CConstaterende datSchiermonnikoog
Koppel je AI →
Document · PDF

B&W 02-02 - bijl.1 - U&H-beleid Schiermonnikoog 2026-2029

Raadsvergadering 21 april 2026, gemeente SchiermonnikoogBij agendapunt: Ingekomen Stukken19.663 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

21

17-3-2026

U&H-beleid 2026-2029

Gemeente Schiermonnikoog

Er zijn ook situaties waarbij er formeel sprake is van een overtreding, er geen gelijkwaardige oplossing is, maar waarbij de illegale situatie in principe wel vergunbaar is. In dat geval wordt de overtreder uitgenodigd om een vergunningaanvraag in te dienen. Is dat niet aan de orde maar is de overtreder wel bereid de schade te herstellen, dan worden daar afspraken over gemaakt en termijnen voorgesteld. Daarbij kan de gemeente toch een sanctie opleggen als ‘stok achter de deur’. Die wordt pas geëffectueerd als de gemaakte afspraken niet zijn nagekomen. Als een overtreding een acuut gevaar met zich meebrengt, er onherstelbare schade is aangericht, er sprake is van recidive (herhaalde overtreding) of niet meewerken aan herstelafspraken, treedt de gemeente altijd handhavend op. Bij onherstelbare schade (monument, landschap) doet de gemeente aangifte bij de politie en/of legt zelf een bestuurlijke boete op. Bij bouwwerken die onder gevolgklasse 1 vallen treedt de gemeente handhavend op bij: Het ontbreken van een bouwmelding bij bouwwerken in Gevolgklasse 1; -

Bouwen zonder of met onbevoegde kwaliteitsborger of niet toegestaan instrument;

-

Een onvolledig borgingsplan of risicomatrix;

-

Wijzigingen aan het bouwwerk waardoor het niet meer in Gevolgklasse 1 valt;

-

Constatering van kwaliteitsborger, waardoor kwaliteitsborger geen verklaring kan afgeven.

Bij het opleggen van een sanctie volgt de gemeente de landelijke leidraad voor het bepalen van de hoogte van dwangsommen en begunstigingstermijnen. De gemeente stelt ook prioriteiten in de handhaving. In lijn met de toetsingskaders voor de vergunningverlening en het toezicht heeft handhaving van ernstige risico’s voor de constructieve veiligheid, de brandveiligheid, strijdig gebruik of (onherstelbare) schade aan een monument hoge prioriteit. Een lage prioriteit wordt gegeven aan administratieve overtredingen en overtredingen met zeer klein risico of zeer beperkte schade. Verzwarende omstandigheden kunnen wel zijn het hebben begaan van overtredingen in het verleden en klachten mediaaandacht en/of handhavingsverzoeken. Als de gemeente zelf of een andere overheid in overtreding is (constructie, brandveiligheid, gebruik, welstand) wordt dezelfde lijn gevolgd als hiervoor beschreven. Op het gebied van alcohol en drugs dient de gemeente over een preventie- en handhavingsplan (P&H-plan) te beschikken. In bijlage 4 is de handhavingsstrategie nader beschreven.

5.5

Afzien van handhaving

In zeer uitzonderlijke situaties kan de gemeente afzien van handhaving en de overtreding gedogen. Dat is altijd aan een termijn gebonden en niet langer dan strikt genomen noodzakelijk. Conform het landelijke beleidskader gedogen (Gedogen in Nederland, 1996) hanteert de gemeente daarbij de volgende lijn: -

De activiteit is verantwoord uit het oogpunt van bescherming van de fysieke leefomgeving;

-

Er bestaat concreet uitzicht op legalisatie van de activiteit; Een ontvankelijke vergunningaanvraag is ingediend én een voorlopige inschatting is gemaakt waaruit blijkt dat de activiteit vergunbaar is, indien vooruitlopend op besluitvorming over vergunningverlening wordt afgezien van handhaving;

-

Er dient sprake te zijn van bijzondere omstandigheden die afzien van handhaving in het concrete geval rechtvaardigen.

22

17-3-2026

U&H-beleid 2026-2029

Gemeente Schiermonnikoog

De gemeente gedoogt niet als er sprake is van herhaalde overtredingen en/of calculerend gedrag, er sprake is van strijdigheid met andere wet- en regelgeving, als er gebouwd is zonder of in afwijking van de vergunning (die niet legaliseerbaar is) of belangen van derden zwaarder wegen dan het belang van de initiatiefnemer. Als de gemeente een situatie gedoogt, gebeurt dat uitdrukkelijk en schriftelijk, wordt het gedogen beperkt in omvang en tijd, is sprake van een zorgvuldige kenbare belangenafweging en vindt er controle plaats op het naleven van de afspraken.

23

17-3-2026

U&H-beleid 2026-2029

Gemeente Schiermonnikoog

6 Organisatie en kwaliteitsborging Het is belangrijk dat de kwaliteit van de organisatie en uitvoering van de VTH-taken is geborgd. Dit is een wettelijke eis en vastgelegd in de ‘Verordening uitvoering en handhaving omgevingsrecht gemeente Schiermonnikoog’ die in 2024 door de gemeenteraad is vastgesteld4. In dit hoofdstuk staat samengevat hoe de organisatie en kwaliteitsborging eruitzien.

6.1

Organisatie en samenwerking

De verantwoordelijkheid voor de beleidsvoorbereiding, uitvoering en bestuurlijke rapportage en evaluatie van de VTH-taken ligt bij het team ‘Gebruik Ruimte, Milieu en Energie’. De personele en formatieve opbouw is als volgt, hierbij wordt uitgegaan van structurele inzet: Aantal medewerkers

Formatie

Teamleider

1

0,45 fte

Gebiedsregisseur senior RO

1

1 fte

Vergunningverlener/gebiedsregisseur

1

1 fte

Toezichthouder

1

0,2 fte

Beleidsmedewerker OOV

1

1,0 fte

Handhavingsjurist

1

1,0 fte

1

0,25 fte

Vacant

0,75 fte

Functie

Handhaving Handhaving oneigenlijk gebruik Totaal

5,65 fte

Bij de uitvoering van de VTH-taken werkt de gemeente samen met verschillende externe partners. -

Veiligheidsregio Fryslân: De brandweer voert voor de gemeente de toetsing en het toezicht op brandveiligheid uit alleen als zij regelgericht getoetst hebben, evenals de risicogerichte en/of regelgerichte advisering ten aanzien van brandveiligheid bij bouwaanvragen volgens hun eigen opgestelde risico matrix. Daarnaast wordt samen met de brandweer ingestoken op preventie, dat wil zeggen het geven van voorlichting. Op het eiland is er een vrijwillige brandweer en het ondersteuningspeloton t.b.v. de brandweer

-

aanwezig. Zij vormen een belangrijk actor in de eerste inzet op het eiland bij een calamiteit. De FUMO: De omgevingsdienst voert voor de gemeente de VTH-taken op het gebied van milieu uit en de

-

omgevingsdienst voorziet de gemeente waar nodig met specialistisch (milieu)advies. Wetterskip Fryslân: Voor specifieke werkzaamheden en activiteiten is een vergunning nodig van het Wetterskip. Bij een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) met een waterbelang heeft deze organisatie een adviesrol.

-

Politie en het Openbaar Ministerie: partner als het gaat om de strafrechtelijke handhaving. De provincie Fryslân: adviseur en verlener van toestemming/ instemming waar het gaat om vergunningen voor activiteiten in een natuurbeschermingsgebied (en er mogelijk ook een vergunningplicht is vanuit de provincie).

4

https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR696985/1

24

17-3-2026

-

U&H-beleid 2026-2029

Gemeente Schiermonnikoog

Rijksdienst voor cultureel erfgoed (RCE): Adviseur bij vergunningaanvragen die betrekking hebben op rijksmonumenten.

6.2

VTH-beleids- en uitvoeringscyclus

De uitvoering wordt geborgd via de VTH-beleidscyclus. Het voorliggende U&H-beleid is daarbij het kader voor de periode 2026-2029. De prioriteiten en doelstellingen worden jaarlijks vertaald in een uitvoeringsprogramma met een meerjarendoorkijk en met nadere concretisering van de doelstellingen voor dat jaar: wat moet in dat jaar worden bereikt of gerealiseerd? Daarbij wordt ook steeds gekeken of risico’s veranderd zijn of dat er voor de inzet van VTH belangrijke ontwikkelingen zijn. De prioriteiten in de uitvoering worden daarbij afgestemd op de beschikbare en benodigde capaciteit en deskundigheid.

Monitoring en bijsturing De uitvoering wordt gemonitord. Op basis daarvan wordt de uitvoering waar nodig bijgestuurd en worden geëvalueerd. De inzet is om naast de uitvoering ook de realisatie van de (jaarlijkse) doelstellingen te monitoren. Voor de ambities uit het U&H-beleid en de concrete doelstellingen in het uitvoeringsprogramma worden indicatoren ontwikkeld en waar nodig periodiek geactualiseerd. Op deze manier kan de realisatie van de ambities worden gemonitord, de inzet waar nodig worden bijgestuurd en bevindingen uit de uitvoering terug worden gekoppeld naar beleid. Voor de uitvoeringsstrategie en operationele doelen in het uitvoeringsprogramma worden kritische prestatie-indicatoren (KPI’s) opgesteld om te kunnen sturen op prestaties.

Bestuurlijke terugkoppeling De monitoring vindt niet alleen plaats op bedrijfsvoering (inzet, kwaliteit diensten en uitvoering) maar ook op de resultaten, mede in het licht van de doelstellingen. Hierover wordt jaarlijks (jaarverslag) en tussentijds, inclusief bijzonderheden, gerapporteerd aan het college en (minimaal) jaarlijks aan de raad via het jaarverslag. Waar nodig wordt de raad tussentijds geïnformeerd aan de hand van raadsinformatiebrieven. Bij de (tussentijdse) rapportages worden de rapportages van de FUMO en de Veiligheidsregio meegenomen. Het jaarverslag en het uitvoeringsprogramma sluiten qua opzet aan bij het U&H-beleid 2026-2029.

6.3

Kwaliteitsborging

De kwaliteit van de organisatie en daarmee de uitvoering wordt geborgd door: Horizontaal toezicht door de gemeenteraad op het voldoen aan de kwaliteitscriteria op basis van de Verordening uitvoering en handhaving omgevingsrecht gemeente Schiermonnikoog (2024)’; -

Duidelijk interne en externe rolverdeling en toebedeling van verantwoordelijkheden;

-

Functiescheiding tussen onder andere vergunningverlening en toezicht, toezicht in de bouw- en gebruiksfase, vergunningverlening/advisering en handhaving en waar nodig functieroulatie;

25

17-3-2026

U&H-beleid 2026-2029

Gemeente Schiermonnikoog

-

Beleids- en uitvoeringscyclus implementeren

-

Bereikbaarheid en beschikbaarheid van medewerkers door middel van piketdiensten;

-

Jaarlijkse toetsing aan het voldoen aan de kwaliteitscriteria (en waar nodig actie ondernemen);

-

Het permanent op peil houden van de vakkennis;

-

Continuïteit in de organisatie;

-

Zorgen voor de benodigde financiële middelen, vastgelegd in de (meerjaren) begroting.

26

17-3-2026

U&H-beleid 2026-2029

Gemeente Schiermonnikoog

BIJLAGEN

27

17-3-2026

U&H-beleid 2026-2029

Gemeente Schiermonnikoog

Bijlage 1: Risico- en omgevingsanalyse Methode van risicoanalyse Deze UHS bevat de methode voor de risicoanalyse die resulteert in een prioritering. De risicoanalyse wordt periodiek doorlopen en deze UHS wordt bijgesteld indien er veranderende uitkomsten zijn. De reden voor het periodiek doorlopen van de risicoanalyse is omdat het VTH-taakveld dynamisch is, waarbij de dynamiek voornamelijk zit in: ▪ De variatie in activiteiten; ▪ De ontwikkelingen/veranderingen in de samenleving; ▪ De mate van naleefgedrag; ▪ Veranderende landelijke wet- en regelgeving; ▪ Regionaal en gemeentelijk beleid dat invloed heeft op VTH-taken. De risicoanalyse is gebaseerd op de methode die uitgaat van het effect van activiteiten en de kans dat de effecten zich voordoen. Op basis van de ‘Kans en Effect’ benadering volgt een risicoscore voor activiteiten. Op basis van de risicoscore zijn de prioriteiten en vervolgens de doelen en inzet van VTH-instrumenten bepaald. Kans die we invullen van 1 (komt niet voor/zeer goed naleefgedrag) tot 5 (komt heel vaak voor/zeer slecht naleefgedrag) Dit is de totaalscore voor het effect op een schaal van 0-5

Dit zijn de effecttypen waarop we de risicoscore invullen van 0 (geen risico) tot 5 (hoog risico)

Risicoanalyse Alphen aan den Rijn Activiteiten

Kans

Effectscores V e ilig

Gezond

Lee fbaar

Duurzaam

Natuur

Cultuur

Ge midde ld Bestuurlijk Effe ct

Financieel

2

1

Sco re Risico Totaal catego rie

GEBIED Activiteiten

1

2

3

4

5

4

3

2

score

1

laag

Activiteiten

1

2

3

4

5

4

3

2

score

2

gemiddeld

Activiteiten

1

2

3

4

5

4

3

2

score

3

hoog

Hier staan alle activiteiten of ongewenst gedrag

Totaalscore is Effect x Kans. We kunnen ‘Effect’ en ‘Kans’ wegen, dat is nu gedaan als 2:1. Ervaring is dat ‘kans’ anders te grote invloed heeft

De eindscore

Onderstaand is de methode toegelicht:

De risicoanalyse bevat acht typen effecten die zorgen voor een volledige en evenwichtige bepaling van de risico’s van de activiteiten. Elke activiteit krijgt een score op de effecttypen en op de kans. Voor elke activiteit is het gemiddelde effect bepaald en vermenigvuldigd met de kans. Dit geeft de risicoscore. De risicoanalyse (zie bijlage A) leidt tot de risicoscore per activiteit.

28

17-3-2026

U&H-beleid 2026-2029

Gemeente Schiermonnikoog

Scores van effecten We maken onderscheid in acht typen effecten: Effect

Typering

Voorbeeldomschrijving

Veiligheid

persoonlijk en lichamelijk letsel

instortingsgevaar, explosie, brandoverslag, vluchtbeperkingen

Gezondheid

verslechterde gezondheid en welbevinden

bodem- en luchtverontreiniging, ventilatie, waterkwaliteit, lichttoetreding

Leefbaarheid

verslechterde kwaliteit van leefomgeving

geluidsoverlast, trillingen, geurhinder, lichthinder

Duurzaamheid

uitputting van natuurlijke bronnen en milieukwaliteit op (lange) termijn

bovenmatig energieverbruik, grondstofverbruik, uitstoot

Natuur

negatieve gevolgen voor flora- en faunasoorten en natuurgebieden

stikstofuitstoot, verstoren leefklimaat, verstening

Cultuurhistorie

aantasting van archeologische en monumentale waarden

sloop en verbouwing van monumenten, grondwerkzaamheden in archeologisch waardevol gebied

Financieel

financiële gevolgen voor de samenleving

opruim- en herstelkosten bij (asbest)branden, bodemsaneringen, illegaal gebruik van gemeentegrond, concurrentievervalsing

Bestuurlijk

risico’s voor het openbaar bestuur

imagoschade, negatieve publiciteit en afnemend vertrouwen in de overheid, rechtsongelijkheid

Voor ieder van de activiteiten is het effect op bovenstaande typen bepaald: Score

Omschrijving

Toelichting

0

Niet

Geen effect

1

Beperkt

Tijdelijke hinder, van voorbijgaande aard, herstelbaar, van beperkte lokale invloed

3

Gemiddeld

Effecten, maar niet in zeer belangrijke mate, kans op persoonlijk letsel

5

Groot

Ernstige hinder, bedreiging volksgezondheid onomkeerbare schade aan natuur en milieu, grove aantasting stadsschoon

29

17-3-2026

U&H-beleid 2026-2029

Gemeente Schiermonnikoog

Score van kans Op basis van registratiegegevens én ervaringen van de medewerkers is de kans bepaald dat de negatieve effecten bij de activiteiten zich voordoen. Daarbij is de volgende score gehanteerd: Score

Omschrijving

1

Zeer goed naleefgedrag

2

Goed naleefgedrag

3

Gemiddeld naleefgedrag

4

Slecht naleefgedrag

5

Zeer slecht naleefgedrag

Score totaal De score totaal is berekend door 2x het gemiddelde effect te vermenigvuldigen met de kans. De risicocategorie is bepaald op basis van de score totaal. ▪ Score totaal < 14 = laag ▪ Score totaal 14-20 = middel ▪ Score totaal > 20 = hoog

30

17-3-2026

U&H-beleid 2026-2029

Gemeente Schiermonnikoog

Risicoanalyse

*Nb. In de uitwerking van de doelstellingen zijn de onderwerpen: strijdig gebruik van een pand, illegale bewoning door arbeidsmigranten en niet toegestane bedrijfsactiviteiten verwerkt onder prioriteit 1 ‘strijdig gebruik van woningen’. Deze activiteiten bleken tijdens de bespreking alle drie plaats te vinden in relatie tot strijdig gebruik van woningen.

31

17-3-2026

U&H-beleid 2026-2029

Gemeente Schiermonnikoog

32

17-3-2026

U&H-beleid 2026-2029

Gemeente Schiermonnikoog

Bijlage 2: Uitvoeringskaders Uitvoeringskader preventie Bij preventie gaat het om het van nature nakomen van regels over leefbaarheid, veiligheid en duurzaamheid. Door vooraf te investeren in inzicht en duidelijkheid van regels, kan een deel van de overtredingen door inwoners en ondernemers worden voorkomen. Het betreft vooral overtredingen die door goedwillende en onbewuste overtreders worden gemaakt. We zetten op verschillende manieren in op preventie.

Zorgen voor voldoende zicht op zaken Inzicht in wat er speelt in de gemeente is nodig om risico’s (tijdig) te signaleren en eventueel weg te nemen. Het inzicht kan ook duidelijk maken of er beleidskeuzes moeten worden gemaakt. Dit doen we door: -

Het goed organiseren van de ‘oor- en oogfunctie, ook van de brandweer, Wetterskip, provincie, Natuurmonumenten, netbeheerders en de FUMO. Dat wil zeggen dat de verschillende toezichthouders niet alleen naar hun eigen taakgebied kijken, maar ook alert zijn op signalen die voor een andere toezichthouder relevant kunnen zijn: strijdig gebruik, brandveiligheid, ondermijning etc. Of door periodiek een ‘schouw’ te houden op bedrijfsterreinen of in het buitengebied (mogelijk onder regie van OOV); vroeg signalering is belangrijk om te voorkomen dat schade kan ontstaan of er handhavend moet worden opgetreden;

-

Samenwerking zoeken, bijvoorbeeld op bedrijfsterreinen waar het gaat om het terugdringen van overlast of strijdig gebruik (keurmerk veilig ondernemen, KVO).

Voorlichting Goede voorlichting kan voorkomen dat overtredingen ontstaan uit een gebrek aan informatie en kennis. Inwoners en ondernemers worden daarom geïnformeerd over bijvoorbeeld (verandering in) landelijke en lokale wet- en regelgeving, indieningsvereisten en werkwijze van de gemeente. De gemeente onderscheidt verschillende vormen van voorlichting: -

Voorlichting gericht op bekendheid met de regels en mogelijkheden; Voorlichting gericht op informatie over steun die een initiatiefnemer kan krijgen, bijvoorbeeld over

-

provinciale of landelijke subsidiemogelijkheden bij het renoveren van een monument; Voorlichting gericht op een vergroting van het bewustzijn van bijvoorbeeld brandveiligheidsrisico’s (inwoners) of ondermijningsrisico’s (ondernemers).

De voorlichting vindt plaats via de website en wordt in gedoseerde vormgegeven bij het vooroverleg, bij het aanvragen van een vergunning of tijdens het toezicht. Bij behoefte aan meer inhoudelijk (of juridisch) advies wordt de initiatiefnemer erop gewezen daarvoor contact op te nemen met marktpartijen.

33

17-3-2026

U&H-beleid 2026-2029

Gemeente Schiermonnikoog

Beoordeling van vooroverleg De gemeente stuurt zoveel mogelijk aan op een vooroverleg. Daarbij wordt de wenselijkheid en haalbaarheid van een initiatief beoordeeld aan de hand van het omgevingsplan en welstandsnota en andere aspecten die specifiek worden gevraagd. Bij een positief oordeel wordt de initiatiefnemer gevraagd een formele aanvraag in te dienen voor een omgevingsvergunning of voor het wijzigen van het omgevingsplan, en wordt gewezen op welke activiteiten nog meer nodig zijn om het project te realiseren. Dan vindt de formele beoordeling plaats (Omgevingswet, omgevingsplan, Bbl, Bkl e.a.). Op deze wijze weet een initiatiefnemer snel of het initiatief in principe mogelijk is, zonder dat deze aanzienlijke kosten heeft moeten maken voor tekeningen en berekeningen. Het scheelt ook de gemeente veel tijd. Een positief besluit over een vooroverleg is echter nog geen garantie dat de vergunning uiteindelijk ook verleend kan worden. Bemiddeling Bemiddeling kan op verschillende manieren een rol spelen bij de bevordering van het naleefgedrag en het voorkomen van handhavingssituaties. Bij de vergunningprocedure gaat het om de participatieplicht voor de initiatiefnemer. Die moet de omgeving informeren over/betrekken bij het initiatief. De gemeente kan daarbij eventueel een bemiddelende rol spelen. Bemiddeling kan ook worden ingezet bij zienswijzen en bezwaar tegen besluiten.

De initiatiefnemer kan met participatie zorgdragen voor voldoende draagvlak voor z’n initiatief. Of bemiddeling wordt aangeboden daar waar klachten of conflicten zijn of dreigen rond een initiatief of activiteit. Als er maatschappelijke weerstand tegen activiteiten bestaat of veel overlast is, maar geen wettelijke grondslag is om te sanctioneren (dan wel er formeel geen overtreding is) of een vergunning te weigeren, kan de gemeente bemiddeling inzetten om toekomstige klachten en handhavingsverzoeken te voorkomen. Bemiddeling levert vooral een bijdrage aan de verbetering van een initiatief in samenspraak met de omgeving en van de context waarbinnen het naleefgedrag tot stand moet komen. De gemeente neemt in beginsel een neutrale positie in het ‘conflict’ door te proberen de partijen bij elkaar te brengen. Per situatie zal de gemeente kijken wie de rol van bemiddelaar het beste op zich kan nemen; dat kan ook een gemeentelijke medewerker uit een ander team zijn.

34

17-3-2026

U&H-beleid 2026-2029

Gemeente Schiermonnikoog

Uitvoeringskader vergunningverlening Uitgangspunten Vergunningverlening levert een bijdrage aan het verbeteren en handhaven van de kwaliteit van de fysieke leefomgeving. Voor het bepalen van de acceptabele kwaliteit worden de verschillende belangen tussen de voorgenomen activiteiten en de gevolgen voor de fysieke leefomgeving zorgvuldig afgewogen. Uitgangspunten daarbij zijn: -

Initiatiefnemers zijn verantwoordelijk voor het indienen van goede en volledige (conform indieningsvereisten) aanvragen/meldingen. De gemeente houdt zich bij de taakuitvoering aan de algemene beginselen van behoorlijk bestuur, zoals het zorgvuldigheidsbeginsel, het rechtszekerheidsbeginsel, het vertrouwensbeginsel en het gelijkheidsbeginsel;

-

Vergunningen zijn afgestemd op de geldende wet- en regelgeving (landelijk, provinciaal en lokaal) alsmede op lokaal en provinciaal beleid;

-

Vergunningen zijn afgestemd op landelijke standaarden (zoals de LRSO, de Landelijke Redactie voor Standaardteksten voor de Omgevingsvergunning), op gangbare en beproefde methodieken en op een

-

regionale standaard; Vergunningen zijn goed te begrijpen (‘duidelijke taal’), uitvoerbaar, naleefbaar en handhaafbaar;

-

Besluiten op vergunningaanvragen worden tijdig genomen, conform de wettelijke termijnen of eigen streeftermijnen;

-

Het uitvoeringsproces is voorspelbaar, transparant, juridisch juist en achteraf verifieerbaar; In de gevallen dat vergunningen of besluiten integraal zijn worden de verschillende aspecten en wetten op

-

samenhangende wijze behandeld; Er vindt afstemming, coördinatie of contact plaats met andere bestuurs- of adviesorganen of belanghebbende derden.

De gemeente heeft de taak om de verschillende aspecten van een aanvraag integraal te beoordelen. Goed vooroverleg met de aanvrager is daarbij van belang. De medewerkers binnen de gemeente Schiermonnikoog hebben korte lijnen en overleggen met elkaar. Daarnaast wijst men, vanuit de informatieplicht, op alle toestemmingen die nodig zijn en zijn er structuren aanwezig binnen de gemeente voor een bouwplanoverleg waarin zaken worden besproken.

Behandeling vooroverleg Het beleid van de gemeente is erop gericht dat een initiatiefnemer start met een vooroverleg indient alvorens een (concept)aanvraag in te dienen. Bij een vooroverleg gaat het alleen om de vraag of de beoogde (bouw)activiteit wenselijk is. Dit afgemeten aan het omgevingsplan, welstandsnota en het gemeentelijke beleid (dat mogelijk vooruitloopt op het omgevingsplan). Bij een positief besluit (wat ook kan inhouden dat er een BOPA-procedure moet worden gevolgd) wordt de initiatiefnemer uitgenodigd om een (concept)aanvraag in te dienen. Bij de behandeling van de (concept)aanvraag wordt ook de haalbaarheid beoordeeld. Het voordeel van het vooroverleg is dat de initiatiefnemer niet eerst (grote) kosten moet maken voor bijvoorbeeld tekeningen en constructieberekeningen. Dat is pas aan de orde na een positief besluit op het vooroverleg. Deze werkwijze bespaart ook de gemeente werk.

35

17-3-2026

U&H-beleid 2026-2029

Gemeente Schiermonnikoog

Hoofdproces aanvraag Het hoofdproces voor het beslissen op een vergunningaanvraag en het beoordelen van een melding volgt op hoofdlijnen onderstaande stappen. Daarbij wordt de wettelijke procedure zoals vastgelegd in de Awb en de Omgevingswet gevolgd: 1.

Inboeken, registreren en eventueel digitaliseren van de aanvraag;

2. 3.

Registeren aanvraag in (behandelstappen en documenten); Sturen ontvangstbevestiging;

4.

Vergunningverlener beoordeelt: Bevoegd gezag;

5.

-

Uitgebreide of reguliere procedure; Meervoudige of enkelvoudige aanvraag;

-

Publiceren aanvragen en (concept)beschikkingen; Overzicht bewaken over lopende procedures en de voortgang.

De vergunningverlener is verantwoordelijk voor het afhandelen van de aanvraag: Een ontvankelijkheidtoets op basis van indieningsvereisten en samenloop met meldingen; -

Een (vak)inhoudelijke toets aan alle relevante beoordelingskaders; Uitzetten bij interne- en externe adviseurs;

-

Bewaken van de termijn; Aanspreekpunt voor de aanvrager;

-

Opstellen (concept)beschikking; Registratie (behandelstappen en documenten).

6.

Archiveren beschikkingen (analoog en/of digitaal). Een afschrift van de beschikking en/of melding, wordt verstuurd aan alle adviserende externe adviseurs in verband met toezicht en handhaving op die beschikking.

7.

Mogelijk zienswijze, bezwaar, beroep en hoger beroep, eventueel gecombineerd met een voorlopige voorziening. Dit wordt gedaan door de vak jurist

Bibob-toets In sommige gevallen wordt een Bibob-toets uitgevoerd: een onderzoek naar de integriteit van de aanvrager. Dit gebeurt als er in het voortraject of na ontvangst van de aanvraag signalen zijn (vanuit de gemeente zelf, de politie, het OM, de FUMO etc.) dat het risico bestaat dat de gemeente onbedoeld criminele activiteiten faciliteert. Op basis waarvan de gemeente besluit een Bibob-toets uit te voeren is vastgelegd in de ‘Beleidsregel voor de toepassing van de Wet Bibob. Een positieve uitkomst van een Bibob-toets is een grondslag om een vergunning te weigeren. Aan elke vergunning aanvraag onder de omgevingswet wordt een lichte toets uitgevoerd. Op basis van deze toets wordt bepaald of een diepgaander onderzoek noodzakelijk is Het uitvoeren van Bibob-toetsen maakt onderdeel uit van het integraal veiligheidsbeleid van de gemeente.

Vergunningaanvragen worden digitaal verwerkt. Ze komen digitaal binnen of worden – bij indiening op papier – gedigitaliseerd. Afhankelijk van de aard van de aanvraag wordt een behandelaar aangewezen. De processtappen en verantwoordelijkheden zijn vastgelegd in het zaaksysteem Mozard. De meest voorkomende correspondentie, beschikkingen, adviezen en vergunningvoorschriften zijn gestandaardiseerd.

36

17-3-2026

U&H-beleid 2026-2029

Gemeente Schiermonnikoog

Beoordelen ontvankelijkheid De afhandelingstermijn voor de aanvragen maakt het noodzakelijk om de nodige aandacht te geven aan de toets op ontvankelijkheid. Een goede en inhoudelijk juiste beoordeling van aanvragen is alleen dan mogelijk, wanneer de vereiste stukken aanwezig zijn. Bij alle aanvragen voor een omgevingsvergunning vindt een volledige ontvankelijkheidstoets plaats. De richtlijn is dat binnen vier weken na ontvangst van de aanvraag schriftelijk aanvullende gegevens worden gevraagd. Als de gevraagde stukken ontbreken, niet op tijd of onvolledig zijn, blijft de aanvraag buiten behandeling. De aanvrager kan daartegen bezwaar aantekenen. Het ontvangen van een vergunning omgevingsplanactiviteit-bouwen betekend niet automatisch dat ook begonnen mag worden met bouwen. Mogelijk heeft de aanvrager ook een andere activiteit nodig zoals bijvoorbeeld een natuurvergunning of een technische vergunning. Waar mogelijk wordt de aanvrager bij het verlenen van een vergunning voor een bepaalde activiteit gewezen op het nodig hebben van andere toestemmingen of vergunningen voordat van deze vergunning gebruik gemaakt mag worden. Beoordelen van meldingen Bij ontvangst van meldingen, zoals voor brandveilig gebruik en sloop wordt beoordeeld of de melding compleet is en ontvangt de indiener een bevestiging zijnde een ‘bewijs van ontvangst’. Hiertegen kan de melder geen bezwaar indienen.

Soms is een aanvulling of concretisering op de algemeen geldende voorschriften (wetten, besluiten) nodig. Onder andere met het oog op het goed kunnen handhaven. Er worden dan maatwerkvoorschriften opgelegd of er wordt een gelijkwaardigheidsbesluit genomen (dat staat open voor bezwaar en beroep). Inwerkingtreden vergunning In artikel 16.79 van de Omgevingswet is de hoofdregel opgenomen over de inwerkingtreding van een omgevingsvergunning. Dat is namelijk in de reguliere procedure de dag na de dag waarop het besluit bekend is gemaakt. In enkele gevallen kan sprake zijn van uitgestelde inwerkingtreding. Uitgestelde inwerkingtreding is mogelijk bij activiteiten die kunnen leiden tot een wijziging van een bestaande toestand die niet kan worden hersteld (onomkeerbaarheid). Het betreft onder meer de activiteiten: -

Slopen in beschermd dorpsgezicht en op grond van ruimtelijke regels;

-

Wijzigingen aan (Rijks)monumenten; Kappen;

-

Aanleggen.

Het gaat er bij bovenstaande activiteiten om de onomkeerbare gevolgen te voorkomen en de betrokken (o.a. monumentale) waarden te beschermen. Als er in een specifiek geval, buiten bovenstaande, sprake is van een activiteit die kan leiden tot een wijziging van de bestaande toestand die niet kan worden hersteld, wordt dit in de vergunning opgenomen en gemotiveerd.

37

17-3-2026

U&H-beleid 2026-2029

Gemeente Schiermonnikoog

Intrekken van vergunningen Verleende vergunningen kunnen worden ingetrokken. Dit geldt bijvoorbeeld voor vergunningen voor werken die niet zijn gestart. Daarmee wordt voorkomen dat activiteiten gerealiseerd worden volgens verouderde normen in wetgeving of alternatieve ontwikkelingen worden geblokkeerd. De termijn waarbinnen de initiatiefnemer een voornemen tot intrekking ontvangt, is vastgelegd in de Omgevingswet. In de volgende gevallen wordt de vergunninghouder een nadere termijn gegund waarbinnen alsnog met de werkzaamheden moet zijn begonnen: -

De vergunninghouder kan gedocumenteerd (bijvoorbeeld geaccepteerde offerte van een bouwondernemer, facturen van bestelde bouwmaterialen en/of hiermee gelijk te stellen documenten) zijn intentie tot bouwen aantonen.

-

De vergunninghouder voert persoonlijke omstandigheden, zoals een sterfgeval in de familie, ziekte of onverwachte financiële omstandigheden, die tot uitstel van de bouwwerkzaamheden leiden.

Legaliseringsonderzoek In voorkomende gevallen wordt onderzocht of bij een (deels) illegale situatie legalisatie mogelijk is. Voor een legaliseringsonderzoek is de volgende procedure afgesproken: -

De toezichthouder heeft een overtreding geconstateerd;

-

De toezichthouder houdt contact met de overtreder. Die geeft aan dat een onderzoek tot legalisatie van de overtreding wordt gedaan en wordt getoetst aan het omgevingsplan en het Bbl;

-

Toezichthouder een stelt rapportage op en draagt die over aan de jurist handhaving; Als het niet passend is binnen het omgevingsplan wordt het verzoek voorgelegd aan vergunningverlener en/of beleidsmedewerker Ruimtelijke Ontwikkeling. Indien de uitkomst positief is kan vervolgens aangegeven of het vergund kan worden. Het ambtelijk advies wordt besproken met de wethouder;

-

De uitkomst daarvan neemt de jurist handhaving mee in de handhavingsprocedure en wordt de overtreder in de gelegenheid gesteld een vergunning aan te vragen;

-

Als die daaraan gehoor geeft, kan worden afgezien van handhavend optreden.

Zie verder ook bijlage 4, uitvoeringskader handhaving.

Beoordelingskader bouwtechnische activiteit Een vergunning voor de activiteit bouwen wordt alleen verleend als voldoende aannemelijk is dat het bouwplan voldoet aan de technische voorschriften. Hiermee stelt de wetgever duidelijk dat de gemeente bij het toetsen van de bouwaanvraag niet de verantwoordelijkheid overneemt van de vergunninghouder of de bouwende partij.

In het Besluit Bouwwerken Leefomgeving (Bbl) zijn voorschriften gegeven voor het bouwen van woningen en woongebouwen, woonwagens en standplaatsen, niet tot bewoning bestemde gebouwen en voor bouwwerken geen gebouwen zijnde. Het Bbl onderscheidt verschillende gebruiksfuncties. De voorschriften voor de verschillende bouwwerken zijn verdeeld in zes thema’s, te weten: veiligheid, gezondheid, duurzaamheid, bruikbaarheid, toegankelijkheid en bouwwerkinstallatie. Bij het verbouwen van een bouwwerk zijn de voorschriften voor nieuwbouw uitgangspunt, maar wel tot het van rechtensverkregen niveau. Wanneer deze ontbreekt, dan gelden de regels bij bestaande bouw.

38

17-3-2026

U&H-beleid 2026-2029

Gemeente Schiermonnikoog

Bij het wijzigen van het gebruik van bouwwerken gelden de regels voor bestaande bouw, tenzij er specifiek een ander niveau wordt aangegeven. Aanvragen worden allereerst getoetst aan de regels voor vergunning vrij bouwen. Aanvragen voor vergunning plichtige bouwwerken toetsen we, afhankelijk van de strekking van de aanvraag, na uitvoering van de ontvankelijkheidstoets achtereenvolgens aan de volgende onderdelen: -

Het omgevingsplan; De Verordenende regels voor de Fysieke leefomgeving;

-

De welstandsnota Het Bbl;

-

Het Bgbop; Eventueel aanvullende beleidsregels (zoals welstand en de huisvestingsverordening.);

-

Provinciale omgevingsverordening; Waterschapsverordening.

Als signalen daar aanleiding voor geven wordt ook een Bibob-onderzoek uitgevoerd.

Bouwtechnische toetsing De bouwtechnische regels zijn opgenomen in het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). Het is onmogelijk om alle voorschriften uitputtend te toetsen. Hiervoor ontbreken middelen en capaciteit. Bovendien vraagt niet elk bouwwerk om deze toetsing. Voor de technische toetsing van aanvragen omgevingsvergunning bouwen is het noodzakelijk tot een verantwoord kader te komen waarin we aannemelijk maken of aan de regelgeving wordt voldaan. Toets niveaus Deze intensiteit of zwaarte van de toets wordt weergegeven in zogenaamde toets niveaus. Bij de bouwtechnische toetsing worden verschillende toet niveaus gehanteerd, afhankelijk van de risicoklasse waarin een aanvraag wordt ingeschaald.

Toets niveau

Omschrijving

4. Integraal toetsen

Alles controleren. Gecontroleerd wordt of de uitgangspunten die zijn aangeleverd om het betreffende aspect te kunnen toetsen in de juiste vorm zijn. Van ieder te toetsen aspect wordt nagegaan of de uitgangspunten juist zijn en worden de uitkomsten gecontroleerd/nagerekend.

3. Representatief toetsen

Controle van de belangrijkste onderdelen. Gecontroleerd wordt of de uitgangspunten op de stukken die zijn aangeleverd om het betreffende aspect te kunnen toetsen in de juiste vorm zijn. Van ieder te toetsen aspect wordt nagegaan of de uitgangspunten juist zijn en of de uitkomsten plausibel zijn. De na te rekenen aspecten worden bepaald op basis van de resultaten van de visuele toets.

2. Visueel toetsen

Kloppen de uitgangspunten en lijken de uitkomsten aannemelijk? Gecontroleerd wordt of de uitgangspunten op de stukken die zijn aangeleverd om het betreffende aspect te kunnen toetsen in de juiste vorm zijn. Van ieder te toetsen aspect wordt nagegaan of de uitgangspunten juist zijn en of de uitkomsten plausibel zijn.

1. Uitgangspunten toetsen

Bevatten de stukken voldoende informatie over de uitgangspunten? Gecontroleerd wordt of de globale uitgangspunten op de stukken, die zijn aangeleverd om het desbetreffende aspect te

39

17-3-2026

U&H-beleid 2026-2029

Gemeente Schiermonnikoog

kunnen toetsen, in voldoende mate en in samenhang zijn weergeven. Als gegevens niet aanwezig zijn de ontvankelijkheidtermijn is verstreken zonder dat de gemeente hiervan melding heeft gegeven, dan kan de vergunning hier niet meer op worden aangehouden/geweigerd. S = Steekproef

Toetsing vindt plaats op basis van risicoafweging. Bijvoorbeeld of woning is gelegen in een buurt met hoge inbraakcijfers of er een verhoogde kans is op de aanwezigheid van ongedierte

0. Geen toets

Er vindt geen controle op het onderdeel plaats

De bouwtechnische toetsing geldt in ieder geval voor bouwwerken die (nog) niet onder de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen vallen. Bouwwerken die vallen onder GK1 worden door ons niet meer bouwtechnisch getoetst; wel blijft bij deze bouwwerken de toetsing aan het omgevingsplan. Bij bouwwerken die wel onder de Wkb vallen gebeurt de bouwtechnische toetsing, in opdracht van de initiatiefnemer, door een kwaliteitsborger. Deze stelt een borgingsplan op dat voorafgaand aan de start van de bouw ter beoordeling naar de gemeente wordt verzonden. Dit geldt ook voor een verklaring van de kwaliteitsborger na oplevering van de bouw.

40

17-3-2026

U&H-beleid 2026-2029

Gemeente Schiermonnikoog

Toets protocol De Vereniging Bouw en woningtoezicht (VBWTN) heeft een toetsprotocol opgesteld voor de beoordeling van vergunningaanvragen aan de hand van het Bbl (toetsprotocol LTB 2024). Hierin staat horizontaal de thema’s/aspecten uit het Bbl en verticaal de bouwtypen. Alhoewel bepaalde processen met dit toetsingsniveau worden geüniformeerd, kunnen specifieke (doorgaans risicovolle) bouwwerken om intensievere toetsing en toezicht vragen. Het toetsprotocol is apart uitgewerkt voor bestaande bouw (hoofdstuk 3 Bbl) en nieuwebouw (hoofdstuk 4 Bbl). Samengevat ziet het protocol er als volgt uit. Nieuwbouw detailoverzicht

41

17-3-2026

U&H-beleid 2026-2029

Gemeente Schiermonnikoog

Bestaande bouwdetailoverzicht

42

17-3-2026

U&H-beleid 2026-2029

Gemeente Schiermonnikoog

Verbouw detailoverzicht

De volledige en meest actuele versie van het protocol is te vinden op de website van de VBWTN (zie link). Als bij een aanvraag op basis van de risicomatrix een bouw- of sloopveiligheidsplan is vereist en deze ontbreekt (of als de risicomatrix zelf ontbreekt), dan wordt een verzoek om aanvulling gedaan. Als het om een melding gaat, kan deze worden geaccepteerd indien deze volledig is. Wanneer een melding onvolledig is, wordt deze geacht niet te zijn gedaan. Werkwijze bij bouwwerken onder de Wkb nieuwbouw gevolgklasse 1 Bij de beoordeling van het borgingsplan bekijkt de gemeente alleen of de wettelijke en lokalen eisen waaraan moet worden getoetst, ook allen zijn opgenomen (volledigheidstoets). De gereedmelding van een bouw onder de Wkb gebeurt op basis van het dossier dat de kwaliteitsborger aanreikt en de daarbij gevoegde verklaring. Dit moet twee weken voor ingebruikname plaatsvinden. Bij gebleken strijdigheid wordt gelegenheid geboden tot herstel of vindt afweging plaats of gebruik toch kan worden toegestaan. Het laatste gebeurt alleen als er een akkoord is op de veiligheidsrisico’s.

43

17-3-2026

U&H-beleid 2026-2029

Gemeente Schiermonnikoog

Beoordelingskader sloopwerkzaamheden Sloopactiviteiten vinden plaats bij verbouwing, uitbreiding of volledig sloop van objecten. Voor slopen geldt bij karakteristieke objecten (bij monumenten, in het beschermde dorpsgezicht en volgens het omgevingsplan) een vergunningplicht. Voor overige objecten geldt een meldingsplicht. De sloopmelding wordt voor het asbestdeel beoordeeld en gecontroleerd door de FUMO. Als er een sloopvergunning nodig is, worden de toets resultaten vertaald naar nadere voorwaarden in de vergunning. Bij sloop aan een monumentaal pand is (in de regel) ook een omgevingsvergunning nodig. Dat deel van het toezicht op de sloop ligt bij de gemeente.

Beoordelingskader brandveilig gebruik Belangrijke beleids- en uitvoeringskaders voor de brandveiligheid is het BBL, de handreiking Bluswater en Bereikbaarheid, het Besluit Brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen (Bgbop) en het format veiligheidsplan evenementen van de VNOG. Het toetsen van meldingen voor alle typen gebouwen in relatie tot brandveiligheid gebeurt op basis van een 100% toets aan wettelijke regelgeving. Alle meldingen brandveilig gebruik worden voor advies worden voorgelegd aan de brandweer. Voor niet-bouwwerken (‘bouwsels’), zoals tenten, podia, kermissen en overige plaatsen wordt getoetst aan het omgevingsplan (geen strijdigheid), het Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen (Bgbop) en de Verordende regels voor de Fysieke Leefomgeving.

Toetsing aan welstandseisen Als een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen aan het omgevingsplan voldoet, of duidelijk is dat de omgevingsvergunning voor het planologisch strijdig gebruik kan worden verleend, wordt het plan getoetst aan redelijke eisen van welstand. De toetsing vindt plaats aan de lokale welstandsvergadering waarbij de adviescommissie Omgevingskwaliteit om advies gevraagd kan worden. De overige plannen worden voorgelegd aan de Adviescommissie Omgevingskwaliteit Schiermonnikoog. Concreet houdt dit in dat het bouwplan moet voldoen aan de criteria die zijn opgenomen in de welstandsnota gemeente Schiermonnikoog 2014.

Beoordelingskader monumenten en archeologie De omgevingsvergunning voor monumenten vergt bijzondere aandacht om te voorkomen dat onomkeerbare schade wordt toegebracht aan gemeentelijk en rijks-cultuurhistorisch erfgoed. Dat wil zeggen monumenten en archeologische vindplaatsen. Bij een vooroverleg of (concept)aanvraag wordt getoetst aan de impact op de historische waarde (monumentwaarde), de architectonische waarde, de omgevingswaarde (impact op de omgeving) en het passen binnen het omgevingsplan. De adviescommissie Omgevingskwaliteit heeft een belangrijke adviesstem. Bij sloop en functiewijziging (in of bij rijksmonumenten) wordt ook de RCE om advies gevraagd. De beoordelingsgronden staat in het Bal.

44

17-3-2026

U&H-beleid 2026-2029

Gemeente Schiermonnikoog

Beoordelingskader milieu De behandeling van vergunningaanvragen voor milieubelastende activiteiten (Bal-MBA’s) en het toezicht daarop is belegd bij de FUMO. Om de samenwerking te stroomlijnen zijn samenwerkingsafspraken tussen de gemeente Schiermonnikoog en de FUMO en een mandaatregeling vastgelegd. Voor de diepgang van toetsing van meldingen en aanvragen voor milieuactiviteiten wordt verwezen naar de vergunningen(melding)strategie van de FUMO die in 2025 wordt opgesteld.

Beoordelingskader aanleg weg, kap, reclame en inritten Voor het realiseren van activiteiten die als wettelijke basis in de verordenende regels voor de leefomgeving zijn geregeld, vindt toetsing primair plaats op basis van de bepalingen daarin. Naast deze publiekrechtelijke toetsing, worden vaak ook privaatrechtelijke afspraken gemaakt als de activiteiten plaatsvinden op publieke gronden (bijvoorbeeld bij de aanleg van inritten). Bij aanvragen voor de aanleg van een weg of inritten (art 2:11 en 2:12 APV) vindt afstemming plaats met de wegbeheerders, het Wetterskip of de provincie en de adviseur verkeer van de gemeente. Van kappen kan sprake zijn als een boom of een houtopstand geveld wordt of als er zeer drastisch wordt gesnoeid, bijvoorbeeld het verwijderen van de kroon uit een boom. Bij aanvragen voor het kappen van bomen (kapverordening en bijbehorende beleidsregel 2011) vindt afstemming plaats met beleidsmedewerkers Groen van de gemeente.

Beoordelingskader evenementen Via de website kan een evenementenvergunning worden aangevraagd of een melding klein evenement worden gedaan. De website verwijst naar eventuele andere partijen zoals Natuurmonumenten of de provincie. Er wordt een draaiboek gevraagd bij het indienen van de melding of aanvraag. Dit wordt beoordeeld op de APV, waarbij een risico inschatting wordt gemaakt. Indien nodig wordt een advies vraag gesteld aan de hulpdiensten. Er worden ook voorwaarden opgesteld aan het evenementen. Als evenementen plaatsvinden in of met bouwsels, vindt de toetsing plaats van brandveiligheid en constructieve veiligheid zoals beschreven in het Bbl. De eventuele samenloop van evenementen (meerdere aanvragen voor eenzelfde moment) is een specifiek aandachtspunt. Dit ook met het oog op de eventuele inzet van hulpdiensten.

Beoordelingskader bodem, bouwstoffen en grondstromen Meldingen Besluit bodemkwaliteit worden getoetst aan de bodemkwaliteitskaart. Daarbij worden de volgende aspecten meegewogen: -

De kwaliteit van uitvoering (Kwalibo);

-

Bouwstoffen; Grond en baggerspecie.

Bouwstoffen die aan de bepalingen (generieke kwaliteitseisen) uit het Besluit bodemkwaliteit voldoen, mogen worden toegepast zonder nadere eisen aan de wijze van toepassing. Bouwstoffen die niet voldoen aan deze eisen kunnen (tot bepaalde grenzen) met isolerende maatregelen worden toegepast.

45

17-3-2026

U&H-beleid 2026-2029

Gemeente Schiermonnikoog

De kwaliteit van het partij grond of baggerspecie moet voldoen aan de toepassingseisen van het Besluit bodemkwaliteit. Bewijsmiddelen voor de kwaliteit van een partij grond zijn Bodemonderzoeken (partijkeuringen). Voor de verdere uitwerking zie de U&H-strategie van de FUMO.

Beoordelingskader natuurbescherming en flora en fauna Als een aanvraag voor een omgevingsvergunning de activiteit nadelige gevolgen kan hebben voor de aanwezige flora en fauna, dan wordt advies gevraagd bij Gedeputeerde Staten. Als deze toetsing plaatsvindt in het kader van een aanvraag, wordt het advies overgenomen in de beschikking.

Beoordelingskader ruimtelijke ordening Uitgangspunt is dat alle aanvragen integraal worden getoetst aan het omgevingsplan. Er moet sprake zijn van een ‘evenredige toedeling van functies aan locaties’ (ETFAL). Dat betekent dat er een balans moet zijn tussen verschillende functies die locaties binnen een gebied kunnen vervullen. Elk bouwplan wordt getoetst aan het omgevingsplan om te bekijken of er sprake is van strijdigheden met de planregels. Dit gebeurt op een grondige manier, waarbij specifieke kenmerken nauwkeurig worden nagemeten. Per ruimte wordt benoemd en gecontroleerd wat er op grond van de regels wel of niet mag. Als blijkt dat een aanvraag niet voldoet aan het geldende ruimtelijke plan, wordt beoordeeld of een afwijking of wijziging van het ruimtelijk plan mogelijk is.

Beleid voor afwijking van omgevingsplan Per 1-1-2024 zijn de bestemmingsplannen van rechtswege omgezet naar één omgevingsplan. Als een aangevraagde activiteit in strijd is met het omgevingsplan, spreken we van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA). Ingeval een activiteit in strijd is met het tijdelijk deel omgevingsplan (voorheen bestemmingsplan) wordt beoordeeld of alsnog een omgevingsvergunning kan worden afgegeven. Een gemeente kan ook in het omgevingsplan vergunningplichten opnemen: de binnenplanse omgevingsplanactiviteit. De procedure voor een binnenplanse omgevingsactiviteit (OPA) of buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) heeft als regel een standaard beslistermijn van 8 weken (die eenmalig met 6 weken kan worden verlengd).

46

17-3-2026

U&H-beleid 2026-2029

Gemeente Schiermonnikoog

Uitvoeringskader toezicht

De toezichtstrategie is gericht op het op eenzelfde wijze uitvoeren van toezicht in overeenkomstige gevallen. Het doel hiervan is tweeledig. Enerzijds het bereiken van transparantie, professionaliteit, rechtszekerheid en rechtsgelijkheid voor diegenen waarop het toezicht zich richt. Anderzijds het voorzien in een hoge mate van effectiviteit en efficiency, zodat zo hoog mogelijke maatschappelijke effecten tegen zo laag mogelijke inspanningen en kosten worden bereikt. Zodra een overtreding is geconstateerd, wordt overgegaan op een andere strategie: eventueel legaliseren, waarschuwen, sanctioneren of in uitzonderlijke gevallen gedogen. Het toezicht in het kader van de Omgevingswet wordt uitgevoerd door de FUMO voor wat betreft milieutaken en de brandweer voor wat betreft brandveiligheid. Aanleidingen voor het uitvoeren van controles Toezicht in de gemeente vindt plaats in het kader of naar aanleiding van: -

Het U&H-beleid en -uitvoeringsprogramma, waarin bestuurlijke prioriteiten en door de provincie gestelde aandachtsgebieden voor het interbestuurlijk toezicht zijn verwerkt;

-

Naar aanleiding van een verleende vergunning of ontvangen melding over de start van een activiteit; Specifieke thema’s of projecten;

-

Klachten, handhavingsverzoeken en ongewone voorvallen; Waarnemingen in het vrije veld (“oog en oor-functie”).

De prioriteiten in het toezicht zijn opgenomen in dit U&H-beleid. Deze worden jaarlijks in het uitvoeringsprogramma nader gespecificeerd of bijgesteld. Bijvoorbeeld op basis van nieuwe inzichten, ontwikkelingen (beleid, wetgeving, samenleving) of ervaringen uit het toezicht in het jaar ervoor. Vormen van toezicht Met het in werking treden van de Wet kwaliteitsborging (Wkb) verschuift de verantwoordelijkheid van het bouwtoezicht deels naar de initiatiefnemer. Dat wil zeggen dat gefaseerd de gemeente als toezichthouder op de bouwtechnische aspecten van bouwwerken terugtreedt en de initiatiefnemer een (gecertificeerde) ‘kwaliteitsborger’ moet aanstellen die de kwaliteit van het bouwwerk vastlegt in een rapport. Dit wordt met een ‘gereed melding’ naar de gemeente gestuurd, met als doel om het gebouw in gebruik te mogen nemen. Dit geldt (uiteindelijk) niet voor complexe bouwwerken, voor het toezicht op bouwactiviteiten bij monumenten en voor het toezicht op het gebruik (conform omgevingsplan). De gemeente blijft qua toezicht op de brandveiligheid en milieu eindverantwoordelijk evenals voor de handhaving van de Wkb5. Het toezicht door de gemeente Schiermonnikoog vindt op verschillende manieren plaats: -

-

Structurele (routinematige) controles: periodiek toezicht op vergunningen en meldingen, zoals bij milieubelastende activiteiten (door de FUMO) of de brandveiligheid van bouwwerken met bewoners of gebruikers met een beperkte zelfredzaamheid (VNOG); Toezicht tijdens en na afronding van (ver)bouw- of sloopactiviteiten, inclusief grotere evenementen met tijdelijke bouwwerken;

5

Waarbij het toezicht op de brandveiligheid en milieu in de praktijk wordt uitgevoerd door respectievelijk de Veiligheidsregio Fryslân en de FUMO

47

17-3-2026

U&H-beleid 2026-2029

Gemeente Schiermonnikoog

-

Her controles, gericht op één of enkele aandachtspunten. Deze vinden plaats aan de hand van de brief die is

-

verzonden naar aanleiding van een eerdere controle of handhavingsbesluit. Thematische of projectmatige controles;

-

Incidentele controles (‘piep-systeem’), bijvoorbeeld naar aanleiding van meldingen, klachten of handhavingsverzoeken.

-

Administratief toezicht, bijvoorbeeld op basis van de rapportage van een kwaliteitsborger; Controle kwaliteitsborging: toezicht op de gecertificeerde partij die het primaire toezicht op locaties verzorgt. Het betreft onder meer controle van afgegeven certificaten.

Wanneer de toezichthouder een overtreding constateert wordt er een controlerapport opgesteld. De handhavingsjurist maakt een zaak aan in Mozard en verstuurd vervolgens een brief ter start van de handhavingsprocedure. De wijze en intensiteit van het toezicht hangt ook af van de verwachting over het naleefgedrag. De ervaring is dat dit groter is naarmate regels voor initiatiefnemers duidelijker zijn (zie ook de eisen die aan vergunningen worden gesteld), bekend is dat er gecontroleerd wordt, de pakkans groot is en een overtreding ook gevolg heeft. Overigens is het controlemoment ook een goede gelegenheid om de kennis van een initiatiefnemer te toetsen en waar nodig advies te geven over het vergroten van de kennis (als onderdeel van de preventiestrategie). Controles zijn altijd onaangekondigd bij: -

Een hercontrole na het stilleggen van bouw- of sloopwerkzaamheden met een last onder dwangsom of

-

bestuursdwang; Strijdig gebruik met het omgevingsplan;

-

Een vermoeden van ondermijnende criminele activiteiten (drugspand, illegale huisvesting etc.) 6; Overige situaties waarbij een onaangekondigde controle passend is.

Bij het toezicht wordt zorgvuldig omgegaan met de belangen van de rechthebbende(n). In beginsel wordt het toezicht uitgevoerd met instemming van de initiatiefnemer (burger, bedrijf). Als toestemming toch wordt geweigerd wordt gebruik gemaakt van de bevoegdheden van toezichthouders volgens de Algemene wet op Binnentreden (Awb en/of Awbi) als dit redelijkerwijs voor de invulling van de taak nodig is. Op basis van een analyse van de situatie vooraf, wordt bepaald of de controle aangekondigd of onaangekondigd plaatsvindt. Als de omstandigheden dit niet toelaten (bijvoorbeeld als een illegale activiteit wordt geconstateerd en deze plaats direct dient te worden betreden) neemt de toezichthouder zo spoedig mogelijk (al dan niet achteraf) contact op met de rechthebbende op het gebruik van de plaats. De toezichthouder meldt zich in ieder geval altijd bij de op het erf/terrein aanwezige uitvoerder/personen.

Toezicht bouwen Het toezicht bouwen is veranderd met de inwerkingtreding van de Omgevingswet en de daarmee samenhangende Wet Kwaliteitsborging voor het bouwen. Bouwwerken onder Gevolgklasse 1 Op de realisatie van bouwwerken die vallen onder Gevolgklasse 1 (GK1) van de Bbl houdt de gemeente geen bouwtechnisch toezicht meer. Het gaat om gebouwen waarbij de persoonlijke risico’s beperkt zijn als er niet aan

6

In zo’n geval zal een controle in de regel samen met de politie worden uitgevoerd.

48

17-3-2026

U&H-beleid 2026-2029

Gemeente Schiermonnikoog

de bouwtechnische voorschriften wordt voldaan. Daarbij kan worden gedacht aan grondgebonden (vakantie)woningen, kleinere bedrijfsgebouwen, kleinere windmolens of fietsbruggen. Wel blijft bij de GK1 bouwwerken het toezicht op basis van het omgevingsplan. In elk geval in 2025 worden ook nog steekproefsgewijs controles uitgevoerd op de kwaliteit van het werk van de kwaliteitsborger(s). Als er bij GK1 bouwwerken sprake is van werkzaamheden met een onomkeerbaarheid of wanneer door de werkzaamheden verder onderzoek onmogelijk wordt, wordt een onderzoek aangezegd. Dat onderzoek mag niet belemmerd worden. Er mogen er dus ook geen werkzaamheden meer plaatsvinden die het onderzoek kunnen belemmeren. Concreet betekent dat het stilleggen van werkzaamheden. Bouwwerken waar de gemeente zelf toezicht houdt Bij bouwwerken die (nog) niet onder de Wet Kwaliteitsborging vallen moeten tijdens de bouw- of realisatiefase keuzes gemaakt worden wat en hoe deze wordt gecontroleerd. Hiervoor wordt op basis van het landelijke toezichtprotocol© van de Vereniging BWT Nederland een eigen protocol uitgewerkt (zie site Bwt-info). Net als bij de toetsniveaus die worden gehanteerd bij een vergunningaanvraag, zijn er ook verschillende toetsniveaus voor het toezichtprotocol. Het toezichtprotocol wordt weergegeven met een matrix (zie onderstaand).

In de matrix zijn per bouwfase en categorie van bouwwerken de voorschriften aangegeven waarop wordt gecontroleerd. Bij het vaststellen van het minimumniveau is per controlepunt vastgesteld of dit relevant is voor wat betreft brandveiligheid, constructieve veiligheid en/of volksgezondheid omdat hierbij de ingeschatte risico’s het grootst zijn. Is dit niet het geval, dan is een controle hierop niet 'verplicht'. Voor die controlepunten die wel relevant zijn is een inschatting gemaakt van het risico. Afhankelijk van deze risico-inschatting is per controlepunt een minimum-toezichtniveau vastgesteld. De diepgang van de controles liggen daarbij in lijn met de diepgang van de toetsing van het bouwplan.

49

17-3-2026

U&H-beleid 2026-2029

Gemeente Schiermonnikoog

Toezicht sloopwerkzaamheden Van sloop aan alle bouwwerken vóór 1994 van meer dan 10 m3 sloopafval wordt een asbest-inventarisatierapport en een sloopmelding of -vergunning verlangd. Bij sloopwerkzaamheden door bedrijven vindt het toezicht gemandateerd plaats door de FUMO en wordt de toezichtstrategie van de FUMO gevolgd. Dit met uitzondering van het toezicht op de sloop bij een monumentaal pand. De daarvoor benodigde omgevingsvergunning wordt door de gemeente zelf gecontroleerd. Bij sloopwerkzaamheden door particulieren vindt een administratieve toets plaats en wordt gereed gemeld op basis van een controle. Bij sloopwerkzaamheden in risicovolle gebieden (dichte bewoning) vindt een controle op de veiligheid van het sloopterrein en de directe omgeving plaats. Toezicht brandveiligheid Het toezicht op de brandveiligheid gebeurt door de gemeente aan de hand van het Bbl en in het geval van een bouwsel aan het Bgbop. Bij grotere brandveiligheidsrisico’s kan de VNOG incidenteel deelnemen aan het toezicht. Dat geldt in geval voor gebouwen met een bijeenkomstfunctie (zoals horeca, kinderopvang), celfuncties (zoals het politiebureau) en gezondheidsfuncties. Het toezicht op de brandveiligheid vindt plaats in het kader van de (ver)bouw van een pand, of na de gebruiksmelding en voor de meest risicovolle gebouwen periodiek in de gebruiksfase.7

Toezicht monumenten en archeologie Nadat een omgevingsvergunning voor de activiteiten bouw en monumenten is afgegeven of een aanpassing aan een monument vergunningsvrij plaatsvindt, zullen de monument specifieke aspecten worden meegenomen in de reguliere bouwinspecties, tenzij in een specifieke zaak extra toezicht nodig is. Ook in de gebruiksfase wordt toezicht gehouden op monumentale waarden (instandhoudingsplicht). Het binnendorp is daarbij overzichtelijk en bevat het over grote deel van de monumenten. Daar wordt regelmatig op gecontroleerd. Door het specifieke karakter van de monumenten is de uitvoering van het toezicht maatwerk. Tijdens reguliere controles monitoren de toezichthouders de staat van de monumentale panden op instandhoudingplicht (alleen buitenkant van het pand). Bij misstanden wordt de eigenaar/gebruiker van het pand direct aangesproken.

Toezicht milieu, bodem, bouwstoffen en grondstromen en bescherming flora en fauna Het toezicht milieu bij bedrijven vindt vrijwel volledig plaats door FUMO. De toezichtstrategie van de FUMO is vastgelegd in de U&H-strategie 2025-2028. Behalve het milieutoezicht bij bedrijven voert de FUMO ook het toezicht uit in het kader van de bodembescherming, bouwstoffen, grondstromen en de bescherming van flora en fauna. Voor de uitvoering van het toezicht in de gemeente stelt de FUMO jaarlijks een uitvoeringsprogramma op.

50

17-3-2026

U&H-beleid 2026-2029

Gemeente Schiermonnikoog

Toezicht aanleg weg, kap, reclame en inritten Voor de activiteiten die in de verordende regels leefomgeving en/of de APV vindt over het algemeen enkel toezicht plaats op basis van klachten, meldingen en handhavingsverzoeken (zie hieronder). De eigen verantwoordelijkheid van de uitvoerder van de werkzaamheden is daarbij leidend. De wegen en inritvergunningen worden gecontroleerd door de opzichter civiel en cultuurtechnische onderhoudswerken. Sindsdien wordt als voorwaarde aan elke kapvergunning een op basis van beleid. Alleen bij waardevolle bomen of groepen bomen geldt een herplantplicht

Toezicht evenementen De omvang en het risico van het evenement bepaalt welke vorm en intensiteit van toezicht op de constructieve veiligheid van bouwsels en de brandveiligheid wordt ingezet. Bij de kleinschalige en reguliere evenementen vindt toezicht over het algemeen plaats op basis van klachten, meldingen en handhavingsverzoeken. Bij evenementen vindt, afhankelijk van aard en omvang, een voorschouw, controle tijdens het evenement en nacontrole plaats. De nacontrole geldt niet voor kleinschalige evenementen. Bij de grootschalige evenementen met meer dan 1.000 bezoekers vindt afhankelijk van de risico’s en duur van het evenement een of meerdere fysieke controlemomenten vóór het evenement plaats, bijvoorbeeld ten aanzien van constructie - en brandveiligheid door de brandweer en/of toezichthouders van de gemeente. Eventuele controles op geluidsbelasting vinden plaats door de FUMO, afhankelijk van de omvang van het evenement en de hinder van het evenement in het verleden. De intensiteit en diepgang van de integrale controles bij deze evenementen wordt voorafgaand aan het evenement bepaald in het integrale overleg evenementen, evenals de interne en externe taakverdeling.

Toezicht ruimtelijke ordening Het toezicht op de ruimtelijke ordening (met een accent op strijdig of illegale bewoning) vindt plaats naar aanleiding van klachten, meldingen en handhavingsverzoeken of in de vorm van specifieke projecten, bijvoorbeeld gericht op illegale B&B’s of huisvesting van tijdelijk personeel. Daarnaast wordt tijdens het reguliere bouwtoezicht mede beoordeeld of het voorgenomen gebruik in overeenstemming is met het omgevingsplan. In het jaarlijkse uitvoeringsprogramma wordt opgenomen hoe met welk doel het toezicht op de ruimtelijke ordening plaatsvindt. Toezicht op basis van klachten vanwege overlast e.a., meldingen en handhavingsverzoeken Klachten en meldingen kunnen per telefoon, schriftelijk, per e-mail of via de website van de gemeente binnenkomen. Voor milieu is er een 24-uursklachtendienst bij de FUMO. Klachten/meldingen over dezelfde veroorzaker worden waar mogelijk gebundeld en collectief (projectmatig) aangepakt. Bij een melding of klacht wordt contact opgenomen om te bespreken wat het belang en doel van het verzoek is en wat verwacht mag worden van de gemeente. Het streven is om de klager binnen twee werkdagen op de hoogte te stellen dat de klacht is ontvangen en te informeren over het vervolg, dit gebeurt aan de hand van een automatisch gegenereerd bericht van het zaaksysteem.

In goed onderling overleg wordt gezocht naar een snelle en informele oplossing van het probleem. Als dit niet mogelijk blijkt, dan wordt bij een herhaalde constatering een definitieve afweging gemaakt.

51

17-3-2026

U&H-beleid 2026-2029

Gemeente Schiermonnikoog

Bij anonieme verzoeken wordt de impact ingeschat. Bij een beperkte impact wordt het verzoek niet in behandeling genomen; bij grotere impact ondernemen we verder actie. Bij handhavingsverzoeken wordt de wettelijke procedure gevolgd (verzoek moet expliciet en schriftelijk zijn, onderzoek uitvoeren, afweging maken en besluiten, communiceren van het besluit en eventueel behandeling van bezwaar en beroep). Voor ongewone voorvallen (bijvoorbeeld een brand waarbij asbest vrijkomt) is de FUMO voor alle milieuactiviteiten oproepbaar; voor calamiteiten is er een piketdienst. De ondersteuning vindt plaats door middel van het verlenen van kennis, toezicht (monsteropnames, meedenken bij oplossingen) en materiaal (zoals meetapparatuur). Hiervoor is met hen een overeenkomst gesloten, waarbij een 24-uurs bereik- en beschikbaarheid. Voor overige rampen/grote incidenten maken de gemeenten gebruik van een regionaal crisisbeheersingsplan.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Schiermonnikoog&id=4373866f-89b5-49d5-ba99-9c814782b6f5