CConstaterende datSchiermonnikoog
Koppel je AI →
Document · PDF

Ruimtelijke onderbouwing 6711461_1669972605487_2022-11-28_ROB_met_bijlagen AVG1.pdf

Raadsvergadering 20 december 2022, gemeente SchiermonnikoogBij agendapunt: Verklaring van geen bedenkingen Bouwen logiesgebouw Heereweg 2E12.485 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

2. Onderzoeksmethodiek In opdracht van de initiatiefnemer heeft Successie Natuurzaken middels een flora en fauna quickscan het planvoornemen getoetst aan de Wet natuurbescherming en overige gebiedsbescherming. De toetsing bestaat uit twee onderdelen: een deskresearch en een veldbezoek. Middels een deskresearch wordt er onderzoek gedaan naar mogelijk aanwezige beschermde soorten in het plangebied. Tevens wordt duidelijk of het planvoornemen al dan niet binnen de invloedsfeer van een beschermd natuurgebieden vallen. Middels een veldbezoek (3-5-2021) is via een visuele inspectie een inschatting gemaakt of de planlocatie en directe omgeving geschikt leefgebied is voor beschermde soorten en of de mogelijke effecten van het planvoornemen, negatief uit kunnen pakken op het leefgebied van deze soort(en).

3. Wet natuurbescherming De ecologische wet en regelgeving is in de Wet natuurbescherming (Wnb) in grote lijnen onderverdeeld in soortenbescherming en gebiedsbescherming. De wet is gericht op het ontwikkelen en beheren van natuur om de biologische biodiversiteit te behouden en te herstellen. Tevens heeft het als doel om de cultuurhistorische en maatschappelijke functies van natuur in stand te houden (Ministerie van Economische Zaken, 2017).

3.1 Wnb soortenbescherming Vanuit de Wnb is de soortbescherming verdeeld in de drie categorieën: vogels, overige Europees beschermde soorten en andere nationaal beschermde soorten. Alle vogels (± 700 soorten) zijn beschermd. Daarnaast worden ±230 overige Europese en nationale soorten beschermd. De wet bevat een aantal verbodsbepalingen die ervoor moeten zorgen dat de gunstige staat van instandhouding van alle in het wild levende dier- en plantensoorten zal blijven gewaarborgd. Binnen de Wet natuurbescherming vullen Europese en nationale wetgeving elkaar aan. De Europees beschermde soorten genieten een iets zwaardere bescherming dan de nationaal beschermde soorten. Zo geldt voor de nationale soorten geen verbod op het verstoren, iets wat wel het geval is bij de Europees behoudt in dat ongeacht of dier- en plantensoorten beschermd zijn, eenieder voldoende zorg in acht moet nemen voor de instandhouding van de soort(en) en zijn habitat (Ministerie van Economische Zaken, dec. 2016). 3.1.1 Vogels en wezenlijke verstoring Op grond van artikel 3.1 lid 4 Wnb is het verboden van nature in Nederland in het wild levende vogels opzettelijk te storen. Echter, is dit verbod niet van toepassing wanneer de verstoring niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort.

Het tijdelijk wegvluchten voor werkzaamheden naar een rustiger plek hoeft in beginsel niet aangemerkt te worden als opzettelijke verontrusting (Stibbeblog, 2016). Met betrekking tot broedgevallen mag er geen wezenlijke verstoring plaatsvinden. Dit houdt in dat de eventuele negatieve effecten van de werkzaamheden geen invloed mogen hebben op het broedsucces. Of dit het geval is hangt af van meerdere factoren, zoals de biologie van een soort, de fase van de broedtijd waarin het broedpaar zich op dat moment bevindt (zoals balts, nestbouw, eieren of jongen) en de mate van verstoring. Of er al dan niet wezenlijke verstoring plaatsvindt dient door een kundige ecoloog worden vastgesteld. 8

Toetsing Wet natuurbescherming voor de sloop en nieuwbouw van een verblijfsaccommodatie Heereweg 2, Schiermonnikoog

Vogelsoorten waarvan het nest jaarlijks opnieuw wordt gebruikt als broedgelegenheid, mag zowel binnen als buiten het broedseizoen niet worden verwijderd. Het weghalen van een jaarrond beschermd nest heeft mogelijk invloed op het broedsucces gedurende het broedseizoen aangezien de vogel onnodige energie moet steken in het vinden van een nieuwe nestgelegenheid en het bouwen van een nest. Om deze reden wordt het weghalen van het betreffende nest gezien als wezenlijke verstoring. 3.1.2 Vrijstelling provincie Fryslân De Nederlandse provincies hebben de mogelijkheid om voor de betreffende provincie vrijstelling te geven ten aanzien van de nationaal beschermde dier- en plantensoorten wanneer het gaat om ruimtelijke ontwikkelingen. Het gaat hierbij om vrijstelling voor het opzettelijk doden of vangen en voor het opzettelijk beschadigen of vernielen van vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen. Tabel 1 geeft een overzicht weer van de vrijgestelde soorten van de provincie Friesland. Tabel 1. Van bescherming vrijgestelde soorten voor ruimtelijke ontwikkeling provincie Fryslan. Bron: Wnb Fryslan

Zoogdieren

Tabel loopt verder op de volgende pagina

9

Toetsing Wet natuurbescherming voor de sloop en nieuwbouw van een verblijfsaccommodatie Heereweg 2, Schiermonnikoog

Amfibieën en reptielen

3.2 Wnb gebiedsbescherming Volgens Europese richtlijnen dienen lidstaten specifieke habitatten en diersoorten te beschermen en zodoende de biodiversiteit te behouden. Door middel van het implementeren van Natura 2000-gebieden (een overkoepelde naam voor de Vogel- en Habitatrichtlijn) wil men deze gebieden beschermen. Deze bescherming is sinds 1 januari 2017 opgenomen in de Wet natuurbescherming. Voor de Natura 2000-gebieden zijn instandhoudingsdoelen opgesteld. De instandhoudingsdoelstellingen geven een concretisering van de hoofddoelstelling van het Natura 2000-netwerk voor Nederland. Instandhoudingsdoelstellingen zijn gericht op het in gunstige staat van instandhouding brengen of houden van habitattypen en -soorten. Wanneer activiteiten mogelijk negatieve effecten hebben op deze instandhoudingdoelen dient dit getoetst te worden (Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, 2017). Activiteiten op of buiten de grenzen van een Natura 2000-gebied kunnen invloed hebben op de inking treedt op wanneer er, ongeacht de locatie, een effectgebied ontstaat als gevolg van het optreden van ruimtelijke overlap tussen een invloedgebied van een instandhoudingsdoelstelling en een invloedgebied van een activiteit die plaatsvindt buiten een Natura 2000-gebied en waarvoor de instandhoudingsdoelstelling gevoelig is.

Voor de vergunningverlening betekent dat ook activiteiten buiten het Natura 2000-gebied getoetst dienen te worden in het kader van de Wnb. Alle Natura 2000-gebieden liggen binnen het Natuurnetwerk Nederland (NNN, voorheen EHS). Door nieuwe natuur te ontwikkelen, kunnen natuurgebieden met elkaar worden verbonden. Zo kunnen plantensoorten zich over verschillende natuurgebieden verspreiden en diersoorten van het ene naar het andere gebied migreren. Voor ruimtelijke ingrepen die significant negatieve effecten hebben in deze gebieden geldt het 'Nee, tenzij principe'. Dit principe houdt in dat bouwen binnen deze gebieden niet is toegestaan wanneer dit de verspreiding van planten en migratie van diersoorten belemmerd, tenzij er zwaarwegende argumenten zijn. Wanneer er toestemming verleend wordt zal er natuurcompensatie moeten worden toegepast (Rijksoverheid, 2017). In tegenstelling tot Natura 2000gebieden, waarbij de overheid bevoegd gezag is, is de provincie bevoegd gezag voor NNN. Naast het NNN worden, buiten de Wet natuurbescherming om, ganzenrust- en foerageergebied en weidevogelkans-/weidevogelkerngebieden op provinciaal niveau beschermd.

3.3

Wnb houtopstanden

De bescherming van arealen bos en houtopstanden valt onder de Wnb wanneer deze groter zijn dan 10 are (1000 m2) of bestaan uit een bomenrij van minimaal 20 bomen buiten de bebouwde kom. Als je buiten de bebouwde kom (Boswet) een areaal bomen van minimaal 10 are of één of meerdere bomen omzaagt in een lijnopstelling van minimaal 20 bomen, moet er een kapmelding gedaan worden bij de provincie. Compensatie dient binnen drie jaar na het kappen hiervan plaats te vinden. Niet alle 10

Toetsing Wet natuurbescherming voor de sloop en nieuwbouw van een verblijfsaccommodatie Heereweg 2, Schiermonnikoog

boomsoorten vallen onder deze wetgeving. Populieren, wilgen, essen of elzen die zijn bedoeld voor de productie als biomassa zijn uitgezonderd, indien tenminste een keer per tien jaar wordt geoogst, de beplanting na 1 januari 2013 is aangelegd en aan een aantal beplantingseisen is voldaan.

4. Toetsing gebiedsbescherming 4.1 Natura 2000 Het plangebied valt buiten Natura 2000-gebieden (figuur 2). Negatieve effecten door externe werking door trillingen, geluid, licht en oppervlakte verlies zijn, gezien de relatief grote afstand tot het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebieden (Noordzeekust, Waddenzee en Duinen Schiermonnikoog) in combinatie met de aard van de werkzaamheden en de bestaande omstandigheden in het plangebied, grotendeels uit te sluiten. Het is echter op voorhand niet uit te sluiten of er negatieve effecten door stikstofdepositie ontstaat. Stikstofdepositie gerelateerd aan het planvoornemen zou in theorie negatief effect kunnen hebben op stikstofgevoelige habitattypen en -soorten. Om deze reden dient er een stikstofcalculatie gemaakt te worden waarin alle stikstof uitstotende bronnen van zowel tijdens als na realisatie zijn opgenomen.

Figuur 2. Weergave 1: kaart Natura 2000-gebieden (paars) t.o.v. plangebied (rode ster).

4.2 Natuurnetwerk Nederland Een ingreep op het Natuurnetwerk Nederland (NNN) moet worden getoetst op de wezenlijke kenmerken en waarden. Daarbij gaat het om de uitwisselingsmogelijkheden van het NNN (verbindende functie), de natuurlijke eenheid, aaneengesloten functie en om de kwaliteit van het NNN en het leefgebied van soorten. Het plangebied valt buiten de begrenzing van het NNN (figuur 3). Negatief effect op NNN is niet aan de orde. 11

Toetsing Wet natuurbescherming voor de sloop en nieuwbouw van een verblijfsaccommodatie Heereweg 2, Schiermonnikoog

Figuur 3. Kaart NNN-gebieden (roze = EHS Beheergebied) t.o.v. plangebied (rood kader).

4.3 Provinciaal beschermde gebieden Het plangebied is niet aangewezen als ganzenrust- en foerageergebied of weidevogelkans-/weidevogelkerngebieden (Kaartenkijkdoos Provincie Fryslân). De omliggende graslandpercelen zijn toegewezen als ganzenfoerageergebied, echter is het plangebied niet onderdeel van dit gebied (figuur 4, weergave 1). Om deze reden is negatief effect niet aan de orde. Het gebied is tevens toegewezen als weidevogelkansgebied (figuur 4, weergave 2). Uit kaartmateriaal blijkt dat het erf met plangebied wel onderdeel is van het weidevogelkansgebied is, echter heeft het planvoornemen geen effect op weidevogelpopulaties in het gebied. Immers, het betreft een vervanging van een verblijfsaccommodatie op dezelfde locatie.

12

Toetsing Wet natuurbescherming voor de sloop en nieuwbouw van een verblijfsaccommodatie Heereweg 2, Schiermonnikoog

Figuur 4. Weergave 1: kaart ganzenfoerageergebied (oranje) t.o.v. plangebied (rode ster). Weergave 2: kaart weidevogelkansgebied (gearceerd) t.o.v. plangebied (rode ster).

5. Houtopstanden Als er een (deel van een) houtareaal wordt gekapt van meer dan 10 are (1000 m2) of een (deel van een) bomenrij van minimaal 20 bomen buiten de bebouwde kom kan er sprake zijn van een melden/of herplantingsplicht. Binnen het planvoornemen worden geen bomen gekapt welke onderdeel zijn van een houtareaal of bomenrij als bovengenoemde. Er is derhalve geen sprake van een melden/of herplantingsplicht.

6. Soortenbescherming In dit hoofdstuk wordt verder ingegaan op de effecten van het planvoornemen op beschermde soorten onder de categorie vogels, overige Europees beschermde soorten en andere nationaal beschermde soorten. De effectanalyse richt zich op de soorten die onder de Wet natuurbescherming beschermd waarvan wordt verwacht dat deze in het studiegebied voor kunnen komen.

6.1

Amfibieën

6.1.1 Rugstreeppad De beschermde rugstreeppad is een zeer talrijke soort op Schiermonnikoog vanwege het uitermate geschikte leefgebied op diverse plekken op het eiland. De soort prefereert ondiep open water, met weinig vegetatieontwikkeling welke in grote mate aanwezig zijn in het duinengebied. Hier zet de soort in ondiepe poelen en sloten eitjes af. De poldersloten zijn enkel geschikt als voorplantingswater wanneer deze relatief ondiep zijn en rijke watervegetatie ontbreekt. Daarnaast mogen de voortplantingswateren gedurende het voortplantingsseizoen niet droog komen te staan. Winterverblijfplaatsen bevinden zich op hoogwatervrije terreinen, waar de pad zich tot een diepte van 120 cm ingraaft.

13

Toetsing Wet natuurbescherming voor de sloop en nieuwbouw van een verblijfsaccommodatie Heereweg 2, Schiermonnikoog

In de winter dienen de verblijfplaatsen vorstvrij te zijn en gelegen boven het grondwater (Bij12 rugstreeppad, 2017). In de directe omgeving van het plangebied is één waarneming van de rugstreeppad in 2020 bekend. Ten noorden van de planlocatie is een populatie van de soort aanwezig (figuur 7). Het betreft naar alle waarschijnlijkheid een migrerende soort. Namelijk, geschikt voortplantingswater ontbreekt in de directe omgeving van het plangebied.

Figuur 5. Kaart waarneming (Wouter van der Ham, 2020-10-21) rugstreeppad direct ten noorden van het plangebied (waarneming.nl, 2021).

Op basis van de verspreidingsgegevens en de bevindingen van het veldbezoek wordt geconcludeerd dat het plangebied of direct rondom geen geschikt leefgebied betreft. Namelijk, geschikt voorplantingswater ontbreekt. De poldersloten in de omgeving hebben relatief hoge steile oevers waar geen plasvorming in kan ontstaan. Gezien de relatief grote afstand tot geschikt voortplantings-/leefgebied van de rugstreeppad tot het plangebied, wordt tevens niet verwacht dat er winterverblijfplaatsen op of direct rondom het plangebied voorkomen. Daarnaast bestaat het plangebied reeds uit bebouwing en komt er op dezelfde plaats bebouwing voor terug. Overwintering van rugstreeppadden in het plangebied lijkt daarom met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid uitgesloten. Er is geen sprake van een overtreding van een verbodsbepaling uit de Wet natuurbescherming met betrekking tot de rugstreeppad.

14

Toetsing Wet natuurbescherming voor de sloop en nieuwbouw van een verblijfsaccommodatie Heereweg 2, Schiermonnikoog

6.1.2 Kleine watersalamander In de directe omgeving van het plangebied kan de kleine watersalamander voorkomen. Echter wordt de soort voornamelijk in het duingebied van Schiermonnikoog waargenomen. De kleine watersalamander is provinciaal vrijgesteld van bescherming. Voor deze soort geldt de Zorgplicht.

6.2

Reptielen

Reptielen komen niet voor op Schiermonnikoog. Daarmee is overtreding van een verbodsbepaling uit de Wet natuurbescherming op voorhand uit te sluiten.

6.3

Ongewervelden

Beschermde soorten ongewervelden (dagvlinders, libellen, kevers, Europese rivierkreeft en platte schijfhoren) worden op grond van verspreidingsgegevens en habitatvoorkeuren niet verwacht. Geschikt leefgebied van deze beschermde soorten komen met name voor in het duinengebied. Deze geschikte leefgebieden zijn niet van toepassing op het plangebied. Daarmee is er geen sprake van een overtreding van een verbodsbepaling uit de Wet natuurbescherming omtrent ongewervelden.

6.4

Zoogdieren

6.4.1 Vleermuizen Alle vleermuissoorten zijn beschermd. Het gaat hierbij om de bescherming van essentiële vliegroutes, -foerageergebieden en verblijfplaatsen. Op Schiermonnikoog zijn diverse vleermuissoorten waargenomen. Het betreft ruige dwergvleermuis, gewone dwergvleermuis, laatvlieger, watervleermuis en meervleermuis. De waarnemingen op Schiermonnikoog betreffen voornamelijk passanten of dieren die tijdelijk op het eiland verblijven als tussenstop op de migratieroute. Er zijn namelijk geen zomerof winterverblijfplaatsen bekend op Schiermonnikoog. Er vanuit gaande dat vleermuizen gebruik maken van het eiland, wordt het planvoornemen getoetst op de essentiële vliegroutes, -foerageergebieden en verblijfplaatsen. Vliegroutes Vleermuizen volgen lijnvormige landschapselementen (zoals bomenrijen en watergangen), waarlangs zij zich kunnen oriënteren bij verplaatsingen tussen verblijfplaatsen en foerageergebieden. In het plangebied of in de directe omgeving zijn geen lijnvormige elementen aanwezig die door het planvoornemen (tijdelijk) worden aangetast. Eventuele vliegroutes in de wijde omgeving blijft gewaarborgd. Foerageergebied Het gebied direct rondom het plangebied kan gebruikt worden als foerageergebied. Echter is dit gebied niet essentieel omdat er in de omgeving voldoende uitwijkmogelijkheden beschikbaar zijn. Daarnaast wordt het gebied rondom het plangebied niet aangetast.

Eventuele foerageergebieden blijven gewaarborgd.

15

Toetsing Wet natuurbescherming voor de sloop en nieuwbouw van een verblijfsaccommodatie Heereweg 2, Schiermonnikoog

Verblijfplaatsen Bij de inspectie is geconstateerd dat het dak potentiele invliegopening heeft tot onder de golfplaten en nok (figuur 6). Het gebouw heeft geen spouwmuur of ander invliegopeningen achter bijvoorbeeld de houten betimmering.

Figuur 6. Dak plangebied met potentiele invliegmogelijkheden onderdakrand golfplaten en nok..

Ondanks de mogelijkheid tot invliegen, kunnen verblijfplaatsen door een combinatie van redenen met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid worden uitgesloten. De volgende redenen worden genoemd: Het gebouw is enkel toegankelijk onder de golfdakplaten. Golfplaten hebben een natuurlijke ventilatie van onderkant dakrand naar nok, waardoor er tocht ontstaat. Microklimaten ontbreken. Het dak is onderzocht met een endoscoop. Hierbij zijn geen vleermuizen of sporen van vleermuizen aangetroffen. Het gebouw is slechts 3 tot 3,5 meter hoog. Vleermuizen prefereren doorgaans hogere verblijfmogelijkheden. Vleermuisverblijven zouden eerder in de (geschiktere) hogere omliggende gebouwen met dakpannen worden verwacht. Daarnaast zijn er geen verblijfplaatsen van vleermuizen bekend op Schiermonnikoog. Wat de kans op een verblijfplaats in een dergelijk gebouw zeer onwaarschijnlijk maakt. 16

Toetsing Wet natuurbescherming voor de sloop en nieuwbouw van een verblijfsaccommodatie Heereweg 2, Schiermonnikoog

Omdat verblijfplaatsen door de combinatie van bovenstaande redenen niet worden verwacht en er geen andere gebouwen of bomen met potentiele ruimtes voor verblijfplaatsen worden aangetast, is overtreding van de Wet natuurbescherming uitgesloten. Wel wordt in het kader van de zorgplicht aangeraden een toename van licht zowel tijdens als na realisatie te voorkomen. 6.4.2 Overige zoogdieren Op en direct rondom het plangebied kunnen grondgebonden zoogdieren voorkomen zoals de bruine rat, egel en haas en diverse muizensoorten. Voor al deze soorten geldt een provinciaal vrijstelling van bescherming.

6.5

Vissen

Er komen geen beschermde vissoorten voor op Schiermonnikoog. Daarmee is overtreding van een verbodsbepaling uit de Wet natuurbescherming op voorhand uit te sluiten.

6.6

Broedvogels

Er zijn in de omgeving van het plangebied meerdere (potentiele) jaarrondbeschermde nesten aangetroffen van de huismus. De eigenaar (vogelliefhebber) heeft in het verleden meerdere huiszwaluwnestgelegenheden geplaatst, welke tot op heden in enkele gevallen enkel door de huismus in gebruik zijn (figuur 7, weergave 1). In de bebouwing rondom het plangebied gaat het naar schatting om een vijf à tien nesten. Daarnaast is door de eigenaar aangegeven dat er in het verleden een kerkuil in het ten noorden liggende gebouw heeft gezeten en mogelijk ook gebroed. Op het moment van bezoek nestelt er op die plek een paartje kauw (waargenomen met nestmateriaal). In de stal ten westen van het plangebied zijn meerdere boerenzwaluwen aan het nestelen. Daarnaast zitten er ten noorden van het plangebied twee spreeuwen op het dak, welke naar alle waarschijnlijkheid onder de dakpannen van het betreffende gebouw nestelen (figuur 7, weergave 2).

Figuur 7. Weergave 1: Huismus op dakgoot van naastgelegen gebouw. Weergave 2: spreeuwen op nok van ten noorden liggend gebouw.

17

Toetsing Wet natuurbescherming voor de sloop en nieuwbouw van een verblijfsaccommodatie Heereweg 2, Schiermonnikoog

Naast de genoemde soorten kunnen in de omliggende bebouwing gierzwaluwen gaan broeden. Het nest van de gierzwaluw is jaarrrond beschermd. Ondanks de mogelijkheid tot invliegen (zie figuur 6), kunnen nesten van jaarrondbeschermde vogels door een combinatie van redenen met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid worden uitgesloten. De volgende redenen worden genoemd: Het gebouw is enkel toegankelijk onder de golfplaten. Doorgaans prefereren huismussen en gierzwaluwen daken met dakpannen omdat de tempratuur onder golfplaten doorgaans te hoog oploopt. Het dak is onderzocht met een endoscoop. Hierbij zijn geen (oude) vogelnesten aangetroffen. Het gebouw is slechts 3 tot 3,5 meter hoog. Met name de gierzwaluw heeft hogere gebouwen nodig om zich uit te laten vallen. Er zijn tijdens het veldbezoek geen vogels op het dak of in het dak waargenomen met nestindicerend gedrag. Nesten van de betreffende vogelsoorten zouden eerder in de (geschiktere) hogere omliggende gebouwen met dakpannen worden verwacht. Voor de huismus is tijdens het veldbezoek geconstateerd dat de huismus zich ophoudt in de omliggende geschiktere gebouwen. Omdat jaarrondbeschermde nesten door de combinatie van bovenstaande redenen niet worden verwacht en er geen andere gebouwen of bomen worden aangetast, is overtreding van de Wet natuurbescherming rondom jaarrondbeschermde nesten uitgesloten.

Wel wordt aangeraden de werkzaamheden in de periode augustus maart uit te voeren zodat wezenlijke verstoring van broedende vogels kan wordt uitgesloten. Namelijk, wezenlijke verstoring (permanent verlaten van het nest) van broedvogels is binnen de Wet natuurbescherming verboden.

6.7

Flora

Beschermde planten komen met name voor in het duingebied van Schiermonnikoog. Op basis van de verspreidingsgegevens en ontbrekende geschikte habitat worden deze soorten niet verwacht in of direct rondom het plangebied. Tevens zijn er tijdens het veldbezoek geen beschermde planten waargenomen. In het grasland direct rondom het plangebied komen kruiden als paardenbloem, madeliefje, smalle weegbree, paarse dovenetel, kruipende boterbloem en ridderzuring voor (figuur 8). Het betreffen algemeen voorkomende (niet beschermde) soorten. Derhalve wordt er geen sprake van een overtreding van een verbodsbepaling uit de Wet natuurbescherming op flora verwacht.

18

Toetsing Wet natuurbescherming voor de sloop en nieuwbouw van een verblijfsaccommodatie Heereweg 2, Schiermonnikoog

Figuur 8. Weergave 1: Grasland direct rondom plangebied met soorten als de paardenbloem, paarse dovennetel, ridderzuring, kruipende boterbloem en brandnetel.

19

Toetsing Wet natuurbescherming voor de sloop en nieuwbouw van een verblijfsaccommodatie Heereweg 2, Schiermonnikoog

7. Conclusie flora en fauna quickscan Het planvoornemen kan enkel door externe werking negatief effect hebben op Natura 2000-gebieden als het gaat om stikstofdepositie. De stikstofberekening wordt door Successie Natuurzaken zo spoedig mogelijk uitgevoerd. Het planvoornemen heeft geen negatief effect op overige beschermde gebieden onder de Wet natuurbescherming. Daarnaast is er geen sprake van een meld en/of herplantingsplicht omtrent houtopstanden. De werkzaamheden zijn tevens getoetst aan Europees en nationaal beschermde soorten. In de omgeving van het plangebied komen verschillenden beschermde soorten voor. Het betreffen de rugstreeppad, diverse vleermuissoorten en broedvogels. Van de rugstreeppad ontbreken voortplantingswater en potentiele winterhabitat in de directe omgeving van het plangebied. Daarmee is verstoring van de soort uitgesloten. Op basis van het veldbezoek is geconstateerd dat verblijfplaatsen van vleermuizen en jaarrondbeschermde nesten van broedvogels met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid kunnen worden uitgesloten. In de omliggende gebouwen komen nesten van de boerenzwaluw, kauw, spreeuw en jaarrondbeschermde nesten van de huismus voor. Deze plekken blijven binnen het planvoornemen onaangetast. Het wordt aangeraden de werkzaamheden buiten het broedseizoen (in de periode tussen aug.

mrt.) uit te voeren, zodat wezenlijke verstoring van nesten wordt voorkomen. Verder dient men tijdens de uitvoer van de werkzaamheden rekening te houden met de zorgplicht (Artikel 1.11 wnb). De zorgplicht geldt voor elke soort/individu in Nederland. Dit houdt in dat men tracht schade aan wilde planten en dieren zo veel mogelijk te voorkomen. Dit kan door een werkwijze te hanteren waarbij dieren kunnen ontsnappen en/of deze te verplaatsen naar een geschikt biotoop. Ook dient men in het kader van de zorgplicht een toename van verlichting in en rondom het plangebied te voorkomen.

20

Toetsing Wet natuurbescherming voor de sloop en nieuwbouw van een verblijfsaccommodatie Heereweg 2, Schiermonnikoog

8. Literatuurlijst Ministerie van Economische Zaken, 2017. Wet natuurbescherming (16 december 2015). [Online] Beschikbaar op: http://minez.nederlandsesoorten.nl/content/wet-natuurbescherming-16-december2015 Ministerie van Economische Zaken, dec. 2016. Soortenbescherming bij, Den Haag: Ministerie van Economische Zaken. Stibbeblog, 2016. De Wet natuurbescherming: wanneer is sprake van een verstoring van een vogel die van wezenlijke invloed is?. [Online] Beschikbaar op: http://www.stibbeblog.nl/all-blog-posts/environment-and-planning/de-wetnatuurbescherming-wanneer-is-sprake-van-een-verstoring-van-een-vogel-die-van-wezenlijkeinvloed-is/ Vleermuis.net., 2019. Verblijfplaatsen. Beschikbaar op, Vleermuis.net: http://www.vleermuis.net/vleermuizen-en-bescherming/verblijfplaatsen BIJ12 rapporten: Huismus Gierzwaluw Rugstreeppad Diverse soorten vleermuizen Geraadpleegde websites: Waarnemingen.nl Verspreidingsatlas.nl Telmee.nl Google.maps.nl Zoogdiervereniging.nl

21

Bijlage 4

Stikstof berekening

RAPPORT STIKSTOFUITSTOOT Herbouw van recreatiewoning de Balg , van de Heereweg 2 te Schiermonnikoog Projectnummer: Versie: Datum:

19212 V02 11-11-2022

Opdrachtgever: Bouwkundig bureau Meinsma Steenhouwerssteeg 1, 9101 MR Dokkum Telefoon : 0519 295050 Contactpersoon: Dhr. F. Meinsma Opgesteld door: PROJOULE ENERGIE- EN INSTALLATIEADVIES Kerkhoflaan 9 8723 BW KOUDUM Telefoon: 0514 594832 E-mail: bert@projoule.nl Contactpersoon: dhr. Ing. A. de Vries

1

UITGANGSPUNTEN

Voor de berekeningen zijn de onderstaande documenten gehanteerd: - Bouwkundige tekeningen Nieuwbouw de Balg aan de Heereweg 2 te Schiermonnikoog, van Bouwbedrijf R. Dijkstra, tekeningnummer 19-054, d.d. 24-10-2019, bladnummer VO-02. - Als bron voor de uitstootgegevens zijn de opgaven CBS/ER, d.d. 5 juli 2019 gehanteerd. - Uitvoering van onderhavige rapportage is ter verantwoording van uitvoerende participanten.

2.

Stikstof uitstootberekening

Er zijn berekeningen uitgevoerd separaat voor de realisatiefase en exploitatiefase. Beide berekeningen zijn als bijlage toegevoegd. Uit deze berekeningen blijkt dat er geen wijziging in stikstofneerslag > 0,00 kg/j wordt veroorzaakt op omliggende Natura 2000 gebieden.

BIJLAGE Aerius berekening

Bijlage 5

Watertoets

¼¿¬«³ 7-5-2021 ¼±--·»®½±¼» 20210507-2-26396 É¿¬»®¿¼ª·»- µ±®¬» °®±½»¼«®» Project: CADDESK - Heereweg 2 Schiermonnikoog Gemeente: Schiermonnikoog Aanvrager: Jorrit Zeldenrust Organisatie: CADDESK

Geachte heer/mevrouw Jorrit Zeldenrust, Voor het plan CADDESK - Heereweg 2 Schiermonnikoog heeft u een watertoets aangevraagd op www.dewatertoets.nl. De uitkomst is dat de korte procedure moet worden gevolgd. Het plan CADDESK - Heereweg 2 Schiermonnikoog heeft een beperkte invloed op de wateraspecten die van belang kunnen zijn bij ruimtelijke plannen. É»®µ©·¶¦» ©¿¬»®¬±»¬-°®±½»¼«®» Vanaf 2018 worden alle aanvragen uit de digitale watertoets digitaal afgehandeld. Dit betekent dat Wetterskip Fryslân voor de korte procedure standaard een wateradvies verstrekt. Wanneer noodzakelijk geacht ontvangt u op dit standaard wateradvies nog een aanvulling per email. É¿¬»®°¿®¿¹®¿¿º Dit wateradvies geeft u handvatten om de uitkomsten en aandachtspunten van de watertoetsaanvraag mee te nemen in het opstellen van het ruimtelijke plan of besluit. Het is de bedoeling dat u op basis van dit document het plan uitwerkt. Uit de waterparagraaf moet duidelijk blijken wat voor wateraspecten van toepassing zijn en hoe u hier in het plan rekening mee houdt. Indien nodig verzoeken wij u om de wateraspecten te borgen op de Verbeelding en in de Regels van het plan. Ruimtelijke plannen hebben soms een lange doorlooptijd. Tegelijkertijd ontstaan er soms veranderende inzichten in het beleid ten aanzien van de waterketen, waterkeringen en het watersysteem.

Om te garanderen dat de juiste uitgangspunten worden toegepast in de planvorming hanteert het waterschap een uiterste houdbaarheidsdatum van maximaal 1 jaar. Wanneer deze termijn verstreken is kunt u contact opnemen met het waterschap voor een eventuele verlenging van nogmaals 1 jaar. Ô»·¼®¿¿¼ É¿¬»®¬±»¬De watertoets is een belangrijk instrument bij het klimaatbestendig en waterrobuust inrichten van de ruimte. De watertoets zorgt ervoor dat in alle ruimtelijke plannen aandacht wordt besteed aan veiligheid, kwaliteit én kwantiteit van water. Als richtlijn bij het beoordelen van ruimtelijke plannen werkt Wetterskip Fryslân met de Leidraad Watertoets. Hierin staat voor alle wateraspecten uitgangspunten omschreven waarmee u rekening moet houden en is informatie te vinden over de te nemen maatregelen. De leidraad is de te vinden via deze link: www.wetterskipfryslan.nl/vergunningen-wetten-en-regels/online-watertoets-voor-nieuwe-plannen É¿¬»®¿-°»½¬»² »² ¿¿²¼¿½¸¬-°«²¬»² Hieronder staan de eventuele wateraspecten die van invloed zijn op het plan en aandachtspunten om mee rekening te houden.

̱»²¿³» ª»®¸¿®¼·²¹ Wij willen u verzoeken om in de waterparagraaf de volgende passage op te nemen over het onderdeel toename verharding. Door ruimtelijke ontwikkelingen neemt de hoeveelheid verhard oppervlak toe met als gevolg een versnelde afvoer van hemelwater. Het is nodig om deze versnelde afvoer te compenseren om de waterberging in een gebied in stand te houden. Dit geldt ook voor toevoegen van oppervlakteverharding die wel past binnen het bestemmingsplan, maar waarvan de grond al meer dan vijf jaar braak ligt en waar in het verleden niet voor gecompenseerd is. Het is verboden zonder watervergunning neerslag versneld tot afvoer te laten komen indien daarbij meer dan 200 m2onverharde grond in stedelijk gebied en 1500 m2in landelijk gebied wordt bebouwd of verhard. Er geldt een vrijstelling van de vergunningsplicht wanneer wordt voldaan aan de compensatieregels genoemd in dit wateradvies. De meest voorkomende manier van compenseren is het graven van extra oppervlaktewater. Bij het graven van extra oppervlaktewater is onderstaande tabel van toepassing. Uiteraard is het toepassen van alternatieve

maatregelen in het plan ook mogelijk. Afhankelijk van de maatregel kunnen andere normen gelden dan vermeld in het onderstaande tabel. Zie de Leidraad watertoets voor meer informatie over compenserende maatregelen of neem contact op met Wetterskip Fryslân. Indien er niet wordt gecompenseerd door extra oppervlaktewater te graven waarbij onderstaande percentages worden gehanteerd of indien er geen overeenstemming plaatsvindt in de watertoetsprocedure over alternatieve maatregelen dan dient een watervergunning bij het waterschap te worden gevraagd. Ù»¾·»¼

ͬ»¼»´·¶µ øâîðð ³n÷

Ô¿²¼»´·¶µ øâïòëðð ³n÷

Boezem

5%

5%

Polder

10%

10%

Vrij afstromend

Maatwerk mogelijk

Maatwerk mogelijk

̱»´·½¸¬·²¹ ¬¿¾»´ ´ 5% heeft alleen betrekking op de Friese boezem; ´ de algemene regels keur zijn in de onderstaande tabel verwerkt; ´ maatwerk kan bestaan uit bijvoorbeeld infiltratie of berging van het overtollig hemelwater.

Ϋ·³¬»´·¶µ» ¿¼¿°¬¿¬·» Om ook in de toekomst prettig te kunnen wonen, werken en recreëren moeten steden en dorpen ingericht worden met het oog op de toekomst. Het is belangrijk kansen te benutten om het gebied klimaat robuust in te richten. Zo is het mogelijk om het bebouwd gebied beter bestand te maken tegen hevige regenbuien, periodes van droogte en hitte en de gevolgen van een mogelijke overstroming. Voor veel maatregelen geldt bovendien dat ze kosteneffectief zijn, als ze maar in een vroeg stadium in het planvormingsproces worden meegenomen. Meer informatie hierover is te vinden op De Friese klimaatatlas : www.frieseklimaatatlas.nl É¿¬»®©»¬ Voor bepaalde werkzaamheden heeft u een watervergunning nodig. Bijvoorbeeld als u een sloot wilt dempen, afvalwater wilt lozen op oppervlaktewater of grondwater wilt onttrekken. Soms is het doen van een melding voldoende. Een watervergunning aanvragen is dan niet nodig. Op onze website www.wetterskipfryslan.nltreft u meer informatie aan over de Waterwet en u kunt daar onder andere ook meldingsformulieren en het aanvraagformulier voor een watervergunning downloaden. Via Omgevingsloket online (www.omgevingsloket.nl ) kunt u vooraf nagaan of u een watervergunning nodig heeft of een melding moet doen (vergunningcheck). U kunt hier ook meteen de vergunning aanvragen of de melding doen.

ߺ®±²¼·²¹ ©¿¬»®¬±»¬-°®±½»¼«®» In de besluitvormingsfase, ten tijde van het toesturen van het voorontwerp bestemmingsplan of ontwerp omgevingsvergunning, controleert Wetterskip Fryslân of de waterbelangen voldoende zijn meegenomen en geborgd in het ruimtelijke plan of besluit. Ю·ª¿½§ª»®µ´¿®·²¹ Wetterskip Fryslân verwerkt uw naam, adres, telefoonnummer, e-mailadres en kadastrale gegevens om uw aanvraag te behandelen. De grondslag van de verwerking van deze gegevens zijn taken in het algemeen belang die in het Besluit Ruimtelijke Ordening aan het waterschap zijn opgedragen. Wij hebben gegevens van u ontvangen en verdere gegevens zullen wij opvragen uit het kadaster en ons geografische informatie systeem. Uw gegevens worden na afronding van uw aanvraag permanent bewaard. U heeft recht op inzage, een kopie, rectificatie, wissing, beperking, bezwaar en het indienen van een klacht bij de Autoriteit Persoonsgegevens. Een verzoek daartoe kunt u doen via privacy@wetterskipfryslan.nl. Nadere informatie over de verwerking van uw gegevens en uw rechten vindt u op https://www.wetterskipfryslan.nl/over-de-site/privacyverklaring

Met vriendelijke groet,

Wetterskip Fryslân Postbus 36 8900 AA Leeuwarden T 058 292 2222 E Info@wetterskipfryslan.nl

©©©ò¼»©¿¬»®¬±»¬-ò²´

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Schiermonnikoog&id=d1035ada-edbe-4a5c-885a-d5e2686b7f6e