1023328 Bijlage 6 Camping Zonnedorp Renesse Bijlagen bij regels
Tekst van het document
Desondanks is het aan te raden om de geplande werkzaamheden in het plangebied buiten het broedseizoen van de Groene specht, zijnde maart-juni, uit te voeren om verstoring te voorkomen, of tenminste een broedvogelcheck uit te laten voeren voordat de werkzaamheden beginnen. Dit wordt echter sowieso voor alle vogelsoorten aangeraden, zoals ook in het quickscanrapport benoemd wordt (Salomons, 2022).
6.2. Zorgplicht Naast bijzondere maatregelen die voor een beschermde soort als de Rugstreeppad nodig zijn, geldt voor alle plant- en diersoorten de zorgplicht. Deze houdt in dat mogelijke nadelige gevolgen voor planten en dieren, voor zover redelijk, zoveel mogelijk vermeden moeten worden. Manieren om aan de zorgplicht te voldoen zijn bijvoorbeeld: −
Er wordt gelegenheid gegeven aan amfibieën en grondgebonden zoogdieren, die tijdens de werkzaamheden worden gevonden, te vluchten of zich te verplaatsen naar een schuilplaats buiten het bereik van de werkzaamheden. Dit gebeurt door onder andere vegetatie of bodemmateriaal (takken, stronken, steenhopen) gefaseerd te verwijderen;
−
in verband met verstoring van aanwezige dieren worden de werkzaamheden zoveel mogelijk overdag uitgevoerd;
−
waar nodig kan er gebruik gemaakt worden van ecologische begeleiding tijdens de werkzaamheden voor bijvoorbeeld het op juiste wijze plaatsen of verwijderen van amfibieschermen.
28
Aanvullend onderzoek herpetofauna t.b.v. werkzaamheden compensatiegebied Korte Moermondsweg te Renesse
6.3. Aanbevelingen Vanwege de huidige geschiktheid van het plangebied voor de Rugstreeppad, en de plannen om dit gebied in te richten als natuurcompensatiegebied, is het mogelijk om elementen aan het plangebied toe te voegen die een kwaliteitspuls zullen geven aan de aanwezige Rugstreeppadpopulaties. Hiervoor is het essentieel dat er geschikt voortplantings- en overwinteringsbiotoop gecreëerd wordt, en worden er idealiter geschikte zomerverblijf-plaatsen voor de Rugstreeppad in het plangebied gecreëerd. Ten slotte dient er met de geplande werkzaamheden rekening gehouden te worden met de potentieel geschikte voortplantings- en overwinteringshabitats voor de Rugstreeppad binnen het plangebied. Voortplantingsbiotoop bestaat uit ondiepe, vaak tijdelijke en bij voorkeur onbegroeide, plassen die snel opwarmen. Deze kunnen worden gecreëerd door dynamiek in het landschap aan te brengen waarbij laagtes vol kunnen lopen met regenwater. In de gebieden die als voortplantingshabitat van de Rugstreeppad kunnen fungeren, dient verstoring tijdens het paarseizoen (april-september) zo veel mogelijk vermeden te worden. Zomerverblijfplaatsen bestaan voornamelijk uit open plekken met lage vegetatie en vergraafbaar zand en/of materiaal om onder te schuilen, bijvoorbeeld tegels of pellets.
Overwinteringsbiotoop bestaat in theorie uit hoger gelegen plekken met vergraafbaar zand, waarbij de Rugstreeppad vorstvrij kan overwinteren. Het creëren van deze drie typen habitat voor de Rugstreeppad kan gecombineerd worden door het zand dat afgegraven wordt voor het voortplantingsbiotoop, te gebruiken om overwinteringsbiotoop te creëren. Idealiter worden deze habitats aanliggend aan elkaar gecreëerd, zodat deze niet onderbroken worden door (ruiter)paden die door het gebied heen lopen. In het huidige ontwerp voor het compensatiegebied is een deel van de elementen die nodig zijn voor de Rugstreeppad, al aanwezig. Zo wordt er dynamiek in het gebied gecreëerd door middel van een slenk die uitloopt in een plas. Bovendien wordt de sloot om het grasland heen behouden, wat ook een habitatselement voor de Rugstreeppad kan vormen, en is het terrein niet sterk door wegen onderbroken of afgescheiden van aanliggende natuur. Echter dient er bij de inrichten van het grasland met een aantal zaken rekening gehouden te worden. Ten eerste is het voor de voortplanting van de Rugstreeppad nodig dat de plassen vegetatieloos zijn, idealiter met een zonbeschenen, flauwe en onbegroeide oever. Deze plassen dienen bovendien vrij gehouden te worden van menselijke activiteit.
Dit kan gerealiseerd worden door het zuidelijkste deel van de slenk, welke het minst toegankelijk is voor mensen en honden, te verbreden en verdiepen, waarbij de noordelijke helling verbreed wordt en vrij gehouden wordt van vegetatie. Door het verbreden van de slenk zal er hier frequenter water in komen te staan, waarbij het voornamelijk belangrijk is dat
29
Aanvullend onderzoek herpetofauna t.b.v. werkzaamheden compensatiegebied Korte Moermondsweg te Renesse
er ook tijdens het voortplantingsseizoen van de Rugstreeppad (half april-september) water aanwezig is. Door aanplant van doornstruweel ten noorden van het betreffende deel van de slenk, en het neerleggen van boomstammen in de slenk, kan het gebied nog beter afgeschermd worden tegen menselijke activiteit. Ten slotte zoud er nog voortplantingsbiotoop gecreëerd kunnen worden door aanleg van greppels in de lager gelegen delen van het compensatiegebied, of het creëren van een open plek met plas in het bosje van het compensatiegebied. Het creëren van geschikt voortplantingshabitat is voornamelijk van belang omdat de huidige parkeerplaats, door de geplande werkzaamheden, minder geschikt zal worden als voortplantingshabitat voor de Rugstreeppad. Daarnaast dient er rekening mee gehouden te worden dat de rugstreeppad lage vegetatie met vergraafbaar zand nodig heeft als overwinteringshabitat. Dit kan gecreëerd worden door zandhopen in het compensatiegebied te behouden en/of te creëren, waarbij de hellingen door de Rugstreeppad als overwinteringshabitat gebruikt kunnen worden. Deze zandhoop wordt idealiter dicht bij het voortplantingshabitat van de Rugstreeppad gerealiseerd, bijvoorbeeld tussen het bos en het zuidelijkste deel van de slenk.
Ten slotte is het bij de parkeerplaats van belang dat de geplande werkzaamheden zo veel mogelijk buiten het voortplantingsseizoen (half april-september) plaatsvinden, of dat aanwezige plassen / holtes afgeschermd worden tijdens de werkzaamheden om te voorkomen dat Rugstreeppadden hier naartoe zullen trekken. Andere beschermde soorten die mogelijk in het plangebied voorkomen, maar hier geen essentieel leefgebied hebben, zijn het de Groene specht, het Konijn en het Ree. Bij de voorgenomen plannen worden geen negatieve effecten op deze soorten verwacht. Zo is het bos binnen het plangebied belangrijk voor de Groene specht en het Ree, maar ook voor de Wezel waar het plangebied voor ingericht wordt. Voor het Konijn is vergraafbaar zand nodig, wat ook voor de Rugstreeppad behouden dient te blijven. Voor het Konijn en het Ree is voldoende aanbod aan gras bovendien belangrijk, wat ook in de voorgenomen plannen nog voldoende aanwezig zal zijn.
30
Aanvullend onderzoek herpetofauna t.b.v. werkzaamheden compensatiegebied Korte Moermondsweg te Renesse
7. Conclusie Voor de inrichting van het plangebied als compensatie voor de Wezel, is onderzoek gedaan naar beschermde herpetofauna die bij de inrichtingswerkzaamheden eventueel negatief beïnvloed kunnen worden. Van de onderzochte soorten is alleen de Rugstreeppad gevonden, voor welke soort het plangebied als essentieel leefgebied fungeert. Voor de geplande werkzaamheden dient daarom een ontheffing van de Wnb aangevraagd te worden, waarbij voldoende rekening gehouden wordt met aanwezige individuen van de Rugstreeppad en er bij het inrichten van het plangebied ook voldaan wordt aan de habitatseisen van de Rugstreeppad. Alleen indien er aangetoond wordt gewerkt op een wijze dat de Rugstreeppad ook tijdens de werkzaamheden zelf geen negatieve effecten ondervindt, is een ontheffing niet nodig. Het verlenen van een ontheffing met de voorgenomen plannen, zeker wanneer de adviezen van dit rapport worden meegenomen, wordt echter zeer reëel geschat. Andere beschermde soorten in (de omgeving van) het plangebied hebben hier geen essentieel leefgebied en worden ook niet negatief beïnvloed als in de habitatseisen van de Wezel en de Rugstreeppad wordt voldaan.
31
Aanvullend onderzoek herpetofauna t.b.v. werkzaamheden compensatiegebied Korte Moermondsweg te Renesse
Referenties BIJ12, 2017. Kennisdocument Rugstreeppad Bufo calamita. Versie 1.0, juli 2017. Geraadpleegd via https://www.bij12.nl/assets/BIJ12-2017-017-Kennisdocument-Rugstreeppad-1.0.pdf https://habitus.nl/jaarrondbeschermdevogelnesten#:~:text=Categorie%205.,buiten%20het%20broe dseizoen%20niet%20beschermd. Lips, J., 2021. Aanvullend onderzoek beschermde natuurwaarden Korte Moermondsweg 5 Renesse. W2040/P21-043 Salomons, T., 2022. Quickscan voor compensatiegebied aan de Korte Moermondsweg Renesse. W2239/P22-139 https://www.zoogdiervereniging.nl/
32
Aanvullend onderzoek herpetofauna t.b.v. werkzaamheden compensatiegebied Korte Moermondsweg te Renesse
Bijlage 1: Foto’s plangebied
Figuur 7. Zandhoop in het plangebied, als geschikt overwinteringshabitat voor de Rugstreeppad (Bufo calamita).
Figuur 8. Parkeerplaats in het plangebied met ondiepe plassen, als geschikt voorplantingshabitat voor de Rugstreeppad (Bufo calamita).
33
Aanvullend onderzoek herpetofauna t.b.v. werkzaamheden compensatiegebied Korte Moermondsweg te Renesse
Bijlage 2: Beschermde soorten Wet natuurbescherming In het kader van de Wet natuurbescherming worden alle in Europa voorkomende en in het wild levende vogels beschermd en onderstaande soorten uit overige soortgroepen:
Amfibieën Alpenwatersalamander Bastaard kikker1 Boomkikker Bruine kikker1 Geelbuikvuurpad Gewone pad1
Heikikker Kamsalamander Kleine watersalamander1 Knoflookpad Meerkikker1 Middelste groene kikker
Poelkikker Rugstreeppad Vinpootsalamander Vroedmeesterpad Vuursalamander
Grote vos Grote vuurvlinder Grote weerschijnvlinder Iepenpage Kleine heivlinder Kleine ijsvogelvlinder Kommavlinder Moerasparelmoervlinder Pimpernelblauwtje Sleedoornpage
Spiegeldikkopje Tijmblauwtje Veenbesblauwtje Veenbesparelmoervlinder Veenhooibeestje Veldparelmoervlinder Zilveren maan Zilverstreephooibeestje
Dagvlinders Aardbeivlinder Apollovlinder Bosparelmoervlinder Boszandoog Bruin dikkopje Bruine eikenpage Donker pimpernelblauwtje Duinparelmoervlinder Gentiaanblauwtje Grote parelmoervlinder
Haften Oeveraas
Kevers Brede geelrandwaterroofkever Gestreepte waterroofkever Juchtleerkever
Vermiljoenkever Vliegend hert
Kreeftachtigen Europese rivierkreeft
Landzoogdieren Aardmuis1 Bever Boommarter Bosmuis1 Bunzing3 Damhert Das Dwergmuis1 Dwergspitsmuis1 Edelhert Eekhoorn Egel1 Eikelmuis Gewone bosspitsmuis1
Gewone zeehond Grote bosmuis Haas7 Hamster Hazelmuis Hermelijn3 Huisspitsmuis1 Konijn7 Lynx Molmuis Noordse woelmuis Ondergrondse woelmuis4 Otter Ree1
Rosse woelmuis1 Steenmarter5 Tweekleurige bosspitsmuis4 Veldmuis1 Veldspitsmuis Vos1 Waterspitsmuis Wezel3 Wilde kat Wild zwijn6 Woelrat1 Wolf
Gevlekte Witsnuitlibel Gewone Bronlibel Groene glazenmaker
Noordse winterjuffer Oostelijke witsnuitlibel Rivierrombout
Libellen Beekrombout Bosbeekjuffer Bronslibel
34
Aanvullend onderzoek herpetofauna t.b.v. werkzaamheden compensatiegebied Korte Moermondsweg te Renesse Donkere waterjuffer Gaffellibel Gevlekte glanslibel
Kempense heidelibel Mercuurwaterjuffer Hoogveenglanslibel
Sierlijke witsnuitlibel Speerwaterjuffer
Kemp´s zeeschildpad Lederschildpad Levendbarende hagedis Muurhagedis
Ringslang Soepschildpad Zandhagedis
Nachtvlinders Teunisbloempijlstaart
Reptielen Adder Dikkopschildpad Gladde slang Hazelworm
Sporenplanten Varens Kleine vlotvaren Blaasvaren Groensteel Schubvaren
Bladmossen Geel schorpioenmos Tonghaarmuts
Vissen Beekdonderpad Beekprik Elrits
Gestippelde alver Grote modderkruiper Houting
Kwabaal Steur
Weekdieren Bataafse stroommossel
Platte schijfhoren
Vaatplanten Akkerboterbloem Akkerdoornzaad Akkerogentroost Beklierde ogentroost Berggamander Bergnachtorchis Blauw guichelheil Bokkenorchis Bosboterbloem Bosdravik Brave hendrik Brede wolfsmelk Breed wollegras Bruinrode wespenorchis Dennenorchis Dreps Drijvende waterweegbree Echte gamander Gevlekt zonneroosje Glad biggenkruid Gladde zegge Groen nachtorchis
Groenknolorchis Groot spiegelklokje Grote bosaardbei Grote leeuwenklauw Honingorchis Kalkboterbloem Kalketrip Karthuizeranjer Karwijselie Kleine ereprijs Kleine schorseneer Kleine wolfsmelk Kluwenklokje Knollathyrus Knolspirea Korensla Kranskarwij Kruipend moerasscherm Kruiptijm Lange zonnedauw Liggende raket Naaldenkervel
Vleermuizen 35
Pijlscheefkelk Roggelelie Rood peperboompje Rozenkransje Ruw parelzaad Scherpkruid Schubzegge Smalle raai Spits Havikskruid Steenbraam Stijve wolfsmelk Stofzaad Tengere distel Tengere veldmuur Trosgamander Veenbloembies Vliegenorchis Vroege ereprijs Wilde averuit Wilde ridderspoor Wilde weit Zomerschroeforchis
Aanvullend onderzoek herpetofauna t.b.v. werkzaamheden compensatiegebied Korte Moermondsweg te Renesse Baardvleermuis Bechsteins vleermuis Bosvleermuis Brandts vleermuis Franjestaart Gewone dwergvleermuis Gewone grootoorvleermuis Grijze grootoorvleermuis
Grote hoefijzerneus Grote rosse vleermuis Ingekorven vleermuis Kleine dwergvleermuis Kleine hoefijzerneus Laatvlieger Meervleermuis
Mopsvleermuis Noordse vleermuis Rosse vleermuis Ruige dwergvleermuis Tweekleurige vleermuis Vale vleermuis Watervleermuis
Gewone vinvis Griend Grijze dolfijn Kleine zwaardwalvis Narwal Noordse vinvis Orca Potvis
Spitsdolfijn van gray Tuimelaar Walrus Witflankdolfijn Witsnuitdolfijn Witte dolfijn
Zeezoogdieren Bruinvis Bultrug Butskop Dwergpotvis Dwergvinvis Gestreepte dolfijn Gewone dolfijn Gewone spitsdolfijn
1 Voor deze soort geldt een vrijstelling in alle provincies. 2 Voor deze soort geldt een vrijstelling in alle provincies m.u.v. Flevoland. 3 Voor deze soort geldt een vrijstelling in alle provincies m.u.v. Gelderland, Noord-Holland, Zeeland,
Overijssel en Noord-Brabant. 4 Voor deze soort geldt een vrijstelling in alle provincies m.u.v. Zuid-Holland. 5 Voor deze soort geldt enkel in Friesland een vrijstelling. 6 Voor deze soort geldt enkel in Noord-Brabant een vrijstelling. 7 Voor deze soort geldt enkel in Zeeland geen vrijstelling.
36