CConstaterende datSchouwen-Duiveland
Koppel je AI →
Document · PDF

1066746 Bijlage 20 Bijlagen bij de toelichting Bijlage 17 Voortoets Stikstof

Gemeenteraad 20 juni 2024, gemeente Schouwen-DuivelandBij agendapunt: RVS Vaststellen bestemmingsplan 'Hoogspanningsstation Zierikzee + herziening buitengebied (kabeltracés) (1066746)24.986 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Habitatrichtlijnsoorten H1103 H1340* H1351 H1364 H1365

Fint Noordse woelmuis Bruinvis Grijze zeehond Gewone zeehond

Instandhoudingsdoelstelling Populatie Omvang Kwaliteit =

=

=

>

>

=

= = >

= = =

= = >

Relevant Nee, geen stikstofgevoelig leefgebied. Nee, geen stikstofgevoelig leefgebied. Nee, geen stikstofgevoelig leefgebied. Nee, geen stikstofgevoelig leefgebied. Nee, geen stikstofgevoelig leefgebied.

Significant negatieve effecten op de habitatrichtlijnsoorten zijn bij voorbaat zonder ecologische beoordeling uit te sluiten (zie toelichting in tabel 4.2).

4.1.3

Vogelrichtlijnsoorten – broedvogels Tabel 4.3: Afbakening Vogelrichtlijnsoorten – broedvogels Natura 2000-gebied Oosterschelde (www.natura2000.nl en AERIUS 2023).

Vogelrichtlijnsoorten broedvogels

A081

Bruine kiekendief

A132

Kluut

Instandhoudingsdoelstelling Aantal Omvang Kwal. broedp. 19

=

=

2000*

=

=

Relevant

Ja, projectbijdrage op H1330A en H1330B. Stikstofgevoelige leefgebieden Lg08 en Lg11 niet relevant (DLG, 2017b) Nee, geen stikstofgevoelig leefgebied.

blad 25 van 59

datum 7 december 2023 projectnummer 0476754 betreft Voortoets stikstof hoogspanningsstation Zierikzee

Vogelrichtlijnsoorten broedvogels

Instandhoudingsdoelstelling Aantal Omvang Kwal. broedp.

A137

Bontbekplevier

105*

=

=

A138

Strandplevier

220*

>

>

A191

Grote stern

6200*

=

=

A193

Visdief

6500*

=

=

A194 A195

Noordse stern Dwergstern

20 300*

= =

= =

Relevant

Ja, projectbijdrage op H1330A en 1330B. Stikstofgevoelig leefgebied Lg08 niet relevant (DLG, 2017b) Ja, projectbijdrage op H1330A en 1330B (afbakening leefgebied via DLG, 2017b) Nee, geen stikstofgevoelig leefgebied. Ja, projectbijdrage op H1330A en H1330B. Stikstofgevoelige leefgebieden Lg08 en Lg11 niet relevant (DLG, 2017b) Nee, geen stikstofgevoelig leefgebied. Nee, geen stikstofgevoelig leefgebied.

De projectbijdragen op leefgebieden van A081 Bruine kiekendief, A137 Bontbekplevier, A138 Strandplevier en A193 Visdief worden in de paragrafen 4.6 t/m 4.12 ecologisch beoordeeld. Voor de overige vogelsoorten zijn significant negatieve effecten bij voorbaat zonder ecologische beoordeling uit te sluiten (zie toelichting in tabel 4.3).

4.1.4

Vogelrichtlijnsoorten – niet-broedvogels Tabel 4.4: Afbakening Vogelrichtlijnsoorten – niet-broedvogels Natura 2000-gebied Oosterschelde (www.natura2000.nl en AERIUS 2023).

Vogelrichtlijnsoorten – niet-broedvogels A004 Dodaars A005 Fuut A007 Kuifduiker A017 Aalscholver A026 Kleine zilverreiger A034 Lepelaar A037 Kleine zwaan A043 Grauwe gans A045 Brandgans A046 Rotgans A048 Bergeend A050 Smient A051 Krakeend A052 Wintertaling A053 Wilde eend A054 Pijlstaart A056 Slobeend A067 Brilduiker A069 Middelste zaagbek A103 Slechtvalk A125 Meerkoet

Instandhoudingsdoelstelling Populatie Omvang Kwaliteit 80 = = 370 = = 8 = = 360 = = 20 = = 30 = = Behoud = = 2300 = = 3100 = = 6300 = = 2900 = = 12000 = = 130 = = 1000 = = 5500 = = 730 = = 940 = = 680 = = 350 = = 10 = = 1100 = =

A130

Scholekster

24000

=

=

A132

Kluut

510

=

=

A137

Bontbekplevier

280

=

=

A138

Strandplevier

50

=

=

A140 A141

Goudplevier Zilverplevier

2000 4400

= =

= =

Relevant Nee, geen stikstofgevoelig leefgebied. Nee, geen stikstofgevoelig leefgebied. Nee, geen stikstofgevoelig leefgebied. Nee, geen stikstofgevoelig leefgebied. Nee, geen stikstofgevoelig leefgebied. Nee, geen stikstofgevoelig leefgebied. Nee, geen stikstofgevoelig leefgebied. Nee, geen stikstofgevoelig leefgebied. Nee, geen stikstofgevoelig leefgebied. Nee, geen stikstofgevoelig leefgebied. Nee, geen stikstofgevoelig leefgebied. Nee, geen stikstofgevoelig leefgebied. Nee, geen stikstofgevoelig leefgebied. Nee, geen stikstofgevoelig leefgebied. Nee, geen stikstofgevoelig leefgebied. Nee, geen stikstofgevoelig leefgebied. Nee, geen stikstofgevoelig leefgebied. Nee, geen stikstofgevoelig leefgebied. Nee, geen stikstofgevoelig leefgebied. Nee, geen stikstofgevoelig leefgebied. Nee, geen stikstofgevoelig leefgebied. Ja, projectbijdrage op H1330A en H1330B. Stikstofgevoelige leefgebieden Lg08 en Lg11 niet relevant (DLG, 2017b) Nee, geen stikstofgevoelig leefgebied. Ja, projectbijdrage op H1330A en H1330B. Stikstofgevoelig leefgebied Lg08 niet relevant (DLG, 2017b) Ja, projectbijdrage op H1330A en H1330B (afbakening leefgebied via DLG, 2017b) Nee, geen stikstofgevoelig leefgebied. Nee, geen stikstofgevoelig leefgebied.

blad 26 van 59

datum 7 december 2023 projectnummer 0476754 betreft Voortoets stikstof hoogspanningsstation Zierikzee

Vogelrichtlijnsoorten – niet-broedvogels

Instandhoudingsdoelstelling Populatie Omvang Kwaliteit

A142

Kievit

4500

=

=

A143 A144 A149 A157 A160 A161

Kanoetstrandloper Drieteenstrandloper Bonte strandloper Rosse grutto Wulp Zwarte ruiter

7700 260 14100 4200 6400 310

= = = = = =

= = = = = =

A162

Tureluur

1600

=

=

A164 A169

Groenpootruiter Steenloper

150 580

= =

= =

Relevant Ja, projectbijdrage op H1330A en H1330B. Stikstofgevoelige leefgebieden Lg08 en Lg11 niet relevant (DLG, 2017b) Nee, geen stikstofgevoelig leefgebied. Nee, geen stikstofgevoelig leefgebied. Nee, geen stikstofgevoelig leefgebied. Nee, geen stikstofgevoelig leefgebied. Nee, geen stikstofgevoelig leefgebied. Nee, geen stikstofgevoelig leefgebied. Ja, projectbijdrage op H1330A en H1330B. Stikstofgevoelige leefgebieden Lg08 en Lg11 niet relevant (DLG, 2017b) Nee, geen stikstofgevoelig leefgebied. Nee, geen stikstofgevoelig leefgebied.

De projectbijdragen op leefgebieden van A130 Scholekster, A137 Bontbekplevier, A138 Strandplevier (beide ook als broedvogel), H142 Kievit en A162 Tureluur worden in de paragrafen 4.6 t/m 4.12 ecologisch beoordeeld. Voor de overige vogelsoorten zijn significant negatieve effecten bij voorbaat zonder ecologische beoordeling uit te sluiten (zie toelichting in tabel 4.4).

4.2

H1310A Zilte pionierbegroeiingen (zeekraal) Algemene beschrijving habitattype De volgende tekst is overgenomen uit het profiel van het habitattype (Min. LNV, 2008a): “Dit habitattype betreft pionierbegroeiingen op zilte gronden in het kustgebied, zowel buiten- als binnendijks. Zilte pionierbegroeiingen komen voor op plekken waar overstroming met zout water zorgt voor dynamische en open standplaatsen. Het betreft enerzijds pioniergemeenschappen met vooral zeekraalsoorten en anderzijds pioniergemeenschappen met Zeevetmuur. De begroeiingen ontwikkelen zich ieder jaar opnieuw op een kale, meestal opdrogende bodem.. Beide begroeiingen komen veelal in dezelfde gebieden voor. Toch is de ecologie zeer verschillend. Ze worden daarom als twee subtypen beschouwd. Verschillen in overstromingsfrequentie, zout- en vochtgehalte zijn bepalend voor het onderscheid tussen deze subtypen.7 Beschrijving subtype H1310A Zilte pionierbegroeiingen (zeekraal) Deze begroeiingen komen voor op hooggelegen slikken, lage schorren en kwelders, laaggelegen, sterk uitdrogende delen van hogere schorren en kwelders en als binnendijkse begroeiingen van zoute standplaatsen.

Het gaat om dagelijks met zeewater overstroomde of langdurig natte plekken.” Instandhoudingsdoelstelling De instandhoudingsdoelstelling van H1310A Zilte pionierbegroeiingen (zeekraal) is uitbreiding van de oppervlakte en behoud van de kwaliteit. Beschrijving van het voorkomen van habitattype in het Natura 2000-gebied In het Natura 2000-gebied Oosterschelde is omstreeks 241,0 ha van het habitattype H1310A Zilte pionierbegroeiingen (zeekraal) aanwezig. Omstreeks 0,7 ha van het habitattype is (naderend) overbelast. In Bijlage 4 is de ligging van het habitattype weergegeven. Projecteffect en -beoordeling Er is sprake van een tijdelijke projectbijdrage van maximaal 0,01 mol N/ha/jr op vijf (naderend) overbelaste hexagonen. Drie hexagonen waarop een projectbijdrage is berekend, zijn naderend overbelast. De achtergronddepositie binnen deze hexagonen varieert tussen 1586 en 1603 mol N/ha/jr. De berekende

7

Voor de selectie van gebieden ten behoeve van de aanmelding bij de Europese Commissie waren de subtypen niet relevant, doordat ze in dezelfde gebieden voorkomen.

blad 27 van 59

datum 7 december 2023 projectnummer 0476754 betreft Voortoets stikstof hoogspanningsstation Zierikzee

tijdelijke projectbijdrage leidt niet tot overschrijding van de KDW van 1643 mol N/ha/jr. Significante effecten van de projectbijdrage op naderend overbelaste hexagonen kunnen worden uitgesloten. Het areaal overbelaste hexagonen waarop een projectbijdrage is berekend bedraagt ongeveer 0,09 ha. Dit betreft omstreeks 0,04% van het totale areaal van het habitattype. De projectbijdrage op deze overbelaste hexagonen wordt nader beschouwd. ‘Zilte pionierbegroeiingen (zeekraal)’ komt buiten- en binnendijks voor, buitendijks vooral langs de randen van schorren in de Krabbenkreek, het Verdronken Land van Zuid-Beveland en de Slikken van den Dortsman (Rijkwaterstaat, 2016b). Er is geen ontwikkeling gaande die duidt op autonome uitbreiding of verbetering van het habitattype. Er is eerder sprake van verslechtering. De verslechtering wordt voornamelijk veroorzaakt door de zandhonger, de verminderde dynamiek en de hiermee gepaard gaande afname van slikken, platen en schorren (of het gebrek aan nieuwvorming hiervan) (Rijkwaterstaat, 2016b). Ook in Sweco (2023b) wordt aangegeven dat verslechtering van de buitendijkse habitattypen vooral wordt veroorzaakt door de zandhonger, de verminderde dynamiek en de hiermee gepaard gaande afname van slikken, platen en schorren (of het gebrek aan nieuwvorming hiervan).

De dynamiek van het water (zoutgehalte, getij, peil, erosie en sedimentatie) vormt de dominante factor die de kwaliteit van de meeste habitattypen bepaald (Sweco, 2023b). Stikstof beïnvloedt deze processen niet. Zandhonger vormt de belangrijkste drukfactor voor het habitattype en dit knelpunt met betrekking tot de realisatie van de instandhoudingsdoelen is niet stikstofgerelateerd. Er is daardoor sprake van een negatieve trend. De berekende projectbijdrage leidt niet tot een verandering van deze trend. Het tijdelijk en lokaal projecteffect is geen belemmering voor het behalen van de instandhoudingsdoelen voor omvang en kwaliteit van het habitattype Zilte pionierbegroeiingen (zeekraal) binnen het Natura 2000-gebied Oosterschelde. Conclusie Significante effecten van de projectbijdrage kunnen worden uitgesloten.

4.3

H1320 Slijkgrasvelden Algemene beschrijving habitattype De volgende tekst is overgenomen uit het profiel van het habitattype (Min. LNV, 2008b): “Dit habitattype betreft pionierbegroeiingen waarin slijkgrassoorten domineren op periodiek met zout water overspoelde slikken. Meestal vormt het slijkgras open structuren van grote pollen. De begroeiingen kunnen echter ook aaneengesloten vegetaties vormen. Slijkgrasvelden komen van nature voor op zilte wadvlakten en in slibrijke kommen en prielen van kwelders. Op veel plaatsen komt het type daarom voor in combinatie met onder andere habitattype Zilte pionierbegroeiingen (zeekraal) (H1310_A). Net als in enkele andere WestEuropese landen is in Nederland de oorspronkelijk kenmerkende, inheemse soort Klein slijkgras (Spartina maritima) vrijwel verdwenen. De soort kwam vroeger voor in het zuidwestelijke kustgebied maar is daar (nagenoeg) verdwenen als gevolg van areaalverlies (samenhangend met de uitvoering van de Deltawerken) en verdringing door Engels slijkgras (Spartina anglica) dat in het verleden aangeplant werd als slibbinder.8 Omdat de vegetatie nu (nagenoeg) geheel bestaat uit een ingeburgerde slijkgrassoort, komt het habitattype in ons land (nagenoeg) alleen nog voor in matige vorm.

In deze vorm komt het type nu ook voor in het Waddengebied en in een bredere zone in het intergetijdengebied van de Delta; daarnaast komt het soms voor langs zoute afgesloten zeearmen en in sloten met zoute kwel.” Instandhoudingsdoelstelling 8

Engels slijkgras is een in Engeland ontstane bastaard van Klein slijkgras[0] en Spartina alterniflora uit Noord-Amerika. Vanaf 1924 is Engels slijkgras aangeplant op een toenemend aantal plekken in de Delta en het Waddengebied omdat daardoor de sedimentatie kon toenemen, waardoor landaanwinning werd vergemakkelijkt. De soort heeft zich vervolgens enorm uitgebreid ten koste van niet alleen Klein slijkgras, maar ook van soorten uit andere habitattypen,. Daarom kreeg ze de bijnaam ‘slikpest’. Tussen Engels slijkgras wordt ook wel een andere bastaard gevonden waarvan tot voor kort gedacht werd dat hij identiek was aan Engels slijkgras: Spartina x townsendii (vandaar de - verouderde -wetenschappelijke naam van het vegetatietype).

blad 28 van 59

datum 7 december 2023 projectnummer 0476754 betreft Voortoets stikstof hoogspanningsstation Zierikzee

De instandhoudingsdoelstelling van H1320 Slijkgrasvelden is behoud van de oppervlakte en behoud van de kwaliteit. Beschrijving van het voorkomen van habitattype in het Natura 2000-gebied In het Natura 2000-gebied Oosterschelde is omstreeks 401,7 ha van het habitattype H1320 Slijkgrasvelden aanwezig. Omstreeks 2,0 ha van het habitattype is (naderend) overbelast. In Bijlage 4 is de ligging van het habitattype weergegeven. Projecteffect en -beoordeling Er is sprake van een tijdelijke projectbijdrage van maximaal 0,01 mol N/ha/jr op tien (naderend) overbelaste hexagonen. Twee hexagonen waarop een projectbijdrage is berekend, zijn naderend overbelast. De achtergronddepositie binnen deze hexagonen varieert tussen 1603 en 1618 mol N/ha/jr. De berekende tijdelijke projectbijdrage leidt niet tot overschrijding van de KDW van 1643 mol N/ha/jr. Significante effecten van de projectbijdrage op naderend overbelaste hexagonen kunnen worden uitgesloten. Het areaal overbelaste hexagonen waarop een projectbijdrage is berekend bedraagt ongeveer 0,6 ha. Dit betreft omstreeks 0,15% van het totale areaal van het habitattype. De projectbijdrage op deze overbelaste hexagonen wordt nader beschouwd. In de Oosterschelde komen Slijkgrasvelden voor in alle schorren (Rumoirtschorren, Krabbenkreek, Dortsman, Verdronken land van Zuid-Beveland, Schor van Viane, de Oesterput op Noord-Beveland).

Zeer waarschijnlijk komt in de slijkgrasvelden uitsluitend de exoot Engels slijkgras voor, en niet meer de inheemse soort Klein slijkgras. Daarom is het habitattype niet van belang vanuit het oogpunt van biodiversiteit, maar het speelt wel een belangrijke rol bij de bescherming van H1330A tegen erosie, en bij de opbouw van schorren. Kwaliteitsverlies van dit habitattype speelt voornamelijk een rol als deze door opslibbing hoger komt te liggen waarna vegetatiesuccessie (door vergrote stikstofinvloed) een rol gaat spelen en het type uiteindelijk ook over gaat naar minder natte habitattypen. Dit proces kan versneld worden bij een verhoogde stikstofdepositie (DLG, 2017b). Het habitattype kent een schommelende trend. De totale oppervlakte over de gehele Oosterschelde kan als functioneel optimaal worden gezien, omdat het habitattype in vele stukken van tientallen tot enkele honderden vierkante meters voorkomt. Het habitattype wordt in de Oosterschelde beschouwd als beschermingszone tegen erosie van schorren (DLG, 2017b). Belangrijke processen, die op deze regelmatig overspoelde slikken optreden, zijn sedimentatie en erosie, herbivorie, ontwatering en de voortdurende aanvoer van zout water. De slikken eroderen als gevolg van de “zandhonger” (DLG, 2017b).

Zandhonger (het proces waarbij het buitendijks areaal kleiner wordt door erosie) vormt het belangrijkste knelpunt voor het habitattype (DLG, 2017b). Ook in Sweco (2023b) wordt aangegeven dat verslechtering van de buitendijkse habitattypen vooral wordt veroorzaakt door de zandhonger, de verminderde dynamiek en de hiermee gepaard gaande afname van slikken, platen en schorren (of het gebrek aan nieuwvorming hiervan). De dynamiek van het water (zoutgehalte, getij, peil, erosie en sedimentatie) vormt de dominante factor die de kwaliteit van de meeste habitattypen bepaald (Sweco, 2023b). Stikstof beïnvloedt deze processen niet. Voor H1320 geldt dat kwaliteitsverlies door atmosferische stikstofdepositie een ondergeschikte rol heeft aan oppervlakteverlies door zandhonger (Sweco, 2023b). Het tijdelijk en lokaal projecteffect is geen belemmering voor het behalen van de instandhoudingsdoelen voor omvang en kwaliteit van het habitattype Slijkgrasvelden binnen het Natura 2000gebied Oosterschelde. Conclusie Significante effecten van de projectbijdrage kunnen worden uitgesloten.

blad 29 van 59

datum 7 december 2023 projectnummer 0476754 betreft Voortoets stikstof hoogspanningsstation Zierikzee

4.4

H1330A Schorren en zilte graslanden (buitendijks) Algemene beschrijving habitattype De volgende tekst is overgenomen uit het profiel van het habitattype (Min. LNV, 2009a): “In Nederland betreft dit habitattype schorren of kwelders9 en andere zilte graslanden in het kustgebied. Het begrip kustgebied moet hier breed worden opgevat: het habitattype komt voor in zowel buitendijkse als binnendijkse10 gebieden (wat tot uitdrukking komt in het onderscheiden van subtypen). Ook het begrip ‘grasland’ dekt de lading slechts ten dele: een deel van de begroeiingen bestaat uit russen en biezen, kruiden (zoals Lamsoor of Zeealsem) en – in brakke zones – Riet. Voor de biodiversiteit zijn meerdere aspecten van belang. De verschillende plantengemeenschappen en (dier)soorten reageren op een bepaalde hoogteligging, de daaraan (deels) gerelateerde vochthuishouding, de grondsoort (van zandig tot kleiig), zoutgehalte (brak tot zout), leeftijd (succesiestadium) en mate van begrazing. Het is dan ook gewenst allerlei vormen en successiestadia te behouden, wat onder andere noodzakelijk is voor het behoud van het grote aantal typische soorten (maar ook voor veel soorten die daarvoor niet geselecteerd zijn, bijvoorbeeld de talrijke ongewervelde diersoorten die sterk afhankelijk zijn van met name de lage en jonge kwelders). Dit subtype betreft de buitendijkse vorm van het habitattype.

Het omvat de als gevolg van het getij (meer of minder frequent) overstroomde graslanden van het Getijdengebied (eiland- en vastelandskwelders) en van de Duinen (in slufters, wash-overs, achterduinse strandvlakten en groene stranden). Deze begroeiingen worden door het zeewater overstroomd vanuit de (tot soms ver in de kwelders doordringende) getijdenkreken11.”. Instandhoudingsdoelstelling De instandhoudingsdoelstelling van H1330A Schorren en zilte graslanden (buitendijks) is behoud van de oppervlakte en behoud van de kwaliteit. Beschrijving van het voorkomen van habitattype in het Natura 2000-gebied In het Natura 2000-gebied Oosterschelde is omstreeks 338,8 ha van het habitattype H1330A Schorren en zilte graslanden (buitendijks) aanwezig. Omstreeks 9,9 ha van het habitattype is (naderend) overbelast. In Bijlage 4 is de ligging van het habitattype weergegeven. Projecteffect en -beoordeling Er is sprake van een tijdelijke projectbijdrage van maximaal 0,01 mol N/ha/jr op negentien (naderend) overbelaste hexagonen. Zeven hexagonen waarop een projectbijdrage is berekend, zijn naderend overbelast. De achtergronddepositie binnen deze hexagonen varieert tussen 1367 en 1418 mol N/ha/jr. De berekende tijdelijke projectbijdrage leidt niet tot overschrijding van de KDW van 1429 mol N/ha/jr.

Significante effecten van de projectbijdrage op naderend overbelaste hexagonen kunnen worden uitgesloten. Het areaal overbelaste hexagonen waarop een projectbijdrage is berekend bedraagt ongeveer 0,7 ha. Dit betreft omstreeks 0,21% van het totale areaal van het habitattype. De projectbijdrage op deze overbelaste hexagonen wordt nader beschouwd. Het habitattype H1330A Schorren en zilte graslanden (buitendijks) komt in alle schorren in de Oosterschelde voor (zie ook H1320 in par. 4.3; DLG, 2017b). Het habitattype H1330A is langs de Oosterschelde sterk achteruitgegaan in oppervlakte en kwaliteit als gevolg van het veranderde getij na de afsluiting (zandhonger door verminderde dynamiek). Zo is onder meer een groot deel van de lage schorren overwoekerd met Engels slijkgras. Door die reden wordt het niet realistisch geacht om onder de huidige infrastructurele omstandigheden de kwaliteit (volledig) te herstellen (bron: aanwijzingsbesluit in DLG, 2017b). 9

Het habitattype (subtype A) wordt 'schorren' genoemd in de Zeeuwse en Zuid-Hollandse Delta en 'kwelders' in het Waddengebied. Qua opbouw zijn ze enigszins verschillend. 10 Op Bijlage I van de Habitatrichtlijn staat ook een type zout grasland van niet-mariene oorsprong (H1340). Alle binnendijkse, van nature voorkomende zilte graslanden in ons land hebben echter een mariene oorsprong en worden daarom, zij het met een eigen subtype, tot H1330 gerekend. 11 Met 'vegetatieloos' wordt in de definitietabel met name op deze kreken gedoeld; dat geldt ook voor de daarin opgenomen gemeenschappen 2Aa1, 3Aa1 en 3Aa2.

blad 30 van 59

datum 7 december 2023 projectnummer 0476754 betreft Voortoets stikstof hoogspanningsstation Zierikzee

De verwachting is dat de oppervlakte van het habitattype in de toekomst gaat afnemen door zandhonger. Dit wordt in DLG (2017b) als enige knelpunt vermeld. De berekende projectbijdrage leidt niet tot een verandering van deze trend. Ook in Sweco (2023b) wordt aangegeven dat verslechtering van de buitendijkse habitattypen vooral wordt veroorzaakt door de zandhonger, de verminderde dynamiek en de hiermee gepaard gaande afname van slikken, platen en schorren (of het gebrek aan nieuwvorming hiervan). De dynamiek van het water (zoutgehalte, getij, peil, erosie en sedimentatie) vormt de dominante factor die de kwaliteit van de meeste habitattypen bepaald (Sweco, 2023b). Stikstof beïnvloedt deze processen niet. Daardoor is het tijdelijk en lokaal projecteffect geen belemmering voor het behalen van de instandhoudingsdoelen voor omvang en kwaliteit van het habitattype Schorren en zilte graslanden (buitendijks) binnen het Natura 2000-gebied Oosterschelde. Conclusie Significante effecten van de projectbijdrage kunnen worden uitgesloten.

4.5

H1330B Schorren en zilte graslanden (binnendijks) Algemene beschrijving habitattype Zie paragraaf 3.2 voor een beschrijving van het habitattype. Instandhoudingsdoelstelling De instandhoudingsdoelstelling van H1330B Schorren en zilte graslanden (binnendijks) is uitbreiding van de oppervlakte en behoud van de kwaliteit. Beschrijving van het voorkomen van habitattype in het Natura 2000-gebied In het Natura 2000-gebied Oosterschelde is omstreeks 314,7 ha van het habitattype H1330B Schorren en zilte graslanden (binnendijks) aanwezig. Omstreeks 19,5 ha van het habitattype is (naderend) overbelast. In Bijlage 4 is de ligging van het habitattype weergegeven. Projecteffect en -beoordeling Er is sprake van een tijdelijke projectbijdrage van maximaal 0,01 mol N/ha/jr op elf (naderend) overbelaste hexagonen. Twee hexagonen waarop een projectbijdrage is berekend, zijn naderend overbelast. De achtergronddepositie binnen deze hexagonen varieert tussen 1376 en 1423 mol N/ha/jr. De berekende tijdelijke projectbijdrage leidt niet tot overschrijding van de KDW van 1429 mol N/ha/jr. Significante effecten van de projectbijdrage op naderend overbelaste hexagonen kunnen worden uitgesloten. Het areaal overbelaste hexagonen waarop een projectbijdrage is berekend bedraagt ongeveer 2,2 ha. Dit betreft omstreeks 0,7% van het totale areaal van het habitattype.

De projectbijdrage op deze overbelaste hexagonen wordt nader beschouwd. Schorren en zilte graslanden (binnendijks) betreft graslanden met een marien verleden die nadien zilt blijven door toestroom van brak of zout grondwater. Eén van de kenmerken van een goede structuur en functie van het habitattype is de toestroom van zout of brak kwelwater. Sturende processen voor dit habitattype zijn: sedimentatie en erosie, herbivorie, ontwatering en de noodzakelijke aanvoer van zout water. Het tegengaan van verruiging door het verwijderen van opslag, maaien of plaggen is in veel binnendijkse gebieden van toepassing (DLG, 2017b). Spontane ontwikkeling van het binnendijkse habitattype is niet reëel langs de Oosterschelde. Bij onvoldoende zeer specifiek beheer zal het habitattype verder verlanden en ontwikkelen tot een meer opgaande vegetatie. Dit leidt tot het verdwijnen van de kenmerkende vegetatie (DLG, 2017b). In de NDA (Sweco, 2023b) is het ontbreken van de juiste hydrologische omstandigheden als stikstofgerelateerde drukfactor genoemd: het ontbreken van de juiste hydrologische omstandigheden kan ertoe leiden dat verruiging versneld optreedt. Wanneer begrazing uitblijft, ontwikkelt het hoge schor zich in 10 – 30 jaar tot een soortenarme vegetatie met sterke dominantie van Zeekweek of (bij verminderde zoutaanvoer) zoetminnende soorten (DLG, 2017b).

Voor H1330B is in de Oosterschelde geen sprake van versterking van het effect van overmatige stikstofdepositie door hydrologische omstandigheden niet aan de orde (Sweco, 2023b).

blad 31 van 59

datum 7 december 2023 projectnummer 0476754 betreft Voortoets stikstof hoogspanningsstation Zierikzee

In Sweco (2023b) is als drukfactor vermeld dat het uitbreidingsdoel niet automatisch wordt gehaald door gebrek aan toetreding of inlaat van zout water/brak kwelwater. Dit meest kritische knelpunt in het Natura 2000-gebied Oosterschelde voor dit habitattype is niet stikstof-gerelateerd. Doordat de sturende processen onvoldoende dynamiek en toevoer van zout water niet stikstof-gerelateerd zijn, heeft het project geen effect op de omvang en kwaliteit van het habitattype. Daardoor is het tijdelijk en lokaal projecteffect geen belemmering voor het behalen van de instandhoudingsdoelen voor omvang en kwaliteit van het habitattype Schorren en zilte graslanden (binnendijks) binnen het Natura 2000-gebied Oosterschelde. Conclusie Significante effecten van de projectbijdrage kunnen worden uitgesloten.

4.6

A081 Bruine kiekendief De habitattypen H1330A Schorren en zilte graslanden (buitendijks) en H1330B Schorren en zilte graslanden (binnendijks) maken onderdeel uit van het leefgebied van de bruine kiekendief. Projecteffect en - beoordeling De habitattypen H1330A Schorren en zilte graslanden (buitendijks) en H1330B Schorren en zilte graslanden (binnendijks) maken onderdeel uit van het leefgebied van de bruine kiekendief. Het habitattype H1330A ondervindt negatieve effecten als gevolg van zandhonger. De oppervlakte van het habitattype neemt als gevolg hiervan af (zie paragraaf 4.4). H1330B kampt met onvoldoende dynamiek en onvoldoende toevoer van zout water (zie paragraaf 4.5), beide processen zijn niet stikstof-gerelateerd. De berekende projectbijdrage leidt niet tot verandering van deze processen. De projectbijdrage heeft geen effect op de omvang en kwaliteit van het leefgebied van de bruine kiekendief binnen deze habitattypen en dus ook niet op de draagkracht van de Oosterschelde voor de populatiedoelstelling van deze vogelsoort. Conclusie Significante effecten van de projectbijdragen op de bruine kiekendief kunnen worden uitgesloten.

4.7

A137 Bontbekplevier De habitattypen H1330A Schorren en zilte graslanden (buitendijks) en H1330B Schorren en zilte graslanden (binnendijks) maken onderdeel uit van het leefgebied van de bontbekplevier. Projecteffect en - beoordeling De habitattypen H1330A Schorren en zilte graslanden (buitendijks) en H1330B Schorren en zilte graslanden (binnendijks) maken onderdeel uit van het leefgebied van de bontbekplevier. Het habitattype H1330A ondervindt negatieve effecten als gevolg van zandhonger. De oppervlakte van het habitattype neemt als gevolg hiervan af (zie paragraaf 4.4). H1330B kampt met onvoldoende dynamiek en onvoldoende toevoer van zout water (zie paragraaf 4.5), beide processen zijn niet stikstof-gerelateerd. De berekende projectbijdrage leidt niet tot verandering van deze processen. De projectbijdrage heeft geen effect op de omvang en kwaliteit van het leefgebied van de bontbekplevier binnen deze habitattypen en dus ook niet op de draagkracht van de Oosterschelde voor de populatiedoelstelling van deze vogelsoort. Conclusie Significante effecten van de projectbijdragen op de bontbekplevier kunnen worden uitgesloten.

blad 32 van 59

datum 7 december 2023 projectnummer 0476754 betreft Voortoets stikstof hoogspanningsstation Zierikzee

4.8

A138 Strandplevier De habitattypen H1330A Schorren en zilte graslanden (buitendijks) en H1330B Schorren en zilte graslanden (binnendijks) maken onderdeel uit van het leefgebied van de strandplevier. Projecteffect en - beoordeling De habitattypen H1330A Schorren en zilte graslanden (buitendijks) en H1330B Schorren en zilte graslanden (binnendijks) maken onderdeel uit van het leefgebied van de strandplevier. Het habitattype H1330A ondervindt negatieve effecten als gevolg van zandhonger. De oppervlakte van het habitattype neemt als gevolg hiervan af (zie paragraaf 4.4). H1330B kampt met onvoldoende dynamiek en onvoldoende toevoer van zout water (zie paragraaf 4.5), beide processen zijn niet stikstof-gerelateerd. De berekende projectbijdrage leidt niet tot verandering van deze processen. De projectbijdrage heeft geen effect op de omvang en kwaliteit van het leefgebied van de strandplevier binnen deze habitattypen en dus ook niet op de draagkracht van de Oosterschelde voor de populatiedoelstelling van deze vogelsoort. Conclusie Significante effecten van de projectbijdragen op de strandplevier kunnen worden uitgesloten.

4.9

A193 Visdief De habitattypen H1330A Schorren en zilte graslanden (buitendijks) en H1330B Schorren en zilte graslanden (binnendijks) maken onderdeel uit van het leefgebied van de visdief. Projecteffect en - beoordeling De habitattypen H1330A Schorren en zilte graslanden (buitendijks) en H1330B Schorren en zilte graslanden (binnendijks) maken onderdeel uit van het leefgebied van de visdief. Het habitattype H1330A ondervindt negatieve effecten als gevolg van zandhonger. De oppervlakte van het habitattype neemt als gevolg hiervan af (zie paragraaf 4.4). H1330B kampt met onvoldoende dynamiek en onvoldoende toevoer van zout water (zie paragraaf 4.5), beide processen zijn niet stikstof-gerelateerd. De berekende projectbijdrage leidt niet tot verandering van deze processen. De projectbijdrage heeft geen effect op de omvang en kwaliteit van het leefgebied van de visdief binnen deze habitattypen en dus ook niet op de draagkracht van de Oosterschelde voor de populatiedoelstelling van deze vogelsoort. Conclusie Significante effecten van de projectbijdragen op de visdief kunnen worden uitgesloten.

4.10

A130 Scholekster De habitattypen H1330A Schorren en zilte graslanden (buitendijks) en H1330B Schorren en zilte graslanden (binnendijks) maken onderdeel uit van het leefgebied van de scholekster. Projecteffect en -beoordeling De habitattypen H1330A Schorren en zilte graslanden (buitendijks) en H1330B Schorren en zilte graslanden (binnendijks) maken onderdeel uit van het leefgebied van de scholekster. Het habitattype H1330A ondervindt negatieve effecten als gevolg van zandhonger. De oppervlakte van het habitattype neemt als gevolg hiervan af (zie paragraaf 4.4). H1330B kampt met onvoldoende dynamiek en onvoldoende toevoer van zout water (zie paragraaf 4.5), beide processen zijn niet stikstof-gerelateerd. De berekende projectbijdrage leidt niet tot verandering van deze processen. De projectbijdrage heeft geen effect op de omvang en kwaliteit van het leefgebied van de scholekster binnen deze habitattypen en dus ook niet op de draagkracht van de Oosterschelde voor de populatiedoelstelling van deze vogelsoort. Conclusie Significante effecten van de projectbijdragen op de scholekster kunnen worden uitgesloten.

blad 33 van 59

datum 7 december 2023 projectnummer 0476754 betreft Voortoets stikstof hoogspanningsstation Zierikzee

4.11

A142 Kievit De habitattypen H1330A Schorren en zilte graslanden (buitendijks) en H1330B Schorren en zilte graslanden (binnendijks) maken onderdeel uit van het leefgebied van de kievit. Projecteffect en -beoordeling De habitattypen H1330A Schorren en zilte graslanden (buitendijks) en H1330B Schorren en zilte graslanden (binnendijks) maken onderdeel uit van het leefgebied van de kievit. Het habitattype H1330A ondervindt negatieve effecten als gevolg van zandhonger. De oppervlakte van het habitattype neemt als gevolg hiervan af (zie paragraaf 4.4). H1330B kampt met onvoldoende dynamiek en onvoldoende toevoer van zout water, beide processen zijn niet stikstof-gerelateerd (zie paragraaf 4.5). De berekende projectbijdrage leidt niet tot verandering van deze processen. De projectbijdrage heeft geen effect op de omvang en kwaliteit van het leefgebied van de kievit binnen deze habitattypen en dus ook niet op de draagkracht van de Oosterschelde voor de populatiedoelstelling van deze vogelsoort. Conclusie Significante effecten van de projectbijdragen op de kievit kunnen worden uitgesloten.

4.12

A162 Tureluur De habitattypen H1330A Schorren en zilte graslanden (buitendijks) en H1330B Schorren en zilte graslanden (binnendijks) maken onderdeel uit van het leefgebied van de tureluur. Projecteffect en -beoordeling De habitattypen H1330A Schorren en zilte graslanden (buitendijks) en H1330B Schorren en zilte graslanden (binnendijks) maken onderdeel uit van het leefgebied van de tureluur. Het habitattype H1330A ondervindt negatieve effecten als gevolg van zandhonger. De oppervlakte van het habitattype neemt als gevolg hiervan af (zie paragraaf 4.4). H1330B kampt met onvoldoende dynamiek en onvoldoende toevoer van zout water (zie paragraaf 4.5), beide processen zijn niet stikstof-gerelateerd. De berekende projectbijdrage leidt niet tot verandering van deze processen. De projectbijdrage heeft geen effect op de omvang en kwaliteit van het leefgebied van de tureluur binnen deze habitattypen en dus ook niet op de draagkracht van de Oosterschelde voor de populatiedoelstelling van deze vogelsoort. Conclusie Significante effecten van de projectbijdragen op de tureluur kunnen daarom worden uitgesloten.

blad 34 van 59

datum 7 december 2023 projectnummer 0476754 betreft Voortoets stikstof hoogspanningsstation Zierikzee

5.

Cumulatie Ingevolge artikel 2.7, tweede lid van de Wnb is het verboden zonder vergunning een project te realiseren dat niet direct verband houdt met of nodig is voor het beheer van een Natura 2000-gebied, maar afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied. Dit betekent dat ingeval een project op zichzelf niet leidt tot significante gevolgen, ook beoordeeld moet worden of het project in combinatie met andere plannen of projecten alsnog kan leiden tot significante gevolgen. Dit laatste wordt in de praktijk ook wel de cumulatietoets genoemd. Wanneer een depositiebijdrage plaatsvindt op een overbelast gebied, staat het systeem al onder druk en kleinere toenames kunnen in dat geval een mogelijk significant effect veroorzaken. In dat geval is het projecteffect beoordeeld in het licht van de huidige staat van instandhouding waarbij bijvoorbeeld bestaand beheer, sturende knelpunten, geëffectueerde maatregelen, trend en dergelijke een rol spelen bij de beoordeling of de bijdrage significant negatief kan zijn. In voorliggende voortoets is voor de habitattypen beoordeeld dat het project op zichzelf met zekerheid niet leidt tot significante gevolgen, ondanks een (geringe) bijdrage aan stikstofdepositie.

Deze ecologische conclusie is alleen mogelijk in de volgende situaties:  de kwaliteit van het betreffende habitattype/leefgebied gunstig is en of sprake is van een positieve trend, ondanks de (veelal grote) overbelasting van de KDW; of  stikstofdepositie niet het sturende knelpunt is voor de kwaliteit van de betreffende habitattypen. Door deze ecologische conclusie alleen te trekken in bovenstaande situaties zal het project ook in combinatie met andere plannen/projecten niet alsnog tot significante gevolgen leiden. De hoge stikstofbelasting vormt immers geen belemmering voor de kwaliteit.

blad 35 van 59

datum 7 december 2023 projectnummer 0476754 betreft Voortoets stikstof hoogspanningsstation Zierikzee

6.

Conclusie TenneT TSO B.V. dient zorg te dragen voor een robuust en voor de toekomst gereed nationaal elektriciteitsnet. Samen met de regionale netbeheerders voor Zeeland (Stedin) en West-Brabant (Enexis) heeft TenneT studies uitgevoerd en voorstellen uitgewerkt om de knelpunten op te lossen en ruimte te maken op het elektriciteitsnet. Deze studies en daarbij behorende keuzes zijn tot stand gekomen in overleg met de provincie Zeeland, de provincie Noord-Brabant en met de betrokken gemeenten: Schouwen-Duiveland, Tholen en Bergen op Zoom. De gekozen oplossing omvat het realiseren van een viertal plannen, waaronder de aanleg van een hoogspanningsstation (150 kV / 20 kV) nabij Zierikzee. Uit de Natuurtoets is gebleken dat een stikstofeffect nog in beeld moet worden gebracht. Dat is gebeurd met een AERIUS-berekening. In voorliggende voortoets is de berekende projectbijdrage van het hoogspanningsstation Zierikzee met de bijbehorende ondergrondse hoogspanningsverbinding (150 kV) tussen Zierikzee en Halsteren ecologisch beoordeeld. Er is sprake van een projectbijdrage op (naderend) overbelaste hexagonen van habitattypen van Natura 2000gebieden Grevelingen en Oosterschelde. Binnen het Natura 2000-gebied Grevelingen betreft het de habitattypen ‘H1330B Schorren en zilte graslanden (binnendijks)’ en ‘H2190B Vochtige duinvalleien (kalkrijk)’.

De habitattypen H1330B en/of H2190B in het Natura 2000-gebied Grevelingen vormen leefgebied voor de groenknolorchis, bruine kiekendief, scholekster, bontbekplevier, strandplevier, visdief en tureluur. De habitattypen H1310A en H1320 binnen het Natura 2000-gebied Oosterschelde vormen geen leefgebied van aangewezen Habitatrichtlijn- of Vogelrichtlijnsoorten. De habitattypen H1330A en H1330B in het Natura 2000gebied Oosterschelde vormen leefgebied voor de bruine kiekendief, bontbekplevier, strandplevier, visdief, scholekster, kievit en tureluur. Het habitattype H1330B in het Natura 2000-gebied Grevelingen kampt met de gevolgen van voortschrijdende ontzilting door de sluiting van de Brouwersdam. Dit proces is niet stikstof-gerelateerd. Zodoende kunnen effecten van de projectbijdrage op dit habitattype worden uitgesloten. De behoudsdoelstelling van H2190B wordt gehaald, het habitattype komt in goed ontwikkelde vorm voor en de kwaliteit van het habitattype neemt toe op locaties waar de KDW wordt overschreden. Stikstofdepositie vormt zodoende geen knelpunt voor dit habitattype, significante effecten kunnen worden uitgesloten.

Aangezien significante effecten van de projectbijdrage op beide habitattypen kunnen worden uitgesloten, kunnen ook effecten op de leefgebiedsfunctie van dit habitattype voor de groenknolorchis, scholekster, bontbekplevier, strandplevier, visdief en tureluur worden uitgesloten. Binnen het Natura 2000-gebied Oosterschelde betreft het de habitattypen ‘H1310A Zilte pionierbegroeiingen (zeekraal)’, ‘H1320 Slijkgrasvelden’, ‘H1330A Schorren en zilte graslanden (buitendijks)’ en ‘H1330B Schorren en zilte graslanden (binnendijks)’. Voor de habitattypen H1310A, H1320 en H1330A in het Natura 2000-gebied Oosterschelde vormt zandhonger (het proces waarbij het buitendijks areaal kleiner wordt door erosie) een belangrijk knelpunt. De berekende projectbijdrage leidt niet tot een verandering van deze trend. Het habitattype H1330B in het Natura 2000gebied Oosterschelde kampt met de gevolgen van onvoldoende dynamiek en onvoldoende toevoer van zout water. Deze processen zijn niet stikstof-gerelateerd. Zodoende kunnen effecten van de projectbijdrage op deze habitattypen worden uitgesloten. Aangezien significante effecten van de projectbijdrage op deze habitattypen kunnen worden uitgesloten, kunnen ook effecten op de leefgebiedsfunctie van deze habitattypen voor de bruine kiekendief, bontbekplevier, strandplevier, visdief, scholekster, kievit en tureluur worden uitgesloten.

Uit de Voortoets stikstofdepositie blijkt – in combinatie met de conclusies van de Natuurtoets - dat significante gevolgen op enig Natura 2000-gebied bij voorbaat met zekerheid uitgesloten kunnen worden.

blad 36 van 59

datum 10 november 2023 projectnummer 0476754.111 betreft Stikstofdepositie-onderzoek

Bijlage 1 Totale inzet mobiele werktuigen

blad 17 van 19

2024 2

Week 5

0

1

Week 5

9

Week 4

Week 5

5

4

Week 4

Week 4

December

Week 46 Week 47 Week 48

November

Week 41 Week 42 Week 43

Oktober

Week 3

0

Week 3

September 7 Week 38 Week 39 Week 40

Augustus

Week 34 Week 35 Week 36

Juli

Week 31 Week 32 Week 33

Juni

Week 1

2

Mei

6 Week 17 Week 18 Week 19 Week 20 Week 21 Week 22 Week 23 Week 24 Week 25 Week 26 Week 27 Week 28 Week 29

April Week 13 Week 14 Week 15

Week 1

Week 1

Week 8 Week 9

Week 6 Week 7

Week 4 Week 5

Week 3

Week 1 Week 2

1

Maart Week 1

Februari 0

Januari

Nieuw stationsterrein incl voorbelasting, hekwerken en bestrating Trekker John Deere Graafmachine Liebherr A314 Graafmachine Rups 18 kuub zandkiep vrachtwagen/ beton wagen Minigraver Takeuchi Bulldozer Kraan klein Liebherr LTM1200 5.1 Kraan groot Liebherr LTM1200 5.1 Rups hoogwerker SR14CJ Vrachtwagen leverancier materialen (stenen/hekwerk) Vrachtwagen Mercedes Arcos Asfalteerwagen Wals Heistelling Kobelco BME800G Ver-reiker/hoogwerker Manitou MRT 1840 Easy

80 80 80 80 80 80 80 80 40 40 40 40 40 40 40 40 40 40 40 40 40 40 40 40 40 40 40 40 200 200 200 200 100

40 40

40 40

40 40 40 40 40 40 40 40 40

40 40 40 40 40 40

40

40

40 40

40 40

8 8

8 8

8

2025 2

Week 5

1

Week 5

0

7

9

Week 5

Week 4

8

December Week 4

6

Week 4

Week 4

5

Week 4

Week 4

Week 4

4

November 3

2

0

1

Week 4

Week 4

9

Week 4

8

7

Oktober

Week 3

Week 3

Week 30 Week 31 Week 32

Week 33 Week 34 Week 35

September 6

Augustus

Week 3

Juli

Week 3

Juni

Week 15 Week 16 Week 17 Week 18 Week 19 Week 20 Week 21 Week 22 Week 23 Week 24 Week 25 Week 26 Week 27 Week 28 Week 29

Mei

4

Week 1

Week 1

3

April

Week 10 Week 11 Week 12

Maart Week 9

Week 8

Week 7

Week 6

Week 5

Februari

Week 3 Week 4

Week 2

Week 1

Januari

Nieuw stationsterrein incl voorbelasting, hekwerken en bestrating

40 40

40 40

40 40

40 40

40 40

40 40

40 40

40 40

40 40

40 40

40 40

80 80 80 80 80 80 80 40 40 40 40 40 40 40 40 40 40 40 40 40 40 40 40 40 40 40 40 40 40 40

4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 20 20 20 20 20 20 20 20 20 20

4 20

4 20

4 20

4 20

4 20

4 20

4 20

4 20

4 20

4 20

4 20

4 4 4 4 20 20 20 20 20

20

20

20

20 20 20 20 20 20 20 20 20 20 20 20 20 20 20 20 20 20 20 20 20 20 20 20 20 20

8

8

8

8

40

40

40 40 40 40 40 40 40 40 40 40 40 40 40 40 40 40 2026 Juli Augustus September Oktober

4 4 4 4 4 4 4 20 20 20 20 20 20 20 20 20 20 20 20 20 20 20 20 20 40 40 40 40 40 40 40 40 40 40 40 40 40 40

5

5

5

5

5 8

5 8

5 8

5 8

5 8

5 8

5 8

5 8

8

8

8

8

8

8

8

8

8

8

8

8

8

8

8

8

8

8

8

8

8

8

8

8

8

8

8

8

8

8

8

8

8

8

8

8

2

Week 5

1

Week 5

0

9

Week 4

Week 5

Week 46 Week 47 Week 48

December

5

Week 4

Week 4

4

Week 41 Week 42 Week 43

9

November

0

Week 4

Week 3

8

Week 3

7

6

Week 3

Week 3

5

Week 3

4

Week 3

2

3

Week 3

Week 3

1

Week 2

Week 3

2

3

Week 2

Week 3

1 Week 2

Week 24 Week 25 Week 26 Week 27 Week 28 Week 29

9

8 Week 1

0

7

Week 2

6

Week 1

Juni

Week 1

5

Week 1

Mei

Week 1

4

Week 1

Week 1

Week 1

Week 1

Week 9

Week 8

Week 7

Week 6

Week 5

Week 4

Week 3

Week 2

Week 1

April 3

Maart 2

Februari 0

Januari

0

40 40 40 40

Week 1

18 kuub zandkiep vrachtwagen/ beton wagen Minigraver Takeuchi Bulldozer Kraan klein Liebherr LTM1200 5.1 Kraan groot Liebherr LTM1200 5.1 Rups hoogwerker SR14CJ Vrachtwagen leverancier materialen (stenen/hekwerk) Vrachtwagen Mercedes Arcos Asfalteerwagen Wals Heistelling Kobelco BME800G Ver-reiker/hoogwerker Manitou MRT 1840 Easy

40 40 40 40 40 40 40 40 40 40 40 40 40 40 40 40 40 40 40 40 40 40 40 40 40

1

Trekker John Deere Graafmachine Liebherr A314 Graafmachine Rups

Nieuw stationsterrein incl voorbelasting, hekwerken en bestrating Trekker John Deere Graafmachine Liebherr A314 Graafmachine Rups 18 kuub zandkiep vrachtwagen/ beton wagen Minigraver Takeuchi Bulldozer Kraan klein Liebherr LTM1200 5.1 Kraan groot Liebherr LTM1200 5.1 Rups hoogwerker SR14CJ Vrachtwagen leverancier materialen (stenen/hekwerk) Vrachtwagen Mercedes Arcos Asfalteerwagen Wals Heistelling Kobelco BME800G Ver-reiker/hoogwerker Manitou MRT 1840 Easy

40 40 40 40 40 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 40 40 40 40 40 80 80 80 80 80 80 80 40 40 40 40 40 40 40 40 40 40 40 40 40 40 40 40 40 40 40 80 80 120 120 120 40 40 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 120 120 120 120 120 120 120 120 120 120 120 120 120 120 120 120 120 120 120 120 120 120 120 120 120 120 120 120 120 120 120 120 120 120 120 120 120 120 120 120 120 120 5 5 9 9 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 40 40 40 40

40 40 40 40 40 40 40 20 20 20 20 20 20 20 20 5 5 5 5 5 5 5 8 8 8 8 8 16 16 16 16 16 16 16 16 16 16 40 40 40 40 40

20

20

20

20

20

20

20

20

20

20

20

20 20 20 20 20 20 20 20 20 20 20

16 40

16 40

16 40

16

16

16

8

8

8

8 40

8 40

8 40

8

8

8

8

8

8

8

8

8 8 8 40 40 40

8

8

8

8

8

8

8

8

8

8

8

8

8

8

2027

8

8

8

8

8

8

8

10

10

10

10

10

10

8

8

8

8

8

8

2

Week 5

Week 5

1

December

7 Week 48 Week 49 Week 50

6

Week 4

Week 4

5

Week 4

4

Week 4

Week 41 Week 42 Week 43

0

9

Week 3

November

Week 4

5

Oktober

Week 3

Week 36 Week 37 Week 38

September

4

Week 3

Week 3

3

Week 2

8

2

5 Week 2

8

Week 3

4 Week 2

8

Week 3

3 Week 2

8 8 8 40 40 40

1

2 Week 2

8

0

1 Week 2

18 kuub zandkiep vrachtwagen/ beton wagen Minigraver Takeuchi Bulldozer Kraan klein Liebherr LTM1200 5.1 Kraan groot Liebherr LTM1200 5.1 Rups hoogwerker SR14CJ Vrachtwagen leverancier materialen (stenen/hekwerk) Vrachtwagen Mercedes Arcos Asfalteerwagen Wals Heistelling Kobelco BME800G Ver-reiker/hoogwerker Manitou MRT 1840 Easy

Week 3

0 Week 2

Week 13 Week 14 Week 15

Nieuw stationsterrein incl voorbelasting, hekwerken en bestrating Trekker John Deere Graafmachine Liebherr A314 Graafmachine Rups

Augustus

6 Week 27 Week 28 Week 29

9

40 40 40 4

Week 10 Week 11 Week 12

40 40 40 4

Week 8 Week 9

40 40 40 4

Week 6 Week 7

40 40 40 4

Week 5

40 40 40 4

Week 3 Week 4

40 40 40 40 40 40 40 40 40 40 40 40 40 40 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 120 120 120 120 120 120 80 120 120 120 120 160 160 160 120 120 120 120 120 120 120 160 160 160 160 160 160 40 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 6 6 6 6 6 6 4

Week 1 Week 2

8

Juli

Week 1

Juni

Week 1

Mei 7

April 6

Maart

Week 1

Februari

Week 1

Januari

datum 10 november 2023 projectnummer 0476754.111 betreft Stikstofdepositie-onderzoek

Bijlage 2 AERIUS pdf berekening maatgevend jaar Kenmerk: S3ETtTESMKsX

blad 18 van 19

Projectberekening Dit document geeft een overzicht van de invoer en rekenresultaten van een Projectberekening met AERIUS Calculator. De berekening is uitgevoerd binnen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden, op rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant, en waar tevens sprake is van een overbelaste of bijna overbelaste situatie voor stikstof.

Overzicht Samenvatting situaties Resultaten Detailgegevens per emissiebron Deze PDF is een digitaal bestand dat weer in te lezen is in AERIUS. Meer toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via:

www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers

Projectberekening

Contactgegevens Rechtspersoon Inrichtingslocatie

Activiteit

Omschrijving Toelichting

Berekening

Tennet -, - Zierikzee Hoogspanningsstation Zierikzee Aanleg hoogspanningsstation Zierikzee + tracé Zierikzee Halsteren - realisatiefase

AERIUS kenmerk Datum berekening Rekenconfiguratie

S3ETtTESMKsX 10 november 2023, 13:09 Wnb-rekengrid

Totale emissie

Rekenjaar

Emissie NH₃

Emissie NOₓ

Resultaten

Hoogste bijdrage

Hexagon

Gebied

3250955

Grevelingen

Agrarische gronden - Referentie Bouwfase - Beoogd Agrarische gronden - Referentie Bouwfase - Beoogd Gekarteerd oppervlak met toename (ha) Gekarteerd oppervlak met afname (ha) Grootste toename Grootste afname

S3ETtTESMKsX (10 november 2023)

2026 2026

0,01 mol/ha/j 6,71 ha 0,00 ha 0,01 mol/ha/j 0,00 mol/ha/j

13,9 kg/j 37,1 kg/j

376,7 kg/j

2/8

Projectberekening

Bouwfase (Beoogd), rekenjaar 2026 Emissiebronnen 4 Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning | Werktuigen station 5 Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning | Werktuigen tracé deel 2 6 Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning | HDD boring Oosterschelde 7 Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning | Werktuigen tracé deel 1  Verkeersnetwerk

S3ETtTESMKsX (10 november 2023)

Emissie NH₃

Emissie NOₓ

2,3 kg/j 90,5 kg/j 11,6 kg/j 62,1 kg/j 1,3 kg/j 8,0 kg/j 19,8 kg/j 106,0 kg/j 2,0 kg/j 110,1 kg/j

3/8

Projectberekening

Agrarische gronden (Referentie), rekenjaar 2026 Emissiebronnen 1

Landbouw | Landbouwgrond | Bron 1

S3ETtTESMKsX (10 november 2023)

Emissie NH₃

Emissie NOₓ

13,9 kg/j

-

4/8

Projectberekening

Hoogste af- en toename op (bijna) overbelaste stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden.

2 km Habitatrichtlijn Vogelrichtlijn Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn Niet bepaald

Grootste toename (projectberekening) Grootste afname (projectberekening) Hoogste totaal (achtergrond + projectberekening)

De letters bij de bronlabels op de kaart geven bij welke type situaties de bronnen horen: beoogde situatie (B), referentiesituatie (R) en/of salderingssituatie (S). S3ETtTESMKsX (10 november 2023)

5/8

Projectberekening

Resultaten stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden situatie "Bouwfase" (Beoogd) incl. saldering e/o referentie Berekend (ha gekarteerd)

Totaal Per gebied

Oosterschelde (118) Grevelingen (115)

S3ETtTESMKsX (10 november 2023)

6,71 Berekend (ha gekarteerd)

5,43 1,28

Hoogste totale Met toename Grootste depositie (mol (ha gekarteerd) toename (mol N/ha/jr) N/ha/jr)

Met afname (ha Grootste afname gekarteerd) (mol N/ha/jr)

Hoogste totale Met toename Grootste depositie (mol (ha gekarteerd) toename (mol N/ha/jr) N/ha/jr)

Met afname (ha Grootste afname gekarteerd) (mol N/ha/jr)

8.707,56

6,71

0,01

0,00

0,00

8.707,56

5,43

0,01

0,00

0,00

2.015,15

1,28

0,01

0,00

0,00

6/8

Projectberekening

Bouwfase, Rekenjaar 2026

Er zijn meer dan 10 wegverkeer emissiebronnen in deze situatie en deze worden niet in de PDF getoond. Laad de PDF in Calculator in om alle bronnen in te zien (tot een maximum van 5000 bronnen). 4 Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning Naam Locatie Oppervlakte Naam

Werktuigen station X:53955,99 Y:406449,22 4,08 ha

90,5 kg/j 2,3 kg/j

Brandstof­verbruik

Draaiuren AdBlue verbruik

Stof Emissie

680 u/j 461 l/j

NOₓ 8,8 kg/j

Graafmachine Liebherr Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, A314 diesel, SCR: ja

3079 l/j

320 u/j 215 l/j

NH₃ 1,6 kg/j NOₓ 4,3 kg/j

Minigraver Takeuchi

Stage-IV, 2014-2018, <= 56 kW, diesel, SCR: nee

289 l/j

120 u/j

NH₃ 0,7 kg/j NOₓ 6,4 kg/j

Rups hoogwerker SR14CJ

Stage-IV, 2014-2018, <= 56 kW, diesel, SCR: nee

3369 l/j

720 u/j

NH₃ 2,2 g/j NOₓ 71,0 kg/j NH₃ 25,3 g/j

Trekker John Deere

5

Stageklasse

NOₓ NH₃

Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, diesel, SCR: ja

Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning

Naam Werktuigen tracé Uittreedhoogte deel 2 Warmteinhoud Locatie X:63636,26 Y:401143,98 Lengte 4.480,80 m Wijze van ventilatie Niet geforceerd Temporele variatie Standaard Profiel Industrie 6

2,5 m 0,035 MW

NOₓ NH₃

Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning

Naam HDD boring Uittreedhoogte Oosterschelde Warmteinhoud Locatie X:60696,69 Y:404954,29 Wijze van ventilatie Niet geforceerd Temporele variatie Standaard Profiel Industrie 7

6591 l/j

2,5 m 0,035 MW

NOₓ NH₃

Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning

Naam Werktuigen tracé Uittreedhoogte deel 1 Warmteinhoud Locatie X:57519 Y:406078,47 Lengte 7.637,61 m Wijze van ventilatie Niet geforceerd Temporele variatie Standaard Profiel Industrie S3ETtTESMKsX (10 november 2023)

2,5 m 0,035 MW

NOₓ NH₃

62,1 kg/j 11,6 kg/j

8,0 kg/j 1,3 kg/j

106,0 kg/j 19,8 kg/j

7/8

Projectberekening

Agrarische gronden, Rekenjaar 2026 1

Landbouw | Landbouwgrond

Naam Bron 1 Locatie X:53957,71 Y:406412,32 Oppervlakte 7,03 ha Wijze van ventilatie Niet geforceerd Temporele variatie Meststoffen

Type

Uittreedhoogte Warmteinhoud Spreiding

Mestaanwending (dierlijke mest)

0,5 m 0,000 MW 0m

NH₃

13,9 kg/j

Stof

NOₓ NH₃

Emissie

0,0 kg/j 13,9 kg/j

Disclaimer Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden. Rekenbasis Deze berekening is tot stand gekomen op basis van AERIUS versie 2023.0.1_20231106_3125d8b3c1 Database versie 2023.0.1_3125d8b3c1_calculator_nl_stable Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/

S3ETtTESMKsX (10 november 2023)

8/8

Over Antea Group Antea Group is het thuis van 1500 trotse ingenieurs en adviseurs. Samen bouwen wij elke dag aan een veilige, gezonde en toekomstbestendige leefomgeving. Je vindt bij ons de allerbeste vakspecialisten van Nederland, maar ook innovatieve oplossingen op het gebied van data, sensoring en IT. Hiermee dragen wij bij aan de ontwikkeling van infra, woonwijken of waterwerken. Maar ook aan vraagstukken rondom klimaatadaptatie, energietransitie en de vervangingsopgave. Van onderzoek tot ontwerp, van realisatie tot beheer: voor elke opgave brengen wij de juiste kennis aan tafel. Wij denken kritisch mee en altijd vanuit de mindset om samen voor het beste resultaat te gaan. Op deze manier anticiperen wij op de vragen van vandaag en de oplossingen voor morgen. Al 70 jaar.

Contactgegevens Beneluxweg 125 4904 SJ Oosterhout Postbus 40 4900 AA Oosterhout T. +31 162 48 70 00 E. info@anteagroup.nl

Copyright © 2023 Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar worden gemaakt door middel van druk, fotokopie, elektronisch of op welke wijze dan ook, zonder schriftelijke toestemming van de auteurs. De informatie die in dit rapport is opgenomen is uitsluitend bestemd voor geadresseerde(n) en kan persoonlijke of vertrouwelijke informatie bevatten. Gebruik van deze informatie, door anderen dan de geadresseerde(n) en gebruik door hen die niet gerechtigd zijn van deze informatie kennis te nemen, is niet toegestaan. De informatie is uitsluitend bestemd om te worden gebruikt door de geadresseerde, voor het doel waarvoor dit rapport is vervaardigd. Indien u niet de geadresseerde bent of niet gerechtigd bent tot kennisneming, is openbaarmaking, vermenigvuldiging, verspreiding en/of verstrekking van deze informatie aan derden niet toegestaan, tenzij na schriftelijke toestemming door Antea Group en wordt u verzocht de gegevens te verwijderen en direct een melding te maken bij security@antegroup.nl. Derden, zij die niet geadresseerd zijn, kunnen geen rechten aan dit rapport ontlenen, tenzij na schriftelijke toestemming door Antea Group.

www.anteagroup.nl

datum 29 november 2023 projectnummer 0476754 betreft Voortoets stikstof hoogspanningsstation Zierikzee

Bijlage 3 Wijzigingen kritische depositiewaarden Eens in de tien jaar wordt nieuwe wetenschappelijke kennis over de stikstofgevoeligheid van natuur verzameld en samengevat in een Europees rapport over de kritische depositiewaarden (KDW). Wageningen University & Research (WUR) heeft de nieuwe Europese inzichten verwerkt in het Nederlandse KDW-rapport dat tot nu toe als standaard werd gebruikt. Dat rapport is in augustus 2023 gepubliceerd[1]. In deze bijlage is een overzicht gegeven van de wijzigingen in de KDW’s. De gewijzigde KDW’s zijn verwerkt in de huidige AERIUS-versie (AERIUS 2023). Tabel B3.1 Wijzigingen van de Kritische Depositie Waarde (KDW) van habitattypen en leefgebieden van augustus 2023 t.o.v. augustus 2012. Lichtgroen: stijging KDW, licht oranje: daling KDW en donker oranje: sterke daling KDW.

Code

Omschrijving Permanent overstroomde zandbanken (getijdengebied) Permanent overstroomde zandbanken (Noordzee-kustzone)

KDW 2012 (mol N/ha/jr) > 2400 > 2400

KDW 2023 (mol N/ha/jr) > 2400 > 2400

H1110A H1110B H1110C H1130

Permanent overstroomde zandbanken (Doggersbank) Estuaria

> 2400 > 2400

> 2400 > 2400

H1140A H1140B

Slik- en zandplaten (getijdengebied) Slik- en zandplaten (Noordzee-kustzone)

> 2400 > 2400

> 2400 > 2400

H1160 H1170

Grote baaien Riffen van open zee

> 2400 > 2400

> 2400 > 2400

H1310A H1310B

Zilte pionierbegroeiing (zeekraal) Zilte pionierbegroeiing (zeevetmuur)

1643 1500

1643 1429

H1320 H1330A

Slijkgrasvelden Schorren en zilte graslanden (buitendijks)

1643 1571

1643 1429

H1330B H2110

Schorren en zilte graslanden (binnendijks) Embryonale duinen

1571 1429

1429 1429

H2120 H2130A

Witte duinen Grijze duinen (kalkrijk)

1429 1071

1429 1071

H2130B H2130C

Grijze duinen (kalkarm) Grijze duinen (heischraal)

714 714

929 786

H2140A H2140B

Duinheiden met kraalhei (vochtig) Duinheiden met kraalhei (droog)

1071 1071

857 857

H2150 H2160

Duinheiden met struikhei Duindoornstruwelen

1071 2000

857 2000

H2170 H2180Abe

Kruipwilgstruwelen Duinbossen (droog) berken-eikenbos

2286 1071

2286 1071

H2180Ao H2180B

Duinbossen (droog) overig Duinbossen (vochtig)

1429 2214

1071 2214

H2180C H2190Ae

Duinbossen (binnenduinrand) Vochtige duinvalleien (open water) (matig) eutrofe vormen

1786 2143

1786 2143

H2190Aom H2190B

Vochtige duinvalleien (open water) oligo- tot mesotrofe vormen Vochtige duinvalleien (kalkrijk)

1000 1429

1000 1429

H2190C H2190D

Vochtige duinvalleien (ontkalkt) Vochtige duinvalleien (hoge moerasplanten)

1071 > 2400

1071 > 2400

H2310

Stuifzandheiden met struikhei

1071

714

[1]

Wieger Wamelink, Han van Dobben, Friso van der Zee, Arjen van Hinsberg, Roland Bobbink, 2023. Overzicht van kritische depositiewaarden voor stikstof, toegepast op habitattypen en leefgebieden van Natura 2000; Herziening 2023. Wageningen, Wageningen Environmental Research, Rapport 3272.

blad 40 van 59

datum 29 november 2023 projectnummer 0476754 betreft Voortoets stikstof hoogspanningsstation Zierikzee

Code

Omschrijving Binnenlandse kraaiheibegroeiingen Zandverstuivingen

KDW 2012 (mol N/ha/jr) 1071 714

KDW 2023 (mol N/ha/jr) 1071 714

H2320 H2330 H3110 H3130

Zeer zwak gebufferde vennen Zwakgebufferde vennen

429 571

429 500

H3140az H3140hz

Kranswierwateren in afgesloten zeearmen Kranswierwateren op hogere zandgronden

> 2400 571

> 2400 500

H3140lv H3150az

Kranswierwateren in laagveengebieden Meren met krabbenscheer en fonteinkruiden in afgesloten zeearmen

2143 > 2400

2143 > 2400

H3150baz

2143

2143

H3160 H3260A

Meren met krabbenscheer en fonteinkruiden buiten afgesloten zeearmen Zure vennen Beken en rivieren met waterplanten (waterranonkels)

714 > 2400

714 > 2400

H3260B H3270

Beken en rivieren met waterplanten (grote fonteinkruiden) Slikkige rivieroevers

> 2400 > 2400

> 2400 > 2400

H4010A H4010B

Vochtige heiden (hogere zandgronden) Vochtige heiden (laagveengebied)

1214 786

1071 500

H4030 H5130

Droge heiden Jeneverbesstruwelen

1071 1071

714 1071

H6110 H6120

Pionierbegroeiing op rotsbodem Stroomdalgraslanden

1429 1286

1429 1286

H6130 H6210

Zinkweiden Kalkgraslanden

1071 1500

1071 1429

H6230dka H6230dkr

Heischrale graslanden droge, kalkarme variant Heischrale graslanden droge, kalkrijke variant

857 857

714 714

H6230vka H6410

Heischrale graslanden vochtige, kalkrijke variant Blauwgraslanden

714 1071

714 786

H6430A H6430B

Ruigten en zomen (moerasspirea) Ruigten en zomen (harig wilgenroosje)

> 2400 > 2400

> 2400 > 2400

H6430C H6510A

Ruigten en zomen (droge bosranden) Glanshaver- en vossenstaarthooilanden (glanshaver)

1857 1429

1857 1357

H6510B H7110A

Glanshaver- en vossenstaarthooilanden (grote vossenstaart) Actieve hoogvenen (hoogveenlandschap)

1571 500

1571 500

H7110B H7120ah

Actieve hoogvenen (heideveentjes) Herstellende hoogvenen doelstelling als H7110A

786 500

714 500

H7120hb H7120vh

Herstellende hoogvenen doelstelling als H91D0 Herstellende hoogvenen doelstelling als H4010A

1786 1214

1786 1071

H7140A H7140B

Overgangs- en trilvenen (trilvenen) Overgangs- en trilvenen (veenmosrietlanden)

1214 714

1214 500

H7150 H7210

Pioniervegetaties met snavelbiezen Galigaanmoerassen

1429 1571

1071 1429

H7220 H7230

Kaltufbronnen Kalmoerassen

< 2400? 1071

1429 1143

H9110 H9120

Veldbies-beukenbossen Beuken-eikenbossen met hulst

1429 1429

1071 1071

H9160A H9160B

Eiken-haagbeukenbossen (hogere zandgronden) Eiken-haagbeukenbossen (heuvelland)

1429 1429

1429 1429

H9190 H91D0

Oude eikenbossen Hoogveenbossen

1071 1786

1071 1786

H91EOA

Vochtige alluviale bossen (zachthoutooibossen)

2429

2429

blad 41 van 59

datum 29 november 2023 projectnummer 0476754 betreft Voortoets stikstof hoogspanningsstation Zierikzee

Code

Omschrijving Vochtige alluviale bossen (essen-iepenbossen) Vochtige alluviale bossen (beekbegeleidende bossen)

KDW 2012 (mol N/ha/jr) 2000 1857

KDW 2023 (mol N/ha/jr) 2000 1857

H91EOB H91EOC H91FO Lg01

Droge hardhoutooibossen Permanente bron & langzaam stromende bovenloop

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14177792/1