1065099 Bijlage 2 Ruimtelijke onderbouwing herinrichting Kloosterweg
Tekst van het document
Soms moeten voetgangers gebruik maken van het fietspad vanwege het gebrek aan beschikbare ruimte.
UITGANGSPUNTEN VERKEERSVEILIGE KLOOSTERWEG
MAATVOERING EN MATERIALISATIE RIJBAAN
Doorgaand verkeer op de Kloosterweg heeft voorrang. Fietsers op het fietspad hebben altijd voorrang. De rijbaan krijgt een rijbaanbreedte van 5.5m. Het fietspad in twee richtingen wordt 3.5m breed. Het trottoir wordt maximaal 1.5m breed. De kruispunten worden verhoogd aangelegd in een afwijkende kleur en materiaal. Het toepassen van wegmarkering is hierbij niet noodzakelijk. Brommers maken gebruik van de rijbaan in de nieuwe situatie. Ten aanzien van groen dient een aantal bomen gekapt te worden. Dit is enerzijds noodzakelijk om het profiel mogelijk te maken, anderzijds omdat een aantal bomen een slechte kwaliteit heeft. Dit, samen met het nieuwe profiel, biedt mogelijkheden voor het versterken van groeiplaatsen van bomen die wel behouden blijven en in algemene zin versterking van de groenkwaliteit. Verderop in deze eindrapportage wordt een toelichting gegeven op het groenplan van de Kloosterweg.
De huidige ligging van de rijbaan blijft in de nieuwe situatie zoveel als mogelijk gehandhaafd. De rijbaanbreedte wisselt nu in breedte tussen 6.1m en 5.2m. In de nieuwe situatie wordt de wegbreedte binnen de bebouwde kom maximaal 5.5m breed. De wegbreedte buiten de bebouwde kom (tussen Maireweg en Badweg) blijft gehandhaafd zoals deze nu is. Langs de doorgaande rijbaan worden grasbetontegels gelegd. Grote voertuigcombinaties kunnen daardoor deels gebruik maken van de berm zonder schade aan de bermen of de weg te veroorzaken. Uit de resultaten van het nog lopende onderzoek naar de kwaliteit van de bestaande asfaltconstructie moet blijken of het vervangen van de deklaag of zelfs de gehele constructie noodzakelijk is. Het type asfalt voor een eventuele nieuwe deklaag of asfaltconstructie is daarom ook nog niet bepaald. Voorlopig uitgangspunt is dat kwaliteit van de bestaande asfaltconstructie van voldoende kwaliteit is. MAATVOERING EN MATERIALISATIE KRUISPUNTEN
Hierna volgt een nadere toelichting op de uitgangspunten voor het DO van de Kloosterweg.
5.5 meter
3.5 meter
1,5 meter
Nagenoeg alle kruispunten worden verruimd en voorzien van middengeleiders. Waar grote voertuigcombinaties op het kruispunt een afslaande beweging moeten maken worden middengeleiders overrijdbaar gemaakt. Waar dat niet noodzakelijk is worden middengeleiders met groen ingericht. De kruispunten worden voorzien van een betonnen elementenverharding met een afwijkende kleur. Deze verandering van materiaal en kleur heeft een hoge attentiewaarde. Dit vergroot de oplettendheid van alle weggebruikers. Ook is het noodzakelijk vanwege de ligging van kabels en leidingen een ‘open’ verharding, dus een elementenverharding aan te brengen. De plateaus worden verhoogd aangelegd. Deze verhogingen hebben een remmend effect. Het hoogteverschil tussen de rijbaan en het plateau wordt met een vloeiende overgang vormgegeven. Hierdoor kunnen voertuigen soepel het plateau op- en afrijden.
AFBEELDING 3 | DWARSPROFIEL
14
uitwerking voorkeursvariant tot definitief ontwerp MAATVOERING EN MATERIALISATIE FIETSPAD
MAATVOERING EN MATERIALISATIE VOETPAD
Het huidige fietspad is te smal voor de grote aantallen fietsers. Het fietspad wordt in de nieuwe situatie 3.5m breed. Voldoende breed om elkaar te kunnen passeren in tegengestelde richtingen. Een asmarkering scheidt de twee fietsrichtingen van elkaar. Het fietspad wordt aangelegd in betonplaten (zie foto ter illustratie). De betonplaten zorgen voor meer comfort dan de huidige verharding van betontegels. Vanwege de ligging van kabels en leidingen is het niet mogelijk een asfaltconstructie aan te brengen.
Langs een deel van de Kloosterweg ligt een voetpad in een tegelverharding. Op een aantal locaties langs de Kloosterweg mist er een voetpad. Ook in de nieuwe situatie kan het voorkomen dat voetgangers heel even gebruik moeten maken van het fietspad. Wel is er door de verbreding van het fietspad op deze plekken meer ruimte voor de gebruikers. Waar een voetpad te realiseren is, wordt deze uitgevoerd in een halfverharding (zie foto ter illustratie). Tussen het kruispunt met de Vroonweg en de Noordstraat blijft de bestaande tegelverharding gehandhaafd. De maatvoering van het voetpad varieert tussen 0.9m en 1.5m. Dit heeft te maken met het krappe profiel. Soms is het voetpad ingesloten tussen een waardevolle boom en een watergang. Waarbij dus een maximale beschikbare maat van 0.9m overblijft.
AFBEELDING 5 | REFERENTIEBEELD VOETPAD IN HALFVERHARDING AFBEELDING 4 | REFERENTIEBEELD TOEKOMSTIGE FIETSPAD
15
uitwerking voorkeursvariant tot definitief ontwerp COMPENSATIE GROEN De Kloosterweg doorkruist verschillende cultuurlandschappen en biedt een gevarieerde route voor wandelaars, fietsers en gemotoriseerd verkeer. Het behoud en versterken van de diversiteit en afwisseling van de aangrenzende gebieden is essentieel bij de herinrichting van de Kloosterweg. De nieuwe beplanting die wordt toegevoegd of ter compensatie wordt aangeplant voor het groen dat verdwijnt, wordt afgestemd op de bodemgesteldheid en de reeds aanwezige soorten in deze gebieden. Het groenplan is opgedeeld in drie deelgebieden, waarbij elk gebied zijn eigen landschapseigen beplanting kent. Van Nieuw-Haamstede naar Burgh-Haamstede gaat het om de volgende zones: AFBEELDING 9 | DEELGEBIEDEN BEPLANTINGSCONCEPT
Vroongronden Open ruimtes worden afgewisseld met boomgroepen en laag struweel met zichten over de open graslanden en naar de vuurtoren bij Nieuw-Haamstede. Het nieuwe rustpunt bij de kruising met de Maireweg is ook onderdeel van deze zone. Op deze plek worden veel nieuwe bomen en heester groepen aangeplant die zorgen voor aangename rugdekking bij de nieuwe zitbanken.
Bossen Bij het middengedeelte wordt de vaak al aanwezige bossfeer, met diverse inheemse bomen en schaduwrijke gebieden, versterkt. Door de nieuwe bomen dicht bij elkaar te planten en ruimte te laten voor spontane onderbegroeiing ontstaat een natuurlijk beeld.
Laan De laan langs het Slotbos wordt, op plekken waar verharding verdwijnt, aangevuld met nieuwe bomen. De kruising bij de Vroonweg vormt het beginpunt van de laan en wordt geaccentueerd met de toevoeging van enkele nieuwe bijzondere bomen met opvallende bloei en herfstkleur.
AFBEELDING 6 | VROONGRONDEN
AFBEELDING 7 | BOSSEN
AFBEELDING 8 | LAAN 16
uitwerking voorkeursvariant tot definitief ontwerp In alle drie de zones worden de bermen ingezaaid met bloemrijke grasmengsels die passen bij de meer open plekken en de meer schaduwrijke gebieden. Deze bloemenmengsels versterken niet alleen het landschappelijke karakter van de Kloosterweg, maar dragen ook bij aan de biodiversiteit. Bij de herinrichting is het uitgangspunt om zoveel mogelijk bestaande bomen te behouden door maatwerk toe te passen. Gezien de grote hoeveelheid aan bestaande waardevolle grote bomen is extra zorgvuldigheid geboden tijdens de uitvoering. Dit geldt zowel voor de ondergrondse als bovengrondse situatie. Tijdens de uitvoering moet regelmatig een groenopzichter/boomdeskundige aanwezig zijn om toezicht te houden en advies te geven. Mocht een boom tijdens de werkzaamheden onverhoopt toch niet behouden kunnen worden, dan moet deze gecompenseerd worden in de directe omgeving. Als dit niet mogelijk is, moet er een geschikte locatie elders worden gezocht.
17
AFBEELDING 10 | MIDDELHOOG BLOEMENMENGSEL VOOR ONDERBEGROEIING EN BOSZOMEN
AFBEELDING 11 | BLOEMRIJKE BERMEN
uitwerking voorkeursvariant tot definitief ontwerp
Deel 1
Deel 2
100 ‘SPECIALS’ Fietsoversteek Badweg Het kruispunt Badweg-Kloosterweg vormt op dit moment een knelpunt voor met name fietsers uit het noorden en westen. Fietsers steken schuin over op het kruispunt om het vrijliggende fietspad te bereiken. Dit is in combinatie met het vele autoverkeer geen veilige situatie.
Badweg 2.75 2.75
AFBEELDING 13 | ALTERNATIEF 2
5.00
3.00 3. 50
1.50
Mairew
eg
AFBEELDING 12 | ALTERNATIEF 1
3.00
Deel 3
1.50 3.50 3.00
Alternatief 2: Fietsrotonde. Bij deze oplossing is de kans aanzienlijk dat fietsers per ongeluk over de weg blijven fietsen richting de Kloosterweg-Oost. De verkeerssituatie wordt in Nederland nauwelijks toegepast. Daarnaast dient rekening gehouden te worden met grote hoeveelheden toeristen die minder ervaring hebben met deze fietsinfrastructuur. Daarom is niet voor deze oplossing gekozen.
5.25
Alternatief 1: Fietspad aansluiten op de Badweg. Het nadeel van deze oplossing is dat er veel overstekend en invoegend verkeer (fietsers en voetgangers) op relatief korte afstand van elkaar is. Dit in combinatie met een bocht geeft dit een onoverzichtelijke situatie voor zowel de automobilist als het langzaam verkeer (voetgangers en fietsers). Daarom is niet voor deze oplossing gekozen.
1.70
In het voortraject zijn alternatieven onderzocht en besproken met de werk- en projectgroep.
98
Middengeleider overrijdbaar
101
99 97 95
18
uitwerking voorkeursvariant tot definitief ontwerp We kozen er voor de fietsoversteek te projecteren in een rechtstand. Op deze manier hebben de fietsers op het tweerichtingsfietspad tijd en ruimte om over te steken.Met een opstelplaats in de middengeleider kunnen fietsers eventueel wachten en in twee stappen oversteken. Ook vanuit de automobilist is er goed zicht op deze fietsoversteek vanwege de rechtstand. Met ondersteunende bebording wordt de attentiewaarde van de fietsoversteek nog verder verhoogd.
ande verharding
Aansluiten op besta
2.06 0,5
d -Duivelan
0.75
ZONE
30
gem. Schouwen
G10 4.52
WV doorgetrokken (0,10)
GKK 4.38
4.46
RD-B 4.43
OB 150x250
4.35 nd n-Duivela
ZONE
30
gem. Schouwe
E02
3.0%
ZONE
60
Nieu Haamstw ede
TP
TP
4.60
WV doorgetrokke
n (0,10)
3.00
(0,1 ) -0
,5
(0,1 ) ,5 -0 0,5
RD-B
Nieu Haamstw ede
1.82
3.00
(0,1 )
TP
TP
0,5 -
0,5
0,5
-0
,5
(0,1
)
J37
fietsers op rijbaan
G12
B05
L305-A
L209a
erGrondwat ingsbeschermgebied
tie entie Attentprev Buur
GKK
ZONE
Asfalt
OB 150x250 0
R1.0
60
3.5%
0
Asfalt
R6.0
4.5%
G11
50
/220x2 RWS 110
C14
3.00
3.5%
B RD-
R10.00
(0,10) okken 5 R0.7 (0,10) okken orgetr WV do RD-B GKK 0x250 OB 15 orgetr
WV do
4.72
/220x250
RWS 110
4.68
RWS 110/220x250
R26.78
GKK
4.49 4.60 4.55 4.44
RD-B
1.06
0x250
OB 15
Asfalt
4.60 Asfalt
RWS 110/220x250
R33.22
0
G
4.00
200 100x 0 30x3 200 100x OB
R10.0
terGrondwa ingsbeschermgebied
4.64
OB
R30.00
L305-B
,5 (0,1)
TP 0,5-0
G
G09
30x30
2.50
1.30
R11.00 TP 0,3-2,7 (0,1)
TP doorgetrokken (0,10) 0
R1.0
4.34
4.47
AFBEELDING 14 | FIETSOVERSTEEK TER HOOGTE VAN DE BADWEG 19
uitwerking voorkeursvariant tot definitief ontwerp
Mairew
eg
Uitzichtpunt Maireweg Het huidige rustpunt oogt rommelig en is niet goed te onderhouden. Het rustpunt krijgt daarom een kwaliteitsimpuls. De bestaande begroeiing wordt verwijderd. Rondom dit rustpunt worden verlagingen in het maaiveld gemaakt waar overtollig water tijdelijk kan worden opgenomen en waar het langzaam de grond in trekt. Door deze verlagingen is het tevens niet meer mogelijk de auto langs dit rustpunt te parkeren. Met de vrijkomende grond wordt een verhoogde uitrustplek gemaakt. Op deze verhoging worden bankjes en een afvalbak geplaatst. Rondom het rustpunt worden nieuwe bomen en nieuw groen aangeplant. 4.32
Aansluiten op bestaande verharding
n nge . bre Aan e: n.t.b Typ
B06 4.40
1.50
A
4.42
ank
zitb
5.49
GKK
3.50
% 1.5
%
3.50
0,3-
2,7
4.27
)
5.00
4.32
OB 15
0
RD-B 0x25
0
4.63 4.68
4.41
WV
0,5-
0,5
OB
150 x25 0
inrit
0
(0,1
)
WV
do
or
(0,1
) WV
GKK B
0x2 50
inrit
inrit
OB 15
doo
rge
tro
ge
tr
kke
ok
ke
n
(0,
GK
K
10
B
)
n (0
,10)
4.5
7
4.4
9
4.4
3
4.3
5
AFBEELDING 15 | UITZICHTPUNT MAIREWEG LEGENDA 20
OB 100x200 OB 150x250
GB 50/200x250
Aanbrengen opsluitband Afm.: 100x200 / 150x250 mm Kleur: Grijs Aanbrengen geleideband
50
x2
OB
50
RD-B
0x25
0
x2
OB 15
R2.5
4.55 4.49
0
0
x25
150
50
4.41
0x25
-0,5
OB
0/20
GKK
OB
0,5
x2
GB 5
WV
150
4.55 4.49
OB
Grijs
A
1.5%
x25 0 150
B
OB
OB 150x250
GKK
4.58
0
0/20
0.0
GB 5
1.5%
R2.50
0x25
GKK
4.63 4.68
R4
50
5.0 0
4.58
/220x2
R3
RWS 110
De Dee el 3 l4
R2.50
RD-B
150
R10
(0,1
.00
.00
4.25
1.5
10-R 50
R2.50
n (0,10)
TP 4.32
1.5 %
4.45 OB 150x250
/220x2
BW4
WV do 1.5%
B04
ZONE
30
gem. Schouwen-Duiveland
Nieuw Haamstede
ZONE
RWS 110
10)
en (0, orgetrokk
GKK
4.45 60
G11
0 R10.0 3.00
RD-B
4.25 4.27
5.00
R22.00
GKK
G11
50
OB 150x2 4.60
3.00
ZONE
60
ZONE
30
gem. Schouwen-Duiveland
Nieuw Haamstede
E02
(0,1)
R50
5-0,5
3.50
2.5%
G09
G10
0.75
TP 0,
WV doorgetrokke
4.37
RD-B
weg
TP
) 0,3-2,7 (0,1
Maire
4.18
4.27
4.55
4.47
4.50
G07 2.0%
4.15
TP 0,5-0,5 (0,10)
TP 0,30-2,70 (0,10)
Aanbrengen thermoplast markering Lengtemarkering; 0,5-0,5 Aanbrengen thermoplast markering
150
D
T6.3 - Deel 8
Deel 7 Deel 8
5.20 g
Kloosterwe
G11
5.25 5.25
5.25 2.5%
BW410-R
5.34
5.34
3.50
10.0%
0x250
5.70
1.5%
OB 150x250
RD-B
GKK
RD-B
5.62
0
OB 15
5.62
5.61
D
GKK
OB 150x250 .00
R6
R8
.00
5.31
5.35
N
5.23
B06 5.27
5.77
GKK
2.33
5.54
OB 15
5.69
5.70
5.50
Kruispunt Vertonsweg Door ruimtegebrek en hoogteverschillen in de huidige situatie ontstaat er een onveilige situatie voor fietsers en voetgangers op deze locatie. Door de bestaande watergang te dempen ontstaat er meer ruimte voor een optimalisatie van dit kruispunt. Voor fietsers is er in de nieuwe situatie ruimte om op te stellen. Door het wegnemen van het hoogteverschil tussen rijbaan en fietspad kost het fietsers minder moeite het kruispunt over te steken. Tevens ontstaat er ruimte voor het aanleggen van een voetpad. Langs het nieuwe voetpad wordt een verlaging van het maaiveld gerealiseerd waar overtollig regenwater tijdelijk kan worden opgeslagen en waar het langzaam de grond in kan dringen.
Vertonsweg
uitwerking voorkeursvariant tot definitief ontwerp
AFBEELDING 16 | OPTIMALISATIE KRUISPUNT VERTONSWEGKLOOSTERWEG 21
Mai 4.32
Aansluiten op bestaande verharding
A
1.50
4.40 3.50 3.00
/220x2
50
x250
R37.01
R40.50 1.5%
OB
OB 15
RD-B 0
4.584.41
WV
A
OB 150x 250
0
0,5
R2.50
4.55 4.49
x250
GKK
0x25
4.50
4.58
4.63 4.68
WV
GB 50
/200
4.41
R50
.00
5.00
0
RD-B
/200
0x25
OB 150x250
4.27
)
Grijs
4.55 4.49
0
B
x25
1.5%
OB 150x250
0
0x25
(0,1
0x25
GB 50
0,5-
0,5
(0,1
GKK
OB 15
B
OB 150x250
B
inrit
OB 150x25
0
4.50 B04
GKK
inrit
4.42
inrit
inrit
inrit
59
OB 15 GKK
4.63 4.68
150
0
OB 15
GKK
inrit
inrit B
2,7
4.32
4.58
Asfalt
GKK
0,3-
1.5%
1.5%
50
x2
inrit
4.60
4.25
1.5
BW41 0-R
R
TP 0,3-2,7 (0,1)
4.56
Bijvoorbeeld ter hoogte van Kloosterendaele (50m) en tussen de Westerenbanweg en het Groenewoudswegje (250m).
%
3.50
RWS 110
TP 4.32
%
4.45 OB 150x250
0 10.0
R2.50
Inm aan en eting geef t AHN lijkt tehier geen ho veel af te ogtes wijken
4.27
1.5
5.00
R2.50
RD-B
4.25
1.5 %
G11
0 R10.0 R2.50
1.5% ZONE
60
50
Deel 9 Deel 10
ZONE
R22.00
1.5%
(0,1)
3.00
/220x2
ken (0,10)
GKK
B04
ZONE
30
4.49 4.52
3.50
2.5%
RWS 110
n (0,10)
rgetrokke
WV doo
4.45
4.53
4.50
G07 2.0%
E02
1.5%
2.5%
150 x2 50
OB
RD-B
GKK
WV doorgetrok
4.37
gem. Schouwen-Duiveland
0
OB 150x25
60
OB 150x
0.75
250
G09
inrit
250 OB 150x
150 x2 50
-0,5
0
Asfalt
TP 1,0-3,0 (0,1)
RD-B
G11
OB
TP 0,5
OB 150x25 4.60
4.48
Nieuw Haamstede
0x25
150
(0,1)
g
0 0x25 OB 15
0
OB 15
OB
GKK
TP 0,3-2,7
Maire we
J27
4.15
4.18
4.27
4.55
4.47
TP 1,0-3,0 (0,1)
4.47
4.40
ZONE
30
0x25
Asfalt
gem. Schouwen-Duiveland
OB 15
4.43
Nieuw Haamstede
GKK B Alternatieven wandelstructuur Op een aantal locaties blijft de beschikbare profielbreedte een GKK B uitdaging. Dit vormt met name een knelpunt voor voetganGKK gers. Met verschillende stakeholders (perceeleigenaren) zijn B gesprekken geweest om de mogelijkheden voor het verruimen van deGKKprofielbreedte te onderzoeken. Dit lijkt op een aantal B locaties realistisch. Op een aantal locaties gaat dat mogelijk GKK B niet lukken (zie afbeelding 17). Hier moeten de voetgangers gebruik maken van het fietspad.
G10
(0,1)
4.42
B06
uitwerking voorkeursvariant tot definitief ontwerp
AFBEELDING 17 | VOETGANGERS OP FIETSPAD T.H.V. KLOOSTERENDAELE LEGENDA
57
OB 100x200
48
OB 100x200
1.00
Aanbrengen thermoplast markering Lengtemarkering; 0,5-0,5
GB 50/200x250
Aanbrengen geleideband Afm.: 50/200x250 mm Kleur: Grijs
TP 0,30-2,70 (0,10)
Aanbrengen thermoplast markering Lengtemarkering; 0,30-2,70 Breedte; 0,10 m
RWS 110/220x250
Aanbrengen RWS-band Afm.: 110/220x250 mm Kleur: Grijs Banden uitgevoerd met luxovit toplaag
TP 1,0-3,0 (0,10)
Aanbrengen thermoplast markering Lengtemarkering; 1,0-3,0 Breedte; 0,10 m
1.50
2.5%
1.00
Aanbrengen halfverhardin Type: n.t.b.
Groen in bermen en midde
Plantvak met heesters
G
Aanbrengen betontegels Afm.: 300x300x80 mm Kleur: Grijs
Te kappen bomen vanwege nieuwe bovengrondse inrichting
Locatie inrit
N
Handhaven bestaande bomen
OVERZICHT 7
13
11-13
5 6
4 2
8
6 10
6 5
1
8
1
12
Kamperfoelieweg
42
7
3
3
4
8
Duinroosweg
5
6 7 8 9 100
3
Deel 10 Deel 11
Sleedoornlaan
102
11
7 2 2
13
4
104
106 1
108
2b
1 110
13 3 2a
Korenbloemlaan
5
112
3
7
2
8
1
7
Aanbrengen halfverharding Type: n.t.b.
4.49
4.53
OB02+OB503
101 99 98
97
95
89
Nieuw te platen bomen t.b.v. compensatie
Groen in bermen en middengeleiders 4.57
G11
4.45
Te kappen bomen vanwege Bomen Effect Analyse onderzoek
1a
Maireweg
Deel 5 Deel 6
1
6
2.0%
OB 150x250
G
10
85a
2
4
1
85:0067
85:0068
85:0065
85:0066
85:0063
85:0036
85:0053
85:0048
2.5%
Materiaalgrens
RD-B
Binnenduin
0 x25
R6
.00
Wadi
30x30
N
Grondlichaam .00
K
2.5%
10-L
150 OB
n Nieuw Leve Groenewoud
G
Locatie lichtmast (indicatief) definitieve locatie later te bepalen d.m.v. lichtberekening
85:0046
85:0042
85:0057
Hoogtelijn
Locatie inrit
85:0039
11
TP 0,3-2,7 (0,1)
inrit
4.58 OB 150x250
.45
B
85:00
Groenewoudswegje
85:0064
85:0038
0,5-0,5 (0,1)
OB
2a
12:0029
12
85:0058
Plantvak metTP heesters
0 x25 150
GKK
OB
4.53
10-L
1.5%
4.48
5.99
2.0%
OB 100x200
Aanbrengen betontegels Afm.: 300x300x80 mm Kleur: Grijs
Locatie lichtmast (indicati definitieve locatie later t lichtberekening
4.52
7 (0,1)
100x200
Bebouwing
12
1.5%
7.3.50 0%
OB 15
G
11
4.48 1.50
0x2
50
3.78 5.50
Aanbrengen betontegels Afm.: 300x300x45 mm Kleur: Grijs
14
TP 0,3-2,
2.0%
G
0.90
2.0% 2.0%
inrit OB 150x250
3.50
2.0%
B
30x30x8
inrit
Aanbrengen betontegels Afm.: 300x300x45 mm Kleur: Grijs
4.61
44
46
5.50
inrit
OB 150x
250
inrit
250 OB 150x 0 x25 OB
150
B05
4.38
Aanbrengen betonplaten in fietspad Afm.: n.t.b.
Perceelsgrens
Aanbrengen betonplaten in fietspad Afm.: n.t.b.
B06
4.38
Aanbrengen verharding in Type: n.t.b. Kleur: Grijs
Kloosterweg
4.45
Aanbrengen gebakken klin Keiformaat in keperverba Kleur: Rood/Bruin
G11
22
GKK
0 x25 150
4.20
RD-B
OB
0 0x25
B
OB 15
0 x25
150
GKK
GKK
Torenweg
OB
4.32
Aanbrengen gebakken klin Keiformaat in elleboogver Kleur: Bruin
30x30x8
4.46
3.95
B
Badweg
3.87
GKK
Torenweg
B
Aanbrengen grasbetonteg Afm.: 400x600x100 mm Kleur: Grijs
Asfalt
30x30
GKK
Aanbrengen asfaltverhard in rijbaan Asfaltopbouw: n.t.b.
Deel 4 Deel 5
TP 0,5-0,5 (0,10)
AFBEELDING 18 | ALTERNATIEF VOETPAD DOOR NATUURGEBIED
4.18
Aanbrengen RWS-band Afm.: 110/220x250 mm Kleur: Grijs Banden uitgevoerd met lu
30x30
4.40
4.50
4.45
RWS 110/220x250
TP 0,3-2,7 (0,1)
4.37
4.45
B
Aanbrengen geleideband Afm.: 50/200x250 mm Kleur: Grijs
Grijs
4.28
3.50
1.00
5.50
Asfalt
GKK
GB 50/200x250
Aanbrengen thermoplast markering Aanbrengen asfaltverharding Ook in de stappen richting een uitvoeringsontwerp komen TP doorgetrokken Lengtemarkering; doorgetrokken in rijbaan Breedte; 0,10 m n.t.b. waarschijnlijkAsfaltopbouw: knelpunten naar voren waarbij een alternatief grasbetontegels Aanbrengen wegenverf markering WV 0,5-0,5 (0,10) gezocht moetAanbrengen Voor deze locaties zijn 0,50-0,50 alternatieven in Lengtemarkering; Afm.:worden. 400x600x100 mm Breedte; 0,10 m Kleur: Grijs beeld gebracht een voorbeeld hiervan is het deel tussen KloosAanbrengen wegenverf markering Aanbrengen gebakken klinkers in inrit WV doorgetrokken (0,10) Lengtemarkering; doorgetrokken GKK B in elleboogverband Kloost terweg 98 enKeiformaat supermarkt de Spar (zie afbeelding 18). Wanneer erweg Breedte; 0,10 m Kleur: Bruin het gewensteAanbrengen voetpad kan worden, maken gebakken klinkersniet in plateau gerealiseerd Aanbrengen thermoplast markering GKK RD-B Keiformaat in keperverband Driehoekmarkering, blokmarkering Rood/Bruin voetgangers Kleur: gebruik van het bestaande fietspad of kunnen Aanbrengen drempelmarkering Aanbrengen verharding in middengeleiders gebruik maken van het alternatief dat door Betonklinkers het natuurgebied Type: n.t.b. Grijs Kleur: grijs, wit & zwart Kleur: Grijs loopt.
2.5%
3.50
50
Aanbrengen opsluitband Afm.: 100x200 / 150x250 mm Kleur: Grijs
OB 150x250
4.24
B
Aanbrengen opsluitband Afm.: 100x200 / 150x250 m Kleur: Grijs
LEGENDA
TP 0,3-2,7 (0,1)
GKK
OB 150x250
05 Vervolgproces
vervolgproces FINALE GESPREKKEN MET STAKEHOLDERS
DO TER BESLUITVORMING NAAR GEMEENTERAAD
OMGEVINGSVERGUNNING (UITGEBREID)
Uit gesprekken met verschillende stakeholders en uit de kadastrale check kwam naar voren dat er aanvullende afspraken gemaakt moeten worden om gronden te verwerven of in gebruik te mogen nemen. Dit om het gewenste profiel van de Kloosterweg te kunnen realiseren. De komende maanden worden benut om met de desbetreffende stakeholders overleg te voeren en de eerder gemaakte afspraken verder vorm te geven.
Het voorliggende DO wordt ter besluitvorming voorgelegd aan de gemeenteraad. Op 4 september wordt het DO op hoofdlijnen gepresenteerd aan de gemeenteraad. Vervolgens vindt besluitvorming plaats. Bij een akkoord op de plannen kan het vervolgproces aanvangen om uiteindelijk eind 2024 tot uitvoering over te gaan.
OPSTELLEN RUIMTELIJKE ONDERBOUWING
De gemeente Schouwen Duiveland is als wegbeheerder bevoegd een verkeersbesluit te nemen. Dit kan zijn voor het plaatsen, wijzigen of intrekken van bepaalde verkeerstekens of een bepaalde fysieke maatregel te treffen. Voor de reconstructie van de Kloosterweg dienen twee verkeersbesluiten genomen te worden. Die stellen we in de loop van 2023 op.
Met de uitgebreide omgevingsvergunning kan de ontwikkeling planologisch mogelijk worden gemaakt, hierbij hoeft er niet beoordeeld te worden of er wel of niet sprake is van een niet-ingrijpende herinrichting van het openbaar gebied. Het nadeel van de uitgebreide procedure ten opzichte van de reguliere procedure is de doorlooptijd. Ten opzichte van een bestemmingsplanprocedure is een uitgebreide procedure minder flexibel voor aanpassingen aan het ontwerp. Er is een definitief en concreet plan benodigd om de vergunning aan te kunnen vragen. Het is niet mogelijk om na vergunningverlening nog wijzigingen aan het ontwerp door te voeren die de vastgelegde plangrenzen overschrijden.
In de ruimtelijke onderbouwing wordt het project (huidige en toekomstige situatie) beschreven en getoetst aan het geldende beleid. Daarnaast moet de kwaliteit van de leefomgeving beschreven danwel onderzocht worden. Ook wordt hierbij ingegaan op de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid van het plan. Qua onderzoeken wordt een archeologisch onderzoek en een quickscan Wet natuurbescherming verwacht. Het plangebied heeft de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie – 6’, hierbij is archeologisch onderzoek benodigd bij grondroeringen met een oppervlakte groter dan 2.500 m2 en dieper dan 0,5 m. Er is sprake van grondroeringen van 6210 m2, archeologisch onderzoek is daarom benodigd. De nieuwe inrichting van de Kloosterweg kan effect hebben op beschermde gebieden en beschermde soorten (dieren en planten). Om het gewenste nieuwe profiel van de Kloosterweg te realiseren is het kappen van bomen noodzakelijk. Een quickscan Wet natuurbescherming is daarom benodigd.
VERKEERSBESLUITEN
Verkeersbesluit verlegging komgrens De fietsoversteek ter hoogte van het kruispunt met de Badweg ligt geprojecteerd waar nu een ‘buiten de kom’ situatie is. Het is wenselijk deze fietsoversteek binnen de bebouwde kom te leggen. Het verleggen van de komgrens is een besluit dat door de gemeenteraad genomen moet worden. Deze procedure wordt samen met de procedure verkeers-besluit verlaging snelheid opgestart. Verkeersbesluit verlaging snelheid bibeko en verhoging snelheid bubeko De Kloosterweg ligt nu (met uitzondering van het kruispunt met de Badweg) in een 50 km/h zone. Zowel binnen als buiten de bebouwde kom. Na de reconstructie van de Kloosterweg wordt het deel buiten de bebouwde kom ingesteld als 60km/h zone. Het deel dat binnen de bebouwde kom valt wordt ingesteld als 30km/h zone. Om deze aanpassing van de toegestane snelheid mogelijk te maken is een verkeersbesluit noodzakelijk.
24
06 Openstaande punten
openstaande punten VERLICHTINGSPLAN
UITKOMST ASFALTONDERZOEK
Door de verruiming van het fietspad en de kruispunten en het aanleggen van een voetpad staan de bestaande lichtmasten niet meer op de goede locatie. Na vaststelling van het DO dient er een nieuw verlichtingsplan voor de Kloosterweg uitgewerkt te worden. Onbekend is nog hoe de kwaliteit van de bestaande lichtmasten is en of deze allemaal hergebruikt kunnen worden.
Op dit moment wordt er een onderzoek uitgevoerd naar de kwaliteit van de huidige asfaltconstructie. Het onderzoek moet uitsluitsel geven over de restlevensduur van de asfaltconstructie. Na ontvangst van de resultaten wordt bepaald welke er onderhoudswerkzaamheden nodig zijn.
ONDERHOUD RIOLERING Op een aantal locaties dient onderhoud aan de riolering gepleegd te worden. De komende periode wordt verder onderzocht of er een grotere vervangingsopgave aan de riolering noodzakelijk is en of dit integraal met de werkzaamheden aan de Kloosterweg meegenomen kan worden. AANLEGGEN MIDDENSPANNING (STEDIN) Er vindt nog overleg plaats met DNWG over de aanleg van een nieuwe middenspanningskabel in het plangebied. Indien DNWG niet tijdig hun voorbereidende werkzaamheden kunnen afronden (en ze vooruitlopend op onze werkzaamheden niet tijdig gereed zijn met het leggen van de kabel), dan kan dit gevolgen hebben voor onze planning.
ALTERNATIEVEN WANDELSTRUCTUUR (OVEREENKOMSTEN GRONDGEBRUIK/RUIL) Op dit moment worden er nog verschillende afrondende gesprekken gevoerd om ruimte te zoeken voor het aanleggen van een volwaardig doorgaand voetpad. De haalbaarheid van deze alternatieven worden de komende periode bekend. Onder hoofdstuk 4 werd ook benoemd dat wordt gekeken naar alternatieve wandelstructuren wanneer de profielen niet toereikend zijn om een voetpad in te passen. EMISSIELOZE UITVOERING Een deel van de werkzaamheden dient emisseloos uitgevoerd te worden. Dit brengt naast een hoge kostenpost een andere uitdaging met zich mee. Er wordt nog niet op grote schaal gewerkt met materieel zonder uitstoot.
26
Omdat morgen mooier mag
Juust(e) gegevens: Goessestraatweg 17a 4421 AD Kapelle info@juust.nl +31 (0)113 40 50 51
Bijlage 3 Archeologisch onderzoek
Juust
66
Herinrichting Kloosterweg, Burgh-Haamstede
ARTEFACT! RAPPORT 815
Burgh-Haamstede Kloosterweg Gemeente Schouwen-Duiveland Archeologisch Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek door middel van verkennende boringen
M. van den Berg
Colofon Titel
Burgh-Haamstede Kloosterweg. Gemeente Schouwen-Duiveland. Archeologisch Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek door middel van verkennende boringen
Auteur(s)
M. van den Berg
Artefact rapport
815
Status rapport
Definitief Voorliggend rapport is beoordeeld en goedgekeurd door de bevoegde overheid.
Datum
16 oktober 2023
Projectcode
2023ART92
Projectleider veldwerk
Drs. J.E.M. Wattenberghe (Senior KNA Prospector)
Projectmedewerker(s)
Drs. F.G.R. D’hondt (Senior KNA Prospector)
ISSN
2213 7424
Autorisatie
Naam
Drs. F.G.R. D’hondt (Senior KNA Prospector)
Paraaf
Artefact! Advies en Onderzoek in Erfgoed B.V. Riemensstraat 9 4543 BW Zaamslag T 0115 851614 E info@artefact-info.nl W www.artefact-info.nl
© Artefact! Advies en Onderzoek in Erfgoed B.V., 2023 Artefact! Advies en Onderzoek in Erfgoed aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit het gebruik van de resultaten van dit onderzoek of de toepassing van het hierin verwoorde advies. Alle figuren zijn vervaardigd door de auteur(s) tenzij anders vermeld.
ARTEFAC T RAPPORT 815
BURGH-HAAMSTEDE KLOOSTERWEG
Inhoud Samenvatting .......................................................................................................................................... 4 Administratieve Gegevens.......................................................................................................................... 5
1
Inleiding ..................................................................................................................................... 7 1.1 Aanleiding van het onderzoek........................................................................................................7 1.2 Doel van het onderzoek en onderzoeksvragen................................................................................. 8 1.3 Wettelijk kader en beleid ............................................................................................................ 11 1.4 Plangebied en planvorming .........................................................................................................12
2
Archeologisch bureauonderzoek .............................................................................................. 14 2.1 Methoden ................................................................................................................................14 2.2 Landschap en geologie ............................................................................................................... 15 2.2.1
Landschappelijke ontwikkeling.........................................................................................15
2.2.2
Aardkundige waarden .................................................................................................... 21
2.3 Historie................................................................................................................................... 29 2.3.1
Historisch-geografische ontwikkeling ............................................................................... 29
2.3.2
Verstoringsgeschiedenis................................................................................................. 40
2.4 Archeologische waarden.............................................................................................................41 2.5 Bouw- en cultuurhistorische waarden........................................................................................... 46 2.6 Archeologisch verwachtingsmodel .............................................................................................. 49
3
Inventariserend veldonderzoek ................................................................................................ 53 3.1 Methoden ................................................................................................................................ 53 3.2 Geologie en bodem....................................................................................................................56 3.3 Archeologie .............................................................................................................................. 57
4
Conclusie en Advies.................................................................................................................. 59 4.1 Conclusie: beantwoording onderzoeksvragen.................................................................................59 4.2 Advies .................................................................................................................................... 60
Lijst met figuren ..................................................................................................................................... 62 Bronnen ................................................................................................................................................ 64
Bijlage 1
AMZ-cyclus
Bijlage 2
Verklarende woordenlijst en afkortingen
Bijlage 3
Tijdstabel
Bijlage 4
Planvorming
Bijlage 5
Boorstaten
3
ARTEFAC T RAPPORT 815
BURGH-HAAMSTEDE KLOOSTERWEG
Samenvatting De opdrachtgever heeft het voornemen om de verkeersveiligheid van de Kloosterweg tussen Haamstede en Nieuw‐ Haamstede (gemeente Schouwen-Duiveland) te verbeteren. Hiertoe wordt de weg opnieuw ingericht. In het kader van de hiertoe benodigde omgevingsvergunning heeft Artefact! Advies en Onderzoek in Erfgoed een archeologisch bureauonderzoek en een inventariserend veldonderzoek door middel van verkennende boringen uitgevoerd. Ten behoeve van het grootste deel van de werkzaamheden zal niet dieper worden ontgraven dan 0,50 m -mv (meter beneden maaiveld); op negen tracédelen zal echter tot 0,75 m -mv worden ontgraven. In het kader van het bureauonderzoek werd een groot aantal bronnen bestudeerd, hetgeen heeft geleid tot een gespecificeerd verwachtingsmodel voor het plangebied. Dit model is vervolgens getoetst door het uitvoeren van een verkennend booronderzoek. Dit booronderzoek is uitgevoerd op de tracédelen waar dieper dan 0,50 m -mv zal worden ontgraven. Op basis van de resultaten van dit onderzoek kan het volgende worden gesteld: ⎯ In het plangebied zijn in elk geval tot 1,30 m -mv Oude Duinafzettingen van het Laagpakket van Schoorl aanwezig. ⎯ In het Laagpakket van School zijn in enkele boringen restanten van een mogelijk oud wegdek en van vermoedelijke sloten aangetroffen, waarvan laatstgenoemde met archeologische indicatoren.
⎯ Duidelijke aanwijzingen voor een archeologische vindplaats zijn niet vastgesteld. ⎯ De mate van verstoring is in het plangebied vrij hoog, als gevolg van de inrichting als weg en de aanwezigheid van veel kabels en leidingen. ⎯ De archeologische verwachting binnen het Laagpakket van Schoorl kan tot een diepte van 1,30 m -mv worden bijgesteld naar laag. Op grotere diepten blijven (middel)hoge verwachtingen geldend voor het Neolithicum t/m de Middeleeuwen (Laagpakket van Wormer en/of Zandvoort, Hollandveen Laagpakket, Laagpakket van Walcheren, Laagpakket van Schoorl). Ten aanzien van de huidige planvorming wordt het volgende geadviseerd: ⎯ Aangezien tot 1,30 m -mv valt uit te gaan van een lage archeologische verwachting, wordt niet verwacht dat de huidige planvorming (ontgravingen tot maximaal 0,75 m -mv) een bedreiging vormt voor eventueel aanwezige archeologische waarden. ⎯ Vervolgonderzoek wordt zodoende niet noodzakelijk geacht ten aanzien van de huidige planvorming. Bij eventuele toekomstige planvorming kan archeologisch vervolgonderzoek echter alsnog noodzakelijk worden geacht. Indien tijdens de werkzaamheden toch relevante archeologische vindplaatsen aan het licht komen, ondanks het feit dat geen vervolgonderzoek was aanbevolen, geldt een wettelijke meldingsplicht op grond van artikel 5.10 van de Erfgoedwet (2016).
4
ARTEFAC T RAPPORT 815
BURGH-HAAMSTEDE KLOOSTERWEG
Administratieve Gegevens Projectnaam
Burgh-Haamstede Kloosterweg
Onderzoeksvorm
Archeologisch Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek door middel van verkennende boringen
LOCATIE Provincie
Zeeland
Gemeente
Schouwen-Duiveland
Plaats
Burgh-Haamstede
Adres / Locatie
Kloosterweg
Coördinaten uiteinden
N 39.385 / 415.250
Centrumcoördinaat
40.371 / 414.602
Kaartblad
64G
Kadastraal perceel
Gemeente Westerschouwen, Sectie F, (delen van) Perceel 1515, 1496, 815, 2044; Sectie C, (deel van) Perceel 2027
Lengte tracé
2.521 m
Onderzoeksgebied booronderzoek
9 afzonderlijke tracédelen, totale lengte: 800 m
Vigerende bestemmingsplan
Burgh‐Haamstede (2016) / Kop van Schouwen (2013); dubbelbestemming WA-6 (2.500 m2 en 0,50 m -mv)
Z 41.206 / 413.727
BEKENDE WAARDEN Gemeentelijke status
Onderzoeksgebied A (hoge of middelhoge verwachting)
AMK status
Geen
Archis vondstlocatie
Geen
Zeeuws Archeologisch Depot
Geen (mail helpdesk ZAD, 24 augustus 2023)
OPDRACHTGEVER Naam
Juust
Contactpersoon
Dhr. R. Lobbezoo
Adres
Goessestraatweg 17a, 4421 AD Kapelle
Telefoon
06 57081563
Raoul@juust.nl
5
ARTEFAC T RAPPORT 815
BURGH-HAAMSTEDE KLOOSTERWEG
BEVOEGDE OVERHEID Naam
Gemeente Schouwen-Duiveland
Contactpersoon
Dhr. J. Dirksen
Adres
Postbus 5555, 4300 JA Zierikzee
Telefoon
0111 452000
Jeroen.Dirksen@schouwen‐duiveland.nl
ADVISEUR BEVOEGDE OVERHEID Naam
Gemeente Schouwen-Duiveland
Contactpersoon
Dhr. G.P.A. Besuijen
Adres
Postbus 5555, 4300 JA Zierikzee
Telefoon
0111 452000
Guus.Besuijen@schouwen‐duiveland.nl
BEHEER EN PLAATS DOCUMENTATIE EN VONDSTEN Naam
Zeeuws Archeologisch Depot
Contactpersoon
dhr. J.J. H. van den Berg
Adres Telefoon
Looierssingel 2, 4331 NK Middelburg Postbus 49, 4330 AA Middelburg 0118 670618
jjh.vanden.berg@erfgoedzeeland.nl
E-depot
EDNA (E-Depot Nederlandse archeologie via www.easy.dans.knaw.nl)
UITVOERDER Naam
Artefact! Advies en Onderzoek in Erfgoed
Contactpersoon
dhr. J.E.M. Wattenberghe
Adres
Riemensstraat 9, 4543 BW Zaamslag
Telefoon
0115 851614
janwattenberghe@artefact-info.nl
Certificaat
ARC-010/2 - BRL4000 SIKB: protocollen 4002, 4003 en 4004
ONDERZOEKSGEGEVENS Planologische aanleiding
Ruimtelijke onderbouwing
Begin/einddatum veldwerk
2 oktober 2023
Projectnummer Artefact
2023ART92
Archis onderzoeksmelding
5453482100
Vindplaats(en)
-
6
ARTEFAC T RAPPORT 815
BURGH-HAAMSTEDE KLOOSTERWEG
1
Inleiding
1.1
Aanleiding van het onderzoek
In opdracht van Juust heeft Artefact! Advies en Onderzoek in Erfgoed een archeologisch bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek door middel van verkennende boringen uitgevoerd in een plangebied ter plaatse van de Kloosterweg in Burgh-Haamstede (gemeente Schouwen-Duiveland; figuren 1 en 2). De aanleiding tot het onderzoek is het voornemen van de Gemeente Schouwen-Duiveland om de verkeersveiligheid van de Kloosterweg tussen Haamstede en Nieuw‐Haamstede te verbeteren. Hiertoe wordt de weg opnieuw ingericht. Het plangebied verloopt grofweg tussen de kruispunten met de Nieuweweg in het zuiden en de Badweg in het noorden en heeft een lengte van 2.521 m. Het bureauonderzoek omvat het hele plangebied, het booronderzoek is enkel uitgevoerd op negen tracédelen waar volgens de planvorming dieper dan 0,50 m -mv (meter beneden maaiveld) ontgraven zal gaan worden, met een totale lengte van 800 m. Dit wordt toegelicht in hoofdstuk 1.2.
NieuwHaamstede
Figuur 1 Ligging in Nederland. Bron: Esri Nederland, Community Map Contributors.
Het zuidelijke deel van het plangebied is binnen bestemmingsplan Burgh‐Haamstede (2016) gesitueerd, het noordelijke deel binnen bestemmingsplan Kop van Schouwen (2013). Mogelijk aanwezige archeologische waarden worden in beide plannen planologisch beschermd door een dubbelbestemming waarde archeologie 6. Binnen dit gebied geldt een verbod op het uitvoeren van (graaf)werkzaamheden die groter zijn dan 2.500 m2 en dieper reiken dan 0,50 m -mv. Dergelijke werkzaamheden zijn wel vergunbaar mits een archeologisch onderzoeksrapport wordt voorgelegd waarin wordt aangetoond dat geen archeologische waarden aanwezig zijn, dat deze niet behoudenswaardig zijn of dat deze door de voorgenomen werkzaamheden niet onevenredig worden geschaad. De voorgenomen ontwikkeling past niet
7
ARTEFAC T RAPPORT 815
BURGH-HAAMSTEDE KLOOSTERWEG
geheel binnen het bestaande bestemmingsplan. Om de plannen mogelijk te maken, is een ruimtelijke onderbouwing noodzakelijk. In het kader hiervan is voorliggend archeologisch onderzoek uitgevoerd.
1.2
Doel van het onderzoek en onderzoeksvragen
Conform de AMZ-cyclus start een archeologisch onderzoek steeds met een bureauonderzoek. Het doel van een bureauonderzoek is het opstellen van een gespecificeerde, archeologische verwachting, met behulp van informatie van bestaande bronnen over bekende of verwachte archeologische waarden binnen een omschreven gebied. Het resultaat is een standaardrapport met een advies op basis waarvan de bevoegde overheid een besluit kan nemen over het al dan niet laten uitvoeren van vervolgonderzoek. 1 De resultaten van het standaardrapport bureauonderzoek kunnen leiden tot één van de volgende uitkomsten: ⎯ Er zijn onvoldoende data: er wordt nader archeologisch onderzoek geadviseerd conform protocol 4003 Inventariserend Veldonderzoek ⎯ Er zijn voldoende data: er wordt geen vervolgonderzoek geadviseerd Het doel van een inventariserend veldonderzoek is het aanvullen en toetsen van de gespecificeerde archeologische verwachting, zoals geformuleerd in het bureauonderzoek en/of in het Programma van Eisen. Het gaat om gebieds- of vindplaatsgericht onderzoek. Inventariserend veldonderzoek gebeurt door middel van waarnemingen in het veld, waarbij (extra) informatie wordt verkregen over bekende en/of verwachte archeologische waarden in een onderzoeksgebied.
Dit omvat de aan- of afwezigheid, de aard, de omvang, de datering, de gaafheid, de conservering en de inhoudelijke kwaliteit van de archeologische waarden. Een inventariserend veldonderzoek kan uitgevoerd worden als een IVO-proefsleuvenonderzoek (IVO-P waarbij veldwerk bestaat uit het aanleggen van proefsleuven en/of proefputten) of als een IVO-overig (IVO-O waarbij het veldwerk kan bestaan uit oppervlaktekartering, boringen, profielputjes of geofysisch onderzoek). 2 Een inventariserend veldonderzoek kent drie mogelijke fasen: een verkennende, een karterende en een waarderende fase. Het is vanzelfsprekend niet steeds noodzakelijk al deze fasen te doorlopen. ⎯ De verkennende fase heeft als doel om inzicht te krijgen in de vormeenheden van het landschap die van invloed zijn op de locatiekeuze in het verleden. Dit kan met een eenvoudige terreininspectie, maar ook door geo-archeologisch booronderzoek en het graven van profielputjes.
Doel daarbij is het uitsluiten van kansarme zones en het selecteren van kansrijke zones voor de volgende vormen van onderzoek ⎯ Tijdens de karterende fase wordt het terrein systematisch onderzocht op de aanwezigheid van vondsten en/of sporen ⎯ Tijdens de waarderende fase kan het waarnemingsnet verdicht worden om de aard, omvang, datering, gaafheid, conservering en inhoudelijke kwaliteit van de archeologische resten vast te stellen Het resultaat van een inventariserend veldonderzoek is een standaardrapport met een waardering en een inhoudelijk selectieadvies (buiten normen van tijd en geld), op basis waarvan een beleidsbeslissing (meestal een selectiebesluit) kan worden genomen. Om te komen tot het resultaat moeten de veldactiviteiten uitgevoerd worden tot het niveau waarop de beleidsbeslissing gefundeerd genomen kan worden, d.w.z. dat de archeologische waarden van het terrein/vindplaats in voldoende mate zijn vastgesteld. Indien er onvoldoende data voor waardering en selectie-advies zijn, kunnen deze niet opgesteld worden. 3 Het advies kan dan zijn: vrijgeven, vervolgonderzoek en/of planologische bescherming. Het voorliggend onderzoek betreft een bureauonderzoek gecombineerd met een inventariserend veldonderzoek door middel van boringen (IVO-O, verkennende fase).
Conform de Regeling aanvullende richtlijnen voor archeologisch onderzoek in de provincie Zeeland 20194 dient een archeologisch vooronderzoek in de Provincie Zeeland, behoudens
1 SIKB, Protocol 4002, Versie 4.1, d.d. 19 februari 2018: p.4.
2
SIKB, Protocol 4003, Versie 4.1, d.d. 19 februari 2018: p.4 3 SIKB, Protocol 4003, Versie 4.1, d.d. 19 februari 2018: p.4-5. 4 Provinciaal Blad van Zeeland nr. 8080, 12 december 2019.
8
ARTEFAC T RAPPORT 815
BURGH-HAAMSTEDE KLOOSTERWEG
anders besloten na overleg met de bevoegde overheid, immers (minimaal) te bestaan uit een bureauonderzoek gecombineerd met een inventariserend veldonderzoek door middel van (verkennende) boringen. Booronderzoek is enkel uitgevoerd in negen afzonderlijke delen van het plangebied waar ontgravingen tot 0,75 m -mv zijn voorzien (zie hoofdstuk 1.4). Buiten deze delen zijn ontgravingen voorzien tot maximaal 0,50 m -mv. Uit overleg met de beleidsmedewerker van de Gemeente Schouwen-Duiveland is gebleken dat enkel booronderzoek noodzakelijk werd geacht in de delen van het plangebied waar dieper dan 0,50 m -mv zal worden ontgraven. Het bureauonderzoek is uitgevoerd ten aanzien van het hele plangebied. Het resultaat van het bureauonderzoek (het verwachtingsmodel) is opgenomen in hoofdstuk 2.6. Het resultaat van het inventariserend veldonderzoek door middel van (verkennende) boringen is opgenomen in hoofdstuk 3. Het bepalen van de landschappelijke vormeenheden staat daarbij voorop met als doel het uitsluiten van kansarme zones en het selecteren van kansrijke zones voor eventuele volgende vormen van onderzoek.
Tijdens dit onderzoek worden de volgende vragen beantwoord: ⎯ Wat is de geo(morfo)logische situatie binnen het plangebied? ⎯ Is de bodem intact of werden verstoringen vastgesteld? ⎯ Werden binnen het plangebied (aanwijzingen voor de aanwezigheid van) vindplaatsen vastgesteld? Zo ja, binnen welk deel van het plangebied en op welk niveau/diepte? ⎯ Bestaat binnen het plangebied een verwachting op het voorkomen van vindplaatsen? Zo ja, binnen welk deel van het plangebied en op welk niveau/diepte? Met andere woorden: kan het verwachtingsmodel uit het bureauonderzoek worden bijgesteld? ⎯ Worden de (vastgestelde of verwachte) archeologische waarden bedreigd door de voorgenomen planontwikkeling? ⎯ Is het plangebied in voldoende mate onderzocht? Zo nee, welke vorm van vervolgonderzoek wordt geadviseerd?
9
ARTEFAC T RAPPORT 815
BURGH-HAAMSTEDE KLOOSTERWEG
Figuur 2 Ligging van het plangebied op een uitsnede van de Topografische Kaart. Bron: E sri Nederland, Community Map Contributors.
10
ARTEFAC T RAPPORT 815
1.3
BURGH-HAAMSTEDE KLOOSTERWEG
Wettelijk kader en beleid
Sinds 1 juli 2016 is de Erfgoedwet van kracht, hiermee is het Europese Verdrag van Malta binnen de Nederlandse wetgeving geïmplementeerd. Het verdrag beoogt het cultureel erfgoed, dat zich in de bodem bevindt, beter te beschermen. De Erfgoedwet regelt de bescherming van archeologisch erfgoed in de bodem, de inpassing ervan in de ruimtelijke ontwikkeling en de financiering van archeologische onderzoeken. De Erfgoedwet moet samen met de (nog in werking te treden) Omgevingswet een integrale bescherming van het cultureel erfgoed mogelijk maken. Op landelijk niveau is een Nationale Onderzoeksagenda Archeologie (NOaA2) opgesteld waarin het Zeeuws kleigebied als archeoregio een afzonderlijk hoofdstuk vormt en de regiogebonden onderzoeksthema’s en -vragen toegelicht worden. Daarnaast worden in deze NOaA2 ook per periode en complextype specifieke onderzoeksthema’s en –vragen geformuleerd die richtinggevend kunnen zijn bij onderzoek. Het beleid van de provincie Zeeland ten aanzien van de Archeologische Monumentenzorg (AMZ) is vastgelegd in de CultuurNota 2017-2020, welke met 1 jaar verlengd is in 2021. In februari 2017 heeft het College van Gedeputeerde Staten van Zeeland het ‘Toetsingskader archeologie Provincie Zeeland 2017’ vastgesteld. 5 In het toetsingskader is vastgesteld wanneer archeologisch (voor)onderzoek noodzakelijk is indien de provincie als bevoegde overheid optreedt.
Daarnaast werd in 2016 de Provinciale Onderzoeksagenda Archeologie Zeeland 2017-2020 gepubliceerd waarin de kernthema’s en zwaartepunten voor archeologisch onderzoek in de provincie Zeeland worden gepresenteerd: ⎯ Basale harde gegevens en diachrone datasets ⎯ Archeologisch onderzoek in diepere bodemontsluitingen ⎯ Uitwerking oud archeologisch onderzoek ⎯ Verdronken land en dorpen ⎯ Onderzoek naar infrastructuur ⎯ Verdedigingswerken in Zeeland ⎯ Boerderijen en rurale nederzettingen ⎯ Voedseleconomie van stad en platteland ⎯ Religieuze en rituele verschijningsvormen ⎯ Scheeps- en onderwaterarcheologie ⎯ Publiekswerking van archeologisch onderzoek Tot slot heeft de provincie een Regeling aanvullende richtlijnen voor archeologisch onderzoek in de provincie Zeeland 2019. 6 De Gedeputeerde Staten van de Provincie Zeeland zijn bevoegde overheid in het kader van de Ontgrondingenwet. Met de komst van de (herziene) Wet op de archeologische Monumentenzorg (Wamz) in 2007, de Wet ruimtelijke ordening (Wro) in 2008 is de verantwoordelijkheid voor het cultureel erfgoed in grote mate gedecentraliseerd en verschoven van Rijk en provincie naar de gemeenten. Gemeenten worden verantwoordelijk gehouden voor de omgang met archeologische waarden. Daartoe dienen gemeenten een eigen archeologiebeleid te voeren en te verankeren in de ruimtelijke ordening.
Als gevolg van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo, 2010) zijn de burgemeester en wethouders bevoegde overheid in het kader van de omgevingsvergunning. Het gemeentelijke archeologieplan van Schouwen-Duiveland is in 2008 door Past2Present opgesteld, in datzelfde jaar door de gemeenteraad vastgesteld en sindsdien geldig als beleid. 7 In het gemeentelijke archeologiebeleid is geen onderzoeksagenda opgenomen met thema’s die richtinggevend kunnen zijn bij het nemen van selectiebesluiten en 5 Toetsingskader archeologie Provincie Zeeland 2017, Provinciaal blad 2017 nr. 605, 15 februari 2017. 6 Provinciaal Blad van Zeeland nr. 8080, 12 december 2019. 7 Beleidsplan archeologie Schouwen-Duiveland. Past2Present 2008; De Boer 2008.
11
ARTEFAC T RAPPORT 815
BURGH-HAAMSTEDE KLOOSTERWEG
het bepalen van de randvoorwaarden voor archeologisch (vervolg)onderzoek. Op de Beleidskaart Schouwen-Duiveland Buitengebied is het hele plangebied te situeren binnen Onderzoeksgebied A. Dit wil zeggen dat hier sprake is van een gebied waar zich in de gestapelde landschappen een landschap met hoge of middelhoge verwachting bevindt. Het gemeentelijk beleid is meegenomen in de bestemmingsplannen Burgh-Haamstede (2016; zuidelijke deel van het plangebied) en Kop van Schouwen (2013; noordelijke deel van het plangebied). Hierin hebben gebieden met (een) archeologische (verwachtings-)waarde planologische bescherming gekregen. De vrijstellingsgrenzen zijn toegekend op basis van de (verwachtings-)waarde. Mogelijk aanwezige archeologische waarden worden in beide plannen planologisch beschermd door een dubbelbestemming waarde archeologie 6. Dit wil zeggen dat hier een verbod geldt op het uitvoeren van (graaf)werkzaamheden die groter zijn dan 2.500 m2 en dieper reiken dan 0,50 m -mv. Dergelijke werkzaamheden zijn wel vergunbaar mits een archeologisch onderzoeksrapport wordt voorgelegd waarin wordt aangetoond dat geen archeologische waarden aanwezig zijn, dat deze niet behoudenswaardig zijn of dat deze door de voorgenomen werkzaamheden niet onevenredig worden geschaad. De voorgenomen ontwikkeling past niet geheel binnen het bestaande bestemmingsplan.
Om de plannen mogelijk te maken, is een ruimtelijke onderbouwing noodzakelijk.
1.4
Plangebied en planvorming
Het plangebied (figuren 2 en 3) omvat een 2.521 m lang deel van de Kloosterweg te Haamstede en Nieuw-Haamstede, grofweg tussen de kruispunten met de Nieuweweg (in het zuiden) en de Badweg (in het noorden). De percelen waar het plangebied deel van uitmaakt, staan kadastraal bekend als Gemeente Westerschouwen, Sectie F, (delen van) Perceel 1515, 1496, 815 en 2044 en Sectie C, (deel van) Perceel 2027.
Figuur 3 Projectie van het plangebied op een uitsnede van de luchtfoto (2022). Bron: Esri Nederland, Beeldmateriaal.nl.
12
ARTEFAC T RAPPORT 815
BURGH-HAAMSTEDE KLOOSTERWEG
De Gemeente Schouwen-Duiveland is voornemens de verkeersveiligheid van de Kloosterweg tussen Haamstede en Nieuw‐Haamstede te verbeteren. Hiertoe wordt de weg opnieuw ingericht. In het grootste deel van het plangebied zullen de voorgenomen werkzaamheden niet dieper reiken dan 0,50 m -mv. Op negen afzonderlijke tracédelen (voornamelijk kruispunten) zullen de werkzaamheden dieper reiken. Hier zal het bestaande asfalt worden vervangen door elementverharding, hetgeen gepaard gaat met een bodemverstoring tot 0,75 m -mv over een totale oppervlakte van 6.210 m2. 8 De betreffende tracédelen staan op onderstaande figuur in het zwart weergegeven. Op de plantekeningen, opgenomen in bijlage 4, staan de betreffende negen tracédelen aangegeven als ‘Aanbrengen betonklinkers in plateau’.
Figuur 4 Ingreepdiepten. Bron: Esri Nederland, Community Map Contributors.
8 Mailbericht dhr. Lobbezoo (Juust), 22 juni 2023.
13
ARTEFAC T RAPPORT 815
2
Archeologisch bureauonderzoek
2.1
Methoden
BURGH-HAAMSTEDE KLOOSTERWEG
Het voorliggend hoofdstuk omvat de resultaten van het archeologisch bureauonderzoek. Het onderzoek is uitgevoerd conform protocol 4002 van de KNA 4.1 en de Regeling aanvullende richtlijnen voor archeologisch onderzoek in de provincie Zeeland 2019. 9 Hierbij werden de volgende processtappen doorlopen: Processtap
Specificatie
Hoofdstuk
Afbakenen plan/onderzoeksgebied; vaststellen consequenties toekomstig gebruik
LS01
1.4
Vermelden (en toepassen) overheidsbeleid
LS01
1.3
Beschrijven huidig gebruik
LS02
1.4
Beschrijven historische situatie
LS03
2.3.1
Beschrijven mogelijke verstoringen
LS03
2.3.2
Beschrijven mogelijke aanwezigheid bouwhistorische waarden ondergrond
LS02-03-04
2.5
Beschrijven bekende aardwetenschappelijke kenmerken
LS04
2.2.2
Beschrijven bekende archeologische kenmerken
LS04
2.4
Opstellen gespecificeerde verwachting
LS05
2.6
Tijdens het uitvoeren van de bovengenoemde processtappen werd een groot aantal bronnen van diverse aard geraadpleegd. Deze worden hieronder benoemd en in het bronnenoverzicht nader gespecificeerd. ⎯ (Landelijke en regionale) bodem-, geologische en geomorfologische (overzichts)kaarten ⎯ Paleogeografische kaarten ⎯ Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN) ⎯ (Specialistische) literatuur ⎯ Rapporten van eerder uitgevoerd archeologisch en cultuurhistorisch onderzoek ⎯ Inrichtingsplannen en conditionerende onderzoeksrapporten: milieu, ecologie, niet-gesprongen explosieven ⎯ Lucht- en satellietfoto’s ⎯ Kaartmateriaal: topografische (militaire) kaarten, oud(st)e kadasterkaarten, oude en/of historische kaarten ⎯ Gemeentelijk en/of provinciaal archief ⎯ Archeologische Monumenten Kaart (AMK) ⎯ Het Archeologisch Informatie Systeem (Archis) ⎯ Centraal Monumenten Archief (CMA) en Centraal Archeologisch Archief (CAA) werden niet geraadpleegd omdat deze oude papieren archieven na de introductie door de ROB werden ingevoerd in Archis ⎯ Cultuurhistorie: gemeentelijke waardenkaart en/of de provinciale Cultuurhistorische Hoofdstructuur (CHS) ⎯ Data en Informatie van de Nederlandse Ondergrond (DINO) ⎯ Gemeentelijke verwachtings- en beleidskaarten ⎯ Indicatieve Kaart Archeologische Waarden (IKAW), maar enkel indien geen meer gedetailleerde regionale kaarten beschikbaar zijn ⎯ Provinciaal depot:
archief van het Zeeuws Archeologisch Depot (ZAD)
9 Provinciaal Blad van Zeeland nr. 8080, 12 december 2019.
14
ARTEFAC T RAPPORT 815
2.2
Landschap en geologie
2.2.1
Landschappelijke ontwikkeling 10
BURGH-HAAMSTEDE KLOOSTERWEG
Zeeland maakt deel uit van het zuidwestelijk zeekleigebied, een sterk gestapeld landschap bestaande uit eolische afzettingen, mariene sedimenten en sedentaat (veen). Omdat in beginsel de locatiekeuze van bewoning en nederzettingspatronen grotendeels te herleiden zijn vanuit de mogelijkheden die het natuurlijke landschap daartoe bood, is het zinvol de landschappelijke ontwikkeling gedurende de laatste fase van het Pleistoceen en het Holoceen in beeld te krijgen. De landschappelijke evolutie van het Zeeuwse kustgebied kan geschetst worden aan de hand van de paleogeografische kaarten die door Vos et al. zijn gepubliceerd. 11 Paleogeografische kaarten zijn ontwikkeld door de analyse van grote hoeveelheden bodemdata en bieden aan de hand van momentopnamen inzicht in het waarschijnlijke landschapsbeeld. De veranderende landschappelijke omgeving gedurende de laatste 12.000 jaar en de globale ligging van het plangebied, wordt afgebeeld op figuur 5. Onder invloed van de stijgende temperatuur en het smelten van ijskappen in het Boreaal (circa 8.400 – 6.950 v. Chr.) steeg de zeespiegel en begon het pleistocene zandlandschap langzaam te vernatten. De omgeving van het plangebied lag nadien in open water. Elders werd het plantaardig materiaal als gevolg van het stijgende waterniveau niet meer afgebroken.
Eerst op de lager gelegen delen, maar later ook hogerop in het landschap, groeide laag na laag een pakket veen, dat lithostratigrafisch wordt benoemd als de Basisveen Laag (Formatie van Nieuwkoop). Deze veengroei deed zich eerst voor in het westen van Zeeland, maar de grens verschoof door de constante stijging van het waterpeil geleidelijk in oostelijke richting. Aan het veenvormingsproces kwam een einde in het Midden tot Laat-Atlanticum (vanaf 5.500 v. Chr.). 12 Gaandeweg werd namelijk door de sterke zeespiegelstijging en getijdenwerking de strandbarrière die het veenlandschap van de zee afschermde, opgeruimd en liep het noordelijke deel van Zeeland onder water. Er ontstond hierbij een open kust met daarachter een groot getijdengebied bestaande uit platen, slikken en schorren. Grote delen van het oude pleistocene landschap en (waar dit aanwezig was) het Basisveen werden door getijdengeulen uitgeschuurd. De afzettingen van het Laagpakket van Wormer (Formatie van Naaldwijk) die in dit getijdengebied gevormd zijn, zijn overwegend zandig maar kunnen ook bestaan uit kleiplaatgronden. 13 De brede wadgeul ten zuiden van het huidige eiland Schouwen maakte contact met de Schelde, die tot dan toe in noordelijke richting afwaterde, maar nu zijn loop westwaarts verplaatste, de latere Oosterschelde.
In het westelijke deel van Schouwen vormde zich op het Laagpakket van Wormer een strandwallencomplex bestaande uit strandzanden en stuifduinen. De oostelijke grens van dit complex loopt van Brabers, over Haamstede en dan verder naar het noorden, waar ze uitwigt. De strandwallen worden gerekend tot het Laagpakket van Zandvoort (Formatie van Naaldwijk). 14 Eolisch afgezet kustduin daarentegen wordt gerekend tot het Laagpakket van Schoorl (Formatie van Naaldwijk). 15 Vanaf het Subboreaal (circa 3.750 v. Chr.) nam de snelheid van de zeespiegelstijging dermate af dat zich een nieuwe kustbarrière van strandwallen kon vormen, die zich sterk in westelijke richting uitbouwden. De meest westelijke grens van dit complex werd wellicht in de Midden-IJzertijd bereikt. Het plangebied ligt ter hoogte van de oostelijke uitlopers van dit strandwalcomplex. 16
10 Voorliggende paragraaf is voor een groot deel gebaseerd op, en overgenomen uit, eerdere bureauonderzoeken die
15
Artefact heeft uitgevoerd omtrent onderzoeksgebieden in Burgh-Haamstede. 11 Vos et al. 2018. 12 Van Rummelen 1978: 62-64 13 Van Rummelen 1978: 53 14 TNO-GDN (2023). Laagpakket van Zandvoort. In: Stratigrafische Nomenclator van Nederland, TNO – Geologische Dienst Nederland. Geraadpleegd op 27-07-2023 op https://www.dinoloket.nl/stratigrafische-nomenclator/laagpakket-van-zandvoort. 15 TNO-GDN (2023). Laagpakket van Schoorl. In: Stratigrafische Nomenclator van Nederland, TNO – Geologische Dienst Nederland. Geraadpleegd op 27-07-2023 op https://www.dinoloket.nl/stratigrafische-nomenclator/laagpakket-van-schoorl. 16 Van Heeringen 1995: 33-34; Van Rummelen 1970: 54-56.
ARTEFAC T RAPPORT 815
BURGH-HAAMSTEDE KLOOSTERWEG
16
ARTEFAC T RAPPORT 815
BURGH-HAAMSTEDE KLOOSTERWEG
Figuur 5 Paleogeografische ontwikkeling Zeeland. Blauwe lijn: ligging plangebied. Bron: Vos et al. 2018.
17
ARTEFAC T RAPPORT 815
BURGH-HAAMSTEDE KLOOSTERWEG
De zeegaten in de kustbarrière, waarlangs het zeewater het achterliggende gebied in stroomde, sloten zich geleidelijk, waardoor de getijdenwerking landinwaarts afnam. Er vormden zich hierbij in het getijdengebied meer kleiige afzettingen. Gaandeweg hielden in het getijdengebied achter de kustbarrière de sedimentatie en stijging ten gevolge van de verminderende mariene invloed elkaar in balans. Op de hoger opgeslibde kwelders in het getijdengebied groeide daardoor een dichte rietvegetatie en plaatselijk begon zich veen te vormen op de getijdenafzettingen, zodat vanaf het Midden-Subboreaal achter de inmiddels quasi gesloten kustbarrière een groot veenlandschap ontstond, bestaande uit een veenmoeras met daartussen kleine vennen en veenstroompjes. 17 Geologisch wordt dit veen tot het Hollandveen Laagpakket van de Formatie van Nieuwkoop gerekend. Volgens de paleogeografische kaarten lag de zuidelijke helft van het plangebied in deze periode ter hoogte van een overgang tussen bovengenoemde strandwallen en het veenlandschap. 14
C-dateringen van de basis van dit veen in de Prunjepolder, enkele kilometers landinwaarts, plaatsen de start van de veengroei daar rond 4.300 BP. Recentere dateringen van de bovenzijde van het Laagpakket van Wormer op de Kop van Schouwen wezen op een vergelijkbare datering, van omstreeks 4.400 tot 4.200 BP. 18 Op basis van de paleogeografische kaart lijkt het erop dat de veenontwikkeling in het plangebied later op gang kwam en in de noordelijke helft geheel is uitgebleven. Het veenmilieu veranderde in het Subboreaal van brak naar zoet en vervolgens van eutroof naar oligotroof en het veen kon opgroeien tot ruim boven NAP. Een 14C-datering van de top van het veen in de omgeving van Renesse wijst op veengroei tot circa 3.400 BP. 19 Omstreeks 500 v. Chr. bereikte het veenkussen zijn maximale omvang, waarbij ook de oostelijke lager gelegen rand van de strandwallen bedekt raakte met veen. Het was ook in deze periode dat het goed ontwaterde veenmoeras wellicht bewoonbaar raakte. Daarna trad een geleidelijk verval in. Water uit dit veengebied zocht zijn weg richting de zee in steeds breder wordende geulen. Hierdoor werd de mariene invloed op het achterliggende land opnieuw geactiveerd.
Tussen Vrouwenpolder en Oostkapelle, op Walcheren, doorbrak het water de strandwal en ontstond er een sluftergebied met een veelvoud aan smalle geulen, die de verbinding tussen het veengebied en de zee versterkten. Het Veerse Gat, de inbraakgeul tussen Walcheren en Noord-Beveland, is wellicht ook in deze periode ontstaan. 20 Waar tot in de Late IJzertijd de landschappelijke ontwikkeling voornamelijk bepaald werd door natuurlijke factoren zoals de morfologie van de ondergrond, de zeespiegelstijging en de gedifferentieerde afzettingen en opslibbing van sediment, begon vanaf grofweg de Romeinse tijd de antropogene invloed geleidelijk aan een meer bepalende rol te spelen in de vorming en afbraak van het landschap. 21 De ontwatering van het veen door het graven van afwateringsgreppels en het verbreden en kanaliseren van de reeds aanwezige veenstroompjes resulteerden in erosie van het oppervlakteveen en inklinken van het veenlandschap. De zee kreeg opnieuw vat op het laag gelegen Zeeuwse veengebied. De eerste tekenen van overstromingen van dit gebied dateren dan ook al uit de 2 de helft van de 2de eeuw. Vanaf circa 250 n. Chr. kon de zee ook verder en breder het achterland voorbij de strandwallen instromen, waardoor een nieuw getijdenlandschap ontstond. 22 Het ontstaan van een nieuw getijdenlandschap vanaf deze periode resulteerde in de sedimentatie van dikke pakketten klei en zand.