Was-wordt APV 2022 - meest relevante wijzigingen.docx
Tekst van het document
Toelichting: -
Wijziging conform model APV Door deze wijziging is venten in beginsel niet meer verboden, slechts op aangewezen plekken en tijden. Deze keuze is gemaakt omdat er in principe geen bezwaren zijn tegen venten, maar de optie om het te reguleren wel moet bestaan. Lid 4, onder b, is toegevoegd omdat artikel 7 van de Grondwet bepaalt dat hiervoor geen vergunning mag worden geëist.
Artikel 5.15 Voertuigen buiten de verharde wegen 1. Het is verboden zich op enig terrein met een voertuig, geen invalidenwagen zijnde, te bevinden. 2. Dit verbod geldt niet voor voertuigen, die naar het oordeel van burgemeester en wethouders nodig zijn voor het beheer van een dergelijk terrein. 3. Dit verbod geldt niet voor fietsen, die zich op het zeestrand bevinden. 4. Burgemeester en wethouders kunnen van het bepaalde in het eerste lid ontheffing verlenen. 5. Het in dit artikel bepaalde geldt niet voor zover de Wet milieubeheer van toepassing is.
Artikel 5:33 Beperking verkeer in natuurgebieden 1. Het is verboden binnen voor publiek toegankelijke natuurgebieden, parken, plantsoenen of voor recreatief gebruik beschikbare terreinen te rijden of zich te bevinden met een motorvoertuig, een bromfiets, een fiets, een paard of een door een vlieger voortbewegend voer-/vaartuig. 2. Het verbod is niet van toepassing op door het college aangewezen terreinen. Het college kan nadere regels stellen voor het gebruik van deze terreinen in het belang van: a. het voorkomen van overlast; b. de bescherming van natuur- of milieuwaarden; c. de veiligheid van het publiek. 3. Het verbod is niet van toepassing op motorvoertuigen, fietsen en paarden: Pagina 23 van 25
a. ten dienste van politie, brandweer en geneeskundige hulpverlening en van andere krachtens artikel 29, eerste lid, van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 door de bevoegde minister aangewezen hulpverleningsdiensten; b. die worden gebruikt in verband met beheer, onderhoud of exploitatie van de terreinen als in het eerste lid bedoeld; c. die worden gebruikt in verband met werken die krachtens wettelijk voorschrift moeten worden uitgevoerd; d. van de zakelijk gerechtigden, huurders en pachters van percelen die gelegen zijn binnen de terreinen als in het eerste lid bedoeld; e. voor het verkeer ten behoeve van bezoek en van de verzorging van de onder d bedoelde personen. 4. Het verbod is voorts niet van toepassing: a. op wegen die gelegen zijn binnen de in het eerste lid bedoelde gebieden of terreinen; b. binnen de bij of krachtens de provinciale verordening stiltegebieden aangewezen stiltegebieden ten aanzien van motorrijtuigen die bij of krachtens die verordening zijn aangewezen als toestel. 5. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod. Toelichting: - Toevoeging conform model APV Artikel 5:17 Verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of anderszins vuur te stoken 1. Het is verboden in de openlucht afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen in de zin van de Wet milieubeheer of anderszins vuur aan te leggen, te stoken of te hebben.
Artikel 5:34 Verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of anderszins vuur te stoken 1. Het is verboden in de openlucht afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen in de zin van de Wet milieubeheer of anderszins vuur aan te leggen, te stoken of te hebben.
2. Mits er geen sprake is van gevaar, overlast of hinder voor de omgeving, is het verbod niet van toepassing op:
2. Mits er geen sprake is van gevaar, overlast of hinder voor de omgeving, is het verbod niet van toepassing op:
a. verlichting door middel van kaarsen, fakkels en dergelijke;
a. verlichting door middel van kaarsen, fakkels en dergelijke;
b. sfeervuren zoals terrashaarden en vuurkorven, indien geen afvalstoffen worden verbrand;
b. sfeervuren zoals terrashaarden en vuurkorven, indien geen afvalstoffen worden verbrand;
c. vuur voor koken, bakken en braden.
c. vuur voor koken, bakken en braden.
Pagina 24 van 25
3. Het college kan van dit verbod ontheffing verlenen. 4. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de ontheffing worden geweigerd ter bescherming van de flora en fauna of ter voorkoming van hinder of nadelige beïnvloeding van het milieu door rook, roet, stof, walm of stank. 5. Het verbod geldt niet voor zover in het geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 429, aanhef en onder 1 of 3, van het Wetboek van Strafrecht of de Provinciale milieuverordening. 6. Op de ontheffing bedoeld in het derde lid is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
3. Het tweede lid is niet van toepassing in bossen, op heide of veengronden dan wel in duingebieden of binnen een afstand van dertig meter daarvan gedurende de periode van 1 april tot 1 oktober. 4. Het college kan van dit verbod ontheffing verlenen. 5. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de ontheffing worden geweigerd ter bescherming van de flora en fauna. 6. Het verbod geldt niet voor zover in het geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 429, aanhef en onder 1 of 3, van het Wetboek van Strafrecht of de Provinciale milieuverordening.
Toelichting: - Tekstuele wijzigingen conform model APV - Toevoeging van lid 3 omdat we ieder jaar te maken hebben met dit verbod, daarom goed om het voor een deel vast te zetten in de APV. Het blijft uiteraard mogelijk om hier vanaf te wijken en wanneer dit verbod buitenproportioneel blijkt, kunnen we in een later stadium het artikel aanpassen of verwijderen.
Pagina 25 van 25