CConstaterende datSchouwen-Duiveland
Koppel je AI →
Document · PDF

1066746 Bijlage 17 Bijlagen bij de toelichting Bijlage 14 Natuurtoets

Gemeenteraad 20 juni 2024, gemeente Schouwen-DuivelandBij agendapunt: RVS Vaststellen bestemmingsplan 'Hoogspanningsstation Zierikzee + herziening buitengebied (kabeltracés) (1066746)15.644 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

1

Voor het broedseizoen wordt in het kader van de wet geen standaardperiode gehanteerd. Het broedseizoen is afhankelijk van klimatologische omstandigheden; dit houdt in dat het seizoen eerder dan wel later van start kan gaan en eerder dan wel later kan eindigen. Van belang is of er broedgevallen aanwezig zijn.

Blad 28 van 35

Natuurtoets hoogspanningsstation Zierikzee Veld- en bodemonderzoeken Netversterking Schouwen-Duiveland projectnummer 0476754 18 juli 2023 revisie 1.0 TenneT TSO B.V.

Indien vastgesteld wordt dat sprake is van actuele broedgevallen binnen het plangebied worden soort specifieke maatregelen voorgesteld en/of wordt het plangebied niet vrijgegeven en dienen de werkzaamheden uitgesteld te worden tot nadat het nest niet meer in gebruik is.

5.2.2

Zoogdieren Vleermuizen Vleermuizen zijn beschermde diersoorten en staan vermeld in bijlage IV van de Habitatrichtlijn. Daarom zijn in de Wet natuurbescherming enkele verbodsbepalingen opgenomen ten aanzien van vleermuizen welke in principe niet overtreden mogen worden. Binnen het plangebied wordt geen essentiële leefgebied van vleermuizen verwacht door de open onbeschutte omstandigheden. De watergangen binnen het plangebied zijn klein van omvang met een breedte van een meter, zonder enige opgaande vegetatie. Er zijn echter wel lijnvormige elementen en luwten aanwezig rondom het plangebied. Het betreft de watergang met bomenrij/hagen (langs de Straalweg) ten westen van het plangebied. Doordat er in de omgeving weinig alternatieven geschikte foerageergebieden en vliegroutes zijn, is er mogelijk sprake van een essentiële vliegroute. De bomenrij/hagen en watergang gelegen tegen het plangebied wordt door het voornemen niet aangetast. Hierbij dient wel te worden opgemerkt dat de vliegroute en foerageergebied ten alle tijden hun functie moeten kunnen vervullen. Wanneer aan de volgende randvoorwaarden wordt voldaan zijn geen negatieve effecten op deze potentiële vliegroute voor vleermuizen te verwachten.

➢ De werkzaamheden worden tussen zonsopkomst en zonsondergang uitgevoerd; ➢ Indien werkzaamheden tussen zonsondergang en zonsopkomst worden uitgevoerd mag geen kunstmatige verlichting worden toegepast die op de watergang en bomenrij schijnt. Indien niet aan deze randvoorwaarden kan worden voldaan dient voorafgaande aan de werkzaamheden het gebruik van de watergang inzichtelijk te worden gemaakt door middel van een nader onderzoek. Haas Binnen het plangebied is geschikt biotoop aanwezig voor de haas. De haas is beschermd in de provincie Zeeland onder artikel 3.10 van de Wnb. Voor de haas is geen onderzoeksprotocol opgesteld. Daarnaast heeft de haas geen vast leefgebied of territorium, waardoor deze gemakkelijk verplaatst naar een nieuw leefgebied. Aangezien er in de omgeving van het plangebied genoeg alternatief leefgebied bevindt, zal er ook geen essentieel leefgebied verdwijnen. Daarnaast kan het plangebied na afloop van de werkzaamheden weer bewoond worden door hazen. Wel wordt geadviseerd om niet te werken in de periode wanneer jonge hazen aanwezig zijn (januari-oktober). Jonge hazen zijn niet zo mobiel als volwassen hazen, waardoor deze niet weg kunnen rennen van werkvoertuigen. Indien dit niet mogelijk is, wordt geadviseerd om voorafgaand aan de werkzaamheden een onderzoek uit te voeren naar de aanwezigheid van voortplantingslocaties.

Het plangebied kan worden vrijgegeven wanneer er geen voortplantingslocaties met jonge hazen aanwezig zijn. Na overleg met de provincie Zeeland wordt geadviseerd om het nader onderzoek naar de haas in het plangebied op de volgende manier uit te voeren

Blad 29 van 35

Natuurtoets hoogspanningsstation Zierikzee Veld- en bodemonderzoeken Netversterking Schouwen-Duiveland projectnummer 0476754 18 juli 2023 revisie 1.0 TenneT TSO B.V.

Naderonderzoek Er dient over meerdere bezoeken gekeken te worden naar het aantal hazen dat aanwezig is binnen het plangebied. Hieruit kan een inschatting worden gemaakt voor hoeveel individuen van hazen het gebied als essentieel leefgebied dient, waarna er mogelijk mitigerende maatregelen moeten worden getroffen.

Konijn Tijdens het terreinbezoek zijn konijnen waargenomen binnen het plangebied. Het konijn is beschermd in de provincie Zeeland onder artikel 3.10 van de Wnb. Voor het konijn is geen onderzoeksprotocol opgesteld. Het konijn is in tegenstelling tot de haas wel gebonden aan locatie, doordat deze gebruik maakt van burchten. Tijdens het terreinbezoek is gebleken dat de konijnen overdag in de aangelegen groenstrook schuilen. Echter zal een klein deel van deze groenstrook worden aangetast in verband met de aanleg van een aanrijdroute. Het is nog niet duidelijk waar de rijroute wordt gelegd. Hierdoor kunnen mogelijk burchten binnen de haagstructuur verloren gaan. Na overleg met de provincie Zeeland wordt geadviseerd om het nader onderzoek naar het konijn in het plangebied op de volgende manier uit te voeren. Er dient over meerdere bezoeken gekeken te worden naar het aantal konijnen dat aanwezig is binnen het plangebied. Hieruit kan een inschatting worden gemaakt voor hoeveel individuën van konijn het gebied als essentieel leefgebied dient, waarna er mogelijk mitigerende maatregelen moeten worden getroffen. Effecten op konijnenburchten kunnen worden voorkomen door het nemen van de volgende maatregelen. Het wordt geadviseerd om de rijroute aan te leggen op een entréelocatie voor traktoren, zie figuur 5.1. Op deze locaties zijn geen struwelen, bomen en burchten aanwezig van konijnen.

Mits de aanrijdroute gebruikt wordt en geen struwelen worden verwijderd zullen er geen burchten en schuilplaatsen van konijnen verloren gaan, waardoor negatieve effecten uit te sluiten zijn. Vervolgstappen Het wordt geadviseerd om bij de aanrijdroute de bomenrijen en struwelen hagen te ontzien van de werkzaamheden. Op deze manier gaan er geen burchten van konijnen verloren. Indien dit niet mogelijk is, is meer inzicht noodzakelijk in de hoeveelheid burchten en struweel dat verloren gaat t.b.v. het voornemen.

Kleine marterachtigen Uit hoofdstuk 4 is gebleken dat de groenstroken, boerderij en werkplaats binnen en naast het plangebied mogelijk onderdeel uitmaken van het leefgebied van bunzing en wezel. Dergelijke delen worden tot zo ver bekend niet aangetast ten gevolge van het planvoornemen. Daarbij dient te worden opgemerkt dat bij realisatie van de aanrijdroute tot het nieuwe station geen groenstroken mogen worden aangetast. Effecten op het leefgebied van kleine marterachtigen dienen te worden voorkomen door het nemen van de volgende maatregelen. Het wordt geadviseerd om de rijroute aan te leggen op een entréelocatie voor traktoren, zie figuur 5.1. Op deze locaties zijn geen struwelen, bomen en burchten aanwezig van konijnen. Mits de aangegeven aanrijdroute gebruikt wordt en geen struwelen worden verwijderd zullen er geen schuillplaatsen van kleine marters verloren gaan, waardoor negatieve effecten uit te sluiten zijn en geen onderzoek noodzakelijk is.

Blad 30 van 35

Natuurtoets hoogspanningsstation Zierikzee Veld- en bodemonderzoeken Netversterking Schouwen-Duiveland projectnummer 0476754 18 juli 2023 revisie 1.0 TenneT TSO B.V.

Figuur 5.1. Geschikt locaties voor de nieuwe weg naar het nieuwe station.

5.2.3

Amfibieën Rugstreeppad De rugstreeppad is beschermd onder Artikel 3.5 van de Habitatrichtlijn. Het plangebied voldoet aan de biotoopeisen van de rugstreeppad. Er zijn (voortplantings)wateren aanwezig in het plangebied en mogelijkheden om te schuilen. Daarnaast is de rugstreep waargenomen binnen het plangebied. Hierdoor kan de rugstreeppad niet worden uitgesloten uit het plangebied. De rugstreeppad heeft meerdere (zomer)verblijfplaatsen gedurende actieve periode die hij met regelmaat bezoekt. Met name de gronden rondom de boerderijen kunnen dienen als verblijfplaats. Daarnaast kunnen de ondiepe sloten dienen als voortplatingswateren voor de rugstreeppad. De rugstreeppad kan dan brak water gebruiken als voortplantingswater (RVO, 2014). Het aantasten van deze terreinen ten gevolge van het plan zal er mogelijk voor zorgen dat het leefgebied van de rugstreeppad verdwijnt. Daarom dient er voorafgaand aan de werkzaamheden nader onderzoek uitgevoerd te worden om inzicht te verkrijgen in het gebruik van het plangebied door de rugstreeppad. Bij het realiseren van de hoogspanningsstations is het mogelijk dat het gebied tijdelijk (bijvoorbeeld voorbelasting met schrale grond) wordt omgevormd tot een ideaal leefgebied voor rugstreeppad.

Daarom wordt geadviseerd als de activiteiten niet uitgesteld kunnen worden tot buiten de voortplantingsperiode of overwinteringsperiode, voorafgaand aan de activiteiten het plangebied ontoegankelijk te maken voor rugstreeppadden. Er kan worden voorkomen dat rugstreeppadden de werklocatie gaan bevolken door het gebied waar de werkzaamheden plaats gaan vinden uit te rasteren. Dit kan bijvoorbeeld door het plaatsen van schermen van stevig plastic of worteldoek van 50 centimeter hoog en minimaal 10 centimeter ingegraven in de grond. De voorzieningen die getroffen zijn om het gebied ontoegankelijk te maken, moeten zodanig geplaatst en beheerd worden dat ze hun functie ten allen tijden kunnen vervullen. Controleer dit regelmatig

Blad 31 van 35

Natuurtoets hoogspanningsstation Zierikzee Veld- en bodemonderzoeken Netversterking Schouwen-Duiveland projectnummer 0476754 18 juli 2023 revisie 1.0 TenneT TSO B.V.

op kieren en op overhangende vegetatie. Let vooral ook op adequate voorzieningen bij toegangswegen voor bouwverkeer. Nader onderzoek Indien sprake is van werkzaamheden welke het leefgebied en vaste verblijfplaatsen van rugstreeppad beïnvloeden, dient te worden bepaald of eventuele verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming overtreden worden. Hiervoor is inzicht noodzakelijk in het daadwerkelijke gebruik van het plangebied door de rugstreeppad. Dit dient onderzocht te worden conform de richtlijnen uit het Kennisdocument rugstreeppad 2017. De beste methode om de aanwezigheid van rugstreeppadden te inventariseren is luisteren naar kooractiviteiten en het scheppen van larven in de voortplantingsperiode, het neerleggen van platen/maten die viermaal gecontroleerd worden of er exemplaren onder schuilen plangebieden het zoeken naar actieve dieren op vochtige warme avonden. Rugstreeppadden kennen een lange periode waarin voortplanting plaats kan vinden. Voor het inventariseren van voortplantingswateren van rugstreeppadden is het luisteren naar kooractiviteiten het meest gebruikelijk. De meeste kooractiviteiten vinden op “goede” (warme en windstille) avonden in de tweede helft van april en in mei plaats. Er moet op minimaal twee avonden in deze periode geluisterd worden naar kooractiviteit.

Daarnaast dient er in de maanden juni en juli te worden geschept naar de aanwezigheid van larve van rugstreeppadden. Potentieel leefgebied mag in de regel van de Wet natuurbescherming niet zonder inzicht in het gebruik aangetast worden.

5.3

Effecten op beschermde gebieden

5.3.1

Effecten op Natura 2000-gebieden Het plangebied ligt niet in een Natura 2000-gebied. Aanwijzing tot Natura 2000-gebied vindt plaats op basis van het voorkomen van specifieke soorten en/of habitattypen. Voor deze soorten en habitattypen worden doelen benoemd met betrekking tot aantal, oppervlakte en kwaliteit van het habitat of leefgebied, de zogenaamde instandhoudingsdoelen. Het Natura 2000-gebied de Oosterschelde dient als leefgebied voor broedvogels, waardoor het van belang is dat het plan geen negatieve (in)directe effecten heeft op deze soorten. Doordat het plangebied op circa 500 meter van het Natura 2000-gebied af ligt, worden er geen verstoringseffecten verwacht op vogels binnen het Natura 2000-gebied. Het kan wel zo zijn dat deze soorten overdag binnen het plangebied aanwezig zijn, waardoor indirecte effecten mogelijk optreden. Echter kan, doordat het plangebied voornamelijk uit akkers met gewassen bestaan en omdat er in de omgeving geschiktere gebieden aanwezig zijn, worden uitgesloten dat het plangebied dient als essentieel leefgebied voor habitatrichtlijn soorten van het Natura 2000gebied de Oosterschelde. De genoemde Natura 2000-gebieden liggen buiten de invloedsfeer van het voornemen wat betreft zowel directe effecten, zoals verdroging of geluid- en lichtverstoring.

Vanwege de afstand tot het plangebied worden geen effecten op soorten, habitat van soorten of habitattypen in de betreffende Natura 2000-gebieden verwacht. Er is geen effect op het meest nabijgelegen Natura 2000-gebied en daarom is er geen aanleiding om te verwachten dat er op Natura 2000-gebieden op grotere afstand nog effecten zullen optreden. Enkel wat betreft stikstofdepositie kunnen effecten niet op voorhand worden uitgesloten.

Blad 32 van 35

Natuurtoets hoogspanningsstation Zierikzee Veld- en bodemonderzoeken Netversterking Schouwen-Duiveland projectnummer 0476754 18 juli 2023 revisie 1.0 TenneT TSO B.V.

De enige manier om inzicht te krijgen in de aard en omvang van het effect van stikstofdepositie, is het uitvoeren van een stikstofberekening met behulp van AERIUS Calculator.

5.3.2

Effecten op het Natuurnetwerk Zeeland (NNZ) Voor wat betreft de NNZ is bij (in)directe aantasting sprake van vervolgstappen, waaronder compensatie. Er bevinden zich geen NNZ-gebieden binnen het plangebied. Er is van directe aantasting van de NNZ dan ook geen sprake. In de omgeving van het plangebied liggen wel NNZgebieden. Deze NNZ gebieden liggen binnen 100 meter zone zoals aangewezen door de Provincie Zeeland. Het betreft een dijk met de N256. De ontwikkelingen die binnen de 100 meter vanaf het NNZ plaatsvinden betreffen het aanleggen van kabels via open ontgravingen. De effecten van de open ontgravingen zijn tijdelijk en zullen derhalve geen permanent effect hebben op het NNZ. (Significante) effecten op het NNZ t.b.v. de werkzaamheden kan derhalve worden uitgesloten. De ontwikkeling in het plangebied heeft geen effect op de directe omgeving van het plangebied. Vanuit dit oogpunt zijn er voor NNZ geen belemmeringen.

Blad 33 van 35

Natuurtoets hoogspanningsstation Zierikzee Veld- en bodemonderzoeken Netversterking Schouwen-Duiveland projectnummer 0476754 18 juli 2023 revisie 1.0 TenneT TSO B.V.

6

Bronnen Bos, F.G., Bosveld, M.A., Groenendijk, D.G., Van Swaay, C.A.M. & Wynhoff, I., 2006. De dagvlinders van Nederland - verspreiding en bescherming. Nederlandse Fauna 7. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, KNNV Uitgeverij & EISNederland, in samenwerking met De Vlinderstichting, Wageningen. Creemers, R.C.M. en Delft, J.J.C.W. van (RAVON) (redactie), 2009. De Amfibieën en Reptielen van Nederland. Nederlandse Fauna Deel 9. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, European Invertebrate Survey – Nederland, Leiden. Limpens, H., Regelink, J., en Koelman, R. (2010). Vleermuizen en planologie. Zoogdiervereniging, Arnhem. Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, 2009. Aangepaste lijst jaarrond beschermde vogelnesten ontheffing Flora- en faunawet ruimtelijke ingreep. Augustus 2009. Netwerk Groene Bureaus, 2017. Soortinventarisatieprotocollen in het kader van de Wet natuurbescherming (versie juli 2017). (https://www.netwerkgroenebureaus.nl/werken-aankwaliteit/soortinventarisatieprotocollen) Netwerk Groene Bureaus (NGB), 2021. Vleermuisprotocol 2021. (https://www.netwerkgroenebureaus.nl/werken-aan-kwaliteit/vleermuisprotocol) BIJ12. (2017a). Kennisdocument Huismus. Leidseveer: BIJ12. (chrome-extension://efaidnbmnnnibpcajpcglclefindmkaj/https://www.bij12.nl/wpcontent/uploads/2022/06/Kennisdocument-Huismus-Versie-2.0-juni-2022.pdf) BIJ12. (2017b).

Kennisdocument Gierzwaluw. Leidseveer: BIJ12. (chrome-extension://efaidnbmnnnibpcajpcglclefindmkaj/https://www.bij12.nl/assets/BIJ122017-006-Kennisdocument-Gierzwaluw-1.0.pdf) BIJ12. (2017c). Kennisdocument Gewone dwergvleermuis Pipistrellus pipistrellus. Leidseveer: BIJ12 (chrome-extension://efaidnbmnnnibpcajpcglclefindmkaj/https://www.bij12.nl/assets/BIJ122017-004-Kennisdocument-Gewone-dwergvleermuis-1.0.pdf) BIJ12. (2017d). Kennisdocument Rugstreeppad Bufo calamita. Leidseveer: BIJ12. (chrome-extension://efaidnbmnnnibpcajpcglclefindmkaj/https://www.bij12.nl/assets/BIJ122017-017-Kennisdocument-Rugstreeppad-1.0.pdf) Provincie Zeeland, 2018. Omgevingsverordening Zeeland (https://www.zeeland.nl/ruimte/omgevingsbeleid) Provincie Zeeland, 2016. Natuurbeheerplan Zeeland, 2016 (https://www.zeeland.nl/natuur-enlandschap/natuurbeheer) Rijksdienst voor Ondernemend Nederland, 2014. Soortenstandaard Rugstreeppad (https://www.rvo.nl/sites/default/files/2015/01/Soortenstandaard%20Rugstreeppad.pdf)

Blad 34 van 35

Natuurtoets hoogspanningsstation Zierikzee Veld- en bodemonderzoeken Netversterking Schouwen-Duiveland projectnummer 0476754 18 juli 2023 revisie 1.0 TenneT TSO B.V.

NDFF Natura2000.nl Kaarten.zeeland.nl Ravon. (2021). Rugstreeppad. Opgehaald van Ravon.nl: https://www.ravon.nl/Soorten/Soortinformatie/rugstreeppad Zoogdierenvereniging. (2021). Noordse woelmuis. Opgehaald van Zoogdierenvereniging.nl: https://www.zoogdiervereniging.nl/zoogdiersoorten/noordse-woelmuis

Blad 35 van 35

Natuurtoets hoogspanningsstation Zierikzee Veld- en bodemonderzoeken Netversterking Schouwen-Duiveland projectnummer 0476754 18 juli 2023 revisie 1.0 TenneT TSO B.V.

Bijlagen

Natuurtoets hoogspanningsstation Zierikzee Veld- en bodemonderzoeken Netversterking Schouwen-Duiveland projectnummer 0476754 18 juli 2023 revisie 1.0 TenneT TSO B.V.

Bijlage 1: Wettelijk kader Een van de doelen van de Wnb is de bescherming van inheemse flora en fauna. Vanuit deze wet is bij ruimtelijke ingrepen de initiatiefnemer verplicht op de hoogte te zijn van de mogelijk voorkomende beschermde natuurwaarden binnen het plangebied. Het uitgangspunt van de wet is dat geen schade mag worden toegebracht aan beschermde soorten, tenzij dit uitdrukkelijk is toegestaan (het ‘nee, tenzij’ – principe). Bepaalde handelingen, waaronder ruimtelijke ingrepen, waarbij beschermde soorten in het geding zijn, zijn slechts bij uitzondering en onder voorwaarden mogelijk. Hieronder wordt uitgelegd welke verbodsbepalingen gelden, welke vrijstellingen er gelden en op welke gronden ontheffingen kunnen worden aangevraagd.

Verbodsbepalingen soortbescherming In de Wnb is soortbescherming opgedeeld in drie categorieën. Voor elke categorie gelden verschillende verbodsbepalingen die onder andere zijn vermeld in artikel 3.1, 3.5 en 3.10 van de Wnb. In het tekstkader van deze Bijlage (zie volgende pagina) staan de artikelen uitgeschreven. Het gaat om de volgende drie categorieën: -

soorten van de Vogelrichtlijn; soorten van de Habitatrichtlijn, inclusief bijlage I en II uit Verdrag van Bern en bijlage I uit Verdrag van Bonn; ‘andere soorten’ (onderdeel A ‘fauna’ en onderdeel B ‘flora’), oftewel de Nationale soorten.

Voor soorten vallend onder bovenstaande beschermingsregimes geldt dat ze in principe niet (opzettelijk) gedood en verstoord mogen worden, ook verblijfplaatsen mogen niet vernietigd worden. Bij Vogelrichtlijnsoorten is opgenomen dat verstoring is toegestaan indien de verstoring niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende soort. Dit geldt echter niet voor Habitatrichtlijnsoorten, inclusief bijlage I en II Bern en bijlage I Bonn (zie Tabel A van deze bijlage voor een uiteenzetting van soorten. Voor de ‘andere soorten’ geldt dat verstoring is toegestaan. Soorten die zijn opgenomen in bijlage A en B van de Wnb (‘andere soorten’) zijn opgenomen in tabel B en C van deze Bijlage.

Natuurtoets hoogspanningsstation Zierikzee Veld- en bodemonderzoeken Netversterking Schouwen-Duiveland projectnummer 0476754 18 juli 2023 revisie 1.0 TenneT TSO B.V.

Verbodsbepalingen Wet natuurbescherming artikel 3.1, 3.5 en 3.10 Artikel 3.1 Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn 1. 2. 3. 4. 5.

Het is verboden opzettelijk van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn te doden of te vangen. Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen. Het is verboden eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te rapen en deze onder zich te hebben. Het is verboden vogels als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te storen. Het verbod, bedoeld in het vierde lid, is niet van toepassing indien de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort.

Artikel 3.5 Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn 1.

2. 3. 4. 5.

Het is verboden in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn, met uitzondering van de soorten, bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn, in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen. Het is verboden dieren als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te verstoren. Het is verboden eieren van dieren als bedoeld in het eerste lid in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen. Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in het eerste lid te beschadigen of te vernielen. Het is verboden planten van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel b, bij de Habitatrichtlijn of bijlage I bij het Verdrag van Bern, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.

Artikel 3.10 Beschermingsregime andere soorten 1.

2.

3.

Onverminderd artikel 3.5, eerste, vierde en vijfde lid, is het verboden: a. in het wild levende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen en kevers van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel A, bij deze wet, opzettelijk te doden of te vangen; b. de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in onderdeel a opzettelijk te beschadigen of te vernielen, of c. vaatplanten van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel B, bij deze wet, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. Artikel 3.8, met uitzondering van het derde en vierde lid, is van overeenkomstige toepassing op de verboden, bedoeld in het eerste lid, met dien verstande dat, in aanvulling op de redenen, genoemd in het vijfde lid, onderdeel b, de noodzaak voor de ontheffing of vrijstelling ook verband kan houden met handelingen: a. in het kader van de ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden, daaronder begrepen het daarop volgende gebruik van het ingerichte of ontwikkelde gebied; b. ter voorkoming van schade of overlast, met inbegrip van schade aan sportvelden, schietterreinen, industrieterreinen, kazernes, of begraafplaatsen; c.

ter beperking van de omvang van de populatie van dieren, in verband met door deze dieren ter plaatse en in het omringende gebied veelvuldig veroorzaakte schade of in verband met de maximale draagkracht van het gebied waarin de dieren zich bevinden; d. ter voorkoming of bestrijding van onnodig lijden van zieke of gebrekkige dieren; e. in het kader van bestendig beheer of onderhoud in de landbouw of bosbouw; f. in het kader van bestendig beheer of onderhoud aan vaarwegen, watergangen, waterkeringen, waterstaatswerken, oevers, vliegvelden, wegen, spoorwegen of bermen, of in het kader van natuurbeheer; g. in het kader van bestendig beheer of onderhoud van de landschappelijke kwaliteiten van een bepaald gebied, of h. in het algemeen belang. De verboden, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a, en b, zijn niet van toepassing op de bosmuis, de huisspitsmuis en de veldmuis voor zover deze dieren zich in of op gebouwen of daarbij behorende erven of roerende zaken bevinden.

Natuurtoets hoogspanningsstation Zierikzee Veld- en bodemonderzoeken Netversterking Schouwen-Duiveland projectnummer 0476754 18 juli 2023 revisie 1.0 TenneT TSO B.V.

Tabel A. Soorten die vallen onder artikel 3.5 (Habitatrichtlijn bijlage IV, Bern bijlage II, Bonn bijlage I). Soortgroep Nederlandse naam Soortgroep Nederlandse naam

Amfibieën

Dagvlinders

Haften

boomkikker

hamster

geelbuikvuurpad

otter

heikikker

bever

kamsalamander

Zoogdieren

knoflookpad

landzoogdieren lynx

rugstreeppad

noordse woelmuis

vroedmeesterpad

wilde kat

poelkikker

wolf

moerasparelmoervlinder

baardvleermuis

apollovlinder

bechsteins vleermuis

boszandoog

bosvleermuis

donker pimpernelblauwtje

brandts vleermuis

grote vuurvlinder

franjestaart

pimpernelblauwtje

gewone grootoorvleermuis

tijmblauwtje

grijze grootoorvleermuis

zilverstreephooibeestje

grote hoefijzerneus

oeveraas

grote rosse vleermuis

brede geelrandwaterroofkever

Kevers

Libellen

Nachtvlinders

Reptielen

ingekorven vleermuis

gestreepte waterroofkever

Zoogdieren

kleine dwergvleermuis

juchtleerkever

vleermuizen

kleine hoefijzerneus

vermiljoenkever

laatvlieger

mercuurwaterjuffer

meervleermuis

bronslibel

mopsvleermuis

gaffellibel

noordse vleermuis

gevlekte witsnuitlibel

rosse vleermuis

groene glazenmaker

ruige dwergvleermuis

noordse winterjuffer

tweekleurige vleermuis

oostelijke witsnuitlibel

vale vleermuis

rivierrombout

watervleermuis

sierlijke witsnuitlibel

gewone dwergvleermuis

teunisbloempijlstaart Dikkopschildpad, kemp’s zeeschildpad, lederschildpad, soepschilpad

walrus Bultrug, gewone vinvis bruinvis dwergpotvis

gladde slang

gestreepte dolfijn

muurhagedis

gewone dolfijn

zandhagedis

gewone spitsdolfijn

geel schorpioenmos

grijze dolfijn

Sporenplanten tonghaarmuts kleine vlotvaren

Vissen Weekdieren

Zaadplanten

hazelmuis

steur

kleine zwaardwalvis

Zoogdieren zeezoogdieren

narwal orka

houting

tuimelaar

bataafse stroommossel

witflankdolfijn, witsnuitdolfijn

platte schijfhoren

noordse vinvis, potvis

liggende raket, zomerschroeforchis

butskop

drijvende waterweegbree

dwergvinvis

groenknolorchis

griend, witte dolfijn

kruipend moerasscherm

spitsdolfijn van gray

Natuurtoets hoogspanningsstation Zierikzee Veld- en bodemonderzoeken Netversterking Schouwen-Duiveland projectnummer 0476754 18 juli 2023 revisie 1.0 TenneT TSO B.V.

Tabel B (1). “Overige Soorten” onderdeel A behorend bij artikel 3.10, eerste lid, onderdeel a. Soortgroep

Amfibieën

Nederlandse naam

Soortgroep

Nederlandse naam

Alpenwatersalamander

Beekdonderpad

Bruine kikker*

Beekprik

Gewone pad*

Elrits

Kleine watersalamander*

Europese rivierkreeft

Meerkikker*

Vissen

Gestippelde alver

Middelste groene kikker*

Grote modderkruiper

Vinpootsalamander

Kwabaal

Vuursalamander Aardbeivlinder Bosparelmoervlinder

Aardmuis*

Bruin dikkopje

Boommarter

Bruine eikenpage

Bosmuis*

Donker pimpernelblauwtje

Bunzing**

Duinparelmoervlinder

Damhert

Gentiaanblauwtje

Das

Grote parelmoervlinder

Dwergmuis*

Grote vos

Dwergspitsmuis*

Grote vuurvlinder

Edelhert

Grote weerschijnvlinder

Eekhoorn

Iepenpage

Egel*

Dagvlinders Kleine heivlinder

Eikelmuis

Kleine ijsvogelvlinder

Gewone bosspitsmuis*

Kommavlinder

Gewone zeehond

Pimpernelblauwtje

Grote bosmuis

Sleedoornpage Spiegeldikkopje

Reptielen

Libellen

Grijze zeehond

Zoogdieren

Haas*

Veenbesblauwtje

Hermelijn**

Veenbesparelmoervlinder

Huisspitsmuis*

Veenhooibeestje

Konijn*

Veldparelmoervlinder

Molmuis

Zilveren maan Adder

Ondergrondse woelmuis*

Hazelworm

Rosse woelmuis*

Levendbarende hagedis

Steenmarter

Ringslang

Tweekleurige bosspitsmuis*

Beekkrombout

Veldmuis*

Bosbeekjuffer

Veldspitsmuis*

Donkere waterjuffer Gevlekte glanslibel

Vos* Waterspitsmuis

Gewone bronlibel

Wezel**

Hoogveenglanslibel

Wild zwijn

Kempense heidelibel

Woelrat*

Speerwaterjuffer

Ree*

Kevers

Vliegend hert

Soorten met een asterisk (*) zijn opgenomen in provinciale vrijstellingen. Soorten met een dubbele asterisk (**) zijn in alle provincies, behalve Noord-Holland en Noord-Brabant, vrijgesteld. In Limburg is daarnaast de molmuis vrijgesteld, in Friesland de steenmarter en in Noord-Brabant het wild zwijn. Voor Limburg geldt dat in bepaalde perioden van het jaar de hazelworm, levendbarende hagedis, steenmarter en de eekhoorn vrijgesteld zijn.

Natuurtoets hoogspanningsstation Zierikzee Veld- en bodemonderzoeken Netversterking Schouwen-Duiveland projectnummer 0476754 18 juli 2023 revisie 1.0 TenneT TSO B.V.

Tabel B (2). Per provincie vrijgestelde “Overige Soorten” onderdeel A behorend bij artikel 3.10, eerste lid, onderdeel a. (aangegeven met een ‘x’ of ‘*’). Provincie Soort

Friesland Groningen Drenthe Overijssel Gelderland Utrecht

Noord- ZuidNoordFlevoland Zeeland Limburg Holland Holland Brabant

Aardmuis

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

Bastaardkikker

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

Bosmuis

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

Bruine kikker

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

Bunzing

x

x

x

x

x

x

Dwergmuis

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

Dwergspitsmuis

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x x x

Eekhoorn

(*)

Egel

x

x

x

Gewone bosspitsmuis

x

x

x

Gewone pad

x

x

x

Haas

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

Hazelworm

(**)

Hermelijn

x

x

x

x

x

Huisspitsmuis

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

Kleine watersalamander

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

Konijn

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

Levendbarende hagedis Meerkikker

x (***)

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

Molmuis

x

Ondergrondse woelmuis

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

Ree

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

Rosse woelmuis

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

Steenmarter

x

Tweekleurige bosspitsmuis

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

Veldmuis

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

Vos

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

Wezel

x

x

x

x

x

(****)

x

x

Wild zwijn Woelrat

x x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

(*) = vrijgesteld maart–april en juli t/m november (**) = vrijgesteld in juli t/m september, (***) = 15 aug t/m 15 okt, (****) = 15 aug t/m feb (Wijzigingsverordening, provincie Limburg, 2017)

x

Natuurtoets hoogspanningsstation Zierikzee Veld- en bodemonderzoeken Netversterking Schouwen-Duiveland projectnummer 0476754 18 juli 2023 revisie 1.0 TenneT TSO B.V.

Tabel C. “Overige Soorten” onderdeel B behorend bij artikel 3.10, eerste lid, onderdeel c. Soortgroep

Planten

Nederlandse naam Akkerboterbloem Akkerdoornzaad Akkerogentroost Beklierde ogentroost Berggamander Bergnachtorchis Blaasvaren Blauw guichelheil Bokkenorchis Bosboterbloem Bosdravik Brave hendrik Brede wolfsmelk Breed wollegras Bruinrode wespenorchis Dennenorchis Dreps Echte gamander Franjegentiaan Geelgroene wespenorchis Geplooide vrouwenmantel Getande veldsla Gevlekt zonneroosje Glad biggenkruid Gladde zegge Groene nachtorchis

Nederlandse naam

Nederlandse naam

Groensteel Groot spiegelklokje Grote bosaardbei Grote leeuwenklauw Honingorchis Kalkboterbloem Kalketrip Karthuizeranjer Karwijselie Kleine ereprijs Kleine Schorseneer Kleine wolfsmelk Kluwenklokje Knollathyrus Knolspirea Korensla Kranskarwij Kruiptijm Lange zonnedauw Liggende ereprijs Moerasgamander Muurbloem Naakte lathyrus Naaldenkervel Pijlscheefkalk

Roggelelie Rood peperboompje Rozenkransje Ruw parelzaad Scherpkruid Schubvaren Schubzegge Smalle raai Spits havikskruid Steenbraam Stijve wolfsmelk Stofzaad Tengere distel Tengere veldmuur Trosgamander Veenbloembies Vliegenorchis Vroege ereprijs Wilde averuit Wilde ridderspoor Wilde weit Wolfskers Zandwolfsmelk Zinkviooltje Zweedse kornoelje

Natuurtoets hoogspanningsstation Zierikzee Veld- en bodemonderzoeken Netversterking Schouwen-Duiveland projectnummer 0476754 18 juli 2023 revisie 1.0 TenneT TSO B.V.

Zorgplicht In de Wet natuurbescherming is in artikel 1.11 de zorgplicht opgenomen. In het tekstkader hieronder staat het wetsartikel uitgeschreven. Artikel 1.11 1. Een ieder neemt voldoende zorg in acht voor Natura 2000-gebieden, bijzondere nationale natuurgebieden en voor in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving. 2. De zorg, bedoeld in het eerste lid, houdt in elk geval in dat een ieder die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat door zijn handelen of nalaten nadelige gevolgen kunnen worden veroorzaakt voor een Natura 2000-gebied, een bijzonder nationaal natuurgebied of voor in het wild levende dieren en planten: a. dergelijke handelingen achterwege laat, dan wel b. indien dat achterwege laten redelijkerwijs niet kan worden gevergd, de noodzakelijke maatregelen treft om die gevolgen te voorkomen, of c. voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen, deze zoveel mogelijk beperkt of ongedaan maakt. 3. Het eerste lid is niet van toepassing op handelen of nalaten in overeenstemming met het bij of krachtens deze wet of de Visserijwet 1963 bepaalde. De zorgplicht houdt in dat planten en dieren niet onnodig vernield/gedood of verstoord mogen worden. Dit betekent dat handelingen (of het nalaten hiervan) waarvan men weet, of redelijkerwijs kan vermoeden, dat ze nadelig zijn voor planten en/of dieren niet mogen worden uitgevoerd.

Wanneer dergelijke handelingen toch uitgevoerd moeten worden, moeten maatregelen, voor zover dit in redelijkheid kan, worden genomen om de nadelige gevolgen te voorkomen of zoveel mogelijk te beperken. Er dient bijvoorbeeld zo gewerkt te worden dat dieren kunnen ontsnappen en het kan nodig zijn om soorten te verplaatsen (bijvoorbeeld planten en amfibieën). Deze algemene zorgplicht geldt voor elke soort en elk individu in Nederland.

Vrijstellingen Onder bepaalde voorwaarden geldt een algemene vrijstelling of een ontheffingsplicht van de verbodsbepalingen in de Wnb. Welke voorwaarden verbonden zijn aan de vrijstelling of ontheffing hangt af van de dier- of plantensoorten die voorkomen in het onderzoeksgebied en de provincie waarin de activiteit plaatsvindt. Hiertoe worden verschillende beschermingsregimes onderscheiden.

Provinciale Vrijstelling Nationale soorten (‘andere soorten’). Met betrekking tot de ‘andere soorten’ zijn per provincie beleidsregels opgesteld waarin voor een deel van deze soorten vrijstelling is verleend. Het Rijk heeft ook een vrijstelling gemaakt voor planen die vallen onder hun bevoegdheid (planen van nationaal belang). Zoals ook te herleiden is uit de tabel (tabellen A en B), hangt het per provincie af welke soort is vrijgesteld van de verbodsbepalingen in artikel 3.10, ook de grond waarvoor een vrijstelling geldt kan ook variëren tussen provincies.. Indien de Nationale soorten niet zijn vrijgesteld en daarmee het voornemen de gestelde verboden in artikel 3.10 overtreedt, dient een ontheffing aangevraagd te worden bij de provincie waarin het voornemen plaatsvindt.

Natuurtoets hoogspanningsstation Zierikzee Veld- en bodemonderzoeken Netversterking Schouwen-Duiveland projectnummer 0476754 18 juli 2023 revisie 1.0 TenneT TSO B.V.

Ontheffingen Indien een soort niet onder een vrijstelling valt of niet gewerkt kan worden volgens een gedragscode, dient er een ontheffing te worden aangevraagd. Deze moet ingediend worden bij het bevoegd gezag. Dit is de provincie waarin de activiteit plaatsvindt. Een ontheffingsaanvraag wordt getoetst aan drie criteria: 1. Er bestaat geen andere bevredigende oplossing; 2. De activiteit leidt niet tot verslechtering van de staat van instandhouding; en 3. Er is sprake van een in de wet genoemd belang. In tabel D worden de belangen waaronder een ontheffing kan worden aangevraagd, opgesomd. Let daarbij op dat er voor Nationale soorten (‘andere soorten’) meer ontheffingsgronden beschikbaar zijn dan voor de beschermde soorten onder artikel 3.1 en 3.5. Indien de activiteit bestaat uit een ruimtelijke inrichting of ontwikkeling zou alleen een ontheffing afgegeven kunnen worden voor Nationale soorten. Mochten desondanks soorten uit de Vogel- en/of Habitatrichtlijn, Bern en Bonn voorkomen bij ruimtelijke ontwikkelingen, dan kunnen mitigerende maatregelen worden opgesteld. Er kan dan voor de zekerheid een ontheffing worden aangevraagd om de mitigerende maatregelen goed te keuren. Tabel D. Ontheffingsgronden waarop een ontheffing verleend mag worden per categorie (artikel 3.1, 3.5 en 3.10).

Ontheffingsgronden

1 2

3

Er bestaat geen andere bevredigende oplossing Leiden niet tot verslechtering van de staat van instandhouding Opsomming van: volksgezondheid en openbare veiligheid veiligheid van luchtverkeer ter voorkoming van schade aan gewassen, vee, bossen, visserij ter bescherming van Flora en Fauna voor onderzoek, onderwijs, uitzetten en herinvoeren van soorten / teelt dwingende reden van groot openbaar belang, met inbegrip van sociale of economische aard en met inbegrip van voor milieuwezenlijke gunstige effecten ruimtelijke inrichting of ontwikkeling schade en overlast, ter beperking omvang populatie, ter bestrijding van lijden en ziekte, bestendig beheer en onderhoud, algemeen belang

Artikel 3.1

Artikel 3.5

Artikel 3.10

Soorten van de Vogelrichtlijn

Soorten van de Habitatrichtlijn, Bonn & Bern

Andere soorten

X

X

X

X

X

X

X

X

X

X

Nee

X

X

X

X

X

X

X

X

X

X

Nee

X

X

Nee

Nee

X

Nee

Nee

3.10 2a-g

Procedure ontheffingsaanvraag Voor Nationale soorten (‘andere soorten’) welke zijn opgenomen in de provinciale vrijstellingen geldt een vrijstelling. Dit betekent dat u geen ontheffing van de Wet natuurbescherming hoeft aan te vragen, maar u wel de zorgplicht moet nakomen. Voor Nationale soorten die niet zijn vrijgesteld, dient u een ontheffing beschermde soorten aan te vragen of te werken conform een gedragscode.

Natuurtoets hoogspanningsstation Zierikzee Veld- en bodemonderzoeken Netversterking Schouwen-Duiveland projectnummer 0476754 18 juli 2023 revisie 1.0 TenneT TSO B.V.

Voor soorten van de Vogel- en Habitatrichtlijn, Conventie van Bern en Conventie van Bonn geldt dat als u kunt werken volgens een goedgekeurde gedragscode er een vrijstelling geldt. U hoeft geen ontheffing beschermde soorten aan te vragen, maar u moet uw activiteiten aantoonbaar uitvoeren zoals in de gedragscode staat. Tevens blijft de zorgplicht gelden. Indien u niet kunt werken volgens een gedragscode, maar u kunt maatregelen nemen om de functionaliteit van de voortplantings- en/of vaste rust- en verblijfplaats te garanderen (zogenoemde mitigerende maatregelen), dan hoeft u ook geen ontheffing beschermde soorten aan te vragen. Wilt u zeker weten of uw mitigerende maatregelen voldoende zijn, en er inderdaad geen ontheffing nodig is? Vraag dan een ontheffing aan om uw maatregelen goed te keuren. Indien u geen mitigerende maatregelen kunt nemen, dan dient een ontheffing te worden aangevraagd bij het bevoegd gezag. Voor de ontheffingsaanvraag is het noodzakelijk te weten welke soorten aanwezig zijn, zodat gerichte mitigerende maatregelen kunnen worden getroffen. Het bevoegd gezag zal, indien het akkoord is met het aangeleverde stappenplan waarin de aanpak voor mitigatie beschreven wordt, een zogenoemde ‘verklaring van geen bedenkingen’ (vvgb) afgeven.

Daarmee zegt zij in feite dat een ontheffing niet noodzakelijk is wanneer men zich bij de uitvoering houdt aan het opgestelde stappenplan.

Overgangsrecht In het Besluit natuurbescherming is opgenomen dat de ontheffingen afgegeven onder het oude recht, gelden als ontheffingen onder de Wet natuurbescherming. Daarbij blijven dezelfde voorschriften, beperkingen en voorwaarden gelden. Dit geldt eveneens voor omgevingsvergunningen en vvgb’s. Op het tijdstip van inwerkingtreding van de Wnb zullen de onafgeronde ontheffing aanvragen, ingediend vóór inwerkingtreding, conform de nieuwe wet worden behandeld. Ontheffing aanvragen van voor de inwerkingtreding zullen worden afgehandeld door RVO. Aanvragen die later ingediend worden zullen afgehandeld worden door de provincies (of het Rijk). De gedragscodes worden verlengd tot het moment van in werking treden van de Wet natuurbescherming en de nieuwe gedragscodes definitief zijn goedgekeurd.

Natuurtoets hoogspanningsstation Zierikzee Veld- en bodemonderzoeken Netversterking Schouwen-Duiveland projectnummer 0476754 18 juli 2023 revisie 1.0 TenneT TSO B.V.

Natuurnetwerk Nederland (NNN) De nieuwe naam voor de ecologische hoofdstructuur (EHS), het natuurnetwerk Nederland (NNN). De term EHS werd in 1990 geïntroduceerd in het Natuurbeleidsplan (NBP) van het toenmalige ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV). In 2013 is het natuurbeleid gedecentraliseerd naar de provincies. In hetzelfde jaar hebben de twaalf provincies met de staatssecretaris van het ministerie van EZ definitieve afspraken gemaakt in het Natuurpact. In 2014 werd de term ‘EHS’ vervangen door ‘NNN’. Dit beleid blijkt noodzakelijk te zijn doordat de Nederlandse natuur steeds meer onder druk staat, bijvoorbeeld door huizenbouw, aanleg van wegen en industrie. Toch leeft bij veel Nederlanders de wens om natuurgebieden in de buurt te hebben. Natuur geeft rust en biedt ruimte voor recreatie. De overheid heeft daarom extra geld uitgetrokken om de Nederlandse natuur te beschermen en verder te ontwikkelen. Door nieuwe natuur te ontwikkelen, kunnen natuurgebieden met elkaar worden verbonden. Zo kunnen planten zich over verschillende natuurgebieden verspreiden en dieren van het ene naar het andere gebied gaan. Het totaal van al deze gebieden en de verbindingen ertussen vormt het natuurnetwerk Nederland (NNN). Het NNN is een netwerk van gebieden in Nederland waar de natuur voorrang heeft.

Het netwerk helpt voorkomen dat planten en dieren in geïsoleerde gebieden uitsterven en dat natuurgebieden hun waarde verliezen. Het NNN kan worden gezien als de ruggengraat van de Nederlandse natuur. Het NNN bestaat uit: bestaande natuurgebieden, reservaten, natuurontwikkelingsgebieden en zogenaamde robuuste verbindingen; landbouwgebieden met mogelijkheden voor agrarisch natuurbeheer (beheergebieden); grote wateren (zoals de kustzone van de Noordzee, het IJsselmeer en de Waddenzee). Het NNN is een plan in uitvoering. De doelstelling van het Natuurpact is om 80.000 hectare nieuwe natuur in te richten vóór 2027.

Natura 2000-gebieden In de Wnb zijn bepalingen vanuit de Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn verwerkt. De Europese richtlijnen verplichten de lidstaten gebieden aan te wijzen met speciale beschermingszones (de Natura 2000-gebieden). Het doel hiervan is om de aangewezen habitattypes en habitats van soorten in een gunstige staat van instandhouding te behouden of te herstellen. De lidstaten moeten maatregelen treffen om de kwaliteit van deze habitats en habitats van soorten niet te laten verslechteren of te voorkomen dat er geen storende factoren optreden voor de soorten waarvoor de zones zijn aangewezen. Voor activiteiten of planen die schadelijk zijn voor de beschermde natuur, geldt een vergunningplicht. Hierdoor is in Nederland een zorgvuldige afweging gegarandeerd bij planen die gevolgen kunnen hebben voor natuurgebieden. Meestal verlenen de provincies de vergunningen, maar soms doet het Ministerie van Economische Zaken dit.

Bestaand gebruik Voor handelingen die op 31 maart 2010 bekend waren bij het gevoegd gezag en die sinds deze datum niet meer in betekenende mate zijn gewijzigd is het niet meer noodzakelijk om een vergunning aan te vragen. Deze datum kan van een later tijdstip zijn indien een Natura 2000-gebied na 31 maart 2010 is aangewezen als beschermd gebied. Zie ook artikel 2.9 lid 2.

Natuurtoets hoogspanningsstation Zierikzee Veld- en bodemonderzoeken Netversterking Schouwen-Duiveland projectnummer 0476754 18 juli 2023 revisie 1.0 TenneT TSO B.V.

Overgangsrecht In de Wnb (artikel 9.4) is opgenomen dat de vergunningen afgegeven onder het oude recht, gelden als vergunningen onder de Wet natuurbescherming. Daarbij blijven dezelfde voorschriften gelden. Dit geldt eveneens voor omgevingsvergunningen en vvgb’s. Beschermde Natuurmonumenten hebben vanaf inwerkingtreding van de Wnb niet langer een beschermde status. Daardoor zijn deze gebieden alleen nog ruimtelijk beschermd (Barro, bestemmingsplannen).

Stroomschema vergunningsprocedure Het volgende schema toont de vergunningprocedure in het kader van de Natuurbeschermingswet. Deze is ook van kracht onder de huidige Wet natuurbescherming. Een Voortoets geeft aan of er wel of geen negatieve effecten zijn te verwachten. Zijn er geen negatieve effecten te verwachten, dan hoeft er geen vergunning beschermde gebieden aangevraagd te worden. Indien er kans is op negatieve effecten, kan een habitattoets een verdiepingsslag geven om aan te tonen hoe groot deze negatieve effecten zijn. Mocht er kans zijn op significant negatieve effecten, is het mogelijk om een ADC-toets uit te voeren. Wordt er voldaan aan de eisen, dan kan er een vergunning worden afgegeven met voorschriften en beperkingen.

Natuurtoets hoogspanningsstation Zierikzee Veld- en bodemonderzoeken Netversterking Schouwen-Duiveland projectnummer 0476754 18 juli 2023 revisie 1.0 TenneT TSO B.V.

De informatie die in dit rapport is opgenomen is uitsluitend bestemd voor de geadresseerde(n) en kan persoonlijke of vertrouwelijke informatie bevatten. Gebruik van deze informatie, door anderen dan de geadresseerde(n) en gebruik door hen die niet gerechtigd zijn van deze informatie kennis te nemen, is niet toegestaan. De informatie is uitsluitend bestemd om te worden gebruikt door de geadresseerde, voor het doel waarvoor dit rapport is vervaardigd. Indien u niet de geadresseerde bent of niet gerechtigd bent tot kennisneming, is openbaarmaking, vermenigvuldiging, verspreiding en/of verstrekking van deze informatie aan derden is niet toegestaan, tenzij na schriftelijke toestemming door Antea Group en wordt u verzocht de gegevens te verwijderen en direct melding te maken bij security@anteagroup.nl. Derden, zij die niet geadresseerd zijn, kunnen geen rechten aan dit rapport ontlenen, tenzij na schriftelijke toestemming door Antea Group.

Over Antea Group Antea Group is het thuis van 1500 trotse ingenieurs en adviseurs. Samen bouwen wij elke dag aan een veilige, gezonde en toekomstbestendige leefomgeving. Je vindt bij ons de allerbeste vakspecialisten van Nederland, maar ook innovatieve oplossingen op het gebied van data, sensoring en IT. Hiermee dragen wij bij aan de ontwikkeling van infra, woonwijken of waterwerken. Maar ook aan vraagstukken rondom klimaatadaptatie, energietransitie en de vervangingsopgave. Van onderzoek tot ontwerp, van realisatie tot beheer: voor elke opgave brengen wij de juiste kennis aan tafel. Wij denken kritisch mee en altijd vanuit de mindset om samen voor het beste resultaat te gaan. Op deze manier anticiperen wij op de vragen van vandaag en de oplossingen voor morgen. Al 70 jaar.

Contactgegevens Beneluxweg 125 4904 SJ OOSTERHOUT Postbus 40 4900 AA OOSTERHOUT

www.anteagroup.nl

Copyright © 2023 Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar worden gemaakt door middel van druk, fotokopie, elektronisch of op welke wijze dan ook, zonder schriftelijke toestemming van de auteurs.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14177776/1