisch vooronderzoek bodem blijkt, dat er geen sprake is van bodembelasting, anders dan een regionale of landelijke diffuse achtergrondbelasting in de grond en het grondwater. Op de locatie worden geen verontreinigende stoffen verwacht in gehalten boven de landelijk of regionaal geldende achtergrondwaarde voor grond en/of de streefwaarde voor grondwater. Dit geldt zowel voor natuurlijke achtergrondgehalten als voor "antropogene" achtergrondgehalten, waarvan de oorzaak niet eenduidig is aan te wijzen. Op basis van het milieuhygiënisch vooronderzoek bodem is geconcludeerd dat de onderzoekslocatie onderzocht dient te worden volgens de strategie "onverdacht, niet lijnvormig" (ONV-NL). Bij onverdachte locaties luidt de onderzoekshypothese dat de bodem niet verontreinigd is. Op basis van de resultaten van het milieuhygiënisch vooronderzoek concludeert Econsultancy dat atmosferische depositie naar verwachting de enige (beperkte) bron van PFAS-verontreiniging op de locatie is. Atmosferische depositie kan leiden tot beperkt verhoogde PFAS-gehalten in bodem en water. Indien bij het ontgraven of saneren sprake is van afvoer van de grond naar elders, is het voor de toepassing elders of de acceptatie bij een grondbank, verwerker of stortplaats noodzakelijk om onderzoek te doen naar PFAS. Op aangeven van de opdrachtgever maakt PFAS geen deel uit van onderhavig onderzoek. 5
VELDWERK
5.1
Algemeen
Tijdens het opstellen van het boorplan is rekening gehouden met de doelstellingen en de richtlijnen, die geformuleerd zijn in de inleiding. Daarnaast is rekening gehouden met de gegevens voortvloeiend uit het milieuhygiënisch vooronderzoek bodem en de ligging van kabels en leidingen. Bijlage 2a bevat de locatieschets met daarop aangegeven de situering van de boorpunten en de peilbuis. In bijlage 3 zijn de boorprofielen opgenomen.
R 19747.001 versie D1
Pagina 4 van 9
5.2
Grondonderzoek
5.2.1
Uitvoering veldwerk
Het veldwerk is op 7 juli 2022 uitgevoerd onder kwaliteitsverantwoordelijkheid van de heer S. Luk. Deze medewerker van Econsultancy staat geregistreerd als ervaren veldwerker voor het protocol 2001 van de BRL SIKB 2000 "Veldwerk bij milieuhygiënisch bodem- en waterbodemonderzoek". In totaal zijn er met behulp van een edelmanboor 6 boringen geplaatst; 4 boringen tot 0,5 m -mv, 1 boring tot 2,0 m -mv en 1 boring tot 3,5 m -mv. Deze diepe boring is afgewerkt als peilbuis, teneinde de milieuhygiënische kwaliteit van het grondwater te kunnen bepalen. Van het opgeboorde materiaal is een boorbeschrijving conform de NEN 5104 gemaakt en zijn er grondmonsters genomen over trajecten van ten hoogste 0,5 m, waarbij bodemlagen met verontreinigingskenmerken of een afwijkende textuur separaat bemonsterd zijn. 5.2.2
Zintuiglijke waarnemingen
De bodem bestaat uit inschakelingen van zwak siltig, matig fijn zand en zwak siltg, zwak zandig klei. De bovengrond is bovendien zwak humeus. In het opgeboorde materiaal zijn zintuiglijk geen verontreinigingen waargenomen. Tijdens de veldwerkzaamheden zijn op het maaiveld van de onderzoekslocatie, alsmede in de bodem, geen puin(resten) of andere asbestverdachte materialen aangetroffen. 5.3
Grondwateronderzoek
5.3.1
Uitvoering veldwerk
Centraal op de onderzoekslocatie is een peilbuis (filterstelling 2,5-3,5 m -mv) geplaatst. De filterstelling is bepaald op basis van de grondwaterstand, zoals deze tijdens de veldwerkzaamheden op 7 juli 2022 is ingeschat. 5.3.2
Bemonstering
De grondwaterbemonstering is op 14 juli 2022 uitgevoerd door de heer S. Luk. Deze medewerker van Econsultancy staat geregistreerd als ervaren veldwerker voor het protocol 2002 van de BRL SIKB 2000 "Veldwerk bij milieuhygiënisch bodem- en waterbodemonderzoek". De bemonstering is uitgevoerd conform de NEN 5744:2011. Tabel 2 geeft een overzicht van de peilbuisgegevens en de resultaten van de veldmetingen. Tabel 2.
Overzicht gegevens peilbuis en veldmetingen grondwater
Peilbuisnummer
Situering peilbuis
Filterstelling (m -mv)
Grondwaterstand (m -mv)
Elektrisch Geleidingsvermogen (µS/cm)
Troebelheid (NTU)
Zuurgraad (pH)
04
centraal op onderzoekslocatie
2,5-3,5
2,00
3.999
16,5
6,7
R 19747.001 versie D1
Pagina 5 van 9
6
LABORATORIUMONDERZOEK
6.1
Uitvoering analyses
Alle grond- en grondwatermonsters zijn aangeboden aan een laboratorium dat is erkend door de Raad voor Accreditatie en AS3000-geaccrediteerd is voor milieuhygiënisch bodemonderzoek. In het laboratorium zijn in totaal 2 grondmengmonsters samengesteld (1 grondmengmonster van de bovengrond en 1 grondmengmonster van de ondergrond). De 2 grondmengmonsters en het grondwatermonster zijn geanalyseerd op de volgende pakketten: -
standaardpakket grond: droge stof, lutum en organische stof, metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink), polychloorbifenylen (PCB), polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK) en minerale olie;
-
standaardpakket grondwater: metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink), vluchtige aromaten (BTEX), styreen, naftaleen, gehalogeneerde koolwaterstoffen (VOX) en minerale olie;
Tabel 3 geeft een overzicht van de samenstelling van de grondmengmonsters en de analysepakketten. Tabel 3.
Overzicht van de samenstelling van de grondmengmonsters en de analysepakketten
Grondmengmonster
6.2
Traject (m -mv)
Analysepakket
Bijzonderheden
MM1
3 (0,00 - 0,50) 4 (0,00 - 0,50) 5 (0,00 - 0,50) 6 (0,00 - 0,50)
standaardpakket
bovengrond (zintuiglijk schoon)
MM2
1 (0,80 - 1,30) 1 (1,30 - 1,60) 1 (1,60 - 2,00) 4 (1,00 - 1,50) 4 (1,50 - 2,00)
standaardpakket
ondergrond (zintuiglijk schoon)
Toetsingskader
De analyseresultaten zijn getoetst aan het toetsingskader uit de Circulaire bodemsanering en aan de achtergrondwaarden voor grond uit de Regeling bodemkwaliteit (bijlage B, tabel 1). Dit toetsingskader voor de beoordeling van de gehalten en/of concentraties van verontreinigingen is gegeven in de toetsingstabel en bevat voor grond en grondwater elk drie te onderscheiden waarden met de verschillende niveaus: -
achtergrondwaarde: deze waarde ("AW") geeft de gehalten aan zoals die op dit moment voorkomen in de bodem van natuur- en landbouwgronden, waarvoor geldt dat er geen sprake is van belasting door lokale verontreinigingsbronnen;
-
streefwaarde: deze waarde ("S") geeft het milieukwaliteitsniveau aan voor grondwater, waarbij als nadelig te waarderen effecten verwaarloosbaar worden geacht;
R 19747.001 versie D1
Pagina 6 van 9
-
tussenwaarde: deze waarde ("T") is de helft van de som van de achtergrondwaarde (of in het geval van grondwater de streefwaarde) en de interventiewaarde. De tussenwaarde is de concentratiegrens waarboven in beginsel nader onderzoek moet worden uitgevoerd, omdat het vermoeden van ernstige bodemverontreiniging bestaat;
-
interventiewaarde: deze waarde ("I") geeft het niveau voor verontreinigingen in grond en grondwater aan waarboven ernstige vermindering of dreigende vermindering optreedt van de functionele eigenschappen, die de bodem heeft voor mens, plant of dier. Bij gehalten en/of concentraties boven de interventiewaarde is er sprake van een sterke verontreiniging. Bij overschrijding van de interventiewaarde wordt vaak een nader onderzoek uitgevoerd om de ernst van de verontreiniging en de spoedeisendheid van de sanering te bepalen. Wanneer het boven de tussenwaarde of interventiewaarde gelegen gehalte een natuurlijke oorsprong heeft, is uitvoering van vervolgonderzoek meestal niet noodzakelijk.
In bijlage 5 is de toetsingstabel opgenomen uit de eerder genoemde circulaires. Deze bijlage bevat de achtergrondwaarden en de interventiewaarden voor een standaardbodem (10% organische stof en 25% lutum). De gemeten gehalten zijn door middel van een BoToVa-toetsing, met behulp van de door het laboratorium bepaalde waarden voor het organische stof- en lutumgehalte, omgerekend naar gehalten in een standaardbodem en vervolgens getoetst. De gebruikte analysetechnieken zijn weergegeven op de certificaten in bijlage 4aaaa. Om de mate van verontreiniging aan te geven wordt de volgende terminologie gebruikt: Grond: - niet verontreinigd: - licht verontreinigd: - matig verontreinigd: - sterk verontreinigd:
gehalte < achtergrondwaarde en/of detectielimiet; gehalte > achtergrondwaarde en < tussenwaarde; gehalte > tussenwaarde < interventiewaarde; gehalte > interventiewaarde.
Grondwater: - niet verontreinigd: - licht verontreinigd: - matig verontreinigd: - sterk verontreinigd:
concentratie < streefwaarde en/of detectielimiet; concentratie > streefwaarde en < tussenwaarde; concentratie > tussenwaarde < interventiewaarde; concentratie > interventiewaarde.
6.3
Resultaten grond- en grondwatermonsters
Tabel 4 geeft een overzicht van de parameters in de grond die de geldende toetsingskaders overschrijden. Tabel 4.
Overschrijdingen toetsingskaders grond
Grond(meng)monster
Traject (m -mv)
MM1
3 (0,00 - 0,50) 4 (0,00 - 0,50) 5 (0,00 - 0,50) 6 (0,00 - 0,50)
-
-
-
MM2
1 (0,80 - 1,30) 1 (1,30 - 1,60) 1 (1,60 - 2,00) 4 (1,00 - 1,50) 4 (1,50 - 2,00)
-
-
-
R 19747.001 versie D1
Gehalte > AW
Gehalte > T
Gehalte > I
(licht verontreinigd)
(matig verontreinigd)
(sterk verontreinigd)
Pagina 7 van 9
Tabel 5 geeft een overzicht van de parameters in het grondwater die het geldende toetsingskader overschrijden. Tabel 5.
Overschrijdingen toetsingskader grondwater
Grondwatermonster 04
Situering peilbuis centraal op onderzoekslocatie
Concentratie > S
Concentratie > T
Concentratie > I
(licht verontreinigd)
(matig verontreinigd)
(sterk verontreinigd)
kwik, molybdeen
-
-
Bijlage 4a bevat de door het laboratorium aangeleverde analysecertificaten. Bijlage 4b bevat de getoetste analyseresultaten aan de Circulaire bodemsanering.
R 19747.001 versie D1
Pagina 8 van 9
7
SAMENVATTING, CONCLUSIES EN ADVIES
Rho Adviseurs voor leefruimte heeft aan Econsultancy opdracht verleend voor het uitvoeren van een verkennend bodemonderzoek op de locatie Kuijerdamseweg 68 te Scharendijke. Het bodemonderzoek is uitgevoerd in het kader van de bestemmingsplanwijziging, alsmede de voorgenomen nieuwbouw op de onderzoekslocatie. Uit het vooronderzoek concludeert Econsultancy dat atmosferische depositie de enige (beperkte) bron van PFAS-verontreiniging op het de locatie kan zijn. Van atmosferische depositie is bekend dat dit tot beperkt verhoogde PFAS-gehaltes in bodem en water kan leiden. Op basis van het milieuhygiënisch vooronderzoek bodem is geconcludeerd dat de onderzoekslocatie onderzocht dient te worden volgens de strategie "onverdacht, niet lijnvormig" (ONV). Bij onverdachte locaties luidt de onderzoekshypothese dat de bodem niet verontreinigd is. De bodem bestaat uit inschakelingen van zwak siltig, matig fijn zand en zwak siltg, zwak zandig klei. De bovengrond is bovendien zwak humeus. In het opgeboorde materiaal zijn zintuiglijk geen verontreinigingen waargenomen. Tijdens de veldwerkzaamheden zijn op het maaiveld van de onderzoekslocatie, alsmede in de bodem, geen puin(resten) of andere asbestverdachte materialen aangetroffen. Zowel in de bovengrond als in de ondergrond zijn geen verontreinigingen aangetoond. Het grondwater is licht verontreinigd met kwik en molybdeen.
Conclusie en advies De vooraf gestelde hypothese, dat de onderzoekslocatie als "onverdacht, niet lijnvormig" kan worden beschouwd wordt, op basis van de lichte verontreinigingen in het grondwater, niet geheel bevestigd. Gelet op de aard en mate van verontreiniging, bestaat er géén reden voor een nader onderzoek en bestaan er met betrekking tot de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem géén belemmeringen voor de bestemmingsplanwijziging, alsmede de voorgenomen nieuwbouw op de onderzoekslocatie. Asbest Er zijn op basis van het milieuhygiënisch vooronderzoek bodem, tijdens de terreininspectie en bij de uitvoering van de veldwerkzaamheden geen aanwijzingen gevonden die aanleiding geven een asbestverontreiniging op de locatie te verwachten. Econsultancy acht een onderzoek asbest in bodem/puin conform de NEN 5707/5897 dan ook niet noodzakelijk. Algemeen Indien er bij werkzaamheden grond vrijkomt die niet op de locatie kan worden hergebruikt, zijn de regels van het Besluit bodemkwaliteit, het “Handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie” of de regionale bodemkwaliteitskaart van toepassing.
Econsultancy Rotterdam, 9 augustus 2022 R 19747.001 versie D1
Pagina 9 van 9
Bijlage 2b Foto's onderzoekslocatie
Foto 1.
Foto 2.
Bijlage 3
Boorprofielen
Pagina 1 van 1
Profielen boringen
01
Boring: Datum veldwerk: 0
0
gras
30
Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, neutraalbruin, Edelmanboor
1
50
02
Boring:
7-7-2022
Klei, zwak siltig, zwak roesthoudend, donker, Edelmanboor
2
Datum veldwerk:
7-7-2022 0
0
gras Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, neutraalbruin, Edelmanboor
1 50
50
80
100
Zand, zeer fijn, sterk siltig, zwak roesthoudend, neutraal roestgrijs, Edelmanboor
3 130
150
4 160
5 200
200
Zand, zeer fijn, matig siltig, donkergrijs, Edelmanboor
0
gras
03
Boring: Datum veldwerk:
Zand, zeer fijn, sterk siltig, zwak roesthoudend, neutraal roestbeige, Edelmanboor
Datum veldwerk:
1 50
7-7-2022 0
0
Klei, zwak zandig, zwak humeus, donkerbruin, Edelmanboor
50
04
Boring:
7-7-2022
0
gras Klei, zwak zandig, zwak humeus, donkerbruin, Edelmanboor
1 50
50
Klei, zwak siltig, zwak roesthoudend, donker roestbeige, Edelmanboor
2 100
100
Zand, zeer fijn, sterk siltig, zwak roesthoudend, neutraal roestgrijs, Edelmanboor
3 150
150
Zand, zeer fijn, sterk siltig, neutraal bruinbeige, Edelmanboor
4 200
250
250
Zand, zeer fijn, sterk siltig, donkergrijs, Edelmanboor 300
350
350
05
Boring: Datum veldwerk:
0
gras
Datum veldwerk:
50
7-7-2022 0
0
Klei, zwak zandig, zwak humeus, donkerbruin, Edelmanboor
1 50
06
Boring:
7-7-2022
0
Klei, zwak zandig, zwak humeus, donkerbruin, Edelmanboor
1 50
gras
50
Projectcode: 19747.001 Getekend volgens NEN 5104
Bijlage 4a Analysecertificaten
Econsultancy T.a.v. Midas Zandvliet Max Euwelaan 21-29 3062 MA ROTTERDAM NETHERLANDS
Analysecertificaat Datum: 14-Jul-2022
Hierbij ontvangt u de resultaten van het navolgende laboratoriumonderzoek. Certificaatnummer/Versie Uw project/verslagnummer Uw projectnaam Uw ordernummer Uw datum aanlevering monster(s)
2022109144/1 19747.001 Kuijerdamseweg 68
07-Jul-2022
Dit certificaat mag uitsluitend in zijn geheel worden gereproduceerd. De analyse resultaten hebben alleen betrekking op het beproefde object. De grondmonsters worden tot 4 weken na datum ontvangst bewaard en watermonsters tot 2 weken na datum ontvangst. Zonder tegenbericht worden de monsters nadien afgevoerd. Indien de monsters langer bewaard dienen te blijven verzoeken wij U dit exemplaar uiterlijk 1 werkdag voor afloop van de standaardbewaarperiode ondertekend aan ons te retourneren. Voor de kosten van het langer bewaren van monsters verwijzen wij naar de prijslijst.
Bewaren tot: Datum:
Naam:
Handtekening:
Wij vertrouwen erop uw opdracht hiermee naar verwachting te hebben uitgevoerd, mocht U naar aanleiding van dit analysecertificaat nog vragen hebben verzoeken wij U contact op te nemen met de afdeling Verkoop en Advies.
Met vriendelijke groet, Eurofins Analytico B.V.
Ing. A. Veldhuizen Technical Manager
Eurofins Analytico B.V. Gildeweg 42-46 NL-3771NB Barneveld +31 (0)34 242 63 00 Info-env@eurofins.nl www.eurofins.nl
Venecoweg 5 B-9810 Nazareth +32 (0)9 222 77 59 belgie-env@eurofins.be www.eurofins.be
BNP Paribas S.A. 227 9245 25 IBAN: NL71BNPA0227924525 BIC: BNPANL2A KvK/CoC: 09088623 BTW/VAT: NL 8043.14.883.B01
Eurofins Analytico B.V. is ISO 14001: 2015 gecertificeerd door TÜV en erkend door het Vlaamse Gewest (OVAM en Dep. Omgeving), het Brusselse Gewest (BIM), het Waalse Gewest (DGRNE-OWD) en door de overheid van Luxemburg (MEV).
Analysecertificaat Uw project/verslagnummer Uw projectnaam Uw ordernummer Uw monsternemer
19747.001 Kuijerdamseweg 68
Certificaatnummer/Versie Startdatum analyse Datum einde analyse Rapportagedatum Bijlage Pagina
Sjoerd Luk
Eenheid
Analyse
1
2
Uitgevoerd
Uitgevoerd
% (m/m)
88.4
80.8
2022109144/1 07-Jul-2022 14-Jul-2022 14-Jul-2022/11:36 A,B,C 1/2
Voorbehandeling
Cryogeen malen Bodemkundige analyses
S
Droge stof
S
Organische stof
% (m/m) ds
2.4
0.8
Gloeirest
% (m/m) ds
97
99
Korrelgrootte < 2 µm (Lutum)
% (m/m) ds
13.1
3.0
S
Metalen
S
Barium (Ba)
mg/kg ds
21
<20
S
Cadmium (Cd)
mg/kg ds
<0.20
<0.20
S
Kobalt (Co)
mg/kg ds
4.3
<3.0
S
Koper (Cu)
mg/kg ds
6.7
<5.0
S
Kwik (Hg)
mg/kg ds
<0.050
<0.050
S
Molybdeen (Mo)
mg/kg ds
<1.5
<1.5
S
Nikkel (Ni)
mg/kg ds
9.5
5.0
S
Lood (Pb)
mg/kg ds
21
<10
S
Zink (Zn)
mg/kg ds
46
<20
Minerale olie (C10-C12)
mg/kg ds
<3.0
<3.0
Minerale olie (C12-C16)
mg/kg ds
<5.0
<5.0
Minerale olie (C16-C21)
mg/kg ds
<5.0
<5.0
Minerale olie (C21-C30)
mg/kg ds
13
<11
Minerale olie (C30-C35)
mg/kg ds
9.7
<5.0
Minerale olie (C35-C40)
mg/kg ds
<6.0
<6.0
Minerale olie totaal (C10-C40)
mg/kg ds
<35
<35
Minerale olie
S
Polychloorbifenylen, PCB
S
PCB 28
mg/kg ds
<0.0010
<0.0010
S
PCB 52
mg/kg ds
<0.0010
<0.0010
S
PCB 101
mg/kg ds
<0.0010
<0.0010
S
PCB 118
mg/kg ds
<0.0010
<0.0010
Nr. Uw monsteromschrijving
1
MM1 3 (0-50) 4 (0-50) 5 (0-50) 6 (0-50)
2
MM2 1 (80-130) 1 (130-160) 1 (160-200) 4 (100-150) 4 (150-200)
Opgegeven monstermatrix
Monster nr.
Grond (AS3000) Grond (AS3000)
12863336 12863337
Q: door RvA geaccrediteerde verrichting A: AP04 erkende en geaccrediteerde verrichting S: AS SIKB erkende en geaccrediteerde verrichting V: VLAREL erkende verrichting
Eurofins Analytico B.V.
Gildeweg 42-46 Venecoweg 5 NL-3771NB Barneveld B-9810 Nazareth +31 (0)34 242 63 00 +32 (0)9 222 77 59 Info-env@eurofins.nl belgie-env@eurofins.be www.eurofins.nl www.eurofins.be
W: Waals Gewest erkende verrichting
BNP Paribas S.A. 227 9245 25 IBAN: NL71BNPA0227924525 BIC: BNPANL2A KvK/CoC: 09088623 BTW/VAT: NL 8043.14.883.B01
Dit certificaat mag uitsluitend in zijn geheel worden gereproduceerd. Eurofins Analytico B.V. is ISO 14001: 2015 gecertificeerd door TÜV en erkend door het Vlaamse Gewest (OVAM en Dep. Omgeving), het Brusselse Gewest (BIM), het Waalse Gewest (DGRNE-OWD) en door de overheid van Luxemburg (MEV).