1016035 Bijlage 1 Bestemmingsplanregels en toelichting
Tekst van het document
Bestemmingsplan WEELDEWEG TUSSEN 4 EN 8, BURGH-HAAMSTEDE Gemeente Schouwen-Duiveland
STATUS:
VASTGESTELD
DATUM:
16 februari 2024
IMRO IDN:
NL.IMRO.1676.00381BphBH-VA01
OPDRACHTNEMER IntROview B.V. Sterrenlaan 24 2743 LS Waddinxveen telefoon 0182 630480 info@introview.nl www.introview.nl
OPDRACHTGEVER Atmana Bouwkundig Adviesbureau De Roterij 40 4328 BA Burgh-Haamstede
STATUS Concept: Voorontwerp: Ontwerp: Vastgesteld:
DATUM 27 juni 2023 27 september 2023 5 december 2023 16 februari 2024
VERSIE 2e versie 1e versie 2e versie 1e versie
bestemmingsplan Weeldeweg tussen 4 en 8, Burgh-Haamstede
Toelichting
Toelichting
3
bestemmingsplan Weeldeweg tussen 4 en 8, Burgh-Haamstede
4
Toelichting
bestemmingsplan Weeldeweg tussen 4 en 8, Burgh-Haamstede
Inhoudsopgave Toelichting
3
Hoofdstuk1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Ligging en begrenzing plangebied 1.3 Vigerende bestemmingsplannen 1.4 Leeswijzer
7 7 7 7 8
Hoofdstuk2 Planbeschrijving 2.1 Bestaande situatie 2.2 Nieuwe situatie 2.3 Verkeer en parkeren
9 9 9 10
Hoofdstuk3 Beleidskader 3.1 Rijksbeleid 3.2 Provinciaal beleid 3.3 Gemeentelijk beleid
13 13 14 16
Hoofdstuk4 Water 4.1 Inleiding 4.2 Beleidskader rijk, provincie en gemeente 4.3 Beleid waterschap Scheldestromen 4.4 Waterhuishouding 4.5 Watertoets
21 21 21 22 23 24
Hoofdstuk5 Milieu en omgevingsaspecten 5.1 Milieu 5.2 Archeologie en cultuurhistorie 5.3 Flora en fauna 5.4 Overige realiserings- en uitvoeringsaspecten
27 27 33 35 37
Hoofdstuk6 Juridische opzet 6.1 Algemeen 6.2 Verbeelding 6.3 Regels 6.4 Handhaving bestemmingsplan
39 39 39 39 41
Hoofdstuk7 Economische uitvoerbaarheid 7.1 Financiële haalbaarheid
43 43
Hoofdstuk8 Maatschappelijke betrokkenheid 8.1 Resultaten overleg ex artikel 3.1.1 Bro 8.2 Communicatie 8.3 Zienswijzen
45 45 45 45
Regels
47
Hoofdstuk1 Artikel 1
Toelichting
Inleidende regels Begrippen
48 48
5
bestemmingsplan Weeldeweg tussen 4 en 8, Burgh-Haamstede
Artikel 2
Wijze van meten
53
Hoofdstuk2 Artikel 3 Artikel 4
Bestemmingsregels Wonen Waarde - Archeologie 5
54 54 56
Hoofdstuk3 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10
Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene aanduidingsregels Algemene afwijkingsregels Overige regels
59 59 60 61 62 63 65
Hoofdstuk4 Artikel 11 Artikel 12
Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel
66 66 67
Bijlagen toelichting Bijlage 1
Memo milieuzonering i.v.m. restaurant
Bijlage 2
Verkennend bodemonderzoek
Bijlage 3
Notitie AERIUS-berekeningen
Bijlage 4
Ecologisch onderzoek
Bijlage 5
Informatiebrief omwonenden
6
Inhoudsopgave
bestemmingsplan Weeldeweg tussen 4 en 8, Burgh-Haamstede
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding
Aan de Weeldeweg 8 in Burgh-Haamstede staat een woning met een grote tuin tussen de woning en het naastgelegen restaurant. Het kadastrale perceel heeft een oppervlakte van 798 m². Het perceel is in het bestemmingsplan 'Burgh-Haamstede' bestemd voor 'Wonen'. Het gedeelte ten noorden van de woning, groot 285 m², heeft geen bouwvlak. Dit deel is - behoudens een bijgebouw - niet bebouwd. Initiatiefnemer is voornemens om op dit perceelsgedeelte een woning op te richten. Het toevoegen van een woning in bestaand stedelijk gebied is vanuit planologische en volkshuisvestelijke overwegingen inpasbaar, omdat er een open ruimte wordt ingevuld in bestaand stedelijk gebied en er een tekort is aan nieuwbouw. De woning draagt bij aan de instandhouding van het voorzieningenniveau en de leefbaarheid in het dorp. Dit bestemmingsplan maakt het oprichten van een vrijstaande woning juridisch planologisch mogelijk.
1.2
Ligging en begrenzing plangebied
Het plangebied ligt aan de Weeldeweg tussen 4 en 8. Ten noorden van het plangebied is op nummer 4 een restaurant gevestigd. Aan de zuidzijde staan grondgebonden woningen. Ook aan de overzijde van het plangebied staan woningen. Een situatietekening met omgeving is opgenomen in figuur 1.
Figuur 1: Situering plangebied en omgeving. Plangebied rood gestippeld omkaderd.
1.3
Vigerende bestemmingsplannen
Voor het plangebied gelden de volgende bestemmingsplannen: Bestemmingsplan “Burgh-Haamstede" "Parapluplan parkeernormen Schouwen-Duiveland"
Toelichting
Raadsbesluit 28 april 2016 27 september 2019
Uitspraak ABRvS N.v.t. N.v.t.
7
bestemmingsplan Weeldeweg tussen 4 en 8, Burgh-Haamstede
De gronden zijn in het bestemmingsplan "Burgh-Haamstede" bestemd voor 'Wonen' zonder bouwvlak. Een uitsnede van de verbeelding is opgenomen in figuur 2. Verder geldt de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 5' en de gebiedsaanduiding 'wetgevingzone – natuurgebied'. Om een extra woning mogelijk te maken is een herziening van het bestemmingsplan nodig.
Figuur 2: Uitsnede verbeelding bestemmingsplan 'Burgh-Haamstede'. Plangebied rood omkaderd.
1.4
Leeswijzer
Hoofdstuk 2 geeft een planbeschrijving van de bestaande en nieuwe situatie. In hoofdstuk 3 wordt het beleidskader uiteengezet. Hierin wordt het voor dit bestemmingsplan relevante rijks-, provinciaal en gemeentelijk beleid beschreven. In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op de waterparagraaf. Hoofdstuk 5 omvat de milieuaspecten. Ook uitvoeringsaspecten worden hier beschreven. In hoofdstuk 6 wordt de keuze voor de planmethodiek nader toegelicht. Hoofdstuk 7 is gewijd aan de economische uitvoerbaarheid. In hoofdstuk 8 wordt tenslotte ingegaan op de uitkomsten van de gehouden inspraak en het overleg ex artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening.
8
Toelichting
bestemmingsplan Weeldeweg tussen 4 en 8, Burgh-Haamstede
Hoofdstuk 2 2.1
Planbeschrijving
Bestaande situatie
Het plangebied is in gebruik als tuin bij de woning Weeldeweg 8. Aan de achterzijde staat een klein bijgebouw. Aan de noordzijde is een restaurant gevestigd. In de aangrenzende Achterstraat zijn naast woningen enkele winkels en een restaurant gevestigd. Verder staan in de directe omgeving alleen grondgebonden woningen.
2.2
Nieuwe situatie
De nieuwe woonkavel wordt tussen de (woon)percelen aan de Weeldeweg 4 en 8 gerealiseerd. Op het woonperceel, groot 285 m², wordt één vrijstaande woning mogelijk gemaakt op een bouwvlak dat 12 meter diep is. De afstand van het hoofdgebouw tot aan de zijdelingse perceelsgrens bedraagt aan beide zijden minimaal 3 meter. Een (vergunningsvrije) aanbouw moet minimaal 3 meter uit de voorgevellijn komen te liggen, zodat er voldoende ruimte over blijft voor het parkeren van auto's op de inrit. De ontsluiting vindt plaats middels een nieuwe uitrit op de Weeldeweg. De woning bestaat uit één laag met een kap, passend binnen de schaal en maat van de directe omgeving. De goot- en bouwhoogte zijn daarom respectievelijk maximaal 3,5 en 9 meter. Dit sluit aan op de bestaande bouwkarakteristiek in de omgeving. Het verkavelingsplan is opgenomen in figuur 3.
Figuur 3: Verkavelingsvoorstel plangebied (indicatief).
Toelichting
9
bestemmingsplan Weeldeweg tussen 4 en 8, Burgh-Haamstede
Links Weeldeweg 8 en rechts restaurant op nr. 4.
Het restaurant op nr. 4.
Plangebied tussen nummers 4 en 8.
Plangebied (links de woning op nummer 8).
2.3
Verkeer en parkeren
Verkeer Het woonperceel wordt ontsloten met een nieuwe uitrit op de Weeldeweg. Deze weg is ingericht als een 30 km/uur gebied. Via de Burghse Ring, Hogeweg en Daleboutsweg is in zuidwestelijke richting de N57 bereikbaar richting Middelburg en Rotterdam.
De Weeldeweg (bron Google Earth). Parkeren Bij ruimtelijke ontwikkelingen is het van belang dat er voor gebruikers en bezoekers voldoende parkeerplaatsen voor auto's aanwezig zijn. Het gemeentelijke parkeerbeleid voor Schouwen-Duiveland is
10
Toelichting
bestemmingsplan Weeldeweg tussen 4 en 8, Burgh-Haamstede
vastgelegd in het document “Parkeerbeleid Gemeente 2017-2020 gemeente Schouwen-Duiveland". Hierbij zijn de parkeernormen uit thans CROW publicatie 381 aangehouden, zoals deze nadien zijn opgenomen in het bestemmingsplan 'Parapluplan parkeernormen Schouwen-Duiveland'. Uitgangspunt is dat parkeren dient plaats te vinden op eigen terrein. Als stedelijkheidsgraad houdt de gemeente Schouwen-Duiveland 'weinig stedelijk' aan. De gemeente hanteert voor het gehele grondgebied, met uitzondering van Zierikzee, de parkeerkencijfers voor 'rest bebouwde kom' (binnen de bebouwde kom) en 'buitengebied' (buiten de bebouwde kom). De relevant zijnde parkeernormen zijn opgenomen in tabel 2.1. Tabel 2.1 Parkeerkencijfers woningen gemeentelijk parkeerbeleid. Functies parkeernorm (weinig stedelijk/ rest bebouwde kom) Woning duur 2,7 per woning (maximum)
Aandeel bezoekers waarvan 0,3 per woning
De parkeerbehoefte wordt gerealiseerd door bij de vrijstaande woning op eigen erf drie parkeerplaatsen aan te leggen, zodat kan worden voldaan aan de parkeerbehoefte. Bij uitwerking van het bouwplan dient te worden aangetoond dat hieraan kan worden voldaan. In artikel 10.2 van de regels van het bestemmingsplan wordt dit geborgd.
Toelichting
11
bestemmingsplan Weeldeweg tussen 4 en 8, Burgh-Haamstede
12
Toelichting
bestemmingsplan Weeldeweg tussen 4 en 8, Burgh-Haamstede
Hoofdstuk 3 3.1
Beleidskader
Rijksbeleid
3.1.1 Nationale Omgevingsvisie (2020) Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie 'Duurzaam perspectief voor onze leefomgeving' vastgesteld (afgekort NOVI). De visie bevat hoofdzaken van het strategisch rijksbeleid voor de fysieke leefomgeving. Deze Omgevingsvisie vervangt de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (2012). De NOVI is een instrument van de nieuwe Omgevingswet en loopt vooruit op de inwerkingtreding van die wet. Vanwege het uitstel van de inwerkingtreding van de Omgevingswet komt de NOVI als structuurvisie uit onder de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Zodra de Omgevingswet in werking is getreden, zal deze structuurvisie gelden als de Nationale Omgevingsvisie, zoals in de nieuwe wet bedoeld. In de NOVI wordt door het Rijk een langetermijnvisie gegeven op de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De NOVI bestaat uit een visie, toelichting en uitvoeringsagenda. De combinatie van deze drie documenten zorgt voor een toetsing die leidt tot nationale strategische keuzes en gebiedsgericht maatwerk. De NOVI beschrijft een toekomstperspectief met de ambities van het rijk. In de NOVI zijn 21 nationale belangen in de fysieke leefomgeving met bijbehorende opgaven geformuleerd. Die opgaven zijn in feite het verschil tussen de ambitie en de huidige situatie en verwachte ontwikkelingen.
De vier prioriteiten De samenhang tussen opgaven manifesteert zich rond vier prioriteiten. Dat zijn complexe, omvangrijke en dringende opgaven die voortkomen uit of samenhangen met grote transities. Politieke en maatschappelijke keuzes zijn vooral daar nodig, om op deze prioriteiten voortgang te boeken op een manier die draagvlak heeft en bijdraagt aan de kwaliteit van de leefomgeving. Als een samenhangende, integrale aanpak nodig is, over de sectoren heen, vraagt dit een andere inzet. Het gaat hier om de volgende prioriteiten. 1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie 2. Duurzaam economisch groeipotentieel 3. Sterke en gezonde steden en regio's 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied Voor de vier NOVI-prioriteiten geldt steeds dat zowel voor de lange als de korte termijn maatregelen nodig zijn. Deze maatregelen dienen in de praktijk voortdurend op elkaar in te spelen. Bij de afweging van de belangen staat een evenwichtig gebruik van de fysieke leefomgeving centraal voor zowel de boven- als de ondergrond. Drie afwegingsprincipes Doel van de Omgevingswet is het bereiken van een balans tussen: ‘(a) bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit en (b) doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving ter vervulling van maatschappelijke behoeften’.
Deze dubbele doelstelling uit de Omgevingswet is vertaald in een omgevingsinclusieve benadering van de leefomgeving: ontwikkeling van de leefomgeving gaat samen met versterking van te beschermen waarden als gezondheid, landschap, waterveiligheid, natuur, cultureel erfgoed, leefomgevingskwaliteit en milieukwaliteit. Veiligheid, gezondheid en duurzaamheid zijn basale randvoorwaarden voor alle maatschappelijke activiteiten zoals bedrijfsmatige activiteiten, de energietransitie en de woningbouw. Om aan het afwegingsproces en de omgevingsinclusieve benadering richting te geven, gebruikt het rijk in het omgevingsbeleid drie afwegingsprincipes. Deze zijn: 1. Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies; 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal; 3. Afwentelen wordt voorkomen. Relatie tot bestemmingsplan In de uitwerking van prioriteit 3 'Sterke en gezonde steden en regio's' is een aantal beleidskeuzes opgenomen. Er zijn vooral in steden en stedelijke regio’s nieuwe locaties nodig voor wonen en werken. Het liefst binnen de bestaande stads- en dorpsgrenzen, zodat de open ruimten tussen stedelijke regio’s behouden blijven. Dit vraagt optimale afstemming op en investeringen in mobiliteit. Tegelijk wil het rijk de leefbaarheid en klimaatbestendigheid in steden en dorpen verbeteren. De voorgenomen ontwikkeling
Toelichting
13
bestemmingsplan Weeldeweg tussen 4 en 8, Burgh-Haamstede
voorziet in het toevoegen van één woning in bestaand stedelijk gebied. De rijksbelangen worden niet geraakt. 3.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (afgekort Barro) bevat een beperkt aantal beslissingen van wezenlijk belang uit de Structuurvisie. Deze algemene regels bewerkstelligen dat nationale ruimtelijke belangen doorwerken tot op lokaal niveau. Voor deze belangen is het Rijk verantwoordelijk en wil het resultaten boeken. Buiten deze belangen hebben decentrale overheden beleidsvrijheid. Het Barro en de hierbij behorende ministeriële regeling zijn op 30 december 2011 in werking getreden. Door de (thans 14) nationale belangen vooraf in bestemmingsplannen te borgen, wordt met het Barro bijgedragen aan versnelling van de besluitvorming bij ruimtelijke ontwikkelingen en vermindering van de bestuurlijke drukte. De rijksbelangen zijn bij dit plan niet in het geding. 3.1.3 Besluit ruimtelijke ordening (2017) Ladder voor duurzame verstedelijking (artikel 3.1.6 Bro) Om zorgvuldig ruimtegebruik te bevorderen neemt het Rijk enkel nog een 'Ladder' voor duurzame verstedelijking op. Hierdoor neemt de bestuurlijke drukte af en ontstaat er ruimte voor regionaal maatwerk. Dit betekent dat in de toelichting van een ruimtelijk plan een beschrijving wordt opgenomen van de behoefte aan de voorgenomen stedelijke ontwikkeling.
Indien blijkt dat de stedelijke ontwikkeling niet binnen het bestaand stedelijk gebied kan worden voorzien, bevat de toelichting een motivering daarvan en een beschrijving van de mogelijkheid om in die behoefte te voorzien op de gekozen locatie buiten het bestaand stedelijk gebied. Doel van de ladder is een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. De ladder is als een procesvereiste opgenomen in het Besluit ruimtelijke ordening. Hierna wordt de planontwikkeling getoetst aan de Ladder, zoals deze vanaf 1 juli 2017 geldt. Toetsing initiatief aan Ladder voor duurzame verstedelijking De belangrijkste motiveringsplichten van de Ladder, namelijk dat de behoefte aan een nieuwe ontwikkeling moet worden aangetoond en dat moet worden toegelicht – als de ontwikkeling buiten het bestaand stedelijk gebied wordt gerealiseerd – waarom het bestaand stedelijk gebied niet geschikt is voor de nieuwe ontwikkeling, vloeien voort uit andere wettelijke normen en jurisprudentie. Ook in het geval er geen sprake is van een formele 'nieuwe stedelijke ontwikkeling', moet toch het nut en de noodzaak aan die ontwikkeling en de uitvoerbaarheid daarvan worden aangetoond. In dit bestemmingsplan wordt het oprichten van een woning mogelijk gemaakt.
Het begrip 'woningbouwlocatie', zoals opgenomen in de definitie in het Besluit ruimtelijke ordening is niet nader gedefinieerd in het Bro. Het moet echter gaan om een ruimtelijke ontwikkeling van enige omvang. Op grond van jurisprudentie is er geen sprake van een stedelijke ontwikkeling. Zie verder paragraaf 3.2.2. 3.1.4 Conclusie Rijksbeleid Het rijksbeleid laat zich niet specifiek uit over dergelijke kleinschalige ontwikkelingen. Het initiatief raakt geen rijksbelangen zoals opgenomen in de Nationale Omgevingsvisie het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening. De woning is in overeenstemming met de Ladder voor duurzame verstedelijking. Vanuit rijksbeleid zijn er geen beperkingen aan deze planontwikkeling.
3.2
Provinciaal beleid
3.2.1 Omgevingsplan Zeeland 2018 Op 21 september 2018 hebben Provinciale Staten het Omgevingsplan Zeeland 2018 vastgesteld. Het Omgevingsplan Zeeland 2018 bevat de hoofdlijnen uit alle provinciale beleidsplannen voor de fysieke leefomgeving. Het Omgevingsplan behandelt de thema's economie, ruimte, mobiliteit, natuur, cultuur, water en milieu. Ten opzichte van het Omgevingsplan Zeeland 2012-2018 is voor het overgrote deel geen nieuw beleid gevormd. De kern van het omgevingsplan wordt gevormd door vier integrale strategische toekomstgerichte opgaven die nationaal en provinciaal centraal staan: 1. duurzame en concurrerende economie; 2. klimaatbestendige en -neutrale samenleving;
14
Toelichting
bestemmingsplan Weeldeweg tussen 4 en 8, Burgh-Haamstede
3. waardevolle leefomgeving; 4. toekomstbestendige bereikbare woon-, werk- en verblijfsomgeving. Voor de ontwikkeling die dit plan mogelijk maakt is de opgave 'toekomstbestendige bereikbare woon-, werk- en verblijfsomgeving' van toepassing. In de paragraaf Stedenbeleid is vastgelegd dat het nodig blijft om de woningbouw in dorpen te faciliteren. Hier ligt de opgave primair bij herstructurering, inbreiding binnen de bestaande kern, vervangende nieuwbouw en het verleggen van bestaande plannen naar nieuwe kansrijke locaties die inspelen op de lokale behoeftes. Als dit noodzakelijk is, behoort maatwerk door een beperkte uitbreiding tot de mogelijkheden. De totale woningmarktafspraken in de regio bieden hiervoor het kader. Wonen Gezien de ruimtelijke doelen, de klimaat en demografische opgave, de uitgangssituatie van de woningvoorraad en de toekomstverwachtingen, is woningbouwbeleid essentieel. Woningbouwprojecten, zeker de omvangrijke, hebben een gemeentegrensoverschrijdend impact. Er moet daarom op regionaal niveau gekozen worden voor de woningbouwplannen die qua omvang, locatie en type aansluiten bij de woonwensen van de Zeeuwse burger. De keuzes moeten worden gemaakt in regionale woningmarktafspraken door de vijf Zeeuwse woningmarktregio's (De Bevelanden, Schouwen-Duiveland, Tholen, Walcheren en Zeeuws-Vlaanderen).
Bij het maken van regionale woningmarktafspraken dient de totale woningvoorraad te worden betrokken. Het overgrote deel van de woningvoorraad van de komende decennia is immers al aanwezig in de vorm van de gebouwde voorraad. Het aantal toevoegingen is daarmee in de marge en vereist het verleggen van de focus van nieuwbouw naar aanpassing van de bestaande woningvoorraad. Om de regio's te ondersteunen bij het maken van regionale woningmarktafspraken draagt de provincie actuele kennis aan op het gebied van de gewenste kwaliteit van de woningbehoefte. Voor het bepalen van de kwantitatieve behoefte is de bevolkings- en huishoudenprognose leidend. De regionale woningmarktafspraken zijn bedoeld om regionaal woningbouwbeleid vast te stellen en dienen als onderbouwing van de Ladder voor duurzame verstedelijking. In paragraaf 3.2.2 wordt hierop ingegaan. Conclusie Dit bestemmingsplan maakt de nieuwbouw één woning mogelijk in bestaand stedelijk gebied. Het toevoegen van een woning op een woonperceel leidt niet tot aantasting van de provinciale belangen, omdat sprake is van continuering van een woonfunctie. De provinciale belangen zijn niet in het geding. 3.2.2 Omgevingsverordening Zeeland (2018) In de Omgevingsverordening van de provincie Zeeland zijn regels opgenomen ten aanzien van de fysieke leefomgeving van de provincie Zeeland.
Hierbij zijn de uitgangspunten opgenomen die zijn vastgelegd in het provinciale omgevingsplan. In de Omgevingsverordening is de volgende bepaling opgenomen over Wonen. Artikel 2.7 Wonen In lid 1 is opgenomen dat in de toelichting bij een bestemmingsplan waarin een nieuwe kleinschalige woningbouwlocatie in het landelijk gebied wordt toegelaten aannemelijk wordt gemaakt dat wordt voldaan aan de in bijlage C bedoelde voorwaarden. Nieuwe kleinschalige woningbouwlocaties in het landelijk gebied, die niet voldoen aan de in bijlage C bedoelde voorwaarden, worden in een bestemmingsplan niet toegelaten. Naast het beoordelingskader van artikel 2.7 van de Omgevingsverordening is artikel 3.1.6 lid 2 van het Besluit ruimtelijke ordening (Ladder duurzame verstedelijking) van toepassing indien sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Met de term "kleinschalige woningbouwmogelijkheden" wordt beoogd een afzonderlijke categorie aan te duiden die wordt onderscheiden van reguliere uitbreidingslocaties/ nieuwe woonwijken die, in hoofdzaak, in of aansluitend aan het bestaand stedelijk gebied worden ontwikkeld. Artikel 2.7 is daarop niet van toepassing, omdat hier sprake is van een ontwikkeling in bestaand dorpsgebied door het toevoegen van één woning op een bestaand woonperceel.
Toetsing aan Omgevingsverordening Het toevoegen van een woning valt onder de mogelijkheden voor verbetering, uitbreiding en verplaatsing van (bestaande) individuele burgerwoningen in bestaand dorpsgebied. Vanuit een goede ruimtelijke ordening is deze woning goed inpasbaar. Het plan maakt onderdeel uit van de lokale woningbehoefte.
Toelichting
15
bestemmingsplan Weeldeweg tussen 4 en 8, Burgh-Haamstede
Toetsing aan Ladder voor duurzame verstedelijking Dit bestemmingsplan maakt het oprichten van één woning mogelijk. Het begrip 'woningbouwlocatie', zoals opgenomen in de definitie in het Besluit ruimtelijke ordening is niet nader gedefinieerd in het Bro. Het moet echter gaan om een ruimtelijke ontwikkeling van enige omvang. Twee woningen die rechtstreeks mogelijk worden gemaakt zijn niet aan te merken als een stedelijke ontwikkeling als bedoeld in artikel 1.1.1, lid 1, onder i van het Bro (ABRvS 18 december 2013, nr. 201302867/1/R4). Gesteld kan worden dat de gebruiksmogelijkheden te kleinschalig zijn om onder het regime van artikel 3.1.6 lid 2 Bro te vallen, waarin de Ladder voor duurzame verstedelijking is opgenomen. Toetsing aan de Ladder is derhalve niet nodig.
Artikel 2.27 Afwegingszone natuurgebieden Op grond van dit artikel dient in de toelichting bij een bestemmingsplan waarin bestemmingen worden aangewezen dan wel regels worden gegeven voor gronden die zijn gelegen binnen 100 meter rond bestaande natuurgebieden, niet zijnde binnendijken, zoals aangegeven in bijlage 9, met inachtneming van een ingevolge artikel 2.26 vastgestelde wijziging van de begrenzing, een beschrijving te worden gegeven van de wijze waarop rekening is gehouden met de wezenlijke kenmerken en waarden van de natuurgebieden en wordt aannemelijk gemaakt dat geen onevenredige aantasting van de bedoelde kenmerken en waarden plaatsvindt. Op grond van lid 2 dient in een bestemmingsplan waarin een bevoegdheid tot afwijking van de regels door middel van een omgevingsvergunning wordt opgenomen voor de in het eerste lid bedoelde gronden, de regel te worden gesteld dat de omgevingsvergunning uitsluitend wordt verleend indien geen onevenredige aantasting van de wezenlijke kenmerken en waarden plaatsvindt binnen 100 meter van het natuurgebied. Toetsing aan Omgevingsverordening Het plangebied ligt nabij bestaande natuur. In verband hiermede is in artikel 8.1 van de regels van het bestemmingsplan de gebiedsaanduiding 'wetgevingzone - natuurgebied' opgenomen.
In het ecologisch onderzoek, zoals toegelicht in paragraaf 6.3.1, is aangetoond dat het natuurgebied niet wordt aangetast door deze planontwikkeling. Er is geen beperking voor het plangebied. Conclusie Deze planontwikkeling maakt het oprichten van een woning mogelijk in bestaand stedelijk gebied. De ruimtelijke- en beeldkwaliteit, alsmede natuurwaarden van het nabijgelegen natuurgebied, worden niet aangetast. De provinciale belangen zoals verwoord in de Omgevingsverordening Zeeland (2018) zijn niet in het geding.
3.3
Gemeentelijk beleid
3.3.1 Strategische visie 'Tij van de Toekomst' De ambities op het gebied van wonen, werken en verblijven heeft de gemeenteraad in 2011 vastgesteld in de Strategische Visie 'Tij van de Toekomst'. Wonen De woningvoorraad is afgestemd op de wensen van de (nieuwe) inwoners. In aantal zijn vraag en aanbod van woningen in balans. De kwalitatieve woningvoorraad is afgestemd op de woningbehoefte en verkeert in goede staat. Ouderen kunnen lang zelfstandig wonen en nieuwe inwoners vinden een plek naar wens. Aangetrokken door het eilandleven is Schouwen-Duiveland een aantrekkelijke plek voor deeltijdbewoners. Een eiland om te genieten van het leven, de rust en de ruimte en tegelijkertijd inspiratie op te doen voor professie en beroep. Keuzen De gemeente gaat vooralsnog uit van een behoefteraming van 670 woningen tot 2040. Na 2020 vindt zo nodig bijstelling van deze raming plaats en vindt alleen herstructurering en functieverandering plaats om tot een kwaliteitsverbetering van de bestaande woningvoorraad te komen, leegstand te voorkomen en aanbod in overeenstemming te brengen met de marktvraag. Woningbouw is mogelijk in alle kernen, daarbij rekening houdend met de grootte van de kern en het voorzieningenniveau. De gemeente realiseert kwaliteitsverbetering door het vervangen van oude woningen door nieuwe (herstructurering). Uitbreiding van het aantal woningen wordt niet uitgesloten.
16
Toelichting
bestemmingsplan Weeldeweg tussen 4 en 8, Burgh-Haamstede
Prioriteit wordt gegeven aan de realisatie van nultreden huurwoningen. De gemeente gaat zeer terughoudend om met het bouwen van woningen in het buitengebied. Deeltijd wonen in de kernen wordt toegestaan om leegstand en verpaupering te voorkomen. De gemeente legt een relatie tussen de verdiencapaciteit van de nieuwbouwplannen en de herstructureringsopgave in de bestaande woningbouw of bedrijventerreinen. Dit krijgt vorm in een verevenings- of herstructureringsfonds. Daar waar mogelijk wordt ingezet op het verbeteren van de sociale veiligheid. De gemeente heeft een regisserende rol bij het bepalen van de woningbouwopgave waar zij in de komende 30 jaar voor staan, zowel in kwalitatieve als kwantitatieve zin. Toetsing planinitiatief Dit bestemmingsplan voorziet in het toevoegen van een woning in de bebouwde kom van Burgh-Haamstede. Hoewel deze herontwikkeling niet concreet is benoemd kan worden gesteld dat de woning in overeenstemming is met de ambities uit de Strategische Visie, temeer daar het plangebied in het geldende bestemmingsplan al is bestemd voor 'Wonen'. De woning wordt toegevoegd voor de doelgroep doorstromers. Conclusie De visie heeft een hoog abstractieniveau, waarin geen uitspraken worden gedaan op perceelsniveau. Het perceel heeft de bestemming 'Wonen' zonder bouwvlak. De nieuwbouw is in overeenstemming met de uitgangspunten van het gemeentelijk beleid.
Mitsdien kan worden gesteld dat dit bestemmingsplan voor het oprichten van een woning in overeenstemming is met de uitgangspunten van de Strategische visie 'Tij van de Toekomst'. 3.3.2 Woonbeleid Woonvisie 2018-2027 De gemeenteraad van Schouwen-Duiveland heeft op 28 juni 2018 de 'Woonvisie 2018 - 2027' vastgesteld. De Woonvisie zorgt voor passend beleid om de komende 10 jaar de veranderende uitdagingen op het gebied van wonen aan te gaan. Het nieuwe woonbeleid zorgt er voor dat de gemeente binnen de vastgestelde kaders zo optimaal mogelijk de kansen benut, de kwaliteiten van Schouwen-Duiveland behoudt en de leefbaarheid in de kernen versterkt, bestaande inwoners voorziet van passende woningen en meer nieuwe inwoners probeert aan te trekken. Door het stellen van kaders stimuleert de gemeente nieuwe kwalitatief passende oplossingen en wordt leegstand in de bestaande woningvoorraad zo veel mogelijk beperkt. Alleen op deze manier kan zij nog nieuwe ruimtelijke plannen voor woningbouw onderbouwen en realiseert de gemeente de juiste woning op de juiste plaats voor huidige en komende generaties. De juiste keuzes worden gemaakt om in 2040 het strategische doel te hebben bereikt: we wonen prettig, naar wens en behoefte. Het gaat om minder en kwalitatief betere nieuwbouw en om veel aandacht voor de vitaliteit van de bestaande voorraad.
Daarbij functioneert Schouwen-Duiveland als één samenhangende woningmarkt. Dat betekent dat een ingreep in de ene kern, in meer of mindere mate effect heeft op de andere kernen in de gemeente. Om dit strategische doel te bereiken stelt de gemeente tot 2027 het volgende doel: verbeteren van de kwaliteit van de bestaande woningvoorraad; onttrekken van woningen die verouderd of incourant zijn; toevoegen van woningen, waar er te weinig van zijn. Evenwicht tussen plancapaciteit en behoefte is vereist De gemeente streeft een duurzaam, toekomstbestendig evenwicht na tussen de plancapaciteit en de benodigde woningbouw om zo ruimte te behouden en creëren voor (nieuwe) gewenste plannen. De grootste uitdaging is eerst de huidige plancapaciteit, waar mogelijk, meer in evenwicht te brengen met de kaders en (urgente) beleidsaccenten van de Woonvisie. Qua nieuwbouw loopt de woningmarktregio over in het aantal geplande woningen. De gemeenteraad geeft in de Woonvisie een vertrekpunt en een aanpak voor deze herprogrammering om met elkaar tot een gezond, duurzaam en toekomstbestendig evenwicht te komen. Per woonmilieu gaat zij de bestaande harde en zachte plannen beoordelen aan de hand van een toetsing-/afwegingskader. Dit is nodig, omdat de totale plancapaciteit (876 woningen) momenteel bijna 2x zo groot als de totale gemeentelijke lokale behoefte (396 woningen).
Toelichting
17
bestemmingsplan Weeldeweg tussen 4 en 8, Burgh-Haamstede
Prioriteringskader voor (bestaande) plannen Een aantal harde plannen van de gemeente, maar ook van ontwikkelaars komen ondanks het aantrekken van de woningmarkt niet van de grond. De gemeente gaat haar eigen plannen beoordelen en overleggen met de ontwikkelaars om de resterende harde plannen, waar nodig, te herprogrammeren. Alle resterende bestaande plancapaciteit wordt beoordeeld vanuit de in de Woonvisie opgenomen kwalitatieve en kwantitatieve beleidskaders. De punten uit het onderstaande afwegingskader worden geconfronteerd met de plancapaciteit. Kern van het toetsings-/afwegingskader: 1. geen kwantitatieve uitbreiding in balans/transitiekernen nodig; 2. plannen moeten voorzien in kwalitatieve woningbehoefte op middellange termijn; 3. ontwikkelingen op structuurversterkende plekken (inbreiding, beeldbepalend plek, kwaliteit plan sluit aan bij kwaliteit locatie). Kwalitatief kan het volgende nog in een vraag voorzien op basis van de woningmarktanalyse en de in deze Woonvisie opgenomen kwalitatieve en kwantitatieve beleidskaders: Flexibel bouwen het liefst zo dat ze geschikt (te maken) zijn voor diverse doelgroepen; Opgave ligt overwegend bij woningen voor ouderen en doorstromers, soms (beperkt) starters; Dan gaat het om kleinere woningen, levensloopbestendig, middenhuur (€ 600 - € 900); Dicht bij voorzieningen (past bij wensen ouderen, starters).
Het college heeft op 27 november 2018 een besluit genomen over de herprogrammering, waaruit duidelijk is geworden op welke wijze meer evenwicht wordt gebracht tussen behoefte en aanwezige plancapaciteit. Het volgende is hierin besloten: 1. instemmen met het toetsings-/afwegingskader woningbouwplannen op basis van de vastgestelde uitgangspunten in de Woonvisie; 2. instemmen met het voorlopige advies (doorgaan/stoppen/aanpassen) ten aanzien van de woningbouwplannen op basis van de nieuwe Woonvisie; 3. instemmen met het uitgangspunt dat bij de realisatie van zachte woningbouwplannen de initiatiefnemer een financiële bijdrage levert aan het op te richten Transitiefonds; 4. punt 3 (hoogte financiële bijdrage) wordt verder uitgewerkt en keuzes worden nader aan het bestuur voorgelegd. Toetsing bouwplan initiatief aan Toetsingskader Onderhavig planinitiatief is getoetst aan de hand van genoemd toetsingskader. Deze toetsing heeft opgeleverd dat dit plan in de categorie 'doorgaan' valt. Structuurvisie Wonen Op 16 februari 2023 heeft de gemeenteraad de Structuurvisie Wonen 2023-2032 vastgesteld. De gemeente Schouwen-Duiveland heeft de ambitie ieder huishouden naar wens te kunnen laten wonen. Om dit te bereiken zijn maatregelen nodig om opgaven op de woningmarkt structureel aan te kunnen pakken.
Het gaat daarbij om het toevoegen van woningen die in een kwalitatieve behoefte voorzien met aandacht voor balans tussen vraag en aanbod op middellange termijn. Het is de wens om daarvoor 'schuifruimte' te creëren waarmee blijvend gewerkt kan worden aan kwalitatieve woonopgaven. Met de RWMA is deze schuifruimte gecreëerd. Om mogelijke leegstand op termijn te voorkomen wordt er ingezet op het onttrekken van woningen waarnaar geen behoefte meer is. Dat wordt gedaan met de met de Structuurvisie Wonen: Er wordt ruimte gemaakt voor goede woonplannen door in te zetten op het realiseren van bestaande harde bouwtitels, danwel het saneren van deze planologische titels indien er geen gebruik van wordt gemaakt. Er wordt schuifruimte gecreëerd op de woningmarkt door het realiseren van een transitieprogramma. Er dient compensatie plaats te vinden om leegstand te voorkomen. Dit kan op verschillende manieren (direct of indirect). Er wordt ingezet op het bouwen van de juiste woningen voor de juiste doelgroepen, waaronder gelijkvloerse woningen in het koop- en huursegment. Nieuwbouw vindt eerst binnen de kernen en op structuurversterkende plekken plaats, mede ter bevordering van de leefbaarheid. Toetsing bouwplan Structuurviswie Wonen Het plan maakt het mogelijk om een woning toe ge voegen in bestaand stedelijk gebied. Het betreft hier een inbreidingslocatie van de kern.
18
Toelichting
bestemmingsplan Weeldeweg tussen 4 en 8, Burgh-Haamstede
Conclusie Het toevoegen van een woning is inpasbaar op grond van de resultaten van het toetsingskader en de Structuurvisie Wonen. Deze ontwikkeling levert een bijdrage aan het meerjarenprogramma woningbouw om voldoende woningen te realiseren voor de doelgroep doorstromers. 3.3.3 Welstandsbeleid In de door de gemeenteraad vastgestelde Welstandsnota 2012 zijn algemene welstandscriteria geformuleerd die ten grondslag liggen aan iedere planbeoordeling. De welstandscriteria geven aan hoe een bouwwerk ‘zich moet gedragen’ om in zijn omgeving te passen en welke gewaardeerde karakteristieken uit de omgeving in het ontwerp moeten worden gebruikt. De criteria zijn gebaseerd op de ruimtelijke kwaliteit zoals die in de bestaande situatie wordt aangetroffen. Daarnaast is een belangrijke pijler van de welstandsnota het gebieds- en objectgerichte welstandsbeleid welke is gebaseerd op de ruimtelijke opbouw is Schouwen-Duiveland. Bij het benoemen van de welstandsgebieden is uitgegaan van de huidige situatie. De gebiedsuitwerkingen in deze welstandsnota zijn gericht op de bestaande context, te weten steden en dorpskernen, planmatige uitbreidingen, bedrijfs- en haventerreinen, sport en recreatie en buitengebied. Er is onderscheid gemaakt tussen verschillende welstandsniveaus. Het plangebied ligt in een dorpskern met de aanduiding 'bijzondere woonconcentraties' nabij 'historische kernen'.
Het gaat om de gebieden waar extra aandacht voor de ruimtelijke kwaliteit wenselijk is en de gemeente ook aanvullende beleidsinstrumenten inzet of kan gaan inzetten. Het welstandstoezicht is gericht op het versterken van de bestaande en/of gewenste kwaliteit. Hiervoor geldt een bijzonder welstandsregime (niveau 2). Een bijzonder welstandsregime houdt rekening met de volgende aspecten: Vormgeving in aansluiting bij landelijke omgeving. Streven naar terug gelegen positionering op de kavel. Accentueren van vrijstaand karakter. Daarnaast zijn uitgangspunten opgenomen over massa en vorm, gevelkarakteristiek en detaillering, kleur en materiaal. Conclusie Het bouwplan voor de woning wordt om advies voorgelegd aan de welstands-/monumentencommissie. Bij uitwerking van het bouwplan wordt rekening gehouden met het welstandsadvies. De kleuren en materialen zullen ter goedkeuring worden voorgelegd aan de welstandscommissie. 3.3.4 Duurzaamheid In de Woonvisie is meer aandacht gevraagd voor duurzaamheid en technologische vernieuwing. De bewustwording en behoefte om energie te besparen neemt verder toe. Een ingrijpende verandering is de energietransitie. Duurzaamheid is een belangrijk thema. Bij woonbeslissingen wordt duurzaamheid steeds vaker meegenomen door kopers/bewoners. Duurzaamheid speelt zowel een rol in de bestaande woningvoorraad als in de nieuwbouw.
Door duurzaam te bouwen of woningen te verduurzamen, wordt bijgedragen aan energiebesparing in woningen. Duurzaamheid is echter meer dan energiebesparing. Het draagt ook bij aan voorkomen van uitputting van grondstoffen, een beter woon- en leefklimaat, een gezond binnenmilieu en gezondheid van bewoners. Duurzaam bouwen heeft ook een positieve weerslag op de leefbaarheid van de woningen en de woonomgeving en op de betaalbaarheid, woonlasten worden lager. Toetsing planinitiatief Het initiatief gaat uit van een herontwikkeling van een woonperceel tussen Weeldeweg 4 en 8 waar een vrijstaande woning wordt gerealiseerd. De nieuwe woning wordt gasloos en energiezuinig uitgevoerd overeenkomstig de eisen van Bijna Energieneutrale Gebouwen (BENG). Dit betekent dat de woning een neutraal 'gebouw gebonden' energiegebruik heeft. Dit betreft het energiegebruik voor ruimteverwarming, ruimtekoeling, warmtapwater, elektriciteit voor de hiervoor benodigde installaties en (forfaitair) verlichting én 'gebruik gebonden'. De ruimte rondom de woning wordt als tuin ingericht. Bij de inrichting zal rekening gehouden worden met het versterken van de groenstructuur en de biodiversiteit. Klimaatadaptatie/ risico's van klimaatverandering
Toelichting
19
bestemmingsplan Weeldeweg tussen 4 en 8, Burgh-Haamstede
Het klimaat in Nederland verandert. Het KNMI verwacht hogere temperaturen, nattere winters, hevigere regenbuien en kans op drogere zomers. Dit heeft gevolgen voor de stedelijke omgeving, bijvoorbeeld door meer wateroverlast, grondwaterproblemen en hittestress. Landelijk zijn deze problemen geadresseerd in de Deltabeslissing Ruimtelijke Adaptatie. Overheden kunnen hierbij gebruik maken van het stappenplan "weten, willen en werken" om het proces naar een klimaatbestendige inrichting vorm te kunnen geven. De gevolgen van de risico's van klimaatverandering zijn beoordeeld voor zover het betreft de risico's ten aanzien van: a. wateroverlast door overvloedige neerslag; b. overstroming; c. hitte; d. droogte. Wateroverlast door overvloedige neerslag Het gebied is gevoelig voor neerslag en de ontwatering is niet optimaal. De tuin zal niet volledig worden verhard, zodat wateroverlast kan worden voorkomen. Bij de nieuwbouw is het zaak het vloerpeil zo te kiezen dat het water van het erf niet naar binnen loopt. Overstroming In het plangebied is de maximale waterhoogte bij een dijkdoorbraak < 0,5 meter (Atlas Leefomgeving, kaart maximale hoogte bij dijkdoorbraak). Het vloerpeil van de nieuwbouw houdt hiermee rekening. Hitte Hittestress is een term die aangeeft dat een sterk verhoogde gevoelstemperatuur optreedt, die onaangenaam en zelfs schadelijk kan zijn voor mens en dier.
De aanwezigheid van veel verhard oppervlak verhoogt de gevoelstemperatuur en daarmee de hittestress, terwijl de aanwezigheid van schaduw en groen deze verlaagt. Er worden bomen in de tuin geplant voor schaduwwerking. Droogte In het plangebied is er geen sprake van extra bodemdaling door droogte. De nieuwe woning daalt niet, omdat de palen van beton zijn. Er zijn uit dien hoofde geen beperkingen. Conclusie De woning wordt overeenkomstig de eisen van Bijna Energieneutrale Gebouwen en de bepalingen in het Bouwbesluit gebouwd. Bij uitwerking van het bouwplan wordt rekening gehouden met de gemeentelijke uitgangspunten op het gebied van duurzaam bouwen en klimaatadaptatie.
20
Toelichting
bestemmingsplan Weeldeweg tussen 4 en 8, Burgh-Haamstede
Hoofdstuk 4 4.1
Water
Inleiding
Water en ruimtelijke ordening hebben veel met elkaar te maken. Aan de ene kant is water één van de sturende principes in de ruimtelijke ordening en kan daarmee beperkingen opleggen aan het ruimtegebruik zoals locaties voor stadsuitbreiding. Aan de andere kant kunnen ontwikkelingen in het ruimtegebruik ongewenste effecten hebben op de waterhuishouding. Een Watertoets geeft aan wat de gevolgen zijn van een ruimtelijk plan voor de waterhuishouding in het betreffende gebied. Doel van de Watertoets is de relatie tussen planvorming op het gebied van de ruimtelijke ordening en de waterhuishouding te versterken.
4.2
Beleidskader rijk, provincie en gemeente
Op verschillende bestuursniveaus zijn de afgelopen jaren beleidsnota's verschenen aangaande de waterhuishouding. Deze paragraaf geeft een overzicht van de voor het plangebied relevante nota's. Rijk Op 10 december 2015 hebben de minister van Infrastructuur en Milieu en de staatssecretaris van Economische Zaken het Nationaal Waterplan 2016 – 2021 (NWP2) vastgesteld. Het NWP2 is het formele rijksplan voor het nationale waterbeleid en is, voor wat betreft de ruimtelijke aspecten, een structuurvisie zoals bedoeld in de Wet ruimtelijke ordening. In de Waterwet is vastgelegd dat het Rijk dit plan eens in de zes jaar actualiseert. Het NWP2 geeft op hoofdlijnen aan welk beleid het Rijk in de periode 2016 - 2021 voert om te komen tot duurzaam waterbeheer. Het NWP2 richt zich op een goede bescherming tegen overstromingen, het voorkomen van wateroverlast en droogte en het bereiken van een goede waterkwaliteit, een duurzaam beheer en goede milieutoestand van de Noordzee en een gezond ecosysteem als basis voor welzijn en welvaart. In het Nationaal Waterplan zijn de maatregelen benoemd die worden genomen om de verschillende doelen te bereiken.
In het Nationaal Waterplan 2016-2021 staan de volgende ambities centraal: Nederland blijft de veiligste delta in de wereld; Nederlandse wateren zijn schoon en gezond en er is genoeg zoetwater; Nederland is klimaatbestendig en waterrobuust ingericht; Nederland is en blijft een gidsland voor watermanagement; Nederlanders leven waterbewust. Het waterbeleid zoals geformuleerd in het NWP2 werkt door op provinciaal en regionaal niveau, om zo te komen tot gebiedsgericht beleid. Via het provinciaal en gemeentelijk waterbeleid en het beleid van de waterschappen dient het rijksbeleid zoals geformuleerd in het NWP door te werken tot op bestemmingsplanniveau. De watertoets, die is geregeld in het Besluit ruimtelijke ordening, blijft een belangrijk instrument om de waterbeheerder vroegtijdig bij ruimtelijke planprocessen te betrekken. Daarnaast is in het NWP2 aangegeven dat aandacht moet worden geschonken aan de planologische borging van beschermingszones van primaire waterkeringen, door deze vast te leggen in bestemmingsplannen. Eén en ander is op rijksniveau in het Barro vastgelegd. Provincie De Provincie heeft het beleid voor de bescherming van het grond- en oppervlaktewater opgenomen in het Omgevingsplan. Hierin staan normen voor de regionale watersystemen (het slotenstelsel). Ze moeten bij hevige neerslag voldoende water kunnen bergen en afvoeren.
In het kader van de afstemming met de ruimtelijke ordening zijn in het Omgevingsplan van de provincie Zeeland waterkansenkaarten opgesteld voor onder andere overige functies. Deze kaarten zijn beschikbaar via de provinciale website. De Waterfunctiekaart vormt de leidraad voor het waterbeheer, die de waterhuishoudkundige bestemming met bijbehorende gebruiksvoorwaarden van het grond- en oppervlaktewater aangeeft. De Waterkansenkaart geeft de noodzakelijke inspanning aan om een gebied geschikt te maken voor stedelijke ontwikkeling. Indien nodig wordt een nadere toetsing op locatieniveau door het waterschap uitgevoerd. Op de Waterkansenkaart is deze inspanning als deels 'normaal' en deels 'hoog' aangeduid.
Toelichting
21
bestemmingsplan Weeldeweg tussen 4 en 8, Burgh-Haamstede
Gemeente De gemeente Schouwen-Duiveland heeft samen met het Waterschap en de provincie Zeeland een waterplan (2007) opgesteld voor het binnendijkse gebied van de gemeente. Het waterplan geeft de kaders aan hoe tot 2015 omgegaan zal worden met water. Het beleid is gericht op een grotere belevingswaarde van water, een betere waterkwaliteit, geen overlast van water en meer rekening houden bij ontwikkelingen met water. De uitvoering van dit beleid vindt in samenwerking plaats. In het waterplan is gekeken naar de knelpunten die er zijn, de opgaven die er liggen en de kansen die er kunnen komen om aan het beleid uitvoering te geven. Gezamenlijk met het Waterschap en de provincie wordt jaarlijks een uitvoeringsprogramma opgesteld welke maatregelen dat jaar genomen worden.
4.3
Beleid waterschap Scheldestromen
Het plangebied ligt binnen het beheersgebied van het Waterschap Scheldestromen. Dit schap is in het gebied verantwoordelijk voor de waterhuishouding: het waterkwaliteitsbeheer, het waterkwantiteitsbeheer en de zorg voor de waterkeringen. Voor elk ruimtelijk plan wordt overleg gevoerd met de waterbeheerder over de effecten van de bouwmogelijkheden op het waterbeheer. De waterbeheerder voert de Watertoets uit. De Watertoets heeft als doel het voorkomen dat nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen plaatsvinden die in strijd zijn met duurzaam waterbeheer. De opmerkingen van de waterbeheerder worden verwerkt in deze waterparagraaf. Beleid waterbeheerder In het door de Algemene Vergadering op 19 november 2015 vastgestelde Waterbeheerplan 2016-2021 zijn de hoofdlijnen van het beleid op het gebied van watersystemen en afvalwaterketen opgenomen. Het waterschap heeft daar een specifieke verantwoordelijkheid voor. Wettelijk vastgelegde taken zoals het zorgen voor een goed functionerend regionaal watersysteem en voor het doelmatig zuiveren van afvalwater. Ook heeft het waterschap de taak om het watersysteem en de afvalwaterketen toekomstbestendig te maken, zodat zij gevolgen van de klimaatverandering kan opvangen.
Dit waterbeheerplan staat voor verbinding met het werk van andere overheden: Provincie Zeeland, gemeenten, Rijkswaterstaat, naburige Vlaamse waterbeheerders en het Ministerie van Infrastructuur en Milieu. Het waterschap schept randvoorwaarden voor gebruikers, maar biedt ook mogelijkheden en meerwaarde voor maatschappelijke gebruikers zoals burgers, agrariërs, terreinbeheerders, ondernemers en bedrijven, recreanten. De visie van het waterschap luidt als volgt: 'Doelmatig beheer van watersystemen en afvalwaterketen. Deze zijn robuust en toekomstbestendig ingericht' met als doelen dat het watersysteem en de afvalwaterketen in het beheergebied in 2027 op orde zijn, ook voor de klimaatomstandigheden die worden verwacht. Concreet betekent dat voor het watersysteem de volgende doelen: Watersystemen zijn zo ontworpen dat ernstige en langdurige wateroverlast zoveel mogelijk wordt voorkomen: oppervlaktewater treedt niet vaak buiten zijn oevers. De gehanteerde waterpeilen zijn afgestemd op het grondgebruik oftewel de functies landbouw, natuur en wonen: goed waterpeil onder normale omstandigheden. Zorgen voor waterkwaliteit die nodig is voor mens, plant en dier: gezond oppervlaktewater. Faciliteren van een verantwoord gebruik van het beschikbare zoetwater.
Voor de afvalwaterketen vertaalt het waterschap dit naar de volgende doelen: In de afvalwaterketen van de toekomst wordt afvalwater op een duurzame en efficiënte manier ingezameld en gezuiverd, zodat het geen bedreiging vormt voor volksgezondheid en omgevingskwaliteit. Het beheer en onderhoud is gericht op het in stand houden van het waterlopenstelsel voor berging, doorvoer en afvoer van overtollig water. Daarnaast past het waterschap het watersysteem waar nodig aan om aan de doelen te (blijven) voldoen. Ook zet zij zich in om emissies die nadelig zijn voor de waterkwaliteit, te beperken. In de afvalwaterketen gaat het waterschap de energie efficiency verbeteren. Dat doet zij door duurzame energie en grondstoffen te winnen uit afvalwater. Ook geeft het waterschap in de afvalwaterketen prioriteit aan het veilig stellen van de vereiste functionaliteit door knelpunten weg te nemen en (groot) onderhoud uit te voeren.
22
Toelichting
bestemmingsplan Weeldeweg tussen 4 en 8, Burgh-Haamstede
4.4
Waterhuishouding
Toetsingskader Het waterkwantiteits- en waterkwaliteitsbeheer in het binnendijkse gedeelte wordt gevoerd door Waterschap Scheldestromen. Het Waterschap beheert de waterkeringen in haar beheergebied buiten de bebouwde kom. De rioleringstaak binnen het plangebied valt onder de verantwoordelijkheid van de gemeente Schouwen-Duiveland. In het kader van de watertoets wordt deze waterparagraaf overlegd met het waterschap, waarna de opmerkingen worden verwerkt in deze waterparagraaf. Beschrijving watersysteem Veiligheid en waterkeringen Het plangebied ligt niet in een kernzone en/of beschermingszone van een (regionale) waterkering op grond van de Legger primaire waterkeringen. Er zijn geen beperkingen voor het plangebied. Legger oppervlaktewater Op de Legger Oppervlaktewaterlichamen liggen er in het plangebied geen primaire, secundaire en tertiaire watergangen met een beschermingszone (figuur 4). Er zijn geen beperkingen voor het plangebied.
Figuur 4: Uitsnede Legger Oppervlaktewaterlichamen waterschap Scheldestromen. Afvalwaterketen en riolering In de gemeente Schouwen-Duiveland wordt het afvalwater van huishoudens en industrie voor een groot deel ingezameld met riolering. Hierbij wordt gebruik gemaakt van zowel vrijverval riolering als drukriolering. Via een stelsel van persleidingen wordt het afvalwater getransporteerd naar de rioolafvalwaterzuivering. Beschrijving waterkwantiteit Het plangebied waar de nieuwe woning komt is in gebruik als tuin. In de nieuwe situatie neemt het verhard oppervlak toe met minder dan 150 m². Er worden geen watergangen gedempt. Gelet op de
Toelichting
23
bestemmingsplan Weeldeweg tussen 4 en 8, Burgh-Haamstede
geringe toename is het realiseren van vervangend water niet nodig. Waterafvoer Het overtollig hemelwater van het dak van de woning wordt afgevoerd via straatkolken. Hergebruik van hemelwater kan in beperkte mate plaatsvinden door middel van opvang in regentonnen. Het afvalwater van de woning zal op de aanwezige riolering worden aangesloten overeenkomstig de door de gemeente gestelde eisen. Geen gebruik wordt gemaakt van uitloogbare bouwmetalen. Voor vergunningplichtige activiteiten zal tijdig een Waterwetvergunning worden aangevraagd bij het waterschap.
4.5
Watertoets
Er is aan de hand van de criteria uit de Handreiking watertoets van het Waterschap Scheldestromen nagegaan of het voorliggende plan strijdig is met de waterdoelstellingen c.q. noodzaakt tot waterhuishoudkundige maatregelen. Hierna wordt per thema ingegaan op de wateraspecten. Thema en water(beheer)doelstelling
Uitwerking
Veiligheid waterkeringen Waarborgen van het veiligheidsniveau en rekening houden met de daarvoor benodigde ruimte.
Het plangebied ligt niet in een waterkering en/of kernof beschermingszone. De herontwikkeling heeft dan ook geen gevolgen voor de waterveiligheid.
Voorkomen overlast door oppervlaktewater Het plan biedt voldoende ruimte voor het vasthouden, bergen en afvoeren van water. Waarborgen van voldoende bouwpeil om inundatie vanuit oppervlaktewater in maatgevende situaties te voorkomen. Rekening houden met de gevolgen van klimaatverandering en de kans op extreme weersituaties.
Sprake is van het oprichten van één woning. Het verhard oppervlak neemt met circa 100 m² toe. Op grond van de richtlijnen van het Waterschap is watercompensatie niet nodig.
Voorkomen overlast door hemel- en Het huishoudelijk afvalwater vanuit de woning wordt afvalwater gescheiden van het hemelwater afgevoerd via (inclusief water op straat/ overlast) Waarborgen gemeentelijk rioolstelsel. Het hemelwater wordt optimale werking van de zuiveringen/ RWZI's afgevoerd naar straatkolken. en van de (gemeentelijke) rioleringen. Afkoppelen van (schone) verharde oppervlakken in verband met de reductie van hydraulische belasting van de RWZI, het transportsysteem en het beperken van overstorten. Grondwaterkwantiteit en verdroging Tegengaan/ verhelpen van grondwateroverlast en -tekort. Rekening houden met de gevolgen van klimaatverandering. Beschermen van infiltratiegebieden en -mogelijkheden.
24
De ontwikkeling voorziet niet in het onttrekken van grondwater. De ontwikkeling veroorzaakt evenmin mogelijke grondwateroverlast.
Toelichting
bestemmingsplan Weeldeweg tussen 4 en 8, Burgh-Haamstede
Grondwaterkwaliteit Behoud/ realisatie van een goede grondwaterkwaliteit. Denk aan grondwaterbeschermingsgebieden.
In het plangebied is geen sprake van grondwateroverlast. Voor deze ontwikkeling wordt geen grondwater onttrokken. Grondwateroverlast en verdroging wordt tegengegaan door de afvoer van hemelwater naar straatkolken. Het plangebied ligt niet in een grondwaterbeschermingsgebied ten behoeve van een drinkwaterwinning. Oppervlaktewaterkwaliteit Evenals bij het voorgaande aspect geldt dat met het Behoud realisatie van goede oog op de oppervlaktewaterkwaliteit er geen gebruik oppervlaktewaterkwaliteit. Vergroten van de wordt gemaakt van uitlogende bouwmaterialen. veerkracht van het watersysteem. Toepassing Hemelwater zal zo schoon mogelijk blijven doordat het van de trits schoonhouden, scheiden en gescheiden wordt afgevoerd. zuiveren. Volksgezondheid (water gerelateerd) Er zijn geen risico's voor volksgezondheid bekend. Er Minimaliseren risico water gerelateerde ziekten is geen sprake van de aanleg van (extra) open water. en plagen. Voorkomen van verdrinkingsgevaar/ -risico's via o.a. de daarvoor benodigde ruimte. Bodemdaling Voorkomen van maatregelen die (extra) maaiveld dalingen in zetting gevoelige gebieden kunnen veroorzaken.
Niet van toepassing.
Natte natuur Ontwikkeling/bescherming van een rijke gevarieerde en natuurlijk karakteristieke aquatische natuur.
Als gevolg van deze herontwikkeling treden geen hydrologische effecten op aquatische natuur op.
Onderhoud oppervlaktewater In het plangebied ligt geen oppervlaktewater. Oppervlaktewater moet adequaat onderhouden worden. Rekening houden met obstakelvrije onderhoudsstroken vrij van bebouwing en opgaande (hout)beplanting.
Wateradvies De Watertoets is doorlopen middels toezending van het ontwerpbestemmingsplan naar het Waterschap Scheldestromen. Het wateradvies is verwerkt in het vast te stellen bestemmingsplan. Conclusie De ruimtelijke ontwikkeling voldoet aan de belangrijkste minimale voorwaarde: "het standstill beginsel". Dit beginsel houdt in dat door het plan geen verslechtering van de waterhuishouding ontstaat. De ontwikkeling die door het plan mogelijk wordt gemaakt heeft geen invloed op de waterhuishouding en de afvalwaterketen. Vanuit waterhuishoudkundige overwegingen bestaan er geen bezwaren tegen de in dit bestemmingsplan opgenomen planontwikkeling.
Toelichting
25
bestemmingsplan Weeldeweg tussen 4 en 8, Burgh-Haamstede
26
Toelichting
bestemmingsplan Weeldeweg tussen 4 en 8, Burgh-Haamstede
Hoofdstuk 5
Milieu en omgevingsaspecten
De beleidsvelden milieu en ruimtelijke ordening groeien de laatste decennia steeds meer naar elkaar toe. Ook op rijksniveau wordt steeds meer aandacht gevraagd voor de wisselwerking tussen milieu en ruimtelijke ordening. Milieubeleid kan beperkingen opleggen aan de gewenste ruimtelijke ontwikkelingen maar is primair bedoeld om een zo optimaal mogelijke leefomgeving te realiseren. In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de omgevingsaspecten die een rol spelen bij ruimtelijke ontwikkelingen binnen dit plan. Deze onderwerpen worden in dit hoofdstuk toegelicht.
5.1
Milieu
De te behandelen thema's die vanuit een oogpunt van milieu van belang zijn voor deze planontwikkeling zijn M.E.R., Milieuzonering, Geluid, Bodem, Luchtkwaliteit en Externe veiligheid. 5.1.1 M.E.R. Wettelijk kader In het Besluit milieueffectrapportage is bepaald dat een milieueffectbeoordeling ook uitgevoerd moet worden als een project, dat wordt genoemd in de bijlage onder D van het Besluit m.e.r., nadelige gevolgen heeft voor het milieu. Deze beoordeling moet ook plaatsvinden als de omvang onder de drempelwaarde valt. De centrale doelstelling van het instrument milieueffectrapportage is het milieubelang een volwaardige plaats te geven in de besluitvorming over activiteiten met mogelijk belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu. De basis van de milieueffectrapportage wordt gevormd door de EU Richtlijn m.e.r. De richtlijn is van toepassing op de milieueffectbeoordeling van openbare en particuliere projecten die aanzienlijke gevolgen voor het milieu kunnen hebben. De Europese regelgeving is in de Nederlandse wetgeving onder andere geïmplementeerd in de Wet milieubeheer (verder Wm) en in het Besluit milieueffectrapportage 1994. In de bijlagen behorende bij het Besluit m.e.r. zijn de m.e.r.-plichtige activiteiten (de C-lijst) en de m.e.r.-beoordelingsplichtige activiteiten (de D-lijst) beschreven.
Onderzoek/ beoordeling Dit project valt mogelijk onder categorie D 11.2, stedelijk ontwikkelingsproject uit bijlage D. In dit bestemmingsplan wordt één woning toegevoegd in bestaand stedelijk gebied. De ontwikkeling op deze plaats is om de volgende redenen niet te beschouwen als een stedelijk ontwikkelingsproject als bedoeld in het Besluit m.e.r.: fysieke wijziging: deze is beperkt, omdat er sprake is van het toevoegen van één woning op een bestaand woonperceel. lokale context: een open gat wordt opgevuld ten noorden van het woonperceel aan de Weeldeweg 4 in bestaand stedelijk gebied. planologische mogelijkheden: de gronden zijn in het geldende bestemmingsplan bestemd voor 'Wonen' zonder bouwvlak. Er is geen m.e.r. beoordeling nodig, omdat een functie-aanpassing volgens het Besluit m.e.r. niet wordt gezien als stedelijke ontwikkeling. De fysieke wijzigingen zijn beperkt, omdat het plangebied al is aangeduid voor Wonen. Indien een ontwikkeling niet voorkomt op de C en D lijst van het Besluit m.e.r kan een m.e.r. beoordeling achterwege worden gelaten. Conclusie Dit bestemmingsplan is niet m.e.r.-beoordelingsplichtig en dus ook niet m.e.r.-plichtig. De fysieke wijziging is beperkt, omdat er maar één woning wordt toegevoegd in bestaand stedelijk gebied.
Zoals de hieronder beschreven milieuparagrafen en -onderzoeken aantonen heeft het bestemmingsplan ook om andere redenen dan de omvang (zoals bijvoorbeeld de aard van de ontwikkeling of een ligging nabij een gevoelig gebied) geen significante nadelige gevolgen voor het milieu.
Toelichting
27
bestemmingsplan Weeldeweg tussen 4 en 8, Burgh-Haamstede
5.1.2 Milieuzonering Wettelijk kader Bedrijvigheid is een milieubelastende activiteit. Ten gevolge van aanwezige bedrijvigheid kan mogelijk hinder voor de omgeving optreden met betrekking tot de milieuaspecten geluid, geur, stof en gevaar. Nieuwe situaties, waarin milieubelastende activiteiten en milieugevoelige functies met elkaar worden gecombineerd, moeten worden beoordeeld op mogelijke hindersituaties. Daarbij wordt getoetst aan de Wet milieubeheer, Algemene Maatregelen van Bestuur onder de Wet milieubeheer en de brochure Bedrijven en Milieuzonering (VNG, 2009). De richtafstanden in Bedrijven en Milieuzonering gelden ten opzichte van een milieugevoelige functie, zoals bedoeld tot de omgevingstypen rustige woonwijk of rustig buitengebied. In het geval de milieugevoelige functies zijn gelokaliseerd in omgevingstype gemengd gebied kan een afwijkende systematiek worden toegepast, die meer ruimte biedt aan bedrijven. De richtafstanden uit de VNG-publicatie voor de omgevingstypen bij verschillende hindercategorieën zijn in tabel 5.1 vermeld. Tabel 5.1: Richtafstanden en omgevingstype. Milieucategorie Richtafstand tot omgevingstype Richtafstand tot omgevingstype rustige woonwijk gemengd gebied 1 10 m 0m 2 30 m 10 m 3.1 50 m 30 m 3.2 100 m 50 m Onderzoek/ beoordeling Aan de Weeldeweg staan voornamelijk grondgebonden woningen. Alleen aan de Weeldeweg 4 is een restaurant gevestigd.
Verder liggen er aan de aangrenzende Achterweg enkele winkels en een restaurant. Ondanks dit beperkt aantal milieubelastende functies kan het gebied worden beschouwd als een rustige woonwijk. Uit inventarisatie is gebleken dat alleen het restaurant aan de Weeldeweg 4 relevant is. Een restaurant valt onder milieucategorie 1 met een richtafstand van 10 meter. Overige milieubelastende activiteiten liggen op meer dan 25 meter. Verderop gelegen winkels vallen eveneens onder milieucategorie 1 met een richtafstand van 10 meter in een rustige woonwijk. Deze winkels worden niet beperkt in de bedrijfsvoering als gevolg van de nieuwe woning. Restaurant Asmara Aan de Weeldeweg 4 is restaurant Asmara gevestigd. De activiteit van het restaurant valt onder milieucategorie 1. Voor een rustige woonwijk kan op grond van de VNG-brochure Bedrijven en Milieuzonering (2009) een richtafstand van 10 meter worden aangehouden. In de bestaande situatie staan al op korte afstand woningen van derden die maatgevend zijn, te weten de woningen aan de Weeldeweg 2 (op circa 2 meter afstand) en Achterweg 1 (op circa 7 meter afstand). De nieuwe woning komt op minimaal 3 meter afstand van het restaurant. De richtafstand geldt met name voor de onderdelen geur en veiligheid. In verband hiermede heeft DK leefomgevingsadvies een milieuonderzoek uitgevoerd (memo van 15 april 2023, zoals opgenomen in Bijlage 1).