NFK 2024-2027.pdf
Tekst van het document
Notitie Financieel Kader
2024-2027
Schiermonnikoog
1
Aanbiedingsbrief Hierbij leggen wij u de Notitie Financieel Kader (NFK) 2024-2027 voor. Deze nota is zoals altijd de opmaat naar de begroting van het volgende kalenderjaar, in dit geval 2024, met een financiële doorkijk naar de drie daarop volgende jaren, in dit geval de jaren 2025-2027.
Beleidsrichting De piketpalen voor de beleidsrichting van het college van burgemeester en wethouders zijn geslagen in het coalitieakkoord “Omsjain nooi ineeuwr en feurút!” / “Omkijken naar elkaar en vooruit!” en het op basis daarvan opgestelde college uitvoeringsprogramma. De collegeperiode loopt vanaf mei 2022 tot en met de volgende verkiezingen van 2026.
We leven in een dynamische tijd, waarbij we onder invloed staan van diverse externe krachten. De coronapandemie ligt gelukkig achter ons, maar de economische gevolgen daarvan laten zich nog wel voelen. En alsof dat al niet genoeg is worden we sinds februari 2022 ook geconfronteerd met de consequenties van de oorlog in Oekraïne. Allereerst is dat natuurlijk een verschrikkelijke ramp voor de bevolking van dat land. Velen zijn op de vlucht geslagen. Ook naar Nederland en een aantal hebben wij hier op ons eiland opgevangen. De wijze waarop onze gemeenschap dit heeft opgepakt vervult ons met trots, evenals de wijze waarop de Oekraïners zelf zich proactief opstellen en daardoor al goed geïntegreerd zijn. In economische en financiële zin worden we wereldwijd geconfronteerd met de gevolgen van deze verschrikkelijke oorlog: enorme toename van de kosten van grondstoffen en brandstoffen. De prijzen van energie en levensmiddelen stijgen hierdoor navenant, evenals bouw- en onderhoudskosten. Dit heeft weer consequenties voor de Cao-lonen die dit jaar meer dan ooit tevoren in de recente geschiedenis zijn gestegen. Het zijn allemaal zaken die van invloed zijn op onze financiële huishouding, wat we terug zien in de voorliggende NFK.
Als lokale overheid hebben wij geen invloed op deze hogere kosten en inflatie. We helpen de mensen die financieel in de knoop dreigen te komen wel. Wij ondersteunen de groep die tussen de 120 en 130% van het minimumloon verdienen, enigszins voor de snel oplopende energierekeningen; dit als extra maatregel ten opzichte van de rijksregeling voor de groep tot en met 120% van het minimumloon.
Tegelijkertijd hebben we veel ambities. Die zijn, zoals al gememoreerd, neergelegd in het college uitvoeringsplan. Het gaat daarbij om een aantal grote en minder grote projecten, die erg belangrijk zijn voor de leefbaarheid op ons eiland. Zonder compleet te zijn, moet daarbij worden gedacht aan het Leer- en ontwikkelcentrum (LOC), de ontwikkeling van woningbouw (onder meer oude bezoekerscentrum, vervolg fase plan Oost), de doorontwikkeling van de Pilot Aardgasvrije Wijk en de woonzorgvisie. Het gaat ook om de reguliere dienstverlening en de basiskwaliteit die wij op vele beleidsterreinen aan onze inwoners en gasten moeten leveren. Dit laatste speelt op het gehele, brede terrein van onze taken. De inhoud, wensen en de keuzes die we daarbij maken, worden in deze NFK aan u voorgelegd.
Met de andere Waddeneilanden werken we intensief samen onder de noemer van de GR de Wadden. We hebben hierin een proactieve rol en zijn bezig met het ook voor ons eiland belangrijke uitvoeringsplan, waarvoor we de zogenaamde Regiodeal van het Rijk toegekend hebben gekregen. De concrete projecten worden vanaf het komende najaar opgepakt. Verder zijn we deelnemer van de Veiligheidsregio Fryslân, FUMO, SDF en onderhouden we nauwe contacten met andere samenwerkingspartners, zoals Het Nationaal Park, Natuurmonumenten, Wetterskip Fryslân, en vele anderen.
2
Het productiemiddel bij uitstek van onze gemeente is ons personeel. Wij zijn een kleine gemeente, die hecht aan zijn zelfstandigheid. Dit betekent wel dat we een bepaalde basisbezetting van voldoende kwaliteit nodig hebben. De eisen vanuit landelijke wetgeving en de hoeveelheid taken nemen toe. Dat legt een steeds grotere wissel op onze kleine kernachtige eigen organisatie. Daarin hebben we de onderdelen georganiseerd die wij dichtbij onze inwoners en bestuurders moeten en willen hebben: onze buitendienst, civiele werken, publiekszaken, vergunningen, toezicht en handhaving, openbare orde en veiligheid, economie, zorg, welzijn, ruimtelijke ordening, cultuur, sport, onderwijs en duurzaamheid organiseren we daarom graag zelf, waarbij we uiteraard de samenwerking met andere gemeenten en eilanden zoeken. En natuurlijk hechten we aan ons eigen bestuur en bestuursondersteuning, waartoe we ook voorlichting en informatievoorziening rekenen.
Om dit alles goed te kunnen doen en de kwaliteit te waarborgen, zodat onze zelfstandigheid niet omstreden wordt, moeten we goed bij de tijd blijven en zijn er voortdurend investeringen nodig in kwaliteit (opleidingen) en in kwantiteit, vanwege de al eerder gememoreerde toename van taken en de eisen die daaraan worden gesteld. In de basis moeten wij onze personele formatie dus op orde hebben.
Met name dit laatste punt is in het huidige tijdgewricht erg lastig. Wij hebben al geruime tijd enkele vacatures open staan, die wij niet op de reguliere manier, met een vast dienstverband, ingevuld krijgen. Dit speelt met name op het terrein van VTH, ruimtelijke ordening en juridisch-bestuurlijke zaken. De arbeidsmarkt is op die onderdelen verstoord. Omdat onze dienstverlening onder druk staat zijn we ook de duurdere weg van tijdelijke, interim oplossingen ingeslagen. Hoe zeer de arbeidsmarkt verstoord is, blijkt uit het gegeven dat zelfs via die weg we moeite hebben om voldoende gekwalificeerde tijdelijke inhuur voor elkaar te krijgen. Uiteindelijk lukt dit wel; er hangt wel een kostenplaatje aan, ook dat komt terug in deze NFK.
Voor een aantal onderdelen hebben we de uitvoering van taken uitbesteed aan een andere overheidsorganisatie. We kunnen daardoor gebruik maken van de expertise die daar wel en bij ons niet aanwezig is. Vaak heeft dat te maken met specialismen en de daarvoor benodigde omvang / productie van een organisatie. In ons geval geldt dat bijvoorbeeld voor digitalisering en de beveiliging daarvan, financiën, belastingen, salarisadministratie, de uitvoering van de WMO en de beleidsmatige vertaling van rijksbeleid op dit vlak. Wij hebben hiervoor dienstverleningsovereenkomsten gesloten.
De overeenkomst met de (voorlopers van) de gemeente Noardeast Fryslân is sterk verouderd. We werken samen met die gemeente aan een actualisering, waarbij duidelijk is dat dit tot meerkosten gaat leiden; de tarifering is niet ‘bij de tijd’ en er zijn de afgelopen jaren meer taken bijgekomen, vooral ook door nieuwe wettelijke verplichtingen. De gesprekken hierover worden deze zomer afgerond, zodat er een voorstel voor een nieuwe dienstverleningsovereenkomst kan worden gesloten. De financiële consequenties zijn ondertussen wel duidelijk en worden in deze NFK meegenomen.
Financiële richting De Notitie Financieel Kader 2024-2027 is de opmaat voor onze (meerjaren-) begroting 2024 en volgende. De provincie hanteert als uitgangspunt voor haar financieel toezicht dat gemeenten ofwel hun eerste jaarschijf structureel sluitend moeten hebben, ofwel hun laatste jaarschijf. Het uitgangspunt van het college is een structureel sluitende begroting in de eerste jaarschijf, jaarschijf 2024. In deze NFK is dat nog niet gelukt. Als alle voorstellen uit deze NFK, inclusief die voor het nieuwe beleid, worden gehonoreerd, ontstaat er voor 2024 een tekort, dat voor de jaren daarna oploopt. In de NFK van vorig jaar was dit beeld voor 2024 en volgende jaren al aangegeven.
3
Enkele belangrijke redenen voor de tekorten zijn de al eerder aangegeven loon- en kostenstijgingen. Die stijgingen merken wij rechtstreeks ten aanzien van ons eigen personeel, maar ook in de doorberekeningen vanuit partners waarmee wij een dienstverleningsovereenkomst of gemeenschappelijke regeling hebben, of die op opdrachtbasis werkzaamheden voor ons uitvoeren. Daarnaast worden wij geconfronteerd met de korting die het rijk ons oplegt op onze OZB-opbrengsten. En wij hebben stuk voor stuk goed te motiveren extra inhoudelijke en personele wensen, die samenhangen met onze ambities en met de extra taken en eisen vanuit de hogere overheden. Sommige hiervan zijn best fors en lopen ook lang door, zoals de realisatie van het LOC (waarvan de kapitaallasten vanaf 2025 gaan lopen). Hoofdstuk 2 bevat net als voorgaande jaren de uitgangspunten voor de indexatie van de inkomsten en uitgaven. Hoofdstuk 3 bevat het meerjarenperspectief, hoofdstuk 4 de voorstellen voor nieuw beleid en hoofdstuk 5 de overige ontwikkelingen. De huidige stand van het meerjarenperspectief is t/m de raadsvergadering van mei 2023, plus de voorstellen uit de juniraad. In deze NFK is ook de meicirculaire 2023 verwerkt. Op die meicirculaire wordt in paragraaf 3.1 van deze NFK nader ingegaan. De vorig jaar al aangegeven effecten van de herverdeling van het gemeentefonds tot en met 2025 zijn verwerkt.
Voor Schiermonnikoog pakt de herverdeling positief uit. Het zogenaamde ingroeipad is beperkt tot drie jaar. In 2025 wordt de herverdeling gemeentefonds geëvalueerd. De uitkomsten voor 2026 en 2027 zijn dan ook onzeker. Uiteindelijk resulteert dit in een structureel begrotingstekort in 2024 van € 336.898. Zie ook hoofdstuk 3.2.
Advies is dan ook om extra inkomsten of minder kosten te realiseren. Bovendien willen we nogmaals kijken of er in de (meerjaren-) begrotingen tot nu toe (geheel of gedeeltelijke) onbenutte uitgavenposten zitten die geheel of gedeeltelijk kunnen worden geschrapt. Daarnaast kunnen er zich tussen nu en de daadwerkelijke vaststelling van de begroting in november 2023 nog ontwikkelingen voordoen.
Extra inkomsten of minder kosten realiseren: dialoog met de raad Het college van burgemeester en wethouders wil graag met de raad in gesprek over de mogelijkheden om de nog resterende gaten van de jaren 2024-2027 te dichten. Dit kan door aan de uitgavenkant te snoeien, hetgeen het niet doorgaan van nieuw beleid betekent, of bezuinigingen op reeds bestaande budgetten. Het college is van mening dat hier geen mogelijkheden liggen, maar ziet initiatieven hiervoor vanuit de raad met belangstelling tegemoet.
De andere mogelijkheid is om de inkomsten van de gemeente te verhogen. Hiervoor bestaan een aantal opties, waarvan het college ook graag van de gemeenteraad wil weten welke hiervan bespreekbaar zijn: a. Omdat de verhoging / instandhouding van onze uitgaven deels betrekking hebben op de voorzieningen voor onze inwoners en anderzijds op onze toeristen, zijn er twee hoofdsporen om tot inkomstenverhoging te komen, of een combinatie van beiden: 1. Toeristenbelasting. Overwogen kan worden om voor de toeristenbelasting binnen de huidige systematiek een verhoging door te voeren. Dat kan op twee manieren. Door de bezettingsgraad van de accommodaties die onder het forfaitair stelsel vallen te actualiseren, kan een aanzienlijke meeropbrengst gegenereerd worden. De tweede manier is het verhogen van de tarieven. Dat laatste is voor de begroting van 2022 ook gebeurd. Het college verzoekt de raad om ook een uitspraak te doen over de mogelijkheden die in paragraaf 5.1 zijn aangegeven. Zodat ook dit kan worden meegenomen bij de begrotingsvoorbereidingen.
4
Daarnaast wil het college onderzoek laten uitvoeren naar een andere, nieuwe systematiek, die dan op zijn vroegst vanaf 2025 kan worden geïntroduceerd. Hierbij wordt bij voorkeur gezocht wordt naar een systematiek waarbij alle bezoekers tot (zo mogelijk digitale) afdracht komen, zodat die afdracht ook volledig bij de gemeente terecht komt. Ook willen we kijken of de belasting kan worden gekoppeld aan de hoogte van de verhuurprijzen/overnachtingsprijzen, bijvoorbeeld door een percentage. Toeristen die in staat zijn een hogere huur te betalen, betalen dan ook meer belasting dan mensen die een lager overnachtingstarief betalen. Het uitvoeren van het onderzoek, de besluitvorming daarover en vervolgens doorvoeren in de belastingverordening kost meer tijd. Dit biedt dus sowieso geen oplossing voor 2024, maar wellicht wel voor de jaren daarna. In elk geval zou dat soelaas moeten bieden voor het jaar 2025 en verder.
2. Onroerendezaakbelasting (OZB). Overwogen kan worden om de maximale jaarlijkse verhoging van 1,5% voor één of meerdere jaren te verlaten en in plaats hiervan een inflatiecorrectie toe te passen, die op dit moment hoger is dan 1,5%. Ook kan worden overwogen om de gemiddelde stijging van de WOZwaarde van het voorafgaande jaar, direct door te rekenen in de OZB-tarieven van het volgende jaar. Voor het college hoort hier wel bij, dat voor de mensen met de (te) smalle beurs de kwijtscheldingsregeling goed onder de aandacht moet worden gebracht. In paragraaf 5.2 is aangegeven wat de potentiële extra inkomsten dit kan opbrengen. Het college verzoekt de raad om een uitspraak te doen over de mogelijkheden die in paragraaf 5.2 zijn aangegeven, zodat dit kan worden meegenomen bij de begrotingsvoorbereidingen.
b. Subsidies en cofinanciering. Nog scherper dan nu gaan we onderzoeken of er voor onze activiteiten / investeringen subsidie- of cofinancieringsmogelijkheden zijn. Het gaat dan om éénmalige inkomsten. Dit zal geen direct gevolg hebben voor het sluitend krijgen van de begroting, maar kan hieraan wel een (bescheiden) bijdrage leveren.
c. Precario en huur. Overwogen kan worden om een precariostelsel in te voeren. Er kan dan belasting geheven worden op het gebruik van gemeentegrond, bijvoorbeeld voor de structurele terrassen en reclame-uitingen. Daarnaast kan overwogen worden om huurprijzen in rekening te brengen voor bijvoorbeeld het tijdelijk gebruiken van gemeentegrond voor opslag van (bouw)materialen. Wil de raad het college vragen om hier onderzoek naar te doen, of is dat in de ogen van de raad geen begaanbaar pad?
d. Andere mogelijkheden. We onderzoeken andere mogelijkheden om de inkomsten te verhogen, bijvoorbeeld het verhogen van de leges vergunningen (rekening houdend met maximaal 100% kostendekkendheid).
5
Inhoudsopgave Aanbiedingsbrief ................................................................................................................. 2 Inhoudsopgave .................................................................................................................... 6 1.
Ontwikkeling structurele begrotingspositie .............................................................. 8
2.
Meerjarenperspectief NKF 2024-2027 met uitgangspunten ...................................... 8 2.1 Ontwikkelingen begroting 2024-2027 ....................................................................... 9 2.2 Uitgangspunten NFK 2024-2027 zonder financieel effect ......................................12 2.3 Toelichting op ontwikkelingen eenmalige begrotingspositie ................................13
3.
Voorstellen nieuw beleid ............................................................................................15 3.1 Overzicht voorstellen nieuw beleid .........................................................................15 3.2 Financiële gevolgen structureel nieuw beleid ........................................................17 3.3A Financiële gevolgen incidenteel nieuw beleid Algemene reserve ......................17 3.3B Financiële gevolgen incidenteel nieuw beleid Weerstandsvermogen................18
4
Overige ontwikkelingen..............................................................................................18 Budgetten Jeugd en Wmo ............................................................................................................ 19 Een nieuwe woon- en zorgvisie .................................................................................................... 19
5
Dekkingsmogelijkheden:............................................................................................21 5.1
Verhogen opbrengst toeristenbelasting............................................................21
Maximaliseren opbrengst nachttarief ............................................................................................ 21 Verhoging tarief toeristenbelasting ............................................................................................... 22
5.2
Verhogen Onroerende zaak belasting (OZB) ....................................................22
Verandering systematiek: volgen WOZ-waarde ........................................................................... 22 Inhalen gemiste inkomsten? ......................................................................................................... 22
5.3
Invoeren precariorechten ...................................................................................23
5.4
Verlagen van de kosten: Bezuinigingen ............................................................24
Bijlage 1 Toelichting Nieuw beleid ....................................................................................25 A Toelichting voorstellen nieuw beleid structureel ten laste van begrotingsresultaat .........................................................................................................................................25 B. Toelichting voorstellen nieuw beleid incidenteel ten laste van algemene reserve .........................................................................................................................................30 6
C. Toelichting voorstellen nieuw beleid incidenteel ten laste van overige reserve ...30 D. Toelichting voorstel kredieten ..................................................................................32 E. Grondexploitaties .......................................................................................................33 Bijlage 2 Effecten meicirculaire 2023 ................................................................................35 Bijlage 3 Memo Toeristenbelasting ...................................................................................36
7
1.
Ontwikkeling structurele begrotingspositie
In november 2022 heeft de raad de begroting 2023 vastgesteld. In deze begroting staat de jaarschijf 2024 opgenomen. Deze jaarschijf 2024 is de start voor het opstellen van de NFK 2024-2027. De vastgestelde begroting 2023 laat voor jaarschijf 2024 en verder de volgende saldi zien:
Resultaat Begroting Waarvan incidentele baten en lasten (saldo) Structureel begrotingssaldo
2.
2024 -30.215
2025 -2.871
2026 -449.025
-30.215
-2.871
-449.025
Meerjarenperspectief NKF 2024-2027 met uitgangspunten
Na vaststelling van de begroting 2023 hebben zich een aantal ontwikkelingen voorgedaan die de begrotingspositie 2024 beïnvloeden. Daarnaast zijn onderstaande uitgangspunten opgenomen. Onderstaande tabel geeft een actueel meerjarenperspectief, maar is nog éxclusief voorstellen voor nieuw beleid, die in hoofdstuk 4 staan. Een korte toelichting op de ontwikkelingen staat onder de tabel opgenomen.
De begrotingssaldi laten een tekort zien in 2024 en verder. Het jaar 2027 komt er nieuw bij. Het begrotingssaldo van die jaarschijf is daarom nog onbekend en wordt bekend bij het opstellen van de begroting 2024.
Begrotingssaldo structureel (zie hoofdstuk 1)
2024 -30.215
2025 -2.871
2026 -449.025
1. Begrotingswijzigingen 2022 met effect 2024 1a. Structureel voordeel herfstnota 2022 (RB 22-11-2022) 1b. Afdekking zwembad (RB 29-11-2022) 1c. Uitbreiding uren griffier (RB 20-12-2022)
100 -4.251 -13.000
100 -4.251 -13.000
100 -4.251 -13.000
2. Effect begroting 2024 GR’en: 2a. FUMO: begroting 2024 2a. Dekking stelpost onverwachte prijsstijgingen 2b. VRF: begroting 2024 2c. De Waddeneilanden: begroting 2024 2d. De Waddeneilanden ICT: begroting 2024 2e. Jobinder: begroting 2024
-4.707 4.707 -2.078 -7.506 -25.888 -27.689
-3.212 3.212 -7.776 -8.502 -29.660 -28.575
-3.212 3.212 -12.060 -9.543 -33.618 -29.489
-65.658
-69.272
-73.017
-10.000 -13.765 -21.641 -19.800
-35.000 -24.638 -22.333 -19.800
-50.000 -30.644 -23.048 -19.800
13.948
9.836
-1.236
20.000
20.000
20.000
3. Indexatie personeelslasten, van 3,6 naar 5,2% in 2024, daarna 3,6% 4. Indexatie budgetten naar 3,2% 5. Indexatie subsidies naar 3,2% 6. Gestegen elektra- en gaskosten 7. Nieuw groenbestek 8. Effect Lentenota 2023 (behandeld in raadsvergadering 23 mei 2023) 9. Effect jaarrekening 2022, niet verwerkt in Lentenota 2023
8
2024
2025
2026
-24.005 2.200 -4.600
-25.226 2.200 -4.723
-26.769 2.200 -4.850
11. Meicirculaire 2023 11a. Vervallen bijdrage rijk buurtsportcoaches, zie nieuw beleid
133.960
84.833
109.312
27.036
27.036
27.036
12. Vrijval kapitaallasten LOC 2024, geldt pas vanaf 2025
134.536
0
0
0
-44.761
-44.761
16.924 61.685
-196.383 -196.383
-666.464 -666.464
10. Effect raadsbesluiten 2023 10. Wegenbeheerplan (RB 18-4-2023) 10b. Duurzaamheidsleningen (RB 21-3-2023) 10c. Doorstroomwoningen (RB 21-2-2023)
13. LOC, raadsvoorstel 9 mei 2023 exclusief eventueel te ontvangen subsidies Structurele begrotingsstand bij de NFK 2024-2027
2.1 Ontwikkelingen begroting 2024-2027 1.
Begrotingswijzigingen 2023 met effect 2024
Na het opstellen van de begroting 2023 met daarin opgenomen de cijfers 2024 zijn er voor 2024 nog de volgende wijzigingen geweest: 1a. Structureel voordeel herfstnota 2022 (raadsbesluit 22 november 2022). 1b. Afdekking zwembad (raadsbesluit 29 november 2022 1c. Uitbreiding uren griffier (raadsbesluit 20 december 2022)
2.
Gemeenschappelijke regellingen
2a. Fumo (Fryske Utfieringstsjinst Miljeu en Omjouwing) Door indexering van loonkosten, overige personeelskosten is er is de bijdrage van de gemeente Schiermonnikoog structureel verhoogd. Deze verhoging wordt gedekt uit de stelpost onverwachte prijsstijgingen. 2b. VRF (Veiligheidsregio Fryslân) Voor 2024-2027 is een stijging van de gemeentelijke bijdragen van toepassing, o.a. door indexering van materiële kosten en lonen. In deze bijdrage is met het cao-akkoord, omdat die op het moment van schrijven nog niet bekend was. 2c. Waddeneilanden De bijdrage aan De Waddeneilanden is gesteden door stijging van personele kosten. Naast de verwerking van de inflatie is hierin ook extra inzet voor personeel opgenomen. De eventuele extra kosten voortkomend uit de regiodeal zullen naar vewachting gedekt worden uit de regiodeal. 2d. Waddeneilanden ICT Er is verhoging van het budget nodig vanwege inflatie van 5% en € 10.000 extra kosten voor beveiliging. 2e. Jobinder Jobinder is geen echte gemeenschappelijke regeling, maar maakt via een DVO deel uit van de gemeenschappelijke regeling. Daarom is dit onder deze post opgenomen. Het aantal routes van leerlingenvervoer is uitgebreid van 1 naar 2. Dit brengt extra kosten met zich mee. Deze kosten werden in het verleden via nacalculatie doorberekend, nu zijn ze opgenomen in de begroting 2024. De nacalculatie zal daarmee naar verwachting lager zijn.
9
3.
Indexatie personele lasten
De huidige cao loopt van 1 januari 2023 tot en met 1 januari 2024. De cao voor 2024 is dus nog niet bekend. Voor 2024 gaan we uit van een loonstijging van 5,2%, Dit is conform de loonvoet sector overheid van CBP CEP raming maart 2023. Bij de begroting 2023 was uitgegaan van een loonstijging van 3,6% Dit levert een nadeel op. Voor de jaren daarna gaan we uit van 3,6%.
4.
Indexatie budgetten van 2,2% naar 3,2%
Voor
2024
houden
we
rekening
met
een
stijging
van
budgetten
volgens
de
geharmoniseerde
consumentenprijsindex (HICP) van het centraal economisch plan maart 2023. Dat is 3,2% voor boekjaar 2024. In de meerjarenbegroting is nu nog rekening gehouden met een prijsstijging van 2,2% per jaar. Contractuele verplichtingen zullen vermoedelijk niet beïnvloedbaar zijn en kunnen leiden tot stijgingen boven de 3,2% waar in 2024 mee wordt gerekend.
5.
Indexatie subsidies van 2,2% naar 3,2%
In de meerjarenbegroting is rekening gehouden met een prijsstijging van ongeveer 2,2% per jaar. We gaan er van uit dat de subsidies gemiddeld met 3,2% per jaar zullen stijgen de komende jaren (in overeenstemming met de geharmoniseerde consumentenprijsindex (HICP) van het centraal economisch plan maart 2023). Dit levert een effect op voor de begroting 2024. Subsidieaanvragen beoordelen wij altijd per geval. Daarbij letten we onder andere op het eigen vermogen van een instelling en wat het nut en de noodzaak van een subsidie is.
6.
Gestegen elektra- en gaskosten
6a: Gaskosten 2023 Vorig jaar, bij het opstellen van de begroting van 2023, was er geen inschatting te maken van wat de elektra- en gasprijzen in 2023 zouden zijn. Dit omdat een groot deel van het volume voor 2023 op dat moment nog “vastgeklikt” moest worden. De budgetten voor 2023 zijn gebaseerd op het prijspeil van 2022, met uitzondering van een inflatiecorrectie. Echter, de uiteindelijke tarieven voor 2023 liggen beduidend hoger dan de tarieven in 2022. Het te verwachten tekort voor gas en elektra voor 2023 is € 86.404. (zie tabel hieronder). Dit tekort is gebaseerd op de ontvangen voorschotnota’s 2023 en wordt meegenomen bij de herfstnota 2023.
In begroting 2023
Volgens nieuw
Tekort 2023
tarief Gas
-20.737
- 82.949
-62.212
Elektriciteit
-24.193
- 48.385
-24.192
Totaal
-44.930
-131.334
-86.404
6b: Wat gaat de prijs in 2024 doen? Op dit moment dalen de prijzen voor de levering van energie. Het is moeilijk te voorspellen of deze daling doorzet en wat uiteindelijk de leveringstarieven in 2024 zullen zijn. De leveringstarieven voor 2024 worden eind 2023 door OVEF bekend gemaakt. Voor de gas- en elektrakosten 2024 is een grove inschatting gemaakt van een stijging van de vaste tarieven van 10% en een stijging van de gas- en elektraprijzen van 25% ten opzichte van de stijging van 2023. In de NKF hebben we daarom de volgende bedragen opgenomen: 2024 -21.641
6. Gestegen elektra- en gaskosten 10
2025 -22.333
2026 -23.048
7.
Nieuw groenbestek
Het gezamenlijk groenbestek tussen Natuurmonumenten, Wetterskip Fryslân en gemeente Schiermonnikoog liep eind december 2022 af. Begin 2023 is een gezamenlijke aanbesteding gedaan van de groenbeheerwerkzaamheden van Natuurmonumenten, Wetterskip Fryslân en gemeente Schiermonnikoog. Het betreft het ecologisch maaien van bermen en grasvegetaties en hekkelen van sloten en greppels. Dit brengt structureel extra kosten met zich mee.
8.
Effect Lentenota 2023
De Lentenota is besluitvormend behandeld in de mei vergadering 2023.
9.
Effect jaarrekening 2022, niet verwerkt in Lentenota 2023
Uit de jaarrekening kwam nog de structurele meeropbrengst OZB van ongeveer € 20.000 naar voren die niet verwerkt was in de Lentenota 2023 (deze wordt verwerkt voor 2023 in de herfstnota 2023). Dit is een structurele meeropbrengst.
10. Effect raadsbesluiten 2022 De volgende raadsbesluiten genomen in 2023 hebben effect op het begrotingssaldo 2024. 9a. Wegenbeheerplan (raadsbesluit 18 april 2023) 9b. Duurzaamheidsleningen (raadsbesluit 23 maart 2023 9c. Doorstroomwoingen (raadsbeslluit 21 februari 2023)
11. Meicirculaire structurele effecten 2024 en verder De meicirculaire van 2023 bevat structurele effecten voor 2024 en verder. Zie verder bijlage 2 Effecten meicirculaire 2023. 11a. In de meicirculaire is opgenomen dat de bijdrage van het rijk voor buurtsportcoaches ad € 27.036 is komen te vervallen. Bij het opstellen van het nieuw beleid is hier rekening mee gehouden. Deze post zit er dus dubbel in en wordt in het begrotingssaldo geocrrigeerd.
12. Vrijval kapitaallasten LOC 2024, geldt pas vanaf 2025 Het LOC zal in gebruik genomen begin 2025. Vanaf dat moment wordt afgeschreven en rente berekenen. Bij het berekenen van deze kapitaallasten voor de LOC is uitgegaan van kapitaallasten in 2024. Dit is echter een jaar te vroeg en betekent daarom een bate in 2024.
13. LOC, raadsvoorstel 9 mei In het raadsbesluit van 6 juni 2023 is opgenomen om vanaf 2025, wanneer de school in gebruik wordt genomen, structureel € 44.761 aan extra lasten op te nemen voor kapitaallasten en exploitatielasten.
11
2.2 Uitgangspunten NFK 2024-2027 zonder financieel effect Voor het omzetten van de primaire begroting 2023 naar NFK 2024-2027 wordt uitgegaan van de volgende uitgangspunten:
Meerjarenonderhoudsplannen In de begroting 2024 en verder worden de cijfers uit de volgende door de raad vastgestelde onderhoudsplannen verwerkt: MOP gemeentelijke gebouwen
2022-2031
MOP jachthaven
2017-2026
MOP riolering
2019-2027
MOP openbare verlichting
2006-2010
MOP wegen
2023-2032
Groenbeheersplan
2008
Wat nog ontbreekt, is het MOP veerdam.
Provincie Fryslân houdt toezicht op de ouderdom van de onderhoudsplannen. Een onderhoudsplan mag maximaal 5 jaar oud zijn. Er zal daarom gewerkt moeten worden aan de vernieuwing van de onderhoudsplannen. De verwachting is dat de financiële uitwerking van deze plannen een minimaal effect zal hebben op de begroting 2024 en verder.
Vervangingsinvesteringen De noodzaak van de geplande vervangingsinvesteringen wordt richting het opstellen van de begroting 2024 nog tegen het licht gehouden, evenals de hoogte van de bedragen van die vervangingsinvesteringen.
Rentepercentage De marktrente (25 jaar, lineair) beweegt zich half mei 2023 rond de 3,5%. Begin 2023 was deze 3,2%. De rente is dus aan het stijgen, maar onduidelijk is hoeveel. In onze huidige begroting rekenen we met een rentepercentage van 0,94%. Dat is het rentepercentage dat we doorbelasten in de exploitatie over onze activa. Uitgangspunt voor de NFK 2024 is dat we het rentepercentage van 0,94% blijven hanteren. Echter voor de investeringen in nieuw beleid hanteren we een rentepercentage van 3,5%. Bij de opstelling van de begroting 2024 zullen de verwachte langlopende leningen in kaart worden gebracht als gevolg van nieuw beleid. Mocht daar een extra rentelast uit voortkomen, dan zullen we dat in de begroting 2024 opnemen.
Indexatie leges, heffingen, rechten en belastingen De volgende meerjarige indexatiebesluiten zijn genomen en verwerkt in de meerjarenbegroting: -afvalstoffenheffing: 100% kostendekking -WABO: 100% kostendekkend -rioolrechten: vanaf 2019 100% exclusief indexering o.b.v. MOP-riolering -auto-ontheffingen: 100% kostendekkend We kunnen als gemeente niet afwijken van de eis van maximaal 100% kostendekkendheid. Belastingverhogingen: - leges en rechten: 2% per jaar - liggelden: 2% per jaar - lijkbezorgingsrechten: 2% per jaar
12
- forensenbelasting: 2% per jaar - toeristenbelasting: 2% per jaar - ozb-eigenaren: 1,5% per jaar - ozb-gebruikers niet-woningen: 1,5% per jaar Alle hiervoor genoemde verhogingen waren al meerjarig verwerkt in de begroting en zijn niet gewijzigd ten opzichte van vorig jaar.
We onderzoeken echter de mogelijkheid om de inkomsten te verhogen. Zie ook de tekst in de aanbiedingsbrief en hoofdstuk 5.
2.3 Toelichting op ontwikkelingen eenmalige begrotingspositie In de jaarrekening 2022 is de stand van reserves en voorzieningen opgenomen. Het saldo van de algemene reserve per 31 december 2022 bedraagt € 766.498, exclusief resultaatbestemming. Dit bedrag is opgenomen in onderstaand overzicht als Stand per 1 januari in de kolom 2023.
De huidige stand van de algemene reserve is als volgt:
Stand reserve
2023
2024
2025
2026
2027
Totalen
Stand 1 januari
766.498
437.664
429.664
451.264
483.764
766.498
35.000
35.000
35.000
35.000
35.000
175.000
40.000
7.500
0
0
0
47.500
-40.000
-7.500
0
0
0
-47.500
92.775
0
0
0
0
92.775
127.775
35.000
35.000
35.000
35.000
267.775
-15.500
0
0
0
0
-15.500
-15.000
0
0
0
0
-15.000
-30.000
0
0
0
0
-30.000
-11.537
0
0
0
0
-11.537
-7.292
0
0
0
0
-7.292
-11.970
0
0
0
0
-11.970
-15.000
0
0
0
0
-15.000
Vermeerderingen: P 2019: jaarlijkse toevoeging P 2019: terugstorten in AR van tijdelijke voeding vrz. wegen volgens MOP wegen 20172026: nog € 7.500 in 2024 storten Vervallen terugstorting vanwege nieuw MOP wegen Bestemming rekening resultaat 2022 op basis van jaarrekening Totaal vermeerderingen Verminderingen: Overheveling jaarrekening 2022 Aanpak begraafplaats Uitwerking herzien Bestemmingsplan Dorp/inspiratiegids Uitwerking herzien Bestemmingsplan Dorp/inspiratiegids Verkeersmaatregelen Restant proces realisatie leeren ontwikkelcentrum. Quickscan natuur Onderzoek toekomstbestendige zorg, (voorheen realisatie 24uurszorg)
13
Stand reserve Hoogwaterstresstest Evaluatie bestemmingsplan buitengebied polder (Onderzoek naar huidige stand van zaken dekking AR) Herontwikkeling Oude Bezoekerscentrum Vervolgstappen Oude bezoekerscentrum Dorpsontwikkelingmaatschappij Projecttrekker activiteitenstrand
2023
2024
2025
2026
2027
Totalen
-2.000
0
0
0
0
-2.000
-20.000
0
0
0
0
-20.000
-25.000
0
0
0
0
-25.000
-6.500
0
0
0
0
-6.500
-7.500
0
0
0
0
-7.500
-10.850
0
0
0
0
-10.850
-5.000
-5.000
-5.000
-2.500
0
-17.500
-39.760
-30.000
-69.760
30.000
30.000
Overig Toegezegde subsidie bij vertrek manege 5x € 5.000 tbv manege (€ 2.500 in 2021 betaald) Opstellen Omgevingsvisie voor 1-1-2025 Vervallen budget omgevingsvisie structureel opgenomen in NFK 2024 Uitkering wachtgeld oudwethouder tot AOWgerechtigde leeftijd (voorlopig 16-3-2025)
-32.400
-33.000
-8.400
0
0
-73.800
Restant budget inspiratiegidsen
-20.000
0
0
0
0
-20.000
Doorschuiving budget evaluatie bestemmingsplan buitengebied dekking AR, per saldo budgettair neutraal p2 6810107
-20.000
0
0
0
0
-20.000
-5.000
-5.000
0
0
0
-10.000
-49.500
Herfstnota 2022
NFK 2023 NFK 2023 17 Opvang vluchtelingen Personele knelpunten 2023 1. Ruimtelijke ordening
-49.500
0
0
0
0
2. Procesleider Regiodeal
-17.000
0
0
0
0
-17.000
3. Omgevingswet
-116.000
0
0
0
0
-116.000
29.200
0
0
0
0
29.200
4. Dekking personeelsbudget Lentenota 2023 Eenmalige kosten Pilot Integrale Waterveiligheid Strategie Waddeneilanden
-3.000
Totaal verminderingen
-456.609
-43.000
-13.400
-2.500
0
-515.509
Stand 31 december
437.664
429.664
451.264
483.764
518.764
518.764
-3.000
14
Bovenstaande betekent dat van de algemene reserve eind 2027 € 518.764 vrij besteedbaar is (de eindstand van 2027 wordt genomen, omdat er tot dat jaar al budgetten zijn vastgesteld vanuit de algemene reserve). In de mei vergadering 2023 kwam de lentenota 2022 aan bod. In deze lentenota worden budgetten onttrokken aan de algemene reserve. Dit is verwerkt in bovenstaand verplichtingenoverzicht van de algemene reserve.
De omvang van de vrij besteedbare bestemmingsreserves bedraagt: Jaarrekening 31-12-2022
Bestemming resultaat 2022
Mutaties 2023
Lentenota Beginstand 2023 NFK 2024-2027
Reserve Eneco
772.750
0
123.305
0
896.055
Reserve sociaal domein
260.000
275.000
-43.000
0
492.000
Reserve toerisme
150.000
0
-75.000
0
75.000
Reserve cofinanciering Reserve decentrale arbeidsvoorwaarden Totaal
25.000
0
-25.000
0
0
13.583
0
-13.583
0
0
1.221.333
275.000
-33.278
0
1.463.055
Het incidentele weerstandsvermogen bedraagt daarmee: € Algemene reserve 31 december 2027
518.764
Vrij besteedbare bestemmingsreserve Beginstand NFK 2024-2027
1.463.055
Totaal
1.981.819
Het financiële risico uit de risicoparagraaf van de jaarrekening 2022 betreft een bedrag van € 436.061.Het financiële risico kunnen we dus dekken binnen ons totale incidentele weerstandsvermogen van € 1.981.819.
3. Voorstellen nieuw beleid 3.1 Overzicht voorstellen nieuw beleid De volgende voorstellen nieuw beleid zijn aangevraagd. In bijlage I staat de toelichting op de voorstellen opgenomen.
Nr. Omschrijving
2024
2025
2026
2027
A.
Structureel, ten laste van begrotingsresultaat
1
Verhoging inzet jeugd- en jongeren werker 6 uur per week
-11.501
-11.915
-12.344
-12.788
2
Vervallen bijdrage rijk buurtsportcoaches
-31.529
-31.214
-30.335
-29.482
3
Extra tijdelijke capaciteit medewerker RO 0,7 FTE
-67.841
-70.283
-72.813
0
4
Opstellen omgevingsvisie en voorbereidingen op
-50.000
-50.000
-50.000
-50.000
0
-4.125
-4.125
-4.125
-8.000
-8.000
-8.000
-8.000
Omgevingsplannen 5
Kapitaallasten woonerf Schiermonnikoog
6
Uitvoeringsbudget Circulaire economie
7
Materiaal fietshekken duinovergang Badweg, kapitaallasten
0
-1.368
-1.368
-1.368
8
Kapitaallasten vervangen grafbekisting
0
-875
-875
-875
15
Nr. Omschrijving
2024
2025
2026
2027
9
Aanvragen omgevings- en milieuvergunningen
-40.000
-40.000
-40.000
-40.000
10
0,4 FTE uitbreiding juridisch adviseur
-39.075
-40.482
-41.939
-43.449
11
Dekking 0,4 FTE uitbreiding juridisch adviseur reserve WOO
39.075
40.482
41.939
43.449
12
Project handhaving recreatief gebruik wonen, 7 uur extra
-17.258
-17.879
-18.523
-19.190
-17.309
-17.932
-18.577
-19.246
-24.289
-25.164
-26.070
-27.008
-9.737
-10.087
-10.451
-10.827
-5.500
-5.500
-5.500
-5.500
0
-1.136
-1.136
-1.136
-26.918
-27.886
-28.891
-29.931
-5.000
-5.000
-5.000
-5.000
0
-3.282
-3.282
-3.282
handhaver 13
Project handhaving recreatief gebruik wonen, 8 uur extra burgerzaken/adresonderzoek
14
Project handhaving recreatief gebruik wonen, 8 uur extra handhavingsjurist
15
Project handhaving recreatief gebruik wonen, 4 uur extra vergunningverlener
16
Jaarlijks onderhoud blusputten
17
Kapitaallasten vervangen 2 blusputten
18
14,4 uur uitbreiding beleidsmedewerker openbare orde en veiligheid
19
Toevoeging voorziening groot onderhoud gebouwen interieur gemeentelijke gebouwen
20
Kapitaallasten vervanging en uitbreiding meubilair
21
Aanpassing DVO Noardeast Fryslân (NEF)
-80.701 -169.796 -175.229 -180.837
22
Apparatuur voorkomen identiteitsfraude
-3.000
-3.000
0
0
23
Kapitaallasten brandkast accu's elektrisch gereedschap
0
-920
-920
-920
buitendienst Totaal structureel, ten laste van begrotingsresultaat
B.
Ten laste van Algemene reserve
24
Opgroeien in een kansrijke omgeving (OKO)/aanpak
-398.583 -505.362 -513.439 -449.515
PM
PM
PM
PM
PM
PM
PM
PM
0
0
0
0
middelengebruik 25
Ontwikkelen, versterken en uitvoeren mantelzorgbeleid/mantelzorgondersteuning Ten laste van AR
C.
Ten laste van Overige reserves Reserve sociaal domein
26
14 extra uren formatie team zorg & welzijn
-26.172
-27.010
0
0
27
Buurtsportcoördinator, financiering en opwaardering aantal
-42.000
-43.344
0
0
-67.400
-69.557
0
0
0
-10.000
0
0
PM
0
0
0
uren 28
Budget preventie- en verslavingsbeleid
29
Bijdrage uitvoeringsbudget sportraad
Reserve Veerdam 30
Dekking krediet optimaliseren inrichting Veerhaven
16
Nr. Omschrijving
2024
2025
2026
2027
Dekking 0,4 FTE uitbreiding juridisch adviseur reserve WOO
-39.075
-40.482
-41.939
-43.449
Ten laste van Overige reserves
-174.647 -190.392
-41.939
-43.449
Reserve Wet Open Overheid 31
D.
Kredieten
32
Woonerf Schiermonnikoog
33
Optimaliseren inrichting Veerhaven
34
-83.500
0
0
0
PM
0
0
0
Materiaal fietshekken duinovergang Badweg
-12.500
0
0
0
35
Vervangen grafbekisting
-8.000
0
0
0
36
Vervangen 2 blusputten
-23.000
0
0
0
37
Vervangen damwand kop oude veerdam Waddenhaven
0
0
0 -520.000
38
Vervanging meubilair
-30.000
0
0
0
39
Brandkast accu's elektrisch gereedschap buitendienst
-8.000
0
0
0
-165.000
0
0 -520.000
Totaal kredieten
E.
Grondexploitaties
40
Herbestemming oude centrale
PM
PM
PM
PM
41
Woninglocatie basisschool
PM
PM
PM
PM
42
Woninglocatie voortgezet onderwijs
PM
PM
PM
PM
0
0
0
0
Totaal grondexploitaties
3.2 Financiële gevolgen structureel nieuw beleid De financiële gevolgen van het structureel nieuw beleid 1 tot en met 23 zijn als volgt: 2024
2025
2026
61.685
-196.383
-666.464
Totaal nieuw beleid structureel, ten laste van begrotingsresultaat
-398.583
-505.362
-513.439
Tekort bij honorering alle voorstellen met structureel effect
-336.898
-701.745
-1.179.903
Begrotingsstand bij de NFK 2024-2027 (zie hoofdstuk 2)
3.3A Financiële gevolgen incidenteel nieuw beleid Algemene reserve De financiële gevolgen van het incidenteel nieuw beleid inclusief de financiële gevolgen van structureel nieuw beleid (nog zonder dekking), is als volgt: 2024 477.164
Stand Algemene reserve per 31-12 voor nieuw beleid
-336.898
Begrotingssaldo structureel Nieuw beleid incidenteel
0 140.266 Stand Algemene reserve 31-12 inclusief nieuw beleid In bovenstaand overzicht is alleen de Algemene reserve voor 2024 opgenomen. Het negatieve begrotingssaldo werkt door in de jaren na 2024. Er is nog geen dekking voor het tekort in 2024, dit wordt bij de begroting 2024 verwerkt. Dan wordt, met de aanwezige dekking, ook een doorkijk gegeven naar de algemene reserve voor 2025 en verder.
17
3.3B Financiële gevolgen incidenteel nieuw beleid Weerstandsvermogen Onderstaand overzicht geeft wel weer wat de effecten van het nieuw beleid zijn op de vrij beschikbare reserves. Beginstand NFK 20242027
Mutaties 2024
Nieuw beleid 2024
Stand 31-122024
Reserve Eneco
896.055
-
-
896.055
Reserve sociaal domein
492.000
-
-135.572
356.428
Reserve toerisme
75.000
-
-
75.000
-135.572
1.327.483
Totaal
1.463.055
Onderstaand overzicht geeft wel weer wat de effecten van het nieuw beleid zijn op de beklemde reserves. Beginstand NFK 20242027
Mutaties 2024
Nieuw beleid 2024
Stand 31-122024
Reserve baggeren
28.000
28.000
0
56.000
Reserve lichtmasten
114.347
8.452
0
122.799
Reserve projecten
265.778
0
0
265.778
Veerdam
575.142
-2.435
PM
572.707
Resultaat riolering
54.508
0
0
54.508
Duurzame energie
358.550
-62.500
0
296.050
Reserve dekking afschrijving
124.394
-6.915
0
117.479
Reserve Wet Open Overheid (WOO)
131.260
99.000
-39.075
191.185
Reserve rentefluctuaties pensioenen
54.889
0
0
54.889
1.706.868
63.602
-39.075
1.731.395
Totaal
De beklemde reserves tellen niet mee voor het weerstandsvermogen.
Het incidentele weerstandsvermogen bedraagt daarmee
140.266
Algemene reserve stand 31-12-2024 Vrij besteedbare bestemmingsreserve stand 31-12-2024
1.731.395
Totaal
1.871.661
Voor 2024 verwachten we een financieel risico van € 436.061, conform jaarrekening 2022. Het financiële risico kunnen we dus dekken binnen ons totale incidentele weerstandsvermogen van € 1.871.661.
4 Overige ontwikkelingen Onderstaande ontwikkelingen spelen, maar zijn nog niet verder in financien uit te drukken:
18
1.
Oorlog Oekraine
De oorlog in Oekraine is in volle gang. En de beëindiging van dit conflict is nog niet inzicht. Deze oorlog heeft een verhogend effect op de gas- en energieprijzen. Ook de daaraan gekoppelde producten stijgen in prijzen. Wat voor effect dit heeft op de begrotingsposten binnen de gemeente, is nog onduidelijk. We zullen dit monitoren in de tussentijdse rapportages.
2.
Omgevingswet
Met de Omgevingswet wil de overheid de regels voor ruimtelijke ontwikkeling vereenvoudigen en samenvoegen. Zodat het straks bijvoorbeeld makkelijker is om bouwprojecten te starten. De Omgevingswet gaat in op 1 januari 2024. We hebben geld gereserveerd voor de kosten voor het uitvoeren van de omgevingswet. Onduidelijk is nog of gereserveerde bedragen voldoende zijn om de kosten te kunnen dekken. De raad heeft al ingestemd met een nieuwe tarieventabel, die ingaat vanaf het moment dat de wet in werking treedt.
3.
Sociaal Domein
In het Sociaal Domein rijgen de ontwikkelingen zich aaneen, zowel landelijk als binnen onze eigen gemeente. Een aantal worden hieronder genoemd:
Budgetten Jeugd en Wmo Vanuit het rijk ontvangen we extra financiële middelen voor Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA) en het Integraal Zorg Akkoord (IZA) en de extra financiële middelen die daar vanuit het Rijk beschikbaar voor zijn gesteld. We onderzoeken hoe we de gelden in gaan zetten. Omdat dit resultaatneutraal plaats vindt zijn deze middelen niet expliciet opgenomen in deze NFK. De middelen worden opgenomen in de begroting 2024.
Inkomensafhankelijke eigen bijdrage Wmo vanaf 1 januari 2026 Om de houdbaarheid van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) te verbeteren, heeft het kabinet besloten om voor alle Wmo-voorzieningen waar nu het abonnementstarief voor geldt, een inkomensafhankelijke eigen bijdrage in te voeren. Op dit moment betaalt elke cliënt die van een of meer van deze voorzieningen gebruik maakt, € 19 per maand (het abonnementstarief), ongeacht het inkomen. Met de invoering van de inkomensafhankelijke eigen bijdrage wordt de hoogte van de eigen bijdrage bij alle maatwerkvoorzieningen afhankelijk van het inkomen. Deze wijziging gaat per 1 januari 2026 in. Hoe de nieuwe, inkomensafhankelijke eigen bijdrage er precies uit komt te zien wordt door het Rijk in de komende periode verder uitgewerkt.
Een nieuwe woon- en zorgvisie Verder is het opstellen van een nieuwe woon- en zorgvisie en een bijbehorend uitvoeringsprogramma ook een belangrijke opgave binnen het Sociaal Domein. Hiermee zijn we mee bezig.
4.
Gemeentefonds
Gemeenten ontvangen bijna de helft van hun inkomsten via het gemeentefonds. Voor de begroting van het komende jaar zijn ze verplicht om zich te baseren op de stand van de meicirculaire. Daarom wordt er ieder jaar reikhalzend uitgekeken naar de meicirculaire. Deze is verwerkt in deze NFK en opgenomen als bijlage 2.
19
Nieuwe financieringssystematiek Eind 2021 is bij het vaststellen van het nieuwe coalitieakkoord Rutte IV “Omzien naar elkaar, vooruitkijken naar de toekomst” besloten na 2025 een nieuwe financieringssystematiek te ontwikkelen voor de lagere overheden. Een eventuele mogelijkheid voor een uitbreiding van het lokaal belastinggebied wordt hierbij betrokken. Op dit moment is er nog geen duidelijkheid over de verdere ontwikkeling van de nieuwe financieringssystematiek tussen het Rijk en gemeenten. Hoe de nieuwe financieringssystematiek eruit gaat zien is nog niet bekend. De betrokken partijen gaan deze de komende jaren verder uitwerken. Het is het voornemen van het kabinet om voor de zomer een uitvoeringsplan met tijdpad naar de Kamer te sturen over de nieuwe financieringssystematiek. De VNG heeft namens de gemeenten ingezet op voorwaarden rondom verruiming belastinggebied op basis van een advies van de commissie Financiële ruimte.
Ravijn 2026 gedeeltelijk gedempt en opgeschoven naar 2027 e.v. Het kabinet heeft besloten om het gemeentefonds voor de volumeontwikkeling vanaf 2027 te indexeren op basis van de ontwikkeling van het bruto binnenlands product. In de meicirculaire 2023 is een beschrijving van de hoofdlijnen van een nieuwe financieringssystematiek opgenomen. De nieuwe financieringssystematiek houdt in dat de volumeontwikkeling van het gemeentefonds vanaf 2027 wordt gebaseerd op een historisch gemiddelde van de ontwikkeling van het bruto binnenlands product (bbp). In de meicirculaire 2023 is de nieuwe financieringssystematiek nog niet verwerkt. Dit betekent dat de (negatieve) impact van het geformuleerde Rijksbeleid vanaf 2027 nog zeer onzeker blijft.
Incidentele compensatie voor de jeugdzorg Het Rijk en de VNG hebben 18 april 2023 een financieel principeakkoord bereikt voor de Hervormingsagenda jeugd. In de meicirculaire 2023 wordt voor jeugdzorg, onder voorbehoud van omzetting naar een definitief akkoord op de Hervormingsagenda, voor 2024 en voor 2025 beschikbaar gesteld.
De gemeente had al een stelpost in de begroting opgenomen, in afwachting van het principeakkoord. Dit was mogelijk op basis van een afspraak tussen het Rijk, IPO en VNG. Door het principeakkoord vervalt de stelpost voor 2024 en 2025. Dit is nog niet verwerkt in deze NFK en zal worden meegenomen in de begroting 2024.
De stelpost is geen budgettaire garantie dat het geld ook daadwerkelijk structureel beschikbaar komt in 2027. Voorzichtigheidshalve hebben wij de stelpost vanaf 2027 niet opgenomen.
5.
Bijdrage programma Waddeneilanden
Om de eilander samenwerking te verstevigen, is een Programma Waddeneilanden. Op basis hiervan is een Regiodeal aanvraag ingediend en toegekend. In e begroting van 2023 en de meerjarenbegrotingen van 2024-2026 is de financiering van de eigen bijdrage van € 900.000 al opgenomen, 10% van de totale eigen bijdrage van alle eilanden. Dit is een voorlopige bijdrage. Op basis van toekenning van projecten kan deze bijdrage nog wijzigen. Wat het financiële effect van deze wijziging is, is nog onduidelijk.
20
5 Dekkingsmogelijkheden: 5.1 Verhogen opbrengst toeristenbelasting Een van de dekkingsmogelijkheden is het verhogen van de opbrengst toeristenbelasting. Om de mogelijkheden naar het verhogen van de opbrengsten toeristenbelasting te onderzoeken is er door bureau Fiscaliade een korte inventarisatie uitgevoerd naar heffingssystematiek van andere gemeente opgesteld. Dit Memo Toeristenbelasting is als bijlage bijgevoegd.
Het uitgangspunt van de gemeente is, dat de volledige opbrengst van de toeristenbelasting toekomt aan de gemeente. Voor de het dagtarief wordt de volledige opbrengst al gerealiseerd. Voor het nachttarief nog niet.
Maximaliseren opbrengst nachttarief Om de opbrengst van het nachttarief ook de optimaliseren, kan gekozen worden om door bijvoorbeeld aan te sluiten bij een Waddenkaart, of door met Wagenborg afspraken te maken. Deze mogelijkheid is echter op korte termijn niet te realiseren. Het zou ook mogelijk zijn om bijvoorbeeld zonder Waddenkaart over te stappen naar heffingsmaatstaf is het aantal keren dat verblijf wordt gehouden en het aantal overnachtingen per persoon. Ameland is naar deze systematiek overgestapt.
Voordat kan worden over gegaan tot het innen van de volledige opbrengst van de toeristenbelasting, dient voor de tussenliggende periode ook de opbrengst gemaximaliseerd te worden. Momenteel hanteert de gemeente een forfaitair tarief voor het innen van de toeristenbelasting. Het forfaitair tarief bestaat uit: Het werkelijk aantal slaapplaatsen * benuttingspercentage van 75% * aantal overnachtingen (365 dagen) * bezettingspercentage 44%, (voor kampeerboerderijen op 30%). De parameters uit het forfaitair tarief bestaan in ieder geval sinds 1999. Het vermoeden bestaat dat de gemeente inkomsten mist, omdat de parameters uit het forfaitaire tarief te laag zijn.
Om de parameters van het forfaitair tarief te kunnen verhogen zal een onderzoek nodig zijn. Dit is verplicht op grond van jurisprudentie. Dit onderzoek is in gang gezet. Dit zal met name een onderzoek zijn naar de ontwikkeling van het seizoenspatroon van de afgelopen jaren. Deze ontwikkeling kan een onderbouwing geven voor het wijzigen van de paramater bezettingspercentage. In de tussentijd zijn er een aantal scenario’s doorgerekend van mogelijke extra opbrengsten. Hierbij is het bezettingspercentage van kampeerboerderijen op 30% gehandhaafd, omdat er vaak teruggaven plaatsvinden voor het forfaitair tarief. Voor de overige locaties is een verhoging van het bezettingspercentage doorgerekend van 44% naar: Verhoging bezettingspercentage Mogelijke extra opbrengsten
50%
55%
60%
€ 81.923
€ 150.192
€ 218.461
Bij deze berekening is geen rekening gehouden met de verhoging van het toeristenbelastingtarief, zie onder.
21
Verhoging tarief toeristenbelasting Een anderen mogelijkheid tot het verhogen van de opbrengst toeristenbelasting is het verhogen van het tarief toeristenbelasting. Tarief 2023
Tarief 2024 plus
Tarief 2024 plus
Tarief 2024 plus
2%
5%
10%
i.p.v. 2%
i.p.v. 2%
Dagverblijf
€ 2,15
€ 2,20
€ 2,26
€ 2,37
Nachtverblijf
€ 1,89
€ 1,94
€ 1,98
€ 2,08
Nachtverblijf schoolreis
€ 1,79
€ 1,83
€ 1,831
€ 1,831
€ 41.950
€ 111.866
Extra opbrengst 1)
Het college kiest ervoor om het tarief nachtverblijf schoolreis met maximaal 2% te verhogen.
2) Bij de NFK 2024 is rekening gehouden met een reguliere verhoging van het tarief van 2%. Er kan echter gekozen worden om het tarief meer te verhogen. Verder kan overwogen worden om een apart tarief in te voeren voor nachtverblijf camping in te stellen.
5.2 Verhogen Onroerende zaak belasting (OZB) In de decembercirculaire 2022 is naar voren gekomen dat de gemeente gekort wordt op de Algemene uitkering. Dit komt omdat er vanuit gegaan wordt, dat door een hogere WOZ-waarde, de gemeente meer inkomsten OZB kan innen. Echter de gemeente heeft de systematiek dat jaarlijks de OZB met 1,5% stijgt, ongeacht de ontwikkeling van de WOZ-waarde.
Het effect van de meicirculaire 2023, zoals ook vermeld in bijlage 2 Effecten meicirculaire 2023 onderdeel 17 en 18 is als volgt: Omschrijving
2024
2025
2026
2027
WOZ-waarden mutaties
-153.354 -167.684 -171.332 -153.354
Maatstaf ozb: WOZ-waardering en aanpassing rekentarieven
-18.452
Totaal
-169.782 -184.731 -188.590 -169.779
-19.072
-19.284
-18.452
Verandering systematiek: volgen WOZ-waarde Om minder gevoelig te zijn voor de ontwikkelingen van de WOZ-waarde en daaraan gekoppeld de korting door het rijk, kan er voor gekozen worden het tarief van de OZB te koppelen aan de WOZ-waarde. Als de WOZ-waarde met 10% stijgt, dan stijgt ook OZB inkomsten met 10%. En dan kort het rijk deze inkomsten (mogelijk met een vertragen effect door latere doorrekening door het rijk).
Inhalen gemiste inkomsten? In 2023 stegen de WOZ-waarden met 17%. De OZB inkomsten zijn gemaximeerd op 1,5%. In 2024 kunnen deze inkomsten niet meer ingehaald worden, tenzij ervoor gekozen wordt het tarief van OZB met een opslagpercentage te verhogen. Deze extra inkomsten worden niet gekort door het rijk.
22
5.3 Invoeren precariorechten Gemeenten kunnen precariobelasting (of kortweg: precario) heffen als vergoeding voor het gebruik van openbare grond. Voorbeelden van belaste voorwerpen zijn kabels en leidingen, terrassen, bouwmaterialen, zonneschermen, luifels, lichtreclames en vlaggen.
De precariobelasting wordt specifiek geheven voor het plaatsen van voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond. Het wordt wel gezien als de fiscale tegenhanger van een privaatrechtelijke vergoeding om de gemeentegrond te kunnen gebruiken. De precariobelasting valt toe aan de algemene middelen van de gemeente en is door de gemeente vrij besteedbaar. Er is geen verplichting om de geheven precariobelasting in te zetten voor uitgaven die samenhangen met de voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond.
Wat regelt de wet? De Gemeentewet schrijft bij de precariobelasting alleen het belastbaar feit voor: het hebben van voorwerpen onder, op of boven gemeentegrond. Belastingplichtig is de houder van een dergelijk voorwerp. Niet belast is bijvoorbeeld een terras in de eigen achtertuin.
Belangrijke beperking Hoewel dat niet in de wet tot uitdrukking is gebracht, geldt bij de heffing van de precariobelasting een belangrijke beperking. De precariobelasting kan niet worden geheven als de aanwezigheid van het voorwerp moet worden gedoogd op grond van een wettelijke of contractuele verplichting.
Een voorbeeld: kabels van telecomnetwerken en kabeltelevisie moeten op grond van een wettelijk voorschrift worden gedoogd. Ook een terras op een verhuurd stuk gemeentegrond moet worden gedoogd. Belastingheffing is in die gevallen niet mogelijk.
Gemeenten kunnen ook geen precariobelasting heffen over netwerken die nutsbedrijven in, op of boven gemeentegrond exploiteren. Dat is sinds 1 juli 2017 in de Gemeentewet geregeld. De regeling voorkomt dat inwoners via de precario belasting moeten betalen aan een buurgemeente of -provincie waarvoor zij geen democratisch stemrecht hebben.
Keuzemogelijkheden gemeenteraad Behalve het belastbaar feit kent de wet geen verdere aanwijzingen voor de heffing van de precariobelasting. De gemeenteraad heeft zodoende veel vrijheid bij de inrichting van deze belasting, in het bijzonder bij de aanwijzing van het delen van de gemeente waar wordt geheven, de tariefstelling en tariefdifferentiatie.
Als de gemeente ervoor kiest een precariobelasting te heffen, kan de gemeenteraad bij de inrichting van de belastingverordening een eigen afweging maken over de volgende elementen: •
de keuze om de belasting in de hele gemeente te heffen of in een gedeelte, bijvoorbeeld om het gemeentelijk terrassenbeleid te reguleren
•
de voorwerpen waarover de belasting moet worden betaald
•
de maatstaven die de belastingschuld bepalen
•
de hoogte en differentiatie van tarieven die de belastingschuld bepalen
•
de vrijgestelde belastingplichtigen of belastbare feiten (vrijstellingen)
23
Verwachte opbrengst De verwachte opbrengst hangt af van de gemaakte keuzes en tarieven en is nu nog lastig in te schatten.
5.4 Verlagen van de kosten: Bezuinigingen De volgende mogelijkheden om te bezuinigen zijn er: •
Niet indexeren subsidies en kosten;
•
Bepaalde onderwerpen niet meer of met een lagere kwaliteit uitvoeren;
•
Schrappen in de lijst met nieuw beleid.
24
Bijlage 1 Toelichting Nieuw beleid A Toelichting voorstellen nieuw beleid structureel ten laste van begrotingsresultaat
Nr.
Omschrijving
1 Verhoging inzet jeugd- en jongeren werker 6 uur per week
2024
2025
-11.501
-11.915
2026
-12.344
2027 -12.788
In een in 2022 opgesteld advies van het bureau Barkema en de Haan, waarover de raad 20 december 2022 is geïnformeerd, wordt een omvang van 18 uur per weer van een jeugd- en jongerenwerker aanbevolen. Dit betekent een verhoging van 6 uur per week (0,17 fte) ten opzichte van de huidige situatie. In het verleden was de jeugd- en jongerenwerker ook voor deze omvang aangesteld; de huidige jeugd- en jongerenwerker heeft een contract van 12 uur gekregen, omdat vanuit haar andere functies er een efficiencyvoordeel verwacht werd. De extra kosten zijn: € 11.500 per jaar. Deze komen boven op de reguliere loonkosten van de huidige jeugd- en jongerenwerker.
Nr. Omschrijving 2 Vervallen bijdrage rijk buurtsportcoaches
2024
2025
2026
2027
-31.529
-31.214
-30.335
-29.482
Tot en met 2023 ontvingen we via de algemene uitkering een bijdrage voor de buurtspotcoach van € 27.036. Deze bijdrage komt te vervallen en daarmee moeten de kosten van de buurtsportcoach op een andere manier gedekt worden middels extra budget. Daarnaast is er extra budget nodig voor gestegen kosten inzet buurtsportcoach. Er wordt gewerkt aan een afbouwregeling. Zodra deze rond is zullen de budgetten naar beneden bijgesteld worden.
Nr. Omschrijving 3 Extra tijdelijke capaciteit medewerker RO 0,7 FTE
2024
2025
2026
2027
-67.841
-70.284
-72.814
0
Er is achterstand opgelopen op het gebied van Ruimtelijke ordening. Hiervoor zijn meerdere oorzaken. Om deze achterstand weg te werken hebben we tijdelijk extra capaciteit nodig van 0,7 FTE voor 4 jaar vanaf 2023.
Nr. Omschrijving 4 Opstellen omgevingsvisie en voorbereidingen op Omgevingsplannen
2024
2025
-50.000
-50.000
2026
2027
-50.000 -50.0000
In verband met de introductie van de Omgevingswet, die nu per 1-1-2024 definitief in werking treedt, moeten wij voor 1-1-2025 een Omgevingsvisie opstellen. Er zal een belangrijke rol moeten worden weg gelegd voor de (inwoners)participatie, gebaseerd op het beleid dat hiervoor in 2023 wordt ontwikkeld. Vanaf 2025 starten we met het opstellen van een Omgevingsplan, voor het gehele grondgebied van onze gemeente, overeenkomstig de nieuwe omgevingswet. Vooruitlopend daarop zijn er twee acties nodig: in 20232024 de huidige bestemmingsplannen Omgevingswet-proof maken, zodat we het lopende ruimtelijke beleid kunnen uitvoeren en in 2024 de voorbereidingen treffen op het opstellen van een nieuw integraal omgevingsplan vanaf 2025.
25
Nr. Omschrijving 5 Kapitaallasten woonerf Schiermonnikoog
2024
2025
2026
2027
0
-4.125
-4.125
-4.125-
Bij het voorbereiden van de NFK 2024 is nog niet bekend hoe het inrichtingsontwerp van het woonerf eruit komt te zien. Toch willen we alvast een bedrag reserveren voor het opstellen van het definitief ontwerp, het bestek, de aanbesteding en het uitvoeren van woonerf Schiermonnikoog. Mocht het benodigde bedrag hoger uitvallen, dan doet het college te zijner tijd een dekkingsvoorstel aan de raad. Het krediet bedraagt € 83.500, , de afschrijvingstermijn is 25 jaar.
Nr. Omschrijving 6 Uitvoeringsbudget Circulaire economie
2024
2025
2026
2027
-8.000
-8.000
-8.000
-8.000-
In het kader van de SDG doelen willen we gerichter aan de gang met een circulaire economie binnen de gemeente Schiermonnikoog. Hiervoor stellen we een plan van aanpak op voor de komende jaren, waar we zowel binnen de gemeentelijke organisatie als eiland breed aan de slag gaan met het beperken van de afvalproductie via preventie, vermindering, recyclage en hergebruik. Zoals genoemd in het coalitieakkoord en het uitvoeringsprogramma willen we aan de slag met een circulaire koers.
Nr. Omschrijving 7 Materiaal fietshekken duinovergang Badweg
2024
2025
2026
2027
0
-1.368
-1.368
-1.368-
De huidige fietshekken zijn aan het eind van de levensduur. Na aanschaf van materiaal gaan de medewerkers van de buitendienst de (fietsen)hekken vervangen. Dit betreft de kapitaallasten voor de komende 10 jaar.
Nr. Omschrijving 8 Kapitaallasten vervangen grafbekisting
2024
2025
2026
2027
-875
-875
-875
-875
De medewerkers van de buitendienst graven de graven handmatig. Dat is een fysiek zwaar belastende activiteit. Ze maken bij het graven van een graf gebruik van grafbekisting. Grafbekisting zorgt ervoor dat de omliggende grond niet in het graf valt. De huidige grafbekisting versleten en dient vervangen te worden. We willen een aluminium grafbekisting aanschaffen.
Nr. Omschrijving 9 Aanvragen omgevings- en milieuvergunningen
2024
2025
2026
2027
-40.000
-40.000
-40.000
-40.000.
Op meerdere locaties van de gemeente is de vergunning verlopen of verloopt die op korte termijn. Deze vergunningen hebben we nodig om te kunnen voldoen aan wet- en regelgeving. We willen een gespecialiseerd bureau in de arm nemen om deze vergunningen aan te vragen en de benodigde onderzoeken te doen. -
Schuurtjes strandrolstoelen Badweg, Pr. Bernhardweg, Berkenplas en laarzenschuurtje Waddenhaven.
-
Sedimentdepot Waddenhaven
-
Milieustraat
-
Kantoorunit milieustraat
-
Benzinepompstation
-
Gemeentewerf (revisievergunning milieu uit 1997 mogelijk actualiseren)
-
KCA depot Pr. Bernhardweg (milieuvergunning uit 2009 mogelijk actualiseren wegens LAP3)
26
Nr. Omschrijving
2024
2025
2026
2027
10 0,4 FTE uitbreiding juridisch adviseur
-39.075
-40.482