CConstaterende datSchiermonnikoog
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijl. 3 - Bewonersonderzoek Nieuw-Dokkum - Schiermonnikoog

Raadsvergadering 15 april 2025, gemeente SchiermonnikoogBij agendapunt: Gewijzigd projectplan aardgasvrij eiland21.187 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Bewonersonderzoek Nieuw Dokkum, Schiermonnikoog: social fingerprints en geïnformeerde voorkeuren voor techniekkeuze in het kader van een aardgasvrij eiland. Resultaten en conclusie

Sarah Elbert Eva van Rij Carina Wiekens Wiebo Lamain

22 oktober 2024

1

Inhoudsopgave 1. Aanleiding ....................................................................................................................................................... 3 1.1 Context onderzoek en onderzoeksvragen...................................................................................................... 3 2. Methode.......................................................................................................................................................... 6 2.1 Breedte en reikwijdte onderzoek................................................................................................................... 6 3. Draagvlak en par?cipa?e ................................................................................................................................ 9 3.1 Stakeholdersanalyse ..................................................................................................................................... 9 3.2 Social fingerprint vragenlijst ....................................................................................................................... 13 3.3 Enkele specifieke groepen ........................................................................................................................... 21 4.

Geïnformeerde voorkeuren drie technieken .................................................................................................. 28 4.1 belangrijke aspecten voor inwoners ............................................................................................................ 28 4.2 Geïnformeerde voorkeuren: Vrije inbreng ................................................................................................... 31 4.3 Geïnformeerde voorkeuren: algemene waardering drie technieken ........................................................... 32 4.4 Geïnformeerde voorkeuren: Voordelen, nadelen en belang aspecten warmteketel met aanslui?ng op warmtenet ........................................................................................................................................................ 35 4.5 Geïnformeerde voorkeuren: voordelen, nadelen en belang aspecten warmtepomppaneel ....................... 36 5. Conclusies en aanbevelingen ........................................................................................................................ 38 Bijlage 1: Interviewschema stakeholdersanalyse .............................................................................................. 44 Bijlage 2: Social fingerprint tabellen Nieuw Dokkum ........................................................................................

47 Bijlage 3: Social fingerprint rest van het eiland................................................................................................. 49 Bijlage 4: Oordelen verschillende aspecten twee technieken (ICQ)................................................................... 54

2

1.

Aanleiding

In het kort Dit rapport beschrij? de uitkomsten en conclusies van (stakeholders- en bewoners) onderzoek in het kader van de voorgenomen warmtetransiHe in de wijk Nieuw Dokkum op Schiermonnikoog. Deze transiHe zal gevolgen hebben voor de individuele bewoners en de lokale samenleving in het geheel. Deze transiHe hee? een sterk technische component, waarbij het voor het draagvlak van belang is om de mening van de inwoners mee te nemen in de uiteindelijke keuze voor de techniek waarmee de wijk in de toekomst verwarmd zal worden. De onderzoeksvragen zijn: ‘Op welke wijze kunnen parHcipaHestrategieën worden vormgegeven om bewoners van Nieuw Dokkum te Schiermonnikoog op een passende wijze bij de (implementaHe van) plannen voor een aardgasvrij eiland te betrekken?’ en ‘Wat vinden de bewoners van de drie geselecteerde technologieën om de buurt Nieuw Dokkum op een duurzame manier te verwarmen?’. Door middel van interviews, deurgesprekken en uitgebreid vragenlijstonderzoek wordt er antwoord op deze vragen gegeven.

Context onderzoek en onderzoeksvragen Het onderzoek waarvan in dit rapport de resultaten en conclusies worden beschreven is uitgevoerd in het kader van de voorgenomen warmtetransiHe in de wijk Nieuw Dokkum op Schiermonnikoog. De transiHe houdt in dat de hele wijk (bestaande uit 170 huishoudens, waarvan ongeveer de hel? sociale huurwoningen) vanaf 2028 zonder gebruik van aardgas verwarmd zal moeten worden. Een transiHe dus, die gevolgen voor de individuele bewoners zal hebben en ook voor de lokale samenleving in het geheel. Draagvlak bij de inwoners is daarbij een belangrijk aspect voor een succesvolle uitvoering. Deze transiHe hee? een sterk technische component, waarbij het voor het draagvlak van belang is om de mening van de inwoners mee te nemen in de uiteindelijke keuze voor de techniek waarmee de wijk in de toekomst verwarmd zal worden. Als de inwoners onvoldoende betrokken worden bij de besluitvorming en hun mening onvoldoende wordt meegenomen in de uiteindelijke keuze, vormt dat een risicofactor voor het welslagen van het project. Schiermonnikoog is een klein Waddeneiland dat de afgelopen decennia ingrijpende veranderingen hee? ondergaan door de snelle groei van de horeca en het toerisme.

Het bestaat uit een klein dorpje met een dorpskern, woonhuizen om de dorpskern heen (onder andere in de wijk Nieuw Dokkum), enkele boerderijen en toerisHsche accommodaHes verspreid over het eiland. De komst van toeristen begon met de bouw van een badhotel, en sindsdien is het eiland uitgegroeid tot een populaire vakanHebestemming, vooral onder bezoekers uit Groningen en Duitsland. Tegenwoordig trekt het eiland jaarlijks ongeveer 300.000 toeristen. Hierdoor is de horeca een belangrijke economische pijler geworden, met veel eilandbewoners die werk vinden in de horeca, terwijl andere beroepsgroepen minder vertegenwoordigd zijn. Door de seizoensgebonden aard van het toerisme wonen er ook veel Hjdelijke arbeidskrachten op het eiland, vooral in de zomermaanden. De snelle groei van de horeca hee? de afgelopen Hentallen jaren dus voor meerdere veranderingen gezorgd in het dorp en op het eiland ten opzichte van 50 jaar geleden. Waar het eiland vroeger rusHger

3

en kleinschaliger was, is het nu sterk aZankelijk van toerisme en horeca, met de mogelijke bijbehorende ervaren drukte en overlast. Mensen zijn daarnaast op een (klein) eiland van oorsprong meer op elkaar aangewezen dan op het vaste land (‘je moet het met elkaar doen’). Het sociale leven is acHef te noemen, met veel verenigingen, waaronder opmerkelijk veel biljartclubs. Demografisch gezien telt Schiermonnikoog veel ouderen. Het project Aardgasvrij Eiland op Schiermonnikoog is opgezet naar aanleiding van toekenning van PAWsubsidie in 2022. Het project zet in op verschillende stappen voor de bewoners van Schiermonnikoog, namelijk besparen, overgaan op elektrisch koken en natuurvriendelijk isoleren. Specifiek voor de wijk Nieuw Dokkum worden drie opHes voor duurzame verwarming onderzocht: een warmtenet, luchtwaterwarmtepompen en PVT-warmtepomppanelen. Met het project wil Schiermonnikoog het eerste aardgasvrije eiland en de eerste aardgasvrije gemeente van Nederland worden. Tot nu toe zijn bewoners via spreekuren, nieuwsbrieven en een talkshow geïnformeerd, geadviseerd en betrokken. Het project wordt echter grotendeels uitgevoerd door mensen van buiten het eiland. Daarnaast ervaren inwoners belemmeringen om te verduurzamen, zoals restricHes rond beschermde dorpsgezichten, waar zonnepanelen vaak niet zijn toegestaan.

De drie mogelijke technieken die zijn geïdenHficeerd zijn vooraf niet bij alle inwoners voldoende bekend om er een weloverwogen oordeel over te kunnen vormen. De aanpak van geïnformeerde voorkeuren (ook wel Informed Choice QuesHonnaire, of ICQ genoemd in dit rapport) leent zich uitstekend om in deze situaHe de mening van de inwoners te peilen zodat deze in de besluitvorming meegenomen kan worden. De aanpak bestaat uit een beschrijving van de relevante aspecten van de drie technieken en de relevante gevolgen van implementaHe van die techniek voor de inwoners. Met deze beschrijving wordt de kennis over de technieken overgedragen aan de inwoners, waarna vervolgens voor elk van de relevante aspecten aan de inwoners is gevraagd in welke mate ze dit een voordeel of een nadeel vinden. Daarnaast wordt eveneens een totaaloordeel per techniek gevraagd en wordt van een aantal aspecten generiek gevraagd of deze door de inwoners belangrijk worden gevonden in de keuze voor een techniek. Uiteindelijk resulteert dit in een genuanceerd beeld waarin per techniek, per onderliggend aspect, duidelijk is of inwoners het een voordeel of nadeel vinden en of ze het ook belangrijk vinden.

Dit gee? de mogelijkheid voor de inwoners om een genuanceerde mening te geven en voor de gemeente om die mening op een genuanceerde manier mee te nemen (bijvoorbeeld door een belangrijk nadeel van een techniek te verminderen door de techniek op dat aspect aan te passen). Naast de genoemde geïnformeerde voorkeuren, is ook de social fingerprint12 aanpak toegepast in dit onderzoek. Deze aanpak bestaat ten eerste uit een stakeholdersanalyse om samenwerkingsmogelijkheden in kaart te brengen. Hiertoe zijn interviews gehouden met organisaHes en parHjen betrokken bij het project ‘Aardgasvrij Eiland’. Ook is er een bewonersonderzoek uitgevoerd wat leidt tot een profiel van de wijk (en tevens van de rest van het eiland) op een aantal kenmerken die van belang zijn voor parHcipaHestrategieën in brede maatschappelijke transiHes. Met de uitkomsten van het onderzoek kunnen onderbouwde keuzes gemaakt worden voor een of meerdere parHcipaHestrategieën die, gegeven de bewoners en de context, het meeste kans van slagen hebben. Met andere woorden, de mogelijkheden zijn onderzocht om samenwerking tussen stakeholders te verbeteren en om bewoners op een goede wijze bij de plannen en de implementaHe ervan te betrekken.

1

Bouw, K., Wiekens, C. J., Elbert, S.P. & Faaij, A.P.C., (2022). How to plan for success? An exploraGon of social context factors in neighbourhood energy planning. Energy Research & Social Science, 92, 102761. 2 Elbert, S.P., & Wiekens, C.J. (2024). De ‘social fingerprint’-aanpak als basis voor bewonersparGcipaGe. In: EMagazine De Zachte Stad – Pla^orm Stad en Wijk, pp.57-62.

4

De onderzoeksvragen die in het huidige onderzoek centraal stonden zijn: ‘Op welke wijze kunnen parHcipaHestrategieën worden vormgegeven om bewoners van Nieuw Dokkum te Schiermonnikoog op een passende wijze bij de (implementaHe van) plannen voor een aardgasvrij eiland en de implementaHe ervan te betrekken?’ en ‘Wat vinden de bewoners van de drie geselecteerde technologieën om de buurt Nieuw Dokkum op een duurzame manier te verwarmen?’. In deze rapportage vindt u eerst de methodische verantwoording van het onderzoek (hoofdstuk 2). Vervolgens worden de verschillende resultaten gepresenteerd, bestaande uit de stakeholdersanalyse en de social fingerprint van zowel de wijk Nieuw Dokkum als de rest van het eiland. Hierbij zijn ook verschillen tussen groepen geanalyseerd en aanvullende interviews met bewoners gehouden (hoofdstuk 3). Daarna volgt een analyse van de geïnformeerde voorkeuren (ICQ) in hoofdstuk 4 en een conclusie inclusief aanbevelingen voor de vormgeving van het vervolgtraject op Schiermonnikoog (hoofdstuk 5). In elk hoofdstuk is gezorgd voor een samenvaeng aan het begin van het hoofdstuk (of paragraaf) om de leesbaarheid van het rapport te vergroten, waarbij het belangrijk is te vermelden dat de uitgebreidere beschrijving en details in de verschillende hoofdstukken noodzakelijk zijn voor het overbrengen van de complexiteit en nuance van de gevonden resultaten.

5

2.

Methode

In het kort Er zijn verschillende onderzoeksmethoden gebruikt om de onderzoeksvragen te beantwoorden, waaronder een stakeholdersanalyse en deur-aan-deur vragenlijstonderzoek om een sociaal profiel van zowel de wijk Nieuw Dokkum als de rest van het eiland op te kunnen stellen. Beide methoden zijn onderdeel van de ‘social fingerprint’ aanpak en geven inzicht in de mogelijkheden om samenwerking te versterken en sterke punten en aanknopingspunten van de wijk die gebruikt worden als input voor een passende parHcipaHeaanpak. Deze onderzoeksmethoden zijn aangevuld met deurgesprekken, aanvullende interviews met bewoners en een geïnformeerde voorkeuren vragenlijst om voorkeuren van bewoners omtrent de drie geselecteerde technologieën in beeld te krijgen.

Breedte en reikwijdte onderzoek Het onderzoek waarvan de resultaten in deze rapportage worden besproken bestaat uit een aantal verschillende onderdelen. Om de breedte van het onderzoek te schetsen en een beschrijving te geven van de onderliggende gegevens worden deze onderdelen hieronder beschreven. Deskresearch Meerdere documenten met betrekking tot het project ‘Aardgasvrij eiland’ en de bijbehorende PAWaanvraag zijn doorgenomen, inclusief plannen en tussenHjdse rapportages van verschillende werkgroepen en bewonersbijeenkomsten. De onderzoekers zijn aanwezig geweest bij de laatste bewonersbijeenkomst, een bijeenkomst met de werkgroep techniek en een bijeenkomst van de gemeenteraad en hebben meerdere overleggen met ProCap en vertegenwoordigers van de gemeente Schiermonnikoog bijgewoond. Daarnaast is algemeen beschikbare (demografische) informaHe over de gemeente verzameld. Stakeholders Voor de stakeholdersanalyse zijn door de gemeente Schiermonnikoog 8 (mogelijke) stakeholders geïdenHficeerd, namelijk de gemeente zelf (ambtelijk, bestuurlijk, energiecoach, ProCap) en andere projectpartners als de energiecoöperaHe, woningcorporaHe, huurdersvereniging en de milieufederaHe. Deze stakeholders zijn door de onderzoekers via e-mail benaderd met de vraag of ze deel wilden nemen aan het onderzoek naar het verduurzamen van Schiermonnikoog.

Vervolgens zijn interviews gehouden (zowel online als op locaHe) die gemiddeld 60 minuten duurden. Het interviewschema is opgenomen als bijlage in dit verslag (bijlage 1). De thema’s die centraal stonden in de interviews waren de manier waarop de organisaHe (of het individu) betrokken is of kan zijn, de rol van de stakeholder, het contact met de andere stakeholders en, meer algemeen, het project en de verwachHngen. Inzicht in de belangen, verwachHngen en onderlinge relaHes tussen stakeholders kan zowel helpen bij de interpretaHe van de gegevens uit de rest van het onderzoek, als de mogelijkheden om samenwerking tussen stakeholders te versterken. Vanwege het geringe aantal stakeholders is ervoor gekozen om geen sociaal netwerkdiagram op te stellen, maar de resultaten kwalitaHef weer te geven (zie hoofdstuk 3.1). In aanvulling op de organisaHes die als stakeholders zijn geïnterviewd zijn er nog vier inwoners (digitaal) geïnterviewd om de resultaten uit het onderzoek zo goed mogelijk te kunnen duiden. De inwoners zijn

6

geselecteerd op basis van woonduur, zij wonen bijvoorbeeld kort (1,5 jaar) of juist enkele Hentallen jaren op het eiland. Social fingerprint Voor het in kaart brengen van het sociaal profiel van de bewoners van Schiermonnikoog, wordt gebruik gemaakt van een gevalideerde vragenlijst om sociale factoren in kaart te brengen12. Deze factoren zijn aan de hand van literatuur geselecteerd en vervolgens geoperaHonaliseerd en waar nodig aangepast voor de specifieke context van het huidige onderzoek. Het gaat hierbij om het in kaart brengen van demografische en individuele factoren (waaronder aspecten als lee?ijd, inkomen, kennis en verantwoordelijkheid voor de energietransiHe), sociaal-culturele en historische context factoren (zoals insHtuHoneel vertrouwen), factoren waarmee sociale invloed binnen een buurt in kaart gebracht wordt (contacten in de buurt, onderlinge uitwisseling van gunsten en onderling vertrouwen) en parHcipaHe factoren (zoals bekendheid van het project Aardgasvrij Eiland). Verder zijn er ook een aantal projectspecifieke vragen toegevoegd, zo wordt er bijvoorbeeld gevraagd een mening te geven over het project. In de eerste plaats zullen we ons hierbij in de breedte oriënteren op de sociale factoren. In de tweede plaats zullen we verschillende groepen vergelijken met betrekking tot lee?ijd, opleidingsniveau, inkomen, woonduur (oorspronkelijke eilanders vs.

mensen die later op het eiland zijn komen wonen) en type woning (huurders vs. eigenaar-bewoners). Dit kan inzicht geven in welke groepen eventueel minder gemakkelijk meekomen in de energietransiHe en tot specifieke(re) aanbevelingen voor een parHcipaHeaanpak leiden. De social fingerprint aanpak is in 11 andere gebieden toegepast: er is binnen het lectoraat Duurzaam Gedrag (Hanzehogeschool) inmiddels een behoorlijke database van profielen van verschillende dorpen en wijken opgebouwd die als referenHe kunnen dienen. Social fingerprint Nieuw Dokkum De vragenlijst met betrekking tot het social fingerprint onderzoek is deur-aan-deur uitgedeeld in Nieuw-Dokkum in de maanden april en mei 2024. Daarvoor is een adressenbestand van de gemeente Schiermonnikoog gebruikt en zijn alleen de 169 adressen met een woonbestemming meegenomen. Er is gebruik gemaakt van een papieren vragenlijst, maar bewoners hadden ook de mogelijkheid de vragenlijst online in te voeren door middel van een link op het voorblad. De adressen zijn maximaal twee keer bezocht. Aan de deur gaven 28 mensen aan dat zij de vragenlijst niet in willen vullen. De inwoners die uiteindelijk niet zijn gesproken hebben een vragenlijst in de brievenbus gekregen. Al met al hee? dit in 71 ingevulde vragenlijsten geresulteerd.

Social fingerprint rest van het eiland De vragenlijst met betrekking tot het social fingerprint onderzoek is ook deur-aan-deur uitgedeeld op de rest van het eiland. De adressen zijn maximaal twee keer bezocht. Er is gebruik gemaakt van een papieren vragenlijst, maar bewoners hadden ook hier de mogelijkheid de vragenlijst online in te voeren door middel van een link op het voorblad. Een adressenbestand van de gemeente Schiermonnikoog is gebruikt en alleen de adressen met een woonbestemming zijn meegenomen. Het gaat om een totaal aantal van 305 woonadressen. Hiervan zijn 175 mensen aan de deur gesproken, en van deze groep gaven ongeveer 4 van de 5 mensen aan mee te willen doen aan het onderzoek. De inwoners die niet persoonlijk zijn gesproken, hebben een vragenlijst ontvangen in de brievenbus, samen met een begeleidende brief met een toelichHng op het onderzoek en verzoek om de ingevulde vragenlijst terug te sturen. Respondenten die mogelijk de ingevulde vragenlijst nog niet geretourneerd hadden, hebben per post nog een herinnering ontvangen. De uiteindelijke respons kwam uit op 100 huishoudens. Een deel van de ontvangen vragenlijsten bleek echter onjuist of onvolledig ingevuld, wat resulteerde in 89 bruikbare responses. Dit aantal vertegenwoordigt 29% van het totale aantal adressen op de rest van het eiland. 7

ICQ Nieuw Dokkum (geïnformeerde voorkeuren) In Nieuw Dokkum is een tweede deur-aan-deur onderzoek uitgevoerd in mei/juni 2024 waarbij mensen werd gevraagd om de vragenlijst in te vullen over technische voorkeuren. Deze vragenlijst is erop gericht dat mensen een geïnformeerde keuze kunnen maken tussen verschillende technologieën. Men krijgt daarin per technologie eerst algemene informaHe te lezen die is samengesteld door experts vanuit het project en is afgestemd met betrokken stakeholders (zoals de woningcorporaHe). Voor het deur-aan-deur onderzoek is hetzelfde adressenbestand gebruikt als voor de social fingerprint van Nieuw Dokkum. De adressen zijn maximaal vier keer bezocht. Ook deze vragenlijst konden de inwoners zowel online als op papier invullen. Er bestonden twee verschillende versies van de vragenlijst (voor huurders en eigenaar-bewoners) en van elke versie bestonden zes versies waarbij de volgorde van de informaHe over de technieken was gerandomiseerd. Van alle 169 adressen zijn 135 (80%) van de huishoudens aan de deur gesproken. Hiervan gaven 38 mensen aan dat zij de vragenlijst niet in willen vullen. Dat betekent dat 28% van de gesproken huishoudens deelname weigerden. Inwoners die uiteindelijk niet zijn gesproken hebben een vragenlijst in de brievenbus gekregen met een verzoek om de vragenlijst in te vullen.

Degenen die mogelijk de vragenlijst nog niet ingevuld geretourneerd hadden, hebben in juli 2024 per post nog een herinnering ontvangen. In totaal hebben 128 huishoudens een vragenlijst gekregen, aan de deur of in de brievenbus. Daarvan zijn er 69 ingevuld, waarvan er 9 niet volledig genoeg zijn ingevuld. Wat een totaal maakt van 60 bruikbare responsen, wat neerkomt op 36% van alle huishoudens in Nieuw Dokkum. Deurgesprekken Tijdens de bovengenoemde deur-aan-deur acHes om vragenlijsten uit te delen, is met de inwoners die thuis werden getroffen een kort en vaak ook een behoorlijk lang gesprek gevoerd over verduurzaming en het project ‘Aardgasvrij eiland’. Met name met inwoners die aangaven geen vragenlijst in te willen vullen is een gesprek gevoerd om in beeld te krijgen om welke reden ze geen vragenlijst in wilden vullen. Van deze gesprekken zijn korte noHHes gemaakt en verwerkt. In totaal zijn van de wijk Nieuw Dokkum voor de social fingerprint en de ICQ samen, 48 gesprekken met inwoners gevoerd die geen vragenlijst in wilden vullen. Tijdens het deur-aan-deur uitdelen van de vragenlijsten voor de social fingerprint en de geïnformeerde voorkeuren in Nieuw Dokkum, is met de meeste huishoudens een gesprek gevoerd. Van de in totaal 169 adressen in Nieuw Dokkum zijn 34 bewoners niet face-to-face gesproken, van 135 woningen is dus wel met de bewoners gesproken.

De gesprekken die zijn gevoerd, zijn gevoerd door onderzoekers die opgeleid zijn voor deze taak (HBO toegepaste psychologie, HBO social work, WO psychologie). De vragenlijsten die zijn gebruikt zijn vragenlijsten die in een groot aantal eerdere onderzoeken zijn gebruikt en gevalideerd zijn in het gebruik. Bovendien kunnen eerdere resultaten ter referenHe worden gebruikt bij de interpretaHe.

8

3.

Draagvlak en participatie

3.1 Stakeholdersanalyse In het kort In de gesprekken met stakeholders zijn verschillende thema's besproken, namelijk het project en de projectorganisaHe, parHcipaHe, sociale cohesie, andere centrale thema's op het eiland en groepen in de lokale samenleving. Alle stakeholders ervaren grote belangen bij het project en er is gezamenlijke afstemming over de doelstellingen van het project. Allen geven daarnaast aan dat de parHcipaHe nog onvoldoende gerealiseerd is, ondanks een groot aantal acHes in dat verband. Daarnaast zijn er enkele stakeholders die meer betrokken zouden willen worden dan tot nu toe het geval is. Dat leidt tot de conclusie dat de mate waarin stakeholders en inwoners zich betrokken voelen wordt onderschat binnen het project. Ook zijn aanvullende of andere acHes noodzakelijk om tot een toename in de parHcipaHe te komen. Project en projectorganisaBe Uit de gesprekken met de stakeholders komt duidelijk naar voren dat het PAW-project vanuit meerdere perspecHeven een groot en complex project is. Allereerst is de omvang van het budget dat vanuit het programma aardgasvrije wijken door de landelijke overheid beschikbaar is gesteld voor dit project, in verhouding voor de gemeente Schiermonnikoog, behoorlijk groot.

Daarnaast is de technische complexiteit van het project aanzienlijk; de technische uitwerking van nieuwe manieren van verwarmen vraagt een hoge mate van experHse. De belangen voor de verschillende stakeholders bij het project zijn groot en omdat de te kiezen techniek van verwarmen nog moet worden bepaald, levert dit project een hoge mate van kwetsbaarheid op voor alle organisaHes. Voor de ene organisaHe ligt de kwetsbaarheid vooral op het financiële vlak, voor de andere organisaHe vooral op het vlak van belangenbeharHging van de achterban en voor weer een andere vooral op de maatschappelijke of milieutechnische gevolgen. De stakeholders zijn het erover eens dat de wijk Nieuw Dokkum van het aardgas af moet zijn in 2030, dat er in gezamenlijkheid moet worden afgewogen welke toekomsHge manier van verwarmen het best passend is en dat de parHcipaHe van de inwoners in deze afweging essenHeel is. De doelstellingen van het project zijn bij alle stakeholders duidelijk. De manier waarop het project is gestructureerd en georganiseerd (een projectleider, verschillende werkgroepen, de besluitvorming in de gemeenteraad) is bij iedere stakeholder bekend en de meeste stakeholders voelen zich organisatorisch in het project betrokken en hebben een adequaat beeld van de totale projectorganisaHe. Ze kennen elkaar en weten van elkaar waar ze in de projectorganisaHe betrokken zijn.

Hoewel alle stakeholders feitelijk nauw betrokken zijn bij het project en het traject dat tot een techniekkeuze leidt, voelt een belangrijk deel van de stakeholders zich niet voldoende betrokken. Als reden voor het niet voldoende betrokken voelen geven ze aan dat ze vinden dat hun eigen experHse en/of belang niet voldoende wordt erkend of benut. De complexiteit van het project en de verschillende kwetsbaarheden voor de verschillende stakeholders, maken de samenwerking precair. De belangen zijn groot en de verschillende organisaHes 9

hebben duidelijk verschillende belangen. Als projectleider is Procap en indirect de gemeente als opdrachtgever, sterk gericht op de Hjdige en planmaHge uitvoering van het project, terwijl veel andere stakeholders vooral gericht zijn op (hun eigen) inhoudelijke aspecten. De noodzaak om binnen budget en planning te blijven aan de ene kant en de behoe?e om te vertragen om tot een zorgvuldige inhoudelijke afweging te komen anderzijds, zet de samenwerking binnen het project onder druk. De onderlinge samenwerking hee? Hjd nodig gehad om tot stand te komen en is met vallen en opstaan gegroeid. Het valt op dat de stakeholders zich hiervan bewust zijn en dat de meesten in de gesprekken hier nadrukkelijk over spreken en zich hier ook enigszins zorgen over maken. Ze waarderen de huidige samenwerking maar het vertrouwen in de stabiliteit daarvan moet nog groeien. Uit interviews en gesprekken bij de deur blijkt dat de meeste personen die vanuit de verschillende organisaHes bij het project betrokken zijn, niet op Schiermonnikoog wonen en ook niet aqomsHg zijn van Schiermonnikoog. Er valt op dat menig bewoner zich zorgen maakt over de verbondenheid van verschillende parHjen met het eiland, aangezien die niet van het eiland aqomsHg zijn. ParBcipaBe Uit de gesprekken met de stakeholders blijkt dat er veel is geïnvesteerd om de parHcipaHe van de inwoners in het project te bevorderen.

Alle stakeholders zijn expliciet gericht op het bevorderen van de parHcipaHe van de inwoners en allemaal zijn ze zich ook nadrukkelijk bewust van het belang daarvan voor het welslagen van het project. Deze gemeenschappelijke focus is niet vanzelf gekomen en is gedurende het project onderwerp van gesprekken binnen de projectgroep en werkgroepen geweest vanuit de expliciete opdracht van de gemeente op dit aspect. In het begin van het project is de door inwoners gewenste mate van parHcipaHe besproken Hjdens een informaHebijeenkomst, waaruit naar voren is gekomen dat een deel van de inwoners geen behoe?e hee? om te parHciperen, maar vooral de verantwoordelijkheid bij de gemeente legt en wil houden. Er is een groot aantal acHes uitgevoerd om de inwoners te informeren over het project, de voortgang en de inhoud van het project (in het bijzonder het isoleren van woningen, het elektrisch koken en de verschillende opHes om woningen te verwarmen zonder aardgas). Alle stakeholders hebben daaraan, voor zover passend bij hun rol en mogelijkheden, acHef bijgedragen.

Er is een groot aantal informaHebijeenkomsten georganiseerd, er zijn vele nieuwsbrieven en folders gemaakt en verspreid, er zijn video-opnames van talkshows over energiebesparing opgenomen en digitaal aangeboden, energiecoaches en energieadviseurs hebben vele gesprekken met inwoners gehad over energiebesparing, er is een rondgang langs de huiseigenaren in Nieuw Dokkum geweest, er is een website opgezet en opengesteld met alle informaHe over het project, om een aantal acHes met betrekking tot het informeren van de inwoners te noemen. De parHcipaHe gaat echter verder dan informeren, Hjdens de verschillende bijeenkomsten en acHes zijn de inwoners ook geraadpleegd en is hun input gevraagd en hebben de inwoners ook hun advies kunnen geven. Het beste voorbeeld van een adviserende rol is de deelname van inwoners en vertegenwoordigers van inwonersorganisaHes in de verschillende werkgroepen binnen de projectorganisaHe. Daarnaast is het voorliggend onderzoek ook een voorbeeld van een verdere uitwerking van inwonersparHcipaHe. De in dit onderzoek verzamelde input vanuit de inwoners zal door de gemeente worden gebruikt om de parHcipaHe verder te faciliteren. Ondanks de stevige investering in het betrekken van de inwoners bij het project, is er nog winst te boeken volgens de meeste stakeholders.

Specifieke belangen en gezichtspunten van inwoners kunnen beter worden meegenomen (input vanuit inwoners en vertegenwoordigers van bewonersorganisaHes zoals de bewonersraad, natuur-en milieufederaHe en de energiecoöperaHe). De algehele betrokkenheid en parHcipaHe is nog te gering en er zijn nog te veel inwoners die zich terughoudend of

10

soms zelf afwijzend opstellen ten opzichte van het project (input vanuit organisaHes zoals de gemeente (ambtelijk, bestuurlijk, energiecoach), Woonfriesland en Procap). Op één na geven alle stakeholders aan dat het parHcipaHetraject, het betrekken van de inwoners, nog niet voldoende geslaagd is en dat ze zien dat er nog veel terughoudendheid met betrekking tot het project heerst of zelfs een negaHeve houding. Als toelichHng daarop zeggen ze bijvoorbeeld dat inwoners aan hen vertellen dat ze vinden dat zij het project te lang vinden duren, zeggen dat het te veel geld kost (“mensen zeggen als dat in de feitelijke verduurzaming was gestoken dan waren we al bijna klaar geweest”) of dat afspraken regelmaHg niet worden nagekomen. De stakeholders zien overigens wel een verbetering gedurende de laatste één tot anderhalve jaar op dit vlak. Wat opvalt in de gesprekken met de stakeholders is dat het nadrukkelijk betrekken van inwoners en de focus om dat op een zo zorgvuldig en kwalitaHef goed mogelijke wijze te doen, soms lasHg te incorporeren is in de eigen werkprocessen. Dat hee? ertoe geleid dat in sommige gevallen werkprocessen aangepast moesten worden, maar vooral dat processen veel meer Hjd hebben gekost dan gebruikelijk, om de input vanuit alle betrokkenen en in het bijzonder de inwoners, goed en zorgvuldig mee te kunnen nemen.

Het resultaat is telkens geweest dat de parHcipaHe van inwoners centraal is gesteld. De projectorganisaHe en alle betrokken stakeholders zijn erin geslaagd om hierin gezamenlijk te blijven optrekken. TegelijkerHjd constateren meerdere stakeholders ook dat het uiteindelijke resultaat is dat ze te weinig vanuit het gezichtspunt van de inwoner hebben gehandeld en dat soms hebben vormgegeven vanuit hun eigen verwachHng van dat gezichtspunt in plaats van dat aan de inwoners te vragen. De interviews met inwoners bevesHgen dat beeld. Sociale cohesie Zonder uitzondering geven alle stakeholders en inwoners aan dat de sociale cohesie op het eiland groot is. De stakeholders geven aan dat vrijwel alle inwoners een heel groot deel van de andere inwoners kent. Dat hangt ongetwijfeld samen met de kleine geografische schaal, de geringe mobiliteit op het eiland, de beperkte voorzieningen en de geringe omvang van nog geen duizend inwoners. Het is niet alleen zo dat inwoners elkaar kennen, maar ze zijn ook bereid om elkaar te helpen. Juist vanwege het feit dat een eiland tot op zekere hoogte afgesloten is van het vaste land, zijn eilanders ook meer op elkaars hulp en ondersteuning aangewezen. De geïnterviewde inwoners en meerdere stakeholders geven dit ook aan. Inwoners staan klaar voor elkaar en helpen elkaar.

De inwoners en meerdere stakeholders geven expliciet aan dat mensen die vanaf de vaste wal zich op het eiland komen vesHgen gemakkelijk in de lokale gemeenschap opgenomen worden. Als iemand echter niet op het eiland geboren en getogen is, wordt hij of zij echter nooit een ‘echte eilander’. De funcHonele rol van de onderlinge contacten (op een eiland ben je nu eenmaal meer op elkaar aangewezen dan op het vaste land) lijkt een belangrijke factor in de sociale cohesie te zijn, iets wat één van de geïnterviewden beschrij? als ‘gelegenheidsvrienden’. Een aantal geïnterviewde inwoners die op latere lee?ijd naar Schiermonnikoog zijn verhuisd, gee? aan dat Schiermonnikoog daarin verschilt van hun vorige woonplaats(en). Centrale thema’s op het eiland Een aantal thema’s spelen een grote rol op het eiland, waar vrijwel alle geïnterviewde inwoners en stakeholders het over eens zijn: de woningnood, de zeer beperkte voorzieningen voor ouderen (en breder voor mensen die specifieke zorg en ondersteuning nodig hebben), de beperkte variaHe in werkgelegenheid en de invloed van het toerisme op de leevaarheid. De woningnood op Schiermonnikoog is groot. De vraag naar woningen is hoog omdat relaHef veel gepensioneerden van de vaste wal zich na hun werkzame leven op Schiermonnikoog vesHgen en omdat veel mensen die in de toerisHsche sector en de horeca werken en (meestal gedurende een deel van 11

het jaar) ook onderdak nodig hebben. Dit leidt tot een sHjging van de huizenprijzen, waardoor voor eilanders naast de beperkte beschikbaarheid van koopwoningen, ook de betaalbaarheid ervan een belemmering is geworden. De gemeente hee? hiertoe specifiek beleid ontwikkeld (woningen die in de verkoop komen moeten eerst aan inwoners van Schiermonnikoog worden aangeboden tegen een prijs die volgens een vaste methode wordt berekend), maar dat hee? de woningnood niet kunnen oplossen. Vanwege de kleine omvang van het eiland (geografisch, aantal inwoners en ook het daarvan aZankelijke budget van de gemeente) zijn de voorzieningen voor mensen met een specifieke zorgbehoe?e, beperkt. Voor met name ouderen betekent dit dat, als ze extra zorg nodig hebben en een opname in een verzorgingstehuis noodzakelijk is, ze naar de vaste wal moeten verhuizen. Zowel de betreffende ouderen zelf als hun directe sociale omgeving vinden dat zeer ongewenst. De grote hoeveelheid toeristen die jaarlijks Schiermonnikoog bezoeken vormen een onmisbare economische impuls voor het eiland. Het leidt echter ook tot ongewenste effecten op het gebeid van overlast, drukte en, zoals boven genoemd, extra druk op de woningmarkt. De werkgelegenheid op het eiland is goed, echter vrijwel alle banen liggen in de toerisHsche sector.

Wanneer jongeren die op het eiland opgroeien een baan buiten die sector ambiëren, betekent dat meestal dat ze naar de vaste wal moeten verhuizen. Waar het op de vaste wal in veel gevallen goed mogelijk is om een behoorlijke afstand tussen wonen en werk als forens af te leggen, is dat vanwege de gebondenheid aan de veerdienst op Schiermonnikoog vaak niet mogelijk. Er is een grote groep inwoners die een relaHef laag inkomen hee?. Vooral in de horeca en andere delen van de toerisHsche sector (bijvoorbeeld schoonmakers) zijn de lonen relaHef laag en onvoldoende om bijvoorbeeld een huis te kunnen kopen of fors in aanpassingen in een huis te kunnen investeren. Naast de groep met een laag inkomen is er ook een relaHef grote groep die er financieel goed voorstaat; dat zijn onder andere de gepensioneerden die de duurdere huizen op het eiland hebben kunnen kopen. Beide groepen krijgen te maken met de gevolgen van het afsluiten van aardgas als warmtebron, maar ze verschillen in hoge mate in de mogelijkheden die ze hebben om zich daaraan aan te passen. Sommige inwoners met weinig financiële mogelijkheden kiezen er ook nu al voor om weinig tot geen aardgas te gebruiken om geld te besparen. Zij verwarmen hun huis (veelal slechts een stukje daarvan) met een elektrisch kacheltje of een houtkachel.

Groepen in de lokale samenleving De geïnterviewde inwoners en stakeholders kunnen enerzijds een aantal verschillende groepen op het eiland herkennen, maar zien anderzijds niet een overduidelijke scheidslijn daartussen. Het is volgens hen niet zo dat er duidelijk groepen structureel tegenover elkaar staan. Daar waar groepen een duidelijk verschil van opvaeng of belang hebben, loopt de scheidslijn bij een ander onderwerp vaak weer anders. Toch geven veel van de geïnterviewden aan dat er wel verschillende groepen op het eiland zijn, zonder daarbij een heldere definiHe en avakening van die groepen te kunnen geven. Met betrekking tot het project Aardgasvrij Eiland zijn er een aantal groepen die als mogelijk relevant worden genoemd: ouderen (naast niet-ouderen), mensen die vanaf de vaste wal zijn gemigreerd (naast oorspronkelijke eilanders) en inwoners die direct in de horeca werken (naast degenen die dat niet doen). Zowel wat betre? de gevolgen van het project als de parHcipaHe binnen het project worden deze groepen als relevant beschouwd.

12

3.2 Social fingerprint vragenlijst In het kort Naast stakeholder gesprekken is er bewonersonderzoek uitgevoerd om tot een sociaal profiel van de wijk en haar bewoners te komen. Dit is zowel gedaan in Nieuw Dokkum als op de rest van het eiland en biedt inzicht in de sterke punten en aanknopingspunten voor het vormgeven van een passende parHcipaHeaanpak. Het profiel bestaat uit verschillende onderdelen, waaronder individuele factoren, sociaalhistorische context factoren, sociale invloed factoren en parHcipaHe factoren. Er worden gemiddelde scores op de individuele factoren gevonden. In vergelijking met andere casussen is er bijvoorbeeld geen uitgesproken hoge aetude of kennis over duurzame technieken in de wijk. Er hebben relaHef veel mensen acHe ondernomen om hun huis te verduurzamen en verantwoordelijkheid voor de energietransiHe wordt zowel aan de eigen community als de overheid toegeschreven. Op de sociale invloed factoren wordt relaHef hoog gescoord, waaruit kan worden geconcludeerd dat er sociale cohesie aanwezig is op het eiland, waarbij mensen elkaar vertrouwen, veel andere eilanders kennen en veelal lid zijn van een vereniging. Dit betekent dat er op basis van deze scores gezamenlijkheid aanwezig is die posiHef bij zou kunnen dragen aan de implementaHe van een verduurzamingsopHe.

Sociaalhistorische context factoren betreffen het vertrouwen in de gemeente, opgenoemde problemen in de wijk en gezamenlijke successen. Het vertrouwen in de gemeente is relaHef laag te noemen. Het merendeel van de respondenten noemt daarnaast problemen op, waaronder het tekort aan woningen en voorzieningen voor ouderen, maar ook successen, zoals opruimacHes of een klusdag. Inwoners van Nieuw Dokkum geven minder vaak aan een probleem te ervaren vergeleken met inwoners op de rest van het eiland. ParHcipaHe factoren laten daarnaast een relaHef posiHef beeld zien: iedereen kent het project en de grootste groepen willen wel of misschien meehelpen bij het verduurzamen van het eiland (onder bepaalde voorwaarden). Ondanks deze posiHeve eerste indruk van het sociaal profiel, blijkt uit enkele andere vragen en uit een groot aantal deurgesprekken, dat het draagvlak voor het project nog klein is en dat veel bewoners nog niet zover zijn dat ze willen (of kunnen) parHciperen. Aanvullende bevindingen worden gepresenteerd om dit toe te lichten.

Het bewonersonderzoek bestond daarnaast uit de ‘social fingerprint’12 vragenlijst. De vragenlijst leidt tot een profiel (social fingerprint) van de wijk, waarin een aantal relevante (psychologische en sociale) kenmerken van de wijk en de inwoners, wordt samengevat (zie figuur 1). De tabellen met de demografische gegevens voor Nieuw Dokkum is opgenomen in bijlage 2. Hieronder volgt een korte beschrijving van de gemiddelden en de patronen op de sociale factoren, waarna het sociaal profiel wordt gevisualiseerd in figuur 1. Het sociaal profiel is niet alleen van Nieuw Dokkum opgesteld, maar ook van de rest van het eiland. Een visualisaHe hiervan volgt ook na onderstaande beschrijving, en de overige patronen en resultaten zijn in bijlage 3 opgenomen. Van de 71 bewoners van Nieuw Dokkum die de ‘social fingerprint’ vragenlijst hebben ingevuld wonen er 36 in een koopwoning, en 35 in een huurwoning, waarvan het merendeel (n = 33) in een sociale 13

huurwoning. Dit is representaHef voor de wijk. De meeste mensen (n = 44) wonen daarnaast in een 2onder-1-kap woning, een rijtjeshuis (n = 12) of een vrijstaande woning (n = 10). De gemiddelde lee?ijd van de respondenten is 59 jaar, met een range van 20-88 jaar (standaarddeviaHe = 16.6). De overige demografische gegevens zijn te vinden in tabel 1 (Bijlage 2). Gemiddeld wordt het wonen op Schiermonnikoog (we hebben niet gevraagd naar de wijk) met een 8.5 beoordeeld (M = 8.51, SD = 1.09). Geen enkele respondent gee? een onvoldoende cijfer hiervoor en slechts drie respondenten geven het een cijfer 6. Hieronder volgt een indruk van de individuele factoren met de kwanHtaHeve gegevens in de tabel. Voor alle vragen geldt dat ze konden worden beantwoord op een 5-puntsschaal (de range van de antwoorden loopt van 1-5). Tabel 1: Individuele factoren met kwan7ta7eve gegevens van het sociaal profiel Nieuw Dokkum

Variabelen AGtude Bevorderen duurzame energie Minder aardgas gebruiken Aetude totaal

n

M

SD

69 70 69

4.06 4.07 4.07

1.21 1.04 1.01

Locus of control

62

3.49

0.83

SubjecBeve norm (ervaren sociale druk)

69

2.37

0.73

Perceived behavioral control

59

2.92

0.94

Verantwoordelijkheid Energiebedrijven Lokale bedrijven en instellingen Eilanders

64 63 65

3.81 3.14 3.28

1.23 1.24 1.24

Eigen verantwoordelijkheid

61

3.25

1.26

NaHonale overheid Provinciale overheid Gemeente

64 65 65

3.88 3.88 3.84

1.09 1.11 1.11

Inwoners van Nieuw Dokkum vinden het bevorderen van duurzame energie en het gebruik van minder aardgas belangrijk, met gemiddelde scores van rond de 4 (zie tabel 1). ToelichHngen op deze vragen laten zien dat in bijna de hel? van de 55 reacHes het klimaat en de toekomst van de planeet wordt genoemd als reden voor het bevorderen van duurzame energie en voor het verminderen van aardgas. Een andere reden die relaHef vaak wordt genoemd is het beperken van het gebruik van fossiele brandstoffen, bijvoorbeeld vanwege schaarste, onaZankelijkheid van aardgas en de problemen die aardgas veroorzaakt (waarbij de gaswinning in Groningen vaak als voorbeeld genoemd wordt). Een paar respondenten uiten hun twijfels bij het bevorderen van duurzame energie, bijvoorbeeld vanwege de kosten, de kleine invloed van Nederland in vergelijking met de rest van de wereld, en een aantal mensen vinden dat de ontwikkeling te snel gaan en dat er eerst meer onderzoek nodig is. Mensen die het minder belangrijk vinden om minder aardgas te gebruiken noemen hiervoor als reden dat aardgas de schoonste en betrouwbaarste bron is die bestaat (dit wordt 5 keer genoemd), dat er nog geen goede

14

alternaHeven voor zijn (wordt 4 keer genoemd) of dat stoppen met bruin/steenkool eerst belangrijker is dan het minderen van aardgas (wordt 2 keer genoemd). Naast de individuele aspecten in tabel 1, is er ook op meerdere manieren gevraagd naar kennis. Respondenten kunnen gemiddeld 4.68 technieken opnoemen (standaarddeviaBe = 2.18) en we vinden een afwijking van 19% (SD = 14.14) als het gaat om het inschaxen van de hoeveelheid duurzame energie in Nederland. De meeste bekendheid is er met zonnepanelen (gemiddelde = 4.36, standaarddeviaBe = 0.84, schaal 1-5), de overige technieken zijn gemiddeld minder bekend bij de respondenten met gemiddelden variërend van 2.20 tot 3.16. Gemiddelde bekendheid van de zes technieken komt uit op 2.91 (richHng het midden van de schaal) met een standaarddeviaBe van 0.88. Ook geven 52 respondenten (73%) aan zelf al acHe te hebben ondernomen om het eigen huis te verduurzamen. Van de 15 mensen die nog geen acHe hebben genomen, is het merendeel (n = 12) dit ook niet op korte termijn van plan, 1 persoon zit in de contemplaHe fase (denkt erover na om dit binnen nu en vijf jaar te doen) en 2 personen in de voorbereidingsfase (denken erover na om dit binnen nu en een jaar te doen).

Verantwoordelijkheid voor de energietransiHe wordt het meest toegeschreven aan de overheden (zie tabel 1), patronen die we ook in andere casussen tegenkomen.3 Echter, de gemiddelden liggen relaHef dicht bij elkaar wanneer we de verschillende items van verantwoordelijkheid met elkaar vergelijken. Concluderend kan over de individuele factoren gezegd worden dat er gemiddelde scores worden gevonden, en de scores voor verantwoordelijkheid voor verschillende parHjen liggen relaHef dichtbij elkaar. Er hebben daarnaast relaHef veel mensen acHe ondernomen om hun huis te verduurzamen. Sociale invloed factoren laten zien dat mensen gemiddeld 33 jaar op Schiermonnikoog wonen (standaarddeviaBe = 23), waarbij er 11 mensen 5 jaar of korter wonen en 21 mensen wonen er 50 jaar of langer. De woonduur varieert van 1 – 88 jaar. Ook gee? het merendeel van de respondenten (86%, n = 61) aan het liefst voor alHjd op Schiermonnikoog te willen blijven wonen. Mensen maken dagelijks vooral gebruik van locaHes van lokale ondernemers (totaal 31 keer aangegeven), maar ook wekelijks wordt hier door een grote groep gebruik van gemaakt (29 keer aangegeven). Het dorpshuis wordt vooral op maandelijkse basis bezocht (27 keer aangegeven), en er wordt relaHef weinig gebruik gemaakt van de school/kinderopvang (waarschijnlijk door de hoge gemiddelde lee?ijd van de respondenten).

De horeca worden door relaHef veel mensen benoemd, zowel op dagelijkse (11 keer), wekelijkse (19 keer) als maandelijkse basis (22 keer) maakt men hier gebruik van. De kerk wordt door weinig mensen op wekelijkse of maandelijkse basis bezocht (7 en 5 keer genoemd), maar door meer mensen op jaarlijkse basis (24 keer genoemd). Sportverenigingen worden daarnaast door een relaHef grote groep wekelijks bezocht (30 keer genoemd). LocaHes die men noemt om andere eilanders te treffen bestaan (totaal n = 66) voornamelijk uit antwoorden als ‘op straat’ of ‘in het dorp’, ‘in de natuur’ (23 keer genoemd), of in winkels (21 keer genoemd). Anderen refereren nog aan andere plekken, waaronder in de horeca (16 keer genoemd), bij de sportvereniging of vrijwilligerswerk (13 keer genoemd), thuis (10 keer genoemd), in het dorpshuis (9 keer genoemd), op het werk (6 keer genoemd) en in de kerk (5 keer genoemd). Ook worden een aantal locaHes eenmalig genoemd, zoals bijvoorbeeld de pluktuin, het gemeentethuis of het museum. 3

Elbert, S.P., Wildeman, D., van Engelenburg, M., Terpstra, D., Groote, M., & Wiekens, C. J. (2024). Nij Beets in transiGe: Stakeholders en het sociaal profiel van bewoners. Eindrapportage project Regiodeal ZuidoostFriesland, Entrance, Hanzehogeschool Groningen.

15

Mensen geven daarnaast aan soms tot regelmaHg dingen voor elkaar te doen (Onderlinge uitwisseling 5 items, α = 0.69, gemiddelde = 3.78, standaarddeviaHe = 0.67). Mensen zijn over het algemeen tevreden met het aantal sociale contacten dat zij hebben, 75% (n = 53) van de mensen gee? aan dat dit niet meer en niet minder is dan dat ze zouden willen. Het overgrote merendeel (n = 64, 90%) gee? aan meer dan 12 mensen op Schiermonnikoog (niet noodzakelijkerwijs uit de wijk) bij naam te kennen (in enkele toelichHngen werd gesproken over het kennen van enkele honderden mensen op het eiland en daarmee lijkt deze vraag minder onderscheidend voor de context van Schiermonnikoog). 52 respondenten zijn daarnaast lid van een vereniging (73%): Van de mensen die lid zijn van een vereniging wordt 33 keer vrijwilligerswerk bij een buurtvereniging genoemd (waar bijvoorbeeld dorpsbelang, de begrafenisvereniging of de KNRM onder kunnen worden gecategoriseerd), 28 keer een recreaHeve vereniging (zoals koor, voetbal en biljart) en 5 keer een religieuze vereniging (de kerk in het dorp of een meditaHeclub). Voor onderling vertrouwen geldt dat 54 mensen aangeven vertrouwen te hebben in de eilanders bij het gezamenlijk oplossen van een probleem (76%), 11 mensen geven aan dit niet te hebben en 6 mensen hebben deze vraag niet beantwoord.

Mensen die aangeven wel vertrouwen in elkaar te hebben, refereren het meeste aan de saamhorigheid in de buurt, dit wordt namelijk in 70% van de reacHes genoemd. Ook wordt de sterke organisaHekracht en ervaring van eilanders (15%) een aantal keer genoemd. Respondenten die aangeven géén vertrouwen in elkaar te hebben, benoemen hierbij bijvoorbeeld de hoeveelheid tegenstrijdige belangen onder eilanders, het gebrek aan kennis of middelen, of ze vinden het niet de taak van de eilanders om een dergelijk probleem op te lossen. Al met al wordt er op de sociale invloed factoren relaHef hoog gescoord, waaruit kan worden geconcludeerd dat er sociale cohesie aanwezig is op het eiland, waarbij mensen elkaar vertrouwen, veel andere eilanders kennen en veelal lid zijn van een vereniging. Dit betekent dat er op basis van deze scores een gezamenlijkheid aanwezig is die posiHef bij zou kunnen dragen aan de implementaHe van een verduurzamingsopHe. Sociaal-historische context factoren laten ten eerste zien dat er relaHef laag vertrouwen in de gemeente is: 33 mensen geven aan vertrouwen in de gemeente te hebben bij het oplossen van een probleem (47%), 31 mensen geven aan dit niet te hebben en 7 mensen hebben deze vraag niet beantwoord. Dit is beduidend lager dan het vertrouwen in elkaar.

Bij respondenten die aangeven wel vertrouwen te hebben in de gemeente gaat het bij tweederde van de reacHes om een algemeen blijk van vertrouwen in de gemeente (bijvoorbeeld: “De gemeente is betrokken en hee? het beste met de inwoners en het eiland voor”). Verder werd er meerdere keren benadrukt dat het situaHeaZankelijk is, dat er vertrouwen bestaat door de goede communicaHe tussen de gemeente en de eilanders, en dat de gemeente door de eilanders zelf wordt gekozen. Respondenten die aangeven géén vertrouwen in de gemeente te hebben benoemen hierbij bijvoorbeeld dat de gemeente te bureaucraHsch is, te traag is, te weinig doet, er een grote afstand is tot de eilanders, er een gebrek is aan experHse of er is sprake van een algemeen negaHeve indruk. In totaal hebben 52 mensen één of meerdere succesvolle gezamenlijke acHviteiten genoemd. In 42% van de reacHes worden opruimacHes genoemd. Hiernaast wordt de klusdag op de kinderboerderij ook vaak genoemd (35%). Andere acHviteiten zoals gezamenlijke feesten, de pluktuin of het plaatsen van glasvezel worden ook nog een aantal keer genoemd. Daarnaast zijn er 54 reacHes op de vraag welke problemen mensen graag opgelost zouden zien worden op Schiermonnikoog. Een derde van de 16

respondenten noemt het tekort aan woningen als probleem. Verder worden het gebrek aan voorzieningen voor ouderen 17%), verkeersproblemen (13%), verminderde sociale cohesie en integraHe (9%), (geluids)overlast door toeristen (6%) en betere voorzieningen (7%) meerdere keren genoemd. De antwoorden op de parBcipaBe factoren, waaronder meehelpen, laten zien dat de grootste groep aangee? wel mee te willen helpen om het eiland te verduurzamen (n = 24, 34%). Uit de toelichHngen op deze vraag blijkt dat mensen die mee zouden willen helpen dit willen doen vanuit een collecHef belang voor een duurzame toekomst of een persoonlijke interesse. Er is daarnaast een bijna even grote groep die aangee? misschien mee te willen helpen (n = 21, 30%). Zij hebben hiervoor verschillende voorwaarden. Zo is er onder een aantal mensen behoe?e aan concrete plannen en financiële ondersteuning. Daarnaast geven een aantal respondenten aan alleen bereid te zijn te helpen als hun bijdrage daadwerkelijk effect hee? of binnen hun capaciteiten valt. Verschillende redenen worden ten sloxe genoemd voor het niet willen helpen (n = 17, 24%). Zo verwijzen mensen naar de kosten, een gebrek aan Hjd, het ontbreken van een duidelijk nut, of onzekerheid over wat ze zouden kunnen bijdragen.

Met betrekking tot de vraag over het kennen van het project ‘Aardgasvrij Eiland’ is er geen enkele respondent die aangee? het project niét te kennen. Veruit de meeste mensen (n = 57, 80%) gee? aan op de hoogte te zijn van de acHviteiten, 8 mensen (11%) kennen het alleen van naam en 5 respondenten zijn acHef betrokken bij het project ‘Aardgasvrij Eiland’. Persoonlijke betrokkenheid bij het thema kan ten sloxe gemiddeld worden genoemd (gemiddelde = 3.44, standaarddeviaHe = 0.86). Hieronder is het profiel van Nieuw Dokkum gevisualiseerd (blauw), evenals het profiel van de rest van Schiermonnikoog (rood). De uitwerking van de scores voor het sociaal profiel van de rest van het eiland (zoals hierboven is gedaan voor Nieuw Dokkum) is te vinden in bijlage 3. De belangrijkste verschillen tussen beide profielen zullen hieronder besproken worden, maar de profielen zijn grotendeels vergelijkbaar met elkaar.

17

Figuur 1: Het social fingerprint profiel van de wijk Nieuw Dokkum en de rest van het eiland, afgezet tegen 10 referen7ecasussen (andere dorpen en wijken in Noord Nederland).

Hieronder volgt een korte duiding van de patronen die in het sociaal profiel van Nieuw Dokkum zichtbaar zijn in vergelijking met de referenHecasussen. Ten eerste laten de sociale invloedfactoren (de rode aspecten op de horizontale x-as) hoge scores zien: men woont gemiddeld relaHef lang op Schiermonnikoog, wil er lang blijven wonen, mensen doen relaHef veel voor elkaar op het eiland en geven aan elkaar te vertrouwen bij het oplossen van een probleem. Ook kennen veel mensen op het 18

eiland elkaar en er zijn veel mensen lid van verenigingen. Deze patronen voor sociale cohesie zijn, gezien het leven op een eiland, niet opvallend te noemen. Het is relevant om hierbij op te merken dat er hier steeds is gerefereerd naar het eiland (en niet naar contact met mensen in de wijk, bijvoorbeeld). Het profiel van de rest van het eiland laat voor de meeste sociale cohesie factoren vergelijkbare scores zien, behalve voor onderling vertrouwen: mensen op de rest van het eiland geven aan minder vertrouwen in elkaar te hebben bij het oplossen van een probleem dan bewoners van Nieuw Dokkum. Van de individuele factoren (blauw op de horizontale x-as) lijkt aetude niet uitgesproken hoog, net als kennis en waargenomen gedragscontrole. De ervaren sociale norm is relaHef hoog, waarbij het de vraag is of dit vanuit een posiHeve sociale norm is, of het ook als daadwerkelijk druk wordt ervaren om te verduurzamen. BeheersingsoriëntaHe is relaHef hoog, wat betekent dat mensen gemiddeld eerder het idee hebben dat hun eigen individuele bijdrage ertoe doet. Verder schrijven de bewoners van Schiermonnikoog relaHef lage verantwoordelijkheid toe aan de overheid voor het verduurzamen van het eiland.

Het profiel van de rest van het eiland laat soortgelijke patronen zien; inwoners lijken daar iets meer het idee te hebben dat ze zelf kunnen verduurzamen (waargenomen controle), wat wellicht te maken kan hebben met het grotere aandeel koopwoningen op de rest van het eiland. Voor de sociale context factoren geldt dat het vertrouwen in de gemeente relaHef laag is, ook ten opzichte van referenHecasussen. Ook worden er relaHef hoge scores op zowel problemen als successen gevonden. Op de rest van het eiland geven mensen daarnaast vaker aan problemen te ervaren dan in Nieuw Dokkum. Het project is veelal bekend onder de bewoners van de wijk (bekendheid iniHaHef), en er willen relaHef veel mensen wel of misschien meehelpen om te verduurzamen. Al met al zien we enkele aandachtspunten voor een parHcipaHeaanpak, met name gericht op de individuele factoren, maar het algemene beeld is posiHef te noemen. Het profiel gee? de indruk dat een project als ‘Aardgasvrij Eiland’ met de juiste aanpak tot goede parHcipaHe en voldoende draagvlak zou moeten kunnen leiden. Verdieping sociaal profiel en draagvlak Uit bovenstaande analyse met betrekking tot het sociaal profiel blijkt een eerste posiHeve indruk.

Echter, uit de antwoorden op de vragenlijst op een aantal vragen met betrekking tot verduurzaming in het algemeen en het project ‘Aardgasvrij eiland’ in het bijzonder, alsmede uit een groot aantal gesprekken met inwoners aan de deur (Hjdens de rondgang door de wijk met de vragenlijst), blijkt dat het draagvlak voor het project nog klein is en dat veel inwoners nog niet zover zijn dat ze willen (of kunnen) parHciperen (dus van het gas af willen of kunnen). Iets minder dan één-derde van alle inwoners weigerde acHef de medewerking aan het onderzoek; ze wilden de vragenlijst niet invullen, ondanks dat het relevant was voor de aanpak en keuze van de toekomsHge warmtevoorzieningen. De redenen om acHef medewerking te weigeren waren in bijna 70% van de gevallen gerelateerd aan het project ‘Aardgasvrij eiland’ of het vertrouwen in de gemeente. In alle gevallen was het echter duidelijk dat ze er geen zin in hadden om aan een onderzoek naar een duurzaam, gasvrij eiland en hun eigen huis daarin, mee te werken. Minstens voor 70%, maar waarschijnlijk voor bijna iedereen blijkt daar een negaHeve houding ten opzichte van het project uit. Een van de vragen in de enquête luidde “Wat vindt u van het project om Schiermonnikoog gasvrij te maken?”. Dit was een open vraag waar inwoners in konden vullen wat ze wilden.

In totaal antwoordde 31% dat ze posiHef over het project zijn (“goed iniBaBef en noodzakelijk”), ruim 16% antwoordde dat ze in de basis posiHef over het project zijn, maar wel kriHsch over de specifieke uitvoering of uitwerking (“Ik vind de ambiBe goed. De aanpak lijkt alleen te versnipperd en voor eilanders wordt het onvoldoende aantrekkelijk gemaakt om in te stappen …”). Ongeveer 37% was uitgesproken negaHef over het project,

19

6% totaal negaHef (“Onzin, in Duitsland gaan ze over op aardgas omdat het een schone verbranding is.”) en 31% was negaHef vanwege specifieke aspecten (financiën, haalbaarheid, snelheid ed.; “Ik geloof er niet zo in, kosten voor eigen huisbeziRers zijn erg hoog”). De meeste respondenten gaven daarnaast aan niet aanwezig te zijn geweest bij een van de onderdelen van het warmtecafé (50 van de 71). Opvallend is dat meerdere mensen als reden hiervoor aangaven er weinig nut in te zien (13%), weinig vertrouwen te hebben in het project (9%), of het niet relevant of belangrijk te vinden (9%). Dit is opvallend, omdat de plannen voor het project een directe impact zullen hebben op iedereen in de wijk Nieuw Dokkum. De overige respondenten die niet aanwezig waren, gaven aan verhinderd te zijn geweest door andere afspraken of werk (55%). Mensen die wel aanwezig waren bij het warmtecafé gaven in de vragenlijst aan dat ze aanwezig waren vanwege persoonlijke interesse of relevanHe, of omdat ze zelf betrokken zijn bij het project. In totaal zijn 135 inwoners van Nieuw Dokkum gesproken voor de geïnformeerde voorkeuren, waarvan 38 hebben aangegeven dat ze niet mee wilden werken aan het onderzoek. Van 34 huishoudens is niemand gesproken, omdat deze Hjdens de deur-aan-deur bezoeken niet thuis waren (deze hebben een vragenlijst in de brievenbus gekregen).

In totaal zijn er van de huishoudens waarmee wel is gesproken en die mee wilden werken en van de huishoudens die een vragenlijst in de brievenbus hebben ontvangen, 60 bruikbare reacHes ontvangen. In totaal zijn er daarmee gegevens van 98 (38 weigeraars + 60 ingevulde vragenlijsten) van de 169 huishoudens in Nieuw Dokkum. Wanneer de gegevens met betrekking tot de houding ten opzichte van het onderzoek/project ‘Aardgasvrij eiland’ van zowel de weigeraars als de invullers worden gecombineerd en geëxtrapoleerd naar alle inwoners van de wijk, blijkt de negaHeve houding met betrekking tot het van het gas af gaan van Nieuw Dokkum nog duidelijker (zie figuur 2).

Figuur 2: De houding ten opzichte van het project om Schiermonnikoog gasvrij te maken, schema7sch geprojecteerd op de plaJegrond van de wijk Nieuw Dokkum. Hiervoor zijn de resultaten van de deurgesprekken met inwoners die niet mee wilden werken aan het ICQ onderzoek en de antwoorden van degenen die wel mee wilden werken op de vraag wat ze vinden van het project om Schiermonnikoog gasvrij te maken, gecombineerd en geëxtrapoleerd naar de hele wijk.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Schiermonnikoog&id=06cf0bd7-6ceb-41f5-9f5d-2299134655c8