CConstaterende datSchiermonnikoog
Koppel je AI →
Document · PDF

Notitie Financieel Kader 2023-2026.docx

Raadsvergadering 12 juli 2022, gemeente SchiermonnikoogBij agendapunt: Notitie Financieel Kader10.901 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Notitie Financieel Kader 2023-2026 Schiermonnikoog

Aanbiedingsbrief Hierbij leggen wij u de Notitie Financieel Kader (NFK) 2023-2026 voor. Deze nota is zoals altijd de opmaat naar de begroting van het volgende kalenderjaar, in dit geval 2023, met een financiële doorkijk naar de drie daarop volgende jaren, in dit geval de jaren 2024-2026. Beleidsrichting Op maandag 16 mei 2022 is het nieuwe college van burgemeester en wethouders voor de periode 2022-2026 geïnstalleerd. De gemeenteraad heeft in diezelfde vergadering kennis genomen van het coalitieakkoord “Omsjain nooi ineeuwr en feurút!”, of, in het Nederlands “Omkijken naar elkaar en vooruit!”. Door de beide fractievoorzitters is in de inleiding van het akkoord aan het nieuwe college gevraagd om het akkoord te vertalen naar een uitvoeringsprogramma. Het nieuwe college heeft deze handschoen opgepakt en is hiermee van start gegaan. De verwachting is dat het college-uitvoeringsprogramma binnenkort gereed is en aan de gemeenteraad ter kennisgeving kan worden aangeboden. Tegelijkertijd is de NFK 2023-2026 opgesteld, waarbij het coalitieakkoord als uitgangspunt is genomen. Er is alvast geanticipeerd op de contouren van het uitvoeringsprogramma van het college. Uiteraard kan dit nog om een nadere detaillering vragen in de begroting van 2023. Wij zijn hoopvol gestemd over het einde van de Coronapandemie.

Uiteraard moeten we hiervoor een slag om de arm houden, omdat niemand zeker weet of dit niet alsnog weer in het najaar of de winter oplaait. Wij gaan daar in het kader van de NFK 2023-2026 niet vanuit. Dit is in elk geval een opsteker ten opzichte van de vorige twee exemplaren van de NFK. Wij proberen door extra stimulering van activiteiten en extra aandacht voor jeugd en ouderen de gevolgen van de pandemie zo snel mogelijk weer ongedaan te maken. Tegelijkertijd worden wij wereldwijd geconfronteerd met de consequenties van de oorlog in Oekraïne en (mede ten gevolge daarvan) enorme toename van de kosten van grondstoffen en fossiele brandstoffen. De prijzen van energie, bouwkosten en levensmiddelen stijgen hierdoor navenant. Op ons eiland wordt op dit moment een aantal Oekraïense vluchtelingen gehuisvest. Hoewel een verschrikkelijke aanleiding, waarderen wij het zeer dat betrokken huisjes-eigenaren hun eigendom hiervoor beschikbaar stellen. Als lokale overheid hebben wij geen invloed op de hogere kosten en inflatie. We proberen mensen die financieel in de knoop dreigen te komen tijdig in beeld te krijgen en hen te helpen gebruik te maken van de regelingen die er voor hen zijn, dan wel worden ontwikkeld.

Wij overwegen de groep die tussen de 120 en 130% van het minimumloon verdient, ook enigszins financieel te ondersteunen voor de snel oplopende energierekeningen; dit als extra maatregel ten opzichte van de rijksregeling voor de groep tot en met 120% van het minimumloon, die wij momenteel aan het uitvoeren zijn. Wij willen nieuwe invulling geven aan burgerparticipatie. Wij willen zoveel mogelijk informatie ophalen, daar waar dat een meerwaarde kan opleveren voor de kwaliteit van de besluitvorming. Wij gaan op dit punt niet terug naar het zogenaamde ‘oude normaal’ ten opzichte van de periode van voor de Coronajaren, maar willen een extra stap zetten. Over de gewenste vormen van burgerparticipatie willen wij een startbijeenkomst organiseren, waar de ideeën die hierover leven bij onze inwoners worden geïnventariseerd. Wij gaan hierover vervolgens een document opstellen, waarin we aangeven in welke situaties welke vorm van burger- of overheidsparticipatie het meest geëigend is. We willen voor de uitvoering hiervan dan ook een hoger jaarlijks budget. De praktijk zal moeten uitwijzen of het nu gevraagde budget voor participatie toereikend is. Participatie en communicatie moeten net als financiën een vast onderdeel worden van onze beleidsvoorstellen.

2

Dat geldt ook voor de Sustainable Development Goals (SDG’s), de 17 doelen om van de wereld een betere plek te maken. Wij zijn al enkele jaren een zogenaamde SDG-gemeente en willen ons beleid nog meer en in elk geval explicieter en zichtbaarder langs het kompas van deze doelen leggen. De Coronapandemie heeft overigens niet alleen negatieve gevolgen gehad. Het heeft ook aangetoond dat wij tot meer digitalisering in staat zijn dan we tot voor kort dachten. De goede elementen daarvan vertalen we door naar een iets andere manier van werken en diensten verlenen. Die is te kenschetsen als hybride. Ontmoetingen en contacten zullen we fysiek blijven organiseren, maar ook digitaal als dat handiger en klantgerichter is. Onze dienstverlening en personeelsbeleid zullen meer dan voorheen hybride zijn. Dienstverlening op afspraak en digitaal kan voor sommigen een uitkomst zijn; dat gaan we faciliteren. Voor anderen die minder digitaal zijn ingesteld zullen we fysieke mogelijkheden blijven bieden. Het productiemiddel bij uitstek van onze gemeente is ons personeel. Wij zijn een kleine organisatie, die hecht aan zijn zelfstandigheid. Dit betekent dat we slim met onze personele inzet moeten omgaan, waarbij we gebruik maken van een kleine kernachtige eigen organisatie.

Daarin hebben we de onderdelen georganiseerd die wij dichtbij onze inwoners moeten en willen hebben: onze buitendienst, civiele werken, publiekszaken, vergunningen, toezicht en handhaving, economie, zorg, welzijn, ruimtelijke ordening, cultuur, sport, onderwijs en duurzaamheid organiseren we daarom graag zelf, waarbij we uiteraard de samenwerking met andere gemeenten en eilanden zoeken. En natuurlijk hechten we aan ons eigen bestuur en bestuursondersteuning, waartoe we ook voorlichting en informatievoorziening rekenen. Om dit alles goed te kunnen doen en de kwaliteit te waarborgen, zodat onze zelfstandigheid niet omstreden wordt, moeten we goed bij de tijd blijven en zijn er voortdurend investeringen nodig in kwaliteit en opleidingen. Voor een aantal onderdelen hebben we de uitvoering van taken uitbesteed aan een andere overheidsorganisatie. We kunnen daardoor gebruik maken van de expertise die daar wel en bij ons niet aanwezig is. Vaak heeft dat te maken met specialismen en de daarvoor benodigde omvang / productie van een organisatie. In ons geval geldt dat bijvoorbeeld voor digitalisering en de beveiliging daarvan, financiën, belastingen, salarisadministratie, de uitvoering van de WMO en de beleidsmatige vertaling van rijksbeleid op dit vlak. Wij hebben hiervoor dienstverleningsovereenkomsten gesloten.

De overeenkomst met de (voorloper van) de gemeente Noardeast Fryslân is sterk verouderd. We werken samen met die gemeente aan een actualisering, waarbij niet moet worden uitgesloten dat dit tot meerkosten gaat leiden; de tarifering is ook niet geheel ‘bij de tijd’. De gesprekken hierover worden deze zomer afgerond, zodat er een voorstel voor een nieuwe dienstverleningsovereenkomst kan worden gesloten. De financiële consequenties zullen in het najaar, bij de begroting, aan de raad worden voorgelegd. Daarnaast zijn er diverse onderwerpen waarop we behoefte hebben aan tijdelijke ondersteuning. Welke onderwerpen dat zijn, varieert van tijd tot tijd en van jaar tot jaar. Wij noemen dit een flexibele schil, rondom onze harde kernorganisatie. Ook voor die flexibele schil hebben we structureel een budget nodig, dat we flexibel kunnen inzetten. Uiteraard moeten we voldoende bestuurlijke slagkracht hebben. Na de opclassificatie die voor onze burgemeester en wethouders in de zomer van 2021 al heeft plaats gevonden, zijn vanaf de huidige collegeperiode de wethouders aangesteld voor 0,8 fte (was 0,65 fte). De gemeenteraad heeft daarmee op 16 mei al ingestemd; de financiële gevolgen worden nu meegenomen in de NFK.

3

Met de andere Waddeneilanden werken we intensief samen onder de noemer van de GR de Wadden. We hebben hierin een zeer proactieve rol en zijn bezig met het ook voor ons eiland belangrijke uitvoeringsplan, waarvoor we een zogenaamde Regiodeal met het Rijk willen sluiten. Verder zijn we deelnemer van de Veiligheidsregio Fryslân, FUMO, SDF en onderhouden we nauwe contacten met andere samenwerkingspartners, zoals Het Nationaal Park, Natuurmonumenten, Wetterskip Fryslân, en vele anderen. Financiële richting De Notitie Financieel Kader 2023-2026 is de opmaat voor onze (meerjaren-) begroting 2023 en volgende. De provincie hanteert als uitgangspunt voor haar financieel toezicht dat gemeenten ofwel hun eerste jaarschijf structureel sluitend moeten hebben, ofwel hun laatste jaarschijf. Het uitgangspunt van het college is een structureel sluitende begroting in de eerste jaarschijf, jaarschijf 2023. In deze NFK is dat gelukt. Als alle voorstellen uit deze NFK, inclusief die voor het nieuwe beleid, worden gehonoreerd, ontstaat er voor 2023 een overschot, voor de jaren daarna een tekort. De belangrijkste reden dat er een overschot is in 2023 en een tekort in de jaren daarna is dat er in de jaarschijven vanaf 2024 een jaarlast is opgenomen voor de realisatie van het LOC van € 134.000. Dit is gebaseerd op een voorlopige inschatting van een investering van € 6 miljoen.

Hierbij moet ook worden aangetekend dat er nog geen rekening is gehouden met eventuele subsidies / cofinanciering. De jaarlast kan dus nog hoger (als het investeringsbedrag groter is) en lager (als er subsidies worden binnen gehaald) uitvallen. Hoofdstuk 2 bevat net als voorgaande jaren de uitgangspunten voor de indexatie van de inkomsten en uitgaven. Hoofdstuk 3 bevat het meerjarenperspectief, hoofdstuk 4 de voorstellen voor nieuw beleid en hoofdstuk 5 de overige ontwikkelingen. De huidige stand van het meerjarenperspectief is t/m de raadsvergadering van mei 2022, plus de voorstellen uit de juniraad. In deze NFK is ook de meicirculaire 2022 verwerkt. Op die meicirculaire wordt in paragraaf 3.1 van deze NFK nader ingegaan, omdat deze, meer dan in andere jaren, een flinke invloed heeft op onze begroting. De effecten van de herverdeling van het gemeentefonds tot en met 2025 zijn daarin namelijk verwerkt. Voor Schiermonnikoog pakt de herverdeling positief uit. Het zogenaamde ingroeipad is beperkt tot drie jaar. In 2025 wordt de herverdeling gemeentefonds geëvalueerd. De uitkomsten voor 2026 zijn dan ook onzeker. Advies is dan ook om tijdig extra inkomsten of minder kosten te realiseren zodat de mogelijk lagere inkomsten van 2026 gecompenseerd kunnen worden.

Bovendien willen we nogmaals kijken of er in de (meerjaren-) begrotingen tot nu toe (geheel of gedeeltelijke) onbenutte uitgavenposten zitten die geheel of gedeeltelijk kunnen worden geschrapt. Daarnaast kunnen er zich tussen nu en de daadwerkelijke vaststelling van de begroting in november 2022 nog ontwikkelingen voordoen. Extra inkomsten of minder kosten realiseren Het college van burgemeester en wethouders wil graag met de raad in gesprek over de mogelijkheden om de nog resterende gaten van de jaren 2024-2026 te dichten. Dit kan door aan de uitgavenkant te snoeien, hetgeen het niet doorgaan van nieuw beleid betekent, of bezuinigingen op reeds bestaande budgetten. De andere mogelijkheid is om de inkomsten van de gemeente te verhogen. Hiervoor bestaat een aantal opties, waarvan het college ook graag van de gemeenteraad wil weten welke hiervan bespreekbaar zijn: a. Omdat de verhoging / instandhouding van onze uitgaven deels betrekking hebben op de voorzieningen voor onze inwoners en anderzijds op onze toeristen, zijn er twee hoofdsporen om tot inkomstenverhoging te komen, of een combinatie van beiden:

4

1. Onroerendezaakbelasting (OZB). Overwogen kan worden om de maximale jaarlijkse verhoging van 1,5% voor één of meerdere jaren te verlaten en in plaats hiervan een inflatiecorrectie toe te passen, die op dit moment hoger is dan 1,5%. Voor het college hoort hier wel bij, dat voor de mensen met de (te) smalle beurs de kwijtscheldingsregeling goed onder de aandacht moet worden gebracht. 2. Toeristenbelasting. Overwogen kan worden om voor de toeristenbelasting binnen de huidige systematiek een verhoging door te voeren. Dit is het afgelopen jaar voor de begroting van 2022 ook gebeurd. Daarnaast wil het college onderzoek laten uitvoeren naar een andere, nieuwe systematiek, die dan op zijn vroegst vanaf 2024 kan worden geïntroduceerd, maar in elk geval vanaf het jaar 2026. Hierbij wordt bij voorkeur gezocht wordt naar een systematiek waarbij alle bezoekers tot (zo mogelijk digitale) afdracht komen, zodat die afdracht ook volledig bij de gemeente terecht komt. Ook willen we kijken of de belasting kan worden gekoppeld aan de hoogte van de verhuurprijzen/overnachtingsprijzen, bijvoorbeeld door een percentage. Toeristen die in staat zijn een hogere huur te betalen, betalen dan ook meer belasting dan mensen die een lager overnachtingstarief betalen. Het uitvoeren van het onderzoek, de besluitvorming daarover en vervolgens doorvoeren in de belastingverordening kost meer tijd.

Dit biedt dus sowieso geen oplossing voor 2023, maar wellicht wel voor de jaren daarna. In elk geval zou dat soelaas moeten bieden voor het jaar 2026. b. Subsidies en cofinanciering. Nog scherper dan nu gaan we onderzoeken of er voor onze activiteiten / investeringen subsidie- of cofinancieringsmogelijkheden zijn. Het gaat dan om éénmalige inkomsten. Dit zal geen direct gevolg hebben voor het sluitend krijgen van de begroting, maar kan hieraan wel een (bescheiden) bijdrage leveren. c. Precario en huur. Overwogen kan worden om een precariostelsel in te voeren. Er kan dan belasting geheven worden op het gebruik van gemeentegrond, bijvoorbeeld voor de structurele terrassen en reclame-uitingen. Daarnaast kan overwogen worden om huurprijzen in rekening te brengen voor bijvoorbeeld het tijdelijk gebruiken van gemeentegrond voor opslag van (bouw)materialen.

5

Inhoudsopgave

Aanbiedingsbrief ....................................................................................................................2 Inhoudsopgave .......................................................................................................................6 1.

Ontwikkeling structurele begrotingspositie.................................................................7

2.

Uitgangspunten NFK 2023-2026 ....................................................................................7

3.

Meerjarenperspectief......................................................................................................9 3.1 Toelichting op ontwikkelingen structurele begrotingspositie ...............................10 3.2 Toelichting op ontwikkelingen eenmalige begrotingspositie ................................13

4.

Voorstellen nieuw beleid..............................................................................................16 4.1 Overzicht voorstellen nieuw beleid...........................................................................16 4.1 Financiële gevolgen structureel nieuw beleid .........................................................17 4.2A Financiële gevolgen incidenteel nieuw beleid Algemene reserve ......................18 4.2B Financiële gevolgen incidenteel nieuw beleid Weerstandsvermogen................18

5

Overige ontwikkelingen................................................................................................19

6

Tot slot ...........................................................................................................................20

Bijlage 1 Nieuw beleid ..........................................................................................................21 A Toelichting voorstellen nieuw beleid structureel ten laste van begrotingsresultaat ............................................................................................................................................21 B Toelichting voorstellen nieuw beleid incidenteel ten laste van algemene reserve 27 C Toelichting voorstellen nieuw beleid incidenteel ten laste van overige reserve ....27 D. Toelichting voorstel krediet ........................................................................................29 Bijlage 2 Effecten meicirculaire 2022..................................................................................30

6

1. Ontwikkeling structurele begrotingspositie In november 2021 heeft de raad de begroting 2022 vastgesteld. In deze begroting staat de jaarschijf 2023 opgenomen. Deze jaarschijf 2023 is de start voor het opstellen van de NFK 2023-2026. De vastgestelde begroting 2022 laat voor jaarschijf 2023 en verder de volgende saldi zien:

2023

2024

2025

Begroting 2022

-9.325

-21.592

-81.946

Nieuw beleid

-380

-779

-1.198

Begrotingssaldo incl. nieuw beleid

-9.705

-22.371

-83.144

Correctie jeugdzorg

-24.015

-22.539

-20.777

Nieuw resultaat

-33.720

-44.910

-103.921

Waarvan incidentele baten en lasten (saldo) Structureel begrotingssaldo

-

-

-

-33.720

-44.910

-103.921

Bij het opstellen van de begroting 2022 werd duidelijk dat de ontvangsten vanuit de Algemene Uitkering voor jeugdzorg te hoog waren opgenomen. Dit is op het laatste moment gecorrigeerd. Deze correctie staat hierboven opgenomen.

2. Uitgangspunten NFK 2023-2026 Voor het omzetten van de primaire begroting 2022 naar NFK 2023-2026 wordt uitgegaan van de volgende uitgangspunten: Meerjarenonderhoudsplannen In de begroting 2023 en verder worden de cijfers uit de volgende door de raad vastgestelde onderhoudsplannen verwerkt: MOP gemeentelijke gebouwen

2022-2031

MOP jachthaven

2017-2026

MOP riolering

2019-2027

MOP openbare verlichting

2006-2010

MOP wegen

2017-2026

Groenbeheersplan

2008

Wat nog ontbreekt, is het MOP veerdam. Provincie Fryslân houdt toezicht op de ouderdom van de onderhoudsplannen. Een onderhoudsplan mag maximaal 5 jaar oud zijn. Er zal daarom gewerkt moeten worden aan de vernieuwing van de onderhoudsplannen. De verwachting is dat de financiële uitwerking van deze plannen een minimaal effect zal hebben op de begroting 2023 en verder. Vervangingsinvesteringen De noodzaak van de geplande vervangingsinvesteringen wordt richting het opstellen van de begroting 2023 nog tegen het licht gehouden, evenals de hoogte van de bedragen van die vervangingsinvesteringen.

7

Rentepercentage De marktrente (25 jaar, lineair) beweegt zich half mei 2022 rond de 1,95%. Begin 2022 was deze 0,78%. De rente is dus aan het stijgen, maar onduidelijk is hoeveel. In onze huidige begroting rekenen we met een rentepercentage van 0,85%. Dat is het rentepercentage dat we doorbelasten in de exploitatie over onze activa Uitgangspunt voor de NFK 2023 is dat we het rentepercentage van 0,85% blijven hanteren. Mochten er bij de opstelling van de begroting 2023 ontwikkelingen bekend zijn waardoor er met een hoger rentepercentage gerekend moet worden, dan zullen we dat in de begroting 2023 opnemen. Indexatie personeelslasten De huidige cao loopt van 1 januari 2021 tot en met 1 januari 2023. De cao voor 2023 is dus nog niet bekend. Voor 2023 en verder gaan we uit van een jaarlijkse loonstijging van 3,6%. Bij de begroting 2022 was uitgegaan van een loonstijging van 1,5% Dit levert een nadeel op. Zie ook paragraaf 3.1, onderdeel 3 in deze notitie. Indexatie budgetten Voor

2023

houden

we

rekening

met

een

stijging

van

budgetten

volgens

de

geharmoniseerde

consumentenprijsindex (HICP) van het centraal economisch plan maart 2022. Dat is 2,2% voor boekjaar 2023. In de meerjarenbegroting is nu nog rekening gehouden met een prijsstijging van 1,0% per jaar. Contractuele verplichtingen zullen vermoedelijk niet beïnvloedbaar zijn en kunnen leiden tot stijgingen boven de 2,2% waar in 2023 mee wordt gerekend. Zie ook paragraaf 3.1, onderdeel 4 in deze notitie De meicirculaire 2022 is eind mei bekend. Daarin staat ook opgenomen met welke kostenindexatie wordt gerekend. Gezien het late moment van verschijnen kiezen we ervoor deze indexatie niet te gebruiken. Indexatie subsidies In de meerjarenbegroting is rekening gehouden met een prijsstijging van ongeveer 1,1% per jaar. We gaan er van uit dat de subsidies gemiddeld met 2,2% per jaar zullen stijgen de komende jaren (in overeenstemming met de geharmoniseerde consumentenprijsindex (HICP) van het centraal economisch plan maart 2022). Dit levert een effect op voor de begroting 2023. Zie ook paragraaf 3.1, onderdeel 5 in deze notitie. Subsidieaanvragen beoordelen wij altijd per geval. Daarbij letten we onder andere op het eigen vermogen van een instelling en wat het nut en de noodzaak van een subsidie is.

Indexatie leges, heffingen, rechten en belastingen De volgende meerjarige indexatiebesluiten zijn genomen en verwerkt in de meerjarenbegroting: -afvalstoffenheffing: 100% kostendekking -WABO: 100% kostendekkend -rioolrechten: vanaf 2019 100% exclusief indexering o.b.v. MOP-riolering -auto-ontheffingen: 100% kostendekkend

8

Belastingverhogingen: - leges en rechten: 2% per jaar - liggelden: 2% per jaar - lijkbezorgingsrechten: 2% per jaar - forensenbelasting: 2% per jaar - toeristenbelasting: 2% per jaar - ozb-eigenaren: 1,5% per jaar - ozb-gebruikers niet-woningen: 1,5% per jaar Alle hiervoor genoemde verhogingen waren al meerjarig verwerkt in de begroting en zijn niet gewijzigd ten opzichte van vorig jaar.

3. Meerjarenperspectief Na vaststelling van de begroting 2022 hebben zich een aantal ontwikkelingen voorgedaan die de begrotingspositie 2023 beïnvloeden. Daarnaast zijn bovenstaande uitgangspunten opgenomen. Onderstaande tabel geeft een actueel meerjarenperspectief, maar is nog éxclusief voorstellen voor nieuw beleid, die in hoofdstuk 4 staan. Een korte toelichting op de ontwikkelingen staat onder de tabel opgenomen. De begrotingssaldi laten een tekort zien in 2023 en verder. Het jaar 2025 komt er nieuw bij. Het begrotingssaldo van die jaarschijf is daarom nog onbekend en wordt bekend bij het opstellen van de begroting 2023. Begrotingssaldo structureel (zie hoofdstuk 1)

2023 -33.720

2024 -44.910

2025 -103.921

1. Begrotingswijzigingen 2021 met effect 2023 1a. Meerjarige gevolgen Aankoop aandelen Stedin 1b. Meerjarige gevolgen vervangen milieustraat 1c. Meerjarige gevolgen herfstnota 2021

3.942 -2.060 -4.533

3.942 -2.060 2.762

3.942 -2.060 19.512

2. Effect begroting 2023 GR’en: 2a. FUMO: begroting 2023 2b. VRF: begroting 2023 2c. De Waddeneilanden: begroting 2023 2d. De Waddeneilanden ICT: begroting 2023

-5.205 -30.300

-6.029 -31.746

-17.244 -33.334

-3.154

-77.129

-112.159

-5.509 -5.700

-7.012 -9.336

-10.872 -13.194

3.764

2.199

523

-11.563

-11.563

-11.563

8. Meicirculaire

438.078

565.352

616.785

Structurele begrotingsstand bij de NFK 2023-2026

344.040

384.470

336.415

3. Indexatie personeelslasten, van 1,5% naar 3,6% ecl uitbreiding wethouders (zie 7b) 4. Indexatie budgetten naar 2,2% 5. Indexatie subsidies naar 2,2% 6. Effect Lentenota 2022 (behandeld in raadsvergadering juni 2022) 7. Effect raadsbesluiten 2022 7a. Onderhoudsplan gebouwen 2022-2031 (raad 17 mei 2022)

9

3.1 Toelichting op ontwikkelingen structurele begrotingspositie 1.

Begrotingswijzigingen 2021 met effect 2023 Na het opstellen van de begroting 2022 met daarin opgenomen de cijfers 2023 zijn er voor 2023 nog de volgende wijzigingen geweest: 1a. Meerjarige gevolgen Aankoop aandelen Stedin (raadsbesluit 18 mei 2021) 1b. Meerjarige gevolgen vervangen milieustraat: (raadsbesluit 17 september 2021) 1c. Meerjarige gevolgen herfstnota 2021 (raadsbesluit 16 november 2021).

2.

Gemeenschappelijke regellingen FUMO / VRF / De Waddeneilanden

2a. Fumo (Fryske Utfieringstsjinst Miljeu en Omjouwing) Bij de begroting 2022 was de gevraagde bijdrage lager dan begroot. De gemeenteraad heeft op 6 april 2021 ingestemd met uw voorstel om dit voordeel van 21% niet te verwerken in de gemeentelijke begroting. De reden hiervoor was omdat er een kostenstijging verwacht werd door professionalisering van de organisatie en de daaruit voorkomende extra aanvragen. Voor 2023 is de gevraagde bijdrage hoger dan begroot, de verwachte kostenstijging in 2022 was juist. Maar omdat het voordeel van 2022 niet verwerkt is, is dit bedrag in 2023 gebruikt ter compensatie van de verhoging. Per saldo is de gevraagde bijdrage 2023 nagenoeg gelijk aan begroot. 2b. VRF (Veiligheidsregio Fryslân) Voor 2023-2026 is een stijging van de gemeentelijke bijdragen van toepassing, o.a. door indexering van materiële kosten en lonen. In deze bijdrage is geen rekening gehouden met de financiële effecten van de oorlog in Oekraïne op de Veiligheidsregio. Daarnaast is het nog onduidelijk wat de volledige effecten gaan zijn op de prijs en levertijden van bijvoorbeeld brandstof en materiaal. 2c. Waddeneilanden De bijdrage aan De Waddeneilanden is licht gedaald. Het verschil ten opzichte van de begroting gebruiken we om de co-financieirng van het programma Waddeneilanden te dekken. Zie verder bij nieuwe beleid. 2d.

Waddeneilanden ICT Er is verhoging van het budget nodig omdat er extra kosten zijn in verband met van de informatiebeveiliging en een verhoging van de werkplekkosten noodzakelijk is. 3.

Indexatie personele lasten

Bij de begroting 2021 was uitgegaan van een loonstijging van 1,5%. In de NFK 2023 wordt een percentage van 3,6% gehanteerd. Een gedeelte van de stijging wordt in 2023 nog gecompenseerd door een vrijval van het nog aanwezige vacaturebudget. Daarom is de stijging in 2023 gering. 4.

Indexatie budgetten van 1,0% naar 2,2%

In de meerjarenbegroting is rekening gehouden met een prijsstijging van ongeveer 1,0% per jaar. We gaan er van uit dat de kostenbudgetten gemiddeld met 2,2% per jaar zullen stijgen de komende jaren. Dit levert een nadeel op voor de begroting 2023 en verder. 5.

Indexatie subsidies van 1,1% naar 2,2%

In de meerjarenbegroting is rekening gehouden met een prijsstijging van ongeveer 1,1% per jaar. We gaan er van uit dat de subsidies gemiddeld met 2,2% per jaar zullen stijgen de komende jaren. Dit levert een nadeel op voor de begroting 2023 en verder.

10

6. Effect Lentenota 2021 De Lentenota wordt besluitvormend behandeld in de junivergadering 2022. 7. Effect raadsbesluiten 2022 De raadsbesluiten genomen in 2022 hebben effect op het begrotingssaldo 2023. 8. Meicirculaire Op 1 juni is de meicirculaire verschenen. In de circulaire zijn de accressen gemeentefonds voor de jaren 20222025 op basis van de voorjaarnota bijgesteld. De hoogtepunten uit de meicirculaire worden hieronder toegelicht. Samengevat Uitkomst t/m decembercirculaire 2021

2023

2024

2025

2026

+3.510.744

+3.560.963

+3.631.470

+3.558.654

-13.000

-13.000

-13.000

-13.000

+4.032.822

+4.137.315

+4.257.255

+3.919.524

+535.078

+589.352

+638.785

+373.870

-97.000

-24.000

-22.000

0

+438.078

+565.352

+616.785

+373.870

Correctie jeugdzorg 2020 Uitkomst t/m meicirculaire 2022 Effect op begroting (+ = voordeel en een - = nadeel) Totaal te reserveren / oormerken gelden Resultaat t/m meicirculaire 2022, incl. reserveringen Een hoger accres van bijna 14 miljoen in 2025

De accressen zijn ten opzichte van de septembercirculaire 2021 flink gestegen. Dit ligt ten eerste aan een hogere bijstelling voor de ontwikkeling van de lonen en prijzen op basis van het Centraal Economisch Plan. Maar er is ook sprake van flink hogere volume-accressen (accressen geschoond voor de loon- en prijsontwikkeling) als gevolg van het regeerakkoord en de nadere aanpassing ervan. De volume-accressen 2023-2025 voor het gemeentefonds zijn ook ten opzichte van de indicatieve accressen 2022-2025 uit de Startnota kabinet Rutte IV flink gestegen. Op dit accres wordt in deze periode ieder jaar een bedrag in mindering gebracht voor de voeding aan het Volkshuisvestingsfonds (€ 400.000) en de Woningbouwimpuls (€ 270.000). Het accres wordt tot 2025 grotendeels op basis van bestaande afspraken berekend. En een aantal investeringsfondsen (klimaat, ontsluiten nieuwbouwwoningen en stikstof) worden uitgezonderd op de accresrelevante uitgaven. Het Rijk is in gesprek met de gemeente- en provinciekoepels over het vastzetten van het volumedeel van het accres voor de periode tot en met 2025. Door het vastzetten van het volumedeel wordt het accres stabieler. Vanaf 2026 een andere accressystematiek Vanaf 2026 zal het gemeentefonds niet langer via de normeringssystematiek geïndexeerd worden.

Er wordt geen volume-accres meer verstrekt, alleen nog maar een nominaal accres voor de loon- en prijsontwikkeling. Opschalingskorting Het kabinet heeft besloten deze kabinetsperiode voor zowel gemeenten als provincies de oploop van de opschalingskorting te schrappen voor de periode 2022 tot en met 2025.

11

Extra capaciteit BOA’s In de openbare ruimte verrichten BOA’s belangrijk werk in specialistische en complexe beleids- en wetsgebieden. In de afgelopen jaren zijn BOA’s binnen hun bevoegdheid ook steeds meer taken gaan uitvoeren. Het ontvangen bedrag van € 29.000 per jaar reserveren we voor de bijbehorende uitgaven. Dit staat voor 2023 en verder ook in de NFK 2023-2026 als nieuw beleid opgenomen, zie voorstellen 8A en 8B. Extra middelen jeugdzorg in 2023 Voor het jaar 2023 zijn de extra middelen jeugdzorg van € 72.000 aan de algemene uitkering toegevoegd. In de begroting was hiervoor al een stelpost van € 4.000 opgenomen, dus een incidentele meevaller van € 68.000. Wat ontbreekt in de meicirculaire zijn de toevoegingen van de extra middelen aan de algemene uitkering voor de jaren 2024-2027 conform het advies van de Cie van Wijzen. Herverdeling gemeentefonds Hoofddoel voor een nieuw verdeelstelsel was om dat eenvoudig en uitlegbaar te maken en dat beter aansluit bij de noodzakelijke kosten die gemeenten maken (dat was vooral nodig in het sociaal domein). De indeling van de clusters is logischer en globaler gemaakt en het aantal maatstaven is gehalveerd. De effecten van de herverdeling van het gemeentefonds zijn geactualiseerd naar de stand per 1 januari 2023.

Oorspronkelijk was er sprake van een herverdeling van € 15 per inwoner, voor 2024 en 2025 aanvullend maximaal € 15,00 per inwoner. Dit is later bijgesteld naar 2023 maximaal € 7,50 per inwoner op vooruit of achteruit. In 2024 en 2025 is dat bedrag aanvullend maximaal € 15,00 per inwoner. Tot en met 2025 gaan gemeenten er maximaal € 37,50 op vooruit of achteruit. Echter deze bedragen zijn gebaseerd op 2017. Voor 2023 is een herberekening gemaakt. Deze eerdergenoemde bedragen zijn daaruit niet meer te herleiden. Voor Schiermonnikoog pakt de herverdeling positief uit oplopend tot € 287.000 voor 2024 en 2025. Het ingroeipad is beperkt tot drie jaar. In 2025 wordt namelijk de herverdeling gemeentefonds geëvalueerd. De uitkomsten voor 2026 zijn dan ook onzeker. Correctie berekening constante prijzen i.p.v. lopende prijzen Bij de afgelopen circulaires werd gerekend met lopende prijzen (een prijs met een indexering hierop toegepast). Bij deze circulaire is ervoor gekozen om de indexering niet meer toe te passen. Dit om te voorkomen dat er op basis van een te hoge indexering rekening wordt gehouden met te hoge inkomsten. Jaar 2026 2025

2026

4.257.255

3.919.524 337.731

Uitkomst t/m meicirculaire 2022 Verschil

De daling aan inkomsten komt omdat 2026 een onzekere jaar is. De redenen hiervoor zijn: •

Vanaf 2026 een andere accressystematiek geldt

•

Herverdeling gemeentefonds wijzigt mogelijk in 2026

Advies is dan ook om tijdig extra inkomsten of minder kosten voor 2026 te realiseren zodat de mogelijke minder inkomsten van 2026 gecompenseerd kunnen worden.

12

Voor meer gedetailleerde informatie wordt verwezen naar de bijlage 2 Effecten meicirculaire 2022

3.2 Toelichting op ontwikkelingen eenmalige begrotingspositie In de jaarrekening 2021 is de stand van reserves en voorzieningen opgenomen. Het saldo van de algemene reserve per 31 december 2021 bedraagt € 461.550, exclusief resultaatbestemming. Dit bedrag is opgenomen in onderstaand overzicht als Stand per 1 januari in de kolom 2022.

De huidige stand van de algemene reserve is als volgt:

Stand reserve

2022

2023

2024

2025

2026

Stand 1 januari

461.550

437.561

435.401

409.901

431.501

Vermeerderingen: P 2019: jaarlijkse toevoeging

35.000

35.000

35.000

35.000

35.000

175.000

P 2019: terugstorten in AR van tijdelijke voeding vrz. wegen volgens MOP wegen 20172026: nog € 7.500 in 2024 storten

40.000

40.000

7.500

0

0

87.500

Rekening resultaat 2021 NFK 2022: toevoeging vanuit reserve Eneco

67.929 238.000

67.929 238.000

Primitief resultaat begroting 2022

4.018

4.018

Totalen

Totaal vermeerderingen

384.947

75.000

42.500

35.000

35.000

572.447

Verminderingen: Waddenprogramma voorfinanciering voorbereidingskosten 10%

30.000

0

0

0

0

30.000

Bestrijding exoten Aanpak begraafplaats Toegezegde subsidie bij vertrek manege 5x € 5.000 t.b.v. manege (€ 2.500 in 2021 betaald)

20.000 15.500 5.000

0 0 5.000

0 0 5.000

0 0 5.000

0 0 2.500

20.000 15.500 22.500

FUMO incidentele kosten

2.318

0

0

0

0

Opstellen Omgevingsvisie Uitkering wachtgeld oudwethouder tot AOWgerechtigde leeftijd (voorlopig 16-3-2025)

0 31.800

39.760 32.400

30.000 33.000

0 8.400

0 0

2.318 69.760 105.600

Uitwerking herzien Bestemmingsplan Dorp/inspiratiegids

15.000

0

0

0

0

15.000

Begrotingswijzigingen 2021 met effect 2022

13

Stand reserve Gevolg 2022 aankoop aandelen Stedin Gevolg 2022 vervangen milieustraat

2022 -3.942

2023

2024

2025

2026

Totalen -3.942

2.060

2.060

Gevolg 2022 herfstnota 2021

-54.712

-54.712

Decembercirculaire 2021

-12.000

-12.000

Overheveling jaarrekening 2021 Verkeersmaatregelen Restant proces realisatie leeren ontwikkelcentrum.

11.537 7.292

0 0

0 0

0 0

0 0

11.537 7.292

Quickscan natuur Watertappunten Onderzoek realisatie 24uurszorg

25.000 12.554 15.000

0 0 0

0 0 0

0 0 0

0 0 0

25.000 12.554 15.000

Hoogwaterstresstest Uitwerking herzien Bestemmingsplan Dorp/inspiratiegids

2.000 30.000

0 0

0 0

0 0

0 0

2.000 30.000

Evaluatie bestemmingsplan buitengebied polder (Onderzoek naar huidige stand van zaken dekking AR)

25.000

0

0

0

0

25.000

Herontwikkeling Oude Bezoekerscentrum

25.000

0

0

0

0

25.000

Verbetering gebruikersopp. woning voor BAG- en WOZregistratie

4.900

0

0

0

0

4.900

Dorpsontwikkelingmaatschappij

7.500

0

0

0

0

7.500

25.000

0

0

0

0

25.000

Introductie van de Omgevingswet

24.000

0

0

0

0

24.000

Projecttrekker activiteitenstrand

15.000

0

0

0

0

15.000

Kosten omgevingswet Begrotingsresultaat

25.000 53.629

0 0

0 0

0 0

0 0

25.000 53.629

Totaal verminderingen

408.936

77.160

68.000

13.400

2.500

569.996

Stand 31 december

437.561

435.401

409.901

431.501

464.001

464.001

Lentenota 2022 Projectleider en diverse inhoudelijke adviseurs voor de uitvoering van het project ruimtelijke ontwikkelingen.

Bovenstaande betekent dat van de algemene reserve eind 2026 € 464.001 vrij besteedbaar is (de eindstand van 2026 wordt genomen, omdat er tot dat jaar al budgetten zijn vastgesteld vanuit de algemene reserve). In de juni vergadering 2022 komt ook de lentenota 2022 aan bod. In deze lentenota worden budgetten onttrokken aan de algemene reserve. Daarnaast levert deze lentenota een nadeel op van € 53.629 en is verwerkt in bovenstaand verplichtingenoverzicht van de algemene reserve.

14

De omvang van de vrij besteedbare bestemmingsreserves bedraagt

Jaarrekening 31-12-2021 Reserve Eneco

1.167.500

Mutaties 2022

Lentenota 2022

-790.000

50.640

428.140

-64.996

104.785

NFK 20232026

Reserve sociaal domein

169.781

Reserve toerisme

126.120

126.120

Reserve cofinanciering

25.000

25.000

Reserve decentrale arbeidsvoorwaarden

13.500

13.500

Structureel

1.501.901

-790.000

-14.356

697.545

De mutaties in Reserve Eneco 2022 bestaan uit:

NFK 2022-2025 overheveling naar algemene reserve

-238.000

Voorbereidingskrediet LOC (Leer- en Ontwikkelcentrum)

-250.000

Verduurzaming gemeentelijk vastgoed

-302.000

Totaal

-790.000

Het incidentele weerstandsvermogen bedraagt daarmee:

Algemene reserve

464.001

Vrij besteedbare bestemmingsreserve

697.545

Totaal

1.161.546

Het financiële risico uit de risicoparagraaf van de jaarrekening 2021 betreft een bedrag van € 118.359. Voor 2022 verwachten we een financieel risico van € 433.000. Het financiële risico kunnen we dus dekken binnen ons totale incidentele weerstandsvermogen van € 1.161.546.

15

4. Voorstellen nieuw beleid 4.1 Overzicht voorstellen nieuw beleid De volgende voorstellen nieuw beleid zijn aangevraagd. In bijlage I staat de toelichting op de voorstellen opgenomen.

Nr. Omschrijving A.

Structureel, ten laste van begrotingsresultaat

1

Groot onderhoud en vervanging jachthaven, kapitaallasten

2023

2024

2025

2026

-

-20.235

-20.235

-20.235

-

-10.000

-10.000

-10.000

investering € 604.000 2

Gestegen kosten baggeren jachthaven 2024 tot en met 2027

3

Beheersen en bestrijden invasieve exoten

-2.500

-2.500

-2.500

-2.500

4

Motorisch klein materieel vervangen door elektrisch bij

-1.400

-1.400

-1.300

-1.300

einde levensduur 5

Verhogen opleidingsbudget

-10.000

-10.000

-10.000

-10.000

6A

Bijdrage Waddenprogramma

-17.850

-17.850

-17.850

-17.850

6B

Vrijval bijdragen GR de Wadden

9.322

7.509

9.699

8.123

7

Flexibele schil personeel

-120.000 -100.000 -100.000 -100.000

8A

Uitbreiding personeel BOA-pool

-28.156

-28.156

-28.156

-28.156

8B

Decentrale uitkering extra capaciteit boa's vanuit

28.156

28.156

28.156

28.156

-

-20.000

-20.720

-21.466

meicirculaire 2022 8C

Uitbreiding personeel lifeguard

9

Uitbreiding wethouders FTE van 0,65 naar 0,8

-37.000

-38.332

-39.712

-41.142

10

Cultuurinitiatieven

-7.500

-7.500

-7.500

-7.500

11

Uitvoeringsbudget participatie

-10.000

-10.000

-10.000

-10.000

12

Vergroten biodiversiteit openbaar groen

-5.000

-5.000

-5.000

-5.000

13

Bevordering van een gezonde leefstijl

-40.000

-70.000

-70.000

-70.000

14

Schoolgebouw LOC (Leer- en ontwikkelcentrum)

--- -134.536 -134.536 -134.536

15

Uitvoering jeugd- en jongerenwerk

pm

16

Herintroductie coördinatie programmaboek

pm

Totaal structureel, ten laste van begrotingsresultaat

-241.928 -439.844 -439.654 -443.405

16

Nr.

Omschrijving

B

Ten laste van de algemene reserve

17

C

2023

2024

2025

2026

Opvang vluchtelingen

-5.000

-5.000

-

-

Totaal

-5.000

-5.000

0

0

-213.500

-

-

-

Ten laste van Overige reserves Diverse reserves

18

Bijdrage Waddenprogramma NIEUW Reserve projecten

18

Bijdrage Waddenprogramma

213.500

Reserve baggeren jachthaven 19

Cutteren jachthaven

-62.000

-

-

-

20

Kosten begeleiding aanbesteding baggeren jachthaven

-6.000

-

-

-

-

-

-

-6.000

-

-

-60.000

pm

-

-

-

pm

-

-

-

250.000

-

-

-

171.000

0

0

-60.000

Reserve lichtmasten 21

Verledden lichtmasten Reserve duurzaamheid

22

Onderzoek naar hernieuwbare energie (zon, wind, biomassa)

23

Onderzoek rol gemeente, energiecoöperaties en anderen in uitvoering duurzaamheidsbeleid Reserve Eneco

24

School LOC vrijval voorbereidingskrediet tlv Algemene reserve, op dit krediet wordt afgeschreven Totaal

D

Kredieten

25

Schoolgebouw LOC

-5.750.000

-

-

-

Totaal

-5.750.000

0

0

-60.000

4.1 Financiële gevolgen structureel nieuw beleid De financiële gevolgen van het structureel nieuw beleid 1 tot en met 12 zijn als volgt:

2023

2024

2025

Begrotingsstand bij de NFK 2023-2026 (zie hoofdstuk 3)

344.040

384.470

336.415

Totaal nieuw beleid structureel, ten laste van begrotingsresultaat

-241.928

-439.844

-439.654

Tekort bij honorering alle voorstellen met structureel effect

102.112

-55.374

-103.238

17

4.2A Financiële gevolgen incidenteel nieuw beleid Algemene reserve De financiële gevolgen van het incidenteel nieuw beleid inclusief de financiële gevolgen van structureel nieuw beleid (nog zonder dekking), is als volgt:

2023

2024

2025

2026

Stand Algemene reserve per 31-12 voor nieuw beleid

432.310

529.422

469.048

365.810

Begrotingssaldo structureel

102.112

-55.374

-103.238

-308.165

Nieuw beleid incidenteel

-5.000

-5.000

-

-

529.422

469.048

365.810

57.644

Stand Algemene reserve 31-12 inclusief nieuw beleid

4.2B Financiële gevolgen incidenteel nieuw beleid Weerstandsvermogen Onderstaand overzicht geeft wel weer wat de effecten van het nieuw beleid zijn op de vrij beschikbare reserves. Stand 1-12023

Mutaties 2023

Nieuw beleid 2023

Stand 31-12-2023

Reserve Eneco

428.140

-

150.0001

578.140

Reserve sociaal domein

104.785

-

-

104.785

Reserve toerisme

126.120

-

-75.000

51.120

Reserve cofinanciering

25.000

-

-25.000

-

Reserve decentrale arbeidsvoorwaarden

13.500

-

-13.500

-

Totaal

697.545

-

36.500

734.045

1 Bestaat uit € 250.000 vrijval voorbereidingskrediet LOC en € 100.000 onttrekking bijdrage Waddenprogramma.

De vrij beschikbare reserves tellen mee voor het weerstandsvermogen. Onderstaand overzicht geeft wel weer wat de effecten van het nieuw beleid zijn op de beklemde reserves. Stand 1-12023

Mutaties 2023

Nieuw beleid 2023

Stand 31-12-2023

Reserve baggeren

58.000

59.500

-68.000

49.500

Reserve lichtmasten

111.895

8.452

-6.000

114.347

-

-

213.500

213.500

Veerdam

577.553

-2.435

-

575.118

Resultaat riolering

17.472

-

-

17.472

Duurzame energie

379.610

-

pm

379.610

Reserve dekking afschrijving

110.031

-6.915

-

103.116

1.254.561

58.602

139.500

1.452.663

Reserve projecten

Totaal

De beklemde reserves tellen niet mee voor het weerstandsvermogen.

18

Het incidentele weerstandsvermogen bedraagt daarmee

Algemene reserve stand eind 2026 Vrij besteedbare bestemmingsreserve Totaal

57.644 734.045 791.689

Voor 2022 verwachten we een financieel risico van € 433.000. Het financiële risico kunnen we dus dekken binnen ons totale incidentele weerstandsvermogen van € 791.689.

5 Overige ontwikkelingen Onderstaande ontwikkelingen spelen, maar zijn nog niet verder in financien uit te drukken: 1.

Oorlog Oekraine

De oorlog in Oekraine is in volle gang. En de beëindiging van dit conflict is nog niet inzicht. Deze oorlog heeft een verhogend effect op de gas- en energieprijzen. Ook de daaraan gekoppelde producten stijgen in prijzen. Wat voor effect dit heeft op de begrotingsposten binnen de gemeente, is nog onduidelijk. We zullen dit monitoren in de tussentijdse rapportages. 2.

Wet Open Overheid

De Wet open overheid (Woo) is bedoeld om openbare (publieke) informatie toegankelijk te maken. Het uitgangspunt is namelijk dat overheidsinformatie altijd openbaar is. Behalve als de Woo of andere wetgeving bepaalt dat de gevraagde informatie niet geschikt is voor openbaarmaking. Deze wet is ingegaan 1 mei 2022. Vanuit het rijk hebben we geld ontvangen voor de uitvoering van de wet open overheid. Onduidelijk is nog of deze ontvangen gelden voldoende zijn om de kosten te kunnen dekken. 3.

Omgevingswet

Met de Omgevingswet wil de overheid de regels voor ruimtelijke ontwikkeling vereenvoudigen en samenvoegen. Zodat het straks bijvoorbeeld makkelijker is om bouwprojecten te starten. De Omgevingswet gaat in op 1 januari 2023. We hebben geld gereserveerd voor de kosten voor het uitvoeren van de omgevingswet. Onduidelijk is nog of gereserveerde bedragen voldoende zijn om de kosten te kunnen dekken. En wat het effect is op de hoogte van de te innen leges. 4.

Sociaal Domein

In de begroting 2022 is voor de jaren 2023 en verder een schatting opgenomen voor de te ontvangen middelen jeugdzorg. In de meicirculaire 2022 staat het vastgestelde bedrag voor jeugdzorg 2023 opgenomen. Het nieuwe kabinet moet nog besluiten voor 2024 en verder over structurele financiën en noodzakelijke aanpassingen aan het jeugdhulpstelsel om de jeugdzorg in de toekomst effectief en beheersbaar te houden. Een uitkomst hiervan is nog niet bekend, maar kan effect hebben op de begroting 2024 en verder. Het vorige kabinet heeft besloten tot het invoeren van een vaste lage eigen bijdrage in de Wmo (het abonnementstarief). Dit betrof een vereenvoudiging van de eigen bijdrage- systematiek voor zowel de cliënt als de uitvoering. De maatregel heeft daarnaast geleid tot een beperking van de stapeling van zorgkosten voor Wmocliënten. Het gebruik van vooral huishoudelijke hulp is als gevolg van deze maatregel harder gegroeid dan vooraf

19

was verwacht. Omdat hierdoor extra druk ontstaat op de beschikbaarheid van Wmo-voorzieningen, is in het coalitieakkoord afgesproken om te werken aan een eerlijkere eigen bijdrage voor de huishoudelijke hulp. Door het invoeren van een eerlijkere eigen bijdrage voor de huishoudelijke hulp wordt het gebruik van deze voorziening voor bepaalde groepen geremd en ontvangen gemeenten na invoering een relatief hogere bijdrage in de kosten voor deze voorziening. De verwachting is dat hierdoor de brede voorzieningen niet verder onder druk komen te staan en beschikbaar blijven voor de meest kwetsbaren. Hoe deze ontwikkeling uitpakt voor de begroting van 2023 en verder is nog onduidelijk. 5.

Gemeentefonds

De effecten van de herverdeling van het gemeentefonds zijn meegenomen in de meicirculaire 2022.In deze circulaire is de ingroeiperiode van de herverdeeleffecten ingekort naar 3 jaar en teruggebracht van € 15 naar € 7,50 voor 2023 en € 15,- voor 2024 en 2025. Na 3 jaar is het maximale herverdeeleffect € 37,50 per inwoner. In 2025 wordt de invoering van het nieuwe model geëvalueerd. Dit betekent dat er na 2025 weer nieuwe effecten kunnen ontstaan. Daarnaast is er onzekerheid over de volgende posten:

-

De kosten in het sociaal domein zullen jaarlijks gemonitord worden en mogelijk herverdeeld worden.

-

Voor een beperkte groep gemeenten met beperkte financiële draagkracht en een lage sociaaleconomische status komt er een aangepast ingroeipad.

6.

Nieuwe Dienstverleningsovereenkomst (DVO) met gemeente Noardeast-Fryslân

We voeren gesprekken met de gemeente Noardeast-Fryslân om tot nieuw afspraken te komen voor de DVO. Het is nog onduidelijk welke financiele effecten deze nieuwe afspraken zullen hebben. 7.

Bijdrage programma Waddeneilanden

Om de eilander samenwerking te verstevigen, is een Programma Waddeneilanden opgezet rondom de thema’s Leefbaarheid, aangevuld met Duurzaamheid en Circulaire Economie. Bij de aanvragen nieuw beleid is de financiering van de eigen bijdrage van € 900.000 opgenomen, 10% van de totale eigen bijdrage van alle eilanden. Dit is een voorlopige bijdrage. Op basis van toekenning van projecten kan deze bijdrage nog wijzigen. Wat het financiële effect van deze wijziging is, is nog onduidelijk. Ook de bijdrage van de provincie 25% en het rijk 50% boven op de eigen bijdrage zijn niet verwerkt in deze

6 Tot slot Als alle voorstellen uit deze NFK worden gehonoreerd, ontstaat er voor 2023 een overschot, voor de jaren daarna een tekort.

20

Bijlage 1 Nieuw beleid A Toelichting voorstellen nieuw beleid structureel ten laste van begrotingsresultaat Nr. Omschrijving 1

Groot onderhoud en vervanging jachthaven, kapitaallasten

2023

2024

2025

2026

-

-20.235

-20.235

-20.235

investering € 604.000 In 1994 is de jachthaven gerenoveerd. Deze investering van € 174.000 is in 25 jaar afgeschreven. Inmiddels is de toen tweedehands geplaatste zuidelijke damwand volledig doorgeroest. Ook andere zaken zijn aan groot onderhoud of vervanging toe. Opgenomen is het groot onderhoud en vervanging in 2023 uit te voeren. De totale investering bedraagt € 604.000 ex btw en inclusief voorbereiding, aanbesteding en toezicht. De kapitaallasten bestaan uit afschrijvingen over 40 jaar en rente, de kapitaallasten ontstaan na het jaar van investeren, 2024. Nr. Omschrijving 2

Gestegen kosten ploegen jachthaven 2024 tot en met 2027

2023

2024

2025

2026

-

-10.000

-10.000

-10.000

Gezien de stijging van de brandstofprijzen is de verwachting dat het ploegen duurder wordt. Nr. Omschrijving 3 Beheersen en bestrijden invasieve exoten

2023

2024

2025

2026

-2.500

-2.500

-2.500

-2.500

Op Schiermonnikoog pakt gemeente Schiermonnikoog in overleg met Natuurmonumenten het beheersen en bestrijden van invasieve exoten, zoals Rimpelroos, Reuzenberenklauw, Amerikaanse vogelkers en Japanse duizendknoop actief op sinds 2022. Omdat structurele inzet de komende jaren nodig blijft is budget nodig om materiaal (o.a. gereedschap en afdekplastic) aan te schaffen, arbeid en materieel (o.a. graafmachine) in te huren. Nr. Omschrijving 4 Motorisch klein materieel vervangen door elektrisch bij

2023

2024

2025

2026

-1.400

-1.400

-1.300

-1.300

einde levensduur Elektrisch gereedschap, zoals bosmaaiers, bladblazers e.d. maakt een sterke ontwikkeling door. Steeds meer elektrisch gereedschap levert dezelfde prestaties als motorgereedschap. Om een duurzame bedrijfsvoering van de buitendienst te bevorderen is het wenselijk om motorisch gereedschap te vervangen door elektrisch bij het einde van de levensduur. Bovendien draagt gereedschap met lagere geluidsbelasting bij aan goede arbeidsomstandigheden voor onze medewerkers en minder geluidbelasting van aanwonenden. De vervangingskosten van elektrisch gereedschap zijn in het algemeen hoger dan bij motorisch gereedschap. Daarnaast is de aanschaf van een of meerdere accupakketten noodzakelijk. Daar staat tegenover dat de kosten van brandstof afnemen. Nr. Omschrijving 5 Verhogen opleidingsbudget

2023

2024

2025

2026

-10.000

-10.000

-10.000

-10.000

Er is budget nodig voor opleidingen, (vaardigheids)trainingen, al dan niet incompany. We hebben hiervoor tot nu toe een jaarlijks algemeen budget. Het is gewenst dit jaarlijks budget te verhogen zodat we aan de norm uit de CAO tegemoet komen.

21

Nr. Omschrijving 6A Bijdrage Waddenprogramma

2023

2024

2025

2026

-17.850

-17.850

-17.850

-17.850

De 5 gemeenteraden van de 5 Waddeneilanden hebben het uitvoeringsprogramma voor de Waddeneilanden vastgesteld. Er wordt ingezet op een totale investering van € 36 miljoen. Getracht wordt om hiervoor een Regiodeal met het Rijk aan te gaan. In dat kader wordt er een rijksbijdrage van € 18 miljoen gevraagd en van de beide provincies gezamenlijk € 9 miljoen. Overigens heeft het ministerie van BZK al een bijdrage toegezegd van € 4,5 miljoen. Om succesvol te kunnen zijn in de Regiodeal aanvraag moeten alle eilanden voldoende zekerheid bieden op de beschikbaarheid van hún bijdrage, van gezamenlijk € 9 miljoen. Ook voor de cofinanciering van de middelen die door het ministerie van BZK zijn toegezegd, zijn gemeentelijke bijdragen nodig. Alle eilanden gaan dat nu in hun meerjarenbegrotingen voor de komende jaren regelen. We spreken af dat de gebruikelijke verdeelsleutel hiervoor wordt gehanteerd: 30% Texel, 25 % Terschelling en Ameland en 10% Vlieland en Schiermonnikoog. De gevraagde bijdrage aan cofinanciering voor de bijdrage aan het Waddenprogramma is voor ons daarom 10% van € 9.000.000, totaal € 900.000. Wij brengen hiervoor een splitsing aan van enerzijds eenmalige middelen, ter grootte van ongeveer een kwart van dit bedrag (€ 213.500) en gekapitaliseerde middelen voor de rest.

Afhankelijk van de uitvoeringskosten van concrete projecten en onze te leveren eigen bijdrage daaraan, zullen deze middelen in de toekomst ingezet kunnen worden. De bijdrage ad € 900.000 wordt gedekt door: 1.

Instellen nieuwe reserve Waddenprogramma ad € 213.500, gevoed uit de volgende reserves: 31-12-2022

Wadden programma

Rest

Reserve Toerisme

126.120

-75.000

51.120

Reserve cofinanciering

25.000

-25.000

-

Reserve decentrale arbeidsvoorwaarden

13.500

-13.500

-

Reserve Eneco

428.140

-100.000

328.140

Totaal

592.760

- 213.500

379.260

De reserve Toerisme heeft een vrij forse omvang en kan worden verkleind. Bovendien heeft een aantal van de voorgenomen uitvoeringsplannen betrekking op toerisme. Dat geldt eveneens voor duurzaamheid, wat de basis is voor twee van de 5 programmalijnen. Wij vinden het daarom verantwoord om ook een deel van de Eneco-reserve over te hevelen naar de nieuwe reserve Waddenprogramma. De beide reserves cofinanciering en decentrale arbeidsvoorwaarden staan al jaren in onze begroting, terwijl er geen beroep op wordt gedaan. 2.

Te dekken uit exploitatielasten: € 900.000 minus € 213.500 is € 686.500

Verdeeld over 40 jaar, jaarlijkse afschrijving bedraagt € 17.163, jaarlijkse rente € 687, totaal € 17. 850. Bovenstaande opzet is een voorlopige opzet. Dit is, omdat we nog niet weten welke projecten voor het Waddenprogramma in aanmerking komen en hoe de financiering van deze projecten eruit ziet. Nr. Omschrijving

2023

2024

2025

2026

6B Vrijval bijdragen GR de Wadden

9.322

7.509

9.699

8.123

De bijdrage voor 2023 en verder is lager dan begroot. Dit gebruiken we ter dekking van een gedeelte van de kosten bijdrage Waddenprogramma.

22

Nr. Omschrijving 7 Flexibele schil personeel

2023

2024

2025

2026

-120.000 -100.000 -100.000 -100.000

Hiervoor gaan we specialistische deskundigheid inhuren en tijdelijke ondersteuning. Hieronder staan de inhuur die we van plan zijn in 2023: € A

Inbreiding Boelensschool

-35.000

B

Opstellen Woonvisie

-15.000

C

Maai- en schouwbestek 2023 - 2026

-6.000

D

Het opstellen van een eenduidig strandbeleid in een strandnota

-5.000

E

Actualiseren subsidiebeleid

-10.000

F

Tiny houses

-10.000

Juridisch advies project permanent-recreatief gebruik woningen

-12.500

G

Onderzoek toeristenbelasting

-6.500

H

Onderzoek verkeersmaatregelen

I Totaal

-20.000 -120.000

7A

Inbreiding Boelensschool € 35.000

Bij het realiseren van het nieuw te bouwen LOC komt de locatie van de Boelens school vrij. Hier moet een nieuwe invulling aan worden gegeven. Om geen tijd te verliezen moet volgend jaar al worden begonnen met de eerste onderzoeken om vast te stellen wat we met deze inbreidingslocatie kunnen doen. Deze kosten worden later via de nog te openen grondexploitatie verrekend. 7B

Opstellen Woonvisie € 15.000

Vanaf 1 januari 2022 geldt de aangepaste Woningwet. Daarin is geregeld dat per 1 januari 2022 de gemeentelijk woonvisie verplicht is. Belangrijk punt daarbij is dat de woonvisie maximaal over de komende vijf jaar mag gaan. In de woonvisie staan de hoofdpunten van het woonbeleid, aan welke woonvraagstukken de gemeente prioriteit geeft en welke partijen betrokken zijn. De gemeenteraad stelt de woonvisie vast. De Woonvisie is een belangrijk beleidsstuk dat houvast moet geven bij halen van onze doelstellingen op het gebied van wonen en volkshuisvesting. Inhuur van een professioneel adviesbureau voor het opstellen van deze visie is dan ook noodzakelijk. 7C

Maai- en schouwbestek 2023 – 2026 € 6.000

Het gezamenlijk bestek met Natuurmonumenten en Wetterskip Fryslân eindigt op 31 december 2022. Natuurmonumenten heeft aangegeven om zelf een bestek op de markt te willen zetten voor haar beheergebied. Dit biedt voor de gemeente de mogelijkheid om ecologisch maaibeheer, het beheersen van rimpelroos en de afzet van organische reststromen beter te organiseren. Daartoe zetten we begin 2023 een nieuw bestek op de markt.

23

7D

Het opstellen van een eenduidig strandbeleid in een strandnota € 5.000

Door een externe adviseur zal de op te stellen strandnota inzicht moeten geven in ambities ten aanzien van het strand en helderheid geven over het gebruik van het strand door middel van een toekomstvisie, een toetsingskader en een uitvoeringsprogramma. In de toekomstvisie moet inzicht worden gegeven over het gewenste profiel en de daarbij behorende gebruik van de diverse strandzones. In het beleidskader moeten de gemeentelijke beleidsregels worden opgenomen. Op grond hiervan kan de gemeente Schiermonnikoog nieuwe initiatieven beoordelen. Ten slotte is het gewenst om een praktisch uitvoeringsprogramma te formuleren waarin uitvoeringsprojecten worden benoemd. 7E

Actualiseren subsidiebeleid € 10.000

Het subsidiebeleid van de gemeente Schiermonnikoog dateert van 2012. Deze moet worden geactualiseerd. 7F

Tiny houses € 10.000

Ten noorden van bouwlocatie Oost is nog ruimte, naast de busremise, voor eventuele woningbouw in de vorm van bijvoorbeeld Tiny Houses. Hiervoor moeten de nodige voorbereidingen worden getroffen. Deze kosten worden later via de nog te openen grondexploitatie verrekend. 7G

Juridisch advies project permanent-recreatief gebruik woningen € 12.500

Juridische bijstand in het kader van het (handhavings)project permanent-recreatief wonen voor: -

Juridisch advies over onttrekkingsvergunningen uit het verleden in verhouding tot nieuwe bestemmingsplan;

-

Extra juridische toets op het verweerschrift naar aanleiding van beroepen bestemmingsplan;

-

Juridisch advies (bij aanschrijving) in bijzondere gevallen.

7H

Onderzoek toeristenbelasting € 6.500

We gaan de mogelijkheden onderzoeken om tot een ander systeem van heffen toeristenbelasting te komen, waarbij gezocht wordt naar een systematiek waarbij alle bezoekers tot (zo mogelijk digitale) afdracht komen, zodat die afdracht ook volledig bij de gemeente terechtkomt. 7I

Onderzoek verkeersmaatregelen € 20.000

We gaan onderzoeken welke verkeersmaatregelen er mogelijk zijn voor (“woonerf”) centrum Schiermonnikoog. Nr. Omschrijving

2023

2024

2025

2026

8A Uitbreiding personeel BOA-pool

-28.156

-28.156

-28.156

-28.156

8B Decentrale uitkering extra capaciteit boa's vanuit

28.156

28.156

28.156

28.156

meicirculaire 2022 We willen aansluiten bij BOA-pool om zo op gewenste momenten in het jaar 2 BOA’s te kunnen inhuren. Vanuit het rijk ontvangen we jaarlijks € 28.156 voor extra capaciteit Boa’’s in de openbare ruimte. We verwachten dat dit genoeg is om de kosten te dekken. Nr. Omschrijving 8C Uitbreiding personeel lifeguard

2023

2024

2025

2026

-

-20.000

-20.720

-21.466

24

Lifeguards KNRM (gewenste uitbreiding activiteitenstrand), nodig vanaf 2024. In 2023 gaan we eerst een strandvisie opstellen. Nr. Omschrijving 9 Uitbreiding wethouders FTE van 0,65 naar 0,8

2023

2024

2025

2026

-37.000

-38.332

-39.712

-41.142

In de raad van 17 mei 2022 is besloten tot uitbreiding van FTE wethouders van 0,65 naar 0,8. Dit is in 2022 incidenteel verwerkt en voor 2023 als nieuwe beleid. Er is een indexatie van 3,6% toegepast. Nr. Omschrijving

2023

2024

2025

2026

10

-7.500

-7.500

-7.500

-7.500

2023

2024

2025

2026

-10.000

-10.000

-10.000

-10.000

Cultuurinitiatieven

Verhoging budget ter stimulering van cultuurinitiatieven. Nr. Omschrijving 11 Uitvoeringsbudget participatie

In 2022 voeren we een onderzoek participatiebeleid uit. Welke vormen zijn er, welke kiezen we en hoe gaan we dat in het vervolg organiseren. Hieruit zullen structurele behoefte ontstaan voor middelen de komende jaren. Nr. Omschrijving

2023

2024

2025

2026

12 Vergroten biodiversiteit openbaar groen

-5.000

-5.000

-5.000

-5.000

Door jaarlijks een kleine investering te doen, die bijdraagt aan het vergroten van de biodiversiteit in het openbaar groen, draagt de gemeente haar duurzame gedachtengoed uit. Denk daarbij aan het doorzaaien van witte klaver in gazons, het planten van botanisch bloembollen die stuifmeel leveren aan insecten, het planten van bloeiende en vruchtdragende struiken en het inzaaien van bloemenmengsels in extensief beheerd gras. Nr. Omschrijving 13 Bevordering van een gezonde leefstijl

2023

2024

2025

2026

-40.000

-70.000

-70.000

-70.000

Dit betreft de blijvende inzet voor verslavingszorg, maatschappelijk werk en de nadruk op bewegen, waaronder seniorengym. Afgelopen jaren is er vanuit de gezondheidsnota ingezet op het bevorderen van een gezonde leefstijl. Dit richt zich niet alleen op over-/ondergewicht, maar ook op middelengebruik. Vanuit de samenleving ontvangen we signalen dat er nog steeds sprake is van frequent middelengebruik. Overmatig middelengebruik brengt gezondheidsrisico's met zich mee. We willen bewustwording creëren onder de inwoners van Schiermonnikoog op de bovengenoemde aspecten. Dit vraagt om een cultuurverandering. In het gezondheidsbeleid van 2018-2022 is dit reeds als speerpunt genoemd en ook in het gezondheidsbeleid van 2022-2025 zal dit het geval zijn. Voor 2023 brengen we op de kosten in mindering het niet gebruikte geld dat we ontvangen hebben vanuit het rijk voor de uitvoering van de preventie-akkoorden over de jaren 2021-2023, jaarlijks € 10.000. Na 2023 komt dit geld waarschijnlijk te vervallen. Nr. Omschrijving 14 Schoolgebouw LOC (Leer- en ontwikkelcentrum)

2023

2024

2025

2026

-- -134.536 -134.536 -134.536

In november 2021 is ingestemd met het raadsvoorstel om de volgende fase in te gaan voor het realiseren van een nieuw schoolgebouw op de locatie van Yn de mande waarin basis-, voortgezet onderwijs en kinderopvang bijeen worden bijeengebracht. Inmiddels is een projectleider aangetrokken die samen met andere externe

25

adviseurs het project verder begeleiden. Samen met de inhoudelijke partners wordt gewerkt aan een inhoudelijk en technisch programma van eisen. Zodra het plan is uitgewerkt zal deze ter besluitvorming worden voorgelegd aan uw gemeenteraad. Het streven is om in het voorjaar van 2023 alle voorbereidende werkzaamheden te hebben afgerond waarna de bouw gestart kan worden. Vervolgens kan, als alles volgens planning verloopt, het schoolgebouw in augustus 2024 in gebruik worden genomen, De financiële onderbouwing van de opgenomen afschrijvingslast vanaf 2024 is als volgt, en is gelijk het bedrag genoemd in het goedgekeurde raadsvoorstel van 16 november 2021: Voor de nieuwbouw zijn de volgende financiële componenten van belang: € 1

Investering nieuwbouw

6.000.000

2

Afschrijving 40 jaar

150.000

3

Rente 0,85%

51.000

4

Kosten tijdelijke huisvesting

500.000

5

Verkoop grond Inspecteur Boelens:

Pm

Nog onbekend, niet meegenomen in financiële berekening 6

Afboeken boekwaarde huidige scholen, per 31-12-2022, deze boekwaarde

166.000

neemt per jaar af 7

Voorbereidingskrediet

250.000

De wijziging in de structurele lasten is als volgt: Toekomstige situatie A

Afschrijving 40 jaar, zie 2

150.000

B

Rente 0,85%, zie 3

51.000

C

Energie

10.000

D

Totaal structurele lasten toekomstig

211.000

Huidige situatie E

Afschrijvingen

52.509

F

Rente 0,85%

2.155

G

Energie

21.800

H

Totaal structurele lasten huidig

76.464

Verschil in structurele lasten (H minus D)

-134.526

Bestaat uit: Verschil kapitaallasten (E+F, minus A+B) Verschil energielasten (G minus C)

-146.336 11.800

Het verschil in structurele lasten ad € 134.526 is vanaf 2024 opgenomen als voorstel nieuwe beleid. De kapitaallasten gaan een jaar nadat de investering heeft plaatsgevonden (in 2023).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Schiermonnikoog&id=69d50ca2-1dd4-48d6-8eab-7556001e2c69