CConstaterende datSchouwen-Duiveland
Koppel je AI →
Document · PDF

1070361 Bijlage 2. Beleidsnotitie Rondkomen op Schouwen-Duiveland

Gemeenteraad 26 september 2024, gemeente Schouwen-DuivelandBij agendapunt: RVS Verruiming minimaregelingen (1070361)15.554 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Gemiddeld zien we bij andere gemeenten dat 40 tot 50 procent van de huishoudens een uitkering vanuit de Participatiewet ontvangt. Deze verhouding is in Schouwen-Duiveland terug te zien. Daarnaast heeft gemiddeld 20 tot 30 procent van de minimahuishoudens een AOW-uitkering, afhankelijk van het aantal ouderen in de gemeente. In Schouwen Duiveland is dit aandeel lager dan gemiddeld. Tabel 1.2 Inkomensbron van minimahuishoudens tot 120% Wsm in beeld

2022 - 2023 Participatiewet

330

47%

AOW

112

17%

Ander inkomen

248

36%

Totaal

700

100%

3 Duidingsrapportage gemeente Schouwen-Duiveland

Huishoudtype. De helft van de minimahuishoudens is alleenstaand (387 huishoudens, 55 procent), bijna een derde heeft minderjarige kinderen (202 huishoudens, 29 procent) en 9 procent bestaat uit een meerpersoonshuishouden zonder kinderen. De gemeente Schouwen-Duiveland wijkt in het aandeel alleenstaanden niet af van het landelijk gemiddelde, waarin 50 tot 55 procent van de minimahuishoudens bestaat uit een alleenstaande. Het aandeel meerpersoonshuishoudens zonder kinderen is in de gemeente Schouwen-Duiveland daarentegen lager dan het landelijk gemiddelde (15 tot 20 procent). In verhouding tot het gemiddelde hebben huishoudens met kinderen in de gemeente Schouwen-Duiveland dus vaker een inkomen tot 120 procent Wsm. Achtergrond. 65 procent van de minimahuishoudens heeft een Nederlandse achtergrond, 22 procent een niet-westerse migratieachtergrond en 13 procent een westerse migratieachtergrond. In vergelijking met het landelijk gemiddelde ligt het aandeel minimahuishoudens met een Nederlandse achtergrond in de gemeente Schouwen-Duiveland hoger (gemiddeld 55 tot 60 procent), en het aandeel met een niet-westerse achtergrond iets lager (gemiddeld 25 tot 35 procent). Woonplaats. De helft van de minimahuishoudens met een inkomen tot 120 procent Wsm woont in Zierikzee.

In de overige plaatsen ligt het aandeel minimahuishoudens beduidend lager; het gaat dan om een aandeel van 3 tot en met 11 procent. Kans op armoede Eenoudergezinnen hebben vaker een minimuminkomen dan andere huishoudtypen. Van alle eenoudergezinnen met minder- en meerderjarige kinderen* (425 huishoudens) in de gemeente Schouwen-Duiveland, heeft 28 procent (117 huishoudens) een inkomen tot 120 procent Wsm. Figuur 1.1 Aandeel minimahuishoudens t.o.v. alle huishoudens; huishoudtype Alleenstaanden

van de 5.768 alleenstaanden

7%

Eenoudergezinnen

van de 425 eenoudergezinnen

28%

Meerpersoonshuishouden zonder kinderen

1%

van de 5.854 meerpersoonshuishoudens zonder kinderen

Meerpersoonshuishouden met kinderen

3%

van de 2.687 meerpersoonshuishoudens met kinderen

0%

20%

40%

60%

80%

100%

Ook huishoudens met een niet-westerse migratieachtergrond zijn oververtegenwoordigd in de minimapopulatie (36 procent). Figuur 1.2 Aandeel minimahuishoudens t.o.v. alle huishoudens; achtergrond Nederlandse achtergrond

3%

van de 14.586 huishoudens met een Nederlandse achtergrond

Westerse migratieachtergrond

7%

van de 1.195 huishoudens met een westerse migratieachtergrond

Niet-westerse migratieachtergrond 0%

van de 428 huishoudens met een nietwesterse migratieachtergrond

36% 20%

40%

60%

80%

100%

* Het gaat hierbij om eenoudergezinnen met alleen minderjarige kinderen en om eenoudergezinnen met zowel minderjarige als meerderjarige kinderen (eenoudergezinnen met alleen meerderjarige kinderen blijven buiten beschouwing). Dit geldt eveneens voor de meerpersoonshuishoudens met kinderen. 4 Duidingsrapportage gemeente Schouwen-Duiveland

In Schouwen-Duiveland is er geen plaats waarin minimahuishoudens oververtegenwoordigd zijn. In elke plaats hebben huishoudens nagenoeg even vaak een minimuminkomen. Langdurige minima In totaal heeft 80 procent van de huishoudens met een inkomen tot 100 procent Wsm al drie jaar of langer een inkomen op bijstandsniveau (451 huishoudens). Onder de huishoudens met een inkomen tussen 100 en 120 procent Wsm ligt dit aandeel lager, namelijk op 44 procent (58 huishoudens). Als we de groep minimahuishoudens tot 120 procent Wsm als geheel bekijken, heeft 73 procent al drie jaar of langer een dergelijk inkomen (509 huishoudens). Bij veel gemeenten ligt dit aandeel rond de 70 tot 75 procent. Landelijk zien we een stijging van het aandeel langdurige minima de laatste jaren; het lijkt moeilijker te worden om uit te stromen uit de minimapopulatie. Tabel 1.3 Langdurigheid minimahuishoudens in beeld; tot 120% Wsm

2022 - 2023 0 tot 1 jaar

67

10%

1 tot 3 jaar

124

17%

3 jaar of langer

509

73%

Totaal

700

100%

Kenmerken langdurige minima Wanneer we inzoomen op de 509 minimahuishoudens met een inkomen tot 120 procent Wsm, bestaat deze groep voor 60 procent uit alleenstaanden en voor 22 procent uit huishoudens met minderjarige kinderen. De meeste langdurige minima hebben een Nederlandse achtergrond (68 procent) en de helft woont in Zierikzee (51 procent). Gekeken naar de leeftijdsverdeling van de langdurige minimahuishoudens valt op dat het aantal langdurige minima onder 66-plussers hoger ligt (75 procent) dan onder de groep met een leeftijd tot en met 65 jaar (67 procent).

5 Duidingsrapportage gemeente Schouwen-Duiveland

2. Minimakinderen Het geschatte aandeel minimakinderen in de gemeente ligt hoger dan gemiddeld; Meer dan de helft van de minimakinderen groeit op in een tweeoudergezin; Kinderen in huishoudens met een niet-westerse migratieachtergrond vaker op in een minimahuishouden dan kinderen met een andere achtergrond. Minimakinderen tot 18 jaar In beeld. Op 1 juli 2023 heeft de gemeente Schouwen-Duiveland in totaal 516 kinderen tot 18 jaar in beeld die opgroeien in een huishouden met een inkomen tot 120 procent Wsm. Dat is 8,9 procent van alle kinderen (5.725 kinderen) in de gemeente Schouwen-Duiveland. Van de 516 minimakinderen hebben 325 kinderen een inkomen tot 100 procent Wsm. Dit zijn kinderen die op basis van het gebruik van regelingen en voorzieningen (in het gezin) in beeld zijn bij de gemeente. Tabel 2.1 Minimakinderen naar inkomensverdeling schatting en in beeld; tot 120 procent Wsm

In beeld

Schatting

Tot 100% Wsm

325

5,6%

411

7,1%

100 tot 120% Wsm

191

3,3%

254

4,4%

Totaal

516

8,9%

664

11,5%

Schatting. Net als bij het aantal minimahuishoudens geldt dat de gemeente Schouwen-Duiveland niet alle minimakinderen in beeld heeft. Op basis van de Armoede Index schatten we het totale aantal minimakinderen dat woont in een huishouden met een inkomen tot 120 procent Wsm op 664 (11,5 procent van alle kinderen). In gemeenten van vergelijkbare grootte ligt het aandeel kinderen op circa 8 procent. Het aandeel minimakinderen in de gemeente Schouwen-Duiveland ligt dus boven het gemiddelde aandeel kinderen dat opgroeit in een minimahuishouden. Kenmerken 516 minimakinderen tot 120 procent Wsm in beeld Ook in dit hoofdstuk geven we de kenmerken weer van de 516 minimakinderen die opgroeien in een huishouden met een inkomen op 120 procent Wsm die de gemeente in beeld heeft. Inkomensbron. Minder dan de helft van de minimakinderen groeit op in huishouden met een inkomen uit de Participatiewet (228 kinderen). Het grootste deel van de minimakinderen groeit op in een huishouden met een andersoortige inkomensbron; bijvoorbeeld inkomen uit werk of een WW-uitkering (288 kinderen). Tabel 2.2 Inkomensbron kinderen in minimahuishoudens in beeld; tot 120% Wsm

2021 - 2022 Participatiewet

228

44%

Ander inkomen en AOW

288

56%

Totaal

516

100%

6 Duidingsrapportage gemeente Schouwen-Duiveland

Overige kenmerken. Meer dan de helft van de minimakinderen woont in een tweeoudergezin (55 procent). De overige 45 procent woont in een eenoudergezin. Gemiddeld is deze verhouding hetzelfde: ook in andere gemeenten groeit vaak de meerderheid van de minimakinderen op in een tweeoudergezin. Verder heeft 42 procent van de minimakinderen een niet-westerse migratieachtergrond en 33 procent heeft een Nederlandse achtergrond. Tot slot woont meer dan de helft (59 procent) van de minimakinderen in Zierikzee. Tabel 2.3 Huishoudverdeling kinderen in minimahuishoudens in beeld; tot 120% Wsm

2021 - 2022 Eenoudergezin

230

45%

Tweeoudergezin

286

55%

Totaal

516

100%

Kans op armoede Sommige kinderen hebben meer kans om op te groeien in armoede dan andere kinderen. In de gemeente Schouwen-Duiveland groeien kinderen in een eenoudergezin vaker op in een minimahuishouden dan kinderen uit andere huishoudens: 34 procent van minderjarige kinderen in een eenoudergezin woont in een huishouden met een inkomen tot 120 procent Wsm. Onder kinderen die opgroeien in een tweeoudergezin ligt dit aandeel aanzienlijk lager: 6 procent. Figuur 2.1: aandeel huishoudens minimakinderen t.o.v. alle kinderen Kinderen in eenoudergezin

Kinderen in tweeoudergezin

34%

van de 675 kinderen in eenoudergezinnen

6%

van de 5.087 kinderen in tweeoudergezinnen

0%

20%

40%

60%

80%

100%

Verder groeien kinderen in huishoudens met een niet-westerse migratieachtergrond vaker op in een minimahuishouden dan kinderen met een andere achtergrond; bijna de helft van de kinderen met een dergelijke achtergrond woont in een minimahuishouden. Onder kinderen met een Nederlandse achtergrond is dat 3 procent. Figuur 2.2: aandeel achtergrond minimakinderen t.o.v. alle kinderen Nederlandse achtergrond

3%

Westerse migratieachtergrond

van de 4.867 kinderen met een Nederlandse achtergrond van de 447 kinderen met een westerse migratieachtergrond

29%

Niet-westerse migratieachtergrond 0%

van de 458 kinderen met een nietwesterse migratieachtergrond

48% 20%

40%

7 Duidingsrapportage gemeente Schouwen-Duiveland

60%

80%

100%

3. Bereik minimaregelingen Over het algemeen ligt het bereik van de regelingen in lijn met het gemiddelde in andere gemeenten; Het bereik van het Jeugdfonds Sport en Cultuur ligt hoger dan gemiddeld. Gebruik minimaregelingen Het gebruik is gemeten over de periode 1 juli 2022 tot en met 30 juni 2023*. Tabel 3.1 Het gebruik van de minimaregelingen onder minimahuishoudens in 2022 - 2023

2022 - 2023 Bijzondere bijstand

224 huishoudens

Kwijtschelding gemeentelijke belastingen

442 huishoudens

Individuele inkomenstoeslag

211 huishoudens

Collectieve zorgverzekering

380 huishoudens

Tegemoetkoming chronisch zieken en beperkten

586 personen

Declaratiefonds volwassenen

294 huishoudens

Declaratiefonds kinderen

79 huishoudens

Volwassenenfonds Sport en Cultuur **

35 personen

Jeugdfonds Sport en Cultuur ***

260 kinderen

Stichting Leergeld

197 kinderen

Bereik van de minimaregelingen Het bereik van de verschillende minimaregelingen is berekend door het gebruik van de regeling af te zetten tegen de geschatte totale doelgroep (dus inclusief de minima die de gemeente niet in beeld heeft). Daarnaast wordt het bereik van de regeling vergeleken met het gemiddelde bereik in andere gemeenten met een inwonertal tot 50.000. Het bereik van de bijzondere bijstand over de periode 1 juli 2022 tot en met 30 juni 2023 is 28 procent. Het bereik van de bijzondere bijstand net boven het landelijk gemiddelde van 20 tot 25 procent. Het bereik van de kwijtschelding van gemeentelijke belastingen is 66 procent, dit ligt iets onder het landelijke gemiddelde van 70 tot 75 procent. * De cijfers over het gebruik van regelingen en voorzieningen betreffen het aantal gebruikers dat gekoppeld kon worden aan de BRP die voor dit onderzoek is aangeleverd. Uitzonderingen hierop zijn het Jeugdfonds Sport & Cultuur, het Volwassenenfonds Sport & Cultuur en Stichting Leergeld. Deze organisaties registreren niet op BSN en hun bestand is gekoppeld aan de overige bestanden op basis van gepseudonimiseerde persoonsgegevens. Dit maakt de koppeling iets minder compleet; we geven daarom het gebruik en bereik weer voor de totale gebruikersgroep (dus ook de groep die niet gekoppeld kan worden aan het BRP).

De kenmerken van de gebruikers van deze regelingen (zie dashboard) worden wel weergegeven voor de gebruikers die te koppelen zijn aan het BRP. ** Het Volwassenenfonds Sport en Cultuur is pas sinds juli 2022 actief. Daarom is het gebruik en bereik in de terugkijkperiode van het onderzoek nog relatief laag. *** Voor het Jeugdfonds Sport en Cultuur en Stichting Leergeld wordt het gebruik en bereik weergegeven voor 1,5 jaar in plaats van 1 jaar. Dit heeft te maken met registratie op jaarbasis. 8 Duidingsrapportage gemeente Schouwen-Duiveland

Huishoudens die drie jaar of langer van een minimuminkomen moeten rondkomen, kunnen aanspraak maken op de individuele inkomenstoeslag. Deze regeling kent een bereik van 54 procent en ligt in lijn met het gemiddelde; vaak is een bereik van zo’n 45 tot 55 procent gangbaar. In totaal maken 380 huishoudens gebruik van de collectieve zorgverzekering bij CZ. Dit brengt het bereik op 30 procent en dat ligt in lijn met het gemiddelde bereik van 30 tot 40 procent. De gemeente biedt een Declaratiefonds aan waarmee zowel volwassenen als kinderen een vergoeding op het gebied van participatie kunnen aanvragen. Het bereik onder de volwassenen is 29 procent. Dit bereik ligt in lijn met het landelijke gemiddelde van 30 tot 35 procent. Het bereik van het fonds onder kinderen in de gemeente is 23 procent. Gemiddeld is een bereik van 45 tot 55 procent gangbaar. In de gemeente Schouwen-Duiveland is het bereik van het fonds bij de kinderen dus lager dan gemiddeld. Volwassenen in de gemeente kunnen aanspraak maken op het Volwassenenfonds Sport en Cultuur. Binnen de doelgroep van volwassenen tot 120 procent Wsm in de gemeente hebben 35 inwoners gebruikgemaakt van deze regeling, dat komt neer op een bereik van 2 procent. Kinderen kunnen vergoedingen voor sport en cultuur terecht bij het Jeugdfonds Sport en Cultuur. 260 kinderen hebben hier gebruik van gemaakt.

Dit komt neer op een bereik van 50 procent. Gemiddeld is een bereik van 30 tot 35 procent gangbaar. In de gemeente Schouwen-Duiveland ligt het bereik dus aanzienlijk hoger. 197 kinderen hebben een vergoeding van Stichting Leergeld ontvangen. Het bereik van de regeling komt op 38 procent. Dit ligt net iets onder het gemiddelde bereik: een bereik van 40 tot 45 procent is gangbaar voor Stichting Leergeld. Figuur 3.1 Bereik gemeentelijke minimaregelingen

2022/2023

Landelijke gemiddelde 28%

Bijzondere bijstand

20 - 25% 66%

Kwijtschelding gemeentelijke belastingen

70 - 75% 54%

Individuele inkomenstoeslag

45 - 55% 30% 30 - 40%

Collectieve zorgverzekering

29%

Declaratiefonds volwassenen

30 - 35% 23%

Declaratiefonds kinderen

45 - 55% 2%

Volwassenenfonds Sport en Cultuur

50%

Jeugdfonds Sport en Cultuur

30 - 35% 38%

Stichting Leergeld

40 - 45%

0%

20% 9

Duidingsrapportage gemeente Schouwen-Duiveland

40%

60%

80%

4. Energietoeslag 2022 In deze paragraaf kijken we, in tegenstelling tot de rest van het rapport, naar minimahuishoudens die een inkomen tot 130 procent Wsm hebben. De reden hiervoor is dat de energietoeslag tot een inkomensgrens van 130 procent Wsm is toegekend in Schouwen-Duiveland. Om inwoners tegemoet te komen in de hoge kosten voor energie konden gemeenten hun inwoners de energietoeslag uitkeren in 2022. In de gemeente konden inwoners aanspraak maken op de energietoeslag als hun inkomen niet hoger was dan 130 procent Wsm. Er werd geen vermogenstoets gedaan; ook huishoudens met een vermogen hoger dan is toegestaan in de Participatiewet konden gebruikmaken van deze regeling. In totaal hebben 1.430 huishoudens in 2022 gebruikgemaakt van de toeslag*; dat is 9 procent van alle huishoudens in de gemeentemeente gemeente Schouwen-Duiveland. Van Tabel 4.1 Gebruik energietoeslag deze 1.430 huishoudens is 46 procent (659) in beeld bij de gemeente als 2022** minimahuishouden; van hen is Minimahuishoudens tot 130% Wsm 659 46% bekend dat zij een inkomen hebben Overige huishoudens 771 54% tot 130 procent Wsm en een Totaal 1.430 100% vermogen hebben dat past binnen de grenzen van de Participatiewet.

Gebruik energietoeslag en de geschatte minimadoelgroep Ondanks de inkomensgrens van 130 procent Wsm voor de energietoeslag, is het totaal aantal huishoudens dat van de energietoeslag (1.430 huishoudens) gebruik heeft gemaakt, hoger dan de geschatte doelgroep tot 130 procent Wsm (1.263 huishoudens). De verklaring hiervoor zit in de vermogensgrens, die bij de schatting van de totale doelgroep wél is meegenomen en bij de toezeggen van de energietoeslag niet. Doordat er bij de energietoeslag geen vermogenstoets is uitgevoerd, heeft een grotere groep huishoudens de energietoeslag kunnen aanvragen. Vandaar dat er meer huishoudens gebruik hebben gemaakt van de energietoeslag dan er, volgens de schatting, minimahuishoudens 130 procent Wsm zouden zijn. Minimahuishoudens met energietoeslag De 659 gebruikers van de energietoeslag die die gemeente al in beeld heeft, vormt 83 procent van de doelgroep tot 130 procent Wsm die de gemeente al kent (en die dus een laag vermogen hebben). Een vijfde van de doelgroep met een laag vermogen heeft dus geen gebruikgemaakt van de energietoeslag. Onder de minimahuishoudens in beeld met een inkomen tot 100 procent Wsm is gebruik van de energietoeslag in verhouding zelfs nog iets hoger; 92 procent (519 huishoudens).

Kenmerken huishoudens die gebruik hebben gemaakt van de energietoeslag in beeld De 1.430 huishoudens die gebruikmaken van de energietoeslag vormen meestal een alleenstaand huishouden (62 procent), hebben veelal een Nederlandse achtergrond (82 procent) en de helft (47 procent) is 66 jaar of ouder. 44 procent van de gebruikers van de energietoeslag komt uit Zierikzee.

* De cijfers over het gebruik van regelingen en voorzieningen betreffen het aantal gebruikers dat gekoppeld kon worden aan de BRP die voor dit onderzoek is aangeleverd. ** Het gebruik van de energietoeslag betreft alle gebruikers die een verstrekking hebben ontvangen uit de energietoeslag 2022, dus ook de verstrekkingen die zijn nabetaald in 2023. 10 Duidingsrapportage gemeente Schouwen-Duiveland

5. Zzp Over de periode 1 juli 2022 tot en met 30 juni 2023 waren er 2.423 zzp’ers in de gemeente Schouwen-Duiveland in beeld. Van de 2.423 zzp’ers is 2 procent bij de gemeente in beeld als minimahuishouden tot 120 procent Wsm. Tabel 5.1 Aantal zzp’ers

2022 - 2023 Minimahuishoudens tot 120% Wsm

42

2%

Overige huishoudens

2.381

98%

Totaal

2.423

100%

Zzp’ers in minimahuishoudens De 42 zzp’ers die de gemeente in beeld heeft, vormen 6 procent van de doelgroep tot 120 procent Wsm die de gemeente kent (en die dus een laag vermogen hebben).

Kenmerken zzp’ers in beeld De zzp’ers zijn in de meeste gevallen tussen de 45 en 66 jaar (54 procent) en hebben grotendeels een Nederlandse achtergrond (90 procent). De zzp’ers komen voornamelijk uit meerpersoonshuishoudens zonder kinderen of met minderjarige kinderen (resp. 35 en 30 procent). De meeste zzp’ers zijn woonachtig in Zierikzee (31 procent).

6. Schuldhulpverlening In de periode 1 juli 2022 tot en met 30 juni 2023 ontvingen 85 huishoudens een vorm van schuldhulpverlening via de PLANgroep in de gemeente Schouwen-Duiveland. Van deze 85 huishoudens is 46 procent (39 huishoudens) in beeld bij de gemeente als minimahuishouden; van hen is bekend dat zij een inkomen hebben tot 120 procent Wsm en een vermogen hebben dat past binnen de grenzen van de Participatiewet. Tabel 6.1 Gebruik schuldhulpverlening*

2022 - 2023 Minimahuishoudens tot 120% Wsm

39

46%

Overige huishoudens

46

54%

Totaal

85

100%

Minimahuishoudens met schuldhulpverlening De 39 gebruikers van de schuldhulpverlening die die gemeente al in beeld heeft, vormt 6 procent van de doelgroep tot 120 procent Wsm die de gemeente al kent (en die dus een laag vermogen hebben). 94 procent van de minimadoelgroep heeft dus geen gebruikgemaakt van (een vorm van) schuldhulpverlening. Onder de minimahuishoudens in beeld met een inkomen tot 100 procent Wsm is gebruik van de schuldhulpverlening in verhouding iets hoger; 6 procent (32 huishoudens). Kenmerken huishoudens die gebruik hebben gemaakt van schuldhulpverlening in beeld De 85 huishoudens die gebruikmaken van de schuldhulpverlening zijn veelal alleenstaand (41 procent), hebben in de meeste gevallen een Nederlandse achtergrond (87 procent) en de helft heeft een leeftijd van 45 tot 66 jaar. * De cijfers over het gebruik van schuldhulpverlening betreffen het aantal gebruikers dat gekoppeld kon worden aan het BRP dat voor dit onderzoek is aangeleverd. Er is een groep gebruikers van de schuldhulpverlening die niet gekoppeld kon worden aan het BRP. Dit betekent dat er een deel van de gebruikers van de de schuldhulpverlening ontbreekt in het dashboard en het daadwerkelijke gebruik van de schuldhulpverlening hoger ligt: op basis van de ontvangen registratie van de PLANgroep ontvangen 130 unieke gebruikers (een vorm van) schuldhulpverlening.

Daarnaast ontbreekt bij PLANgroep de registratie van BSN-nummers bij 53 cases met een actieve voorziening. Het daadwerkelijke gebruik ligt dus vermoedelijk rond de 180 gebruikers. 11 Duidingsrapportage gemeente Schouwen-Duiveland

Bijlage 2: Factsheet dashboard minima 2023

26

Bijlage 3: Scenarioanalyse gemeente Schouwen-Duiveland

27

Scenarioanalyse Gemeente Schouwen-Duiveland

Opdrachtgever Gemeente XXXX

Opdrachtgever Gemeente Schouwen-Duiveland Datum Februari 2024 Auteur Jitske Kooistra – van der Wijk KWIZ Stavangerweg 23 - 5 9723 JC Groningen 050 - 5252473 contact@kwiz.nl Uitgave Deze publicatie is een uitgave van KWIZ. Het overnemen van cijfers en/ of teksten is toegestaan, mits de bron duidelijk wordt vermeld. Niets uit deze publicatie mag worden verveelvoudigd en/ of openbaar gemaakt worden in welke vorm dan ook zonder voorafgaande toestemming van KWIZ.

2

Inhoudsopgave Scenarioanalyse ............................................................................................................................ 4 1.1. Introductie ........................................................................................................................... 4 1.2. Scenario 1: Programmakosten verruiming inkomensgrenzen ............................................ 5 Doorrekening van de programmakosten: constant bereik ..................................................... 6 Reflectie: Bijzondere Bijstand als pro memorie post ............................................................. 8 1.3. Scenario 2: Programmakosten differentiatie inkomensgrenzen ......................................... 9 Doorrekening van de programmakosten: differentiatie inkomensgrenzen .......................... 10 Reflectie: Volwassenenfonds Sport & Cultuur ..................................................................... 12

3

Scenarioanalyse In deze scenarioanalyse staat een verruiming van de inkomensgrenzen van meerdere minimaregelingen centraal. De huidige situatie wordt geschetst, gevolgd door het scenario met bijbehorende aannames en de kostenprognose voor de gemeente Schouwen-Duiveland.

1.1. Introductie Een tweetal scenario’s komt in dit rapport aan de orde: 1) Een verruiming van inkomensgrenzen tot 130 procent Wsm voor meerdere regelingen; 2) Een verruiming van inkomensgrenzen waarbij een differentiatie van inkomensgrenzen wordt toegepast. Voor beide beleidsscenario’s wordt een doorrekening van de programmakosten gemaakt. Kanttekeningen Bij het duiden van het beleidsscenario dienen twee kanttekeningen in acht te worden genomen: • Uitvoeringskosten In de doorrekening van het beleidsscenario ligt de nadruk op de programmakosten 1. De huidige uitvoeringskosten2 zijn niet in kaart gebracht binnen dit onderzoek. Het beleidsscenario betreft een verruiming van inkomensgrenzen waardoor in theorie het aantal aanvragen kan toenemen (de doelgroep wordt immers groter). Dit betekent dat de uitvoeringslast mogelijk groter wordt. Als denkrichting kan daarom aangehouden worden dat de totale uitvoeringskosten zullen stijgen. • Bevolkingsprognose Het scenario geldt in principe voor de korte tot middellange termijn. De programmakosten worden berekend voor een bereik op basis van de huidige bereikcijfers van de regelingen en een gemiddeld bereik in vergelijkbare gemeenten. De kosten worden hierbij berekend aan de hand van de huidige totale doelgroep op basis van de Armoede Index (zie hoofdstuk duidingsrapport bij Dashboard Minima).

Om een realistische inschatting van het gebruik, bereik en de kosten van de beleidswijzigingen voor de lange termijn te maken is een bevolkingsprognose noodzakelijk. Een bevolkingsprognose behoort niet tot de huidige onderzoeksopdracht. De omvang en kenmerken van de (minima)bevolking in de gemeente Schouwen-Duiveland kunnen veranderen door natuurlijke (bijvoorbeeld vergrijzing) en externe factoren (bijvoorbeeld migratie). Aannames In deze scenarioanalyse wordt een tweetal scenario’s doorgerekend. Aan de berekeningen liggen een aantal aannames ten grondslag. Hieronder staan de algemene aannames weergegeven die voor beide scenario’s gelden: • De verstrekte bedragen per regeling blijven gelijk aan de huidige uitgangssituatie (januari 2024). • De omvang van de minimapopulatie blijft constant. • De samenstelling van de minimapopulatie blijft constant. • Het bedrag van de individuele inkomenstoeslag verschilt per huishoudtype. Voor de gemeente Schouwen-Duiveland is de gebruikersverhouding als volgt: o 55 procent alleenstaanden: € 454 o 27 procent alleenstaande ouders: € 584 o 9 procent paren zonder kinderen: € 543 1 De programmakosten verwijzen naar de daadwerkelijke kosten als een gebruiker de regeling inzet; bij de

het declaratiefonds gaat het dan bijvoorbeeld om het bestede budget waar de gemeente kosten voor draagt. Uitvoeringskosten verwijzen naar de kosten die gemaakt wordt om gebruikers de regeling te laten gebruiken, zoals personeelskosten of de kosten van onderhouden van contacten met locaties waar het budget besteed kan worden. 2 De uitvoeringskosten relateren slechts gedeeltelijk aan de hoeveelheid gebruikers. Deze worden hier wel deels door bepaald, maar de meeste werkzaamheden moeten zowel bij meer als minder gebruikers uitgevoerd worden.

4

•

•

o 9 procent: paren met kinderen: € 699 Deze verhouding wordt ook aangehouden in de berekeningen. Binnen het declaratiefonds voor kinderen is er ook een vergoeding mogelijk voor zwemlessen en reiskosten naar het voortgezet onderwijs. Het is niet mogelijk om van deze twee vergoedingen een doelgroep vast te stellen. Om die reden blijven deze vergoedingen buiten beschouwing en rekenen we met de € 175 die beschikbaar is per kind voor sport, cultuur en recreatie. Via het Jeugdfonds Sport & Cultuur kunnen van 4 tot en met 17 jaar aanspraak maken op een vergoeding voor sport (€ 225) en cultuur (€ 450). In de gemeente SchouwenDuiveland maakt 90 procent gebruik van de sportvergoeding en 10 procent van de cultuurvergoeding. Deze verhouding wordt doorberekend in de programmakosten van het Jeugdfonds Sport & Cultuur.

1.2. Scenario 1: Programmakosten verruiming inkomensgrenzen Schets van de huidige situatie Het aanbod aan inkomensondersteunende regelingen wordt op dit moment tegen verschillende inkomensgrenzen verstrekt. Hierbij wordt een glijdende schaal toegepast: niet alle regelingen hebben dezelfde inkomensgrens. Tabel 1.2.1 Huidige situatie inkomensgrenzen Inkomensgrens

Regeling

100% Wsm

Kwijtschelding gemeentelijke belastingen • Bijzondere bijstand • Individuele inkomenstoeslag • Declaratiefonds kinderen • Declaratiefonds volwassenen • Stichting Leergeld • Volwassenfonds Sport & Cultuur • Jeugdfonds Sport & Cultuur Collectieve zorgverzekering Tegemoetkoming voor chronisch zieken en gehandicapten

110% Wsm

120% Wsm 130% Wsm 150% Wsm

Scenario In dit scenario wordt de inkomensgrens van een aantal inkomensondersteunende regelingen verruimd naar 130 procent Wsm om meer inwoners ondersteuning te geven bij het rondkomen van hun inkomen en voor participatiedoeleinden. Het gaat om de volgende regelingen: • Verruiming van 110 naar 130 procent Wsm: o Bijzondere bijstand o Individuele inkomenstoeslag • Verruiming van 120 naar 130 procent Wsm: o Declaratiefonds voor kinderen en volwassenen o Jeugdfonds Sport & Cultuur Aannames Naast de geldende aannames zoals beschreven in de introductie, geldt de volgende aanvullende aanname voor het voorliggende scenario: • De bijzondere bijstand wordt verstrekt voor uiteenlopende kosten en in situaties van noodzakelijke kosten waarin andere minimaregelingen geen soelaas kunnen bieden. Dit betekent dat er geen generieke situatie te beschrijven is van het gebruik van de bijzondere bijstand. Om de regeling toch op te kunnen nemen in dit scenario gaan we uit van een bedrag aan gemiddelde kosten per gebruiker: € 1.399 op jaarbasis. In deze

5

•

berekening is een selectie van de verstrekkingen vanuit de bijzondere bijstand meegewogen3. De inkomensgrenzen en programmakosten van de overige regelingen blijven constant.

De programmakosten die met een verruiming van de inkomensgrenzen gepaard gaan, rekenen we door op basis van de huidige bereikspercentages van de inkomensondersteunende regelingen.

Doorrekening van de programmakosten: constant bereik In deze versie van het beleidsscenario gaan we uit van het huidige bereik van de regelingen onder de doelgroep. Wanneer de inkomensgrens van de regelingen wordt verruimd, wordt de doelgroep logischerwijs groter. In dit scenario blijft het gebruik van de regelingen verhoudingsgewijs constant; het gebruik zal toenemen (als gevolg van een grotere doelgroep) maar niet zodanig dat het bereik van de regeling ook zal toenemen. Het uitgangspunt van de huidige bereikspercentages in dit scenario onderbouwen we met de volgende reden; het bereik van de individuele inkomenstoeslag, bijzondere bijstand, declaratiefonds voor volwassenen en het Jeugdfonds Sport & Cultuur ligt op dit moment in lijn of zelfs boven het gemiddelde bereik in vergelijkbare gemeenten. Dit betekent dat de regelingen al goed bekend zijn bij inwoners; een stijging van het bereik is niet aannemelijk dus we gaan uit van een stabiel bereikspercentage4. Bereik, doelgroep en gebruik Onderstaande tabel geeft inzicht in de toenemende omvang van de doelgroep bij een verruiming van de inkomensgrenzen tot 130 procent Wsm. Tabel 1.2.2 Gebruik en bereik bij verruiming van inkomensgrenzen Inkomensgrens

Bereik

Doelgroep

Gebruik

110% Wsm

54%

389 huishoudens

211 huishoudens

120% Wsm

54%

441 huishoudens

238 huishoudens

130% Wsm

54%

503 huishoudens

272 huishoudens

Individuele inkomenstoeslag

Bijzondere bijstand - Pro memorie 110% Wsm

28%

787 huishoudens

224 huishoudens

120% Wsm

28%

1.019 huishoudens

285 huishoudens

130% Wsm

28%

1.263 huishoudens

354 huishoudens

120% Wsm

29%

1.019 huishoudens

294 huishoudens

130% Wsm

29%

1.263 huishoudens

366 huishoudens

Declaratiefonds volwassenen

3 Het gaat om begrafeniskosten, energiekosten, hulpmiddelen (geen bril), kleding/schoeisel, bewindvoering,

kosten inrichting/huisraad, overige algemene levensbehoeften (onbelast), overige kosten huishouding, overige kosten rechtsbijstand, overige kosten woonvoorziening, overige medische/paramedische hulp, overige vervoerskosten, tandarts, voorzieningen i.v.m. handicap, woonkosten boven huurgrens, woonkosten tot huurgrens, reiskosten voortgezet onderwijs. Oftewel: kosten die onder artikel 35 vallen. 4 Uiteraard is het ook mogelijk dat het bereik van de regelingen zal dalen wanneer de regeling beschikbaar wordt voor een grotere doelgroep. Die situatie rekenen we in dit scenario niet door.

6

Inkomensgrens

Bereik

Doelgroep

Gebruik

120% Wsm

23%

346 huishoudens

79 huishoudens

130% Wsm

23%

429 huishoudens

99 huishoudens

120% Wsm

50%

517 kinderen

260 kinderen

130% Wsm

50%

576 kinderen

288 kinderen

Declaratiefonds kinderen

Jeugdfonds Sport & Cultuur

Kostenstijging De programmakosten worden berekend op basis van het geschatte aantal gebruikers, zoals weergegeven in de tabel hierboven. Tabel 1.2.3 Absolute kostenstijging van inkomensgrenzen

Inkomensgrens Aantal gebruikers Individuele inkomenstoeslag

Kosten per gebruiker

Programmakosten

110% Wsm

211 huishoudens

Situatieafhankelijk5

€ 109.543

120% Wsm

238 huishoudens

Situatieafhankelijk

€ 126.633

130% Wsm

272 huishoudens

Situatieafhankelijk

€ 141.014

Bijzondere bijstand - Pro memorie 110% Wsm

224 huishoudens

€ 1.339

€ 299.876

120% Wsm

285 huishoudens

€ 1.339

€ 381.967

130% Wsm

354 huishoudens

€ 1.339

€ 473.429

Declaratiefonds volwassenen 120% Wsm

294 huishoudens

€ 175

€ 51.450

130% Wsm

366 huishoudens

€ 175

€ 64.097

120% Wsm

79 huishoudens

€ 175

€ 13.825

130% Wsm

99 huishoudens

€ 175

€ 17.284

Declaratiefonds kinderen

Jeugdfonds Sport & Cultuur 120% Wsm

260 kinderen

130% Wsm

288 kinderen

€ 225 sport óf € 450 cultuur € 225 sport óf € 450 cultuur

€ 64.350 € 71.225

De tabel op de volgende pagina laat zien dat de programmakosten verhoudingsgewijs het meest zullen stijgen voor de bijzondere bijstand en de individuele inkomenstoeslag. De kosten per gebruiker zijn voor deze regelingen ook hoger dan van de andere regelingen per gebruiker. Een 5 De hoogte van de individuele inkomenstoeslag is afhankelijk van het huishoudtype. De precieze

bedragen per huishoudtype staan beschreven op pagina 5.

7

verruiming van de inkomensgrens heeft logischerwijs voor deze regelingen dan ook de grootste absolute kostenstijging tot gevolg. Op basis van de gestelde aannames en bovenstaande berekeningen komen de huidige programmakosten uit op een totaal van € 539.044. Een verruiming van de inkomensgrenzen van de betreffende vijf regelingen, zorgt naar schatting voor een totaal van € 767.050 aan programmakosten. Dit komt uit op een toename van € 228.006 op jaarbasis. Tabel 1.2.4 Programmakosten bij verruiming van inkomensgrenzen Regeling Programmakosten huidige situatie

Programmakosten € 539.044

Kostenstijging afzonderlijke regelingen Individuele inkomenstoeslag

€ 31.471

Bijzondere bijstand (pro memorie)

€ 173.553

Declaratiefonds volwassenen

€ 12.647 € 3.459 € 6.875 € 228.006

Declaratiefonds kinderen Jeugdfonds Sport & Cultuur Totaal Programmakosten na verruiming inkomensgrenzen

€ 767.050

Reflectie: Bijzondere Bijstand als pro memorie post De individuele bijzondere bijstand heeft andere toepassingen dan de overige inkomensondersteunende regelingen die in deze scenarioanalyse aan bod zijn gekomen. Hoewel voor de bijzondere bijstand een verruiming van de inkomensgrens wordt overwogen, is een precieze kostenstijging vrijwel niet te bepalen. Dat heeft te maken met de volgende zaken: • De inkomensgrens van de bijzondere bijstand is geen inkomensgrens, maar een draagkrachtgrens. Dit betekent dat huishoudens met een inkomen boven de huidige inkomensgrens (maar ook boven de toekomstige inkomensgrens) een beroep kunnen doen op individuele bijzondere bijstand. Zij ontvangen bijzondere bijstand onder aftrek van hun draagkracht. • De kosten per unieke gebruiker zijn niet eenduidig vast te stellen. In de scenarioanalyse is gerekend met een gemiddeld bedrag per gebruiker op basis van de totale programmakosten en het totale aantal gebruikers (bij de inkomensgrens van 110 procent Wsm). Echter, vanuit de bijzondere bijstand worden vergoedingen verstrekt die aansluiten bij noodzakelijke (soms incidentele) kosten van inwoners. Hiervoor staat geen vast budget zoals bij andere inkomensondersteunende regelingen.

Bovenstaande maakt dat een betrouwbare, valide inschatting van een toename van programmakosten bij een verruiming van de inkomensgrens (of: draagkrachtgrens) van de bijzondere bijstand niet mogelijk is. Dat de programmakosten zullen toenemen bij een verruiming van de inkomensgrens is een logisch gevolg. Daarom kan een kostentoename ook niet buiten beschouwing blijven in de berekeningen van deze scenarioanalyse. De kosten(stijging) moet daarom worden beschouwd als pro memorie post. Oftewel: de effecten kunnen niet volledig (en met voldoende betrouwbaarheid) worden ingeschat, maar dienen in acht te worden genomen in de beleidsafwegingen.

8

1.3. Scenario 2: Programmakosten differentiatie inkomensgrenzen Schets van de huidige situatie Zoals in tabel 1.2.1. aangegeven worden de huidige regelingen tegen wisselende inkomensgrenzen aangeboden. Scenario Dit tweede beleidsscenario laat de kostenprognose zien van een differentiatie van inkomensgrenzen; een tweede alternatief voor een verruiming van inkomensgrenzen. In onderstaande tabel is hiervan een overzicht weergegeven. De volgende ontwikkelingen vinden plaats: • De inkomensgrens van de individuele inkomenstoeslag wordt verruimd van 110 naar 120 procent Wsm; • De gemeentelijke participatieregelingen – het declaratiefonds voor zowel volwassenen als kinderen – worden verruimd van 120 naar 130 procent Wsm; • De inkomensgrens van de participatieregelingen die door externe organisaties worden aangeboden – Volwassenenfonds sport en cultuur, Jeugdfonds sport en cultuur en Stichting Leergeld – worden verruimd van 120 naar 140 procent Wsm. Tabel 1.3.1 Overzicht differentiatie van inkomensgrenzen Regeling Individuele inkomenstoeslag

Huidige inkomensgrens

Inkomensgrens scenario

110% Wsm

120% Wsm

Declaratiefonds volwassenen

120% Wsm

130% Wsm

Declaratiefonds Kinderen

120% Wsm

130% Wsm

Jeugdfonds Sport & Cultuur

120% Wsm

140% Wsm

Volwassenenfonds Sport & Cultuur

120% Wsm

140% Wsm

Stichting Leergeld

120% Wsm

140% Wsm

De overige minimaregelingen behouden hun huidige inkomensgrenzen. Voor het overzicht is dit weergegeven in onderstaande tabel. Tabel 1.3.2 Continuering van overige inkomensgrenzen Inkomensgrens

Regeling

100% Wsm

Kwijtschelding gemeentelijke belastingen

110% Wsm

Bijzondere bijstand

130% Wsm

Collectieve zorgverzekering

150% Wsm

Tegemoetkoming voor chronisch zieken en gehandicapten

Aannames Naast de geldende aannames zoals beschreven in de introductie, gelden de volgende aanvullende aannames voor het voorliggende scenario: • Het Jeugdfonds Sport & Cultuur bereikt 50 procent van haar doelgroep op een inkomensgrens van 120 procent Wsm. Bij een inkomensgrensverruiming naar 140 procent Wsm wordt de doelgroep groter; meer inwoners mogen gebruikmaken van de regeling. Een evenredige gebruikersgroei is echter niet waarschijnlijk. Vermoedelijk zal een lichte daling van het bereik optreden; het bereik wordt vastgesteld op 40 procent onder de groep kinderen op een inkomensniveau van 130 en 140 procent Wsm. • Het Volwassenenfonds Sport & Cultuur biedt ondersteuning aan volwassenen bij sportieve en culturele activiteiten. Het fonds is sinds april 2022 actief. Het huidige bereik is daarom op dit moment nog bescheiden; 2 procent. Naar verwachting zal het bereik op groeien door een toenemende bekendheid. Een verruiming van de inkomensgrens naar 140 procent Wsm heeft bovendien tot gevolg dat een grotere doelgroep gebruik kan maken van de ondersteuning. Op basis hiervan is voor de korte termijn een bereik van 9

• •

•

10 procent haalbaar en waarschijnlijk; dit bereik wordt doorgerekend in de programmakosten. Volwassenen kunnen aanspraak maken op € 250 voor sport óf cultuur. Stichting Leergeld ondersteunt kinderen van 4 tot en met 17 jaar bij binnen- en buitenschoolse activiteiten6. De gemiddelde kosten per kind zijn berekend aan de hand van het meest recente jaarverslag (2022): € 92 per kind7. Het huidige bereik van Stichting Leergeld ligt op 38 procent en zit daarmee iets onder het gemiddelde van 40 tot 45 procent in vergelijkbare gemeenten. Net als bij het Jeugdfonds Sport & Cultuur is de verwachting dat de gebruikersgroei niet evenredig zal zijn bij een verruiming van de inkomensgrens. Daarom geldt de aanname dat het bereik van Stichting Leergeld iets lager zal zijn op 130 en 140 procent Wsm; namelijk 30 procent. De inkomensgrenzen en programmakosten van de overige regelingen blijven constant.

Doorrekening van de programmakosten: differentiatie inkomensgrenzen Bereik, doelgroep en gebruik Onderstaande tabel geeft inzicht in de toenemende omvang van de doelgroep bij een differentiatie van inkomensgrenzen. Tabel 1.3.3 Gebruik en bereik bij een differentiatie van inkomensgrenzen Inkomensgrens

Bereik

Doelgroep

Gebruik

110% Wsm

54%

389 huishoudens

211 huishoudens

120% Wsm

54%

441 huishoudens

238 huishoudens

120% Wsm

29%

1.019 huishoudens

294 huishoudens

130% Wsm

29%

1.263 huishoudens

366 huishoudens

120% Wsm

23%

346 huishoudens

79 huishoudens

130% Wsm

23%

429 huishoudens

99 huishoudens

50% tot 120% Wsm 50% tot 120% Wsm 40% bij 130-140% Wsm 50% tot 120% Wsm 40% bij 130-140% Wsm

517 kinderen

260 kinderen

575 kinderen

282 kinderen

656 kinderen

291 kinderen

Individuele inkomenstoeslag

Declaratiefonds volwassenen

Declaratiefonds kinderen

Jeugdfonds Sport & Cultuur 120% Wsm 130% Wsm 140% Wsm

Volwassenenfonds Sport & Cultuur 120% Wsm

2%

1.986 personen

35 personen

130% Wsm

10%

2.349 personen

235 personen

140% Wsm

10%

2.913 personen

291 personen

6 Bijvoorbeeld in de vorm van een fiets, laptop, schoolspullen, muziekles of een sportlidmaatschap.

In 2022 heeft Stichting Leergeld € 79.741 verstrekt aan binnen- en buitenschoolse activiteiten voor kinderen in de gehele Oosterschelderegio waar Stichting Leergeld actief is: gemeenten Borsele, Goes, Kapelle, Noord-Beveland, Reimerswaal, Schouwen-Duiveland en Tholen. Stichting Leergeld heeft in 2022 867 unieke kinderen ondersteund, wat neerkomt op een gemiddeld bedrag van € 92 per kind. 7

10

Stichting Leergeld 120% Wsm 130% Wsm 140% Wsm

38% 38% tot 120% Wsm 30% bij 120-130% Wsm 38% tot 120% Wsm 30% bij 120-130% Wsm

517 kinderen

197 kinderen

575 kinderen

214 kinderen

656 kinderen

221 kinderen

Kostenstijging De programmakosten worden berekend op basis van het geschatte aantal gebruikers, zoals weergegeven in de tabel hierboven. Tabel 1.3.4 Absolute kostenstijging bij differentiatie van inkomensgrenzen Inkomensgrens Aantal gebruikers Individuele inkomenstoeslag

Kosten per gebruiker

Programmakosten

110% Wsm

211 huishoudens

Situatieafhankelijk8

€ 109.543

120% Wsm

238 huishoudens

Situatieafhankelijk

€ 123.633

Declaratiefonds volwassenen 120% Wsm

294 huishoudens

€ 175

€ 51.450

130% Wsm

366 huishoudens

€ 175

€ 64.050

Declaratiefonds kinderen 120% Wsm

79 huishoudens

€ 175

€ 13.825

130% Wsm

99 huishoudens

€ 175

€ 17.284

Jeugdfonds Sport & Cultuur 120% Wsm

260 kinderen

130% Wsm

282 kinderen

140% Wsm

291 kinderen

€ 225 sport óf € 450 cultuur € 225 sport óf € 450 cultuur € 225 sport óf € 450 cultuur

€ 64.350 € 69.721 € 71.998

Volwassenenfonds Sport & Cultuur 120% Wsm

35 volwassenen

€ 250

€ 8.750

130% Wsm

235 volwassenen

€ 250

€ 58.725

140% Wsm

291 volwassenen

€ 250

€ 72.825

120% Wsm

197 kinderen

€ 92

€ 18.124

130% Wsm

214 kinderen

€ 92

€ 19.675

140% Wsm

221 kinderen

€ 92

€ 20.310

Stichting Leergeld

8 De hoogte van de individuele inkomenstoeslag is afhankelijk van het huishoudtype. De precieze

bedragen per huishoudtype staan beschreven op pagina 5.

11

Op basis van de gestelde aannames en bovenstaande berekeningen komen de huidige programmakosten voor de betreffende regelingen uit op een totaal van € 266.042. Een verruiming van de inkomensgrenzen van de betreffende zes regelingen, zorgt naar schatting voor een totaal van € 370.099 aan programmakosten. Dit komt uit op een toename van € 104.058 op jaarbasis. Tabel 1.3.5 Programmakosten bij differentiatie van inkomensgrenzen Regeling Programmakosten huidige situatie9

Programmakosten € 266.042

Kostenstijging afzonderlijke regelingen Individuele inkomenstoeslag

€ 14.090

Declaratiefonds volwassenen

€ 12.600 € 3.459 € 7.648 € 64.075 € 2.186 € 104.058

Declaratiefonds kinderen Jeugdfonds Sport & Cultuur Volwassenenfonds Sport & Cultuur Stichting Leergeld Totaal Programmakosten na differentiatie inkomensgrenzen

€ 370.099

Reflectie: Volwassenenfonds Sport & Cultuur Bovenstaande tabel laat zien dat de grootste kostenstijging terug te herleiden is naar het Volwassenenfonds Sport & Cultuur. Het huidige bereik van de regeling is 2 procent (peildatum 1 juli 2023), omdat het Volwassenenfonds pas sinds april 2022 wordt aangeboden. In het scenario is uitgegaan van een bereik van 10 procent bij de verruiming van de inkomensgrens naar 140 procent Wsm (huidige inkomensgrens: 120 procent Wsm). Echter, in het bereikspercentage waarmee is gerekend zit niet zozeer effect van de inkomensgrensverruiming maar vooral een effect van groeiende naamsbekendheid. Ook als de inkomensgrens niet wordt verruimd zal het gebruikersaantal toenemen omdat de regeling bekender wordt. Oftewel: in de besluitvorming dient rekening te worden gehouden met het effect van een groeiende naamsbekendheid rondom het Volwassenenfonds Sport & Cultuur op de kostenstijging aangezien dit slechts beperkt toegeschreven kan worden aan een verruiming van de inkomensgrens.

9 In de berekening van de huidige programmakosten zitten alleen de regelingen besloten die in dit scenario

worden doorgerekend. De kwijtschelding gemeentelijke belastingen, bijzondere bijstand, collectieve zorgverzekering en tegemoetkoming voor chronisch zieken blijven buiten beschouwing. De programmakosten van deze regelingen blijven gelijk aan hun huidige situatie.

12

13

Laan van St. Hilaire 2 4301 SH Zierikzee Postadres: Postbus 5555 4300 JA Zierikzee T (0111) 452 000 E gemeente@schouwen-duiveland.nl W www.schouwen-duiveland.nl

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14360114/1