CConstaterende datSchiermonnikoog
Koppel je AI →
Document · PDF

B&W 02-02 - bijl.1 - U&H-beleid Schiermonnikoog 2026-2029

Raadsvergadering 21 april 2026, gemeente SchiermonnikoogBij agendapunt: Ingekomen Stukken19.663 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Gemeente Schiermonnikoog

Uitvoerings- en handhavingsbeleid 2026-2029 Inzet vergunningverlening, toezicht en handhaving onder de Omgevingswet, Openbare Orde en Veiligheid, de Algemene Plaatselijke Verordening en bijzondere wetten

datum Versie Status

17-3-2026 1.3

17-3-2026

U&H-beleid 2026-2029

Gemeente Schiermonnikoog

Samenvatting Vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH) zijn voor de gemeente Schiermonnikoog belangrijke instrumenten in het beheer van de kwaliteit van de fysieke leefomgeving. De inzet van VTH moet bijdragen aan het bereiken van de beleidsinhoudelijke doelen van de gemeente. Met de vergunningverlening biedt de gemeente inwoners en ondernemers de mogelijkheid om initiatieven te realiseren: bedrijfsactiviteiten te ontwikkelen, waaronder toerisme en recreatie als belangrijke factor, te (ver)bouwen of evenementen te organiseren. Dit nadrukkelijk binnen kaders van de ruimtelijke kwaliteit, (brand)veiligheid, milieukwaliteit, erfgoed, natuur- en landschapsbeheer, gezondheid en leefbaarheid. Daarop wordt toezicht gehouden en waar nodig gehandhaafd. Hoe de gemeente Schiermonnikoog de komende jaren VTH gaat inzetten staat in het voorliggende beleidsplan 2026-2029. In het uitvoerings- en handhavingsbeleid (U&H-beleid) stelt de gemeente prioriteiten en doelstellingen vast ter behoud van de kwaliteit van de leefomgeving. Het helpt om beschikbare capaciteit doelgericht en transparant in te zetten en vergroot de effectiviteit van de vergunningverlening, het toezicht en de handhaving. Hierdoor weten inwoners en bedrijven wat zij van de gemeente kunnen verwachten.

Daarnaast is het een, op basis van het Omgevingsbesluit , wettelijk verplicht richtinggevend document en legt het volgende bestuurlijk vast: -

De kaders waarbinnen de gemeente de vergunning-, toezicht- en handhavingstaken (VTH-taken) wil en moet uitvoeren;

-

De algemene prioriteiten en ambities bij de uitvoering van de taken;

-

De specifieke prioriteiten en ambities in relatie tot de gemeentelijke opgaven;

-

De uitvoeringstrategie (hoe zet de gemeente VTH in?);

-

De organisatie en borging van de uitvoering.

Het beleidsplan beschrijft de bestuurlijke kaders en de juridische basis voor de uitvoering van de VTH-taken, waaronder het stelsel van de Omgevingswet. De gemeente werkt risico-gestuurd en stelt prioriteiten op basis van een omgevings- en risicoanalyse. De belangrijkste prioriteiten voor de periode 2026-2029 zijn het beperken van recreatief gebruik van woningen om de woningvoorraad voor permanente bewoning te beschermen, het behouden van de brandveiligheid van panden, en het beschermen en behouden van het dorpsgezicht en de overtuinen door illegale situaties aan te pakken. De uitvoeringsstrategie van de gemeente bestaat uit verschillende onderdelen zoals preventiestrategie, vergunningstrategie, toezichtstrategie, handhavingsstrategie en gedoogstrategie. De gemeente zet in op preventie door voorlichting te geven en participatie te bevorderen. Bij vergunningverlening wordt gestreefd naar duidelijke en handhaafbare vergunningen. Toezicht wordt uitgevoerd op basis van prioriteiten en risico's, en handhaving volgt de Landelijke Handhavingsstrategie Omgevingsrecht (LHSO). De kwaliteit van de organisatie en uitvoering van de VTH-taken wordt geborgd door samenwerking met externe partners zoals de Veiligheidsregio Fryslân en de FUMO. De uitvoering wordt gemonitord en jaarlijks geëvalueerd.

Er worden indicatoren ontwikkeld om de realisatie van de doelstellingen te monitoren en waar nodig bij te sturen. Het beleidsplan heeft betrekking op de VTH-taken op basis van de Omgevingswet die op 1 januari 2024 in werking is getreden en de daaraan gelieerde landelijke en lokale wet- en regelgeving: het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl), het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl), het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal), de Algemene Plaatselijke Verordening en de overige verordenende regels voor de fysieke leefomgeving gemeente Schiermonnikoog, de Kapverordening 2011 en de bijbehorende beleidsregel. Het U&H-beleid ziet toe op de VTHtaken die de gemeente Schiermonnikoog uitvoert. Separaat is er een regionale strategie vastgesteld voor de basistaken die de FUMO voor de gemeente uitvoert.

2

17-3-2026

U&H-beleid 2026-2029

Gemeente Schiermonnikoog

De uitvoering van de taken gebeurt door het team Gebruik Ruimte, Milieu en Energie van de gemeente Schiermonnikoog. Dit met uitzondering van het toezicht op de brandveiligheid en de inzet bij milieubelastende activiteiten (MBA’s). Het toezicht op de brandveiligheid is belegd bij de Veiligheidsregio Fryslân (hierna: de Brandweer), de uitvoering van basistaken is belegd bij de FUMO. Op basis van de evaluatie van de afgelopen jaren constateert de gemeente een aantal aandachtspunten voor het nieuwe beleid en randvoorwaarden voor het uitvoeren van het beleid. Een goede verankering van het U&Hbeleid en de Omgevingswet is essentieel. Na vaststelling van het U&H-beleid is het belangrijk dat de gemeente Schiermonnikoog een (meerjarig) uitvoeringsprogramma opstelt, jaarlijks een evaluatie opstelt en indien nodig bijstelt. Daarmee wordt de BIG-8 cyclus ingevuld en ontstaat inzicht in de uitvoering, prioriteiten en doelstellingen van VTH-taken. Structurele borging van handhavingscapaciteit is noodzakelijk, om onder andere uitvoering te geven aan het oneigenlijke woninggebruik. Daarbij moet er aandacht zijn voor beperkte beschikbaarheid en aanwezigheid van medewerkers die ook voor andere gemeenten werken. Het aanwezig zijn op gezette tijden vormt een specifiek aandachtspunt, daar het kan leiden tot calculerend gedrag onder inwoners.

Het buitengebied is relatief groot en er is te weinig capaciteit beschikbaar om toezicht te houden. De beperkte inzet van BOA’s vormt daarbij een aandachtspunt, heroverweging van inzet en alternatieve vormen van handhaving zijn nodig. Verder is het belangrijk om protocollen, werkwijzen en processen verder uit te werken en vast te leggen om consistentie en kwaliteit te borgen. Een sluitende BIG-8-cyclus is nodig om de beleidscyclus volledig te maken en het samenspel tussen vergunningverlening, toezicht en handhaving te bevorderen om de integraliteit in de uitvoering te bereiken. Ook samenwerking met ketenpartners zoals de politie, de Brandweer, FUMO en Natuurmonumenten zijn belangrijk om in te spelen op eiland specifieke situaties. Het uitwerken en implementeren van onder andere integraal veiligheidsbeleid en alcohol- en drugsbeleid is noodzakelijk zodat inhoudelijke kaders beschikbaar zijn. Voortzetten en uitbreiden van beleid rondom leefomgeving, woninggebruik en huisvesting is ook van belang. De gemeente Schiermonnikoog heeft de ambitie om persoonlijk, begrijpelijk en toegankelijk te zijn in haar dienstverlening. Zichtbaarheid en benaderbaarheid vormen belangrijke speerpunten. In de uitvoering van VTHtaken dient hierop te worden aangesloten.

De inzet van VTH in de planperiode 2026-2029 gebeurt vanuit vijf uitgangspunten: de focus op risico’s en de aansluiting op de bestuurlijke opgaven, het verder implementeren van de Omgevingswet, een transparante en consequente uitvoeringsstrategie, een goede verbinding tussen beleid en uitvoering en het borgen van de kwaliteit van de uitvoering. De gemeente borgt de kwaliteit van de VTH-uitvoering conform de geldende wettelijke kwaliteitscriteria. Dit betreft onder meer de beleids- en uitvoeringscyclus, de beschikbaarheid van voldoende capaciteit en deskundigheid, en het borgen van financiële middelen. De gemeenteraad houdt toezicht op de kwaliteit van de uitvoering op basis van de Verordening uitvoering en handhaving Omgevingsrecht.

3

17-3-2026

U&H-beleid 2026-2029

Gemeente Schiermonnikoog

Inhoudsopgave 1

INLEIDING..................................................................................................................................... 6 1.1 1.2 1.3 1.4

2

TERUGBLIK EN AANDACHTSPUNTEN VOOR HET U&H-BELEID 2026-2029 ..................................... 8 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5

3

DIENSTVERLENING .......................................................................................................................... 13 HOOGSTE PRIORITEITEN ................................................................................................................... 13 MIDDELHOGE PRIORITEITEN ............................................................................................................. 15 AANVULLENDE PRIORITEITEN ............................................................................................................ 16

UITVOERINGSSTRATEGIE ............................................................................................................ 18 5.1 5.2 5.3 5.4 5.5

6

FOCUS OP RISICO’S EN AANSLUITING BIJ DE BESTUURLIJKE OPGAVEN ......................................................... 10 VERDERE IMPLEMENTATIE VAN DE OMGEVINGSWET .............................................................................. 10 EEN TRANSPARANTE EN CONSEQUENTE UITVOERINGSSTRATEGIE .............................................................. 11 VERBINDING TUSSEN BELEID, UITVOERING EN KWALITEITSBORGING .......................................................... 12

PRIORITEITEN 2026-2029 ............................................................................................................ 13 4.1 4.2 4.3 4.4

5

IMPLEMENTATIE OMGEVINGSWET ....................................................................................................... 8 ORGANISATIE .................................................................................................................................. 8 UITVOERING .................................................................................................................................... 8 COALITIEAKKOORD............................................................................................................................ 8 AANDACHTSPUNTEN VOOR HET U&H-BELEID 2026-2029 ...................................................................... 9

BESTUURLIJKE UITGANGSPUNTEN ............................................................................................. 10 3.1 3.2 3.3 3.4

4

ACHTERGROND ................................................................................................................................ 6 STATUS BELEIDSPLAN ........................................................................................................................ 6 REIKWIJDTE ..................................................................................................................................... 6 LEESWIJZER ..................................................................................................................................... 7

PREVENTIESTRATEGIE ...................................................................................................................... 18 VERGUNNINGSTRATEGIE .................................................................................................................. 19 TOEZICHTSTRATEGIE........................................................................................................................ 20 HANDHAVINGSSTRATEGIE ................................................................................................................ 21 AFZIEN VAN HANDHAVING................................................................................................................ 22

ORGANISATIE EN KWALITEITSBORGING ..................................................................................... 24 6.1 6.2 6.3

ORGANISATIE EN SAMENWERKING ..................................................................................................... 24 VTH-BELEIDS- EN UITVOERINGSCYCLUS............................................................................................... 25 KWALITEITSBORGING ...................................................................................................................... 25

BIJLAGEN........................................................................................................................................... 27 BIJLAGE 1: RISICO- EN OMGEVINGSANALYSE .................................................................................... 28 METHODE VAN RISICOANALYSE .................................................................................................................... 28 RISICOANALYSE ......................................................................................................................................... 31 BIJLAGE 2: UITVOERINGSKADERS.................................................................................................................. 33

4

17-3-2026

U&H-beleid 2026-2029

Gemeente Schiermonnikoog

5

17-3-2026

U&H-beleid 2026-2029

Gemeente Schiermonnikoog

1 Inleiding 1.1

Achtergrond

Vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH) zijn voor de gemeente Schiermonnikoog belangrijke instrumenten in het beheer van de kwaliteit van de fysieke leefomgeving. De inzet van VTH moet bijdragen aan het bereiken van de beleidsinhoudelijke doelen van de gemeente. Met de vergunningverlening biedt de gemeente inwoners en ondernemers de mogelijkheid om initiatieven te realiseren: bedrijfsactiviteiten te ontwikkelen, waaronder toerisme en recreatie als belangrijke factor, te (ver)bouwen of evenementen te organiseren. Dit nadrukkelijk binnen kaders van de ruimtelijke kwaliteit, (brand)veiligheid, milieukwaliteit, erfgoed, natuur- en landschapsbeheer, gezondheid en leefbaarheid. Daarop wordt toezicht gehouden en waar nodig gehandhaafd.

1.2

Status beleidsplan

Hoe de gemeente Schiermonnikoog de komende jaren VTH gaat inzetten staat in het voorliggende beleidsplan 2026-2029. In het uitvoerings- en handhavingsbeleid (U&H-beleid) stelt de gemeente prioriteiten en doelstellingen vast ter behoud van de kwaliteit van de leefomgeving. Het helpt om beschikbare capaciteit doelgericht en transparant in te zetten en vergroot de effectiviteit van de vergunningverlening, het toezicht en de handhaving. Hierdoor weten inwoners en bedrijven wat zij van de gemeente kunnen verwachten. Daarnaast is het een, op basis van het Omgevingsbesluit1, wettelijk verplicht richtinggevend document en legt het volgende bestuurlijk vast: -

De kaders waarbinnen de gemeente de vergunning-, toezicht- en handhavingstaken (VTH-taken) wil en moet

-

uitvoeren; De algemene prioriteiten en ambities bij de uitvoering van de taken;

-

De specifieke prioriteiten en ambities in relatie tot de gemeentelijke opgaven; De uitvoeringstrategie (hoe zet de gemeente VTH in?);

-

De organisatie en borging van de uitvoering.

Het Uitvoerings- en handhavingsbeleid (U&H-beleid) is vastgesteld door het college van B&W en ter kennisname aan de gemeenteraad aangeboden. Het plan is toegestuurd aan de provincie die er - als Interbestuurlijk toezichthouder (IBT) – erop toeziet dat de gemeente aan haar wettelijke verplichting voldoet. Over de inhoud zijn de belangrijkste andere bestuursorganen geconsulteerd. De gemeente Schiermonnikoog heeft de afgelopen jaren geen (meerjarig) uitvoeringsprogramma of jaarverslag opgesteld, mede doordat het vorige beleid enkel toe zag op toezicht en handhaving. Daarnaast leidt beperkte capaciteit ertoe dat keuzes dienen te worden gemaakt en prioriteit wordt gegeven aan de uitvoering van taken. Met de komst van het nieuwe beleidsplan gaat de gemeente dit conform de BIG-8 cyclus doorlopen en de genoemde documenten opleveren.

1.3

Reikwijdte

Het voorliggende beleidsplan heeft betrekking op de VTH-taken op basis van de Omgevingswet en het Omgevingsbesluit die op 1 januari 2024 in werking zijn getreden en de daaraan gelieerde landelijke en lokale weten regelgeving: het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl), het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl), het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal), de Algemene Plaatselijke Verordening en de overige verordenende regels voor de fysieke leefomgeving Gemeente Schiermonnikoog, de Kapverordening 2011 en de bijbehorende beleidsregel. Het

1

Art. 13.5 t/m art. 13.7 Omgevingsbesluit.

6

17-3-2026

U&H-beleid 2026-2029

Gemeente Schiermonnikoog

U&H-beleid ziet toe op de VTH-taken die de gemeente Schiermonnikoog uitvoert. Separaat is er een regionale strategie vastgesteld voor de basistaken die de FUMO uitvoert2. Meer specifiek gaat het om de inzet van VTH in relatie tot ruimtelijke inpassing en gebruik (omgevingsplan), sloop, (ver)bouw, brandveiligheid, cultureel erfgoed (monumenten), reclame-uitingen, het rooien van bomen, natuurbescherming, de aanleg van in- en uitritten en evenementen. De uitvoering van de taken gebeurt door het team Gebruik Ruimte, Milieu en Energie van de gemeente Schiermonnikoog. Dit met uitzondering van het toezicht op de brandveiligheid en de inzet bij milieubelastende activiteiten (MBA’s). Het toezicht op de brandveiligheid is belegd bij de Veiligheidsregio Fryslân (hierna: de Brandweer)3, de uitvoering van basistaken is belegd bij de FUMO.

1.4

Leeswijzer

Het U&H-beleid is als volgt opgebouwd. Hoofdstuk 2 blikt kort terug op de afgelopen jaren en sluit af met de aandachtspunten voor de aankomende jaren. Hoofdstuk 3 beschrijft de bestuurlijke kaders waarbinnen VTH wordt ingezet. Hoofdstuk 4 benoemt de prioriteiten in de uitvoering voor de periode 2026-2029 wat betreft de grootste risico’s en de bijdrage van VTH aan de realisatie van gemeentelijke opgaven. De algemene uitvoeringsstrategie staat in hoofdstuk 5. Tenslotte beschrijft hoofdstuk 6 hoe de uitvoering is georganiseerd en hoe de kwaliteit van de organisatie en uitvoering worden geborgd. De meer technische uitwerking voor de uitvoering is vastgelegd in de bijlagen.

2

https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR739534/1, zie uitvoerings- en handhavingsstrategie 2025-2028 Fryslân. Basistaken zijn de taken die gemeenten (en de provincie) wetetlijk verplicht zijn om in te brengen bij de Omgevingsdienst.

3

Dit is de situatie op het moment dat het U&H-beleid is opgesteld. Op dat moment loopt nog het gesprek over het eventueel weer terugleggen van taken van de Brandweer bij de gemeente. Mocht dat het geval worden, heeft dat gevolgen voor de inzet van de gemeente zelf.

7

17-3-2026

U&H-beleid 2026-2029

Gemeente Schiermonnikoog

2 Terugblik en aandachtspunten voor het U&H-beleid 20262029 Ter voorbereiding op het U&H-beleid is met het bestuur en de medewerkers teruggeblikt op de afgelopen periode: wat waren de belangrijkste ontwikkelingen? Wat is bereikt en wat loopt goed? En wat zijn de aandachtspunten voor de komende planperiode 2026-2029? De afgelopen jaren heeft de gemeente Schiermonnikoog ingezet op de ontwikkeling van de vergunningverlening, toezicht en handhaving. Het oude beleidsplan zag alleen toe op de toezicht- en handhavingstaken. Met het nieuwe beleidsplan willen wij de verbinding maken tussen de taken en de integraliteit bevorderen. Daarnaast wordt in het beleidsplan ingezet op de ontwikkeling van diverse wetgeving, beleidskaders en regels, ter ondersteuning van de uitvoering van VTH-taken.

2.1

Implementatie Omgevingswet

Sinds 1 januari 2024 wordt er gewerkt volgens de Omgevingswet. Waar mogelijk werkt men participatief, zoals bijvoorbeeld in het traject van het opstellen van de inspiratiegids overtuinen. Binnen het team Beleid en Ontwikkeling is de medewerker Ruimtelijke Ordening gestart met het opstellen van een omgevingsplan. Het beleid is grotendeels conserverend. De omgevingsvisie en het definitieve omgevingsplan moeten nog worden open vastgesteld. Input voor de documenten is reeds verzameld.

2.2

Organisatie

Binnen de organisatie zijn teamleiders aangesteld, zo ook voor het team Gebruik Ruimte en Milieu en Energie, waar de VTH-taken onder vallen. Ook is de handhavingscapaciteit recent uitgebreid. Deze uitbreiding heeft met name het doel om in te zetten op het tegengaan en terugdringen van het oneigenlijke woninggebruik. Tegelijkertijd blijven er knelpunten rond de capaciteit en inzet. Deze is minimaal gezien de grootte en complexiteit van problemen op het eiland, daarnaast werken medewerkers vaak voor andere gemeenten en zijn zij op beperkte (en vaste) momenten op het eiland aanwezig.

2.3

Uitvoering

Het samenspel tussen vergunningverlening, toezicht en handhaving wordt bemoeilijkt door het ontbreken van samenhangend beleid. Wat soms tot tegenstrijdige besluiten leidt. Het vorige beleidsplan ‘Gelijke monniken, gelijke kappen’ zag alleen toe op de toezicht- en handhavingstaken. Daarnaast is de BIG-8-cyclus niet sluitend ingericht en ontbreekt het opstellen van een jaarprogramma en een jaarverslag. Zoals geschetst zijn medewerkers beperkt op het eiland aanwezig, met name rondom de toezicht- en handhavingstaak kan dit leiden tot calculerend gedrag onder de inwoners. Daarbij maakt de politie een terugtrekkende beweging op de kleinere handhavingstaken en zijn ketenpartners zoals de FUMO, Brandweer en Natuurmonumenten beperkt op het eiland aanwezig.

2.4

Coalitieakkoord

De afgelopen jaren heeft men ingezet op participatie en preventie. Voor de leefomgeving is onder andere het BIBOB-beleid opgesteld. De focus is komen te liggen op de handhaving van oneigenlijk woninggebruik en er is een (nieuwe) huisvestingsverordening opgesteld, evenals een inspiratiegids overtuinen.

8

17-3-2026

U&H-beleid 2026-2029

Gemeente Schiermonnikoog

Binnen de openbare orde en veiligheid ligt de ambitie op het opstellen van een integraal veiligheidsbeleid en een alcohol- en drugsbeleid. Hoewel deze nog niet zijn opgesteld, heeft de gemeente hier wel behoefte aan. Tevens is binnen de Veiligheidsregio aandacht gevraagd voor eiland specifieke situaties. De inzet van BOA’s op het eiland is een kostbare situatie en is, ondanks diverse pogingen, nog niet gerealiseerd. Door beperkte budgetten en beperkte werkzaamheden is het niet mogelijk om structureel een BOA aan te stellen en daarmee een handhavingsapparaat voor APV- en strafbare feiten op te tuigen. Inhuur van BOA’s leidt niet tot het gewenste resultaat en resulteert in een inefficiënte inzet.

2.5

Aandachtspunten voor het U&H-beleid 2026-2029

Op basis van de evaluatie van de afgelopen jaren constateren we een aantal aandachtspunten voor het nieuwe beleid en randvoorwaarden voor het uitvoeren van het beleid: 1.

Een goede verankering van het U&H-beleid en de Omgevingswet: na vaststellen van het U&H-beleid is het belangrijk dat de gemeente Schiermonnikoog een (meerjarig) uitvoeringsprogramma opstelt, jaarlijks een evaluatie opstelt en indien nodig bijstelt. Daarmee wordt de BIG-8 cyclus ingevuld en ontstaat inzicht in de uitvoering, prioriteiten en doelstellingen van VTH-taken. Daarnaast is een verankering van het inhoudelijke beleid voor de fysieke leefomgeving, door middel van vaststelling van de Omgevingsvisie en het Omgevingsplan van belang. Beiden vormen belangrijke kaders en dragen bij aan creëren van samenhangend beleid. Hiermee worden tegenstrijdige besluiten voorkomen.

2.

Capaciteit en inzet: Structurele borging van handhavingscapaciteit is noodzakelijk, om o.a. uitvoering te geven aan het oneigenlijke woninggebruik. Daarbij moet er aandacht zijn voor beperkte beschikbaarheid en aanwezigheid van medewerkers die ook voor andere gemeenten werken. Het aanwezig zijn op gezette tijden vormt een specifiek aandachtspunt, daar het kan leiden tot calculerend gedrag onder inwoners. Het buitengebied is relatief groot en er is te weinig capaciteit beschikbaar om toezicht te houden. De beperkte inzet van BOA’s vormt daarbij een aandachtspunt, heroverweging van inzet en alternatieve vormen van

3.

handhaving zijn nodig. Organisatie en werkwijzen: verder uitwerken en vastleggen van protocollen, werkwijzen en processen om

4.

consistentie en kwaliteit te borgen. Uitvoering en samenwerking: een sluitende BIG-8-cyclus (zie bullet 1) om de beleidscyclus volledig te maken en het samenspel tussen vergunningverlening, toezicht en handhaving te bevorderen om de integraliteit in de uitvoering te bereiken. Ook samenwerking met ketenpartners zoals de politie, de Brandweer, FUMO en

5.

Natuurmonumenten zijn belangrijk om in te spelen op eiland specifieke situatie Thema’s en inhoudelijke accenten: het uitwerken en implementeren van o.a. integraal veiligheidsbeleid en alcohol- en drugsbeleid zodat inhoudelijke kaders beschikbaar zijn. Voortzetten en uitbreiden van beleid rondom leefomgeving, woninggebruik en huisvesting.

6.

Visie op dienstverlening: persoonlijk, begrijpelijk en toegankelijk zijn de ambities die de gemeente Schiermonnikoog heeft gesteld voor haar dienstverlening. Zichtbaarheid en benaderbaar vormen belangrijke speerpunten. In de uitvoering van VTH-taken dient hierop te worden aangesloten.

9

17-3-2026

U&H-beleid 2026-2029

Gemeente Schiermonnikoog

3 Bestuurlijke uitgangspunten De juridische basis voor de uitvoering van de VTH-taken door de gemeente Schiermonnikoog bestaat uit landelijke en lokale wet- en regelgeving. De belangrijkste zijn o.a.: -

Omgevingswet; o

Omgevingsbesluit;

o

Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl);

o

Besluit activiteiten leefomgeving (Bal);

o

Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl);

-

Omgevingsplan en overige verordenende regels voor de fysieke l eefomgeving Algemene plaatselijke verordening (APV)

-

Wet Bevordering integraliteitsbeoordelingen openbaar bestuur (Bibob)

-

Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen (Bgbop);

-

Wet goed verhuurderschap;

De inzet van VTH in de planperiode 2026-2029 gebeurt vanuit vijf uitgangspunten: de focus op risico’s en de aansluiting op de bestuurlijke opgaven, het verder implementeren van de Omgevingswet, een transparante en consequente uitvoeringsstrategie, een goede verbinding tussen beleid en uitvoering en het borgen van de kwaliteit van de uitvoering.

3.1

Focus op risico’s en aansluiting bij de bestuurlijke opgaven

Bij de uitvoering van de VTH-taken werkt de gemeente risico-gestuurd. Aan de hand van een omgevings- en risicoanalyse (zie bijlage 1) zijn prioriteiten gesteld in beleid en uitvoering. Daarbij is vooral gekeken naar risico’s voor de ruimtelijke kwaliteit (inpassing, welstand, strijdig gebruik), constructieve veiligheid, en brandveiligheid en brandveilig gebruik. De prioritering bepaalt hoe uitvoerig de gemeente vergunningaanvragen toetst en de realisatie ervan controleert en waar nodig handhaaft. De inzet van VTH draagt ook bij aan de realisatie van gemeentelijke opgaven zoals onder andere vastgelegd in het coalitieakkoord 2022-2026, de woonvisie en de omgevingsvisie (in ontwikkeling). Dat kan binnen de reguliere uitvoering of door (integrale) projecten waaraan VTH deelneemt. De voor VTH meest relevante opgaven zijn: -

Een goede dienstverlening;

-

De leefbaarheid in de gemeente en daarmee gepaard vervoers-, woon- en huisvestingsvraagstukken

-

Gezonde balans tussen recreatie-toerisme en de leefbaarheid op het eiland

-

Het behoud van het beschermde dorpsgezicht;

In de jaarlijkse uitvoeringsprogramma’s worden daarbij meer operationele prioriteiten gesteld: wat moet in dat jaar worden bereikt? In hoofdstuk 4 zijn de risico-gestuurde prioriteiten en de bijdrage van VTH aan de realisatie van de bestuurlijke opgaven nader uitgewerkt.

3.2

Verdere implementatie van de Omgevingswet

In de geest van de Omgevingswet moet de inzet van VTH bijdragen aan het bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en het beschermen en benutten van de fysieke leefomgeving. Het in

10

17-3-2026

U&H-beleid 2026-2029

Gemeente Schiermonnikoog

werking treden van de Omgevingswet, het Omgevingsbesluit en de Wkb heeft een aantal consequenties gehad voor de uitvoering van de VTH-taken. De belangrijkste zijn: -

Bij de afweging over een vergunningaanvraag is het principe veranderd ‘ja, mits’ nog sterker gaan gelden; De Omgevingswet zet in op het (zoveel) mogelijk maken van initiatieven. Dit sluit aan bij de bestuurlijke visie van de gemeente;

-

Het proces om een vergunning aan te vragen is volledig gedigitaliseerd; dit heeft zowel consequenties voor de aanvrager als voor de gemeente;

-

De Omgevingswet heeft snellere en betere besluitvorming als een van de verbeterdoelen. Dat leidt ertoe dat in de regel gebruik wordt gemaakt van de reguliere procedure (8 weken) in situaties waar voorheen de

-

uitgebreide procedure (26 weken) gold. Het bouwtoezicht maakt gefaseerd en gedeeltelijk plaats voor controle door marktpartijen (zogenaamde kwaliteitsborger). Het gemeentelijke bouwtoezicht zal daarmee (op termijn) verminderen. Het toezicht op het gebruik en de omgeving (omgevingsplan), omgevingsveiligheid en het bouwtoezicht op complexere bouwwerken blijft. De gemeente blijft eindverantwoordelijk als het gaat om de handhaving.

3.3

Een transparante en consequente uitvoeringsstrategie

Een uitgangspunt is een toegankelijke gemeente met een goede dienstverlening, dicht bij inwoners en ondernemers. Vertrouwen wekken en consequent zijn in beleid en uitvoering zijn daarvoor belangrijke voorwaarden. Bij de inzet van VTH zijn de volgende principes leidend: 1.

De gemeente beoordeelt en behandelt gelijke gevallen op gelijke wijze. Dat gebeurt op basis van een professionele en actieve houding. Basisuitgangspunt is vertrouwen, maar ook eigen verantwoordelijkheid van inwoners en ondernemers en hen daar ook op aanspreken;

2.

3.

De gemeente biedt bij de vergunningverlening op basis van het omgevingsplan aan inwoners en ondernemers voldoende ruimte om initiatieven mogelijk te maken; de gemeente stelt zich daarbij dienstverlenend op; De naleving van landelijke en lokale wet- en regelgeving staat daarbij niet ter discussie. Waar regels worden overtreden volgt de gemeente de in dit U&H-beleid beschreven handhavingsstrategie, gebaseerd op de Landelijk handhavingsstrategie Omgevingsrecht (LHSO). De gemeente zal bij overtredingen uitgaan van een

4.

passende en proportionele reactie; De gemeente zet waar mogelijk in op preventie, dat wil zeggen het voorkomen van overtredingen en voorkomen dat de gemeente moet handhaven. Bijvoorbeeld door te zorgen dat inwoners en ondernemers op de hoogte zijn van de regels, dat de regels en vergunningvoorschriften duidelijk, doelgericht en proportioneel zijn en dat wordt voorkomen dat situaties escaleren en handhavend optreden nodig is. Voorlichting, bemiddeling of (maatschappelijke) ondersteuning zijn daarbij instrumenten;

5.

Eigen verantwoordelijkheid van inwoners en bezoekers (toeristen) van Schiermonnikoog speelt een belangrijke rol in de naleving van regels en het leefbaar houden van het eiland.

De uitvoeringsstrategie is nader uitgewerkt in hoofdstuk 5 van dit U&H-beleid.

11

17-3-2026

3.4

U&H-beleid 2026-2029

Gemeente Schiermonnikoog

Verbinding tussen beleid, uitvoering en kwaliteitsborging

De uitvoering van de VTH-taken staat in directe samenhang met het gemeentelijk beleid en de opgaven binnen de Omgevingswet. Op basis van een omgevings- en risicoanalyse worden prioriteiten en doelstellingen vastgesteld voor de planperiode. Deze worden jaarlijks uitgewerkt in een uitvoeringsprogramma, waarin staat welke resultaten in dat jaar worden gerealiseerd. De uitvoering wordt gemonitord en hierover wordt gerapporteerd aan college en raad. Indien nodig worden prioriteiten en aanpak bijgesteld. De gemeente borgt de kwaliteit van de VTHuitvoering conform de geldende wettelijke kwaliteitscriteria. Dit betreft onder meer de beleids- en uitvoeringscyclus, de beschikbaarheid van voldoende capaciteit en deskundigheid, en het borgen van financiële middelen. De gemeenteraad houdt toezicht op de kwaliteit van de uitvoering op basis van de Verordening uitvoering en handhaving Omgevingsrecht. In de periode 2026–2029 investeert de gemeente nadrukkelijk in het verder versterken van de beleids- en uitvoeringscyclus en de samenwerking tussen beleid en uitvoering, zodat beleid uitvoerbaar en handhaafbaar is en de dienstverlening doelgericht en kwalitatief blijft. In hoofdstuk 6 wordt nader uitgewerkt hoe de kwaliteit van de uitvoering wordt geborgd en waar nodig verbeterd.

12

17-3-2026

U&H-beleid 2026-2029

Gemeente Schiermonnikoog

4 Prioriteiten 2026-2029 In dit hoofdstuk beschrijven we de prioriteiten en doelstellingen van het uitvoerings- en handhavingsbeleid. Per thema geven we een korte schets van het probleem, waarom de gemeente hierop inzet en wat we willen bereiken. De prioriteiten komen voort uit de risico- en omgevingsanalyse (zie bijlage 1). In de prioriteiten is onderscheid gemaakt tussen de hoofdprioriteiten, secundaire prioriteiten en aanvullende prioriteiten. Deze categorisering is van invloed op de inzet die op de thema’s wordt gepleegd. Er is gekozen om te focussen op de hoge prioriteiten uit de risicoanalyse, daar waar (over het algemeen) de lage en gemiddelde risico’s beperkt aan de orde komen. Per prioriteit benoemen we de doelstellingen en op hoofdlijnen wat we gaan doen. In het jaarprogramma wordt een concrete uitwerking opgenomen wat we in dat jaar doen om de doelstelling te verwezenlijken.

4.1

Dienstverlening

Er is een visie op dienstverlening (dienstverlening op peil, 2025-2030) vastgesteld door de gemeenteraad. Met deze visie legt de gemeente vast hoe zij haar dienstverlening wil inrichten: in beweging, verbindend en waardevol voor iedereen. Persoonlijke service is hierin van belang, de kleinschalige gemeente kenmerkt zich doordat ze betrokken en toegankelijk is. Een aantal van de opgenomen doelstellingen zijn relevant ten aanzien van het U&H-beleid en de uitvoering van de VTH-taken. Denk hierbij aan transparantie, het belang van participatie, herkenbaarheid en begrijpelijke communicatie. De beleidsmedewerker VTH heeft meegedacht in de visie op dienstverlening. Het U&H-beleid sluit aan op doelstellingen en servicenormen die zijn opgenomen in de visie op dienstverlening. Voor de aankomende jaren zijn er drie projecten in de visie op dienstverlening die aandacht vragen in het U&H-beleid en waarvoor tijd moet worden vrijgemaakt in het uitvoeringsprogramma. Dat betreft: o

Het voor inwoners verkrijgen van inzicht in de status van hun aanvraag, inclusief een goede

o

vindbaarheid; Het optimaliseren van het traject van vergunningverlening op basis van de Omgevingswet, met een

o

snelservice- en ontwikkelformule (passend bij de schaalgrootte van de gemeente Schiermonnikoog); Het inrichten van een meldpunt calamiteiten.

Bovenstaande onderwerpen zijn van invloed op de uitvoering van de VTH-taken, de uitvoering van de projecten vallen echter onder de verantwoordelijkheid van het programma ontwikkeling dienstverlening.

4.2

Hoogste prioriteiten 1.

Strijdig gebruik van woningen

Schiermonnikoog kent een beperkte woningvoorraad en een krappe woningmarkt. In 2024 is er een woonvisie en huisvestingsverordening vastgesteld om de woningvoorraad te beschermen en de leefbaarheid voor inwoners op peil te houden. Een aanzienlijk aantal woningen wordt gebruikt voor recreatief verblijf, als tweede woning of door ondernemers voor het huisvesten van (tijdelijke) werknemers. Hierdoor neemt de druk op de woningmarkt toe en wordt permanente en duurzame bewoning verder verdrongen. Dat tast de leefbaarheid op het eiland aan. Zowel uit de bestuurlijke ambities, de omgevings- als risicoanalyse (strijdig gebruik van een pand, niet toegestane bedrijfsactiviteiten en illegale bewoning) blijkt de prioriteit van het onderwerp. Het constateren van strijdig gebruik en het daarop handhaven is juridisch en praktisch complex.

13

17-3-2026

U&H-beleid 2026-2029

Gemeente Schiermonnikoog

Om de leefbaarheid op het eiland te behouden is het belangrijk om de woningvoorraad voor inwoners te beschermen. Door strijdig gebruik tegen te gaan blijft de woningvoorraad beschikbaar voor permanente bewoning. Hiermee wordt voorkomen dat sociale cohesie en leefbaarheid in het dorp worden aangetast. Voor seizoenarbeiders is er structureel een tekort aan geschikte en veilige huisvesting. De toeristische en economische sector is afhankelijk van seizoenarbeiders, veilige en legale huisvesting is voor hen van belang. Tegelijkertijd moeten uitwassen van illegale en onveilige bewoning worden voorkomen. Het doel voor de komende jaren is om het strijdig gebruik te beperken en te zorgen dat de huidige voorraad strijdig gebruikte woningen niet toeneemt. Vanuit de VTH-taken dragen we bij aan doelstellingen die op zijn genomen in de woonvisie en huisvestingsverordening, beiden vastgesteld in 2024. De focus en prioriteit ligt op het recreatieve gebruik of de verhuur van woningen. Via actuele informatie op onze website en een bredere informatiecampagne zetten we in op het actief informeren van (nieuwe) bewoners, zodat zij bewust zijn de geldende regels en wat al dan niet mogelijk is. Door het handhaven op strijdig gebruik beter mogelijk te maken, zetten we in om de huidige voorraad te verkleinen. Actieve handhaving heeft ook een preventieve en waarschuwende werking richting de samenleving.

Daarnaast kijken we naar de facilitering van veilige en legale (personeels-)huisvesting, zodat ook in dat kader het strijdig gebruik afneemt.

2.

Brandveiligheid

Het merendeel van panden op Schiermonnikoog voldoet aan gestelde eisen. In het geval er niet wordt voldaan gaat het om situaties waar er geen direct gevaar optreedt voor gebruikers en bezoekers. Het toezicht op brandveiligheid is beperkt, de beoordeling van de constateringen en opvolging van acties vraagt om veel capaciteit. Er is een tekort aan capaciteit om deze constateringen goed op te volgen. Dat beperkte de mogelijkheid om hierop in te zetten. Ondanks het relatief goede naleefgedrag acht de gemeente Schiermonnikoog brandveiligheid als een belangrijk onderwerp en wil het naleefgedrag op peil houden. Brandveiligheid raakt immers aan de directe veiligheid en gezondheid van bewoners, bezoekers en toeristen. Voor een veilige leef- en verblijfsomgeving is het noodzakelijk dat panden voldoen aan de eisen. Met de VTH-taken behouden we de brandveiligheid van panden en daarmee de veiligheid van inwoners en toeristen door panden in beeld te brengen die niet voldoen aan de gestelde eisen, levensbedreigende situaties direct te beëindigen en de voorraad onveilige panden te stabiliseren. Levensbedreigende situaties pakken we direct op en leggen we stil of er wordt een gebruiksstop opgelegd. Hiermee borgen we de veiligheid van inwoners en bezoekers van het eiland. Het aantal panden dat niet voldoet aan de eisen mag niet toenemen.

Op basis van de nulmeting in 2025 bepalen we jaarlijks in het programma bij hoeveel panden we handhavend optreden. Voorafgaand aan het handhavend optreden versturen we een vooraankondiging, waarmee we de mogelijkheid bieden de situatie te verbeteren. Op basis van een hercontrole wordt de situatie beoordeeld en, indien nodig, opgetreden. De LHSO vormt hiervoor het uitgangspunt.

14

17-3-2026

3.

U&H-beleid 2026-2029

Gemeente Schiermonnikoog

Beschermd dorpsgezicht & overtuinen

Het dorp Schiermonnikoog heeft een beschermd dorpsgezicht, karakteristiek zijn de overtuinen. Illegale bouwactiviteiten, sloop van panden of ingrepen in de overtuinen tasten dit unieke dorpsbeeld aan. Dergelijke veranderingen zijn vaak onomkeerbaar. Naast nieuwe veranderingen is er daarnaast sprake van bestaande, complexe situaties waarin het dorpsgezicht en/of de overtuinen zijn aangetast. Bij de overtuinen speelt daarbij de problematiek van het illegaal plaatsen van bouwwerken in de overtuinen en/of aanpassingen die niet conform het gewenste beeld (inspiratiegids) zijn. De verduurzamingsopgave speelt hier een belangrijke rol en daar dient extra aandacht te zijn voor de bescherming van het dorpsgezicht. Het welstandsbeleid biedt de kaders in wat kan worden gedaan t.b.v. de verduurzaming van de woningen.

Het dorpsgezicht en de overtuinen dragen sterk bij aan de identiteit en aantrekkelijkheid van Schiermonnikoog. Het behoud hiervan is belangrijk voor inwoners, toeristen en de cultuurhistorische waarde van het eiland. Met de VTH-taken dragen we bij aan het beschermen en behouden van het beschermd dorpsgezicht en de in stand houding van de overtuinen. Dat doen we door illegale situaties direct aan te pakken. Preventief zetten we hierop in door bewoners te informeren over de mogelijkheden ten aanzien van hun situatie, de inspiratiegids overtuinen draagt hieraan bij en draagt bij aan een heldere vergunningverlening. We houden toezicht door gebruik van luchtfoto’s en beoordeling ter plaatse. Op deze manier houden we zicht op veranderingen en illegale situaties. Afhankelijk van de situatie grijpen we in en leggen we werkzaamheden stil. Jaarlijks pakken we een bestaand dossier op om op te handhaven. Dit heeft als doel om situaties te herstellen en er gaat ook een waarschuwend effect vanuit naar inwoners. Door regels en kaders te verankeren kunnen we beter handhaven op situaties.

4.3 Middelhoge prioriteiten 4.

Verkeerssituatie

De afgelopen jaren is de verkeerssituatie op Schiermonnikoog veranderd, de gemeente constateert een toename van het aantal auto’s (gemotoriseerde voertuigen) op het eiland. Enerzijds hangt dit samen met logistieke toevoer op het eiland in relatie tot het toerisme. Hierbij kan gedacht worden aan linnen-wagens, de toevoer en bevoorrading van horeca (in de ochtend). Het toerismeseizoen loopt steeds langer door, waardoor de vervoersbewegingen toenemen. Daarbij nemen zowel eilanders als toeristen vaker hun auto mee naar het eiland. Hoewel de politie controles uitoefent bij de veerhaven, kunnen zij daar beperkt aanwezig zijn. Daardoor is het niet mogelijk om toezicht te houden op auto’s die het eiland daadwerkelijk verlaten. Anderzijds ontstaat er meer verkeer op het eiland door diverse (ver)bouwprojecten en de aanvoer van materialen en ondernemers op het eiland. Op de toename van gemotoriseerde voertuigen is het eiland niet berekend. Ook is er een (bestuurlijke) wens om het foutparkeren aan te pakken. In combinatie met het groeiende aantal toeristen op het eiland, wat resulteert in meer wandelend en fietsend verkeer, ontstaan er meer onveilige verkeerssituaties. De gemeente Schiermonnikoog is een onderzoek gestart waarbij het aantal verkeersbewegingen wordt gemeten, zodat de groei hiervan in beeld kan worden gebracht.

Met de VTH-taken dragen we bij aan de beheersing van de verkeerssituatie op Schiermonnikoog door het vergunningenbestand actueel te houden en de vergunningverlening voor auto’s te toetsen aan de daarop gestelde regels.

15

17-3-2026

U&H-beleid 2026-2029

Gemeente Schiermonnikoog

Door mensen aan te spreken op foutparkeren en (tijdelijk) over te gaan op beboeten wordt er ingegrepen op het foutparkeren.

5.

Controle op horeca vergunningen en overlast van de horeca

In de dorpskern wordt steeds vaker overlast ervaren door bezoekers van de horeca. Normen voor overlastbeperking zijn beperkt en zijn niet opgenomen in de vergunningen. Daarnaast ontbreekt er een horecabeleid, waardoor de situaties om te handhaven zich beperken. In 2014 is het ‘Convenant Horeca’ ondertekent (o.a. gemeente, politie en horecaondernemers), daarin zijn afspraken gemaakt om overlast te beperken. Partijen zijn aanspreekbeer op deze afspraken, maar het biedt voor de gemeente geen mogelijkheid om op te handhaven. Daarbij is het toezicht moeilijk uitvoerbaar, vanwege beperkte capaciteit binnen de gemeente, het ontbreken van BOA’s op het eiland en de terugtrekkende beweging op (kleine) handhavende taken van de politie op het eiland. De horeca is belangrijk voor de economie en toeristische beleving van het eiland, maar mag niet ten koste gaan van leefbaarheid en nachtrust. Duidelijke regels en selectieve handhaving zorgen voor balans tussen levendigheid en rust. Door heldere kaders en regels op te stellen is voor ondernemers duidelijk waar we op handhaven. We houden periodiek toezicht op het naleven van de regels, een vergunning-controle, de Alcoholwet en treden handhavend op als de regels worden overtreden. Daarmee beperken we zoveel als mogelijk de overlast op het eiland, met name in het zomerseizoen, om bij te dragen aan de leefbaarheid op het eiland.

We treden handhavend op binnen de horeca door middel van controles, het controleren van de vergunningen (van schenken van alcohol) en op het gebruik van drugs. Ook de handhaving buiten de horeca heeft onze aandacht, daarbij kan gedacht worden aan overlast van (dronken) mensen op straat en vandalisme. De beperkte (toezicht)capaciteit is een belangrijk aandachtspunt, dat maakt samenwerking met de politie en de horecaondernemers essentieel. We verkennen als gemeente welke mogelijkheden er zijn en wat wij hierin kunnen betekenen.

4.4 Aanvullende prioriteiten 6.

Ontbreken van herplant

Uit de risicoanalyse blijkt er sprake te zijn van een hogere risico op het ontbreken van herplant na kap van een boom. Voor een groot deel van de bomen is er sprake van een herplantplicht. Voor alle bomen op het eiland is een kapvergunning nodig (zie verordening 2011). Door de beperkte capaciteit zijn we gedwongen om keuzes te maken. Het is daardoor moeilijk om toezicht te houden op de herplantplicht en hier actief op te handhaven. Waar mogelijk zetten we ons hiervoor in. We vinden het belangrijk om de bomen op het eiland in stand te houden, daarmee dragen we bij aan de leefbaarheid op het eiland. Dat geldt ook voor bomen op privéterreinen. Herplant is daarbij een belangrijk aspect. Steekproefsgewijs controleren we of aan de herplantplicht is voldaan. Indien we signalen ontvangen van illegale kap of ontbrekende herplant nemen we contact op met de inwoner of initiatiefnemer en verzoeken we hen over te gaan tot herplant.

16

17-3-2026

7.

U&H-beleid 2026-2029

Gemeente Schiermonnikoog

Circulaire economie

De gemeente heeft de ambitie om duurzaamheid en circulariteit te stimuleren. Bij sloop liggen er kansen om het hergebruik van materialen te realiseren. Door circulair slopen te stimuleren kan de hoeveelheid afval verminderd worden en wordt bijgedragen aan de circulaire doelen van de gemeente. Dit vraagt de juiste infrastructuur op het eiland. De circulaire economie kan ook worden bevorderd door het opslaan van grond op het eiland. In de huidige situatie wordt grond afgevoerd naar het vaste land, daar tijdelijk opgeslagen en vervolgens teruggebracht naar het eiland. Dat vraagt extra vervoersbewegingen. Opslagmogelijkheden van de grond op het eiland verkleinen het aantal bewegingen van en naar het eiland en draagt bij aan de circulaire ambities van Schiermonnikoog. De gemeente wil inwoners, ondernemers en aannemers bewust maken van de mogelijkheden van de circulaire economie. We sluiten aan bij de doelstellingen die zijn gesloten in het samenwerkingsverband van de Waddeneilanden. Vanuit VTH dragen we daaraan bij door hen te informeren en voorlichting te geven, zo maken we inwoners en ondernemers bewust van een circulaire economie en de mogelijkheden die er zijn op Schiermonnikoog.

8.

Wadlopers & droogvallers

Wadlopers en droogvallers veroorzaken verstoring van natuurwaarden in het Natura2000-gebied. De gemeente heeft hier beperkte bevoegdheden: Provincie en Rijkswaterstaat zijn het bevoegd gezag en Natuurmonumenten is de beheerder van de natuurgebieden op Schiermonnikoog. De bescherming van de natuurwaarden is echter cruciaal voor de unieke identiteit voor Schiermonnikoog. De gemeente wil hier actief op samenwerken en signaleren aan het bevoegde gezag. Dit doet zij door structureel overleg te voeren en meldingen door te zetten aan het bevoegde gezag. VTH draagt bij aan het behoud van de natuur op Schiermonnikoog door meldingen over situaties door te zetten aan de bevoegde gezagen

17

17-3-2026

U&H-beleid 2026-2029

Gemeente Schiermonnikoog

5 Uitvoeringsstrategie Leidend voor de wijze waarop het VTH-instrumentarium wordt ingezet is de ‘uitvoeringsstrategie’. Het vastleggen hiervan voor de Omgevingswet is een wettelijke verplichting. De uitvoeringsstrategie bestaat uit een aantal onderdelen: -

Preventiestrategie

-

Vergunningstrategie

-

Toezichtstrategie

-

Handhavingsstrategie

-

Gedoogstrategie

Voor de uitvoering worden in het uitvoeringsprogramma kritische prestatie-indicatoren (KPI’s) opgesteld om de realisatie van de uitvoeringsstrategie te kunnen monitoren en waar nodig bij te sturen. In de kern is de strategie die de gemeente Schiermonnikoog volgt bij de inzet van VTH als volgt; in de bijlagen is deze in detail uitgewerkt.

5.1

Preventiestrategie

Voorkomen is beter dan genezen. Als bijvoorbeeld een illegale verbouwing van een beschermd dorpsgezicht wordt stilgelegd brengt dat voor de gemeente én de initiatiefnemer (hoge) kosten met zich mee. Bovendien bestaat de kans dat een deel van de monumentale waarde al verloren is gegaan. Het is belangrijk dat inwoners en ondernemers goede voorlichting krijgen over wat de regels zijn, wat de mogelijkheden zijn om een initiatief (toch) te realiseren én wat de gevolgen van het niet naleven van regels zijn. Preventie kan door: -

Voorlichting gericht op bekendheid met de regels en mogelijkheden; Voorlichting gericht op informatie over steun die een initiatiefnemer kan krijgen, bijvoorbeeld over

-

subsidiemogelijkheden bij onderhoud of renovatie binnen het beschermde dorpsgezicht; Voorlichting gericht op een vergroting van het bewustzijn van bijvoorbeeld brandveiligheidsrisico’s,

-

informatie acties over brandveiligheid (inwoners) of ondermijningsrisico’s (ondernemers); Het bevorderen van participatie, dat wil zeggen dat een initiatiefnemer ook de omgeving betrekt;

-

Bemiddeling aanbieden daar waar er klachten of conflicten zijn of dreigen rond een initiatief of activiteit; Het goed organiseren van de ‘oor en oog’ functie, ook van de brandweer, Wetterskip of de FUMO. Dat kan

-

door breed te kijken of periodiek een ‘schouw’ te houden; Vroeg signalering is belangrijk om te voorkomen dat schade kan ontstaan of er handhavend moet worden

-

opgetreden; Samenwerking zoeken waar het gaat om het terugdringen van overlast en illegaal gebruik van panden.

Voorlichting kan met algemene informatie via de website, folders of voorlichtingsavonden. Maar ook door open te staan voor vragen, het geven van voorlichting aan een initiatiefnemer of het benaderen van specifieke doelgroepen als ‘realiserende partijen’ (architecten, bouwbedrijven etc.) of ondernemers in de dorpskern en agrarische bedrijven in het buitengebied. Een goede preventiestrategie kan alleen slagen bij een goede samenwerking met andere teams en taakvelden. Het is belangrijk dat er duidelijke kaders voor wat de ambities van de gemeente zijn en welke ruimte er is voor initiatieven, dat wil zeggen in beleidsdocumenten en vooral in het omgevingsplan. Daarbij is een toets van de

18

17-3-2026

U&H-beleid 2026-2029

Gemeente Schiermonnikoog

uitvoerbaarheid en handhaafbaarheid belangrijk en dus dat VTH vroegtijdig wordt betrokken bij de beleids- en planvorming. In het jaarlijkse uitvoeringsprogramma wordt vastgelegd hoe in dat jaar concreet wordt ingezet op preventie en wat daarmee moet worden bereikt.

5.2

Vergunningstrategie

Activiteiten die onder de Omgevingswet of lokale regelgeving (zoals de APV en de Kapverordening) vallen moeten voldoen aan de algemene regels uit deze verordening. Daarnaast is in bepaalde gevallen een vergunning nodig of is sprake van meldings- of informatieplichten. Bijvoorbeeld bij nieuwbouwprojecten of verbouwingen aan monumenten. Voor minder ingrijpende activiteiten, zoals een kleine verbouwing, volstaat het melden dat de activiteit wordt uitgevoerd. Dat laatste is belangrijk zodat de gemeente eventueel een controle kan uitvoeren. Meer specifiek heeft de gemeente de volgende taken als het gaat om vergunningverlening: -

Het verlenen, weigeren, wijzigen of (gedeeltelijk) intrekken van een vergunning of ontheffing; Het behandelen van een melding of de informatie die op basis van een informatieplicht is aangeleverd;

-

Het besluiten over maatwerkvoorschriften en/of gelijkwaardigheid.

Vergunningverlening levert een bijdrage aan het verbeteren van de kwaliteit van de fysieke leefomgeving en het naleven van de regels die van toepassing zijn. Voor het bepalen van de acceptabele kwaliteit moeten de verschillende belangen tussen de voorgenomen activiteiten en de gevolgen voor de fysieke leefomgeving zorgvuldig zijn afgewogen. De belangrijkste toetsingskaders zijn het omgevingsplan, het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl, voor bouwen, slopen en brandveilig gebruik), het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal, voor milieubelastende activiteiten) en het Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen (Bgbop, brandveiligheid anders dan bouwwerken). Vergunningen en besluiten over initiatieven moeten kwalitatief op orde zijn. Dat houdt enerzijds in dat ze voldoende ruimte bieden aan een te nemen initiatief en de omgevingskwaliteit borgen. Anderzijds moet een vergunning de initiatiefnemer de handvatten bieden om de gestelde regels na te leven en moet de vergunning handhaafbaar zijn. Het beoordelen van en besluiten over een aanvraag voor een omgevingsvergunning, gebeurt: -

In overeenstemming met de (landelijke, provinciale en lokale) wet- en regelgeving; In de geest van de Omgevingswet (“ja mits” i.p.v. “nee tenzij”);

-

Integraal; Op transparante wijze en juridisch correct;

-

In duidelijke en begrijpelijke taal (B1-niveau waar mogelijk); Vanuit een dienstverlenende opstelling;

-

Doelmatig en specifiek (geen overbodige voorschriften); Door vooraan in de begeleidende brief te benadrukken wat belangrijke aandachtspunten zijn bij de realisatie. Zoals dat bijvoorbeeld nog niet mag worden gestart, omdat nog andere toestemmingen nodig zijn en het tijdig (en op welke momenten) aanleveren van constructieberekeningen.

De gemeente stuurt erop aan dat een initiatiefnemer eerst een vooroverleg heeft voor een formele aanvraag wordt ingediend. De behandeling daarvan richt zich op de wenselijkheid van het initiatief (ruimtelijke inpasbaarheid, welstand), niet op de technische beoordeling. In voorkomende gevallen wordt aan een initiatiefnemer wel meegegeven wat mogelijke kritische punten (kunnen) zijn bij de technische beoordeling. Het algemene uitgangspunt is dat de initiatiefnemer een eigen verantwoordelijkheid heeft in het aanleveren van een volledige en integrale (ontvankelijke) aanvraag. In het kader van de preventiestrategie zal de gemeente

19

17-3-2026

U&H-beleid 2026-2029

Gemeente Schiermonnikoog

daarom zorgen dat regels voldoende duidelijk zijn. Waar nodig worden deze (bij particuliere aanvragers) tijdens het vooroverleg nog nader toegelicht. Voor de toetsing gebruikt de gemeente een toetsprotocol, gebaseerd op het toetsprotocol van de Vereniging van Bouw en Woningtoezicht (VBwt). Bij activiteiten met een laag risico vindt geen toetsing of alleen toetsing van uitgangspunten van de aanvraag plaats. Bij activiteiten met een hoog risico wordt integraal of steekproefsgewijs getoetst. In de praktijk betekent dit dat vooral bij risicovolle gebouwen (complexe constructies, gebouwen met publieke-functies en/of zorgfuncties, monumenten, sloop met asbest/grote sloopwerkzaamheden) integraal worden getoetst en bij bijvoorbeeld verbouwingen aan eengezinswoningen, kleine verbouwingen en rijtjeswoningen geen of alleen toetsing van uitgangspunten plaatsvindt. Door het in werking treden van de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen vervalt gefaseerd een deel van de bouwtechnische toetsing en toezicht door de gemeente. Dat geldt in de planperiode van 2026-2029 vooralsnog alleen voor de nieuwbouw van kleinere bouwwerken (woningen, kleine bedrijfspanden etc.). In plaats hiervan vindt toetsing en toezicht door een zogenaamde kwaliteitsborger plaats die risicomatrix en een borgingsplan opstelt dat voor aanvang van de bouw moet worden overlegd aan de gemeente, de Bouwmelding.

De gemeente toetst bij bouwwerken die onder de gevolgklasse 1 valt of een kwaliteitsborger gecertificeerd is en van een toegestaan instrument gebruikt maakt. Voor overige bouwwerken blijft de gemeente verantwoordelijk voor de bouwtechnische toetsing. Daarnaast kan voor deze gevallen nog een omgevingsvergunning Bouwen nodig zijn. Daar toetst de gemeente bijvoorbeeld aan het omgevingsplan, welstand en de bodemkwaliteit. In voorkomende gevallen kan de gemeente besluiten om een Bibob-toets uit te voeren. Dat wil zeggen als er signalen zijn dat de vergunning mogelijk gebruikt wordt om criminele of illegale activiteiten mogelijk te maken. Aan elke vergunning onder de Omgevingswet zal een lichte toets worden gedaan, op basis van het vastgestelde beleid. Aan de hand van deze toetst wordt bepaald of een diepgaander onderzoek nodig is. In bijlage 2 is het toetsingskader voor de beoordeling van vergunningaanvragen in detail uitgewerkt.

5.3

Toezichtstrategie

Toezicht is belangrijk om zicht te houden op de naleving van wet- en regelgeving en om waar nodig (handhavend) te kunnen optreden. Daarnaast draagt toezicht bij aan het zicht houden en krijgen op ontwikkelingen en resultaten van de inzet. Op basis daarvan kan worden beoordeeld of de uitvoering ook effectief is. Of dat gesignaleerde ontwikkelingen aanleiding kunnen zijn het beleid tegen het licht te houden. Bijvoorbeeld waar het gaat om ontwikkelingen in het beschermde dorpsgezicht, de wijken of het buitengebied. Het toezicht heeft betrekking op het gebruik van de fysieke leefomgeving (omgevingsplan), welstand, de bouwtechnische eisen waaronder constructieve veiligheid en de brandveiligheid. De brandweer gaat mee met controles bij bouwwerken waar op basis van de eigen toetsmatrix van de brandweer een hoog risicoprofiel geldt. De uitvoering van het toezicht vindt op verschillende momenten en manieren plaats: -

In de realisatiefase tijdens en volgend op het bouw- of sloopproces;

-

Thematisch, projectmatig of programmatisch toezicht in de gebruiksfase; Ad hoc controles naar aanleiding van meldingen, klachten, handhavingsverzoeken;

-

Als vervolg op een eerdere controle of handhavingsbesluit.

20

17-3-2026

U&H-beleid 2026-2029

Gemeente Schiermonnikoog

Er wordt gewerkt aan de invulling van het Bibob-beleid en de aanpak van toezicht op ondermijnende criminaliteit. Eenmaal vastgesteld kan dit beleid leiden tot inzet vanuit de VTH-taken, een gestructureerde toezichtsaanpak en tot noodzaak om betrokken medewerkers nader op te leiden. De prioriteiten in het toezicht (hoe vaak en hoe diepgaand controleren) zijn bepaald op basis van een omgevingsen risicoanalyse. De prioriteiten worden jaarlijks in het uitvoeringsprogramma gespecificeerd of bijgesteld. Bijvoorbeeld op basis van nieuwe inzichten, ontwikkelingen (beleid, wetgeving, samenleving) of ervaringen uit het toezicht in het jaar ervoor. Voor de diepgang van het toezicht gaat de gemeente uit van het toezichtprotocol van de Vereniging Bouw- en Woningtoezicht (VBWTN). Hierin is aangeven hoe vaak en hoe diepgaand de gemeente controleert. Dit loopt parallel met het toetsprotocol van vergunningverlening. Bij een overtreding weegt de toezichthouder de ernst van de overtreding én de reden van de overtreding af. Niet of onvoldoende naleven kan een bewuste keuze zijn van degene die wordt gecontroleerd, maar kan ook een gevolg zijn van het onvoldoende kennen van de regels. Het uitvoeren van een controle is een gelegenheid om waar nodig aanvullende voorlichting te geven. Waar mogelijk wordt erop aangestuurd dat de overtreding vrijwillig ongedaan gemaakt wordt.

Waar die bereidheid er niet is, als de overtreding een groot risico voor bijvoorbeeld de (brand)veiligheid is of er al schade aan een monument is aangericht, zal de gemeente handhavend optreden. In bijlage 3 is de toezichtstrategie verder uitgeschreven.

5.4

Handhavingsstrategie

De strategie die de gemeente Schiermonnikoog volgt na een overtreding is in lijn met de Landelijke Handhavings Strategie Omgevingsrecht (LHSO). Die bestaat uit een aantal stappen: 1.

Het kwalificeren van een overtredingssituatie: de ernst van de gevolgen voor de fysieke leefomgeving én de

2.

typering van de overtreder (van ‘goedwillend’ tot ‘crimineel’); Het bepalen van eventueel verzwarende aspecten: onomkeerbaarheid situatie, herhaalde overtreding,

3.

financieel gewin overtreder, andere strafbare feiten etc.; Het bepalen van de interventie: van ‘aanspreken’ tot ‘bestuurs- en strafrechtelijk ingrijpen’;

4. 5.

Eventuele afstemming tussen de betrokken handhavingspartners en andere instanties; Het vastleggen van de afspraken en het optreden zelf.

De gemeente heeft verschillende juridische instrumenten tot haar beschikking om te handhaven. Bestuursrechtelijk zijn dat een last onder dwangsom (LOD), een last onder bestuursdwang (LOB), het schorsen of intrekken van vergunningen, het opleggen van een bestuurlijke boete of het uitoefenen van verscherpt toezicht. Bij een dreigende overtreding of een dreigende illegale situatie kan de gemeente, in bepaalde situaties wanneer de overtreding zeer waarschijnlijk gaat plaatsvinden, een preventieve last onder dwangsom of bestuursdwang opleggen. Ons uitgangspunt in de handhavingsstrategie is dat een overtreding ongedaan gemaakt wordt en eventuele schade wordt hersteld. Bij de handhaving onderscheidt de gemeente wel een aantal gradaties. Afhankelijk van de situatie zal de gemeente in eerst aanleg het gesprek aangaan met de overtreder. Er kan sprake zijn van een afwijking van de voorschriften, maar dat er maatregelen zijn getroffen die tot hetzelfde beschermingsniveau leiden (gelijkwaardigheid). Als op een andere wijze dezelfde veiligheid, bescherming van de gezondheid, bruikbaarheid, energiezuinigheid en bescherming van het milieu wordt gerealiseerd, het een en ander ter beoordeling van de gemeente of haar adviseurs, zal de gemeente een ‘besluit gelijkwaardige voorziening’ nemen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Schiermonnikoog&id=4373866f-89b5-49d5-ba99-9c814782b6f5