CConstaterende datSchouwen-Duiveland
Koppel je AI →
Document · PDF

1012982 Bijlage 4 Ruimtelijke onderbouwing

Gemeenteraad 26 september 2024, gemeente Schouwen-DuivelandBij agendapunt: RVS Omgevingsvergunning 6 recreatiewoningen Korte Moermondsweg 5 032 tm 5 037 Renesse (1012982)22.463 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

omgevingsvergunning

Ruimtelijke Onderbouwing Camping Zonnedorp Schouwen-Duiveland

DATUM IMRO IDN

12-01-2024 NL.IMRO.1676.xxxxxxx11-0001

PROJECT PROJECTLEIDER

Ruimtelijke Onderbouwing - Camping Zonnedorp R. Louws

OPDRACHTGEVER PROJECTNUMMER AUTEUR STATUS

P. Sterrenburg concept

Inhoudsopgave

Ruimtelijke Onderbouwing

5

Hoofdstuk 1

Inleiding

6

1.1

Aanleiding en doel

6

1.2

Ligging projectgebied

6

1.3

Geldend bestemmingsplan

8

1.4

Leeswijzer

10

Huidige en toekomstige situatie

11

2.1

Inleiding

11

2.2

Huidige situatie

11

2.3

Beoogde ontwikkeling

12

2.4

Planologische afweging

19

Beleidskader

20

3.1

Inleiding

20

3.2

Rijksbeleid

20

3.3

Provinciaal beleid

21

3.4

Gemeentelijk beleid

25

Hoofdstuk 4

Toetsing sectorale aspecten

30

4.1

Vormvrije m.e.r.-beoordeling

30

4.2

Bodemkwaliteit

30

4.3

Ontplofbare oorlogsresten

31

4.4

Archeologie

32

4.5

Cultuurhistorie

33

4.6

Waterhuishouding

34

4.7

Ecologie

35

4.8

Verkeersaspecten

40

4.9

Wegverkeerslawaai

42

4.10

Milieuhinder en bedrijven

43

4.11

Luchtkwaliteit

45

4.12

Externe veiligheid

46

4.13

Kabels en leidingen

47

4.14

Duurzaamheid, energie en klimaatadaptatie

48

Hoofdstuk 2

Hoofdstuk 3

3/642

Hoofdstuk 5

Financiële uitvoerbaarheid

50

bijlagen bij toelichting

51

Bijlage 1

Inrichting Camping Zonnedorp

53

Bijlage 2

Inrichtings- en beheersplan

55

Bijlage 3

Landschappelijke waarde Bosperceel Rampweg

75

Bijlage 4

Aanmeldnotitie Vormvrije m.e.r.

81

Bijlage 5

Verkennend bodemonderzoek 2018 Camping Zonnedorp

109

Bijlage 6

Verkennend bodemonderzoek 2019 Camping Zonnedorp

157

Bijlage 7

Onderzoek ontplofbare oorlogsresten

187

Bijlage 8

Watertoets

211

Bijlage 9

Rapport stikstofdepositie

217

Bijlage 10

Quickscan flora en fauna 2021

251

Bijlage 11

Aanvullend onderzoek beschermde soorten 2021

289

Bijlage 12

Aanvullend onderzoek compensatiegebied Korte Moermondseweg Renesse

325

Bijlage 13

Quickscan compensatiegebied Korte Moermondseweg Renesse

357

Bijlage 14

Ecologisch werkprotocol

397

Bijlage 15

Akoestisch onderzoek 2016

453

Bijlage 16

Addendum akoestisch onderzoek

551

Bijlage 17

Notitie akoestische onderzoeken 2021

581

4/642

Ruimtelijke Onderbouwing

5/642

Hoofdstuk 1

1.1

Inleiding

Aanleiding en doel

Camping Zonnedorp, gelegen aan de Korte Moermondsweg in Renesse (gemeente Schouwen-Duiveland), heeft een grootschalige kwaliteitsverbetering ondergaan. Hiervoor is het bestemmingsplan Camping Zonnedorp opgesteld. Aan de noordzijde van de camping wordt het terrein vergroot met het aangrenzende bosje, dat is gelegen tussen de camping, de parkeerplaats en de Rampweg. Op deze locatie, langs de Rampweg, zijn 6 nieuwe recreatiewoningen beoogd. Deze recreatiewoningen zijn bedoeld voor mindervaliden (hierna miva). Op het aangrenzende terrein van de camping, binnen de bestaande begrenzing van de camping, wordt ook een aantal recreatiewoningen gerealiseerd. Ten behoeve van de ontwikkeling van de 6 miva-kampeerhuisjes buiten het bestaande campingterrein is natuurmitigatie noodzakelijk. Die nieuwe ontwikkeling van natuur wordt gerealiseerd aan de overzijde van de Korte Moermondsweg, aansluitend op het daar al bestaande natuurgebied. De beoogde ontwikkeling van de 6 recreatiewoningen passen niet in het geldende bestemmingsplan 'Kop van Schouwen'. Voor de realisatie van de zes recreatiewoningen is vorig jaar een omgevingsvergunning bouwen aangevraagd. Hierop geldt het Wro-regiem. Met deze ruimtelijke onderbouwing, gebaseerd op de toelichting bij het bestemmingsplan voor camping Zonnedorp, wordt de beoogde ontwikkeling planologisch verantwoord.

1.2

Ligging projectgebied

Het projectgebied ligt ten noorden van de kern Renesse in de gemeente Schouwen-Duiveland. De locatie ligt tegen de duinen aan, die toegang bieden tot het Noordzee strand. De 6 miva-kampeerhuisjes worden beoogd aan de noordzijde van Camping Zonnedorp grenzend aan de Rampweg. Aan de oostelijke zijde van het projectgebied ligt Camping International. Aan de westzijde liggen verschillende functies zoals een parkeerterrein, woningen en een tuincentrum. Het terrein van Camping Zonnedorp is volledig in gebruik ten behoeve van het vakantiepark. In de huidige situatie is het terrein waar de nieuwe kampeerhuisjes zijn beoogd een bosperceel. Ten zuiden van Camping Zonnedorp, aan de overzijde van de Korte Moermondsweg, ligt het tweede deel van het projectgebied. Op deze locatie wordt het bestaande parkeerterrein gelegaliseerd en de natuurmitigatie uitgevoerd. Het westelijke perceel is rond het bestaande parkeerterrein groen ingericht. Het oostelijke perceel is agrarisch in gebruik. De locatie wordt omgeven door agrarische gronden, het natuurgebied van Slot Moermond, een woning en het terrein van Braber Groenvoorziening. Figuur 1.2.1 geeft de ligging van he projectgebied op de luchtfoto weer. Figuur 1.2.2 geeft de situering van het

6/642

projectgebied ten opzichte van de omgeving weer.

Figuur 1.2.1 Ligging projectgebied op luchtfoto (bron: basisviewer.rho)

7/642

Figuur 1.2.2 Ligging projectgebied ten opzichte van directe omgeving (bron: basisviewer.rho)

1.3

Geldend bestemmingsplan

Het projectgebied maakt deel uit van het bestemmingsplan 'Kop van Schouwen' vastgesteld op 27 juni 2013 door de gemeenteraad van Schouwen-Duiveland en is onherroepelijk sinds 24 december 2014 (zie figuur 1.2). Daarnaast is de '1e herziening Kop van Schouwen', vastgesteld op 22 mei 2019 van toepassing. Het noordelijke deel van het projectgebied heeft de bestemmingen 'Recreatie - Kampeerterrein' en aan het bosperceel is de bestemming 'Verkeer' toegekend. De bestemming 'Recreatie - Kampeerterrein' is bestemd voor recreatie in kampeermiddelen en gebouwen. Binnen de bestemming 'Verkeer' zijn de gronden bestemd voor het gebruik ten behoeve van

8/642

verkeersdoeleinden zoals wegen, straten en parkeerterreinen. Rond het huidige vakantiepark zijn, waar dat niet grenst aan andere recreatieterreinen, tevens de bestemmingen 'Groen' en 'Groen-Landschappelijk' opgenomen ten behoeve van een groene landschappelijke inpassing van het terrein. Het deel van het projectgebied voor natuuurmitigatie is bestemd als 'Natuur' en 'Agrarisch met waarden'. De gronden met de bestemming 'Natuur' zijn bestemd voor het behoud, herstel en ontwikkeling van natuur- en landschapswaarden. Binnen dit terrein ligt een bestaand parkeerterrein, dat hoort bij camping Zonnedorp. Binnen de bestemming 'Agrarisch met waarden' zijn de gronden bestemd voor het behoud en herstel van de aan de gronden eigen natuur- en landschapswaarden en/of cultuurhistorische waarden, de bedrijfsvoering van grondgebonden bedrijven en aan de bestemming ondergeschikte extensieve dagrecreatie met bijbehorende recreatieve fiets-, wandel- en ruiterpaden en voorzieningen. Tevens geldt de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie - 6'. Hiervoor geldt dat bij bodemverstoringen van meer dan 2.500 m² en een verstoringsdiepte van meer dan 0,50 m een archeologisch onderzoek uitgevoerd dient te worden.

Figuur 1.3.1 Geldende bestemmingen Op basis van de beoogde ontwikkeling zal het aantal eenheden uitgebreid worden met zes recreatiewoningen, wat een totaliteit van 174 permanente eenheden inhoudt. Camping Zonnedorp blijft zodoende binnen de toegestane hoeveelheid van 206 permanente eenheden op het terrein.

9/642

De ontwikkeling past echter niet in zijn geheel binnen de regels van het geldende bestemmingsplan: De beoogde uitbreiding in oppervlakte ten behoeve van 6 miva-kampeerhuisjes is ter plaatse van de bestemming 'Verkeer' niet mogelijk. Een maatvoeringsaanduiding voor kampeerhuisjes ontbreekt. De beoogde natuurontwikkeling op het oostelijk deel van de gronden ten zuiden van de Korte Moermondsweg past niet geheel binnen de bestemming 'Agrarisch met waarden'. In deze ruimtelijke onderbouwing is onderbouwd dat de de beoogde ontwikkeling van de zes recreatiewoningen voor minder validen, wat betreft zowel bouwen als gebruik, voldoet aan de eisen van een goede ruimtelijke ordening.

1.4

Leeswijzer

De ruimtelijke onderbouwing heeft de volgende opzet. In hoofdstuk 2 wordt de huidige en toekomstige situatie toegelicht In hoofdstuk 3 wordt de voorgenomen ontwikkeling getoets aan vastgesteld en voorgenomen beleid van verschillende overheden. In hoofdstuk 4 is het project getoetst aan sectorale wetgeving en aspecten. In hoofdstuk 5 wordt ingegaan op de financiële, juridische en maatschappelijke uitvoerbaarheid. Tot slot volgt in hoofdstuk 6 een algehele conclusie over de planologische haalbaarheid van het initiatief.

10/642

Hoofdstuk 2

2.1

Huidige en toekomstige situatie

Inleiding

In dit hoofdstuk worden de huidige en beoogde situatie van het projectgebied beschreven. De beoogde situatie wordt uitgesplitst in het programma en de ruimtelijke opzet van de inrichting, groen en water en verkeer en parkeren.

2.2

Huidige situatie

Camping Zonnedorp is volledig in gebruik als vakantiepark. Op dit vakantiepark vindt een grootschalige kwaliteitsverbetering plaats. In de huidige situatie is het perceel voor de beoogde uitbreiding begroeid met voornamelijk bomen. Het bosperceel ligt ten noordwesten van camping Zonnedorp. De voormalige fruitboomgaard is reeds ingericht met niet permanente standplaatsen. De gronden ten zuiden van de Korte Moermondsweg zijn deels natuurlijk ingericht en deel agrarisch in gebruik. Hier is tevens een parkeerplaats aanwezig. In figuur 2.2.1 wordt de huidige situatie van de camping weergeven.

11/642

Figuur 2.2.1 Huidige situatie

2.3

Beoogde ontwikkeling

In het kader van een grootschalige kwaliteitsimpuls van Camping Zonnedorp, is het gehele terrein herontwikkeld. Daarmee is op het park een strandachtige sfeer gecreëerd met duurzame recreatieverblijven. De gehele camping wordt centraal bedrijfsmatig beheerd. Permanente bewoning van de kampeerhuisjes wordt niet toegestaan. Camping Zonnedorp heeft het bosperceel aan de noordzijde van het campingterrein aangekocht, om op deze locatie 6 miva-kampeerhuisjes te realiseren, zie in figuur 2.2.1 geel omcirkeld en figuur 2.3.1 rood omcirkeld.

12/642

Figuur 2.3.1 Weergave werkzaamheden vernieuwde aanleg Camping Zonnedorp (bron: Camping Zonnedorp, november 2017) Bestaande camping De grootschalige kwaliteitsverbetering heeft reeds plaatsgevonden. Uit figuur 2.3.1 blijkt dat bijna het gehele terrein op de schop is gegaan. In figuur 2.3.2 en bijlage 1 is de huidige inrichting van de camping weergegeven met in de linkerbovenhoek de beoogde uitbreiding.

13/642

Figuur 2.3.2 Inrichting camping Zonnedorp Miva-kampeerhuisjes De nieuwe kampeerhuisjes worden gerealiseerd voor een specifieke doelgroep, namelijk minder validen. De kampeerhuisjes worden uitgevoerd als mindervaliden-kampeerhuisjes (miva-huisjes). Dit betreft een uitbreiding en aanvulling op de reeds aanwezige verblijfstypen op Camping Zonnedorp. In afwijking van het gemeentelijk beleid, waar voor standaard kampeerhuisjes een maximum oppervlakte van 75 m2 is toegestaan, wordt voor de oppervlakte van de beoogde kampeerhuisjes een uitzondering gemaakt. Deze afwijking geldt expliciet voor onderhavige projectsituatie en de specifieke doelgroep van mindervaliden. De miva-kampeerhuisjes hebben een groter grondoppervlakte dan standaard kampeerhuisjes, van maximaal 100

14/642

m2, inclusief (aangebouwde/inpandige) berging. Mindervaliden kunnen geen gebruik maken van voorzieningen die op de verdiepingsvloer zijn gelegen. Het volledige gebruiksprogramma is op de begane grond gerealiseerd. De miva-kampeerhuisjes zijn voorzien van een toilet, badkamer en slaapkamer op de begane grond. Hierbij is sprake van een ruimer toilet en badkamer dan standaard. Ook de slaapkamer heeft een ruime omvang, zodat het bed rondom met een rolstoel bereikbaar is. Daarnaast zijn de miva-kampeerhuisjes onder andere voorzien van brede deuren zonder drempels. Op de bovenverdieping zijn een slaapkamer en badkamer gelegen voor begeleiders/familieleden. De 6 nieuwe miva-kampeerhuisjes die binnen het projectgebied worden gerealiseerd, sluiten aan bij de bouwstijl van de bestaande kampeerhuisjes en aansluitende recreatiewoningen op camping Zonnedorp. De eenheden worden gerealiseerd als stijlvolle karakteristieke Zeeuwse bebouwing. De bebouwing bestaat uit één laag met een hoge kap, waarbij de wanden zwarte (gepotdekselde) damwandprofielen krijgen en een oranje dakbedekking, zie figuren 2.3.3 en 2.3.4. Bij de bouw wordt bovendien rekening gehouden met de aspecten duurzaam bouwen, klimaatbestendigheid, licht en duisternis en circulair bouwen. De miva-kampeerhuisjes zijn onderdeel van en blijven onderdeel uitmaken van camping Zonnedorp.

Waarbij de kampeerhuisjes voor verhuur en gebruik gericht zijn op mindervaliden. Van uitponding is geen sprake. De recreatiewoningen worden centraal beheerd, onderhouden en verhuurd vanuit de camping en blijven eigendom van de camping.

Figuur 2.3.3 Gevels en plattegrond miva-kampeerhuisjes

15/642

Figuur 2.3.4 Aanzicht miva-kampeerhuisjes

Figuur 2.3.5 Inrichting rond de miva-kampeerhuisjes

16/642

Landschappelijke inrichting Door het bosperceel bij de camping te betrekken, wordt een natuurlijke afronding van het terrein gerealiseerd. Daarbij wordt door de verplaatsing van de aanwezige dijk, aandacht geschonken aan een goede landschappelijke inpassing van de ontwikkeling. De landschappelijke inpassing is weergegeven in figuur 2.3.5 en bestaat uit: 1. bestaande rand elzen buiten eigendomsgrens; 2. bestaande randbeplanting van 10 meter breed langs Rampweg handhaven waar nodig aanvullen met streekeigen beplanting; 3. bestaande randbeplanting van 10 meter langs parkeerterrein handhaven waar nodig aanvullen met streekeigen beplanting; 4. sloot oostzijde handhaven en tevens bestaande inrichting oost- en zuidzijde als landschappelijke inpassing; 5. grenslijn akoestisch onderzoek. Rond de huidige standplaatsen op de voormalige fruitboomgaard en rond de aangrenzende standplaatsen is dichte begroeiing aanwezig. Bovendien worden de verschillende standplaatsen deels onderling van elkaar gescheiden door een haag. De bestaande landschappelijke inpassing wordt gehandhaafd, onderhouden en beheerd. Een aanvullende landschappelijke inpassing rond de fruitboomgaard kan gezien de beperkte ruimte, ter plaatse niet gerealiseerd worden. Op de grens met naastgelegen recreatieve terreinen is volgens het gemeentelijke beleid bovendien geen landschappelijke inpassing noodzakelijk.

Figuur 2.3.6 Doorsneden inrichting rond miva-kampeerhuisjes Natuuruitbreiding Met de beoogde uitbreiding aan de noordzijde van Camping Zonnedorp verdwijnt een bosperceel en neemt de bebouwing toe. Op basis van het provinciaal beleid is voor het te verwijderen groen natuurmitigatie noodzakelijk, zie paragraaf 3.3.2. Ter mitigatie van het bosperceel, ter mitigatie van de legalisatie van het parkeerterrein en ter compensatie van de landschappelijke inpassing rondom de voormalige fruitboomgaard, wordt ten zuiden van de camping, aan de overkant van de weg bij het parkeerterrein, de aanwezige natuur uitgebreid.

17/642

Zoals weergeven in figuur 2.3.7 blijft het bestaande bos ten zuiden van de Korte Moermondsweg behouden en wordt het versterkt. Het naastgelegen weiland wordt getransformeerd voor natuurontwikkeling in de vorm van grasland met een waterpartij. Struiken en bomen worden zo geplaatst dat aansluiting met de omgeving ontstaat en dat doorkijk wordt gevormd naar het achtergelegen terrein van Slot Moermond. Door het gebied worden enkele openbare paden aangelegd, waaronder wandelpaden en een ruiterpad die aansluiten op paden in de omgeving. De natuurlijke aanleg van het gebied komt overeen met de omgeving en versterkt de ruimtelijke kwaliteit van de camping en de omgeving. De aan te brengen beplanting zal bestaan uit inheemse soorten, deze zijn opgenomen in het aanleg- en beheersplan in bijlage 2. Vanwege de openbare toegankelijkheid van de locatie is recreatief medegebruik hier mogelijk. Het terrein sluit daarbij aan op zijn omgeving: Het ruiterpad wordt omgelegd over het terrein.

Figuur 2.3.7 Inrichting mitigatiegebied ten zuiden van de Korte Moermondsweg

18/642

Verkeer en parkeren Het terrein blijft bereikbaar via de Korte Moermondsweg en de Rampweg. De nieuwe miva-kampeerhuisjes worden ontsloten aansluitend op de bestaande kampeerhuisjes, zie paragraaf 4.8. De nieuwe miva-kampeerhuisjes krijgen daarbij een eigen toegangsweg aansluitend op het pad van de bestaande kampeerhuisjes. Parkeren vindt plaats nabij elke standplaats. Daarnaast wordt er geparkeerd nabij de entree en aan de overzijde van de Korte Moermondsweg. Deze parkeerplaats is gelegen binnen voor natuur aangewezen gronden. Vanwege de legalisatie van dit bestaande parkeerterrein is natuurmitigatie noodzakelijk. Door optimalisatie van de ruimte wordt de oppervlakte van het parkeerterrein kleiner dan de huidige oppervlakte. Het parkeerterrein wordt met doorlatende schelpenlaag uitgevoerd. De kwaliteit van het parkeerterrein zal mede daardoor verbeterd worden. Daarnaast wordt de parkeerplaats omzoomd met een haag, zodat geparkeerde voertuigen (deels) uit het zicht liggen. Op het terrein zijn 61 parkeerplaatsen aanwezig. In paragraaf 4.8 is de parkeerbehoefte berekend.

2.4

Planologische afweging

Bouw en gebruik van de 6 miva-kampeerhuisjes zijn passend op deze locatie. De camping heeft een ruime opzet met voldoende groen en het project van de zes miva-kampeerhuisjes is hierop aansluitend. De omgeving is groen en straalt rust en ontspanning uit wat belangrijk is voor de gebruikers. Het project draagt bij aan goed verblijfsrecreatief aanbod voor mindervaliden.Het project is in overeenstemming met hiervoor relevant beleid (hoofdstuk 3 ). Het project is gericht op kwaliteitsverbetering wat een belangrijk speerpunt is in het beleid van het Rijk, de Provincie en de gemeente. Ook sluit het project aan bij het beleidsdoel om te bouwen naar behoefte. Er is een toenemende vraag naar luxe kampeerhuisjes voor mindervaliden. De functionele wijziging van de bosschage naar een recreatief verblijfsgebied leidt uit de toetsing van de omgevingsaspecten niet tot een belemmering voor de fysieke leefomgeving. De ontwikkeling heeft geen (grote) gevolgen voor de omgeving van het projectgebied. Omdat het project in overeenstemming is met relevant beleid en omdat relevante omgevingsaspecten geen belemmering zijn voor het project, volgt uit deze planologische afweging dat het project voldoet aan de eisen van een goede ruimtelijke ordening en dat het daarmee planologisch aanvaardbaar is.

19/642

Hoofdstuk 3

3.1

Beleidskader

Inleiding

Door de verschillende overheden is beleid geformuleerd ten aanzien van ruimtelijke ontwikkelingen. Paragraaf 3.2 behandelt het rijksbeleid. Het provinciaal beleid is opgenomen in paragraaf 3.3. Tot slot wordt in paragraaf3.4 de beoogde ontwikkeling getoetst aan het gemeentelijk beleid.

3.2

Rijksbeleid

3.2.1 Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) is op 13 maart 2012 door de minister vastgesteld. Het Rijk laat de ruimtelijke ordening zoveel mogelijk over aan gemeenten en provincies. Het Rijk kiest voor een selectieve inzet van rijksbeleid op slechts 14 nationale belangen. Voor deze belangen is het Rijk verantwoordelijk en wil het resultaten boeken. Buiten deze 14 belangen hebben decentrale overheden beleidsruimte voor het faciliteren van ontwikkelingen.

3.2.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) stelt regels omtrent een aantal nationale belangen zoals genoemd in de SVIR. Dit project raakt geen rijksbelangen uit het Barro. 3.2.3 Ladder voor duurzame verstedelijking In het Bro (artikel 3.1.6 lid 2) is opgenomen dat bij een ruimtelijk plan, dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, de ladder voor duurzame verstedelijking doorlopen moet worden. De ladder is per 1 juli 2017 aangepast waarmee de ladderbenadering is losgelaten. Wel dient nog te worden aangetoond dat er behoefte is aan de betreffende ontwikkeling en, indien de ontwikkeling plaatsvindt buiten bestaand stedelijk gebied, waarom de betreffende locatie het meest geschikt is. Toetsing De ontwikkeling van zes miva-kampeerhuisje is een ontwikkeling van dusdanig beperkte omvang dat er geen sprake is van een stedelijke ontwikkeling. Bovendien wordt het totaal aantal planologisch toegestane eenheden niet overschreden en neemt het planologisch toegestane aantal eenheden af. Hierdoor is toetsing aan de ladder voor duurzame verstedelijking niet noodzakelijk. Dat laat onverlet dat de nieuwe kampeerhuisjes voorzien in een behoefte. De 6 nieuwe kampeerhuisjes maken onderdeel uit van de grootschalige kwaliteitsverbetering van camping Zonnedorp.

Hier worden onder andere de standplaatsen voor caravans vergroot en nieuwe kampeerhuisjes op grote percelen gerealiseerd. De nieuwe kampeerhuisjes spelen in op de behoefte van: de vraag naar kampeerhuisjes geschikt voor mindervaliden (miva);

20/642

de toenemende vraag naar kampeerhuisjes op huisjesparken; de sterke en toenemende vraag vanuit het buitenland in bijzonder Duitsland; de toenemende vraag naar kwalitatief aantrekkelijke kampeerhuisjes. Door in te spelen op een duidelijke behoefte aan huur-kampeerhuisjes voor een specifieke doelgroep in het kader van de Ladder voor duurzame verstedelijking is met de uitbreiding in oppervlakte van camping Zonnedorp sprake van een goede ruimtelijke ordening. Conclusie De realisatie van 6 miva-kampeerhuisjes past binnen de beleidskeuzes en de leidende principes uit de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte en het Barro. 3.2.4 Conclusie Het projectvoornemen past binnen de beleidskeuzes en de leidende principes uit de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte en het Barro.

3.3

Provinciaal beleid

3.3.1 Omgevingsplan Zeeland 2018 Op 21 september 2018 hebben Provinciale Staten van Zeeland het Omgevingsplan Zeeland 2018 vastgesteld. Het Omgevingsplan Zeeland 2018 bevat de hoofdlijnen uit alle provinciale beleidsplannen voor de fysieke leefomgeving. Het gaat over de onderwerpen economie, ruimte, mobiliteit, natuur, cultuur, water en milieu. Verblijfsrecreatieve ontwikkelingen, zoals uitbreiding van eenheden en/of oppervlakte van bestaande verblijfsrecreatiebedrijven, moeten voldoen aan de hoofdlijnen van het ‘ontwikkelkader’ van de Kustvisie. Deze zijn opgenomen in het Omgevingsplan. Om de potentie van Zeeland te benutten, wordt in het Omgevingsplan ingezet op het stimuleren van herstructurering, kwaliteitsverbetering, innovatie, differentiatie en regionaal onderscheidend vermogen in de recreatiesector. Bestaande verblijfsrecreatiebedrijven worden gestimuleerd te investeren tot het maken van een kwaliteitsslag. Hiervoor is het aanjaagprogramma innovatie opgezet. Toetsing De Provincie Zeeland heeft in haar omgevingsplan de kaart Vrijetijdseconomie opgenomen. De locatie van Camping Zonnedorp valt binnen de kustzone. De Provincie streeft naar kwaliteitsverbetering van het verblijfsrecreatieve product. De ontwikkeling betreft een beperkte uitbreiding in oppervlakte ten behoeve van de kwaliteitsverbetering van de camping, namelijk eenheden op grotere oppervlakten.

Er worden kwalitatief hoogwaardige accommodaties op het vakantiepark gerealiseerd. De transformatie speelt in op de behoefte aan luxe accommodaties voor verblijfsrecreatie voor een specifieke doelgroep. Bovendien wordt rekening gehouden met duurzaamheid en energiezuinigheid en hiervoor worden diverse maatregelen getroffen bij de inrichting van het terrein en de bouw van de nieuwe kampeerhuisjes.

21/642

Conclusie De ontwikkeling van de 6 miva-kampeerhuisjes past binnen de uitgangspunten van het Omgevingsplan. 3.3.2 Omgevingsverordening Zeeland 2018 Op 21 september 2018 hebben Provinciale Staten van Zeeland de Omgevingsverordening Zeeland 2018 vastgesteld. De Omgevingsverordening Zeeland 2018 is een middel om het beleid uit de Omgevingsvisie juridisch door te laten werken. In de omgevingsverordening zijn onder andere regels opgenomen voor de nieuwvestiging en uitbreiding (in oppervlakte en eenheden) van bestaande verblijfsrecreatieterreinen. Deze regels zetten onder meer in op behoud en versterking van aanwezige landschappen, landschapselementen en cultuurhistorisch waardevolle elementen. Daarnaast zijn regels opgenomen met betrekking tot centrale bedrijfsmatige exploitatie en een verbod op permanent wonen. Verzekerd dient te worden dat standplaatsen of bouwwerken die bestemd zijn voor recreatief nachtverblijf worden verhuurd in de vorm van een centrale bedrijfsmatige exploitatie. Daarnaast dient duurzaam beheer en onderhoud van het terrein te worden geborgd. Deze regels gelden ook voor herzieningen van bestaande verblijfsrecreatieterreinen, ook wanneer voor deze onderwerpen reeds regels zijn opgenomen. Artikel 2.10 van de Provinciale Omgevingsverordening 2018 stelt regels met betrekking tot de ontwikkeling van verblijfsrecreatie in de kustzone.

Deze regels hebben betrekking op een nieuw verblijfsrecreatieterrein of uitbreiding van een bestaand verblijfsrecreatieterrein. Voor ontwikkelingen binnen de afwegingszone van Natuurnetwerk Zeeland (NNZ) dient (conform art. 2.27 van de Omgevingsverordening) beschreven te worden dat geen onevenredige aantasting van de kenmerken en waarden van die natuurgebieden plaatsvinden. Bij een uitbreiding van de oppervlakte van verblijfsrecreatieterreinen in de kustzone is het ontwikkelkader van toepassing zoals opgenomen in bijlage D onder 1 van de Omgevingsverordening. Daarbij gelden de volgende voorwaarden: ruimtelijke kwaliteit; een beperkte uitbreiding van oppervlakte is mogelijk indien het nieuw uit te breiden terrein: 1. integraal onderdeel uitmaakt van een (nieuw) landschap; 2. de dichtheid en omvang van de bebouwing passend is in het betreffende landschap; 3. het beheer en onderhoud van het landschap geborgd is; 4. sprake is van een maximale invulling ten behoeve van verblijfsrecreatie op het totale uitbreidingsoppervlak van 13% (exclusief centrale voorzieningen) en op het bestaande terrein uitdunning plaatsvindt; 5. maximaal 20% van het totale terrein aan de openbaarheid wordt onttrokken (deze maximale maat is vanwege het aspect veiligheid niet van toe passing bij kampeerterreinen) 6. de openbare paden en routestructuren integraal onderdeel uitmaken van het landschap.

economische haalbaarheid: 1. er moet een businessplan zijn 2. er moet sprake zijn van centrale bedrijfsmatige exploitatie markt en onderscheidend vermogen: qua verschijningsvorm en type accommodatie is sprake van een innovatief en hoogwaardig concept, waardoor wordt bijgedragen aan een gedifferentieerd product van de Zeeuwse kust. Ingezet wordt op circulair bouwen

22/642

sociaal-maatschappelijke bijdrage: ontwikkelingen leveren een bijdrage aan werkgelegenheid, behoud van voorzieningen en zijn een toegevoegde waarde voor de (leef)omgeving. Toetsing Het projectgebied is gelegen in het gebied verblijfrecreatie (kustzone). Het totaal aantal verblijfseenheden (bestaand en nieuw) past ruim binnen het toegestaan aantal eenheden, zie paragraaf 1.3. De ontwikkeling betreft een uitbreiding in oppervlakte van het bestaande verblijfsrecreatieterrein. Op deze uitbreiding worden zes kwalitatief hoogwaardige miva-kampeerhuisjes toegevoegd. Deze ontwikkeling is onderdeel van een grootschalige ontwikkeling waarbij het totale aantal eenheden is teruggebracht. Het bebouwd oppervlak op het bestaande deel van het terrein is met de grootschalige kwaliteitsverbetering afgenomen. Het uit te breiden deel heeft een oppervlakte van 4.600 m2. Op dit deel wordt voor maximaal 600 m2 aan bebouwing gerealiseerd. In de beoogde situatie betreft het bebouwd oppervlak aan recreatieve verblijfseenheden 13% van het uit te breiden deel van de camping. Daarmee wordt voldaan aan de maximaal toegestane invulling van het uit te breiden deel en de daarmee gepaard gaande noodzakelijke uitdunning op de rest van het terrein. Wat betreft de voorwaarde van de ruimtelijke kwaliteit en het integraal onderdeel uitmaken van het omliggende landschap en de openbaarheid is het volgende van belang.

De uitbreiding van het terrein is beperkt in oppervlakte en aantal eenheden. Het uitbreidingsterrein krijgt een groene inrichting zoals blijkt uit figuur 2.3.5. Daarbij wordt aangesloten bij het bestaande bosperceel. De uitbreiding is zodanig beperkt in omvang dat het - in relatie tot de omgeving - niet zinvol en mogelijk is deze te integreren in het omliggende landschap. Daarbij speelt een rol dat het uitbreidingsterrein wordt ingeklemd door de bestaande camping en een parkeerterrein. Bovendien maken de kampeerhuisjes onderdeel uit van een kampeerterrein, waarvoor de voorwaarde van openbaarheid niet geldt. In dat licht wordt het aansluiten op het omliggende landschap en het toevoegen van openbaar toegankelijk landschap ingevuld ten zuiden van de Korte Moermondsweg. Hier wordt nieuw en toegankelijk landschap gecreëerd, dat aansluit op de omgeving. Met de vormgeving van de kampeerhuisjes wordt gerefereerd aan het karakter van de traditionele Zeeuwse bebouwing, met de bouwvorm (één bouwlaag met zadeldakkap, zwart gepotdekseld met oranje pannendaken). Wat betreft de economische haalbaarheid is ten behoeve van de ontwikkeling een businessplan opgesteld waaruit blijkt dat sprake is van een haalbare ontwikkeling. Het hele terrein, inclusief de zes nieuwe kampeerhuisjes, wordt voorts centraal bedrijfsmatig beheerd.

Dat is ook geborgd in de regels uit het geldende bestemmingsplan Kop van Schouwen. In deze regels is daarnaast bepaald dat permanente bewoning niet is toegestaan. Wat betreft markt en onderscheidend vermogen is van belang dat met de kwaliteitsverbetering van Zonnedorp wordt voorgesorteerd en aangesloten op de actuele en toekomstige marktvraag. Van belang is dat de zes kampeerhuisjes specifiek op de doelgroep van de minder validen zijn gericht. Daarmee kunnen minder validen met hun gezinnen, familie en begeleiders vakantie vieren op een locatie direct aan de kust, in een groene omgeving. Dit betreft een aanvulling op het verblijfsaanbod van camping Zonnedorp zelf en een onderscheidende toevoeging qua aanbod in de regio. De kampeerhuisjes zijn qua bouw eveneens onderscheidend van andere verblijfseenheden. De kampeerhuisjes hebben een groter grondoppervlak dat

23/642

volledig is toegespitst op minder validen. De uitvoering is volledig duurzaam en maar wel in een Zeeuwse stijl. Wat betreft sociaal-maatschappelijke bijdrage wordt Zonnedorp met de kwaliteitsverbetering toekomstgericht gemaakt. Dat betekent dat zowel marktconform aanbod als de werkgelegenheid worden geborgd. Bovendien wordt met het aanbieden van hoogwaardige verblijfsrecreatieve mogelijkheden voor minder validen een duidelijke sociaal-maatschappelijke meerwaarde geboden. Duurzaam beheer en onderhoud van het terrein is gewaarborgd middels onder meer een centrale bedrijfsmatige exploitatie en het beheerplan voor de instandhouding van de landschappelijke inpassing, zie bijlage 2. Natuurmitigatie Binnen het projectgebied zijn geen gronden aangewezen als 'Bestaande natuur' of onderdeel van het Natuurnetwerk. Het bosperceel aan de noordzijde maakt echter wel onderdeel uit van het 'Landschap en erfgoed'. Nadelige ingrepen binnen dit gebied dienen conform Bijlage F van de verordening fysiek gecompenseerd te worden, indien sprake is van een significante aantasting van oppervlakte en waarden. Gezien de solitaire ligging van het bosje en aangezien geen sprake van een groot openbaar belang is compensatie op basis van Bijlage F van de Omgevingsverordening niet noodzakelijk. Wel dient het te verwijderen groen te worden gemitigeerd.

Met de beoogde ontwikkeling verdwijnt dit bosperceel deels en neemt de bebouwing toe. Uit de onderbouwing van de landschappelijke waarde van het bosperceel aan de Rampweg blijkt dat het waardevolle deel van het bosperceel is gelegen aan de rand van het projectgebied, zie bijlage 3. Ook uit historische luchtfoto's vanaf 1970 (Atlas van Zeeland) ontstaat een duidelijk beeld van de oorsprong van het huidige bosje als randbeplanting. Deze strook groen blijft met de ontwikkeling behouden. Het te verwijderen groen in het middengebied wordt gemitigeerd. Daarnaast is mitigatie noodzakelijk vanwege de aanwezigheid van een te legaliseren parkeerterrein binnen als Natuur bestemde gronden, maar niet als 'Bestaande natuur' volgens de verordening. Ter mitigatie vindt ten zuiden van de camping aan de overkant van de weg natuurontwikkeling plaats. Deze natuurontwikkeling vindt ter plaatse van de bestaande parkeerplaats en de gronden er omheen plaatst. In figuur 2.3.7 is de beoogde inrichting weergegeven. De inrichtingslocatie bestaat uit een reeds ingericht deel, het westelijk deel, en een nog te realiseren deel, het oostelijk deel. Het bestaande bos op het westelijk deel van de locatie blijft behouden en wordt versterkt. Het naastgelegen weiland, het oostelijk deel van de locatie, wordt getransformeerd naar een waterpartij met grasland en bosschages.

Door het gehele gebied worden openbare paden aangelegd en aangesloten op paden in de omgeving. De natuurlijke aanleg van het gebied komt overeen met de omgeving en versterkt de ruimtelijke kwaliteit van de camping en de omgeving. Deze natuurmitigatie versterkt de ruimtelijke kwaliteit van het gebied. Afwegingszone natuurgebieden Het projectgebied is gelegen binnen de 100 meter afwegingszone rond natuurgebieden. Met het projectvoornemen wijzigt het type verblijfsrecreatie op het terrein niet, maar vindt een beperkte uitbreiding in oppervlakte plaats. Aangezien het aantal eenheden planologisch afneemt en de hoeveelheid verhardingen afneemt, ontstaat meer ruimte voor een landschappelijke en natuurlijke inrichting. Op het perceel waar natuurmitigatie plaatsvindt wordt de aanwezige natuur versterkt. Dit heeft geen negatief effect op het aangrenzende natuurgebied Moermond, maar betekent een aanvulling op en uitbreiding van het aangrenzende

24/642

natuurgebied. Voor het mitigaitegebied is een inrichtings- en beheerplan opgesteld, zie bijlage 2. Hierin wordt de meerwaarde voor de omgeving omschreven. Uit de vormvrije m.e.r.-beoordeling, zie bijlage 4, blijkt dat met de transformatie zowel tijdens de aanlegfase als in de gebruiksfase, significant negatieve effecten kunnen worden uitgesloten. Van een onevenredige aantasting van het Natuurnetwerk Zeeland is dan ook geen sprake. Conclusie De beoogde ontwikkeling voldoet aan de regels uit de Omgevingsverordening.

3.4

Gemeentelijk beleid

3.4.1 Nota Recreatiebeleid Schouwen-Duiveland De gemeenteraad heeft op 21 juni 2023 de Nota Recreatiebeleid vastgesteld. Tot 2022 beschikte de gemeente over diverse beleidsnota's voor de verblijfsrecreatieve sector. Het actuele recreatiebeleid is in 1 nieuwe beleidsnota opgenomen. De Nota Recreatiebeleid is van toepassing op: 1. Reguliere recreatieterreinen (dit betreft kampeerterreinen en recreatiewoningen) 2. Niet-reguliere recreatieterreinen (dit betreft de kleinschalige kampeerterreinen, ook wel mini-campings genoemd) 3. Verblijfsrecreatieve horeca (dit betreft hotels, pensions en Bed & Breakfast) In de Nota staan alle regels waaraan bijvoorbeeld een regulier recreatieterrein als Camping Zonnedorp moet voldoen. Dit betreft bijvoorbeeld de minimale oppervlakte van een standplaats en de maatvoering van een recreatiewoning of een bijgebouw. Ook zijn er voorwaarden met betrekking tot het aantal parkeerplaatsen en voorzieningen. Daarnaast moet het recreatieterrein een natuurlijke uitstraling hebben. Beplantingsstroken rondom het terrein moeten zorgen voor de landschappelijke inpassing. Voor nieuwe verblijfsrecreatieve ontwikkelingen is er een Ontwikkelkader Verblijfsrecreatief Gebied. Het Ontwikkelkader verschaft helderheid over de gewenste kwaliteit. De ontwikkelingen moeten minimaal voldoen aan de volgende kwaliteitseisen: A. Ruimtelijke kwaliteit 1.

Kwaliteitsverbetering vindt plaats binnen de bestaande oppervlakte en eenheden van het bedrijf 2. Onder voorwaarden is een beperkte uitbreiding van oppervlakte mogelijk: het nieuw uit te breiden terrein maakt integraal onderdeel uit van een nieuw landschap. Er is sprake van een integrale kwaliteitsimpuls. de dichtheid en omvang van de bebouwing is passend in het betreffende landschap; beheer en onderhoud van het landschap is geborgd; er is sprake van een maximale invulling ten behoeve van verblijfsrecreatie op de totale uitbreidingsoppervlakte van 13% (exclusief centrale voorzieningen en inclusief sanitair en bergingen

25/642

bij eenheden) Er maximaal sprake is van 15% uitbreiding van eenheden die daadwerkelijk op het terrein in exploitatie zijn. de openbaar toegankelijke paden en routestructuren maken integraal onderdeel uit van het landschap. B. De ontwikkeling moet economisch haalbaar zijn. C. Markt en onderscheidend vermogen van het concept. De ontwikkeling is innovatief en hoogwaardig. D. Sociaal en maatschappelijke bijdrage. De ontwikkeling levert een bijdrage aan werkgelegenheid en het voorzieningenniveau. Toetsing en conclusie Camping Zonnedorp is een regulier recreatieterrein. Er is ruimte voor kamperen en een recreatiewoning of stacaravan voor het gehele jaar. Voor de oppervlakte van de standplaats en de grootte van de miva-kampeerhuisjes is voor deze ontwikkeling een uitzondering gemaakt op het beleid. De miva-kampeerhuisjes krijgen een omvang van maximaal 100m2 in plaats van 75m2, omdat ze bestemd zijn voor de specifieke doelgroep mindervaliden. Deze ontwikkeling sluit aan op de eerder uitgevoerde kwaliteitsverbetering op het bestaande deel van de camping. Door kampeerhuisjes op ruime percelen te plaatsen, in stijlvolle karakteristieke bebouwing (Zeeuwse stijl) aansluitend op de reeds aanwezige kampeerhuisjes, te combineren met een hoogwaardig inrichtingsniveau ontstaat een kwalitatief hoogwaardig recreatieterrein.

De ontwikkeling van de kampeerhuisjes heeft een maatschappelijke meerwaarde. Mindervaliden en hun familie/begeleiders krijgen zo de mogelijkheid samen te recreëren het gehele jaar door. De ontwikkeling maakt alleen verblijfsrecreatieve eenheden mogelijk die centraal bedrijfsmatig zullen worden geëxploiteerd. De economische haalbaarheid is nader omschreven in paragraaf 3.2.3. Er is geen sprake van nieuwvestiging, maar van een beperkte uitbreiding van de bestaande oppervlakte van Camping Zonnedorp. Het totaal aantal verblijfseenheden past ruim binnen het toegestane aantal. De camping wordt uitgebreid met 4.600 m2. Het bebouwd oppervlakte aan nieuwe verblijfseenheden bedraagt 600 m2. Dit betekent dat op het uit te breiden deel wordt voldaan aan de gestelde norm van 13%. Door de eerdere uitdunning op het terrein van de camping is het bebouwd oppervlak aan recreatieve verblijfseenheden met circa 2.900 m2 afgenomen. Daarnaast is het terrein vergroot. Het gebruik van gronden ten zuiden van de Korte Moermondsweg is noodzakelijk vanwege de parkeerbehoefte, als extra impuls in natuur en landschap en als onderdeel van de landschappelijke inpassing. Het mitigatiegebied is daarmee onderdeel van de camping en van de uitbreiding in oppervlakte van het terrein. Mede vanwege de uitdunning en de uitbreiding van het terrein neemt het bebouwd oppervlak procentueel af van 26,8% tot 15,3%.

Dit percentage is inclusief de bebouwing op niet permanente standplaatsen. Caravans op niet-permanente standplaatsen zijn echter mobiel en slechts tijdelijk aanwezig. Het daadwerkelijk bebouwd oppervlak aan recreatieve eenheden valt daarmee lager uit en bedraagt 12,6% van het totale terrein. Hoewel de norm van 13% volgens de Nota Recreatiebeleid uitsluitend geldt voor het uit te breiden deel, wordt in de toekomstige situatie zodoende ook voor het gehele terrein voldaan aan deze norm. Het beleid van de gemeente Schouwen-Duiveland ten aanzien van de landschappelijke inpassing ten opzichte van de openbare ruimte vraagt om een minimaal 10 meter brede afschermende beplanting of 5 meter breed met

26/642

een wal van 2 meter hoog. Tussen recreatieterreinen onderling is geen landschappelijke inpassing vereist. In het geldende bestemmingsplan 'Kop van Schouwen' is om een deel van Camping Zonnedorp reeds een afzonderlijke groenbestemming ('Groen - Landschappelijk' en deels 'Groen') opgenomen voor de bestaande stroken met landschappelijke inpassing, zie figuur 3.1. Deze huidige landschappelijke inpassing bestaat uit een aarden wal en groene inrichting. De landschappelijke inpassing wordt aan de zijde van de uitbreiding verlegd naar de buitenrand van de nieuwe buitengrens van camping Zonnedorp. Hier worden de aanwezige bomen ingepast op een strook van circa 10 meter breed. De strook wordt verder ingericht en verdicht met streekeigen begroeiing. Ook blijft een groot deel van de aanwezige bomen buiten deze landschappelijke inpassingsstrook behouden, zie figuren 2.3.5 en 2.3.6 in paragraaf 2.3 . De aanwezige sloot aan de zijde van de Rampweg blijft eveneens behouden. Dit sluit aan op de bestaande sloot en landschappelijke inpassing van de camping aan de zijde van de Rampweg. Daar bestaat de bestaande inpassing uit een aarden wal van 5 meter breed met daarop streekeigen begroeiing. Daarmee wordt voor zover grenzend aan openbaar gebied voorzien in een landschappelijke inpassing conform het gemeentelijk beleid.

Dat geldt ook voor de stroken die aanvullend in het bestemmingsplan Kop van Schouwen zijn bestemd als 'Groen' of 'Groen – Landschappelijk'. Rond de standplaatsen van het fruitgaardbedrijf wordt de bestaande landschappelijke inpassing gehandhaafd, onderhouden en beheerd. Aan de noord- en westzijde is sprake van een robuuste landschappelijke inpassing. Ook aan de zuidzijde in de richting van het tuincentrum is een landschappelijke inpassing aanwezig in de vorm van een haag. Er is sprake van een robuuste landschappelijke inpassing. Qua maatvoering wordt echter niet overal voldaan aan de voorwaarden uit het bestemmingsplan. De landschappelijke inpassing is overigens niet voorzien van de bestemming 'Groen' of 'Groen - Landschappelijk'. Rondom het betreffende terrein is onvoldoende ruimte om de vereiste landschappelijke inpassing mogelijk te maken en als dusdanig te bestemmen. Bovendien is het terrein niet waarneembaar vanuit de openbare ruimte. Ter plaatse van het natuurontwikkelingsterrein ten zuiden van de Korte Moermondsweg zal echter een overmaat aan landschap worden ingericht, waarmee de landschappelijke inpassing qua oppervlakte ruim wordt gecompenseerd. Deze gronden zijn openbaar toegankelijk en bieden tevens aanvullende (ondergeschikte) recreatie en (ondergeschikte) speelmogelijkheden.

3.4.2 Strategische Visie 'Tij van de Toekomst 2011-2040' De gemeenteraad heeft op 3 oktober 2011 de Strategische Visie 'Tij van de Toekomst' vastgesteld. In de visie is opgenomen hoe de gemeente Schouwen-Duiveland er in 2040 uit zou moeten zien. In de strategische visie staat de volgende ambitie centraal: 'In 2040 kent vakantie-eiland Schouwen-Duiveland een toonaangevende watereconomie die de duurzame verbinding vormt tussen wonen, werken, zorgen en genieten'. In de visie zijn de drie strategische doelen 'werken', 'wonen' en 'verblijven' uitgewerkt. Voor het onderhavige project zijn met name de strategische doelen voor ‘werken’ en ‘verblijven’ relevant. Hierna zijn deze strategische doelen met bijbehorende ambities voor 2040 beschreven. Strategische doelen: werken

27/642

De economie van Schouwen-Duiveland is sterk watergerelateerd. Landbouw en aquacultuur zijn geïnnoveerd en verweven met andere functies. Kleinschalige bedrijvigheid floreert, optimaal gestimuleerd en gefaciliteerd. Vraag en aanbod van de arbeidsmarkt zijn in balans. Schouwen-Duiveland is krachtig gepositioneerd als toonaangevend in water en veelzijdig vakantie-eiland. Strategische doelen: verblijven De bijzondere kwaliteiten (water, natuur, cultuur) maken Schouwen-Duiveland tot een aantrekkelijk vakantie-eiland. Het eiland Schouwen-Duiveland heeft een krachtig en duidelijk herkenbare toeristische hoofdstructuur. We benutten de daaraan verbonden potenties. De kwaliteit en diversiteit van de toeristische sector is groot. We maken gebruik van de unieke mogelijkheden die het water biedt. Schouwen-Duiveland is een aantrekkelijk vakantie-eiland door de bloeiende watersport en de vele watergerelateerde activiteiten en evenementen. Toetsing en conclusie De kwaliteitsimpuls die gaande is op het terrein van Camping Zonnedorp, alsmede de ontwikkeling van de kampeerhuisjes, past binnen het gemeentelijk beleid. Met name de bestaande kampeerhuisjes en nieuwe kampeerhuisjes dragen eraan bij dat jaarrond de mogelijkheid is tot weersonafhankelijke verblijfsrecreatie.

3.4.3 Kengetallen parkeren en verkeer In de raadsvergadering van de gemeente Schouwen-Duiveland is op 4 juni 2020 de memo 'kengetallen parkeren en verkeer Agenda Toerisme' vastgesteld door de gemeenteraad en daarmee onderdeel gemaakt van het parkeerbeleid van de gemeente. De kengetallen voor parkeren en verkeer uit de Agenda Toerisme komen daarmee te vervallen. De verdeling van recreatieve subeenheden is ruimer dan op basis van de CROW. Voor recreatieverblijven zijn specifieke kengetallen opgenomen. Voor recreatieverblijven zoals standplaatsen en kampeerhuisjes wordt een parkeernorm van 1 parkeerplaats per 3 slaapplaatsen gehanteerd. De verkeersgeneratie wordt gekoppeld aan het aantal parkeerplaatsen en betreft 2,2 per parkeerplaats. Toetsing en conclusie De totale ontwikkeling betreft een afname van het aantal eenheden. In de huidige situatie is sprake van een totale parkeerbehoefte van 282 parkeerplaatsen. Met de realisatie van 6 miva-kampeerhuisjes met maximaal 4 bedden per verblijf neemt de parkeerbehoefte met 8 parkeerplaatsen toe tot 290 parkeerplaatsen. In paragraaf 4.8 is de volledige parkeerberekening opgenomen. Voor elke verblijfseenheid is een parkeerplaats op het terrein, op het perceel van het kampeerhuisje aanwezig. Nabij de entree zijn 5 algemene parkeerplaatsen aanwezig.

Ten zuiden van de camping aan de andere zijde van de Korte Moermondsweg zijn nog eens 61 parkeerplaatsen aanwezig. Aan de parkeerbehoefte van zowel de nieuwe eenheden als voor de totale situatie wordt voldaan, zie tevens paragraaf 4.8 .

28/642

De toekomstige verkeersgeneratie neemt met 18 mvt/etmaal toe ten opzichte van de situatie in 2020. Dit aantal is dusdanig laag en zorgt dan ook niet voor belemmeringen, zie paragraaf 4.8. Daarmee past de ontwikkeling binnen de uitgangspunten van de in juni 2020 vastgestelde memo kengetallen parkeren en verkeer. 3.4.4 Masterplan Renesse In 2015 heeft de gemeenteraad van Schouwen-Duiveland het Masterplan Renesse vastgesteld. Hierin is een visie geschetst op de ontwikkeling van Renesse voor de komende 20 tot 30 jaar. Jaarlijks komen veel toeristen naar Renesse om te recreëren. Uitbreiding van verblijfsrecreatie is niet gewenst. De opgave ligt vooral in het verbeteren van de kwaliteit en het comfort van verblijven en de verdere landschappelijke inbedding ervan. Uitbreiding van verblijfsrecreatie bij omvorming/kwaliteitsverbetering wordt in beginsel alleen toegestaan in oppervlakte terrein en niet in aantal eenheden. Toetsing en conclusie Deze ontwikkeling ziet op een beperkte uitbreiding in oppervlakte van de camping. De uitbreiding gaat gepaard met de uitgevoerde kwaliteitsverbetering van camping Zonnedorp. De nieuwe eenheden op het uit te breiden deel passen binnen het toegestane maximum aantal eenheden van camping Zonnedorp. De ontwikkeling past binnen de uitgangspunten van het Masterplan Renesse.

29/642

Hoofdstuk 4

4.1

Toetsing sectorale aspecten

Vormvrije m.e.r.-beoordeling

Beleid en normstelling Per 7 juli 2017 is het gewijzigde Besluit milieueffectrapportage in werking getreden. Deze wijziging geldt voor alle aanvragen na 16 mei 2017, omdat er een directe werking van het Europese recht geldt. Een milieueffectrapportage (MER), en de bijbehorende procedure (m.e.r.), is een hulpmiddel om de belangen van het milieu volwaardig te betrekken bij de besluitvormíng omtrent projecten. Het gaat hierbij wel enkel om plannen en projecten die kunnen leiden tot initiatieven waarmee het milieu mogelijk nadelig kan worden beïnvloed. Als uitgangspunt geldt voor plannen, waaronder partiële herzieningen, onderstaande criteria om te beoordelen of een MER noodzakelijk is: Plannen die kaderstellend zijn voor toekomstige m.e.r.- (beoordelings)plichtige besluiten; Plannen waarvoor een passende beoordeling nodig is in verband met een mogelijk significant negatief effect op Natura 2000-gebieden. Een plan is kaderstellend voor een toekomstig m.e.r.- (beoordelings)plichtig besluit indien er sprake is van een overschrijding van de grenswaarden uit de C- of D-lijst van het Besluit m.e.r. Onder de grenzen uit de C- en D-lijst van het Besluit m.e.r. geldt nog wel de plicht om een 'vormvrije m.e.r.-beoordeling' uit te voeren.

Dit houdt in dat er bekeken moet worden of bij het initiatief sprake is van dusdanig bijzondere omstandigheden of milieueffecten er toch een MER moet worden opgesteld. In artikel 7.16, tweede tot en met vierde lid van de Wet milieubeheer, staat welke informatie over de voorgenomen activiteit in de mededeling van de initiatiefnemer moet zijn opgenomen. Bij het opstellen van deze informatie moet ook rekening worden gehouden met de relevante criteria van bijlage III bij de Europese mer-richtlijn. Toetsing en conclusie De ontwikkeling is op basis van aard en omvang niet (rechtstreeks) mer-plichting. Ook is geen passende beoordeling nodig in het kader van de Wet natuurbescherming. De beoogde ontwikkeling betreft een wijziging van een vakantiedorp (Lijst D10.C) waarvoor deze ruimtelijke onderbouwing wordt opgesteld. Aangezien de drempelwaarde niet wordt overschreden kan worden volstaan met een vormvrije mer-beoordeling. Een aanmeldnotitie voor de ontwikkeling van camping Zonnedorp is opgesteld, zie bijlage 4. Aangetoond wordt dat de ontwikkeling geen significant negatieve effecten op de omgeving heeft. Conclusie Op 11 april 2023 heeft het college een conform besluit genomen. Op basis van de bijgevoegde aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.

beoordeling 'Camping Zonnedorp, Renesse', zie bijlage bijlage 4, is besloten dat geen milieueffectrapport (MER) hoeft te worden opgesteld voor de beoogde projectontwikkeling.

4.2

Bodemkwaliteit

Beleid en normstelling

30/642

Op grond van artikel 3.1.6 van het Bro dient in verband met de uitvoerbaarheid van een project rekening te worden gehouden met de bodemgesteldheid in het projectgebied. Bij functiewijzigingen dient te worden bekeken of de bodemkwaliteit voldoende is voor de beoogde functie en moet worden vastgesteld of er sprake is van een saneringsnoodzaak. In de Wet bodembescherming is bepaald dat indien de desbetreffende bodemkwaliteit niet voldoet aan de norm voor de beoogde functie, de grond zodanig dient te worden gesaneerd dat zij kan worden gebruikt door de desbetreffende functie (functiegericht saneren). Voor een nieuw geval van bodemverontreiniging geldt, in tegenstelling tot oude gevallen (voor 1987), dat niet functiegericht maar in beginsel volledig moet worden gesaneerd. Nieuwe bestemmingen dienen bij voorkeur te worden gerealiseerd op bodem die geschikt is voor het beoogde gebruik. Onderzoek Het feitelijke gebruik als verblijfrecreatieterrein verandert voor het grootste deel niet. Op grond van de beoogde functiewijziging naar een milieugevoelige functie ter plaatse van de uitbreiding in de noordwest hoek is verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. Het onderzoek en de onderzoeksresultaten zijn opgenomen in bijlage 5 en bijlage 6. Op basis van de onderzoeksresultaten wordt geconcludeerd dat de huidige bodemkwaliteit geen belemmering vormt voor de beoogde ontwikkeling.

De beoogde ontwikkeling voorziet in een gesloten grondbalans. Conclusie Met het uitvoeren van het bodemonderzoek vormt de bodemkwaliteit geen belemmering voor de geplande ontwikkeling.

4.3

Ontplofbare oorlogsresten

Op een onbekend aantal plaatsen in Nederland liggen nog bommen, granaten en andere munitie uit de Tweede Wereldoorlog. Wanneer deze explosieven bij werkzaamheden worden aangetroffen, kunnen deze gevaar opleveren voor de publieke veiligheid. Daarnaast kunnen deze vondsten een zware belasting voor het milieu vormen. Onderzoek De gemeente Schouwen-Duiveland hanteert een eigen beleidskaart. Volgens de gemeentelijke beleidsnota conventionele explosieven (CE) is het projectgebied deels gelegen in een gebied met een hoge trefkans op ontplofbare oorlogsresten, zie figuur 4.3.1. Op grond van deze informatie is vanwege de beoogde bodemroerende activiteiten een onderzoek naar ontplofbare oorlogsresten noodzakelijk. Dit onderzoek is als bijlage 7 bij deze toelichting toegevoegd.

31/642

Figuur 4.3.1 Gemeentelijke beleidskaart conventionele explosieven Uit het bronnenmateriaal blijkt dat er geen aanwijzingen zijn voor een geallieerde beschieting op Renesse. Er is daarom ook geen aanleiding om het verwachtingsgebied te handhaven. De locatie is onverdacht. Geadviseerd wordt om de voorgenomen werkzaamheden op reguliere wijze uit te voeren en hierbij het processchema onverwachts aantreffen van ontplofbare oorlogsresten te hanteren. Conclusie Het aspect ontplofbare oorlogsresten vormt geen belemmering voor de uitvoer van de beoogde ontwikkeling.

4.4

Archeologie

Beleid en normstelling Het cultureel erfgoed van Nederland wordt beschermt met de Erfgoedwet. Om te voorkomen dat de archeologische informatie ongezien verloren gaat, is het noodzakelijk dat gemeenten in het ruimtelijk beleid waarborgen voor de omgang met dit bodemarchief. Dit is een uitvloeisel van het Verdrag van Malta dan in 1992 door Nederland werd ondertekend. Archeologiebeleid Op basis van de huidige wetgeving zijn de gemeenten in Nederland verantwoordelijk voor het behoud van het archeologisch bodemarchief. Omdat ruimtelijke ingrepen gevolgen kunnen hebben voor dit bodemarchief, moeten gemeenten bij de besluitvorming archeologie als volwaardige factor meenemen in de belangenafweging. Om dit op een verantwoorde en transparante wijze te kunnen doen is gemeentelijk

32/642

archeologiebeleid wenselijk. De gemeente beschikt over een vastgestelde beleidsplan archeologie. In 2008 is een archeologische beleidsnota opgesteld op basis van de door RAAP daartoe opgestelde Archeologische beleidskaart van Schouwen-Duiveland - Buitengebied. In de beleidsnota is het buitengebied opgedeeld in gebieden met een vastgestelde of verwachte archeologische waarde waaraan verschillende vrijstellingsgrenzen gekoppeld werden. Het projectgebied is op de beleidskaart gesitueerd in Onderzoeksgebied A: gebieden met een middelhoge of hoge archeologische verwachting. Het gemeentelijk beleid is planologisch vertaald in de meeste bestemmingsplannen, zo ook in het bestemmingsplan 'Kop van Schouwen'. Onderzoek Voor het projectgebied geldt de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie - 6'. Indien tijdens werkzaamheden bodemingrepen plaatsvinden groter dan 2.500 m2 en dieper dan 50 cm, is archeologisch onderzoek noodzakelijk. Binnen het huidige terrein van camping Zonnedorp, inclusief fruitboomgaard, vinden geen graafwerkzaamheden plaats. De grootschalige kwaliteitsverbetering heeft hier reeds plaatsgevonden. De 6 nieuwe recreatieverblijven binnen het uit te breiden deel hebben een gezamenlijke oppervlakte van maximaal 600 m2. Voor dit deel is het dan ook niet te verwachten dat graafwerkzaamheden plaatsvinden met een groter oppervlak dan 2.500 m2.

Voor het deel dat als mitigatiegebied wordt betrokken bij het projectgebied vinden eveneens geen graafwerkzaamheden plaats met een omvang die de gestelde beperkingen overschrijdt. De dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie - 6' blijft ter plaatse behouden. De archeologische waarden zijn daarmee afdoende geborgd. Indien graafwerkzaamheden uitgevoerd worden die het oppervlak van 2.500 m2 overschrijden dan zal voorafgaand aan de aanleg alsnog een archeologisch onderzoek worden uitgevoerd. De kans blijft aanwezig dat archeologische sporen en vondsten in de bodem aanwezig zijn en dat deze in de uitvoeringsfase van de graaf- en inrichtingswerkzaamheden aan het licht komen. Voor dergelijke vondsten bestaat een wettelijke meldingsplicht ex. artikel 5.10 van de Erfgoedwet uit 2016. Bij graafwerkzaamheden dient men dan ook attent te zijn op eventuele vondsten. Opdrachtgever verplicht de aannemers om attent te zijn op eventuele vondsten en/of sporen tijdens de werkzaamheden en verplicht hen archeologische vondsten direct te melden bij de bevoegde overheid. Conclusie Het aspect archeologie vormt voor geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling. Voor het projectgebied blijft de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie - 6' behouden.

4.5

Cultuurhistorie

Beleid en normstelling Goede ruimtelijke ordening betekent dat er een integrale afweging plaatsvindt van alle belangen die effect hebben op de kwaliteit van de ruimte. Een van die belangen is de cultuurhistorie. Per 1 januari 2012 is in het kader van de modernisering van de monumentenzorg (MOMO) in het Besluit ruimtelijke ordening van het rijk opgenomen dat gemeenten bij het maken van bestemmingsplannen rekening moeten houden met cultuurhistorische waarden. Hiertoe dient middels bestudering van kaarten bepaald te worden of binnen (de invloedsfeer van het projectgebied) Rijksmonumenten (historische gebouwen, sluizen, tuinbeelden en grafstenen), Archeologische Rijksmonumenten, Werelderfgoederen en beschermde stads- en dorpsgezichten

33/642

aanwezig zijn. Ook het voorkomen van gebieden met landschappelijke waarden en beschermde natuurgebieden (Natura 2000-gebieden, Wetlands, Beschermde Natuurmonumenten, Nationale Parken, Nationale Landschappen en de Ecologische Hoofdstructuur dient bepaald te worden. Onderzoek Op de uitsnede van de cultuurhistorische waardenkaart van de provincie Zeeland, zie figuur 4.6.1, is te zien dat binnen het projectgebied geen cultuurhistorisch waardevolle elementen zijn gelegen. Ook is geen sprake van cultuurhistorische waardevolle structuren in of rond het projectgebied. Ten zuiden van het projectgebied ligt, grenzend aan het mitigatiegebied het landgoed van Slot Moermond. Dit deel van het projectgebied is grotendeels al groen ingericht en sluit aan bij het karakter van een groen landschap. Het landgoed en het projectgebied worden niet direct fysiek met elkaar verbonden door wandel-, fiets- of ruiterpaden. De beoogde ontwikkeling heeft dan ook geen nadelige effecten op cultuurhistorisch waardevolle objecten en structuren.

Figuur 4.6.1 Fragment cultuurhistorische waardenkaart (bron: Provincie Zeeland) Conclusie Ten aanzien van het aspect cultuurhistorie zijn er geen belemmeringen voor de beoogde ontwikkeling.

4.6

Waterhuishouding

Toetsingskader Het is wettelijk verplicht een watertoets uit te voeren. Dit is een procedure waarbij de initiatiefnemer in een vroeg stadium overleg voert met de waterbeheerder over de beoogde ruimtelijke ontwikkeling. De watertoets heeft als doel het voorkomen van nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen die negatieve effecten hebben op het

34/642

duurzame waterbeheer. Het projectgebied ligt binnen het beheersgebied van het Waterschap Scheldestromen en het beheersgebied van Rijkswaterstaat. Onderzoek Om na te gaan of het voorliggend project in strijd is met duurzaam waterbeheer en voldoet aan de waterdoelstellingen c.q. noodzaakt tot waterhuishoudkundige maatregelen, is gebruik gemaakt van het aanmeldformulier Watertoets van het waterschap. Daarin is de beoogde ontwikkeling getoetst aan de criteria uit de Zeeuwse Handreiking Watertoets. Het aanmeldformulier is opgenomen in bijlage 8. Bij de watertoets is enkel ingegaan op de ontwikkeling van de nieuwe kampeerhuisjes. De bestaande camping inclusief de fruitboomgaard blijven ongewijzigd. Dit geldt ook voor de ontwikkeling ten zuiden van de Korte Moermondsweg. Hier worden geen nieuwe verhardingen gerealiseerd waarbij waterberging noodzakelijk is. De belangrijkste aandachtspunten betreffen compensatie ten gevolge van de toename van verharding vanwege de nieuwe kampeerhuisjes aan de noordwestzijde van het projectgebied. Het hemelwater van de toe te voegen verhardingen kan nabij de nieuwe kampeerhuisjes in de bodem infiltreren door middel van grindputten. Vanwege de indirecte lozing van het hemelwater is geen verdere compensatie noodzakelijk. Daarnaast is voor het bouwen binnen de beschermingszone van de aangrenzende watergangen een vergunning noodzakelijk.

Binnen de beschermingszone van de aangrenzende watergangen wordt echter niet gebouwd. Wel is een vergunning noodzakelijk voor het dempen van de secundaire waterloop aan de oostzijde van het perceel en het verruimen en verlengen van de bermsloot langs de Rampweg. Conclusie Het aspect waterhuishouding vormt geen belemmering voor de geplande ontwikkeling.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14330567/1