CConstaterende datSchiermonnikoog
Koppel je AI →
Document · PDF

B&W 3-2 Gebiedsinvestering bijlage 2 Regioplan Gebiedsinvesteringen NOZ Eemshaven (vesie voor besluitvorming)

Raadsvergadering 18 juni 2024, gemeente SchiermonnikoogBij agendapunt: Ingekomen stukken9.903 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

FORMAT Regioplan Gebiedsinvesteringen Netten op Zee Tranche 1 Regio Regionale werkgroep

Eemshaven Provincie Groningen: Provincie Groningen: Ronald van Paassen, Jeroen Veltman, Johan Lingbeek Gemeente Het Hogeland: Lourens van der Werff, Gerard Kleinsmit Gemeente Eemsdelta: Hans Danel Waterschap Noorderzijlvest: Kees de Jong Provincie Fryslân: Provincie Fryslân: Anna-Petra van der Wal Gemeente Schiermonnikoog: Anna-Petra van der Wal/Francine Venselaar Gemeente Noardeast Fryslân: Riekele de Boer Gemeente Ameland: xxx Wetterskip Fryslân: Rixt Wind

Datum Versie Status

3 april 2024 3.0 Versie voor besluitvorming

VOORWOORD Voor u ligt het Regioplan dat tot stand is gekomen in bovengenoemde ambtelijke regionale werkgroep ‘gebiedsinvesteringen PAWOZ -Eemshaven’. De regionale werkgroep bestaat uit een selecte groep afgevaardigden van de werkgroep Programma Aansluiting Wind op Zee – Eemshaven (PAWOZ). Daarbij de volgende opmerkingen: • Hoewel het Regioplan raakvlakken heeft met PAWOZ, staat de totstandkoming en besluitvorming van dit plan los van het PAWOZ-proces. • Deze versie van het Regioplan wordt als bijlage toegevoegd bij de Bestuursakkoord die uiterlijk 1 juli 2024 tussen de partners in de regionale werkgroep en het Ministerie van EZK zal worden gesloten. • Mochten de ontwikkelingen daar aanleiding toe geven, dan is ook na het sluiten van de Bestuursakkoord aanpassing van het Regioplan mogelijk, mits in afstemming met het Ministerie van EZK. Doordat de MER-procedure en de planning met betrekking tot het opstellen van dit Regioplan niet parallel lopen was de gebiedsafbakening een moeilijk proces. Onduidelijk is waar de uiteindelijke kabels en leidingen een plek krijgen in het gebied.

Gevolg hiervan is onder andere er dat bij het indienen van dit Regioplan geen dekkend overzicht van projecten is en er is gekozen voor een systematiek, waarbij toekomstige projecten moeten voldoen aan de kaders als beschreven in dit plan en de in dit Regioplan als bijlage opgenomen subsidieverordening of investeringsreglement.

1

1

INLEIDING

1.1

Algemeen

Het kabinet heeft in de Klimaatwet vastgelegd dat ons land in 2030 55% minder CO2-uitstoot dan in 1990 en in 2050 klimaatneutraal is. Om deze klimaatdoelstellingen te realiseren zet het kabinet onder andere in op meer energie uit zon en wind, waaronder meer windenergie op zee. De opgave voor windenergie op zee wordt gerealiseerd in gebieden die zijn aangewezen in het Programma Noordzee1. In de aanvullende routekaart windenergie op zee 2030 zijn de bestaande en te ontwikkelen windparken en aanlandlocaties van de netaansluitingen opgenomen. Om de energie van, nog te bouwen, windparken op zee aan land te brengen vinden rond 2030 nieuwe aanlandingen plaats in de regio’s Eemshaven, Borssele, Noordzeekanaalgebied, Maasvlakte en Moerdijk/Geertruidenberg. Om een verantwoorde inpassing van de windparken en de bijbehorende infrastructuur van het net op zee mogelijk te maken heeft het Kabinet besloten tot een maatregelenpakket, waar 1,686 miljard euro voor is gereserveerd in het Klimaatfonds. Van dit bedrag zal 500 miljoen euro worden ingezet voor gebiedsinvesteringen die de leefkwaliteit in de omgeving van aanlandlocaties versterken. De investeringsgelden staan volledig los van (wettelijke) compensatie van planschade als gevolg van de aanleg van energie-infrastructuur.

Vanaf 2024 wordt een eerste tranche van 220 miljoen euro aan de regio’s ter beschikking gesteld, via een vastgestelde verdeelsleutel. De verdeelsleutel en bijbehorende beleidskaders zijn opgenomen in de brief ‘Regioplan Gebiedsinvesteringen Netten op Zee’ die op 20 juli 2023 namens de minister voor Klimaat en Energie aan de regio’s is verstuurd. Hierna volgt nog een tweede tranche van 280 miljoen voor de periode vanaf 2027. Hiervoor is per regio maximaal 80 miljoen beschikbaar, maar in totaal niet meer dan 280 miljoen. De voorwaarden met betrekking tot deze tweede tranche zijn vooralsnog niet bekend. De decentrale overheden binnen PAWOZ-Eemshaven willen ervoor pleiten om in het kader van rechtsgelijkheid deze middelen onder dezelfde voorwaarden in te zetten als de middelen uit de eerste tranche. De eerste projecten voor de tweede tranche zijn inmiddels in beeld en als Bijlage 6 bij dit regioplan gevoegd.

1.2

Regioplannen

Om als regio over de middelen te beschikken worden bestuursakkoorden tussen de minister voor Klimaat en Energie en regiopartners opgesteld waarin de maatregelpakketten per regio zijn gespecificeerd en afspraken zijn gemaakt over de beleidsmatige, financieel-juridische en organisatorische (governance) kaders van de gebiedsinvesteringen. In voorbereiding op de bestuursakkoorden is door de regio gewerkt aan voorliggend Regioplan. Dit Regioplan beschrijft de invulling van de gebiedsinvesteringen per regio voor de eerste tranche en geeft een doorkijk naar de tweede tranche, het regioplan is een bijlage bij de bestuursakkoorden die worden gesloten. Het Regioplan is opgesteld door de regionale werkgroep ‘gebiedsinvesteringen regio Eemshaven’, waarin het ministerie van EZK en regiopartners zijn vertegenwoordigd.

1

Programma Noordzee 2022 – 2027 | Rapport | Rijksoverheid.nl

2

De aanlandlocatie waarvoor het onderhavig Regioplan is opgesteld is gelegen in twee provincies, te weten Groningen en Fryslân. Op basis van de verwachte lokale impact van de aanlanding is op voorhand een verdeling van de middelen gemaakt tussen de provincies.

1.3

Leeswijzer

Dit document gaat in op de eerste tranche van de gebiedsinvesteringen voor regio Eemshaven. De aanpak in de voorbereidingsfase en van de gebiedsprocessen verschilden in beide provincies. Ook in de uitvoeringsfase zullen er een aantal verschillen zijn. Derhalve zal in verschillende hoofdstukken een onderscheid worden gemaakt tussen Groningen en Fryslân dan wel zullen daar waar nodig de verschillen worden toegelicht. Hoofdstuk 2 beschrijft de aanleiding en regionale context. Hoofdstuk 3 en 4 gaan in op de specifieke beleidsmatige en financieel-juridische kaders die voor deze regio van toepassing zijn op de gebiedsinvesteringen. Hoofdstuk 5 behandelt de wijze waarop de regio uitvoering geeft aan de gebiedsinvesteringen. Hoofdstuk 6 bevat een financiële onderbouwing van de beoogde investeringen. Dit Regioplan bevat 6 bijlagen. 1. Concept subsidieregeling Gebiedsinvesteringen Groningen 2. Investeringsreglement Fonds Nieuwe Doen (dit document dient als voorbeeld van een investeringsreglement. T.b.v. de gebiedsinvesteringen worden een eigen investeringsreglement opgesteld.) 3. Richtlijnen financiële voorwaarden Fonds Nieuwe Doen (dit document geeft een beeld op welke wijze Fonds Nieuwe Doen tot financieringsvoorwaarden komt en de staatssteuntoets uitvoert) 4. Projectenlijst Het Hogeland 5. Projectenlijst Schiermonnikoog 6. Mogelijke projecten tweede tranche gebiedsinvesteringen

3

2

AANLEIDING EN REGIONALE CONTEXT

2.1

Algemeen

2020: ontwikkeling voorkeursalternatief voor windpark Ten Noorden van de Wadden Eind 2020 is door de toenmalige minister van EZK voor de aanlanding van een 700MW wisselstroomkabel voor ontsluiting van het beoogde windpark Ten Noorden van de Wadden (NOZTNW boven Schiermonnikoog) het voorkeursalternatief (VKA) vastgesteld. Dat voorzag in een route over (de Oostpunt van) Schiermonnikoog en een aanlanding in de gemeente Het Hogeland ter hoogte van Pieterburen. In de aanloop naar dit VKA hebben 13 regionale overheden op verzoek van de minister een breed gedragen regioadvies opgesteld. Het betreft de volgende regionale overheden: gemeenten Achtkarspelen, Ameland, Dantumadiel, Groningen, Het Hogeland, NoardeastFryslân, Schiermonnikoog, Tytsjerksteradiel en Westerkwartier, Wetterskip Fryslân, waterschap Noorderzijlvest en de provincies Fryslân en Groningen. In het gezamenlijk advies werd o.a. aangegeven dat: ▪ de voorkeur van de regio lag bij een meer oostelijke aanlandingsroute voor de kabel; ▪ de regio op basis van de route van het VKA (i.e de route door Schiermonnikoog met een landtracé van de omgeving Pieterburen naar Eemshaven van ca. 40km, door waardevolle agrarische akkerbouwgronden) pleitte voor een gebiedsfonds van ca. 75 miljoen euro, bedoeld als extra investeringsimpuls voor het gebied (d.w.z.

niet als een schadeloosstelling en/of compensatie voor de ingrepen in het gebied). 2022: Programma Aansluiting Wind Op Zee (PAWOZ) - Eemshaven Uiteindelijk heeft het bewuste VKA in de Tweede Kamer niet voldoende steun gekregen. Daarop is het programma PAWOZ-Eemshaven op gang gekomen. De doelstelling van PAWOZ is om inzichtelijk te maken waar en met welke capaciteit de windenergie vanaf de Noordzee naar land gebracht kan worden richting de Eemshaven. Vanuit het programma worden de projecten gestart om de eerste 4,7 GW energie (4 GW kabels vanuit windpark Doordewind DDW en 0,7 GW opgewekt vermogen omgezet in waterstof met leidingen vanuit het demo project Ten Noorden van de Waddeneilanden TNW) bij de Eemshaven aan land te brengen, te realiseren rond 2031. Waterstofroutes zouden eerst pas na 2031 in beeld zijn, maar met de keuze in maart 2023 voor een demonstratieproject TNW voor de aansluiting van 500 MW waterstof wordt ingezet op een versnelling. In PAWOZ wordt onderzocht of het mogelijk is om dit demonstratieproject te ontsluiten met een nieuwe buisleiding.

4

Voor de eventuele benutting van bestaande gasleidingen op zee is een separaat programma ˜Hergebruik˜ opgestart. Mogelijk komt daaruit naar voren dat de bestaande NGT-leiding benut kan worden voor de ontsluiting van de H2 van het demo project TNW. 2023: Aankondiging gebiedsinvesteringen Op de Omgevingsbijeenkomst PAWOZ-Eemshaven d.d. 20 maart 2023 heeft het Ministerie van EZK de terbeschikkingstelling van 500 miljoen euro aan gebiedsinvesteringen aangekondigd. Deze middelen dienen ter versterking van de leefbaarheid in de omgeving van de vijf aanlandlocaties van de netaansluitingen: de regio’s Eemshaven, Borssele, Noordzeekanaalgebied, Maasvlakte en Moerdijk/Geertruidenberg. Gelijktijdig heeft de minister ook de waterstofpilot aangekondigd voor het Windpark Ten noorden van de Wadden met een capaciteit van 700 MW. Voor het programma PAWOZ-Eemshaven is voor de 1e tranche in de periode 2024-2026 een maximaal bedrag van 50 miljoen euro aan gebiedsinvesteringen gereserveerd. In een brief d.d. 20 juli 2023 van het Ministerie van EZK worden alle bij PAWOZ-Eemshaven betrokken gemeenten en provincies uitgenodigd voor het indienen van een Regioplan Gebiedsinvesteringen Netten op Zee met daarbij de krappe tijdsplanning.

Partijen hebben besloten dat voor de uitwerking wordt aangesloten bij de bestaande samenwerking en besluitvormingsstructuur die in het kader van PAWOZ-Eemshaven is opgezet. Voorshands is nog onbekend welke tracés binnen PAWOZ-Eemshaven tot het voorkeurstracés zullen worden vastgesteld. Hiervoor wordt momenteel een MER en een IEA opgesteld. Op welke gebieden de aanlanding uiteindelijk van invloed zal zijn op de lokale leefbaarheid is op het moment van schrijven van dit plan niet aan te duiden. Wel is duidelijk dat: ▪ het gebied rond de Eemshaven (gemeente Het Hogeland) voor elk van de onderzochte tracés te maken krijgt met de aanlanding van elektriciteit; ▪ dat een route onder Schiermonnikoog tot de te onderzoeken tracés voor kabels behoort. Gemeente Het Hogeland is gevraagd om, samen met de gemeente Schiermonnikoog, de provincie Groningen en de provincie Fryslân, het voortouw te nemen bij het opstellen van dit plan.

Aanlanding net op zee Door het ministerie van EZK wordt het programma PAWOZ-Eemshaven uitgevoerd. Binnen dat programma moet duidelijk worden welke routes in de komende decennia beschikbaar zijn voor aanlandingen van kabels voor stroom en leidingen voor waterstof. Het onderzoek naar mogelijke tracés borduurt voort op het in 2018 gestarte onderzoek voor NOZ-TNW. Conform huidige PAWOZplanning zal eind 2024 door de Minister van Klimaat en Energie, in afstemming met de regionale bestuurders, worden bepaald welke routes in welke volgorde gebruikt kunnen worden voor het aanleggen van stroomkabels en/of waterstofleidingen. Zoals aangegeven zal het voor de periode tot 2030 sowieso gaan om aanlandingen van elektriciteit in het gebied rond de Eemshaven, waarbij een van de nader te onderzoeken routes voor elektriciteit ook door/onder Schiermonnikoog gaat. Ook de keuze voor een eventueel tracé voor de aanlanding van de waterstof die geproduceerd gaat worden in/met het windpark Ten Noorden van de Wadden is nog onduidelijk. Hiervoor staan diverse tracés op de kaart die momenteel worden onderzocht. Deze tracés gaan zowel door Fries- als door Gronings grondgebied. Echter, voordat aansluiting mogelijk is, zal Gasunie allereerst de westelijke aftakking door Fryslân van het Waterstofnetwerk 5

Nederland, die momenteel in Groningen tussen Eemshaven en Zuidwending wordt ontwikkeld, moeten realiseren.

Gebiedsafbakening Zoals hierboven genoemd is nog niet bekend waar kabels en leidingen precies zullen gaan aanlanden. Om tot een onderbouwde gebiedsafbakening te komen nemen we de routes die binnen het PAWOZEemshavenprogramma worden onderzocht als uitgangspunt. Op basis hiervan hebben we een trechterbenadering toegepast om uiteindelijk tot een gericht gebied te komen waar de kans op invloed door aanlanding het grootst is. Hieronder werken we de trechtering stapsgewijs uit. Aan het einde van iedere stap staat in een kader de conclusie. Stap 1: Voorkeursroutes NRD 2 Op 19 oktober 2023 is deel 2 van de Notitie Routeontwikkeling gepubliceerd met daarin acht mogelijke routes voor stroomkabels en 10 routes voor waterstofleidingen.

 De voorkeursroutes uit de Notitie Routeontwikkeling 2 vormen de basis voor de gebiedsafbakening

6

Stap 2: Regioselectie voor routes ten behoeve elektriciteitskabels, realisatie vóór eind 2030 Binnen PAWOZ wordt onderscheid gemaakt tussen: ▪ mogelijke aansluitroutes ten behoeve van realisatie vóór eind 2030: (elektriciteitskabels + route t.b.v. demonstratieproject waterstof) ▪ mogelijke aansluitroutes ten behoeve van realisatie na 2030 (elektriciteitskabels en waterstofroutes): VIII en IX In de periode tot eind 2030 betreft de aanlanding voornamelijk elektriciteitskabels. Voor waterstof geldt dat de realisatie van waterstofproductie-eenheden en bijbehorende leidingen pas in de periode 2030-2040 zal plaatsvinden (met uitzondering van het demonstratieproject voor opwekking van waterstof, dat voor de periode rond 2031 gepland staat).  Voor de besteding van middelen uit de eerste tranche wordt ervoor gekozen om het gebied te beperken tot de regio’s die worden doorkruist door de mogelijke aansluitroutes voor elektriciteitskabels ten behoeve van realisatie vóór eind 2030, zoals opgenomen in de Notitie Routeontwikkeling Deel 2. Dit betreft regio’s in de gemeenten Het Hogeland, Eemsdelta en Schiermonnikoog.

Stap 3: Focusregio’s per gemeente Zoals genoemd zal conform de huidige PAWOZ-planning eind 2024 definitief uitsluitsel komen over welke tracés voor aanlanding zullen worden gebruikt. Daarom hebben we ervoor gekozen om de drie betreffende gemeenten zelf te laten bepalen op welke plaatsen cq welke regio’s zij in aanmerking willen laten komen als focusregio voor de gebiedsinvesteringen binnen de eerste tranche: ▪ De gemeente Het Hogeland heeft gekozen voor het directe gebied rondom de Eemshaven, i.e. de regio’s Eemshavengebied, Uithuizen en Uithuizermeeden. In overleg met de gemeente Eemdelta is besloten om ook de aangrenzende regio Buitengebied Noord-Bierum mee te nemen, gezien het feit dat de impact als gevolg van de ontwikkelingen in de Oostpolder ook de kop van Eemsdelta raakt (zie vorige hoofdstuk onder ‘Impact van de aanlanding’)

De gemeente Schiermonnikoog kiest voor een bredere invulling van de gebiedsinvestering binnen het gehele gemeentelijke grondgebied. Projecten buiten de primaire focusregio’s ▪

7

De regio’s die eventueel te maken krijgen met aanlanding van waterstofleidingen, i.,e. de gemeente Ameland en Noardeast-Fryslân, alsmede de kernen in de Gemeente het Hogeland ten westen van Uithuizen, behoren niet tot het primaire focusgebied voor de eerste tranche. In beginsel zullen deze gebieden worden meegenomen in de tweede tranche van de gebiedsinvesteringen. Een aantal van de voorstellen uit deze gebieden zijn reeds opgenomen in bijlage 6 van dit Regioplan. In de situatie waarbij er ten behoeve van de eerste tranche niet voldoende projecten zijn binnen de voornoemde focusregio’s zal de regiowerkgroep in overleg treden met het Ministerie van EZK en een voorstel uitwerken voor het besteden van middelen voor projecten buiten deze focusregio’s, inclusief benodigde onderbouwing. Zie hiervoor ook hoofdstuk 6.

2.2

Impact van de aanlanding

Algemeen Het is evident dat het leggen van kabels en leidingen vanaf de wind en/of waterstofparken op zee in meer of mindere mate impact zal hebben op het gebied. Zoals duidelijk aangegeven in de Notitie Routeontwikkeling is de selectie van de voorkeurstracés naast technische haalbaarheid en kosten voor een belangrijk deel afhankelijk van effecten voor het milieu, de landbouw en de omgeving. Daartoe is onder meer een omgevingsproces opgestart. Hierbij wordt gekeken naar zowel de aanleg als het onderhoud van de kabels en/of leidingen, en wordt onderscheid gemaakt tussen het tracé op zee/onder water, de aanlanding, het tracé op land/onder de grond. Op grond hiervan zijn technisch onhaalbare tracés en/of tracés die resulteren in onacceptabele omgevingseffecten reeds afgevallen. In de selectie van de definitieve tracés zullen impact en effecten uitgebreid onderzocht in de Milieu Effect Rapportage (MER) en de Integrale Effectenanalyse (IEA). We gaan ervan uit dat op grond hiervan een weloverwogen keuze tot stand zal komen, waarbij voor ieder tracé geldt dat planschade volgens de vigerende wettelijks kaders gecompenseerd zal worden.

In het licht van bovenstaande hebben we er in het kader van dit Regioplan voor gekozen om ons in beperkte mate te richten op de directe planologische impact van de kabels en/of leidingen, te meer daar nog geenszins vaststaat voor welke tracés gekozen zal gaan worden. In plaats daarvan leggen we de primaire focus op de indirecte gevolgen voor de regio waar de aanlanding gaat plaatsvinden. Hieronder geven we voor de primaire focusregio’s, i.e Gemeente Het Hogeland (Eemshaven en omgeving), Eemsdelta als Schiermonnikoog, een korte beschrijving van de impact. Daarnaast gaan we kort in op de impact van de aanlanding voor gebieden die buiten de primaire focusregio’s vallen, zijnde de kernen in de Gemeente het Hogeland ten oosten van Uithuizen, de Gemeente Ameland en de Gemeente Noardeast-Fryslân. Aanleg van elektriciteitskabels Voor PAWOZ-Eemshaven worden zowel een wisselstroom (AC)-verbinding als gelijkstroom (DC)verbindingen onderzocht. De stroom loopt via zeekabels naar het vasteland en wordt met landkabels getransporteerd tot aan een transformator, al dan niet voorafgegaan door een converterstation (in geval van een DC-verbinding) en vervolgens wordt aangesloten op het landelijke hoogspanningsnet van TenneT. De zeekabel wordt met de landkabel verbonden via een overgangsmof. De ruimtelijke impact hiervan is beperkt.

De aanleg van de landkabels vindt in de basis plaats via open ontgraving. Hiervoor is een strook van 40-45 meter nodig. Daar waar open ontgraving niet mogelijk is (bijvoorbeeld bij het kruizen van een waterweg of snelweg, wordt een horizontale boring (HDD) toegepast.

8

Schematische weergave DC-verbinding

Schematische weergave AC-verbinding

Bron: Witteveen en Bos / Royal HaskoningDHV Aanleg van waterstofleidingen Waterstofleidingen worden bij voorkeur afgezonken op de zeebodem en nadien begraven. Daar waar dit niet mogelijk, bijvoorbeeld bij het doorkruizen van een eiland wanneer er sprake is van bewegende zandplaten, wordt gebruik gemaakt van een horizontale boring. De leiding vanaf zee wordt aangesloten op een waterstof aanlandingsstation met een omvang van circa 2 ha. Om de ruimtelijke en visuele impact hiervan te beperken wordt geprobeerd deze op een bestaande industriële locatie te realiseren. In het leidingtracé worden voor en na het aanlandingsstation afsluiterlocaties (20x20m) ingevoegd.

Bron: Witteveen en Bos / Royal HaskoningDHV 9

Impact focusregio’s Groningen/Gemeente Het Hogeland (en Gemeente Eemsdelta) De indirecte impact van de aanlanding wordt met name verwacht in het gebied in en rond de Oostpolder. Specifiek voor de Oostpolder, de plek waar Tennet het trafostation voor de aanlanding realiseert is hierover al relatief veel duidelijk. De aanlanding in Eemshaven kan alleen plaatsvinden wanneer de uitbreiding van de Eemshaven in de Oostpolder planologisch mogelijk is gemaakt (definitieve besluitvorming medio 2024). Ten behoeve van deze planologische procedure worden een Plan-MER, Project-MER, Landbouw Effect Rapportage (LER), Landschapsvisie en Structuurplan opgesteld. Voor het directe gebied heeft de impact betrekking op de aantasting van natuur, landschap en cultuurhistorische waarden. Ter mitigatie is binnen de gebiedsontwikkeling van de Oostpolder al een 200 hectare grote groenblauwe zone voorzien voor natuur en recreatie. Voor de omgeving zal de impact onder andere betrekking hebben op geluid (verkeers- en industrielawaai), verkeersaantrekkende werking, sluipverkeer en het wegvallen van vrije zichtlijnen als gevolg van het realiseren van bebouwing in het open polderlandschap.

Gezien de ligging van de Oostpolder beperkt bovenstaande impact zich niet alleen tot de gebieden in de Gemeente Het Hogeland: ook het aangrenzende Buitengebied Noord-Bierum, behorend tot de Gemeente Eemsdelta, zal vergelijkbare gevolgen ondervinden van de industriële ontwikkelingen rondom de Eemshaven. Ter illustratie: binnen de vigerende geluidscontour van 50dB liggen 174 woningen, waarvan 125 woningen afgelopen een Hogere Waarde Besluit opgelegd hebben gekregen. Van deze woningen ligt zo’n 30% in de gemeente Eemsdelta. Fryslân/Gemeente Schiermonnikoog In de Notitie Routeontwikkeling wordt beschreven dat het tracé dat Schiermonnikoog zal aandoen, de VII - Schiermonnikoog Wantij route genaamd, wordt beschouwd voor zowel kabels als voor leidingen. De basis van deze route is het volgen van de ondiepe droogvallende wadplaten tussen Schiermonnikoog en de Groningse kust bij Kloosterburen. Vanaf de Noordzee-kustzone ten noorden van het eiland gaat de route onder Schiermonnikoog door en volgt daarna het wantij tot aan het vasteland. Voor de aanleg van de kabels en de leidingen worden horizontale boringen voorzien onder het eiland. Ten noorden van Schiermonnikoog wordt overgegaan op een installatie via baggering en/of open ontgraving. Aangezien de kabels en leidingen volledig onder Schiermonnikoog doorgaan, zou men kunnen stellen dat het eiland strikt genomen geen aanlandlocatie is.

Echter, de noodzakelijke HDD-boringen zullen in ieder geval tijdens de realisatieperiode zorgen voor significante ruimtelijke,visuele en sociale impact: ▪ Er dient zowel aan de Noordzee-zijde als aan de Wadzijde van het eiland een werkgebied van zo’n 2 hectare te worden vrijgemaakt en drooggepompt. ▪ Tijdens de realisatie neemt de logistieke druk op het eiland aanzienlijk toe: er zal sprake zijn van aanvoer van (zwaar) materieel en personeel. Dit zal deels over het water plaatsvinden, maar ook deels over bestaande wegen en het strand, waarbij de bestaande infrastructuur meer dan gebruikelijk zal worden belast.

10

Bron: Witteveen en Bos / Royal HaskoningDHV

De unieke status als eiland dat voor het grootste deel uit een natuurreservaat bestaat, maakt echter dat de impact van “aanlanding” veel verder gaat dan louter ecologische en geologische invloeden. Het is er Schiermonnikoog alles aan gelegen het unieke karakter te behouden: een kleinschalige gemeenschap waar mens en natuur in harmonie leven. Dit verhoudt zich al snel niet tot grootschalige (infrastructurele) ingrepen in het landschap. Op het eiland waar rust en ruimte de norm zijn, zal de plaatselijke bevolking de aanleg van de leidingen daarmee per definitie als een (tijdelijke) verstoring van de leefbaarheid ervaren. De indirecte impact van de “aanlanding” ligt daarmee voornamelijk op het niveau van leefbaarheid en instandhouding van de hechte eilander gemeenschap.

Impact op gebieden buiten focusregio’s Groningen/ Gemeente Het Hogeland De kuststrook tussen Kloosterburen en Eemshaven vormt een corridor van circa 35 km waarop meerdere voorkeursroutes voor zowel kabel- als leidingen aansluiten. Bij deze routes worden over grote lengtes agrarische percelen doorkruist. Hoewel bij eventuele aanleg zoveel mogelijk de randen van de percelen zal worden opgezocht, zal de aanleg van de kabels een significante impact hebben op de leefkwaliteit van de lokale bewoners: voor langere periode is er sprake van zware belasting van het lokale wegennet en wordt het landschap verstoort door de werkzaamheden. Fryslân/Gemeente Ameland en Gemeente Noardeast-Fryslân Zoals in onderstaande paragraaf nader is uitgewerkt lopen een aantal voorkeursroutes voor toekomstige waterstofleidingen via Ameland en Noardeast-Fryslân. Er wordt onderzocht of gebruik kan worden gemaakt van bestaande aardgasleidingen, maar de kans is aanzienlijk dat er nieuwe leidingen moeten worden aangelegd voor het transport van waterstof. De zogenaamde VIII - Ameland Wantij route (zie kaartje op pagina 6) volgt de ondiepe droogvallende wadplaten tussen de Friese kust (bij Ternaard) en Ameland en gaat onder de oostelijke punt van het eiland door. Daarmee is deze route vergelijkbaar met de Schiermonnikoog Wantij route. Datzelfde 11

geldt voor de impact op de lokale leefkwaliteit: de aanleg van de leiding gaat gepaard met een aanzienlijke toename van logistieke bewegingen (zwaar materieel), zowel over de bestaande wegen als over het strand en heeft verstorende visuele effecten en geluidshinder op voor de bewoners en bezoekers. De Ameland Wantij route komt aan de Friese kust aan land en dient te worden aangesloten op het waterstofnetwerk, dat zo’n 30 km landinwaarts ligt. Hiervoor zijn vooralsnog twee varianten in beeld die beiden over grondgebied van de Gemeente Noardeast-Fryslân (zie kaartje op pagina 6). De impact van de aanleg van de waterstofleidingen is vergelijkbaar met hetgeen hierboven is beschreven voor de corridor tussen Kloosterburen en Eemshaven: voor de aanleg van de leidingen dient een ruime strook te worden gegraven door agrarisch en landschappelijk gebied, waar nodig gecombineerd met horizontale boringen. Het zorgt voor een zware belasting van lokale infrastructuur en visuele en ruimtelijke impact.

12

3

REGIONALE AANPAK

3.1

Regionale investeringsbehoeften en -doelstellingen

Groningen/Gemeente Het Hogeland (en Gemeente Eemsdelta) Bedrijventerrein in de Oostpolder De investeringsbehoeften waar de regio Eemshaven voor staat hangen voor wat betreft de gemeente Het Hogeland voor een groot deel samen met de voorziene uitbreiding van de Eemshaven met een bedrijventerrein van bruto 600 ha in de Oostpolder. In 2020 hebben provincie Groningen en gemeente Het Hogeland het initiatief genomen tot de ontwikkeling van dit bedrijventerrein dat specifiek bedoeld is voor bedrijven met een ruimtebehoefte van elk minimaal 50 ha. Het voorziet onder meer in 50 ha planologische (bestemmings)ruimte voor de benodigde infrastructuur voor TenneT als gevolg van de aanlanding, alsmede ca. 100 ha voor de komst van elektrolysers (om 2GW stroom om te vormen naar groene waterstof). Het betreffende uitbreidingsgebied omvat in de huidige situatie een recent gerealiseerd windpark (20 molens) binnen voor akkerbouw gebruikte gronden, dat direct ten noorden van de oude zeedijk ligt, waarop/waarachter in clusters woonkernen gelegen zijn. Het uitbreidingsgebied wordt ontwikkeld onder de twee premissen “wind inclusief” en “met behoud van de woonfunctie op/achter de oude zeedijk”. Om die laatste reden is van het 600ha grote uitbreidingsgebied uiteindelijk 400 ha bestemd voor bedrijven.

De resterende 200 ha wordt gebruikt als grote “groen-blauwe” (recreatieve uitloop) zone die mede als buffergebied richting de bewoningskernen moet dienen. Deze zone wordt tevens (deels) gebruikt als kabels en leidingenzone. Het betreffende Structuurplan en ontwerp-Provinciaal Inpassing Plan (PIP) wordt naar verwachting definitief vastgesteld in juni 2024. Concrete doelstellingen De beoogde uitbreiding van werkgelegenheid in de Oostpolder brengt in het omliggende gebied tal van andere, nieuwe ontwikkelingen op gang. Denk daarbij aan uitbreidingen op het gebied van wonen, verkeer, (winkel)voorzieningen, recreatie, zorg, welzijn en cultuur. Zowel de realisatie van de uitbreiding van de Eemshaven met het bedrijventerrein in de Oostpolder zelf als de bovengenoemde afgeleide ontwikkelingen in het omliggende gebied hebben een significante impact op de leefbaarheid (van de huidige bewoners) in het omliggende gebied. De gemeente Het Hogeland heeft in 2022 een nieuw programma onder de werktitel “Eemshaven + ” ontwikkeld, waarbinnen zowel de ontwikkeling van de Eemshaven+ Oostpolder als van het omliggende gebied programmatisch worden aangestuurd.

Doelstelling van dit programma is om een impuls te geven aan de leefbaarheid van de dorpen rondom de Oostpolder.2 De gemeente wil dat de inwoners van de dorpen op een gecoördineerde en collectieve wijze meeprofiteren van de industriële ontwikkelingen. In samenhang hiermee streeft de gemeente daarnaast ook naar groei van nieuwe werkgelegenheid en nieuwbouw van woningen. Ter onderbouwing: de verwachte toename van het aantal werknemers, zowel in de Oostpolder als op de lokale bedrijventerreinen, zal leiden tot toename van het aantal bewoners (aanname 10% van de nieuwe werknemers vestigt zich met gezin in de regio). Inzet gebiedsinvesteringen

2 Voor de begrenzing van het programmagebied is het gehele Noordoostelijke grondgebied van de gemeente gekozen. Dit

is een min of meer rechthoekig gebied met Uithuizen als Zuidwestelijke hoekpunt en Eemshaven als noordoostelijke hoekpunt. Binnen dit programmagebied liggen de bewoningsclusters van Uithuizen, Uithuizermeeden, Roodeschool, Oosteinde en Oudeschip (incl. lintbebouwing langs de oude zeedijk tot aan Koningsoord/Valom).

13

De gebiedsinvesteringen zullen worden ingezet op concrete initiatieven die een bijdrage leveren aan bovengenoemd doel. Deze initiatieven zijn grotendeels afkomstig van de inwoners en Dorpsbelangen van genoemde bewoningsclusters, waarmee de gemeente intensief overleg heeft gevoerd. Ook de buurgemeente Eemsdelta is daarbij betrokken, specifiek voor het dorp Spijk. De initiatieven richten zich specifiek op: ▪ natuurbehoud – en versterking: ecologische verbindingen en recreatief medegebruik; ▪ uitbreiding/verduurzaming van maatschappelijke faciliteiten: zorg, welzijn, onderwijs, sport, cultuur en recreatie; ▪ stimulering regionale economie: ruimte voor en ontwikkeling van (kleine) toeleverende bedrijven; ▪ toekomstbestendig wonen: bestrijding energiearmoede, inzet op energieneutrale woningen. Fryslan/Gemeente Schiermonnikoog Natuurreservaat Met uitzondering van het dorp, het gebied direct ten noorden ervan en de Banckspolder is Schiermonnikoog een beschermd natuurreservaat. Het is evident dat gemeentelijk en provinciaal beleid er met betrekking tot het Nationaal Park voornamelijk op gericht zijn de unieke landschappelijke- en natuurwaarden te beschermen. Het beleid in de gebieden die niet tot het natuurreservaat behoren sluit hierop aan: inzet op een gelijkwaardige en harmonische ontwikkeling van landschap, natuur, menselijke activiteiten en cultuurhistorie.

Het eiland heeft daarbij een ambitieuze doelstelling geformuleerd: het wil duurzaam en zelfvoorzienend zijn in 2025.Duurzaam ruimtegebruik is richtinggevend voor het ruimtelijk beleid. Inzet gebiedsinvesteringen De gemeente is er uiteraard alles aan gelegen dat de impact van de aanleg van kabels en leidingen op het natuurgebied en de bijbehorende kustzones tot een minimum beperkt zullen blijven en zal zich daar uiteraard maximaal voor inspannen. De beschikbare middelen ten behoeve van gebiedsinvesteringen wil zij echter met name inzetten lvoor een leefbaar en klimaatbestendig Schiermonnikoog met oog voor de thema's natuur, leefbaarheid, regionale economie en energietransitie. De projecten die zij beoogt dragen daarmee integraal bij aan een toekomstbestendig, leefbaar en duurzaam eiland waar mens en natuur in harmonie naast en samen met elkaar leven.

3.2

Programma’s, projecten en activiteiten

De concrete initiatieven en projecten waarvoor de gebiedsinvesteringen zullen worden ingezet sluiten aan op de voornoemde beleidskaders en doelstellingen in Groningen/Het Hogeland en Fryslân/Schiermonnikoog. Het onderstaande overzicht voor beide gemeenten heeft als doel om inzichtelijk te maken welk soort projecten zouden kunnen worden uitgevoerd, ingedeeld naar de door RVO/EZK opgegeven thema’s. Het overzicht is een samenvatting van de projectenlijsten die in Bijlage 4 en 5 zijn opgenomen. Daarbij de volgende kanttekeningen: ▪ De projectlijsten zijn niet uitputtend: het zijn projecten die tot nu toe bij de gebiedsprocessen op tafel zijn gekomen. De gebiedsprocessen zijn nog in volle gang. ▪ Voor een deel van de genoemde projecten zal de (tijdige) haalbaarheid nog moeten worden onderzocht. Een aantal van de in de lijsten genoemde projecten zullen in de tijd nog afvallen omdat deze niet tijdig verplicht kunnen worden. ▪ Daar staat tegenover dat nog niet alle belanghebbenden hun voorstellen hebben kunnen voordragen. Op basis van de gebiedsprocessen die plaatsvinden in de gemeenten Het Hogeland 14

en Schiermonnikoog zullen zich naar verwachting nog nieuwe projecten aandienen die gebruik kunnen/zullen maken van de middelen die voor het Regioplan beschikbaar worden gesteld. Groningen/Gemeente Het Hogeland (en Gemeente Eemsdelta) Voor Groningen/Het Hogeland denken we onder andere aan: Behoud & versterken natuur ▪ Per bebouwingskern de ontwikkeling van een groenstructuurplan, zodat de groenaankleding van de dorpen meer vorm krijgt en ecologische verbindingen met het “buitengebied” ontstaan; ▪ Mogelijk kan ook de groen-blauwe zone binnen het gebied van de Oostpolder hier nog aanvullende invulling en duiding krijgen, waarbij vooral het recreatief medegebruik als uitloopgebied aandacht krijgt; ▪ Opwaardering Grote Tjariet (zie hierna) combineren met aan een zijde natuurvriendelijke oeverinrichting om ecologische verbindingszones te realiseren. Verbeteren fysieke leefomgeving ▪ Behoud en versterking van de leefbaarheid van zowel huidige bewoners als van toekomstige nieuwe werknemers/bewoners, die als gevolg van komst van het bedrijventerrein in de Oostpolder mogelijk onder druk komt te staan.

Denk daarbij aan benodigde uitbreidingen op het gebied van verkeerswegen, wonen, zorg, welzijn, onderwijs, sport, cultuur en recreatie; ▪ Per bebouwingskern plannen voor stoppen sluipverkeer over doorgaande wegen door dorpen; ▪ Herinrichting van de Grote Tjariet als, voor kleine vaartuigen en kano’s, bevaarbare doorgaande verbinding tussen Spijk en Uithuizermeeden, inclusief kleine recreatiehavens eventueel aangevuld met kampeervoorzieningen. Versterken regionale economie ▪ Realisatie van kleine geclusterde bedrijverterrein locaties nabij enkele dorpen (Uithuizermeeden en Roodschool) voor vestiging van bedrijven, die toeleverend zijn aan de grote bedrijven, die zich vanaf 2030 in de Oostpolder gaan vestigen; ▪ Uitbreiden bedrijventerrein Veerweg en inrichten ambachtscentrum (bedrijfsverzamelgebouw); ▪ Ontwikkeling van basis infrastructuur gericht op behoud en nieuwvestiging van eerstelijns zorgverleners (huisartsen enz.) en gecombineerd met gerichte OV-bereikbaarheid (belbus in samenhang met medische afspraken); Versnellen energietransitie ▪ Warmte- en geluidisolatie van ca. 150 woningen rondom de Oostpolder (zie uitgelicht project in kader. ▪ Energie-nul maken van gebouwen in de sectoren van maatschappelijk nut, zoals voor cultuur, sport, recreatie. De voorlopige projectenlijst van Het Hogeland (en Eemsdelta) is opgenomen in bijlage 4.

De opgenomen kosten betreffen de realisatiekosten. De bijdrage vanuit de gebiedsinvestering zal onder andere afhangen van het beschikbare budget en de regelgeving met betrekking tot staatssteun. Doordat de projecten van onderaf komen zullen de burgers een direct verband leggen tussen aanlanding en gebiedsinvestering. De projecten hebben een direct positief effect op de leefomgeving en leefbaarheid van he gebied (minder sluipverkeer, minder geluid, meer voorzieningen, meer groen etc.). Uitgelicht project Het Hogeland/Eemsdelta: Woningisolatie geluid en energie

15

Dit project heeft betrekking op de woningen in bewoningscluster welke zijn gelegen binnen de 50 dB(A) contour van de Oostpolder waar ook het hoogspanningsstation van Tennet wordt gerealiseerd. Het betreft ca. 150 woningen. Deze woningen komen vanuit de gebiedsinvesteringen in aanmerking voor isolatie. Ca. 125 woningen van hebben een Hogere Grenswaarde Besluit ontvangen en ontvangen vanuit de GREX van de Oostpolder geluidsisolatie. Gelijktijdig ontvangen deze woningeigenaren vanuit de gebiedsinvesteringen warmte-isolatie aangeboden. De trajecten voor de geluidsisolatie en warmte-isolatie worden zoveel mogelijk gelijktijdig en in combinatie uitgevoerd. Ca. 25 woningen ontvangen vanuit de gebiedsinvesteringen geluids- en warmte-isolatie aangeboden. Het betreft hier woningen waarvoor geen nieuwe Hogere Grenswaarde is vastgesteld maar wel heel dicht liggen bij woningen binnen hetzelfde bewoningscluster waarvoor dat wel is gebeurd. De woningeigenaren ontvangen een aanbod in natura. Dat wil zeggen dat de eigenaren in het gehele traject van onderzoek tot en met het daadwerkelijk realiseren van de maatregelen worden ontzorgd. Fryslân/Gemeente Schiermonnikoog Voor Fryslân/Schiermonnikoog denken we onder andere aan: Behoud & versterken natuur ▪ Opstellen Soortenmanagementplan (SMP).

Met een SMP willen we een geheel ecologisch onderzoek doen in de gemeente om zo bouwen, verbouwen en isoleren eenvoudiger te maken met het oog op natuur/flora/fauna; ▪ Vernieuwen en klimaatbestendig maken van de schelpenfietspaden op Schiermonnikoog (31 km) (zie uitgelicht project) ▪ Droogtebestrijding door waterberging en aanvullen zoetwaterbel. Verbeteren fysieke leefomgeving ▪ Realisatie van een locatie voor dagbesteding van ouderen; ▪ Realisatie skatebaan in de kern van Schiermonnikoog. ▪ . Versterken regionale economie ▪ Bouw coöperatieve melkfabriek; ▪ Toekomstbestendig maken Waddenhaven; ▪ Verkeersveilig inrichting Veerhaventerrein. Versnellen energietransitie ▪ Verduurzamen maatschappelijk vastgoed; ▪ LED verlichting lichtmasten eiland. De voorlopige projectenlijst van Schiermonnikoog is opgenomen in bijlage 5. De opgenomen kosten betreffen de realisatiekosten. De bijdrage vanuit de gebiedsinvestering zal onder andere afhangen van het beschikbare budget en de regelgeving met betrekking tot staatssteun. De projecten vormen samen het programma gebiedsinvesteringen leefbaar en klimaatbestendig Schiermonnikoog en zullen een direct positief effect op de leefbaarheid op het eiland (meer en betere voorzieningen, minder gevolgen van klimaatveranderingen in zowel droge als natte periodes).

16

Uitgelicht project Schiermonnikoog: Vernieuwen en klimaatbestendig maken fietspaden Natuurmonumenten beheert een groot netwerk van fietspaden in Nationaal Park Schiermonnikoog. In veel gevallen betreft dit schelpenpaden die technisch gezien zeer geschikt zijn voor de Waddeneilanden. Schelpen worden echter veelal gewonnen in de Waddenzee (Natura 2000 gebied) waar schelpenwinning zorgt voor veel bodemberoering waarbij het bodemleven op de winlocatie wordt verstoord. Dit is onwenselijk. Daarnaast zijn de schelpenpaden als gevolg van de klimaatverandering (natte periodes) steeds meer onderhevig aan erosie. Natuurmonumenten wil de schelpenpaden vervangen door een andere klimaatbestendige halfverhardingssoort en deels door schelpen uit andere gebieden (tegen hogere kosten). Met de middelen vanuit de gebiedsinvesteringen wordt in totaal 31 kilometer aan paden vernieuwd.

3.3

Doelgroep

In principe komen de middelen voor de gebiedsinvesteringen direct of indirect ten goede van de inwoners en organisaties in de focusgebieden. Om hiervoor zorg te dragen worden meerdere sporen ingezet. Formeel kennen we de volgende doelgroepen: ▪ natuurlijke personen; ▪ decentrale overheden; ▪ organisaties. Hiermee is niet gezegd dat de genoemde groep ook altijd subsidieontvanger wordt. Zo is het mogelijk dat bijvoorbeeld voor een groep inwoners (natuurlijke personen) een uitvoeringsorganisatie (bijvoorbeeld een stichting of CPO) wordt opgericht die subsidieontvanger wordt. De eindbegunstigde in deze situatie zijn de inwoners waarvoor het project wordt gerealiseerd. Min of meer geldt hetzelfde voor de projecten van de decentrale overheden. Dit betreft projecten die worden uitgevoerd in het algemeen belang/algemeen nut en daarmee ten goede komen van de inwoners en organisaties in het gebied. De decentrale overheid is in die gevallen subsidieontvanger en de eindbegunstigden zijn de inwoners en organisaties in het gebied.

3.4

Verhouding met andere regionale programma’s

Groningen/Gemeente Het Hogeland (en Gemeente Eemsdelta) Het Groningse deel van het scopegebied van het ‘Regioplan gebiedsinvesteringen Netten op Zee´ maakt onderdeel uit van het Novex-gebied Groningen/Masterplan Zeehavens. Daarbinnen wordt door de verschillende overheden en andere relevante partijen samengewerkt aan de totstandkoming van een integraal ontwikkelperspectief voor het gebied. In beeld is gebracht welke belangrijke opgaven in het gebied (gaan) spelen binnen de thema’s leefbaarheid, natuur en landschap, infra, energie en economie. Daarnaast is in beeld gebracht welke ambities en kaders de verschillende overheden in dit gebied voor deze thema’s hebben vastgelegd. In het gebied is sprake van een grote stapeling van maatschappelijke, economische en ruimtelijke opgaven. Een belangrijk doel van het ontwikkelperspectief is daarom te komen tot een gebalanceerde en gezamenlijk gedragen gebiedsontwikkeling, waarbinnen de gebiedskwaliteiten en de leefbaarheid centraal blijven staan en andere ontwikkelingen in het gebied ten positieve daaraan 17

bijdragen. Dit is een complex proces. Daarom is voor de middelen voor de gebiedsinvesteringen die beschikbaar komen als gevolg van de aanlanding, mede gelet op de korte doorlooptijd van het programma, gekozen voor een onderscheidende aanpak. Binnen het door de gemeente opgestarte programma Eemshaven+ wordt in 2024-2025 verder invulling gegeven aan het ontwikkelperspectief. In het Groningse deel van de aanlandlocatie zijn veel programma's actief die op één of andere wijze soortgelijke doelstellingen kennen als de doestellingen en kaders voor de gebiedsinvesteringen. Binnen de aanpak voor de gebiedsinvesteringen in Het Hogeland is gekozen voor een strikte koppeling tussen aanlanding, impactgebied en gebiedsinvestering. De basis hiervoor is gelegd bij de gebiedsafbakening, een beperkt gebied direct rond de Oostpolder waar het Tennet station wordt gerealiseerd. Daarnaast is specifiek voor de gebiedsinvesteringen een uitgebreid gebiedsproces doorlopen waarbij van onderaf projecten zijn opgehaald (zie ook paragraaf Regionale governance en betrokken regionale partijen). Veel van de geselecteerde initiatieven voor gebiedsinvesteringen zijn tot stand gekomen juist doordat deze middelen voor gebiedsinvesteringen beschikbaar komen. Dit impliceert echter niet dat er geen middelen uit andere programma's beschikbaar zouden zijn.

In een aantal gevallen zou een initiatief al gebruik hebben kunnen maken van een ander lopend programma. De geselecteerde initiatieven zullen zich echter, gelet op het gebiedsproces dat is doorlopen, primair richten op de middelen voor de gebiedsinvesteringen. Bij de uitwerking van regelingen voor de gebiedsinvesteringen zal zo goed als mogelijk rekening worden gehouden met het voorkomen van overlap met bestaande regels. Dit zal echter niet altijd mogelijk zijn omdat bestaande regelingen aan veranderingen onderhevig zijn of niet altijd actief zijn (door tijdelijk uitputting van budget) of op één of andere manier te beperkend zijn (bijvoorbeeld een te laag subsidiepercentage). Daarnaast moet een op te stellen regeling uitvoerbaar zijn. Door alleen hiaten uit andere regelingen af te dekken zou een niet werkbare situatie ontstaan die voor de doelgroepen niet meer te begrijpen zou zijn. Om toch een beeld te krijgen van programma's die zich in Groningen richten op het verbeteren van (o.a.) de leefkwaliteit is een inventarisatie gemaakt. De meest relevante in relatie tot dit Regioplan zijn: 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7.

Nij Begun (nog in ontwikkeling) Nationaal Programma Groningen Regiodeal Masterplan Regiocentra Transitie Landelijk Gebied Groningen MIRT Waddenfonds Programma Eems-Dollard 2050 Fonds Nieuwe Doen

De bovengenoemde programma's kennen qua doelstelling en thema's de nodige overlap. Zoals hierboven reeds aangegeven is de lijst met geselecteerde projecten voor het Regioplan in Het Hogeland/Eemsdelta tot stand gekomen na een uitgebreid gebiedsproces en zijn de projecten specifiek ge-end op middelen die beschikbaar worden gesteld voor de gebiedsinvesteringen. Dit laat onverlet dat gedurende de uitvoering van het Regioplan verbinding wordt gezocht met de andere programma's en dat in nauw overleg wordt gekeken hoe we elkaar kunnen versterken.

18

Fryslân/Schiermonnikoog Ook voor Schiermonnikoog geldt dat er verschillende programma's in uitvoering zijn die overlap kennen met de doelstellingen van de gebiedsinvesteringen. De belangrijkste programma's zijn: 1. Uitvoeringsprogramma Waddengebied 2021-2026 2. Regiodeal Waddeneilanden 3. Frysk Programma Landelijk Gebied 4. MIRT 5. Waddenfonds 6. Iepen Mienskipsfûns 2024-2027 7. Fûns Skjinne Fryske Enerzjy De projecten die Schiermonnikoog voordraagt voor de gebiedsinvesteringen zijn door de gemeente geïnventariseerd in overleg met belangrijke stakeholders op het eiland zoals het Wetterskip en Natuurmonumenten. Deze projecten zijn specifiek geselecteerd voor de gebiedsinvesteringen en vormen samen het programma gebiedsinvesteringen leefbaar en klimaatbestendig Schiermonnikoog. Vanuit de gebiedsinvesteringen zal verbinding worden gezocht met de andere programma's en in overleg worden gekeken hoe de programma's elkaar kunnen versterken.

19

4

REGIONALE FINANCIEEL-JURIDISCHE KADERS

4.1

Financiële en juridische voorwaarden

Gebiedsinvesteringen in het aanlandgebied Eemshaven worden vanuit dit Regioplan ondersteund middels subsidies en/of leningen. De aanpak zal verschillen per doelgroep. Doelgroep

Instrument

Natuurlijke personen

Subsidie in natura

Decentrale overheden

Subsidie

Organisaties (Non-profit organisaties en bedrijven)

Subsidie Lening

1) Natuurlijke personen Uit de gebiedsinventarisaties zijn geen projecten naar voren gekomen van individuele natuurlijke personen. Wel zijn een aantal projecten geïdentificeerd, waarbij onder andere een groep van natuurlijke personen betrokken is. Voorbeeld hiervan is het project in de gemeente Het Hogeland waarbij 150 woningen worden geïsoleerd (geluidsisolatie voor woningen die niet volgens wettelijke plicht geïsoleerd worden op grond van de Wet Geluidhinder en isolatie om energie te besparen). Op de lijst van Schiermonnikoog staat een project met betrekking tot energiebesparende maatregelen voor woningen gelegen in het beschermde dorpsgezicht. De uit te voeren maatregelen komen ten goede van de woningeigenaren, dit kunnen natuurlijke personen, vastgoedeigenaren en de woningcorporatie zijn. Voor de projecten waarbij groepen van natuurlijke personen zijn betrokken, wordt gekozen voor een projectmatige aanpak. Vanuit het ontzorgingsteam (zie paragraaf Regionale uitvoering) wordt het project in afstemming met betrokken partijen/personen voorbereid, aanbesteed en gerealiseerd. De daadwerkelijke aanpak en wijze van subsidieverlening kan afhankelijke van de projectparameters per project verschillen. Voor de natuurlijke personen zal in deze projecten gelden dat zij als subsidieontvanger en/of eindbegunstigde een subsidie in natura ontvangen. Het project wordt voor hen gerealiseerd.

De ondersteuning bij de totstandkoming van een eventueel benodigde subsidieregeling en bij de subsidieverlening wordt verleend door SNN, die ervaring heeft met soortgelijke subsidieregelingen in Drenthe. Al naar gelang wie de woningeigenaar is, kan er sprake zijn van staatssteun. SNN heeft ervaring met het opnemen van de staatssteunkaders in soortgelijke subsidieregelingen. 2) Decentrale overheden Veel van de projecten die bij de gebiedsinventarisaties in gemeente Het Hogeland zijn geïdentificeerd zijn projecten die worden gerealiseerd in de openbare ruimte en vallen binnen het taalveld van de gemeente. Ook binnen de geïdentificeerde projecten op Schiermonnikoog is sprake van projecten die qua realisatie onder het publieke domein vallen. De geïdentificeerde projecten worden per decentrale overheid ondergebracht in zogenaamde mandjes en uitgewerkt in een uitvoeringsplan. Dit uitvoeringsplan vormt de basis voor de aanvraag van een incidentele prestatiesubsidie van de betreffende decentrale overheid die wordt ingediend bij de provincie Groningen. Via de subsidiebeschikking worden de voorwaarden vastgelegd voor 20

bijvoorbeeld de verantwoording van de activiteiten en de planning. De subsidiabele kosten betreffen de engineering, werkvoorbereiding en uitvoeringskosten van het project. De subsidies worden verstrekt op basis van respectievelijk de Kaderverordening subsidies provincie Groningen 2017 door de provincie Groningen en de Subsidieverordening gebiedsinvesteringen Fryslân 2013 in de provincie Fryslân. Op basis van de nu geïdentificeerde projecten is het niet de verwachting dat de staatssteunregels van toepassing zullen zijn op de te verstrekken subsidies aan de decentrale overheden. Op het moment van toekenning van de subsidie zal alsnog een staatssteuntoets worden uitgevoerd. Mocht er toch sprake zijn van steun dan zal deze steun verstrekt worden binnen de kaders van De Deminimisverordening of de Algemene Groepsvrijstellingsverordening. 3) Organisaties Voor de organisaties (bijvoorbeeld stichtingen, verenigingen, coöperaties en bedrijven) in het focusgebied van gemeente Het Hogeland is de Subsidieregeling Gebiedsinvesteringen Groningen opgesteld. De voor de gebiedsinvesteringen geldende financiële en juridische voorwaarden zijn opgenomen in die subsidieregeling. Op basis van de nu beschikbare projectenlijst van Schiermonnikoog is nog niet duidelijk of er ook een dergelijke regeling voor het focusgebied in Schiermonnikoog wordt uitgewerkt.

Mocht de projectenlijst van Schiermonnikoog nog groeien dan wordt alsnog besloten in lijn met de Groningse regeling ook een regeling voor Fryslân uit te werken en vast te laten stellen. De subsidieregeling(en) zullen worden uitgevoerd door SNN. Naast de subsidieregeling wordt er een Investeringsreglement Gebiedsinvesteringen opgesteld die gelet op het potentiële werkgebied van Fonds Nieuwe Doen zowel van toepassing is op het focusgebied in Fryslân als in Groningen. Dit investeringsreglement vormt de kaders voor organisaties, waarvan het project wordt "gesubsidieerd” middels een lening. De subsidieregeling van Groningen en het vigerend investeringsreglement van Fonds Nieuwe Doen zijn als bijlagen bij dit Regioplan gevoegd. Het vigerend investeringsreglement van Fonds Nieuwe Doen is bijgevoegd om een beeld te krijgen van het nog op te stellen investeringsreglement. De regeling en het reglement zijn gebaseerd op de voorwaarden die zijn opgenomen in de BIJLAGE – Voorwaarden Netten op Zee opgesteld door het ministerie van EZK. Daarbij wordt aangesloten bij de bepalingen uit: ▪ Titel 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht; ▪ Artikel 3, derde lid, van de Kaderverordening subsidies provincie Groningen 2017; ▪ De Procedureregeling subsidies provincie Groningen 2018; ▪ EU Verordening 1407/2013 d.d.

18 december 2013 betreffende de toepassing en werking van deminimissteun, PB L 352/1 van 24 december 2013; ▪ EU Verordening Nr. 651/2014 d.d. 17 juni 2014 betreffende de Algemene Groepsvrijstelling, PB L 187/1 van 26 juni 2014 laatstelijk gewijzigd bij EU Verordening Nr. 1315/2023 d.d. 23 juni 2023 tot wijziging van Verordening (EU) Nr. 651/2014, betreffende de Algemene Groepsvrijstellingsverordening; ▪ EU Verordening Nr. 2021/241 van 12 februari 2021 tot instelling van de herstel- en veerkrachtfaciliteit, PB L 57/17 van 18 februari 2021.

21

De regels met betrekking tot staatssteun zijn opgenomen in de subsidieregeling (artikel 3 en bijlage 1) en het investeringsreglement. In gevallen waarbij er sprake is van steun als bedoeld in artikel 107, lid 1, VWEU wordt op basis van de onderstaande verordeningen getoetst in hoeverre het geoorloofde steun betreft. ▪ De Algemene Groepsvrijstellingsverordening; ▪ De De-minimisverordening. Na vaststelling van de Subsidieverordening en het Investeringsreglement worden deze als kennisgeving aangemeld bij de Europese Commissie.

22

5

REGIONALE UITVOERING

5.1

Regionale governance en betrokken regionale partijen

De besluitvorming over het bestuursakkoord en dit Regioplan zal plaatsvinden door elke betrokken overheid afzonderlijk. Parallel daaraan zullen de stukken ter informatie langs het OBW en BOW gaan. Dit houdt in dat het Regioplan op 9 mei in het MT Wadden komt en vervolgens ter informatie langs het omgevingsberaad en dan ter informatie bij het BOW van 1 juli gaat. Het tekenen van de bestuursovereenkomst zal bilateraal met EZK en de deelnemende regionale overheden die direct betrokken zijn bij gebiedsinvesteringen plaatsvinden voor 1 juli. De provincie Groningen is penvoerder/kassier van het project. Omdat de gebiedsinvesteringen in zowel Groningen als Fryslân plaatsvinden sluiten beide provincies voor de uitvoering van de regeling door Groningen een bestuursakkoord. Binnen de provincie Groningen wordt een ontzorgingsteam ingericht. Het ontzorgingsteam neemt de projectleiding van de SPUK op zich en zal de gebiedsprocessen begeleiden. Het team zal actief de gebiedsprocessen begeleiden en de initiatiefnemers van gebiedsinvesteringen helpen bij onder andere de subsidie- en/of leningsaanvragen, de inkoopbegeleiding of bij aanbestedingsprocedures. Waar gewenst zal het ontzorgingsteam in opdracht van een initiatief de directievoering bij de realisatie van de gebiedsinvesteringen op zich nemen. Elk van deze expertises is vertegenwoordigd in het ontzorgingsteam.

Ook zal er ten behoeve van de voorbereiding van de subsidieaanvragen een staatssteun expert in het ontzorgingsteam worden opgenomen. Voor de borging van gemeentelijke processen en procedures zullen de gemeenten een accountmanager afvaardigen in het ontzorgingsteam. Samengevat kan het ontzorgingsteam onder andere uit de volgende personen bestaan: ▪ Programmamanager ▪ Projectondersteuner ▪ Staatssteunjurist ▪ Aanbestedingsdeskundige/jurist ▪ Contractjurist ▪ Projectvernellers ▪ Directievoerder ▪ Accountmanager Het Hogeland (gemeente) ▪ Accountmanager Schiermonnikoog (gemeente) Periodiek overlegt het ontzorgingsteam met EZK, waarbij onder andere de voortgang wordt besproken en projecten worden voorgelegd die bij de opstelling van dit Regioplan nog niet in beeld waren. Gebiedsinvesteringen worden financieel ondersteund middels een subsidie of lening. Voor de uitvoering van de subsidieregeling(en) wordt een overeenkomst gesloten met het Samenwerkingsverband Noord Nederland (SNN), een Gemeenschappelijke Regeling van de provincies Drenthe, Fryslân en Groningen. SNN voert in zijn algemeenheid subsidies uit voor de drie noordelijke provincies en heeft daarbij een goed overzicht van de regelingen die in de gebieden gelden. Daarnaast heeft SNN veel ervaring met het uitvoeren van Europese programma's zoals, EFRO, LEADER en INTERREG. 23

Voor het verstrekken van leningen wordt een overeenkomst gesloten met Fonds Nieuwe Doen (FND). FND is een fonds opgericht door de provincie Groningen en is ondergebracht in een stichting. FND beheert fondsen op het gebied van leefbaarheid, zorg en energie. Statutair is FND bevoegd om ook leningen te verstrekken buiten de provinciegrenzen van Groningen, zodat de gehele aanlandregio door FND kan worden bediend In Het Hogeland heeft ten tijde van het opstellen van dit Regioplan een zeer uitgebreid gebiedsproces plaatsgevonden, waarbij in meerdere sessies per dorp in overleg met de bewoners, bedrijven en dorpsbelangen projecten zijn geïdentificeerd en geprioriteerd. Bij de eerste prioriteringsronde is door Antea namens de bewoners onderzocht in hoeverre de projecten de geformuleerde mijlpalen kunnen halen. De overgebleven projecten zijn per dorp door de bewoners, bedrijven en dorpsbelangen geprioriteerd op wat zij belangrijk vinden. Hierbij konden per dorp voor ca. 7 miljoen aan projecten worden geselecteerd. Het gebiedsproces rondom de Eemshaven heeft plaatsgevonden onder begeleiding van de gemeente Het Hogeland en zal in ieder geval door de gemeente worden voortgezet tot het moment waarop het ontzorgingsteam het stokje overneemt.

Vanaf nu zullen, gelet op de strakke doorlooptijden, projecten alvast meer kunnen worden uitgediept en voorbereid om de datum van 31 maart 2026 te halen (uiterste datum waarop de middelen verplicht moeten zijn). Op het moment dat het ontzorgingsteam aantreedt, wordt gekeken of het wenselijk is vanuit de bewoners een klankbordgroep op te richten. In de klankbordgroep zitten afgevaardigden van de in het focusgebied gelegen kernen. De groep vormt de spreekbuis voor de gekozen gebieden en kunnen gevraagd en ongevraagd advies uitbrengen aan het ontzorgingsteam. Waterschap Noorderzijlvest was één van de betrokken organisaties bij de totstandkoming van dit Regioplan. In de eerste tranche van de SPUK zullen naar waarschijnlijkheid echter geen gebiedsinvesteringen worden voorgedragen die vallen binnen de verantwoordelijkheid van het waterschap. Zij hebben derhalve vooralsnog geen directe rol in de governance. Wel kan het zijn dat zij bijvoorbeeld betrokken raken als vergunningverlener. In de tweede tranche van de SPUK zijn wel projecten van het waterschap voorzien.

5.2

Regionale financieringsconstructie(s)

De middelen die beschikbaar komen voor de gebiedsinvesteringen aanlanding netten op zee Eemshaven worden uitgezet middels subsidies en leningen. De aanpak verschilt per doelgroep. Doelgroep

Instrument

Regeling

Uitvoering

Natuurlijke personen

Subsidie in natura

Nader uit te werken subsidieregeling

SNN

Decentrale overheid

Subsidie

Kaderverordening subsidies provincie Groningen 2017 Algemene subsidieverordening provincie Fryslân Subsidieverordening gebiedsinvesteringen Groningen Eventueel Subsidieverordening gebiedsinvesteringen Fryslân Investeringsreglement gebiedsinvesteringen

Provincie Groningen

Organisaties

Subsidie

Lening

Provincie Fryslan SNN SNN Fonds Nieuwe Doen

24

De Groningse versie van de subsidieregeling voor organisaties en het vigerende investeringsreglement van Fonds Nieuwe Doen zijn als bijlage bij dit regioplan gevoegd. Bij de uitzet van middelen voor de gebiedsinvesteringen zal de focus primair liggen op de subsidieverlening. Voor projecten van organisaties die een terugverdiencapaciteit hebben, wordt gedacht aan het instrument leningen (zie voorbeeld in kader op volgende bladzijde). Daarnaast kan bijvoorbeeld een combinatie van een subsidie en een lening voorkomen waarbij de onrendabele top wordt gesubsidieerd en de rest van het investeringsbedrag wordt toegekend middels een lening. De combinatie van subsidie en lening kan het ook mogelijk maken in gevallen, waarbij omwille van de staatssteunregels 100% subsidiëren niet kan, binnen diezelfde staatssteunregels toch 100% van de investering te dekken middels een subsidie en een lening. Immers bij (transparante) leningen geldt niet het leenbedrag, maar het genoten rentevoordeel geldt als steunbedrag dat in de staatssteuntoets moet worden meegewogen. Voorbeeld: Eén van de voorgenomen te ondersteunen gebiedsinvesteringen betreft de realisatie van een Gezondsheidsplein in Uithuizermeeden teneinde de eerstelijnszorg in het gebied te kunnen behouden. De huisartsen willen niet zelf investeren in vastgoed, maar zijn wel bereid om te huren.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Schiermonnikoog&id=433352be-f537-4551-8575-ac66013ae7a9