CConstaterende datSchouwen-Duiveland
Koppel je AI →
Document · PDF

1012982 Bijlage 4 Ruimtelijke onderbouwing

Gemeenteraad 26 september 2024, gemeente Schouwen-DuivelandBij agendapunt: RVS Omgevingsvergunning 6 recreatiewoningen Korte Moermondsweg 5 032 tm 5 037 Renesse (1012982)22.463 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

De in deze notitie voorliggende locatie betreft een bebost perceel (met de kadastrale aanduiding WTS00H626) aan de Rampweg in Renesse, gelegen tussen het parkeerterrein Laone en Camping Zonnedorp. Inleiding Voor dit perceel is bij de gemeente Schouwen-Duiveland een aanvraag ingediend voor uitbreiding van vakantiepark Zonnedorp met 6 vakantiewoningen. Deze Miva-vakantiewoningen zijn gericht op een speciale doelgroep: ze zijn rolstoeltoegankelijk en bedoeld voor mensen met een beperking. In augustus 2022 is het voorontwerpbestemmingsplan Camping Zonnedorp voorgelegd aan de provincie. In haar vooroverlegreactie van 3 oktober 2022 stelt de provincie dat het betreffende bosje waarin de kampeerhuisjes worden gerealiseerd beschermd is op grond van artikel 2.28 Landschap en erfgoed van de Omgevingsverordening. Compensatie zou voortkomen uit een significante aantasting van oppervlakte en waarden en dat is alleen toegestaan bij ontwikkelingen van groot openbaar belang en daar is in dit geval geen sprake van. Er zou dus op basis van het provinciaal beleid hoogstens sprake kunnen zijn van niet-significante aantasting en de daarbij horende mitigatie (verzachting) van landschappelijke waarden/oppervlakte, maar dat moet dan worden onderbouwd. Op dinsdag 11 oktober 2022 heeft hierover ambtelijk overleg plaatsgevonden met de provincie.

Geconstateerd is dat er geen sprake is van een significante aantasting van landschappelijke oppervlakte en waarden. Afgesproken is dat een nadere beschrijving/onderbouwing van de landschappelijke waarde wordt opgesteld en welke aan de provincie wordt voorgelegd. Deze notitie voorziet in de afgesproken onderbouwing van de landschappelijke waarde van dit bosperceel. Huidige situatie In de huidige vorm is dit perceel een bosopstand met een oppervlakte van ca. 0,4 ha. Het betreft een vrij laag gelegen, nat terrein met de daarvoor kenmerkende soorten als populier, els en wilg. Het terrein ligt aanzienlijk lager dan de aangrenzende Rampweg. Het bos kent een sterke ondergroei van braam en brandnetel. De onderhoudstoestand is minimaal, veel dood hout, overwoekerd, geen stabiele opstand. Het bosje is niet ontsloten en/of toegankelijk. Bestemming Dit terrein grenst direct aan parkeerterrein Laone en heeft de bestemming verkeer (BP Kop van Schouwen, vastgesteld 2013). Historische ontwikkeling: De historische ontwikkeling is onder andere af te lezen aan de topografische kaarten en luchtfoto’s van dit gebied. In de bijlage is een overzicht vanaf 1920 weergegeven. Voor die tijd maakte dit perceel deel uit van een strook niet ontgonnen begroeide binnenduinen.

Dit gebied ten noorden van kasteel Moermond is, bij aansluiting van de Rampweg op de Laone, vanaf ca.1915 ontgonnen als kleinschalig agrarisch gebied. De relatief kleine percelen werden ter bescherming tegen de zeewind omgeven door houtsingels, soms

ook elzenmeten. Op kaarten is terug te vinden dat dit betreffende perceel vanaf ca. 1915 omgeven was door een houtsingel. Vanaf 1950 zijn hier veel houtsingels gerooid, het gebied wordt opener en grootschaliger. Aan de noord- en oostzijde van dit perceel blijft de houtsingel gehandhaafd. Vanaf 1962 is het perceel weer geheel omgeven door beplanting. In 1972 wordt het naastgelegen parkeerterrein Laone aangelegd en wordt bebouwing op dit perceel aangegeven. Ook verschijnt er in noord zuid richting een nieuwe beplantingslijn in het landschap. In 1985 wordt dit perceel, inmiddels weer zonder bebouwing, aangegeven als open weide met bomen. In 1993 wordt het perceel als bos aangeduid. Aan de oostzijde grenst dit bosje dan inmiddels aan het vakantiepark. Sinds 2017 wordt dit perceel ook aan de zuidzijde begrensd door het vakantiepark. Landschappelijke waarde De landschappelijke waarde van dit perceel is beperkt. Ruimtelijk gezien steekt hier de opgaande beplanting aan de binnenduinrand de Rampweg over. Door de relatief lage ligging en natte omstandigheden groeien hier andere soorten dan in de hoger gelegen duinrand. Gezien het huidig beeld is dit bosje als populierenopstand aangeplant. De randen van dit perceel hebben voor de beleving van dit gebied wel enige (historisch) landschappelijke waarde. De houtopstand zelf is echter van minimale kwaliteit en als zodanig niet waardevol.

Een interessante link naar het verleden biedt het in stand houden van de omlijsting van dit perceel met een robuuste houtsingel. Daarbij dienen de randen een breedte van minimaal 10 meter te hebben en te bestaan uit streekeigen soorten met een boom- en struiklaag. Voorgesteld wordt de groene randzone van dit perceel als zodanig in het bestemmingsplan te waarborgen door deze geheel te voorzien van de bestemming “Groen - Landschappelijk. Onderhoud en/of dunning dient met beleid uitgevoerd te worden om mogelijke instabiliteit te voorkomen. Het is aan te bevelen om voorafgaand aan de werkzaamheden deze bosopstand door deskundigen te laten beoordelen. Geconcludeerd kan worden dat bij de uitbreiding van vakantiepark Zonnedorp met 6 vakantiehuisjes op dit perceel sprake is van niet significante-aantasting van landschappelijke waarden. Mitigatie van landschappelijke waarden en oppervlakte wordt aansluitend op bestaand natuurgebied gerealiseerd op het perceel ten zuiden van de Korte Moermondsweg, grenzend aan vakantiepark Zonnedorp.

Huidig beeld

BIJLAGE: Topografische tijdlijn 1920 tot heden - omgeving camping Zonnedorp (bron: www.topotijdreis.nl) 1920

1940

1950

1961

1962

1971

1972

1984

1985

1992

1993

heden

Bijlage 4

81/642

Aanmeldnotitie Vormvrije m.e.r.

10 februari 2023

10 februari 2023 20171778.001 Camping Zonnedorp C.A. Louws Erik van der Bos Architecten

G. Veugen Concept

Rho adviseurs voor leefruimte

20161793.001

Inhoud

Rho adviseurs voor leefruimte

20161793.001

Rho adviseurs voor leefruimte

20161793.001

Op camping Zonnedorp, gelegen aan de Korte Moermondsweg in Renesse (gemeente Schouwen-Duiveland), heeft een grootschalige kwaliteitsverbetering plaatsgevonden. Naast de gemeenschappelijke voorzieningen, is ook het oppervlakte van de standplaatsen voor caravans vergroot. Hiernaast wordt de camping aan de noordzijde uitgebreid. Op deze locatie, langs de Rampweg, worden 6 nieuwe kampeerhuisjes voor mindervaliden gerealiseerd. Daarnaast wijzigt het aantal niet permanente standplaatsen binnen de gronden van de voormalige fruitboomgaard, wordt het gebruik van een parkeerterrein positief bestemd en worden natuur ontwikkeld. Om dit initiatief mogelijk te maken wordt een bestemmingsplan opgesteld. Hierbij moet rekening worden gehouden met mogelijke verplichtingen op grond van het Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.). Daarin is vastgelegd wanneer een milieueffectrapport (MER) moet worden opgesteld of een m.e.r.-beoordeling uitgevoerd moet worden. In onderdeel C en D van de bijlage van het Besluit m.e.r. is aangegeven welke activiteiten in het kader van het uitwerkingsplan planm.e.r.-plichtig (onderdeel C en D), projectm.e.r.-plichtig (onderdeel C) of m.e.r.-beoordelingsplichtig (onderdeel D) zijn. Voor deze activiteiten zijn in het Besluit m.e.r. drempelwaarden opgenomen. In onderdeel D van het Besluit m.e.r.

(D11.2) is onder andere de aanleg, wijziging of uitbreiding van vakantiedorpen en hotelcomplexen buiten stedelijke zones met bijbehorende voorzieningen. Het gaat om gevallen waarbij 100 ligplaatsen of meer worden gerealiseerd. De beoogde ontwikkeling betreft de realisatie van 6 kampeerhuisjes en een beperkte wijziging van de omvang van het recreatieterrein. Hiermee blijft de ontwikkeling ruim onder de drempelwaarde. Dit betekent dat een zogenaamde 'vormvrije m.e.r.-beoordeling' noodzakelijk is waarin dit document in voorziet. In het Besluit m.e.r. is geregeld dat ook voor projecten die zijn opgenomen in bijlage D, maar beneden de drempelwaarden vallen, een besluit moet worden genomen of een MER nodig is. In dat kader wordt afgewogen of het plan - ondanks dat het ruim onder de drempelwaarde blijft - mogelijk toch belangrijke negatieve milieueffecten heeft. Dit is een “vormvrije” m.e.r.beoordeling.

In een m.e.r.- beoordeling wordt getoetst of een m.e.r. procedure doorlopen moet worden. De wettelijke regeling voor de m.e.r.-beoordeling gaat uit van het principe 'nee, tenzij'. Dat wil zeggen, een volwaardige m.e.r.-procedure is alleen noodzakelijk als sprake is van 'belangrijke nadelige gevolgen' die het betreffende project voor het milieu kan hebben. Daarbij moet het bevoegd gezag rekening houden met de omstandigheden zoals aangegeven in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling, te weten: • de plaats van het project; • de omvang van het project; • de kenmerken van de potentiële milieueffecten (in samenhang met de eerste twee criteria).

5/27

Het bevoegd gezag dient een m.e.r-beoordelingsbeslissing te nemen, waarin wordt aangegeven of wel of geen MER nodig is, gelet op de omvang van het project, de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële (milieu)effecten en mogelijke mitigerende maatregelen. Deze beslissing wordt als bijlage bij het bestemmingsplan opgenomen.

Deze m.e.r.-beoordelingsnotitie: • beschrijft in hoofdstuk 2 de plaats en omvang van het project; • licht in hoofdstuk 3 de verwachte effecten voor de verschillende milieueffecten toe; • geeft ten slotte in hoofdstuk 4 de conclusie weer voor de m.e.r.-beoordeling. Bij de analyse in hoofdstuk 2 en 3 is gebruik gemaakt van informatie uit de onderzoeken welke te vinden zijn in de bijlagen.

6/27

De ontwikkeling vindt plaats ten noorden van de kern Renesse in de gemeente Schouwen-Duiveland. De locatie ligt tegen de duinen aan, die toegang bieden tot het Noordzee strand. Het plangebied bestaat uit twee delen, die door de Korte Moermondsweg van elkaar worden gescheiden. Het noordelijke deel bestaat uit het bestaande terrein van Camping Zonnedorp inclusief de beoogde uitbreiding ten behoeve van de zes miva-kampeerhuisjes en de voormalige fruitboomgaard. Langs de noordzijde van Camping Zonnedorp ligt de weg Rampweg. Aan de oostelijke zijde van het plangebied ligt Camping International. Aan de westzijde liggen verschillende functies zoals een parkeerterrein, woningen en een tuincentrum. Het terrein van Camping Zonnedorp is volledig in gebruik ten behoeve van het vakantiepark. In de huidige situatie is het terrein waar de nieuwe kampeerhuisjes zijn beoogd een bosperceel. Ten zuiden van Camping Zonnedorp, aan de overzijde van de Korte Moermondsweg, ligt het tweede deel van het plangebied. Het westelijke perceel is rond het bestaande parkeerterrein groen ingericht. Het oostelijke perceel is agrarisch in gebruik. De locatie wordt omgeven door agrarisch gronden, het natuurgebied van Slot Moermond, een woning en het terrein van Braber Groenvoorziening.

Figuur 2.1 Locatie van het plangebied, rood omrand

7/27

Camping Zonnedorp is volledig in gebruik als vakantiepark. Op dit vakantiepark heeft een grootschalige kwaliteitsverbetering plaats gevonden. In de huidige situatie is het perceel voor de beoogde uitbreiding begroeid. Het bosperceel ligt ten noordwesten van camping Zonnedorp. De voormalige fruitboomgaard is reeds ingericht met niet permanente standplaatsen. De gronden ten zuiden van de Korte Moermondsweg zijn deels natuurlijk ingericht en deel agrarisch in gebruik. Hier is tevens een parkeerplaats aanwezig. Ligging plangebied ten opzichte van beschermde/bijzondere gebieden Voor het plangebied is in het bestemmingsplan ‘Kop van Schouwen’ (vastgesteld op 29-05-2014) een dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie – 6’ opgenomen. Deze bestemming is voor het behoud en bescherming van de archeologisch waarden van de gronden. Archeologisch onderzoek is noodzakelijk indien er werkzaamheden plaatsvinden waarbij de bodemingrepen een grotere oppervlakte beslaan dan 2.500 m2 en een grotere diepte dan 50 cm onder maaiveld. Het plangebied is niet gelegen in kwetsbaar en/of gebied met een beschermde status. Het dichtstbijzijnde Natura 2000gebied ‘Kop van Schouwen’ ligt ten noorden van het plangebied (figuur 2.2) en ten zuidwesten van het plangebied. Dit is ook meteen het dichtstbijzijnde Natuurnetwerk Zeeland.

Het plangebied is niet gelegen binnen stiltegebieden of waterwin- en grondwaterbeschermingsgebieden (figuur 2.3).

Figuur 2.2 Ligging plangebied (globaal rood omrand) ten opzichte van Natura 2000-gebieden (bron: basisviewer.rho)

8/27

Figuur 2.3 Ligging plangebied (globaal rood omrand) ten opzichte van milieubeschermingsgebieden (bron: Provinciale Omgevingsverordening 2018, ruimtelijkeplannen.nl)

9/27

In het kader van een grootschalige kwaliteitsimpuls van Camping Zonnedorp, is het gehele terrein herontwikkeld. Daarmee is op het park een strandachtige sfeer gecreëerd met duurzame recreatieverblijven. De standplaatsen voor stacaravans hebben meer ruimte gekregen. Daarbij is de infrastructuur op de camping verbeterd en zijn aan de noordzijde kampeerhuisjes gerealiseerd. Met de voltooiing van de herinrichting in 2020 is het aantal recreatieve eenheden teruggebracht naar 237 eenheden, dit is inclusief de eenheden binnen de fruitboomgaard. In de toekomstige situatie wordt het aantal kampeerhuisjes met 6 uitgebreid ten opzichte van de situatie in 2020. Daarmee komt het totaal aantal eenheden binnen Camping Zonnedorp, inclusief de fruitboomgaard en het uit te breiden deel op 243 recreatieve eenheden. Daarnaast wordt de bestaande parkeerplaats ten zuiden van de Korte Moermondsweg in gebruik genomen en wordt de natuur ter plaats verstrekt. De 6 nieuwe kampeerhuisjes die binnen het plangebied worden gerealiseerd, sluiten aan bij de bouwstijl van de bestaande kampeerhuisjes op camping Zonnedorp. De eenheden worden gerealiseerd als stijlvolle karakteristieke Zeeuwse bebouwing. De bebouwing bestaat uit één laag met een hoge kap, waarbij de wanden zwarte (gepotdekselde) damwandprofielen krijgen en een oranje dakbedekking.

Bij de bouw wordt bovendien rekening gehouden met de aspecten duurzaam bouwen, klimaatbestendigheid, licht en duisternis en circulair bouwen. Door het bosperceel bij de camping te betrekken, wordt een natuurlijke afronding van het terrein gerealiseerd. Daarbij wordt door de verplaatsing van de aanwezige dijk, aandacht geschonken aan een goede landschappelijke inpassing van de ontwikkeling. Rond de huidige standplaatsen op de voormalige fruitboomgaard en rond de aangrenzende standplaatsen is dichte begroeiing aanwezig. Bovendien worden de verschillende standplaatsen deels onderling van elkaar gescheiden door een haag. De bestaande landschappelijke inpassing wordt gehandhaafd, onderhouden en beheerd. Met de beoogde uitbreiding aan de noordzijde van Camping Zonnedorp verdwijnt een bosperceel. Ter compensatie van het bosperceel, ter compensatie van de legalisatie van het parkeerterrein en ter compensatie van de landschappelijke inpassing rondom het voormalig fruitgaardterrein, wordt ten zuiden van de camping, aan de overkant van de weg bij het parkeerterrein, de aanwezige natuur uitgebreid. Het naastgelegen weiland wordt getransformeerd voor natuurontwikkeling met een waterpartij. Struiken en bomen worden zo geplaatst dat aansluiting met de omgeving ontstaat en dat doorkijk wordt gevormd naar het achtergelegen terrein van Slot Moermond.

Door het gehele gebied worden openbare paden aangelegd, waaronder wandelpaden en een ruiterpad die aansluiten op paden in de omgeving. De natuurlijke aanleg van het gebied komt overeen met de omgeving en versterkt de ruimtelijke kwaliteit van de camping en de omgeving.

10/27

Figuur 2.5 Beoogde ontwikkeling Parkeren De parkeerbehoefte zal binnen het plangebied opgelost worden. Parkeren vindt plaats nabij elke standplaats. Daarnaast wordt er geparkeerd nabij de entree en aan de overzijde van de Korte Moermondsweg. Door optimalisatie van de ruimte wordt de oppervlakte van het parkeerterrein ten zuiden van de Korte Moermondsweg kleiner dan de huidige oppervlakte. Het parkeerterrein wordt voorzien van een doorlatende schelpenafdekking. Verkeer Het terrein blijft bereikbaar via de Korte Moermondsweg en de Rampweg. De nieuwe kampeerhuisjes worden ontsloten aansluitend op de bestaande kampeerhuisjes. De nieuwe kampeerhuisjes krijgen daarbij een eigen toegangsweg aansluitend op het pad van de bestaande kampeerhuisjes. Het parkeerterrein en het zuidelijke natuurcompensatiegebied zijn bereikbaar via de Korte Moermondsweg. Gebruik natuurlijke hulpbronnen en productie van afvalstoffen Voor de realisatie van de beoogde ontwikkeling worden de gebruikelijke bouwmaterialen en natuurlijke hulpbronnen benut. Afvalstoffen zullen slechts ontstaan tijdens de aanlegfase. Afvalstromen zullen zoveel mogelijk worden gescheiden ten behoeve van hergebruik. Verontreiniging, hinder, risico van zware ongevallen en rampen, risico’s voor de menselijke gezondheid Deze thema’s komen mede aan bod in het volgende hoofdstuk.

Cumulatie met andere projecten Voor zover bekend zijn er geen redelijkerwijs te verwachten toekomstige ontwikkelingen in de direct omgeving waarmee cumulatie verwacht kan worden.

11/27

12/27

In dit hoofdstuk worden de belangrijkste milieueffecten van de beoogde ontwikkeling beschreven. Het is gebruikelijk de milieueffecten van de beoogde situatie te vergelijken met de referentiesituatie. De referentiesituatie bestaat uit de huidige situatie inclusief autonome ontwikkelingen. De effectbeoordeling in dit hoofdstuk is gebaseerd op de informatie uit het bestemmingsplan dat voor de beoogde ontwikkeling is opgesteld.

Parkeren Op basis van de memo 'kengetallen parkeren en verkeer Agenda Toerisme' hanteert de gemeente Schouwen-Duiveland een kengetal van 1 parkeerplaats per 3 slaapplaatsen voor de parkeerbehoefte. De insteek is om voor het gehele terrein, en niet enkel de beoogde uitbreiding, te voldoen aan de parkeernormen. Het aantal parkeerplaatsen is afhankelijk van het aantal slaapplaatsen. Het aantal slaapplaatsen op niet-permanente standplaatsen en voor permanente standplaatsen bedraagt gemiddeld 3,5 slaapplaatsen per standplaats (conform gegevens camping Zonnedorp). De bestaande en de nieuwe kampeerhuisjes zijn voorzien van 4 slaapplaatsen per kampeerhuisje. De parkeerbehoefte van de toekomstige situatie is berekend in tabel 3.1 Tabel 3.1 Parkeerbehoefte Aantal slaapplaatsen (s.p.) norm parkeerbehoefte Niet-permanente standplaatsen (3,5 s.p.) 69 241,5 1 p./3 s.p. 80,5 Permanente standplaatsen (3,5 s.p.) 137 479,5 1 p./3 s.p. 159,9 Kampeerhuisjes (4 s.p.) 37 148 1 p./3 s.p. 49,3 Totaal 290 Uit tabel 3.1 blijkt dat bij een volledige bezetting van de camping de totale parkeerbehoefte in de toekomstige situatie 290 parkeerplaatsen bedraagt. Dit betreft een toename van de parkeerbehoefte van 8 parkeerplaatsen ((6 *4)/3). De parkeerbehoefte wordt opgevangen binnen het terrein van Camping Zonnedorp en de parkeerplaats ten zuiden van de Korte Moermondsweg.

Bij elke standplaats en bij elk kampeerhuisjes is één parkeerplaats aanwezig. Ook bij de 6 nieuwe kampeerhuisjes wordt bij elk kampeerhuisje één parkeerplaats gerealiseerd. Dit betekent dat bij de recreatieve verblijven in totaal 243 parkeerplaatsen aanwezig zijn. Nabij de entree zijn daarnaast 5 parkeerplaatsen aanwezig. Op de parkeerplaats aan de overzijde zijn 61 parkeerplaatsen aanwezig. In totaal is sprake van 309 parkeerplaatsen. Daarmee wordt voldaan aan de parkeerbehoefte. Verkeersgeneratie De verkeersgeneratie wordt op basis van de memo 'kengetallen parkeren en verkeer Agenda Toerisme' berekend op basis van 2,2 mvt/etmaal per parkeerplaats. De verkeersgeneratie van de toekomstige en huidige situatie is berekend in tabel 3.2.

13/27

Tabel 3.2 Verkeersgeneratie Huidige situatie Nieuwe kampeerhuisjes Toekomstige situatie

parkeerplaatsen 282 8 290

norm 2,2 p/p 2,2 p/p 2,2 p/p

verkeersgeneratie 620,4 mvt/etmaal 17,6 mvt/etmaal 638 mvt/etmaal

Uit tabel 3.2 blijkt dat de totale verkeersgeneratie in de toekomstige situatie 638 mvt/etmaal bedraagt. Dit betreft een toename van de verkeersgeneratie van 18 motorvoertuigbewegingen per etmaal. Verkeersafwikkeling De recreatieverblijven op Camping Zonnedorp worden deels via de zuidzijde en deels via de noordzijde van het terrein ontsloten. De hoofdentree en de gronden ten zuiden van de Korte Moermondsweg worden ontsloten via de Korte Moermondsweg. De camping en de parkeerplaats hebben beide één aansluiting op de Korte Moermondsweg. Via de Korte Moermondsweg gaat het verkeer in oostelijke richting naar de N652. Via de westelijke zijde is het centrum van Renesse te bereiken. De kampeerhuisjes op de noordzijde van het terrein worden los ontsloten ten opzichte van het zuidelijke deel. Via de oostzijde is het terrein te bereiken via de Scharendijkseweg. Deze komt aan de noordzijde uit op de Rampweg en aan de zuidzijde op de Korte Moermondsweg. Via de westzijde is het terrein te bereiken via het parkeerterrein aan de Rampweg. Hiermee worden vanuit de aspecten verkeer en parkeren geen negatieve effecten verwacht.

Wegverkeerslawaai Binnen het plangebied worden geluidgevoelige functies gerealiseerd, namelijk 6 kampeerhuisjes. De bestaande recreatieverblijven binnen camping Zonnedorp, inclusief de fruitboomgaard, zijn bestaande objecten en hoeven niet als dusdanig te worden onderzocht. Uit onderzoek wordt geconcludeerd dat als gevolg van de realisatie van de 6 nieuwe recreatieverblijven, geen verslechtering van het akoestisch leefklimaat optreedt voor geluidgevoelige objecten in de nabije omgeving. Vanwege onder andere de iets gewijzigde positionering van de bebouwing, ten opzichte van de inrichting uit 2019, is in 2021 een aanvullende notitie opgesteld. Uit de notitie blijkt dat ter plaatse van de nu geprojecteerde uitbreiding de geluidbelasting vanwege de Rampweg, zonder het treffen van maatregelen in de overdracht, niet meer zal bedragen dan 48 dB. Uit de notitie blijkt verder dat vanwege het gebruik van het parkeerterrein ten zuiden van de Korte Moermondsweg de maximale geluidniveaus op de gevels van woningen van derden niet worden overschreden. Het gebruik van het parkeerterrein vormt dan ook geen belemmering. Uitstralingseffect Voor toetsing van het uitstralingseffect bestaat geen wettelijk kader. Als uitgangspunt wordt gehanteerd dat bij een toename van de verkeersomvang met meer dan 40% sprake is van een geluidstoename van meer dan 1,5 dB (wat voor het menselijk oor hoorbaar is).

Gezien de ontsluitende functie van de omliggende wegen zal de extra bijdrage van 18 mvt/etmaal minder zijn dan 40% van de totale verkeersintensiteit over deze wegen. Relevante negatieve uitstralingseffecten naar de omgeving zijn dan ook uitgesloten.

Bodem Het feitelijke gebruik als verblijfrecreatieterrein verandert voor het grootste deel niet. Ter plaatse van de beoogde uitbreiding wijzigt de functie wel. Ten behoeve van de voorgenomen functiewijziging naar een milieugevoelige functie is een verkennend

14/27

bodemonderzoek uitgevoerd. Dit onderzoek is als bijlage toegevoegd aan het bestemmingsplan. Op basis van de onderzoeksresultaten wordt geconcludeerd dat de huidige bodemkwaliteit geen belemmering vormt voor de beoogde ontwikkeling. Het project heeft op zichzelf geen relevant risico op het veroorzaken van bodemverontreiniging. Water In het projectgebied liggen geen belangrijke oppervlaktewateren (zogenaamde primaire of A- watergangen), waterkeringen of gebieden die zijn aangewezen voor regionale waterberging. Dit betekent dat dit plan geen essentiële waterbelangen raakt De vakantieverblijven worden aangesloten op het gemeentelijk rioolstelsel. Het hemelwater kan door middel van grindputten op de percelen in de bodem infiltreren. Negatieve effecten als gevolg van de beoogde ontwikkeling op het watersysteem ter plaatse kunnen dan ook worden uitgesloten.

Gebiedsbescherming Het plangebied vormt geen onderdeel van een natuur- of groengebied met een beschermde status, zoals Natura 2000. Het plangebied maakt ook geen deel uit van het Natuur Netwerk Nederland (NNN). De afstand tot het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied Kop van Schouwen bedraagt slechts enkele meters. De afstand tot het meest dichtstbijzijnde NNZ bedraagt eveneens enkele meters. Directe effecten zoals areaalverlies en versnippering kunnen hierdoor worden uitgesloten. Met een verschilberekening is aangetoond dat geen sprake is van extra stikstofdepositie als gevolg van de beoogde ontwikkeling. Er is zelfs sprake van een afname van stikstofdepositie in de gebruiksfase en daarmee van een positief effect op stikstofgevoelige habitats in de omgeving. Soortenbescherming Om uit te sluiten dat de voorgenomen ontwikkeling geen nadelige invloed heeft op beschermde dier- en plantensoorten zijn diverse (aanvullende) ecologische onderzoeken uitgevoerd. Uit het ecologisch onderzoek kan geconcludeerd worden dat: • Op basis van het aanvullende onderzoek kan worden uitgesloten dat er verblijfplaatsen van vleermuizen in het plangebied aanwezig zijn. Wel blijkt uit de inventarisaties dat de te kappen bomen worden benut door gewone dwergvleermuizen om langs te navigeren en foerageren. Er kan echter niet worden gesproken van essentieel(e) foerageergebied of -vliegroutes.

In de directe omgeving (langs de Rampweg) is voldoende geschikt foerageergebied aanwezig. Daarnaast blijft de functionaliteit van het plangebied (als onderdeel) van een vliegroute of foerageergebied deels behouden ondanks de voorgenomen werkzaamheden. Door 'vleermuis-vriendelijke' verlichting toe te passen kan verstoring van foeragerende vleermuizen verder worden beperkt. • Op basis van de resultaten kan het worden uitgesloten dat het plangebied onderdeel uitmaakt van de essentiële functionele leefomgeving van de buizerd. Daarom bestaan er geen verdere verplichtingen ten aanzien van deze soortgroep, wel dient de zorgplicht in acht genomen te worden. • Het plangebied is geschikt om te fungeren als jachtgebied voor de wezel, daarnaast biedt het plangebied door de aanwezige takkenhopen verblijfsmogelijkheden voor de wezel. Door werkzaamheden uit te voeren buiten de voortplantingsperiode, zoveel mogelijk bomen en struik te behouden en door het behoud van takkenhopen dan wel het aanleggen van een takkenril kan verstoring van de wezel worden beperkt/voorkomen en kan het worden voorkomen dat verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming worden overtreden. • De haas en het konijn benutten het plangebied. Door het dichte karakter van de bosschage is deze echter niet geschikt om als foerageergebied te worden benut.

15/27

•

•

Tijdens het verrichte onderzoek zijn geen strikt beschermde soorten amfibieën of reptielen aangetroffen binnen het plangebied. Voor deze soortengroep gelden geen verdere verplichtingen ten aanzien van de Wet natuurbescherming behalve de zorgplicht. Binnen het plangebied zijn nesten van de zwarte kraai en de kauw aangetroffen. Nesten van deze soorten zijn alleen gedurende het broedseizoen beschermd. Geadviseerd wordt de kapwerkzaamheden buiten het broedseizoen plaats te laten vinden.

Zorgplicht Voor alle plant- en diersoorten (ook de onbeschermde) geldt de zorgplicht. Dit houdt in dat mogelijke nadelige gevolgen voor planten en dieren, voor zover redelijk, zoveel mogelijk vermeden moeten worden. Manieren om aan de zorgplicht te voldoen zijn bijvoorbeeld: • het materieel/de persoon die de ingreep uitvoert dient zodanig gepositioneerd te zijn dat eventueel aanwezige dieren een vrije vluchtroute hebben naar een bereikbaar en veilig alternatief habitat; • in verband met verstoring van aanwezige dieren worden de werkzaamheden zoveel mogelijk overdag uitgevoerd; • aanwezige beplanting binnen het plangebied (met name bomen en struiken) zoveel mogelijk behouden. De mitigerende maatregelen aangaande de werkzaamheden dienen te worden beschreven in een ecologisch werkprotocol. Dit werkprotocol is als bijlage toegevoegd. Rekening houdend met de mitigerende maatregelen en zorgplicht voldoet de ontwikkeling aan de vereisten gesteld in de Wet natuurbescherming en het relevante natuurbeleid van de provincie. Mitigatiegebied In het mitigatiegebied worden geen bomen gerooid. Daar wordt de natuurlijke inrichting juist versterkt. De functiewijziging naar deels een parkeerplaats betreft een planologische wijziging van een reeds geruime tijd in gebruik zijnde voorziening.

Om negatieve effecten hier uit te kunnen sluiten is eind 2022 een Quickscan flora en fauna uitgevoerd, zie bijlage Bijlage 18. •

•

•

•

•

16/27

Vleermuizen: De aanwezigheid van vaste verblijfplaatsen van vleermuizen kan met zekerheid uitgesloten worden. Daarnaast zullen vleermuizen het plangebied mogelijk wel gebruiken om te foerageren maar betreft het geen essentieel foerageergebied en/of vliegroute. Omdat het plangebied een relatief klein oppervlakte heeft en er is in de omgeving veel van het soortgelijk foerageer gebied aanwezig. Ook blijft een groot deel van de huidige vegetatie staan waardoor er ook geen afname vormt van foerageer gebied. Voor vleermuizen zijn er vanuit de Wet natuurbescherming geen verdere verplichtingen dan de zorgplicht. Vogels met een vaste verblijfplaats: Er zijn geen nesten van kraaiachtigen of verblijfplaatsen van vogels met een vaste verblijfplaats aangetroffen in het plangebied die mogelijk in gebruik zijn door soorten als de Buizerd of de Sperwer. Voor de nesten van de kraaiachtigen zijn er vanuit de Wet natuurbescherming geen verdere verplichtingen dan de zorgplicht. Algemene broedvogels: Binnen het plangebied zijn waarnemingen gedaan van algemene broedvogels. Deze vogels zijn beschermd tijdens het broedseizoen wanneer deze een nest met eieren en/of jongen hebben. Het is aan te bevelen om de werkzaamheden buiten het broedseizoen plaats te laten vinden om verstoring en vernietiging van nesten te voorkomen.

Wanneer er toch in het broedseizoen gewerkt wordt dient er vooraf door een deskundige een broedvogelcheck uitgevoerd te worden voordat het plangebied wordt vrijgegeven. Grondgebonden zoogdieren: Er is dus geen sprake van significant nadelige effecten op beschermde grondgebonden zoogdiersoorten. Omdat de huidige vegetatie zo goed als blijft staan worden er geen nadelige effecten verwacht. Voor het grasperceel wordt juist meer natuur gerealiseerd wat weer een positiever effect heeft. Er zijn vanuit de Wet natuurbescherming derhalve geen andere verplichtingen dan de zorgplicht. Herpetofauna: tijdens meerdere uitvoerige veldbezoeken in verschillende weersomstandigheden en op verschillende tijdstippen in juli en augustus zijn de levendbarende hagedis en heikikker niet aangetroffen. Met betrekking tot de rugstreeppad is eind april-begin mei koorroep gehoord in het plangebied op twee locaties. Bij

latere bezoeken is de rugstreeppad niet meer gezien/gehoord, maar dit kan verband hebben met de erg droge periode tijdens de zomerbezoeken. Tijdens de veldbezoeken zijn verspreid over het gebied ook nog drie andere amfibieënsoorten waargenomen: groene kikker, bruine kikker en gewone pad. Ook zijn er muizen, konijnen en een groene specht gezien (zie Bijlage 17). De mitigerende maatregelen aangaande de werkzaamheden op het uit te breiden deel aan de noordzijde van het plangebied dienen te worden beschreven in een ecologisch werkprotocol. Samen met de zorgplicht voldoet dit aan de vereisten van de Wet natuurbescherming.

De verkeersgeneratie neemt als gevolg van de beoogde ontwikkeling minimaal toe (18 mvt/etmaal). De ontwikkeling draagt dan ook ‘niet in betekende mate’ bij aan de concentratie luchtverontreinigende stoffen en is vrijgesteld van toetsing aan de grenswaarde. De toevoeging van 6 vakantieverblijven valt ruim onder de grenswaarden en draagt dan ook niet in betekenende mate bij aan de concentraties luchtverontreinigende stoffen. In het kader van een goede ruimtelijke ordening is een indicatie van de luchtkwaliteit ter plaatse van het projectgebied gegeven. Dit is gedaan aan de hand van de NSL-monitoringstool blijkt dat in 2020 de jaargemiddelde concentraties stikstofdioxide en fijnstof langs deze weg ruimschoots onder de grenswaarden lagen. De concentraties luchtverontreinigende stoffen bedroegen in de prognose voor 2020 ten hoogste; 13,0 µg/m³ voor NO2, 16,3 µg/m³ voor PM10 en 8,9 µg/m³ voor PM2,5. Het aantal overschrijdingsdagen van de 24-uur gemiddelde concentratie PM10 bedroeg 6,0 dagen. Hieruit blijkt dat ter plaatse van de maatgevende weg (N57) ruimschoots aan de grenswaarden wordt voldaan. Omdat direct langs deze weg aan de grenswaarden wordt voldaan, zal dit ook ter plaatse van het projectgebied het geval zijn. Concentraties luchtverontreinigende stoffen nemen immers af naarmate een locatie verder van de weg ligt.

Het plan draagt dan ook niet in betekenende mate bij aan de toename van de hoeveelheid stikstofdioxide en fijn stof in de lucht.

17/27

Figuur 3.2 Uitsnede NSL tool

Externe veiligheid In de huidige en in de toekomstige situatie is sprake van een vakantiepark. Het planologisch toegestane aantal eenheden binnen het plangebied zal in de toekomstige situatie afnemen. Volgens de professionele risicokaart is het plangebied grotendeels gelegen binnen de inrichtingsgrens van Camping Zonnedorp. Zowel de plaatsgebonden risicocontour van 10-6 per jaar als de 1% letaliteitsafstand van Camping Zonnedorp bereiken niet het deel waar nieuwe recreatieve verblijfseenheden worden gerealiseerd. Met het planvoornemen worden verder geen (beperkt) kwetsbare objecten gerealiseerd. Verder zijn in de nabije omgeving ook Strandpaviljoen Kijkduin en Camping Renesse aangegeven als risicovolle inrichtingen. Ook voor deze inrichtingen geldt dat de plaatsgebonden risicocontour van 10 -6 per jaar en de 1% letaliteitsafstand niet het plangebied bereiken. Verder vindt in en nabij het plangebied geen vervoer van gevaarlijke stoffen plaats over de weg, spoor, water of door buisleidingen. De N57 maakt onderdeel uit van het Basisnet en heeft een groepsrisicocontour van 73 m, maar ligt op meer dan 2 kilometer van het plangebied. Risico’s op rampen door klimaatverandering Er is sprake van een toename in verharding, ter compensatie wordt ten zuiden van de Korte Moermondsweg een waterpartij gerealiseerd.

Ten gevolge van de beoogde ontwikkelingen nemen risico’s op rampen door klimaatadaptatie hiermee niet toe. Risico’s voor de menselijke gezondheid Uit toetsing van de verschillende milieuthema’s op het gebied van leefomgevingskwaliteit blijkt dat de beoogde ontwikkeling niet leidt tot een belangrijke toename van risico’s voor de menselijke gezondheid. Er wordt voldaan aan de normen voor geluid, bodem, externe veiligheid en luchtkwaliteit. Een significant effect op de risico’s voor de menselijke gezondheid is daarmee uitgesloten.

18/27

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14330567/1