1016035 Bijlage 1 Bestemmingsplanregels en toelichting
Tekst van het document
Uit dit onderzoek kan het volgende worden afgeleid (overgenomen uit rapport). 1. De komst van de woning is, voor wat betreft de aspecten geur en veiligheid, geen belemmering voor de bedrijfsvoering van het naastgelegen restaurant. Het restaurant hoeft geen aanvullende voorzieningen te treffen om aan de voorschriften uit het Activiteitenbesluit en de bijbehorende Activiteitenregeling te voldoen. 2. De voorschriften uit het Activiteitenbesluit en de Activiteitenregeling borgen dat eventueel geurhinder wordt voorkomen, dan wel zoveel mogelijk wordt beperkt. In combinatie met de tussenliggende hogere bebouwing en de afstand van de afzuiging van ruim 10 meter, is er sprake van een goed woon- en leefklimaat ter plaatse van de beoogde woning. 3. Daarnaast worden door te voldoen aan de voorschriften uit het Activiteitenbesluit en de bijbehorende regeling risico's voorkomen dan wel zoveel mogelijk beperkt. Ook ten aanzien van het aspect veiligheid is sprake van een goed woon- en leefklimaat ter plaatse van de beoogde woning.
28
Toelichting
bestemmingsplan Weeldeweg tussen 4 en 8, Burgh-Haamstede
Het restaurant kan eveneens voldoen aan de geluidsnormen van het Activiteitenbesluit. Resumerend kan het restaurant voldoen aan de (geluid-, geur- en veiligheids-)voorschriften van het Activiteitenbesluit, zodat er geen beperkingen zijn. Andersom geredeneerd wordt er voor bewoners van de nieuwe woning een goed woon- en leefklimaat gegarandeerd. Voor het overige zijn er binnen 100 meter van het plangebied geen relevante bedrijven gevestigd die worden beperkt in hun bedrijfsvoering als gevolg van het oprichten van de woning. Er is geen aanleiding om aan te nemen dat de nieuw te bouwen woning binnen het plangebied milieuhygiënische knelpunten naar de omgeving zal opleveren. Een goed verblijfs- leefklimaat blijft gegarandeerd. Conclusie Uit inventarisatie is gebleken er geen relevante milieubelastende activiteiten in de nabijheid van het plangebied zijn gevestigd. Voor de woning kan een goed woon- en leefklimaat worden gegarandeerd, zodat er vanuit milieuzonering geen bezwaren bestaan tegen dit bestemmingsplan. 5.1.3 Geluid Wettelijk kader wegverkeerslawaai Wegverkeerslawaai kan de leefkwaliteit van een gebied sterk beïnvloeden. Mensen die veelvuldig worden blootgesteld aan een hoog niveau van wegverkeerslawaai kunnen hier lichamelijke en psychische klachten door oplopen.
De Wet geluidhinder (Wgh) verplicht ertoe onderzoek uit te voeren naar de geluidsbelasting op geluidsgevoelige bestemmingen binnen vastgestelde onderzoeksgebieden (zones) langs wegen. Tevens stellen de Wgh en het Besluit geluidhinder regels aan de maximale geluidsbelasting op geluidsgevoelige bestemmingen. Voor deze bestemmingen zijn voorkeursgrenswaarden opgesteld. Deze voorkeursgrenswaarden worden mede bepaald door de locatie van de gevoelige bestemmingen en het type weg. Bij realisatie van nieuwe geluidsgevoelige bestemmingen dient de geluidsbelasting ten hoogste de voorkeursgrenswaarde te bedragen. Ter bepaling van de geluidsbelasting dient op grond van artikel 74 van de Wet geluidhinder (Wgh) iedere weg in beschouwing te worden genomen, tenzij deze binnen een woonerf gelegen is of voor de weg een maximum rijsnelheid van 30 km/uur geldt. Deze wegen hebben een zone. Dit is een aandachtsgebied waarbinnen een akoestisch onderzoek dient plaats te vinden, voor zover sprake is van gevoelige functies. De grootte van de zones is afhankelijk van het aantal rijstroken en de definitie van het gebied (buitenstedelijk of binnenstedelijk). Buitenstedelijk is het gebied dat buiten de bebouwde kom is gelegen en het gebied binnen de bebouwde kom voor zover liggend langs een autosnelweg. Het overige gebied is binnenstedelijk.
Wettelijk kader industrielawaai Industrielawaai kan de leefkwaliteit van een gebied sterk beïnvloeden. Mensen die veelvuldig worden blootgesteld aan een hoog niveau van industrielawaai kunnen hier lichamelijke en psychische klachten door oplopen. De Wet geluidhinder (Wgh) verplicht ertoe een industrieterrein te zoneren, indien het bestemmingsplan de vestiging van zogenaamde grote lawaaimakers (conform artikel 2.4, Inrichtingen en Vergunningenbesluit) toestaat (artikel 40 Wgh). Dat betekent dat de maximale geluiduitstraling van het industrieterrein wordt vastgelegd middels het opnemen van een 50 dB(A)-contour voorkeursgrenswaarde) in het bestemmingsplan. Onderzoek/ beoordeling Verkeerslawaai Het plangebied ligt niet in een geluidzone van een gezoneerde weg. De ten zuiden van het plangebied gelegen Kraaiensteinweg (N57) met een zonebreedte van 250 meter ligt op circa 320 meter afstand. De overige wegen binnen een zone van 200 meter zijn zogenaamde 30 km/uur gebieden. In deze situatie is sprake van bestaande wegen en een nieuwe woning. Op grond van de Wet geluidhinder is er geen onderzoeksplicht naar 30 kilometer wegen. In het kader van een goede ruimtelijke ordening kan het echter wel noodzakelijk zijn de akoestische gevolgen van de 30 kilometer per uur wegen in kaart te brengen om te onderzoeken of er sprake is van een goed woon- en leefklimaat.
Hierover kan het volgende worden gezegd. Woon- en leefklimaat In het kader van een goede ruimtelijke ordening is inzicht vereist in de geluidsbelasting ter plaatse van
Toelichting
29
bestemmingsplan Weeldeweg tussen 4 en 8, Burgh-Haamstede
de woning. Het geluidsniveau van alle geluidsbronnen samen geeft een indicatie voor de te verwachten geluidhinder. De cumulatieve geluidsbelasting is bepaald volgens de methode “Miedema”. Op basis van de Atlas van Zeeland (kaart omgevingslawaai provinciale wegen 2022 (Lden) blijkt dat de geluidbelasting in het plangebied 35-40 dB bedraagt. Gelet hierop kan zonder onderzoek worden aangenomen dat de geluidsbelasting in Lden niet hoger is dan 48 dB. Voor de nieuwe woning geldt dat de situatie als goed kan worden beoordeeld. Binnen de dorpskern is dit passend. Op basis van deze uitkomst is er vanuit akoestisch oogpunt geen beletsel om de nieuwbouw van een woning mogelijk te maken, omdat er sprake is van een goed woon- en leefklimaat. Industrielawaai Bedrijven(terreinen) kunnen beperkingen opleggen aan nieuwe gevoelige functies, waaronder wonen, in verband met een geluidzone. Hierbij dient rekening te worden gehouden met de richtafstanden uit de brochure 'Bedrijven en milieuzonering' (zie paragraaf 5.1.2). In de nabijheid van het plangebied liggen geen (gezoneerde) bedrijventerreinen. Dit betekent dat er vanuit industrielawaai geen beperkingen zijn. Conclusie Vanuit de Wet geluidhinder bestaan er geen beperkingen tegen onderhavige planontwikkeling die dit bestemmingsplan mogelijk maakt.
5.1.4 Bodem Wettelijk kader Een verontreinigde bodem kan zorgen voor gezondheidsproblemen en tast de kwaliteit van het natuurlijk leefmilieu aan. Daarom is het belangrijk om bij ruimtelijke plannen de bodemkwaliteit mee te nemen in de overwegingen. De Wet bodembescherming (Wbb), het Besluit bodemkwaliteit en de Woningwet stellen grenzen aan de aanvaardbaarheid van verontreinigingen. Indien bij planvorming blijkt dat (ernstige) verontreinigingen in het plangebied aanwezig zijn, wordt op basis van de aard en omvang van de verontreiniging én de aard van de ruimtelijke plannen beoordeeld welke gevolgen dit heeft. Onderzoek/ beoordeling In verband met deze herontwikkeling is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd door MCG Zuidwest B.V. te Heinkenszand (rapport van 8 juni 2023, projectnr. 23MCG135.10, Bijlage 2). Hieruit kan het volgende worden afgeleid (overgenomen uit rapport). Uit de resultaten blijkt dat in de bovengrond met sporen baksteen licht verhoogde gehalten met koper, zink, lood en PAK zijn aangetoond. In de ondergrond is sprake van een licht verhoogd gehalte koper. In het grondwater zijn geen verhoogde concentraties aangetoond. Gezien de verkregen resultaten dient de hypothese ‘verdachte locatie’ te worden aanvaard.
Op basis van historisch onderzoek, de zintuiglijke beoordeling van de grond- en grondwatermonsters en de resultaten van het chemisch-analytisch onderzoek kan geconcludeerd worden dat er geen risico’s voor de volksgezondheid en het milieu aanwezig zijn met betrekking tot de huidige en voorgenomen activiteiten op de onderzoekslocatie. De verkregen resultaten geven geen aanleiding tot het uitvoeren van een nader bodemonderzoek en vormen vanuit milieukundig oogpunt geen belemmering voor de voorgenomen nieuwbouw. Aanbevolen wordt om vrijkomende grond te hergebruiken binnen de perceelsgrenzen. Dit onderzoek kan niet zonder meer gebruikt worden om grond, afkomstig van de onderzoekslocatie, elders toe te passen. Hiervoor dienen de toepassingseisen van het Besluit bodemkwaliteit in acht genomen te worden. Conclusie Er zijn geen risico's voor de volksgezondheid en het milieu aanwezig met betrekking tot de voorgenomen activiteiten in het onderhavige plangebied.
30
Toelichting
bestemmingsplan Weeldeweg tussen 4 en 8, Burgh-Haamstede
5.1.5 Luchtkwaliteit Wet- en regelgeving De belangrijkste wet- en regelgeving voor luchtkwaliteit is vanaf 15 november 2007 vastgelegd in hoofdstuk 5, Titel 5.2 van de Wet milieubeheer (Luchtkwaliteitseisen). In de wet zijn onder andere regels en grenswaarden opgenomen voor zwaveldioxide, stikstofdioxide en stikstofoxiden, fijn stof, lood, koolmonoxide en benzeen. De grenswaarden gelden voor de buitenlucht, met uitzondering van een werkplek in de zin van de Arbeidsomstandighedenwet. In tabel 5.2 is een overzicht gegeven van de grenswaarden. Tabel 5.2: Grenswaarden maatgevende stoffen Wet milieubeheer. stof jaargemiddelde uurgemiddelde 24-uursgemiddelde Opmerkingen NO2 40 µg/m3 200 µg/m3 n.v.t. Uurgemiddelde mag 18x per jaar worden overschreden PM2,5 25 µg/m3 n.v.t. n.v.t. n.v.t. 3 3 PM10 40 µg/m n.v.t. 50 µg/m 24-uursgemiddelde Mag 35x per jaar worden overschreden De Wet luchtkwaliteit (artikel 5.16, eerste lid, Wm) stelt dat ruimtelijke plannen doorgang kunnen vinden indien aan één van de onderstaande voorwaarden is voldaan: a. de plannen niet leiden tot het overschrijden van een grenswaarde; b. de luchtkwaliteit ten gevolge van de plannen (per saldo) verbetert of ten minste gelijk blijft; c. de plannen niet in betekenende mate (NIBM) bijdragen aan de concentratie van NO2 en PM10 en PM2,5 in de buitenlucht.
Vanaf het in werking treden van het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit op 1 augustus 2009 wordt onder een NIBM bijdrage een bijdrage van minder dan 3% van de grenswaarde verstaan; d. het project is opgenomen of past binnen het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). Verder is er met deze wijziging een wettelijke basis voor een Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit opgesteld. Luchtkwaliteit en goede ruimtelijke ordening Naast de bovenstaande bepalingen wordt in de Wet luchtkwaliteit een relatie gelegd met de Wet ruimtelijke ordening, in de zin van dat bij een nieuwe ontwikkeling er sprake moet zijn van een “goede ruimtelijke ordening”. Een dergelijke afweging wordt uiteindelijk gemaakt in samenspraak met de andere milieuaspecten. Gekeken naar het aspect luchtkwaliteit kan gesteld worden dat de huidige grenswaarden geen absolute bescherming bieden. Ook onder de normen kunnen, vooral bij gevoelige groepen, gezondheidseffecten optreden. In het algemeen geldt voor een goede luchtkwaliteit - hoe verder van een drukke weg (de belangrijkste bron van luchtvervuiling) hoe beter. Onderzoek/ beoordeling Het plan omvat het oprichten van één woning. Door de omvang van het project is dit een project niet in betekenende mate. Er behoeft dus niet getoetst te worden aan de grenswaarden.
Om toch een beeld te krijgen van de luchtkwaliteit in het plangebied is de NSL monitoringstool, die behoort bij het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit, geraadpleegd voor 2021 en het prognosejaar 2030 in de jaargemiddelde achtergrondconcentraties NO2, PM10 en PM2,5 langs zuidelijk gelegen N57. Volgens de NSL monitoringtool is de concentratie NO2, PM10, PM2,5 en EC-concentratie op de rekenpunten onder de grenswaarden. Langs de Weeldeweg liggen geen rekenpunten in de NSL Monitoringtool. De concentraties langs deze straat zijn evenwel veel lager zijn dan de concentraties van de drukker bereden N57 die onder de grenswaarden ligt. Geconcludeerd wordt dat de Wlk de uitvoering van het project niet in de weg staat. Conclusie In de huidige situatie voldoet de luchtkwaliteit op de meest kritische locatie in het plangebied aan de
Toelichting
31
bestemmingsplan Weeldeweg tussen 4 en 8, Burgh-Haamstede
luchtkwaliteit-grenswaarden. Volgens de prognoses wordt de luchtkwaliteit in de komende jaren door het schoner worden van het verkeer steeds beter. De planontwikkeling valt onder de noemer “kleine projecten”, zodat voor deze planontwikkeling een luchtonderzoek achterwege kan blijven. Hoofdstuk 5, Titel 5.2 van de Wet milieubeheer (Luchtkwaliteitseisen) staat deze planontwikkeling dan ook niet in de weg. 5.1.6 Externe veiligheid Wettelijk kader Bij Externe Veiligheid (EV) gaat het om de gevaren die de directe omgeving loopt in het geval er iets mis mocht gaan tijdens de opslag, productie of het transport van gevaarlijke stoffen. De daaraan verbonden risico's moeten aanvaardbaar blijven. Binnen de EV worden twee normstellingen gehanteerd: Het Plaatsgebonden risico (PR) richt zich vooral op de te realiseren basisveiligheid voor burgers. Het Groepsrisico (GR) stelt beperkingen aan de maatschappelijke ontwrichting als gevolg van calamiteiten met gevaarlijke stoffen. Bebouwing is niet toegestaan binnen de zogenaamde 10-6 contour van het PR: rond inrichtingen, waarin opslag/verwerking van gevaarlijke stoffen plaatsvindt; langs transportroutes (weg, spoor, water, buisleiding) waarover gevaarlijke stoffen worden vervoerd. Risico's verbonden aan het transport van gevaarlijke stoffen zijn in kaart gebracht in de diverse risicoatlassen.
In het Besluit externe veiligheid inrichtingen (BEVI) is opgenomen dat voor iedere toename van het GR een verantwoordingsplicht geldt, ook als de verandering geen overschrijding van de norm veroorzaakt. Onderzoek / beoordeling Transport gevaarlijke stoffen Gevaarlijke stoffen worden vervoerd over de modaliteiten binnenwater, spoor, weg en door buisleidingen. Indien een bestemming is gepland binnen het invloedsgebied van de transportas dient de toename van het GR berekend te worden en afhankelijk van de uitkomst van de berekening dient een verantwoording GR te worden opgesteld. Op 1 april 2015 is het Besluit externe veiligheid transportroutes voor het vervoer van gevaarlijke stoffen over water, weg en het spoor in werking getreden. Met de invoering van dit Besluit beoogt het Rijk een evenwicht tot stand te brengen tussen het vervoer van gevaarlijke stoffen, ruimtelijke ontwikkelingen en externe veiligheid. Transport over water Er ligt in de omgeving (binnen 200 meter) van het plangebied geen hoofdvaarweg, waarover transport van gevaarlijke stoffen plaatsvindt. Er is geen beperking voor het plangebied. Transport over spoor Er ligt binnen een zone van 200 meter van het plangebied geen spoorbaan, waarover transport van gevaarlijke stoffen plaatsvindt. Er is geen beperking voor het plangebied.
Wegtransport Er ligt in de directe omgeving van het plangebied (binnen 200 meter) geen rijksweg of provinciale weg (de afstand tot de N57 bedraagt circa 320 meter) met een route gevaarlijke stoffen, zodat deze planontwikkeling geen belemmering vormt. De Weeldeweg is niet opgenomen als een route gevaarlijke stoffen. Transport per buisleiding Voor zoneringsafstanden van hogedruk gasleidingen geldt het Besluit externe veiligheid buisleidingen. Hierbij dient te worden uitgegaan van de risicoafstanden zoals aangegeven in het Besluit. Er liggen in de omgeving van het plangebied geen aardgasleidingen van de Gasunie. Er zijn voor wat betreft het transport door buisleidingen geen beperkingen voor de ontwikkeling. Inrichtingen Binnen de 10-6 contour van een risicovolle inrichting mogen geen kwetsbare bestemmingen geplaatst worden. Indien een bestemming is gepland binnen het invloedsgebied van de EV relevante inrichtingen dient de toename van het GR berekend te worden en afhankelijk van de uitkomst van de berekening dient een verantwoording GR te worden opgesteld. In de nabijheid van het plangebied zijn geen EV-relevante inrichtingen gevestigd, zodat het GR hier geen belemmering vormt. Risicokaart
32
Toelichting
bestemmingsplan Weeldeweg tussen 4 en 8, Burgh-Haamstede
De Risicokaart geeft inzicht in de risico's in de woon- en werkomgeving. Op de kaart staan meerdere soorten typen rampen, zoals ongevallen met brandbare, explosieve en giftige stoffen, grote branden of verstoring van de openbare orde. Deze gegevens zijn afkomstig van gemeenten, waterschappen, provincie en de rijksoverheid. Op de Risicokaart zijn in de directe nabijheid van het plangebied geen risicovolle bedrijven gevestigd, zodat er geen belemmeringen zijn voor deze planontwikkeling. Conclusie Bij externe veiligheid gaat het om de gevaren die in de directe omgeving aanwezig zijn in het geval er iets mis mocht gaan tijdens de productie, het behandelen of het vervoeren van gevaarlijke stoffen. De daaraan verbonden risico's moeten aanvaardbaar blijven. Vanuit spoor-, vaarwegen, wegtransport, buisleidingen en inrichtingen gelden geen beperkingen voor het plangebied. Het Besluit externe veiligheid inrichtingen (BEVI), Besluit externe veiligheid Buisleidingen (BEVB) en het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) staat de uitvoering van dit bestemmingsplan dan ook niet in de weg.
5.2
Archeologie en cultuurhistorie
Wettelijk kader In 1992 is het Verdrag van Malta tot stand gekomen en in 1998 door Nederland geratificeerd. Doelstelling van het verdrag is de bescherming en het behoud van archeologische waarden. Als gevolg van dit verdrag wordt in het kader van de ruimtelijke ordening het behoud van het archeologisch erfgoed meegewogen zoals alle andere belangen die bij de voorbereiding van het plan een rol spelen. In het verdrag van Malta wordt gesteld dat archeologie van wezenlijk belang is voor de geschiedschrijving van de mensheid. Het verdrag is erop gericht deze waarden voor de toekomst te behouden. De gehanteerde uitgangspunten zijn: archeologische waarden zoveel mogelijk in de bodem bewaren (behoud in situ); in ruimtelijke ordening (planvorming) al rekening houden met archeologische waarden; de bodemverstoorder betaalt archeologisch vooronderzoek en mogelijke opgravingen. Het verdrag is geïmplementeerd in de Erfgoedwet die per 1 juli 2016 in werking is getreden. Deze wet is in de plaats gekomen van 6 wetten en regelingen op het gebied van cultureel erfgoed. De gemeenten zijn verplicht om bij het vaststellen van ruimtelijke plannen rekening te houden met eventueel aanwezige archeologische waarden.
Onderzoek/ beoordeling In de provincie Zeeland kan in het kader van het behoud van waardevolle cultuurhistorische elementen en archeologische vindplaatsen, worden getoetst aan de provinciale Cultuurhistorische Waardenkaart. Hierop staan de bepalende cultuurhistorische elementen aangeven. Binnen het plangebied zijn geen rijksmonumenten en beeldbepalende panden aanwezig. De gemeenteraad van Schouwen-Duiveland heeft op 28 februari 2008 archeologiebeleid vastgelegd in het Beleidsplan Archeologie en Archeologische waarden- en verwachtingenkaarten voor de historische kernen en het buitengebied. Het gemeentelijk beleid gaat primair uit van "behoud in situ". Dit betekent dat archeologische resten zoveel mogelijk in de bodem bewaard moeten blijven. Daar waar verstoring van de bodem onvermijdelijk is, dient initiatiefnemer zorg te dragen voor archeologisch onderzoek, zodat de informatie over het verleden middels opgravingen behouden blijft. Het beleid is daarbij streng waar het moet en minder streng waar het kan en niet tot kennisverlies leidt. Dit uitgangspunt vertaalt zich naar de vrijstellingsgrenzen: daar waar veel en waardevolle archeologische resten verwacht worden, wordt aangesloten op de wettelijke voorgeschreven vrijstellingsgrens van 100 m².
Op plaatsen waar de kans op het aantreffen van archeologische resten klein is, is de kans op informatieverlies eveneens klein en worden ruimere vrijstellingsgrenzen gehanteerd. Op de beleidskaart bij het Beleidsplan is het plangebied aangeduid als "Middelhoge kans op het aantreffen van archeologische waarden" net buiten een terrein voor hoge archeologische waarde (figuur 5). In het op 29 oktober 2009 vastgestelde facet bestemmingsplan Archeologie is het plangebied aangeduid als 'Waarde - Archeologie 5'. Deze bestemming is later ook opgenomen in het thans vigerende bestemmingsplan. Op grond hiervan geldt een vrijstellingsgrens voor bodemingrepen dieper dan 50 cm -Mv en plangebied groter dan 250 m². De woning krijgt een oppervlakte van afgerond 100 m². Gelet hierop is een Bureauonderzoek naar archeologie achterwege gelaten.
Toelichting
33
bestemmingsplan Weeldeweg tussen 4 en 8, Burgh-Haamstede
Het is niet volledig uit te sluiten dat binnen het gebied toch nog archeologische resten voorkomen. Het verdient daarom aanbeveling om de uitvoerder van het grondwerk te wijzen op de plicht archeologische vondsten te melden bij het bevoegde overheid, zoals aangegeven in artikel 5.10 van de Erfgoedwet. Deze aanbeveling zal worden overgenomen. Wanneer onverhoopt tijdens het bouwrijp maken toch archeologische sporen worden gevonden, dan zullen verdere bodemingrepen onder archeologische begeleiding plaatsvinden. Conclusie Het initiatief tast de archeologische waarden niet aan, zodat er vanuit dit gezichtspunt geen beperkingen worden gesteld aan deze planontwikkeling.
Figuur 5: Uitsnede archeologische beleidskaart. Plangebied geel omkaderd.
34
Toelichting
bestemmingsplan Weeldeweg tussen 4 en 8, Burgh-Haamstede
5.3
Flora en fauna
Wettelijk kader Op 1 januari 2017 is de Wet Natuurbescherming in werking getreden. Deze wet vervangt 3 wetten: de Natuurbeschermingswet 1998, de Flora- en faunawet en de Boswet. Doelen van de Wet natuurbescherming zijn het beschermen en ontwikkelen van de natuur, het behouden en herstellen van biologische diversiteit en het doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de natuur en het verzekeren van een samenhangend beleid gericht op het behoud en beheer van waardevolle landschappen. De Wet Natuurbescherming zorgt voor bescherming van gebieden, diersoorten, plantensoorten en bossen. In de wet blijft de bescherming van Natura 2000-gebieden vrijwel hetzelfde. De bescherming van Beschermde Natuurmonumenten is komen te vervallen. Wel kunnen provincies ervoor kiezen om deze gebieden alsnog te beschermen via het provinciale beleid. De provincie voegt dan gebieden toe aan het Natuurnetwerk Nederland (NNN) of wijst ze aan als bijzonder provinciaal natuurgebied of -landschap. Onderzoek/ beoordeling Het plangebied maakt geen onderdeel uit van een Natura2000-gebied. Het dichtstbijzijnde Natura2000-gebied 'Kop van Schouwen' ligt circa 350 meter ten noordwesten van het plangebied. Het zuidelijk gelegen Natura2000-gebied 'Oosterschelde' ligt op een afstand van circa 1,9 km (figuur 6). Gelet op de geringe ingreep worden geen (significante) effecten verwacht op deze Natura2000-gebieden.
Er is voorts geen sprake van toename van stikstofdepositie, zoals in paragraaf 5.3.1 wordt aangetoond. Daarom is een Habitattoets achterwege gelaten.
Figuur 6: Natura2000-gebieden nabij het plangebied. Plangebied met een rode stip aangeduid. Het plangebied ligt op circa 60 meter ten westen van bestaande natuur van NNN (Ring Burgh) van de provincie Zeeland (figuur 7). Ook hier heeft de planontwikkeling geen nadelige gevolgen voor de bestaande natuur van NNN.
Toelichting
35
bestemmingsplan Weeldeweg tussen 4 en 8, Burgh-Haamstede
Figuur 7: Uitsnede Natuurbeheerplan Zeeland, 2023. Plangebied woning zwart omlijnd. 5.3.1 Stikstofdepositie Natura2000-gebieden kunnen gevoelig zijn voor stikstofdepositie. Binnen het invloedsgebied van de planlocatie liggen twee Natura2000-gebieden. In onderhavige situatie is er sprake van het oprichten van één woning. Belangrijke nadelige milieugevolgen voor de natuur vallen hierdoor niet op voorhand uit te sluiten. Op 1 juli 2021 is de Wet stikstofreductie en natuurverbetering (Wsn) in werking getreden onder de Wet natuurbescherming (dat ook geldt onder de in te voeren Omgevingswet op 1 januari 2024). De Wsn bevat onder andere de resultaatsverplichting om stapsgewijs de stikstofbelasting op stikstofgevoelige habitattypes in de Natura 2000-gebieden onder de kritische depositiewaarde te krijgen. Hiertoe zijn een drietal omgevingswaarden opgenomen in de wet voor 2025, 2030 en 2035. Op voorhand kan de toename van stikstofdepositie niet worden uitgesloten. In verband hiermede zijn stikstofberekeningen van de aanleg- en gebruiksfase uitgevoerd door Stalbouw.NL (rapport van 17 november 2023, Bijlage 3). Uit de AERIUS-berekeningen blijkt dat aan de hand van de depositieberekeningen geconcludeerd kan worden dat het voorgenomen plan niet zal leiden tot significant negatieve effecten op de omliggende beschermde natura 2000-gebieden.
De totale depositie van de aanlegfase evenals de gebruiksfase is dan ook kleiner dan 0,00 mol per hectare per jaar. Deze bijdragen zijn zo klein dat er geen vergunningplicht is in het kader van de Wet natuurbescherming, gebiedsbescherming. Het aspect stikstofdepositie vormt voor dit bestemmingsplan geen belemmering. Kort samengevat: Op de planlocatie is géén regelgeving met betrekking tot Natura 2000 van toepassing. Met betrekking tot stikstofdepositie zijn er geen effecten te verwachten. Het plangebied vormt géén onderdeel van het Natuurnetwerk Nederland.
36
Toelichting
bestemmingsplan Weeldeweg tussen 4 en 8, Burgh-Haamstede
5.3.2 Flora- en faunatoets Bij een bestemmingsplan moet bekeken worden wat het effect is op de aanwezige flora- en fauna. In verband hiermede is een ecologisch onderzoek uitgevoerd door adviesbureau Wieland te Hulst (rapport van 23 juni 2023, Bijlage 4). Op basis van een inventarisatie, literatuuronderzoek en een verkennend onderzoek kunnen de volgende conclusies en aanbevelingen worden getrokken (overgenomen uit het rapport). Het plangebebied is in gebruik als tuin. De omgeving bestaat uit bebouwd gebied. Er zijn geen bomen en struiken. Een aanwezige vijver is reeds gedempt. Er wordt geen bebouwing gesloopt. Er zijn geen functionele biotopen voor grondgebonden zoogdieren, vleermuizen, amfibieën en broedvogels waarvan het leefgebied jaarrond beschermd is. Het terrein is niet geschikt voor andere beschermde soorten. Het biotoop is ongeschikt door de geïsoleerde ligging in bebouwd gebied en omdat het gebied intensief betreden en beheerd wordt. Essentiële onderdelen van een biotoop zijn niet aanwezig. Er zijn geen overtredingen in het kader van de Wet natuurbescherming te verwachten. Het plangebied ligt meer dan 300 meter afstand van Natura2000-gebied. Er zijn geen negatieve effecten te verwachten door de voorgenomen activiteiten. Er is ook geen negatief effect te verwachten op de natuurkwaliteiten van terreinen die zijn aangemerkt in het kader van het Natuurnetwerk Zeeland.
De afstand tot deze gebieden is 75 meter. Algemene Zorgplicht Voor planten- en diersoorten geldt in het kader van de Wet Natuurbescherming de algemene zorgplicht. Deze bepaalt dat een ieder die weet dat zijn of haar handelen nadelige gevolgen kan hebben voor flora en/of fauna, deze handelingen achterwege dient te laten of verplicht is om maatregelen te nemen (voor zover redelijkerwijs kan worden gevraagd) die deze negatieve gevolgen zoveel mogelijk voorkomen, beperken of ongedaan maken. De zorgplicht kan gezien worden als algemene fatsoenseis die voor iedereen geldt. Conclusie Gelet op het vorenstaande kan worden geconcludeerd dat er vanuit soortenbescherming en gebiedsbescherming geen beperkingen zijn.
5.4
Overige realiserings- en uitvoeringsaspecten
5.4.1 Kabels en leidingen In het plangebied liggen naast de gebruikelijke kabels en leidingen geen ruimtelijk relevante watertransportleidingen en gastransportleidingen, zodat een beschermende regeling niet nodig is.
Toelichting
37
bestemmingsplan Weeldeweg tussen 4 en 8, Burgh-Haamstede
38
Toelichting
bestemmingsplan Weeldeweg tussen 4 en 8, Burgh-Haamstede
Hoofdstuk 6 6.1
Juridische opzet
Algemeen
In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de wijze waarop de ruimtelijke en functionele ontwikkelingen een vertaling hebben gekregen in de juridisch bindende onderdelen van het bestemmingsplan, de plankaart (de verbeelding van de geometrische plaatsbepaling) en de regels.
6.2
Verbeelding
Op de verbeelding (plankaart), getekend op een kadastrale ondergrond schaal 1:500, zijn door middel van coderingen (via combinatie van letteraanduidingen, arceringen en/of kleur) de bestemmingen aangegeven. Gekozen is voor een gedetailleerd bestemmingsplan.
6.3
Regels
De regels bevatten het juridisch instrumentarium voor het regelen van het gebruik van de gronden en bepalingen omtrent de toegelaten bebouwing. De regels zijn, overeenkomstig de SVBP 2012, onderverdeeld in vier hoofdstukken: Hoofdstuk 1 bevat de inleidende regels. In artikel 1 zijn de begrippen opgenomen die van belang zijn voor de toepassing van de regels. Artikel 2 betreft de wijze van meten, waarin is aangegeven hoe bij de toepassing van de bestemmingsregels wordt gemeten. Hoofdstuk 2 bevat de bestemmingsregels. In dit hoofdstuk zijn per bestemming regels opgenomen voor het toegestane gebruik en de toegestane bebouwing van de gronden. In paragraaf 6.3.2 wordt nader ingegaan op de bestemmingen die voorkomen binnen het plangebied. Hoofdstuk 3 bevat de algemene regels. Het betreft regels die voor het hele plangebied of voor verschillende bestemmingen van toepassing zijn. In dit hoofdstuk zijn de anti-dubbeltelregel, algemene bouw- en gebruiksregels, algemene aanduidingsregels, algemene afwijkingsregels en overige regels voor parkeren opgenomen. Hoofdstuk 4 bevat twee artikelen. In het eerste artikel is het overgangsrecht opgenomen, zoals dat ingevolge het Besluit ruimtelijke ordening is voorgeschreven. Het tweede artikel bevat de slotregel. In de slotregel is aangegeven hoe de regels kunnen worden aangehaald. 6.3.1 Inleidende regels Dit hoofdstuk bevat 2 artikelen.
Artikel 1 Begrippen In het artikel 'Begrippen' wordt een aantal in de planregels voorkomende begrippen nader omschreven. Door de omschrijving wordt de interpretatie van deze begrippen beperkt, waarmee de duidelijkheid van het plan en daarmee de rechtszekerheid wordt vergroot. Artikel 2 Wijze van meten In het artikel 'Wijze van meten' wordt aangegeven hoe de in het plan voorgeschreven maatvoeringen dienen te worden bepaald. 6.3.2 Bestemmingsregels Dit hoofdstuk bevat de regels waarin de materiële inhoud van de op de verbeelding gegeven bestemmingen zijn opgenomen. Bij de opzet van de artikelen is, zoals de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP 2012) bepaalt, een vaste indeling aangehouden. Voor de volgorde van de bestemmingen leidt dit ertoe dat eerst de bestemmingsomschrijvingen worden benoemd en hierna de bouwregels en in voorkomende geval nadere eisen, afwijken van de bouwregels, specifieke gebruiksregels, afwijken van de gebruiksregels en omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden. Artikel 3 Wonen De op de verbeelding voor 'Wonen' aangeduide gronden zijn, met inachtneming van de nadere
Toelichting
39
bestemmingsplan Weeldeweg tussen 4 en 8, Burgh-Haamstede
aanduidingen, bestemd voor een vrijstaande woning met bijbehorende voorzieningen ten behoeve van de huisvesting van personen. Binnen deze bestemming zijn de volgende bouwwerken toegestaan: een hoofdgebouw en bijbehorende bouwwerken, zoals bijgebouwen en aan- of uitbouwen en andere bouwwerken. Op de verbeelding is de toegestane hoogte van het hoofdgebouw opgenomen. De hoogte van bijgebouwen is in de regels vastgelegd. Voor bijbehorende bouwwerken geldt dat de gronden voor maximaal 50% mogen worden bebouwd tot een maximum van 40 m². Op percelen groter dan 240 m² mogen, afhankelijk van de perceelsgrootte, meer bijbehorende bouwwerken worden gebouwd. In de regels zijn nadere voorwaarden gegeven voor de bouw van bouwwerken, geen gebouwen zijnde. Artikel 4 Waarde - Archeologie 5 Voor dit gebied is overeenkomstig het geldende bestemmingsplan de dubbelbestemming 'Waarde Archeologie 5' opgenomen met daaraan gekoppeld een omgevingsvergunningenstelsel. 6.3.3 Algemene regels Dit hoofdstuk bevat meerdere artikelen die op de bestemmingen uit hoofdstuk 2 van toepassing zijn. Artikel 5 Anti-dubbeltelregel Het artikel 'Anti-dubbeltelregel' bevat een regeling waarmee wordt voorkomen dat met het bestemmingsplan strijdige situaties ontstaan of worden vergroot.
Artikel 6 Algemene bouwregels In het artikel 'Algemene bouwregels' is een aantal aanvullende bouwregels opgenomen die voor alle bestemmingen kunnen gelden. Bijvoorbeeld extra bouwmogelijkheden voor ondergeschikte bouwdelen zoals balkons, kelders en ondergronds bouwen. Artikel 7 Algemene gebruiksregels In het artikel 'Algemene gebruiksregels' is een algemeen verbod opgenomen voor gebruik in strijd met de bestemmingen. Artikel 8 Algemene aanduidingsregels Op de verbeelding zijn conform het geldende bestemmingsplan twee gebiedsaanduidingen opgenomen, die over de (enkel)bestemming valt. De gebiedsaanduidingen zijn opgenomen ter bescherming van bepaalde waarden of functies. Hiertoe zijn in dit artikel beperkingen aan de gebruiks- en de bouwmogelijkheden opgenomen en kunnen aanvullende onderzoeksverplichtingen opgenomen zijn. wetgevingzone - natuurgebied Voor de gronden die binnen deze zone vallen, geldt een extra voorwaarde voordat toepassing kan worden gegeven aan een afwijkings- of wijzigingsbevoegdheid. De voorwaarde ziet op het voorkomen van een aantasting van het nabijgelegen natuurgebied tegen de mogelijke invloeden hierop als van de bevoegdheid gebruik wordt gemaakt. Artikel 9 Algemene afwijkingsregels Het artikel 'Algemene afwijkingsregels' is gebaseerd op artikel 3.6, lid 1 onder c van de Wro en heeft onder meer tot doel enige flexibiliteit in de regels aan te brengen.
Met een door het bevoegd gezag te verlenen afwijking kunnen onder meer geringe wijzigingen in de maatvoeringen voor bouwwerken, zoals genoemd in hoofdstuk 2 van de regels, worden aangebracht en (openbare) nutsvoorzieningen worden gerealiseerd. Artikel 10 Overige regels In dit artikel zijn de parkeerregels opgenomen. Deze komen er op neer dat het parkeerbeleid van de gemeente dient te worden toegepast bij nieuwe bouwplannen en functiewijzigingen, zoals deze eerder zijn vastgesteld in het 'Parapluplan parkeernormen Schouwen-Duiveland'. 6.3.4 Overgangs- en slotregels Het laatste hoofdstuk van de planregels bevat twee artikelen.
40
Toelichting
bestemmingsplan Weeldeweg tussen 4 en 8, Burgh-Haamstede
Artikel 11 Overgangsrecht Het artikel 'Overgangsrecht' heeft ten doel de rechtstoestand te begeleiden van situaties die afwijken van de regels van het bestemmingsplan. Lid 1 van dit artikel geeft regels voor bouwwerken die op het tijdstip van de inwerkingtreding van het plan gebouwd zijn of gebouwd kunnen worden, en die afwijken van de bebouwingsregels van het plan. Lid 2 van dit artikel regelt het gebruik van onbebouwde gronden en bouwwerken in het plan, voor zover dit gebruik op het tijdstip van de inwerkingtreding van het plan, afwijkt van de in het plan gegeven bestemming. Artikel 12 Slotregel Het artikel 'Slotregel' bevat de titel waaronder het bestemmingsplan kan worden geciteerd. Dit artikel wordt dan ook wel het citeerartikel genoemd.
6.4
Handhaving bestemmingsplan
Het ontwikkelen van beleid en de vertaling daarvan in een bestemmingsplan heeft alleen zin, indien na de vaststelling van het bestemmingsplan handhaving plaatsvindt. Daarom is het belangrijk om reeds ten tijde van het opstellen van een bestemmingsplan aandacht te besteden aan de handhaafbaarheid van de voorgeschreven regels. Vier factoren zijn van wezenlijk belang voor een goed handhavingsbeleid: 1. Voldoende kenbaarheid van het plan Een goed handhavingsbeleid begint bij de kenbaarheid van het bestemmingsplan bij degenen die het moeten naleven. De wet bevat enkele waarborgen ten aanzien van de te volgen procedure: deze heeft in de bestemmingsplanprocedure een aantal inspraakmomenten ingebouwd. 2. Voldoende maatschappelijk draagvlak voor beleid en regeling in het plan De inhoud van het plan kan slechts gehandhaafd worden indien het beleid en de regeling vanuit een oogpunt van algemeen belang aanvaardbaar is. De belangen van omwonenden worden hierbij vooraf gewogen in het kader van de inspraak. 3. Realistische en inzichtelijke regeling Een juridische regeling dient realistisch en inzichtelijk te zijn; dat wil zeggen niet onnodig beperkend of inflexibel. Bovendien moeten de bepalingen goed controleerbaar zijn. De regels moeten derhalve niet meer regelen dan noodzakelijk is. 4.
Actief handhavingsbeleid Het sluitstuk van een goed handhavingsbeleid is voldoende controle van de feitelijke situatie in het plangebied. Daarnaast moeten adequate maatregelen worden getroffen indien de regels worden overtreden. Indien dit wordt nagelaten, ontstaat een grote mate van rechtsonzekerheid.
Toelichting
41
bestemmingsplan Weeldeweg tussen 4 en 8, Burgh-Haamstede
42
Toelichting
bestemmingsplan Weeldeweg tussen 4 en 8, Burgh-Haamstede
Hoofdstuk 7 7.1
Economische uitvoerbaarheid
Financiële haalbaarheid
De gemeente en initiatiefnemer/exploitant van de planontwikkeling hebben over de economische uitvoerbaarheid van het plan overleg gehad. De planontwikkeling zal in overeenstemming zijn met provinciale, regionale en gemeentelijke uitgangspunten. De afspraken zijn vastgelegd in een tussen de gemeente en initiatiefnemer/exploitant gesloten anterieure exploitatieovereenkomst. Hiermee is het kostenverhaal voor de ontwikkeling verzekerd en is het niet noodzakelijk om een exploitatieplan vast te stellen. Er zijn ook geen overige redenen als bedoeld in artikel 6.12 Wro, om een exploitatieplan vast te stellen. Alle eisen en voorwaarden waaraan moet worden voldaan zijn opgenomen in de exploitatieovereenkomst.
Toelichting
43
bestemmingsplan Weeldeweg tussen 4 en 8, Burgh-Haamstede
44
Toelichting
bestemmingsplan Weeldeweg tussen 4 en 8, Burgh-Haamstede
Hoofdstuk 8 8.1
Maatschappelijke betrokkenheid
Resultaten overleg ex artikel 3.1.1 Bro
In het kader van het overleg ingevolge artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening is het ontwerpbestemmingsplan toegezonden aan een aantal personen en/of instanties.
8.2
Communicatie
Hier volgt een bespreking van de momenten dat omwonenden ingelicht en betrokken zijn bij de planvorming en hoe de argumentatie zijn weerslag in het bestemmingsplan heeft gevonden. Initiatiefnemer heeft de bewoners/gebruikers van de Weeldeweg 4, 4a, 17, 19 en 21, en Achterweg 1, een brief gestuurd. De geanonimiseerde brief is opgenomen in Bijlage 5. Zij zijn geïnformeerd over de voorgenomen wijziging van het bestemmingsplan om een woning mogelijk te maken. Hierbij is de mogelijkheid geboden om binnen twee weken schriftelijk te reageren. Binnen deze termijn is één reactie waarin is verzocht de nieuw te bouwen woning niet als B&B te gebruiken. Reactie: De bestemmingsplan maakt alleen een woning mogelijk. Het gebruik als B&B is bij deze bestemmingsplanwijziging niet aan de orde. Wel is de gebruikelijke regeling overgenomen uit het geldende bestemmingsplan "Burgh-Haamstede".
8.3
Zienswijzen
Overeenkomstig artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening en Afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht heeft het ontwerpbestemmingsplan vanaf 18 december tot en met 29 januari 2024 gedurende zes weken ter inzage gelegen. In deze periode zijn geen schriftelijke en/of mondelinge zienswijzen ingediend.
Toelichting
45
bestemmingsplan Weeldeweg tussen 4 en 8, Burgh-Haamstede
46
Toelichting
bestemmingsplan Weeldeweg tussen 4 en 8, Burgh-Haamstede
Regels
Regels
47
bestemmingsplan Weeldeweg tussen 4 en 8, Burgh-Haamstede
Hoofdstuk 1 Artikel 1
Inleidende regels
Begrippen
1.1 plan Het bestemmingsplan Weeldeweg tussen 4 en 8, Burgh-Haamstede met identificatienummer NL.IMRO.1676.00381BphBH-VA01 van de gemeente Schouwen-Duiveland. 1.2 bestemmingsplan De geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen. 1.3 aanduiding Een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden. 1.4 aanduidingsgrens De grens van een aanduiding indien het een vlak betreft. 1.5 aanduidingsvlak Een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde aanduiding, begrensd door een aanduidingsgrens. 1.6 achtererfgebied Erf achter de lijn die het hoofdgebouw doorkruist op 1 m achter de voorkant en van daaruit evenwijdig loopt met het aangrenzend openbaar toegankelijk gebied, zonder het hoofdgebouw opnieuw te doorkruisen of in het erf achter het hoofdgebouw te komen. 1.7 achtergevel van een hoofdgebouw Het meest achterwaarts gelegen deel van een hoofdgebouw. 1.8 achtergevellijn Denkbeeldige lijn die strak loopt langs de achtergevel van een hoofdgebouw tot aan de bouwperceelgrenzen. 1.9 afgewerkt bouwterrein De gemiddelde hoogte van de gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde, omringende grond; bij hellende terreinen: het hoogste punt van de gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde, omringende grond.
1.10 afwijking Een afwijking van het bestemmingsplan als bedoeld in art. 2.1, lid 1, onder c, van de Wabo juncto art. 2.12, eerste lid, onder a, sub 1, van de Wabo. 1.11 archeologisch deskundige Dee provinciaal archeoloog van Zeeland, de Rijksarcheoloog van de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed of een ander deskundig archeologisch adviesbureau. 1.12 archeologische waarde De in het kader van dit plan aan het gebied toegekende waarde gekenmerkt door voorwerpen of bewoningssporen van vroegere samenlevingen direct onder het aardoppervlak. 1.13 bebouwing Eén of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde.
48
Regels
bestemmingsplan Weeldeweg tussen 4 en 8, Burgh-Haamstede
1.14 bebouwingspercentage Een aangegeven percentage, dat de grootte van het deel van een maatvoeringsvlak aangeeft dat maximaal mag worden bebouwd. 1.15 bed & breakfast Een nevenactiviteit in een bestaande woning waar logies wordt verstrekt en waar eventueel afzonderlijke maaltijden worden verstrekt aan gasten. 1.16 bedrijfsmatig gebruik van een woning Het gebruik van een gedeelte van een woning en/of een bijbehorend bouwwerk voor het bedrijfsmatig verlenen van diensten of het uitoefenen van ambachtelijk bedrijvigheid geheel of overwegend door middel van handwerk en dat is gericht op consumentenverzorging en waarvan de omvang zodanig is dat de woonfunctie behouden blijft. 1.17 beroepsmatig gebruik van de woning Het gebruik van een gedeelte van een woning en/of een bijbehorend bouwwerk voor een beroep of het beroepsmatig verlenen van diensten op administratief, juridisch, medisch, therapeutisch, lichaamsverzorgend, haarverzorgend, kunstzinnig, ontwerptechnisch of hiermee gelijk te stellen gebied. 1.18 bestaand Ten tijde van de vaststelling van het bestemmingsplan. 1.19 bestemmingsgrens De grens van een bestemmingsvlak. 1.20 bestemmingsvlak Een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming. 1.21 bevoegd gezag Bevoegd gezag zoals bedoeld in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.
1.22 bijbehorend bouwwerk Uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd en met de aarde verbonden bouwwerk met een dak. 1.23 bordes (woning) Verhoogd platform voor de ingang van een gebouw bereikbaar via een aantal treden of een trap. 1.24 bouwen Het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk. 1.25 bouwgrens De grens van een bouwvlak. 1.26 bouwperceel Een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten. 1.27 bouwperceelgrens Een grens van een bouwperceel. 1.28 bouwvlak Een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegelaten.
Regels
49
bestemmingsplan Weeldeweg tussen 4 en 8, Burgh-Haamstede
1.29 bouwwerk Elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal die hetzij direct, hetzij indirect met de grond verbonden is, hetzij direct, hetzij indirect steun vindt in of op de grond. 1.30 detailhandel Het bedrijfsmatig te koop aanbieden, hieronder begrepen de uitstalling ten verkoop (bijvoorbeeld een showroom), het verkopen en/of leveren van goederen aan diegenen die deze goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit. 1.31 dienstverlening Het bedrijfsmatig verlenen van diensten, waarbij het publiek rechtstreeks (al dan niet via een balie) te woord wordt gestaan en geholpen zoals bijvoorbeeld een makelaarskantoor, uitzendbureau, reisbureau, kapper, schoonheidssalon, fysiotherapeut, belwinkel en internetcafé. 1.32 erfgrens De grens van een erf. 1.33 escortbedrijf De natuurlijke persoon, groep van personen of rechtspersonen die bedrijfsmatig ,of van omvang alsof zij bedrijfsmatig is, prostitutie aanbiedt die op een andere plaats dan in de bedrijfsruimte (van een seksinrichting) wordt uitgeoefend. 1.34 gastenverblijf Een vrijstaand of aan een woning aangebouwd gebouw, die niet direct vanuit de woning toegankelijk is en die gebruikt wordt om niet-commercieel logies te bieden aan personen die elders hun hoofdverblijf hebben.
1.35 gebouw Elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt. 1.36 geluidgevoelige gebouwen Woningen alsmede andere geluidsgevoelige gebouwen of geluidsgevoelige terreinen als bedoeld in artikel 1 van de Wet geluidhinder (Wgh) en artikel 1.2 van het Besluit geluidhinder (Bgh). 1.37 gevellijn Denkbeeldige lijn die strak langs de gevel van een gebouw loopt tot aan de bouwperceelgrenzen, dan wel de aangeduide lijn. 1.38 hoofdgebouw Een gebouw dat op een bouwperceel door zijn aard, functie, constructie of afmetingen, dan wel gelet op de bestemming, als belangrijkste gebouw valt aan te merken. 1.39 huishouden Een alleenstaande of twee of meer personen die een duurzaam gemeenschappelijke huishouding (willen) voeren. 1.40 mantelzorg Alle vormen van langdurige zorg die niet in het kader van een hulpverlenend beroep wordt geboden aan een hulpbehoevende door personen uit diens directe omgeving, waarbij de zorgverlening rechtstreeks voortvloeit uit de sociale relatie en de gebruikelijke zorg van huisgenoten voor elkaar overstijgt. Bij de mogelijk hiervoor benodigde extra woonruimte dient er sprake te zijn van bewoning door één huishouden.
50
Regels
bestemmingsplan Weeldeweg tussen 4 en 8, Burgh-Haamstede
1.41 NEN Door de Stichting Nederlands Normalisatie-instituut uitgegeven norm, zoals deze luidde op het moment van vaststelling van het plan. 1.42 nutsvoorzieningen Voorzieningen ten behoeve van openbaar nut. 1.43 overkapping Een wooneenheid die geen eigen afsluitbare toegang heeft en welke niet door een huishouden kan worden bewoond, zonder afhankelijk te zijn van wezenlijke voorzieningen buiten die woonruimte. 1.44 logies Het bieden van overnachtingen in bijvoorbeeld een pension of hotel. 1.45 logies met ontbijt Een kleinschalige, aan de woonfunctie ondergeschikte, recreatieve voorziening voor kortdurend verblijf, voor uitsluitend logies en ontbijt en niet voor permanente bewoning. 1.46 overig bouwwerk Een bouwkundige constructie van enige omvang, geen pand zijnde, die direct en duurzaam met de aarde is verbonden. 1.47 overkapping Een bouwwerk, geen gebouw zijnde, voorzien van een gesloten dak. 1.48 passend in het straat- en bebouwingsbeeld a. Een goede verhouding tussen bouwmassa en open ruimte; b. een goede hoogte-/breedteverhouding tussen de bebouwing onderling; c. een samenhang in bouwvorm/architectonisch beeld tussen bebouwing die ruimtelijk op elkaar georiënteerd is, en d. de cultuurhistorische samenhang van de omgeving. 1.49 peil a. Voor gebouwen, waarvan de hoofdtoegang onmiddellijk grenst aan de weg: de hoogte van die weg ter plaatse van de hoofdtoegang; b.
bij ligging in het water: de gemiddelde hoogte van de aangrenzende oevers; c. in andere gevallen: de gemiddelde hoogte van het aansluitende afwerkte bouwterrein, ten tijde van de inwerkingtreding van dit plan. 1.50 permanente bewoning Bewoning van een ruimte als hoofdverblijf. 1.51 plangrens De geometrisch bepaalde lijn, die de grens vormt van het plan. 1.52 prostitutie Het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding. 1.53 raamprostitutie Een seksinrichting met één of meer ramen van waarachter de prostitué/prostituee tracht de aandacht van passanten op zich te vestigen met als doel het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding.
Regels
51
bestemmingsplan Weeldeweg tussen 4 en 8, Burgh-Haamstede
1.54 seksautomatenhal Een inrichting of daarmee gelijk te stellen gelegenheid waarin door middel van automaten filmvoorstellingen en/of live-shows van erotische en/of pornografische aard kunnen worden gegeven. 1.55 seksinrichting Het bedrijfsmatig - of in een omvang of frequentie die daarmee overeenkomt - gelegenheid bieden tot het ter plaatse, in een gebouw of in een vaartuig, verrichten van seksuele handelingen. 1.56 straatprostitutie Het zich op de openbare weg respectievelijk op openbare ruimten of in een zich op de openbare weg respectievelijk openbare ruimte bevindend voertuig beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding. 1.57 voorerfgebied Erf dat geen onderdeel is van het achtererfgebied. 1.58 voorgevellijn Denkbeeldige lijn die strak loopt langs de meest naar de weg zijde gekeerde deel van een hoofdgebouw (voorgevel) tot aan de perceelsgrenzen. 1.59 vrijstaande woning Een woning zonder gemeenschappelijke wand met een andere woning. 1.60 webwinkel Een detailhandelsbedrijf dat zich toelegt op de verkoop via internet en dat zich kenmerkt door de afwezigheid van een winkelruimte waar uitstalling, verkoop en levering van goederen ter plaatse plaatsvindt. 1.61 wonen Het gehuisvest zijn in een woning, conform het begrip “woning”.
1.62 woning Een (gedeelte van een) gebouw dat dient voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden. 1.63 woonwagenstandplaats Een kavel, bestemd voor het plaatsen van een woonwagen, waarop voorzieningen aanwezig zijn die op het leidingnet van de openbare nutsbedrijven, andere instellingen of van gemeenten kunnen worden aangesloten. 1.64 zijdelingse perceelsgrens De grens tussen twee percelen, die voor- en achterzijde van een perceel verbindt. 1.65 zijerf Gedeelte van het erf tussen een zijgevellijn en de aan die zijde van het gebouw gelegen erfgrens. 1.66 zijgevel Een gevel van een gebouw, die niet een voorgevel of achtergevel is. 1.67 zijgevellijn Denkbeeldige lijn die strak loopt langs de zijgevel van een bouwwerk tot aan de perceelsgrenzen.
52
Regels
bestemmingsplan Weeldeweg tussen 4 en 8, Burgh-Haamstede
Artikel 2
Wijze van meten
Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1 de afstand De afstand tussen bouwwerken onderling en de afstand van bouwwerken tot perceelsgrenzen worden daar gemeten waar deze afstanden het kleinst zijn. 2.2 de bouwhoogte van een antenne-installatie a. Ingeval van een vrijstaande (schotel)antenne-installatie: tussen het peil en het hoogste punt van de (schotel)antenne-installatie; b. ingeval van een op of aan een bouwwerk gebouwde (schotel)antenne-installatie: tussen de voet van de (schotel)antenne-installatie en het hoogste punt van de (schotel)antenne-installatie. 2.3 de bouwhoogte van een bouwwerk Vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een overig bouwwerk met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen. 2.4 de breedte, lengte en diepte van een gebouw Tussen (de lijnen getrokken door) de buitenzijde van de gevels en het hart van de scheidingsmuren. 2.5 de bruto vloeroppervlakte De bruto vloeroppervlakte volgens NEN 2580. 2.6 de dakhelling Langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak. 2.7 de goothoogte van een bouwwerk Vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel.
2.8 de inhoud van een bouwwerk Tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen. 2.9 de oppervlakte van een bouwwerk Gemeten in de verticale projectie op het bouwterrein van de grootste buitenwerkse maten van de (denkbeeldige) gevels, exclusief overstekken tot 50 centimeter, boven het afgewerkte maaiveld en eventueel tot het hart van een gemeenschappelijke scheidingsmuur. 2.10 de vloeroppervlakte De gebruiksoppervlakte volgens NEN 2580.
Regels
53
bestemmingsplan Weeldeweg tussen 4 en 8, Burgh-Haamstede
Hoofdstuk 2 Artikel 3
Bestemmingsregels
Wonen
3.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. het wonen in woningen; b. hierbij horende ondergeschikte voorzieningen, zoals inritten, parkeervoorzieningen, water, waterhuishoudkundige voorzieningen, nutsvoorzieningen, speelvoorzieningen en tuinen. 3.2
Bouwregels
3.2.1 Toelaatbare bebouwing Op deze gronden zijn uitsluitend ten dienste van de bestemming gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde toegestaan. 3.2.2 Algemeen a. Gebouwen en overkappingen worden in een bouwvlak gebouwd; b. woningen worden uitsluitend gebouwd ter plaatse van de aanduiding 'vrijstaand', met dien verstande dat ter plaatse van de aanduiding 'vrijstaand': uitsluitend vrijstaande woningen worden gebouwd. 3.2.3 Woningen a. Het aantal woningen per aanduidingsvlak bedraagt ten hoogste het met de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden' aangegeven aantal; indien geen aantal is aangegeven bedraagt het aantal woningen maximaal 1; b. de goot- en bouwhoogte bedraagt ten hoogste de met de aanduiding 'maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m)' aangegeven hoogte; c. de breedte van een woning en de afstand tussen de woning en de zijdelingse bouwperceelgrens - in beide gevallen een bijbehorend bouwwerk niet meegerekend - bedraagt ter plaatse van de genoemde bouwaanduidingsvlakken niet minder dan aangegeven in onderstaande tabel: bouwaanduidingsvlak vrijstaand
breedte woning minimaal-maximaal 6 meter - 20 meter
afstand bouwperceelsgrens 3 meter
d. ter plaatse van de aanduiding 'maximum bebouwingspercentage (%)' bedraagt de totale bebouwde oppervlakte van woningen, inclusief bijbehorende bouwwerken en overkappingen ten hoogste het aangegeven percentage, berekent over dat gedeelte van het bouwperceel dat in het maatvoeringsvlak valt; e. bij toepassing van hellende dakvlakken bedraagt de dakhelling maximaal 60°. 3.2.4 Bijbehorende bouwwerken en overkappingen a. De totale bebouwde oppervlakte van het zij- en achtererf gelegen buiten het bouwaanduidingsvlak, overkappingen meegerekend, bedraagt maximaal 50% met een maximum van 40 m², tenzij op de verbeelding anders is aangeduid; b. indien het achtererfgebied gelegen buiten het bouwaanduidingsvlak groter is dan 240 m², bedraagt het totale bebouwde oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken - overkappingen meegerekend - ten hoogste 1/6 deel van het zij- en achtererf buiten het bouwaanduidingsvlak, met een maximum van 100 m²; c. de hoogte van overkappingen bedraagt maximaal 3 meter; d. de goothoogte van overige bijbehorende bouwwerken bedraagt maximaal 3,30 meter en de bouwhoogte maximaal 6 meter; e. vrijstaande bijbehorende bouwwerken worden achter (het verlengde van) de achtergevellijn gebouwd, overige bijbehorende bouwwerken worden ten minste 3 meter achter de voorgevellijn van het
54
Regels
bestemmingsplan Weeldeweg tussen 4 en 8, Burgh-Haamstede
f.
hoofdgebouw gebouwd; de afstand tussen bijbehorende bouwwerken en de zijdelingse bouwperceelgrens ter plaatse van de genoemde bouwaanduidingsvlakken bedraagt niet minder dan aangegeven in onderstaande tabel:
bouwaanduidingsvlak bijbehorend bouwwerk aan de zij- of achtergevel vrijstaand 3 meter
vrijstaand bijbehorend bouwwerk 3 meter (aan één zijde)
3.2.5 Bouwwerken geen gebouwen zijnde (exclusief overkappingen) De bouwhoogte van bouwwerken geen gebouwen zijnde (exclusief overkappingen), bedraagt ten hoogste de volgende maten: Bouwwerk vlaggenmasten en overige masten erfafscheidingen voor de voorgevellijn overige bouwwerken geen gebouwen zijnde
Bouwhoogte 8 meter 1 meter 2 meter
3.3 Nadere eisen Het bevoegd gezag kan bij het verlenen van een omgevingsvergunning nadere eisen stellen aan de plaats en afmeting van de bebouwing, ten behoeve van: a. een redelijke lichttoetreding en voldoende privacy; b. de verkeersveiligheid; c. de sociale veiligheid; d. de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden; e. de brandveiligheid en de bereikbaarheid bij calamiteiten. 3.4
Afwijken van de bouwregels
3.4.1 Afstand en hoogte Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in: a. lid 3.2.3, onder b voor een hogere goothoogte tot een overschrijding met maximaal 1 meter; b. lid 3.2.3, onder c voor een kortere afstand van het hoofdgebouw tot minimaal 1 meter van de zijdelingse perceelsgrens; c. lid 3.2.4, onder e voor een kortere afstand van een bijbehorend bouwwerk tot minimaal 1 meter van de zijdelingse perceelsgrens. 3.4.2 Afwegingskader De omgevingsvergunning als bedoeld in lid 3.4.1 kan slechts worden verleend, indien: a. dit passend in het straat- en bebouwingsbeeld is; b. geen afbreuk wordt gedaan aan de verkeersveiligheid; c. dit niet leidt tot substantiële aantasting van gebruiks- en ontwikkelingsmogelijkheden van naastgelegen percelen. Aan de omgevingsvergunning kunnen ook de nadere eisen als bedoeld in lid 3.3 gesteld worden.
Regels
55
bestemmingsplan Weeldeweg tussen 4 en 8, Burgh-Haamstede
Artikel 4 4.1
Waarde - Archeologie 5
Bestemmingsomschrijving
4.1.1 Bestemming De voor 'Waarde - Archeologie 5' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming, mede bestemd voor het behoud en de bescherming van de archeologische waarden van de gronden. Deze bestemming is primair ten opzichte van de overige aan deze gronden toegekende enkelvoudige bestemmingen. 4.1.2 Gebruik Op of in deze gronden mogen uitsluitend ten dienste van de in lid 4.1.1 genoemde bestemming bouwwerken geen gebouwen zijnde, worden gebouwd. 4.2 Bouwregels Voor het bouwen gelden de volgende regels. 4.2.1 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde De bouwwerken geen gebouwen zijnde, worden gebouwd met inachtneming van de volgende regel: de bouwhoogte van bouwwerken geen gebouwen zijnde, bedraagt ten hoogste 2 meter. 4.2.2 Andere bestemmingen a. Ten behoeve van andere, voor deze gronden geldende bestemming(en) mag niet worden gebouwd indien het bouwplan betrekking heeft op een bouwwerk met een oppervlakte groter dan 250 m² en waarbij bovendien grond- of graafwerkzaamheden dieper dan 0,50 meter beneden het maaiveld plaatsvinden; b. het bepaalde in lid 4.2.2, onder a is niet van toepassing indien het bouwplan betrekking heeft op vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bebouwing, waarbij de oppervlakte, voor zover gelegen op of onder peil, niet wordt uitgebreid en waarbij gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering. 4.3
Afwijken van de bouwregels
4.3.1 Afwijking Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 4.2.2, onder a ten behoeve van het bouwen groter dan 250 m² en dieper dan 0,50 meter, indien de aanvrager van de omgevingsvergunning voor het bouwen een rapport heeft overgelegd, waarin wordt aangetoond dat op de betrokken locatie geen archeologische waarden aanwezig zijn of dat de archeologische waarden van het terrein naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate worden veiliggesteld. 4.3.2 Voorwaarden Indien uit het in lid 4.3.1 genoemde rapport blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het verlenen van de omgevingsvergunning voor het bouwen zullen of kunnen worden verstoord, kan het bevoegd gezag één of meerdere van de volgende voorwaarden verbinden aan de omgevingsvergunning: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden; b. de verplichting tot het doen van opgravingen; c. de verplichting de werken of werkzaamheden die leiden tot de bodemverstoring, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van archeologische monumentenzorg die voldoet aan door het bevoegd gezag bij de vergunning te stellen kwalificaties.