CConstaterende datSchouwen-Duiveland
Koppel je AI →
Document · PDF

1066746 Bijlage 17 Bijlagen bij de toelichting Bijlage 14 Natuurtoets

Gemeenteraad 20 juni 2024, gemeente Schouwen-DuivelandBij agendapunt: RVS Vaststellen bestemmingsplan 'Hoogspanningsstation Zierikzee + herziening buitengebied (kabeltracés) (1066746)15.644 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Natuurtoets hoogspanningsstation Zierikzee Veld- en bodemonderzoeken Netversterking Schouwen-Duiveland Toetsing Wet natuurbescherming en NNN

projectnummer 0476754 definitief revisie 1.0 18 juli 2023 TenneT plannummer: 003.004.20 TenneT documentnummer: 003.004.20 1027770 TenneT revisienummer: 1.0 TenneT documentstatus: definitief

Natuurtoets hoogspanningsstation Zierikzee Veld- en bodemonderzoeken Netversterking Schouwen-Duiveland Toetsing Wet natuurbescherming en NNN Projectnummer 0476754 documentnummer 0476754-BO-NT-ZKZ definitief, revisie 1.0 18 juli 2023 TenneT projectnummer: 003.004.20 TenneT documentnummer: 003.004.20 1027770 TenneT revisienummer: 1.0 TenneT documentstatus: definitief

Auteur W. R. Klok

Opdrachtgever TenneT TSO B.V. Utrechtseweg 310 6812 AR ARNHEM

Antea Group is aangesloten bij het Netwerk Groene Bureaus

De informatie in voorliggende rapportage is (deels) afkomstig uit de NDFF en mag niet zonder toestemming van BIJ12 worden verstrekt aan derden of op enige andere wijze openbaar gemaakt worden.

datum vrijgave 18-07-2023

beschrijving Definitief revisie 1.0

gecontroleerd D.J. Broström

vrijgave M. Scholten

Natuurtoets hoogspanningsstation Zierikzee Veld- en bodemonderzoeken Netversterking Schouwen-Duiveland projectnummer 0476754 18 juli 2023 revisie 1.0 TenneT TSO B.V.

Inhoudsopgave Conclusies en advies

3

1

Inleiding

6

1.1 1.2 1.3 1.4

Aanleiding Planvoornemen Doel en onderzoeksvragen Leeswijzer

6 8 10 10

2

Wettelijk kader Wet natuurbescherming

11

2.1 2.2 2.3 2.3.1 2.3.2

Algemeen Soortbescherming Gebiedsbescherming Natura 2000 Natuurnetwerk Zeeland

11 11 12 12 12

3

Methodiek

14

3.1 3.2 3.3 3.4

Algemeen Bureauonderzoek Terreinbezoek Effectbeoordeling en advies vervolgtraject

14 14 15 15

4

Resultaten

16

4.1 4.2 4.2.1 4.2.2 4.2.3 4.3 4.3.1 4.3.2

Gebiedsbeschrijving Beschermde soorten Resultaten bureauonderzoek Resultaten terreinbezoek - ecologische bevindingen Samenvatting beschermde soorten Beschermde gebieden Natura 2000-gebieden Natuurnetwerk Zeeland

16 17 17 19 25 25 25 27

5

Toetsing

28

5.1 5.2 5.2.1 5.2.2 5.2.3 5.3 5.3.1 5.3.2

Effectbepaling plan Toetsing effect op beschermde soorten Vogels Zoogdieren Amfibieën Effecten op beschermde gebieden Effecten op Natura 2000-gebieden Effecten op het Natuurnetwerk Zeeland (NNZ)

28 28 28 29 31 32 32 33

6

Bronnen

34

Blad 1 van 35

Natuurtoets hoogspanningsstation Zierikzee Veld- en bodemonderzoeken Netversterking Schouwen-Duiveland projectnummer 0476754 18 juli 2023 revisie 1.0 TenneT TSO B.V.

Globale ligging van het plangebied (rood omlijnd) met stationslocatie (geel omlijnd) Bron: luchtfoto via Qgis.

Blad 2 van 35

Natuurtoets hoogspanningsstation Zierikzee Veld- en bodemonderzoeken Netversterking Schouwen-Duiveland projectnummer 0476754 18 juli 2023 revisie 1.0 TenneT TSO B.V.

Conclusies en advies Antea Group heeft de opdracht gekregen voor het uitvoeren van veld- en bodemonderzoeken ten behoeve van het ontwerp, de engineering, de bestemmingsplanwijziging en vergunningverlening van een nieuw 150 kV/20 kV-station in Zierikzee. Dit station is onderdeel van het TenneT-plan Netversterking Schouwen-Duiveland. TenneT TSO B.V. dient zorg te dragen voor een robuust en een voor de toekomst gereed nationaal elektriciteitsnet. Samen met de regionale netbeheerders voor Zeeland (Stedin) en West-Brabant (Enexis) heeft TenneT studies uitgevoerd en voorstellen uitgewerkt om de knelpunten op te lossen en ruimte te maken op het elektriciteitsnet. Deze studies en daarbij behorende keuzes zijn tot stand gekomen in overleg met de provincie Zeeland, de provincie Noord-Brabant en met de betrokken gemeenten: Schouwen-Duiveland, Tholen en Bergen op Zoom. Het gehele plan is verdeeld in vier deelplanen waarvan één het realiseren van een hoogspanningsstation (150 kV / 20 kV) in Zierikzee betreft. Om deze reden dient TenneT een bestemmingsplanwijziging in te dienen bij het bevoegd gezag. Ruimtelijke plannen dienen te worden beoordeeld op de uitvoerbaarheid in relatie tot actuele natuurwetgeving. Er dient onderzocht te worden of het plan effect heeft op beschermde soorten of beschermde gebieden: Wet natuurbescherming (Wnb) en Natuurnetwerk Nederland (NNN).

Ontwikkelingen mogen niet zonder meer plaatsvinden indien deze negatieve gevolgen hebben op beschermde natuurgebieden en/of flora en fauna. In dit kader is inzicht gewenst in de aanwezige natuurwaarden en de mogelijk daarmee samenhangende consequenties. Dit wordt voor de vier deelplanen gedaan op basis van drie afzonderlijke Natuurtoetsen. In deze rapportage zijn de resultaten van de Natuurtoets beschreven voor het hoogspanningsstation te Zierikzee. Antwoord wordt gegeven of het plan uitvoerbaar is en of volgens de Nederlandse wetgeving vervolgstappen aan de orde zijn met betrekking tot de Wet natuurbescherming en Natuurnetwerk Nederland (in Zeeland is dit het Natuurnetwerk Zeeland).

Conclusies: Beschermde gebieden Natuurnetwerk Zeeland (NNZ) Het plangebied is niet in een NNZ-gebied gelegen. Het dichtstbijzijnde NNZ-gebied ligt op circa 10 meter ten oosten van het plangebied. Van directe aantasting (beslag name van oppervlakte) van de NNZ is dan ook geen sprake. Het plangebied ligt binnen de 100 meter zone voor externe werking voor de beoordeling van externe effecten (licht- en geluidsverstoring), die de Provincie Zeeland hanteert. De werkzaamheden binnen de 100 meter betreft echter het aanleggen van ondergrondse kabels. Het aanleggen van de kabels is tijdelijk waardoor (significant) negatieve effecten zijn uitgesloten. Er is daarom geen noodzaak voor vervolgstappen of een uitgebreidere toetsing voor wat betreft het NNZ. Natura 2000 Het plangebied maak geen onderdeel uit van een Natura 2000-gebied. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied ligt op circa 600 meter afstand van het plangebied. Het betreft het Natura 2000-gebied Oosterschelde. Daarnaast is op circa 6,2 kilometer afstand het Natura 2000-gebied Grevelingen gelegen. Deze beide Natura 2000-gebieden bevatten habitattypes die gevoelig zijn voor overbelasting door stikstofdepositie. De afstand tussen deze gebieden en het plangebied is der mate groot dat van directe aantasting, zoals verdroging of geluid- en lichtverstoring van de Natura 2000-gebieden geen sprake is.

In dit geval kunnen alleen indirecte effecten zoals de gevolgen van stikstofdepositie van toepassing zijn op de betreffende Natura 2000-gebieden. Tabel 01 geeft een overzicht van de conclusies en vervolgstappen voor gebiedsbescherming.

Blad 3 van 35

Natuurtoets hoogspanningsstation Zierikzee Veld- en bodemonderzoeken Netversterking Schouwen-Duiveland projectnummer 0476754 18 juli 2023 revisie 1.0 TenneT TSO B.V.

Er vindt mogelijk een toename in stikstofuitstoot plaats ten gevolge van het plan. Hierdoor is het noodzakelijk om een AERIUS-berekening uit te voeren.

Houtopstanden Ten behoeve van het voorliggende plan worden bomen en/of houtopstanden gekapt. De bescherming houtopstanden (Wnb) is derhalve niet aan de orde. Tabel 01. Overzicht conclusies en vervolgstappen gebiedsbescherming.

Natura 2000 Aanwezig binnen de invloedssfeer?

Effecten?

Vereiste vervolgstappen aan de orde? Is het plan uitvoerbaar in het kader van de gebiedsbescherming?

Ja (stikstof)

Mogelijk

Er is reeds een AERIUS-berekening uitgevoerd Afhankelijk van de resultaten van de stikstofberekeningen

NNZ Ja, het dichtstbijzijnde NNZ-gebied ligt op circa 10 meter afstand. Nee, de werkzaamheden binnen 100 meter zijn tijdelijk, waardoor er geen (significant) blijvende effecten plaatsvinden.

Bescherming van houtopstanden Ja

Er worden mogelijk bomen gekapt t.b.v. het planvoornemen.

Nee Nee Ja

Ja

Conclusies: Beschermde soorten Uit de bureaustudie in combinatie met het terreinbezoek is gebleken dat (leefgebied van) de volgende in het kader van de Wet natuurbescherming beschermde soorten aanwezig zijn en/of mogelijk verwacht worden in het plangebied: Algemene broedvogels (aanwezige nestplaatsen); Landzoogdieren, haas en konijn (aanwezig geschikt biotoop binnen het plangebied); Amfibieën, rugstreeppad (mogelijk aanwezige schuilplekken en voortplantingswateren); In tabel 02 is aangegeven welke gevolgen de aanwezigheid van (het leefgebied van) deze soorten heeft voor het voorliggende plan. Aangegeven is of er sprake is van een overtreding van de Wet natuurbescherming en onder welke voorwaarden het plan uitvoerbaar is.

Blad 4 van 35

Natuurtoets hoogspanningsstation Zierikzee Veld- en bodemonderzoeken Netversterking Schouwen-Duiveland projectnummer 0476754 18 juli 2023 revisie 1.0 TenneT TSO B.V.

Tabel 02. Overzicht conclusies en vervolgstappen soortbescherming.

Soort (groep)

Essentieel Is sprake van leefgebied in het Nader-onderzoek nodig? een plangebied? overtreding?

Algemene broedvogels

Mogelijk aanwezig in het plangebied.

Vleermuizen

Aanliggend op het plangebied bevindt mogelijk een vliegroute en foerageergebied.

Haas

Konijn

Rugstreeppad

Is een ontheffing nodig?

Opmerkingen

Nee

Nee, mits verstoring van broedvogels voorkomen wordt.

Nee

Werkzaamheden uitvoeren buiten het broedseizoen en/of maatregelen nemen (zie paragraaf 5.2.1).

Nee

Nee, mits wordt voldaan aan de voorwaarden toegelicht in paragraaf 5.2.2.

Nee, mits wordt voldaan aan de voorwaarden toegelicht in paragraaf 5.2.2.

Er dient te worden voldaan aan de voorwaarden uit paragraaf 5.2.2.

Nader te bepalen

Er wordt reeds onderzoek uitgevoerd naar het voorkomen van de haas (zie paragraaf 5.2.2.).

Nader te bepalen

Er wordt reeds onderzoek uitgevoerd naar het voorkomen van konijnen (zie paragraaf 5.2.2)

Aanwezig

Ja

Aanwezig

Ja

Mogelijk

Ja

Nader te bepalen

Nader te bepalen

Mogelijk

Mogelijk, Er wordt reeds afhankelijk van onderzoek uitkomst uitgevoerd naar het nader voorkomen van onderzoek rugstreeppad

Zorgplicht In de Wet natuurbescherming is een zorgplicht (art. 1.11) opgenomen. In het tekstkader in bijlage 1 staat het wetsartikel uitgeschreven. De zorgplicht houdt in dat planten en dieren niet onnodig vernield/gedood of verstoord mogen worden. De initiatiefnemer/uitvoerder is verantwoordelijk voor een adequate naleving van de algemene zorgplicht tijdens de uitvoering van de werkzaamheden.

Blad 5 van 35

Natuurtoets hoogspanningsstation Zierikzee Veld- en bodemonderzoeken Netversterking Schouwen-Duiveland projectnummer 0476754 18 juli 2023 revisie 1.0 TenneT TSO B.V.

1

Inleiding

1.1

Aanleiding Antea Group heeft de opdracht gekregen voor het uitvoeren van veld- en bodemonderzoeken ten behoeve van het ontwerp, de engineering, de bestemmingsplanwijziging en vergunningverlening van de bouw van een nieuw 150 kV/20 kV-station in Zierikzee. Dit station is onderdeel van het TenneT-plan Netversterking Schouwen-Duiveland. TenneT TSO B.V. dient zorg te dragen voor een robuust en voor de toekomst gereed nationaal elektriciteitsnet. Samen met de regionale netbeheerders voor Zeeland (Stedin) en West-Brabant (Enexis) heeft TenneT studies uitgevoerd en voorstellen uitgewerkt om de knelpunten op te lossen en ruimte te maken op het elektriciteitsnet. Deze studies en daarbij behorende keuzes zijn tot stand gekomen in overleg met de provincie Zeeland, de provincie Noord-Brabant en met de betrokken gemeenten: Schouwen-Duiveland, Tholen en Bergen op Zoom. De gekozen oplossing omvat het realiseren van de volgende planen: 1. 2. 3. 4.

De aanleg van een hoogspanningsstation (380 kV / 150 kV / 20 kV) nabij Halsteren. De aanleg van een hoogspanningsstation (150 kV / 20 kV) nabij Zierikzee. De aanleg van een ondergrondse hoogspanningsverbinding (150 kV) tussen de nieuwe hoogspanningsstations nabij Halsteren en Zierikzee, via Tholen. Een inlussing van hoogspanningsstation Halsteren op de bestaande 380 kV-lijn RillandGeertruidenberg.

Het plangebied om de toekomstige station in Zierikzee wordt in de toekomst mogelijk omgevormd tot bedrijventerrein. Stedin heeft Antea Group gevraagd om de bekabeling voor het bedrijventerrein mee te nemen in deze beoordeling. De voorliggende plannen dienen te worden beoordeeld op de uitvoerbaarheid in relatie tot actuele natuurwetgeving. Er dient onderzocht te worden of het plan effect heeft op beschermde soorten of beschermde gebieden: Wet natuurbescherming (Wnb) en Natuurnetwerk Nederland, (NNN). Ontwikkelingen mogen niet zonder meer plaatsvinden indien deze negatieve gevolgen hebben op beschermde natuurgebieden en/of flora en fauna. In dit kader is inzicht gewenst in de aanwezige natuurwaarden en de mogelijk daarmee samenhangende consequenties. Dit wordt gedaan op basis van drie natuurtoetsen. Het plangebied om de toekomstige station in Zierikzee wordt in de toekomst mogelijk omgevormd tot bedrijventerrein. Stedin heeft Antea Group gevraagd om de bekabeling voor het bedrijventerrein mee te nemen in deze beoordeling. Deze natuurtoets heeft betrekking op het 150kV-hoogspanningsstation te Zierikzee (nr 2) en het naastliggende 20kV-hoogspanningsstation van Stedin De bekabeling in de directe omgeving van Stedin en TenneT valt eveneens binnen de scope van dit onderzoek.

Voorafgaand aan de uitvoering van dit onderzoek was nog niet duidelijk waar het hoogspanningsstation precies zou worden gepositioneerd. Er was sprake van twee locatiealternatieven binnen het plangebied. Gedurende het onderzoek is de positie vastgesteld. Het plangebied voor deze natuurtoets is wel gehandhaafd. Figuur 1.1 geeft de ligging van het plangebied met de stationslocatie weer. Figuur 1.2 geeft de ontwerptekening van het geplande station weer. In deze rapportage zijn de resultaten van de natuurtoets beschreven en wordt antwoord gegeven of het plan uitvoerbaar is met betrekking

Blad 6 van 35

Natuurtoets hoogspanningsstation Zierikzee Veld- en bodemonderzoeken Netversterking Schouwen-Duiveland projectnummer 0476754 18 juli 2023 revisie 1.0 TenneT TSO B.V.

tot de Wet natuurbescherming. In figuur 1.3 worden de bekabeling van Stedin om het voorgenomen station weergegeven.

Figuur 1.1: Ligging van het plangebied (rood omkaderd) met hoogspanningstation (geel omkaderd, zie ook figuur 1.2). Bron: PDOK viewer via Qgis en TenneT.

Figuur 1.2: Tekening van het voorgenomen hoogspanningsstation (station en strook landschappelijke inpassing) het plangebied. Bron: TenneT.

Blad 7 van 35

Natuurtoets hoogspanningsstation Zierikzee Veld- en bodemonderzoeken Netversterking Schouwen-Duiveland projectnummer 0476754 18 juli 2023 revisie 1.0 TenneT TSO B.V.

Figuur 1.3. Inrichting van het plangebied met het voorgenomen station en bekabeling van Stedin. Bron: TenneT.

1.2

Planvoornemen TenneT TSO B.V. en Stedin zijn voornemens om een hoogspanningsstation (150 kV / 20 kV) te realiseren in de gemeente Schouwen-Duiveland in de provincie Zeeland, nabij Straalweg te Zierikzee. Het 150 kV-gedeelte van het station wordt gebouwd en beheerd door TenneT. Het 20kV-gedeelte wordt gebouwd en beheerd door Stedin. De twee gedeeltes liggen tegen elkaar aan en zijn van elkaar gescheiden door een hek. Het 150 kV gedeelte neemt ongeveer 250 meter lang bij 120 meter breed, het 20 kV gedeelte wordt ongeveer 250 lang bij 60 meter breed. Het 150 kV gedeelte van het station wordt gebouwd en beheerd door TenneT en bevat de 150 kV-schakelinstallatie Deze bestaat uit twee hoofdrails en een aantal schakelvelden. Er worden in eerste instantie zeven schakelvelden gebouwd, dit is in de toekomst uit te breiden tot maximaal 19 schakelvelden. Daarnaast staat er op het 150 kV gedeelte een gebouw, het centraal dienstengebouw. Dit gebouw bevat onder andere de besturings-en beveiligingsinstallaties van de 150 kV schakelvelden en een verblijfsruimte. Het centraal diensten gebouw heeft een hoogte van maximaal vier meter. Het 20 kV-gedeelte van het station wordt gebouwd en beheerd door Stedin en bevat twee 150/20 kV-transformatoren en twee gebouwen t.b.v. de middenspanningsinstallaties.

Binnen het plangebied is ruimte gereserveerd voor nog acht transformatoren en acht gebouwen in de toekomst. De transformatoren zetten de 150 kV-spanning om naar 20 kV en andersom. Daardoor kan spanning van het 150 kV-net verder op het lokale 20 kV middenspanningsnet vervoerd worden. Om het station worden dijken en groenstroken aangelegd. De aanliggende akkers worden mogelijk in verdere voornemens heringericht als bedrijventerrein, zie figuur 1.5.

Blad 8 van 35

Natuurtoets hoogspanningsstation Zierikzee Veld- en bodemonderzoeken Netversterking Schouwen-Duiveland projectnummer 0476754 18 juli 2023 revisie 1.0 TenneT TSO B.V.

Figuur 1.4. Inrichting van het plangebied met de omliggende bekabeling van Stedin.

Figuur 1.5. Mogelijk toekomstige inrichting van de omgeving van het plangebied.

Blad 9 van 35

Natuurtoets hoogspanningsstation Zierikzee Veld- en bodemonderzoeken Netversterking Schouwen-Duiveland projectnummer 0476754 18 juli 2023 revisie 1.0 TenneT TSO B.V.

1.3

Doel en onderzoeksvragen Het doel van voorliggende Natuurtoets is het opsporen van strijdigheden van de voorgenomen ingreep met de beschermde soorten en beschermde gebieden (Natura 2000-gebieden en het Natuurnetwerk Nederland) en het bepalen of de aanvraag van een ontheffing/vergunning noodzakelijk is. Om hiertoe te komen worden onder andere de volgende vragen beantwoord: Welke in het kader van de Wnb beschermde soorten (en/of vaste rust- en verblijfplaatsen) komen voor in het beïnvloedingsgebied van de voorgenomen activiteit? Vinden er als gevolg van de ontwikkeling effecten plaats op deze soorten en worden daarbij verbodsbepalingen overtreden? Is het noodzakelijk om mitigerende maatregelen te nemen en welke zijn dit? Dient in het kader van de Wnb een ontheffing aangevraagd te worden? Komen in de beïnvloedingszone van het plangebied beschermde natuurgebieden voor? Zo ja, welke zijn dit en wat zijn de gevolgen hierop? Dienen vervolgstappen in de vorm van een uitwerking- of een compensatieplan opgesteld te worden? Op bovenstaande vragen wordt in de hoofdstukken 4 en 5 een antwoord gegeven (zie ook de leeswijzer).

1.4

Leeswijzer De Natuurtoets is als volgt opgebouwd: Samenvatting en conclusies; Hoofdstuk 1 geeft de aanleiding van de Natuurtoets en het planvoornemen; Hoofdstuk 2 beschrijft beknopt het wettelijk kader; Hoofdstuk 3 geeft een toelichting op de methodiek van de Natuurtoets; Hoofdstuk 4 beschrijft het gebied en gaat in op de ecologische waarden en de beschermde soorten en gebieden in (de omgeving) van het plangebied; Hoofdstuk 5 toetst het plan aan de Wet natuurbescherming en het NNN.

Blad 10 van 35

Natuurtoets hoogspanningsstation Zierikzee Veld- en bodemonderzoeken Netversterking Schouwen-Duiveland projectnummer 0476754 18 juli 2023 revisie 1.0 TenneT TSO B.V.

2

Wettelijk kader Wet natuurbescherming Dit hoofdstuk beschrijft het wettelijk kader van de soortenbescherming (paragraaf 2.2) en de gebiedsbescherming (paragraaf 2.3) relevant voor voorliggende Natuurtoets.

2.1

Algemeen De Wet natuurbescherming (hierna Wnb) heeft per 1 januari 2017 de Boswet, Flora- en faunawet en de Natuurbeschermingswet 1998 vervangen. De Wnb regelt de bescherming van Natura 2000gebieden, bescherming van soorten en de bescherming van houtopstanden. In de voorliggende Natuurtoets wordt niet ingegaan op de bescherming van houtopstanden omdat deze niet aan de orde is aangezien er geen bomen worden gekapt in voorliggend plangebied. Naast bescherming vanuit de Wnb, zijn er ook gebieden die planologisch beschermd zijn. Het betreft het ‘Natuurnetwerk Nederland’ (hierna NNN). De bescherming van het NNN verloopt via het ruimtelijke ordeningsrecht (Barro, bestemmingsplannen). Per paragraaf worden tevens de beleidsregels van de provincie aangeduid die specifiek voor deze provincie (en derhalve voor voorliggend voornemen) van toepassing kunnen zijn.

2.2

Soortbescherming In de Wnb is soortbescherming opgedeeld in drie categorieën. Voor elke categorie gelden verschillende verbodsbepalingen die zijn vermeld in artikel 3.1, 3.5 en 3.10 van de Wnb. Het gaat om de volgende drie categorieën: 1. soorten van de Vogelrichtlijn; 2. soorten van de Habitatrichtlijn, inclusief bijlage I en II uit Verdrag van Bern en bijlage I uit Verdrag van Bonn, met uitzondering van vogels; 3. ‘andere soorten’ (onderdeel A ‘fauna’ en onderdeel B ‘flora’). De verbodsbepalingen en ontheffingsgronden voor de eerste twee categorieën komen rechtstreeks uit de Vogel- en Habitatrichtlijn. De derde categorie vindt zijn oorsprong in de nationale wetgeving. Bij voorliggende toetsing wordt tevens beoordeeld of soorten met jaarrond beschermde nesten: categorie 1 t/m 5 aanwezig zijn in het plangebied. Soorten van de Vogelrichtlijn Voor Vogelrichtlijnsoorten is het verboden om in het wild levende vogels te doden of te vangen, opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels te vernielen, te beschadigen, te rapen of nesten van vogels weg te nemen. Daarnaast is het verboden vogels opzettelijk te storen. Dit laatste verbod geldt niet voor een aantal vogelsoorten, indien de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding en het nest zelf zijn functionaliteit behoudt (zie artikel 3.1 in tekstkader in de bijlage).

Indien bij het voornemen het overtreden van verbodsbepalingen in artikel 3.1 niet kan worden uitgesloten, kan onder bepaalde voorwaarden gewerkt worden conform een door het ministerie goedgekeurde gedragscode. Biedt een gedragscode geen oplossing, dan is het aanvragen van een ontheffing bij de provincie, waarin het voornemen plaatsvindt, noodzakelijk. De grond waarop een ontheffing kan worden verleend, verschilt per categorie. Soorten van de Habitatrichtlijn Voor soorten van artikel 3.5 (Habitatrichtlijn, Bern en Bonn) is het eveneens verboden om in het wild levende dieren en planten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te

Blad 11 van 35

Natuurtoets hoogspanningsstation Zierikzee Veld- en bodemonderzoeken Netversterking Schouwen-Duiveland projectnummer 0476754 18 juli 2023 revisie 1.0 TenneT TSO B.V.

vangen, opzettelijk eieren van dieren te vernielen of te rapen. Voortplantings- of rustplaatsen mogen niet beschadigd of vernield worden. Daarnaast geldt er een verbod op om planten behorend bij artikel 3.5 te plukken, verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. In tegenstelling tot de Vogelrichtlijnsoorten in artikel 3.1, mogen dieren behorend bij artikel 3.5 niet opzettelijk verstoord worden, ook niet als er geen wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding. Indien bij het voornemen het overtreden van verbodsbepalingen in artikel 3.5 niet kan worden uitgesloten, kan onder bepaalde voorwaarden gewerkt worden conform een door het ministerie goedgekeurde gedragscode. Biedt een gedragscode geen oplossing, dan is het aanvragen van een ontheffing bij de provincie, waarin het voornemen plaatsvindt, noodzakelijk. De grond waarop een ontheffing kan worden verleend, verschilt per categorie. Andere soorten Naast de Europees aangewezen beschermde flora en fauna, is er in Nederland ook een Nationale soortenlijst gemaakt die niet gedekt wordt door de Vogel- en Habitatrichtlijn, Verdrag van Bern of Verdrag van Bonn. Deze soorten zijn opgenomen in artikel 3.10, bijlage A en B van de Wnb, zie ook Bijlage tabel B (1 en 2) en C van voorliggende rapportage.

Voor soorten in bijlage A geldt een verbod op opzettelijk doden of vangen van dieren, opzettelijk beschadigen of vernielen van vaste voortplantings- of rustplaatsen van dieren. Voor soorten in bijlage B geldt een verbod op opzettelijk plukken, verzamelen, afsnijden, vernielen en ontwortelen van planten. In tegenstelling tot artikel 3.1 en 3.5, is verstoring van deze soorten toegestaan. Indien bij het voornemen het overtreden van verbodsbepalingen in artikel 3.10 niet kan worden uitgesloten, kan onder bepaalde voorwaarden gewerkt worden conform een door het ministerie goedgekeurde gedragscode. Biedt een gedragscode geen oplossing, dan is het aanvragen van een ontheffing bij de provincie, waarin het voornemen plaatsvindt, noodzakelijk. De grond waarop een ontheffing kan worden verleend, verschilt per categorie. Het voorgaande geldt echter niet indien de soorten zijn vrijgesteld door het bevoegd gezag. Bij voorliggende toetsing is de provincie Zeeland bevoegd gezag. In de provincie Zeeland zijn in tegenstelling tot de landelijke vrijgestelde soorten van artikel 3.10 onderdeel A (zie Regeling Natuurbescherming, Bijlage 13), de hermelijn en wezel niet vrijgesteld. Voor deze soorten dient bij een overtreding van de verbodsbepalingen uit artikel 3.10 gewerkt te worden conform een door het ministerie goedgekeurde gedragscode of dient een ontheffing aangevraagd te worden.

In de provincie geldt voor de overige landelijk vrijgestelde soorten, ook een vrijstelling. Voor deze soorten geldt enkel de zorgplicht.

2.3

Gebiedsbescherming

2.3.1

Natura 2000 Natura 2000-gebieden zijn natuurgebieden van groot internationaal belang. Deze gebieden zijn aangewezen onder de Europese Habitat- en/of Vogelrichtlijn. Voor de gebieden en de daarbij aangewezen soorten en habitattypen zijn instandhoudingsdoelstellingen opgesteld. Een activiteit mag niet leiden tot significant negatieve effecten op deze doelen of tot een aantasting van de natuurlijke kenmerken. Indien op voorhand significante effecten niet uitgesloten kunnen worden dient een Passende beoordeling opgesteld te worden.

2.3.2

Natuurnetwerk Zeeland Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) wordt in de provincie Zeeland het Natuurnetwerk Zeeland (NNZ) genoemd is een stelsel van ecologisch hoogwaardige natuurgebieden. Dit is onderdeel van

Blad 12 van 35

Natuurtoets hoogspanningsstation Zierikzee Veld- en bodemonderzoeken Netversterking Schouwen-Duiveland projectnummer 0476754 18 juli 2023 revisie 1.0 TenneT TSO B.V.

de actieve soortbescherming uit de Wet natuurbescherming; bedreigde dier- en plantensoorten in een gunstige staat van instandhouding te brengen. Om dit te realiseren is in de Wnb art. 1.12, lid 2 vastgelegd dat de provincies zorgen voor de totstandkoming en instandhouding van een samenhangend landelijk ecologisch netwerk, genaamd Natuurnetwerk Nederland. Door nieuwe natuur te ontwikkelen, kunnen natuurgebieden met elkaar worden verbonden. Zo kunnen planten zich over verschillende natuurgebieden verspreiden en dieren van het ene naar het andere gebied gaan. Het totaal van al deze gebieden en de verbindingen ertussen vormt het NNN. Het NNN is een netwerk van gebieden in Nederland waar de natuur voorrang heeft. Het netwerk helpt voorkomen dat planten en dieren in geïsoleerde gebieden uitsterven en dat natuurgebieden hun waarde verliezen. Het NNN kan worden gezien als de ruggengraat van de Nederlandse natuur. Het NNZ wordt gevormd door Bestaande natuur, Agrarisch gebied van ecologische betekenis en Nieuwe natuur. In de Verordening Ruimte van de provincie Zeeland (2018) zijn in Artikel 2.12 (Bestaande Natuur), Artikel 2.13 (Agrarisch gebied van ecologische betekenis) en Artikel 2.14 (Nieuwe natuur / Natuurontwikkelingsgebieden) regels opgenomen om het NNZ te beschermen.

Nieuwe ontwikkelingen die de wezenlijke kenmerken en waarden aantasten zijn bij deze gebieden niet zonder meer toegestaan. Voor de natuurgebieden (Bestaande natuur en Agrarisch gebied van ecologische betekenis) geldt het ‘nee, tenzij’-principe . Het ‘nee, tenzij’-principe (Artikel 2.12 en 2.13 Verordening Ruimte, 2018) betekent dat nieuwe plannen en planen niet zijn toegestaan als deze een significant negatief effect hebben op de wezenlijke kenmerken en waarden van het gebied, tenzij daarmee een zwaarwegend belang gediend is en er geen reële alternatieven voorhanden zijn. In dat geval moet de schade zoveel mogelijk beperkt worden door het treffen van mitigerende maatregelen en moet de resterende schade gecompenseerd worden. Het compensatiebeleid van provincie Zeeland voor de gebieden die aangewezen zijn als NNZ (zijnde Bestaande natuur en Agrarisch gebied van ecologische betekenis) is vastgelegd in Bijlage 4 van de Verordening Ruimte, 2018. Het regime ter bescherming van het NNZ kent in de provincie Zeeland externe werking. Dit houdt in dat rond de natuurgebieden van het 'Natuurnetwerk Zeeland' (niet zijnde binnendijken) een zone van 100 meter geldt waarbij nieuwe ontwikkelingen worden beoordeeld of er gevolgen zijn voor de natuur (Artikel 2.16 Verordening Ruimte, 2018).

Blad 13 van 35

Natuurtoets hoogspanningsstation Zierikzee Veld- en bodemonderzoeken Netversterking Schouwen-Duiveland projectnummer 0476754 18 juli 2023 revisie 1.0 TenneT TSO B.V.

3

Methodiek Dit hoofdstuk beschrijft de methodiek die gehanteerd wordt tijdens het bureauonderzoek (paragraaf 3.2) en gedurende het terreinbezoek (paragraaf 3.3) van voorliggende Natuurtoets. In paragraaf 3.4 wordt aangeduid hoe deze gegevens leiden tot een conclusie.

3.1

Algemeen Het onderzoek naar het voorkomen van beschermde soorten en ligging van beschermde gebieden is opgebouwd uit twee onderdelen: 1. 2.

3.2

Bureaustudie naar waarnemingen van beschermde soorten uit het (recente) verleden en ligging van beschermde gebieden in de invloedsfeer van het plan; Terreinbezoek naar de (mogelijke) aanwezigheid van beschermde soorten.

Bureauonderzoek Afbakening beschermde soorten In het bureauonderzoek wordt specifiek gekeken naar soorten uit de Vogelrichtlijn (artikel 3.1), soorten van de Habitatrichtlijn (artikel 3.5) en ‘andere’ beschermde soorten (artikel 3.10). Bij vogels zal met name speciale aandacht geschonken worden aan soorten die in het plangebied een essentieel leefgebied kunnen hebben. Voorgenoemde soorten zijn in Nederland zeldzaam of hebben een Europese bescherming (Habitatrichtlijn bijlage IV-soorten, bijlage II Verdrag van Bern en bijlage I Verdrag van Bonn) en moeten worden getoetst op voorkomen en het planeffect. Treden effecten op, of worden verbodsbepalingen overtreden, dan zijn er maatregelen nodig om deze effecten te voorkomen, verzachten of te compenseren om te voldoen aan de Wnb. Een aantal soorten is door de provincies vrijgesteld en zijn opgenomen in provinciale vrijstellingen (zie tabel B en C in de bijlage). Deze zijn niet meegenomen in deze toetsing. Deze soorten zijn zodanig algemeen in de provincie dat de gunstige staat van instandhouding niet in het geding komt bij het voorliggende plan. Wel geldt de algemene zorgplicht. Door het uitvoeren van een aantal zorgplicht gerelateerde maatregelen, wordt voldaan aan de zorgplicht en kan de gunstige staat van instandhouding worden gegarandeerd.

Hierbij kan gedacht worden aan het rekening houden met de kwetsbare seizoenen van deze soorten en de manier van werken (zoals het aanhouden van vaste rijroutes en het zorgen voor vluchtmogelijkheden voor de soorten). Bronnen Om een beeld te krijgen van de verspreiding en (mogelijk) voorkomen van beschermde soorten in en rond het plangebied, is de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) geraadpleegd. Hierbij is nagegaan of er in de periode 2016-2021 beschermde soorten zijn aangetroffen in of nabij het plangebied. Aan de hand van de resultaten van de bureaustudie is een inschatting gemaakt of de betreffende soorten in het plangebied voor zouden kunnen komen. Naast de bronnen met soortinformatie, is voor het bepalen van de ligging van beschermde gebieden gebruik gemaakt van de gebiedendatabase op de website van het Ministerie van EZK of provinciale digitale atlassen en is er gebruik gemaakt van gegevens uit een eerder uitgevoerde natuurtoets in 2016 (Antea Group, 2016), aanvullende notitie uit 2017 (Antea Group, 2017) en een naderonderzoek uitgevoerd in 2017 (Ecologisch adviesbureau Cools, 2017). Om inzicht te krijgen in de ligging van het plangebied t.o.v. van het NNZ is de provinciale website geraadpleegd.

Blad 14 van 35

Natuurtoets hoogspanningsstation Zierikzee Veld- en bodemonderzoeken Netversterking Schouwen-Duiveland projectnummer 0476754 18 juli 2023 revisie 1.0 TenneT TSO B.V.

3.3

Terreinbezoek Naar aanleiding van de uitkomsten van voorgenoemde bureaustudie is middels een terreinbezoek bepaald in hoeverre de aanwezigheid van beschermde soorten aannemelijk gesteld kan worden op basis van aanwezig geschikt habitat. Naast directe waarnemingen kan dan aan de hand van de aangetroffen biotopen een beeld worden geschetst van de verwachte aanwezige beschermde soorten. Dit is noodzakelijk omdat enkele seizoensgebonden soorten flora en fauna mogelijk nog niet waargenomen konden worden. Aan de hand van het aangetroffen biotoop en habitatvoorkeur(en) kunnen echter wel indicaties worden gegeven van het mogelijk voorkomen van deze soorten op de locatie. Het gaat hier om een deskundigenoordeel op basis van de fysieke gesteldheid van het terrein (biotopenonderzoek). Daarnaast zijn de aangetroffen belangwekkende soorten opgetekend. Op 7 april 2022 is vanaf circa 8:30 uur een terreinbezoek uitgevoerd door een deskundig ecoloog van Antea Group bij onbewolkt weer met een temperatuur van circa 10 °C. Tijdens het terreinbezoek is het plangebied te voet belopen en gecontroleerd op aanwezige beschermde soorten en de aanwezige biotoopkenmerken.

3.4

Effectbeoordeling en advies vervolgtraject Aan de hand van de bevindingen uit het bureauonderzoek en de resultaten van het verkennend terreinbezoek kan worden bepaald of het plan uitvoerbaar is, of een vervolgonderzoek nodig is om beschermde soorten uit te sluiten en om te bepalen wat de effecten zijn. Tevens kan worden geadviseerd over de te volgen procedure inzake de natuurwetgeving.

Blad 15 van 35

Natuurtoets hoogspanningsstation Zierikzee Veld- en bodemonderzoeken Netversterking Schouwen-Duiveland projectnummer 0476754 18 juli 2023 revisie 1.0 TenneT TSO B.V.

4

Resultaten In paragraaf 4.1 wordt allereerst een gebiedsbeschrijving van het plangebied gegeven. Vervolgens wordt in paragraaf 4.2 in gegaan op de resultaten van de in het gebied aanwezige of verwachte beschermde soorten (uiteenzetting van de resultaten van de bureaustudie en het terreinbezoek), waarna in paragraaf 4.3 de ligging van gebieden beschermd in het kader van de Wet natuurbescherming en het NNZ in de omgeving van het plangebied aangegeven wordt.

4.1

Gebiedsbeschrijving Het plangebied ligt in de Zuidernieuwlandpolder ten zuidoosten van Zierikzee en ten westen van de N256 in de Gemeente Schouwen-Duiveland (Provincie Zeeland). Het betreft een poldergebied gelegen tussen industrieterreinen en andere polders. Door het midden van het plangebied loopt een watergang van circa één meter breed met afgegraven oevers. Deze sloot is aangesloten op een watergangensysteem dat om het gehele plangebied ligt. Aan de westkant, bij de straalweg, van het plangebied net buiten de begrenzing van de geplande voornemens staat een bomenrij. Het plangebied was ten tijde van het terreinbezoek geploegd waardoor weinig vegetatie binnen het plangebied groeide. Tijdens het terreinbezoek zijn verschillende plassen en poeltjes binnen het plangebied aangetroffen. Deze zijn ontstaan door verslemping van de bodem en in de rijsporen van tractorbanden. In figuur 4.1 is een impressie gegeven van het plangebied.

Aanzicht op het plangebied vanaf het noorden.

Het plangebied vanaf de Straalweg ten westen van het plangebied. Aanzicht op het oostelijk deel van plangebied met watergang die aan oostzijde plangebied begrenst

Aanzicht op het zuidelijke deel van het plangebied. Figuur 4.1: Impressie van het plangebied.

Blad 16 van 35

Natuurtoets hoogspanningsstation Zierikzee Veld- en bodemonderzoeken Netversterking Schouwen-Duiveland projectnummer 0476754 18 juli 2023 revisie 1.0 TenneT TSO B.V.

4.2

Beschermde soorten

4.2.1

Resultaten bureauonderzoek Uit de recente verspreidingsinformatie blijkt dat in of nabij het plangebied in het verleden diverse beschermde soorten zijn waargenomen (binnen een straal van 2,5 kilometer). Dit betreft de beschermde soorten genoemd in Habitatrichtlijn (bijlage IV onderdeel a en b) en de nietvrijgestelde ‘andere soorten’ uit bijlage I (onderdeel a en b) van de Wet natuurbescherming alsook vogelsoorten met een jaarrond beschermd nest. De soorten zijn weergegeven in tabel 4.1. Op basis van de verspreidingsgegevens van een soort, in combinatie met kennis van de terreingeschiktheid voor deze soorten, is vervolgens nagegaan of het plangebied een functie vervult voor (onder andere) deze soorten en of effecten aan de orde zijn. De bevindingen worden in paragraaf 4.2.2 uiteengezet.

Blad 17 van 35

Natuurtoets hoogspanningsstation Zierikzee Veld- en bodemonderzoeken Netversterking Schouwen-Duiveland projectnummer 0476754 18 juli 2023 revisie 1.0 TenneT TSO B.V.

Tabel 4.1: : Overzicht van waargenomen beschermde soorten in de omgeving van het plangebied (met een straal van 2,5 km) die in het NDFF door derden zijn ingevoerd. De soorten zijn in te delen in Habitatrichtlijn (HR), lijsten A en B behorende bij artikel 3.10 en vogelsoorten met een jaarrond beschermd nest (JRB) en zijn aangegeven met een ‘X’ (NDFF, 2017-2022). Soort

JRB

Buizerd Boomvalk Gierzwaluw Grote gele kwikstaart Havik Huismus Ooievaar Ransuil

X

Slechtvalk

X

Sperwer Steenuil Kerkuil

X

Wespendief

X

Soortgroep

Vogels met een jaarrond beschermd nest*

HR

A/B

X X X X X X X

X X

Vleermuizen**

X

Bruinvis

X

Noordse woelmuis

X

Bunzing

X

Gewone zeehond

X

Haas

X

Hermelijn

X X

Amfibieën

Konijn Wezel Bergnachtorchis Schubvaren Rugstreeppad

Reptielen

Geen waarnemingen

Insecten - vlinders

Geen waarnemingen

Insecten - libellen

Geen waarnemingen

Vissen

Geen waarnemingen

Zoogdieren

Vaatplanten

X X X X

Overige soortgroepen Geen waarnemingen *Categorie 5: de afweging of er sprake is van een jaarrond beschermd nest uit categorie 5 wordt gemaakt bij de beschrijving van de resultaten van het terreinbezoek (paragraaf 4.2.2). **Vleermuizen: gewone dwergvleermuis, gewone grootoorvleermuis, rosse vleermuis, ruige dwergvleermuis en watervleermuis.

Blad 18 van 35

Natuurtoets hoogspanningsstation Zierikzee Veld- en bodemonderzoeken Netversterking Schouwen-Duiveland projectnummer 0476754 18 juli 2023 revisie 1.0 TenneT TSO B.V.

4.2.2

Resultaten terreinbezoek - ecologische bevindingen Op basis van het bureauonderzoek en de terreinbezoeken wordt per soortgroep ingegaan op de eventuele (kans op) aanwezigheid van beschermde soorten in het plangebied. Afbakening relevante soorten Doordat het plangebied volledig voor agrarisch gebruik is ingericht, geen bomen binnen het plangebied staan en op meer dan 500 meter van groot open water afligt, zijn niet alle biotoopkritische (sub)soortgroepen relevant. Zo zijn er onder andere op basis van het terreinbezoek geen effecten (overtredingen van verbodsbepalingen uit de Wnb) aan de orde op de beschermde (sub)soortgroepen: zeezoogdieren, reptielen, vissen, vlinders, libellen en overige soortgroepen. De overige soortgroepen worden hierna beschreven: vogels, vleermuizen, (land)zoogdieren (haas, wezel, hermelijn, bunzing, noordse woelmuis en konijn) amfibieën (rugstreeppad) en vaatplanten (schubvaren en bergnachtorchis). Vogels Soorten met jaarrond beschermd nest (categorie 1 t/m 4) Zoals eerder aangegeven zijn er een aantal vogelsoorten waarvan de broedplaatsen jaarrond beschermd zijn en waar bij verwijdering of aantasting van de vaste rust- en verblijfplaats altijd een ontheffing moet worden aangevraagd. Dit zijn de zogenoemde categorie 1 tot en met 4vogelsoorten. Uit de bureaustudie komen meerdere vogelsoorten met een jaarrond beschermd nest naar voren.

Deze worden hieronder nader toegelicht. Boom-bewonende soorten Boomvalk, buizerd, havik, ooievaar, ransuil, sperwer en wespendief. Bovengenoemde soorten worden in de NDFF weergegeven als zijnde waargenomen in de omgeving van het plangebied. Op basis van de bevindingen van het bureauonderzoek en het terreinbezoek is beoordeeld of de aanwezige biotopen voldoen aan de eisen van deze soorten. De genoemde soorten bouwen hun nest vooral in grote bomen, artificiële nestgelegenheden of maken gebruik van een bestaand nest van bijvoorbeeld zwarte kraai of ekster. Op het terrein zijn geen bomen aanwezig. Daarnaast zijn in de bomen rondom het plangebied geen mogelijke jaarrond beschermde nesten waargenomen. De aanwezigheid van jaarrond beschermde nesten van boom-bewonende vogelsoorten binnen de invloedsfeer van de voorgenomen werkzaamheden kan worden uitgesloten. Gebouw-bewonende vogels Gierzwaluw en huismus. De huismus en gierzwaluw zijn soorten die voornamelijk in gebouwen broeden. De nesten worden meestal onder dakpannen of daklijsten (BIJ12, 2017a) aangetroffen. De gierzwaluw nestelt in (hoge) bebouwing in donkere holtes in ventilatieschachten, spleten in muren, onder dakpannen en in kerktorens (BIJ12, 2017b). Er bevinden zich geen gebouwen in het plangebied. Effecten op nestplaatsen van gierzwaluw en huismus kunnen hierdoor worden uitgesloten.

Ten noorden van het plangebied zijn op 50 meter afstand van het plangebied wel huismussen waargenomen. Deze broeden in de schuur aan de overkant van het Groene Weegje. Daarnaast zijn ze foeragerend waargenomen in de tuin van de boerderij aan de noordzijde van het plangebied. Het intensief agrarische karakter van het plangebied dient niet als leefgebied voor de huismus. Voor zover bekend word de boerderij binnen het plangebied niet aangetast ten gevolge van het plan. Er treden geen effecten op essentieel leefgebied (tuinen en boerderij) van de huismus aangezien de tuin en hagen niet worden aangetast ten gevolge van het plan. Figuur 4.2 geeft de locatie van het leefgebied van de huismus weer nabij het plangebied.

Blad 19 van 35

Natuurtoets hoogspanningsstation Zierikzee Veld- en bodemonderzoeken Netversterking Schouwen-Duiveland projectnummer 0476754 18 juli 2023 revisie 1.0 TenneT TSO B.V.

Figuur 4.2: Het leefgebied van de huismus nabij het plangebied.

Kerkuil De kerkuil broedt in Nederland veelal in nestkasten en incidenteel in boomholten. De kerkuil is een bewoner van (half)open landschappen zoals agrarisch gebied. Aangezien binnen het plangebied geen nestkasten of boomholtes zijn waargenomen, kan het voorkomen van jaarrond beschermde nesten van de kerkuil in het plangebied worden uitgesloten. Het voornemen heeft geen invloed op de geschiktheid van het gebied van de kerkuil doordat het merendeel van de polder intact blijft. Daarnaast is er in de directe omgeving geschikter alternatieve foerageergebied aanwezig voor de kerkuil. Er wordt verwacht dat de met kruiden begroeide dijken en bermen ten oosten van het plangebied meer prooi aanbod heeft voor de kerkuil, vergeleken met de intensief beheerde akkers binnen het plangebied. Voor zover bekend word de boerderij binnen het plangebied niet aangetast ten gevolge van het plan. Negatieve effecten op jaarrond beschermde nesten van de kerkuil kunnen worden uitgesloten. Slechtvalk De slechtvalk heeft als natuurlijke broedplaatsen rotswanden, kliffen en in mindere mate boomnesten. Het is een vogel van open agrarische gebieden, half beboste landschappen tot en met steden waar een groot prooiaanbod aanwezig is en voldoende hoge gebouwen. Ten tijde van het terreinbezoek is de slechtvalk niet waargenomen. Er zijn geen nesten of nestkasten aangetroffen in de hoogspanningsmasten.

In de omgeving is voldoende en beter alternatief biotoop aanwezig voor de slechtvalk. Voorkomen van een jaarrond beschermd nest van deze soort in de plangebieden kan worden uitgesloten. Overige soorten Grote gele kwikstaart De grote gele kwikstaart broedt en foerageert vrijwel uitsluitend aan de oevers van beken en rivieren, liefst met loofbos of loofbomen omzoomd. In het plangebied zijn dergelijke biotopen niet aanwezig. Hiermee is het voorkomen van jaarrond beschermde nesten van de grote gele kwikstaart uitgesloten.

Blad 20 van 35

Natuurtoets hoogspanningsstation Zierikzee Veld- en bodemonderzoeken Netversterking Schouwen-Duiveland projectnummer 0476754 18 juli 2023 revisie 1.0 TenneT TSO B.V.

Steenuil De steenuil komt veelal voor in kleinschalige cultuurlandschappen met een variatie aan houtwallen, heggen, weitjes en knoestige bomen. In het plangebied zijn dergelijke biotopen niet aanwezig. Deze soort maakt zijn nesten voornamelijk in oude bomen, schuren of nestkasten. Er zijn tijdens het terreinbezoek geen nesten of nestkasten waargenomen. Voor zover wordt de boerderij niet aangetast ten gevolge van het plan. Jaarrond beschermde nesten van de steenuil kunnen dan ook worden uitgesloten door de afwezigheid van geschikt broedbiotoop. Categorie 5-soorten Daarnaast zijn er categorie 5-vogelsoorten, waarvan de nesten alleen jaarrond zijn beschermd als zwaarwegende feiten of ecologische omstandigheden dat rechtvaardigen. Dit laatste is op het plangebied niet van toepassing. Er zijn geen categorie 5 soorten te verwachten die zeldzaam zijn in de omgeving of onvoldoende nestgelegenheden hebben in de omgeving. Derhalve zijn er geen zwaarwegende feiten of ecologische omstandigheden die jaarronde bescherming rechtvaardigen. Algemene vogelsoorten (artikel 3.1 en 3.5) Het plangebied is geschikt voor algemeen voorkomende broedvogels. Zo zijn tijdens het terreinbezoek meerdere broedende kieviten waargenomen binnen het plangebied. Daarnaast zijn er scholeksters, graspiepers, kokmeeuwen en zilvermeeuwen waargenomen op de akkers binnen het plangebied.

Met name de oever- en bermvegetatie kan dienen als geschikte broedlocaties voor graspiepers. Hier zal tijdens de werkzaamheden in het broedseizoen rekening mee moeten worden gehouden. In hoofdstuk 5 wordt nader op algemene vogelsoorten ingegaan. Zoogdieren De soortengroep zoogdieren is in drie groepen verdeeld, te weten vleermuizen, zeezoogdieren en landzoogdieren. Zeezoogdieren kunnen in verband met de ligging van de plangebieden worden uitgesloten. Vleermuizen en landzoogdieren zullen hieronder worden toegelicht. Vleermuizen Uit de soortengroep vleermuizen komen in de bureaustudie de volgende vleermuissoorten naar voren: gewone dwergvleermuis, gewone grootoorvleermuis, rosse vleermuis, ruige dwergvleermuis en watervleermuis. Vaste rust- en verblijfplaatsen In het voorliggende plangebied zijn geen gebouwen met ruimtes, kieren en betimmeringen of bomen met holtes en/of scheuren aanwezig die geschikt zijn als vaste rust- en verblijfplaatsen voor vleermuizen. Ook vinden er geen werkzaamheden plaats in of nabij (grote) bomen en/of gebouwen. Verblijfplaatsen van zowel gebouw-bewonende als boom-bewonende vleermuissoorten kunnen worden uitgesloten. Vliegroutes De watergangen nabij en binnen het plangebied en de bomenrij/hagen (Straalweg) naast het plangebied zijn doorlopende lijnvormige elementen die potentieel gebruikt kunnen worden als vliegroutes voor vleermuizen.

Foerageergebieden Doordat het plangebied een ruime open polder bevat en er geen luwten aanwezig zijn, wordt de aanwezigheid van essentiële foerageergebieden binnen het plangebied onwaarschijnlijk geacht. De aan het plangebied grenzende watergang (Straalweg) met bomenrij/hagen kan mogelijk wel dienen als foerageergebied. De gewone dwergvleermuizen foerageert bijvoorbeeld in tuinen,

Blad 21 van 35

Natuurtoets hoogspanningsstation Zierikzee Veld- en bodemonderzoeken Netversterking Schouwen-Duiveland projectnummer 0476754 18 juli 2023 revisie 1.0 TenneT TSO B.V.

parken, landgoederen, langs lanen, bomenrijen, houtwallen, dijken met beplanting, bosranden, begraafplaatsen, beschutte vijvers en watergangen (BIJ12, 2017c). Hierdoor kunnen effecten van het plan op vliegroutes en foerageergebieden niet worden uitgesloten. Op gevolgen van de voornemens op vleermuizen wordt in Hoofdstuk 5 nader ingegaan. Overige zoogdieren Wezel Wezels leven bij voorkeur in open, droge natuur- en cultuurlandschap maar ook in bossen, duinen en wei- en akkerland. Er is één waarneming gedaan van de wezel op 1,3 kilometer afstand van het plangebied. Daarnaast zijn er geen holtes of potentiële verblijfplaatsen waargenomen binnen het plangebied en is er maar één sloot met afgemaaide slootkanten aanwezig binnen het plangebied, waardoor er ook weinig schuil mogelijkheden aanwezig zijn. Hierdoor wordt het plangebied niet als geschikt leefgebied geacht voor de wezel. Effecten van het planvoornemen op de wezel kunnen worden uitgesloten. Hermelijn De hermelijn komt in verschillende habitats voor. Dit zijn onder andere open plekken, bossen, houtwallen, duinen en akkers. Vergeleken met de wezel heeft de hermelijn een voorkeur aan meer vochtigere terreinen. De enige voorwaarde is dat er voldoende dekking en voedsel aanwezig is. De hermelijn leeft in een hol en verplaats zich voornamelijk langs lijnvormige elementen die dekking bieden zoals heggen, muurtjes en oeverlijnen.

Aangezien het plangebied zeer schaars is wat betreft dekking en de waterwegen dat bovendien regelmaat gemaaid/geploegd worden, is het geen ideaal biotoop voor de hermelijn. Daarbij zijn er geen in gebruik zijnde holen in het plangebied waargenomen en is er maar één waarneming bekend op een afstand van 1,4 kilometer van de hermelijn. Effecten op essentieel leefgebied voor de hermelijn kan worden uitgesloten. Bunzing De bunzing heeft een voorkeur voor kleinschalig landschap met houtwallen, greppels en sloten met overhangende vegetatie, ook dorpen en buitenwijken van steden vormen geschikt leefgebied. De bunzing is in de afgelopen 10 jaar waargenomen nabij het plangebied. De waarnemingen zijn gedaan in een bosschage op 1 kilometer ten noorden van het plangebied. Binnen het plangebied bevindt geen ideaal biotoop. Zo zijn er geen houtwallen of sloten met overhangende vegetatie aanwezig. Ook is de greppel met groenstrook volledig versnipperd van omliggende gebieden met dekking. Hierdoor kan essentieel leefgebied voor de bunzing worden uitgesloten van het plangebied. Kleine marterachtigen (wezel, hermelijn en bunzing) kunnen de sloot mogelijk gebruiken om de polder over te steken als migratieroute.

Echter wordt niet verwacht dat het verleggen van de sloot gevolgen zal hebben op het essentiële leefgebied van deze soorten aangezien er meerdere sloten en polders aanwezig zijn in de directe omgeving. Daarnaast biedt de sloot zelf geen dekking, waardoor het waarschijnlijker wordt geacht dat deze soorten een voorkeur zullen hebben voor bermen/dijken en groenstroken langs het plangebied. De rommelhoek en boerderij met hagen binnen het plangebied kan mogelijk wel leefgebied vormen voor kleine marterachtigen. Gevolgen op kleine marterachtigen worden behandeld in hoofdstuk 5.

Blad 22 van 35

Natuurtoets hoogspanningsstation Zierikzee Veld- en bodemonderzoeken Netversterking Schouwen-Duiveland projectnummer 0476754 18 juli 2023 revisie 1.0 TenneT TSO B.V.

Haas De status van de haas is sinds 3 november 2020 op de geactualiseerde Rode Lijst Zoogdieren gewijzigd naar ‘’gevoelig’’. Als reactie hierop heeft de provincie Zeeleand de vrijstelling op de haas laten vervallen, waarna deze beschermd is onder de Wet natuurbescherming. De haas heeft een voorkeur voor kleinschalig gras- en bouwland, open veld als akkers en weilanden maar komt ook wel voor in open bos, heide en kwelders. De haas is in de afgelopen 5 jaar waargenomen rondom het plangebied en door onze ecologen ook binnen het plangebied. Daarnaast voldoet het plangebied aan de biotoopeisen van de haas. Daarom kan essentieel leefgebied van de haas niet worden uitgesloten van het plangebied. Gevolgen van het plan op de haas worden besproken in hoofdstuk 5. Konijn Konijnen leven in holen en hebben daarom een voorkeur voor zandige bodems waarin het makkelijk graven is. Ze prefereren halfopen landschappen zoals perken, tuinen en bosranden en mijden vochtige terreinen zoals moeras en veen of zware klei, omdat ze daarin geen holen kunnen graven. Binnen het plangebied zijn konijnen waargenomen. Daarnaast zijn burchten in de haagstructuur ten westen van het plangebied waargenomen, zie figuur 4.3.

Figuur 4.3. leefgebied van konijnen in de haag ten westen van het plangebied.

Gevolgen van het plan op konijnen worden besproken in hoofdstuk 5. Noordse woelmuis De noordse woelmuis leeft in hoge vegetaties met vooral grasachtige planten. In gebieden waar andere woelmuizen voorkomen leeft de soort veel in natte terreinen, zoals rietland, moeras, zeer extensief gebruikte weilanden, drassige hooilanden, vochtige duinvalleien en periodiek overstroomde terreinen. De noordse woelmuis kan goed eilandjes bereiken, waar hij dan vaak als enige woelmuis voorkomt. De soort is gevoelig voor concurrentie met andere woelmuizen (Zoogdierenvereniging, 2021). Aangezien het plangebied bestaat uit intensief beheerd poldergebied met weinig natuurlijke vegetatie, bevindt er zich geen geschikt habitat binnen het

Blad 23 van 35

Natuurtoets hoogspanningsstation Zierikzee Veld- en bodemonderzoeken Netversterking Schouwen-Duiveland projectnummer 0476754 18 juli 2023 revisie 1.0 TenneT TSO B.V.

plangebied. Hierdoor kan het voorkomen van de noordse woelmuis worden uitgesloten binnen het plangebied. Amfibieën Rugstreeppad Er zijn in het verleden rugstreeppadden binnen het plangebied waargenomen. Deze soort komt voor in de duinen tot en met de zeereep, het rivierengebied en delen van de polders. De soort is zeer mobiel en kan grote afstanden afleggen (Ravon, 2021). Rommelige hoeken op de terreinen nabij de boerderijen kunnen gebruikt geworden als schuilplaatsen door deze soort. Daarnaast kunnen de plassen en sloten binnen het plangebied gebruikt worden als voortplantingswateren. Doordat het plangebied voldoet aan de habitateisen en er waarnemingen van de rugstreeppad zijn gedaan nabij het plangebied, kunnen negatieve effecten op de rugstreeppad niet worden uitgesloten. Effecten van het plan op het leefgebied van de rugstreeppad worden behandeld in hoofdstuk 5. Vaatplanten Bergnachtorchis De bergnachtorchis groeit op zonnige tot licht beschaduwde, droge tot matig vochtige, vrij voedselarme tot voedselrijke, zwak basische tot kalkrijke, meestal humeuze, gevarieerde bodems. Ze groeit in lichte loof- en naaldbossen, in hakhout en struwelen, in boszomen, in heiden en borstelgraslanden. Het poldergebied voldoet niet aan de biotoopeisen van de bergnachtorchis. Hierdoor wordt aanwezigheid van deze soort uitgesloten binnen het plangebied.

Schubvaren De schubvaren groeit met name op rotsen (vooral op kalksteen), in rotsspleten, op oude muren en op puinhellingen. Binnen het gebied zijn dergelijke biotopen niet aanwezig, waardoor de aanwezigheid van schubvaren kan worden uitgesloten.

Blad 24 van 35

Natuurtoets hoogspanningsstation Zierikzee Veld- en bodemonderzoeken Netversterking Schouwen-Duiveland projectnummer 0476754 18 juli 2023 revisie 1.0 TenneT TSO B.V.

4.2.3

Samenvatting beschermde soorten Uit het terreinbezoek is gebleken dat de soorten weergegeven in Tabel 4.2 en die een beschermde status hebben in de Wet natuurbescherming mogelijk voor kunnen komen in het plangebied. In hoofdstuk 5 wordt nader op deze soorten in gegaan. Tabel 4.2: Mogelijk aanwezige beschermde soorten in het plangebied.

Soort

Algemene broedvogels

Vleermuizen

Beschermingsregime

Artikel 3.1

Artikel 3.4

Aanwezigheid

Toelichting

Aanwezig

In de groenstrook is een nest waargenomen van waarschijnlijk houtduif. Daarnaast zijn er broedende kieviten waargenomen in het plangebied.

Mogelijk

De bomenrij en watergang ten westen van het plangebied kunnen dienen als vliegroute en foerageergebied voor vleermuizen.

Rugstreeppad

Artikel 3.5

Mogelijk

Binnen het plangebied bevinden mogelijk schuilplekken en voortplantingswateren voor de rugstreeppad.

Haas

Artikel 3.10

Ja

Plangebied voldoet aan de biotoopeisen van de haas waarbij deze reeds is waargenomen

Konijn

Artikel 3.10

Ja

Plangebied voldoet aan de biotoopeisen van de konijn waarbij deze reeds is waargenomen.

Kleine marterachtigen

Artikel 3.10

Mogelijk

Rommelhoeken en boerderij binnen het plangebied voldoen aan de habitateisen.

4.3

Beschermde gebieden

4.3.1

Natura 2000-gebieden Het plangebied maak geen onderdeel uit van een Natura 2000-gebied. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied ligt op circa 500 meter afstand (zie 4.4). Het betreft het Natura 2000-gebied de Oosterschelde. Daarnaast is op circa 6,2 kilometer afstand het Natura 2000-gebied Grevelingen gelegen. Het Natura 2000-gebied de Oosterschelde valt onder de vogelrichtlijn voor broedvogels als: bruine kiekendief, kluut, bontbekplevier, strandplevier, grote stern, visdief, noordse stern en dwergstern. Daarnaast dient het als leefgebied voor niet-broedvogels als bijvoorbeeld ganzen en eenden.

Blad 25 van 35

Natuurtoets hoogspanningsstation Zierikzee Veld- en bodemonderzoeken Netversterking Schouwen-Duiveland projectnummer 0476754 18 juli 2023 revisie 1.0 TenneT TSO B.V.

Het Natura 2000-gebied Oosterschelde is aangewezen als Habitat- en Vogelrichtlijngebied en herbergt een aantal habitattypen die gevoelig zijn voor stikstofdepositie, waaronder: zilte pionier begroeiing, slijkgrasvelden, schorre en zilte graslanden, grijze duinen, duindoornstruwelen, overgangs- en trilvenen en galigaanmoerassen. Het Natura 2000-gebied Grevelingen is aangewezen als Habitat- en Vogelrichtlijngebied. Het gebied is aangewezen als habitatrichtlijngebied voor habitattypen als: zilte pionier begroeiingen, zilte pionier begroeiingen, schorren en zilte graslanden, grijze duinen, duindoornstruwelen, kruipwilgstruwelen, vochtige duinvalleien en ruigten en zomen.

Figuur 4.4: Ligging van het plangebied t.o.v. nabijgelegen Natura 2000-gebieden, Bron: Openluchtfoto via Qgis.

Blad 26 van 35

Natuurtoets hoogspanningsstation Zierikzee Veld- en bodemonderzoeken Netversterking Schouwen-Duiveland projectnummer 0476754 18 juli 2023 revisie 1.0 TenneT TSO B.V.

4.3.2

Natuurnetwerk Zeeland Aan de hand van de kaartlagen Natura-2000 gebied en de Natuurlandschap: Natuurbeheerplaan 2022 kaart van Provincie Zeeland is bepaald dat er NNN (Natuur Netwerk Nederland, voorheen EHS) en Natura2000 gebied aanwezig zijn in de omgeving van het plangebied. Op ca. 10 meter ten oosten van het plangebied ligt een NNN-gebied. Op ca. 800 meter ten oosten van het plangebied ligt ook een NNN-gebied. De NNN-gebieden hebben onder meer natuurbeheertype N10.02 (Vochtig hooiland) en N12.02 (Kruiden- en faunarijk grasland). Figuur 4.5 geeft een overzicht van de NNN-gebieden in de omgeving van het toekomstige 150 kV/20 kV- station Zierikzee met ten zuiden het Natura-2000 gebied Oosterschelde. Het plangebied is met een zwart kader aangegeven (bron: Natuurbeheerplan 2023, provincie Zeeland)

Figuur 4.5: Ligging van het plangebied (rood omkaderd) ten opzichte van het Natuurnetwerk Zeeland, Bron: Aerius via Qgis.

Blad 27 van 35

Natuurtoets hoogspanningsstation Zierikzee Veld- en bodemonderzoeken Netversterking Schouwen-Duiveland projectnummer 0476754 18 juli 2023 revisie 1.0 TenneT TSO B.V.

5

Toetsing In paragraaf 5.1 is de effectbepaling van het plan gegeven. In paragraaf 5.2 worden de werkzaamheden getoetst aan de soortenbescherming (Wnb). Indien vervolgstappen aan de orde zijn, is dit aangeven in een tekstkader. In paragraaf 5.3 wordt het plan getoetst aan het beschermingsregime van het NNN-gebied en de Wet natuurbescherming (Wnb).

5.1

Effectbepaling plan De volgende biotopen worden beïnvloed door het voornemen: ➢ Een deel van het poldergebied wordt omgevormd tot een hoogspanningsstation. ➢ Een deel van de aanwezige oever- en bermvegetatie binnen het plangebied worden permanent verwijderd. ➢ De sloot ten midden van het plangebied wordt mogelijk gedempt waarna deze wordt omgelegd. ➢ Een gedeelte van de bodem van het plangebied wordt gedraineerd ten behoeve van het plan. De voorgenomen werkzaamheden waaronder transport van materiaal en materieel en andere bouwwerkzaamheden gaan gepaard met trilling en geluidsverstoring. Daarbij vindt tijdens de gebruikersfase een beperkte toename plaats van autoverkeer.

5.2

Toetsing effect op beschermde soorten Uit het terreinbezoek en uit de uitgevoerde bureaustudie is gebleken dat het plangebied een potentieel geschikt biotoop biedt voor broedvogels, vleermuizen, rugstreeppad, konijn en haas (zie tabel 4.2). Om deze reden is enkel op deze soortgroepen een potentieel effect aan de orde. De onderstaande effectbeoordeling richt zich alleen op deze soorten, overige beschermde soorten zijn uitgesloten en ondervinden geen effect van het voornemen.

5.2.1

Vogels Algemene broedvogels Binnen het plangebied wordt gebroed door (algemene) broedvogels. Met name de oever- en bermvegetatie en akkers zijn geschikt voor waargenomen soorten als kieviten en graspiepers. Alle in gebruik zijnde nesten van vogelsoorten zijn in Nederland beschermd onder de Wet natuurbescherming (artikel 3.1). Met de meeste broedvogels kan echter in het algemeen relatief eenvoudig rekening worden gehouden door eventuele werkzaamheden niet uit te voeren in de broedtijd (circa maart tot en met juli1) en indien concrete broedgevallen aanwezig zijn. Op deze wijze zijn met betrekking tot algemene broedvogels geen belemmeringen vanuit de Wet Natuurbescherming aan de orde. Indien het niet mogelijk is om buiten het broedseizoen om te werken dient het plangebied (locatie waar de werkzaamheden plaatsvinden) vóór het broedseizoen ongeschikt gemaakt te worden voor (broed)vogels (bijv. verwijderen van vegetatie of gericht verstoren). Mocht dit niet mogelijk zijn dan dienen de locaties waar gewerkt wordt voorafgaand aan de werkzaamheden gecontroleerd te worden op de aanwezigheid van broedvogels door een deskundig ecoloog.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14177776/1