CConstaterende datSchouwen-Duiveland
Koppel je AI →
Document · PDF

1012586 Bijlage 7 Ruimtelijke onderbouwing Rijksweg 28 Nieuwerkerk

Gemeenteraad 28 maart 2024, gemeente Schouwen-DuivelandBij agendapunt: RVS Omgevingsvergunning verlenen Rijksweg 28 Nieuwerkerk (1012586)12.264 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

OPQRSTUQVSRWQXUUTUQ YZ[\]^_`abcdaeZ_f^_Y\_Y\ `RPRRUgRa]hijXkRUlmXTSRnoUp

]qrqf]s

tOet_uq

mrqfvs

wapRhRPxRWabybz

ZvYOaZmes

e{|ZvYO|}~~|YT€VkRQbcltOy}

OumYrt‚qe_v_Y IJKLMNOPQRSTUT VKPWWPJXYYJRZ[ Z\[]R^VR_Y``OJaNPPJ KPXPbccJRdefZRg]d[fd OJbchOJKWcNOPQTJX QQQTOJKWcNOPQTJX

OumYrt‚q`_ƒ_Y iTRUccWjPOkKPX LOklmQPnRZf []dgRo_RpOPqQPWlPWl

]qrqf] rcJsPtKu UccWcJKQPWtu MJKQPWtu UYmKnPmKPX`u

mrqfv [R`PsPvjPWRZdZ]

ƒ_Y]Z_ ePRNPWmOP

omgevingsvergunning Rijksweg 28, Nieuwerkerk

Ruimtelijke onderbouwing

Ruimtelijke onderbouwing

3

omgevingsvergunning Rijksweg 28, Nieuwerkerk

4

Ruimtelijke onderbouwing

omgevingsvergunning Rijksweg 28, Nieuwerkerk

Inhoudsopgave Ruimtelijke onderbouwing

3

Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Ligging en begrenzing plangebied 1.3 Vigerende bestemmingsplannen 1.4 Goede ruimtelijke onderbouwing 1.5 Leeswijzer

7 7 7 7 8 9

Hoofdstuk 2 Planbeschrijving 2.1 Bestaande situatie 2.2 Nieuwe situatie 2.3 Verkeer en parkeren

11 11 12 13

Hoofdstuk 3 Beleidskader 3.1 Rijksbeleid 3.2 Provinciaal beleid 3.3 Gemeentelijk beleid

15 15 17 19

Hoofdstuk 4 Water 4.1 Inleiding 4.2 Beleidskader rijk, provincie en gemeente 4.3 Beleid waterschap Scheldestromen 4.4 Waterhuishouding 4.5 Watertoets

21 21 21 22 23 24

Hoofdstuk 5 Milieu en omgevingsaspecten 5.1 Milieu 5.2 Archeologie en cultuurhistorie 5.3 Flora en fauna 5.4 Overige realiserings- en uitvoeringsaspecten

27 27 34 36 38

Hoofdstuk 6 Economische uitvoerbaarheid 6.1 Financiële haalbaarheid

39 39

Hoofdstuk 7 Maatschappelijke betrokkenheid 7.1 Resultaten overleg ex artikel 3.1.1 Bro 7.2 Zienswijzen

41 41 41

Ruimtelijke onderbouwing

5

omgevingsvergunning Rijksweg 28, Nieuwerkerk

6

Ruimtelijke onderbouwing

omgevingsvergunning Rijksweg 28, Nieuwerkerk

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding

Op het perceel Rijksweg 28 in Nieuwerkerk is een veehandel gevestigd. Daarnaast vindt op een gedeelte van het terrein ook het inzamelen en tijdelijk opslaan van droge metalen plaats. Laatstgenoemde bedrijfsactiviteiten zijn in strijd met het geldende bestemmingsplan, omdat binnen de bestemming 'Bedrijf' uitsluitend bedrijven zijn toegestaan in milieucategorie 1, alsmede een groothandel in levende dieren. Daarnaast vinden deze activiteiten gedeeltelijk plaats op de agrarische bestemming en niet op de bedrijfsbestemming. Bij brief van 18 september 2023 hebben burgemeester en wethouders een positieve grondhouding aangenomen om de bedrijfsactiviteiten te legaliseren wanneer kan worden aangetoond dat deze activiteiten vanuit akoestisch oogpunt acceptabel zijn. Voorts dienen stikstofberekeningen te worden aangeleverd waaruit blijkt dat er geen toename van stikstofdepositie is in de aanleg- en gebruiksfase. Deze nota bevat de ruimtelijke onderbouwing bij de aanvraag omgevingsvergunning, waarin wordt aangetoond dat de gevraagde bedrijfsactiviteiten vanuit een goede ruimtelijke ordening inpasbaar is.

1.2

Ligging en begrenzing plangebied

Het plangebied ligt ten oosten van de dorpskern van Nieuwerkerk. In zowel oostelijke als westelijke richting staat een vrijstaande woning. Achter de aan de oostzijde gelegen bedrijfswoning zijn een zeilmakerij, aannemersbedrijf en bouwmarkt gevestigd. Ten noorden van het plangebied ligt grasland. Aan de overzijde van de Rijksweg liggen akkerbouwgronden. Een situatietekening met omgeving is opgenomen in figuur 1.

Figuur 1: Situering plangebied en omgeving.

1.3

Vigerende bestemmingsplannen

Voor het plangebied gelden de volgende bestemmingsplannen:

Ruimtelijke onderbouwing

7

omgevingsvergunning Rijksweg 28, Nieuwerkerk

Bestemmingsplan “Nieuwerkerk en Oosterland" "Parapluplan parkeernormen Schouwen-Duiveland"

Raadsbesluit 27 november 2014 27 september 2019

Uitspraak ABRvS N.v.t. N.v.t.

De gronden aan de Rijksweg zijn in het bestemmingsplan "Nieuwerkerk en Oosterland" bestemd voor 'Bedrijf' met de functieaanduidingen 'bedrijf tot en met categorie 1', 'bedrijfswoning' (binnen het bouwvlak) en 'specifieke vorm van bedrijf - groothandel in levende dieren'. Voorts geldt de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 7'. De gronden achter de bestemming 'Bedrijf' zijn bestemd als 'Agrarisch' met uitzondering van een bestaande loods. Deze heeft eveneens de bestemming 'Bedrijf' met de functieaanduiding 'bedrijf tot en met categorie 1'. Verder ligt in het plangebied een rioolleiding. Ter bescherming van deze leiding is de gebiedsaanduiding 'vrijwaringszone - leiding' opgenomen. Een uitsnede van de verbeelding is opgenomen in figuur 2. Het inzamelen en tijdelijk opslaan van droge metalen is in strijd met het bestemmingsplan.

Figuur 2: Uitsnede verbeelding bestemmingsplan 'Nieuwerkerk en Oosterland'.

1.4

Goede ruimtelijke onderbouwing

Om medewerking te kunnen verlenen aan het inzamelen en tijdelijk opslaan van droge metalen binnen de bestemmingen 'Bedrijf' en 'Agrarisch' moet een planologische procedure worden doorlopen. Met ingang van 1 oktober 2010 geldt hiervoor de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (afgekort Wabo). Deze wet geeft de mogelijkheid om bij omgevingsvergunning af te wijken van een bestemmingsplan, mits er een concreet bouwplan aan ten grondslag ligt. Voor zover de bedrijfsactiviteiten plaatsvinden binnen de bestemming 'Bedrijf' kan hieraan medewerking worden verleend via een reguliere afwijkingsprocedure als bedoeld in artikel 2.12, 1e lid, onder a, onder 2e van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. Voor het verlenen van medewerking aan bedrijfsactiviteiten binnen de bestemming 'Agrarisch' is een uitgebreide afwijkingsprocedure als bedoeld in artikel 2.12, 1e lid, onder a, onder 3e van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht nodig. In verband hiermede is een ruimtelijke onderbouwing noodzakelijk als onderdeel van de aanvraag omgevingsvergunning voor de activiteit strijd regels ruimtelijke ordening. Hierin moet worden aangetoond

8

Ruimtelijke onderbouwing

omgevingsvergunning Rijksweg 28, Nieuwerkerk

dat het initiatief niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening. De ruimtelijke onderbouwing dient te voldoen aan een aantal eisen, zoals deze zijn beschreven in het Besluit ruimtelijke ordening. In de voorliggende notitie wordt aangegeven wat de invloed is van het onderhavige plan op haar omgeving. Daarnaast wordt ook ingegaan op de relevante milieuaspecten, de uitvoerbaarheid en de juridisch- planologische consequenties. Op deze wijze wordt voldaan aan het bepaalde in het Besluit ruimtelijke ordening en wordt de haalbaarheid van onderhavige planontwikkeling aangetoond.

1.5

Leeswijzer

Hoofdstuk 2 geeft een planbeschrijving van de bestaande en nieuwe situatie. In hoofdstuk 3 wordt het beleidskader uiteengezet. Hierin wordt het voor dit bouwplan relevante rijks-, provinciaal en gemeentelijk beleid beschreven. In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op de waterparagraaf. Hoofdstuk 5 omvat de milieuaspecten. Ook uitvoeringsaspecten worden hier beschreven. Hoofdstuk 6 is gewijd aan de economische uitvoerbaarheid. In hoofdstuk 7 wordt tenslotte ingegaan op de uitkomsten van de gehouden inspraak en het overleg ex artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening.

Ruimtelijke onderbouwing

9

omgevingsvergunning Rijksweg 28, Nieuwerkerk

10

Ruimtelijke onderbouwing

omgevingsvergunning Rijksweg 28, Nieuwerkerk

Hoofdstuk 2 2.1

Planbeschrijving

Bestaande situatie

Het plangebied ligt aan de rand van de dorpskern van Nieuwerkerk. In deze oostrand ligt aan de parallelweg van de N59 een klein cluster van grootschalige bedrijfsgebouwen. Hierin zijn een zeilmakerij, bouwmarkt (Hubo) en aannemersbedrijf V&V Bouw gevestigd. Verder staan verspreid liggende woningen aan de parallelweg naast de N219. Ten westen van het plangebied staat een vrijstaande woning op nummer 30 met hierachter twee bijgebouwen. Achter het plangebied ligt grasland. Woning aan Rijk sweg 30.

Bijgebouwen van woning nr. 30.

Weiland achter plangebied.

Bedrijfswoning aan Rijk sweg 26.

Aannemersbedrijf V&V Bouw.

Hubo Bouwmarkt op nr. 26b.

Planspecifiek Het plangebied ligt aan de Rijksweg 28 ten westen van een bouwmarkt, zeilmakerij en een aannemersbedrijf. Aan het bebouwingslint staat de bedrijfswoning met hierachter een bedrijfsloods. Deze loods is in gebruik voor opslag van droge metalen in containers. Een tweede bedrijfsloods staat in de tweede lijn bebouwing. Deze loods wordt gebruikt opslag hooi. Ook verblijven hier koeien met hierachter een weidegebied. De gronden rondom deze bedrijfsloods zijn bestemd voor 'Agrarisch'. Op het bedrijfsperceel is een veehandel en fouragehandel gevestigd. Op het achterste gedeelte, deels in de bestemming 'Agrarisch', vindt al vele jaren ook inzameling van metalen in containers plaats op stelconplaten. Opslag van gesorteerde metalen vindt plaats in de bedrijfsloods achter de woning. De bestaande situatie is opgenomen in figuur 3.

Ruimtelijke onderbouwing

11

omgevingsvergunning Rijksweg 28, Nieuwerkerk

Figuur 3: Situatietek ening bestaand. Bedrijfswoning met loods.

Opslag metalen in loods.

Buitenopslag in containers.

Buitenopslag in containers.

Veestal en hooiopslag.

Koeien achter veestal.

2.2

Nieuwe situatie

De inzameling en het tijdelijk opslaan van droge metalen in containers is in strijd met het geldende bestemmingsplan, omdat binnen de bestemming 'Bedrijf' uitsluitend bedrijven zijn toegestaan in milieucategorie 1, alsmede een groothandel in levende dieren. Om de bestaande inzameling en het tijdelijk opslaan van droge metalen binnen de bestemming 'Bedrijf' en 'Agrarisch' te legaliseren is aanvraag omgevingsvergunning ingediend, nadat burgemeester en wethouders bij brief van 18 september 2023 een positieve grondhouding hebben aangenomen om deze bedrijfsactiviteiten onder voorwaarden te legaliseren. De buitenopslag met o.a. containers op het

12

Ruimtelijke onderbouwing

omgevingsvergunning Rijksweg 28, Nieuwerkerk

achterste deel van het bedrijfsperceel in ongeveer 520 m². De binnenopslag van circa 310 m² vindt plaats in de bedrijfsloods achter de bedrijfswoning. In verband hiermede is een akoestisch onderzoek industrielawaai uitgevoerd, waarin is aangetoond dat deze activiteiten vanuit akoestisch oogpunt acceptabel zijn. Het akoestisch rapport is opgenomen in Bijlage 1. Het onderzoek is toegelicht in paragraaf 5.1.2. Kortheidshalve wordt hiernaar verwezen. De situatietekening van de nieuwe toestand is opgenomen in figuur 4. Voor meer informatie wordt verwezen naar de bij de aanvraag omgevingsvergunning behorende stukken.

Figuur 4. Situatietek ening nieuw.

2.3

Verkeer en parkeren

Verkeer Nieuwerkerk ligt ten noorden van de N59. De N59 is een doorgaande route voor Schouwen-Duiveland en heeft een hoge verkeerslast. De naastgelegen Rijksweg is een parallelweg, dat tevens door recreatief fietsverkeer wordt gebruikt. Het perceel wordt ontsloten middels de bestaande uitrit op de Rijksweg. De maximum snelheid van deze weg is 60 km/uur. Op de naastgelegen N59 is de maximum snelheid 80 km/uur.

Ruimtelijke onderbouwing

13

omgevingsvergunning Rijksweg 28, Nieuwerkerk

Rijksweg en naastgelegen N59.

Uitrit met rechts parkeergelegenheid.

Parkeren Bij ruimtelijke ontwikkelingen is het van belang dat er voor gebruikers en bezoekers voldoende parkeerplaatsen voor auto's aanwezig zijn. Het gemeentelijke parkeerbeleid voor Schouwen-Duiveland is vastgelegd in het document “Parkeerbeleid Gemeente 2017-2020 gemeente Schouwen-Duiveland". Hierbij zijn de parkeernormen uit de CROW publicatie 317 aangehouden, zoals deze nadien zijn opgenomen in het bestemmingsplan 'Parapluplan parkeernormen Schouwen-Duiveland'. Uitgangspunt is dat parkeren dient plaats te vinden op eigen terrein. Als stedelijkheidsgraad houdt de gemeente Schouwen-Duiveland 'weinig stedelijk' aan. De gemeente hanteert voor het gehele grondgebied, met uitzondering van Zierikzee, de parkeerkencijfers voor 'rest bebouwde kom' (binnen de bebouwde kom) en 'buitengebied' (buiten de bebouwde kom). De relevante parkeernorm is opgenomen in tabel 2.1. Tabel 2.1 Park eerk encijfers woningen gemeentelijk parkeerbeleid. Functies Norm rest bebouwde Aantal/ kom, weinig stedelijk oppervlakte Koop, huis, vrijstaand 2,6 per woning 1 woning Bedrijf arbeidsextensief/ 1,1 pp per 100 m² 450 m² bezoekersextensief (midden bandbreedte) Totaal

Aantal pp 2,7 pp 5,0 pp 8 pp (afgerond)

Op het bedrijfserf liggen aan de voorzijde vier parkeerplaatsen voor personenauto's. Op het open terrein is voldoende plaats voor het stallen van personenauto's en rijdend materieel. Voldaan kan worden aan de parkeerbehoefte.

14

Ruimtelijke onderbouwing

omgevingsvergunning Rijksweg 28, Nieuwerkerk

Hoofdstuk 3 3.1

Beleidskader

Rijksbeleid

3.1.1 Nationale Omgevingsvisie (2020) Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie 'Duurzaam perspectief voor onze leefomgeving' vastgesteld (afgekort NOVI). De visie bevat hoofdzaken van het strategisch rijksbeleid voor de fysieke leefomgeving. Deze Omgevingsvisie vervangt de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (2012). De NOVI is een instrument van de nieuwe Omgevingswet en loopt vooruit op de inwerkingtreding van die wet. Vanwege het uitstel van de inwerkingtreding van de Omgevingswet komt de NOVI als structuurvisie uit onder de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Zodra de Omgevingswet op 1 januari 2024 in werking treedt, zal deze structuurvisie gelden als de Nationale Omgevingsvisie, zoals in de nieuwe wet bedoeld. In de NOVI wordt door het Rijk een langetermijnvisie gegeven op de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De NOVI bestaat uit een visie, toelichting en uitvoeringsagenda. De combinatie van deze drie documenten zorgt voor een toetsing die leidt tot nationale strategische keuzes en gebiedsgericht maatwerk. De NOVI beschrijft een toekomstperspectief met de ambities van het rijk. In de NOVI zijn 21 nationale belangen in de fysieke leefomgeving met bijbehorende opgaven geformuleerd. Die opgaven zijn in feite het verschil tussen de ambitie en de huidige situatie en verwachte ontwikkelingen.

De vier prioriteiten De samenhang tussen opgaven manifesteert zich rond vier prioriteiten. Dat zijn complexe, omvangrijke en dringende opgaven die voortkomen uit of samenhangen met grote transities. Politieke en maatschappelijke keuzes zijn vooral daar nodig, om op deze prioriteiten voortgang te boeken op een manier die draagvlak heeft en bijdraagt aan de kwaliteit van de leefomgeving. Als een samenhangende, integrale aanpak nodig is, over de sectoren heen, vraagt dit een andere inzet. Het gaat hier om de volgende prioriteiten. 1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie 2. Duurzaam economisch groeipotentieel 3. Sterke en gezonde steden en regio's 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied Voor de vier NOVI-prioriteiten geldt steeds dat zowel voor de lange als de korte termijn maatregelen nodig zijn. Deze maatregelen dienen in de praktijk voortdurend op elkaar in te spelen. Bij de afweging van de belangen staat een evenwichtig gebruik van de fysieke leefomgeving centraal voor zowel de boven- als de ondergrond. Drie afwegingsprincipes Doel van de Omgevingswet is het bereiken van een balans tussen: ‘(a) bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit en (b) doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving ter vervulling van maatschappelijke behoeften’.

Deze dubbele doelstelling uit de Omgevingswet is vertaald in een omgevingsinclusieve benadering van de leefomgeving: ontwikkeling van de leefomgeving gaat samen met versterking van te beschermen waarden als gezondheid, landschap, waterveiligheid, natuur, cultureel erfgoed, leefomgevingskwaliteit en milieukwaliteit. Veiligheid, gezondheid en duurzaamheid zijn basale randvoorwaarden voor alle maatschappelijke activiteiten zoals bedrijfsmatige activiteiten, de energietransitie en de woningbouw. Om aan het afwegingsproces en de omgevingsinclusieve benadering richting te geven, gebruikt het rijk in het omgevingsbeleid drie afwegingsprincipes. Deze zijn: 1. Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies; 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal; 3. Afwentelen wordt voorkomen. Relatie tot bouwplan In de uitwerking van prioriteit 3 'Sterke en gezonde steden en regio's' is een aantal beleidskeuzes opgenomen. Er zijn vooral in steden en stedelijke regio’s nieuwe locaties nodig voor wonen en werken. Het liefst binnen de bestaande stads- en dorpsgrenzen, zodat de open ruimten tussen stedelijke regio’s behouden blijven. Dit vraagt optimale afstemming op en investeringen in mobiliteit. Tegelijk wil het rijk de leefbaarheid en klimaatbestendigheid in steden en dorpen verbeteren. Deze ontwikkeling voorziet in de

Ruimtelijke onderbouwing

15

omgevingsvergunning Rijksweg 28, Nieuwerkerk

legalisatie van het inzamelen en tijdelijk opslaan van droge metalen naast de planologisch toegestane bedrijfsactiviteiten (bedrijf in milieucategorie 1 en groothandel in levende dieren) op het bedrijfsperceel. De rijksbelangen worden niet geraakt. 3.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (afgekort Barro) bevat een beperkt aantal beslissingen van wezenlijk belang uit de Structuurvisie. Deze algemene regels bewerkstelligen dat nationale ruimtelijke belangen doorwerken tot op lokaal niveau. Voor deze belangen is het Rijk verantwoordelijk en wil het resultaten boeken. Buiten deze belangen hebben decentrale overheden beleidsvrijheid. Het Barro en de hierbij behorende ministeriële regeling zijn op 30 december 2011 in werking getreden. Door de (thans 14) nationale belangen vooraf in bestemmingsplannen te borgen, wordt met het Barro bijgedragen aan versnelling van de besluitvorming bij ruimtelijke ontwikkelingen en vermindering van de bestuurlijke drukte. De rijksbelangen zijn bij dit plan niet in het geding. 3.1.3 Besluit ruimtelijke ordening (2017) Ladder voor duurzame verstedelijking (artikel 3.1.6 Bro) Om zorgvuldig ruimtegebruik te bevorderen neemt het Rijk enkel nog een 'Ladder' voor duurzame verstedelijking op. Hierdoor neemt de bestuurlijke drukte af en ontstaat er ruimte voor regionaal maatwerk.

Dit betekent dat in de toelichting van een ruimtelijk plan een beschrijving wordt opgenomen van de behoefte aan de voorgenomen stedelijke ontwikkeling. Indien blijkt dat de stedelijke ontwikkeling niet binnen het bestaand stedelijk gebied kan worden voorzien, bevat de toelichting een motivering daarvan en een beschrijving van de mogelijkheid om in die behoefte te voorzien op de gekozen locatie buiten het bestaand stedelijk gebied. Doel van de ladder is een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. De ladder is als een procesvereiste opgenomen in het Besluit ruimtelijke ordening. Hierna wordt de planontwikkeling getoetst aan de Ladder, zoals deze vanaf 1 juli 2017 geldt. Toetsing initiatief aan Ladder voor duurzame verstedelijking De belangrijkste motiveringsplichten van de Ladder, namelijk dat de behoefte aan een nieuwe ontwikkeling moet worden aangetoond en dat moet worden toegelicht – als de ontwikkeling buiten het bestaand stedelijk gebied wordt gerealiseerd – waarom het bestaand stedelijk gebied niet geschikt is voor de nieuwe ontwikkeling, vloeien voort uit andere wettelijke normen en jurisprudentie. Ook in het geval er geen sprake is van een formele 'nieuwe stedelijke ontwikkeling', moet toch het nut en de noodzaak aan die ontwikkeling en de uitvoerbaarheid daarvan worden aangetoond.

Dit bouwplan maakt het inzamelen en tijdelijk opslaan van droge metalen mogelijk op een bestaand bedrijfsperceel dat deels binnen de agrarische bestemming plaatsvindt naast de planologisch toegestane bedrijfsactiviteiten (bedrijven in milieucategorie 1 en groothandel in levende dieren) in bestaand dorpsgebied. Het begrip 'stedelijke ontwikkeling', zoals opgenomen in de definitie in het Besluit ruimtelijke ordening is niet nader gedefinieerd in het Bro. Het moet echter gaan om een ruimtelijke ontwikkeling van enige omvang. Op grond van jurisprudentie is er geen sprake van een stedelijke ontwikkeling. In paragraaf 3.2.3 wordt hierop nader ingegaan. 3.1.4 Conclusie Rijksbeleid Het rijksbeleid laat zich niet specifiek uit over dergelijke kleinschalige ontwikkelingen. Het initiatief raakt geen rijksbelangen zoals opgenomen in de Nationale Omgevingsvisie het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening. De Ladder voor duurzame verstedelijking is niet van toepassing voor deze activiteit binnen de bestemming 'Bedrijf'. Vanuit rijksbeleid zijn er geen beperkingen aan deze planontwikkeling.

16

Ruimtelijke onderbouwing

omgevingsvergunning Rijksweg 28, Nieuwerkerk

3.2

Provinciaal beleid

3.2.1 Omgevingsplan Zeeland 2018 Op 21 september 2018 hebben Provinciale Staten het Omgevingsplan Zeeland 2018 vastgesteld. Het Omgevingsplan Zeeland 2018 bevat de hoofdlijnen uit alle provinciale beleidsplannen voor de fysieke leefomgeving. Het Omgevingsplan behandelt de thema's economie, ruimte, mobiliteit, natuur, cultuur, water en milieu. Ten opzichte van het Omgevingsplan Zeeland 2012-2018 is voor het overgrote deel geen nieuw beleid gevormd. De kern van het omgevingsplan wordt gevormd door vier integrale strategische toekomstgerichte opgaven die nationaal en provinciaal centraal staan: 1. duurzame en concurrerende economie; 2. klimaatbestendige en -neutrale samenleving; 3. waardevolle leefomgeving; 4. toekomstbestendige bereikbare woon-, werk- en verblijfsomgeving. Voor de ontwikkeling die dit plan mogelijk maakt is de opgave 'toekomstbestendige bereikbare woon-, werk- en verblijfsomgeving' van toepassing. Voor een goed woon- en werkklimaat zijn veel verschillende factoren van belang. Het gaat om de woningen en bedrijfspanden zelf, de directe omgeving en de toegang tot hoofdwegen en voorzieningen. Bereikbaarheid van voorzieningen wordt daarbij belangrijker dan de nabijheid. Om voorzieningen naar de toekomst op peil te houden en leegstand te voorkomen, is het belangrijk om de ontwikkeling van de Zeeuwse steden te stimuleren.

Want stad en omliggende regio functioneren feitelijk als één geheel. In de paragraaf Stedenbeleid is vastgelegd dat in het stedelijk gebied veel specifieke ruimtelijke, economische en maatschappelijke opgaven samenkomen. Steden met goede voorzieningen en vitale binnensteden zijn belangrijk voor een aantrekkelijk woon- en vestigingsklimaat. Op kaart 19 van het Omgevingsplan maakt het plangebied onderdeel uit van toekomstbestendige en bereikbare woon- en verblijfsomgeving: stedenbeleid (figuur 5). De opgave ligt primair bij herstructurering, inbreiding binnen de bestaande kern. De milieubelasting ten gevolge van wonen, werken en recreatie dient zo veel mogelijk te worden beperkt en waar mogelijk te worden gebundeld. De afstemming met deze milieuhygiënische normen en kwaliteitsdoelstellingen dient op adequate wijze te worden geregeld en vormgegeven in het gemeentelijk ruimtelijk beleid. Zoneringen hebben een tweezijdige werking. Zowel bij nieuwe gevoelige als bij nieuwe belastende bestemmingen en grondgebruik dient met de aangegeven afstanden rekening gehouden te worden. Toetsing planinitiatief Op kaart 19 van het Omgevingsplan maakt het plangebied onderdeel uit van toekomstbestendige en bereikbare woon- en verblijfsomgeving: stedenbeleid.

Op het bedrijfsperceel en een gedeelte van de agrarische bestemming wordt het mogelijk gemaakt om het inzamelen en tijdelijk opslaan van droge metalen toe te staan naast de planologisch toegestane bedrijfsactiviteiten (bedrijven in milieucategorie 1 en groothandel in levende dieren). Het initiatief draagt bij aan een duurzame en concurrerende economie. De bedrijfsactiviteiten zijn milieutechnisch inpasbaar aan de rand van de dorpskern, zoals aangetoond in hoofdstuk 5.1 (Milieu). In de nieuwe situatie blijft de milieubelasting ten minste gelijk ten opzichte van het toegestane planologisch gebruik. Conclusie Deze aanvraag omgevingsvergunning maakt de legalisatie van het inzamelen en tijdelijk opslaan van droge metalen mogelijk naast de planologisch toegestane bedrijfsactiviteiten, te weten bedrijven in milieucategorie 1 en een groothandel in levende dieren. Deze bedrijfsactiviteiten leiden niet tot aantasting van de provinciale belangen.

Ruimtelijke onderbouwing

17

omgevingsvergunning Rijksweg 28, Nieuwerkerk

Figuur 5: Uitsnede Omgevingsplan Provincie Zeeland 2018: kaart 19 Overige steden en dorpen. 3.2.2 Zeeuwse Omgevingsvisie Provinciale Staten van Zeeland hebben op 12 november 2021 de Zeeuwse Omgevingsvisie vastgesteld. De Zeeuwse Omgevingsvisie is een strategische langetermijnvisie voor Zeeland en beschrijft de volle breedte van de leefomgeving en alle andere onderwerpen die van belang zijn voor de toekomst van Zeeland. De visie voldoet aan de vereisten die de Omgevingswet stelt aan een Omgevingsvisie en heeft tot inwerkingtreding van de Omgevingswet een wettelijke basis in de Wet ruimtelijke ordening (artikel 2.2), Wet Milieubeheer (artikel 4.9), Waterwet (artikel 4.4) en Planwet verkeer en vervoer (artikel 5). De uitdagingen voor Zeeland bestaan voornamelijk uit de klimaatverandering, stijging van de zeespiegel, afname van biodiversiteit, andere bevolkingssamenstelling door vergrijzing. Deels is het de uitdaging te behouden wat er is, deels is het de uitdaging in te spelen op de ontwikkelingen die komen gaan. Om deze uitdagingen het hoofd te bieden en tegelijkertijd te werken aan brede welvaart, beschrijft de Zeeuwse Omgevingsvisie vier Zeeuwse Ambities voor 2050. Deze ambities betreffen: 1. uitstekend wonen en werken in Zeeland; 2. balans in grote wateren en het landelijk gebied; 3. een duurzame en innovatieve economie; 4. een klimaatbestendig en CO2-neutraal Zeeland.

Deze vier Zeeuwse ambities vragen om een goede afweging van keuzes, zowel op regionaal als op lokaal niveau. De drie afwegingsprincipes die het Rijk daarvoor heeft bedacht -zoals aangegeven in de NOVI- zijn in de Omgevingsvisie vertaald naar vier afwegingsfactoren. Deze zijn nodig om een zorgvuldige afweging te kunnen maken bij concrete initiatieven en activiteiten in Zeeland. Deze afwegingsfactoren zijn: 1. Doe meer met minder grond. 2. Werk samen en deel kosten en baten. 3. Maak gebruik van de Zeeuwse kernkwaliteiten. 4. Denk aan de toekomst en aan de rest van de wereld. De vier ambities zijn algemene strategische ambities met 2050 als horizon. Deze moeten ook richting geven aan beleidsdoelstellingen voor de kortere termijn (2030). In de Omgevingsvisie Zeeland is dan ook

18

Ruimtelijke onderbouwing

omgevingsvergunning Rijksweg 28, Nieuwerkerk

het beleid voor de periode tot 2030 vormgegeven. Dit beleid is onderverdeeld in doelen voor 2030, de huidige situatie, acties voor de periode tot 2030 én afwegingsfactoren voor de uitvoering. Er zijn 27 thema's (bouwstenen) uitgewerkt waarbij het beleid voor de komende 10 jaar is weergegeven en waarvoor instrumenten, waaronder de Zeeuwse Omgevingsverordening, kunnen worden ingezet. In de Zeeuwse Omgevingsverordening is het beleid uit de Zeeuwse Omgevingsvisie verankerd. Conclusie De Omgevingsvisie is zelfbindend voor de provincie. Het initiatief ziet op het legaliseren van het inzamelen en tijdelijk opslaan van droge metalen naast de planologisch toegestane bedrijfsactiviteiten (bedrijven in milieucategorie 1 en groothandel in levende dieren). Een deel hiervan vindt plaats op de agrarisch bestemming dat niet meer als zodanig in gebruik is. Het plangebied valt binnen de bestaande dorpskern. Met het initiatief wordt invulling gegeven aan de ambitie 'uitstekend wonen en werken in Zeeland'. Het plan is passend in de omgeving, zoals toegelicht in paragraaf 5.1.2. De ontwikkeling is in lijn met de Zeeuwse omgevingsvisie. 3.2.3 Omgevingsverordening Zeeland (2018) In de Omgevingsverordening van de provincie Zeeland zijn regels opgenomen ten aanzien van de fysieke leefomgeving van de provincie Zeeland.

Hierbij zijn de uitgangspunten opgenomen die zijn vastgelegd in het provinciale omgevingsplan. Onder bestaand stedelijk gebied wordt in artikel 2.1, lid k van de Omgevingsverordening verstaan: bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur. Op grond van artikel 2.3, lid 1 (Bedrijven) kunnen in een bestemmingsplan bedrijven uitsluitend worden toegelaten op gronden die op het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening daartoe zijn bestemd alsmede op bedrijventerreinen. Deze bepaling is evenwel op grond van lid 2 niet van toepassing op solitaire bedrijven binnen bestaand stedelijk gebied. Toetsing aan Omgevingsverordening Het plangebied heeft in het bestemmingsplan 'Nieuwerkerk en Oosterland' al nagenoeg de bestemming 'Bedrijf', waarmee Gedeputeerde Staten hebben ingestemd. Het plangebied ligt binnen bestaand stedelijk gebied zoals vastgelegd in de Omgevingsverordening. Naast de toegestane veehandel is er sprake van het inzamelen en tijdelijk opslaan van droge metalen in plaats van een bedrijf in milieucategorie 1. De bedrijfsactiviteiten zijn milieutechnisch inpasbaar zoals toegelicht in paragraaf 5.1.2. Vanuit een goede ruimtelijke ordening zijn deze bedrijfsactiviteiten inpasbaar.

Toetsing aan Ladder voor duurzame verstedelijking De aanvraag omgevingsvergunning legaliseert het inzamelen en tijdelijk opslaan van droge metalen naast de planologisch toegestane bedrijfsactiviteiten (bedrijven in milieucategorie 1 en groothandel in levende dieren). Deze bedrijfsactiviteit vindt plaats op een perceelsgedeelte van circa 520 m². Het bedrijfsgebouw voor de opslag hiervan heeft een oppervlakte van circa 310 m². Gesteld kan worden dat de gebruiksmogelijkheden te kleinschalig zijn om onder het regime van artikel 3.1.6 lid 2 Bro te vallen, waarin de Ladder voor duurzame verstedelijking is opgenomen (o.a. Uitspraak Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State 23 april 2014, zaaknummer 201306183/1). Toetsing aan de Ladder is derhalve niet nodig. Conclusie Deze planontwikkeling maakt het inzamelen en tijdelijk opslaan van droge metalen mogelijk in bestaand dorpsgebied. De ruimtelijke- en beeldkwaliteit wijzigt niet. Het bouwplan is in overeenstemming met de provinciale belangen zoals verwoord in de Omgevingsverordening Zeeland (2018).

3.3

Gemeentelijk beleid

3.3.1 Strategische visie 'Tij van de Toekomst' De ambities op het gebied van wonen, werken en verblijven heeft de gemeenteraad op 3 oktober 2011 vastgesteld in de Strategische Visie 'Tij van de Toekomst'.

Ruimtelijke onderbouwing

19

omgevingsvergunning Rijksweg 28, Nieuwerkerk

Florerende kleinschalige bedrijvigheid Schouwen-Duiveland is nog steeds een ondernemend eiland. Het eiland is de thuisbasis voor een groot aantal kleine ondernemers die graag profiteren van de kwaliteiten van het vakantie-eiland om wonen en werken te combineren. Creatieve bedrijvigheid (grafische en interactieve media, architecten en kunstenaars) en de ICT-sector maken hiervan gebruik. De inzet van moderne technieken (het ‘nieuwe werken’) en interactieve en sociale media, dragen ertoe bij dat mensen flexibel en dichter bij huis kunnen werken. Schouwen-Duiveland is voor deze werknemers een ideale uitvalsbasis (‘beste van twee werelden’). Er is geen zware industrie en bedrijvigheid op Schouwen-Duiveland. Bedrijven met een wat grotere omvang zijn geconcentreerd op de bedrijventerreinen bij Zierikzee. Bruinisse biedt onderdak aan watergebonden bedrijven. Een aantal van de werklocaties (bijvoorbeeld De Roterij) is geherstructureerd en qua ruimtelijke kwaliteit en functionaliteit aanzienlijk verbeterd. Keuzen en randvoorwaarden De gemeente faciliteert kleinschalige bedrijvigheid op de juiste locaties. Functiemenging van wonen en werken is mogelijk met behoud van de kernkwaliteiten (zoals beschermde dorps- en stadsgezichten). De gemeente stimuleert en faciliteren maatschappelijk verantwoord ondernemen (MVO).

De gemeente en ondernemers werken samen om betrokkenheid met de samenleving en de leefbaarheid in kernen te behouden. De gemeente breidt de bedrijventerreinen Bruinisse en Zierikzee uit. Bestaande bedrijventerreinen in de overige kernen worden onder nader te bepalen randvoorwaarden en binnen provinciaal en rijksbeleid alleen uitgebreid als dit nodig is voor de uitbreiding van de op die terreinen gevestigde bedrijven. Randvoorwaarde hierbij is onder andere de verruiming van bestemmingsmogelijkheden voor combinaties van wonen en werken, met oog voor bestaande situaties (bijvoorbeeld eisen milieu). Toetsing planinitiatief Met deze aanvraag omgevingsvergunning wordt, naast de toegestane veehandel, het inzamelen en tijdelijk opslaan van droge metalen aangevraagd in plaats van een bedrijf in milieucategorie 1. Middels akoestisch onderzoek is aangetoond dat deze bedrijfsactiviteiten inpasbaar zijn, zoals toegelicht in paragraaf 5.1.2. Hoewel deze bedrijfsactiviteit niet concreet is benoemd kan worden gesteld dat de gevraagde gebruiksactiviteiten in overeenstemming is met de ambities uit de Strategische Visie. Conclusie De visie heeft een hoog abstractieniveau, waarin geen uitspraken worden gedaan op perceelsniveau. Het inzamelen en tijdelijk opslaan van droge metalen op het bedrijfsperceel is ruimtelijk en milieutechnisch inpasbaar.

Gesteld kan worden dat deze bedrijfsactiviteit op het bedrijfsperceel in overeenstemming is met de uitgangspunten van de Strategische visie 'Tij van de Toekomst'.

20

Ruimtelijke onderbouwing

omgevingsvergunning Rijksweg 28, Nieuwerkerk

Hoofdstuk 4 4.1

Water

Inleiding

Water en ruimtelijke ordening hebben veel met elkaar te maken. Aan de ene kant is water één van de sturende principes in de ruimtelijke ordening en kan daarmee beperkingen opleggen aan het ruimtegebruik zoals locaties voor stadsuitbreiding. Aan de andere kant kunnen ontwikkelingen in het ruimtegebruik ongewenste effecten hebben op de waterhuishouding. Een Watertoets geeft aan wat de gevolgen zijn van een ruimtelijk plan voor de waterhuishouding in het betreffende gebied. Doel van de Watertoets is de relatie tussen planvorming op het gebied van de ruimtelijke ordening en de waterhuishouding te versterken.

4.2

Beleidskader rijk, provincie en gemeente

Op verschillende bestuursniveaus zijn de afgelopen jaren beleidsnota's verschenen aangaande de waterhuishouding. Deze paragraaf geeft een overzicht van de voor het plangebied relevante nota's. Rijk Op 10 december 2015 hebben de minister van Infrastructuur en Milieu en de staatssecretaris van Economische Zaken het Nationaal Waterplan 2016 – 2021 (NWP2) vastgesteld. Het NWP2 is het formele rijksplan voor het nationale waterbeleid en is, voor wat betreft de ruimtelijke aspecten, een structuurvisie zoals bedoeld in de Wet ruimtelijke ordening. In de Waterwet is vastgelegd dat het Rijk dit plan eens in de zes jaar actualiseert. Het NWP2 geeft op hoofdlijnen aan welk beleid het Rijk in de periode 2016 - 2021 voert om te komen tot duurzaam waterbeheer. Het NWP2 richt zich op een goede bescherming tegen overstromingen, het voorkomen van wateroverlast en droogte en het bereiken van een goede waterkwaliteit, een duurzaam beheer en goede milieutoestand van de Noordzee en een gezond ecosysteem als basis voor welzijn en welvaart. In het Nationaal Waterplan zijn de maatregelen benoemd die worden genomen om de verschillende doelen te bereiken.

In het Nationaal Waterplan 2016-2021 staan de volgende ambities centraal: Nederland blijft de veiligste delta in de wereld; Nederlandse wateren zijn schoon en gezond en er is genoeg zoetwater; Nederland is klimaatbestendig en waterrobuust ingericht; Nederland is en blijft een gidsland voor watermanagement; Nederlanders leven waterbewust. Het waterbeleid zoals geformuleerd in het NWP2 werkt door op provinciaal en regionaal niveau, om zo te komen tot gebiedsgericht beleid. Via het provinciaal en gemeentelijk waterbeleid en het beleid van de waterschappen dient het rijksbeleid zoals geformuleerd in het NWP door te werken tot op bestemmingsplanniveau. De watertoets, die is geregeld in het Besluit ruimtelijke ordening, blijft een belangrijk instrument om de waterbeheerder vroegtijdig bij ruimtelijke planprocessen te betrekken. Daarnaast is in het NWP2 aangegeven dat aandacht moet worden geschonken aan de planologische borging van beschermingszones van primaire waterkeringen, door deze vast te leggen in bestemmingsplannen. Eén en ander is op rijksniveau in het Barro vastgelegd. Provincie De Provincie heeft het beleid voor de bescherming van het grond- en oppervlaktewater opgenomen in het Omgevingsplan. Hierin staan normen voor de regionale watersystemen (het slotenstelsel). Ze moeten bij hevige neerslag voldoende water kunnen bergen en afvoeren.

In het kader van de afstemming met de ruimtelijke ordening zijn in het Omgevingsplan van de provincie Zeeland waterkansenkaarten opgesteld voor onder andere overige functies. Deze kaarten zijn beschikbaar via de provinciale website. De Waterfunctiekaart vormt de leidraad voor het waterbeheer, die de waterhuishoudkundige bestemming met bijbehorende gebruiksvoorwaarden van het grond- en oppervlaktewater aangeeft. De Waterkansenkaart geeft de noodzakelijke inspanning aan om een gebied geschikt te maken voor stedelijke ontwikkeling. Indien nodig wordt een nadere toetsing op locatieniveau door het waterschap uitgevoerd. Op de Waterkansenkaart is deze inspanning als deels 'normaal' en deels 'hoog' aangeduid.

Ruimtelijke onderbouwing

21

omgevingsvergunning Rijksweg 28, Nieuwerkerk

Gemeente De gemeente Schouwen-Duiveland heeft samen met het Waterschap en de provincie Zeeland een waterplan (2007) opgesteld voor het binnendijkse gebied van de gemeente. Het waterplan geeft de kaders aan hoe tot 2015 omgegaan zal worden met water. Het beleid is gericht op een grotere belevingswaarde van water, een betere waterkwaliteit, geen overlast van water en meer rekening houden bij ontwikkelingen met water. De uitvoering van dit beleid vindt in samenwerking plaats. In het waterplan is gekeken naar de knelpunten die er zijn, de opgaven die er liggen en de kansen die er kunnen komen om aan het beleid uitvoering te geven. Gezamenlijk met het Waterschap en de provincie wordt jaarlijks een uitvoeringsprogramma opgesteld welke maatregelen dat jaar genomen worden.

4.3

Beleid waterschap Scheldestromen

Het plangebied ligt binnen het beheersgebied van het Waterschap Scheldestromen. Dit schap is in het gebied verantwoordelijk voor de waterhuishouding: het waterkwaliteitsbeheer, het waterkwantiteitsbeheer en de zorg voor de waterkeringen. Voor elk ruimtelijk plan wordt overleg gevoerd met de waterbeheerder over de effecten van de bouwmogelijkheden op het waterbeheer. De waterbeheerder voert de Watertoets uit. De Watertoets heeft als doel het voorkomen dat nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen plaatsvinden die in strijd zijn met duurzaam waterbeheer. De opmerkingen van de waterbeheerder worden verwerkt in deze waterparagraaf. Beleid waterbeheerder In het door de Algemene Vergadering op 19 november 2015 vastgestelde Waterbeheerplan 2016-2021 zijn de hoofdlijnen van het beleid op het gebied van watersystemen en afvalwaterketen opgenomen. Het waterschap heeft daar een specifieke verantwoordelijkheid voor. Wettelijk vastgelegde taken zoals het zorgen voor een goed functionerend regionaal watersysteem en voor het doelmatig zuiveren van afvalwater. Ook heeft het waterschap de taak om het watersysteem en de afvalwaterketen toekomstbestendig te maken, zodat zij gevolgen van de klimaatverandering kan opvangen.

Dit waterbeheerplan staat voor verbinding met het werk van andere overheden: Provincie Zeeland, gemeenten, Rijkswaterstaat, naburige Vlaamse waterbeheerders en het Ministerie van Infrastructuur en Milieu. Het waterschap schept randvoorwaarden voor gebruikers, maar biedt ook mogelijkheden en meerwaarde voor maatschappelijke gebruikers zoals burgers, agrariërs, terreinbeheerders, ondernemers en bedrijven, recreanten. De visie van het waterschap luidt als volgt: 'Doelmatig beheer van watersystemen en afvalwaterketen. Deze zijn robuust en toekomstbestendig ingericht' met als doelen dat het watersysteem en de afvalwaterketen in het beheergebied in 2027 op orde zijn, ook voor de klimaatomstandigheden die worden verwacht. Concreet betekent dat voor het watersysteem de volgende doelen: Watersystemen zijn zo ontworpen dat ernstige en langdurige wateroverlast zoveel mogelijk wordt voorkomen: oppervlaktewater treedt niet vaak buiten zijn oevers. De gehanteerde waterpeilen zijn afgestemd op het grondgebruik oftewel de functies landbouw, natuur en wonen: goed waterpeil onder normale omstandigheden. Zorgen voor waterkwaliteit die nodig is voor mens, plant en dier: gezond oppervlaktewater. Faciliteren van een verantwoord gebruik van het beschikbare zoetwater.

Voor de afvalwaterketen vertaalt het waterschap dit naar de volgende doelen: In de afvalwaterketen van de toekomst wordt afvalwater op een duurzame en efficiënte manier ingezameld en gezuiverd, zodat het geen bedreiging vormt voor volksgezondheid en omgevingskwaliteit. Het beheer en onderhoud is gericht op het in stand houden van het waterlopenstelsel voor berging, doorvoer en afvoer van overtollig water. Daarnaast past het waterschap het watersysteem waar nodig aan om aan de doelen te (blijven) voldoen. Ook zet zij zich in om emissies die nadelig zijn voor de waterkwaliteit, te beperken. In de afvalwaterketen gaat het waterschap de energie efficiency verbeteren. Dat doet zij door duurzame energie en grondstoffen te winnen uit afvalwater. Ook geeft het waterschap in de afvalwaterketen prioriteit aan het veilig stellen van de vereiste functionaliteit door knelpunten weg te nemen en (groot) onderhoud uit te voeren.

22

Ruimtelijke onderbouwing

omgevingsvergunning Rijksweg 28, Nieuwerkerk

4.4

Waterhuishouding

Toetsingskader Het waterkwantiteits- en waterkwaliteitsbeheer in het binnendijkse gedeelte wordt gevoerd door Waterschap Scheldestromen. Het Waterschap beheert de waterkeringen in haar beheergebied buiten de bebouwde kom. De rioleringstaak binnen het plangebied valt onder de verantwoordelijkheid van de gemeente Schouwen-Duiveland. In het kader van de watertoets wordt deze waterparagraaf overlegd met het waterschap, waarna de opmerkingen worden verwerkt in deze waterparagraaf. Beschrijving watersysteem Veiligheid en waterkeringen Het plangebied ligt niet in een kernzone en/of beschermingszone van een (regionale) waterkering op grond van de Legger primaire waterkeringen. Er zijn geen beperkingen voor het plangebied. Legger oppervlaktewater Op de Legger Oppervlaktewaterlichamen liggen er in het plangebied geen primaire, secundaire en tertiaire watergangen met een beschermingszone. Een uitsnede van de Legger is opgenomen in figuur 6. Er zijn geen beperkingen voor het plangebied.

Figuur 6: Uitsnede Legger Oppervlak telichamen. Plangebied blauw gestippeld omkaderd. Afvalwaterketen en riolering In de gemeente Schouwen-Duiveland wordt het afvalwater van huishoudens en industrie voor een groot deel ingezameld met riolering. Hierbij wordt gebruik gemaakt van zowel vrijverval riolering als drukriolering. Via een stelsel van persleidingen wordt het afvalwater getransporteerd naar de rioolafvalwaterzuivering. Beschrijving waterkwantiteit Op het perceel staat een bedrijfswoning met twee bedrijfsloodsen. De bedrijfsactiviteiten worden vinden plaats op verhard terrein. Ten opzichte van de bestaande bedrijfssituatie wijzigt het verhard oppervlak niet. Er worden geen watergangen gedempt. Gelet hierop is het realiseren van vervangend water niet

Ruimtelijke onderbouwing

23

omgevingsvergunning Rijksweg 28, Nieuwerkerk

nodig. Waterafvoer Het overtollig hemelwater van de daken van de bebouwing wordt afgevoerd via straatkolken. Hergebruik van hemelwater kan in beperkte mate plaatsvinden door middel van opvang in regentonnen. Het afvalwater wordt op de aanwezige riolering worden aangesloten overeenkomstig de door de gemeente gestelde eisen. Geen gebruik wordt gemaakt van uitloogbare bouwmetalen. Voor vergunningplichtige activiteiten zal tijdig een Waterwetvergunning worden aangevraagd bij het waterschap.

4.5

Watertoets

Er is aan de hand van de criteria uit de Handreiking watertoets van het Waterschap Scheldestromen nagegaan of het voorliggende plan strijdig is met de waterdoelstellingen c.q. noodzaakt tot waterhuishoudkundige maatregelen. Hierna wordt per thema ingegaan op de wateraspecten. Thema en water(beheer)doelstelling

Uitwerking

Veiligheid waterkeringen Waarborgen van het veiligheidsniveau en rekening houden met de daarvoor benodigde ruimte.

Het plangebied ligt niet in een waterkering en/of kern- of beschermingszone. De bedrijfsactiviteiten hebben geen gevolgen voor de waterveiligheid.

Voorkomen overlast door oppervlaktewater Het plan biedt voldoende ruimte voor het vasthouden, bergen en afvoeren van water. Waarborgen van voldoende bouwpeil om inundatie vanuit oppervlaktewater in maatgevende situaties te voorkomen. Rekening houden met de gevolgen van klimaatverandering en de kans op extreme weersituaties.

Sprake is van een groothandel in levende dieren. Op een gedeelte van het terrein vindt het inzamelen en tijdelijk opslaan van droge metalen plaats. Het verhard oppervlak wijzigt niet. Op grond van de richtlijnen van het Waterschap is watercompensatie niet nodig.

Voorkomen overlast door hemel- en Het huishoudelijk afvalwater wordt afgevoerd via de afvalwater bestaande riolering. Het hemelwater van de daken van (inclusief water op straat/ overlast) de bebouwing wordt afgevoerd via straatkolken. Waarborgen optimale werking van de zuiveringen/ RWZI's en van de (gemeentelijke) rioleringen. Afkoppelen van (schone) verharde oppervlakken in verband met de reductie van hydraulische belasting van de RWZI, het transportsysteem en het beperken van overstorten. Grondwaterkwantiteit en verdroging De ontwikkeling voorziet niet in het onttrekken van Tegengaan/ verhelpen van grondwateroverlast grondwater. De ontwikkeling veroorzaakt evenmin en -tekort. Rekening houden met de gevolgen mogelijke grondwateroverlast. van klimaatverandering. Beschermen van infiltratiegebieden en -mogelijkheden.

24

Ruimtelijke onderbouwing

omgevingsvergunning Rijksweg 28, Nieuwerkerk

Grondwaterkwaliteit Behoud/ realisatie van een goede grondwaterkwaliteit. Denk aan grondwaterbeschermingsgebieden.

In het plangebied is geen sprake van grondwateroverlast. Voor deze bedrijfsactiviteiten wordt geen grondwater onttrokken. Grondwateroverlast en verdroging wordt tegengegaan door de afvoer van hemelwater naar straatkolken. Het plangebied ligt niet in een grondwaterbeschermingsgebied ten behoeve van een drinkwaterwinning. Oppervlaktewaterkwaliteit Evenals bij het voorgaande aspect geldt dat met het Behoud realisatie van goede oog op de oppervlaktewaterkwaliteit er geen gebruik oppervlaktewaterkwaliteit. Vergroten van de wordt gemaakt van uitlogende bouwmaterialen. veerkracht van het watersysteem. Toepassing Hemelwater zal zo schoon mogelijk blijven doordat het van de trits schoonhouden, scheiden en gescheiden wordt afgevoerd naar straatkolken en deels zuiveren. wordt opgevangen in regentonnen. Volksgezondheid (water gerelateerd) Er zijn geen risico's voor volksgezondheid bekend. Er is Minimaliseren risico water gerelateerde geen sprake van de aanleg van (extra) open water. ziekten en plagen. Voorkomen van verdrinkingsgevaar/-risico's via o.a. de daarvoor benodigde ruimte. Bodemdaling Voorkomen van maatregelen die (extra) maaiveld dalingen in zetting gevoelige gebieden kunnen veroorzaken.

Niet van toepassing.

Natte natuur Ontwikkeling/bescherming van een rijke gevarieerde en natuurlijk karakteristieke aquatische natuur.

Als gevolg van deze bedrijfsactiviteiten treden geen hydrologische effecten op aquatische natuur op.

Onderhoud oppervlaktewater In het plangebied ligt geen oppervlaktewater. Oppervlaktewater moet adequaat onderhouden worden. Rekening houden met obstakelvrije onderhoudsstroken vrij van bebouwing en opgaande (hout)beplanting.

Conclusie Vanuit waterhuishoudkundige overwegingen bestaan er geen bezwaren tegen dit bouwplan. De watertoets zal worden voorgelegd aan het waterschap Scheldestromen voor het formele wateradvies.

Ruimtelijke onderbouwing

25

omgevingsvergunning Rijksweg 28, Nieuwerkerk

26

Ruimtelijke onderbouwing

omgevingsvergunning Rijksweg 28, Nieuwerkerk

Hoofdstuk 5

M ilieu en omgevingsaspecten

De beleidsvelden milieu en ruimtelijke ordening groeien de laatste decennia steeds meer naar elkaar toe. Ook op rijksniveau wordt steeds meer aandacht gevraagd voor de wisselwerking tussen milieu en ruimtelijke ordening. Milieubeleid kan beperkingen opleggen aan de gewenste ruimtelijke ontwikkelingen maar is primair bedoeld om een zo optimaal mogelijke leefomgeving te realiseren. In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de omgevingsaspecten die een rol spelen bij ruimtelijke ontwikkelingen binnen dit plan. Deze onderwerpen worden in dit hoofdstuk toegelicht.

5.1

Milieu

De te behandelen thema's die vanuit een oogpunt van milieu van belang zijn voor deze planontwikkeling zijn M.E.R., Milieuzonering, Geluid, Bodem, Luchtkwaliteit en Externe veiligheid. 5.1.1 M.E.R. Wettelijk kader In het Besluit milieueffectrapportage is bepaald dat een milieueffectbeoordeling ook uitgevoerd moet worden als een project, dat wordt genoemd in de bijlage onder D van het Besluit m.e.r., nadelige gevolgen heeft voor het milieu. Deze beoordeling moet ook plaatsvinden als de omvang onder de drempelwaarde valt. De centrale doelstelling van het instrument milieueffectrapportage is het milieubelang een volwaardige plaats te geven in de besluitvorming over activiteiten met mogelijk belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu. De basis van de milieueffectrapportage wordt gevormd door de EU Richtlijn m.e.r. De richtlijn is van toepassing op de milieueffectbeoordeling van openbare en particuliere projecten die aanzienlijke gevolgen voor het milieu kunnen hebben. De Europese regelgeving is in de Nederlandse wetgeving onder andere geïmplementeerd in de Wet milieubeheer (verder Wm) en in het Besluit milieueffectrapportage 1994. In de bijlagen behorende bij het Besluit m.e.r. zijn de m.e.r.-plichtige activiteiten (de C-lijst) en de m.e.r.-beoordelingsplichtige activiteiten (de D-lijst) beschreven.

Onderzoek/ beoordeling Dit project valt mogelijk onder categorie D11.2, stedelijk ontwikkelingsproject uit bijlage D. Met deze aanvraag omgevingsvergunning wordt het inzamelen en tijdelijk opslaan van droge metalen mogelijk gemaakt. De ontwikkeling op deze plaats is om de volgende redenen niet te beschouwen als een stedelijk ontwikkelingsproject als bedoeld in het Besluit m.e.r.: fysieke wijziging: naast de toegestane bedrijfsactiviteiten wordt een bedrijf mogelijk gemaakt voor het inzamelen en tijdelijk opslaan van droge metalen. Deze werkzaamheden vinden feitelijk al plaats. De fysieke wijziging is daarom gering. lokale context: een onderdeel van de bestaande bedrijfsvoering aan de rand van de dorpskern wordt gecontinueerd. planologische mogelijkheden: de gronden zijn in het geldende bestemmingsplan bestemd voor 'Bedrijf', waarin bedrijven zijn toegestaan in milieucategorie 1 en een groothandel in levende dieren. De gronden hierachter zijn bestemd als 'Agrarisch' doch feitelijk al vele jaren in gebruik voor bedrijfsdoeleinden. De bedrijfsactiviteiten zijn inpasbaar, zoals is aangetoond in het Akoestisch onderzoek industrielawaai. Er is geen m.e.r.

beoordeling nodig, omdat bedrijfsactiviteiten op het perceel Rijksweg 28 worden gecontinueerd, met dien verstande dat naast de toegestane groothandel in levende dieren ook het inzamelen en tijdelijk opslaan van droge metalen mogelijk wordt gemaakt. Deze bedrijfsactiviteit op het bedrijfsperceel wordt volgens het Besluit m.e.r. niet gezien als stedelijke ontwikkeling. Conclusie Dit bouwplan is niet m.e.r.-beoordelingsplichtig, en dus ook niet m.e.r.-plichtig. Deze fysieke wijziging is beperkt, omdat in het plangebied alleen sprake is van een gewijzigde bedrijfsvoering. Zoals de hieronder beschreven milieuparagrafen en -onderzoeken aantonen heeft het bouwplan ook om andere redenen dan de omvang (zoals bijvoorbeeld de aard van de ontwikkeling of een ligging nabij een gevoelig gebied) geen significante nadelige gevolgen voor het milieu.

Ruimtelijke onderbouwing

27

omgevingsvergunning Rijksweg 28, Nieuwerkerk

5.1.2 Milieuzonering Wettelijk kader Bedrijvigheid is een milieubelastende activiteit. Ten gevolge van aanwezige bedrijvigheid kan mogelijk hinder voor de omgeving optreden met betrekking tot de milieuaspecten geluid, geur, stof en gevaar. Nieuwe situaties, waarin milieubelastende activiteiten en milieugevoelige functies met elkaar worden gecombineerd, moeten worden beoordeeld op mogelijke hindersituaties. Daarbij wordt getoetst aan de Wet milieubeheer, Algemene Maatregelen van Bestuur onder de Wet milieubeheer en de brochure Bedrijven en Milieuzonering (VNG, 2009). De richtafstanden in Bedrijven en Milieuzonering gelden ten opzichte van een milieugevoelige functie, zoals bedoeld tot de omgevingstypen rustige woonwijk of rustig buitengebied. In het geval de milieugevoelige functies zijn gelokaliseerd in omgevingstype gemengd gebied kan een afwijkende systematiek worden toegepast, die meer ruimte biedt aan bedrijven. De richtafstanden uit de VNG-publicatie voor de omgevingstypen bij verschillende hindercategorieën zijn in tabel 5.1 vermeld. Tabel 5.1: Richtafstanden en omgevingstype.

Richtafstand tot omgevingstype Richtafstand tot omgevingstype Milieucategorie rustige woonwijk gemengd gebied 1 10 m 0m 2 30 m 10 m 3.1 50 m 30 m 3.2 100 m 50 m Onderzoek/ beoordeling Het plangebied kan getypeerd worden als een 'gemengd gebied', omdat er in de omgeving van de planlocatie ook detailhandel en (agrarische) bedrijven aanwezig zijn. Verder ligt het plangebied aan een Provinciale weg (N59). Met behulp van het inrichtingenbestand is geïnventariseerd welke bestaande milieugevoelige functies relevant kunnen zijn voor de nieuwe bedrijfsactiviteiten. Voor het bepalen van de milieuzones dient te worden uitgegaan van de afstandsnormen op basis van de VNG-richtlijn voor gemengd gebied. De bedrijfsactiviteiten van het bedrijf zijn vallen onder milieucategorie 3.1 (vergelijkbaar met SBI-2008 4674 groothandel in ijzer- en metaalwaren en verwarmingsapparatuur). Bedrijven < 2.000 m² vallen onder milieucategorie 2. Hiervoor dient een richtafstand van 10 meter te worden aangehouden in gemengd gebied. Woningen in nabijheid van plangebied zijn de woningen aan de Rijksweg 26 (op circa 25 meter afstand) en Rijksweg 30 (op circa 20 meter afstand). Overige in de nabijheid gelegen (bedrijfs-)woningen liggen op een grotere afstand dan 50 meter.

Akoestisch onderzoek industrielawaai Ter onderbouwing van deze ontwikkeling is een onderzoek industrielawaai uitgevoerd door Akoestisch Adviesburo Van Lienden te Kruiningen (rapport van 4 december 2023, projectnummer P23_97, Bijlage 1). Hieruit kan het volgende worden afgeleid (overgenomen uit rapport). Voor de inrichting aan de Rijksweg 28 in Nieuwerkerk, is de geluidbelasting ten gevolge van de exploitatie van de inrichting op gevels van de naastgelegen woningen inzichtelijk gemaakt en beoordeeld. Uit het onderzoek blijkt dat de richtwaarden voor het langtijdgemiddelde op geen van de toetspunten worden overschreden met de beoogde extra exploitatie die alleen in de dagperiode plaatsvindt. Ook de piekniveaus veroorzaken geen overschrijdingen in de dagperiode. In de avond- en nachtperiode kunnen wel overschrijdingen optreden, de hoogste piekniveaus worden veroorzaakt door activiteiten welke reeds in de bestaande situatie voorkomen. Door rustig en beheerst te arriveren en vertrekken kunnen de overschrijdingen in de avondperiode voorkomen worden en in de nachtperiode sterk beperkt worden. Overige maatregelen zijn niet mogelijk of stuiten op bezwaren. Het bevoegd gezag kan middels maatwerkvoorschrift de situatie met de piekniveaus tot 65 dB(A) in de nachtperiode vergunnen.

Gelet hierop is er geen aanleiding om aan te nemen dat de nieuwe bedrijfsactiviteiten binnen het plangebied milieuhygiënische knelpunten naar de omgeving zullen opleveren wanneer een maatwerkvoorschrift met de piekniveaus tot 65 dB(A) in de nachtperiode wordt vergund overeenkomstig de al feitelijke situatie. Met inachtneming hiervan blijft een goed verblijfs- leefklimaat gegarandeerd voor de nabij gelegen woningen. Het bedrijf zelf kan met inachtneming van het maatwerkvoorschrift voldoen

28

Ruimtelijke onderbouwing

omgevingsvergunning Rijksweg 28, Nieuwerkerk

aan de (geluid)voorschriften van het Activiteitenbesluit milieubeheer. Conclusie Uit inventarisatie is gebleken er geen relevante milieugevoelige functies in de nabijheid van het plangebied zijn gevestigd. Er is geen aanleiding om aan te nemen dat de beoogde activiteiten binnen het plangebied milieuhygiënische knelpunten naar de omgeving zullen opleveren. Er kan een aanvaardbaar woon- en leefklimaat worden gegarandeerd (ook voor de woningen aan de Rijksweg 26 en 30). Andersom geredeneerd geven de woningen geen beperkingen voor de bedrijfsactiviteiten aan de Rijksweg 28 met inachtneming van een maatwerkvoorschrift met de piekniveaus tot 65 dB(A) in de nachtperiode, zodat er vanuit milieuzonering geen bezwaren bestaan tegen dit bouwplan. 5.1.3 Geluid Wettelijk kader wegverkeerslawaai Wegverkeerslawaai kan de leefkwaliteit van een gebied sterk beïnvloeden. Mensen die veelvuldig worden blootgesteld aan een hoog niveau van wegverkeerslawaai kunnen hier lichamelijke en psychische klachten door oplopen. De Wet geluidhinder (Wgh) verplicht ertoe onderzoek uit te voeren naar de geluidsbelasting op geluidsgevoelige bestemmingen binnen vastgestelde onderzoeksgebieden (zones) langs wegen. Tevens stellen de Wgh en het Besluit geluidhinder regels aan de maximale geluidsbelasting op geluidsgevoelige bestemmingen.

Onder geluidsgevoelige gebouwen wordt verstaan (artikel 1 Wgh en artikel 1.2 Bgh): Woningen; Onderwijsgebouwen; Ziekenhuizen, verpleeghuizen, verzorgingstehuis en psychiatrische inrichting; Kinderdagverblijf. Wettelijk kader industrielawaai Industrielawaai kan de leefkwaliteit van een gebied sterk beïnvloeden. Mensen die veelvuldig worden blootgesteld aan een hoog niveau van industrielawaai kunnen hier lichamelijke en psychische klachten door oplopen. De Wet geluidhinder (Wgh) verplicht ertoe een industrieterrein te zoneren, indien het bestemmingsplan de vestiging van zogenaamde grote lawaaimakers (conform artikel 2.4, Inrichtingen en Vergunningenbesluit) toestaat (artikel 40 Wgh). Dat betekent dat de maximale geluiduitstraling van het industrieterrein wordt vastgelegd middels het opnemen van een 50 dB(A)-contour voorkeursgrenswaarde) in het bestemmingsplan. Onderzoek/ beoordeling Verkeerslawaai De relevante wegen in de directe omgeving van het plangebied zijn de Rijksweg en de N59. De wegen zijn buitenstedelijk en hebben een zonebreedte van 250 meter. Voor deze wegen geldt een maximum snelheid van respectievelijk 60 km/uur en 80 km/uur. Bij verandering van een bestemmingsplan moet er in principe worden getoetst aan de Wet geluidhinder. In deze situatie worden evenwel geen nieuwe geluidgevoelige functies toegevoegd. De bedrijfswoning blijft als zodanig in gebruik.

Uit onderzoek blijkt verder dat de bedrijfswoning niet op een saneringslijst staat en er geen hogere waarde Wgh is verleend. De bedrijfsactiviteiten vallen niet onder de noemer geluidgevoelige gebouwen, zodat de Wet geluidhinder hierop niet van toepassing is voor wat betreft wegverkeerslawaai ten gevolge van de Rijksweg en N59. Industrielawaai Bedrijven(terreinen) kunnen beperkingen opleggen aan gevoelige functies in verband met een geluidzone. Hierbij dient rekening te worden gehouden met de richtafstanden uit de brochure 'Bedrijven en milieuzonering' (zie hiervoor paragraaf 5.1.2). In de nabijheid van het plangebied liggen geen gezoneerde bedrijventerreinen. Vanuit oogpunt van industrielawaai zijn er geen beperkingen, nadat een maatwerkvoorschrift is opgelegd door het bevoegd gezag voor de piekniveaus tot 65 dB(A) in de nachtperiode. Conclusie Vanuit de Wet geluidhinder bestaan er geen beperkingen tegen deze planontwikkeling.

Ruimtelijke onderbouwing

29

omgevingsvergunning Rijksweg 28, Nieuwerkerk

5.1.4 Bodem Wettelijk kader Een verontreinigde bodem kan zorgen voor gezondheidsproblemen en tast de kwaliteit van het natuurlijk leefmilieu aan. Daarom is het belangrijk om bij ruimtelijke plannen de bodemkwaliteit mee te nemen in de overwegingen. De Wet bodembescherming (Wbb), het Besluit bodemkwaliteit en de Woningwet stellen grenzen aan de aanvaardbaarheid van verontreinigingen. Indien bij planvorming blijkt dat (ernstige) verontreinigingen in het plangebied aanwezig zijn, wordt op basis van de aard en omvang van de verontreiniging én de aard van de ruimtelijke plannen beoordeeld welke gevolgen dit heeft. Onderzoek/ beoordeling Het huidige gebruik als bedrijfsdoeleinden is qua gevoeligheid niet anders dan het beoogde toekomstige bedrijfsmatig gebruik. In het kader van deze aanvraag omgevingsvergunning kan een bodemonderzoek dan ook achterwege worden gelaten. Wanneer grond van de locatie moet worden afgevoerd of ergens anders zal moeten worden toegepast zal initiatiefnemer de kwaliteit van de vrijkomende grond laten onderzoeken conform de eisen van het Besluit Bodemkwaliteit of hetgeen is gesteld in het grondstromenbeleid van het bevoegd gezag. Conclusie Vanuit bodemhygiënische redenen zijn er geen beperkingen ten aanzien van de beoogde gebruik.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13808122/1